Base description which applies to whole site

3.5 Artikel 5 Werkloosheid

De overheid beschermt werknemers tegen de financiële gevolgen van werkloosheid en stimuleert hen het werk te hervatten.

De overheid biedt werknemers die hun baan verliezen en geheel of gedeeltelijk werkloos worden, bescherming tegen het verlies aan loon als gevolg van werkloosheid. Zij kunnen een beroep doen op een uitkering die voorziet in een tijdelijk inkomen om de periode van werkloosheid te overbruggen. Hiervoor zijn werknemers verplicht verzekerd op grond van de Werkloosheidswet (WW). Door middel van instrumenten als bijvoorbeeld de sollicitatieplicht, het besluit passende arbeid en inkomstenverrekening stimuleert de overheid een terugkeer naar werk.

Werklozen die bij instroom in de WW ouder zijn dan 60 jaar en 4 maanden, komen na afloop van hun WW-recht in aanmerking voor een uitkering op minimumniveau op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW).

Als het totale inkomen van de uitkeringsgerechtigde WW of IOW en diens eventuele partner onder het sociaal minimum ligt, kan de uitkeringsgerechtigde een toeslag ontvangen tot het sociaal minimum op grond van de Toeslagenwet (TW), zie beleidsartikel 2.

Werknemers in Caribisch Nederland ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen, neemt de overheid deze verplichting over.

De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinancierde uitkeringsregelingen. Daarnaast stimuleert de Minister met financiële instrumenten initiatieven die bijdragen aan de werking van de arbeidsmarkt. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Zij is in deze rollen verantwoordelijk voor:

  • de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;

  • de vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen;

  • het borgen van het activerend karakter van de regelingen en van hun bijdrage aan de werking van de arbeidsmarkt;

  • de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door UWV;

  • de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

Inrichting van Regionale Mobiliteitsteams

Als onderdeel van het aanvullend sociaal pakket ten tijde van de coronacrisis heeft het kabinet samen met werkgevers, werknemers, gemeenten en UWV een nieuwe aanpak ontwikkeld (publiek-private samenwerking) voor de inzet van aanvullende arbeidsmarktdienstverlening voor werkzoekenden en werkgevers door de inrichting van Regionale Mobiliteitsteams (RMT’s) in alle 35 arbeidsmarktregio's. De aanpak wordt ondersteund met tijdelijke middelen en een tijdelijke ministeriële regeling. In 2024 wordt de tijdelijke aanpak van de regionale mobiliteitsteams verlengd. Het kabinet werkt de hervorming van de regionale arbeidsmarktinfrastructuur verder uit om de overgang van werk-naar-werk en van uitkering-naar-werk verder te stimuleren. Hierbij staat niet de uitkeringssituatie centraal, maar de ondersteuning die iemand nodig heeft. De hervorming vraagt om een nadere uitwerking van diverse vraagstukken, waarbij de uitvoering en uitvoerbaarheid een belangrijke rol spelen.

Vereenvoudiging WW

In het kader van het traject om te komen tot vereenvoudiging binnen het thema werkloosheid is in 2023 een onderzoek uitgevoerd naar knelpunten in de WW zoals ervaren door werkzoekenden, werkgevers en UWV. Doel van het traject is om de WW te optimaliseren en beter te laten aansluiten op de behoeftes van uitkeringsgerechtigden, werkgevers en de uitvoering. Naar aanleiding van het overzicht van knelpunten uit de eindrapportage wordt in het traject verder gewerkt aan beleidsvarianten om de WW te verbeteren.

Onderzoek sollicitatieplicht WW

Het kabinet is voornemens om in 2024 een meerjarig onderzoek te starten naar de werking van de sollicitatieplicht in de WW, als invulling van de inspanningsplicht. Het onderzoek zal de effectiviteit van diverse varianten van invulling van de inspanningsplicht in de WW vergelijken (Kamerstukken II 2022/23, 26 448, nr. 717).

