Base description which applies to whole site

5.1 Agentschap Rijkswaterstaat

Tabel 22 Exploitatieoverzicht agentschap Rijkswaterstaat Tweede suppletoire begroting 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd(3) = (1) + (2)

Baten

   

Omzet

4.641.471

59.318

4.700.789

waarvan omzet moederdepartement

3.892.265

50.590

3.942.855

waarvan omzet overige departementen

111.741

‒ 9.660

102.081

waarvan omzet derden

254.706

31.453

286.159

waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud

267.676

27.082

294.758

waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten

115.083

‒ 40.147

74.936

Rentebaten

32.867

‒ 1.805

31.062

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

1.500

0

1.500

Totaal baten

4.675.838

57.513

4.733.351

    

Lasten

   

Apparaatskosten

1.714.380

33.972

1.748.352

- Personele kosten

1.369.632

6.650

1.376.282

waarvan eigen personeel

1.219.216

20.726

1.239.942

waarvan inhuur externen

94.206

‒ 12.406

81.800

waarvan overige personele kosten

56.210

‒ 1.670

54.540

- Materiele kosten

344.748

27.322

372.070

waarvan apparaat ICT

58.952

4.672

63.624

waarvan bijdrage aan SSO's

76.534

6.065

82.600

waarvan overige materiele kosten

209.262

16.584

225.846

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

2.987.963

13.188

3.001.151

Rentelasten

2.568

‒ 178

2.390

Afschrijvingskosten

18.994

‒ 378

18.616

- Materieel

18.962

‒ 378

18.584

waarvan apparaat ICT

4.774

70

4.844

waarvan overige materiele afschrijvingskosten

14.188

‒ 448

13.740

- Immaterieel

32

0

32

Overige lasten

8.000

2.935

10.935

waarvan dotaties voorzieningen

8.000

2.435

10.435

waarvan bijzondere lasten

0

500

500

Totaal lasten

4.731.905

49.539

4.781.444

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 56.067

7.974

‒ 48.093

Agentschapsdeel Vpb-lasten

1.300

‒ 1.838

‒ 538

Saldo van baten en lasten

‒ 57.367

9.812

‒ 47.555

Dotatie/onttrekking aan reserve Rijksrederij

2.435

‒ 2.435

0

Te verdelen resultaat

‒ 59.802

12.247

‒ 47.555

Toelichting

Baten

Omzet

Omzet moederdepartement

De hoger omzet moederdepartement ten opzichte van de suppletoire begroting september (SBS) 2025 ad. € 50,6 miljoen wordt met name veroorzaakt door:

  • Bijdrage ter dekking van de dotatie aan de verlofreservering, die als gevolg van de invoering van het IKB-spaarverlof en de verruiming van het aantal IKB-uren aanzienlijk is gestegen (€ 20 miljoen);

  • middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor Exploitatie en Onderhoud van sensors voor Maritiem InformatieVoorzieningen Servicepunt I (MIVSP-1) (6,8 miljoen);

  • compensatie voor ongeplande kosten die voortkomen uit maatregelen die nodig zijn door de ingestelde grenscontroles in Duitsland (€ 5 miljoen);

  • middelen ter dekking van uitgaven op het Asfaltdossier in het kader van Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI) (€ 4,3 miljoen);

  • middelen in het kader van de Banenafspraak Arbeidsbeperkten (€ 3,1 miljoen);

  • aanvullende programmamiddelen voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2025 voor de water en bodemopgaven. Dit onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd onder de Subsidieregeling Instituten voor Toegepast Onderzoek (SITO-regeling) (€ 2,4 miljoen);

  • middelen voor Nationaal Dataportaal Wegverkeer (NDW) ten behoeve van het Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) programmaplan (€ 2,4 miljoen);

  • bijdrage voor Beheer en onderhoud van het modelinstrumentarium van Deltares (€ 2 miljoen);

  • middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor MISVP-2, deelproject AI beeldherkenning vogels (€ 2 miljoen);

  • het restant betreft verschillende mutaties kleiner dan € 1,0 miljoen (€ 2,6 miljoen).

