Base description which applies to whole site

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

A. ALGEMEEN

1 Gerealiseerde Uitgaven en Ontvangsten

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen over 2025 (x € 1 miljoen).Totaal € 59.531,88

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen over 2025 (x € 1 miljoen).Totaal € 3.368,38

1 2. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

Aan de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) over het jaar 2025 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken Slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en WetenschapR.Letschert

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

3. Leeswijzer

Het departementaal jaarverslag 2025 bestaat uit de volgende onderdelen:

  • een algemeen deel;

  • het beleidsverslag;

  • de jaarrekening;

  • de bijlagen.

Algemeen deel

Het algemeen deel bevat de aanbieding van het departementaal jaarverslag, het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2026 en de Regeling agentschappen 2024. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de baten-lasten agentschappen het baten-lastenstelsel.

Groeiparagraaf

Ten opzichte van het jaarverslag 2024 zijn, conform de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2026, de volgende wijzigingen aangebracht:

  • de bijlage moties en toezeggingen is komen te vervallen;

  • de bijlagen Caribisch Nederland en Nationaal Groeifonds worden vanaf nu gecentraliseerd opgenomen bij het beleidsverantwoordelijke ministerie. De bijlage Caribisch Nederland is te vinden bij het Ministerie van BZK en de bijlage Nationaal Groeifonds bij het Ministerie van EZ;

  • de Tweede Kamer heeft het thema «Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld» aangewezen als focusonderwerp voor de verantwoording over het jaar 2025. Dit onderdeel is opgenomen in het beleidsverslag.

Informatie in begroting, jaarverslag en andere relevante publicaties

De begroting en het jaarverslag zijn compacte documenten en voornamelijk toegespitst op de financiële informatie van het Ministerie van OCW. Ook wordt er ingegaan op de niet-financiële informatie waarmee aan de hand van monitorings- en evaluatiedata inzicht wordt geboden in de impact van het beleid en de publieke middelen die daarvoor worden ingezet.

Niet-financiële informatie

Binnen de niet-financiële informatie maakt het Ministerie van OCW gebruik van de Strategische Evaluatieagenda (SEA) en van beleidsindicatoren. De SEA wordt gebruikt om strategisch monitorings- en evaluatieonderzoek in te plannen over een periode van vier tot zeven jaar. Bevindingen uit deze rapportages helpen het Ministerie van OCW om aan te sturen op doeltreffend en doelmatig beleid. De agenda heeft een belangrijke rol in de evaluatie van het beleid over kabinetsperioden heen en vormt een belangrijk onderdeel van de publieke verantwoording. Dit gaat over maatschappelijke waarden: zijn de publieke middelen doelmatig besteed? Het Ministerie van OCW benut beleidsindicatoren om kwantitatief en meerjarig voortgang op haar prioritaire doelen te monitoren. Met beleidsindicatoren wordt de doeltreffendheid van het beleid gemeten: in het jaarverslag wordt met behulp van beleidsindicatoren verantwoord over het meetbare effect van het gevoerde beleid in het begrotingsjaar. Op OCWincijfers.nl wordt het verloop van deze resultaten over meerdere jaren transparant ontsloten.

Figuur 3 Schematische weergave van de informatie aan de Tweede Kamer gedurende de begrotingscyclus

Op Prinsjesdag ontvangt de Tweede Kamer de begroting van het Ministerie van OCW. Daarin staat op welke prioritaire doelstellingen (de beleidsprioriteiten) het Ministerie van OCW inzet, welk beleid het daarvoor inzet (subthema’s met daarbinnen maatregelen) en met welke beleidsindicatoren en onderzoeken het de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid monitort en evalueert. Voor de beleidsprioriteiten wordt gelijktijdig uitgebreidere verantwoordingsinformatie beschikbaar gemaakt op OCWincijfers.nl. Per subthema van de beleidsprioriteiten wordt daar een monitoringsmatrix beschikbaar gemaakt. Deze overzichten bevatten de doelomschrijving, belangrijke maatregelen, de financiële middelen en beleidsindicatoren die bij de maatregelen horen, de uitgevoerde en geplande (SEA-)onderzoeken en bijbehorende beleidsbrieven.

OCWincijfers.nl biedt gedurende het begrotingsjaar doorlopend inzicht in brede cijferinformatie over de OCW-beleidsterreinen, inclusief kencijfers die de staat van de OCW-sectoren monitoren, en beleidsindicatoren waarmee specifieke beleidsdoelstellingen gevolgd en verantwoord worden. Daarnaast vindt de Tweede Kamer daar verschillende monitors die een meerjarig beeld geven van de sectoren: de Cultuurmonitor, de Mediamonitor, de Erfgoedmonitor, de Emancipatiemonitor en de Lhbtiqa+-monitor. Als laatste zijn er dashboards beschikbaar. Het dashboard Financiële Positie van het Onderwijs bevat per verslagjaar informatie over de financiële positie van het onderwijs als geheel en per sector. Het dashboard Jaarrekeninggegevens biedt een meerjarig inzicht in de financiële gegevens uit de jaarrekeningen, financiële kengetallen en de continuïteitsparagraaf op bestuurs-, sector-, en landelijk niveau.  Alle informatie wordt doorlopend voorzien van de meest actuele cijfers.

Gedurende het jaar wordt de Tweede Kamer tussentijds geïnformeerd over de begrotingsuitvoering door middel van de Voorjaarsnota en de Najaarsnota. Deze informatie is beschikbaar via Rijksfinancien.nl. Daarnaast ontvangt de Tweede Kamer ook beleidsbrieven en -documenten en periodieke rapportages over samenhangende beleidsthema’s als onderdeel van de Strategische Evaluatie Agenda. In de monitoringsmatrices worden (sinds begroting 2026), op Prinsjesdag en Verantwoordingsdag, deze rapportages en brieven per subthema samengebracht.

In mei ontvangt de Tweede Kamer het Onderwijsverslag. In de Staat van het Onderwijs staat beschreven wat goed gaat en wat er beter kan in het onderwijs.

De derde woensdag in mei is het Verantwoordingsdag. De Tweede Kamer ontvangt dan het jaarverslag van het Ministerie van OCW. Aan de monitoringsmatrices op OCWincijfers.nl worden dan de belangrijkste resultaten over het begrotingsjaar toegevoegd. Voor veel van de beleidsindicatoren is er dan ook data over het begrotingsjaar beschikbaar, waarmee er kan worden gereflecteerd op het gevoerde beleid.

Beleidsverslag

Het beleidsverslag kent de volgende onderdelen:

  • de beleidsprioriteiten;

  • de beleidsartikelen;

  • de niet-beleidsartikelen;

  • de bedrijfsvoeringparagraaf.

De beleidsprioriteiten

In het onderdeel over de beleidsprioriteiten wordt teruggekeken op de activiteiten die hebben plaatsgevonden in 2025. Hierbij wordt per beleidsprioriteit aangegeven welke concrete stappen zijn genomen, onderbouwd met kwantitatieve informatie op basis van de in het jaarverslag 2025 opgenomen beleidsindicatoren.

Verder bevat het onderdeel beleidsprioriteiten een overzicht van gerealiseerde periodieke rapportages en beleidsdoorlichtingen (SEA), een overzicht van risicoregelingen, de openbaarheidsparagraaf en een overzicht met de grootste posten met onderuitputting. De Tweede Kamer heeft voor 2025 het onderwerp ‘Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld’ aangewezen als focusonderwerp. Hierop wordt ingegaan in het laatste onderdeel van de beleidsprioriteiten.

De beleidsartikelen

De beleidsartikelen bestaan uit de volgende onderdelen:

  • een algemene doelstelling met een toelichting daarop;

  • een passage gewijd aan de verantwoordelijkheid van de minister;

  • relevante kengetallen;

  • de beleidsconclusies;

  • de tabel budgettaire gevolgen van beleid;

  • een toelichting op de financiële instrumenten.

Tabel «budgettaire gevolgen van beleid»

De tabel «budgettaire gevolgen van beleid» bevat een vaste indeling naar soorten financiële instrumenten volgens de Rijksbegrotingsvoorschriften. In de kolom «Vastgestelde begroting» is de stand weergegeven van de ontwerpbegroting (Prinsjesdag) plus de mutaties die bij een nota van wijziging, amendement of motie ten opzichte van de ontwerpbegroting (dus na Prinsjesdag, maar voor de mutaties Eerste Suppletoire Begroting) zijn aangebracht.

Relatie verplichtingen versus uitgaven

In de tabel budgettaire gevolgen van beleid staan naast de uitgaven en de ontvangstenmutaties ook verplichtingenmutaties. Bij de verplichtingen wordt ook aangegeven welk deel garantieverplichtingen betreft. Het gaat hier met name om zogenaamde garanties voor her- en nieuwbouw bij onderwijsinstellingen en musea in het kader van schatkistbankieren, kredietgaranties/verzekeringen in de cultuursector en de garanties voor de rekening courantlimieten die instellingen aanhouden bij het Ministerie van Financiën. Bij kredietgaranties/verzekeringen moet gedacht worden aan een indemniteitsregeling voor kunstvoorwerpen die op uitleenbasis in een Nederlands museum zijn tentoongesteld.

Toelichting financiële instrumenten

In de toelichting op de financiële instrumenten zoals opgenomen in de tabel budgettaire gevolgen van beleid worden de voornaamste verschillen verklaard tussen de oorspronkelijke begroting en de realisatie. De kasuitgaven zijn voor deze toelichting leidend. In het algemeen is er in de begroting sprake van een vaste verhouding tussen de verplichtingen en uitgaven die gerelateerd zijn aan het bekostigingsmoment voor scholen/instellingen. Er geldt daarom alleen een aanvullende, aparte toelichting voor de verplichtingenmutaties als er sprake is van een opmerkelijk verschil met de uitgavenmutaties. Hiervoor wordt het procentuele realisatieverschil bij de verplichtingen vergeleken met het procentuele realisatieverschil bij de uitgaven. En als het verschil tussen deze percentages meer dan 10 bedraagt, dan worden de verplichtingenmutaties apart toegelicht.

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt, indien relevant, op bondige wijze ingegaan op verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar. Voor de toe te lichten instrumenten wordt een keuze gemaakt op basis van financieel belang en/of politieke relevantie. Als norm voor financieel belang geldt de voorgeschreven staffel uit de Rijksbegrotingsvoorschriften. Indien mutaties al bij de Eerste, September of Tweede Suppletoire Begroting zijn toegelicht, worden deze hier niet herhaald.

De niet-beleidsartikelen

Er zijn twee zogenaamde niet-beleidsartikelen:

  • 1. op artikel 91 (Nominaal en onvoorzien) wordt een overzicht gegeven van de verdelingen van tijdelijk geparkeerde middelen, zoals de loon- en prijsbijstelling;

  • 2. op artikel 95 (Apparaat Kerndepartement) worden de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de apparaatskosten van de inspecties en adviesraden, baten-lastenagentschappen en een aantal zelfstandige bestuursorganen (zbo's) en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (rwt's) verantwoord.

De bedrijfsvoeringparagraaf

In de bedrijfsvoeringparagraaf wordt verslag gedaan over de bedrijfsvoering. De paragraaf bevat tevens de mededeling bedrijfsvoering. Deze heeft betrekking op het financieel- en materieel beheer en de daarvoor bijgehouden administraties.

Jaarrekening

De jaarrekening bevat de departementale verantwoordingsstaat, de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen, de jaarverantwoording van de agentschappen Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), het Nationaal Archief (NA), de saldibalans en de publicatie Wet normering topinkomens (WNT)-verantwoording.

Bijlagen

De volgende bijlagen zijn opgenomen:

  • toezichtrelaties zelfstandige bestuursorganen en rechtspersonen met een wettelijke taak;

  • afgerond evaluatie- en overig onderzoek;

  • inhuur externen;

  • financieel beeld van het onderwijs - landelijk en per sector;

  • bugettair overzicht Oekraïne.

B. HET BELEIDSVERSLAG

4. Beleidsprioriteiten

Een sterke basis en hoge kwaliteit

Wij hebben ons ook in 2025 ingezet om de kwaliteit van het onderwijs en de (fundamentele) wetenschap te versterken. Het doel blijft dat leerlingen en studenten de basisvaardigheden taal, rekenen-wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap beter gaan beheersen. Daarnaast was er ook blijvende inzet om de maatschappelijke impact van kennis uit onderzoek te vergroten.

Basisvaardigheden

Het doel in 2025 was dat leerlingen in het funderend onderwijs de basisvaardigheden taal, rekenen-wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap beter gaan beheersen. Dat is van groot belang voor een goede aansluiting op het vervolgonderwijs, de arbeidsmarkt en om goed mee te kunnen doen in de maatschappij. Op verschillende manieren is aan dit doel gewerkt. Zo krijgen scholen de subsidie verbetering basisvaardigheden om evidence-informed te werken aan de basisvaardigheden van leerlingen in het primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo). In totaal is nu 95% van de leerlingen bereikt. Daarnaast zijn in 2025 de definitieve conceptkerndoelen voor alle negen leergebieden opgeleverd, waardoor een belangrijke stap is gezet om tot een actueel en duidelijk curriculum en opdracht aan scholen te komen. Ook is evidence-informed onderwijs in 2025 op verschillende manieren gestimuleerd, bijvoorbeeld door hoogwaardige en betrouwbare kennis over effectief onderwijs toegankelijker te maken.

Verbetering van de onderwijskwaliteit in het mbo

Het doel van OCW is dat mbo-studenten na hun opleiding goed kunnen functioneren in de maatschappij, het beroep en, indien gewenst, soepel doorstromen naar het vervolgonderwijs. Om dit doel te bereiken is in 2025 verder gewerkt aan het versterken van de kwaliteit van het onderwijs en de examinering in de basisvaardigheden. Voor startende mbo-studenten is er geïnvesteerd om taal- en rekenachterstanden op korte termijn weg te werken. Daarnaast is gewerkt aan het herijken van de taaleisen voor Nederlands en de bijhorende examinering op basis van een adviesrapport van een expertgroep. Tot slot is het wetsvoorstel ten aanzien van de hernieuwde inrichting van het burgerschapsonderwijs eind 2025 voor advies aangeboden aan de Raad van State en heeft het wetsvoorstel over aanvullende eisen mbo-docenten basisvaardigheden in de tweede helft van 2025 de internetconsultatie doorlopen.

Consistente sturing en duidelijkheid in rollen en bekostiging

Wij willen zorgen voor helderheid in rollen van alle betrokkenen in het onderwijsveld. Wij werken aan wetgeving (zoals het wetsvoorstel ten aanzien van eisen aan bestuurders), en ook door financieringsstromen te bundelen. Er is gewerkt aan beleid op basis van vijf uitgangspunten die eerder beschreven zijn in de herijkingsbrief van 2024. Het gaat om (1) de overheid die regie neemt, (2) het opstellen van langjarige doelen, (3) structurele bekostiging voor structurele taken, (4) het belang van verdere professionalisering en (5) dat samenwerking de norm wordt. Ook zijn er inspanningen verricht om de leraar en de schoolleider een stevige stem te geven in onderwijskundige beslissingen die in de school worden genomen, variërend van dagelijkse acties in de klas tot aan strategische keuzes voor de hele organisatie. In lijn met deze visie hebben wij gewerkt aan structurele bekostiging voor structurele taken, bestedingsnormen, omvormen van de kleinescholentoeslag en aan het wetsvoorstel bevordering bestuurlijke kwaliteit en integriteit in het funderend onderwijs. Het conceptwetsvoorstel voor gerichte bekostiging stond begin 2025 open voor internetconsultatie en eind 2025 heeft de Raad van State hierop advies kunnen geven.

Lopende afspraken voor Caribisch Nederland

We werken aan toekomstbestendig beroepsonderwijs voor Caribisch Nederland. In 2025 is een wetsvoorstel voorbereid waarmee OCW komt tot één wettelijk stelsel voor Europees en Caribisch Nederland voor het mbo, volwassenonderwijs en voortijdig schoolverlaters.

Onderwijshuisvesting

We hebben gemeenten en schoolbesturen in 2025 ondersteund bij het dragen van verantwoordelijkheid voor de onderwijshuisvesting door professionalisering, standaardisatie, kennisuitwisseling en innovatie ten bate van schoolgebouwen. Zo is een wetsvoorstel, dat tot doel heeft gemeenten en schoolbesturen meer planmatig te laten samenwerken bij de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen, in 2025 naar de Tweede Kamer gestuurd. Daarnaast is het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting (NGF) van start gegaan met 27 innovatieve scholenbouwprojecten.

Nieuwkomersonderwijs

Door in te zetten op de kwaliteit en toegankelijkheid van het nieuwkomersonderwijs zorgen wij ervoor dat ook kinderen uit het buitenland die het Nederlands nog niet machtig zijn, onderwijs op hun niveau kunnen volgen en kunnen deelnemen en bijdragen aan de Nederlandse maatschappij. Wij zijn in 2025 gestart met de voorbereiding van een wetsvoorstel om het nieuwkomersonderwijs te bestendigen en te optimaliseren met name vanwege de toename van nieuwkomers. Ook is de wettelijke evaluatie van de tijdelijke onderwijsvoorzieningen voor Oekraïense ontheemden afgerond en zijn de onderwijsbepalingen in de implementatiewetgeving voor het Migratiepact naar de Tweede Kamer gestuurd. Verder heeft OCW bijgedragen door ondersteuning te bieden aan scholen en hen in staat gesteld om in noodsituaties nieuwkomers onderwijs te bieden, onder meer door het toekennen van tijdelijke nieuwkomersvoorzieningen. 

Dalende studentenaantallen

Onze inzet is om in (arbeidsmarkt)regio’s, waar de impact van de dalende studentenaantallen het grootst is, een kwalitatief goed en divers mbo-, hbo- en wo-aanbod beschikbaar te houden. Voor het mbo en hbo zijn daarom in 2025 financiële middelen voor vitale opleidingen in krimpregio’s ter beschikking gesteld, om te voorkomen dat in regio’s met dalende studentenaantallen cruciale hbo-opleidingen verdwijnen. De middelen ondersteunen maatregelen om vitale opleidingen te behouden, regionaal samen te werken en het aanbod beter te laten aansluiten op de arbeidsmarkt. Verder zijn met ingang van 2025 de kwaliteitsmiddelen van hogescholen en universiteiten structureel toegevoegd aan de vaste voet, dit ondersteunt de budgettaire stabiliteit en voorspelbaarheid.

Innovatie en digitalisering in het vervolgonderwijs

Door in te zetten op innovatie en digitalisering draagt OCW bij aan toekomstbestendige onderwijskwaliteit in het vervolgonderwijs. We hebben in 2025 hierop ingezet via het Nationaal Groeifonds (NGF) programma Npuls. Ook is gewerkt aan de borging van de cyberveiligheid in het mbo, hbo en wo om de digitale weerbaarheid te vergroten en een beschermde leer- en onderzoeksomgeving te bieden, onder andere met het programma MBO digitaal veilig en de voorbereidingen om het hbo en wo onder te brengen in de aanstaande Cyberbeveiligingswet (Ministerie van JenV). Daarnaast is met het programma Digitaal Bekwaam gewerkt aan de ict-bekwaamheid van onderwijsprofessionals. Tot slot is ingezet op het vergroten van het aandeel mbo-instellingen met practoraten om praktijkgericht onderzoek en innovatie te versterken.

Grip op internationale studenten

Het Wetsvoorstel internationalisering in balans (WIB) is doorgezet, in aangepaste vorm, om de positie van het Nederlands als onderwijstaal te gaan versterken. Naar aanleiding van de aangenomenmotie Krul c.s is een nota van wijziging bij de WIB geschreven: de toets anderstalig aanbod is niet langer van toepassing op het bestaande anderstalige aanbod. De nota van wijziging ligt momenteel voor bij de Raad van State voor advies. Verder is de Nederlandse inzet op gebalanceerde mobiliteit in Europa gecontinueerd. Mede op initiatief van Nederland wordt er onderzoek gedaan naar gebalanceerde mobiliteit waarbij zowel positieve als negatieve effecten worden meegenomen. Verder is het NL Scholarship programma, waarmee internationale diplomastudenten ondersteund worden om in Nederland te komen studeren, aangescherpt waardoor er gerichter wordt ingezet op het aantrekken van diplomastudenten die voor Nederland van maatschappelijke meerwaarde kunnen zijn.

Internationale samenwerkingen en kennisveiligheid

De investeringen in universiteiten, hogescholen, onderzoek, wetenschap en innovatie zijn verminderd. Er zijn daarom scherpe keuzes gemaakt waaronder de continuering op Europese en internationale samenwerking. Dit versterkt de positie van de Nederlandse wetenschap en de concurrentiepositie en geeft schaalvoordelen. Een belangrijk programma voor OCW op dit gebied is de Matchingregeling Horizon Europe. Dit is een regeling waarmee deelname aan Horizon Europe, een programma voor de financiering van onderzoek en innovatie, gestimuleerd wordt. NWO heeft daarnaast op ons verzoek het Tulp Fonds voor internationale topwetenschappers gelanceerd waarmee excellente topwetenschappers van buiten Europa naar Nederland worden aangetrokken. Ook zijn de investeringen in (internationale) grootschalige wetenschappelijke infrastructuren (GWI) voortgezet, bijvoorbeeld via de Nationale Roadmap GWI 2021, de Einstein Telescope en de aanvraag van EU-financiering voor de bouw van een AI-fabriek in Groningen. Internationale samenwerking betekent enerzijds openheid en toegankelijkheid en anderzijds het beschermen van de nationale veiligheid inclusief kennisveiligheid, zeker in deze tijd van oplopende geopolitieke spanningen. In 2025 hebben wij en de kennissector gewerkt aan het wetsvoorstel screening kennisveiligheid (onder andere de internetconsultatie en verschillende uitvoeringstoetsen), de versterking van het Loket Kennisveiligheid en het opstellen van landelijke risico-indicatoren voor kennisinstellingen. Ook is 17,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de instellingen om sensitieve kennis en technologie te beschermen en is gewerkt aan de Europese aanpak van kennisveiligheid.

Kennisontwikkeling voor Nederland

Het beleid van OCW is erop gericht de verbinding tussen kennisinstellingen en de samenleving te versterken en de economische en maatschappelijke impact van onderzoek en wetenschap middels valorisatie te vergroten. Wij stimuleren dit onder andere door de doorontwikkeling van de programma’s van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) te faciliteren en door het verhogen van het budget van het Kennis- en innovatieconvenant (KIC, in samenwerking met EZ). Ook liepen de Nationaal Groeifondsprojecten Biotech Booster en Big Chemistry in 2025 door. Een hoogtepunt daarin was de definitieve toekenning van de NGF-gelden aan Biotech Booster. Wij keren daarnaast de Faculty of impact (in samenwerking met EZ) beurs uit aan onderzoekers die ondernemerschap en wetenschappelijk onderzoek willen combineren. Ook is het werkplan van Open Science NL uitgevoerd. Daarnaast is de samenwerking tussen onderzoek en wetenschap met defensie versterkt zoals aangekondigd in de Defensie Strategie voor Industrie en Innovatie 2025-2029 (onder andere binnen de NWA en het KIC).

Samenwerking en profilering in de wetenschap

We hebben ingezet op efficiënte samenwerking tussen universiteiten, hierdoor is de toegankelijkheid en kwaliteit van onderwijs en onderzoek hoog gebleven. Door het verstrekken van financiële middelen voor sectorplannen hebben wij gestimuleerd dat instellingen landelijk samenwerken en gezamenlijke scherpe keuzes maken (taakverdeling en profilering). Sectorplannen dragen bij aan de kwaliteit van onderzoek en onderwijs. Ze dragen ook bij aan het creëren van rust en ruimte in het wetenschappelijke onderwijs en onderzoek door het bieden van vaste contracten. In 2025 hebben wij, op basis van de eindevaluaties van de sectorplannen 2019-2024, besloten om de middelen voor deze plannen te continueren in de rijksbijdrage aan de universiteiten.

Controle uitwonendenbeurs

Wij hebben besloten om alle financiële maatregelen, die tussen 2012 en juni 2023 genomen zijn op grond van de risicogerichte controlewerkwijze, terug te draaien. Alle boetes en terugvorderingen die tussen 2012 en juni 2023 zijn opgelegd aan studenten, die op basis van het voormalige selectieproces zijn geselecteerd, worden door ons terugbetaald. Studenten die hierdoor de uitwonendenbeurs zijn misgelopen, terwijl ze wel ingeschreven zijn gebleven op het adres waar ze gecontroleerd zijn, krijgen die uitwonendenbeurs alsnog. Dit is een complexe opgave die zorgvuldige voorbereiding vergt. Zo moeten er aparte ICT-applicaties worden ontwikkeld. Ook blijkt het niet altijd mogelijk om contact te leggen met (oud-)studenten, omdat contactgegevens ontbreken of verouderd zijn. Daarnaast moet er rekening gehouden worden met de omstandigheden van de (oud-)student, zoals het feit dat er (oud-)studenten zijn die achterstanden hebben in het aflossen van hun schuld bij DUO. Sinds september 2025 zijn wij begonnen met het uitvoeren van de eerste herzieningen en de daarbij behorende terugbetalingen. We werken aan een nieuw controleproces voor de uitwonendenbeurs. Er wordt toegewerkt naar een interventieladder met verschillende controle-instrumenten. Ook worden er stappen gezet om te komen tot een nieuw risicogericht selectiemodel.

Tegemoetkoming studenten uit leenstelselperiode

De tegemoetkoming voor studenten die zonder basisbeurs onder het leenstelsel hebben gestudeerd is een gebaar voor studenten in de periode dat er geen basisbeurs in het hbo en wo is geweest. Daarnaast keert de voucher vervangende tegemoetkoming vanaf 2025 een bedrag uit ter vervanging van de studievoorschotvoucher die de eerste vier cohorten studenten onder het leenstelsel konden inzetten voor een nieuwe opleiding. De uitvoering loopt nog een aantal jaar door. In 2025 is ook gewerkt aan het wetsvoorstel om een aanvullende tegemoetkoming, beschikbaar gesteld door kabinet Schoof, voor studenten die zonder basisbeurs onder het leenstelsel hebben gestudeerd mogelijk te maken.

Goed en voldoende onderwijspersoneel

Wij zetten middels de lerarenstrategie in op voldoende leraren en schoolleiders die goed zijn opgeleid, hun vakkennis bijhouden en met plezier in een aantrekkelijke omgeving werken.

Lerarenstrategie

Met de lerarenstrategie zetten wij in op aantrekkelijk werk en goed werkgeverschap voor goed opgeleide leraren, docenten en schoolleiders die met plezier werken in het onderwijs. Daarnaast werkt een groot aandeel po-, vo- en mbo-onderwijslocaties mee aan solidariteit en samenwerking in de onderwijsregio’s vanwege structurele tekorten aan onderwijspersoneel in een krappe arbeidsmarkt. Met ondersteuning van de Realisatie-Eenheid (RE) zijn er afspraken gemaakt over het aantrekken, opleiden, behouden en professionaliseren van onderwijspersoneel. De tekorten zijn ongelijk verdeeld tussen en binnen regio’s. In de ondersteuning wordt daarom door de RE gewerkt met een aanpak die ruimte laat voor regionale differentiatie.

Wij hebben in 2025 de opleiding en professionalisering van onderwijspersoneelondersteund via subsidies en beurzen, zoals de lerarenbeurs (4664 aanvragen) en de Subsidieregeling voor het opleiden van onderwijsondersteunend personeel tot leraar (SOOL) (759 aanvragen) waarmee onderwijsassistenten en leraarondersteuners worden geholpen bij het volgen van de opleiding tot leraar. Verder is in 2025, door de vertegenwoordiging van de beroepsgroep, het advies voor de herijking van de bekwaamheidseisen van leraren in het primair onderwijs (po), voortgezet onderwijs (vo) en docenten en instructeurs in het mbo opgeleverd, waarin de bekwaamheidseisen concreter en specifieker zijn geformuleerd. In het Opleidingsberaad Leraren coördineren we vervolgens samen met lerarenorganisaties, werkgevers en lerarenopleidingen de onderlinge samenwerking rond de ontwikkeling en bijstelling van kaders voor de opleidingen voor leraren.

Daarnaast wordt met de meerjarige campagne Werken met de Toekomst een positief en realistisch beeld van werken in het onderwijs geschetst. De zij-instroom via het traject Zij-instroom in Beroep blijft een gedegen stroom nieuwe leraren en docenten opleveren in alle sectoren en is de instroom op de pabo opnieuw gestegen. Om het aantrekkelijker te maken voor leraren die meer uren willen en kunnen werken, is een driejarige pilot gestart hoe meerurenmaatwerk daarbij helpt. Ook is er in het mbo in het kader van de Werkagenda mbo 2023-2027 ingezet op positieve ontwikkelingen op het gebied van de inschaling, werkdruk, en professionalisering van onderwijspersoneel en begeleiding van startend onderwijspersoneel. Tot slot is het wetsvoorstel Strategisch Personeelsbeleid en Arbeidsmarktmaatregelen naar de Raad van State verzonden.

Sociale veiligheid en gelijke behandeling

Wij hebben gewerkt aan sociale veiligheid en gelijke behandeling zodat iedereen in Nederland op een vrije en volwaardige manier kan deelnemen aan de samenleving. Zo is in 2025 verder uitvoering gegeven aan de OCW Agenda tegen Discriminatie en Racisme. Er zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd, onder andere naar de effectiviteit van maatregelen tegen discriminatie en racisme in de OCW-sectoren. Ten aanzien van het koloniaal verleden zijn verschillende beleidsintensiveringen met de middelen van het proces na de komma ingezet. Zo wordt een handreiking ontwikkeld voor docenten over hoe zij het koloniaal- en slavernijverleden in de klas kunnen behandelen en wordt gewerkt aan een bronnenbank.

Sociale veiligheid in het funderend onderwijs

Wij beogen de veiligheid van leerlingen en medewerkers in het funderend onderwijs verder te verbeteren. De ervaren veiligheid van leerlingen en medewerkers in het funderend onderwijs is hoog (95% ‒ 98%). Er is in 2025 gewerkt aan drie wetsvoorstellen die moeten zorgen voor een nadere inkleuring van de zorgplicht van schoolbesturen, de intensivering van de VOG-screening en een voorstel dat het landelijk zicht op de veiligheid van leerlingen in het funderend onderwijs verbetert. Verder investeerden wij in de sociale veiligheid op scholen via de instellingssubsidie stichting School & Veiligheid.

Sociale veiligheid mbo, hbo, wo en wetenschap

We hebben in 2025 ingezet op het voorkomen en aanpakken van ongewenst gedrag, zodat iedereen zich veilig voelt in het vervolgonderwijs en de wetenschap. Er is, samen met het veld een aanpak opgesteld voor een wettelijke zorgplicht en er is een wetsvoorstel meld- en overlegplicht voor zedenmisdrijven voorgelegd aan de Tweede Kamer. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar de klacht- en meldvoorzieningen van studenten en medewerkers in het hoger onderwijs. Met de eerste subsidieronde van het landelijk subsidieprogramma in het hoger onderwijs en de Werkagenda mbowordt verder ingezet op sociale veiligheid in het mbo binnen de instelling en in de beroepspraktijkvorming.

Informeel en veilig onderwijs

Net als in het reguliere onderwijs, moeten kinderen in het informele onderwijs zich veilig kunnen ontwikkelen en beschermd worden tegen ongewenste beïnvloeding. Wij hebben in 2025 uitvoering gegeven aan dit doel door middel van een aantal maatregelen. Zo worden organisaties gestimuleerd om een VOG aan te vragen voor al hun vrijwilligers die met kinderen werken om de (sociale) veiligheid te bevorderen. Verder moet het wetsvoorstel toezicht informeel onderwijs, waarvan de internetconsultatie in 2025 was afgerond, regelen dat er kan worden opgetreden bij onveilige situaties in het informeel onderwijs.

Tegengaan stagediscriminatie in het vervolgonderwijs

Wij willen stagediscriminatie in het onderwijs tegengaan zodat iedere student gelijke kansen krijgt om zijn of haar opleiding succesvol af te ronden. Met het Stagepact mbo en het Manifest en Werkprogramma tegen stagediscriminatie in het hbo en wo hebben wij ook in 2025 inspanningen verricht om dit doel te bereiken. Hierin staan afspraken met onderwijsinstellingen, werkgevers en andere partijen over maatregelen tegen stagediscriminatie. De Tweede Kamer is in de Kamerbrief over de midterm review van de Werkagenda mbo geïnformeerd over de voortgang van het Stagepact mbo

Perspectief en zekerheid voor wetenschappers

Om divers talent voor de wetenschap te ontwikkelen, aan te trekken en te behouden is gewerkt aan meer werkzekerheid, erkenning en waardering voor personen in de wetenschap. Met het programma Erkennen & Waarderen ontstaat er ruimte voor de erkenning en waardering van verschillende kwaliteiten die wetenschappers kunnen hebben. Universiteiten ontvingen daarnaast ook geld om de positie, ondersteuning en onderzoekstijd van jonge onderzoekers te verbeteren (amendement Bontenbal) en de werkdruk te verlagen (restant stimuleringsbeurzen en amendement Eerdmans). Verder is er in 2025 gewerkt aan een vervolg op het Nationaal Actieplan diversiteit en inclusie hoger onderwijs en onderzoek.

Protesten op universiteiten en hogescholen

Het Israëlisch-Palestijns conflict leidde in verschillende steden tot studentenprotesten. Universiteiten en hogescholen zijn op de proef gesteld omdat ze enerzijds ruimte willen bieden aan de protesten en zorgen dat deze in goede banen werden geleid en anderzijds een veilige leer- en werkomgeving willen bieden. Intensief contact tussen OCW, UNL, VH en individuele instellingen heeft geleid tot maatregelen om de veiligheid te vergroten.

Acceptatie, veiligheid en gelijke behandeling

Wij hebben nationaal ingezet voor gelijke behandeling en voor het versterken van persoonlijke vrijheden zoals keuzevrijheid en zelfbeschikking. Zo is er een versterkte aanpak lhbtiq+ veiligheid en zetten wij ons in voor een veilige schoolomgeving met als doel het gevoel van veiligheid van leerlingen en personeel te vergroten. Verder wordt de sociale acceptatie, veiligheid en emancipatie van lhbtiqa+ personen verbeterd op lokaal niveau door middel van het Programma Regenboogsteden. Ook zijn er verschillende allianties waarin wordt samengewerkt: Verandering van Binnenuit, Kleurrijk en Vrij en Act4respect.

Gelijke positie vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt

We hebben, met de uitvoering van de topvrouwenwet, ingezet op het bevorderen van een evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende posities in de publieke en private sectoren. Het bedrijfsleven wordt via de SER geholpen om te rapporteren over de genderbalans in de top van de private sector. In 2025 heeft een recordaantal bedrijven hierover gerapporteerd. Ook ligt het aantal vrouwelijke commissarissen bij beursgenoteerde bedrijven op 44%. Verder hebben wij ingezet op het verbeteren van de positie van financieel kwetsbare vrouwen onder andere via de alliantie Financieel Sterk door Werk, een onderzoeksprogramma Economische Veerkracht van vrouwen NWO en subsidies aan Single Super Mom. Daarnaast is met de alliantie Politica gewerkt aan een gelijkere representatie van vrouwen in de politiek.

Tegengaan van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld

Wij werken met verschillende maatregelen aan het voorkomen, signaleren en bestrijden van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld. Met de uitvoering van het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (NAP) wordt hier invulling aangegeven. Verder is het programma Veilige Steden uitgebreid om de veiligheid van vrouwen en meisjes in publieke ruimten te verbeteren.

Iedereen is nodig

Wij hebben inspanningen verricht zodat iedereen in Nederland zo goed mogelijk kan meedoen in de samenleving en ieders talent benut kan worden.

Passend onderwijs

Sinds de invoering van passend onderwijs in 2014 hebben scholen een zorgplicht en zijn samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor een dekkend netwerk van voorzieningen. Het doel is dat alle kinderen, met en zonder ondersteuningsbehoefte, een passende plek krijgen. Ook in 2025 is de verbeteraanpak passend onderwijs doorgezet met daarin 25 maatregelen gericht op het versterken en verbeteren van het stelsel van passend onderwijs. Deze aanpak is gericht op alle actoren in het stelsel, van leerlingen en ouders, tot scholen en samenwerkingsverbanden. Daarin worden zeven maatregelen met voorrang opgepakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om een wetsvoorstel voor het terugdringen van schoolverzuim van leerlingen, het vergroten van de mogelijkheden voor maatwerk en het komen tot een landelijke norm voor ondersteuning die alle scholen aan leerlingen moeten bieden.

Betere doorstroom naar en binnen het voortgezet onderwijs

Het funderend onderwijs is de basis voor een goede onderwijsloopbaan voor alle leerlingen. Daarbij is het van belang dat het verschil in onderwijspositie tussen leerlingen op basis van hun ouders’ onderwijspositie afneemt. Zo wordt met de subsidieregeling Verbinding po-vo gestimuleerd dat po- en vo-scholen samenwerken om de overgang van po naar vo soepeler te laten verlopen. Ook is er een handreiking ontworpen om scholen te ondersteunen bij het geven van schooladviezen in groep 8. Daarnaast is gewerkt aan het vergroten van de aantrekkingskracht van schoolvestigingen met een breed aanbod aan onderwijsrichtingen op één locatie.

Maatschappelijke diensttijd (MDT)

MDT biedt jongeren tussen de 12 en 30 jaar de kans om hun talenten te ontwikkelen, vrijwillig iets te betekenen voor een ander of de samenleving en mensen te ontmoeten buiten hun eigen leefwereld. Na het eerdere voornemen in het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof om de subsidie voor MDT af te schaffen, leidde het amendement Bontenbal c.s. tot het opnieuw opnemen van structureel jaarlijks €130,0 miljoen beschikbaar voor MDT. Vanuit de subsidieregeling 2025 zijn er 85 projecten gehonoreerd. Hierdoor zijn ruim 61.000 MDT-trajecten gefinancierd en waren er ongeveer net zo veel deelnemers.

Sociaal domein

Onze inzet is dat leerlingen zich kunnen focussen op leren en ontwikkelen en dat leraren zich kunnen richten op het bieden van goed onderwijs. Met programma’s als de Brugfunctionaris en School & Omgeving werken wij aan het wegnemen van de effecten van negatieve omgevingsfactoren in de klas en het bieden van extra activiteiten buiten en aanvullend op de schooltijd. De Gelijke Kansen Alliantie (GKA) werkt samen met coalities van verschillende partijen aan interventies om onderwijskansen te bevorderen. Voor het programma Schoolmaaltijden is €130,0 miljoen aan subsidie verstrekt aan het Jeugd Educatie Fonds en het Nederlandse Rode Kruis voor het programma in Europees Nederland. Daarnaast is € 1 miljoen ingezet op Caribisch Nederland. Het programma beoogt dat leerlingen met een gevulde maag lessen volgen. Een kind kan immers beter leren met een gevulde maag.

Waardering voor kennis en kunde

Wij willen dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontplooien en hun kansen op duurzaam werk vergroten. Om dit te bereiken hebben wij met de Werkagenda mbo en met partijen in en rond het mbo inspanningen verricht voor een gelijkwaardige behandeling van mbo-studenten. Steeds meer mbo-studenten nemen deel aan het studentenleven en mbo-instellingen introduceren collegekaarten. Ook zijn met de Werkagenda mbo maatregelen getroffen die bijdragen aan gelijke kansen in het mbo. Maar nog niet alle (groepen) studenten profiteren van de inzet: er zijn grote verschillen tussen en binnen instellingen. Daarnaast is er ook in 2025 ingezet omvoortijdig schoolverlaten (vsv) te voorkomen en terug te dringen. Ook is de Wet van school naar duurzaam werk die jongeren ondersteunt bij de overgang van het onderwijs naar de arbeidsmarkt in 2025 aangenomen door de Tweede Kamer en op 1 januari 2026 in werking getreden.

Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst

We hebben als doel dat iedere student in elke regio nu en in de toekomst wordt opgeleid om een waardevolle bijdrage te leveren aan de samenleving en de economie, passend bij de talenten van de student. Vanuit de Werkagenda mbo is er in 2025 op verschillende manieren ingezet op het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Zo is verder ingezet op een goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) wat bijdraagt aan een optimale match tussen capaciteiten, affiniteiten en arbeidsmarktperspectief. Ook hebben wij in 2025 samen met partners uit onderwijs en bedrijfsleven gewerkt aan het bbl-offensiefvoor het versterken en bekender maken van de bbl. In 2023 zijn er in het Stagepact mbo afspraken gemaakt over voldoende stages van goede kwaliteit, het tegengaan van stagediscriminatie en stagevergoedingen. In 2025 is onverminderd gewerkt aan uitvoering van deze afspraken. Daarnaast werken wij met hbo-en wo-instellingen aan meer regie op het landelijke opleidingsaanbod om in tijden van krimp en krapte een effectief, doelmatig en toegankelijk opleidingsaanbod te behouden. Tevens zijn in het hbo in de domeinen onderwijs, zorg en techniek middelen ingezet om de instroom te verhogen, uitval te verminderen en de aansluiting van opleidingen met de arbeidsmarkt te verbeteren.

Leven lang ontwikkelen (LLO)

Met de beleidsagenda LLO werken wij om werkenden en werkzoekenden de mogelijkheid te geven om blijvend bij te kunnen bijdragen aan de maatschappij. In 2025 is vanuit het NGF besloten de tweede tranche middelen voor het LLO Collectief ter waarde van € 43,0 miljoen definitief toe te kennen. Ook is de loopbaanpagina Leeroverzicht ontwikkeld ten behoeve van het oriënteren op werk en welke scholing hierbij hoort, waaronder ook een doorverwijzing scholingsadvies (werkcentra) en sectorale ontwikkelpaden. Om te werken aan een meer op vaardigheden gerichte arbeidsmarkt is een gemeenschappelijke skillstaal ontwikkeld. De eerste versie van deze taal, CompetentNL, is in 2025 opgeleverd. Daarnaast is ingezet op de opschaling van publiek-private samenwerking op het gebied van LLO en is met LLO Katalysator geïnvesteerd in de samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs. Tot slot is deverkenning naar een gerichte uitbreiding van de wettelijke taak met betrekking tot bij- en omscholing voor het vervolgonderwijs opgeleverd door een extern consortium.

Regionale samenwerking vo-mbo-hbo

Wij hebben regionale samenwerking gestimuleerd tussen het v(s)o, mbo en hbo, zodat leerlingen en studenten makkelijker doorstromen en iedereen de kans krijgt zich optimaal te ontwikkelen. In 2025 is er subsidie (€ 30,7 miljoen) vanuit de subsidieregeling Versterking Aansluiting Beroepsonderwijskolom (VABOK) beschikbaar gesteld voor samenwerkingsverbanden (v(s)o, mbo en hbo om de aansluiting te verbeteren van een opleidingsroute tussen v(s)o-mbo en mbo-hbo. Deze subsidie zetten samenwerkingsverbanden in voor de programmatische aansluiting binnen de beroepsonderwijskolom, een doorlopende LOB-lijn en bovensectorale activiteiten.

Nationaal Versterkingsplan Microchip-talent

Wij willen, met het Nationaal Versterkingsplan van Microchip-talent, zo snel mogelijk extra technisch talent opleiden, die hun werkkring daadwerkelijk kiezen in de microchipindustrie. Vanuit de vier regio’s: Brainport, Twente, Zuid-Holland en het Noorden is ingezet op het initiële onderwijs en LLO, zodat het extra technische talent voor de schaalsprong van de industrie wordt opgeleid.

Brede welvaart

Het CBS stelt sinds 2021 departementale factsheets brede welvaart op, ter ondersteuning van de integratie van brede welvaart in overheidsbeleid, als aanvulling op de al langer bestaande Monitor Brede Welvaart (sinds 2017). Sinds 2025 worden deze factsheets uitgebracht als bijlage bij het jaarverslag. De OCW factsheet laat een breed spectrum van OCW-beleidsterreinen zien in de vorm van indicatoren die een relatie hebben met (het streven naar) brede welvaart. Zo speelt bijvoorbeeld kwalitatief goed onderwijs en een leven lang ontwikkelen voor iedereen een sleutelrol in het realiseren van brede welvaart. De factsheets zullen we blijven gebruiken bij het monitoren van brede welvaart.

Klimaat en energie

OCW heeft als doel dat iedereen meekan in de klimaat- en energietransitie en dat bestaande ongelijkheden in onderwijs, cultuur en wetenschap niet vergroot worden. HetProgramma Onderwijshuisvesting(POHV) heeft gezorgd voor meer kennisdeling, standaardisatie en opschaling van bewezen aanpakken om de beschikbare middelen voor de verduurzaming van scholen zo doelmatig mogelijk te besteden. De Routekaart Duurzame Cultuursector en het Kennis- en Innovatieplatform Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed helpen de culturele sector te verduurzamen. Daarnaast investeerden OCW en VRO in de versterking van duurzaamheidsleningen bij het Nationaal Restauratiefonds voor monumentaal maatschappelijk vastgoed. Wij werken aan betekenisvolle jongerenparticipatie via de challenge Duurzaamheid in het Onderwijs en de organisatie van jongerentafels. Via het Klimaatfonds startten wij met de uitvoering van de subsidieregeling Praktijkleren voor de energie- en klimaattransitie en het project Vrouwen in de techniek: versnellen gendergelijkheid in het onderwijs.

Versterking culturele en creatieve sector

Cultuur is een onmisbaar onderdeel van een democratische samenleving en de culturele en creatieve sector, zoals media, design en podiumkunsten, dragen bij aan het verdien- en concurrentievermogen van Nederland. Wij hebben inspanningen verricht in 2025 om een sterker cultureel en creatief klimaat te creëren.

Bibliotheken en leesbevordering

In 2025 is blijvende inzet verricht om een toekomstgerichte bibliotheek in elke gemeente te realiseren. Tevens is er geïnvesteerd in het versterken van de samenwerking tussen bibliotheken en het onderwijs. Zo is de structurele financiering voor de aanpak Bibliotheek op School (DBoS) geregeld en is gewerkt aan de wijziging van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) waarbij een zorgplicht voor gemeenten en provincies wordt geïntroduceerd om te zorgen voor voldoende en volwaardige bibliotheekvoorzieningen op redelijke afstand van inwoners. 

Archiefwet

De Archiefwet 1995 wordt gemoderniseerd, zodat ze beter uitvoerbaar wordt. Met de modernisering, en de versterking van het toezicht op de uitvoering van deze wet, wil het kabinet bevorderen dat overheidsorganisaties hun (digitale) informatie effectief gaan beheren. In 2025 hebben wij samen met de bestuurlijke en professionele belanghebbenden een meerjarig implementatieprogramma opgezet. Daarnaast is structureel geïnvesteerd in een selectieregister, en in het scholings- en onderwijsaanbod voor archief- en informatieprofessionals.

Erfgoed

We hebben in 2025 ingezet om erfgoed door te geven in goede staat aan volgende generaties. Zo is op het monumentenbeleid de Subsidie instandhouding monumenten (Sim) opgehoogd en is een Rijkssubsidieregeling voor grote restauraties aangekondigd. Verder zijn ook de leenmogelijkheden voor eigenaren via het Nationaal Restauratiefonds versterkt. Daarnaast is in 2025 een nieuw Rijksmuseum aangekondigd: Panorama Mesdag, dat gaat zorgen voor een nieuw deel van de Rijkscollectie.

Cultuurbeoefening

We hebben gewerkt aan een gezonde infrastructuur voor cultuurbeoefening binnen het onderwijs in Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Van de eerste kennismaking op jonge leeftijd – via cultuureducatie op school en cultuurbeoefening in de vrije tijd – naar amateurkunstverenigingen of erfgoedparticipatie voor (jong)volwassenen.  Hiervoor zijn begin 2025 afspraken gemaakt tussen OCW, VNG en IPO. De bestuurlijke afspraken zetten in op drie ambities: een sterk ecosysteem voor cultuurbeoefening, het centraal stellen van de cultuur- en erfgoedbeoefenaar en het versterken van de verbinding tussen cultuur en maatschappelijke opgaven.

Basisinfrastructuur 2025-2028

Wij willen een stevig en divers cultureel fundament voor de toekomst. Op 1 januari 2025 is de nieuwe subsidieperiode (2025-2028) voor de culturele basisinfrastructuur gestart. Samen met de rijkscultuurfondsen wordt een hoogkwalitatief cultureel aanbod ondersteund dat toegankelijk is en gespreid over het land. Op basis van onder andere het advies van de Raad voor Cultuur is bekeken welke verbeteringen vanaf 2029 in het subsidieproces nodig zijn. De eerste stappen zijn in 2025 gezet om de subsidietermijn van vier naar maximaal acht jaar te verlengen.

Eerlijke beloningen (fair pay) in de culturele sector

Per 2025 zijn extra middelen beschikbaar gesteld voor eerlijkere betalingen (fair pay). Culturele instellingen die vanuit de basisinfrastructuur (bis) subsidie van de Rijksoverheid ontvangen, zijn vanaf 2025 verplicht tot fair pay. Voor deze instellingen geldt dat zij zich per 1 januari 2025 moesten verbinden aan collectieve tariefafspraken.

Versterking mediasector en hervorming landelijke publieke omroep

We hebben inspanningen verricht om een veilige en vrije omgeving voor journalisten te creëren en iedereen in Nederland te voorzien van een onafhankelijke nieuwsvoorziening. Daarnaast is maatschappelijke weerbaarheid tegen desinformatie en het voorkomen van wantrouwen tegen onafhankelijke nieuwsvoorzieningeneen belangrijk doel.

Landelijke publieke omroep

In 2025 hebben we verder gewerkt aan de hervorming van het landelijke publieke omroepbestel zodat deze omroep ook in de toekomst zijn onmisbare rol in de samenleving kan vervullen. Zo is in 2025 het wetsvoorstel gepubliceerd waardoor de hervorming van de landelijke publieke omroep in de tijd mogelijk kan worden gemaakt door de huidige erkenningsperiode met twee jaar te verlengen tot en met 2028. Verder is ook gewerkt aan het wetsvoorstel waarmee vanaf 2027 de rijksmediabijdrage als gevolg van bezuinigingen wordt verlaagd.

Regionale en lokale journalistiek

OCW heeft in de regionale en lokale journalistiek geïnvesteerd door de lokale publieke omroepen te versterken en steun te verlenen aan fondsen voor onder meer onderzoeksjournalistiek en private media. Ook is er bijgedragen aan een veilige werkomgeving voor journalisten via PersVeilig. In 2025 is het wetsvoorstel versterking van de lokale publieke omroep aan de Raad van State aangeboden en is de concessie aan de RPO verleend.

Versterken Mediawijsheid

Ons doel is om te zorgen voor een mediawijze samenleving, waaronder weerbaarheid tegen desinformatie. In 2025 is, net als andere jaren, structureel geïnvesteerd in Netwerk Mediawijsheid. Het Netwerk werkt met vier maatschappelijke opgaven: (1) plezier, grip en profijt bij een leven in media, (2) digitale balans, (3) samen sociaal online en (4) weerbaarheid tegen desinformatie.

Werken aan publieke dienstverlening

We hebben gewerkt aan herstel van vertrouwen in de overheid, door consequent te werken met en vanuit de mensen voor wie het OCW-beleid geldt, en de professionals die met hen werken. Ook in 2025 heeft het programma OCW Open gewerkt aan transparantie over de totstandkoming van beleid en regelgeving, én reflectie op de gevolgen van beleid en regelgeving voor mensen en organisaties. Wij doen onder andere onderzoek naar maatwerk, stimuleren en richten processen in die bijdragen aan openheid en transparantie, organiseren luistersessies en bouwen aan een netwerk met het veld en samenwerking met de praktijk.  Daarnaast is Lerend OCW opgezet, een project naar aanleiding van de Controle Uitwonendenbeurs (CUB), om inzichtelijk te maken welke OCW-regelingen mogelijk leiden tot (indirecte) discriminatie. 

Realisatie periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen

Tabel 1 Realisatie periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen

BD/PR

Thema

Artikel(en)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Kamerstuk

PR

Strategische evaluatie kansengelijkheid

1,3

     

x

 

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/10/25/kiezen-voor-kansen-strategische-evaluatie-kansengelijkheid-in-het-funderend-onderwijs-2017-2023

PR

Lerarenbeleid primair en voortgezet onderwijs

9

  

x

    

https://www.rijksfinancien.nl/sites/default/files/extrainfo/beleidsdoorlichtingen_periodieke%20rapportages/2021%20Lerarenbeleid%20primair%20en%20voortgezet%20onderwijs.pdf

BD

Beleidsdoorlichting onderzoek en wetenschapsbeleid

16

  

x

    

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?did=2021D50248&id=2021Z23680

BD

Beleidsdoorlichting cultuurdeelname 2001-2020

14

   

x

   

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-3696e752cd8ba25841809a0f4f98241a3607104e/pdf

BD

Beleidsdoorlichting erfgoed

14

   

x

   

https://open.overheid.nl/documenten/ronl-2e02f5e61ee6fea213c1b5ab481537fb5f2f0116/pdf

PR

Cultuureducatiebeleid 2013-2022

14

     

x

 

https://open.overheid.nl/documenten/dpc-ecace0844bc4f3b7aeebcf88cfe5a086b46060ca/pdf

BD

Beleidsdoorlichting artikel 15 Mediabeleid

15

   

x

   

https://open.overheid.nl/overheid/openbaarmakingen/api/v0/attachment/ronl-ad5eb45bae61b7df1368aeebac57f304fc004eaa

PR

Periodieke rapportage emancipatiebeleid 2018-2025

25

      

x

https://open.overheid.nl/documenten/3e5dd2cb-ea4b-4dc7-9d72-98a8fb5051e7/file

Toelichting

Periodieke Rapportage Emancipatiebeleid 2018-2025Er is in 2025 één Periodieke rapportage afgerond, te weten de Periodieke rapportage Emancipatiebeleid. Deze evaluatie omvat drie conclusies en twee aanbevelingen.

Conclusies:

1. Het emancipatiebeleid heeft aannemelijk bijgedragen aan maatschappelijke verandering en tegelijk is de doeltreffendheid beperkt meetbaar en toerekenbaar.Veel beleid richt zich op het scheppen van de juiste voorwaarden voor maatschappelijke verandering door agendering, kennisdeling en samenwerking (i.p.v. directe gedragsverandering of harde regulering). Dit is het voorwaardenscheppende karakter van het beleid, en maakt harde effectmetingen en het vaststellen van causale verbanden lastig. De effectiviteit van het beleid kan dus vaak niet causaal worden vastgesteld. Tegelijk blijkt ook voor vrijwel elk deelgebied van het Emancipatiebeleid dat de gekozen instrumenten wel goed aansluiten bij wat bekend is over effectieve beleidsinterventies in de wetenschappelijke literatuur en dat maakt dat het beleid aannemelijk effectief is.

2 . Het voorwaardenscheppende karakter van emancipatiebeleid vraagt een rijkere kijk op doeltreffendheid.De traditionele benadering van doeltreffendheid, gericht op meetbare effecten en directe causaliteit, sluit beperkt aan bij de aard van emancipatiebeleid. Het beleid richt zich met name op structurele maatschappelijke veranderingen die zich pas op lange termijn en onder invloed van veel factoren en actoren voltrekken. Onderzoekers raden aan om doeltreffendheid breder te benaderen en hiervoor te kijken naar het 2019 model van ‘t Hart en Compton[1] met vier dimensies voor succesvol beleid (programmatisch, procedureel, politiek en duurzaam).

3. De doelmatigheid van het emancipatiebeleid is moeilijk te beoordelen, maar het beleid sluit goed aan bij wetenschappelijke inzichten in vergelijkbare contexten. 

De doelmatigheid is moeilijk te beoordelen, omdat de evaluatiestudies die er zijn daar geen uitspraken over doen en er geen systematische monitoring of effectmeting van de doelmatigheid is geweest. Een uitzondering hierop vormen de allianties. Deze zijn wel geëvalueerd en omvatten ongeveer 66% van het emancipatiebudget. De alliantieaanpak lijkt kostenefficiënter dan het afzonderlijk subsidiëren van losse organisaties en projecten. De betrokken onderzoekers  van de periodieke rapportage komen, op basis van de literatuurscan en de beleidsreconstructie, tot een afgewogen oordeel van de doelmatigheid, namelijk dat ondanks het ontbreken van onderzoek naar de letterlijke doelmatigheid wel gesteld kan worden dat het emancipatiebeleid werkt met een relatief beperkt budget, overwegend ‘zachte’ beleidsinstrumenten inzet en goed aansluit bij wetenschappelijke inzichten over wat werkt in vergelijkbare contexten. Verdere versterking van monitoring, prioritering en onderbouwing van keuzes is wel nodig om ook op termijn doelmatigheid zichtbaar en navolgbaar te maken.

