Base description which applies to whole site

VII Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 4.810.993.000

Figuur 2 Geraamde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 1.615.066.000

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

Wetsartikel 2

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de baten en de lasten, het saldo van de baten en de lasten en de kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de in de staat opgenomen baten-lastenagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld en worden de verplichtingen, ontvangsten en uitgaven van verplichtingen-kasagentschappen voor het onderhavige jaar vastgesteld. De in die begrotingen opgenomen begrotingsartikelen worden toegelicht in onderdeel B (Begrotingstoelichting) van deze memorie van toelichting en wel in de paragraaf inzake de agentschappen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,P.E.Heerma

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt de begroting 2027 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII). Deze begroting is ingediend door het kabinet-Jetten.

Groeiparagraaf

De begroting 2027 bouwt voort op de ontwikkeling van de begroting 2026.

De begroting 2027 bevat een aantal wijzigingen ten opzichte van 2026. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Sinds de start van het kabinet-Jetten is het ministerie van VRO opgeheven en valt de begroting van VRO (H22) weer onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De begroting van VRO is daardoor gewijzigd van een departementale begroting naar een programmabegroting.

  • De budgetten van het centraal apparaatsartikel van VRO zijn vanaf het begrotingsjaar 2027 teruggeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK (H7). De apparaatsbudgetten van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) blijven op de begroting van VRO geraamd staan en zijn vanaf begrotingsjaar 2027 overgeheveld naar artikel 2 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit.

  • Naar aanleiding van het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten is de programmadirectie Werk aan Uitvoering (WaU) van het ministerie van SZW naar het ministerie van BZK overgeheveld. De middelen zijn overgeheveld naar artikel 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid.

  • Naar aanleiding van het coalitieakkoord van het kabinet-Jetten heeft de departementale herverdeling Digitalisering plaatsgevonden. Het digitaliseringsbeleid voor de samenleving en overheid wordt ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit. De hiervoor beschikbare middelen op de begroting van het ministerie van BZK zijn overgeheveld naar het ministerie van EZK. Het ministerie van BZK borgt vanuit de portefeuille van staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, de realisatiekracht van een slagvaardige overheid: uitvoerbaar, mensgericht, veilig en uitvoeringsvast binnen de gehele overheid.

  • In navolging van de moties Van der Maas c.s. (Kamerstukken II 2025/2026, 36945, nr. 16) en Van Dijck (Kamerstukken II 2025/2026, 36945, nr. 27) is de beleidsagenda van deze begroting aangevuld met de paragraaf Slagvaardige Overheid.

Algemene doelstelling beleidsartikelen

Elk beleidsartikel begint met de beschrijving van de algemene doelstelling. Vanaf de begroting 2026 is besloten om bij de afronding van elke toekomstige Periodieke Rapportage opnieuw te bekijken of de formulering goed aansluit bij de actuele beleidstheorie en deze waar nodig aan te passen. Het formuleren van de beleidstheorie is een vast element van de voorgeschreven Periodieke Rapportages die over elk beleidsartikel eens in de 4-7 jaar worden uitgevoerd. De planning van deze onderzoeken staat opgenomen in de Strategische Evaluatie Agenda. In deze begroting is de algemene doelstelling van beleidsartikel 6.5 aangescherpt op basis van de recent gereconstrueerde beleidstheorie uit de in 2026 gepubliceerde Periodieke Rapportage (Kamerstuk 36800-VII, nr.98).

Beleidsagenda

De beleidsagenda geeft een overzicht van de hoofdlijnen van het beleid en wordt afgesloten met de volgende overzichten:

  • Overzichtstabel met de belangrijkste beleidsmatige mutaties;

  • Openbaarheidsparagraaf;

  • Strategische evaluatieagenda;

  • Overzicht risicoregelingen.

In het overzicht van risicoregelingen is de tabel «leningen» opgenomen, dit betreft de lening aan de Stichting Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen.

Beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staan de beleids- en de financiële informatie over de voorgenomen uitgaven. De begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) bevat zes beleidsartikelen:

  • artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

  • artikel 2. Nationale veiligheid

  • artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

  • artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

  • artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

  • artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief

Een beleidsartikel is opgebouwd uit de volgende elementen:

  • A. Algemene doelstelling

  • B. Rol en verantwoordelijkheid

  • C. Beleidswijzigingen

  • D. Budgettaire gevolgen van beleid en budgetflexibiliteit

  • E. Toelichting op de instrumenten

Voor de toelichting op het niveau van de financiële instrumenten wordt, conform de Rijksbegrotingsvoorschriften 2026, gebruik gemaakt van onderstaande staffel.

Tabel 1 Ondergrens (staffel) op basis van Rijksbegrotingsvoorschriften 2026

Artikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Openbaar bestuur en democratie

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

2. Nationale Veiligheid

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 2 mln.

7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln.Ontvangsten: 2 mln.

11. Centraal apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 5 mln.Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln.Ontvangsten: 4 mln.

12. Algemeen

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

13. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln.Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln.Ontvangsten: 2 mln.

14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

15. Een veilig Groningen met perspectief

Verplichtingen/Uitgaven: 10 mln. Ontvangsten: 10 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 20 mln. Ontvangsten: 20 mln.

Budgetflexibiliteit

De peildatum van de gepresenteerde budgetflexibiliteit (op basis van juridische verplichtingen) is 1 januari 2027.

Niet-beleidsartikelen

De begroting van BZK bevat drie niet-beleidsartikelen:

  • artikel 11. Centraal apparaat

  • artikel 12. Algemeen

  • artikel 13. Nog onverdeeld

Begroting agentschappen

De begroting van BZK kent de volgende zeven baten-lastenagentschappen:

  • Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

  • Logius

  • Organisatie & Personeel (O&P Rijk)

  • Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (RODI)

  • FMHaaglanden (FMH)

  • Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)

  • Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL)

Bijlagen

De begroting van BZK bevat de volgende bijlagen:

  • 1. Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak

  • 2. Specifieke uitkeringen

  • 3. Subsidieoverzicht

  • 4. Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda

  • 5. Overzicht Rijksuitgaven Wind in de Zeilen

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

In de beleidsagenda zijn de hoofddoelen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaar 2027 opgenomen en waar mogelijk wordt ook ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. Inzicht in en aandacht voor doelen, resultaten en risico’s zijn van belang om weloverwogen beleidskeuzes te kunnen maken. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36740, nr. 7), Hoogeveen (Kamerstuk 36945, nr. 17) en Van der Lee c.s. (Kamerstuk 36740, nr. 8) over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken.

De belangrijkste doelen voor 2027 van het ministerie van BZK zijn:

  • Het versterken van de weerbaarheid van de democratische rechtsstaat;

  • Het versterken van regio’s door middel van samenwerking

  • Goed en slagvaardig bestuur: het verbeteren van uitvoerbaarheid, vereenvoudiging en vernieuwing

In onderstaande tekst worden de bovengenoemde doelen en prioriteiten voor 2027 verder uitgewerkt en wordt aangegeven welke doelen ook in de komende periode prioriteit blijven houden. Daarnaast zijn de hoofddoelen en bijbehorende risico’s nader uitgewerkt in de beleidsartikelen.

Democratie en rechtsstaat

Een weerbare democratische rechtsstaat is een kernopgave van dit kabinet. We treffen maatregelen om risico’s voor de democratie te beperken, waaronder het risico op autocratisering en dreigingen die vanuit zowel binnen als buiten Nederland komen. Dit doen we onder andere door vanaf 2027 middelen beschikbaar te maken voor medeoverheden om maatregelen te nemen tegen hybride en militaire dreigingen. Ook is het van groot belang onze democratische instituties te versterken. Daarom zetten we in 2027 in op de behandeling van de Wet op de politieke partijen (Wpp). In dit wetsvoorstel wordt onder andere voorgesteld financiering van politieke partijen uit te breiden van landelijke partijen naar lokale politieke partijen en te voorzien in de oprichting van een onafhankelijke toezichthouder. Verder introduceert de Wpp een specifieke verbodsgrond voor politieke partijen indien een politieke partij een ernstige bedreiging vormt voor de democratische rechtsstaat.