Risicomodel verwijtbare werkloosheid

De risicoscan verwijtbare werkloosheid is in 2022 volledig geïmplementeerd. UWV is bezig met het vervolgonderzoek naar de intensivering van de controle op verwijtbare werkloosheid. Dit onderzoek moet aantonen of de risicogerichte controle door middel van de risicoscan efficiënter is dan de 100% controle van alle aanvragen en van andere (in het onderzoek betrokken) manieren van controleren. De resultaten van dit onderzoek worden eind 2023 verwacht.

Dienstverlening aan huis door pgb-houders

In 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) geoordeeld dat pgb-dienstverleners die minder dan vier dagen werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst verplicht verzekerd zijn voor de WW en de overige werknemersverzekeringen (zie ook Kamerstukken II 2022/23, 26 448, nr. 717). Samen met het Ministerie van VWS, UWV, SVB en de Belastingdienst worden de gevolgen van de uitspraak en de benodigde aanpassingen in kaart gebracht. Het doel is om de wetgeving in lijn te brengen met de uitspraak.

IOW verlenging

In de Kamerbrief over de voortgang van de uitwerking van het arbeidsmarktpakket (Kamerstukken II 2022/23, 29 544, nr. 1176) is de verlenging van de werkingsduur van de IOW aangekondigd. De mogelijkheid tot instroom in de IOW zou daarmee met ingang van 1 januari 2024 verlengd worden met nog eens vier jaren, tot 1 januari 2028. Omdat een WW- of WGA-uitkering maximaal 2 jaren duurt, zou instroom in de IOW tot 1 januari 2030 mogelijk blijven.

Tabel 57 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

155.470

207.348

181.927

82.515

67.637

71.052

90.522

        

Uitgaven

162.714

206.567

186.375

82.515

67.637

71.052

90.522

        

Inkomensoverdrachten

       

Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW)

102.000

108.771

99.504

82.467

67.588

71.002

90.471

Cessantiawet (Caribisch Nederland)

46

51

49

48

49

50

51

Tijdelijke regeling tegemoetkoming Westhaven

45

250

102

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

       

Overige subsidies algemeen

561

505

600

0

0

0

0

Coordinatie arbeidsmarktdienstverlening

5.542

5.940

11.348

0

0

0

0

Subsidieregeling praktijkleren

445

9.000

8.500

0

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       

Scholing WW

11.900

0

0

0

0

0

0

Arbeidsmarktdienstverlening

41.951

79.950

65.400

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

       

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

224

2.100

872

0

0

0

0

        

Ontvangsten

10.703

4.756

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

       

Restituties

10.703

4.756

0

0

0

0

0

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 58 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 5
 

2024

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0%

De uitgaven op artikel 5 Werkloosheid zijn voor 100% juridisch verplicht voor het jaar 2024. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten voor de IOW, de Cessantiawet (Caribisch Nederland) en de Tijdelijke regeling tegemoetkoming Westhaven.

Subsidies

De subsidieuitgaven zijn voor 100% juridisch verplicht. Het betreft overige subsidies algemeen voor de Ambachtsacademie, de subsidie praktijkleren en de projectsubsidies in het kader van de coördinatie arbeidsmarktdienstverlening (RMT's). Deze projectsubsidies zijn bedoeld om het organiserend vermogen van werkgevers- en werknemersorganisaties te versterken om mee te kunnen doen met de aanpak voor de aanvullende arbeidsmarktdienstverlening door regionale mobiliteitsteams.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdragen aan ZBO’s en RWT’s zijn 100% juridisch verplicht. Met de middelen voor arbeidsmarktdienstverlening wordt de personele inzet en het dienstverleningsbudget in de regionale mobiliteitsteams gefinancierd.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdrage aan agentschappen is 100% juridisch verplicht. Het betreft uitvoeringskosten RVO voor de subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg.

Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd

Tabel 59 Premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 5 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Verplichtingen

2.703.835

2.919.599

3.563.683

4.245.438

4.851.852

5.409.396

5.978.505

        

Uitgaven

2.703.835

2.919.599

3.563.683

4.245.438

4.851.852

5.409.396

5.978.505

        

Inkomensoverdrachten

       

WW

2.703.835

2.905.727

3.359.024

3.815.066

4.163.149

4.460.819

4.751.504

WW nominaal

0

0

190.787

416.500

674.831

934.705

1.213.129

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       

Scholing WW

0

13.872

13.872

13.872

13.872

13.872

13.872

        

Ontvangsten

164.000

180.000

214.603

243.776

274.833

306.203

328.373

        

Ontvangsten

       

Ufo

164.000

180.000

203.000

219.614

236.259

252.861

261.248

Ufo nominaal

0

0

11.603

24.162

38.574

53.342

67.125

Inkomensoverdrachten
Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW)

De IOW geeft werklozen die bij aanvang van de WW-uitkering 60 jaar en vier maanden of ouder zijn, na afloop van hun WW-uitkering recht op een vervolguitkering. Ook gedeeltelijk arbeidsgeschikten die bij aanvang van de loongerelateerde WGA-uitkering 60 jaar en vier maanden of ouder zijn, kunnen na afloop van hun loongerelateerde uitkering recht hebben op IOW.

De IOW is een tijdelijke regeling. Oudere WW’ers en WGA’ers zouden, na de beoogde verlenging van 4 jaren, in aanmerking kunnen komen voor een IOW-uitkering als zij vóór 1 januari 2028 werkloos of gedeeltelijk arbeidsongeschikt worden. De IOW wordt uitgevoerd door UWV.

Wie komt er voor in aanmerking?

  • Werklozen die bij aanvang van de WW-uitkering 60 jaar en vier maanden of ouder zijn en die recht hebben op meer dan drie maanden WW-uitkering, komen bij beëindiging van hun WW-uitkering wegens het bereiken van de maximale duur in aanmerking voor een IOW-uitkering.

  • Gedeeltelijk arbeidsgeschikte ouderen hebben na hun loongerelateerde WGA-uitkering recht op IOW als de loongerelateerde WGA is toegekend op of na het bereiken van de leeftijd van 60 jaar en vier maanden.

Hoe hoog is de IOW-uitkering?

Deze uitkering is maximaal 70% van het netto minimumloon. Dit is op 1 juli 2023 € 1.408,31 bruto per maand (exclusief vakantietoeslag). De uitkering kan lager zijn dan 70% van het netto minimumloon als:

  • De WW- of loongerelateerde WGA-uitkering lager was dan 70% van het minimumloon;

  • De betrokkene tijdens de IOW-uitkering andere inkomsten heeft, bijvoorbeeld loon of een andere uitkering.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitkeringslasten IOW dalen tussen 2023 en 2026 en nemen daarna weer toe. De daling van de uitkeringslasten tot en met 2026 is het gevolg van de recente lage werkloosheidscijfers die resulteren in lage WW-instroom van 60-plussers. Deze lage WW-instroom werkt met vertraging door in de volumes van de IOW. De stijging van uitkeringslasten vanaf 2027 is het gevolg van de verwachte toekomstige stijging van WW-volumes, die eveneens met vertraging doorwerkt in de IOW.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 60 Kerncijfers IOW
 

Realisatie 20221

Raming 2023

Raming 2024

Volume IOW (x 1.000 uitkeringsjaren)

7,3

7,3

6,8

1

Bron: UWV, kwantitatieve informatie.

Cessantiawet (Caribisch Nederland)

Werknemers in Caribisch Nederland die werkzaam zijn in de private sector ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen, neemt SZW deze verplichting over.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitgaven aan uitkeringen op grond van de Cessantiawet zijn vanwege de aard van de uitkering onvoorspelbaar. De uitgavenrealisatie van 2022 is meerjarig doorgetrokken.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 61 Kerncijfers Cessantiawet (Caribisch Nederland)
 

Realisatie 20221

Raming 2023

Raming 2024

Volume Cessantiawet (x 1.000 uitkeringen)

<0,1

<0,1

<0,1

1

Bron: RCN-unit SZW.

Tijdelijke regeling tegemoetkoming Westhaven

De Minister van SZW heeft een tijdelijke tegemoetkoming beschikbaar gesteld voor werknemers in de Westhaven. Deze tegemoetkoming is voor werknemers die als gevolg van de sluiting van de Hemwegcentrale hun baan zijn kwijtgeraakt en daardoor inkomensverlies lijden. De subsidieregeling is op 20 mei 2020 in werking getreden.

Wie komt er voor in aanmerking?