Aanbevelingen:

  • 1. Formuleer en gebruik een levende beleidstheorie als fundament voor sturing, prioritering en samenwerking. Hierin moet oog zijn voor een breed perspectief op beleidssucces en aandacht voor intersectionaliteit en co-creatie.

  • 2. Bouw een evaluatiehuis dat past bij de aard en complexiteit van het emancipatiebeleid. Directe effectmetingen zijn bij voorwaardenscheppend beleid lastig, en daarom moet een proportionele, meerlaagse evaluatie-infrastructuur gebruikt worden om beleidsmaatregelen in samenhang te kunnen beoordelen.

[1] Compton, M. & t’ Hart, P. (2019) Great Policy Successes. Oxford University Press: Oxford.

Overzicht van risicoregelingen

Tabel 2 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande Garanties 2024

Verleend 2025

Vervallen 2025

Uitstaande garanties 2025

Garantie-plafond

Totaal plafond

Totaalstand risicovoorziening

7

Bouwleningen aan Academische Ziekenhuizen

87.666

0

12.709

74.957

176.631

14

Indemniteits-regeling

132.142

452.008

252.226

331.924

450.000

Totaal

 

219.808

452.008

264.936

406.881

626.631

Toelichting

Voor de academische ziekenhuizen is de garantieregeling sinds 1991 niet meer van kracht, met uitzondering van enkele op dat moment in gang gezette bouwprojecten. Sinds 1996 worden geen garanties meer verstrekt. Deze leningen hebben gemiddeld een looptijd van 40 jaar. Expiratie van deze leningen zal omstreeks het jaar 2035 volledig hebben plaatsgevonden.

De Indemniteitsregeling heeft tot doel een bijdrage te leveren aan het realiseren van tentoonstellingen van bijzonder belang of het tentoonstellen van bijzondere bruiklenen in Nederland door het beperken van de verzekeringskosten van musea. De garantstelling van het Rijk voor schade of verlies tot de eerste 30 procent van de verzekerde waarde (indemniteitsgarantie) van kunstwerken, verlaagt de verzekeringskosten van musea. Het risico is ook te verzekeren op de markt, maar de kosten zijn dan hoger, waardoor er minder budget voor tentoonstellingen overblijft. Daarnaast blijkt dat een indemniteitsgarantie ook als internationaal keurmerk fungeert: buitenlandse publieke en private eigenaren van museale objecten hechten aan de garantstelling vanuit het Rijk. Risicobeheersende maatregelen betreffen onder meer dat alleen erkende musea een aanvraag mogen doen op de indemniteitsregeling bij de Rijksdienst Cultureel Erfgoed die deze aanvraag, mede op basis van een risico-inventarisatie en -analyse, toetst.

Voor het Drents Museum in Assen is op basis van de Indemniteitsregeling een indemniteitsverklaring afgegeven voor de tentoonstelling «Dacia - Rijk van goud en zilver» van maximaal circa € 9 miljoen. Op 25 januari 2025 is het museum getroffen door een diefstal. Daarbij is een aantal stukken van de tentoonstelling ontvreemd die in bruikleen waren verkregen van The National History Museum of Romania. Op basis van de verzekerde waarde van deze objecten is de indemniteitssubsidie vastgesteld op circa € 5,7 miljoen en eind 2025 uitbetaald.

Tabel 3 Overzicht achterborgstellingen (bedragen x € 1.000.000)

Omschrijving

2024

2025

Achterborgstelling

408,8

411,0

Toelichting

Het Nationaal Restauratiefonds (NRF) verstrekt hypothecaire leningen aan monumenteigenaren van rijksmonumenten om restauraties uit te voeren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen laagrentende hypothecaire leningen uit het revolving fund en aanvullende financieringen om de gehele restauratieopgave gefinancierd te krijgen. De Achterborgovereenkomst NRF, en de garantie van het Ministerie van OCW, zien alleen toe op de aanvullende financiering. Door deze garantie kan het NRF financiering tegen een lagere rente aantrekken. Deze lagere rente wordt doorgerekend aan de monumenteigenaren zodat deze eigenaren gestimuleerd worden hun monument te restaureren. Aangezien er een algemeen belang is (gebouwen van nationaal belang) waar een individu lasten van ervaart (hoge onderhoudskosten, beperkte mogelijkheden tot modernisering, dure oplossingen voor bijvoorbeeld energiebesparende maatregelen), wordt gebruik gemaakt van ondersteunende maatregelen. Door middel van deze regeling wordt cultureel erfgoed in stand gehouden en wordt tegelijkertijd minder gebruik gemaakt van de subsidie die het NRF ook uitbetaald.

De NRF Achterborg kan in werking treden en tot daadwerkelijke kasverplichtingen komen wanneer de eigenaren van rijksmonumenten op grote schaal niet meer in staat zijn aan de rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen en het eigen vermogen van het NRF is uitgeput. Dit eigen vermogen (voornamelijk vanuit Revolverende Fondsen) is momenteel ruim voldoende voor de dekking van de uitstaande leningen onder de NRF Achterborgstelling.

Openbaarheidsparagraaf

Het Ministerie van OCW heeft in 2022, in het kader van verbetering van de Informatiehuishoudingen het transparanter maken van de organisatie, naast de reeds lopende trajecten, nieuwe initiatieven in gang gezet. Dit mede naar aanleiding van het verschijnen van het rapport Ongekend Onrecht en de inwerkingtreding van de Wet open overheid (Stb. 2021, 499 en Stb. 2021, 500) op 1 mei 2022.

Binnen het ministerie zijn deze ontwikkelingen ondergebracht bij het programma OCW Open dat vier jaar lang werkt aan de opdrachten die voortkomen uit de kabinetsreacties op de rapporten Ongekend Onrecht, Werk aan Uitvoering en Klem tussen balie en beleid (Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 229362, nr. 290 en 35387, nr. 2). Er wordt binnen dit programma gewerkt met een aantal deelprogramma’s, waaronder Informatievoorziening. Binnen het deelprogramma Informatievoorziening wordt gewerkt aan een transparanter OCW.

In 2024 is door middel van een reorganisatie de Afdeling Open Overheid opgericht (AOO). Deze afdeling is onderdeel van de directie WJZ en heeft ook een afdelingshoofd wat lid is van het MTWJZ. Het voormalig team Openbaarheid, wat voorheen onderdeel was van de afdeling ACW is in het geheel overgegaan naar de nieuwe afdeling. De reden hiervoor is het belang van het onderdeel Openbaarheid binnen het bestuursdepartement en ook de groei van het team Openbaarheid tot een aantal fte’s wat doorgaans is ondergebracht in een volwaardige afdeling. Tevens zorgt deze nieuwe organisatiestructuur voor kortere lijnen en is de afdeling zichtbaarder en dus makkelijker vindbaar en aanspreekbaar.

Samen met het programma OCW Open werkt AOO aan de verschillende actielijnen. Het programma OCW Open is daarbij verantwoordelijk voor de afstemming met het rijksbrede programma Open Overheid, ambtelijk vakmanschap, communicatie en de verbinding met de andere deelprogramma’s. De AOO is onderdeel van de juridische directie en dus verantwoordelijk voor de juridische validiteit van de actieve en passieve openbaarmaking.

Actielijn: Het actief openbaarmaken van beslisnota’sEén van die actielijnen is de implementatie van de interdepartementale beleidslijn om beslisnota’s bij Kamerstukken actief openbaar te maken (Kamerstukken II 2020/21, 28362, nr. 56). In een beslisnota zijn de overwegingen, alternatieven, relevante feiten en risico’s op een rij gezet voor de bewindspersoon. Door bij Kamerstukken deze beslisnota’s bij te voegen wordt het inzichtelijk en navolgbaar op welke manier beslissingen zijn genomen. Sinds 1 juli 2021 worden beslisnota’s bij Kamerstukken over wetgeving en beleidsvorming meegestuurd naar de Tweede Kamer en sinds Prinsjesdag 2022 geldt dit voor alle Kamerstukken. Deze manier van werken is inmiddels succesvol geïmplementeerd in het werkproces van de verschillende beleidsdirecties.

Actielijn: Implementatie van de Woo – Passieve en Actieve OpenbaarmakingEen tweede actielijn binnen het deelprogramma Informatievoorziening betreft de concern brede implementatie van de Wet open overheid (Woo). Per 1 mei 2022 is deze wet in werking getreden, met uitzondering van de actieve openbaarmakingsplicht voor specifiek in de wet genoemde documenten. Sinds die datum wordt uitvoering gegeven aan het inwerking getreden deel van de Woo.

Passieve Openbaarmaking (afhandelen van Woo-verzoeken)De Afdeling Open Overheid behandelt alle Woo-informatieverzoeken voor het bestuursdepartement en coördineert alle verzoeken gericht aan de buitendiensten. Uit de invoeringstoets die het Ministerie van Binnenlandse zaken heeft laten uitvoeren door SEO, blijkt dat het aantal Woo informatieverzoeken rijksbreed toeneemt in aantal en omvang. Dit geldt ook voor de Woo-informatieverzoeken aan het Ministerie van OCW. Kwantitatieve informatie over 2024 wordt afzonderlijk gerapporteerd in de Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk. Inmiddels werkt de AOO met de Woo-Hulptooling (Octobox) voor de afhandeling van Woo-verzoeken.

Actieve Openbaarmaking (van informatiecategorieën)De implementatie van de Woo houdt ook in dat uitvoering wordt gegeven aan de inspanningsverplichting om informatie actief openbaar te maken. De Woo verplicht het ministerie om overheidsinformatie uit eigen beweging openbaar te maken. Het gaat om een resultaatsverplichting om bepaalde informatiecategorieën bij ontvangst of opstellen binnen een bepaalde termijn actief openbaar te maken en om een inspanningsplicht om andere overheidsinformatie openbaar te maken. De inspanningsplicht geldt sinds 1 mei 2022. Rondom de inspanningsplicht is de directie Kennis in samenwerking met de AOO bezig om beleid op te stellen. De resultaatsverplichting treedt gefaseerd in werking. Het uitgangspunt is dat er vier tranches zijn waarvan er steeds één per keer in werking treedt. De eerste tranche is op 1 november 2024 met Koninklijk Besluit in werking getreden. Deze tranche bevat de volgende informatiecategorieën: Wetten en Algemeen Verbindende Voorschriften, overige besluiten van algemene strekking, informatie over de organisatie en werkwijze, bereikbaarheidsgegevens en vergaderstukken van de Staten-Generaal. De inwerkingtreding van deze tranche is zonder bijzonderheden gerealiseerd. Op dit moment is het samenwerkingsverband van AOO en OCW Open druk bezig met het voorbereiden van de inwerkingtreding van tranche 2.

De inspanningen zijn ook gericht op de technische aansluiting via de Woo-index en het herijken van processen binnen het Ministerie van OCW, opdat ontvangen en opgestelde documenten die onder de actieve openbaarmakingsverplichting vallen, straks tijdig worden gepubliceerd via de Woo-Index.

Momenteel wordt vanuit de interne bedrijfsvoering concernbreed samengewerkt aan het realiseren van de passende inhoudelijk/technische voorziening om actieve publicatie van de informatiecategorieën mogelijk te maken. Tevens wordt er interdepartementaal samengewerkt om tot een generiek Rijkspublicatieplatform te komen. Met dit generiek en gezamenlijk platform willen de betreffende departementen hun publicatielacune, die ontstaan is doordat de PLOOI publicatieomgeving een Woo-Index is geworden, oplossen. Het Ministerie van OCW ligt bij al deze ontwikkelingen op schema en volgt de interdepartementale voortgang op de voet.

Conform de Woo is een contactpersoon aangesteld voor het Ministerie van OCW waar burgers, bedrijven en instellingen terecht kunnen voor vragen over de beschikbaarheid van overheidsinformatie. De Woo-contactpersoon in onderdeel van de AOO.

Actielijn: Realisatie en inrichting van Woo-DashboardsHet Ministerie van OCW is aangehaakt bij de kopgroep voor het voorbereiden en komen tot afspraken tot het gaan hanteren van departementaal overstijgende Woo-Dashboards. Deze Dashboards verwerken alle gegevens rond de Woo en geven daarmee een accuraat en compleet beeld van hoe het staat met de openbaarmaking. Het streven is om gezamenlijk tot een effectieve en haalbare eenduidigheid te komen hoe een dergelijk dashboard in de praktijk vertaald kan worden naar de interne bedrijfsvoering.

Onderuitputting

1. Studiefinanciering

Deze onderuitputting wordt veroorzaakt door een lager aantal gebruikers van de studiefinanciering. Hier liggen verschillende oorzaken aan ten grondslag. Zo zijn er minder uitwonende studenten dan geraamd en heeft er een lager percentage studenten recht op een aanvullende beurs. Ook maken studenten steeds minder gebruik van de rentedragende lening. Als laatste zijn er minder tegemoetkomingen in 2025 uitbetaald dan eerder geraamd. Omdat de totale doelgroep van de tegemoetkoming niet wijzigt, is de verwachting dat de uitbetaling van deze tegemoetkomingen aan (oud-)studenten in 2026 zal plaatsvinden.

2. Nationaal Groeifonds (NFG) Nationale LLO-katalysator en Npuls (digitaliseringsimpuls), 8. NGF overige projecten en 12. NGF Ontwikkelkracht

Op de NGF-projecten LLO-Katalysator en Npuls is een deel van het beschikbare subsidiebudget in 2025 niet besteed. Op het NGF project Ontwikkelkracht wordt het verschil grotendeels verklaard doordat niet alle scholen een aanvraag hebben ingediend. Deze financiële verplichtingen schuiven door naar 2026. Daarnaast is een deel van het verschil het gevolg van niet op tijd ingediende projectsubsidies voor de periode 2026-2028. De financiële verplichting op dit resterende NGF-budget schuift eveneens door naar 2026.Het overige saldo meevallers op diverse NGF-projecten bestaat uit kleinere meevallers en aansluiting bij de realisatie.

3. Bekostiging Primair onderwijs (po)

Er is sprake van een meevaller op de bekostiging in het po. De onderuitputting wordt vooral veroorzaakt door de geraamde versus definitieve prijsbijstelling (€ 31,1 miljoen) en door minder leerlingen dan verwacht op verschillende budgetten, zoals nieuwkomers (€ 14,7 miljoen). De nieuwkomersbekostiging in po en vo is een open einderegeling, waarbij het daadwerkelijke aantal leerlingen de uiteindelijke realisatie bepaalt. Daarnaast zijn er meer nieuwe scholen gestart dan ingeschat (€ 9,2 miljoen).

4. Overige subsidies en opdrachten po, vo en Artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid)

In 2025 is een deel van het beschikbare budget voor overige subsidies en opdrachten niet besteed door vertragingen in de uitvoering van projecten. Dit resulteerde in een meevaller op diverse regelingen, zoals het Onderwijs aan Zieke Leerlingen, het experiment meerurenbonus, het Leerlingvolgsysteem voor dyslexie en de campagne om meer docenten in de klas te krijgen

5. Regionaal programma

Door uitstel van het wetsvoorstel van «School naar Duurzaam werk» zijn middelen voor het Regionaal Programma voor scholen die begroot stonden in 2025 niet besteed. Contactscholen kregen op basis van de oude regeling Voortijdig Schoolverlaten (VSV) jaarlijks in december een uitbetaling. In 2025 is de Regeling regionale aanpak VSV 2020-2025 echter verlengd voor de periode augustus tot en met december 2025. Deze verlenging was noodzakelijk, omdat het wetsvoorstel van School naar Duurzaam werk per 1 januari 2026 inwerking treedt en niet zoals beoogd op 1 augustus 2025. De systematiek van de oude regeling VSV ging per schooljaar, de nieuwe regeling VSV gaat per kalenderjaar.

6. Maatschappelijke Diensttijd (MDT)

Het verschil wordt verklaard door een meevaller op de subsidieregeling MDT 2025. Niet alle ingediende aanvragen voldeden aan de gestelde financiële voorwaarden, waardoor er in 2025 een resterend budget is. Daarnaast is er op de MDT-regeling een openstaande verplichting van € 20,0 miljoen, doordat een aantal betalingen van eerdere MDT-subsidieregelingen die oorspronkelijk voor 2025 waren gepland, in 2026 plaatsvinden.

7. Apparaatskosten

Het overschot wordt veroorzaakt door een aantal kleinere overschotten bij verschillende directies en dienstonderdelen, deels veroorzaakt doordat vacatures (met name op het terrein van de expertisegebieden zoals inspecteurs, veiligheid en ICT) moeilijk of niet te vervullen zijn of niet worden ingevuld vanwege de taakstelling van kabinet Schoof.

9. Zij-instroom

In 2025 zijn er minder aanvragen voor de subsidieregeling zij-instroom ingediend dan vooraf was begroot. Daarnaast zijn een aantal aanvragen ingetrokken, waardoor er budget resteerde.

10. Caribisch Nederland

Er is sprake van een openstaande verplichting voor onderwijshuisvesting Caribisch Nederland (CN) van $ 7,0 miljoen. Twee betalingen (van $ 8,0 miljoen en $ 0,5 miljoen) zijn in 2025 niet goed verwerkt en niet ontvangen door het Openbaar Lichaam Bonaire (OLBonaire). Deze betalingen worden alsnog uitgevoerd in 2026. Dit resulteert in een totaalbedrag van € 14,6 miljoen aan openstaande verplichtingen.

11. Lerarenbeurs

In 2025 zijn er minder aanvragen voor de lerarenbeurs ingediend dan vooraf was begroot. Daarnaast zijn een aantal aanvragen ingetrokken, waardoor er budget resteerde.

13. Schoolmaaltijden

Er zijn middelen overgebleven op het subsidiebudget voor het programma schoolmaaltijden. Doordat de totale declaraties van de deelnemende scholen lager uitvielen dan geraamd, is er uiteindelijk minder aangevraagd door het Jeugdeducatiefonds (JEF) en het Rode Kruis dan er beschikbaar was.

14. Overige onderuitputting

Het overige saldo meevallers bestaat uit kleinere meevallers en aansluiting bij de realisatie met name op de instrumenten subsidies en opdrachten.

Tabel 4 Grootste posten met onderuitputting in 2025 (x € 1.000)
  

Art

x € 1.000

% vastgestelde begroting

1

Studiefinanciering

11

‒ 67.193

‒ 0,1%

2

NGF Nationale LLO katalysator en Npuls (digitaliseringsimpuls)

6,7

‒ 66.939

‒ 0,1%

3

Bekostiging PO

1

‒ 64.131

‒ 0,1%

4

Overige subsidies en opdrachten

1,3,9

‒ 48.385

‒ 0,1%

5

Regionaal programma

4

‒ 30.550

‒ 0,1%

6

Maatschappelijke Diensttijd

3

‒ 27.484

0,0%

7

Apparaatskosten

95

‒ 18.787

0,0%

8

NGF overige projecten

1,3

‒ 17.597

0,0%

9

Zij-instroom

9

‒ 19.064

0,0%

10

Caribisch Nederland

1

‒ 17.988

0,0%

11

Lerarenbeurs

9

‒ 12.420

0,0%

12

NGF Ontwikkelkracht

3

‒ 4.288

0,0%

13

Schoolmaaltijden

1,3

‒ 4.226

0,0%

14

Overige onderuitputting

diverse

‒ 49.160

‒ 0,1%

 

Totaal onderuitputting

 

‒ 448.212

‒ 0,8%

Focusonderwerp 2025

In 2025 heeft het Ministerie van OCW de belangrijkste strategische risico’s aangewezen ten behoeve van het focusonderwerp 2025. Het ministerie heeft drie strategische risico’s geprioriteerd waarop in 2025 beheersmaatregelen zijn genomen. In tabel 5 worden de risico’s en hun impact beschreven, evenals de doelstellingen, het selectieproces en de maatregelen ter risicomitigatie.

DoelenDe volgende doelen liggen ten grondslag aan de OCW-risico’s:

  • continuïteit van de dienstverlening waarborgen door voldoende beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel;

  • de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de uitvoering van de wettelijke taak borgen tegen het toenemende dreigingsniveau op het gebied van digitale weerbaarheid;

  • vereenvoudigen van wet- en regelgeving om problemen in de uitvoering en rechtmatigheid te voorkomen.

Tabel 5 Formulering risico’s OCW
 

Ongewenste gebeurtenis/ risico

Oorzaak

Gevolg

1

Tekort aan gekwalificeerd personeel door arbeidsmarktkraptea) voor de sectorenb) voor het departementHet risico dat OCW (of dienstverlenende onderdelen aan OCW) niet kunnen voldoen aan de beleidsprioriteiten voor onderwijs, media en cultuur en dienstverleningsafspraken,

als gevolg van krapte in de arbeidsmarkt, hogere eisen door wet- en regelgeving, politieke druk en gebrek aan prioritering op basis van integrale afweging,

waardoor de continuïteit van de dienstverlening van OCW (sectoren en departement) in gevaar komt en er knelpunten ontstaan in het primaire proces (zoals bv. ontbreken rechtmatige verantwoording besteding publieke middelen vanwege tekort accountants) en de ambities niet of later gerealiseerd worden.

2

Onvoldoende borging van informatiebeveiliging, cybersecurity en privacybescherming.De beschikbaarheid, betrouwbaarheid en kwaliteit van de uitvoering van de wettelijke taken van OCW kan in gevaar komen.Het risico dat de integere en effectieve uitvoering van het werk binnen OCW onmogelijk wordt gemaakt door inadequate inrichting en onvoldoende bescherming van de netwerk- en informatiesystemen en de gegevens en processen binnen OCW, versterkt door de dreiging van buitenaf.Kwaadwillenden met politieke of financiële belangen, of andere criminele intenties, gericht tegen de belangen van de Nederlandse staat krijgen mogelijk vat op medewerkers, informatie en systemen van OCW.

als gevolg van verstoring van of inmenging in kritieke OCW processen, beïnvloeding van besluitvorming of het schaden van integriteit en vertrouwelijkheid van de gegevens van OCW.Dit, versterkt door toenemende geopolitieke spanningen, complexiteit van de digitale omgeving en afhankelijkheden, in een grimmiger wordende digitale wereld, waarin de capaciteiten van kwaadwillende actoren zich steeds verder versterken,

waardoor OCW systemen of OCW informatie ongeoorloofd kan worden ingezien en misbruikt door niet geautoriseerden en/of OCW informatie niet toegankelijk is voor OCW-gebruikers, met als gevolg dat OCW haar wettelijke taak, maatschappelijke opgave, zorgplicht richting de samenleving en bijdrage aan de democratische rechtstaat beperkt, of geheel niet meer kan invullen.

3

Discontinuïteit (publieke) dienstverleningHet risico dat complexe wet- en regelgeving leidt tot onuitvoerbaarheid bij o.a. DUO, zowel op het primaire proces als controle en handhaving,

als gevolg vanonvoldoende vereenvoudiging van wet- en regelgeving en als gevolg van steeds complexere stelsels waarin met allerlei situaties rekening wordt gehouden en waartussen steeds meer samenloop is,

waardoor de dienstverlening vastloopt, OCW vaker kostbare hersteloperaties zal moeten (laten) uitvoeren en het vertrouwen in de overheid afneemt.Ook ontstaan er risico’s voor de uitvoerbaarheid vanuit de overheid, maar ook risico’s op misbruik en (al dan niet onbedoeld) oneigenlijk gebruik toenemen en risico’s bij de controle en handhaving.

Selectieproces Met onder andere input vanuit het departementale proces van risicomanagement en het begrotingsproces zijn de risico’s in het Audit Committee van OCW vastgesteld.

Risicomitigatie Voor het risico «tekort aan gekwalificeerd personeel door arbeidsmarktkrapte», onderdeel a (sectoren) lopen voor het onderwijs de beheersmaatregelen langs drie lijnen: aantrekken & opleiden, behouden & professionaliseren, en duurzaam organiseren. Voor onderdeel b (departement), is de kans op een personeelstekort verlaagd door de genomen beheersmaatregelen (strategisch personeelsplan (SPP), recruitment dashboard, rijksbrede arbeidsmarktcampagne). Het risico blijft deels aanwezig door de structurele arbeidsmarktkrapte (vergrijzing en ontgroening).

Het programma NIS2 loopt, waarmee OCW ondersteund wordt om te gaan voldoen aan de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Middels periodieke uitvraag en monitoringsgesprekken wordt de effectiviteit van de beheersmaatregelen bepaald. Daarnaast worden periodiek testen en oefeningen georganiseerd. Met de start van een e-learning Digitale weerbaarheid in aanvulling op de eerdere awareness trainingen worden medewerkers opgeleid. Daarnaast worden informatiesessies georganiseerd over de Cbw.

In de Stand van OCW worden knelpunten en risico’s voor de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving van OCW benoemd; waar mogelijk worden deze door beleid in samenwerking met de publieke dienstverleners opgepakt. Een voorbeeld is het traject rond de Controle Uitwonendenbeurs, waarbij ook expliciet aandacht is voor de bredere lessen die hier voor OCW uit te trekken zijn.

5. Beleidsartikelen

5.1 Beleidsartikel 1 Primair onderwijs

Het primair onderwijs zorgt dat leerlingen in de eerste fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolgonderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. Het legt bovendien de basis voor de huidige en toekomstige deelname van deze leerlingen aan de samenleving.

De minister is verantwoordelijk voor een stelsel van primair onderwijs dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.

Financieren

De minister is verantwoordelijk voor de financiering van het onderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren

De minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van (aanvullende) bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, (prestatie)afspraken en wet- en regelgeving.

Regisseren

De minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.

Kengetallen
Tabel 6 Leerlingen primair onderwijs op basis van leerlingaantal op 1 februari (aantallen x 1.000)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

Leerlingen basisonderwijs

1.425,3

1.425,9

1.415,5

1.409,5

Leerlingen trekkende bevolking2

0,4

0,4

0,4

0,3

Subtotaal3

1.425,7

1.426,3

1.415,9

1.409,8

Leerlingen in het speciaal basisonderwijs

37,0

36,4

35,7

34,9

Leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs

73,5

75,0

76,5

77,4

Totaal PO3

1.536,2

1.537,8

1.528,1

1.522,1

1

Bron: DUO 1cijferbestand

2

Dit zijn leerlingen van de rijdende scholen en van de school voor varende kleuters.

3

(Sub)totalen geven een kleine afwijking door het afronden van de aantallen.

Tabel 7 Uitgaven per leerling op basis van leerlingaantal op 1 februari (bedragen x1 € 1.000)
 

2021

2022

20232

2024

2025

Primair onderwijs3

10,4

10,4

11,1

1

De totale uitgaven uit tabel 'Budgettaire gevolgen van beleid art 1' exclusief de bijdragen aan agentschappen en ZBO’s/RWT’s, gedeeld door het aantal leerlingen in hetzelfde jaar, zoals opgenomen in tabel 'Leerlingen primair onderwijs o.b.v. leerlingaantal op 1 februari'.

2

In dit jaarverslag is het bedrag per leerling gebaseerd op het leerlingaantal op 1 februari, omdat dat in de begroting van 2024 ook het geval was. Vanaf 2023 wordt de bekostiging verstrekt o.b.v. het leerlingaantal op 1 februari van het jaar ervoor. Om die reden wordt alleen het bedrag weergegeven vanaf 2023.

3

In tegenstelling tot Begroting 2024 wordt geen verdere uitsplitsing gemaakt in «bekostiging» en «exclusief ondersteuningsmiddelen». De uitgaven voor de reguliere bekostiging en de uitgaven als ondersteuningsmiddel zijn in de bekostigingssystematiek geïntegreerd tot één financiële stroom.

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar grotendeels conform de in de begroting gestelde doelen. De belangrijkste beleidsconclusies zijn opgenomen in het onderdeel beleidsprioriteiten.

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

14.333.769

22.261.087

16.243.532

16.469.177

17.884.016

15.855.046

2.028.970

        

Uitgaven

13.308.561

15.434.003

16.025.198

16.026.365

16.900.289

16.288.940

611.349

        

Bekostiging

12.293.701

14.464.959

14.695.315

14.769.211

15.407.019

14.698.818

708.201

Bekostiging po-instellingen

11.391.680

12.939.474

13.750.489

14.521.700

15.254.960

14.552.052

702.908

Bekostiging Caribisch Nederland

23.566

28.918

30.132

32.251

33.266

30.725

2.541

Prestatiebox

252.850

0

0

0

0

0

0

Aanvullende bekostiging

14.634

159.420

181.100

181.745

104.792

100.926

3.866

Aanpak lerarentekort G5

30.660

31.569

31.569

33.515

14.001

15.115

‒ 1.114

Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs

580.311

1.305.578

702.025

0

0

0

0

Subsidies (regelingen)

384.356

233.526

466.761

564.292

777.282

864.709

‒ 87.427

Onderwijsvoorziening Jonggehandicapten

23.400

24.400

31.720

32.716

34.250

35.204

‒ 954

Nederlands onderwijs buitenland

12.095

12.064

11.698

12.582

12.865

15.328

‒ 2.463

Humanistisch vormend en godsdienstonderwijs

13.479

14.764

15.755

15.293

18.539

19.049

‒ 510

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

74.455

54

0

0

0

0

0

Extra hulp voor de klas

201.838

0

0

0

0

0

0

School en omgeving

0

20.733

100.316

39.408

124.025

198.256

‒ 74.231

Basisvaardigheden

0

108.661

196.706

283.035

369.796

374.270

‒ 4.474

NGF Open Leermateriaal

0

0

0

1.347

2.102

1.972

130

NGF Digitaal Onderwijs

0

0

2.166

4.150

6.533

5.200

1.333

Schoolmaaltijden

0

0

37.952

65.955

79.020

82.350

‒ 3.330

Brugfunctionaris PO

0

0

0

41.440

41.320

41.909

‒ 589

Overige subsidies

59.089

52.850

70.448

68.366

88.832

91.171

‒ 2.339

Opdrachten

7.456

15.667

12.314

9.086

8.956

39.709

‒ 30.753

Opdrachten

5.299

11.372

11.357

9.086

8.391

39.709

‒ 31.318

Opdrachten CN

0

0

0

0

565

0

565

Zelftesten

2.157

4.295

957

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

37.899

40.642

44.603

47.061

48.007

43.992

4.015

Dienst Uitvoering Onderwijs

37.899

40.642

44.603

47.061

48.007

43.992

4.015

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

15.732

13.379

13.968

13.697

10.235

10.289

‒ 54

Stichting Vervangingsfonds en Participatiefonds

13.672

10.800

11.202

11.174

7.604

7.356

248

UWV

2.060

2.579

2.766

2.523

2.631

2.933

‒ 302

Bijdrage aan medeoverheden

569.417

665.830

792.237

623.018

648.790

631.423

17.367

Gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

520.716

536.651

565.371

607.073

638.347

606.984

31.363

Caribisch Nederland

6.573

9.297

15.395

12.945

7.443

19.954

‒ 12.511

Scholenprogramma Groningen

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

0

Nationaal Programma Onderwijs

39.128

93.907

54.779

0

0

0

0

Ventilatie in scholen

0

8.775

129.333

0

0

0

0

SPUK VVE Oekraïne

0

0

9.675

0

0

0

0

SPUK huisvesting noodlocaties PO

0

14.200

14.684

0

0

0

0

Overig

0

0

0

0

0

1.485

‒ 1.485

        

Ontvangsten

37.634

26.363

7.795

98.375

65.017

9.208

55.809

Tabel 9 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

14.333.769

22.261.087

16.243.532

16.469.177

17.884.016

15.855.046

2.028.970

waarvan garantieverplichtingen

4.086

24.498

‒ 5.203

11.038

1.266

0

1.266

waarvan overige verplichtingen

14.329.683

22.236.589

16.248.735

16.458.139

17.882.750

15.855.046

2.027.704

VerplichtingenDe realisatie op de verplichtingen is € 2,0 miljard hoger dan begroot. De verhoging van de garantieverplichtingen ter hoogte van € 1,3 miljoen is het gevolg van leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.

De realisatie op de uitgaven is € 611,3 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Het verschil tussen de realisatie op de verplichtingen en uitgaven wordt grotendeels veroorzaakt doordat in 2025 niet alleen uitgaven in 2025 worden verplicht, maar ook een deel van de uitgaven voor 2026. Zo zijn de subsidieregelingen «basisvaardigheden» en «School en Omgeving» in 2025 meerjarig verplicht en wordt de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2026 in het najaar van 2025 al verplicht (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025).

Uitgaven

BekostigingDe realisatie op de bekostiging is € 708,2 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 van € 771,6 miljoen (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025). Daarnaast komt onder andere door een lagere prijsbijstelling dan geraamd van € 31,1 miljoen. Tevens waren er minder leerlingen dan verwacht, wat resulteert in een verlaging van € 14,7 miljoen op de aanvullende bekostiging voor nieuwkomers en een verlaging vean €24,3 mln. op bekostiging voor zware ondersteuning

SubsidiesDe realisatie op de subsidies is € 87,4 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een kasschuif van € 53,6 miljoen van 2025 voor de subsidieregeling "School en Omgeving 2025-2028" naar latere jaren en een meevaller van € 21,4 miljoen op artikel 1 vanuit de subsidieregeling «School en Omgeving 2023-2025» (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025). Daarnaast is er op een aantal subsidies minder aangevraagd dan begroot. Er waren bijvoorbeeld minder aanvragen van prioriteitsscholen voor de subsidieregeling «basisvaardigheden» (€ 3,7 miljoen), het Nederlandse Rode Kruis en het Jeugdeducatiefonds vroegen minder geld aan voor uitvoering van het programma schoolmaaltijden (€ 2,1 miljoen) en er zijn minder kosten gemaakt voor Nederlands onderwijs in het buitenland (€ 2,5 miljoen).

OpdrachtenDe realisatie op de opdrachten is € 30,8 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit wordt onder andere veroorzaakt door technische mutaties bij de Suppletoire Begroting September van € 13,8 miljoen, waaronder een herijking tussen het instrument subsidies en het instrument opdrachten en overboekingen naar andere begrotingsartikelen en departementen. Daarnaast was er een meevaller van € 9,0 miljoen op een aantal onderzoeken en projecten en een meevaller van € 4,0 miljoen op het opdrachtenbudget voor het Nationaal Programma Onderwijs (toegelicht in de Tweede Suppletoire Begroting 2025). Vanaf 2025 wordt opdrachten Caribisch Nederland apart uitgesplitst in tabel 8. Tot en met 2024 zijn deze realisaties onder opdrachten ondervangen.

Bijdrage aan medeoverhedenDe realisatie op de bijdrage aan medeoverheden is € 17,4 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de doorverdeling van de loonbijstelling tranche 2025 van € 30,8 miljoen (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025). Daarnaast is de realisatie op het budget voor Caribisch Nederland € 12,5 miljoen lager dan de vastgestelde begroting vanwege de openstaande verplichting gemeld in de brief Beleidsmatige mutaties na Tweede Suppletoire Begroting 2025) en de openstaande verplichting die aan het eind van het jaar is vastgesteld.

Ontvangsten

De realisatie op de ontvangsten is € 55,8 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door terugvorderingen bij gemeenten van € 40,0 miljoen, waarvan € 19,0 miljoen voor voorzieningen voor Oekraïense leerlingen en € 21,0 miljoen voor het Gemeentelijke Onderwijsachterstandenbeleid (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025 en de Tweede Suppletoire Begroting 2025).

5.2 Beleidsartikel 3 Voortgezet onderwijs

Het voortgezet onderwijs (vo) zorgt dat leerlingen in deze fase van de doorlopende leerlijn hun talenten maximaal kunnen ontplooien en vervolgonderwijs kunnen volgen dat het beste past bij hun talenten. De minister zorgt voor kwalitatief, toegankelijk en betaalbaar voortgezet onderwijs. Het bereidt hen voor op volwaardige deelname aan de samenleving en een bij hun talenten passende (toekomstige) positie op de arbeidsmarkt.

De minister is verantwoordelijk voor een stelsel van voortgezet onderwijs dat zodanig functioneert, dat het onderwijs aansluit bij de talenten en de ambities van individuele leerlingen en bij de behoeftes van de maatschappij.

FinancierenDe minister is verantwoordelijk voor de financiering van het voortgezet onderwijs door bekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.

StimulerenDe minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van (aanvullende) bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, (prestatie)afspraken en wet- en regelgeving.

RegisserenDe minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.

Kengetallen
Tabel 10 Leerlingen voortgezet onderwijs (aantallen x 1.000)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

1

Totaal aantal ingeschreven leerlingen (aantallen x 1.000)2

934,2

941,6

947,8

936,2

926,4

 

Nader te verdelen in:

     
 

vmbo/havo/vwo leerjaar 1-2

367,9

367,9

367,9

364,1

355,0

 

vmbo leerjaar 3-4

184,5

187,2

191,4

190,8

193,3

 

havo/vwo leerjaar 3

91,5

91,4

93,1

91,8

91,6

 

havo/vwo vanaf leerjaar 4

245,9

241,1

235,1

228,7

226,1

 

pro alle jaren

29,7

29,1

28,9

29,6

30,1

 

Internationale Schakelklassen alle jaren

10,2

19,9

24,0

24,5

23,6

 

vavo vo

4,4

4,7

6,7

6,2

6,0

 

vavo isk

0,2

0,4

0,6

0,6

0,6

2

Totaal aantal scholen

645

641

640

639

642

3

Gemiddeld aantal leerlingen per school

1.448

1.469

1.481

1.465

1.443

1

Bron: DUO, 1cijferbestand.

2

Op de teldatum.

Tabel 11 Uitgaven per leerling (bedragen x €1 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

Voortgezet onderwijs2

10,7

11,4

12,0

12,4

13,1

1

De totale uitgaven uit tabel 'Budgettaire gevolgen van beleid art 3', exclusief de bijdragen aan agentschappen, en ZBO’s/RWT’s, gedeeld door het aantal leerlingen in hetzelfde jaar, zoals opgenomen in tabel 'Leerlingen voortgezet onderwijs'.

2

In tegenstelling tot Begroting 2024 wordt geen verdere uitsplitsing gemaakt in «bekostiging» en «exclusief ondersteuningsmiddelen». De uitgaven voor de reguliere bekostiging en de uitgaven als ondersteuningsmiddel zijn in de bekostigingssystematiek geïntegreerd tot één financiële stroom.

De belangrijkste beleidsconclusies zijn opgenomen in het onderdeel beleidsprioriteiten.

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

10.858.044

11.033.861

11.656.203

12.400.434

13.340.899

11.721.694

1.619.205

        

Uitgaven

10.076.767

10.858.519

11.467.260

11.711.998

12.330.470

11.887.455

443.015

        

Bekostiging

9.643.928

10.361.148

10.861.632

11.050.818

11.445.551

10.845.474

600.077

Bekostiging vo-instellingen

8.812.231

9.215.501

10.092.145

10.893.893

11.334.775

10.741.757

593.018

Bekosting Caribisch Nederland

20.640

24.775

23.434

25.779

27.513

24.049

3.464

Aanvullende regelingen leerlingendaling

4.513

4.513

4.530

4.251

4.251

4.540

‒ 289

Aanvullende regeling strategisch personeelsbeleid, begeleiding starters en thuiszitters

109.923

489.717

119.640

126.798

79.012

75.128

3.884

Aanvullende bekostiging Nationaal Programma Onderwijs

679.801

617.629

613.072

0

0

0

0

Resultaatafhankelijke bekostiging vsv aan vo-instellingen

16.820

9.013

8.811

97

0

0

0

Subsidies (regelingen)

275.846

291.407

406.821

498.551

714.469

865.680

‒ 151.211

Stichting Kennisnet (basissubsidie) po, vo, mbo

21.240

24.161

35.303

21.046

26.474

28.090

‒ 1.616

Subsidieregeling voorkomen onnodig zittenblijven

4.704

2.551

3.236

0

0

0

0

Praktijkgerichte programma's

8.944

8.071

6.386

11.138

14.626

16.605

‒ 1.979

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

69.795

94

0

0

0

0

0

Extra hulp voor de klas

112.001

0

0

0

0

0

0

Nationaal Programma Onderwijs regeling brede brugklassen

0

68.618

4.800

0

0

0

0

Basisvaardigheden

0

113.598

125.876

196.162

235.289

239.286

‒ 3.997

Maatschappelijke diensttijd

0

0

92.757

96.066

130.479

159.947

‒ 29.468

School en omgeving

0

13.269

30.227

13.295

69.803

138.181

‒ 68.378

NGF Ontwikkelkracht

0

0

3758

15499

17.767

22.381

‒ 4.614

Schoolmaaltijden

0

0

24.194

42.168

50521

52650

‒ 2.129

Brugfunctionaris VO

0

0

0

11.520

11.520

11.520

0

NGF Techkwadraat

0

0

0

1.301

42.733

44.150

‒ 1.417

NGF Innovatieve onderwijs huisvesting

0

0

0

856

6.270

11.554

‒ 5.284

Overige subsidies

59.162

61.045

80.284

89.500

108.987

141.316

‒ 32.329

Opdrachten

12.174

9.892

20.561

20.347

9.685

38.967

‒ 29.282

Opdrachten

8.128

8.409

11.301

13.312

7.191

36.476

‒ 29.285

MDT opdrachten

0

0

8.858

7.035

2.494

2.491

3

Zelftesten

4.046

1.483

402

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

65.074

69.674

73.418

80.285

87.786

76.530

11.256

Dienst Uitvoering Onderwijs

65.074

69.674

73.418

80.285

87.786

76.530

11.256

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

54.532

56.661

60.084

61.691

72.659

60.446

12.213

College voor Toetsen en Examens

11.553

12.569

13.004

14.241

17.130

7.195

9.935

SLOA: Onderwijs ondersteunende instellingen

42.979

44.092

47.080

47.450

55.529

53.251

2.278

Bijdrage aan medeoverheden

25.016

69.505

44.411

0

0

0

0

Nationaal Programma Onderwijs

25.016

60.038

35.023

0

0

0

0

SPUK huisvesting noodlocaties VO

0

9.467

9.388

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

197

232

333

306

320

358

‒ 38

GRAZ (ECML) en PISA

197

232

333

306

320

358

‒ 38

        

Ontvangsten

7.152

8.407

7.275

30.810

13.857

7.391

6.466

Tabel 13 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

10.858.044

11.033.861

11.656.203

12.400.434

13.340.899

11.721.694

1.619.205

waarvan garantieverplichtingen

51.912

1.884

25.182

‒ 10.282

5.829

0

5.829

waarvan overige verplichtingen

10.806.132

11.031.977

11.631.021

12.410.716

13.335.070

11.721.694

1.613.376

Verplichtingen

De realisatie op de verplichtingen is € 1,6 miljard hoger dan begroot. Dit wordt grotendeels verklaard door de toegevoegde loon- en prijsbijstelling die in 2025 is verplicht. De verhoging van de garantieverplichtingen ter hoogte van € 5,8 miljoen is het gevolg van leningen/rekening-courantkredieten aan onderwijsinstellingen. Deze leningen worden door middel van schatkistbankieren verstrekt. Het Ministerie van OCW staat voor deze leningen garant. Deze verplichtingen worden niet geraamd.

Het verschil tussen de realisatie op de verplichtingen en uitgaven wordt grotendeels veroorzaakt doordat in 2025 niet alleen uitgaven in 2025 worden verplicht, maar ook een deel van de uitgaven voor 2026. Zo zijn de subsidieregelingen «basisvaardigheden» en «School en Omgeving» in 2025 meerjarig verplicht en wordt daarnaast de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 ten behoeve van het bekostigingsjaar 2026 in het najaar van 2025 al verplicht (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025).

Uitgaven

De realisatie van de uitgaven in 2025 is € 443,0 miljoen hoger dan begroot.

Bekostiging

De realisatie op de bekostiging is € 600,1 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 van € 544,3 miljoen (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025). Daarnaast is er € 30,5 miljoen meer uitgegeven op de nieuwkomersbekostiging vanwege een hogere instroom van nieuwkomers in het onderwijs dan verwacht en was de realisatie op de nieuwkomersbekostiging € 28,6 miljoen hoger dan begroot door een fout in de meerjarige raming van de nieuwkomersbekostiging in 2023 (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025 en de Tweede Suppletoire Begroting 2025).

Onder de bekostiging vallen verschillende aanvullende bekostigingsregelingen. De realisatie op de regeling «sterk techniekonderwijs» was in 2025 € 97,0 miljoen. De realisatie op de regeling «versterking functiemix vo-leraren in de Randstadregio’s» was in 2025 € 81,5 miljoen. De realisatie op de regeling «onderwijskansen voortgezet onderwijs» was in 2025 € 185,9 miljoen. De realisatie op de regeling «eerste opvang nieuwkomers» was in 2025 € 262,9 miljoen en de realisatie voor het internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs was in 2025 € 11,7 miljoen. Zowel het budget als de realisatie van de genoemde aanvullende bekostigingsregelingen zijn opgenomen onder de regel bekostiging vo-instellingen in de budgettaire tabel.

Subsidies

De realisatie op de subsidies is € 151,2 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een kasschuif van € 34,3 miljoen van 2025 naar latere jaren voor de subsidieregeling «School en Omgeving 2025-2028» en een meevaller van € 32,5 miljoen vanuit de subsidieregeling «School en Omgeving 2023-2025» (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025). Daarnaast vielen de uitgaven op het instrument overige subsidies lager uit. Dit kwam voornamelijk door een verlaging van het budget met € 14,9 miljoen naar aanleiding van het amendement van het lid Eerdmans c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 26600-VIII, nr. 147) en door een kasschuif van € 14,0 miljoen voor de implementatie van het hernieuwde curriculum naar latere jaren als gevolg van het besluit van de Tweede Kamer om het aantal nieuwe kerndoelen te beperken (motie Soepboer, Kamerstukken II 2024/25, 31293, nr. 766) (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025). Tot slot waren de uitgaven op de subsidie maatschappelijke diensttijd (MDT) € 29,5 miljoen lager. Dit wordt grotendeels verklaard, doordat minder aanvragen (€ 15,1 miljoen) voor de subsidieregeling goedgekeurd konden worden dan begroot. Daarnaast is er een openstaande verplichting van € 20,7 miljoen, omdat een aantal betalingen in 2025 waren gepland, maar in 2026 zullen plaatsvinden.

Opdrachten

De realisatie op het instrument opdrachten is € 29,3 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een meevaller van € 12,0 miljoen doordat een aantal onderzoeken en projecten later startte dan verwacht en de kosten lager uitvielen dan begroot. (toegelicht bij Tweede Suppletoire Begroting 2025). Verder zijn de uitgaven lager door overboekingen naar het instrument bijdrage aan agentschappen voor de uitvoering van activiteiten binnen het KOMEX- (kostprijsmodel examens) en Facet-programma (€ 6,6 miljoen) en een kasschuif van een deel van het opdrachtenbudget voor Nationaal Groeifonds-Ontwikkelkracht naar 2027 omdat een deel van de activiteiten later uitgevoerd worden dan gepland (€ 6,0 miljoen).

Bijdragen aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

De realisatie op het instrument bijdrage aan agentschappen is € 11,3 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit komt met name door een toevoeging van € 3,4 miljoen voor de loon- en prijsbijstelling tranche 2025. Daarnaast is € 6,6 miljoen overgeboekt voor de uitvoering van activiteiten binnen het KOMEX- en Facet-programma en is € 1,0 miljoen toegevoegd ten behoeve van het programma digitaal examineren.

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

CvTE: College voor Toetsen en Examens

De realisatie op de bijdrage aan het CvTE is per saldo € 9,9 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit komt doordat er vanuit de artikelen 1 (Primair onderwijs) en 4 (Beroepsonderwijs en volwassen educatie) gedurende het jaar bijdragen aan het CvTE worden overgeboekt. Deze bijdragen van in totaal € 10,7 miljoen worden begroot op de artikelen 1 en 4.

5.3 Beleidsartikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (bve) zorgen ervoor dat studenten hun talenten maximaal kunnen ontplooien en volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Studenten worden voorbereid op passend vervolgonderwijs en/of een positie op de arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.

De minister is verantwoordelijk voor een stelsel van middelbaar onderwijs dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele studenten en bij de behoeftes van de maatschappij. De sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie omvat het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) en de volwasseneneducatie. Het middelbaar beroepsonderwijs heeft een belangrijke maatschappelijke en economische functie. Het is een leverancier van werknemers voor de arbeidsmarkt. Ook is het een schakel tussen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en het hoger beroepsonderwijs.

Financieren

De minister is verantwoordelijk voor de financiering van het middelbaar onderwijs door lumpsumbekostiging van de onderwijsinstellingen. Hierdoor wordt de toegankelijkheid van het onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren

De minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen door het verstrekken van aanvullende bekostiging, subsidies en de inzet van andere instrumenten zoals overleg, voorlichting, kwaliteitsafspraken en wet- en regelgeving.

Regisseren

De minister vult zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving; de Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving.

Kengetallen
Tabel 14 Studenten middelbaar beroepsonderwijs (aantallen x 1.000)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

1

Aantal studenten mbo (x 1.000 excl. vavo en vanaf 2018 inclusief groen onderwijs)2

508,9

490,0

477,3

474,5

476,1

 

Bol

 

371,9

346,3

329,1

328,5

329,6

 

Bbl

 

129,3

135,9

139,3

137,1

137,0

 

Vavo

 

7,0

7,1

8,1

8,0

8,6

 

Caribisch Nederland

 

0,7

0,8

0,8

0,9

0,9

2

Onderwijsuitgaven per mbo-student (x € 1.000)3

9,64

10,0

11,3

11,6

12,1

1

Bron: DUO, 1cijferbestand.Het 1cijferbestand van DUO kan afwijken van de in voorgaande jaren gebruikte Referentieraming.

2

(Sub)totalen geven een kleine afwijking door het afronden van de aantallen.

3

De onderwijsuitgaven per student zijn berekend door de middelen voor het instrument bekostiging te delen door het ongewogen aantal mbo-studenten uit de referentieraming 2025.

4

In 2021 is eenmalig de extra aanvraag subsidieregelingen uit het Nationaal Programma Onderwijs toegevoegd aan de berekening. De onderwijsuitgaven per student zijn in 2021 berekend door de middelen voor het instrument bekostiging plus de subsidieregelingen Inhaal- en ondersteuningsprogramma's (€ 33.471) en Extra hulp voor de klas (€ 102.647) te delen door het ongewogen aantal mbo-studenten (inclusief vavo) uit de referentieraming 2021. Dit is gedaan omdat beide regelingen in 2022 onderdeel uitmaken van de bekostiging en daarmee wordt de vergelijkbaarheid van de onderwijsuitgaven per student over de jaren heen vergroot.

De belangrijkste beleidsconclusies zijn opgenomen in het onderdeel beleidsprioriteiten. Om uitwerking te geven aan de ambities uit het coalitieakkoord van kabinet Rutte IV, heeft het Ministerie van OCW samen met studenten, docenten, mbo-instellingen, werkgevers, gemeenten, onderwijskoepels en vakbonden rond het mbo de Werkagenda mbo en het Stagepact mbo afgesloten. De inzet richt zich op drie speerpunten:

  • vergroten gelijke kansen;

  • betere aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt;

  • onderwijskwaliteit, onderzoek en innovatie.

In december heeft de Tweede Kamer een brief over de voortgang Werkagenda mbo en het Stagepact ontvangen (Kamerstukken II 2025/26, 31524, nr. 690).

Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

5.626.978

5.708.910

5.451.235

6.853.659

6.400.304

6.010.959

389.345

        

Uitgaven

5.313.781

5.399.566

5.812.453

5.866.687

6.135.396

5.958.890

176.506

        

Bekostiging

4.605.346

4.722.353

5.192.137

5.232.850

5.453.107

5.268.563

184.544

Bekostiging mbo-instellingen

3.944.713

4.182.448

4.179.787

4.332.913

4.715.137

4.487.798

227.339

Bekostiging Caribisch Nederland

6.943

9.399

10.405

10.516

11.997

12.120

‒ 123

Bekostiging vavo

69.383

72.161

80.204

91.720

95.370

91.720

3.650

Kwaliteitsafspraken investeringsbudget

247.215

341.147

586.134

704.330

538.984

538.984

0

Kwaliteitsafspraken resultaatafhankelijk budget

210.652

0

217.623

0

0

0

0

Regionaal Investeringfonds

19.637

21.742

21.629

20.372

17.098

32.661

‒ 15.563

Salarismix Randstadregio's

52.664

54.406

55.279

0

0

0

0

Regionaal Programma

30.550

30.550

30.550

30.550

12.521

43.280

‒ 30.759

Gelijke kansen

0

0

26

0

0

0

0

Begeleidingsgesprekken jeugdwerkloosheid

23.589

10.500

10.500

10.449

0

0

0

Loopbaanoriëntatie

0

0

0

32.000

32.000

32.000

0

Aanvullende bekostiging krimpregio's

0

0

0

0

30.000

30.000

0

Subsidies (regelingen)

489.354

436.945

350.725

340.360

330.335

321.863

8.472

Praktijkleren

306.279

311.558

264.064

274.084

262.597

242.621

19.976

Leven Lang Ontwikkelen

5.225

6.114

1.985

0

0

0

0

Basisvaardigheden voor volwassenen/Tel mee met Taal

19.394

13.611

13.995

14.041

7.898

12.939

‒ 5.041

Doorstroom beroepskolom

0

0

9.660

20.160

30.660

33.180

‒ 2.520

Vakwedstrijden MBO

4.100

4.100

4.722

5.190

5397

5190

207

Inhaal- en ondersteuningsprogramma's

33.471

0

0

0

0

0

0

Extra hulp voor de klas

102.647

0

0

0

0

0

0

Maatschappelijke diensttijd

0

77.098

0

0

0

0

0

LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden (NGF)

0

0

1.241

2.702

713

683

30

Loopbaanoriëntatie

1.782

1.523

34.624

2.082

1.818

1.818

0

Zelftesten

536

0

0

0

0

0

0

Overige subsidies

15.920

22.941

20.434

22.101

21.252

25.432

‒ 4.180

Opdrachten

9.796

12.723

9.480

9.279

9.305

16.796

‒ 7.491

Opdrachten

7.137

12.472

9.381

9.279

9.305

16.796

‒ 7.491

Zelftesten

2.659

251

99

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

21.786

25.218

25.670

31.823

28.330

27.367

963

Dienst Uitvoering Onderwijs

19.281

22.644

22.566

28.124

24.604

23.967

637

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

2.505

2.574

3.104

3.699

3.726

3.400

326

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

61.213

66.683

84.789

92.274

97.509

104.255

‒ 6.746

College voor Toetsen en Examens

0

0

0

0

0

11.393

‒ 11.393

SBB

61.213

66.683

82.063

87.066

90.810

86.308

4.502

NWO: NRO- Programma's MBO

0

0

2.726

4.238

5.583

5.584

‒ 1

NCP NLQF

0

0

0

970

1.116

970

146

Bijdrage aan medeoverheden

126.286

135.644

149.652

160.101

216.810

220.046

‒ 3.236

RMC's

42.303

44.665

43.623

46.968

54.478

49.880

4.598

Educatie

63.560

70.622

85.462

92.013

104.066

100.466

3.600

Caribisch Nederland

1.223

1.157

1.367

1.420

1.471

0

1.471

Regionaal Programma

19.200

19.200

19.200

19.200

55.100

60.200

‒ 5.100

Masterplan Campus Groningen

0

0

0

500

1.695

9.500

‒ 7.805

        

Ontvangsten

8.918

14.238

5.866

10.577

6.172

4.700

1.472

Tabel 16 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

5.626.978

5.708.910

5.451.235

6.853.659

6.400.304

6.010.959

389.345

waarvan garantieverplichtingen

13.509

69.018

34.669

40.344

‒ 23.559

0

‒ 23.559

waarvan overige verplichtingen

5.613.469

5.639.892

5.416.566

6.813.315

6.423.863

6.010.959

412.904

VerplichtingenDe realisatie van de aangegane verplichtingen is in 2025 circa € 389,3 miljoen hoger dan begroot, dit wordt grotendeels veroorzaakt door de loonbijstelling tranche 2025. De realisatie op de uitgaven 2025 is circa € 176,5 miljoen hoger dan begroot.