In 2027 zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten, algemene besturen van de waterschappen, eilandsraden, kiescolleges en Eerste Kamer. Het experiment met een nieuw stembiljet wordt bij deze verkiezingen voortgezet in een aantal gemeenten, terwijl een wetsvoorstel voor landelijke invoering wordt voorbereid. Naar aanleiding van de aanbevelingen van de staatscommissie Remkes en de kabinetsreactie daarop (Kamerstukken II 2025/26, 34430, nr. 10) zetten we stappen voor de parlementaire behandeling van drie grondwetsvoorstellen om het parlementair stelsel verder te versterken door bij te dragen aan een heldere rolverdeling tussen de Kamers.

In 2027 werken we verder aan de realisatie van het huidige wetsvoorstel bijstand in het stemhokje, het wetsvoorstel ter versterking van de kandidaatstellingsprocedure, de wetsvoorstellen tot modernisering van de procedure voor vervolging van ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen, wetsvoorstellen omtrent het nationaal decoratiestelsel, het wetsvoorstel wijziging verlof- en vervangingsregeling en het wetsvoorstel overdracht pensioenen politieke ambtsdragers aan ABP.

Andere maatregelen zijn gericht op het versterken van integriteit, menselijkheid en transparantie. In 2027 werken we verder aan het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht, het wetsvoorstel voor een lobbyregister en het wetsvoorstel bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur tweede tranche. Daarnaast werken we verder aan de totstandkoming van kwaliteitseisen voor integriteitsonderzoek bij vermeende integriteitsschendingen door decentrale politieke ambtsdragers.

We richten ons ook op onze democratische gemeenschap. Intimidatie en bedreiging vormen een risico voor het politieke ambt en ambtsdragers. We ondersteunen ambtsdragers daarom op verschillende manieren, zoals via het Netwerk Weerbaar Bestuur voor lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers en het ‘Leernetwerk veilig vergaderen’. Dit leernetwerk wordt in 2027 voortgezet voor gemeenten en provincies om kennis, ervaringen en praktijkvoorbeelden uit te wisselen. Met oog op de aantrekkelijkheid van het politieke ambt, werken we aan werkdrukverlagende maatregelen, arbeidsvoorwaardelijke voorzieningen of faciliterende handelswijzen. Ook komt er een kabinetsreactie op het advies ‘Een gewaardeerd ambt’ van het Adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers (Arpa) waarin de rechtspositionele aspecten worden beschouwd.

Om de democratische gemeenschap weerbaarder te maken ten aanzien van dreigingen van buitenaf werken we onder meer aan de inrichting van een detectieorganisatie voor buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging en beogen we het wetsvoorstel hiervoor voor het einde van 2027 bij de Tweede Kamer in te dienen.

We ondersteunen het decentraal bestuur en het rijk ook bij het omgaan met maatschappelijke onrust, inclusief anti-institutionele sentimenten en desinformatie. Het interbestuurlijk Ondersteuningsnetwerk Maatschappelijke Onrust helpt overheden om de kansen van maatschappelijk ongenoegen te benutten, en goed om te gaan met de risico’s van maatschappelijk ongenoegen, zoals ontwrichting van de openbare orde.

Onze democratische gemeenschap is breder en gaat over de hele samenleving: de democratie is van en voor burgers. Zo versterken we het democratisch ethos in de samenleving, onder andere door extra inzet vanaf 2027 op het aanbod van ProDemos. Daarnaast blijven we investeren in ondersteuning voor betekenisvolle vormen van invloed en zeggenschap op nationaal en decentraal niveau. Ook bouwen we met het Vfonds verder aan een brede alliantie op democratisch burgerschap dat mensen helpt actief mee te doen aan de democratie. Een onderdeel hiervan is Loket D, waar kleinschalige maatschappelijke initiatieven subsidie kunnen aanvragen voor activiteiten die de democratie versterken.

Grondrechten en gelijke behandeling

We versterken het belang van de Grondwet en van grondrechten, van ‘checks and balances’ in ons democratisch bestel, van rechtsstatelijke instituties en rechtsbeginselen. Zo dienen we in 2027 het wetsvoorstel in om constitutionele toetsing van wetten aan klassieke grondrechten door de rechter mogelijk te maken. Ook zetten we er, door middel van verschillende onderzoeken, op in dat de Grondwet bescherming biedt die past bij de huidige tijd, waarin digitale technologie steeds belangrijker wordt in de verhouding tussen overheid en burgers. Ook zetten we stappen om het wettelijk kader rondom het demonstratierecht aan te passen. Zo werken we aan een bevoegdheid voor burgemeesters tot bestuurlijk verplaatsen en het op enkele punten wijzigen van de Wet openbare manifestaties.

Daarnaast treden we daadkrachtig op tegen degenen die zich schuldig maken aan discriminatie en racisme. Zo brengen we in 2027 een voorstel in procedure voor de herziening van het stelsel van antidiscriminatievoorzieningen, wordt een wetsvoorstel voorbereid om overheidshandelen onder de reikwijdte van de Algemene wet gelijke behandelingen te brengen en geven we opvolging aan adviezen van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme.

We investeren ook in de kracht van gemeenschappen die zijn geraakt door de doorwerking van het slavernijverleden, als onderdeel van onze inzet om de kracht van de samenleving te versterken en ruimte te bieden aan burgers, gemeenschappen en maatschappelijke initiatieven. 

Nationale veiligheid

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. Door de toenemende (digitale) dreigingen en een volatiele geopolitieke context zal het belang van het werk van de AIVD ook in 2027 blijven toenemen. Dreigingen zijn vaker met elkaar verbonden, vaker urgent van aard en nemen steeds meer toe. Conflicten in het buitenland hebben een grote invloed op de nationale en internationale veiligheid, in het bijzonder de oorlog van Rusland tegen Oekraïne en de conflicten in het Midden-Oosten.

De AIVD richt zich op het slim inzetten van technologische toepassingen en ontwikkelingen. Technologische ontwikkelingen gaan razendsnel en daarin vooroplopen is een essentieel onderdeel van de algehele weerbaarheid.

Verder zet de AIVD in op het versterken van de eigenstandige en unieke inlichtingenpositie. Daarmee wordt bijgedragen aan de ambitie van het kabinet om de Europese strategische autonomie te verstevigen. Daar hoort ook de intensivering van de samenwerking op Europees niveau op het gebied van inlichtingen en veiligheid bij. Centraal staat het versterken van de weerbaarheid van democratische instellingen en de samenleving, onder meer tegen vijandige hybride activiteiten.

Dat vraagt allemaal om een sterke en goed toegeruste inlichtingen- en veiligheidsdienst die een veelheid aan dreigingen van onze nationale veiligheid tijdig kan onderkennen en tegengaan. Daarom zet het kabinet in op een toekomstbestendig, techniekneutraal en dreigingsgericht wettelijk kader met effectieve bevoegdheden en passende waarborgen. De inlichtingen- en veiligheidsdiensten hebben namelijk een nieuwe en versterkte wet nodig die past bij de huidige en toekomstige binnen- en buitenlandse dreigingen, geopolitieke en technologische veranderingen en de toenemende digitalisering van de samenleving.

Visie op de rol van regio's en regionale samenwerking

De regio wordt steeds belangrijker als plek waar maatschappelijke, economische en bestuurlijke actoren samenkomen rond maatschappelijke opgaven die de werkgebieden, taken en bevoegdheden van individuele overheden overstijgen. Regionale samenwerking biedt kansen voor o.a. het versterken van beleids- of uitvoeringskracht en kent tegelijk ook knelpunten, bijvoorbeeld ten aanzien van democratische legitimiteit. Door de toenemende regionalisering verandert de positie van gemeenten en provincies in het openbaar bestuur. We werken daarom aan een visie op de regio en regionale samenwerking die richting geeft en instrumentarium bevat om meer regie te voeren op regionalisering. Door de impact van regionalisering op het openbaar bestuur zal de visie een bredere scope hebben dan alleen het regionale niveau. De visie zal bijvoorbeeld ook gaan over de bestuurskracht, uitvoeringskracht en schaalgrootte van gemeenten en provincies. Begin 2027 wordt de visie vastgesteld, waarna we samen met andere departementen en medeoverheden aan de slag gaan met de implementatie. 