Omzet overige departementen

De lagere omzet overige departementen ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 ad. € -9,7 miljoen wordt met name veroorzaakt doordat de Rijksrederij lagere tarieven bij de opdrachtgevers in rekening brengt. De lagere tarieven zijn het gevolg van lagere brandstofprijzen dan begroot en het verschuiven van de inhuur van het extra handhavingsvaartuig naar 2026.

Omzet derden

Ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 neemt de omzet derden naar verwachting toe met € 31,5 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door hogere verwachte energieopbrengst, omdat vanaf 2025 de opbrengsten voor het windmolenpark Maasvlakte II niet meer gesaldeerd worden (€ 27,5 miljoen). Daarnaast nemen naar verwachting de opbrengsten op Ingebruikgeving van vastgoed toe als gevolg van indexering van de tarieven (€ 5,1 miljoen). Het restant betreft mutaties kleiner van € 1 miljoen (€ -1,1 miljoen).

Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud

Onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven die samenhangen met afspraken over het Basis Kwaliteitsniveau (BKN). De huidige prognose geeft het beeld dat RWS meer opdrachten in de markt zal zetten dan het aan opbrengsten ontvangt. Op basis daarvan is het de verwachting dat het saldo met € 294,8 miljoen zal afnemen, waar dit bij suppletoire begroting september nog een verwachte afname van € 267,7 miljoen was.

Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten

Onder dit saldo vallen de ontvangsten en uitgaven in het kader van planstudies, Caribisch Nederland, werken voor en met partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot BKN behoren en overige opdrachten. De huidige prognose geeft het beeld dat RWS minder opdrachten kan uitvoeren dan werd verwacht bij het opstellen van de suppletoire begroting september 2025, waardoor de uitvoering in 2025 lager uitkomt dan verwacht bij suppletoire begroting september. Als gevolg hiervan is het de verwachting dat het saldo € 40,1 miljoen minder zal afnemen ten opzichte van de suppletoire begroting september. Over heel 2025 wordt per saldo wel een afname van het Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten verwacht van € 74,9 miljoen.

Rentebaten

Voor 2025 zijn de verwachte rentebaten lager dan waarvan bij suppletoire begroting september 2025 is uitgegaan (€ -1,8 miljoen). Dit is het gevolg van verdere daling van de rentepercentages in combinatie met een lagere rekening-courant stand bij het ministerie van Financiën.

Nieuwe Regeling Agentschappen

Per 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen ingegaan. In verband met het overgangsjaar naar de nieuwe regeling is voor het uitvoeringsjaar 2025 het exploitatieoverzicht conform de begroting 2025 opgesteld. De nieuwe regeling geeft de mogelijkheid voor bekostiging op basis van output en/of input. Voor de uitvoering van het jaar 2025 wordt daarom naast het exploitatieoverzicht inzicht gegeven in de nieuwe categorieën van baten.

De bekostiging van RWS vindt plaats door middel van input-bekostiging. Dit houdt in dat er afspraken zijn gemaakt tussen de eindverantwoordelijke binnen een agentschap, de continuïteitsverantwoordelijke en tenminste één beleidsverantwoordelijke over een bijdrage voor de ingezette middelen of arbeidskrachten. Hierbij bestaat een relatie tussen de bekostiging en de ingezette middelen, in plaats van de uiteindelijke realisatie van de diensten of producten. Deze bekostigingsvorm is dus gebaseerd op het leveren van een inspanning.