Uitgaven

HoofdbekostigingIn 2025 is circa € 184,5 miljoen toegevoegd aan de bekostiging. Deze stijging wordt grotendeels verklaard door de toevoeging van de loonbijstelling tranche 2025 (circa € 210,0 miljoen).

Bekostiging mbo-instellingen

De bekostiging mbo-instellingen is door de intensivering in basisvaardigheden mbo van in totaal € 47,2 miljoen opgehoogd voor de studiejaren 2025/2026 en 2026/2027. Hiervan is € 11,2 miljoen gerealiseerd in 2025 (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025).

Bekostiging Regionaal InvesteringsfondsIn 2025 is circa € 15,6 miljoen minder gerealiseerd op de RIF-regeling dan in de vastgestelde begroting staat. Dit wordt voornamelijk verklaard door een verlaging van het budget op het regionaal investeringsfonds van € 6,0 miljoen in 2025 ter behoeve van de intensivering op basisvaardigheden in het mbo (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025). De resterende middelen worden grotendeels verklaard door een kasschuif in overeenstemming met het (verwachte) betalingsritme (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025).

Bekostiging Regionaal ProgrammaIn 2025 is er voor het Regionaal Programma voor scholen in totaal € 30,8 miljoen minder gerealiseerd dan begroot. Dit komt met name doordat de wet van school naar duurzaam werk was uitgesteld. Contactscholen kregen op basis van de regeling regionale aanpak voortijdig school verlaten (VSV) 2020-2025 jaarlijks in december een uitbetaling. De systematiek van de oude regeling VSV ging per schooljaar, de nieuwe regeling VSV gaat per kalenderjaar. Door uitstel van het wetsvoorstel hebben er verschillende verlengingen van de regeling en verschuivingen van budgetten plaatsgevonden. In mei 2026 zullen de contactscholen na goedkeuring van de regionale plannen de benodigde middelen ontvangen voor de uitvoering van het Regionaal Programma 2026.

SubsidiesIn 2025 is circa € 8,5 miljoen toegevoegd aan het instrument subsidies.

Subsidie praktijklerenIn 2025 is circa € 20,0 miljoen aan de subsidieregeling praktijkleren toegevoegd. Deze middelen worden grotendeels verklaard door het toevoegen van de loonbijstelling tranche 2025 (€ 19,7 miljoen).

Bijdrage aan ZBO's en RWT'sIn 2025 is circa € 6,8 miljoen minder gerealiseerd op het instrument bijdragen aan ZBO’s/RWT’s.

Bijdrage College voor Toetsen en Examens (CvTE)In 2025 is er € 11,4 miljoen minder gerealiseerd dan de vastgestelde begroting. Dit komt grotendeels doordat € 9,6 miljoen is overgeboekt naar het artikel voortgezet onderwijs voor het CvTE-werkprogramma 2025. Daar wordt dit bedrag verantwoord.

OntvangstenDe ontvangsten in 2025 zijn € 1,5 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Deze meevaller wordt grotendeels veroorzaakt door meerdere terugvorderingen van subsidies en opdrachten.

5.4 Beleidsartikelen 6 en 7 Hoger onderwijs

Het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek zorgt ervoor dat studenten en (wetenschappelijk) personeel hun talenten en onderzoekend vermogen maximaal kunnen ontwikkelen. Het leidt hen op voor een positie op de nationale en internationale arbeidsmarkt die optimaal aansluit bij hun talenten.

De minister is verantwoordelijk voor een stelsel van hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele studenten, (wetenschappelijk) personeel en bij de behoefte van de maatschappij.

Financieren

De minister financiert het stelsel van hoger onderwijs en onderzoek door de bekostiging van de onderwijsinstellingen. Mede hierdoor wordt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs gewaarborgd.

Stimuleren

De minister stimuleert specifieke beleidsonderwerpen via de bekostiging en de inzet van andere instrumenten, zoals kwaliteitsafspraken, bestuurlijke afspraken, voorlichting en wet- en regelgeving.

Regisseren

De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van hoger onderwijs vult de minister in via een regisserende rol. De normeisen van kwaliteit zijn vastgelegd in wet- en regelgeving. De kwaliteit van de individuele opleidingen in het hoger onderwijs wordt bewaakt met het accreditatiestelsel. Dit is belegd bij de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de naleving van wettelijke voorschriften en op de recht- en doelmatigheid. Zij ziet ook toe op de kwaliteit van het stelsel van hoger onderwijs, waaronder het accreditatiestelsel.

Kengetallen
Tabel 17 Studenten hoger onderwijs (aantallen x 1.000)1
 

2021/22

2022/23

2023/24

2024/25

2025/26

hbo voltijd associate degree

12,1

12,8

15,1

17,0

18,3

hbo voltijd bachelor

412,6

398,1

380,0

367,9

356,7

hbo voltijd master

6,4

6,5

6,8

7,2

7,4

hbo deeltijd associate degree

7,6

8,2

9,0

9,8

10,4

hbo deeltijd bachelor

43,3

42,3

40,9

39,4

38,9

hbo deeltijd master

8,4

8,2

7,9

8,0

8,0

Totaal hbo

490,5

476,1

459,7

449,2

439,5

      

wo voltijd bachelor

212,4

215,7

217,9

214,6

208,1

wo voltijd master

124,7

121,4

119,3

120,7

121,6

wo deeltijd bachelor

1,7

1,5

1,5

1,3

1,3

wo deeltijd master

3,3

3,2

3,1

3,0

2,8

Totaal wo

342,1

341,9

341,8

339,0

333,8

1

Bron: DUO, 1cijferhobestand

Tabel 18 Gediplomeerden (inclusief groen onderwijs, aantallen x 1.000)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

hbo voltijd associate degree

2,6

3,1

3,1

3,6

4,8

hbo voltijd bachelor

64,5

60,3

62,8

65,1

65,4

hbo voltijd master

2,4

2,6

2,7

3,0

3,4

hbo deeltijd associate degree

1,5

1,8

2,1

2,3

2,8

hbo deeltijd bachelor

6,3

6,0

6,7

6,9

7,4

hbo deeltijd master

2,1

2,1

2,4

2,2

2,5

Totaal hbo

79,5

75,8

79,8

83,1

86,2

      

wo voltijd bachelor

39,1

38,6

43,1

48,9

51,1

wo voltijd master

50,2

50,1

52,0

53,0

56,1

wo deeltijd bachelor

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

wo deeltijd master

1,1

1,1

1,0

1,0

1,0

Totaal wo

90,5

89,9

96,3

103,2

108,4

1

Bron: DUO, 1cijferhobestand.

Tabel 19 Uitgaven per student (bedragen x € 1.000)1

Onderwijsuitgaven per student (Bedragen x € 1.000)4

2021

2022

2023

2024

2025

hbo

8,7

9,1

10,3

10,8

10,8

wo

8,6

9,0

9,1

9,4

9,6

       

Wettelijk collegegeld (hbo en wo voltijd, bedragen x € 1)2

2023/24

2024/25

2025/26

 

2.314

2.530

2.601

1

Bron: DUO, 1cijferHO-bestand.

2

Onderwijsuitgaven per student zijn in constante prijzen 2024 (dat wil zeggen gecorrigeerd voor de uitgekeerde loon- en prijsbijstelling).

De belangrijkste beleidsconclusies zijn beschreven in het onderdeel beleidsprioriteiten.

Tabel 20 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

5.101.522

4.462.152

4.780.237

4.652.287

4.767.500

4.238.793

528.707

        

Uitgaven

4.304.071

4.646.642

4.550.502

4.705.811

4.649.407

4.481.920

167.487

        

Bekostiging

4.191.140

4.611.819

4.476.273

4.538.365

4.470.483

4.305.698

164.785

Bekostiging onderwijsdeel

3.845.954

4.160.963

3.923.814

3.906.661

4.263.469

4.107.266

156.203

Bekostiging ontwerp en ontwikkeling

89.976

122.854

151.380

159.532

166.026

159.446

6.580

Bekostiging flexibel hoger onderwijs voor volwassenen

3.565

2.832

1.687

1.078

414

0

414

Studievoorschot kwaliteitsafspraken

251.645

325.170

362.399

432.108

0

0

0

Fonds onderzoek en wetenschap

0

0

36.993

38.986

40.574

38.986

1.588

Subsidies (regelingen)

21.592

6.430

22.314

86.231

95.752

98.567

‒ 2.815

Tegemoetkoming 2e lerarenopleiding

323

525

578

607

492

2.638

‒ 2.146

NGF Digitale impuls

0

1.388

14.370

45.474

44.534

35.732

8.802

NGF Katalysator

0

900

2.772

34.305

47.865

38.893

8.972

NGF Aanpak professionalisering leraren

0

0

0

227

914

19.171

‒ 18.257

Zelftesten

701

6

0

0

0

0

0

Overige subsidies

20.568

3.611

4.594

5.618

1.947

2.133

‒ 186

Bijdrage aan agentschappen

13.831

13.430

14.785

19.004

19.844

20.527

‒ 683

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.831

13.430

14.785

19.004

19.844

20.527

‒ 683

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

77.508

14.963

37.130

62.211

63.328

57.128

6.200

NWO: Praktijkgericht onderzoek

63.075

0

0

0

0

0

0

NWO: Promotiebeurs voor leraren

10.371

10.705

11.346

11.956

12.443

11.956

487

Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

4.062

4.258

5.959

6.225

7.312

7.015

297

NWO: NRO-programma HO

0

0

19.825

29.647

28.781

23.555

5.226

Bijdrage RWT Nuffic

0

0

0

10.155

10.494

10.155

339

Bijdrage RWT Landelijk Centrum Studiekeuze

0

0

0

4.228

4.298

4.447

‒ 149

        

Ontvangsten

1.647

5.978

4.749

2.860

2.109

17

2.092

Tabel 21 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

5.101.522

4.462.152

4.780.237

4.652.287

4.767.500

4.238.793

528.707

waarvan garantieverplichtingen

2.126

46.658

27.018

‒ 16.073

8.239

0

8.239

waarvan overige verplichtingen

5.099.396

4.415.494

4.753.219

4.668.360

4.759.261

4.238.793

520.468

Tabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 7 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

6.809.694

6.974.377

7.860.906

7.556.079

7.678.996

7.101.181

577.815

        

Uitgaven

6.087.951

6.654.563

7.094.482

7.413.441

7.405.661

7.134.717

270.944

        

Bekostiging

6.034.531

6.620.129

7.067.562

7.400.830

7.394.115

7.119.641

274.474

Bekostiging onderwijsdeel

2.841.970

3.097.718

3.048.157

3.144.000

3.458.732

3.324.932

133.800

Bekostiging onderzoeksdeel

2.282.436

2.486.783

2.843.361

2.990.087

2.951.008

2.845.924

105.084

Bekostiging ondersteuning geneeskunde onderwijs en onderzoek

756.693

787.647

802.832

844.371

877.636

845.850

31.786

Studievoorschot kwaliteitsafspraken

153.432

197.981

220.982

262.289

0

0

0

Fonds onderzoek en wetenschap

0

50.000

152.230

160.083

106.739

102.935

3.804

Subsidies (regelingen)

44.339

21.651

21.408

7.503

6.422

7.418

‒ 996

Nuffic

13.985

11.880

10.569

0

0

0

0

LCSK

2.548

2.749

3.707

0

0

0

0

Vluchteling Studenten UAF

2.457

2.082

2.444

1.834

1.699

2.570

‒ 871

Expertisecentrum inclusief onderwijs (ECIO)

850

868

1.025

1.051

1.095

1.056

39

Interstedelijk Studentenoverleg (ISO)

265

325

321

464

373

370

3

Landelijke Studenten Vakbond (LSVb)

249

255

279

308

351

338

13

Open & online onderwijs

1.639

1.879

483

480

0

0

0

Zelftesten

1.468

0

0

0

0

0

0

Overige subsidies

20.878

1.613

2.580

3.366

2.904

3.084

‒ 180

Opdrachten

6.380

9.930

2.669

2.083

2.066

4.328

‒ 2.262

Opdrachten

2369

2752

2538

2083

2066

4.328

‒ 2.262

Zelftesten

4.011

7.178

131

0

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

2.701

2.853

2.843

3.025

3.058

3.330

‒ 272

Europees Universitair Instituut Florence (EUI)

1.669

1.787

1.712

1.836

1.869

2.141

‒ 272

United Nations University (UNU)

1.032

1.066

1.131

1.189

1.189

1.189

0

        

Ontvangsten

790

398

4.633

8

0

16

‒ 16

Tabel 23 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

6.809.694

6.974.377

7.860.906

7.556.079

7.678.996

7.101.181

577.815

waarvan garantieverplichtingen

19.517

97.918

189.517

120.876

‒ 21.607

0

‒ 21.607

waarvan overige verplichtingen

6.790.177

6.876.459

7.671.389

7.435.203

7.700.603

7.101.181

599.422

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen 2025 ligt voor het hoger beroepsonderwijs (hbo) € 528,7 miljoen en voor het wetenschappelijk onderwijs (wo) € 577,8 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt veroorzaakt door onderstaande mutaties.

Loon- en prijsbijstelling

De loon- en prijsbijstelling 2025 (hbo € 338,9 en wo € 522,8 miljoen) voor zowel de uitgaven 2025 als de uitgaven 2026, welke beide in 2025 zijn verplicht.

Weerbaarheid

De extra middelen voor weerbaarheid (hbo € 2,6 en wo € 14,0 miljoen) die zijn overgeboekt uit artikel 16 (Onderzoek en wetenschapsbeleid).

Kasschuiven en doorlopende verplichtingen

Kasschuiven en doorlopende verplichtingen op de Nationaal Groeifonds-projecten NPULS, Leven Lang Ontwikkelen (LLO)-Katalysator en Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (hbo € 32,8 miljoen).

Referentieraming

Bijstelling van de rijksbijdrage bekostiging 2026 (hbo € 64,8 en wo € 15,1 miljoen) als gevolg van de stijging respectievelijk daling in het aantal studenten ten opzichte van de referentieraming 2024.

Garanties

Bijstelling in verband met garantieverplichtingen (hbo € 8,2 en wo € 21,6 miljoen) op leningen en rekening-courantkredieten aan hogescholen en universiteiten die in 2025 zijn aangegaan of vervallen.

Overige bijstellingen

Bijstelling met overige oorzaken (hbo € 81,4 en wo € 77,7 miljoen) die verband houden met voornamelijk de hogere rijksbijdrage bekostiging 2026 die in 2025 is verplicht, zoals de deels teruggedraaide bezuinigingen via amendementen of doordat onderdelen van de rijksbijdrage bekostiging 2026 als verplichting zijn doorgeschoven van 2025 naar 2026.

Voor een uitgebreidere toelichting op de mutaties op de verplichtingen wordt verwezen naar de Eerste Suppletoire Begroting 2025, de Tweede Suppletoire Begroting 2025 en de September Suppletoire Begroting 2025.

Uitgaven

De realisatie van de uitgaven 2025 ligt voor het hbo € 167,5 miljoen en voor het wo € 270,9 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot.

Bekostiging hbo – onderwijsdeel

De realisatie van de uitgaven 2025 is € 156,2 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage 2025 (€ 158,6 miljoen) en de extra middelen voor weerbaarheid (€ 2,6 miljoen). 

Bekostiging wo – onderwijsdeel De realisatie van de uitgaven 2025 is € 133,8 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage 2025 (€ 123,5 miljoen) en de extra middelen voor weerbaarheid (€ 14,0 miljoen).

Bekostiging wo – onderzoeksdeel De realisatie van de uitgaven 2025 is € 105,1 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage 2025 (€ 105,2 miljoen) .

Bekostiging wo - ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek De realisatie van de uitgaven 2025 is € 31,8 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling van de rijksbijdrage 2025.

Subsidies hbo - Nationaal Groeifonds LLO Katalysator De realisatie van de uitgaven is € 9,0 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de doorlopende verplichting uit 2024 naar 2025 (€ 75,8 miljoen) en de kasschuif en doorlopende verplichting uit 2025 naar 2026 (€ 67,9 miljoen). Het kasritme voor dit project is aangepast omdat de subsidieaanvragen later dan verwacht worden ontvangen.

Subsidies hbo - Nationaal Groeifonds Npuls De realisatie van de uitgaven is € 8,8 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de doorlopende verplichting uit 2024 naar 2025 (€ 31,7 miljoen) en de doorlopende verplichting uit 2025 naar 2026 (€ 22,2 miljoen). Het kasritme voor dit project is aangepast omdat de subsidieaanvragen later dan verwacht worden ontvangen.

Subsidies hbo - Nationaal Groeifonds Nationale Aanpak Professionaliseing Leraren De realisatie van de uitgaven is € 18,3 miljoen lager dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de kasschuif en doorlopende verplichting uit 2025 naar 2026 (€ 18,1 miljoen). Het kasritme voor dit project is aangepast omdat de subsidieaanvragen later dan verwacht worden ontvangen.

Voor een uitgebreidere toelichting op de mutaties op de uitgaven wordt verwezen naar de Eerste Suppletoire Begroting 2025, de Tweede Suppletoire Begroting 2025 en de September Suppletoire Begroting 2025.

OntvangstenDe realisatie van de ontvangsten 2025 ligt voor het hbo € 2,1 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door terugbetaalde subsidies.

5.5 Beleidsartikel 8 Internationaal beleid

Het bevorderen van internationale samenwerking en uitwisseling ter ondersteuning en versterking van de kwaliteit van onderwijs, cultuur en wetenschap en ter verdere ontwikkeling van internationale competenties van lerenden, docenten, de culturele en creatieve sector en wetenschappers.

Stimuleren

Bij het uitvoeren van de algemene doelstelling ligt de nadruk op het zoveel mogelijk stimuleren en ondersteunen van instellingen en burgers om zich op een internationale omgeving te oriënteren. Daartoe zorgt de minister vanuit de stelselverantwoordelijkheid voor de benodigde internationaal-bestuurlijke randvoorwaarden, bijvoorbeeld door afspraken te maken over kwaliteitszorg en grensverkeer en door de uitwisseling van best practices. De minister opereert hierbij binnen multilaterale kaders als de Europese Unie, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation (Unesco) en andere – vaak daarbij aangesloten organisaties, alsmede via bilaterale contacten, verdragen, Memorandums of Understanding, etcetera. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van stimuleringsmaatregelen in de vorm van fondsen en beurzen en worden faciliterende en uitvoerende instanties gefinancierd, zoals Stichting Nuffic, Netherlands house for Education and Research (Neth-ER) en het Duitsland Instituut Amsterdam. De bevordering van internationale samenwerking is ondersteunend aan de beleidsdoelstellingen van het Ministerie van OCW. De voorgenomen activiteiten zijn dan ook voor een belangrijk deel opgenomen in de betreffende beleidsartikelen.

Indicatoren/kengetallen

Internationale – ondersteunende – maatregelen laten zich moeilijk vangen in harde cijfers en beleidsconclusies. In gevallen waar dit wel mogelijk is, bijvoorbeeld bij de bevordering van in- en uitgaande studiemobiliteit of bij de bevordering van culturele activiteiten in het buitenland, zijn relevante kengetallen te volgen op OCW in Cijfers.

De belangrijkste conclusies op het terrein van internationaal beleid worden beschreven in het onderdeel beleidsprioriteiten.

Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

15.954

15.706

25.997

28.293

23.413

27.310

‒ 3.897

        

Uitgaven

18.688

19.737

20.802

24.162

24.804

27.311

‒ 2.507

        

Subsidies (regelingen)

6.706

7.780

8.192

8.706

8.435

9.398

‒ 963

Stichting Ons Erfdeel

185

185

185

185

185

185

0

Stichting Nuffic

906

971

988

1.080

1.125

1.112

13

Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs & Training

3153

4089

4337

4555

4.918

4.533

385

Internationalisering onderwijs

1.000

1.000

1.000

966

0

1.169

‒ 1.169

Duitsland Instituut Amsterdam (DIA)

803

820

868

852

824

940

‒ 116

Netherlands house for Education and Research (Neth-ER)

600

599

667

686

685

687

‒ 2

Incidentele subsidies voor het uitwisselen van cultuur

50

25

0

0

0

0

0

Overige incidentele subsidies

9

91

147

382

698

772

‒ 74

Opdrachten

3.646

3.747

3.787

5.271

4.980

5.864

‒ 884

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

1.228

1.317

1.709

‒ 392

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

7.856

7.730

8.343

8.549

9.592

9.860

‒ 268

Nederlandse Taalunie

7.323

7.125

7.801

7.964

8974

7872

1.102

Europa College Brugge

30

30

30

30

30

35

‒ 5

Unesco

50

50

12

14

53

59

‒ 6

OESO CERI

85

86

90

94

99

101

‒ 2

Fulbright Center

368

420

410

422

422

422

0

EU-programma's en activiteiten

0

19

0

0

2

23

‒ 21

Overige bijdragen

0

0

0

25

12

1.348

‒ 1.336

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

480

480

480

408

480

480

0

Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofdstuk 5 BuZa)

480

480

480

408

480

480

0

        

Ontvangsten

99

1.031

1

91

235

99

136

Verplichtingen

De realisatie van het verplichtingenbudget is € 3,9 miljoen lager dan oorspronkelijk begroot.

Uitgaven

De realisatie van de uitgaven 2025 ligt € 2,5 miljoen lager dan oorspronkelijk begroot.

Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de Eerste Suppletoire Begroting 2025 , de Tweede Suppletoire Begroting 2025 en de September Suppletoire Begroting 2025.

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

Tabel 25 Homogene Groep Internationale Samenwerking (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

Art.

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

1

Primair onderwijs

31.773

29.781

29.823

30.747

32.336

30.747

1.589

3

Voortgezet onderwijs

10.297

9.592

9.606

9.904

10.416

9.904

512

6

Hoger beroepsonderwijs

2.873

2.873

2.873

2.963

4.698

4.698

0

7

Wetenschappelijk onderwijs

55.289

54.887

58.133

59.994

60.219

58.259

1.960

8

Internationaal beleid

715

822

665

593

665

665

0

14

Cultuur

5.934

6.017

8.920

8.219

6.787

6.806

‒ 19

16

Onderzoek en wetenschappen

454

454

454

2.101

477

454

23

95

Apparaatskosten

589

2.405

2.539

3.203

3.867

4.385

‒ 518

         
 

Totaal

107.924

106.831

113.013

117.724

119.465

115.918

3.547

Toelichting

De Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) is sinds 1997 een budgettaire constructie binnen de Rijksbegroting. In de HGIS worden de uitgaven van de verschillende ministeries (Kamerstukken II 2024/25, 36601, nr. 1) gebundeld, waarmee de onderlinge samenhang geïllustreerd wordt. Dit bevordert de samenwerking en de afstemming tussen de betrokken ministeries. Sinds 2021 is een deel van de onderwijskosten voor eerstejaars asielopvang in het primair en voortgezet onderwijs geïdentificeerd als ontwikkelingshulp (ODA). Het budget en uitgaven zijn onderdeel van de nieuwkomersuitgaven op artikel 1 (Primair onderwijs) en artikel 3 (Voortgezet onderwijs) van de OCW-begroting.

Bovenstaande tabel geeft een onderverdeling weer van de HGIS-middelen van het Ministerie van OCW per artikel.

5.6 Beleidsartikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

De kwaliteit van het onderwijs wordt gewaarborgd door de beschikbaarheid van voldoende personeel van voldoende kwaliteit voor alle onderwijsdeelnemers.

De minister is verantwoordelijk voor een onderwijsstelsel dat zodanig functioneert dat het onderwijs aansluit bij de talenten en ambities van individuele leerlingen/studenten en bij de behoefte van de maatschappij. De leraar, de schoolleider en ondersteunend personeel zijn daarbij cruciaal.

Financieren

De minister draagt bij aan het personeelsbeleid op scholen door het (mee)financieren van (mogelijkheden tot) werven, matchen, opleiden, begeleiden en professionaliseren. Dit gebeurt via aanvullende bekostiging en subsidies.

Stimuleren

De minister is verantwoordelijk voor het borgen van de kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van het stelsel. Door de krapte op de arbeidsmarkt en de demografische ontwikkelingen staat deze verantwoordelijkheid onder druk. Het vraagt dan ook continue aandacht en een breed pakket aan maatregelen om te zorgen voor voldoende en (blijvend) goed opgeleid personeel. Meer dan in de afgelopen periode is het daarnaast van belang om te leren omgaan met de schaarste. In sommige regio’s gaat het vooral om schaarste aan leraren en/of schoolleiders, in andere regio's is de uitdaging hoe de toegankelijkheid van lerarenopleidingen geborgd blijft. Over de aanpak en de ontwikkelingen wordt de Tweede Kamer twee keer per jaar geïnformeerd, in juni en december, via de brieven over de lerarenstrategie (Kamerstukken II, 2025/25, 27923, nr. 497 en Kamerstukken II 2024/2025, 27923, nr. 514).

Kengetallen

De indicatoren voor het arbeidsmarkt- en personeelsbeleid worden beschreven in het beleidsverslag op OCW in Cijfers.

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar grotendeels conform de in de begroting gestelde doelen. De belangrijkste beleidsconclusies worden beschreven in het onderdeel beleidsprioriteiten.

Tabel 26 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

153.039

190.290

171.494

220.802

364.132

400.235

‒ 36.103

        

Uitgaven

168.823

183.311

187.618

225.787

369.077

410.735

‒ 41.658

        

Bekostiging

40.442

44.111

39.473

76.455

224.478

231.552

‒ 7.074

Beloning Leerkacht lumpsum po/vo/mbo

0

0

0

0

1

0

1

Tegemoetkoming kosten opleidingsscholen

40.442

44.111

39.473

0

0

0

0

Tekorten regio's

0

0

0

76.455

224.477

231.552

‒ 7.075

Subsidies (regelingen)

123.184

133.281

142.052

143.013

134.991

170.487

‒ 35.496

Lerarenbeurs

58.087

65.386

61.127

61.579

56.258

68.678

‒ 12.420

Zij-instroom

42.901

47.652

67.834

78.418

75.306

94.539

‒ 19.233

Wet Beroep Leraar en Lerarenregister

568

197

0

0

0

0

0

Aanpak lerarentekort

15.831

18.416

10.253

0

0

0

0

Overige subsidies

5.797

1.630

2.838

3.016

3.427

7.270

‒ 3.843

Opdrachten

2.241

2.729

2.400

2.382

5.403

4.513

890

Opdrachten

2.241

2.729

2.400

2.382

5.403

4.513

890

Bijdrage aan agentschappen

2.956

3.190

3.693

3.937

4.205

4.183

22

Dienst Uitvoering Onderwijs

2.956

3.190

3.693

3.937

4.205

4.183

22

        

Ontvangsten

6.842

5.241

6.249

8.285

12.548

7.000

5.548

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen 2025 is € 36,1 miljoen lager dan de vastgestelde begroting.

Uitgaven

De realisatie van de uitgaven 2025 is € 41,7 miljoen lager dan de begroting. Dit komt voornamelijk door een lager aantal aanvragen op de regelingen zij-instroom en lerarenbeurs dan begroot. Het verschil tussen de kas- en verplichtingenrealisatie wordt grotendeels veroorzaakt doordat er op het budget zij-instroom minder verplichtingbudget beschikbaar en benodigd was dan kasbudget. Er was minder verplichtingbudget nodig omdat voor de regeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar een deel van de verplichtingen al in eerdere jaren is aangegaan.

Bekostiging

De realisatie op de bekostiging is € 7,1 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt doordat er € 4,0 miljoen minder is aangevraagd op de regelingen voor de onderwijsregio’s dan voorzien. Daarnaast zijn er middelen overgeboekt naar de instrumenten overige subsidies en opdrachten voor activiteiten ter ondersteuning van de aanpak van de tekorten.

Subsidies

De realisatie op de subsidies is € 35,5 miljoen lager dan de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door minder aanvragen dan voorzien voor de subsidieregelingen Lerarenbeurs (€ 12,4 miljoen), zij-instroom in beroep (€ 5,3 miljoen) en onderwijspersoneel opleiding tot leraar (€ 2,1 miljoen) (toegelicht in de Tweede Suppletoire Begroting 2025).

Ontvangsten

De realisatie van de ontvangsten in 2025 is € 5,5 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door terugvorderingen op de regeling onderwijspersoneel opleiding tot leraar (€ 1,7 miljoen), de regeling onderwijsregio’s (€ 1,8 miljoen) en de inmiddels afgeronde promotiebeurs voor leraren (€ 1,8 miljoen).

5.7 Beleidsartikel 11 Studiefinanciering

Het stelsel van studiefinanciering biedt studenten in het hoger onderwijs en in de beroepsopleidende leerweg de financiële mogelijkheden om in Nederland en daarbuiten onderwijs te kunnen volgen.

De minister is verantwoordelijk voor de doeltreffende en doelmatige werking van het stelsel van studiefinanciering, zoals geregeld in de Wet studiefinanciering 2000.

Financieren

De minister financiert het stelsel waarbij de financiële toegankelijkheid is gewaarborgd; er zijn geen onoverkomelijke financiële belemmeringen om te gaan studeren. Tegelijkertijd wordt recht gedaan aan het principe dat studeren ook een investering van de student zelf is. Tevens wordt recht gedaan aan de bijdrage die ouders daaraan kunnen leveren.

Indicatoren/kengetallen

Voor indicatoren/kengetallen over studiefinanciering wordt verwezen naar de website OCW in Cijfers.

De Wet herinvoering basisbeurs regelt dat studenten die daar recht op hebben, vanaf 2025 een tegemoetkoming krijgen wanneer zij binnen de diplomatermijn afstuderen. Het bedrag voor de tegemoetkoming wordt verrekend met de studieschuld, of uitbetaald als er geen studieschuld resteert. Ook is de vormgeving van de studievoorschotvouchers per 1 september 2023 aangepast. (Oud-)studenten die daarvoor in aanmerking komen, krijgen voortaan geld of korting op hun studieschuld in plaats van tegoed voor een nieuwe opleiding. In 2025 hebben 698.211 (oud)-studenten een tegemoetkoming ontvangen voor in totaal € 903,0 miljoen. Bij de tegemoetkoming studievoorschotvouchers hebben 319.479 (oud)-studenten de tegemoetkoming ontvangen voor in totaal € 668,2 miljoen.

In november 2024 heeft het kabinet besloten (Kamerstukken II 2024/2025, 24724, nr. 243) om alle financiële maatregelen die zijn genomen richting (oud-)studenten, na controle tussen januari 2012 en juni 2023 op basis van het oude risicogerichte selectieproces, terug te draaien. Sinds september 2025 is de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) begonnen met het uitvoeren van de eerste herzieningen en de daarbij behorende terugbetalingen aan (oud-)studenten. De controles voor de uitwonendenbeurs werden in 2025 op basis van aselecte steekproef uitgevoerd. Dit betreft zowel huisbezoeken als schriftelijke controles. De uitkomsten van de pilot met schriftelijke controles, waar in 2024 mee gestart is, waren positief. De schriftelijke controles zijn in 2025 uitgebreid en structureel onderdeel geworden van het controleproces. Daarnaast zijn er gedragsinterventies toegepast op het gebied van preventie.

In het kader van de hersteloperatie toeslagen worden op dit artikel DUO-schulden van gedupeerde ouders in de toeslagenaffaire kwijtgescholden. Dit wordt ook gedaan voor de huidige partner van de ouder en de ex-partner. In 2025 is er € 47,2 miljoen aan DUO-schulden kwijtgescholden bij gedupeerden.

Tabel 27 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 (bedragen x € 1.000)1
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

5.653.306

5.330.402

5.242.784

5.418.778

6.574.504

6.663.060

‒ 88.556

        

Uitgaven

5.653.306

5.330.402

5.242.784

5.418.708

6.574.575

6.663.060

‒ 88.485

        

Inkomensoverdracht

2.839.628

2.338.730

2.335.894

2.174.868

3.950.899

3.007.446

943.453

Basisbeurs gift (R)

652.574

494.769

396.474

360.774

461.264

421.712

39.552

Aanvullende beurs gift (R)

711.543

714.952

715.957

785.246

821.385

841.884

‒ 20.499

Reisvoorziening gift (R)

1.054.939

904.442

1.020.478

829.454

909.306

‒ 152.285

1.061.591

Caribisch Nederland gift (R)

2.554

2.683

2.058

1.959

1.448

2.177

‒ 729

Studievoorschotvouchers (R)

0

46

583

16

668.178

755.317

‒ 87.139

Tegemoetkoming (R)

0

0

0

0

902.982

895.444

7.538

Overige uitgaven (R)

418.018

221.838

200.344

197.419

186.336

243.197

‒ 56.861

Leningen

2.669.152

2.837.164

2.706.755

3.012.640

2.368.565

3.414.501

‒ 1.045.936

Basisbeurs Prestatiebeurs (NR)

‒ 400.676

‒ 262.141

278.349

1.209.060

821.615

914.351

‒ 92.736

Aanvullende beurs Prestatiebeurs (NR)

149.305

127.858

82.140

244.247

189.403

312.425

‒ 123.022

Reisvoorziening (NR)

170.083

182.661

249.169

120.166

3.023

115.145

‒ 112.122

Rentedragende lening (NR)

2.476.627

2.600.355

1.899.591

1.239.412

1.174.160

1.850.561

‒ 676.401

Collegegeldkrediet (NR)

228.999

161.364

180.340

150.753

139.984

208.284

‒ 68.300

Levenlanglerenkrediet (NR)

27.275

21.197

21.076

17.840

16.891

22.961

‒ 6.070

Caribisch Nederland prestatiebeurs (NR)

0

0

0

0

358

0

358

Caribisch Nederland leningen (NR)

0

0

0

262

570

0

570

Overige uitgaven (NR)

17.539

5.870

‒ 3.910

30.900

22.561

‒ 9.226

31.787

Bijdrage aan agentschappen

144.526

154.508

200.135

231.200

255.111

241.113

13.998

Dienst Uitvoering Onderwijs (R)

144.526

154.508

200.135

231.200

255.111

241.113

13.998

        

Ontvangsten

1.136.446

1.233.544

1.504.908

1.742.931

2.817.492

1.804.068

1.013.424

Ontvangsten Relevant

82.150

69.047

88.034

129.154

284.619

296.664

‒ 12.045

Ontvangsten rente (R)

51.780

41.693

57.933

105.824

257.515

275.932

‒ 18.417

Ontvangsten Caribisch Nederland (R)

299

457

627

729

888

736

152

Overige ontvangsten (R)

30.071

26.897

29.474

22.601

26.216

19.996

6.220

Ontvangsten Niet-Relevant

1.054.296

1.164.497

1.416.874

1.613.777

2.532.873

1.507.404

1.025.469

Terugontvangen lening (NR)

1.054.296

1.164.497

1.416.843

1.613.717

2.532.831

1.507.373

1.025.458

Ontvangsten Caribisch Nederland (NR)

0

0

31

60

42

31

11

1

Toelichting: R = relevant, NR = niet-relevant

Tabel 28 Indeling budgettaire gevolgen van beleid naar relevant en niet-relevant (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Relevante uitgaven:

2.984.154

2.493.238

2.536.029

2.406.068

4.206.010

3.248.559

957.451

Niet-relevante uitgaven:

2.669.152

2.837.162

2.706.755

3.012.640

2.368.565

3.414.501

‒ 1.045.936

Relevante ontvangsten:

82.150

69.048

88.034

129.154

284.619

296.664

‒ 12.045

Niet-relevante ontvangsten:

1.054.296

1.164.497

1.416.874

1.613.777

2.532.873

1.507.404

1.025.469

In het departementaal jaarverslag is bij dit beleidsartikel in de tabel ‘Budgettaire gevolgen van beleid’ een vermelding en onderverdeling opgenomen van relevante (R) en niet relevante (NR) uitgaven voor het uitgavenplafond. Deze vermeldingen en aanvullende tabellen inzake de onderverdeling relevant/niet relevant zijn niet vereist vanuit de Rijksbegrotingsvoorschriften. Deze informatie is opgenomen teneinde te voldoen aan het uitgangspunt dat de verantwoording een spiegeling moet zijn van de begroting.

Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheid gemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voor het uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgaven die relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgavenplafond. Zoals opgenomen in de Ontwerpbegroting 2023 is de behandeling van prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigde inzichten van Eurostat en daarmee het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Relevante en niet-relevante uitgaven

De relevante uitgaven in dit jaarverslag worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en uitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In dit jaarverslag worden de prestatiebeursuitgaven als niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift); in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weergegeven, middels een correctie op het EMU-saldo. Overige niet-relevante uitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevant voor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in de EMU-schuld.

Relevante en niet-relevante ontvangsten

De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen.

Realisatie uitgaven

De realisatie van de uitgaven lag in 2025 € 88,5 miljoen lager dan oorspronkelijk begroot. De relevante uitgaven vielen € 943,4 miljoen hoger uit dan begroot. Het grootste deel hiervan komt door een ov-kasschuif waarbij uitgaven van 2026 naar 2025 zijn geschoven. De niet-relevante uitgaven waren € 1.045,9 miljoen lager dan begroot. Dit komt met name doordat studenten fors minder lenen dan geraamd.

Realisatie ontvangsten

De realisatie van de ontvangsten is € 1.013,4 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. De relevante ontvangsten waren € 12,0 miljoen lager. De niet-relevante ontvangsten zijn € 1.025,5 miljoen hoger dan begroot. Voor leenstelselstudenten met een studieschuld wordt de tegemoetkoming in mindering gebracht op de openstaande studieschulden. Deze verlaging van de studieschulden wordt op dit begrotingsartikel zichtbaar als een (hogere) niet-relevante ontvangst. Bij de begroting 2025 was deze verrekening nog niet op de niet-relevante ontvangsten begroot met als gevolg dat nu een grote meevaller gerealiseerd is.

De verschillen tussen de begrotingsramingen en de realisaties 2025 worden hierna bij de financiële instrumenten toegelicht.

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen in 2025 is € 943,5 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. De uitgaven in 2025 zijn € 943,5 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot.

Uitgaven

Inkomensoverdracht

Basisbeurs

De basisbeurs is een algemene voorziening die er toe bijdraagt dat deelnemers van 18 jaar en ouder in de beroepsopleidende leerweg (bol) financieel in staat worden gesteld om onderwijs te volgen in Nederland en daarbuiten. Met ingang van studiejaar 2023/2024 is het Wetsvoorstel herinvoering basisbeurs in werking getreden. Deze wet regelt dat met ingang van dat studiejaar ook studenten op het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo) weer een basisbeurs kunnen ontvangen.

Tabel 29 Totaal aantal studenten met studiefinanciering12
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Studerenden met basisbeurs

220.960

207.888

655.956

630.047

619.064

629.900

‒ 10.836

bol

218.262

206.610

191.377

184.836

180.781

189.800

‒ 9.019

hbo

2.386

1.106

287.711

272.993

267.806

266.800

1.006

wo

312

172

176.868

172.218

170.477

173.300

‒ 2.823

Studenten zonder basisbeurs

589.106

591.727

139.157

126.147

126.561

148.200

‒ 21.639

bol

19.209

18.489

15.384

11.245

14.462

19.700

‒ 5.238

hbo

346.110

343.416

61.967

55.447

52.019

59.800

‒ 7.781

wo

223.787

229.822

61.806

59.455

60.080

68.700

‒ 8.620

Totaal

810.066

799.615

795.113

756.194

745.625

778.100

‒ 32.475

1

Realisatiegegevens DUO

2

De cijfers voor 2023 zijn op basis van de realisatie van september 2023 tot en met december 2023. In deze periode ontvingen ho-studenten weer een basisbeurs.

Uitgaven studiefinanciering

Uit de realisatiecijfers blijkt dat het totaal aantal studerenden met een basisbeurs in 2025 lager is dan begroot: 10.836 minder ten opzichte van de ontwerpbegroting 2025. Nadere uitsplitsing laat zien dat deze onderschrijding zich voordoet in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) (bol, ‒ 9.019) en het wo (-2.823). In het hbo is het aantal studenten met een basisbeurs hoger dan begroot (+1.006). Het aantal studenten dat geen basisbeurs ontvangt maar wel een andere vorm van studiefinanciering heeft, ligt in 2025 21.639 lager dan begroot. Deze onderschrijding doet zich zowel voor in het mbo, het hbo als het wo (-8.600).

Tabel 30 Uitgaven basisbeurs gift (bedragen x € 1.000)1
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Uitbetaalde basisbeurs gift

80.777

70.975

71.252

85.056

76.295

81.948

‒ 5.653

bol

84.725

74.569

70.503

78.344

69.483

77.353

‒ 7.870

hbo

‒ 4.164

‒ 3.943

‒ 794

1.649

2.065

1.038

1.027

wo

216

349

1.543

5.063

4.746

3.557

1.189

Naar gift omgezette basisbeurs prestatiebeurs

571.797

423.795

325.221

275.718

384.969

339.696

45.273

bol

208.710

200.565

203.663

205.582

216.153

207.413

8.740

hbo

180.488

105.573

59.872

39.272

119.118

69.878

49.240

wo

182.599

117.657

61.686

30.864

49.698

62.406

‒ 12.708

Totaal

652.574

494.769

396.473

360.774

461.264

421.644

39.620

1

Realisatiegegevens DUO

Uitgaven basisbeurs

De relevante uitgaven aan de basisbeurs gift zijn in 2025 per saldo € 5,7 miljoen lager dan begroot. In de bol is er € 7,9 miljoen minder aan basisbeurs gift uitbetaald dan geraamd. Dit komt door lagere studentaantallen in het mbo dan geraamd.

De toekenningen als gift van basisbeurzen aan hbo-studenten zijn € 1,0 miljoen hoger dan geraamd en de toekenningen aan wo-studenten zijn € 1,2 miljoen hoger dan geraamd. In het hoger onderwijs worden basisbeurzen als gift toegekend wanneer de student reeds aan de diploma-eis voldoet.

De uitgaven prestatiebeurs omzettingen naar gift vallen voor de basisbeurs €45,3 miljoen hoger uit dan geraamd. In het bol en hbo is er meer omgezet dan geraamd. In het wo is minder omgezet dan geraamd.

Aanvullende beurs

In de studiefinanciering wordt recht gedaan aan de bijdrage die ouders kunnen leveren aan de studie van hun kinderen. In het geval dat ouders onvoldoende inkomen hebben om die bijdrage te leveren, hebben studerenden een extra financiële belemmering te overwinnen. Om deze belemmering weg te nemen wordt aan hen een aanvullende beurs verstrekt waarvan de hoogte afhankelijk is van het ouderlijk inkomen.

Tabel 31 Totaal aantal studenten met een aanvullende beurs1
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

bol

112.674

107.367

98.992

95.072

90.591

108.900

‒ 18.309

hbo

96.185

93.884

88.755

138.290

130.262

126.000

4.262

wo

34.615

35.716

35.730

62.534

59.413

55.800

3.613

Totaal

243.474

236.967

223.477

295.896

280.266

290.700

‒ 10.434

1

Realisatiegegevens DUO

Toelichting

Het aantal verstrekte aanvullende beurzen aan bol-studenten is in 2025 lager uitgevallen dan geraamd (18.300 minder). In het hbo en wo zijn er meer aanvullende beurzen verstrekt dan geraamd (7.900 meer).

Tabel 32 Uitgaven aanvullende beurs gift (bedragen x € 1.000)1
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Uitbetaalde aanvullende beurs gift

291.160

274.412

258.228

298.906

302.426

340.916

‒ 38.490

bol

237.829

221.687

204.678

215.770

216.758

247.750

‒ 30.992

hbo

41.342

39.090

39.153

60.245

61.740

65.341

‒ 3.601

wo

11.989

13.635

14.397

22.891

23.928

27.825

‒ 3.897

Naar gift omgezette aanvullende beurs prestatiebeurs

420.382

440.539

457.729

486.340

518.960

500.789

18.171

bol

140.435

137.396

144.419

144.425

147.692

142.292

5.400

hbo

205.943

221.883

221.699

244.756

267.601

253.827

13.774

wo

74.004

81.260

91.611

97.159

103.667

104.670

‒ 1.003

Totaal

711.542

714.951

715.957

785.246

821.386

841.705

‒ 20.319

1

Realisatiegegevens DUO

Uitgaven aanvullende beurs gift

De relevante uitgaven aan de aanvullende beurs gift zijn in 2025 € 38,5 miljoen lager dan geraamd. De toekenningen van aanvullende beurzen gift in de bol zijn in 2025 € 31,0 miljoen lager dan geraamd. Dit komt omdat het aantal bol-studenten lager is dan geraamd. De omzettingen van aanvullende beurs prestatiebeurs naar gift van bol-studenten zijn € 5,4 miljoen hoger dan geraamd.

In het hbo is er € 3,6 miljoen minder aan aanvullende beurs als gift uitbetaald dan geraamd en in het wo is € 3,9 miljoen minder gerealiseerd. In het hbo is ten opzichte van de raming € 13,8 miljoen meer aanvullende beurs omgezet in gift. In het wo is € 1,0 miljoen minder aanvullende beurs omgezet in gift.

Reisvoorziening

Als onderdeel van het stelsel van studiefinanciering, draagt een reisvoorziening bij aan de toegankelijkheid van het onderwijs. Meer in het bijzonder is het doel van de reisvoorziening om studenten te faciliteren in het reizen van huis naar de onderwijsinstelling en van huis naar de stageplaatsen.

Tabel 33 Aantal studenten met een reisvoorziening1
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Aantal gebruikers van het reisrecht

847.630

841.525

794.314

789.513

778.400

800.800

‒ 22.400

bol minderjarig

108.797

104.827

102.644

104.158

107.305

108.900

‒ 1.595

bol

220.292

209.045

192.237

181.297

176.244

189.300

‒ 13.056

ho

518.541

527.653

499.433

504.058

494.851

502.600

‒ 7.749

Aantal RBS

10.065

15.385

15.627

16.965

17.985

15.700

2.285

bol

839

1.684

1.764

1.826

1.874

1.800

74

ho

9.226

13.701

13.863

15.139

16.111

13.900

2.211

Totaal

857.695

856.910

809.941

806.478

796.385

816.500

‒ 20.115

1

Realisatiegegevens DUO

Toelichting

Het aantal studenten dat gebruik heeft gemaakt van het reisproduct is in 2025 per saldo 22.400 lager dan begroot, waarbij de daling vooral veroorzaakt wordt door meerderjarige bol-studenten en ho-studenten. Het aantal studenten dat in 2025 een financiële vergoeding voor studeren in het buitenland, ofwel de reisvoorziening buitenland studerenden (RBS), ontving is 2.285 studenten hoger dan geraamd. Dit komt door hogere aantallen in zowel de bol als het hbo en wo.

Tabel 34 Uitgaven reisvoorziening (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Uitbetaalde reisvoorziening gift

91.316

95.082

99.738

96.462

92.702

102.327

‒ 9.625

bol

79.665

76.848

79.915

75.323

71.873

80.569

‒ 8.696

ho

11.651

18.234

19.823

21.139

20.830

21.758

‒ 928

Naar gift omgezette reisvoorziening prestatiebeurs

719.640

750.327

774.497

838.028

882.690

863.816

18.874

bol

245.662

257.929

270.428

281.316

287.654

279.358

8.296

ho

473.978

492.398

504.069

556.712

595.036

584.458

10.578

Bijdrage studerenden aan OV-contract

‒ 1.015.081

‒ 1.058.864

‒ 1.157.949

‒ 1.093.874

‒ 1.023.156

‒ 1.121.429

98.273

bol

‒ 395.302

‒ 395.716

‒ 430.595

‒ 396.160

‒ 373.169

‒ 421.914

48.745

ho

‒ 619.779

‒ 663.148

‒ 727.354

‒ 697.714

‒ 649.987

‒ 699.515

49.528

Kosten contract OV-bedrijven

1.259.065

1.117.897

1.304.192

988.838

957.070

2.949

954.121

Totaal reisvoorziening

1.054.940

904.442

1.020.478

829.454

909.306

‒ 152.338

1.061.644

Uitgaven reisvoorziening

De relevante uitgaven aan de reisvoorziening zijn in 2025 in totaal € 1.061,6 miljoen hoger dan geraamd, grotendeels vanwege een kasschuif. Het bedrag aan reisvoorziening gift dat is uitbetaald is € 9,6 miljoen lager dan begroot. Dit betreft studenten die niet onder de prestatiebeurs vallen en daardoor de reisvoorziening als directe gift krijgen. De omzettingen van prestatiebeurs naar gift waren in 2025 hoger dan begroot. De omzettingen voor de bol-studenten waren € 8,3 miljoen hoger dan geraamd, en voor de studenten hoger onderwijs € 10,6 miljoen hoger.

In 2025 is het normbedrag voor de ov-studentenkaart lager dan 2024. Het lagere normbedrag zorgt voor hogere uitgaven op de post bijdrage van studerenden. Dit is een negatieve, technische tegenboeking waarmee relevante uitgaven aan vervoerders worden aangesloten op de prestatiebeurssystematiek voor studenten. In 2025 is er daardoor € 98,3 miljoen meer uitgegeven dan geraamd. Dit komt ook door lagere studentenaantallen die gebruik maken van de ov-studentenkaart.

De kosten voor het contract ov-bedrijven zijn € 954,1 miljoen hoger dan geraamd. Dit bedrag geeft een vertekend beeld vanwege een kasschuif. Deze kasschuif vindt plaats om het kasritme van de Staat te optimaliseren. Als gevolg van deze kasschuif zijn de uitgaven in 2025 per saldo € 970,0 miljoen hoger dan bij de vastgestelde begroting. Deze uitgaven zijn naar voren geschoven uit 2026. De bijstelling op de post kosten voor het contract ov-bedrijven valt lager uit dan de kasschuif, door de lagere prijs voor de ov-studentenkaart en de lagere aantallen.

Studievoorschotvouchers

In de Wet herinvoering basisbeurs is de vorm van de studievoorschotvouchers aangepast. De doelgroep van de studievoorschotvouchers betreft studenten die in de collegejaren 2015/2016 tot en met 2018/2019 voor het eerst een opleiding met studiefinanciering zijn gaan doen en daarvoor binnen de diplomatermijn een diploma hebben behaald. De resulterende tegemoetkoming bedraagt circa € 2.097 (prijspeil 2025) per student. In 2025 hebben 319.479 (oud)-studenten de tegemoetkoming studievoorschotvoucher ontvangen voor in totaal € 668,2 miljoen. Dit is € 87,1 miljoen minder dan begroot.

Tegemoetkoming

De Wet herinvoering basisbeurs regelt dat studenten die daar recht op hebben, vanaf 2025 een tegemoetkoming krijgen wanneer zij binnen de diplomatermijn afstuderen. De tegemoetkoming is bedoeld voor studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd. De student ontvangt een tegemoetkoming voor elke maand dat die onder het leenstelsel heeft gestudeerd. Daarbij geldt een minimale periode van 12 maanden die men onder het leenstelsel moet hebben gestudeerd. In de wet is het per maand beschikbare bedrag voor de tegemoetkoming opgenomen van € 34,17 (prijspeil 2025). In 2025 hebben 698.211 (oud)-studenten een tegemoetkoming ontvangen voor in totaal € 903,0 miljoen.

Overige uitgaven

De relevante overige uitgaven omvatten voornamelijk kwijtscheldingen en technische correcties tussen relevante uitgaven en niet-relevante uitgaven. De realisatie 2025 is bij de relevante overige uitgaven € 56,9 miljoen lager uitgevallen. Deze bijstelling is met name het gevolg van een kasschuif naar latere jaren op het budget, voor het terugdraaien van alle besluiten naar aanleiding van de controles op de uitwonendenbeurs.

Leningen

Niet relevante uitgaven

Niet-relevante uitgaven zijn binnen dit jaarverslag uitgaven die niet relevant zijn voor het uitgavenplafond. In dit jaarverslag worden prestatiebeurzen, de rentedragende lening, het collegegeldkrediet en het levenlanglerenkrediet als niet-relevant gezien. In de weergave van het EMU-saldo worden prestatiebeurzen als relevant in beeld gebracht middels een correctie.

Basisbeurs

Studenten in het bol niveau 3 en 4, in het hbo en het wo hebben recht op een basisbeurs onder het prestatiebeursregime. Sinds het studiejaar 2023/2024 is de basisbeurs opnieuw ingevoerd voor studenten in het hbo en wo.

Tabel 35 Uitgaven basisbeurs prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Uitbetaalde basisbeurs

236.669

238.201

687.025

1.587.398

1.321.423

1.359.669

‒ 38.246

bol

244.224

236.703

240.451

261.968

238.516

251.480

‒ 12.964

hbo

9.664

6.040

236.012

699.093

591.458

609.174

‒ 17.716

wo

2.090

1.498

213.851

629.927

493.079

499.015

‒ 5.936

Toeslagenaffaire

‒ 19.309

‒ 6.040

‒ 3.288

‒ 3.590

‒ 1.630

0

‒ 1.630

Naar gift omgezette basisbeurs prestatiebeurs

‒ 571.797

‒ 423.795

‒ 325.222

‒ 275.719

‒ 384.970

‒ 339.697

‒ 45.273

bol

‒ 208.710

‒ 200.565

‒ 203.664

‒ 205.583

‒ 216.153

‒ 207.413

‒ 8.740

hbo

‒ 180.488

‒ 105.573

‒ 59.872

‒ 39.272

‒ 119.118

‒ 69.878

‒ 49.240

wo

‒ 182.599

‒ 117.657

‒ 61.686

‒ 30.864

‒ 49.698

‒ 62.406

12.708

Naar lening omgezette basisbeurs prestatiebeurs

‒ 65.549

‒ 76.547

‒ 83.454

‒ 102.618

‒ 114.839

‒ 105.621

‒ 9.218

bol

‒ 4.811

‒ 7.067

‒ 10.775

‒ 15.482

‒ 21.522

‒ 16.806

‒ 4.716

hbo

‒ 43.120

‒ 53.851

‒ 63.958

‒ 77.242

‒ 82.566

‒ 78.724

‒ 3.842

wo

‒ 17.618

‒ 15.629

‒ 8.721

‒ 9.894

‒ 10.751

‒ 10.091

‒ 660

Totaal

‒ 400.677

‒ 262.141

278.349

1.209.060

821.615

914.351

‒ 92.736

Uitgaven basisbeurs prestatiebeurs

In totaal is er in 2025 € 38,2 miljoen minder aan basisbeurs prestatiebeurs uitbetaald dan geraamd. Een nadere uitsplitsing laat zien dat deze onderschrijding zich voordoet in zowel het mbo (bol, € 13,0 miljoen), het hbo (€ 17,7 miljoen) als het wo (€ 5,9 miljoen). De belangrijkste verklaringen voor deze neerwaartse bijstelling zijn dat er minder bol-studenten zijn dan geraamd en dat het aantal studenten dat een uitwonende beurs ontvangt is gedaald.

Op deze post is er een tegenboeking van € 1,6 miljoen voor het kwijtschelden van de basisbeurs prestatiebeurs als gevolg van de kinderopvangtoeslagenaffaire. Deze uitgaven waren voor 2025 niet begroot.

Het bedrag aan basisbeurs prestatiebeurs dat naar gift is omgezet in 2025 is € 45,3 miljoen lager dan begroot. Deze post bevat de niet-relevante tegenboeking van de relevante omzetting naar gift, die is toegelicht onder tabel 30. Het bedrag aan basisbeurs dat naar lening is omgezet in 2025 is € 9,2 miljoen lager dan begroot, het betreft hier een negatieve boekingsgang. Dit is het gevolg van hogere omzettingen naar lening in bol, hbo en wo. Er is dus uiteindelijk zowel meer omgezet naar gift als naar lening dan geraamd.

Aanvullende beurs

Studenten in de bol niveau 3 en 4 en studenten in het hbo en wo met recht op aanvullende beurs vallen onder het prestatiebeursregime.

