Budgettaire gevolgen van beleid
Vastgestelde begroting (incl. Suppletoire begrotingen, NvW en amendementen) (1) | Mutaties 2e suppletoire begroting (2) | Stand 2e suppletoire begroting (3) = (1) + (2) | ||
|---|---|---|---|---|
Art. | Verplichtingen | 8.025.863 | 329.526 | 8.355.389 |
Uitgaven | 6.831.464 | ‒ 159.674 | 6.671.790 | |
1.1 | Woningmarkt | 6.363.504 | ‒ 96.548 | 6.266.956 |
Subsidies (regelingen) | 120.536 | ‒ 1.232 | 119.304 | |
Betaalbare Koopwoningen Starters | 30.000 | 0 | 30.000 | |
Bevordering eigen woningbezit | 5.600 | ‒ 2.300 | 3.300 | |
Ouderenhuisvesting | 16.257 | 0 | 16.257 | |
Stimuleringsmiddelen wooncoöperaties | 61.654 | 0 | 61.654 | |
Woningmarkt | 5.711 | 616 | 6.327 | |
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 1.314 | 452 | 1.766 | |
Opdrachten | 98.648 | ‒ 202 | 98.446 | |
NHG risicovoorziening | 91.499 | 0 | 91.499 | |
Woningmarkt | 5.490 | ‒ 531 | 4.959 | |
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 1.659 | 329 | 1.988 | |
Inkomensoverdrachten | 5.894.838 | 0 | 5.894.838 | |
Huurtoeslag | 5.894.838 | 0 | 5.894.838 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 3.799 | 15 | 3.814 | |
Woningmarkt | 3.799 | 15 | 3.814 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 216.114 | ‒ 92.903 | 123.211 | |
Caribisch Nederland | 18.100 | 3.507 | 21.607 | |
Grote gezinnen | 2.000 | 0 | 2.000 | |
Opvang Evacuees | 1.500 | ‒ 181 | 1.319 | |
Uitvoeringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur | 96.229 | ‒ 96.229 | 0 | |
Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid | 98.285 | 0 | 98.285 | |
Bijdrage aan agentschappen | 28.153 | ‒ 1.926 | 26.227 | |
Dienst van de Huurcommissie | 26.227 | 0 | 26.227 | |
RVO (Uitvoeringskosten BEW) | 1.926 | ‒ 1.926 | 0 | |
Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken | 1.416 | ‒ 300 | 1.116 | |
Infrastructuur en Waterstaat (XII) | 1.416 | ‒ 300 | 1.116 | |
1.2 | Woningbouw | 467.960 | ‒ 63.126 | 404.834 |
Subsidies (regelingen) | 28.026 | ‒ 11.268 | 16.758 | |
Woningbouw | 1.029 | 534 | 1.563 | |
Opschalen Woningbouw | 26.997 | ‒ 11.802 | 15.195 | |
Garanties | 3.000 | 0 | 3.000 | |
Doorbouwgarantie | 3.000 | 0 | 3.000 | |
Opdrachten | 9.927 | 1.341 | 11.268 | |
Grootschalige woningbouwgebieden | 4.318 | ‒ 2.712 | 1.606 | |
Tijdelijke uitvoeringsorganisatie | 72 | 0 | 72 | |
Volkshuisvestingsfonds | 770 | 0 | 770 | |
Woningbouw | 4.650 | 2.205 | 6.855 | |
Woningbouwimpuls | 117 | 0 | 117 | |
Opschalen Woningbouw | 0 | 1.848 | 1.848 | |
Bijdrage aan ZBO's/RWT's | 320 | 0 | 320 | |
CBS | 320 | 0 | 320 | |
Bijdrage aan medeoverheden | 372.877 | ‒ 50.444 | 322.433 | |
Grootschalige woningbouwgebieden | 94.838 | 0 | 94.838 | |
Kwetsbare groepen | 34.700 | ‒ 5.735 | 28.965 | |
Studentenwoningenstartbouwimpuls | 30.000 | 19.008 | 49.008 | |
Versnelling huisvesting | 20.766 | 0 | 20.766 | |
Vestigingsklimaat | 68.750 | 0 | 68.750 | |
Volkshuisvestingsfonds | 45 | 0 | 45 | |
Woningbouwimpuls | 123.778 | ‒ 63.717 | 60.061 | |
Bijdrage aan agentschappen | 53.810 | ‒ 2.755 | 51.055 | |
Grootschalige Rijksprojecten | 13.716 | 0 | 13.716 | |
RVB | 39.400 | ‒ 4.300 | 35.100 | |
RVO | 694 | 1.545 | 2.239 | |
Ontvangsten | 563.334 | 12.235 | 575.569 | |
Geschatte budgetflexibiliteit
2025 | |
|---|---|
juridisch verplicht | 93% |
bestuurlijk gebonden | 6% |
beleidsmatig gereserveerd | 1% |
nog niet ingevuld/vrij te besteden | 0% |
Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 93% juridisch verplicht.
Uitgaven
1.1 Woningmarkt
Bijdrage aan medeoverheden
Caribisch Nederland
Een aantal teruggevorderde bedragen wordt opnieuw ingezet ten behoeve van Caribisch Nederland. Dit betreft een terugvordering van een subsidie om deze als renteloze lening te verstrekken. En zijn middelen van de verhuurderssubsidie teruggevorderd om dit jaar opnieuw in te zetten voor hetzelfde instrument. Dit betreft € 3,4 mln.