Tabel 23 Nieuwe categorieën van baten (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd(3) = (1) + (2)

    

Baten als tegenprestatie voor levering van input

4.258.712

72.383

4.331.095

waarvan bijdrage aan apparaat (interne kosten)

1.679.218

44.718

1.723.936

waarvan bijdrage aan exploitatie en onderhoud

2.462.876

19.497

2.482.373

waarvan bijdrage aan te verlenen diensten

116.618

8.168

124.786

Baten uit reeds ontvangen bijdragen voor levering van input

382.759

‒ 13.065

369.694

waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor exploitatie en onderhoud

267.676

27.082

294.758

waarvan Saldo Op Ontvangen Bijdragen voor te verlenen diensten

115.083

‒ 40.147

74.936

Rentebaten

32.867

‒ 1.805

31.062

Vrijval voorzieningen

0

0

0

Bijzondere baten

1.500

0

1.500

Totaal baten

4.675.838

57.513

4.733.351

Toelichting

Baten als tegenpresentatie voor levering van input

Bijdrage aan apparaat

De bijdrage aan apparaat dient ter dekking van de interne kosten van RWS (apparaatskosten inclusief rente- en afschrijvingskosten) die verband houden met exploitatie, onderhoud en vernieuwing, ontwikkeling en beleidsondersteuning en –advisering.

De hogere bijdrage aan apparaat ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 ad. € 44,7 miljoen is met name veroorzaakt door:

  • Hogere energie opbrengsten, omdat vanaf 2025 de opbrengsten voor het windmolenpark Maasvlakte II niet meer gesaldeerd worden (€ 21,1 miljoen);

  • bijdrage ter dekking van de dotatie aan de verlofreservering, die als gevolg van de invoering van het IKB-spaarverlof en de verruiming van het aantal IKB-uren aanzienlijk is gestegen (€ 20 miljoen);

  • een hogere verwachte opbrengt op Ingebruikgeving van gebouwen door indexatie van de tarieven (€ 5,2 miljoen);

  • middelen in het kader van de Banenafspraak Arbeidsbeperkten (€ 3,1 miljoen);

  • middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor Exploitatie en Onderhoud van sensors voor Maritiem Informatievoorzieningen Servicepunt I (MIVSP-1) (2,8 miljoen);

  • middelen voor Nationaal Toegangspunt Mobiliteitsdata (NTM) programmaplan (€ 2,4 miljoen);

  • lagere tarieven vanuit de Rijksrederij aan opdrachtgevers als gevolg van lagere brandstofprijzen dan begroot en het verschuiven van de inhuur van het extra handhavingsvaartuig naar 2026. (€ -8,7 miljoen);

  • het saldo van mutaties < € 1 miljoen (€ -1,2 miljoen).

Bijdrage aan exploitatie en onderhoud

De bijdrage aan exploitatie en onderhoud dient ter dekking van de externe kosten die samenhangen met afspraken over het basiskwaliteitsniveau (BKN) voor exploitatie en onderhoud.

De hogere bijdrage aan exploitatie en onderhoud ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 ad. € 19,5 miljoen is met name veroorzaakt door:

  • Hogere verwachte energieopbrengst, omdat vanaf 2025 de opbrengsten voor het windmolenpark Maasvlakte II niet meer gesaldeerd worden (€ 6,4 miljoen);

  • compensatie voor ongeplande kosten die voortkomen uit maatregelen die nodig zijn door de ingestelde grenscontroles in Duitsland (€ 5 miljoen);

  • middelen ter dekking van uitgaven op het Asfaltdossier in het kader van Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur (KCI) (€ 4,3 miljoen);

  • bijdrage voor beheer en onderhoud van het modelinstrumentarium van Deltares (€ 2 miljoen);

  • het restant betreft verschillende mutaties kleiner dan € 1,0 miljoen (€ 1,8 miljoen).

Bijdrage aan te verlenen diensten

De bijdragen aan te verlenen diensten dient ter dekking van de externe kosten in het kader van planning en studies, Caribisch Nederland, Werken voor en met Partners, aanvullende opdrachten van het moederdepartement die niet tot BKN behoren en overige opdrachten. 