Tabel 36 Uitgaven aanvullende beurs prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Uitbetaalde aanvullende beurs

596.875

604.904

585.702

787.707

770.834

873.706

‒ 102.872

bol

174.238

173.659

167.350

169.074

163.747

225.168

‒ 61.421

hbo

311.930

311.217

295.940

427.340

414.535

433.722

‒ 19.187

wo

117.362

122.042

123.586

192.691

193.088

214.817

‒ 21.729

Toeslagenaffaire

‒ 6.655

‒ 2.014

‒ 1.174

‒ 1.398

‒ 536

0

‒ 536

Naar gift omgezette aanvullende beurs prestatiebeurs

‒ 420.382

‒ 440.539

‒ 457.729

‒ 486.340

‒ 518.960

‒ 500.790

‒ 18.170

bol

‒ 140.435

‒ 137.396

‒ 144.419

‒ 144.425

‒ 147.692

‒ 142.292

‒ 5.400

hbo

‒ 205.943

‒ 221.883

‒ 221.699

‒ 244.756

‒ 267.601

‒ 253.828

‒ 13.773

wo

‒ 74.004

‒ 81.260

‒ 91.611

‒ 97.159

‒ 103.667

‒ 104.670

1.003

Naar lening omgezette aanvullende beurs prestatiebeurs

‒ 27.188

‒ 36.507

‒ 45.833

‒ 57.120

‒ 62.471

‒ 60.491

‒ 1.980

bol

‒ 3.988

‒ 5.967

‒ 9.840

‒ 13.250

‒ 17.138

‒ 14.476

‒ 2.662

hbo

‒ 17.048

‒ 22.528

‒ 26.587

‒ 33.273

‒ 35.204

‒ 33.566

‒ 1.638

wo

‒ 6.152

‒ 8.012

‒ 9.407

‒ 10.598

‒ 10.129

‒ 12.449

2.320

Totaal

149.305

127.857

82.140

244.247

189.403

312.425

‒ 123.022

Uitgaven aanvullende beurs prestatiebeurs

In totaal is er in 2025 € 102,9 miljoen minder aan aanvullende beurs prestatiebeurs uitbetaald dan geraamd. In de bol is er € 61,4 miljoen minder uitgegeven dan begroot, in het hbo € 19,2 miljoen minder en in het wo is er € 21,7 miljoen minder uitbetaald aan aanvullende beurs prestatiebeurs dan begroot. Dit komt door lagere studentenaantallen met een aanvullende beurs dan verwacht. Op deze post is er een tegenboeking van € 0,5 miljoen voor het kwijtschelden van de aanvullende beurs prestatiebeurs als gevolg van de kinderopvangtoeslagenaffaire. Deze uitgaven waren voor 2025 niet begroot.

Het bedrag aan aanvullende beurs prestatiebeurs dat naar gift is omgezet in 2025 is € 18,2 miljoen lager dan begroot. Deze post bevat de tegenboeking van de relevante omzetting naar gift, die is toegelicht onder tabel 32 uitgaven aanvullende beurs gift. Het bedrag aan aanvullende beurs dat naar lening is omgezet in 2025 is € 2,0 miljoen lager dan begroot, het betreft hier een negatieve boekingsgang. Dit is het gevolg van hogere omzettingen naar lening in de bol en hbo. Er is dus uiteindelijk zowel meer omgezet naar gift als naar lening dan geraamd.

Reisvoorziening

Studenten in de bol niveau 3 en 4 en in het ho hebben recht op een reisvoorziening onder het prestatiebeursregime.

Tabel 37 Uitgaven reisvoorziening prestatiebeurs (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Uitbetaalde reisvoorziening

922.301

974.266

1.073.503

1.017.981

952.454

1.042.197

‒ 89.743

bol

315.526

319.557

351.089

323.401

303.769

343.926

‒ 40.157

ho

613.831

657.260

724.129

697.292

650.014

698.271

‒ 48.257

Toeslagenaffaire

‒ 7.056

‒ 2.551

‒ 1.715

‒ 2.712

‒ 1.328

0

‒ 1.328

Naar gift omgezette reisvoorziening prestatiebeurs

‒ 719.640

‒ 750.327

‒ 774.497

‒ 838.029

‒ 882.690

‒ 863.816

‒ 18.874

bol

‒ 245.662

‒ 257.929

‒ 270.428

‒ 281.316

‒ 287.654

‒ 279.358

‒ 8.296

ho

‒ 473.978

‒ 492.398

‒ 504.069

‒ 556.713

‒ 595.036

‒ 584.458

‒ 10.578

Naar lening omgezette reisvoorziening prestatiebeurs

‒ 32.578

‒ 41.278

‒ 49.837

‒ 59.786

‒ 66.741

‒ 63.236

‒ 3.505

bol

‒ 2.781

‒ 4.300

‒ 6.998

‒ 10.035

‒ 14.209

‒ 10.194

‒ 4.015

ho

‒ 29.797

‒ 36.978

‒ 42.839

‒ 49.751

‒ 52.532

‒ 53.042

510

Totaal reisvoorziening

170.083

182.661

249.169

120.166

3.023

115.145

‒ 112.122

Uitgaven reisvoorziening prestatiebeurs

In totaal is in 2025 € 89,7 miljoen minder reisvoorziening prestatiebeurs uitbetaald dan geraamd. Dit is het gevolg van een lager normbedrag en lagere aantallen. De uitgaven aan bol prestatiebeurs waren € 40,2 miljoen lager en aan ho prestatiebeurs waren de uitgaven € 48,3 miljoen lager. Op deze post is er een tegenboeking van € 1,3 miljoen voor het kwijtschelden van uitbetaalde reisvoorziening als gevolg van de kinderopvangtoeslagenaffaire. Deze uitgaven waren voor 2025 niet begroot.

Reisvoorziening naar gift

Het bedrag aan reisvoorziening dat naar gift is omgezet in 2025 is € 18,9 miljoen lager dan begroot. Deze post bevat de tegenboeking van de relevante omzetting naar gift, die is toegelicht onder tabel 34 uitgaven reisvoorziening gift. Het bedrag aan reisvoorziening dat naar lening is omgezet in 2025 is € 3,5 miljoen lager dan begroot, het betreft hier een negatieve boekingsgang. Dit is het gevolg van hogere omzettingen naar lening in de bol. Er is dus uiteindelijk zowel meer omgezet naar gift als naar lening dan geraamd.

Leenfaciliteit

De leenmogelijkheden in de studiefinanciering stellen studerenden in staat om hun eigen bijdrage tegen relatief gunstige voorwaarden via de Rijksoverheid te financieren.

Rentedragende lening

De uitgaven aan de rentedragende lening zijn in 2025 per saldo € 676,4 miljoen lager dan geraamd. Voor zowel de bol als het in het hbo en wo wordt er minder geleend dan geraamd. Daarnaast vindt op deze post ook de tegenboeking plaats van kwijtscheldingen van DUO-schulden als gevolg van de kinderopvangtoeslagenaffaire (totaal € 43,7 miljoen). Deze post was voor 2025 niet begroot.

Niet relevante uitgaven collegegeldkrediet

De niet-relevante uitgaven aan collegegeldkrediet zijn lager gerealiseerd dan geraamd. In totaal is er € 68,3 miljoen minder collegegeldkrediet verstrekt. Er wordt door studenten minder gebruik gemaakt van het collegegeldkrediet dan geraamd ook ten opzichte van eerdere jaren. De uitgaven aan het levenlanglerenkrediet zijn in 2024 € 6,1 miljoen lager dan geraamd. Er wordt minder gebruik gemaakt van het levenlanglerenkrediet ten opzichte van eerdere jaren.

Bijdrage aan Agentschappen

DUO is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

De gerealiseerde uitgaven liggen € 14,0 miljoen hoger dan in de oorspronkelijke begroting opgenomen. De realisatie wijkt af van de begroting, met name door een loon- en prijsbijstelling en extra middelen voor Life Cycle Management, bedoeld om het ict-landschap van DUO actueel te brengen en te houden.

Ontvangsten

Onder de relevante ontvangsten vallen de ontvangen rente, de overige ontvangsten en de ontvangsten Caribisch Nederland.

Tabel 38 Relevante ontvangsten (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Ontvangen rente

51.780

41.694

57.933

105.824

257.515

275.932

‒ 18.417

Overige ontvangsten

30.070

26.897

29.473

22.601

26.216

19.996

6.220

Renteloos voorschot en relevante rentedragende lening

1.075

844

598

980

548

506

42

Kortlopende vorderingen

28.995

26.053

24.271

21.621

22.240

19.490

2.750

Overige ontvangsten

4.604

3.428

3.428

Caribisch Nederland

299

457

627

729

888

736

152

Totaal relevante ontvangsten

82.149

69.048

88.033

129.154

284.619

296.664

‒ 12.045

Relevante Ontvangsten

In vergelijking met de raming is er in 2025 per saldo € 12,0 miljoen minder relevante ontvangsten ontvangen dan geraamd. Dit komt hoofdzakelijk doordat ten tijden van het opstellen van de raming nog onvoldoende realisatiegegevens beschikbaar waren om een goede inschatting te maken van de daadwerkelijke renteontvangsten in 2025. Tegenover de neerwaartse bijstelling van de renteontvangsten staat een opwaartse bijstelling van per saldo € 6,4 miljoen op de overige ontvangsten en de ontvangsten vanuit Caribisch Nederland. Deze bijstelling wordt grotendeels verklaard door twee extra ontvangsten van DUO die nog niet waren begroot voor 2025. 

Niet-relevante ontvangsten

De niet-relevante ontvangsten bestaan uit de ontvangsten op de hoofdsom. Het terugbetalingssysteem van leningen is naar draagkracht. Wie gelet op zijn of haar inkomen niet kan terugbetalen, hoeft niet of niet volledig terug te betalen.

In vergelijking met de raming is er in 2025 per saldo € 1.025,5 miljoen meer niet-relevante ontvangsten ontvangen dan geraamd. De bijstelling wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een hogere bijstelling op de terugontvang lening. Voor leenstelselstudenten met een studieschuld wordt de tegemoetkoming in mindering gebracht op de openstaande studieschulden. Deze verlaging van de studieschulden wordt op dit begrotingsartikel zichtbaar als een (hogere) niet-relevante ontvangst. Bij de begroting 2025 was deze verrekening nog niet op de niet-relevante ontvangsten begroot met als gevolg dat nu een zeer grote meevaller gerealiseerd is.

Tabel 39 Bedrag aan uitstaande leningen (bedragen x € 1 miljoen)1
 

2021

2022

2023

2024

2025

Leningen

25.266,0

26.803,7

27.423,7

27.397,6

26.480,0

Collegegeldkrediet

2.152,5

2.260,3

2.374,1

2.453,1

2.361,1

Levenlanglerenkrediet

103,8

117,6

127,5

127,5

135,5

Totaal

27.522,3

29.181,6

29.925,3

29.978,2

28.976,6

1

Realisatiegegevens DUO

Leningen

Tabel 39 bedrag aan uitstaande leningen geeft de vorderingsstanden aan het einde van het jaar weer. Het betreft de uitstaande leningen op oud-studenten en op actieve studenten, exclusief de uitgaven aan prestatiebeursleningen. Het totaal aan uitstaande leningen in 2025 is € 29,0 miljard. Het totaal aan uitstaande leningen is in 2025 gedaald met ongeveer € 1,0 miljard. In 2025 werd meer afgelost dan dat er werd geleend, mede omdat in 2025 voor leenstelselstudenten met een studieschuld de tegemoetkomingen in mindering zijn gebracht op de openstaande studieschulden. Dit zorgde voor een daling van de vorderingsstand. De positieve rente zorgt daarentegen voor een opwaarts effect in de vorderingsstand.

5.8 Beleidsartikel 12 Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

De tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten zorgt ervoor dat leerlingen vanaf 18 jaar in het voortgezet onderwijs (vo) en studenten aan een lerarenopleiding de financiële mogelijkheden hebben om onderwijs te volgen.

De minister is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het onderwijs in Nederland.

Financieren

De minister financiert het stelsel waarbij de financiële toegankelijkheid is gewaarborgd. De leerling (vo) of student (lerarenopleiding) kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming bestaande uit een maandelijkse basistoelage, een eventuele bijdrage in de schoolkosten en een eventuele bijdrage in het les- of cursusgeld.

Indicatoren/kengetallen

Voor indicatoren/kengetallen over de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) wordt verwezen naar de website OCW in Cijfers.

Op dit artikel hebben zich qua uitvoering en resultaten in 2025 geen bijzonderheden voorgedaan.

Tabel 40 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 12 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

65.014

68.823

68.943

78.253

73.334

71.158

2.176

        

Uitgaven

65.014

68.823

68.943

78.254

73.334

71.158

2.176

        

Inkomensoverdrachten

62.351

66.074

66.022

74.884

69.933

67.822

2.111

Minderjarige deelnemers bol (R)

3

0

0

0

‒ 1

0

‒ 1

Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) (R)

3.796

3.676

3.316

3.137

3.590

3.433

157

Tegemoetkoming deeltijd (R)

1.733

1.821

2.279

2.770

2.857

2.337

520

Tegemoetkoming vavo voltijd (R)

4.715

4.788

4.945

5.445

4.765

5.963

‒ 1.198

Tegemoetkoming vo voltijd (R)

48.308

52.287

52.141

60.266

55.702

52.832

2.870

Tegemoetkoming vso voltijd (R)

3.796

3.502

3.341

3.266

3.020

3.257

‒ 237

Leningen

14

13

13

20

9

14

‒ 5

Omboeking van kort- naar langlopende vorderingen (NR)

14

13

13

20

9

14

‒ 5

Bijdrage aan agentschappen

2.649

2.736

2.908

3.350

3.392

3.322

70

Dienst Uitvoering Onderwijs

2.649

2.736

2.908

3.350

3.392

3.322

70

        

Ontvangsten

1.948

2.160

2.046

2.073

1.993

1.985

8

Minderjarige deelnemers bol (R)

23

81

50

7

0

0

0

Tegemoetkoming lerarenopleiding (tlo) en deeltijd vo (R)

189

290

261

291

233

261

‒ 28

Meerderjarige scholieren v(s)o en vavo (R)

1.736

1.789

1.735

1.775

1.760

1.724

36

VerplichtingenDe realisatie van de verplichtingen en de uitgaven in 2025 liggen € 2,2 miljoen hoger dan de oorspronkelijk begrote uitgaven.

Uitgaven

InkomensoverdrachtenDe uitgaven aan inkomensoverdrachten bij de diverse WTOS-regelingen zijn in 2025 per saldo € 2,1 miljoen hoger dan begroot. Deze bijstelling is voornamelijk opgebouwd uit hogere uitgaven aan de tegemoetkoming voltijd en lagere uitgaven aan de tegemoetkoming vavo voltijd. Dit komt doordat het aantal gebruikers anders is uitgevallen dan geraamd.

Tabel 41 Aantal gebruikers per regeling1
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Aantal gebruikers tegemoetkoming lerarenopleiding en deeltijd vo

5.729

5.650

5.914

6.162

6.019

5.900

119

Aantal meerderjarige gebruikers v(so) en vavo

28.464

29.402

29.694

29.505

26.768

27.400

‒ 632

1

Realisatiegegevens DUO

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van de bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft hier het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel.

De gerealiseerde uitgaven in 2025 liggen € 0,1 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot.

Ontvangsten

De ontvangsten hebben betrekking op terugbetalingen van teveel of onterecht verstrekte WTOS-uitkeringen. De ontvangsten bij de diverse onderdelen van de WTOS zijn in 2025 conform de vastgestelde begroting.

5.9 Beleidsartikel 13 Lesgeld

Het genereren van inkomsten voor de financiering van het onderwijs.

Financieren

De minister financiert een groot deel van de kosten voor het volgen van kwalitatief goed onderwijs, omdat de maatschappij baat heeft bij geschoolde burgers. Het individu heeft echter ook profijt van scholing en betaalt daarom lesgeld.

Kengetallen

In de Les- en cursusgeldwet is vastgelegd voor wie, wanneer en op welke wijze het lesgeld wordt vastgesteld. De hoogte van het lesgeld wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de algemene prijsontwikkeling. In onderstaande tabel staan de lesgeldbedragen (vastgesteld tot en met schooljaar 2025/2026) aangegeven.

Tabel 42 Lesgeldbedrag (bedragen x € 1)12
 

2020/21

2021/22

2022/23

2023/24

2024/25

2025/26

Lesgeld

1.202

608

1.239

1.357

1.419

1.458

1

2

Voor het studiejaar 2021/22 geldt een 50% korting op het lesgeld, cursusgeld en collegegeld vanwege Nationaal Programma Onderwijs maatregelen in verband met corona.

Op dit artikel hebben zich qua uitvoering en resultaten in 2025 geen bijzonderheden voorgedaan.

Tabel 43 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 13 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

13.900

14.806

16.447

18.916

19.073

18.680

393

        

Uitgaven

13.900

14.806

16.447

18.916

19.073

18.680

393

        

Bijdrage aan agentschappen

13.900

14.806

16.447

18.916

19.073

18.680

393

Dienst Uitvoering Onderwijs

13.900

14.806

16.447

18.916

19.073

18.680

393

        

Ontvangsten

204.890

192.809

240.897

242.117

242.388

265.994

‒ 23.606

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen en de uitgaven in 2025 liggen € 0,4 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot.

Uitgaven

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van OCW en levert producten en diensten op het terrein van de bekostiging van instellingen, financiering van studenten en informatievoorziening. Het betreft hier het aandeel in de uitvoeringskosten van DUO voor dit begrotingsartikel. De gerealiseerde uitgaven in 2025 liggen € 0,4 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot.

Door het betalen van lesgeld leveren studenten van 18 jaar en ouder een bijdrage aan de kosten van het onderwijs.

Tabel 44 Aantal lesgeldplichtigen1
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

bol/vo

219.258

200.658

184.507

176.573

174.138

181.700

‒ 7.562

1

Realisatiegegevens DUO en Ramingsmodel SF

Ontvangsten

De realisatie van de ontvangsten 2025 ligt € 23,6 miljoen lager dan oorspronkelijk begroot. Dit komt voornamelijk doordat het aantal lesgeldplichtigen lager uitvalt dan geraamd.

5.10 Beleidsartikel 14 Cultuur

Het bevorderen van een sterke, pluriforme, toegankelijke en kwalitatief hoogwaardige cultuursector en het zorgen voor het erfgoed.

De minister is verantwoordelijk voor de Wet op het specifiek cultuurbeleid, de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet, de Archiefwet en de Wet op de vaste boekenprijs. De minister is medeverantwoordelijk voor de uitvoering van taken die voortvloeien uit de Omgevingswet. Volgens de Wet op het specifiek cultuurbeleid is de minister belast met het scheppen van voorwaarden voor het in stand houden, ontwikkelen en sociaal en geografisch spreiden van cultuuruitingen. Overwegingen van kwaliteit en verscheidenheid zijn daarbij leidend. Dit is aanvullend op het cultuuraanbod dat zonder betrokkenheid van de overheid tot stand komt.

Financieren

De minister heeft een financierende rol door het bekostigen van onder andere de culturele basisinfrastructuur en subsidiëring van een aantal specifieke (wettelijke) programma's en regelingen, onder meer op het gebied van erfgoed, kunsten en bibliotheken.

Stimuleren

De minister heeft een stimulerende rol bij het versterken van de cultuursector door een aantal programma’s, als cultuureducatie, leesbevordering, cultuurparticipatie, arbeidsmarkt, ondernemerschap en internationaal cultuurbeleid.

Regisseren

De minister heeft een regisserende rol bij de uitvoering van en toezicht op het behoud en beheer van het erfgoed en (digitale) archieven. Het gaat dan onder meer over de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen, de Erfgoedwet en de Archiefwet. Toezicht op naleving van de laatste twee wetten ligt bij de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en de rijksgesubsidieerde musea zijn onder andere belast met de uitvoering van de Erfgoedwet. Het Nationaal Archief geeft uitvoering aan de Archiefwet.

Kengetallen

De onderbouwing van de doelstellingen op basis van kwantitatieve en kwalitatieve informatie, (beleids)evaluaties en onderzoek worden zo compleet mogelijk op OCW in Cijfers gepubliceerd. Daarnaast brengt de Boekmanstichting met de Cultuurmonitor, gefinancierd door het Ministerie van OCW, trends en ontwikkelingen in het culturele leven in Nederland in beeld. De Erfgoedmonitor bevat feiten en cijfers over erfgoedthema’s en geeft inzicht in de ontwikkeling en staat van het erfgoed in Nederland.

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten zijn conform de verwachtingen in de begroting. Een uitgebreide toelichting op de behaalde resultaten wordt gegeven in het onderdeel beleidsprioriteitenen in de toelichting op de financiële instrumenten.

Tabel 45 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 14 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

1.132.743

1.149.980

770.632

3.731.658

1.094.266

764.919

329.347

        

Uitgaven

1.455.624

1.648.336

1.285.438

1.389.026

1.457.241

1.412.232

45.009

        

Bekostiging

1.187.118

1.042.439

1.022.574

1.078.696

1.196.409

1.177.571

18.838

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse instellingen

267.733

249.434

242.093

250.746

276.046

271.907

4.139

Culturele basisinfrastructuur vierjaarlijkse fondsen

364.049

298.585

276.287

287.042

338.995

328.564

10.431

Museale instellingen met een wettelijke taak

289.693

257.017

249.509

280.414

281.941

280.485

1.456

Stelseltaken openbare bibliotheekvoorzieningen

23.867

24.761

37.611

41.910

35.810

35.705

105

Digitale openbare bibliotheek

19.118

22.026

18.599

19.247

19.816

19.458

358

Bibliotheekvoorziening leesgehandicapten

12.537

13.026

13.903

14.462

14.728

14.462

266

Monumentenzorg

176.593

143.025

146.548

151.404

194.694

182.242

12.452

Huisvesting erfgoed

0

0

0

0

2

0

2

Archieven (incl. Regionale Historische Centra)

28.528

28.448

31.299

33.471

34.377

44.694

‒ 10.317

Flankerend beleid huisvesting

5.000

6.117

6.725

0

0

0

0

Cultuureducatie (via primair onderwijs)

0

0

0

0

0

54

‒ 54

Subsidies (regelingen)

200.934

324.986

128.190

137.555

106.456

99.472

6.984

Verbreden inzet cultuur

8.144

15.218

22.042

15.764

12.977

14.762

‒ 1.785

Internationaal cultuurbeleid (incl. HGIS)

9.069

8.963

12.111

10.877

9.562

10.031

‒ 469

Programma leesbevordering

4.137

16.910

20.724

42.757

30.246

32.104

‒ 1.858

Creatieve Industrie

1661

2098

1876

2760

3.232

3.029

203

Specifiek cultuurbeleid

169.976

273.326

67.589

57.035

35.414

22.214

13.200

Subsidies Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

7.947

8.471

3.848

7.781

6.009

2.632

3.377

NGF CIIIC

0

0

0

581

9.016

14.700

‒ 5.684

Opdrachten

22.727

200.163

24.350

25.668

37.318

33.870

3.448

Beleidsonderzoek, evaluaties en kennisbasis

920

1.212

1.413

1.180

1.328

2.001

‒ 673

Monumentenzorg

96

0

0

0

0

0

0

Archeologie

6

0

0

0

0

0

0

Opdrachten Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

14.893

10.896

12.933

13.997

21.161

19.273

1.888

NGF Opdrachten

0

0

0

0

851

0

851

Overige opdrachten

6.812

188.055

10.004

10.491

13.978

12.596

1.382

Bijdrage aan agentschappen

43.088

52.249

60.986

62.795

80.812

59.152

21.660

Nationaal Archief

42.588

52.229

60.986

62.795

80812

59.152

21.660

Nationaal Archief programma

500

20

0

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

0

26.634

47.464

82.354

34.229

40.089

‒ 5.860

Bijdragen aan medeoverheden

0

26.634

47.464

82.354

34.229

40.089

‒ 5.860

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.757

1.865

1.874

1.958

2.017

2.078

‒ 61

Bijdragen aan (inter)nationale organisaties

1.757

1.865

1.874

1.958

2.017

2.078

‒ 61

        

Ontvangsten

17.158

90.447

26.300

44.706

29.100

494

28.606

Tabel 46 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

1.132.743

1.149.980

770.632

3.731.658

1.094.266

764.919

329.347

waarvan garantieverplichtingen

198.957

‒ 11.864

‒ 38.244

‒ 36.142

192.748

0

192.748

waarvan overige verplichtingen

933.786

1.161.844

808.876

3.767.800

901.518

764.919

136.599

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen in 2025 is per saldo € 329,3 miljoen hoger dan was geraamd bij de vastgestelde begroting. Dit bedrag is samengesteld uit een positief saldo van verleende en vervallen garanties (€ 192,7 miljoen) en hogere gerealiseerde dan geraamde overige verplichtingen (€ 136,6 miljoen). Het verschil tussen de hogere overige verplichtingen ten opzichte van de hogere uitgaven (€ 45,0 miljoen) bedraagt € 91,6 miljoen. De oorzaken hiervan zijn divers, zoals meerjarige verplichtingen voor het Nationaal Groeifonds en het meerjarig verplichten van de loonbijstelling tranche 2025. Deze oorzaken zijn eerder toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025, de Suppletoire Begroting September en de Tweede Suppletoire Begroting 2025.

Uitgaven

Bekostiging

De realisatie van de bekostiging is € 18,8 miljoen hoger dan in de oorspronkelijk vastgestelde begroting. In de Eerste Suppletoire Begroting 2025 is ingegaan op een verhoging van per saldo € 22,6 miljoen en in de Suppletoire Begroting September is toegelicht dat het budget verhoogd is met € 10,8 miljoen in verband met een desaldering bij de monumentenzorg. Dat de hogere realisatie lager is dan de eerder toegelichte verhogingen wordt veroorzaakt door diverse niet eerder toegelichte kleinere overboekingen, zoals € 5,2 miljoen naar het financiële instrument Bijdragen aan agentschappen, bestemd voor het Nationaal Archief in het kader van Oorlog voor de rechter (Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging).

Bijdrage aan agentschappenDe realisatie van de bijdrage aan agentschappen is € 21,7 miljoen hoger dan in de oorspronkelijk vastgestelde begroting. In de Eerste Suppletoire Begroting 2025 is ingegaan op een verhoging van per saldo € 11,2 miljoen. Verder betreft het een overboeking van het instrument bekostiging naar het Nationaal Archief van € 5,2 miljoen in het kader van Oorlog voor de rechter (Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging) en een overboeking van BZK naar het Nationaal Archief van € 6,2 miljoen voor diverse projecten in het kader van informatiehuishouding.

Ontvangsten

De realisatie is € 28,6 miljoen hoger dan in de oorspronkelijk vastgestelde begroting. De raming werd eerder verhoogd door desaldering van € 10,8 miljoen voor de Subsidieregeling Instandhouding Monumentenzorg en een ontvangst van € 13,4 miljoen van het Fonds Podiumkunsten (FPK) (beide toegelicht in de Suppletoire Begroting September) en een desaldering van € 2,1 miljoen ten laste van het Museaal Aankoopfonds (toegelicht in de Tweede Suppletoire Begroting 2025). Na de Tweede Suppletoire Begroting 2025 is € 5,7 miljoen gedesaldeerd ten laste van het Museaal Aankoopfonds als dekking voor de betaling van het eigen risico van de Staat bij de schade die is ontstaan door de kunstroof uit het Drents Museum. Tot slot is van het Mondriaan Fonds € 2,9 miljoen, van het Filmfonds € 1,7 miljoen en van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie € 1,8 miljoen ontvangen. Dit gaat om een retour van coronasteunmiddelen. De desaldering van € 10,8 miljoen voor de Subsidieregeling instandhouding Monumentenzorg is abusievelijk niet in 2025 als ontvangst gerealiseerd. Dit zal in 2026 alsnog plaatsvinden.

5.11 Beleidsartikel 15 Media

Het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod, dat toegankelijk blijft voor alle lagen van de bevolking.

Media hebben een prominente rol in onze democratie en cultuur. Wat we zien, horen en lezen, beïnvloedt ons beeld van de wereld en onze opvattingen. Daarom borgt de minister vier publieke belangen in het mediabeleid waar hij verantwoordelijk voor is: onafhankelijkheid, verscheidenheid, kwaliteit en toegankelijkheid. Verder borgt de minister de vitaliteit van het stelsel van landelijke, regionale en lokale publieke omroepen en de daarvoor relevante wet- en regelgeving.

Financieren

De minister financiert de landelijke en regionale publieke omroep en enkele andere aan de omroep verbonden instellingen. De taakopdracht is wettelijk bepaald en het budget van de publieke omroep is vastgesteld met behoud van afstand tot de uitvoering en inhoud. Op basis van het concessiebeleidsplan Nederlandse Publieke Omroep (NPO) 2022-2026 (Kamerstukken II 2021/22, 32827, nr. 202) sluit de minister elke vijf jaar een prestatieovereenkomst met de publieke omroep. Daarnaast sluit de minister mede op basis van het concessiebeleidsplan Regionale Publieke Omroep (RPO) een prestatieovereenkomst af voor een periode van vijf jaar met de RPO. Verder financiert de minister de borging van persvrijheid en persveiligheid (Stichting Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ)) en het bevorderen van mediawijsheid (Nederlands Instituut voor de Classificatie van Audiovisuele Media (NICAM) en Mediawijzer.net). Tot slot financiert de minister de omroeporkesten en omroepkoren (Stichting Omroep Muziek (SOM)), het media-archief en het expertisecentrum voor media-educatie (Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)). 

Stimuleren

Verder is de minister verantwoordelijk voor instrumenten ter bevordering van (Nederlandse) culturele producties, documentaires, drama’s, kunst- en kinderprogramma's (via NPO en de investeringsverplichting voor streamingdiensten) en het steunen en stimuleren van een onafhankelijke en kwalitatief goede journalistieke infrastructuur.

Regisseren

De minister is verantwoordelijk voor de wetgeving ten aanzien van de taak en organisatie van de publieke omroep en voor wetgeving voor commerciële media. De regels voor commerciële omroepen vloeien voornamelijk voort uit Europese richtlijnen voor audiovisuele mediadiensten. Verder is de minister verantwoordelijk voor wetgeving met betrekking tot omroepdistributie. Het doel daarvan is de toegang tot een gevarieerd media-aanbod te bevorderen en te verankeren.

Kengetallen

Op de website OCW in Cijfers worden beleidsindsindicatoren, monitoringsmatricen en andere verwijzigingen naar beleidsrelevante gegevens op het gebied van Media vermeld.

Daarnaast zijn kengetallen voor het mediabeleid te vinden in de Mediamonitor van het Commissariaat voor de Media.

De belangrijkste conclusies op het terrein van media worden beschreven in het onderdeel beleidsprioriteiten.

Tabel 47 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 15 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

1.102.708

1.223.931

1.385.227

1.329.184

1.332.524

1.276.334

56.190

        

Uitgaven

1.085.355

1.179.246

1.275.747

1.301.833

1.297.647

1.272.025

25.622

        

Bekostiging

1.065.052

1.148.163

1.239.110

1.258.074

1.252.728

1.226.977

25.751

Landelijke publieke omroep

806.592

852.640

957.046

959.044

980.285

952.409

27.876

Regionale Omroep

153.106

162.894

178.969

188.349

197.578

191.401

6.177

Stichting Omroep Muziek (SOM)

17.047

18.017

19.978

23.290

22.568

21.425

1.143

Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid (NIBG)

24.195

25.572

32.092

31.062

31.461

30.744

717

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

2.765

2.709

3.081

3.196

3.246

3.080

166

Co-productiefonds Binnenlandse Omroep (CoBO)

8.674

2.524

5.522

5.684

5.866

5.684

182

Mediawijsheid Expertisecentrum (Bewust mediagebruik)

1.612

1.715

1.830

2.083

1.944

1.884

60

Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO)

1.664

1.759

1.890

1.945

2.007

1.945

62

Dotatie/onttrekking Algemene Mediareserve

48.389

79.252

38.169

42.797

7.149

18.047

‒ 10.898

Overige bekostiging media

1.008

1.081

533

624

624

358

266

Subsidies (regelingen)

15.069

25.347

28.596

34.430

34.683

34.360

323

Steunfonds Lokale Informatievoorziening

5.428

0

0

0

0

0

0

Werk aan Uitvoering

0

3.375

0

0

0

0

0

Onderzoeksjournalistiek

0

0

9.955

13.106

15.215

14.924

291

Lokale journalistiek

0

10.509

13.749

20.470

18.710

18.715

‒ 5

Overige Subsidies

9.641

11.463

4.892

854

758

721

37

Opdrachten

289

330

852

405

392

562

‒ 170

Opdrachten

289

330

852

405

392

562

‒ 170

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

4.879

5.332

7.110

8.840

9.757

10.042

‒ 285

Commissariaat voor de Media

4.879

5.332

7.110

8.840

9.757

10.042

‒ 285

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

66

74

79

84

87

84

3

European Audiovisual Observatory

66

74

79

84

87

84

3

        

Ontvangsten

193.339

207.000

210.260

193.126

164.641

172.400

‒ 7.759

Reclame ontvangsten

193.339

207.000

210.000

192.000

164.500

172.400

‒ 7.900

Overige ontvangsten

0

0

260

1.126

141

0

141

Verplichting

De realisatie van de verplichtingen 2025 ligt € 56,2 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot. Naast de hierna genoemde hogere uitgaven gaat het om een ophoging voor de aangegane verplichtingen 2026, omdat het budget is aangepast aan het hogere uitgavenbudget 2026.

Uitgaven

De realisatie van de uitgaven 2025 ligt € 25,6 miljoen hoger dan oorspronkelijk begroot, als gevolg van toevoeging van de prijsindexeringen (€ 35,7 miljoen) toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025), het desalderen van lagere dan geraamde ontvangsten, met name op de reclame-inkomsten (€ 7,9 miljoen) toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting 2025) en overige kleine mutaties.

Ontvangsten

Deze betreffen met name de reclameopbrengsten van de Stichting Etherreclame (Ster). De gerealiseerde afdracht van reclameopbrengsten door de Ster aan de OCW begroting in 2025 is € 164,5 miljoen. Dit is € 7,9 miljoen lager dan geraamd in de begroting 2025.  In de Mediabegrotingsbrief 2025 was al een verlaging opgenomen van € 7,3 miljoen. Ten opzichte van die actualisatie is de realisatie nog € 0,6 miljoen lager uitgevallen. Op de overige ontvangsten is € 0,1 miljoen ontvangen als gevolg van vastgestelde subsidies.

De liquiditeitsstand van de Algemene Mediareserve (AMr) heeft zich als volgt ontwikkeld in 2025.

Tabel 48 Liquiditeitsstand AMr (bedragen x € 1.000)

Saldo AMr per 01-01-2025

241.101

Uitgaven en overige mutaties

9.014

Via begroting aan AMr toegevoegd, incl. Ster-inkomsten

7.149

Saldo AMr per 31-12-2025

257.264

5.12 Beleidsartikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

De algemene doelstelling is het scheppen van een internationaal concurrerende onderzoeksomgeving, die onderzoekers uitdaagt tot optimale wetenschappelijke prestaties en die goed aansluit op maatschappelijke behoeften.

De overkoepelende ambitie van het onderzoek en wetenschapsbeleid is het creëren van een sterk en duurzaam stelsel van hoger onderwijs en wetenschap, met een hoge kwaliteit onderwijs en onderzoek over de volle breedte, waarin kennisinstellingen en regio’s hun onderscheidende sterktes maximaal kunnen benutten.

De minister heeft drie hoofddoelen geformuleerd om het stelsel toekomstbestendig te maken, namelijk:

  • het versterken van het fundament;

  • ruimte geven aan divers talent;

  • het vergroten van de maatschappelijke impact van hoger onderwijs en onderzoek en de publieke erkenning ervan (Kamerstukken II 2021/22, 31288, nr. 964).

De minister is verantwoordelijk voor het stelsel van onderzoek en wetenschap.

De instrumenten die worden ingezet om de ambitie en hoofddoelen te behalen kunnen worden ingedeeld in drie complementaire rollen:

Financieren

De minister bekostigt (belangrijke onderdelen van) het onderzoeks- en wetenschapsbestel, met als doel de instandhouding en het faciliteren van het stelsel. Instrumenten die hieronder vallen zijn onder andere de structurele hoofdbekostiging van instellingen, aanvullende bekostiging, sectorplannen, subsidies, bijdragen aan agentschappen, bijdragen aan internationale organisaties, matching van Horizon Europe, en nieuwe instrumenten zoals de stimuleringsbeurzen. Deze instrumenten dragen bij aan bijvoorbeeld het versterken van human capital (men is beter in staat talent op te leiden, aan te trekken en te behouden, waardoor er meer rust en ruimte is voor onderzoekers) en het versterken van de infrastructuur (hieronder vallen faciliteiten binnen instellingen, maar ook grote wetenschappelijke infrastructuren op internationaal niveau).

Stimuleren

De minister stimuleert (gewenste ontwikkelingen binnen) het stelsel, bijvoorbeeld door middel van het aanjagen, stimuleren en faciliteren van strategische dialogen en het maken van afspraken met relevante partijen in het kennisecosysteem. De instrumenten om het stelsel te stimuleren dragen elk bij aan de ambitie en hoofddoelen via verschillende mechanismen. Belangrijke mechanismen zijn bijvoorbeeld het verbeteren kennisbenutting (denk aan open science) en het verbeteren van profilering en samenwerking (dit leidt tot vernieuwende consortia en projecten, een betere taakverdeling in het veld, enzovoorts).

Regisseren

De minister schept voorwaarden voor het stelsel via bijvoorbeeld wet- en regelgeving en coördinerende activiteiten. Voorbeelden van dit soort voorwaarden zijn een klimaat waarin kennisinstellingen excellent onderzoek kunnen doen, kwaliteit en vernieuwend vermogen geborgd is, kennisinstellingen doelmatig functioneren en het wetenschapsbeleid op nationaal en internationaal niveau goed gepositioneerd is.

De minister is verantwoordelijk voor het toezicht op een efficiënte besteding van publieke middelen. In de monitoring en evaluatie zal naast doelmatigheid ook speciale aandacht gaan naar de mate waarin de instrumenten (individueel en op geaggregeerd niveau) bijdragen aan de ambitie en hoofddoelen en via welke mechanismen (doeltreffendheid) dit gebeurt.

De belangrijkste behaalde resultaten op het terrein van onderzoek en wetenschapsbeleid zijn opgenomen in het onderdeel beleidsprioriteiten. Daarnaast zijn de resultaten in meer detail beschreven in de matrices van de Strategische Evaluatie Agenda.

De resultaten behaald op de hoofddoelen van het onderzoeks- en wetenschapsbeleid zijn onder de volgende kopjes van de beleidsprioriteiten (en matrices) terug te vinden:

  • het versterken van het fundament. Zie Internationale samenwerkingen en kennisveiligheid en Samenwerking en profilering in de wetenschap;

  • ruimte geven aan divers talent. Zie Perspectief en zekerheid voor wetenschappers en Sociale veiligheid mbo, hbo, wo en wetenschap;

  • het vergroten van de maatschappelijke impact. Zie Kennisontwikkeling voor Nederland.

Tabel 49 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 16 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

1.257.194

1.668.080

2.035.774

1.885.419

1.871.254

1.670.245

201.009

        

Uitgaven

1.193.537

1.438.626

1.687.994

1.829.923

1.831.600

1.714.814

116.786

        

Bekostiging

1.067.549

1.295.913

1.436.205

1.523.925

1.535.006

1.413.952

121.054

NWO

496.101

508.479

589.807

646.358

705.771

631.833

73.938

KNAW

96.271

100.842

106.633

112.593

116.782

111.006

5.776

KB

50.956

59.239

60.864

68.131

68.503

65.566

2.937

NWO Talentenontwikkeling

169.561

165.885

165.885

165.885

170.885

165.885

5.000

NWO Praktijkgericht Onderzoek

0

64.142

65.030

68.405

72.340

60.610

11.730

NWO TTW

8.177

8.000

8.000

13.000

8.000

8.000

0

NWO Grootschalige Researchinfrastructuur

56.608

55.380

55.380

55.380

55.380

55.380

0

Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)

41.700

42.070

43.768

40.739

39.537

27.209

12.328

Poolonderzoek

3.217

3.147

3.147

3.147

3.147

3.147

0

Caribisch Nederland

2.555

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

0

NWO Fonds onderzoek en wetenschap

0

134.000

171.799

179.665

137.047

132.395

4.652

NWO Praktijk onderzoek en wetenschap

0

15.000

15.888

16.663

16.426

15.868

558

NWO NWA

142.403

137.229

147.504

151.459

138.688

134.553

4.135

Subsidies (regelingen)

23.750

28.407

52.283

184.364

160.948

166.995

‒ 6.047

Stichting NLBIF

566

0

0

408

0

0

0

Naturalis Biodiversity Center

6.668

7.525

8.509

15.203

13.798

13.230

568

BPRC

10.923

11.350

11.989

12.565

13.104

12.565

539

NEMO Science Museum

3.536

3.661

4.206

4.073

4.246

4.072

174

STT

231

239

254

267

278

267

11

Stichting AAP

1.084

1.124

1.192

1.250

1.304

1.250

54

Nationaal Groeifonds

0

1.140

25.165

60.636

32.104

33.126

‒ 1.022

Nationale Coördinatie

742

3.368

968

1.895

3.298

8.008

‒ 4.710

Subsidie Fonds onderzoek en wetenschap

0

0

0

83.222

83.599

84.575

‒ 976

Delta Climate Center

0

0

0

4.012

8.198

9.069

‒ 871

VSC

0

0

0

309

323

309

14

Netherlands Academy of Engineering

0

0

0

524

546

524

22

Big Chemistry

0

0

0

0

150

0

150

Opdrachten

655

1.777

3.776

1.503

2.644

8.004

‒ 5.360

Opdrachten

655

1.777

3.085

1.191

1.304

2.411

‒ 1.107

Opdrachten Fonds onderzoek en wetenschap

0

0

691

312

1.340

5.593

‒ 4.253

Bijdrage aan agentschappen

1.513

1.048

80.397

3.106

2.641

4.375

‒ 1.734

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

1.513

1.048

964

1.081

1.146

2.107

‒ 961

RVO Fonds onderzoek en wetenschap

0

0

79.433

2.025

1.495

2.268

‒ 773

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties1

100.070

111.481

115.333

117.025

130.361

121.488

8.873

EMBC

1.333

1.240

1.241

1.064

1.390

998

392

EMBL

5.311

5.654

6.539

7.106

7.828

8.316

‒ 488

ESA

33.387

34.290

35.338

36.518

45.648

36.368

9.280

CERN

50.418

53.602

61.411

61.477

63.756

64.580

‒ 824

ESO

9.621

16.695

10.804

10.860

11.739

11.226

513

        

Ontvangsten

78

0

148

1.788

9.603

101

9.502

1

De (inter-)nationale organisaties zijn afgekort in de tabel. De volledige namen zijn: De European Molecular Biology Conference (EMBC), European Molecular Biology Laboratory (EMBL), European Space Agency (ESA), Conseil Europeen pour la Recherche Nucléaire (CERN), European Southern Observatory (ESO)

Tabel 50 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

1.257.194

1.668.080

2.035.774

1.885.419

1.871.254

1.670.245

201.009

waarvan garantieverplichtingen

‒ 1.083

‒ 1.137

‒ 1.195

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

1.258.277

1.669.217

2.036.969

1.885.419

1.871.254

1.670.245

201.009

Verplichtingen

De realisatie van de verplichtingen 2025 is per saldo € 201,0 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Naast de hierna genoemde hogere uitgaven gaat het om een ophoging voor de aangegane verplichtingen 2026, omdat het budget is aangepast aan het hogere uitgavenbudget 2026. Dit budget is onder andere verhoogd als gevolg van de toekenning van loon- en prijsbijstellingen en overboekingen.

Uitgaven

De realisatie van de uitgaven 2025 is per saldo € 116,8 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Dit is onder andere het gevolg van het toevoeging van loon- en prijsbijstelling (€ 66,5 miljoen), het toevoegen van eindejaarsmarge (€ 16,7 miljoen), zoals toegelicht in de Eerste suppletoire begroting en overboekingen van andere artikelen en departementen (37,1 miljoen).

Ontvangsten

De realisatie van de ontvangsten 2025 is per saldo € 9,5 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. Dit is het gevolg van een terugvordering vanwege een beschikking met een foutief kasritme die in 2024 is verstuurd. Dit is hersteld.

5.13 Beleidsartikel 25 Emancipatie

Het realiseren van gendergelijkheid en gelijkheid wat betreft seksuele oriëntatie, genderidentiteit en geslacht in de Nederlandse samenleving.

In de rechtsstaat Nederland moeten mannen, vrouwen en lhbtiq+ personen op een veilige, vrije en volwaardige manier kunnen deelnemen aan onze pluriforme samenleving.

De opdracht van het emancipatiebeleid is het bevorderen van gelijkheid tussen vrouwen, mannen (gendergelijkheid) en het bevorderen van de positie van lhbtiq+-personen. Het overkoepelende doel is dat iedereen gelijk wordt behandeld en zich geaccepteerd weet en dat persoonlijke vrijheden zoals keuzevrijheid en zelfbeschikking worden beschermd en versterkt; uiteraard met inachtneming van de vrijheid van anderen.

Deze opdracht is belangrijk voor de maatschappelijke participatie, bestaanszekerheid, de veiligheid en het welzijn van burgers. Daarmee draagt emancipatie ook bij aan de welvaart en aan de realisatie van andere maatschappelijke opgaven zoals minder tekorten op de arbeidsmarkt of het terugbrengen van de zorg- en sociale zekerheidskosten en aan een samenleving die voor iedereen veilig is. Daarnaast draagt het emancipatiebeleid bij aan het waarborgen van grondrechten en gelijke behandeling.

Financieren

De minister biedt financiële ondersteuning, waaronder subsidies aan maatschappelijke instellingen via de Subsidieregeling gender- en lhbti+-gelijkheid 2022-2027. Deze regeling voorziet onder andere in het verstrekken van subsidies aan allianties voor de realisering van de doelstellingen op gender- en lhbtiq+-gelijkheid.

Stimuleren

Het Ministerie van OCW sluit met deze allianties strategische partnerschappen op diverse gebieden van Emancipatiebeleid. Gemeente ontvingen via decentralisatie-uitkeringen een bijdrage voor de uitvoering van de samenwerkingsafspraken over versterking en uitvoering van het lokale beleid op het gebied van gendergelijkheid en lhbtiq+ gelijkheid.

Regisseren

Emancipatiebeleid wordt rijksbreed gecoördineerd door de Staatssecretaris Funderend Onderwijs en Emancipatie door wetgeving en beleid te ontwikkelen en aan te jagen bij andere departementen. De coördinatie behelst onder andere samenwerking met andere departementen in de uitvoering van de Emancipatienota: Veilig Meedoen!(Kamerstukken II 2024/25, 30420 VIII, nr. 418) die op 11 juni 2025 aan de Tweede Kamer is verzonden.

De belangrijkste wijzigingen op het terrein van emancipatie worden beschreven in het onderdeel beleidsprioriteiten. Het Ministerie van OCW heeft zich ingezet op drie samenhangende thema's: veiligheid, bestaanszekerheid en onderwijs. Deze komen terug in de twee prioriteiten van het kabinet zoals uiteengezet in de Kamerbrief Emancipatie (Kamerstukken II 2024/25, 30420 VIII, nr. 414) van 18 november 2024:

  • 1. iedereen moet veilig zijn;

  • 2. iedereen moet kunnen meedoen.

Met de uitvoering van het Nationaal Actieprogramma Aanpak Seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld is ingezet op het vergroten van de veiligheid van vrouwen. Dit betrof onder andere activiteiten gericht op bewustwording, studenten, sportverenigingen, omstanders en de rol van mannen. In het kader van het plan van aanpak Stop Femicide! is in 2025 een start gemaakt met het opzetten van een mannenalliantie, die in 2026 van start zal gaan. Verder is met Bonaire, Sint-Eustatius en Saba een nieuw Bestuursakkoord getekend voor de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en kindermishandeling. Daarnaast wordt een nationaal coördinator ingesteld om de aanpak van geweld tegen vrouwen te coördineren en is een implementatiewet voor de EU-richtlijn geweld tegen vrouwen in consultatie gebracht.

Daarnaast is ingezet op het vergroten van de veiligheid van lhbtiq+-personen. Daarvoor zijn gesprekken gevoerd met 75 betrokken organisaties, ervaringsdeskundigen en is een probleemanalyse, bloemlezing en eindrapport gemaakt dat stelt dat de problemen zich voordoen in verschillende contexten: gebrek aan persoonlijke veiligheid in de publieke ruimte, privésfeer en online en het in meer of mindere mate ontbreken van kennis en kunde binnen de instanties. Op basis daarvan is in december 2025 een eerste versterking van de bestaande aanpak lhbtiq-veiligheid (Kamerstukken II, 2025/26, 30420, nr. 437) door dit kabinet opgeleverd.

Er is een onderzoek gestart door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) naar hoe een verbod op non-consensuele niet-noodzakelijke medische behandelingen (nnmb's) bij intersekse kinderen vorm kan krijgen.

Op basis van inzichten uit het "Literatuuronderzoek naar de implementatie van gendermainstreaming bij overheden" door Movisie (2024) is een plan van aanpak opgesteld om de praktijk van gendermainstreaming bij de Rijksoverheid te verbeteren. Er is daarbij onder andere ingezet op betere toepassing van de gendertoets in het beleidskompas het ontwikkelen van een guidance note voor de gendertoets, het delen van kennis over deze toets tijdens de Dag van de Wetgeving en rond Internationale Vrouwendag 2025 en het breder bevorderen van kennis en vaardigheden met betrekking tot gendermainstreaming.

Daarnaast is bijgedragen aan internationale samenwerking voor gendergelijkheid en gelijke rechten voor lhbtiq+-personen met organisaties als Europese Unie, de Raad van Europa en de Verenigde Naties. In samenwerking met andere gelijkgestemde staten heeft Nederland zich succesvol uitgesproken voor maatregelen die bijdragen aan de bescherming en bevordering van gendergelijkheid en gelijke rechten van lhbtiq+-personen, zoals het steunen van de Europese Commissie in haar rol als de hoeder van verdragen bij schendingen hiervan op het gebied van lhbtiq+, de realisatie van de Aanbeveling van het Comité van Ministers voor Gelijke Rechten voor Intersekse Personen van de Raad van Europa en internationale inzet die ertoe leidde dat het Europese Hof in een recente zaak de verplichting heeft vastgesteld van erkenning van registratie van paren van gelijk geslacht door lidstaten wanneer deze paren gebruik maken van hun recht op vrij verkeer in de Europese Unie.

Tabel 51 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 25 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

5.662

69.628

15.160

8.421

9.280

7.612

1.668

        

Uitgaven

14.057

15.328

19.953

20.822

22.520

21.777

743

        

Bekostiging

8.685

7.109

13.263

13.962

14.449

13.901

548

Kennisinfrastructuur: Gender- en LHBTI- gelijkheid

8.685

7.109

13.263

13.962

14.449

13.901

548

Subsidies (regelingen)

4.631

6.929

4.680

3.912

4.953

5.503

‒ 550

Vrouwenemancipatie

11

0

0

0

0

0

0

LHBTI

0

6

0

0

0

0

0

Gender- en LHBTI- gelijkheid 2022-2027

4.620

6.923

4.680

3.912

4.953

5.503

‒ 550

Opdrachten

741

1.290

2.010

2.948

3.118

2.208

910

Opdrachten

741

1.290

2.010

2.948

3.118

2.208

910

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

165

‒ 165

Gemeentefonds gender- en LHBTI-gelijkeid

0

0

0

0

0

165

‒ 165

        

Ontvangsten

0

355

183

70

44

0

44

VerplichtingenDe realisatie van de verplichtingen is per saldo € 1,7 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. De mutaties zijn toegelicht bij respectievelijk de Eerste en Tweede Suppletoire Begroting.

UitgavenDe realisatie van de uitgaven is per saldo € 0,7 miljoen hoger dan de oorspronkelijk vastgestelde begroting. De mutaties zijn toegelicht bij respectievelijk de Eerste en Tweede Suppletoire Begroting.

6. Niet-beleidsartikelen

6.1 Niet-beleidsartikel 91 Nog onverdeeld

Doel van dit artikel is het tijdelijk boeken van sector overschrijdende middelen. Zodra een exacte verdeling over de betrokken beleidsartikelen bekend is, worden de middelen naar deze artikelen overgeboekt. Het betreft:

  • loonbijstelling;

  • prijsbijstelling;

  • onvoorzien.

Op deze onderdelen worden dus geen feitelijke uitgaven verantwoord.

Tabel 52 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 91 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

0

0

0

0

0

‒ 22.302

22.302

        

Uitgaven

0

0

0

0

 

‒ 22.302

22.302

        

Loonbijstelling

0

0

0

0

 

0

0

- programma

0

0

0

0

 

0

0

- apparaat

0

0

0

0

 

0

0

Prijsbijstelling

0

0

0

0

 

0

0

- programma

0

0

0

0

 

0

0

- apparaat

0

0

0

0

 

0

0

Onvoorzien

0

0

0

0

0

‒ 22.302

22.302

        

Ontvangsten

0

0

0

0

 

0

0

6.2 Niet-beleidsartikel 95 Apparaat Kerndepartement

Tabel 53 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 95 (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

281.530

310.337

364.027

433.858

440.755

420.079

20.676

        

Uitgaven

281.554

306.653

367.257

432.050

440.783

420.079

20.704

        

Personele uitgaven

212.310

242.670

300.166

365.321

374.394

344.805

29.589

Eigen Personeel

204.681

229.634

281.271

331.825

343.591

327.090

16.501

Externe inhuur

5.330

11.032

16.934

31.273

28.463

13.323

15.140

Overige personele uitgaven

2.299

2.004

1.961

2.223

2.340

4.392

‒ 2.052

Materiële uitgaven

67.740

62.408

65.183

64.832

64.343

75.274

‒ 10.931

ICT

17.941

15.992

20.054

11.350

12.486

8.320

4.166

Bijdrage aan SSO's

22.088

26.246

21.641

23.627

25.062

23.315

1.747

Overig Materieel

27.711

20.170

23.488

29.855

26.795

43.639

‒ 16.844

Storting/onttrekking begrotingsreserve

1.504

1.575

1.908

1.897

2.046

0

2.046

Begrotingsreserve Schatkistbankieren

1.504

1.575

1.908

1.897

2.046

0

2.046

        

Ontvangsten

3.653

2.590

2.933

4.706

3.179

539

2.640

Ontvangsten

2.149

1.015

1.025

2.809

1.133

539

594

Begrotingsreserve Schatkistbankieren

1.504

1.575

1.908

1.897

2.046

0

2.046

Het Ministerie van OCW heeft de apparaatskosten technisch verdeeld naar instrumenten (Personeel en Materieel) op basis van de realisatiecijfers van voorgaande jaren. Het Ministerie van OCW stuurt op het totaal toegewezen budget aan de organisatieonderdelen en niet per instrument.

Indien mutaties al bij de Eerste Suppletoire Begroting of Tweede Suppletoire Begroting zijn toegelicht, worden deze hier niet herhaald.

VerplichtingenDe verplichtingen voor de apparaatskosten van het Ministerie van OCW zijn in 2025 € 20,7 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting.

UitgavenDe uitgaven voor de apparaatskosten van het Ministerie van OCW zijn in 2025 € 20,7 miljoen hoger dan de vastgestelde begroting. Dit is het saldo van diverse mutaties gedurende het jaar:

  • bij Eerste Suppletoire Begroting zijn de uitgaven verhoogd met € 50,8 miljoen (toegelicht in de Eerste Suppletoire Begroting);

  • bij de September Suppletoire zijn de uitgaven verlaagd met € 11,3 miljoen (toegelicht in de September Suppletoire);

  • bij Tweede Suppletoire Begroting zijn de uitgaven verlaagd met € 4,3 miljoen (toegelicht in de Tweede Suppletoire Begroting);

  • bij Slotwet zijn de uitgaven verlaagd met € 14,6 miljoen. Deze onderuitputting wordt veroorzaakt door verschillende posten. Het gaat met name om overschotten bij verschillende directies en dienstonderdelen, deels veroorzaakt doordat vacatures (met name op het terrein van de expertisegebieden, zoals inspecteurs, veiligheid en ICT) moeilijk of niet te vervullen zijn of niet worden ingevuld vanwege de taakstelling.

OntvangstenDe realisatie van de ontvangsten is in 2025 € 2,6 miljoen hoger dan geraamd (toegelicht in de Tweede Suppletoire Begroting).