Uitwerking van Elke Regio Telt!

Sterke regio's zijn een prioriteit van dit kabinet. In het verlengde van het rapport Elke regio telt! werken Rijk en regio binnen het Nationaal Programma Vitale Regio's (NPVR) samen aan gelijkwaardige kansen voor inwoners, ongeacht waar zij wonen. In 2027 brengen wij met de elf regio's de regionale uitvoeringsagenda's tot uitvoering, met drie doelstellingen: veilige en leefbare regio's, een duurzaam en bereikbaar voorzieningenniveau en een gezonde en kansrijke toekomst. We stellen betere samenwerking en de doorontwikkeling van de beleids- en investeringslogica centraal: rijksbeleid dat beter aansluit op regionale verschillen en bestaande publieke en private middelen gerichter benut. Zo bouwen wij, samen met medeoverheden, structureel aan vitale regio's in heel Nederland.

Strategische agenda's met regio's

In het coalitieakkoord staat opgenomen dat we samen met regio's werken aan strategische agenda's om grote opgaven in een gebied integraal en gezamenlijk te realiseren. In 2027 moet duidelijk zijn hoe we kunnen reageren op initiatieven in regio’s om regionale opgaven versneld op te pakken. We maken inzichtelijk welke inzet al wordt gedaan, hoe eventueel kan worden aangesloten op bestaande programma’s zoals NPVR en Regio Deals. BZK ontwikkelt zich tot logisch en toegankelijk aanspreekpunt dat regio’s helpt hun vraag te verhelderen en legt verbinding met andere ministeries. Het traject dat loopt in 2026 moet uitwijzen welke werkwijze hierbij het beste werkt en hoe de passage over Strategische Agenda’s uit het coalitieakkoord concreet wordt ingevuld. Het doel is dat samenwerking effectief en gebaseerd op brede welvaart plaatsvindt, zodat de rijksoverheid in 2027 sneller en in onderlinge afstemming kan handelen wanneer regio’s zich tot het rijk richten.

Gemeenschapsfonds

Het kabinet wil plekken voor ontmoeting stimuleren en daarom start in 2027 het Gemeenschapsfonds, met daarbinnen één subsidieregeling, toegankelijk via een rijksuitvoeringsorganisatie en mogelijk één of meerdere bestaande fondsen. Daarvoor is in het coalitieakkoord € 200 mln. beschikbaar gesteld. Met dit fonds versterken we, samen met maatschappelijke partners, het bedrijfsleven, de samenleving, medeoverheden en regio’s, voorzieningen voor ontmoeting en gemeenschapskracht. Denk aan buurthuizen, verenigingsgebouwen, dorpswinkels en de ondersteuning van dragende krachten zoals buurtverbinders en dorpsondersteuners. De inzet richt zich vooral op gebieden waar ontmoetingsplekken en sociale structuren onder druk staan, met oog voor maatschappelijke impact, uitvoerbaarheid, samenwerking, cofinanciering en het wegnemen van belemmeringen in de publiek-maatschappelijke samenwerking.

Herstel Groningen

De hersteloperatie in Groningen en Noord-Drenthe vraagt om blijvende betrokkenheid van het Rijk. Het kabinet heeft op 17 april 2026 de heer Nijboer benoemd als regeringscommissaris om de voortgang te bevorderen.

Schadeherstel

De afgelopen jaren zijn met Nij Begun belangrijke stappen gezet om de schadeafhandeling milder, menselijker en makkelijker te maken. Een belangrijk onderdeel van de verbeterde schadeafhandeling is dat bewoners goed ondersteund en begeleid worden bij hun schadeaanvraag, zodat ze een geïnformeerde keuze kunnen maken. Het intake-proces bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) wordt hierop eind 2026 aangepast met de invoering van een nieuw aanvragersportaal. In 2027 zal dit verder worden verbeterd en uitgebreid.

In het najaar van 2026 start het IMG met een pilot waarbij bewoners bij wie schade vermoed wordt, maar die nog geen aanvraag gedaan hebben, actief benaderd worden. Wanneer de nieuwe Groningenwet in 2027 van kracht is, zal deze werkwijze gefaseerd breder worden geïmplementeerd. Daarnaast zal het IMG in 2027 van start gaan met een aanpak voor compensatie voor gederfd woongenot.

Versterking

Bij de uitvoering van de versterkingsoperatie staan veiligheid, de veiligheidsbeleving en het creëren van vooruitgang voor de bewoners voorop. In het voorjaar van 2026 is door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) een herijking van de diepteanalyse gemaakt om te bepalen in hoeverre de toen gehanteerde planning nog haalbaar was en welke maatregelen getroffen konden worden; deze herijking zal jaarlijks plaats vinden. De NCG werkt ook aan de verdere verbetering van haar werkprocessen om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen. De ingebruikname van een centraal systeem voor verslaglegging van bewonerscontacten moet hierbij helpen.

Ook komend jaar geeft de NCG prioriteit aan adressen waar een complexe en/of langdurige versterkingsaanpak nodig is. Hier wordt een werkproces met onder andere maximale doorlooptijden voor ingericht. Verduurzaming wordt zoveel mogelijk meegenomen bij de versterking van woningen, zodat bewoners in één keer een veilig én toekomstbestendig huis krijgen.

Perspectief: Sociale en economische agenda's

In 2027 geven we, samen met de medeoverheden en tal van andere partijen, verdere uitvoering aan de sociale en de economische agenda's. Hiervoor is in 2026 een gemeenschappelijke regeling opgericht. Voor de uitvoering van de economische agenda wordt eind 2026 een stichting opgericht die de coördinatie van initiatieven en projecten voor zijn rekening neemt (Kamerstuk 2024/2025, 35561, nr. 68). Voor de sociale agenda blijft de huidige uitvoeringsstructuur gehandhaafd, en richten we ons op het uitbreiden van de maatregelen naar meer bewoners (Kamerstuk 2025/2026, 35561, nr. 74), zodat er meer bekendheid, betrokkenheid en een maatschappelijke beweging ontstaat. Daarnaast zetten we ons op ruimtelijk vlak in voor samenhangende keuzes via het NOVEX-Masterplan Zeehavens.

Vanuit de kabinetsbrede zorgplicht rond brede welvaart is onze betrokkenheid breder dan het beschikbaar stellen van de middelen. Het verbeteren van brede welvaart vergt een lange adem en drijft op samenwerking tussen en met medeoverheden, bedrijven en kennispartijen, én samenwerking met andere departementen. Het kabinet stelt hiervoor in het najaar van 2026 een uitvoeringsprogramma vast.

We monitoren of de maatregelen het gewenste effect hebben via de Staat van Groningen en Noord-Drenthe die jaarlijks eind april verschijnt. We hebben hierover het gesprek met de regio, bewoners en jongeren. Met regionale bestuurders kijken we of bijsturing nodig is.

Goed bestuur

Goed bestuur betekent een overheid die maatschappelijke opgaven effectief aanpakt. Met de Actieagenda Goed Bestuur zet BZK ook in 2027 in op het verbeteren van het samenspel tussen overheden op maatschappelijke opgaven. We investeren in een goede samenwerking tussen overheden, een passende verdeling van verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden en middelen en rijksbeleid dat uitvoerbaar is voor medeoverheden. Onder andere door implementatie en toepassing van het vastgestelde Beleidskader decentraal en gedeconcentreerd bestuur, waarmee het Rijk taken en bevoegdheden aan het best passende bestuurlijke niveau kan toedelen. BZK blijft in het oog houden of bestuurlijk financiële arrangementen op taken en opgaven die door het Rijk bij medeoverheden zijn belegd passend zijn en waarop indien nodig meer interbestuurlijke samenwerking nodig is, zoals de jeugdzorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), OV, natuur of de energietransitie. Met als doel een overheid die dienstbaar, slagvaardig, herkenbaar en democratisch gelegitimeerd is.

Uitvoerbaarheid voor medeoverheden

De uitvoerbaarheid van rijksbeleid voor medeoverheden staat onder druk, terwijl het voor een goed samenspel tussen overheden juist cruciaal is dat het rijksbeleid uitvoerbaar is. Een belangrijk instrument om de uitvoerbaarheid van rijksbeleid te vergroten is het standaard uitvoeren van een Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO). In 2027 zetten we in op het vergroten van de bekendheid en de kwaliteit van de toepassing van dit instrument.