De werknemer die aan alle volgende eisen voldoet komt in aanmerking:

  • 1. De werknemer had een vaste dienstbetrekking;

  • 2. De werknemer was werkzaam bij de Hemwegcentrale of een daarmee nauw verbonden bedrijf in de kolenoverslag of afvoer van bijproducten in het Westhavengebied;

  • 3. De werknemer heeft de pensioengerechtigde leeftijd nog niet bereikt;

  • 4. De werknemer heeft zich voor dienstverlening gemeld bij het Mobiliteitscentrum Kolenketen Westhaven (MCKW) voor 1 september 2020;

  • 5. De werknemer is ontslagen of herplaatst tussen 1 oktober 2019 en 1 juli 2021; het ontslag of herplaatsing was het gevolg van de sluiting van de Hemwegcentrale; en

  • 6. De werknemer lijdt door het ontslag of herplaatsing inkomensverlies.

Hoe hoog is de uitkering?

De hoogte van de totale tegemoetkoming bedraagt maximaal 35% van het referentie jaarinkomen. De aanvraagperiode van de regeling liep tot 1 september 2021 en de financiële tegemoetkoming wordt uitgekeerd gedurende maximaal drie jaar.

Budgettaire ontwikkelingen

Voor deze regeling is cumulatief zo'n € 0,7 miljoen beschikbaar gesteld van 2021 tot en met 2024. Voor 2024 gaat het om een bedrag van € 102.000.

Werkloosheidswet

De WW verzekert werknemers tegen de financiële gevolgen van werkloosheid. Het verlies aan inkomen kan voor een bepaalde periode gedeeltelijk opgevangen worden met een uitkering. Het recht op een WW-uitkering duurt minimaal 3 maanden. De maximale duur is afhankelijk van het aantal jaren dat iemand heeft gewerkt voordat hij werkloos werd. Per jaar arbeidsverleden bouwt een werknemer de eerste tien jaar één maand recht op een WW-uitkering op. Vanaf tien jaar arbeidsverleden bouwt een werknemer met elk extra gewerkt jaar een halve maand recht op WW-uitkering op. Voor gewerkte jaren vóór 2016 geldt een overgangsrecht. De WW wordt uitgevoerd door UWV. Hoofdstuk 5.1, Sociale fondsen SZW, gaat nader in op de financiering van de uitgaven aan de WW.

Wie komt er voor in aanmerking?

Om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen moet een werknemer in ieder geval:

  • De AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt;

  • Verzekerd zijn voor de WW;

  • Minimaal vijf arbeidsuren per week kwijtraken (of voor wie minder dan tien uur per week werkte, minimaal de helft van de arbeidsuren);

  • Geen recht meer hebben op loon over die verloren arbeidsuren;

  • Beschikbaar zijn om te gaan werken;

  • Voldoen aan de wekeneis: in de 36 weken voor de eerste werkloosheidsdag in minimaal 26 weken in loondienst hebben gewerkt;

  • Geen ZW-uitkering, WAO-uitkering bij volledige arbeidsongeschiktheid of IVA-uitkering ontvangen;

  • Geen WGA-uitkering ontvangen (tenzij men naast de WGA-uitkering werkte, en die baan is kwijtgeraakt);

  • Zich tijdig registreren als werkzoekende bij het UWV WERKbedrijf;

  • Niet verwijtbaar werkloos zijn. Verwijtbaar werkloos is iemand die zelf ontslag heeft genomen of om een dringende reden is ontslagen. In dat geval krijgt de werknemer geen uitkering of een korting op de uitkering.

Hoe hoog is de WW-uitkering?

De eerste twee maanden bedraagt de uitkering 75%, daarna 70% van het WW-maandloon (dat maandloon wordt gebaseerd op het loon van de periode van 12 maanden voordat iemand werkloos werd). Inkomsten uit arbeid worden gedeeltelijk verrekend, zodat het totale inkomen toeneemt naarmate de WW-gerechtigde meer werkt. De hoogte van het maandloon is gemaximeerd, waardoor de 75%-uitkering per 1 juli 2023 maximaal € 4.315,80 bruto per maand bedraagt en de 70%-uitkering maximaal € 4.028,08 (beide bedragen inclusief vakantietoeslag).