Tabel 54 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en zelfstandige bestuursorganen/rechtspersonen met een wettelijke taak (bedragen x € 1 miljoen)
 

Realisatie

 

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021,0

2022,0

2023,0

2024,0

2025,0

2025,0

2025,0

Totaal apparaatsuitgaven ministerie

281,6

306,7

367,3

432,0

440,8

420,1

20,7

Kerndepartement

168,0

182,1

213,7

259,3

261,5

267,2

‒ 5,7

Rijksdienst Cultureel Erfgoed

39,9

42,8

51,0

57,9

59,1

54,1

5,0

Inspectie van het Onderwijs

63,7

71,2

89,9

99,6

105,5

85,7

19,8

Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed

3,9

3,9

4,8

6,4

6,9

6,6

0,3

Onderwijsraad

2,2

2,4

2,5

3,1

3,0

3,0

0,0

Raad voor Cultuur

2,5

2,9

3,7

4,0

3,2

2,8

0,4

Adviesraad voor Wetenschaps- en Technologiebeleid

1,4

1,4

1,7

1,7

1,6

0,7

0,9

        

Totaal apparaatskosten agentschappen

399,2

430,8

504,6

562,3

   

Dienst Uitvoering Onderwijs

356,4

385,0

446,3

489,9

Nationaal Archief

42,8

45,8

58,3

72,4

        

Totaal apparaatskosten zbo’s en rwt's

462,2

319,4

40470,0

10,2

   

Stichting Cito1

33,0

36,6

43,1

36,0

7,1

Stichting SLO1

10,6

10,9

12,5

12,5

0,0

College voor Toetsen en Examens1

2

3

Nederlands Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO)

4,1

4,3

5,0

4,84

4,45

0,46

Landelijk Centrum Studiekeuze (voorheen Studiekeuze 123)1

1,7

2,1

2,37

8

8

Nationaal Agentschap Erasmus+1

4,3

4,64

4,55

0,19

Nuffic1

8,9

10,74

8

8

Netherlands house for Education and Research (Neth-er)1

0,5

0,44

8

8

Stichting Fonds voor de Podiumkunsten

6,6

7,4

6,2

10,24

9,05

1,26

Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie

6,1

5,9

6,5

9,34

11,15

‒ 1,86

Stichting Mondriaanfonds

5,1

6,5

6,0

7,14

5,55

1,66

Stichting Nederlands Filmfonds

5,1

6,1

4,8

5,84

5,85

0,06

Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

3,6

4,1

4,0

4,54

4,85

‒ 0,36

Stichting Nederlands Letterenfonds

3,2

3,5

4,7

4,44

5,05

‒ 0,66

Bureau Architectenregister

1,0

1,0

0,6

0,64

0,65

0,06

Commissariaat voor de Media (CvdM)

4,9

5,3

7,0

9,14

9,15

0,06

Nederlandse Publieke Omroep (NPO)

2,7

2,9

106,9

99,74

8

8

Stichting Regionale Publieke Omroep (RPO)

1,2

1,8

2,2

3,14

1,45

1,76

Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW)

79,3

82,4

170,9

103,64

8

8

Koninklijke Bibliotheek (KB)

60,0

59,2

58,0

60,14

68,45

‒ 8,36

Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)

225,2

71,1

101,0

114,04

136,55

‒ 22,56

Stichting Participatiefonds

2,6

2,0

0,4

0,57

1,45

‒ 0,96

Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)

56,6

60,9

82,0

88,44

87,25

1,26

Stichting Vervangingsfonds10

2,0

2,7

0,3

0,44

0,5

‒ 0,16

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

0,6

0,7

1,4

1,84

2,95

‒ 1,16

Instellingen die onder de Erfgoedwet vallen1

260,4

286,2

Bevoegde gezagsorganen primair onderwijs1

14695,3

14769,2

15407,0

Bevoegde gezagsorganen voortgezet onderwijs1

10115,6

11050,8

11445,6

Regionale opleidingscentra, argrarische opleidingscentra en vakinstellingen1

4179,8

4333,9

Instellingsbesturen hogescholen1

4474,6

4537,3

Instellingsbesturen universiteiten1

6264,7

6556,5

Academische ziekenhuizen1

802,8

844,4

1

Deze organisaties zijn vanaf 2023 aan dit overzicht toegevoegd.

2

Het personeel van het CvTE bestaat uit rijksambtenaren, de apparaatskosten van het CvTE zijn dan ook opgenomen in het apparaatsuitgaven van het kerndepartement. De realisatie voor 2024 bedraagt € 9,5 miljoen.

3

Het personeel van het CvTE bestaat uit rijksambtenaren, de apparaatskosten van het CvTE zijn dan ook opgenomen in het apparaatsuitgaven van het kerndepartement. De realisatie voor 2025 bedraagt € 10,8 miljoen.

4

De gegevens over zbo's worden gebaseerd op de laatste vastgestelde jaarrekeningen. In dit geval betreft het 2024.

5

Om de vergelijking met de begroting te maken, wordt de begroting uit het jaar gebruikt dat correspondeert met de laatst bekende jaarrekening. In dit geval 2024.

6

Het verschil wordt berekend door de begroting van een jaar te vergelijken met de realisatie cf. jaarrekening. In dit geval betreft het 2024.

7

De gegevens over zbo's worden gebaseerd op de laatste vastgestelde jaarrekeningen. In dit geval betreft het 2023.

8

Voor de begrote apparaatskosten is er geen vergelijkbare informatie beschikbaar. Daardoor kan ook het verschil tussen de realisatie en begroting niet berekend worden.

9

Om de vergelijking met de begroting te maken, wordt de begroting uit het jaar gebruikt dat correspondeert met de laatst bekende jaarrekening. In dit geval 2024. .

10

Op 20 februari 2020 is een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer om de verplichte aansluiting bij het Vervangingsfonds af te schaffen. Op 14 September 2021 is het wetsvoorstel ‘’beëindiging vervangingsfonds en modernisering Participatiefonds’’ met algemene stemming aangenomen. Het Participatiefonds zal gedeeltelijk de taken van het Vervangingsfonds overnemen.

7. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Inleiding De bedrijfsvoeringsparagraaf (BVP) biedt een overzicht van de bedrijfsvoering binnen alle onderdelen van het Ministerie van OCW. In deze paragraaf wordt ingegaan op belangrijke zaken zoals risicobeheersing, tekortkomingen en bijzondere gebeurtenissen met betrekking tot de bedrijfsvoering in 2025. Fouten en onzekerheden in de rechtmatigheid van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten worden op artikelniveau gerapporteerd. De BVP biedt daarmee inzicht in de prestaties van de bedrijfsvoering binnen het Ministerie van OCW. Voor 2025 is het beeld dat de bedrijfsvoering, inclusief begrotingsbeheer, financieel beheer en materiële bedrijfsvoering, op orde is. De financiële overzichten geven een getrouw beeld van de uitkomsten van de begrotingsuitvoering.

Paragraaf 1 – Uitzonderingsrapportage

RechtmatigheidDe verantwoording in het departementale jaarverslag is in overeenstemming met de begrotingswetten, de Europese regelgeving, Nederlandse wetten, algemene maatregelen van bestuur en in ministeriële regelingen opgenomen bepalingen. Voor de bepaling van fouten en onzekerheden is de Rijksbrede normering toegepast. Rapporteren over onrechtmatigheden is verplicht als deze onrechtmatigheden meer bedragen dan de betreffende tolerantiegrens.

Tabel 55 Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden (bedragen x € 1.000)

(1) Rapporteringstolerantie

(2) Verantwoord bedrag in € (omvangsbasis)

(3) Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzekerheden in €

(4) Bedrag aan fouten in €

(5) Bedrag aan onzekerheden in €

(6) Bedrag aan fouten en onzekerheden in €

(7) Percentage aan fouten en onzekerheden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100%

Totaalniveau artikelen verplichtingen

      

Artikel 95 (Apparaat Kerndepartement) verplichtingen

€ 440.755

€ 25.000

€ 36.086

€ 0

€ 36.086

8,2%

       

Samenvattende staat baten-lastenagentschappen

€ 683.214

€ 25.000

€ 91.089

€ 9.423

€ 100.512

14,7%

       
       

Afgerekende voorschotten

€ 5.441.542

€ 272.077

€ 360

€ 139.083

€ 139.443

Onrechtmatigheid op artikel 95 (Apparaat Kerndepartement)De tolerantiegrens voor de fouten en onzekerheden op de verplichtingen van artikel 95 bedraagt € 25,0 miljoen. De totale onrechtmatigheid op dit artikel is € 36,1 miljoen. De tolerantiegrens wordt daardoor overschreden met € 11,1 miljoen in 2025.

Dit wordt onder andere veroorzaakt door geïmporteerde fouten in onrechtmatige overbruggings- en tussenovereenkomsten voor inhuur van ICT-professionals en interim-management en organisatieadvies (IMOA), met een totaalbedrag van € 26,7 miljoen. Het betreft een geïmporteerde onrechtmatigheid waar OCW geen actie heeft kunnen ondernemen om deze te voorkomen, aangezien de verantwoordelijkheid voor de aanbesteding bij het Ministerie van Economische Zaken (EZ) en Infrastructuur en Waterstaat ligt.

Onrechtmatigheid op de baten- en lastenagentschappenDe tolerantiegrens voor fouten en onzekerheden van de baten van de agentschappen Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en het Nationaal Archief (NA) bedraagt € 25,0 miljoen. De totale onrechtmatigheid bedraagt € 100,5 miljoen. De tolerantiegrens wordt daardoor overschreden met € 75,5 miljoen in 2025.

Onrechtmatigheid DUODe onrechtmatigheid bij DUO wordt grotendeels veroorzaakt door onrechtmatige inhuur. Vanaf 1 januari 2025 is er vertraging opgetreden in de aanbesteding van de raamovereenkomst «ICT-Professionals 2025-2028» voor DUO Groningen en OCW Overig, waar de locatie DUO Den Haag onder valt. Ten gevolge van deze vertraging wordt vanaf 1 januari 2025 ingehuurd onder overbruggingsovereenkomsten en is er sprake van onrechtmatige inhuur.

Het totaalbedrag aan onrechtmatige inhuur in 2025 betreft € 80,4 miljoen. Dit wordt onder andere veroorzaakt door:- onrechtmatige inhuur onder de overbruggingsovereenkomst ICT Professionals DUO Groningen: € 71,1 miljoen;- onrechtmatige inhuur onder de overbruggingsovereenkomst ICT Professionals OCW overig: € 3,9 miljoen.

Het gaat om een geïmporteerde onrechtmatigheid omdat DUO zelf geen actie heeft kunnen nemen om deze te voorkomen, aangezien het Ministerie van EZ de aanbesteding voor DUO regelt. De oorspronkelijke raamovereenkomsten (ROK) met een looptijd van vier jaar eindigden van rechtswege op 31 december 2024. Bij beide aanbestedingen vanuit het IUC van EZ zijn fouten in de procedure opgetreden. Voor de aanbesteding DUO Groningen kan op zijn vroegst in april 2026 een nieuwe raamovereenkomst gesloten worden waardoor de onrechtmatige inhuur onder de overbruggingsovereenkomst voorlopig voortduurt. Voor OCW Overig is er per 1 november 2025 een nieuwe raamovereenkomst van kracht waardoor er voor de locatie DUO Den Haag geen sprake meer is van onrechtmatige inhuur.

Onrechtmatigheid NAHet totaalbedrag aan onrechtmatige inhuur voor het NA bedraagt € 6,2 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de onrechtmatige inhuur onder de overbruggingsovereenkomst ICT Professionals van OCW.

Onrechtmatigheden op de afgerekende voorschottenDe tolerantiegrens voor fouten en onzekerheden op de afgerekende voorschotten exlusief de basisonnauwkeurigheid en nauwkeurigheidsverval bedraagt € 272,1 miljoen. In Tabel 55 is het direct geconstateerde bedrag aan fouten en onzekerheden opgenomen (€ 139,4 miljoen), op basis van een statistische steekproef van de ADR.

In deze steekproef zijn fouten en onzekerheden van € 1,7 miljoen op artikel 14 (Cultuur) en 16 (Onderzoek- en wetenschapsbeleid) geconstateerd. Wanneer deze fouten worden geëxtrapoleerd naar de volledige populatie, bedraagt de totale onrechtmatigheid inclusief basisonnauwkeurigheid en nauwkeurigheidsverval € 377,2 miljoen, waarmee de tolerantiegrens met € 105,1 miljoen wordt overschreden.

Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatieDe Auditdienst Rijk (ADR) heeft bij het departementale jaarverslag 2024 als aandachtspunten geconstateerd dat een centraal beleid voor de dossiervorming en documentatie, evenals een ingericht proces voor eerste en tweedelijns toezicht, ontbrak. Zij noemden daarbij als risico dat beleidsindicatoren op www.ocwincijfers.nl mogelijk niet geheel tijdig of betrouwbaar tot stand komen. Als handelingsperspectief adviseerde ze het Ministerie van OCW om te zorgen voor ministerie-brede procedures en procesomschrijvingen op strategisch en uitvoerend niveau.

Op basis van de adviezen van de ADR heeft OCW het beleid voor documentatie en dossiervorming, het maken en vastleggen van afspraken met dataleveranciers, en het uitvoeren van eerste- en tweedelijns toezicht voor de totstandkoming van beleidsindicatoren in (de begroting en) het jaarverslag vastgelegd aan de hand van een procesbeschrijving. Hierin staan de procedures, betrokken actoren en bijbehorende rollen en verantwoordelijkheden in de totstandkoming van beleidsindicatoren beschreven. Daarmee is het beeld van Ministerie OCW dat er voldoende aandacht wordt besteed aan de betrouwbare totstandkoming. De niet-financiële informatie is niet strijdig is met de financiële begrotingsinformatie.

Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering De Algemene Rekenkamer (AR) heeft bij het departementale jaarverslag 2024 op de volgende twee aspecten onvolkomenheden op het gebied van financieel- en/of materieel beheer geconstateerd:

- M&O-beleid subsidies onderwijsinstellingen; - M&O-beleid bekostigingsregelingen onderwijsinstellingen.

Aanvullend heeft de ADR bij het departementaal jaarverslag 2024 op het volgende aspect een bevinding geconstateerd:

- IT-beheer DUO.

M&O-beleid subsidies onderwijsinstellingenDe AR heeft in haar rapport bij het jaarverslag 2024 de onvolkomenheid op het misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) beleid bij subsidies aan onderwijsinstellingen gehandhaafd. De bevinding op subsidies is onder te verdelen in twee onderdelen: - subsidieregelingen; - individuele subsidies (project- en instellingssubsidies). Voor subsidieregelingen geldt dat de AR over 2024 verbeteringen heeft geconstateerd, maar dat deze verbeteringen nog niet toereikend waren om de onzekerheid over de rechtmatigheid van subsidieregelingen weg te nemen. De resterende aandachtspunten betroffen de onderbouwing van risico-inschattingen en restrisico’s. Op dat punt zijn de formats voor risicoanalyse eind 2025 aangepast en binnen het ministerie afspraken gemaakt over de invoering.

Nieuw in het rapport was de bevinding op het gebied van individuele subsidies. Daarvan oordeelt de AR dat een vastlegging van risico’s ontbreekt. Binnen het ministerie is in 2025 een format ontwikkeld en de werking om dit OCW-breed in te voeren is gepland. In het risicogerichte format wordt onder meer ingegaan op de M&O-gevoeligheid van de subsidie en de financiële situatie van de ontvanger.

M&O-beleid bekostigingsregelingen onderwijsinstellingenDe AR heeft in haar rapport bij het jaarverslag 2024 twee onvolkomenheden geconstateerd op het M&O-beleid van de volgende twee bekostigingsregelingen:

- bekostiging nieuwkomers; - bekostiging speciaal onderwijs.

Bekostiging nieuwkomers De nieuwkomersregeling gaat het om de aanvullende bekostiging voor nieuwkomers. Het Ministerie van OCW heeft de bewijslast van nieuwkomers in 2021 voor het primair onderwijs (po) en in 2022 het voorgezet onderwijs (vo) laten vervallen. Dit met het oog op de privacy, het beperken van administratieve lasten, de kwetsbaarheid van de doelgroep en de plotselinge hoge instroom van nieuwkomers. De onderwijsinstellingen hoeven de leerlingen voor de aanvullende bekostiging niet meer op persoonsniveau te onderbouwen en administreren. Door het vervallen van de bewijslast kan niet met zekerheid worden vastgesteld of de bekostigingsvoorwaarden zijn nageleefd.

Het Ministerie van OCW heeft gewerkt aan verschillende structurele oplossingen, welke in de komende jaren in werking zullen treden. Voor deze implementatie zijn middelen gereserveerd in de voorjaarsnotabesluitvorming van 2025. Zo wordt in het vo de startdatum van de bekostiging per 1 januari 2026 aangepast, waardoor scholen zelf geen datum meer hoeven op te geven. Daarnaast blijft de bewijslast voor specifieke gevallen in het vo behouden. In het po worden voorbereidingen getroffen voor het invoeren van ambtshalve nieuwkomersbekostiging, waardoor niet langer een aanvraag nodig is.

Bekostiging speciaal onderwijsVoor het po en vo zijn er samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Deze samenwerkingsverbanden ontvangen een vast budget voor zware ondersteuning aan leerlingen. Een deel van dit budget wordt direct uitgekeerd aan de scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs ((v)so). Dit gebeurt op basis van de zwaartecategorie in de toelaatbaarheidsverklaring die het samenwerkingsverband afgeeft. Deze categorie wordt niet door DUO gecontroleerd, waardoor niet met zekerheid kan worden vastgesteld of voor de betaling van de zware ondersteuningsbekostiging aan (v)so-scholen vanuit het budget van samenwerkingsverbanden aan de bekostigingsvoorwaarden is voldaan.

In 2025 zijn de mogelijke verbetermaatregelen geïnventariseerd en de consequenties voor wetgeving, uitvoering en gerelateerd beleid verkend. Bezien wordt nog hoe hier invulling aan gegeven kan worden.

IT-beheer DUO De ADR constateert in het rapport dat de daling van de afgelopen jaren van het aantal bevindingen uit General IT Controls (GITC) in 2025 niet doorzet, maar licht stijgt. De ADR ziet hierbij ook een aantal positieve ontwikkelingen en kansen, maar vragen aandacht voor het tempo waarin de oplossingen worden doorgevoerd, een effectieve Plan-Do-Check-Act-cyclus (PDCA-cyclus) die wordt ingevoerd en het aanscherpen van enkele processen.

Op 1 januari 2025 stonden 31 ADR-bevindingen uit onderzoeken naar GITC open. Dit betrof met name de volledigheid en betrouwbaarheid van controleactiviteiten rondom autorisaties, logging en monitoring en de opzet van de PDCA-cyclus binnen de ICT-organisatie. Ook bleek dat de indeling van applicaties en systemen in twee verschillende systemen niet één-op-één aansloot, waardoor de risicobeoordeling per applicatie minder eenduidig kon worden uitgevoerd.

In de loop van 2025 zijn 18 bevindingen aantoonbaar afgesloten. Voor de resterende bevindingen is de opvolging gestart. Zo zijn in 2025 stappen gezet om de hoge-rechtenaccounts uit het financiële systeem te verwijderen of te vergrendelen echter is dit niet in 2025, maar in januari 2026 afgerond.  Ook is gestart met de inrichting van een koppeling tussen het financiële systeem en Splunk, een platform gericht op het versterken van logging en monitoring binnen het financiële systeem.

Een goed functionerende PDCA-cyclus is noodzakelijk om blijvend grip te houden op IT-beheersmaatregelen en zo de continuïteit en beveiliging van het IT-landschap van DUO te waarborgen. Om risico’s op kwetsbaarheden in de informatiebeveiliging en verstoringen in cruciale processen te beperken, is in 2025 gestart met het inrichten van een aantoonbare en herhaalbare PDCA-cyclus binnen de ICT-organisatie. Onder regie van de ICT-directie is een pilot gestart die is gericht op patchmanagement, inclusief mandaat, prioriteitstelling en beschikbare capaciteit. De pilot is operationeel en wordt iteratief uitgevoerd.

Daarnaast zijn binnen de PDCA-cyclus in 2025 meerdere werkpakketten uitgevoerd die gericht zijn op het verbeteren van de risicobeheersing en interne beheersing binnen DUO ICT. Deze pakketten hebben onder andere betrekking op het inventariseren en actualiseren van beleid en voorschriften, het koppelen met externe normen en het uitvoeren van verschillende analyses.

Fraude & corruptierisico’sHet Ministerie van OCW heeft de belangrijkste risico’s op fraude en corruptie en de maatregelen die zijn genomen om deze risico’s te beheersen in kaart gebracht. Deze risico’s zijn geïdentificeerd door middel van een frauderisicoanalyse.

In 2025 introduceerde het Ministerie van OCW de frauderisicomatrix, waarmee de interne frauderisico’s binnen de financiële processen en de bijbehorende beheersmaatregelen zijn vastgelegd. Deze matrix biedt een overzicht van de huidige situatie rondom interne fraudebeheersing binnen het ministerie. Op basis van deze matrix is een analyse uitgevoerd van de risico’s. De belangrijkste materiële risico’s op interne fraude zijn te onderkennen bij: - inkoop- en aanbestedingstrajecten; - personele vergoedingen; - doorbreking van interne beheersmaatregelen in financiële en betaalprocessen; - niet volledig verantwoorden van de opbrengsten.

Het algemene beeld binnen het Ministerie van OCW is dat er voldoende aandacht wordt besteed aan het voorkomen van fraude. In de diverse financiële processen zijn zowel preventieve als detectieve maatregelen ingebouwd om te voorkomen dat opzettelijk handelingen worden gepleegd door management, werknemers of andere interne betrokkenen om financiële middelen, gegevens of bedrijfsmiddelen te misbruiken voor persoonlijk gewin.

Om deze risico’s te beheersen, worden onder andere de volgende beheersmaatregelen toegepast: - preventieve beheersmaatregelen: integriteitsbeleid, functiescheiding, vier-ogen principe, goedkeuringsproces;- detectieve maatregelen: maandelijkse rapportages, periodieke steekproefcontroles.

Verder heeft het Ministerie van OCW, in samenwerking met de ADR, met behulp van data-analyse een dashboard ontwikkeld, waarmee detectieve analyses uitgevoerd kunnen worden om afwijkende of frauduleuze betalingen op te sporen. De implementatie van het dashboard is nog niet in werking gesteld.

FraudemeldingenBinnen Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-i), een dienstonderdeel van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), is bij het behandelproces subsidies een melding gedaan inzake een mogelijke integriteitsschending voor een subsidiestroom van het Ministerie van OCW. De onregelmatigheden zijn geconstateerd nog voordat er beschikkingen zijn verstuurd en betalingen verricht. Het Ministerie van OCW is hier op tijd van op de hoogte gesteld en het Ministerie van VWS heeft de nodige beheersmaatregelen ingezet. Ook is er een onderzoek ingesteld. Het Ministerie van OCW had na de initiële melding proactiever zicht kunnen houden op het inzetten van de beheersmaatregelen en de opzet van het onderzoek. 

Er zijn mogelijke risico's op materieel beheer. De procesomschrijvingen zullen hierop in 2026 aangepast worden.

Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O)Het Ministerie van OCW heeft als uitgangspunt regelgeving tot stand te brengen die zo min mogelijk gevoelig is voor fraude, misbruik of oneigenlijk gebruik. Jaarlijks worden de risico’s op M&O geïnventariseerd. Waar nodig wordt het voorlichtings-, controle-, sanctie- en/of evaluatiebeleid aangepast, daarbij de wenselijkheid en doelmatigheid van deze middelen in ogenschouw nemend.

In sommige gevallen zijn de getroffen beheersmaatregelen niet voldoende om M&O geheel uit te sluiten. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de kosten van de controles hoger zijn dan de baten of wanneer de wettelijke mogelijkheden begrensd zijn. Er is dan sprake van een restant M&O gevoelige geldstroom, oftewel restant M&O. Dit is de gevoeligheid voor M&O die (bewust) overblijft nadat maatregelen ten aanzien van voorlichting, controle, sanctie en evaluatie zijn getroffen.

Regelingen Maatschappelijke Diensttijd (MDT)Bij de MDT-regelingen zijn er meerdere signalen van mogelijk M&O geregistreerd. Deze signalen verschillen in aard en omvang. Alle verdenkingen van misbruik van subsidiegelden worden onderzocht. Een deel van de signalen heeft betrekking op subsidieaanvragen die zijn afgewezen. Bij een deel van de signalen is inmiddels vastgesteld dat geen sprake is van M&O. In twee gevallen is aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie. Sinds regeling MDT2023 zijn bij elk aanvraag tijdvak, met name MDT2025, meerdere beheersmaatregelen doorgevoerd die het risico op M&O beperken, waaronder een stevigere financiële toets bij aanvraag, een uitgebreider format voor de begroting waar tussentijds en achteraf op gecontroleerd kan worden, en de ontwikkeling van een steekproefplan en een nieuw accountantsprotocol. Hiermee wordt het risico op M&O van MDT-subsidiegelden aanzienlijk verkleind, maar niet volledig uitgesloten.

Aanvullende beursStudenten kunnen in aanmerking komen voor een aanvullende beurs die mede afhankelijk is van het ouderlijk inkomen. Vanaf september 2024 bedraagt de maximale aanvullende beurs voor studenten van het hoger onderwijs (ho) € 475,17 per maand. Het maximale bedrag aan aanvullende beurs is vanaf augustus 2024 € 455,22 voor uitwonende middelbaar beroepsonderwijs (mbo) studenten en € 427,82 voor een thuiswonende mbo-student.

Het risico op misbruik van de aanvullende beurs is zeer beperkt wanneer de ouders van de student in Nederland wonen. De Belastingdienst beheert de inkomensgegevens vanuit het basisregister inkomen. DUO is bevoegd deze inkomensgegevens van de Belastingdienst te gebruiken en baseert de berekening voor de aanvullende beurs volledig op deze gegevens. Het gaat hier om 93,2% (PM) van alle toegekende aanvullende beurzen.

Het M&O gevoelige restant zit bij gevallen waarin inkomensgegevens uit het buitenland nodig zijn. In 2025 is er in totaal circa € 1,1 (PM) miljard aan aanvullende beurs toegekend. Daarvan heeft € 75,1 miljoen (6,8%(PM)) betrekking op studenten met ouders die inkomen verwerven in het buitenland (dit kunnen zowel studenten zijn met een Nederlandse als een niet-Nederlandse nationaliteit). Voor deze groep vraagt DUO de inkomensbewijsstukken zelf bij de ouders of de student op. De ontvangen bewijsstukken worden gecontroleerd door DUO. Dat gebeurt onder andere door te kijken of ze van de juiste instantie uit het desbetreffende land afkomstig zijn en of de relevante informatie aanwezig is. DUO heeft echter beperkte mogelijkheden om de belastingdiensten uit andere landen te bevragen op de juistheid van de gegevens. Uitzondering hierop zijn de andere landen binnen het Koninkrijk (€ 14,1 miljoen), waar DUO de gegevens wel kan verifiëren. De totale omvang van de M&O gevoelige geldstroom komt daarmee uit op € 61 miljoen (5,5%(PM)). Omdat niet aangetoond kan worden hoeveel buitenlandse inkomens DUO onjuist vaststelt, is de exacte omvang van eventueel misbruik en oneigenlijk gebruik niet te kwantificeren.

Beurzen voor uitwonendenOp grond van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF 2000) en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS) komt een deel van de studerenden in aanmerking voor een hogere beurs wanneer ze uitwonend zijn. DUO kent op aanvraag een uitwonendenbeurs toe aan een mbo-, hbo- of wo-studerende indien de studerende op een ander adres woont dan diens ouder(s). Deze studerende ontvangt in dat geval een toelage op de basisbeurs.

WSF 2000 In 2025 bedraagt de basisbeurs voor een uitwonende mbo-student € 338,68 per maand en voor een thuiswonende mbo-student € 103,78 per maand. De basisbeurs voor een uitwonende ho-student bedraagt € 314 per maand en € 125 voor een thuiswonende ho-student.

Het Ministerie van OCW en DUO zijn bezig met het ontwikkelen van een nieuw controleproces voor de uitwonendenbeurs. Het oude risicogerichte selectieproces is sinds juni 2023 stilgelegd vanwege signalen van indirecte discriminatie. Na onderzoek van PwC concludeerde het toenmalige kabinet in maart 2024 dat er inderdaad sprake was van onbewuste indirecte discriminatie in het selectieproces. In 2025 werden er aselecte controles uitgevoerd. Dit betreft zowel huisbezoeken als schriftelijke controles. Het streven is dat DUO vanaf studiejaar 2026/2027 met een nieuw controleproces gaat werken. Omdat het nieuwe controleproces op dit moment nog in ontwikkeling is, kan het restant M&O niet gekwantificeerd worden.

De bovenstaande passage betreft alleen studerenden die in Nederland wonen. Studenten met een woonadres in België of Duitsland, ook wel grensbewoners genoemd, zijn uitgesloten van controle indien hun ouders op meer dan 120 km van de studieplaats van de student woonachtig zijn. Op dat moment wordt aangenomen dat de student daadwerkelijk uitwonend is. De meest recente cijfers van het restant M&O zijn gebaseerd op controles uit studiejaar 2019/2020 maar zijn sinds de herinvoering van de basisbeurs in het hbo en wo niet volledig representatief.

Voor studenten met een buitenlands woonadres buiten de grensgebieden, wordt meegelift met de controle op de inschrijving aan de buitenlandse onderwijsinstelling. Indien de student daadwerkelijk studeert in het gastland, wordt verondersteld dat deze ook feitelijk in het gastland verblijft en betrouwbaar uitwonend is. Het is niet mogelijk een inschatting te maken van de mogelijke uitzonderingsgevallen in deze groep.

Ontwikkelingen in 2025In november 2024 heeft het kabinet besloten (Kamerstukken II 2024/2025, 24724, nr. 243) om alle financiële maatregelen die zijn genomen richting (oud-)studenten, na controle tussen januari 2012 en juni 2023 op basis van het oude risicogerichte selectieproces, terug te draaien. Sinds september 2025 is DUO begonnen met het uitvoeren van de eerste herzieningen en de daarbij behorende terugbetalingen aan (oud-) studenten. De controles voor de uitwonendenbeurs werden in 2025 op basis van aselecte steekproef uitgevoerd. Dit betreft zowel huisbezoeken als schriftelijke controles. De uitkomsten van de pilot met schriftelijke controles, waar in 2024 mee gestart is, waren positief. De schriftelijke controles zijn in 2025 uitgebreid en structureel onderdeel geworden van het controleproces. Daarnaast zijn er gedragsinterventies toegepast op het gebied van preventie.

WTOS De uitwonende basistoelage die op grond van de WTOS (regeling meerderjarige vo-scholieren) aan een uitwonende scholier wordt verstrekt, bedroeg in 2025 € 333,10 per maand en voor thuiswonende scholieren € 142,86 per maand. Bij vaststelling van de tegemoetkoming scholieren (WTOS) wordt het adres van de leerling geverifieerd bij de Basisregistratie Personen (BRP). Daarnaast verklaren de ouders dat de leerling uitwonend is, het adres van de ouders wordt niet standaard gecontroleerd bij de BRP. Dit adres wordt vastgelegd als het inkomensafhankelijke deel van de tegemoetkoming is aangevraagd. Ook vindt er bij verhuizing van de leerling altijd een controle plaats. Het is niet bekend hoeveel WTOS-scholieren onterecht een uitwonende tegemoetkoming ontvangen. Op basis van realisaties uit het verleden wordt geschat dat het restant van de M&O gevoelige geldstroom minder dan €5,0 miljoen is. De exacte omvang van het misbruik en oneigenlijk gebruik is echter niet te kwantificeren.

Verlegging peiljaarEen debiteur die een studieschuld heeft uitstaan bij DUO kan onder bepaalde voorwaarden de draagkracht bepalen op basis van het jaarinkomen in een later jaar dan het jaar t-2, waar regulier naar wordt gekeken voor de bepaling van de draagkracht. Dat noemen we de verlegging peiljaar. Er moet dan sprake zijn van een terugval in het inkomen van minimaal 15%. Het peiljaar kan worden verlegd naar het eerste of het tweede jaar na het reguliere peiljaar. Als er sprake is van een inkomensdaling in het lopende jaar, dan kan DUO alleen draagkracht berekenen op grond van een geschat inkomen.

Er vindt altijd een controle achteraf plaats bij een aanvraag van verlegging peiljaar. Als de debiteur toch een hoger inkomen blijkt te hebben gehad, wordt hiervoor indien mogelijk gecorrigeerd. Op basis van realisaties uit het verleden wordt het restant M&O geschat op minder dan €5,0 miljoen. De exacte omvang van het misbruik en oneigenlijk gebruik is echter niet te kwantificeren.

Migrerend werknemers Studenten met de nationaliteit van een van de lidstaten van de Europese Economische Ruimte (hierna: EER) en Zwitserland, of die daarmee gelijkgesteld zijn, kunnen net als Nederlandse studenten in aanmerking komen voor volledige studiefinanciering, mits zijzelf, hun ouder(s) of hun partner worden aangemerkt als migrerend werknemer.

DUO controleert de aanvragen van studenten die als migrerend werknemer willen worden aangemerkt vooraf. De student moet bewijsstukken aanleveren, waaruit blijkt dat de student, diens ouder(s) of hun partner aan een van de volgende drie voorwaarden voldoet: - gemiddeld 32 uur of meer per maand werkt; - gemiddeld meer dan 24 uur per maand werkt voor een duur van minimaal 6 maanden; - of gemiddeld minimaal de helft van de bijstandsnorm verdient.

Als het een migrerend zelfstandige betreft, moet worden aangetoond dat de omzet minimaal 50% van de maandelijkse bijstandsnorm bedraagt. Als uit de controles van de DUO vooraf blijkt dat de student niet aan de eisen voldoet, gaat DUO ervanuit dat de student in beginsel geen recht heeft op studiefinanciering, tenzij de student kan aantonen dat er alsnog sprake is van reële en daadwerkelijke arbeid. Indien de student wel aan de voorwaarden voldoet, wordt de studiefinanciering toegekend voor de duur van de arbeidsovereenkomst. Bij een nuluren- of oproepcontract wordt in beginsel voor een periode van zes maanden toegekend, of voor een kortere periode als de arbeidsovereenkomst van kortere duur is, met in beginsel een minimum van drie maanden. Een verlenging van de toekenning van studiefinanciering moet de student zelf aanvragen na overlegging van een passende arbeidsovereenkomst. Daarmee zijn er dus verschillende controles alvorens tot toekenning wordt overgegaan.

Het is niet mogelijk om de risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik voor migrerend werknemers te kwantificeren. Op dit moment wordt bezien of de controles rond migrerend werknemers verder kunnen worden verbeterd.

Paragraaf 2- Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Grote lopende ICT-projectenHet Ministerie van OCW en de aan haar gerelateerde zbo's kenden in 2025 zeven ICT-projecten groter dan € 5 miljoen. Het betreft één project bij het kerndepartement namelijk het Programma Doorontwikkeling Leeroverzicht, één bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) namelijk het programma DNA Nl en 5 projecten bij DUO: DUO Dynamics; Enterprise Cloud; Moderniseren Examens; Moderniseren SAP; Doorontwikkelen Applicatielandschap Bekostiging. De laatstgenoemde was een groot deel van 2025 in heroriëntatie.

De projecten Enterprise Cloud en DNA Nl zijn in 2025 getoetst via het rijksbreed afgesproken CIO-oordeel door de Chief Information Officer (CIO) van het Ministerie van OCW. Doorontwikkelen Applicatielandschap Bekostiging en Enterprise Cloud zijn in 2025 ook getoetst door het Adviescollege ICT-toetsing. Voor alle projecten geldt dat de centrale en decentrale CIO's, Security Officers en privacyfunctionarissen adviseren over de uitvoerings-, privacy- en veiligheids-risico’s. De risico's worden decentraal in beeld gebracht door het betreffende dienstonderdeel, en centraal door het integrale risicobeeld en eerdergenoemde CIO-oordelen. Beleid en kaders worden concern-breed besproken in de OCW-netwerken van CIO's, Chief Information Security Officers, Chief Data Officers en Chief Privacy Officers.

Van alle projecten wordt de stand van zaken openbaar gemaakt via het Rijks ICT-dashboard.

Gebruik open standaarden en open source software De Instructie Rijksdienst bij de aanschaf en ontwikkeling van ICT-diensten of ICT-producten schrijft in beginsel voor dat gebruik moet worden gemaakt van open standaarden van de lijst van het Forum Standaardisatie (www.forumstandaardisatie.nl). Valide afwijkingsgronden zijn opgenomen in de Instructie Rijksdienst. Indien er sprake is van een afwijking van de Instructie Rijksdienst, dan wordt dit gemotiveerd aangegeven.

Bij het Ministerie van OCW zijn de Chief Information Officers (CIO’s) verantwoordelijk voor het naleven van de instructie Rijkdienst. De CIO’s van de dienstonderdelen werken samen in het CIO Netwerk. Hier worden afspraken gemaakt over de wijze waarop de dienstonderdelen invulling geven aan deze eis. De CIO’s van de dienstonderdelen informeren de departementale CIO over de naleving van de richtlijn. Bij het Ministerie van OCW is in 2025 geen sprake geweest van afwijking van de Instructie Rijksdienst voor gebruik open standaarden.

Voor gebruik en beschikbaarstellen van open source software heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een afwegingskader opgesteld. Dit kader moet echter nog worden afgestemd met de departementen tijdens het CIO Beraad. Daarbij moet ook aandacht worden besteed aan de consequenties van het afwegingskader voor de uitvoering. Het Ministerie van OCW kan pas rapporteren over het gebruik van open source software als er een afgestemd afwegingskader beschikbaar is. De zbo’s rapporteren zelf over gebruik open standaarden en open source software in hun eigen jaarverslag.

BetaalgedragHet streefpercentage voor tijdig betalen is 95% van alle facturen binnen 30 dagen na datum van ontvangst van de factuur. Het Ministerie van OCW voldoet al jarenlang aan de gestelde norm. Over 2025 is het percentage tijdig betalen bij het Ministerie van OCW uitgekomen op 97,9%.

Evaluatie van Audit Committee In 2025 is verder ingezet op de voorgestelde ontwikkelpunten vanuit de evaluatie van 2023. Zo zijn er twee extra externe leden benoemd en worden er in ieder audit committee (beleids-)inhoudelijke onderwerpen geagendeerd. De evaluatie van deze nieuwe werkwijze loopt nog door in 2026.

Departementale checks and balances subsidieregelingen In 2025 hebben zich geen tussentijdse wijzigingen voorgedaan in de departementale check and balance voor subsidieregelingen.

Normenkader financieel beheer Het normenkader financieelbeheer maakt vast onderdeel uit van het toezichtkader zelfstandige bestuursorganen (zbo's) en rechtspersonen met een wettelijke taak (rwt's). Binnen het Ministerie van OCW is dit kader ook verankerd in een handreiking die handvatten biedt bij het reguliere toezicht op individuele zbo’s en het inrichten van het sturingsmodel (eigenaar, opdrachtgever en opdrachtnemer). Er zijn geen afwijkingen geconstateerd t.a.v. zbo’s en rwt’s.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Datalekken bij het Ministerie van OCWEr zijn 419 potentiële datalekken gemeld bij de interne datalekmeldpunten. Hiervan kwalificeerden 118 uiteindelijk niet als datalek. Dit brengt het totaal aantal daadwerkelijke datalekken op 301. Er zijn 38 datalekken gemeld aan betrokkenen en 36 aan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De datalekken zijn uitgesplitst naar organisatieonderdelen.

Tabel 56 Datalekken uitgesplitst naar organisatieonderdelen
 

Totaal gemelde incidenten

Waarvan geen datalek

Waarvan wel een datalek

Gemeld bij de AP

Gemeld bij betrokkenen

Totaal

419

118

301

36

38

Bestuursdepartement

33

10

23

4

2

DUO

356

92

264

31

35

Inspectie vh Onderwijs

19

11

8

0

0

Nationaal Archief

10

5

5

0

1

Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed

1

0

1

1

0

DUO heeft in 2025 356 meldingen van de potentiële datalekken ontvangen (286 in 2024), waarvan in 264 gevallen (211 in 2024) daadwerkelijk sprake was van een datalek. Hiervan is in 31 (26 in 2024) gevallen een melding bij de AP gedaan. Tot slot zijn 35 datalekken (28 in 2024) gemeld aan de betrokkenen, wiens persoonsgegevens gelekt zijn.

Het verschil tussen het aantal gemelde potentiële datalekken en het aantal meldingen bij de AP is te verklaren. Bij de meeste datalekken is de inschatting dat het risico op ernstige mogelijke gevolgen voor betrokkenen verwaarloosbaar klein is en deze worden daarom niet bij de AP of bij een betrokkene gemeld.

Op inhoud is er geen significante verschuiving in de soorten of oorzaken van datalekken binnen DUO geconstateerd. Qua aantallen datalekken is er sprake van een stijging, die mogelijk te maken heeft met de extra inzet op bewustwording door bijvoorbeeld e-learning modules. De aard van de datalekken wordt continu gemonitord om te bepalen of eventuele aanpassingen in processen noodzakelijk zijn.

Externe inhuurHet Ministerie van OCW stuurt actief aan op de afbouw van de uitgave aan externe inhuur, conform de rijksbrede «Roemernorm». Deze norm stelt dat de uitgaven aan externe inhuur maximaal 10% van de totale personeelsuitgaven mogen bedragen.

In 2025 was het percentage externe inhuur voor OCW 16,4%, een daling ten opzichte van 2024 (18,2%). Alle onderdelen binnen OCW hebben in 2025 een aanpak uitgewerkt om de uitgaven verder te verlagen. Deze aanpak bevat concrete maatregelen en een tijdslijn waarin de daling van de uitgaven gerealiseerd zal worden.

Daarnaast is, in lijn met de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA), de inzet van zelfstandigen zonder personeel aangescherpt om risico’s op schijnzelfstandigheid te voorkomen. Dit betekent dat geen nieuwe risicovolle zzp-inhuur wordt aangegaan en dat bestaande situaties waar nodig worden afgebouwd door verambtelijking, beëindiging of in zeer specifieke situaties tijdelijke voortzetting in het belang van de bedrijfscontinuïteit.

Taakstelling Het Ministerie van OCW moet in de periode van 2025 tot en met 2029 22% bezuinigen op de apparaatskosten. Om aan deze taakstelling te voldoen, is een combinatie van maatregelen noodzakelijk.  

Een deel van de bezuinigingen is OCW-breed vertaald naar een jaarlijkse efficiencykorting van 0,5% op het apparaatskostenbudget, oplopend tot 2,5% in 2029. Het Centraal Planbureau (CPB) geeft aan dat een korting van deze omvang binnen de overheid haalbaar zou moeten zijn. Deze korting geldt ook voor onze uitvoeringsorganisaties, inspecties en zelfstandige bestuursorganen.

Daarnaast geldt voor het Bestuursdepartement van OCW (BD) een financiële taakstelling op de apparaatskosten (APK) vanaf 2026, oplopend tot 17,5% van het totale budget vanaf 2029 en verder. Ook wordt er bespaard op de centrale budgetten van het bestuursdepartement. In 2025 zijn voor de inhoudelijke en personele invulling van deze taakstellingen plannen opgesteld. De uitvoering van deze plannen start in 2026 en wordt gemonitord via de reguliere Planning- & controlcyclus.

Bij de inhoudelijke keuzes staat centraal hoe we op het terrein van het Ministerie OCW en in bredere maatschappelijke opgaven de meest positieve impact hebben voor mensen in Nederland. Er wordt daarom ingezet op duidelijke keuzes over wat als OCW niet meer, minder of anders zal gaan worden. Ook blijft de continuïteit van het werk centraal staan, net als de personeelszorg voor OCW’ers. In het bijzonder wordt de werkdruk scherp in de gaten gehouden. Dit laat onverlet dat de keuzes moeilijk zijn en op onderdelen ook ten koste gaan van kerntaken.

C. JAARREKENING

8. Departementale verantwoordingsstaat

Tabel 57 Departementale verantwoordingsstaat 2025 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) (bedragen x € 1.000)
  

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3) = (2) - (1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Art

Omschrijving

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

TOTAAL

56.225.003

57.761.491

2.274.012

61.874.250

59.531.877

3.368.378

5.649.247

1.770.386

1.094.366

           
 

Beleidsartikelen

55.827.226

57.363.714

2.273.473

61.433.495

59.091.094

3.365.199

5.606.269

1.727.380

1.091.726

1

Primair onderwijs

15.855.046

16.288.940

9.208

17.884.016

16.900.289

65.017

2.028.970

611.349

55.809

3

Voortgezet onderwijs

11.721.694

11.887.455

7.391

13.340.899

12.330.470

13.857

1.619.205

443.015

6.466

4

Beroepsonderwijs en volwassenen educatie

6.010.959

5.958.890

4.700

6.400.304

6.135.396

6.172

389.345

176.506

1.472

6

Hoger beroepsonderwijs

4.238.793

4.481.920

17

4.767.500

4.649.407

2.109

528.707

167.487

2.092

7

Wetenschappelijk onderwijs

7.101.181

7.134.717

16

7.678.996

7.405.661

0

577.815

270.944

‒ 16

8

Internationaal beleid

27.310

27.311

99

23.413

24.804

235

‒ 3.897

‒ 2.507

136

9

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

400.235

410.735

7.000

364.132

369.077

12.548

‒ 36.103

‒ 41.658

5.548

11

Studiefinanciering

6.663.060

6.663.060

1.804.068

6.574.504

6.574.575

2.817.492

‒ 88.556

‒ 88.485

1.013.424

12

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

71.158

71.158

1.985

73.334

73.334

1.993

2.176

2.176

8

13

Lesgelden

18.680

18.680

265.994

19.073

19.073

242.388

393

393

‒ 23.606

14

Cultuur

764.919

1.412.232

494

1.094.266

1.457.241

29.100

329.347

45.009

28.606

15

Media

1.276.334

1.272.025

172.400

1.332.524

1.297.647

164.641

56.190

25.622

‒ 7.759

16

Onderzoek en wetenschaps beleid

1.670.245

1.714.814

101

1.871.254

1.831.600

9.603

201.009

116.786

9.502

25

Emancipatie

7.612

21.777

0

9.280

22.520

44

1.668

743

44

 

Niet-beleidsartikelen

397.777

397.777

539

440.755

440.783

3.179

42.978

43.006

2.640

91

Nog onverdeeld

‒ 22.302

‒ 22.302

0

0

0

0

22.302

22.302

0

95

Apparaat Kerndepartement

420.079

420.079

539

440.755

440.783

3.179

20.676

20.704

2.640

9. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

Tabel 58 Samenvattende verantwoordingsstaat 2025 inzake agentschappen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) (bedragen x € 1.000)
 

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

(4) Realisatie 2024

Baten-lastenagentschap DUO

    

Totale baten

508.617

599.901

91.284

535.899

Totale lasten

508.617

581.636

73.019

533.162

Saldo van baten en lasten

0

18.265

18.265

2.737

     

Totale kapitaaluitgaven

139.654

128.707

‒ 10.947

107.692

Totale kapitaalontvangsten

94.300

75.130

‒ 19.170

85.900

     

Baten-lastenagentschap NA

    

Totale baten

64.400

83.313

18.913

73.230

Totale lasten

64.400

80.038

15.638

75.505

Saldo van baten en lasten

0

3.275

3.275

‒ 2.275

     

Totale kapitaaluitgaven

2.300

2.996

696

4.363

Totale kapitaalontvangsten

1.200

0

‒ 1.200

0

10. Jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2025

10.1 Dienst Uitvoering Onderwijs

Inleiding

De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van de Rijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten op het terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten en examens, informatievoorziening, alsmede diensten gericht op de verbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering, waarbij de burger en instellingen centraal worden gesteld. Daarnaast verricht DUO werkzaamheden voor overige departementen en derden. Onderdeel van DUO is de Shared Service Organisatie Noord (SSO-Noord), waarbinnen het Inkoop Uitvoeringscentrum en het Overheidsdatacenter zijn ondergebracht, die dienstverlening verricht voor het concern OCW, haar dienstonderdelen en andere overheidsorganen.

Tabel 59 Verantwoording van het agentschap DUO voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie 2024

Baten

    

- Omzet

507.617

598.265

90.648

534.252

waarvan omzet moederdepartement

401.392

470.538

69.146

426.600

waarvan omzet overige departementen

99.538

116.549

17.011

99.305

waarvan omzet derden

6.687

11.178

4.491

8.347

Rentebaten

1000

1.488

488

1.647

Vrijval voorzieningen

0

148

148

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

508.617

599.901

91.284

535.899

     

Lasten

    

Apparaatskosten

428.184

485.154

56.970

458.032

- Personele kosten

330.768

367.060

36.292

349.481

waarvan eigen personeel

249.490

278.542

29.052

256.095

waarvan inhuur externen

69.454

76.328

6.874

80.149

waarvan overige personele kosten

11.824

12.190

366

13.237

- Materiële kosten

97.416

118.094

20.678

108.551

waarvan apparaat ICT

38.686

56.776

18.090

49.578

waarvan bijdrage aan SSO's

28.412

29.796

1.384

28.562

waarvan overige materiële kosten

30.318

31.522

1.204

30.411

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

30.316

36.278

5.962

31.878

Rentelasten

2.563

2.829

266

1.344

Afschrijvingskosten

45.354

54.805

9.451

39.548

- Materieel

13.000

19.128

6.128

14.406

waarvan apparaat ICT

12.500

18.741

6.241

13.995

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

500

387

‒ 113

411

- Immaterieel

32.354

35.677

3.323

25.142

Overige lasten

2.100

2.512

412

2.307

waarvan dotaties voorzieningen

2.100

2.512

412

2.307

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

508.517

581.578

73.061

533.109

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

100

18.323

18.223

2.790

Agentschapsdeel Vpb-lasten

100

58

‒ 42

53

Saldo van baten en lasten

18.265

18.265

2.737

Tabel 60 Voorgestelde resultaatbestemming (bedragen x € 1.000)

Voorgestelde resultaatbestemming

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

Realisatie 2024

Toevoeging/ onttrekking:

    

- Pok/ Wau

0

0

0

0

- Exploitatiereserve

0

18.265

‒ 18.265

2.737

Saldo van baten en lasten

0

18.265

‒ 18.265

2.737

Toelichting

DUO heeft een positief resultaat van € 18,3 miljoen gerealiseerd. Het positieve resultaat wordt toegevoegd aan het eigen vermogen en wordt als volgt verklaard:

  • in 2025 heeft DUO ingezet op verambtelijking van extern personeel. Als gevolg hiervan is de externe inhuur lager, zoals eveneens zichtbaar is in de doelmatigheidstabel, wat resulteert in een forse kostenbesparing. Dit resulteert in een positieve bijdrage aan het DUO resultaat van circa € 8,5 miljoen;

  • DUO voert al jarenlang specifieke werkzaamheden uit om de continuïteit van haar dienstverlening te waarborgen. Bij de Voorjaarsnota besluitvorming 2025 zijn hiervoor financiële middelen beschikbaar gesteld. Dit resulteert in een incidentele positieve bijdrage aan het DUO resultaat van circa € 6,1 miljoen;

  • DUO heeft in 2025 fors meer werkzaamheden uitgevoerd dan initieel voorzien. De additionele werkzaamheden resulteren in een hogere dekkingsbijdrage dan verondersteld in de begroting. Dit resulteert in een positieve bijdrage aan het DUO resultaat van circa € 3,7 miljoen.

In onderstaande beschrijving worden de omzet- en kostenontwikkelingen nader toegelicht en wordt een vergelijking gemaakt tussen de Rijksbegroting en de realisatie 2025.

Baten

Omzet moederdepartement

Tabel 61 Omzet verantwoording agentschap DUO

Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)

470.538

waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

 
 

waarvan productgroep/dienstengroep Bekostiging

58.201

 

waarvan productgroep/dienstengroep Studiefinanciering

163.395

 

waarvan productgroep/dienstengroep Examendiensten

68.374

 

waarvan productgroep/dienstengroep Basisregister

49.761

 

waarvan productgroep/dienstengroep Informatiediensten

12.900

 

waarvan productgroep/dienstengroep Overige taken

10.897

 

waarvan productgroep/dienstengroep Opdrachten

34.333

 

waarvan productgroep/dienstengroep Vervangingen LCM

65.769

 

waarvan productgroep/dienstengroep Shared Service Organisatie Noord

6.908

De totale omzet moederdepartement bedraagt € 470,5 miljoen en is hierboven onderscheiden naar product of dienst.

De omzet moederdepartement is € 69,1 miljoen hoger dan de Rijksbegroting. De stijging is het gevolg van dienstverlening vanuit SSO-Noord voor € 6,9 miljoen verricht voor het moederdepartement en onder haar vallende diensten welke geen onderdeel is van de omzet in de Rijksbegroting. Daarnaast wordt de stijging verklaard door de looncompensatie 2025 van € 12,2 miljoen en bijstellingen in de (basis)dienstverlening welke per saldo € 50,0 miljoen bedragen. Dit betreffen middelen uit het coalitieakkoord Rutte IV (€ 6,2 miljoen), additionele middelen voor compliance (€ 10,9 miljoen), herijking van de middelen beschikbaar voor Life Cycle Management (€ 6,1 miljoen), overheveling van projectfinanciering naar de basisbetaling (€ 11,0 miljoen) en additionele middelen vanuit de (Voorjaarsnota) besluitvorming (€ 15,8 miljoen).

De genoemde extra omzet van € 69,1 miljoen wordt voor € 53,1 miljoen gedekt vanuit middelen die het Ministerie van OCW en de onder haar vallende diensten in hun eigen apparaatsbegroting hebben opgevoerd of worden gedekt vanuit de Voorjaarsnota. De overige € 16,0 miljoen worden gedekt vanuit middelen die reeds beschikbaar waren op de begroting van het Ministerie van OCW.

Omzet overige departementen

Onder de omzet overige departementen (€ 116,6 miljoen) vallen onder meer de werkzaamheden in het kader van de inburgeringstaak (€ 40,7 miljoen) en de print- en couverteerwerkzaamheden die DUO uitvoert voor het Centraal Justitieel Incasso Bureau (€ 2,5 miljoen), beide ten behoeve van het Ministerie van JenV. Verder vallen hieronder het voeren van het Landelijk Register Kinderopvang (€ 8,9 miljoen) en een aantal overige projecten (€ 0,2 miljoen) voor het Ministerie van SZW. Ten slotte betreffen het de examens in het kader van de Wet Financieel Toezicht (€ 2,5 miljoen) ten behoeve van het Ministerie van Financiën en de detacheringen vanuit DUO aan de verschillende departementen (€ 1,1 miljoen).

Daarnaast genereert DUO omzet vanuit de activiteiten op het gebied van inkoopdiensten en datacenter gerelateerde activiteiten van de SSO-Noord voor diverse ministeries (€ 61,1 miljoen). De afnemers zijn de Ministeries van BZK (€ 26,9 miljoen), JenV (€ 19,2 miljoen), EZ (€ 7,6 miljoen), VWS (€ 3,0 miljoen), IenW (€ 2,4 miljoen) en Financiën (€ 2,0 miljoen).

De omzet overige departementen stijgt met € 17,0 miljoen ten opzichte van de Rijksbegroting. De stijging is vooral het gevolg van additionele dienstverlening van het Overheidsdatacenter van de SSO-Noord welke met € 20,0 miljoen is gestegen. Daarnaast is er sprake van een daling van de dienstverlening aan het Ministerie van SZW van € 3,0 miljoen.

Omzet derden

De omzet derden (€ 11,2 miljoen) betreft onder andere de ontvangen examengelden van de kandidaten examens Nederlands als tweede taal en staatsexamen voortgezet onderwijs (€ 6,7 miljoen), vergoeding voor tweede aanmaningskosten (€1,6 miljoen) en overige werkzaamheden voor derden binnen het domein onderwijs voortkomend uit OCW-beleidsmaatregelen en bedrijfsvoering DUO (€ 0,9 miljoen). Daarnaast betreft het de dienstverlening op het gebied van inkoop- en housingactiviteiten door de SSO-Noord (€ 2,0 miljoen).