Deze UDO wordt toegepast bij nieuwe of gewijzigde taken of beleid, die gevolgen hebben voor medeoverheden, vanaf de start van de beleidsvorming. Door het proces van de UDO te volgen worden medeoverheden vroegtijdig betrokken bij beleidsvorming en wetgeving vanuit het Rijk die hen raakt. Dit verbetert de uitvoerbaarheid van beleid aanzienlijk. De UDO is een verplichte kwaliteitseis binnen het beleidskompas.

Samenwerking tussen overheden

Overheden moeten goed op elkaar zijn ingespeeld om resultaten te kunnen boeken voor inwoners. Zoals ook is benadrukt in het rapport ‘Samen bouwen aan resultaten’ van de Studiegroep Interbestuurlijke Verhoudingen, vraagt dit om heldere afspraken over rollen, verantwoordelijkheden en randvoorwaarden voor uitvoering. Het kabinet geeft uitvoering aan de bouwstenen en adviezen uit dit rapport. Dit doet zij onder andere door in te blijven zetten op structureel overleg tussen de verschillende bestuurslagen. Dit is belangrijk, met name op die momenten waarop de uitvoeringspraktijk hiertoe aanleiding geeft. De organisatie van het Overhedenoverleg tussen kabinet en de koepels van medeoverheden blijft daarom een hoge prioriteit van dit kabinet. Op deze tafel vindt o.a. het gesprek over de Interbestuurlijke samenwerkingsagenda plaats. Dit is een agenda van de belangrijkste opgaven waarop Rijk en medeoverheden met elkaar samen moeten werken om uitvoerbaar beleid te kunnen maken, bijvoorbeeld als het gaat om woningbouw, veiligheid, economie, jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning. Dit gebeurt in nauwe samenhang met de ministeriële taskforces. Tijdens het overhedenoverleg wordt ook gereflecteerd op de interbestuurlijke samenwerking en worden knelpunten in deze samenwerking besproken.

Wijziging van de Financiële-verhoudingswet

Het wetsvoorstel om de Financiële-verhoudingswet te wijzigen is in 2026 bij de Tweede Kamer ingediend. Met het uitkeringsstelsel borgen we dat de inrichting van de financiële verhoudingen past bij de wijze waarop het Rijk en medeoverheden maatschappelijke opgaven oppakken. De bestuurlijke verantwoordelijkheid om deze opgaven op te lossen en te voorzien van een adequate, eenvoudige en passende bekostiging staat centraal. Zo introduceert het wetsvoorstel een nieuwe uitkeringsvorm (de bijzondere-fondsuitkering). Deze uitkering kan een alternatief bieden voor de specifieke uitkering. Daarnaast zetten we in op het verminderen van de lasten die samenhangen met specifieke uitkeringen voor zowel Rijk als medeoverheden. In 2027 zetten we in op de implementatie van het wetsvoorstel.

Aanpak mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag

Goed en slagvaardig bestuur leert ook uit de praktijk. Dat is een belangrijk uitgangspunt bij de aanpak om mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag beter te helpen en zo overlast tegen te gaan. Dit kabinet zet onder coördinatie van BZK de brede aanpak van de problematiek door. Samen met JenV, VWS, VRO en SZW geven we invulling aan deze brede aanpak, inclusief wonen en bestaanszekerheid. Er zijn daarbij vier prioritaire opgaven die de komende twee jaar politieke richting en landelijke slagkracht vergen. Dit zijn: i) meer (doorstroming van) plekken, ii) gegevensdeling, iii) landelijke regie met uitwerking in een lokale aanpak iv) betrouwbare en structurele financiering. Door landelijk regie te nemen op deze vraagstukken en de randvoorwaarden vast te leggen in bestuurlijke afspraken, stellen we gemeenten/regio’s in staat om lokaal ook structureel regie te nemen op deze domeinoverstijgende opgave.

Slagvaardige overheid

Het kabinet bouwt aan een slanke en slagvaardige overheid die focust op wat echt nodig is. We stellen heldere doelen: een overheid die eenvoudig en betrouwbaar is, die slagvaardig en wendbaar opereert, die eerlijk is over wat kan en verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen, een overheid die geworteld is in de samenleving en dichtbij mensen staat. We herstellen vertrouwen door te laten zien dat de overheid wél kan leveren. Het realiseren van de doelstellingen binnen de opgave Slagvaardige Overheid draagt ook bij aan de taakstellingen die zijn opgenomen in het coalitieakkoord: de efficiencytaakstelling (oplopend tot € 0,4 mld. vanaf 2030) en de taakstelling Vernieuwing Rijksdienst/slagvaardige overheid (oplopend tot € 1 mld. vanaf 2030).

Het is daarom cruciaal te komen tot één Rijksdienst die eenvoudig functioneert, flexibel en wendbaar is georganiseerd, opgavegericht werkt en realisatiekracht heeft. We vernieuwen de Rijksdienst om zo slagvaardig te kunnen werken aan de maatschappelijke opgaven die ertoe doen. Hiertoe is een kwartiermaker aangesteld en werken we langs vier actielijnen:

Vereenvoudiging van beleid en regelgeving

Beleid en regelgeving worden door burgers, ondernemers en professionals als complex en gedetailleerd ervaren. Minder en simpeler beleid en regelgeving geeft burgers en bedrijven lucht, maakt uitvoeringsorganisaties effectiever en efficiënter en zorgt dat de overheid betere dienstverlening kan leveren.

Hierbinnen werken we aan drie elementen. Allereerst vereenvoudiging en het verminderen van regeldruk. In 2027 wordt ingezet op de jaarlijkse Vereenvoudigingswet in samenspraak met alle ministeries, medeoverheden, inspecties en maatschappelijke partners. In het tegengaan van het risico van nieuwe complexiteit, wordt ingezet op een gedegen vereenvoudigingsaanpak, waarin beleid, publieke dienstverleners en inspecties worden samengebracht. Tot slot zijn fundamentele stelselwijzigingen nodig.

Vernieuwing en productiviteitsverhoging Rijksdienst

Er wordt toegewerkt naar een efficiëntere Rijksdienst met minder overhead, en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat. We maken werk makkelijker, voorspelbaar en uniformeren de rijksbrede bedrijfsvoering volgens het adagium «standaard en centraal, tenzij».

Voor een efficiëntere Rijksdienst is het met name op het gebied van digitalisering belangrijk om hierin samen te werken met medeoverheden om het risico op versnippering te voorkomen en van elkaar te leren, onder andere op het gebied van innovatie. Waar nodig pakt het Rijk de regie door kaderstelling en het verplicht stellen van standaarden en voorzieningen.

Het kabinet investeert in 2027 in kennisontwikkeling, opleiding en een aantrekkelijke werkomgeving voor onder andere digitaliseringsprofessionals. Hierbij wordt ingezet op de verdere ontwikkeling, adoptie en implementatie van AI-toepassingen binnen de gehele overheid. Daarbij wordt het gebruik gestimuleerd van bestaande AI-oplossingen om efficiënter en effectiever te werken binnen overheidsorganisaties. Veelbelovende innovaties worden versneld geïmplementeerd en opgeschaald. Dat doen we door richting te geven, samenwerking te stimuleren en belemmeringen weg te nemen.

Data is de belangrijkste grondstof voor de inzet van AI ten behoeve van overheidsprocessen. Door in te zetten op het stapsgewijs uniformeren en professionaliseren van de gegevenshuishouding van de overheid werken we aan verdere modernisering van de digitale overheid, bijvoorbeeld op terrein van dataminimalisatie, kwaliteitsverbetering, transparantie en verantwoording naar de maatschappij. Hiermee wordt de digitale overheid als geheel efficiënter, wendbaarder, veiliger en beter beheersbaar.

In 2027 ligt de focus naast het opschalen van AI-toepassingen nadrukkelijk op de brede adoptie en duurzame implementatie ervan binnen de overheid. Daarnaast wordt de impact van AI systematisch gemonitord en geëvalueerd in hoeverre AI bijdraagt aan de verhoging van de arbeidsproductiviteit en de optimalisatie van overheidsprocessen.

