Base description which applies to whole site

3.1 Artikel 1. Woningmarkt

Budgettaire gevolgen van beleid

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Woningmarkt (Tweede suppletoire begroting 2025) (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1)

Mutaties 2e suppletoire begroting (2)

Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2)

Art.

Verplichtingen

8.025.863

329.526

8.355.389

     
 

Uitgaven

6.831.464

‒ 159.674

6.671.790

     

1.1

Woningmarkt

6.363.504

‒ 96.548

6.266.956

 

Subsidies (regelingen)

120.536

‒ 1.232

119.304

 

Betaalbare Koopwoningen Starters

30.000

0

30.000

 

Bevordering eigen woningbezit

5.600

‒ 2.300

3.300

 

Ouderenhuisvesting

16.257

0

16.257

 

Stimuleringsmiddelen wooncoöperaties

61.654

0

61.654

 

Woningmarkt

5.711

616

6.327

 

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

1.314

452

1.766

 

Opdrachten

98.648

‒ 202

98.446

 

NHG risicovoorziening

91.499

0

91.499

 

Woningmarkt

5.490

‒ 531

4.959

 

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

1.659

329

1.988

 

Inkomensoverdrachten

5.894.838

0

5.894.838

 

Huurtoeslag

5.894.838

0

5.894.838

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

3.799

15

3.814

 

Woningmarkt

3.799

15

3.814

 

Bijdrage aan medeoverheden

216.114

‒ 92.903

123.211

 

Caribisch Nederland

18.100

3.507

21.607

 

Grote gezinnen

2.000

0

2.000

 

Opvang Evacuees

1.500

‒ 181

1.319

 

Uitvoeringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur

96.229

‒ 96.229

0

 

Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid

98.285

0

98.285

 

Bijdrage aan agentschappen

28.153

‒ 1.926

26.227

 

Dienst van de Huurcommissie

26.227

0

26.227

 

RVO (Uitvoeringskosten BEW)

1.926

‒ 1.926

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

1.416

‒ 300

1.116

 

Infrastructuur en Waterstaat (XII)

1.416

‒ 300

1.116

1.2

Woningbouw

467.960

‒ 63.126

404.834

 

Subsidies (regelingen)

28.026

‒ 11.268

16.758

 

Woningbouw

1.029

534

1.563

 

Opschalen Woningbouw

26.997

‒ 11.802

15.195

 

Garanties

3.000

0

3.000

 

Doorbouwgarantie

3.000

0

3.000

 

Opdrachten

9.927

1.341

11.268

 

Grootschalige woningbouwgebieden

4.318

‒ 2.712

1.606

 

Tijdelijke uitvoeringsorganisatie

72

0

72

 

Volkshuisvestingsfonds

770

0

770

 

Woningbouw

4.650

2.205

6.855

 

Woningbouwimpuls

117

0

117

 

Opschalen Woningbouw

0

1.848

1.848

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

320

0

320

 

CBS

320

0

320

 

Bijdrage aan medeoverheden

372.877

‒ 50.444

322.433

 

Grootschalige woningbouwgebieden

94.838

0

94.838

 

Kwetsbare groepen

34.700

‒ 5.735

28.965

 

Studentenwoningenstartbouwimpuls

30.000

19.008

49.008

 

Versnelling huisvesting

20.766

0

20.766

 

Vestigingsklimaat

68.750

0

68.750

 

Volkshuisvestingsfonds

45

0

45

 

Woningbouwimpuls

123.778

‒ 63.717

60.061

 

Bijdrage aan agentschappen

53.810

‒ 2.755

51.055

 

Grootschalige Rijksprojecten

13.716

0

13.716

 

RVB

39.400

‒ 4.300

35.100

 

RVO

694

1.545

2.239

     
 

Ontvangsten

563.334

12.235

575.569

     

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 5 Geschatte budgetflexibiliteit art. 1 Woningmarkt (Tweede suppletoire begroting 2025)
 

2025

juridisch verplicht

93%

bestuurlijk gebonden

6%

beleidsmatig gereserveerd

1%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 93% juridisch verplicht.

Uitgaven

1.1 Woningmarkt

Bijdrage aan medeoverheden

Caribisch Nederland

Een aantal teruggevorderde bedragen wordt opnieuw ingezet ten behoeve van Caribisch Nederland. Dit betreft een terugvordering van een subsidie om deze als renteloze lening te verstrekken. En zijn middelen van de verhuurderssubsidie teruggevorderd om dit jaar opnieuw in te zetten voor hetzelfde instrument. Dit betreft € 3,4 mln.

Het restant (€ 0,1 mln.) betreft een kleine (technische) reallocatie.

Uitvoeringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur

Medeoverheden krijgen extra werkzaamheden op basis van het nog in werking te treden wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. In een artikel-2-onderzoek is vastgesteld dat deze werkzaamheden financiële gevolgen (incidentele en structurele uitvoeringslasten) voor gemeenten en provincies hebben. Deze overboekingen zijn ter compensatie van de incidentele uitvoeringslasten. In dat onderzoek is de hoogte bepaald op € 48,8 mln. voor gemeenten en € 9,5 mln. voor provincies. Deze bedragen worden respectievelijk via het gemeentefonds en provinciefonds aan de medeoverheden uitgekeerd.

De Wet Regie is aangenomen door de Tweede Kamer en ligt momenteel voor ter behandeling bij Eerste Kamer. De ingangsdatum zal daarom op zijn vroegst 1 januari 2026 zijn. De structurele uitvoeringskosten voor gemeenten en provincies die voor de tweede helft van 2025 gereserveerd waren (€ 36,9 mln.) zijn niet meer nodig en vallen daarom vrij.

De resterende € 1,0 mln. betreft uitvoeringskosten van gemeenten voor de Wet maximering van huurprijsverhogingen in de geliberaliseerde sector (Wmhgh), die is aangescherpt naar aanleiding van de Wet betaalbare huur. Dit is de overboeking voor de uitvoeringskosten in 2025; bij Voorjaarsnota 2026 volgt een meerjarige overboeking voor de periode 2026-2029.

1.2 Woningbouw

Subsidies (regelingen)

Opschalen Woningbouw

De middelen voor opschalen woningbouw zijn onderdeel van de woningbouwenveloppe van € 5 mld. Dit betreft een saldo van diverse mutaties.

Het ministerie van VRO verstrekt een subsidie in het kader van innovatie en opschaling op het woningbouwdomein. Vanwege het centraal opdrachtgeverschap vanuit artikel 2 vindt er een reallocatie plaats van € 5,5 mln. naar het instrument «Energietransitie en duurzaamheid» om de subsidie te kunnen verstrekken via het juiste budget.

Daarnaast vindt een reallocatie plaats van het instrument subsidies naar het instrument opdrachten, om deze budgetten op het juiste instrument te verantwoorden. Het gaat in totaal om € 4,3 mln.

De resterende € 2,1 mln. betreft diverse kleine (technische) reallocaties en bijdragen aan andere departementen.

Bijdrage aan medeoverheden

Kwetsbare groepen

Voor de Regeling Huisvesting Aandachtgroepen (RHA) worden binnen hetzelfde instrument middelen gerealloceerd ten behoeve van de RHA Studenten. Dit betreft € 5,9 mln.

Het restant (€ 0,2 mln.) betreft een kleine (technische) reallocatie.

Studentenwoningenstartbouwimpuls

Er is grote maatschappelijke behoefte aan extra studentenhuisvesting in Nederland. Binnen de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) is er € 30 mln. beschikbaar voor het realiseren van studentenwoningen. De regeling is echter overtekend. Het kabinet trekt daarom € 19 mln. extra uit voor studentenhuisvesting. Dit wordt gedekt uit hogere terugontvangsten van de regeling die worden gedesaldeerd (€ 13,1 mln.) en reallocaties binnen RHA zelf (€ 5,9 mln.). Hiermee kunnen 2100 extra studentenwoningen worden gerealiseerd.

Woningbouwimpuls

Op de Woningbouwimpuls is er voor minder middelen aangevraagd dan er eerder is geraamd. Deze middelen (€ 57 mln.) zullen daarom niet meer worden uitgegeven.

Daarnaast vindt er een reallocatie plaats voor de hoger dan verwachte zakelijke lasten op artikel 4. Hiervoor wordt € 6,7 mln. gerealloceerd van de Woningbouwimpuls naar het budget voor de zakelijke lasten.

Ontvangsten

Dit saldo betreft diverse desalderingen.

Een deel van de projecten die een aanvraag hebben gedaan voor eerdere tranches van de Regeling huisvesting aandachtsgroepen (RHA) en andere woningbouwregelingen voldoet niet aan de eisen voor een bijdrage. Deze middelen zijn teruggevorderd. Er wordt voor € 13,1 mln. aan ontvangsten op dit budget gedesaldeerd en toegevoegd aan het budget voor de RHA Studenten voor 2025.

Voor de inkoop en plaatsing van flexwoningen vinden meerdere desalderingen plaats van per saldo € - 4,3 mln. Dit wordt veroorzaakt door lager dan geraamde inkoopkosten en doordat een deel van de ingekochte flexwoningen nog niet op de definitieve locatie geplaatst is.

Een aantal teruggevorderde bedragen wordt opnieuw ingezet ten behoeve van Caribisch Nederland. Dit betreft een terugvordering van een subsidie om deze als renteloze lening te verstrekken. En zijn middelen van de verhuurderssubsidie teruggevorderd om dit jaar opnieuw in te zetten voor hetzelfde instrument. Dit betreft € 3,4 mln.

Licence