De stijging ten opzichte van de Rijksbegroting bedraagt € 4,5 miljoen en heeft primair betrekking op de ontvangen examengelden (€ 3,2 miljoen) en de overige dienstverlening (€ 1,3 miljoen).

Rentebaten

De rentebaten van € 1,5 miljoen betreffen de ontvangen rente over het uitstaande rekening courant tegoed bij het Ministerie van Financiën.

Vrijval voorziening

De vrijval van de voorzieningen in 2025 is € 0,1 miljoen.

Bijzondere baten

De bijzondere baten in 2025 zijn nihil.

Taakstelling

In de budgettaire bijlage van het hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat er bezuinigd moet worden op het apparaat van de Rijksoverheid. Voor DUO betreft dit een oplopende reeks naar € 10,8 miljoen in 2030 waarvan € 2,2 miljoen ingevuld is in 2025. Daarnaast geldt dat een structurele additionele taakstelling is opgelegd van € 3,8 miljoen via het inhouden van de loon- en prijsbijstelling voor externe inhuur. Het totaal aan ingevulde taakstellingen voor 2025 bedraagt derhalve € 6,0 miljoen.

Nieuwe Regeling Agentschappen

Per 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen ingegaan. De nieuwe regeling geeft de mogelijkheid voor bekostiging op basis van output en/of input. Voor de uitvoering van het jaar 2025 wordt daarom naast het exploitatieoverzicht, in onderstaande tabel, inzicht gegeven in de nieuwe categorisering van de totale baten zoals opgenomen in de begroting 2026.

Tabel 62 Nieuwe batencategorieën (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

waarvan omzet moederdepartement

waarvan omzet overige departementen

waarvan omzet derden

Realisatie

Baten

       

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

48.816

78.493

29.677

7.118

61.816

9.559

78.493

Examendiensten

3.410

6.654

3.244

0

0

6.654

6.654

ICT-Diensten

42.050

65.875

23.825

3.691

60.219

1.965

65.875

Inkoopdiensten

971

4.164

3.193

3.217

947

0

4.164

Overige dienstverlening

2.385

1.800

‒ 585

210

650

940

1.800

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

458.801

519.772

60.971

463.420

54.733

1.619

519.772

Hoofdproduct Bekostiging

72.251

80.892

8.642

80.892

0

0

80.892

Hoofdproduct Studiefinanciering

184.640

199.100

14.460

197.481

0

1.619

199.100

Hoofdproduct Examendiensten

64.223

78.419

14.197

78.419

0

0

78.419

Hoofdproduct Onderwijsregisters

64.223

72.040

7.818

72.040

0

0

72.040

Hoofdproduct Informatiediensten

16.056

17.485

1.429

17.485

0

0

17.485

ICT-Diensten

0

17.102

17.102

17.102

0

0

17.102

Inburgering

40.574

40.699

125

0

40.699

0

40.699

Diverse registers

4.705

5.033

328

0

5.033

0

5.033

Overige Dienstverlening

12.130

9.001

‒ 3.129

0

9.001

0

9.001

Rentebaten

1.000

1.488

488

1.488

0

0

1.488

Vrijval voorzieningen

0

148

148

148

0

0

148

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

508.617

599.901

91.284

472.174

116.549

11.178

599.901

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

De totale verwachte baten als tegenprestatie voor de levering van diensten bedragen € 78,5 miljoen. Het gaat hier om dienstverlening op het gebied van Examens, ICT- en Inkoopdiensten aangeboden door SSO-Noord en overige dienstverlening waaronder vergoedingen voor detacheringen.

Baten als tegenprestatie voor de levering van input

De totale verwachte baten als tegenprestatie voor het leveren input bedragen € 519,8 miljoen. Deze baten vloeien voort uit het uitvoeren van de vijf hoofdproducten en de werkplekdienstverlening in opdracht van het Ministerie van OCW. Tevens zijn hier de baten opgenomen in verband met het uitvoeren van de inburgeringstaken in opdracht van het Ministerie van JenV. Voorts zijn de baten opgenomen in verband met het voeren van diverse registers en overige dienstverlening, met name het Landelijk Register Kinderopvang. 

Stelselwijziging

Het Ministerie van Financiën heeft zowel de begrotingstabel als de balanstabel, zoals opgenomen in de Rijksbegrotingsvoorschriften voor de verantwoording over boekjaar 2025, gewijzigd. Deze wijziging classificeert als stelselwijziging. De wijziging heeft bij DUO enkel impact op de vergelijkende cijfers 2024 en niet op de resultaatsbepaling. In de vergelijkende cijfers wordt daarom een aantal jaarrekeningposten gedetailleerder weergegeven. De tabel hieronder geeft de impact op de toelichting weer.

Tabel 63 Overzicht impact stelselwijziging (bedragen x €1.000)

Herkomst

Was

Bedrag 2024

Wordt

Bedrag 2024

Staat van baten en lasten

Materiële kosten - waarvan overige materiële kosten

62.289

Materiële kosten - waarvan overige materiële kosten

30.411

Staat van baten en lasten

  

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

31.878

Balans

Materiële vaste activa - waarvan installaties en inventarissen

36.911

Materiële vaste activa - waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

36.911

Balans

Voorraden en onderhanden projecten

1.088

Voorraden - waarvan grond- en hulpstoffen

1.088

Balans

Overige vorderingen en overlopende activa

42.110

Vorderingen - waarvan overige vorderingen

4.074

Balans

  

Vorderingen - waarvan overlopende activa

38.036

Balans

Overige schulden en overlopende passiva

144.876

Overige schulden

43.492

Balans

  

Overlopende passiva

101.384

Lasten

Apparaatskosten

De totale apparaatskosten bedragen € 485,2 miljoen en zijn € 57,0 miljoen hoger dan opgenomen in de Rijksbegroting. De personele kosten zijn € 36,3 miljoen hoger dan begroot. De toename is het gevolg van de additionele werkzaamheden in de reguliere basisdienstverlening, het coalitieakkoord, compliance en de loonontwikkeling in 2025. Een deel van de personele inzet 2025 is geactiveerd en verantwoord onder immateriële vaste activa. Het gaat hier om gerealiseerde kosten ten behoeve van de ontwikkeling van software, systemen en applicaties. Deze zullen in de toekomst als afschrijvingskosten verantwoord worden. De materiële kosten zijn € 20,7 miljoen hoger dan begroot als gevolg van de eerder genoemde additionele werkzaamheden.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten bedragen € 36,3 miljoen en zijn € 6,0 miljoen hoger dan begroot. Onder deze post worden primair de kosten ICT-ondersteuning ten behoeve van de primaire dienstverlening verantwoord.

Rentelasten

De rentelasten van € 2,8 miljoen hebben betrekking op de leningen afgesloten ter financiering van investeringen in materiële en immateriële vaste activa. Het betreffen met name door DUO zelf ontwikkelde software, systemen en applicaties ten behoeve van de primaire dienstverlening. De rentelasten zijn € 0,3 miljoen hoger dan begroot.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten hebben betrekking op de materiële en immateriële vaste activa en bedragen € 54,8 miljoen en zijn € 9,5 miljoen hoger dan initieel begroot.

Dotaties voorzieningen

De dotatie aan de voorzieningen bedraagt € 2,5 miljoen en is € 0,4 miljoen hoger dan initieel begroot. De voorzieningen hebben betrekking op verplichtingen die voortvloeien uit regelingen vallend onder Sociaal Beleid Rijk, specifieke maatwerkafspraken binnen DUO en de cao.

Bijzondere lasten

De bijzondere lasten zijn nihil.

Tabel 64 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Activa

  

Vaste activa

245.766

218.826

Immateriële vaste activa

207.234

181.915

Materiële vaste activa

38.532

36.911

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

0

0

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

38.532

36.911

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

0

0

waarvan niet aan de bedrijfsuitvoering dienstbaar

0

0

Vlottende activa

149.331

118.090

Voorraden

935

1.088

waarvan grond- en hulpstoffen

935

1.088

waarvan onderhanden werk

0

0

waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

waarvan vooruitbetaald op voorraaden

0

0

Vorderingen

56.488

52.217

waarvan debiteuren

9.731

10.107

waarvan overige vorderingen

5.321

4.074

waarvan overlopende activa

41.436

38.036

Liquide middelen

91.908

64.785

Totaal activa

395.097

336.916

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

25.086

6.821

Bestemmingsfonds(en)

0

0

Pok/ Wau reserve

0

0

Exploitatiereserve

6.821

4.084

Onverdeeld resultaat

18.265

2.737

Voorzieningen

7.095

6.475

Langlopende schulden

159.875

136.012

Leningen bij het Ministerie van Financiën

159.875

136.012

Kortlopende schulden

203.041

187.608

Crediteuren

2.761

2.612

Belastingen en premies sociale lasten

150

408

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

51.268

39.712

Overige schulden

53.616

43.492

Overlopende passiva

95.246

101.384

Totaal passiva

395.097

336.916

Toelichting

Activa

Immateriële vaste activa

Onder de immateriële vaste activa zijn aangekochte software licenties, activa in ontwikkeling en zelfontwikkelde software opgenomen. De boekwaarde is toegenomen met € 25,3 miljoen ten opzichte van 2024.  Er is sprake van  investeringen in het systeemlandschap, software en licenties voor een netto bedrag van € 68,8 miljoen. Ook is op de immateriële vaste activa € 35,8 miljoen afgeschreven en een totaalbedrag van € 7,7 miljoen afgewaardeerd welke hieronder nader wordt toegelicht.De voor activering in aanmerking komende werkzaamheden zijn als activa in ontwikkeling opgenomen. Het betreft een groot aantal projecten met een totale waarde van € 29,7 miljoen bestaande uit materiële en personele kosten. De waardering van de materiële kosten heeft plaatsgevonden tegen werkelijke kosten. De inzet van externe medewerkers is verantwoord tegen de werkelijke kosten en de inzet van interne medewerkers is verantwoord tegen de kosten zoals opgenomen in de handleiding overheidstarieven. Voor de afschrijvingstermijn van de vervangingen wordt uitgegaan van een gedifferentieerde levensduur tussen de drie en tien jaar. De afschrijvingstermijnen zijn conform de economische levensduur van de zelf ontwikkelde software. Gedurende 2025 heeft een afwaardering van de activa in ontwikkeling plaatsgevonden van € 7,1 miljoen. Dit is het gevolg van een andere technologiekeuze naar aanleiding van het advies van de AC ICT. De afwaardering vindt plaats ten laste van de beschikbare Life Cycle Management middelen en is daarmee resultaatsneutraal. Ten slotte is voor een bedrag van € 0,6 miljoen aan software en licenties afgewaardeerd.

Materiële vaste activa

Onder de materiële vaste activa is hardware en inventaris opgenomen. De boekwaarde van de materiële vaste activa is met € 1,7 miljoen toegenomen ten opzichte van 2024. Het investeringsniveau was in 2025 hoger dan de afschrijvingslast als gevolg van investeringen in het ICT domein. De afschrijvingstermijn van de materiële vaste activa bedraagt drie tot tien jaar conform de economische levensduur.

Voorraden

Dit betreffen de voorraden papier en kantoorartikelen.

Debiteuren

De debiteurenstand bedraagt ultimo 2025 € 9,7 miljoen en ligt daarmee in lijn met 2024.

Onder de debiteuren is voor € 8,7 miljoen aan vorderingen op andere Ministeries opgenomen te weten: het Ministerie van BZK € 4,3 miljoen, het Ministerie van JenV € 3,1 miljoen, het Ministerie van EZ € 1,1 miljoen, het Ministerie van Financiën € 0,1 miljoen en het Ministerie van IenW € 0,1 miljoen.

Overige vorderingen

De post overige vorderingen bedraagt ultimo 2025 € 5,3 miljoen en is € 1,2 miljoen toegenomen ten opzichte van 2024.

Onder de post overige vorderingen is voor € 0,3 miljoen aan vorderingen op andere ministeries opgenomen te weten: het Ministerie van JenV € 0,2 miljoen en het Ministerie van SZW € 0,1 miljoen.

Overlopende activa

De post overlopende activa bedraagt ultimo 2025 € 41,4 miljoen en is € 3,4 miljoen toegenomen ten opzichte van 2024. Onder deze post zijn bedragen opgenomen ten behoeve van softwarelicenties en onderhoudscontracten die in 2025 en eerdere jaren vooruit zijn betaald. De stijging is het gevolg van een aantal grote vooruitbetalingen in 2025.

Liquide middelen

De post liquide middelen bedraagt € 91,9 miljoen en is met € 27,1 miljoen gestegen ten opzichte van 2024. Dit als gevolg van de positieve operationele kasstroom van € 80,7 miljoen, de gepleegde investeringen van € 89,0 miljoen waar een lening van € 75,1 miljoen tegenover staat. Daarnaast is er € 39,7 miljoen afgelost op de leningen.

Passiva

Eigen vermogen

Het eigen vermogen DUO bedraagt na verwerking van het exploitatieresultaat 2025 € 25,1 miljoen. Het eigen vermogen bedraagt 4,7% van de gemiddelde omzet in de laatste drie jaar. Dit is onder het plafond van 5% van de gemiddelde omzet in de afgelopen drie jaar (€ 27,0 miljoen).

Voorzieningen

De voorzieningen bestaan uit verplichtingen voor toekomstige jubileumuitkeringen, maatwerkafspraken binnen DUO en afspraken in het kader van Sociaal Beleid Rijk. De jubileumvoorziening (€ 5,2 miljoen) is op individueel niveau gevormd ten behoeve van toekomstige jubileumuitkeringen. Bij de bepaling van de voorziening is rekening gehouden met het uitkeringspercentage van het salaris, verwachte salarisstijgingen, opgebouwde jaren, blijfkans en sterftekans. De voorziening is contant gemaakt tegen een disconteringsvoet van 2,97%. Onder de overige voorzieningen (€ 1,5 miljoen) en de wachtgeldvoorziening (€ 0,4 miljoen) zijn de verplichtingen voortvloeiend uit maatwerkafspraken binnen DUO en afspraken in het kader van Sociaal Beleid Rijk opgenomen. Beide voorzieningen zijn op individueel niveau gevormd.

Voorzieningen

Tabel 65 Verloopoverzicht voorzieningen (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2024

Onttrekkingen

Dotaties

Vrijval

31-12-2025

Jubilea

5.188

‒ 540

729

‒ 125

5.252

Overige

1.008

‒ 753

1.234

‒ 23

1.466

Wachtgeld

279

‒ 451

549

0

377

Totaal voorzieningen

6.475

‒ 1.744

2.512

‒ 148

7.095

Leningen bij het Ministerie van Financiën

DUO heeft in 2025 gebruik gemaakt van de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën. Het betreffen primair leningen ten behoeve van de financiering van vervangingen in het systeemlandschap. Van deze leningen is € 51,3 miljoen opgenomen onder het kortlopende deel leningen bij het Ministerie van Financiën, zijnde de aflossingsverplichting 2025. Een bedrag van € 135,5 miljoen dient binnen vijf jaar afgelost te worden en het restantbedrag van € 24,3 miljoen heeft een looptijd langer dan vijf jaar.

Tabel 66 Overzicht leningen bij het Ministerie van Financiën per 31 december 2025 (bedragen x € 1000)

Lening

Hoofdsom

Looptijd(in hele jaren)

Rente %

Begindatum

Einddatum

Aantal aflostermijnen

Openstaande leensom 31-12-2025

        

L709712

22.900

4

2,30%

30-12-2025

30-12-2029

16

22.900

L177428

28.300

8

2,59%

30-12-2025

30-12-2033

32

28.300

L354856

550

8

2,59%

30-12-2025

30-12-2033

32

550

L797521

4.900

5

2,38%

30-12-2025

30-12-2030

20

4.900

L398760

4.900

4

2,30%

30-12-2025

30-12-2029

16

4.900

L723668

1.900

7

2,53%

30-12-2025

30-12-2032

28

1.900

L088714

550

5

2,38%

30-12-2025

30-12-2030

20

550

L044357

7.500

5

2,38%

30-12-2025

30-12-2030

20

7.500

L370848

130

10

2,72%

30-12-2025

30-12-2035

40

130

L546466

3.500

4

2,30%

30-12-2025

30-12-2029

16

3.500

L015203

23.400

4

2,17%

24-12-2024

24-12-2028

16

17.550

L263094

11.100

4

2,17%

24-12-2024

24-12-2028

16

8.325

L655835

4.000

6

2,23%

24-12-2024

24-12-2030

24

3.333

L526188

5.000

4

2,17%

24-12-2024

24-12-2028

16

3.750

L327917

39.377

8

2,29%

24-12-2024

24-12-2032

32

34.455

L327917

623

8

2,29%

24-12-2024

24-12-2032

32

545

L163958

2.400

8

2,29%

24-12-2024

24-12-2032

32

2.100

L179333

18.180

4

2,45%

20-12-2023

20-12-2027

16

9.090

L306977

1.230

6

2,31%

20-12-2023

20-12-2029

24

820

L613954

18.360

8

2,28%

20-12-2023

20-12-2031

32

13.770

L003901

11.100

4

2,47%

21-12-2022

21-12-2026

16

2.775

L003904

9.500

8

2,54%

21-12-2022

21-12-2030

32

5.938

L003903

4.500

6

2,50%

21-12-2022

21-12-2028

24

2.250

L003701

2.500

6

0,00%

16-12-2021

16-12-2027

24

833

L003702

23.500

8

0,00%

16-12-2021

16-12-2029

32

11.750

L003538

21.000

8

0,00%

18-12-2020

18-12-2028

32

7.875

L003540

2.000

6

0,00%

18-12-2020

18-12-2026

24

333

L003360

13.700

10

0,01%

30-12-2019

30-12-2029

40

5.480

L003167

16.800

10

0,57%

5-11-2018

5-11-2028

40

5.040

Totaal

303.400

     

211.143

Crediteuren

De crediteurenstand bedraagt ultimo 2025 € 2,8 miljoen en is daarmee gestegen ten opzichte van vorig jaar.

Onder de post crediteuren is € 0,2 miljoen aan schulden aan een ander Ministerie opgenomen te weten: het Ministerie van BZK € 0,2 miljoen.

Belastingen en premies sociale lasten

De post belastingen en premies heeft betrekking op nog af te dragen BTW en eindheffingen.

Overige schulden

De post overige schulden bedraagt ultimo 2025 € 53,6 miljoen en is € 10,1 miljoen gestegen ten opzichte van 2024. Onder de overige schulden zijn de opgebouwde verlofrechten opgenomen van het personeel in loondienst.

Overlopende passiva

De post overlopende passiva bedraagt ultimo 2025 € 95,2 miljoen en is € 6,1 miljoen gedaald ten opzichte van 2024.

De overlopende passiva bestaat voor € 68,0 miljoen aan vooruit ontvangen middelen van het Ministerie van OCW. Het betreft middelen die DUO in het boekjaar 2025 of eerder heeft ontvangen maar waarvoor in het boekjaar nog geen prestatie is verricht. Op het moment dat de prestatie is geleverd, worden de ontvangsten als baten verantwoord. Het betreft hier doorlopende werkzaamheden die in 2026 zullen worden uitgevoerd. Hiervan heeft € 30,0 miljoen betrekking op diverse (doorlopende) werkzaamheden in het kader van Life Cycle Management, € 23,7 miljoen op werkzaamheden basisdienstverlening en € 14,3 miljoen op overige opdrachten. Daarnaast zijn onder de overlopende passiva de nog te ontvangen facturen (€ 18,0 miljoen) en de overige te betalen bedragen (€ 9,0 miljoen) opgenomen. Tenslotte zijn onder deze post de in het verleden ontvangen investering specifieke financiële bijdragen van de Ministeries verantwoord. Het betreft bijdragen die in het verleden de financiering van uitbreidingsinvesteringen mogelijk maakten. De onttrekking volgt het afschrijvingspatroon van de betrokken vaste activa en komt ten gunste van de afschrijvingskosten. De ultimo stand bedraagt € 0,2 miljoen waarvan € 0,1 miljoen een looptijd heeft van langer dan één jaar.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen

De niet uit de balans blijkende verplichtingen bedragen ultimo circa € 125,0 miljoen (2024: € 152,7 miljoen). Het betreffen vooral contracten voor huisvesting (€ 90,3 miljoen), telecommunicatie en informatietechnologie (€ 18,0 miljoen) en support en abonnementen (€ 16,7 miljoen). De volgende totaalbedragen vervallen binnen één jaar (€ 43,8 miljoen), respectievelijk vijf jaar (€ 81,2 miljoen) en later dan vijf jaar (€ 0,0 miljoen). Er is geen sprake van verplichtingen uit hoofde van langlopende leasecontracten per balansdatum.

Tabel 67 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

20.231

64.785

44.554

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

508.617

617.189

108.572

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 463.263

‒ 536.489

‒ 73.226

2.

Totaal operationele kasstroom

45.354

80.700

35.346

 

totaal investeringen (-/-)

‒ 94.300

‒ 88.995

5.305

 

totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 94.300

‒ 88.995

5.305

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

aflossingen op leningen (-/-)

‒ 45.354

‒ 39.712

5.642

 

beroep op leenfaciliteit (+)

94.300

75.130

‒ 19.170

4.

Totaal financieringskasstroom

48.946

35.418

‒ 13.528

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

20.231

91.908

71.677

Toelichting

De positieve operationele kasstroom (€ 80,7 miljoen) is het saldo ontvangsten moederdepartement, overige departementen en derden (€ 617,2 miljoen). Hier staan uitgaven aan de crediteuren en personeel tegenover (€ 536,5 miljoen). De investeringskasstroom van € 89,0 miljoen heeft betrekking op investeringen in het rekencentrum, software ten behoeve van de basisdienstverlening en investering in zelfontwikkelde software. Voor deze investeringen is gebruik gemaakt van de leenfaciliteit voor een bedrag van € 75,1 miljoen. Ten slotte is een bedrag van € 39,7 miljoen afgelost op bestaande leningen. De afwijking van de operationele kasstroom ten opzichte van de begroting laat zich verklaren door toegenomen volumes aan zowel omzet- als kostenzijde. 

Doelmatigheid

Hieronder is de tabel met doelmatigheidsindicatoren weergegeven. De basisindicatoren voor het bepalen van de doelmatigheid zijn de kostprijs en kwaliteit per product of dienst. DUO streeft naar gelijkblijvende kosten en kwaliteit van dienstverlening bij ongewijzigde taak- en beleidsuitvoering. DUO maakt voor haar dienstverlening in verregaande mate gebruik van ICT-systemen en applicaties. Om het ICT-landschap in stand te houden wordt gebruik gemaakt van Life Cycle Management waarin structurele investeringen worden gedaan die over langere tijd worden afgeschreven. De omvang van het ICT-landschap wordt door middel van drie indicatoren financieel weergegeven. De indicator vervangingskosten geeft de niet activeerbare ontwikkelkosten van de vervangingen en de afschrijvingen van de immateriële vaste activa weer. Daarnaast zijn de kosten met betrekking tot onderhoud en beheer weergegeven.DUO streeft naar gelijkblijvende kosten voor onderhoud en beheer bij ongewijzigde taak- en beleidsuitvoering. Ten slotte is de totale omvang van de door DUO zelfontwikkelde software weergegeven door middel van de post Immateriële vaste activa. DUO streeft naar gelijkblijvende overheadkosten en kwaliteit van dienstverlening bij ongewijzigde taak- en beleidsuitvoering. De stijging ten opzichte van voorgaande wordt als volgt verklaard. In 2025 is een integrale overheadanalyse uitgevoerd op de totale kosten van DUO en is de toerekening aan overhead nader verfijnd. Daarnaast wordt een fors deel van de stijging verklaard door toenemende wet- en regelgeving op het gebied van compliance waaraan DUO moet voldoen. Ook worden de kwaliteitsindicatoren van het klantcontact, onderscheiden naar digitaal en traditioneel, weergegeven. Deze indicatoren zijn met het Ministerie van OCW overeen gekomen.

Tabel 68 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025

Omschrijving Generiek Deel

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2022

2023

2024

2025

2025

Generiek Deel

     

Omzet per productgroep

     

Omzet Bekostiging Instellingen

42,8

53,7

54,8

58,2

45,7

Omzet Studiefinanciering

106,7

136,2

152,0

163,4

115,9

Omzet Examendiensten

33,3

44,6

53,8

68,4

30,3

Omzet Basisregister

33,4

39,9

50,8

49,8

34,0

Omzet Informatiediensten

10,3

13,0

17,1

12,9

11,1

Totaal basiscontract excl. LCM

226,5

287,4

328,5

352,6

237,0

      

Vervangingskosten (x1 mln.)

35,9

47,4

53,0

65,8

52,1

Kosten met betrekking tot onderhoud en beheer (x1 mln.)

44,5

43,7

57,9

58,7

57,9

Immateriële vaste activa (x1 mln.)

111,6

138,0

177,0

202,0

161,4

      

Overheadkosten t.o.v. de totale kosten (%)

22%

20%

18%

30%

20%

      

FTE

     

FTE-Internen

2.719,0

2.961,5

3.103,0

3.232,2

3.243,3

FTE-Extern

480,9

510,2

545,0

468,1

431,7

      

Tarieven/uur

     

Projecttarief (ICT gerelateerd)

121,5

132,0

140,0

146,5

140,0

Lijntarief (meerwerk)

82,0

87,0

94,5

103,0

94,5

      

Saldo van baten en lasten (%)

100,0

100,0

100,5

103,1

100,0

      

Kwaliteitsindicatoren

     

Klantcontact digitaal

6,7

6,6

6,5

6,5

6,5

Klantcontact traditioneel

7,4

7,8

7,9

7,8

7,0

Toelichting

Omzet/kostprijs per product

DUO aggregeert haar werkzaamheden in de going concern (basiscontract) naar vijf producten, te weten: Bekostiging, Studiefinanciering, Examens, Registers en Informatiediensten. DUO streeft naar verbeterde dienstverlening zichtbaar in de klanttevredenheid bij optimale inzet van middelen.

Vervangingskosten

De effecten van Life Cycle Management zijn inzichtelijk gemaakt door het totaal van de niet activeerbare ontwikkelkosten van de vervangingen, afschrijvingskosten, rentelasten en eventuele afwaarderingen van de immateriële vaste activa (IMVA) te specificeren.

Kosten met betrekking tot onderhoud en beheer

DUO streeft naar gelijkblijvende kosten voor onderhoud en beheer bij ongewijzigde taak- en beleidsuitvoering.

Immateriële vaste activa

De omvang van het ICT-landschap wordt weerspiegeld in de balanspost immateriële vaste activa. Specifiek gaat het hier om de zelfontwikkelde software opgenomen binnen de immateriële vaste activa.

Overheadkosten t.o.v. de totale kosten (%)

De indicator drukt de overhead uit als percentage van de totale kosten.

FTE totaal

De bezetting stijgt licht ten opzichte van 2024. Dit is met name het gevolg van diverse compliance opgaven. Er is sprake van een groei van de interne inzet en een afname van de externe inhuur.

Projecttarief per uur

Het projecttarief (ICT gerelateerd) is € 146,50 per uur en met € 6,50 gestegen ten opzichte van 2024.

Lijntarief per uur

Het meerwerktarief is € 103,00 per uur en met € 8,50 gestegen ten opzichte van 2024.

Saldo baten en lasten

DUO begroot een exploitatiesaldo van nul. Het positieve saldo van baten en lasten in 2025 van € 18,3 miljoen bedraagt 3,0% van de baten.

Klanttevredenheid klantcontact digitaal

Dit betreft klanttevredenheid over het contact via MijnDUO. Over 2025 heeft deze indicator een score van 6,5 op een schaal van 0 tot 10 (2024: 6,5).

Klanttevredenheid klantcontact traditioneel

Dit betreft klanttevredenheid over het telefonisch contact. Over 2025 heeft deze indicator een score van 7,8 op een schaal van 0 tot 10 (2024: 7,9).

10.2 Nationaal Archief

InleidingHet Nationaal Archief (NA) beheert de archieven van de Rijksoverheid en archieven van maatschappelijke organisaties en individuele personen die van nationaal belang zijn (geweest). In de depots ligt bijna duizend jaar geschiedenis van Nederland opgeslagen in archieven en in duizenden kaarten, tekeningen en foto’s. De missie van het Nationaal Archief is het dienen van ieders recht op informatie en het geven van inzicht in het verleden van ons land door inzet voor een sterk archiefbestel, een afgewogen beleid voor archiefwaardering en selectie en optimale zorg voor alle rijksarchieven en de nationale archiefcollectie in Den Haag te beheren en onsite en online te presenteren.

Nationaal Archief en Regionale Historische Centra

Op basis van de Archiefwet 1995 heeft de Minister van OCW een specifieke verantwoordelijkheid voor alle rijksarchiefbewaarplaatsen, zijnde het Nationaal Archief in Den Haag en elf rijksarchiefbewaarplaatsen in de provinciehoofdsteden. De archiefbewaarplaatsen in de provinciehoofdsteden maken deel uit van de Regionale Historische Centra (RHC’s). De RHC’s zijn zelfstandige openbare lichamen, die vanuit het Rijk en andere partners een financiële bijdrage ontvangen. Dit jaarverslag handelt alleen over de baten en lasten van het Nationaal Archief. De rijksbijdragen aan de afzonderlijke RHC’s zijn onderdeel van artikel 14 (Cultuur) van de begroting van het Ministerie van OCW.

Staat van baten en lasten over 2025

Tabel 69 Verantwoording van het agentschap NA voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

(4) Realisatie 2024

Baten

    

Omzet

64.400

81.872

17.472

72.438

waarvan omzet moederdepartement

59.100

72.532

13.432

70.245

waarvan omzet overige departementen

3.900

6.712

2.812

755

waarvan omzet derden

1.400

2.629

1.229

1.439

Rentebaten

0

626

626

710

Mutatie projectgelden

0

439

439

0

Vrijval voorzieningen

0

63

63

82

Bijzondere baten

0

313

313

0

Totaal baten

64.400

83.313

18.913

73.230

     

Lasten

    

Apparaatskosten

61.800

74.593

12.793

72.421

- Personele kosten

37.300

45.366

8.066

43.016

waarvan eigen personeel

32.500

35.991

3.491

31.559

waarvan inhuur externen

3.800

7.409

3.609

8.739

waarvan overige personele kosten

1.000

1.966

966

2.717

- Materiële kosten

24.500

29.227

4.727

29.405

waarvan apparaat ICT

2.000

4.231

2.231

4.147

waarvan bijdrage aan SSO’s

7.000

8.154

1.154

7.453

waarvan overige materiële kosten

15.500

16.842

1.342

17.806

Afschrijvingskosten

2.500

3.621

1.121

2.460

- Materieel

2.500

3.621

1.121

2.460

waarvan apparaat ICT

200

1.924

1.724

1.403

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

2.300

1.698

‒ 602

1.057

- Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

1.850

1.850

523

waarvan dotaties voorzieningen

0

940

940

18

waarvan bijzondere lasten

0

910

910

505

Rentelasten

100

74

‒ 26

100

Totaal lasten

64.400

80.138

15.738

75.505

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

3.175

3.175

‒ 2.275

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

     

Saldo van baten en lasten

0

3.175

3.175

‒ 2.275

Tabel 70 Voorgestelde Resultaatbestemming (bedragen x €1.000)

Voorgestelde resultaatbestemming

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

Realisatie 2024

Toevoeging/ onttrekking:

    

- Pok/Wau

0

0

0

0

- Exploitatiereserve

0

3.175

‒ 3.175

‒ 2.275

Saldo van baten en lasten

0

3.175

‒ 3.175

‒ 2.275

Tabel 71 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Balans 2025

Balans 2024

Activa

  

Vaste activa

7.609

10.015

Materiële vaste activa

7.609

10.015

waarvan grond en gebouwen

230

456

waarvan installaties en inventarissen

7.323

9.476

waarvan projecten in uitvoering

0

0

waarvan overige materiële vaste activa

56

83

Immateriële vaste activa

0

0

Vlottende activa

18.827

11.030

Voorraden en onderhanden projecten

62

71

Debiteuren

51

183

Overige vorderingen en overlopende activa

1.501

1.821

Liquide middelen

17.212

8.956

Totaal activa

26.436

21.046

   

Passiva

  

Eigen Vermogen

3.608

456

Exploitatiereserve

433

2.732

Onverdeeld resultaat

3.175

‒ 2.275

Voorzieningen

4.164

2.770

Langlopende schulden

4.762

6.420

Leningen bij het Ministerie van Financiën

4.762

6.420

Investeringsbijdrage

0

0

Projectgelden

0

0

Kortlopende schulden

13.902

11.399

Investeringsbijdrage

0

0

Projectgelden

0

0

Crediteuren

2.469

1.591

Belastingen en premies sociale lasten

0

0

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

1.658

1.783

Overige schulden en overlopende passiva

9.774

8.025

Totaal passiva

26.436

21.046

Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekeningDe jaarrekening is opgesteld volgens de bepalingen van Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Regeling agentschappen 2024. De waardering van activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. Aan archiefstukken wordt geen waarde toegekend.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verplichtingen, mogelijke verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het eind van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva

Materiële vaste activaDe materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen dan wel tegen lagere economische bedrijfswaarde. De afschrijvingstermijn is gelijk aan de geschatte economische levensduur van de desbetreffende activa. De investeringen worden met ingang van de maand van ingebruikname afgeschreven.

VoorraadDe voorraad voor verkoop in de winkel wordt gewaardeerd tegen inkoopprijs.

Vorderingen en overlopende activaVorderingen zijn gewaardeerd op nominale waarde, onder eventuele aftrek van een per vordering bepaalde voorziening voor mogelijke oninbaarheid. De vorderingen hebben een verwachte resterende looptijd korter dan een jaar.

Liquide middelenDe liquide middelen staan vrij ter beschikking.

Eigen vermogenHet eigen vermogen bestaat uit een exploitatiereserve en een onverdeeld resultaat. Het eigen vermogen is bedoeld voor het opvangen van algemene bedrijfsrisico’s die voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering van het Nationaal Archief. Overeenkomstig de Regeling agentschappen van het Ministerie van Financiën is het eigen vermogen gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet, berekend over de laatste drie jaar. Onder jaaromzet wordt verstaan: bijdragen van het moederdepartement, bijdragen van overige departementen en bijdragen van derden.

Het onverdeeld resultaat bestaat uit een bedrag dat mag worden toegevoegd aan de exploitatiereserve, tot het voorgeschreven maximum, en het bedrag dat afgedragen wordt aan het moederdepartement (Ministerie van OCW).

De exploitatiereserve betreft het gecumuleerd saldo van baten en lasten uit voorgaande jaren. Het onverdeeld resultaat is het saldo baten en lasten over het verslagjaar.

Directe vermogensmutaties zijn de bijdragen die niet als omzet kunnen worden gekwalificeerd zoals directe ontvangsten van het moederdepartement.

VoorzieningenVoor specifieke risico’s die zijn verbonden aan bepaalde activa of passiva of die verband houden met activiteiten van het Nationaal Archief worden voorzieningen getroffen voor zover deze risico’s op balansdatum bekend zijn en voortvloeien uit gebeurtenissen in het verslagjaar of de voorgaande verslagjaren. De voorzieningen zijn opgenomen voor het geschatte nominale bedrag.

Vooruit ontvangen projectgeldenOntvangen projectgelden die in het verslagjaar niet zijn besteed, worden gerubriceerd onder de nog te betalen bedragen.

Kortlopende schuldenDe kortlopende schulden worden gewaardeerd op nominale waarde en hebben een verwachte resterende looptijd korter dan een jaar.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

BatenOnder baten wordt verstaan de opbrengst van de aan opdrachtgevers geleverde diensten en producten. Zij wordt als gerealiseerd beschouwd in het boekjaar waarin de diensten zijn verricht en/of de producten zijn geleverd.

LastenDe lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde waarderings- grondslagen en worden toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Dotatie en vrijval voorzieningen worden verantwoord via de post dotatie voorzieningen in de staat van baten en lasten. Onttrekkingen aan de voorzieningen worden ten laste van getroffen voorzieningen verantwoord.

BelastingenIn artikel 2 van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 zijn de belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting opgesomd. Uit dit artikel blijkt dat de Staat onder de Vennootschapsbelasting valt. Met ingang van 1 januari 2016 is de vrijstelling voor de directe en indirecte overheidslichamen komen te vervallen en vervangen door deze bepaling.

Het Nationaal Archief heeft in 2025 geen activiteiten verricht die voldoen aan de bepalingen voor belastingplicht. Daarom is in deze jaarrekening geen vennootschapsbelasting verwerkt.

Mutatie projectgelden in de Staat van baten-lastenDe mutatie projectgelden moederdepartement en overige departementen is in 2025 niet als aparte jaarrekeningpost gepresenteerd. Deze mutaties worden gepresenteerd als onderdeel van de omzet.

Toelichting op de staat van baten en lasten 2025

Omzet moederdepartementDe omzet van het moederdepartement over 2025 bedraagt € 72,5 miljoen. Hierin is ook een bijdrage opgenomen voor activiteiten in het kader van Werk aan Uitvoering (WaU-gelden), De Oorlog voor de Rechter, Tijdelijke Voorziening en de Nieuwe Archiefwet.

De omzetverantwoording naar productgroepen is als volgt:

Tabel 72 Omzetverantwoording agentschap (x € 1 miljoen)

Omzet moederdepartement (x € 1 miljoen)

72,5

waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

72,5

 

waarvan productgroep/dienstengroep Fysiek archief

16,6

 

waarvan productgroep/dienstengroep Digitaal archief

17,7

 

waarvan productgroep/dienstengroep Publiek

12,5

 

waarvan productgroep/dienstengroep Digitalisering

14,6

 

waarvan productgroep/dienstengroep Kennis en advies

11,1

De stijging van de baten ten opzichte van de begroting komt vooral omdat er meer projectmiddelen voor Oorlog voor de Rechter, Tijdelijke Voorziening en Werk aan Uitvoering zijn opgenomen in het resultaat over 2025. Daarnaast is er een stijging door onder andere de loon- en prijsbijstellingen in 2025.

Het Nationaal Archief presenteert de doorbetalingen van gelden van het Ministerie van OCW aan de regionale historische centra niet in de eigen omzet omdat het NA hierbij een kassiersfunctie vervult.

Omzet overige departementen

De omzet overige departementen bedraagt € 6,7 miljoen. Dit betreft o.a. projectmiddelen voor programma Open Overheid (POO) en Leerhuis, de detachering van NA personeel naar andere departementen en het depotverhuur aan Doc-Direkt.

Omzet derden

De omzet derden is gestegen vanwege bijdragen van derden voor onder andere samenwerkingsprojecten, tentoonstellingen, archiefwerkzaamheden en doorbelastingen van gebruik van het gebouw. De bijdrage van de Provincie Zuid-Holland (€ 0,4 miljoen) is voor het beheer van de archieven Zuid-Holland.

Rentebaten

In de vastgestelde begroting is geen rekening gehouden met rentebaten omdat in de jaren voor 2023 over direct opneembare tegoeden bij het schatkistbankieren aanzienlijk minder rente werd vergoed. In 2025 is € 0,6 miljoen aan rentebaten ontvangen.

Mutatie projectgeldenDe mutatie projectgelden bedraagt € 0,4 miljoen. Dit betreft de vrijval van projectgelden derden van voorgaande jaren.

Vrijval voorzieningenDe vrijval voorziening wachtgeld bedraagt 63k en heeft betrekking op verplichtingen aan oud-personeelsleden.

Bijzondere batenDe bijzondere baten bedragen € 0,3 miljoen en hebben betrekking op o.a. afrekening huisvesting 2024.

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten bedragen € 74,6 miljoen en zijn circa € 13 miljoen hoger dan de begroting. De personele kosten nemen toe door een uitbreiding van de personele bezettingen en cao-loonstijgingen. Er is meer uitgegeven aan lopende projecten (hier staan hogere projectopbrengsten tegenover) en aan de inhuur van extern personeel. Dit is met name inhuur van specialistische (ict-) kennis.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn ten opzichte van 2024 licht gedaald met € 0,2 miljoen.

AfschrijvingskostenDe afschrijvingskosten zijn toegenomen door o.a. de aanschaf van scanners en de afwaardering van een ontzuringsmachine.

Overige lastenDe overige lasten zijn gestegen door o.a. de opschoning projecten van voorgaande jaren en dotatie voorziening.

RentelastenDe rentelasten zijn lager dan in 2024 als gevolg van de afbouw van de leningen.

Toelichting op de balans per 31 december 2025

Activa

De afschrijvingen zijn gebaseerd op de volgende geschatte economische gebruiksduur van de materiële vaste activa:

  • verbouwingen                          10 jaar

  • installaties en inventarissen     5 - 15 jaar

Vaste Activa

De post Vaste Activa is per saldo met € 2,4 miljoen afgenomen door afschrijvingen op de vaste activa.

Vlottende Activa

De vlottende activa stijgen doordat de liquide middelen zijn toenomen.

Tabel 73 Debiteuren (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2024

Vorderingen op het moederdepartement

0

0

Vorderingen op overige departementen

0

143

Vorderingen op overige debiteuren

51

40

Stand per 31 december 2025

51

183

Tabel 74 Overige vorderingen en overlopende activa (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2024

Nog te ontvangen van moederdepartement

416

634

Nog te ontvangen op overige departementen

17

20

Nog te ontvangen van overige organisaties

1.068

1.167

Stand per 31 december 2025

1.501

1.821

Liquide middelen

De liquide middelen bestaan uit de Rekening-Courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het Ministerie van Financiën en een klein saldo kasmiddelen. De liquide middelen zijn toegenomen door o.a. een afname in de projectuitgaven.

Passiva

Eigen Vermogen

Het eigen vermogen bedraagt ultimo 2025 € 3,6 miljoen. Besloten is het onverdeeld resultaat van € 3,2 miljoen aan te wenden als weerstandsvermogen voor 2026.

Tabel 75 Overzicht vermogensontwikkeling over de jaren 2023 ‒ 2025 (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

2023

Eigen Vermogen

   

Saldo per 1 januari

456

3.596

8.079

Onverdeeld resultaat

3.175

‒ 2.275

1.161

Overige directe mutaties

‒ 23

4

Directe vermogensmutatie

   

Bijdrage door moederdepartement

   

Overige directe mutaties

‒ 869

‒ 5.644

Saldo per 31 december 2025

3.608

456

3.596

Voorzieningen

De voorzieningen zijn in 2025 toegenomen als gevolg van het opnemen van de reservering vakantiedagen als voorziening en niet zoals voorgaande jaren is gedaan als kortlopende schuld.

De reservering van de vakantiedagen laat de afgelopen jaren een stijging zien met name door toename van het IKB-spaarverlof. Daarnaast is er een dotatie en vrijval geweest van wachtgeld verplichtingen welke betrekking hebben op de voorziening voor verplichtingen aan oud-personeelsleden.

Tabel 76 Voorzieningen (bedragen x € 1.000)
 

Wachtgeld

Vakantiedagen

Tijdelijke voorziening

Totaal

Stand 1 januari 2025

67

2.702

0

2.769

Dotatie

19

539

900

1.458

Onttrekking

0

0

0

0

Vrijval

63

0

0

63

Stand 31 december 2025

23

3.241

900

4.164

Langlopende schulden

De langlopende schulden nemen af in 2025 vanwege aflossing op leningen die zijn afgesloten bij het Ministerie van Financiën. Deze werkwijze is passend bij de status van baten-lastenagentschap.

Kortlopende schulden

De crediteuren en nog te betalen bedragen zijn als volgt te specificeren:

Tabel 77 Crediteuren (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2024

Schulden op het moederdepartement

481

35

Schulden op overige departementen

473

11

Schulden op overige crediteuren

1.515

1.545

Stand per 31 december 2025

2.469

1.591

Tabel 78 Overige verplichtingen en overlopende passiva (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2024

Nog te betalen aan moederdepartement

6.794

5.423

Nog te betalen aan overige departementen

1.029

857

Nog te betalen aan overige organisaties

1.884

1.744

Stand per 31 december 2025

9.707

8.024

Er waren in 2025 nog te betalen bedragen aan het moederdepartement, overige departementen en overige organisaties die een kortlopend karakter hebben. Het Nationaal Archief heeft eind 2021 een bijdrage ontvangen van het Ministerie van OCW aan het meerjarige project Oorlog voor de Rechter en hierover zijn met het Ministerie van OCW afspraken gemaakt over meerjarige financiering en bevoorschotting. In 2025 heeft het NA van OCW financiering ontvangen voor de Nieuwe Archiefwet en Leerhuis.

Leningen

Er zijn in 2025 geen nieuwe leningen aangegaan bij het Ministerie van Financiën.

Tabel 79 Overzicht leningen

Lening

Hoofdsom

Looptijd (in hele jaren)

Rente %

Begindatum

Einddatum

Aantal aflos- termijnen

Openstaande leensom31-12-2025

Deel <1 jaar

Deel >1 en <5 jaar

Deel >5 jaar

L004037

300.000,00

10

3,26%

26-10-2023

26-10-2033

40

240.000

30.000

120.000

90.000

L004036

1.600.000,00

5

3,03%

26-10-2023

26-10-2028

20

960.000

320.000

640.000

0

L004035

1.200.000,00

3

3,06%

26-10-2023

26-10-2026

12

400.000

400.000

0

0

L003877

600.000,00

5

2,07%

30-11-2022

30-11-2027

20

240.000

120.000

120.000

0

L003684

950.000,00

5

0,00%

7-12-2021

7-12-2026

60

190.000

190.000

0

0

L003625

400.000,00

3

0,00%

25-6-2021

25-6-2024

12

0

0

0

0

L003624

1.250.000,00

5

0,00%

25-6-2021

25-6-2026

20

125.000

125.000

0

0

L003623

600.000,00

10

0,00%

25-6-2021

25-6-2031

40

330.000

60.000

240.000

30.000

L003622

5.300.000,00

15

0,10%

25-6-2021

25-6-2036

60

3.710.000

353.333

1.413.333

1.943.333

L003284

600.000,00

10

0,00%

16-7-2019

16-7-2029

40

225.000

60.000

165.000

0

L002083

1.000.000,00

10

2,00%

15-11-2012

15-11-2022

40

0

0

0

0

Totaal

13.800.000

     

6.420.000

1.658.333

2.698.333

2.063.333

Niet uit de balans blijkende verplichtingenHet Nationaal Archief heeft de volgende langlopende financiële verplichtingen die niet uit de balans blijken:

  • huurcontract RVB Hoofdvestiging Den Haag: € 2,9 miljoen per jaar, looptijd tot en met 31 juli 2028;

  • huurcontract RVB Bendienplein 5 Emmen: € 1,4 miljoen per jaar, looptijd tot en met 31 mei 2049.

De contracten voor beide contracten zijn tussen het Ministerie van OCW en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) gesloten. De totale hiermee gemoeide verplichting bedraagt € 48,9 miljoen. Hierbij is voor het pand aan het Bendienplein 5 bij de berekening uitgegaan van een huurperiode van 30 jaar vanaf de ingangsdatum, de looptijd van het huurcontract is echter onbepaald.

Gebeurtenissen na balansdatumEr zijn geen noemenswaardige gebeurtenissen na balansdatum.

PartnerorganisatiesHet Nationaal Archief werkt samen met een partnerorganisatie. Hieronder is een korte uiteenzetting gegeven van de aard van de relatie.

Stichting Genootschap voor het Nationaal ArchiefDoel van het Genootschap voor het Nationaal Archief is het uitvoeren en ontwikkelen van activiteiten voor een breed publiek met gebruikmaking van de collectie van het Nationaal Archief. De stichting heeft een eigen bestuur.

Kasstroomoverzicht

Tabel 80 Kasstroomoverzicht per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
  

(1) Vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en vastgestelde begroting

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2025 +  depositorekeningen

8.956

8.677

‒ 279

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

64.400

87.149

22.749

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 61.800

‒ 75.617

‒ 13.817

2.

Totaal operationele kasstroom

2.600

11.532

8.932

 

totaal investeringen (-/-)

‒ 1.200

‒ 1.213

‒ 13

 

totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 1.200

‒ 1.213

‒ 13

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

aflossingen op leningen (-/-)

‒ 1.100

‒ 1.783

‒ 683

 

beroep op leenfaciliteit (+)

1.200

‒ 1.200

4.

Totaal financieringskasstroom

100

‒ 1.783

‒ 1.883

5.

Rekening courant RHB 31 december 2025 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

10.456

17.213

6.757

Toelichting

In het kasstroomoverzicht wordt voor de operationele kasstroom een uitsplitsing gemaakt naar ontvangsten en uitgaven. De ontvangsten hebben betrekking op bijdragen van het moederdepartement, andere departementen, omzet derden en projectgelden. De uitgaven betreffen betalingen aan personeel en leveranciers voor de reguliere werkzaamheden, maar ook voor projecten.

De liquide middelen van het NA zijn in 2025 met circa € 8,5 miljoen toegenomen vanwege o.a. afgenomen projectuitgaven.

DoelmatigheidTabel Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025

Tabel 81 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025

Omschrijving

   

Vastgestelde begroting

 

2022

2023

2024

2025

2025

Generiek Deel

     
      

Gemiddeld gewogen kostprijs per productgroep

     

- de (gem) prijs per m fysiek archief (capaciteit)

18

20

20

21

21

- de (gem) prijs per Terabyte digitaal archief

1.253

1.217

1.217

1.300

1.300

Gemiddeld gewogen uurtarief intern personeel

     

- primaire taken - activiteiten

61

63

62

69

69

Aantal fte

     

- formatie op lumpsum en projecten

275,15

303,40

357,39

350,25

300-340

- formatie Programma Digitale Taken rijksarchieven

0

0

0

0

0

Saldo baten en lasten

6.113.292

1.160.671

‒ 2.274.884

3.175.194

0

Ontwikkeling aantallen bezoekers

     

- bezoekers - tentoonstellingen

5.456

4.270

7.321

2.211

20.000

- onderwijs

4.931

5.263

3.420

4.655

13.000

- studiezaal - bezoekers

10.139

14.157

14.067

23.608

12.000

- studiezaal - raadplegingen archiefstukken

112.986

159.292

91.7071

125.853

100.000

- Website Nationaal Archief

1.921.015

2.666.524

2.856.674

4.811.701

2.500.000

Cijfer bezoeker tevredenheid

n.v.t.

n.v.t.

7,5

8,4

7,5

Voldoen aan webrichtlijnen Rijk

***

***

***

***

***

Beschikbaarheid - bereikbaarheid organisatie

     

- fysieke dienstverlening; geopend:

     

- informatiecentrum en studiezaal

di t/m vr

di t/m vr

di t/m vr

di t/m vr

di t/m vr

- tentoonstelling

di t/m zo

di t/m zo

di t/m zo

di t/m vr

di t/m zo

- ontvangst schoolgroepen

ma t/m vr

ma t/m vr

ma t/m vr

ma t/m vr

ma t/m vr

- Digitale dienstverlening eDepot (basisdienstverlening)

     

- beschikbaarheid (%)

nvt

nvt

nvt

nvt

nvt

- helpdesk openingstijden op werkdagen

8:30–17:00

8:30–17:00

8:30–17:00

8:30–17:00

8:30–17:00

1

De cijfers van het jaarverslag 2024 zijn ten opzichte van de eerdere publicatie aangepast naar aanleiding van een correctie over het voorgaande jaar.

Toelichting

De kostprijzen per productgroep zijn gebaseerd op het kostprijsmodel 2018.

De sterke toename bezoekersaantallen heeft vooral te maken met de aandacht voor het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR).

11. Saldibalans

Tabel 82 Saldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII)(bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2025

31-12-2024

 

Passiva

31-12-2025

31-12-2024

         

Intra-comptabele posten

       

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

59.531.872

56.463.775

 

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

3.368.378

2.382.523

3)

Liquide middelen

245

252

     

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

0

 

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

56.162.362

54.078.854

5)

Rekening-courant RHB begrotingsreserve

66.450

59.094

 

5a)

Begrotingsreserves

66.450

59.094

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

495

109

 

7)

Schulden buiten begrotingsverband

1.872

2.758

8)

Kas-transverschillen

0

0

   

0

0

         

Subtotaal intra-comptabel

59.599.062

56.523.229

 

Subtotaal intra-comptabel

59.599.062

56.523.229

         

Extra-comptabele posten

       
         

9)

Openstaande rechten

193.095

191.322

 

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

193.095

191.322

10)

Vorderingen

39.605.480

39.458.109

 

10a)

Tegenrekening vorderingen

39.605.480

39.458.109

11a)

Tegenrekening extra-comptabele schulden

0

0

 

11)

Schulden

0

0

12)

Voorschotten

11.061.995

11.371.574

 

12a)

Tegenrekening voorschotten

11.061.995

11.371.574

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

4.234.866

4.085.977

 

13)

Garantieverplichtingen

4.234.866

4.085.977

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

51.194.350

49.053.051

 

14)

Andere verplichtingen

51.194.350

49.053.051

15)

Deelnemingen

0

0

 

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

0

         

Subtotaal extra-combtabel

106.289.786

104.160.033

 

Subtotaal extra-combtabel

106.289.786

104.160.033

         

Overall Totaal

165.888.848

160.683.262

 

Overall Totaal

165.888.848

160.683.262

Toelichting

1 en 2. Begrotingsuitgaven en -ontvangsten 2025De uitgaven over 2025 zijn uitgekomen op € 59,5 miljard en de ontvangsten op € 3,4 miljard. In de departementale jaarrekening komen de uitgaven uit op € 59,5 miljard en de ontvangsten op € 3,4 miljard. Het verschil tussen de werkelijke uitgaven en de realisatie volgens de departementale jaarrekening 2025 wordt veroorzaakt door de in deze rekening gehanteerde afrondingsregels.

3. Liquide middelen

De post Liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken (gebaseerd op het laatste dagafschrift).

Tabel 83 Liquide middelen (bedragen x € 1.000)
 

Openstaand per 31-12-2025

Openstaand per 31-12-2024

Totaal liquide middelen

245

252

4. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (RHB)

Op de rekening-courant wordt de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën geadministreerd. Ook worden door middel van deze administratie de begrotingsuitgaven en ontvangsten met het Ministerie van Financiën afgewikkeld.

5. Rekening-Courant RHB Begrotingsreserve

Een begrotingsreserve is een geoormerkte meerjarige budgettaire voorziening die door een ministerie op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën wordt aangehouden. Het gaat om een budgettaire voorziening of reserve binnen de Rijksbegroting. De reserve blijft meerjarig beschikbaar voor het doen van uitgaven in latere jaren. Voor de begrotingsreserve museaal aankoopfonds en de begrotingsreserve risicopremie garantstelling onderwijsinstellingen en rekening courantlimieten die instellingen aanhouden bij het Ministerie van Financiën wordt een rekening-courant aangehouden bij het Ministerie van Financiën.

Tabel 84 Rekening-Courant RHB Begrotingsreserve (bedragen x € 1.000)

Naam begrotingsreserve

Saldo 1-1-2025

Toevoegingen 2025

Onttrekkingen 2025

Saldo 31-12-2025

Verwijzing naar begrotingsartikel

Museaal aankoopfonds

38.932

13.085

7.830

44.187

14

Risicopremie garantstelling onderwijsinstellingen

20.162

2.046

0

22.208

95

Achterborgstelling

0

56

0

56

14

Totaal

59.094

15.186

7.830

66.450

 

Begrotingsreserve museaal aankoopfondsIn 1998 is het museaal aankoopfonds opgericht. Dit is een intra-comptabel fonds met het karakter van een interne reserverekening. Op deze rekening wordt bijgehouden hoeveel geld er voor kunstaankopen voor latere jaren beschikbaar is.

Begrotingsreserve risicopremie garantstelling onderwijsinstellingenIn 2004 is de regeling Schatkistbankieren van kracht geworden. Instellingen kunnen bij het Ministerie van Financiën een schatkistlening aanvragen op basis van een strikte hypothecaire zekerheid of garantiestelling van de gemeenten. Het Ministerie van OCW staat garant voor deze leningen. Hiervoor ontvangt het Ministerie van OCW een risicopremie van 0,1 procentpunt per jaar gedurende de gehele looptijd van de schatkistlening. In verband met een herziening van de afspraken tussen de Ministeries van Financiën en het Ministerie van OCW staat OCW vanaf 2012 ook garant voor de rekening courantlimieten die instellingen aanhouden bij het Ministerie van Financiën. Hiervoor ontvangt het Ministerie van OCW een risicopremie van 0,25 procentpunt van het uitstaande saldo. Beide risicopremies worden gestort op een begrotingsreserve.