De hogere bijdrage aan te verlenen diensten ten opzichte van de suppletoire begroting september 2025 (€ 8,2 miljoen) is met name het gevolg van:

  • Middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor Exploitatie en Onderhoud van sensors voor Maritiem Informatievoorzieningen Servicepunt I (MIVSP-1) (€ 4,0 miljoen);

  • aanvullende programmamiddelen voor het uitvoeren van het onderzoeksprogramma 2025 voor de water en bodemopgaven. Dit onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd onder de Subsidieregeling Instituten voor Toegepast Onderzoek (SITO-regeling) (€ 2,4 miljoen);

  • middelen van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor MISVP-2, deelproject AI beeldherkenning vogels (€ 2 miljoen);

  • het restant betreft verschillende mutaties kleiner dan € 1,0 miljoen (€ -0,2 miljoen).

In onderstaand overzicht is weergegeven hoe de huidige omzetcategorieen, stand Tweede suppletoire begroting 2025, uiteenvallen in de nieuwe specificatie van baten.

Tabel 24 Vertaling van huidige omzetcategorieen naar nieuwe categorieën van baten (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Bijdrage aan apparaat (interne kosten)

Bijdrage aan exploitatie en onderhoud

Bijdrage aan te verlenen diensten

Totaal omzet

Omzet moederdepartement

1.538.316

2.304.264

100.275

3.942.855

Omzet overige departementen

83.923

 

18.158

102.081

Omzet derden

101.697

178.109

6.353

286.159

Totaal baten als tegenpresentatie voor levering van input

1.723.936

2.482.373

124.786

4.331.095

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten bestaan uit de kosten van het eigen personeel en de kosten van de ingehuurde capaciteit voor de uitvoering van kerntaken.

Eigen personeel

De verdere toename van de kosten eigen personeel ten opzichte van de suppletoire begroting september ad. € 20,7 miljoen zijn met name het gevolg van Verambtelijking in het kader van de taakstelling Kabinet Schoof en de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA). Daarnaast leidt ook de toekenning van tijdelijke opdrachten vanuit IenW en overige departementen tot verwachte extra personeelskosten. Tot slot is uitstroom lager dan de afgelopen jaren. Eén van de HeRA maatregelen (Herstelplan RWS Agentschap) is het vertragen van vervanging bij uitstroom. Deze maatregel levert minder besparing op dan verwacht.

Inhuur externen

De lagere verwachte inhuur dan ingeschat bij suppletoire begroting september (€ -12,4 miljoen) zijn met name het gevolg van Verambtelijking in het kader van de taakstelling Kabinet Schoof en de wet DBA. Daarnaast is de lagere verwachte inhuur ook het gevolg van het beperken van inhuur vanuit HeRA.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit de kosten voor apparaat gebonden ICT-middelen, de bijdrage aan SSO’s die bedrijfsvoeringsdiensten leveren en overige materiële kosten.

De verwachte materiële kosten zijn hoger dan bij suppletoire begroting september (€ 27,3 miljoen), door verwachte toename van de apparaat gebonden ICT (€ 4,7 miljoen). In 2025 worden alle laptops overgezet naar Windows 11. Dit zorgt voor extra kosten bij de servicedesk. Daarnaast zijn de licentiekosten voor applicaties toegenomen door prijsstijgingen.

Daarnaast verwacht RWS een hogere bijdrage aan SSO’s, die voornamelijk wordt veroorzaakt door stijging van de huren (€ 6,1 miljoen).

Tenslotte verwacht RWS een verdere toename van de realisatie van overige materiële kosten ten opzichte van de suppletoire begroting september (€ 16,6 miljoen). De oorzaak hiervan is dat vanaf 2025 de kosten voor het windmolenpark Maasvlakte II nier meer gesaldeerd worden. Hierdoor stijgen zowel de opbrengsten als de kosten met € 21,1 miljoen. Zonder deze wijziging zouden de kosten dalen conform de verwachting van de HeRA maatregelen op materiële kosten en de lagere brandstofkosten bij de Rijksrederij.

Overige lasten

Dotaties voorzieningen

De toename van de dotaties is met name het gevolg van een dotatie aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen (€ 2,4 miljoen). De verwachte dotatie aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen stijgt hiermee van € 8,0 miljoen naar € 10,4 miljoen.

