Base description which applies to whole site

Artikel 6 Btw-compensatiefonds

Gemeenten, provincies en andere regionale openbare lichamen als bedoeld in de Wet op het Btw-compensatiefonds (BCF) hebben de mogelijkheid om een evenwichtige keuze te maken tussen in- en uitbesteding. De belasting over toegevoegde waarde (btw) speelt hierin geen rol.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor en heeft een uitvoerende rol bij:

  • het verstrekken, verzamelen en controleren van de opgaafformulieren en het uitbetalen van de compensabele btw;

  • het beheer van het BCF.

Het BCF is opgericht om btw weg te nemen als factor in de afweging van decentrale overheden tussen uitbesteden en inbesteden (uitvoering door de eigen organisatie). Decentrale overheden kunnen betaalde btw terugvragen bij het BCF. De betaalde btw moet daarvoor aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de btw betaald zijn over een niet-ondernemerstaak en mag er geen sprake zijn van verstrekking aan een individuele derde. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten en provincies btw kunnen terugvragen zijn: inzameling van huisvuil, onderhoud aan gebouwen, straatbeheer, schoonmaakactiviteiten, archivering, ingenieurswerkzaamheden en groenbeheer.

Voor het BCF zijn geen beleidswijzigingen voorzien in 2024. Op basis van de beleidsdoorlichting 2021 is geconcludeerd dat de algemene en operationele doelstellingen van het BCF worden behaald: door de invoering van het BCF speelt btw geen rol bij de afweging tussen zelf uitvoeren of uitbesteden. Hierdoor bestaat er een grotere vrijheid voor gemeenten en provincies in de keuze tussen in- en uitbesteden. Verder is geconcludeerd dat het plafond niet afdoet aan de effectiviteit van het BCF.

De beleidsdoorlichting heeft ook aangetoond dat het lastig is om de doelmatigheid en eventuele doelmatigheidswinst aan te tonen. Dit komt doordat er geen recente onderzoeken zijn die de uitvoeringskosten van het BCF meten. Om de doelmatigheidswinst in de toekomst beter te kunnen analyseren zijn in de beleidsdoorlichting twee aanbevelingen voor toekomstig onderzoek naar voren gebracht. De uitvoering van deze onderzoeken wordt dit jaar opgestart en is gekoppeld aan de Strategische Evaluatie Agenda 2024. Deze is te vinden in paragraaf 2.5 en bijlage 5.

Naast de toegezegde onderzoeken bevatte de beleidsdoorlichting ook nog een drietal verbeterpunten voor de uitvoering en vormgeving van het BCF. Deze zijn vertaald in een zevental praktische verbeteringsvoorstellen. Aan het oppakken van deze verbeterpunten en verbeteringsvoorstellen wordt inmiddels (ambtelijk) gewerkt.

Tabel 44 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Btw-compensatiefonds (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

3.817.766

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

        

Uitgaven

3.817.766

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

        

Bijdrage aan medeoverheden

3.817.766

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

Bijdragen aan gemeenten

3.412.761

3.597.533

3.597.533

3.597.533

3.597.533

3.597.533

3.597.533

Bijdragen aan provincies

405.005

417.501

417.501

417.501

417.501

417.501

417.501

        

Ontvangsten

3.817.766

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

Tabel 45 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2024

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Budgetflexibiliteit

De bijdrage van het Rijk ter compensatie van de door decentrale overheden betaalde btw is opgenomen in de Wet op het Btw-compensatiefonds. De wet bevat de voorwaarden waarbinnen gemeenten en provincies kunnen claimen uit het BCF. Met ingang van 2015 is het BCF geplafonneerd37. Dit plafond groeit jaarlijks mee met de uitkomst van de normeringssystematiek. Als minder geclaimd wordt uit het fonds dan het plafond, dan wordt de ruimte onder het plafond gestort in het Gemeente- en Provinciefonds. Als meer wordt geclaimd uit het fonds dan het plafond, dan wordt het bedrag boven het plafond teruggevorderd uit het Gemeente- en Provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het Gemeente- en Provinciefonds communicerende vaten.

Verplichtingen en uitgaven (bijdrage aan medeoverheden)

De raming van de uitgaven uit het BCF voor het lopende jaar wordt geëxtrapoleerd voor de jaren daarna. Uitgangspunt voor de raming van het lopende jaar is de beschikking van het afgelopen jaar die in het lopende jaar wordt uitbetaald. De raming wordt gemaakt aan de hand van het voorschot van het vierde kwartaal van het afgelopen jaar en driemaal het voorschot van het eerste kwartaal uit het lopende jaar.

Gemeenten declareren in absolute zin meer btw bij het BCF dan provincies. Dit declaratiepatroon komt doordat alle gemeentelijke begrotingen tezamen groter zijn dan alle provinciale begrotingen tezamen. In relatieve zin declareren de provincies meer bij het BCF. Een mogelijke oorzaak hiervan is dat de provincies vooral actief zijn op het gebied van verkeer en vervoer. Deze uitgaven komen vaak in aanmerking voor compensatie van btw.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn gelijk aan de uitgaven.