Het restant (€ 0,1 mln.) betreft een kleine (technische) reallocatie.
Uitvoeringskosten Wetsvoorstellen Regie en Betaalbare Huur
Medeoverheden krijgen extra werkzaamheden op basis van het nog in werking te treden wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. In een artikel-2-onderzoek is vastgesteld dat deze werkzaamheden financiële gevolgen (incidentele en structurele uitvoeringslasten) voor gemeenten en provincies hebben. Deze overboekingen zijn ter compensatie van de incidentele uitvoeringslasten. In dat onderzoek is de hoogte bepaald op € 48,8 mln. voor gemeenten en € 9,5 mln. voor provincies. Deze bedragen worden respectievelijk via het gemeentefonds en provinciefonds aan de medeoverheden uitgekeerd.
De Wet Regie is aangenomen door de Tweede Kamer en ligt momenteel voor ter behandeling bij Eerste Kamer. De ingangsdatum zal daarom op zijn vroegst 1 januari 2026 zijn. De structurele uitvoeringskosten voor gemeenten en provincies die voor de tweede helft van 2025 gereserveerd waren (€ 36,9 mln.) zijn niet meer nodig en vallen daarom vrij.
De resterende € 1,0 mln. betreft uitvoeringskosten van gemeenten voor de Wet maximering van huurprijsverhogingen in de geliberaliseerde sector (Wmhgh), die is aangescherpt naar aanleiding van de Wet betaalbare huur. Dit is de overboeking voor de uitvoeringskosten in 2025; bij Voorjaarsnota 2026 volgt een meerjarige overboeking voor de periode 2026-2029.
1.2 Woningbouw
Subsidies (regelingen)
Opschalen Woningbouw
De middelen voor opschalen woningbouw zijn onderdeel van de woningbouwenveloppe van € 5 mld. Dit betreft een saldo van diverse mutaties.
Het ministerie van VRO verstrekt een subsidie in het kader van innovatie en opschaling op het woningbouwdomein. Vanwege het centraal opdrachtgeverschap vanuit artikel 2 vindt er een reallocatie plaats van € 5,5 mln. naar het instrument «Energietransitie en duurzaamheid» om de subsidie te kunnen verstrekken via het juiste budget.
Daarnaast vindt een reallocatie plaats van het instrument subsidies naar het instrument opdrachten, om deze budgetten op het juiste instrument te verantwoorden. Het gaat in totaal om € 4,3 mln.
De resterende € 2,1 mln. betreft diverse kleine (technische) reallocaties en bijdragen aan andere departementen.
Bijdrage aan medeoverheden
Kwetsbare groepen
Voor de Regeling Huisvesting Aandachtgroepen (RHA) worden binnen hetzelfde instrument middelen gerealloceerd ten behoeve van de RHA Studenten. Dit betreft € 5,9 mln.
Het restant (€ 0,2 mln.) betreft een kleine (technische) reallocatie.
Studentenwoningenstartbouwimpuls
Er is grote maatschappelijke behoefte aan extra studentenhuisvesting in Nederland. Binnen de Regeling Huisvesting Aandachtsgroepen (RHA) is er € 30 mln. beschikbaar voor het realiseren van studentenwoningen. De regeling is echter overtekend. Het kabinet trekt daarom € 19 mln. extra uit voor studentenhuisvesting. Dit wordt gedekt uit hogere terugontvangsten van de regeling die worden gedesaldeerd (€ 13,1 mln.) en reallocaties binnen RHA zelf (€ 5,9 mln.). Hiermee kunnen 2100 extra studentenwoningen worden gerealiseerd.
Woningbouwimpuls
Op de Woningbouwimpuls is er voor minder middelen aangevraagd dan er eerder is geraamd. Deze middelen (€ 57 mln.) zullen daarom niet meer worden uitgegeven.
Daarnaast vindt er een reallocatie plaats voor de hoger dan verwachte zakelijke lasten op artikel 4. Hiervoor wordt € 6,7 mln. gerealloceerd van de Woningbouwimpuls naar het budget voor de zakelijke lasten.
Ontvangsten
Dit saldo betreft diverse desalderingen.
Een deel van de projecten die een aanvraag hebben gedaan voor eerdere tranches van de Regeling huisvesting aandachtsgroepen (RHA) en andere woningbouwregelingen voldoet niet aan de eisen voor een bijdrage. Deze middelen zijn teruggevorderd. Er wordt voor € 13,1 mln. aan ontvangsten op dit budget gedesaldeerd en toegevoegd aan het budget voor de RHA Studenten voor 2025.
Voor de inkoop en plaatsing van flexwoningen vinden meerdere desalderingen plaats van per saldo € - 4,3 mln. Dit wordt veroorzaakt door lager dan geraamde inkoopkosten en doordat een deel van de ingekochte flexwoningen nog niet op de definitieve locatie geplaatst is.
Een aantal teruggevorderde bedragen wordt opnieuw ingezet ten behoeve van Caribisch Nederland. Dit betreft een terugvordering van een subsidie om deze als renteloze lening te verstrekken. En zijn middelen van de verhuurderssubsidie teruggevorderd om dit jaar opnieuw in te zetten voor hetzelfde instrument. Dit betreft € 3,4 mln.