Begrotingsreserve AchterborgstellingDe begrotingsreserve is bedoeld om de afdracht van de risicopremie van het Nationaal Restauratiefonds aan het Ministerie van OCW te ontvangen en te beheren. Deze premie geldt voor leningen die het oorspronkelijke plafond overstijgen binnen de Achterborgstelling. Wanneer een betalingsprobleem ontstaat bij een lening en het onderpand niet voldoende blijkt, wordt het bedrag van de risicovoorziening afgeboekt.

6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Tabel 85 Vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)
 

Openstaand per 31-12-2025

Te verrekenen personeel en voormalig personeel

141

Nog door te berekenen uitgaven

354

Totaal

495

7. Schulden buiten begrotingsverband

Tabel 86 Schulden buiten begrotingsverband (bedragen x € 1.000)
 

Openstaand per 31-12-2025

Overig

1.872

Totaal

1.872

Bij de post overig gaat het om diverse posten als EU-projecten (€ 1,7 miljoen), legaten (€ 0,2 miljoen), fondsen (€ 0,3 miljoen) en nog af te dragen btw (€ 0,2 miljoen).

8. Kas-transverschillenDe stand van de kas-transverschillen per 31-12-2025 bedraagt 0.

9. Openstaande rechten

Tabel 87 Openstaande rechten (bedragen x € 1.000)
 

Openstaand per 31-12-2025

Lesgelden

193.095

Totaal

193.095

Het betreft hier de lesgeldvorderingen van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) Groningen.

10. Vorderingen

De stand van de debiteuren per 31-12-2025 wordt als volgt gespecificeerd naar beleidsartikel en overige onderdelen:

Tabel 88 Stand debiteuren (bedragen x € 1.000)
  

Openstaand per 31-12-2025

Openstaand per 31-12-2024

1

Primair onderwijs

29.147

15.448

3

Voortgezet onderwijs

794

560

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

2.983

2.268

6

Hoger beroepsonderwijs

1.839

1.833

7

Wetenschappelijk onderwijs

1

0

8

Internationaal beleid

0

0

9

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

1.932

1.368

11

Studiefinanciering

39.529.099

39.390.372

12

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

1.221

1.444

13

Lesgelden

0

0

14

Cultuur

37.949

36.932

15

Media

0

0

16

Onderzoek en wetenschapsbeleid

82

7.011

25

Emancipatie

0

1

95

Apparaat Kerndepartement

433

872

Lening Bonaire

0

0

Totaal

39.605.480

39.458.109

De overige openstaande vorderingen (€ 75,0 miljoen) hebben onder meer betrekking op de afrekeningen van voorschotten. Deze vorderingen worden beschouwd als direct opeisbaar.

De openstaande vorderingen van beleidsartikel 11 (Studiefinanciering) kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 89 Specificatie debiteuren studiefinanciering (bedragen x € 1.000)
 

Openstaand per 31-12-2025

Openstaand per 31-12-2024

Direct opeisbaar

51.356

56.484

Kortlopende vorderingen

9.295

9.180

Ov vorderingen

42.061

47.304

   

Op termijn opeisbaar

39.477.743

39.333.888

Prestatiebeurs

10.501.129

9.350.280

Rentedragende lening

28.976.614

29.983.608

Eindtotaal

39.529.099

39.390.372

Prestatiebeursleningen zijn leningen die in een gift worden omgezet als de debiteur heeft voldaan aan de eerstejaars prestatienorm of een diploma heeft behaald.

Bij de leningen en de prestatiebeursleningen is alleen de hoofdsom niet-relevant. De rente wordt als relevant beschouwd.

De relevante kortlopende vorderingen bestaan voornamelijk uit ten onrechte betaalde studiefinanciering en vorderingen wegens het onterecht bezit van reisrecht.

Tabel 90 Specificatie debiteuren studiefinanciering (bedragen x € 1.000)
 

Openstaand per 31-12-2025

Openstaand per 31-12-2024

Openstaande bedragen per 01-01-2025

39.390.372

37.648.808

Mutatie bruto vorderingen

4.940.405

5.288.514

Omgezet in gift

‒ 1.786.644

‒ 1.600.088

Afgelost (ontvangen en verrekend)

‒ 2.968.542

‒ 1.866.456

Overige mutaties, w.o. buiten invordering en kwijtschelding

‒ 46.492

‒ 80.406

Totaal

39.529.099

39.390.372

De vorderingstand neemt toe doordat vorderingen worden uitbetaald of ingesteld.

De vorderingstand neemt af doordat er wordt afgelost, doordat prestatieleningen worden omgezet in gift, en omdat vorderingen onder voorwaarden mogen of moeten worden afgeboekt.

12. Voorschotten

De stand van de voorschotten per 31-12-2025 wordt als volgt naar beleidsartikel gespecificeerd:

Tabel 91 Voorschotten naar beleidsartikel (bedragen x € 1.000)
  

Openstaand per 31-12-2025

Openstaand per 31-12-2024

1

Primair onderwijs

3.429.172

2.875.998

3

Voortgezet onderwijs

2.087.701

1.372.832

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

853.430

787.802

6

Hoger beroepsonderwijs

205.441

103.639

7

Wetenschappelijk onderwijs

15.500

30.892

8

Internationaal beleid

20.648

20.336

9

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

336.679

152.950

11

Studiefinanciering

2.020.374

2.069.304

12

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

0

0

13

Lesgelden

0

0

14

Cultuur

1.688.725

3.549.578

15

Media

203.533

171.904

16

Onderzoek en wetenschapsbeleid

149.839

201.363

25

Emancipatie

50.586

34.742

95

Apparaat Kerndepartement

367

234

Totaal

11.061.995

11.371.574

Het bedrag aan openstaande voorschotten bij artikel 11 (Studiefinanciering) betreft de voorlopige vergoeding van contractkosten aan de ov-bedrijven.

De stand van de voorschotten per 31-12-2025 wordt als volgt gespecificeerd naar vergoedingsjaar:

Tabel 92 Voorschotten naar vergoedingsjaar (bedragen x € 1.000)
 

Stand per 1-1-2025

Verstrekt 2025

Afgerekend 2025

Stand per 31-12-2025

2003

1.340

1.340

2004

21

21

2005

2.723

2.723

2006

2007

1.061

1.061

2008

1.361

1.361

2009

2.091

2.091

2010

1.806

1.806

2011

2.983

2.983

2012

4.682

4.682

2013

8.603

8.603

2014

12.675

9.675

3.000

2015

10.624

10.229

395

2016

7.315

6.877

438

2017

5.700

4.827

873

2018

9.639

4.455

5.184

2019

23.495

9.503

13.992

2020

249.197

22.899

226.298

2021

1.016.199

709.928

306.271

2022

1.942.339

1.343.545

598.794

2023

3.577.261

1.926.847

1.650.414

2024

4.490.459

1.347.467

3.142.992

2025

0

5.131.963

18.619

5.113.344

Totaal

11.371.574

5.131.963

5.441.542

11.061.995

13. Garantieverplichtingen

In het verleden zijn instellingen zelfstandig op de kapitaalmarkt leningen aangegaan ter financiering van bouwinvesteringen, onder garantiestelling van het Rijk richting de geldverschaffers voor de rente en aflossingsverplichtingen. De destijds vigerende garantieregelingen zijn inmiddels niet meer van kracht. Vanaf 2014 kunnen onderwijsinstellingen leningen afsluiten bij het Ministerie van Financiën in het kader van schatkistbankieren voor her- en nieuwbouw. Het bedrag van de garantieverplichtingen (nog openstaande rente en aflossingsverplichtingen op lopende leningen) is het theoretisch maximale risico dat het ministerie ultimo 2025 nog loopt in verband met garantiestellingen op bouwleningen en overige garantieleningen. In onderstaand overzicht zijn de ultimo 2025 openstaande garanties gespecificeerd opgenomen.

Tabel 93 Garantieverplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

Openstaand per 31-12-2025

Openstaand per 31-12-2024

Bouwleningen aan academische ziekenhuizen

74.957

87.666

Bouwleningen aan scholen en instellingen vo

0

0

Garanties Cultuur

952.207

759.459

Garantie Vervangingsfonds

23.000

23.000

Garantie Participatiefonds

7.000

7.000

Garanties Onderzoek en wetenschapsbeleid

15.329

16.648

Garanties Wetenschappelijk Onderwijs

683.283

704.890

Garanties Hoger beroepsonderwijs

842.315

834.075

Garanties Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

877.746

901.305

Garanties Voortgezet onderwijs

594.101

588.272

Garanties Primair onderwijs

164.928

163.661

Totaal

4.234.866

4.085.976

Voor de academische ziekenhuizen is sinds 1991 de garantieregeling niet meer van kracht, met uitzondering van enkele op dat moment in gang gezette bouwprojecten. Sinds 1996 zijn geen garanties meer verstrekt. Deze leningen hebben gemiddeld een looptijd van 40 jaar. Expiratie van deze leningen zal omstreeks het jaar 2035 volledig hebben plaatsgevonden.

De uitstaande garanties bij Cultuur bedragen € 952,2 miljoen. Hiervan is € 742,9 miljoen verstrekt door het Nationaal Restauratiefonds, waarvan € 411,0 miljoen betrekking heeft op de achterborgovereenkomst en € 331,9 miljoen betreft een garantie onder de indemniteitsregeling. Voorts is er garantie verleend ad € 209,3 miljoen betrekking hebbende op de door het Ministerie van Financiën verstrekte geldleningen aan cultuurinstellingen.

De uitstaande garanties participatie- en vervangingsfonds zijn het gevolg van het bestuurlijk akkoord dat in 2003 met de fondsen is gesloten en houden verband met garantstelling in verband met het schatkistbankieren.

De uitstaande garantie bij Onderzoek en Wetenschapsbeleid bedraagt € 15,3 miljoen. Dit betreft de garantie voor een lening van Stichting Biomedical Primate Research Center (BPRC) bij de Bank Nederlandse Gemeenten.

De uitstaande garanties bij Wetenschappelijk onderwijs (€ 683,3 miljoen), het Hoger beroepsonderwijs (€ 842,3 miljoen), het Beroepsonderwijs (€ 877,7 miljoen), het Voortgezet onderwijs (€ 594,1 miljoen) en het Primair onderwijs (€ 164,9 miljoen) hebben betrekking op de door het Ministerie van Financiën verstrekte geldleningen en rekeningcourantkredieten aan onderwijsinstellingen. De geldleningen in het wo, hbo en mbo worden verstrekt onder hypothecaire zekerheid; de geldleningen in het po en vo onder gemeentegarantie. Het risico voor het Ministerie van OCW is hierdoor beperkt. Voor de rekeningcourantkredieten wordt geen zekerheid gevraagd. De garantstelling betreft de maximale roodstandfaciliteit. In de praktijk wordt dit zelden volledig benut. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen per onderwijssector.

Tabel 94 Opbouw garantstellingen onderwijsinstellingen (bedragen x € 1 miljoen)
 

Maximale

Leningen

Wetenschappelijk onderwijs

216

467,3

Hoger onderwijs

281,4

560,9

Beroepsonderwijs en volwasseneducatie

285,1

592,7

Voortgezet onderwijs

200,3

393,8

Primair onderwijs

52,5

112,4

De opbouw van de stand van de garantieverplichtingen kan als volgt worden weergegeven:

Tabel 95 Openstaande garantieverplichtingen (bedragen x € 1.000)

Stand 1 januari 2025

4.085.977

Bij: Aangegane verplichtingen 2025

627.711

Af: Afgelopen garantie 2025

0

Af: Verrichte betalingen 2025

459.096

Af: Negatieve bijstellingen van aangegane garantieverplichtingen voor 2025

5.698

garantieverplichtingen voor 2025

14.028

Stand 31 december 2025

4.234.866

Toelichting

Eind 2025 heeft een betaling plaatsgevonden van circa € 5,7 miljoen. Deze betaling kent zijn oorsprong in de Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2016 (indemniteitsregeling). Voor het Drents Museum in Assen is op basis van die regeling een indemniteitsverklaring afgegeven voor de tentoonstelling «Dacia - Rijk van goud en zilver» van maximaal circa € 9,0 miljoen. Op 25 januari 2025 is het museum getroffen door een diefstal. Daarbij is een aantal stukken van de tentoonstelling ontvreemd die in bruikleen waren verkregen van The National History Museum of Romania. Op basis van de verzekerde waarde van deze objecten is de indemniteitssubsidie vastgesteld op € 5,7 miljoen en uitbetaald.

14. Andere verplichtingen

De opbouw van de stand van de aangegane verplichtingen kan als volgt worden weergegeven:

Tabel 96 Andere verplichtingen (bedragen x € 1.000)

Stand 1 januari 2025

49.053.051

Bij: aangegaan 2025

61.673.171

  

Af: Tot betaling gekomen in 2025

59.531.872

Af: Negatieve bijstellingen van aangegane vpl voor 2025

0

Stand 31 december 2025

51.194.350

De specificatie van de openstaande verplichtingen per beleidsartikel ultimo 2025 is hieronder opgenomen.

Tabel 97 Andere verplichtingen naar beleidsartikel (bedragen x 1.000)

1

Primair onderwijs

16.493.315

3

Voortgezet onderwijs

11.296.959

4

Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

5.780.800

6

Hoger beroepsonderwijs

4.481.136

7

Wetenschappelijk onderwijs

7.343.926

8

Internationaal beleid

18.086

9

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

6.857

11

Studiefinanciering

0

12

Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten

0

13

Lesgelden

0

14

Cultuur

2.676.707

15

Media

1.257.394

16

Onderzoek en wetenschapsbeleid

1.804.696

25

Emancipatie

34.183

95

Apparaat Kerndepartement

291

Totaal

51.194.350

15 en 15a. Deelnemingen en Tegenrekening deelnemingenDe stand van de deelnemingen en tegenrekening deelnemingen per 31-12-2025 bedraagt 0.

Niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichtingen

Artikel 1: Primair en Voortgezet onderwijs

Vanuit de drie convenanten onderwijshuisvesting Saba, Bonaire en Sint Eustatius (Caribisch Nederland) is er in totaal $ 74,1 miljoen (US dollars) beschikbaar. Hiervan is inmiddels $ 56,0 miljoen (US Dollars) betaald dan wel verplicht. Voor het restant, voor de jaren 2026 en verder, geldt dat er hiervoor bestuurlijke verplichtingen zijn aangegaan. Het gaat in totaal om een bedrag van $ 18,1 miljoen (US Dollars). Dat bedrag is nog niet juridisch verplicht en betreft derhalve een niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichting.

Artikel 4: Middelbaar beroepsonderwijs

Op 14 februari 2023 is de werkagenda mbo «Samen werken aan talent» met de sector afgesloten. Onderdeel van de werkagenda is de vierde tranche van de regeling kwaliteitsafspraken mbo. In het Hoofdlijnenakkoord, tezamen met enkele amendementen daarop bij de begrotingsbehandeling 2025, zijn er enkele bezuinigingen doorgevoerd die ook de bedragen in de Werkagenda mbo raken.

Hiermee is een bedrag van in totaal € 3.701,1 miljoen bestuurlijk verplicht over de periode 2024 tot en met 2027 voor de Werkagenda mbo. Van dit bedrag is ultimo 2025 een bedrag van € 2.751,6 miljoen juridisch verplicht en € 949,5 miljoen bestuurlijk verplicht. Het resterende bestuurlijk verplichte bedrag wordt in de jaren 2026 en 2027 daadwerkelijk juridisch verplicht. Het betreft de volgende bedragen in 2026 € 901,4 miljoen en in 2027 € 48,1 miljoen.

Naar aanleiding van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen is op 19 januari 2024 door het kabinet een meerjarig investeringspakket toegezegd ten behoeve van de brede sociaaleconomische ontwikkeling in Groningen. Het masterplan campussen vormt van dit investeringspakket een van deze pijlers. Het gaat daarbij om het versterken van het kennis- en innovatie ecosysteem in Noord-Nederland. Hiermee is een bedrag van in totaal € 50,0 miljoen bestuurlijk verplicht voor de periode 2024 tot en met 2030. Van dit bedrag is ultimo 2025 € 2,2 miljoen juridisch verplicht en € 47,8 miljoen bestuurlijk verplicht. Het resterende bestuurlijk verplichte bedrag wordt in de periode 2026 tot en met 2030 daadwerkelijk juridisch verplicht. Het betreft de volgende bedragen € 7,8 miljoen in 2026 en daarna jaarlijks € 10,0 miljoen voor de periode 2027 tot en met 2030.

Artikel 14: Erfgoed en Kunsten

Aan het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies van de KNAW is een subsidie verstrekt voor het Expertisecentrum Restitutie Cultuurgoederen en Tweede Wereldoorlog (ECR). Deze subsidie is bestemd voor het uitvoeren van feitenonderzoek naar cultuurgoederen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Naziregime zijn geroofd, ter ondersteuning van restitutieaanvragen.

Conform het Convenant tussen de KNAW en het Ministerie van OCW (2018) verricht het ECR dit onderzoek. De directie Erfgoed & Kunsten boekt dit bedrag via de Voorjaarsnota 2026 over naar de directie Onderzoek & Wetenschapsbeleid.

Artikel 16: Hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs en Onderzoek & Wetenschapsbeleid

In 2022 is het Bestuursakkoord 2022 hoger onderwijs en wetenschap afgesloten met de Vereniging Hogescholen en de Vereniging Universiteiten van Nederland. Hierin zijn afspraken gemaakt over onder andere starters- en stimuleringsbeurzen, sectorplannen en praktijkgericht onderzoek. In totaal is hiermee voor € 9,3 miljard (prijspeil 2022) bestuurlijk verplicht voor de periode 2022 ‒ 2031.

In het Hoofdlijnenakkoord, tezamen met enkele amendementen daarop bij de begrotingsbehandeling 2025, zijn bezuinigingen doorgevoerd die ook de bedragen in het Bestuursakkoord 2022 raken.

Per ultimo 2025 zijn de bedragen voor jaren 2022-2026 grotendeels al betaald c.q. juridisch verplicht.

Het nog bestuurlijk verplichte deel per ultimo 2025 bedraagt voor artikel 6 (Hoger Beroepsonderwijs) € 620,0 miljoen, voor artikel 7 (Wetenschappelijk Onderwijs ) € 1,6 miljard en artikel 16 (Onderzoek en wetenschapsbeleid) € 551,0 miljoen.

De overige bestuurlijke toezegging op artikel 16 bedraagt € 42,4 miljoen. Dit is de verplichting aan het Delta Climate Center die volgt uit het bestuurlijk akkoord over het compensatiepakket Wind in de zeilen.

Niet uit de saldibalans blijkende financiële risico’s voortkomend uit lopende juridische procedures

Er loopt een rechtszaak van 221 schoolbesturen tegen de Staat/OCW die gaat over wel of niet te weinig ontvangen bekostiging door schoolbesturen vanwege een verandering van bekostigingssystematiek. In de uitspraak van 21 juni 2024 heeft de rechtbank het beroep van de schoolbesturen tegen de beslissing op bezwaar van de Minister van OCW gegrond verklaard. De vordering van de schoolbesturen dat ze gezamenlijk € 251 miljoen te vorderen hebben van OCW is daarmee toegewezen door de rechtbank. De Minister van OCW heeft hiertegen hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Aanleiding voor de kwestie is de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging bekostiging primair onderwijs (Stb. 2021, 171). Als gevolg van deze wet wordt de bekostiging per 1 januari 2023 vastgesteld op kalenderjaarbasis in plaats van op schooljaarbasis. Daarnaast wordt de bekostiging uitgekeerd met een betaalritme waarin schoolbesturen maandelijks 1/12e van de totale bekostiging ontvangen. Dat is een verandering ten opzichte van daarvoor: tot 1 januari 2023 werd de bekostiging grotendeels verstrekt op basis van een schooljaar en door middel van een «onevenredig betaalritme» betaald, waarbij in de periode januari t/m juli 65,45% van de bekostiging voor personeelskosten wordt betaald en in de periode augustus t/m december 34,55%. Op grond van dit betaalritme is vervolgens de periode van 1 augustus 2022 t/m 31 december 2022 vastgesteld op 34,55% van de schooljaarbekostiging. Als gevolg van deze verandering in de bekostigingssystematiek zouden de schoolbesturen volgens hen 7,12% van de totale bekostiging voor personeelskosten in kalenderjaar 2022 mislopen en hierdoor gezamenlijk een schade lijden van ongeveer € 251 miljoen. OCW stelt dat de schoolbesturen in het primair onderwijs steeds 100% van de bekostiging voor personeelskosten hebben ontvangen.

12. WNT-verantwoording 2025 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII)

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieeljaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve- dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen echter buiten de reikwijdte van de wet.

Voor dit departement heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt in 2025 € 246.000.

Naast de hierboven vermelde functionarissen zijn er geen andere functionarissen die in 2025 een bezoldiging boven het toepasselijke bezoldigingsmaximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2025 geen functionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd en die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar aangemerkt worden als topfunctionaris. Er zijn in 2025 geen ontslaguitkeringen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd.

Tabel 98 Bezoldiging van topfunctionarissen1

Naam instelling

Naam top-functionaris

Functie (+gegevens 2024)

Datum aanvang functievervulling in 2025 (+ gegevens 2024)

Datum einde functievervulling in 2025 (+gegevens 2024)

Dienstverband in fte (+ omvang in 2024)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender-mnd; > 12 kalender-mnd)

Beloning + onkostenvergoedingen (belast)(+ bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ bedrag in 2024)

Individueel toepasselijk bezoldigings-maximum (+bedrag in 2024)

Motivering en bedrag (indien overschrijding)

CvTE

A.J. Aardema**

plv lid (n.v.t.)

1-1-2025 (n.v.t.)

31-12-2025 (n.v.t.)

       

CvTE

A. Boks**

plv lid (n.v.t.)

1-5-2025 (n.v.t.)

31-12-2025 (n.v.t.)

       

CvTE

H. de Deugd**

lid (lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

1-10-2025 (31-12-2024)

       

CvTE

D. Ensberg-Kleijkers**

plv lid (plv lid)

1-1-2025 (1-10-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

       

CvTE

S.J. de Groot**

plv lid (plv lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

       

CvTE

A.M.L. Jansen**

lid (lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

       

CvTE

S.S.W. Koch**

lid (lid)

1-1-2025 (1-10-2024)

1-5-2025 (31-12-2024)

       

CvTE

C. Kroon-Baten**

lid (plv lid)

1-1-2025 (1-10-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

       

CvTE

R.C. Leeftink**

lid (lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

       

CvTE

A.E. van der Meij**

plv lid (plv lid)

1-1-2025 (1-10-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

       

CvTE

M. Spierings2

Secretaris-directeur (Secretaris-directeur)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

1 (1)

nee

153.844 (149.406)

23.064 (23.051)

176.908 (172.457)

246.000 (233.000)

n.v.t.

CvTE

W.B. Spoelstra**

plv. lid tot 30-09-25/lid vanaf 01-10-25 (plv lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

n.v.t. (0,025)

nee

n.v.t (2.951)

n.v.t

n.v.t (2.951)

6.150 (5.825)

n.v.t

CvTE

J.H. van der Vegt

voorzitter (voorzitter)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

0,200 (0,200)

nee

31.308 (30.898)

n.v.t

31.308 (30.898)

49.200 (46.600)

n.v.t

CvTE

D. Wakker**

plv. lid (tot 1-10-2025) / lid (vanaf 1-10-2025) (plv lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

       

CvTE

C.W.M. Zandbergen**

lid (lid)

1-1-2025 (1-1-2024)

31-12-2025 (31-12-2024)

       
1

Wanneer op een topfunctionaris een vordering is ingesteld vanwege een onverschuldigde betaling is dit gemarkeerd in de kolom «motivering» met *) Topfunctionarissen met een bezoldiging van € 2.100 of minder zijn gemarkeerd met **) topfunctionaris. De overige kolommen van de tabel blijven leeg en worden uitgevlakt.

2

In voorgaande jaren is M. Spierings niet opgenomen in het WNT-overzicht, terwijl dit wel verplicht was. Hij bekleedt zijn functie sinds 1 september 2018 als secretaris-directeur. Dit is in het huidige jaar gecorrigeerd in de verantwoording.

D. BIJLAGEN

Bijlage 1 Toezichtrelaties zelfstandige bestuursorganen (zbo) en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (rwt)

Tabel 99 Overzichtstabel rwt's en zbo's van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (bedragen x € 1.000)

Naam ZBO/RWT

Begrote bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Gerealiseerde bijdrage moederdepartement aan ZBO/RWT

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonderheden

ZBO's

Bedrag

Bedrag

Bedrag

Bedrag

Ja/Nee

Stichting Nederlands Fonds voor Podiumkunsten+

92.157

96.592

0

0

nee

Stichting Fonds voor Cultuurparticipatie

52.817

58.605

0

0

nee

Stichting Nederlands Fonds voor de Film

94.824

99.824

0

0

nee

Stichting Stimuleringsfonds Creatieve Industrie

23.153

32.740

0

0

nee

Stichting Mondriaan Fonds

49.042

55.421

0

0

nee

Stichting Nederlands Letterenfonds

19.184

19.590

0

0

nee

Bureau Architectentregister

915,0

1.038

0

0

nee

Commissariaat voor de Media

10.042

9.757

0

0

nee

Nederlands Vlaamse Accreditatie Organisatie

7.015

7.312

0

0

nee

Koninklijke Bibliotheek

135.191

139.643

3.595

Nb.

nee

Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek

1.278.475

1.401.148

202.762

Nb.

nee

Stichting Participatiefonds (PF)

4.626

4.784

0

0

nee

Vervangingsfonds (VF)

2.730

2.820

0

0

nee

Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

3.080

27.102

0

0

nee

College voor Toetsen en Examens

17.749

17.130

0

0

nee

Nederlandse Publieke Omroep

952.409

980.286

0

0

nee

Regionale Publieke Omroep

191.401

197.578

0

0

nee

Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB)

86.308

92.028

0

0

nee

Nationaal Coördinatiepunt NLQF

970,0

1.116

0,1

0,1

nee

Nationaal Agentschap Erasmus+

4.533

4.918

0

0

nee

      

RWT's

     

Collectiebeherende instellingen die onder de Erfgoedwet vallen

269.716

291.256

   

Bevoegde gezagsorganen primair onderwijs

14.698.818

15.407.019

   

Bevoegde gezagsorganen voortgezet onderwijs

10.845.474

11.445.551

   

Instellingsbesturen mbo-instellingen

4.487.798

4.715.138

0

0

 

Instellingsbesturen hogescholen

4.305.698

4.470.069

   

Instellingsbesturen universiteiten

6.273.791

6.516.479

   

Academische Ziekenhuizen

845.850

877.636

   

Stichting Cito

36.012

46.221

   

Stichting SLO

24.380

30.401

   

Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen

111.006

116.782

0

0

Nee

Landelijk Centrum Studiekeuze (voorheen Studiekeuze 123)

4.447

4.298

0

0

 

Nuffic

11.267

11.619

   

Netherlands house for Education and Research (Neth-er)

687,0

686,4

686,0

687,0

 

Toelichting

Op basis van artikel 4.2, lid 2 van de Comptabiliteitswet (CW), is het Ministerie van OCW, als moederdepartement verantwoordelijk voor de bijdrage aan het zbo en het afleggen van verantwoording over een bepaald onderwerp waarbij verschillende ministeries zijn betrokken. Omdat van de meeste zbo’s het jaarverslag over 2024 nog niet zodanig beschikbaar is, dat ze voor het jaarverslag van het Ministerie van OCW gebruikt kunnen worden, worden alleen de bijzonderheden in de tabel opgenomen die vóór 15 maart bekend zijn. In het geval er een bijzonderheid bekend wordt, ná het verschijnen van het jaarverslag, worden de Eerste en Tweede Kamer hier zo snel mogelijk over geïnformeerd.

Mede doordat het jaarverslag van het zbo nog niet gereed is ten tijde van het opstellen van het jaarverslag van het Ministerie van OCW, is het opnemen van met name kwalitatieve informatie over de activiteiten van het betreffende zbo lastig. Een optie is gebruik te maken van het jaarverslag van het zbo van het jaar ervoor (t-1). Het geeft echter een scheve vergelijking om deze gegevens op te nemen in het jaarverslag jaar t van het departement.

Bijlage 2 Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Thema 1 COVID-19

Tabel 100 Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema COVID-19

Evaluatie en monitoring Nationaal Programma Onderwijs Art. 1 & 3

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie NP Onderwijs

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/09/evaluatie-np-onderwijs-funderend-onderwijs

Verkenning verschillen leerprestaties

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/09/verkenning-verschillen-leerprestaties-funderend-onderwijs

NCO: vijf jaar sinds COVID-19

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/09/20251201-beleidsrapport-vijf-jaar-sinds-covid-19-v-1-1

Trends in het voortgezet onderwijs

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/09/cito-trends-in-het-voortgezet-onderwijs

Vaardigheid examenkandidaten

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/09/rapport-vaardigheid-examenkandidaten-2025-def

Kenniscommunity als proeftuin

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/09/rapportage-kenniscommunity-als-proeftuin-met-bijlage

COVID-19 in internationaal perspectief

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/09/de-covid-19-pandemie-in-internationaal-perspectief-pdf

Scholieren over het NP Onderwijs

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/12/09/overkoepelende-analyse-scholieren-over-np-onderwijs-incl-reflectie-laks

Evaluatie en monitoring Nationaal Programma Onderwijs Art. 4, 6 & 7

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie Nationaal programma onderwijs, deel: onderzoek

Ex post

2025

Afgerond

4, 6 en 7

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2025Z21434&did=2025D50712

Thema 2 Een sterke basis en hoge kwaliteit

Tabel 101 Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema Een sterke basis en hoge kwaliteit

Basisvaardigheden funderend onderwijs

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Ontwerpstudie leerlingvolgsystemen in het vo

Ex ante

2025

Afgerond

3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/05/15/rapport-ontwerpstudie-leerlingvolgsystemen-in-het-voortgezet-onderwijs

Implementatiemonitor subsidieregeling «Verbetering basisvaardigheden»

Ex durante

2025

Afgerond

3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/01/sardes-seo-implementatieonderzoek-subsidieregeling-tranche-2-eindmeting

Casestudies implementatiemonitor subsidieregeling «Verbetering basisvaardigheden»

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/10/15/sardes-seo-addendum-bij-implementatieonderzoek-tranche-2-eindmeting-casusbeschrijvingen

Tussenevaluatie subsidieregeling «Verbetering basisvaardigheden»

Ex post

2025

Afgerond

3

https://www.cpb.nl/tussenevaluatie-subsidieregeling-verbetering-basisvaardigheden

Trends in het voortgezet onderwijs

Ex post

2025

Afgerond

3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/01/cito-trends-in-het-voortgezet-onderwijs-2025

Factsheets basisvaardigheden basisonderwijs

Ex post

2025

Afgerond

3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/01/nco-beleidsrapport-derde-meting-masterplan-basisvaardigheden-2024-2025

Het vo-examen: doelgroepen en voorzieningen

Ex durante

2025

Afgerond

3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/02/18/onderzoek-oberon-naar-de-doelgroepen-van-de-drie-examenvoorzieningen

Evaluatie subsidieregeling impuls en innovatie bewegingsonderwijs

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/06/15/bijlage-3-evaluatie-impuls-en-innovatie-bewegingsonderwijs

Prijsontwikkeling leermiddelenmarkt

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/03/25/finale-rapportage-2-verklarende-analyses-voor-onderzoek-prijsontwikkeling-vo-leermiddelenmarkt

Doelmatigheid en doeltreffendheid van tien jaar cultuureducatie

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/04/25/bijlage-1-beknopte-samenvatting-doelmatigheid-en-doeltreffendheid-tien-jaar-cultuureducatiebeleid

Examenmonitor 2025

Ex post

2025

Afgerond

3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/09/29/bijlage-1-kamerbrief-eindexamenresultaten-2025

Evaluatieonderzoek vormingsonderwijs

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2025D32105&did=2025D32105

Terugblik normering doorstroomtoetsen 2025

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/3bc53f03-667a-41c6-9d08-2e9a0057df05

Vmbo vijf jaar? Argumenten voor verlenging nader onderzocht

Ex ante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/511c7a78-f14d-4007-9378-82154fc76f63

Verkenning van scenario's voor de afname van één doorstroomtoets

Ex ante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/81655212-c7a4-427b-974d-8ce094401b63

Het vormingsonderwijs in Nederland

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/8a9c1472-9e87-41e9-9195-be6bedd9ab1b

Op weg naar eigentijds onderwijs - Curriculumherziening in Nederland

Ex ante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/8b465d52-25c4-4916-b7d5-8780b19c849e

Staatsexamenmonitor Voortgezet Onderwijs 2024

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/9282aadc-5310-4c5b-9d73-8cf6c6bc64c0

Onderzoek prijsontwikkeling VO Leermiddelenmarkt I Feitenbasis voor onderzoek prijsontwikkeling VO Leermiddelenmark

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/9e4c2f87-d713-4dfa-a821-f9959567d5d5

Onderzoeken wat we niet zien

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/aef442a9-30ef-447b-948d-9db5263c933a

Effectstudie voorschoolse educatie: een natuurlijk experiment in Nederlandse gemeenten

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/c6129d3b-f26c-43ad-917e-1729dd62bfec

Evaluatie Impuls en innovatie bewegingsonderwijs

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/c6282aa0-4165-4497-b355-3b2961badbcb

Peiling ondersteuningsbehoeften docenten bij lesgeven over de Holocaust

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/c6acc2dc-32c4-4533-9e89-92a3743bcca0

Verbeteragenda Staatsexamens vo

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/dpc-73dad9d701ed9b3aba83ac2539ec2eeec26a2c69

De beroepshavo, een verkennend onderzoek

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/1a86ad39-1fab-420c-bcff-2dc1b8a6b7a4

Flexibilisering van de organisatie, afnamewijze & inhoud van de centraal schriftelijke en praktische examens in het vmbo

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/c7b37616-7a9f-4a87-99ad-4a6c9a30073b

Rapportage pilots praktijkgericht programma (pgp) vmbo Rapport 2024

Ex durante, ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/d10fe2d5-541b-431e-8fe3-e3b04ac7f517

Imago (v)mbo

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/d2c6b141-9fb0-48e0-8050-1bd91aecaafa

Onderzoek Prijsontwikkeling VO Leermiddelenmarkt II Verklarende analyses voor onderzoek prijsontwikkeling VO Leermiddelenmarkt

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/d678d561-b238-424d-a860-fe54202ca50d

Examenprogramma’s in ontwikkeling

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/dcce1f8b-9672-43c9-8be8-a27668d1d2f6

Hoogtepunten van 5 jaar STO 2020-2024

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/ea0f64d2-c7f9-489d-9dd9-04d953a1bfb1

Experiment PIE/BWI in het vmbo - Tussenrapportage 2025

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/f700e6c8-3a22-4d62-aed9-c6fddeaa27ec

Kansen op een goede start

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/f8ffa7fa-fc94-4b9e-9a8a-29bc103193f5

Voorlopig beeld doorstroomtoetsen 2025

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/26ce3b93-e82a-4b39-9dbc-5f977365b75b

Kwaliteitscriteria voor leermiddelen funderend onderwijs

Ex ante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/28413902-e031-485d-b4cf-2c424d648d30

Monitor schooladvies en doorstroomtoets 2023-2024

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/2dadc660-0f30-485b-869e-db00a87b76cc

Flexibilisering van de afnamemomenten van de centraal schriftelijk en praktisch examens in het vmbo

Ex ante

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/33b15231-fcfa-4961-9382-dbafc08b63b6

Verschillen in leerwinst tussen basisscholen

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://www.cpb.nl/verschillen-leerwinst-tussen-basisscholen

Een goede basis in het vernieuwde vmbo

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/35bcd711-b426-43a9-a98e-41f6666cc502

Aanpak basisvaardigheden middelbaar beroepsonderwijs

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek rekenproblematiek mbo

Ex ante

2025

Afgerond

4

Rekenproblemen in het mbo

Onderzoek taalinterventies verbinden aan beroep

Ex ante

2025

Afgerond

4

Inventarisatie taalinterventies in het mbo

Adviesrapport Expertgroep Nieuwe Taaleisen in het mbo

Ex ante

2025

Afgerond

4

Adviesrapport Expertgroep Nieuwe taaleisen in het MBO

Uniforme opleidingseisen mbo-docenten basisvaardigheden

Ex ante

2025

Afgerond

4

file

Kwaliteitsafspraken mbo (onderdeel werkagenda mbo)

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Deelrapportage prioriteit 1 van de werkagenda mbo

Ex durante

jaarlijks t/m 2028

Lopend

4

Werkagenda mbo en Stagepact mbo - voortgang halverwege de looptijd | Tweede Kamer der Staten-Generaal

Deelrapportage prioriteit 2 van de werkagenda mbo

Ex durante

jaarlijks t/m 2028

Lopend

4

Werkagenda mbo en Stagepact mbo - voortgang halverwege de looptijd | Tweede Kamer der Staten-Generaal

Deelrapportage prioriteit 3 werkagenda mbo

Ex durante

jaarlijks t/m 2028

Lopend

4

Werkagenda mbo en Stagepact mbo - voortgang halverwege de looptijd | Tweede Kamer der Staten-Generaal

Monitor werkagenda en stagepact

Ex durante

jaarlijks t/m 2028

Lopend

4

Werkagenda mbo en Stagepact mbo - voortgang halverwege de looptijd | Tweede Kamer der Staten-Generaal

Trendrapport, Startmonitor en Studentenmonitor

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Trendrapport (vervanging van de monitor Beleidsmaatregelen)

Monitor

2025

Jaarlijks

6, 7 en 11

https://duo.nl/open_onderwijsdata/hoger-onderwijs/publicaties/trends-in-het-ho.jsp

Startmonitor

Monitor

2025

Jaarlijks

6, 7 en 11

Er is geen aparte site voor de Startmonitor en de Studentenmonitor, maar de data komen terug in het Trendrapport HO. https://duo.nl/open_onderwijsdata/hoger-onderwijs/publicaties/trends-in-het-ho.jsp

Studentenmonitor

Monitor

2025

Jaarlijks

6, 7 en 11

Er is geen aparte site voor de Startmonitor en de Studentenmonitor, maar de data komen terug in het Trendrapport HO. https://duo.nl/open_onderwijsdata/hoger-onderwijs/publicaties/trends-in-het-ho.jsp

Onderzoek bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen

Monitor, ex-durante evaluatie

2025

Afgerond

6, 7

Eindrapport Onderzoek Bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen | Aanpak Lerarentekort

Stelselrapportage hoger onderwijs

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Stelselrapportage Hoger Onderwijs (periodieke synthese rapportage)

Evaluatie

2023

Afgerond

6, 7

Stelselrapportage hoger onderwijs 2016 ‒ 2023 | Rapport | Rijksoverheid.nl

Strategische evaluatiecommissie Stelselrapportage (Periodieke rapportage)

Evaluatie

2027

Lopend

6, 7

Wordt in 2027 verwacht.

Evaluatie kwaliteitsafspraken en evaluatie kwaliteitsbekostiging

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie kwaliteitsbekostiging

Ex-post evaluatie

2025

Uitgesteld

6, 7

Deze evaluatie is voorlopig uitgesteld. Het Bestuursdepartement heeft moeten besluiten de evaluatie van het instrument kwaliteitsbekostiging te deprioriteren. De capaciteit is nu niet aanwezig om deze evaluatie uit te voeren.

Evaluatie kwaliteitsafspraken

Ex-post evaluatie

2026

Afgerond

6, 7

Nog niet gepubliceerd. Publicatie naar verwachting Q1 2026.

Onderzoek en wetenschapsbeleid

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie Loket kennisveiligheid

Ex durante

2026

Lopend1

16

Impactassessment wetsvoorstel screening kennisveiligheid (voorheen uitvoeringstoets)

Ex ante

2026

Uitgesteld2

16

Monitor en evaluatie starters- en stimuleringsbeurzen

Ex durante

2027

Uitgesteld3

16

Onderzoek verlagen van het aantal proeven op niet-humane primaten

Overig onderzoek

2025

Afgerond

16

Kamerstukken II, 2024/25, 32 336, nr. 164

Monitoring en evaluatie Sectorplannen 1 (2019-2024)

Ex post

2025

Afgerond

16

Kamerstukken II, 2024/25, 29 338, nr. 296

Evaluatie Koninklijke Bibliotheek (KB)

Ex durante

2025

Afgerond

16

Kamerstukken II, 2024/25, 25 268, nr. 241

Onderzoek naar (wettelijke) facilitering van webharvesting

Overig onderzoek

2025

Afgerond

16

Kamerstukken II, 2024/25, 26 643, nr. 1418

Evaluatie Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO)

Ex durante

2025

Afgerond

16

Nog niet gepubliceerd. Publicatie naar verwachting Q1 2026.

1

Vertraging in de uitvoering

2

Uitstel omdat wetsvoorstel in deze fase nog wordt aangepast en nog onvoldoende is uitgekristalliseerd om de impact op zinvolle wijze te kunnen onderzoeken

3

Uitstel omdat de bezuinigingen op de starters- en stimuleringsbeurzen vragen om een andere en vereenvoudigde aanpak van de evaluatie

Tabel 102 Uitkomsten onderzoek buiten de SEA-thema's om Thema Een sterke basis en hoge kwaliteit

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Monitor mobiele telefoons in de klas

Ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/07/03/bijlage-1-definitief-eindrapport-monitoring-landelijke-afspraak-mobiele-telefoons-en-andere-devices-in-de-klas-kohnstamm-instituut-oberon

Evaluatieonderzoek CvTE

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/6e129be3-1015-40ad-90b5-c3c378e28876

Eindrapportage Expertscholen en Netwerken

Ex post

2025

Afgerond

1, 3

https://open.overheid.nl/details/2d505811-7ac3-4d70-ae32-b73475077dcd

Tussenevaluatie landelijk subsidiekader studentenwelzijn

Ex-durante evaluatie

2026

Afgerond

6 , 7

Nog niet gepubliceerd. Publicatie naar verwachting Q1 2026. Het subsidiekader loopt tot en met 2030; de tussentijdse evaluatie is een lerende evaluatie gericht op het proces.

Tussenevaluatie 30 miljoen middelen tekortsectoren opleidingen HBO

Ex-durante evaluatie

2025

Afgerond

6

Niet gepubliceerd.

Thema 3 Iedereen is nodig

Tabel 103 Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema Iedereen is nodig

Doorstroom po-vo

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoeken wat we niet zien: onderadvisering van leerlingen in het po en vo

Ex ante

2025

Afgerond

1, 3

Onderzoeken wat we niet zien | Rapport | Rijksoverheid.nl

School en omgeving

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Randvoorwaarden om kwaliteit van het programma School en Omgeving te borgen

Ex durante evaluatie

2025

Afgerond

1, 3

Randvoorwaarden om kwaliteit van het programma School en Omgeving te borgen | Rapport | Rijksoverheid.nl

Programma Ontwikkeling van het Jonge Kind

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Samen werken aan een stevige basis: onderzoek naar samenwerkingen tussen kinderopvang en onderwijs

Monitor

2025

Afgerond

1, 3

Samen werken aan een stevige basis | Rapport | Rijksoverheid.nl

Effectstudie voorschoolse educatie: een natuurlijk experiment in Nederlandse gemeenten

Ex durante evaluatie

2025

Afgerond

1, 3

Effectstudie voorschoolse educatie: een natuurlijk experiment in Nederlandse gemeenten | Rapport | Rijksoverheid.nl

Monitoring verbetermaatregelen passend onderwijs primair en voortgezet onderwijs

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Vierde voortgangsrapportage verbeteraanpak passend onderwijs - primair en voortgezet onderwijs

Monitor

2025

Lopend

1, 3

Vierde voortgangsrapportage verbeteraanpak passend onderwijs - primair en voortgezet onderwijs | Rapport | Rijksoverheid.nl

Maatschappelijke Diensttijd

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

MDT 2024 bloeien in turbulente tijden

ex durante

2025

Afgerond

1, 3

MDT 2024 - Bloeien in Turbulente Tijden | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

MDT rapport 2022-2024

ex durante

2025

Afgerond

1, 3

MDT rapport 2022-2024 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

Overzichtsrapport de Impact van MDT

ex durante

2025

Afgerond

1, 3

Impact Centre Erasmus - Rapportage De Impact van MDT™

Werkzame elementen MDT voor sociale cohesie

ex durante

2025

Afgerond

1, 3

Werkzame elementen MDT voor sociale cohesie | Rapport | Rijksoverheid.nl

Duurzame verbinding tussen MDT en het onderwijs

ex durante

2025

Afgerond

1, 3

Duurzame verbinding tussen MDT en het onderwijs | Rapport | Rijksoverheid.nl

Onderzoekrapportage MDT en Meedoenbalies AZC

ex durante

2025

Afgerond

1, 3

https://organisaties.doemeemetmdt.nl/assets/eindversie-versie-rapportage-mdt-&-meedoenbalies-azc-28022025-(a).pdf

Kansengelijkheid mbo (onderdeel werkagenda mbo)

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek gelijke behandeling

Ex post

2025

afgerond

4

Gelijkwaardige behandeling mbo-studenten

Evaluatie en monitoring Wet vroegtijdige aanmelddatum en toelatingsrecht mbo

Ex durante

jaarlijks t/m 2027

lopend

4

file

Dashboard VSV

Ex durante

jaarlijks

lopend

4

Dashboards vsv, neet en jikp

Impactmonitor groeifondsproject LLO Collectief

Ex durante

2025

afgerond

4

Impactmonitor LLO Collectief Laagopgeleiden en Laaggeletterden

Schoolverlatersonderzoek CBS

Ex durante

jaarlijks

lopend

4

Voortijdig schoolverlaters ervaringen en toekomstplannen, 2024 | CBS

Passend onderwijs mbo

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Monitor Passend onderwijs

Ex durante

2027

lopend

4

file

Studentenmonitor HO

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Studentenmonitor

Monitor

2025

Jaarlijks

6, 7 en 11

Er is geen aparte site voor de Startmonitor en de Studentenmonitor, maar de data komen terug in het Trendrapport HO. Trends in het ho - Publicaties - DUO

Monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten HO

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Monitor mentale gezondheid en middelengebruik studenten hoger onderwijs

Monitor

2025

Jaarlijks

6, 7

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/11/20/landelijk-rapport-mmms-2025-hbo-en-wo

Invoeringstoets herinvoering Basisbeurs

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Invoeringstoest herinvoering basisbeurs

Evaluatie – invoeringstoets

2026

Afgerond

6, 7 en 11

Nog niet gepubliceerd. Publicatie naar verwachting Q1 2026. Evaluatie gaat over de invoeringstoets van de herinvoering van de basisbeurs.

Verbeteren aansluiting en verminderen krapte op de arbeidsmarkt in sectoren voor maatschappelijke opgaven (onderdeel werkagenda mbo)

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek project onderwijs arbeidsmarkt

Ex durante

Jaarlijks

lopend

4

Project Onderwijs-Arbeidsmarkt (POA)In Progress | ROA

Monitor keuzedelen

Ex durante

jaarlijks t/m 2026

lopend

4

Monitor keuzedelen

Onderzoek stagebegeleiding en maatregelen stagediscriminatie onder onderwijspersoneel en leerbedrijven

Ex durante

2026

lopend

4

Werkagenda mbo en Stagepact mbo - voortgang halverwege de looptijd | Tweede Kamer der Staten-Generaal

Onderzoek effectiviteit stagematching

Ex durante

2026

lopend

4

Werkagenda mbo en Stagepact mbo - voortgang halverwege de looptijd | Tweede Kamer der Staten-Generaal

Werkgeverstevredenheidsonderzoek

Ex durante

tweejaarlijks

lopend

4

Werkgevers positief over afgestudeerde mbo-studenten | SBB

Monitor Leven Lang Ontwikkelen

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Verkenning wettelijke taak LLO

Ex-ante onderzoek

2025

Afgerond

6, 7

Eindrapport - Onderzoek Verbreding wettelijke taak LLO | Rapport | Rijksoverheid.nl

Pilots Slimmer collegejaar

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Monitoring van pilots slimmer collegejaar

Monitor

2025

Afgerond

6, 7

Tussenevaluatie Een Slimmer Collegejaar | Rapport | Rijksoverheid.nl

Tabel 104 Uitkomsten onderzoek buiten de SEA-thema's om Thema Iedereen is nodig

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek naar beleidsmaatregelen voor tegengaan segregatie in het onderwijs

Monitor

2025

Afgerond

1, 3

Gescheiden werelden: Onderwijssegregatie houdt aan | Rapport | Rijksoverheid.nl

Monitor subsidieregeling begaafde leerlingen po en vo

Ex durante evaluatie

2025

Afgerond

1, 3

Monitor subsidieregeling Begaafde leerlingen primair en voortgezet onderwijs 2019 ‒ 2024 | Rapport | Rijksoverheid.nl

Evaluatie wet tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden

Probleemanalyse

2025

Afgerond

1, 3

Evaluatie Wet tijdelijke onderwijsvoorzieningen bij massale toestroom van ontheemden

Beter zicht op verzuim - tussenrapportage. Def rapport volgt later in 2025

Monitor

2025

Afgerond

1, 3

Beter zicht op verzuim - Tussenrapportage | Rapport | Rijksoverheid.nl

Bouwstenen voor inclusievere onderwijshuisvesting

Ex ante evaluatie

2025

Afgerond

1, 3

Bouwstenen voor inclusievere onderwijshuisvesting | Rapport | Rijksoverheid.nl

Van arrangeren naar includeren

Ex durante evaluatie

2026

Lopend

1, 3

Van arrangeren naar includeren: iedereen helpen leren | NRO

Op naar geïntegreerde onderwijsvoorzieningen funderend onderwijs

Ex durante evaluatie

2026

Lopend

1, 3

Op naar geïntegreerde onderwijsvoorzieningen: tussenrapportage beleidsonderzoek (tweede meting, tranche 2021) | Rapport | Rijksoverheid.nl

Sneller en beter: toekennen van ondersteuningsaanvragen

Ex ante evaluatie

2025

Afgerond

1, 3

Sneller en beter | Rapport | Rijksoverheid.nl

Evaluatie wet kwaliteit (v)so

Ex post evaluatie

2025

Afgerond

1, 3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/05/19/rapport-evaluatie-wet-kwaliteit-v-so-kba-nijmegen-researchned

Thema 4 Lerarenstrategie

Tabel 105 Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema Lerarenstrategie

Evaluatie onderwijspersoneel

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Arbeidsmarktramingen inclusieftekorten po en vo

Monitor

2025

Afgerond

9

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/18/rapporten-bij-trendrapportage-arbeidsmarkt-leraren-po-vo-en-mbo-2025

IPTO - vakken en bevoegdheden in het voortgezet onderwijs

Monitor

2025

Afgerond

9

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/18/rapporten-bij-trendrapportage-arbeidsmarkt-leraren-po-vo-en-mbo-2025

Loopbaanmonitor recent afgestudeerden en zij-instromers

Monitor

2025

Afgerond

9

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/18/rapporten-bij-trendrapportage-arbeidsmarkt-leraren-po-vo-en-mbo-2025

TALIS 2024

Ex durante

2025

Afgerond

9

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/10/07/nationaal-rapport-talis-2024-de-werk-en-leeromgeving-op-school-in-beeld

Monitoring bestuursakkoord flexibilisering lerarenopleidingen

Ex durante

2025

Afgerond

9

https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2025/06/24/onderzoek-bestuursakkoord-flexibilisering-lerarenopleidingen

Tussenrapportage werkdrukmiddelen vo

Ex durante, ex post

2027

Lopend

3

https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2025/12/08/definitieve-rapportage-werkdrukmiddelen-vo---meting-2025

Administratieve lasten in het vo en so

Ex durante

2025

Afgerond

9

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/07/04/bijlage-3-eindrapport-administratieve-lasten-leraren-vo-en-go-mei-2025-1

Eerste tussenrapport evaluatie onderwijsregio's

Ex durante

2027

Lopend

9

https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2025/06/24/eerste-tussenrapport-evaluatie-onderwijsregios

Tweede tussenrapport evaluatie onderwijsregio’s

Ex durante

2027

Lopend

9

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/18/7-rapportage-berenschot-evaluatieonderzoek-onderwijsregio-s-fase-2

Voorspellers in- en uitstroom op de onderwijsarbeidsmarkt

Ex durante

 

Niet uitgevoerd

9

Gestopt vanwege de reeds beschikbare analyses over beroepsrendement

Lerend monitoronderzoek onderwijsregio’s

Ex durante

 

Niet uitgevoerd

9

Omgezet in een traject gericht op handreikingen voor de regio's

Evaluatie co-teach informatica

Ex durante

2025

Afgerond

9

https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2025/04/23/eindrapport-evaluatie-co-teach-informatica

Effectieve inzet van Onderwijs Ondersteunend Personeel

Ex durante

2025

Afgerond

9

https://open.overheid.nl/documenten/adb4eaf8-70a1-476b-8d04-208c443e4845/file

Tussenrapportage Pilot onderwijstijd VO

Ex durante

2026

Lopend

3

https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2025/12/09/tussentijdse-rapportage-pilot-onderwijstijd

Monitorings- en evaluatieonderzoek van Experiment Ruimte in Onderwijstijd PO

Ex post

2025

Afgerond

1

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/05/andere-tijden

werkbelasting van schoolleiders en de school als lerende organisatie

Ex durante

2025

Afgerond

9

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/12/18/8-rapport-lerendleiderschap-eindrapport

Onderzoek managementstatuut

Ex durante

2025

Afgerond

9

https://www.aanpaklerarentekort.nl/documenten/2025/12/09/eindrapport-onderzoek-managementstatuut-regioplan

Onderzoek naar de behoefte aan gedifferentieerde opleidingen tot leraar basisonderwijs bij de doelgroep

Ex ante

2025

Afgerond

9

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2025/07/04/bijlage-2-onderzoeksrapportage-vignettenonderzoek-maart-2025-ministerie-van-ocw-x-qompas

Leren en lesgeven met ICT in het mbo

Ex durante

2027

Lopend

4

Leren en lesgeven met ict in het mbo 2024

Onderzoek personeelstekorten mbo

Ex durante

2025

Afgerond

4

https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2025D53355

Tabel 106 Uitkomsten onderzoek buiten de SEA-thema's om

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Inventarisatie bekostigingsvarianten mbo

Ex ante

2025

Afgerond

4

https://open.overheid.nl/documenten/770732f3-5688-4279-90ce-754155d6f7f2/file

Thema 5 Sociale veiligheid en gelijke behandeling

Tabel 107 Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema Sociale veiligheid en gelijke behandeling

Monitoring sociale veiligheid mbo, hbo en wo

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek naar de kwaliteit van klacht- en meldvoorzieningen sociale veiligheid

Overig onderzoek

2025

Afgerond

16

Kamerstukken II, 2025/26, 31288, nr. 179

Tabel 108 Uitkomsten onderzoek buiten de SEA-thema's om Thema Sociale veiligheid en gelijke behandeling

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Gediscrimineerd, en dan?

Probleemanalyse

2025

Afgerond

14

Gediscrimineerd, en dan?

Mentale gezondheid leerlingen en studenten

Probleemanalyse

2025

Afgerond

1, 3, 4

Mentale gezondheid leerlingen en studenten | Rapport | Rijksoverheid.nl

Thema 6 Versterking culturele en creatieve sector

Tabel 109 Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema Versterking culturele en creatieve sector

Subthema Cultuur - Algemeen/overkoepelend cultuur

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Cultuurmonitor Boekmanstichting

Ex durante (monitor)

Doorlopend

Afgerond

14

https://www.cultuurmonitor.nl/

Onderzoek naar mogelijkheden investerings verplichting streamers (Motie Kwint)

Ex ante (verkennend)

2024

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/bd2dc0c4-6fa2-4a69-9645-2bc22ab08e50/file

Vrijetijdsomnibus (VTO) van CBS/Boekmanstichting

Ex durante (monitor)

2026

Lopend

14

Terugkerend tweejaarlijks monitoringsonderzoek, volgende onderzoeksresultaten worden in Q1 2026 verwacht

Spreiding van cultuuruitingen

Ex durante (monitor)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q2 2026 verwacht

Subthema Cultuur - Cultuurbeoefening

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Vrijetijdsbesteding van kinderen met een beperking. Een vergelijking tussen kinderen met en zonder beperking

Ex durante (monitor)

2025

Afgerond

14

https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=12428&m=1760104724&action=file.download

Monitor Cultuurbeoefening Caribisch deel van het Koninkrijk

Ex durante (monitor)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q2 2026 verwacht

Beleidsonderzoek landelijke ondersteuningsstructuur cultuurbeoefening

Ex post/ex ante (verkennend)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q2 2026 verwacht

Subthema Cultuur - Diversiteit en Inclusie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Diversiteit van personeel, zelfstandigen, toezichthouders en adviseurs in de culturele en creatieve sector. Wat is de stand in 2024?