Agentschapsdeel Vpb lasten

In de suppletoire begroting september is rekening gehouden met een Vennootschapsbelasting last als gevolg van opbrengsten van het windmolenpark Maasvlakte II. Het grootste deel van deze opbrengsten komt ten gunste van Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten. Daar wordt nu ook de Vpb last voor dat deel van de opbrengst verantwoord.

Dotatie/onttrekking aan reserve Rijksrederij

Het verschil tussen de afschrijvingskosten en rentekosten op basis van historische kostprijs en de afschrijvingskosten en rentekosten op basis van vervangingswaarde bedraagt dit jaar naar verwachting € 10,4 miljoen. Dit bedrag wordt volledig gedoteerd aan de voorziening groot onderhoud vaartuigen voor de investeringen die worden gevraagd om de bestaande vloot varende te houden. Dit heeft te maken met wijzigingen in de planning en omvang van het levensduur verlengend onderhoud.

Te verdelen resultaat

In vergelijking met de suppletoire begroting september valt het resultaat minder negatief uit (€ -12,2 miljoen). Dit is met name het gevolg van de ontvangen bijdrage ter dekking van de dotatie aan de verlofreservering en uitwerking van genomen HeRA maatregelen.

Tabel 25 Kasstroomoverzicht agentschap Rijkswaterstaat Tweede suppletoire begroting 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Omschrijving

(1) Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire Begrotingen, NvW en amendementen)

(2) Mutaties 2e suppletoire begroting

Totaal geraamd(3) = (1) + (2)

1.

Rekening courant RHB 1 januari 2025

1.433.699

 

1.433.699

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

4.293.079

70.578

4.363.657

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 4.706.211

‒ 45.644

‒ 4.751.855

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 413.132

24.934

‒ 388.198

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 57.498

21.317

‒ 36.181

 

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

  

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 57.498

21.317

‒ 36.181

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossingen op leningen (-/-)

‒ 15.887

359

‒ 15.528

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

54.623

‒ 21.136

33.487

4.

Totaal financieringskasstroom

38.736

‒ 20.777

17.959

5.

Rekening courant RHB 31 december 2025 (=1+2+3+4)

1.001.805

25.474

1.027.279

Toelichting

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de ontvangsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfsvoering.

De hogere ontvangsten operationele kasstroom ten opzichte van de suppletoire begroting september (€ 70,6 miljoen) worden met name veroorzaakt door hogere ontvangsten van het moederdepartement en derden. Zie hiervoor ook de toelichting onder «Omzet moederdepartement» en «Omzet derden».

De hogere uitgaven operationele kasstroom ten opzichte van de suppletoire begroting september ad. € 45,6 miljoen worden met name veroorzaakt door de hogere personele en materiële kosten en kosten uitbesteed werken andere externe kosten. Voor meer toelichting wordt verwezen naar hetgeen is opgenomen onder de posten personele en materiële kosten.

Investeringskasstroom

Hieronder vallen de investeringen in nieuwe en bestaande activa en de boekwaarden, boekwinsten en boekverliezen van de verschrootte en verkochte vaste activa.

De lagere investeringen ten opzichte van de suppletoire begroting september ad. € 21,3 miljoen bestaat uit meerdere delen:

  • Lagere investering voor in totaal € -22,2 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door de investeringsstop naar aanleiding van HeRA voor 2025;

  • investeringen waarvoor geen aanvraag op de leenfaciliteit meer mogelijk is, omdat het investeringsplafond was bereikt (€ 0,9 miljoen). Dit betreft met name investeringen in kantoorautomatisering (€ 0,8 miljoen) en Strooiers (€ 0,1 miljoen).  De investeringen voor kantoorautomatisering betreft de investering in nieuwe laptops. Dit is in jaren naar voren gehaald, omdat Windows 11 niet werkt op de vorige laptops.

Financieringskasstroom

Hieronder vallen alle geldstromen die te relateren zijn aan de financiering van RWS.

Het lagere beroep op de leenfaciliteit ten opzichte van de suppletoire begroting september ad. € 21,1 miljoen is met name het gevolg van de hierboven genoemde lagere investeringen.

Licence