Hierbij benutten we vooral de bestaande goed werkende structuren en interbestuurlijke samenwerkingen – zoals de Nederlandse Digitaliseringsstrategie.

Doorbreken van de Haagse muren

De grote maatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat, kan Den Haag niet alleen oplossen. Daarvoor is een brede samenwerking nodig tussen medeoverheden, ministeries, publieke dienstverleners en maatschappelijke partners. We moeten de handen ineenslaan en samenwerken op het gebied van beleid, uitvoering, toezicht, maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en politiek. Hiervoor werken we aan het duurzaam verankeren en normaliseren van organisatie- en domeinoverschrijdend samenwerken in ons vakmanschap en leiderschap. Daarbij zorgen we dat de onderliggende systemen dit kunnen ondersteunen en dat we optimaal de kennis en kunde vanuit overheden, burgers en bedrijven benutten. We werken aan de uitrol van de basisopleiding Ambtelijk Vakmanschap en Beleidskunde, coaching bij grote maatschappelijke opgaven, ondersteuning in de praktijk door training en vakkundig leren via (morele) dialogen en uit hersteloperaties. Tevens investeren we in leiderschap op leren in de opgave, veranderkundig vermogen, en opgavegericht werken.

Ook werken we in 2027 aan de modernisering van de Kaderwetten Zelfstandige bestuursorganen (Zbo’s) en Adviescolleges met het doel de relatie tussen beleid en uitvoering te verbeteren en het versterken en weerbaarder maken van het stelsel van adviescolleges. We verkennen of Zbo’s, waaronder het UWV, onder de rechtstreekse verantwoordelijkheid van een minister kunnen worden gebracht.

Ook in 2027 blijven we werken aan het versterken en versoepelen van een gelijkwaardig samenspel in de driehoek: politiek, beleid en uitvoering. Daartoe werken we aan doorontwikkeling van instrumenten die bijdragen aan snelle feedback en bijsturing op urgente maatschappelijke opgaven. Naast de trialogen tussen politiek, beleid en uitvoering, ontwikkelen we een uitvoerbaarheidsscan voor amendementen, verbeteren we de uitvoeringstoets en stimuleren we de samenwerking in de bestuurlijke driehoek rond de maatschappelijke opgave.

Uitstekende (digitale) publieke dienstverlening

In 2027 zetten we verdere stappen naar een overheid die beter aansluit op de leefwereld van burgers en ondernemers. Daarbij is het uitgangspunt dat het contact met de overheid ervaren wordt als dienstverlening van één overheid. Hierbij geldt het principe van ‘altijd de juiste deur’: het maakt niet uit waar mensen aankloppen, de overheid zorgt gezamenlijk voor een passend antwoord, een oplossing of een warme doorverwijzing. Om dit mogelijk te maken, richten we overheidsprocessen opnieuw in op basis van de knelpunten die burgers en ondernemers daadwerkelijk ervaren. Zo verbeteren we de dienstverlening en maken we deze eenvoudiger, begrijpelijker en meer passend bij de behoeften van mensen en bedrijven.

Zo gaat het UWV in 2027 op een aantal pilotlocaties het overheidsbrede dienstverleningsconcept toepassen. Ook wordt in 2027 een digitale assistent op basis van AI verder uitgerold binnen het ambtelijk apparaat. Het doel is om deze ook voor burgers beschikbaar te maken. Daarnaast wordt een persoonlijke assistent voor burgers uitgerold. Hierbij beginnen we met mensen die met pensioen gaan. Dit betreft een interactieve oplossing die burgers proactief duidelijkheid biedt over rechten en plichten die voor hun individuele situatie van toepassing zijn.

Waar mogelijk en wenselijk bouwen we met en voor alle overheidsdienstverleners aan centrale voorzieningen van de generieke digitale infrastructuur (GDI), zoals de overheidsbrede portalen Overheid.nl en MijnOverheid voor burgers en Ondernemersplein en MijnOverheid Zakelijk voor ondernemers.

Aanvullend op de taakstellingen uit het coalitieakkoord heeft het kabinet besloten tot een extra efficiencytaakstelling die vanaf 2031 met € 200 mln. per jaar oploopt tot € 1 mld. structureel vanaf 2035 en een taakstelling versnellen slagvaardige overheid van € 200 mln. in zowel 2028 als 2029.

Een open overheid

Voor vertrouwen in de democratie is het belangrijk dat de overheid open en transparant is. Transparantie en toegang tot overheidsinformatie zijn van essentieel belang voor participatie van inwoners, het kunnen controleren van de overheid, het kunnen doen van onderzoek en het gebruik van informatie in de leefomgeving van inwoners. We blijven daarom inzetten op een ambitieuze en betekenisvolle open overheid. In 2027 gaan we, op basis van de wetsevaluatie van de Wet open overheid (Woo), werken aan een beter toepasbare en uitvoerbare Woo. Ondertussen zetten we in op efficiëntere Woo-processen, beter contact met verzoekers en een duidelijkere aanpak van misbruik van de Woo. Ook versnellen we de (betekenisvolle) actieve openbaarmaking van overheidsinformatie, waaronder de verdere inwerkingtreding van de verplichte openbaarmaking op grond van artikel 3.3 van de Woo en de doorontwikkeling van de digitale infrastructuur voor actieve openbaarmaking.

Het tijdig, betrouwbaar en veilig publiceren van officiële bekendmakingen en geconsolideerde wet- en regelgeving is essentieel voor goed openbaar bestuur en de rechtsstaat. In 2027 ligt de nadruk op het waarborgen van de continuïteit, betrouwbaarheid en veiligheid van de landelijke publicatievoorzieningen. We investeren in modernisering van architectuur, versterking van digitale veiligheid en verdere doorontwikkeling van voorzieningen en standaarden voor officiële publicaties, waaronder in het ruimtelijk domein. Daarbij houden we rekening met nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wet naar digitale werking en AI-toepassingen.

Het publiceren van open data en het stimuleren van economisch en maatschappelijk hergebruik van openbare en niet openbare overheidsgegevens is essentieel voor het oplossen van maatschappelijke opgaven, het (toekomstige) verdienvermogen en het ontwikkelen van soevereine, verantwoorde innovatie zoals generatieve AI. We zetten in 2027 in op het ondersteunen en stimuleren van overheidsorganisaties om openbare overheidsgegevens als open data te publiceren en te faciliteren dat deze gegevens daadwerkelijk kunnen worden hergebruikt. Ook wordt het nationale (open) data portaal data.overheid.nl doorontwikkeld. Tenslotte wordt bestaande wetgeving en beleid aangepast aan de hand van de uitkomsten van de Europese Omnibus en de Europese Data Unie Strategie.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

In de onderliggende tabellen zijn de belangrijkste beleidsmatige uitgaven- en ontvangstenmutaties opgenomen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht die plaatsvinden bij de ontwerpbegroting 2027.

Deze tabellen bevatten ook de belangrijkste mutaties die bij de eerste suppletoire begroting 2026 hebben plaatsgevonden. Toelichtingen op die mutaties zijn opgenomen in de eerste suppletoire begroting 2026 (Kamerstukken II 2025/26, 36915 VII, nr. 2).