Tabel 46 Geraamd plafond Btw-compensatiefonds (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

2026

2027

2028

BCF Plafond totaal

4.458.229

4.814.798

5.123.938

5.156.481

5.391.242

5.611.723

       

Plafond aandeel gemeenten eerste suppletoire begroting 2023

3.943.523

4.241.494

4.528.168

4.512.661

4.566.139

4.713.606

Taakmutaties

13.377

2.387

2.307

832

76.465

76.465

Toevoeging accres

0

24.454

16.159

39.110

117.771

165.050

Plafond aandeel gemeenten ontwerpbegroting 2024

3.956.900

4.268.335

4.546.634

4.552.603

4.760.375

4.955.121

Uitputting gemeenten

3.597.533

3.597.533

3.597.533

3.597.533

3.597.533

3.597.533

Ruimte onder plafond gemeenten

359.367

670.802

949.101

955.070

1.162.842

1.357.588

       

Plafond aandeel provincies eerste suppletoire begroting 2023

505.130

549.532

581.707

598.563

593.552

612.664

Taakmutaties

2.419

138

138

138

20.138

20.138

Toevoeging accres

‒ 6.220

‒ 3.207

‒ 4.541

5.177

17.177

23.800

Plafond aandeel provincies ontwerpbegroting 2024

501.329

546.463

577.304

603.878

630.867

656.602

Uitputting provincies

417.501

417.501

417.501

417.501

417.501

417.501

Ruimte onder plafond provincies

83.828

128.962

159.803

186.377

213.366

239.101

       

Uitgaven:

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

4.015.034

Waarvan Gemeenten

3.597.533

3.597.533

3.597.533

3.597.533

3.597.533

3.597.533

Waarvan Provincies

417.501

417.501

417.501

417.501

417.501

417.501

Compensatie

De Belastingdienst is belast met de uitvoering, de controle en het toezicht van het BCF. Hierbij compenseren ze de btw over niet-ondernemersactiviteiten van provincies en gemeenten.

Controle- en toezichtsbeleid

Bij de uitvoering van de Wet op het Btw-compensatiefonds is een centrale rol toegekend aan de Belastingdienst. Dit vanwege de nauwe relatie tussen de heffing van de omzetbelasting op grond van de Wet op de omzetbelasting en de compensatie van de omzetbelasting op grond van het BCF. Uit het oogpunt van eenvoud en doelmatigheid is ervoor gekozen de Wet op het Btw-compensatiefonds in belangrijke mate aan te laten sluiten bij het systeem van heffing van omzetbelasting in de Algemene wet betreffende rijksbelastingen. Dit betekent onder meer dat het toezicht op het BCF onderdeel uitmaakt van het reguliere toezicht bij gemeenten en provincies. Dit toezicht bestaat onder andere uit bedrijfsbezoeken waarbij technische vragen rond het BCF besproken worden, tot volledige boekenonderzoeken naar de BCF-claim.

De handelwijze van de Belastingdienst met betrekking tot de opgaven voor het BCF is, gezien de nauwe relatie met het systeem van heffing van omzetbelasting, niet anders dan die met betrekking tot de aangifte omzetbelasting. Dit betekent dat:

  • controle achteraf gedurende een periode van vijf jaar mogelijk is;

  • de controle op de juistheid van ingediende aangiften achteraf en op basis van risicoafweging plaats vindt.

Meetbare gegevens

Tabel 47 Meetbare gegevens

Prestatie-indicator

Waarde 2021

Waarde 2022

Streefwaarde 2023

Streefwaarde 2024

Percentage uitgevoerde fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit inzake Btw Compensatiefonds (BCF) bij gemeenten en provincies

-

59,7%

> 45%

>45%

Toelichting

Percentage uitgevoerde fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit inzake BCF bij gemeenten en provincies

Het streven is om binnen één kalenderjaar minimaal één fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit inzake het BCF vanuit de Belastingdienst uit te voeren bij ten minste 45% van de gemeenten en provincies. Onder een fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit worden activiteiten verstaan waarbij de Belastingdienst met de klant en/of vice versa inhoudelijk in contact treedt. De activiteiten die hieronder vallen zijn heffing BCF met klantcontact, boekenonderzoek BCF, vooroverleg BCF, behandeling van bezwaarschrift BCF, bedrijfsgesprek, activiteiten rondom Horizontaal Toezicht.

Indien er bijvoorbeeld meer dan één activiteit in een jaar bij één gemeente of provincie is uitgevoerd en afgerond, dan telt deze voor één activiteit mee.

Deze indicator sluit aan bij de strategie van het segment Grote Ondernemingen, waar gemeenten en provincies ook onder vallen. Deze strategie richt zich op individuele klantbehandeling en beoogt een passende behandeling ter afdekking van de risico’s, binnen de beschikbare capaciteit.

37

Conform afspraken in het financieel akkoord uit 2013 tussen het Rijk en decentrale overheden, zie ook Kamerstukken II 2012-2013, 33 400 B, nr. 7.

Licence