Budgettaire ontwikkelingen

De WW-uitgaven ademen met de werkloosheid mee. Naar verwachting vindt komende jaren een geleidelijke toename van de werkloosheid plaats. Hierdoor lopen de WW-uitgaven de komende jaren op.

Beleidsrelevante kerncijfers

Naar verwachting zal het WW-volume in 2024 hoger liggen dan in 2023 (zie ook tabel 62). Er wordt een stijging van de WW-instroom verwacht, wat resulteert in een oplopend volume in 2024.

Tabel 62 Kerncijfers WW
 

Realisatie 20221

Raming 2023

Raming 2024

Volume WW (x 1.000 uitkeringsjaren)

133

131

150

Aantal lopende WW-uitkeringen (x 1.000, ultimo)

149

170

190

Aantal WW-instromers (x 1.000)

229

250

272

 

waarvan nieuwe uitkeringen (x 1.000)

205

2

2

 

waarvan herleefde uitkeringen (x 1.000)3

24

2

2

Aantal beëindigde WW-uitkeringen (x 1.000)

272

229

251

1

Bron: UWV, kwantitatieve informatie.

2

Dit getal wordt niet geraamd.

3

Wie na afloop van een WW-uitkering binnen 26 weken weer werkloos wordt, kan de oude WW-uitkering weer terugkrijgen. Dit wordt «herleving» genoemd.

Tabel 63 Kerncijfers uitstroom uit de WW gerelateerd aan werk1
 

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Aandeel uitstroom gerelateerd aan werk binnen 12 maanden2

42

44

47

 

waarvan leeftijd bij instroom jonger dan 55 jaar

45

46

50

 

waarvan leeftijd bij instroom 55 jaar en ouder

31

32

35

Aandeel uitstroom gerelateerd aan werk binnen 3 maanden

22

21

23

Bron: Berekening door UWV.

1

De definitie van deze tabel is aangepast ten opzichte van voorgaande jaren. Alle werkgerelateerde uitstroom wordt nu meegerekend. Deze tabel onderschat de daadwerkelijke werkhervatting vanwege een vertragingseffect in de registratie en vanwege het ontbreken van gedeeltelijke werkhervatting.

2

Het aandeel uitstroom wordt berekend door het cohort uit het voorgaande jaar 12 maanden te volgen.

Handhaving

UWV zal zich ook in 2024 inzetten voor het verbeteren van de handhaving in de WW. Naar aanleiding van de doorlichting van de WW op misbruikrisico’s zet UWV in op de aanpak van een aantal prioritaire risico’s, zoals het niet doorgeven van inkomsten tijdens de uitkering of het fingeren van dienstverbanden. De aanpak is op hoofdlijnen gepresenteerd in het Meerjarenplan Handhaving van UWV dat als bijlage bij de Stand van de Uitvoering december 2022 (Kamerstukken II 2022-2023, 26 448, nr. 693) aan de Kamer is aangeboden. Deze aanpak wordt gecomplementeerd met meer aandacht voor preventie. Door goede voorlichting aan uitkeringsgerechtigden kunnen immers veel fouten worden voorkomen.

Binnen de handhavingsaanpak van de WW vormen risicoscans een belangrijk instrument. Op dit moment heeft UVW drie scans ontwikkeld. Het gaat om de risicoscans gericht op het opsporen van verwijtbare werkloosheid en verblijf buiten Nederland. Daarnaast wordt via de sollicitatiescan dienstverlening ingezet om sollicitatie-inspanningen van uitkeringsgerechtigden te verbeteren. In de Stand van de uitvoering van juni 2023 heeft de Minister van SZW de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken rondom de implementatie en het gebruik van deze scans.

De kerncijfers in tabel 64 zijn toegelicht in het jaarverslag SZW 2022.