Tabel 2 Belangrijkste beleidsmatige uitgavenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

Stand ontwerpbegroting 2026 (incl. amendementen)

 

4.757.827

4.425.976

3.940.208

3.138.828

2.763.148

0

         
 

Waarvan mutaties coalitieakkoord eerste suppletoire begroting 2026

 

0

‒ 3.840

‒ 5.992

‒ 30.388

‒ 64.148

‒ 64.148

1

Efficiencytaakstelling

alle

0

‒ 2.367

‒ 4.519

‒ 9.769

‒ 14.892

‒ 14.892

2

Vernieuwing rijksdienst / slagvaardige overheid

alle

0

0

0

‒ 19.146

‒ 47.783

‒ 47.783

3

Subsidietaakstelling

alle

0

‒ 1.473

‒ 1.473

‒ 1.473

‒ 1.473

‒ 1.473

         
 

Belangrijkste mutatie eerste suppletoire begroting 2026

 

362.236

389.388

282.548

277.365

155.043

2.622.165

         

4

Overboeking Regio Deals

1

100.896

0

0

0

0

0

5

Overboeking groeiopgave Almere

1

‒ 9.157

‒ 9.142

‒ 9.137

‒ 9.145

‒ 9.145

‒ 9.145

6

Diensten en producten uitvoeringsorganisaties

11

155.409

0

0

0

0

0

7

Dienstverleningsovereenkomsten SSO's

11

30.000

0

0

0

0

0

8

Ramingsbijstelling apparaatskosten NCG

11

‒ 23.593

‒ 17.723

1.639

2.493

13.384

24.585

9

Kasschuif - Kwijtschelden publieke schulden

12

‒ 20.000

‒ 20.000

‒ 20.000

20.000

20.000

20.000

10

Loonbijstelling tranche 2026

13

9.780

10.091

9.613

8.650

8.360

8.234

11

Prijsbijstelling tranche 2026

13

48.003

41.807

27.463

22.265

21.009

15.184

12

Kasschuif - Duurzaam Herstel

15

‒ 178.574

115.363

63.211

0

0

0

13

Ramingsbijstelling - Gederfd Woongenot

15

‒ 143.000

0

0

143.000

0

0

14

Ramingsbijstelling - Fysieke schade (IMG)

15

‒ 36.533

88.768

92.993

43.938

20.296

10.617

15

Ramingsbijstelling - Immateriële schade (IMG)

15

10.620

9.590

9.590

9.590

9.590

9.590

16

Ramingsbijstelling - Waardedaling (IMG)

15

‒ 45.690

‒ 21.954

3.370

3.370

3.370

3.370

17

Ramingsbijstelling versterkingsraming NCG

15

86.549

4.879

‒ 16.991

29.096

70.534

88.176

18

Kasschuif Duurzaam herstel NCG

15

‒ 29.561

8.210

13.380

7.971

0

0

19

Knelpuntenpot NCG

15

32.000

32.000

16.000

9.000

0

8.000

20

Kasschuif Maatwerk

15

‒ 28.927

‒ 10.729

‒ 11.785

‒ 6.312

‒ 8.076

65.829

21

Inpassingskosten versterkingsgemeenten

15

0

15.000

15.000

10.000

10.000

0

22

Kasschuif Nationaal Programma Groningen

15

29.000

0

0

6.000

0

‒ 35.000

23

Overboeking PF voor Economische Agenda

15

‒ 50.000

0

0

0

0

0

24

AP opvraag regionale uitvoeringskosten

15

16.533

10.319

0

0

0

0

25

AP opvraag Economische Agenda Groningen

15

100.000

100.000

100.000

0

0

0

26

AP opvraag Nationaal Programma Groningen

15

36.000

0

0

0

12.000

35.000

27

Verduurzaming bij zware versterking (maatregel 28 Nij Begun)

15

‒ 6.290

‒ 7.101

‒ 13.262

‒ 3.333

‒ 12.786

‒ 4.027

28

Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG

15

‒ 10.889

22.469

‒ 18.531

‒ 37.835

‒ 5.076

‒ 9.373

29

Eindejaarsmarge

Alle

337.495

0

0

0

0

0

30

Extrapolatie 2031

Alle

0

0

0

0

0

2.392.339

         

31

Overige mutaties

Alle

‒ 47.835

17.541

19.995

18.617

1.583

‒ 1.214

         
 

Stand eerste suppletoire begroting 2026

 

5.120.063

4.811.524

4.216.764

3.385.805

2.854.043

2.558.017

         
 

Belangrijkste mutaties OW 2027

 

‒ 53.647

‒ 531

33.639

174.213

201.489

227.700

         

32

AP opvraag ProDemos

1

0

5.000

5.000

5.000

5.000

5.000

33

AP opvraag versteviging aanpak desinformatie

1

0

0

4.800

0

0

0

34

Kasschuif desinformatie

1

0

4.800

‒ 4.800

0

0

0

35

AP opvraag gemeenschapsfonds

1

0

30.000

0

0

0

0

36

Maatschappelijke weerbaarheid

1

0

20.000

25.000

40.000

48.000

60.000

37

AP opvraag middelen Nationale Veiligheid

2

0

25.000

33.000

42.000

50.000

50.000

38

Overheveling digitaliseringsportefeuille naar EZK

6,7,11

0

‒ 58.040

‒ 56.278

‒ 55.577

‒ 54.854

‒ 51.677

39

Bijdrage extra gebruik BRP 2025 en 2026

6

19.090

0

0

0

0

0

40

Overheveling Programma WaU van SZW

7,11

0

7.550

7.392

7.195

7.186

7.186

41

Overboeking van VRO centraal apparaatsartikel 11 en LPO

11

4.560

81.835

75.070

70.680

66.883

65.775

42

Desaldering HRM advies en P-ondersteuning 2026

11

11.969

0

0

0

0

0

43

Overboeking opvolging excuses slavernijverleden Suriname

14

0

‒ 44.635

‒ 9.000

‒ 1.665

0

0

44

Kasschuif Duurzaam Herstel

15

11.165

0

‒ 11.165

0

0

0

45

Ramingsbijstelling Immateriële schade

15

19.100

20.410

0

0

0

0

46

Kasschuif M28 verduurzaaming bij versterken

15

‒ 10.100

0

10.100

0

0

0

47

Kasschuif NCG

15

‒ 80.553

‒ 108.477

‒ 47.479

73.744

72.672

90.093

48

BTW overboeking meerjarige SPUK Groningen

15

‒ 11.814

0

0

0

0

0

49

Aanvullende taakstelling Rijk

Alle

0

0

0

0

0

‒ 9.447

50

Versnellen slagvaardige overheid

Alle

0

0

‒ 9.585

‒ 9.582

0

0

         

51

Overige mutaties

 

‒ 17.064

16.026

11.584

2.418

6.602

10.770

         
 

Stand ontwerpbegroting 2027

 

5.066.416

4.810.993

4.250.403

3.560.018

3.055.532

2.785.717

Toelichting

32. AP opvraag ProDemos

Dit betreft de opvraag van Coalitieakkoordmiddelen van de Aanvullende Post die bestemd zijn voor ProDemos. De middelen zijn bestemd voor de continuering van de huidige activiteiten, continuering van de versterking van de inzet in de regio en de inzet van ervaringsdeskundigen met de democratische rechtsstaat. Dit betreft € 5 mln. structureel vanaf 2027.

33. AP opvraag versteviging aanpak desinformatie

Dit betreft de opvraag van coalitieakkoordmiddelen van de Aanvullende Post die bestemd zijn voor de versteviging van de aanpak van desinformatie. Dit betreft € 4,8 mln. in 2028.

34. Kasschuif desinformatie

Dit betreft een kasschuif om de middelen voor de versteviging van de aanpak van desinformatie, die samenhangen met de coalitieakkoordmiddelen hiervoor, in het juiste kasritme te plaatsen. Er wordt vanuit 2028 € 4,8 mln. geschoven naar 2027.

35. AP opvraag Gemeenschapsfonds

Dit betreft de opvraag van coalitieakkoordmiddelen van de Aanvullende Post voor het Gemeenschapsfonds die het kabinet heeft aangekondigd in het coalitieakkoord. Dit betreft € 30,0 mln. in 2027. Het Gemeenschapsfonds moet bijdragen aan het realiseren, behouden en toekomstbestendig maken van ontmoetingsplekken voor sociale cohesie en het versterken van gemeenschapskracht.

Voor deze mutatie ontvangt uw Kamer de onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).

36. Maatschappelijke weerbaarheid

In het kader van de samenwerkingsagenda met de medeoverheden maakt het kabinet middelen vrij voor de bevordering van de weerbaarheid tegen hybride en militaire dreigingen. Deze middelen zullen worden ingezet om gemeenten concrete ondersteuning te leveren ten behoeve van ‘Weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau’. Door deze ondersteuning zullen gemeenten concreet worden geholpen bij de versterking van de digitale en fysieke weerbaarheid van hun meest vitale processen. Daarnaast zullen de middelen worden ingezet om een impuls te geven aan de versterking van het sociaal maatschappelijk weefsel van lokale samenlevingen, waardoor schokken die worden veroorzaakt door hybride acties of een militair conflict beter kunnen worden opgevangen.