Ex durante (monitor)

2024

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/dpc-e181ebb6762597c9c645df069cb647ad8be5711d/pdf

Onderzoeken naar ervaringen en perspectieven van vrouwelijke film- en televisieprofessionals

Ex ante (verkennend)

2025

Afgerond

14

https://www.vrouweninbeeld.nl/onderzoek/

Onderzoek naar de mate van toegankelijkheid van de Nederlandse Audiovisuele sector voor mensen met een beperking

Ex durante (monitor)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q2 2026 verwacht

Onderzoek naar de mate van toegankelijkheid van de Nederlandse podiumkunstensector voor mensen met een beperking

Ex durante (monitor)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q2 2026 verwacht

Subthema Cultuur - Bibliotheken

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie Koninklijke Bibliotheek

Ex post

2025

Afgerond

14

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/03/26/rapport-evaluatie-kb-nationale-bibliotheek-2019-2023

Subthema Cultuur - Letteren

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie Wet op de Vaste Boekenprijs

Ex post

2025

Afgerond

14

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/07/04/bijlage-1-ecorys-evaluatie-wet-op-de-vaste-boekenprijs-2019-2023

Onderzoek naar gratis lidmaatschap bibliotheken

Ex ante (verkennend)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q1 2026 verwacht

Subthema Cultuur - Arbeidsmarkt

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Prevalentieonderzoek Grensoverschrijdend gedrag

Ex ante (verkennend)

2025

Vervallen

14

Dit onderzoek komt te vervallen; er is voor gekozen om dit onderzoek bij de sector zelf te beleggen

Subthema Cultuur - Basisinfrastructuur Cultuur (BIS)

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek podiumkunstenfestivals

Ex ante (verkennend)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q2 2026 verwacht

Subthema Cultuur - Creatieve Industrie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Monitor Creatieve Industrie

ex durante (monitor)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q2 2026 verwacht

Sectorbreed onderzoek AV-sector

ex durante (monitor)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q3 2026 verwacht

Subthema Cultuur - Digitalisering

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Verkenning beleidsinstrumenten digitale cultuur

Ex ante (verkennend)

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/1ca2ac1f-3a7b-4b5c-9b1f-89655496abcd/file

Subthema Cultuur - Duurzaamheid

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Duurzaamheid in de culturele sector. Wat is de stand in 2024?

Ex durante (monitor)

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/dpc-9dcfa855e2f604c031dbc6955b3a1e667aad9943/pdf

Subthema Cultuur - Architecten

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie zelfstandig bestuursorgaan Bureau Architectenregister

Ex post

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/e835e511-b409-422e-95a5-cb7bf18899b1/file

Subthema Cultuur - Digitale transitie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Het faciliteren van webharvesting

Ex post

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/91db1792-511f-4360-8919-33833352ea90/file

Beleidsonderzoek digitale transformatie culturele sector

Ex ante (verkennend)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q2 2026 verwacht

Subthema Cultuur - Internationaal Cultuurbeleid

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie Internationaal Cultuurbeleid 2021-2024, in samenwerking met Ministerie van Buitenlandse Zaken

Ex post

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q3 2026 verwacht

Subthema Erfgoed - Monumenten

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie Monumentenwet BES-eilanden 2010-2025

Ex post

2025

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q1 2026 verwacht

Evaluatie molenfonds en boerderijenfonds

Ex post (evaluatie)

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/c13cef9c-174a-4b21-a14d-79e1fbed292e/file

Subthema Erfgoed - Archeologie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek versterking sectorvertegenwoordiging archeologie

Ex ante

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/1397ec72-a1f8-4c34-9e00-344f02f5d1b9/file

Subthema Erfgoed - Musea

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Modelanalyse gratis openstelling musea

Ex ante (verkennend)

2025

Afgerond

14

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/07/29/gratis-openstelling-musea

Subsidieregeling indemniteit bruiklenen 2016 - Evaluatie 2019-2024

Ex post

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/0340326c-6ac9-4827-a050-a5cfc377f3b1/file

Subthema Erfgoed - Ruimte/Leefomgeving

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Behoeftepeiling Erfgoed & Leefomgeving

Ex ante (verkennend)

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/7fadb0e3-ecc5-420d-932b-3b9dff6cb844/file

Beleidsevaluatie Erfgoeddeal

Ex post

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/243d832e-4048-4554-b362-30f8931630e9/file

Evaluatie NOVEX-gebiedsbiografieën

Ex post

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/561c0a56-18d4-41e4-ad39-534d734ec7d2/file

Subthema Erfgoed - Immaterieel erfgoed/erfgoedparticipatie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Monitor Erfgoedparticipatie, door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (KIEN)

Ex durante (monitor)

2025

Afgerond

14

https://erfgoedmonitor.cultureelerfgoed.nl/mosaic/rapport-monitor-erfgoedbeoefening/inleiding

Subthema Cultuureducatie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Onderzoek (top)talentontwikkeling klassieke muziek en dans

Ex ante (verkennend)

2026

Lopend

14

Onderzoeksrapport wordt in Q2 2026 verwacht

Subthema Archieven

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Uitvoeringstoetsen van het Archiefbesluit en de Archiefregeling

Ex ante (verkennend)

2026

Afgerond

14

Onderzoeksrapport wordt in Q1 2026 openbaar gemaakt

Onderzoek naar archiefonderwijs

Ex post

2025

Afgerond

14

https://open.overheid.nl/documenten/4f4eef9b-f864-4a76-bc44-ba137b4d7b17/file

Thema 7 Modernisering landelijke media en versterking lokale media

Tabel 110 Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema Modernisering landelijke media en versterking lokale media

Algemeen/overkoepelend media

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Mediamonitor, onderzoek door Commissariaat voor de Media

Ex durante (monitor)

2025

Afgerond

15

https://www.cvdm.nl/nieuws/mediamonitor-2025-maatregelen-nodig-om-betrouwbare-en-diverse-nieuwsvoorziening-te-versterken/

Onderzoek televisiepakketten en kijkgedrag, onderdeel van de Mediamonitor

Ex durante (monitor)

2025

Afgerond

15

https://www.cvdm.nl/nieuws/mediamonitor-2025-maatregelen-nodig-om-betrouwbare-en-diverse-nieuwsvoorziening-te-versterken/

Impactanalyse gevolgen uitbreiding reclamemogelijkheden Ster

Ex ante (verkennend)

2025

Afgerond

15

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/10/03/onderzoek-seo-effecten-reclameregels-voor-de-ster

Journalistiek

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Evaluatie Stimuleringsfonds voor de Journalistiek

Ex post (evaluatie)

2025

Afgerond

15

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2026/01/12/bijlage-bij-beleidsreactie-zbo-evaluatie-stimuleringsfonds-voor-de-journalistiek-2017-2023

Ontwikkeling pluriformiteitsmonitor nieuwsaanbod (Motie Kwint)

Ex durante (monitor)

2025

Afgerond

15

https://www.cvdm.nl/mediamonitor/mediamonitor-onderzoek-project-ontwikkeling-pluriformiteitsmonitor-nieuwsaanbod/

Evaluatie extra middelen onderzoeksjournalistiek

Ex post (evaluatie)

2026

Uitgesteld1

15

Eindrapport wordt in Q3 2026 verwacht

1

Onderzoek is later van start gegaan; aanvankelijk werd voorzien om dit met een ander traject samen te nemen.

Thema 8 Werken aan uitvoeringversterking publieke dienstverlening

Tabel 111 Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda Thema Werken aan uitvoeringversterking publieke dienstverlening

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Vindplaats onderzoek

Werk aan uitvoering (WaU) uitvoeringsorganisaties

Ex durante

2024

Afgerond

Alle beleidsartikelen m.u.v. 25

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2024/06/28/ocw-wau-voortgangsrapportage

Bijlage 3 Inhuur externen

Tabel 112 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap verslagjaar 2025 (bedragen x € 1.000)

Programma- en apparaatskosten

 

1. Interim-management

2.203

2. Organisatie- en Formatieadvies

4.248

3. Beleidsadvies

2.135

4. Communicatieadvisering

3.935

Beleidsgevoelig (som 1 t/m 4)

12.521

5. Juridisch Advies

2.104

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

101.456

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

3.969

(Beleids)ondersteunend (som 5 t/m 7)

107.529

8. Uitzendkrachten (formatie & piek)

16.522

Ondersteuning bedrijfsvoering

16.522

Totaal uitgaven inhuur externen

136.572

Tabel 113 Inhuur externen buiten raamovereenkomsten
 

2025

Aantal overschrijdingen maximumuurtarief DUO

0

Aantal overschrijdingen maximumuurtarief NA

0

Aantal overschrijdingen maximumtarief OCW-BD

0

Tabel 114 Sturingspercentage 2025
 

Heel OCW

OCW excl. DUO

DUO

Uitgaven ambtelijk personeel

696.094

380.717

315.377

Uitgaven externe inhuur

136.572

35.674

100.898

Waarvan beleidsgevoelige inhuur

12.522

8.384

4.138

Totale personele uitgaven (int pers + inh)

832.666

416.391

416.275

Percentage externe inhuur 2025

16,4%

8,6%

24,2%

Toelichting

Het gerealiseerde percentage externe inhuur van het Ministerie van OCW in totaal in 2025 bedraagt 16,4%. Het agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is met een inhuurpercentage van 24,2% verantwoordelijk voor de meeste inhuur binnen het Ministerie van OCW.

DUO verzorgt rijksbrede dienstverlening naar instellingen, studenten, leerlingen, leraren en andere overheidsorganen. In opdracht van het Ministerie van OCW zelf maar ook van andere overheidsorganen, bijvoorbeeld de Ministeries van SZW en van Financiën, voert DUO opdrachten uit gericht op de dienstverlening en de daarbij behorende werkprocessen. Informatisering en digitalisering zijn daarvan belangrijke bouwstenen. Bij deze veelal ICT-gerelateerde opdrachten maakt DUO vanwege noodzakelijke externe expertise en uit doelmatigheidsoverwegingen gebruik van externe inhuur.

Het gerealiseerde percentage externe inhuur 2025 is OCW-breed ten opzichte van 2024 gedaald van 18,2% naar 16,4%. Deze daling is zichtbaar bij alle onderdelen van OCW. OCW stuurt strakker op inhuur met als doel om deze de komende jaren verder te laten dalen en om in 2030 binnen de Roemernorm van 10% te blijven.

Bijlage 4 Financieel beeld van het onderwijs - landelijk en per sector

Door het Ministerie van OCW bekostigde onderwijsinstellingen van Europees Nederland stellen hun jaarverslagen en verantwoording op nadat het desbetreffende kalenderjaar is afgerond. Deze jaarstukken en verantwoordingsinformatie dienen ze in bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) op papier en digitaal via XBRL, conform de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs, vóór 1 juli van het opvolgende jaar. In kalenderjaar 2025 zijn de gegevens met betrekking tot verslagjaar 2024 door DUO ontvangen en in deze bijlage verwerkt samen met de vier voorlopende verslagjaren die DUO de jaren ervoor heeft ontvangen.

Deze bijlage geeft een financieel beeld van het onderwijs op basis van de balans, de staat van baten en lasten en kengetallen op landelijk niveau en per sector over de periode 2020 t/m 2024.Ter aanvulling hierop worden de eerste, tweede en derde geldstroom van de sector wetenschappelijk onderwijs en een overzicht van bevindingen per sector, ontleend aan de controleverklaringen van de accountants, in deze bijlage weergegeven.

Databron en verwijzingen

Zowel de datasets, terug te vinden op de website van DUO «Open Onderwijsdata», als de papieren jaarverslagen, beschikbaar via DUO en door de onderwijsinstellingen gepubliceerd op hun website, zijn gebruikt voor het opstellen en controleren van deze bijlage. De data betreft de financiële gegevens van de onderwijsinstellingen op bestuurs-, sector- en landelijk niveau.

Op de website «Onderwijs in Cijfers» van het Ministerie van OCW wordt onder meer verwezen naar de twee financiële dashboards van OCW, namelijk: het Dashboard Jaarrekeninggegevens en het Dashboard Financiële Positie van het Onderwijs.

Het «Dashboard Jaarrekeninggegevens» geeft een meerjarig inzicht in de financiële gegevens uit de jaarrekeningen, financiële kengetallen en de continuïteitsparagraaf op bestuurs-, sector-, en landelijk niveau van de door OCW bekostigde onderwijsinstellingen van Europees Nederland.

Het «Dashboard Financiële Positie Onderwijs» vervangt de kamerbrief Financiële Positie van het Onderwijs die door het Ministerie van OCW is opgesteld vanaf 2021 t/m 2024 (betreft verslagjaar 2020 t/m 2023). Dit dashboard, tevens opgesteld door het Ministerie van OCW, bevat analyses van de jaarrekeningen van onderwijsinstellingen, zowel per sector als voor het gehele onderwijsveld, voorzien van technische toelichtingen en duidingen.

LET OP: er kan sprake zijn van afwijkingen in de cijfers van voorgaande jaren waardoor totalen in de tabellen van deze bijlage mogelijk niet sluitend zijn met de bijlages in de departementale jaarverslagen van voorgaande jaren, de financiële dashboards of de datasets van DUO. Dit komt voor vanwege afrondingsverschillen, aanvullingen en/of correcties op ingediende jaarstukken of verantwoordingsinformatie.

Gehanteerde definities voor de kengetallen

Rentabiliteit:

De rentabiliteit geeft aan of er sprake is van een positief of negatief financieel resultaat, ook wel exploitatieresultaat genoemd. Dit blijft over nadat alle uitgaven van alle inkomsten worden afgetrokken. Dat bedrag wordt gedeeld door het totaalbedrag aan inkomsten en levert een waarde op. (resultaat/(totaal van baten + financiële baten)*100). Onderwijsinstellingen kunnen een positief financieel resultaat realiseren maar streven geen winst na omdat dit niet past bij hun publieke taak. Als een bestuur meer heeft uitgegeven dan er geld binnenkwam, levert dat een negatief resultaat op en daarmee ook een negatieve rentabiliteit. Een negatieve rentabiliteit is niet per se zorgelijk, zolang er maar voldoende vermogen overblijft. Rentabiliteit zegt als het ware iets over het «kasboek» en niet over een eventuele «spaarrekening». De Inspectie van het Onderwijs hanteert als grenswaarde 0%.

Rentabiliteit = (resultaat / (totaal van baten + financiële baten))*100

Solvabiliteit II:

De solvabiliteit geeft aan of een bestuur in staat is om op korte en langere termijn aan haar betalings- en aflossingsverplichtingen te voldoen. Dat moet blijken uit de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. Met eigen vermogen bedoelen we het verschil tussen de bezittingen (inclusief specifieke spaarpotjes, de zogenoemde «voorzieningen») en de schulden van het schoolbestuur. Met totaal vermogen bedoelen we het eigen vermogen met daarbij opgeteld het vreemd vermogen; geld dat het bestuur heeft geleend. Als er weinig eigen vermogen is en/of er sprake is van veel geleend geld, dan heeft dat een negatieve invloed op de score op de solvabiliteit. De Inspectie van het Onderwijs houdt een grenswaarde aan van 0,30.

Solvabiliteit II = (eigen vermogen + voorzieningen) / totaal van passiva

Liquiditeit :

De liquiditeit (current ratio) geeft aan of een schoolbestuur in staat is om op korte termijn aan de betalingsverplichtingen te voldoen. Dat zijn bijvoorbeeld aflossingen op leningen, salarissen, huisvestingslasten, enz. Om dit te kunnen bepalen wordt gekeken naar geld dat het bestuur nog tegoed heeft en wat het bestuur op de bank heeft staan. Die optelsom wordt vervolgens gedeeld door de kortlopende schulden van het bestuur. De Inspectie van het Onderwijs houdt verschillende grenswaarden aan, afhankelijk van het balanstotaal van het schoolbestuur varieert het tussen 0,75 en 1,5.

Liquiditeit (current ratio) = vlottende activa / kortlopende schulden

Landelijk

Tabel 115 Balans, staat van baten en lasten en kengetallen landelijk (bedragen x € 1 miljoen)

Balans

 

2020

2021

2022

2023

2024

1

Activa

     

1.1

Immateriële vaste activa

81

87

92

95

88

1.2

Materiële vaste activa

15.471

16.038

16.826

17.762

18.316

1.3

Financiële vaste activa

738

703

704

692

716

 

Totaal vaste activa

16.291

16.829

17.622

18.550

19.121

1.4

Voorraden

14

20

19

16

14

1.5

Vorderingen

2.340

2.375

2.417

2.701

2.755

1.6

Effecten

99

86

72

98

130

1.7

Liquide middelen

9.888

11.344

13.447

14.301

14.144

 

Totaal vlottende activa

12.341

13.826

15.955

17.116

17.044

 

Totaal activa

28.632

30.654

33.577

35.665

36.164

2

Passiva

     

2.1

Eigen vermogen

14.200

15.929

16.825

17.058

16.627

 

Aandeel in het groepsvermogen dat niet aan de rechtspersoon toekomt

4

13

14

11

11

 

Totaal van groepsvermogen

14.204

7.887

7.890

7.325

7.101

2.2

Voorzieningen

2.902

3.046

3.248

3.496

3.702

2.3

Langlopende schulden

3.225

3.221

3.325

3.512

3.522

2.4

Kortlopende schulden

8.300

8.445

10.165

11.589

12.305

 

Totaal passiva

28.632

30.654

33.577

35.665

36.167

       

Staat van baten en lasten

2020

2021

2022

2023

2024

3

Baten

     

3.1

Rijksbijdragen

34.753

38.523

41.682

43.914

45.212

3.2

Overige overheidsbijdragen en-subsidies

673

627

637

691

769

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

1.737

1.580

1.428

2.001

2.164

3.4

Baten werk in opdracht van derden

2.277

2.469

2.613

2.895

3.185

3.5

Overige baten

1.613

1.643

1.848

2.001

2.115

 

Totaal baten

41.054

44.842

48.208

51.503

53.445

4

Lasten

     

4.1

Personeelslasten

30.585

32.085

35.188

38.234

40.567

4.2

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

1.614

1.669

1.718

1.761

1.893

4.3

Huisvestingslasten

2.497

2.544

2.754

3.298

3.179

4.4

Overige lasten

4.306

4.637

5.332

5.741

6.027

4.5

Doorbetalingen aan schoolbesturen

2.014

2.033

2.256

2.531

2.644

 

Verstrekte subsidies

36

34

38

52

51

 

Totaal lasten

41.052

43.002

47.286

51.616

54.361

 

Saldo Baten en Lasten

1

1.840

922

‒ 114

‒ 916

 

Gerealiseerde herwaardering

1

0

0

1

0

 

Financiële baten

16

22

61

395

485

 

Financiële lasten

115

106

106

78

81

5

Financiële baten en lasten

‒ 98

‒ 169

‒ 45

317

404

 

Totaal van resultaat voor belastingen

‒ 96

1.756

877

204

‒ 511

6

Belastingen

‒ 2

2

4

3

4

7

Resultaat uit deelnemingen

5

‒ 10

0

0

‒ 4

 

Totaal van resultaat na belastingen

‒ 89

1.744

873

200

‒ 519

8

Aandeel in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt

‒ 4

3

7

‒ 5

‒ 4

 

Nettoresultaat na belastingen

‒ 93

1.747

880

196

‒ 515

Tabel 116 Landelijk - Rentabiliteit, Solvabiliteit, Liquiditeit
 

2020

2021

2022

2023

2024

Rentabiliteit%

‒ 0,23

3,91

1,82

0,39

‒ 0,95

Solvabiliteit II

0,60

0,62

0,60

0,58

0,56

Liquiditeit

1,49

1,64

1,57

1,48

1,39

Figuur 4 Kengetallen landelijk totaal

Primair Onderwijs

Tabel 117 Balans, staat van baten en lasten en kengetallen primair onderwijs zonder samenwerkingsverbanden (bedragen x € 1 miljoen)

Balans

 

2020

2021

2022

2023

2024

1

Activa

     

1.1

Immateriële vaste activa

0

0

0

0

1

1.2

Materiële vaste activa

1.765

1.837

1.988

2.198

2.384

1.3

Financiële vaste activa

200

166

149

174

151

 

Totaal vaste activa

1.965

2.004

2.138

2.372

2.535

1.4

Voorraden

0

0

0

0

0

1.5

Vorderingen

866

871

492

573

599

1.6

Effecten

36

44

36

42

45

1.7

Liquide middelen

2.692

3.166

4.146

4.318

4.034

 

Totaal vlottende activa

3.595

4.082

4.675

4.934

4.678

 

Totaal activa

5.560

6.086

6.813

7.306

7.213

2

Passiva

     

2.1

Eigen vermogen

3.098

3.552

3.835

3.850

3.532

 

Aandeel in het groepsvermogen dat niet aan de rechtspersoon toekomt

0

2

6

7

7

 

Totaal van groepsvermogen

3.098

248

294

375

372

2.2

Voorzieningen

848

920

1.031

1.147

1.195

2.3

Langlopende schulden

128

109

104

97

105

2.4

Kortlopende schulden

1.486

1.502

1.837

2.205

2.374

 

Totaal passiva

5.560

6.086

6.813

7.305

7.213

       

Staat van baten en lasten

2020

2021

2022

2023

2024

3

Baten

     

3.1

Rijksbijdragen

10.911

11.886

13.156

14.024

14.195

3.2

Overige overheidsbijdragen en-subsidies

359

273

270

309

325

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

0

0

0

0

3.4

Baten werk in opdracht van derden

11

7

10

37

41

3.5

Overige baten

413

427

450

527

597

 

Totaal baten

11.694

12.594

13.885

14.897

15.158

4

Lasten

     

4.1

Personeelslasten

9.809

9.936

11.221

12.366

12.883

4.2

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

292

298

316

338

355

4.3

Huisvestingslasten

821

827

888

1.009

976

4.4

Overige lasten

973

1.038

1.153

1.266

1.331

4.5

Doorbetalingen aan schoolbesturen

3

3

4

3

4

 

Verstrekte subsidies

0

0

0

0

 

Totaal lasten

11.898

12.103

13.582

14.982

15.549

 

Saldo Baten en Lasten

‒ 204

491

303

‒ 86

‒ 391

 

Gerealiseerde herwaardering

0

0

0

0

0

 

Financiële baten

7

5

1

93

111

 

Financiële lasten

9

12

18

4

5

5

Financiële baten en lasten

‒ 2

‒ 13

‒ 17

89

107

 

Totaal van resultaat voor belastingen

‒ 206

485

286

4

‒ 284

6

Belastingen

0

0

0

1

2

7

Resultaat uit deelnemingen

0

0

0

0

0

 

Totaal van resultaat na belastingen

‒ 206

484

286

3

‒ 286

8

Aandeel in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt

0

0

0

 

Nettoresultaat na belastingen

‒ 206

484

286

3

‒ 286

Tabel 118 Primair Onderwijs - Rentabiliteit, Solvabiliteit, Liquiditeit
 

2020

2021

2022

2023

2024

Rentabiliteit%

‒ 1,76

3,85

2,06

0,03

‒ 1,86

Solvabiliteit II

0,71

0,73

0,71

0,68

0,66

Liquiditeit

2,42

2,72

2,54

2,24

1,97

Figuur 5 Kengetallen primair onderwijs

Samenwerkingsverbanden primair onderwijs

Tabel 119 Balans, staat van baten en lasten en kengetallen samenwerkingsverbanden primair onderwijs (bedragen x € 1 miljoen)

Balans

 

2020

2021

2022

2023

2024

1

Activa

     

1.1

Immateriële vaste activa

0

0

0

0

0

1.2

Materiële vaste activa

3

4

4

4

4

1.3

Financiële vaste activa

0

0

0

0

0

 

Totaal vaste activa

4

4

4

4

4

1.4

Voorraden

0

1.5

Vorderingen

13

16

15

18

25

1.6

Effecten

0

0

0

1.7

Liquide middelen

132

119

159

129

113

 

Totaal vlottende activa

145

135

174

147

138

 

Totaal activa

148

139

178

151

142

2

Passiva

     

2.1

Eigen vermogen

103

91

107

74

78

 

Aandeel in het groepsvermogen dat niet aan de rechtspersoon toekomt

0

 

Totaal van groepsvermogen

103

3

2.2

Voorzieningen

1

2

3

3

4

2.3

Langlopende schulden

0

0

0

0

0

2.4

Kortlopende schulden

45

47

69

74

60

 

Totaal passiva

148

139

178

151

142

       

Staat van baten en lasten

2020

2021

2022

2023

2024

3

Baten

     

3.1

Rijksbijdragen

890

905

1039

1231

1347

3.2

Overige overheidsbijdragen en-subsidies

6

6

8

11

12

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

3.4

Baten werk in opdracht van derden

0

0

3.5

Overige baten

13

13

10

6

7

 

Totaal baten

910

924

1057

1249

1366

4

Lasten

     

4.1

Personeelslasten

101

103

111

127

139

4.2

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

1

1

1

1

1

4.3

Huisvestingslasten

3

3

3

4

4

4.4

Overige lasten

47

48

53

61

73

4.5

Doorbetalingen aan schoolbesturen

770

781

870

1090

1147

 

Verstrekte subsidies

     
 

Totaal lasten

922

936

1039

1283

1364

 

Saldo Baten en Lasten

‒ 12

‒ 12

18

‒ 34

2

 

Gerealiseerde herwaardering

0

 

Financiële baten

0

0

0

1

1

 

Financiële lasten

0

0

0

0

0

5

Financiële baten en lasten

0

‒ 1

0

1

1

 

Totaal van resultaat voor belastingen

‒ 12

‒ 12

17

‒ 32

3

6

Belastingen

0

7

Resultaat uit deelnemingen

0

 

Totaal van resultaat na belastingen

‒ 12

‒ 12

17

‒ 32

3

8

Aandeel in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt

     
 

Nettoresultaat na belastingen

‒ 12

‒ 12

17

‒ 32

3

Tabel 120 Samenwerkingsverbanden Primair Onderwijs - Rentabiliteit, Solvabiliteit, Liquiditeit
 

2020

2021

2022

2023

2024

Rentabiliteit%

‒ 1,33

‒ 1,34

1,65

‒ 2,59

0,23

Solvabiliteit II

0,70

0,66

0,61

0,51

0,58

Liquiditeit

3,25

2,90

2,53

1,98

2,29

Figuur 6 Kengetallen samenwerkingsverbanden passend onderwijs po

Voortgezet onderwijs

Tabel 121 Balans, staat van baten en lasten en kengetallen voortgezet onderwijs zonder samenwerkingsverbanden (bedragen x € 1 miljoen)

Balans

 

2020

2021

2022

2023

2024

1

Activa

     

1.1

Immateriële vaste activa

1

1

1

1

1

1.2

Materiële vaste activa

2.443

2.573

2.724

2.906

3.100

1.3

Financiële vaste activa

286

284

279

256

271

 

Totaal vaste activa

2.729

2.857

3.003

3.163

3.372

1.4

Voorraden

2

8

6

3

1

1.5

Vorderingen

321

333

424

466

510

1.6

Effecten

19

20

13

28

37

1.7

Liquide middelen

2.394

2.981

3.475

3.672

3.479

 

Totaal vlottende activa

2.737

3.342

3.918

4.169

4.027

 

Totaal activa

5.466

6.199

6.921

7.333

7.399

2

Passiva

     

2.1

Eigen vermogen

2.369

2.962

3.279

3.450

3.378

 

Aandeel in het groepsvermogen dat niet aan de rechtspersoon toekomt

0

1

1

1

1

 

Totaal van groepsvermogen

2.369

387

420

435

500

2.2

Voorzieningen

876

940

1.032

1.065

1.080

2.3

Langlopende schulden

734

772

802

798

771

2.4

Kortlopende schulden

1.488

1.524

1.807

2.019

2.172

 

Totaal passiva

5.466

6.199

6.921

7.333

7.402

       

Staat van baten en lasten

2020

2021

2022

2023

2024

3

Baten

     

3.1

Rijksbijdragen

8.512

9.519

10.139

10.663

11.014

3.2

Overige overheidsbijdragen en-subsidies

141

145

157

160

176

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

10

10

12

13

15

3.4

Baten werk in opdracht van derden

1

1

1

1

2

3.5

Overige baten

338

357

422

450

476

 

Totaal baten

9.001

10.032

10.730

11.286

11.683

4

Lasten

     

4.1

Personeelslasten

7.268

7.628

8.310

8.875

9.492

4.2

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

293

313

329

339

358

4.3

Huisvestingslasten

553

565

599

710

720

4.4

Overige lasten

890

967

1.169

1.282

1.369

4.5

Doorbetalingen aan schoolbesturen

‒ 1

6

2

2

1

 

Verstrekte subsidies

0

0

0

0

 

Totaal lasten

9.003

9.479

10.409

11.208

11.940

 

Saldo Baten en Lasten

‒ 2

553

321

78

‒ 258

 

Gerealiseerde herwaardering

0

‒ 1

0

0

0

 

Financiële baten

4

3

10

101

119

 

Financiële lasten

18

18

22

12

13

5

Financiële baten en lasten

‒ 14

‒ 30

‒ 12

89

106

 

Totaal van resultaat voor belastingen

‒ 16

537

309

167

‒ 152

6

Belastingen

0

0

7

Resultaat uit deelnemingen

0

0

0

0

0

 

Totaal van resultaat na belastingen

‒ 16

537

309

167

‒ 152

8

Aandeel in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt

0

0

 

Nettoresultaat na belastingen

‒ 16

537

309

167

‒ 152

Tabel 122 Voortgezet Onderwijs - Rentabiliteit, Solvabiliteit, Liquiditeit
 

2020

2021

2022

2023

2024

Rentabiliteit%

‒ 0,18

5,35

2,88

1,46

‒ 1,29

Solvabiliteit II

0,59

0,63

0,62

0,62

0,60

Liquiditeit

1,84

2,19

2,17

2,06

1,85

Figuur 7 Kengetallen voortgezet onderwijs

Samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs

Tabel 123 Balans, staat van baten en lasten en kengetallen samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs (bedragen x € 1 miljoen)

Balans

 

2020

2021

2022

2023

2024

1

Activa

     

1.1

Immateriële vaste activa

0

0

0

0

0

1.2

Materiële vaste activa

6

6

6

6

6

1.3

Financiële vaste activa

1

0

0

0

0

 

Totaal vaste activa

7

7

7

7

6

1.4

Voorraden

0

0

1.5

Vorderingen

18

16

20

27

29

1.6

Effecten

0

0

0

0

1.7

Liquide middelen

156

139

147

133

120

 

Totaal vlottende activa

174

155

168

160

149

 

Totaal activa

181

162

174

167

155

2

Passiva

     

2.1

Eigen vermogen

133

119

96

71

74

 

Aandeel in het groepsvermogen dat niet aan de rechtspersoon toekomt

0

 

Totaal van groepsvermogen

133

4

4

3

1

2.2

Voorzieningen

3

4

6

7

5

2.3

Langlopende schulden

0

0

0

0

0

2.4

Kortlopende schulden

44

40

71

88

76

 

Totaal passiva

181

162

174

167

155

       

Staat van baten en lasten

2020

2021

2022

2023

2024

3

Baten

     

3.1

Rijksbijdragen

1.350

1.379

1.493

1.555

1.651

3.2

Overige overheidsbijdragen en-subsidies

10

10

12

11

11

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

0

0

3.4

Baten werk in opdracht van derden

1

0

3.5

Overige baten

18

18

20

20

21

 

Totaal baten

1.379

1.407

1.525

1.587

1.684

4

Lasten

     

4.1

Personeelslasten

92

95

100

109

114

4.2

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

1

1

1

1

1

4.3

Huisvestingslasten

5

5

6

6

6

4.4

Overige lasten

49

52

60

61

69

4.5

Doorbetalingen aan schoolbesturen

1.242

1.243

1.380

1.436

1.493

 

Verstrekte subsidies

     
 

Totaal lasten

1.390

1.397

1.547

1.614

1.682

 

Saldo Baten en Lasten

‒ 10

10

‒ 22

‒ 27

1

 

Gerealiseerde herwaardering

0

 

Financiële baten

0

0

0

3

3

 

Financiële lasten

0

0

0

0

0

5

Financiële baten en lasten

0

‒ 1

0

3

3

 

Totaal van resultaat voor belastingen

‒ 10

10

‒ 22

‒ 25

4

6

Belastingen

0

0

   

7

Resultaat uit deelnemingen

0

 

0

0

 
 

Totaal van resultaat na belastingen

‒ 10

10

‒ 22

‒ 25

4

8

Aandeel in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt

0

    
 

Nettoresultaat na belastingen

‒ 10

10

‒ 22

‒ 25

4

Tabel 124 Samenwerkingsverbanden Voortgezet Onderwijs - Rentabiliteit, Solvabiliteit, Liquiditeit
 

2020

2021

2022

2023

2024

Rentabiliteit%

‒ 0,76

0,71

‒ 1,45

‒ 1,55

0,26

Solvabiliteit II

0,75

0,76

0,59

0,47

0,51

Liquiditeit

3,91

3,93

2,34

1,82

1,95

Figuur 8 Kengetallen samenwerkingsverbanden passend onderwijs vo

Middelbaar beroepsonderwijs

Tabel 125 Balans, staat van baten en lasten en kengetallen middelbaar beroepsonderwijs (bedragen x € 1 miljoen)

Balans

 

2020

2021

2022

2023

2024

1

Activa

     

1.1

Immateriële vaste activa

10

10

13

12

13

1.2

Materiële vaste activa

3.665

3.661

3.687

3.750

3.782

1.3

Financiële vaste activa

69

65

87

77

76

 

Totaal vaste activa

3.743

3.736

3.787

3.839

3.872

1.4

Voorraden

3

3

3

3

3

1.5

Vorderingen

167

180

322

250

265

1.6

Effecten

5

5

7

14

25

1.7

Liquide middelen

1.257

1.474

1.343

1.627

1.674

 

Totaal vlottende activa

1.433

1.662

1.675

1.893

1.967

 

Totaal activa

5.177

5.398

5.462

5.732

5.839

2

Passiva

     

2.1

Eigen vermogen

2.855

3.087

3.155

3.291

3.367

 

Aandeel in het groepsvermogen dat niet aan de rechtspersoon toekomt

1

5

1

1

1

 

Totaal van groepsvermogen

2.856

1.830

1.605

1.593

1.554

2.2

Voorzieningen

364

351

357

372

376

2.3

Langlopende schulden

928

907

888

885

862

2.4

Kortlopende schulden

1.029

1.049

1.061

1.184

1.233

 

Totaal passiva

5.177

5.398

5.462

5.732

5.839

       

Staat van baten en lasten

2020

2021

2022

2023

2024

3

Baten

     

3.1

Rijksbijdragen

5.063

5.566

5.686

6.008

6.192

3.2

Overige overheidsbijdragen en-subsidies

92

90

92

106

125

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

65

55

61

85

90

3.4

Baten werk in opdracht van derden

122

132

165

191

207

3.5

Overige baten

180

167

187

197

224

 

Totaal baten

5.521

6.010

6.190

6.587

6.839

4

Lasten

     

4.1

Personeelslasten

4.122

4.393

4.655

4.873

5.229

4.2

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

316

333

324

328

337

4.3

Huisvestingslasten

365

370

393

519

465

4.4

Overige lasten

597

643

734

771

794

4.5

Doorbetalingen aan schoolbesturen

 

Verstrekte subsidies

 

Totaal lasten

5.400

5.739

6.107

6.491

6.826

 

Saldo Baten en Lasten

121

271

84

96

14

 

Gerealiseerde herwaardering

1

1

0

0

0

 

Financiële baten

2

2

7

44

61

 

Financiële lasten

42

30

25

22

24

5

Financiële baten en lasten

‒ 40

‒ 57

‒ 18

22

37

 

Totaal van resultaat voor belastingen

81

243

66

119

51

6

Belastingen

0

0

0

0

1

7

Resultaat uit deelnemingen

0

0

0

‒ 4

‒ 2

 

Totaal van resultaat na belastingen

81

243

65

114

49

8

Aandeel in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt

0

0

0

0

0

 

Nettoresultaat na belastingen

81

243

65

114

49

Tabel 126 Middelbaar Onderwijs - Rentabiliteit, Solvabiliteit, Liquiditeit
 

2020

2021

2022

2023

2024

Rentabiliteit%

1,47

4,05

1,06

1,79

0,74

Solvabiliteit II

0,62

0,64

0,64

0,64

0,64

Liquiditeit

1,39

1,58

1,58

1,60

1,60

Figuur 9 Kengetallen middelbaar beroepsonderwijs

Hoger beroepsonderwijs

Tabel 127 Balans, staat van baten en lasten en kengetallen hoger beroepsonderwijs (bedragen x € 1 miljoen)

Balans

 

2020

2021

2022

2023

2024

1

Activa

     

1.1

Immateriële vaste activa

6

8

13

18

20

1.2

Materiële vaste activa

2.625

2.698

2.780

2.914

2.906

1.3

Financiële vaste activa

33

31

32

33

38

 

Totaal vaste activa

2.664

2.737

2.825

2.965

2.964

1.4

Voorraden

1

2

2

2

2

1.5

Vorderingen

174

177

207

280

253

1.6

Effecten

3

4

2

0

8

1.7

Liquide middelen

1.143

1.341

1.697

1.641

1.698

 

Totaal vlottende activa

1.322

1.523

1.908

1.924

1.961

 

Totaal activa

3.986

4.260

4.733

4.889

4.925

2

Passiva

     

2.1

Eigen vermogen

1.795

2.083

2.208

2.283

2.278

 

Aandeel in het groepsvermogen dat niet aan de rechtspersoon toekomt

1

3

4

1

1

 

Totaal van groepsvermogen

1.796

1.395

1.436

1.465

1.296

2.2

Voorzieningen

323

305

310

333

377

2.3

Langlopende schulden

688

665

660

675

613

2.4

Kortlopende schulden

1.179

1.204

1.552

1.597

1.655

 

Totaal passiva

3.986

4.260

4.733

4.889

4.925

       

Staat van baten en lasten

2020

2021

2022

2023

2024

3

Baten

     

3.1

Rijksbijdragen

3.396

4.073

4.511

4.527

4.558

3.2

Overige overheidsbijdragen en-subsidies

64

91

97

93

111

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

880

776

660

947

1.019

3.4

Baten werk in opdracht van derden

197

218

237

282

310

3.5

Overige baten

124

116

146

150

147

 

Totaal baten

4.661

5.274

5.651

6.000

6.145

4

Lasten

     

4.1

Personeelslasten

3.639

3.936

4.342

4.717

4.912

4.2

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

241

245

257

236

283

4.3

Huisvestingslasten

248

253

282

317

308

4.4

Overige lasten

494

546

641

690

691

4.5

Doorbetalingen aan schoolbesturen

     
 

Verstrekte subsidies

 

0

4

4

4

 

Totaal lasten

4.622

4.981

5.526

5.965

6.199

 

Saldo Baten en Lasten

39

294

125

35

‒ 54

 

Gerealiseerde herwaardering

 

0

0

0

0

 

Financiële baten

1

1

13

58

67

 

Financiële lasten

22

19

18

19

17

5

Financiële baten en lasten

‒ 21

‒ 37

‒ 5

39

50

 

Totaal van resultaat voor belastingen

18

275

120

74

‒ 4

6

Belastingen

1

1

4

1

0

7

Resultaat uit deelnemingen

0

1

1

1

1

 

Totaal van resultaat na belastingen

18

275

117

73

‒ 3

8

Aandeel in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt

0

0

0

0

0

 

Nettoresultaat na belastingen

18

276

117

73

‒ 3

Tabel 128 Hoger Onderwijs - Rentabiliteit, Solvabiliteit, Liquiditeit
 

2020

2021

2022

2023

2024

Rentabiliteit%

0,39

5,21

2,12

1,21

‒ 0,06

Solvabiliteit II

0,53

0,56

0,53

0,54

0,54

Liquiditeit

1,12

1,27

1,23

1,20

1,18

Figuur 10 Kengetallen hoger beroepsonderwijs

Wetenschappelijk onderwijs

Tabel 129 Balans, staat van baten en lasten en kengetallen wetenschappelijk onderwijs (bedragen x € 1 miljoen)

Balans

 

2020

2021

2022

2023

2024

1

Activa

     

1.1

Immateriële vaste activa

64

68

66

63

53

1.2

Materiële vaste activa

4.964

5.260

5.637

5.984

6.134

1.3

Financiële vaste activa

151

157

156

152

180

 

Totaal vaste activa

5.178

5.484

5.859

6.199

6.368

1.4

Voorraden

8

8

9

9

9

1.5

Vorderingen

781

782

937

1.087

1.074

1.6

Effecten

34

13

13

13

15

1.7

Liquide middelen

2.113

2.123

2.479

2.780

3.026

 

Totaal vlottende activa

2.936

2.927

3.438

3.889

4.124

 

Totaal activa

8.114

8.411

9.296

10.088

10.492

2

Passiva

     

2.1

Eigen vermogen

3.847

4.035

4.146

4.038

3.922

 

Aandeel in het groepsvermogen dat niet aan de rechtspersoon toekomt

2

3

2

2

2

 

Totaal van groepsvermogen

3.850

4.022

4.132

3.454

3.376

2.2

Voorzieningen

487

523

509

569

664

2.3

Langlopende schulden

747

770

871

1.057

1.171

2.4

Kortlopende schulden

3.030

3.080

3.767

4.422

4.733

 

Totaal passiva

8.114

8.411

9.296

10.088

10.492

       

Staat van baten en lasten

2020

2021

2022

2023

2024

3

Baten

     

3.1

Rijksbijdragen

4.631

5.195

5.659

5.906

6.255

3.2

Overige overheidsbijdragen en-subsidies

1

13

2

1

7

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

783

739

696

956

1.040

3.4

Baten werk in opdracht van derden

1.945

2.111

2.200

2.384

2.625

3.5

Overige baten

526

544

614

651

643

 

Totaal baten

7.887

8.602

9.170

9.897

10.570

4

Lasten

     

4.1

Personeelslasten

5.553

5.995

6.448

7.166

7.798

4.2

Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

470

478

489

518

557

4.3

Huisvestingslasten

502

521

582

732

700

4.4

Overige lasten

1.256

1.341

1.523

1.609

1.699

4.5

Doorbetalingen aan schoolbesturen

 

Verstrekte subsidies

36

34

34

48

47

 

Totaal lasten

7.817

8.369

9.076

10.074

10.800

 

Saldo Baten en Lasten

70

233

94

‒ 177

‒ 230

 

Gerealiseerde herwaardering

0

0

0

 

Financiële baten

3

12

30

95

123

 

Financiële lasten

23

27

22

20

23

5

Financiële baten en lasten

‒ 21

‒ 30

8

75

100

 

Totaal van resultaat voor belastingen

49

218

102

‒ 102

‒ 130

6

Belastingen

‒ 3

0

0

1

1

7

Resultaat uit deelnemingen

5

‒ 11

‒ 1

4

‒ 3

 

Totaal van resultaat na belastingen

57

207

101

‒ 99

‒ 134

8

Aandeel in het geconsolideerde resultaat dat niet aan de rechtspersoon toekomt

‒ 4

3

7

‒ 4

‒ 4

 

Nettoresultaat na belastingen

53

210

108

‒ 103

‒ 130

Tabel 130
 

2020

2021

2022

2023

2024

Rentabiliteit%

0,62

2,53

1,10

‒ 1,02

‒ 1,22

Solvabiliteit II

0,53

0,54

0,50

0,46

0,44

Liquiditeit

0,97

0,95

0,91

0,88

0,87

Figuur 11 Kengetallen wetenschappelijk onderwijs

Geldstromen wetenschappelijk onderwijs

Toezegging aan de Tweede Kamer

Tijdens het Wetgevingsoverleg op 10 oktober 2018 heeft de minister toegezegd om de derde geldstroom en de verdeling daarvan over wo instellingen inzichtelijk te maken in het jaarverslag van het Ministerie van OCW. Dit is voor het eerst opgenomen in het departementaal jaarverslag van 2018 samen met de eerste en tweede geldstroom zodat deze financiële weergave volledig is.

In het wetenschappelijk onderwijs worden drie separate geldstromen gehanteerd:

  • 1. De eerste geldstroom bestaat uit de rijksbijdrage, de ontvangen collegegelden en ontvangen lesgelden;

  • 2. De tweede geldstroom omvat de ontvangen subsidies van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW);

  • 3. De derde geldstroom omvat de ontvangen, overige inkomsten. Dit zijn onder andere subsidies van Nederlandse ministeries en de Europese Unie, ontvangen middelen voor contractonderwijs, contractonderzoek en overige baten uit opdracht van derden. Ook inkomsten uit catering en verhuur vallen onder de derde geldstroom.

In onderstaande tabel en grafiek worden van de jaren 2020 t/m 2024 de eerste, tweede en derde geldstroom per wo instelling inzichtelijk gemaakt. Deze weergaves zijn opgesteld op basis van DUO datasets die te vinden zijn op de webstie «Open Onderwijsdata».

Tabel 131 Geldstromen wo- per instelling en totaal (bedragen x € 1 miljoen en % totaal van baten)
 

2020

2021

2022

2023

2024

Erasmus Universiteit Rotterdam

          

Eerste geldstroom

393

57%

432

57%

465

57%

511

59%

543

60%

Tweede geldstroom

30

4%

34

4%

37

5%

43

5%

45

5%

Derde geldstroom

264

38%

286

38%

308

38%

309

36%

318

35%

Totaal van baten

686

100%

752

100%

810

100%

863

100%

906

100%

           

Open Universiteit Nederland

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

70

95%

75

94%

80

93%

84

94%

89

94%

Tweede geldstroom

 

1%

1

1%

1

1%

1

1%

1

1%

Derde geldstroom

4

5%

4

5%

5

6%

5

5%

5

5%

Totaal van baten

73

100%

80

100%

86

100%

89

100%

95

100%

           

Protest. Theolog. Universiteit

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

11

88%

11

89%

11

87%

12

85%

13

83%

Tweede geldstroom

 

0%

 

0%

 

0%

 

1%

 

0%

Derde geldstroom

1

11%

1

11%

2

13%

2

14%

3

17%

Totaal van baten

12

100%

12

100%

13

100%

14

100%

15

100%

           

Radboud Univ Nijmegen

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

383

62%

420

62%

438

61%

474

62%

500

61%

Tweede geldstroom

55

9%

55

8%

62

9%

67

9%

75

9%

Derde geldstroom

177

29%

204

30%

215

30%

227

30%

247

30%

Totaal van baten

615

100%

679

100%

715

100%

769

100%

822

100%

           

Rijksuniversiteit Groningen

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

523

73%

571

72%

599

72%

657

73%

691

72%

Tweede geldstroom

35

5%

35

4%

34

4%

38

4%

41

4%

Derde geldstroom

158

22%

183

23%

201

24%

204

23%

223

23%

Totaal van baten

716

100%

789

100%

834

100%

900

100%

955

100%

           

Stg. Kath. Univ. Brabant

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

184

76%

209

78%

230

79%

252

79%

272

79%

Tweede geldstroom

8

3%

8

3%

7

3%

9

3%

11

3%

Derde geldstroom

50

21%

52

19%

54

19%

58

18%

60

17%

Totaal van baten

242

100%

268

100%

291

100%

319

100%

343

100%

           

Stg. Universit. v. Humanistiek

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

7

85%

7

78%

8

79%

11

84%

12

85%

Tweede geldstroom

 

0%

 

0%

 

0%

 

2%

 

2%

Derde geldstroom

1

15%

2

22%

2

21%

2

13%

2

13%

Totaal van baten

8

100%

9

100%

10

100%

13

100%

14

100%

           

Techn. Universiteit Eindhoven

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

286

69%

315

70%

342

72%

359

71%

382

69%

Tweede geldstroom

21

5%

21

5%

20

4%

32

6%

37

7%

Derde geldstroom

106

26%

115

25%

116

24%

118

23%

134

24%

Totaal van baten

413

100%

450

100%

478

100%

508

100%

552

100%

           

Technische Universiteit Delft

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

547

69%

589

71%

647

71%

685

71%

721

70%

Tweede geldstroom

64

8%

59

7%

53

6%

59

6%

86

8%

Derde geldstroom

179

23%

178

22%

214

23%

225

23%

221

21%

Totaal van baten

790

100%

825

100%

914

100%

969

100%

1.028

100%

           

Theol Universiteit Apeldoorn

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

2

57%

2

52%

2

56%

3

66%

3

69%

Tweede geldstroom

 

1%

 

0%

 

0%

 

0%

 

0%

Derde geldstroom

1

42%

2

48%

1

44%

1

34%

1

31%

Totaal van baten

3

100%

3

100%

3

100%

4

100%

4

100%

           

TUU

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

2

37%

2

38%

2

39%

4

46%

4

53%

Tweede geldstroom

 

0%

 

0%

 

0%

 

0%

 

0%

Derde geldstroom

3

63%

3

62%

3

61%

4

54%

3

47%

Totaal van baten

5

100%

5

100%

5

100%

8

100%

7

100%

           

Universiteit Leiden

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

482

68%

520

67%

564

69%

611

68%

650

67%

Tweede geldstroom

52

7%

56

7%

52

6%

56

6%

74

8%

Derde geldstroom

174

25%

201

26%

196

24%

228

26%

250

26%

Totaal van baten

707

100%

777

100%

813

100%

894

100%

974

100%

           

Universiteit Maastricht

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

327

68%

363

70%

392

70%

411

70%

448

71%

Tweede geldstroom

22

5%

25

5%

24

4%

25

4%

31

5%

Derde geldstroom

129

27%

133

26%

143

26%

153

26%

154

24%

Totaal van baten

477

100%

521

100%

559

100%

590

100%

633

100%

           

Universiteit Twente

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

271

73%

293

73%

314

73%

334

69%

349

69%

Tweede geldstroom

26

7%

29

7%

27

6%

29

6%

37

7%

Derde geldstroom

72

20%

80

20%

92

21%

118

25%

117

23%

Totaal van baten

369

100%

402

100%

432

100%

482

100%

503

100%

           

Universiteit Utrecht

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

612

66%

669

66%

707

66%

769

67%

817

65%

Tweede geldstroom

76

8%

74

7%

72

7%

79

7%

95

8%

Derde geldstroom

240

26%

277

27%

286

27%

308

27%

346

28%

Totaal van baten

928

100%

1.020

100%

1.066

100%

1.157

100%

1.258

100%

           

Universiteit van Amsterdam

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

592

69%

650

70%

692

70%

757

70%

810

71%

Tweede geldstroom

38

4%

44

5%

49

5%

53

5%

54

5%

Derde geldstroom

223

26%

237

25%

252

25%

276

25%

273

24%

Totaal van baten

853

100%

931

100%

993

100%

1.085

100%

1.137

100%

           

V U A

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

443

76%

498

77%

533

77%

575

78%

622

78%

Tweede geldstroom

24

4%

27

4%

24

3%

31

4%

35

4%

Derde geldstroom

117

20%

120

19%

134

19%

133

18%

140

18%

Totaal van baten

585

100%

646

100%

690

100%

740

100%

798

100%

           

W U

2020

2021

2022

2023

2024

Eerste geldstroom

283

70%

308

71%

330

72%

353

71%

369

70%

Tweede geldstroom

32

8%

34

8%

35

8%

36

7%

39

7%

Derde geldstroom

90

22%

90

21%

94

20%

106

21%

119

23%

Totaal van baten

405

100%

431

100%

458

100%

495

100%

527

100%

           

Geldstromen wo

2020

2021

2022

2023

2024

Totaal Eerste geldstroom

5.415

69%

5.934

69%

6.355

69%

6.861

69%

7.293

69%

Totaal Tweede geldstroom

482

6%

501

6%

497

5%

559

6%

660

6%

Totaal Derde geldstroom

1.990

25%

2.167

25%

2.318

25%

2.477

25%

2.617

25%

Totaal Totaal van baten

7.887

100%

8.602

100%

9.170

100%

9.897

100%

10.570

100%

Figuur 12 Geldstromen in het wetenschappelijk onderwijs

Overzicht van Bevindingen

Toezegging aan de Tweede Kamer

Op aangeven van de Algemene Rekenkamer is toegezegd om de informatievoorziening over de rechtmatigheid bij onderwijsclusters in het departementaal jaarverslag op te nemen. In de onderstaande tabel staat een overzicht van bevindingen per sector (hbo en wo zijn samengebracht onder de noemer ho; hoger onderwijs). Deze bevindingen zijn ontleend aan de controleverklaringen van de accountant bij de jaarverslagen verslagjaar 2024 van de door het Ministerie van OCW bekostigde onderwijsinstellingen van Europees Nederland.

Er is sprake van een bevinding als een accountant een opmerking, beperking of afkeuring opneemt bij zijn rechtmatigheidsoordeel in de controleverklaring. Accountants kwantificeren niet altijd de bevinding, dit kan ook bij de andere sectoren spelen. Het totaal van de lasten betreft het totaal van de lasten zoals opgenomen in de XBRL aanlevering van de door OCW bekostigde onderwijsinstellingen van Europees Nederland. Deze data is ook te vinden op de website van DUO «Open Onderwijsdata».

Tabel 132 Overzicht van bevindingen per sector
 

PO

VO

MBO

HO

Aantal onrechtmatigheden

15

1

0

1

Bedrag per sector € (x 1.000)

0

0

0

0

Totaal lasten per sector € (x 1.000)

16.913.489

13.622.808

6.825.515

16.998.787

Percentage bedrag per sector t.o.v. totaal van de lasten per sector (in %)

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal aantal besturen

900

311

53

53

Bijlage 5 Budgettair overzicht Oekraïne

Tabel 133 Budgettair overzicht Oekraïne (bedragen x € 1.000)

Artikel

Artikelnaam

Maatregel

Verplichtingen 2025

Uitgaven 2025

Ontvangsten 2025

Relevante Kamerstukken

9

Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Subsidieregeling statushouders

2.200

2.200

0

4

Beroepsonderwijs en volwasseneducatie

Taalonderwijs Oekraïense ontheemden

0

10.000

0

Verzamelbrief opvang Oekraine juni 2024 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl

1

Primair onderwijs, Voortgezet onderwijs

Huisvesting, noodlocaties en voorschoolse educaties

0

0

19.000

Subsidieregeling statushouders

Deze subsidieregeling biedt een financiële tegemoetkoming in de opleidings- en begeleidingskosten die een school in het primair of voortgezet onderwijs maakt voor het bieden van een ondersteuningsprogramma aan een statushouder of Oekraïense ontheemden.

Taalonderwijs Oekraïense ontheemden

In 2025 hebben het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) € 10,0 miljoen extra beschikbaar gesteld voor taalonderwijs aan volwassen Oekraïense ontheemden. Deze Web-middelen konden al worden ingezet voor deze groepen, maar met deze ophoging kan er meer prioriteit gegeven worden aan deze groepen. Het totale Web-budget voor 2025 was daarmee € 100,5 miljoen.

Huisvesting, noodlocaties en voorschoolse educaties

Via de specifieke uitkeringen (spuk) voor huisvesting/noodlocaties en voorschoolse educatie ontvingen gemeenten middelen om:

  • extra onderwijshuisvesting te regelen waar de bestaande onderwijshuisvesting niet toereikend was om de Oekraïense leerlingen op te vangen;

  • voorschoolse educatie te bieden aan Oekraïense kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar om zo te voorkomen dat deze kinderen met een taalachterstand het onderwijs in zouden stromen.

Deze spuk's liepen t/m 2023, waarna de gemeenten verantwoording hebben afgelegd over de inzet van de ontvangen middelen. Niet (op correcte wijze) uitgegeven middelen worden teruggevorderd en landen in onze ontvangsten.

Licence