Tabel 64 Kerncijfers WW (fraude en handhaving)
  

Realisatie 2020

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Preventie

Gepercipieerde detectiekans (%)

611

792

702

Kennis van de verplichtingen (%)

911

932

932

Opsporing3

Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)

2,8

4,5

3,6

Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)4

0,8

0,8

1,0

Totaal benadelingsbedrag (x 1 mln)

3,6

3,7

4,4

Sanctionering3

Aantal waarschuwingen (x 1.000)

1

1,6

1,9

Aantal boetes (x 1.000)

0,6

0,7

0,8

Totaal boetebedrag ( x 1 mln)

0,8

1

1,2

  

Ontstaansjaar vordering

  

2020

2021

2022

Terugvordering3

Incassoratio boete + benadelingsbedrag ultimo 2022 (%)

44

42

32

1

Bron: I&O Research «Kennis der verplichtingen in de coronacrisis».

2

Bron: I&O Research «Kennis der verplichtingen en gepercipieerde detectiekans».

3

Bron: UWV, kwantitatieve informatie.

4

Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.

Subsidies

Overige subsidies algemeen

In 2024 staat subsidie voor de Ambachtsacademie (€ 0,6 miljoen). Deze middelen zijn afkomstig uit het amendement uit 2018 van leden Wiersma en Heerma (Kamerstukken II 2018/19, 35 000 XV, nr. 28) voor het verlengen van de ambachtsacademie. Na afronding zal deze subsidie worden stopgezet.

Coördinatie arbeidsmarktdienstverlening (RMT's)

De projectsubsidies zijn opgezet om het organiserend vermogen van werkgevers- en werknemersorganisaties te versterken om zo mee te doen met de aanpak voor de aanvullende arbeidsmarktdienstverlening door regionale mobiliteitsteams. Deze subsidies hebben werknemers en werkgeversorganisaties in staat gesteld een landelijke structuur in te richten voor de aansturing en het bieden van ondersteuning aan de desbetreffende organisaties die deelnemen aan de regionale mobiliteitsteams in de regio’s. Voor 2024 is in totaal € 11,3 miljoen beschikbaar voor de verlenging en de afronding van projectsubsidies die zijn gestart in de periode 2021 t/m 2023.

Subsidieregeling praktijkleren

Werkzoekenden en werkenden kunnen via praktijkleren in het mbo bij- of omgeschoold worden ter verbetering van hun directe en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. Bij praktijkleren in het mbo wordt werken gecombineerd met het doen van (een deel van) een mbo-opleiding resulterend in een praktijkverklaring, mbo-certificaat of mbo-diploma. Op grond van de Subsidieregeling praktijkleren in de derde leerweg kunnen werkgevers een vergoeding krijgen voor het realiseren van de benodigde leerbaan. Voor 2024 is € 8,5 miljoen beschikbaar om werkgevers achteraf voor deze kosten te vergoeden.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Scholing WW

Er is jaarlijks € 13,9 miljoen beschikbaar voor het financieren van scholing voor WW-gerechtigden richting een krapteberoep. Deze scholingstrajecten worden ingezet voor werklozen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie.

Arbeidsmarktdienstverlening (RMT's)

In 2024 wordt de tijdelijke aanpak van de regionale mobiliteitsteams verlengd. Vanuit dit budget worden de personele inzet in de regionale mobiliteitsteams en het dienstverleningsbudget gefinancierd. In 2024 is € 33,5 miljoen beschikbaar voor de personele inzet en € 21 miljoen voor het dienstverleningsbudget. Voor het doen van nabetalingen over 2023 is € 10,9 miljoen beschikbaar in 2024.

Bijdrage aan agentschappen

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland voert de subsidieregeling Praktijkleren in de derde leerweg uit. Hiervoor ontvangt deze partij reeds € 0,87 miljoen in 2024.

Ontvangsten

Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo)

De overheid is eigenrisicodrager voor de WW. UWV verstrekt WW-uitkeringen aan voormalige overheidswerknemers en verhaalt deze uitkeringen vervolgens op de betrokken overheidswerkgever. Dit wordt als ontvangsten Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) op dit beleidsartikel van de begroting opgenomen. Voor 2024 verwachten we dat deze uitgaven toenemen ten opzichte van 2022, naar circa € 203 miljoen.

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, is er een fiscale regeling die betrekking heeft op dit beleidsterrein. Het betreft de Assurantiebelasting vrijstelling voor werkloosheidsverzekeringen. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regeling en voor de budgettaire middelen. Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de Fiscale regelingen’.

Licence