Voor deze mutatie ontvangt uw Kamer de onderbouwing conform de werkwijze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1).

37. AP opvraag middelen Nationale Veiligheid

De AIVD heeft vanuit de Aanvullende Post in 2027 € 25,0 mln. oplopend tot structureel € 50,0 mln. vanaf 2030 toegekend gekregen voor het uitvoeren van maatregelen die het kabinet heeft aangekondigd voor de versterking van de (nationale) veiligheid.

38. Overheveling digitaliseringsportefeuille naar EZK

Als gevolg van de portefeuilleverdeling van het huidige kabinet, die is vastgesteld in het constituerend beraad van het Kabinet-Jetten, is er een nieuwe verdeling ontstaan van de digitaliseringsportefeuille die voorheen volledig bij BZK lag. Op basis van de vastgestelde dossierverdeling worden beleidsgelden en apparaatsgelden overgeheveld van de begroting van het ministerie van BZK naar die van het ministerie van EZK.

39. Bijdrage extra gebruik BRP 2025 en 2026

In 2025 is er door het ministerie van SZW, het ministerie van VWS en gemeenten extra gebruik gemaakt van de Basisregistratie Personen (BRP). Via overboekingen van de ministeries SZW, VWS en het gemeentefonds van in totaal € 3,6 mln. worden deze naheffingen over 2025 betaald aan BZK. Daarnaast vindt er ook een naheffing plaats bij het ministerie van SZW en het gemeentefonds voor meergebruik in 2026 voor een bedrag van € 15,5 mln.

40. Overheveling Programma WaU van SZW

Met de start van het kabinet Jetten is de programmadirectie Werk aan Uitvoering (WaU) van het ministerie van SZW naar het ministerie van BZK overgeheveld. Op basis van de vastgestelde dossierverdeling worden beleidsgelden en apparaatsgelden overgeheveld van de begroting van het ministerie van SZW naar die van het ministerie van BZK. Dit betreft tezamen € 7,6 mln. in 2027, € 7,4 mln. in 2028 en € 7,2 mln. jaarlijks vanaf 2029.

41. Overboeking van VRO centraal apparaatsartikel 11 en LPO

Vanwege het opheffen van het ministerie van VRO wordt een deel van de middelen op het centrale apparaatsartikel overgeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK. Daarnaast wordt er nog te verdelen loon- en prijsbijstelling overgeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK voor de dekking van gedeelde apparaatsposten. Dit betreft tezamen € 4,6 mln. in 2026, € 81,8 mln. in 2027, € 75,1 mln. in 2028, € 70,7 mln. in 2029, € 66,9 mln. in 2030 en € 65,8 mln. in 2031.

42. Desaldering HRM advies en P-ondersteuning 2026

Dit betreft de bijdrage van € 12,0 mln. van de SSO's en agentschappen ter financiering van de dienstverlening HRM advies en P-ondersteuning 2026 die door BZK geleverd wordt aan deze onderdelen. De ontvangsten worden gesaldeerd ter dekking van de uitgaven die BZK maakt voor deze dienstverlening en ondersteuning.

43. Overboeking opvolging excuses slavernijverleden Suriname

Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) ontvangt uit het slavernijverledenfonds de resterende budgetten voor Suriname, zoals begroot voor de jaren 2027 (€ 44,6 mln.), 2028 (€ 9,0 mln.) en 2029 (€ 1,7 mln.). Deze middelen worden overgeheveld naar de begroting van BZ. Na de excuses in 2022 voor het trans-Atlantisch slavernijverleden in Nederland, in het Caribisch deel van het Koninkrijk en in Suriname heeft het toenmalige kabinet € 200 mln. hiervoor vrijgemaakt, waarvan € 66 mln. voor Suriname. In 2025 is reeds cumulatief € 11 mln. overgeheveld naar de BZ-begroting voor de jaren 2025 en 2026.

44. Kasschuif Duurzaam Herstel

Dit betreft een kasschuif op duurzaam herstel om de middelen in het juiste kasritme te plaatsen. Er wordt € 11,2 mln. doorgeschoven van 2028 naar 2026.

45. Ramingsbijstelling Immateriële schade

Het budget voor immateriële schade (IMS) wordt voor 2026 (€ 19,1 mln.) en 2027 (€ 20,4 mln.) omhoog bijgesteld. Hier staan ontvangsten tegenover. Deze ontvangsten worden middels een desaldering en een kasschuif in het juiste ritme gezet. De implementatie van nieuwe regelingen, zoals de ‘aanvullende vaste vergoeding’, zorgen ervoor dat meer bewoners in aanmerking komen voor de IMS-regeling. Daarnaast zijn de aanvragen voor IMS sinds de beving in Zeerijp fors toegenomen. Hierdoor is het huidige budget ontoereikend.

46. Kasschuif M28 verduurzaming bij versterken

Op basis van uitvoeringsinformatie van het NCG wordt er € 10,1 mln. voor M28 Nij Begun (hier wordt het ingrijpend versterken van een woning in het aardbevingsgebied met het direct isoleren tot de isolatiestandaard gecombineerd) van 2026 doorgeschoven naar 2028.

47. Kasschuif NCG

Via een kasschuif van 2026 tot en met 2028 (resp. € 80,6 mln., € 108,5 mln. en € 47,5 mln.) naar 2029 tot en met 2031 (resp. € 73,7 mln., € 72,7 mln. en € 90,1 mln.) worden de budgetten van de versterkingsoperatie van NCG bijgesteld. Deze schuif is gebaseerd op de diepteanalyse 2026 uit 24 juni 2026. Uit deze analyse blijkt dat de productie over de komende jaren meer wordt gespreid, met name vanwege een realistischer beeld van de verwachte risico's en onzekerheden binnen de versterkingsoperatie. Dit heeft gevolgen voor de versterkingsbudgetten en budgetten gelinkt hieraan, waaronder de budgetten voor verduurzaming bij lichte en -(middel-)zware versterkingen (resp. maatregel 29 en maatregel 28 uit Nij Begun). De versterking wordt volgens de laatste diepteanalyse nog steeds uiterlijk in 2032 afgerond.

48. Btw overboeking meerjarige SPUK Groningen

Er is € 11,8 mln. overgeheveld naar het Btw-compensatiefonds voor de meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen (SPUK) aardbevingsgebied Groningen 2024-2030 waarbij projecten zijn uitgevoerd ten behoeve van leefbaarheid en wijkontwikkeling in het aardbevingsgebied Groningen.

49. Aanvullende taakstelling Rijk

Aanvullend op de taakstellingen uit het coalitieakkoord heeft het kabinet besloten tot een extra efficiencytaakstelling die voor de begroting van BZK voor 2031 € 9,4 mln. bedraagt en daarna jaarlijks tot en met 2035 oploopt.

50. Versnellen slagvaardige overheid

Voor de taakstelling versnellen slagvaardige overheid is het bedrag op de begroting van BZK € 9,6 mln. in zowel 2028 als 2029.

Tabel 3 Belangrijkste beleidsmatige ontvangstenmutaties t.o.v. vorig jaar (bedragen x € 1.000)
  

Art.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

 

Stand ontwerpbegroting 2026

 

2.027.650

1.823.381

1.616.899

1.230.817

968.215

0

         
 

Belangrijkste mutatie eerste suppletoire begroting 2026

 

‒ 169.389

‒ 170.175

90.488

76.343

‒ 5.170

604.858

         

1

Diensten en producten uitvoeringsorganisaties

11

155.409

0

0

0

0

0

2

Dienstverleningsovereenkomsten SSO's

11

30.000

0

0

0

0

0

3

Bijstelling raming apparaat ontvangsten NAM versterkingsoperatie

11

23.910

‒ 19.098

‒ 20.301

‒ 1.029

‒ 171

18.232

4

Bijstelling raming - Gederfd woongenot

15

‒ 143.000

‒ 143.000

0

143.000

143.000

0

5

Bijstelling raming ontvangsten versterkingsraming

15

‒ 106.193

87.301

13.815

‒ 12.584

24.667

58.215

6

Ramingsbijstelling - Uitvoeringskosten schade IMG

15

0

‒ 12.123

20.570

‒ 15.399

‒ 105.750

96.653

7

Ramingsbijstelling - Waardedaling IMG

15

‒ 46.697

‒ 45.933

‒ 21.954

3.370

3.370

3.370

8

Ramingsbijstelling - Fysieke schade IMG

15

‒ 94.207

‒ 47.051

88.768

‒ 50.007

‒ 78.451

‒ 80.461

9

Ramingsbijstelling - Immateriële schade IMG

15

1.599

9.729

9.590

9.590

9.590

9.590

10

Extrapolatie 2031

Alle

0

0

0

0

0

500.684

         

11

Overige mutaties

Alle

9.790

0

0

‒ 598

‒ 1.425

‒ 1.425

         
 

Stand eerste suppletoire begroting 2026

 

1.858.261

1.653.206

1.707.387

1.307.160

963.045

604.858

         
 

Belangrijkste mutaties OW 2027

 

24.879

‒ 38.140

‒ 67.136

‒ 49.307

61.808

133.937

         

12

Desaldering ontvangsten BRP

6

5.922

0

0

0

0

0

13

Desaldering HRM advies en P-ondersteuning 2026

11

11.969

0

0

0

0

0

14

Ramingsbijstelling ontvangsten Immateriële schade

15

0

19.100

20.410

0

0

0

15

Kasschuif ontvangsten NCG

15

‒ 1.110

‒ 57.554

‒ 87.838

‒ 49.239

61.806

133.935

         

16

Overige mutaties

 

8.098

314

292

‒ 68

2

2

         
 

Stand ontwerpbegroting 2027

 

1.883.140

1.615.066

1.640.251

1.257.853

1.024.853

738.795

Toelichting

12. Desaldering ontvangsten BRP

De SSO's en agentschappen hebben de facturen betaald voor hun aandeel in het gebruik Basisregistratie Personen (BRP). De ontvangsten van € 5,9 mln. zijn gedesaldeerd, zodat de middelen overgemaakt kunnen worden naar de Rijksdienst voor Indentiteitgegevens (RvIG) waar de kosten van de BRP gemaakt worden.

13. Desaldering HRM advies en P-ondersteuning 2026

Dit betreft de bijdrage van de SSO's en agentschappen ter financiering van de dienstverlening HRM advies en P-ondersteuning 2026 die door BZK geleverd wordt aan deze onderdelen. De ontvangsten van € 12,0 mln. worden gedesaldeerd ter dekking van de uitgaven die BZK maakt voor deze dienstverlening en ondersteuning.

14. Ramingsbijstelling ontvangsten immateriële schade

Door de toenemende uitgaven voor immateriële schade in 2026 nemen ook de ontvangsten toe in 2027 (€ 19,1 mln.) en 2028 (€ 20,4 mln.), omdat deze kosten worden verhaald op de NAM.

15. Kasschuif ontvangsten NCG

Via een kasschuif van 2026 tot en met 2028 naar latere jaren worden de budgetten van de versterkingsoperatie van NCG bijgesteld. Deze schuif is gebaseerd op de diepteanalyse 2026 uit 24 juni 2026. Uit deze analyse blijkt dat de productie over de komende jaren meer wordt gespreid, met name vanwege een realistischer beeld van de verwachte risico's en onzekerheden binnen de versterkingsoperatie. Dit heeft gevolgen voor de versterkingsbudgetten en budgetten gelinkt hieraan. Hierdoor worden de ontvangstenbudgetten (die een jaar later dan de uitgaven worden ontvangen) via een kasschuif ook bijgesteld van 2026 tot en met 2029 (resp. € 1,1 mln., € 57,6 mln., € 87,8 mln. en € 49,2 mln.) naar 2030 en 2031 (resp. € 61,8 mln. en € 133,9 mln.).

2.3 Openbaarheidsparagraaf

Actieve openbaarmaking

In 2027 zet BZK haar innovatieve aanpak op het gebied van proactieve openbaarmaking voort. Op basis van de Topthema-aanpak signaleert het departement belangrijke thema’s waarvoor veel maatschappelijke belangstelling is en werkt het jaarlijks aan het openbaar maken van tien zogenaamde topdossiers

Passieve openbaarmaking

BZK werkt in 2027 de nieuwe datagedreven aanpak bij het afhandelen van Woo-verzoeken verder uit. Zo zet het team Openbaarmaking in op het optimaliseren van het Woo-workflowsysteem en dashboards die inzicht geven in de afhandelingstijd van Woo-verzoeken.

Verbetering van de informatiehuishouding

Voor het structureel werken aan en verbeteren van de informatiehuishouding ontwikkelt BZK een kwaliteitssysteem. Daarnaast werkt het departement in 2027 aan de implementatie van een informatiebeheerplan. Op basis van dit plan zet BZK verdere verbeteracties uit.

Actielijn 1 Informatieprofessionals

Het opleidingscurriculum voor informatiehuishouding en openbaarmaking wordt in 2027 verder aangevuld waar nodig en onder de aandacht gebracht van leidinggevenden en medewerkers. Daarnaast is er blijvende aandacht voor informatiehuishouding en openbaarmaking binnen BZK, waar mogelijk in combinatie met andere belangrijke onderwerpen zoals digitaal vakmanschap, digitale weerbaarheid en verantwoord omgaan met AI.

Actielijn 2 Aard en volume van informatie

Om meer grip te krijgen op informatie is in 2026 een pilot gestart voor het opruimen van netwerkschijven binnen de beleidsdirecties van BZK. Op basis hiervan werkt BZK een aanpak uit voor het verder in beheer brengen van informatie op netwerkschijven en samenwerkingsfunctionaliteiten.

Actielijn 3 Informatiesystemen

De komende jaren levert BZK een verdere bijdrage aan de realisatie van de generieke voorzieningen, zoals emailarchivering, chatarchivering, generieke Woo-voorziening en Zoek & Vind. In afwachting van de generieke Woo-voorziening onderzoekt BZK de mogelijkheden voor een eigen publicatieplatform. We sluiten aan bij generieke voorziening zodra deze gereed is. Ook is BZK van plan om het DMS verder te verbeteren. Het doel is een DMS dat prettig werkt en informatiebeheerprocessen nog beter ondersteunt.

Actielijn 4 Bestuur en naleving

Bij directies wordt blijvend aandacht gevraagd voor het opnemen van informatiehuishouding en openbaarmaking in de jaarplannen, en het regelmatig agenderen hiervan in overleggen.

2.4 Strategische Evaluatieagenda

De Strategische Evaluatieagenda (SEA) laat zien hoe BZK de komende jaren werkt aan het verkrijgen van inzichten over de (voorwaarden voor) de doeltreffendheid en doelmatigheid van ons beleid. Door voldoende (goed) evaluatieonderzoek uit te voeren neemt het aantal bruikbare inzichten toe. Conform de RPE wordt periodiek (elke 4-7 jaar) per thema verantwoording afgelegd over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid. Dit gebeurt via een Periodieke rapportage. Hieronder is de planning van deze syntheseonderzoeken opgenomen.

Tabel 4 Planning Strategische evaluatieagenda

Thema/Periodieke rapportage

Eerstvolgende Periodieke rapportage

Begrotingsartikelen

  

1

21

6

7

14

15

Goed functionerend openbaar bestuur

2028

1.1

     

Een sterke en weerbare democratische rechtsstaat

2028

1.2/1.3

     

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

20262

  

6.2

   

Identiteitsstelsel

2030

  

6.5

   

Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI

2028

  

6.7/6.8

   

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

2029

   

7

  

Slavernijverleden

2030

    

14

 

Een veilig Groningen met perspectief

2030

     

15

1

Vanwege het bijzondere karakter van begrotingsartikel 2 (Nationale Veiligheid) vindt daarop geen Periodieke rapportage plaats.

2

Na afronding van de PR in 2026 wordt de volgende PR bezien.

Bijlage 6: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda bevat een nadere toelichting op de SEA. Daarnaast is daar ook de programmering van alle (deel)evaluatieonderzoeken te vinden.

Voor het meest recente overzicht van afgeronde evaluaties en Periodieke Rapportages zie: Jaarverslag BZK 2025, bijlage 3: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek.

2.5 Overzicht Risicoregelingen

Tabel 5 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Artikel omschrijving

Leningnemer

Saldo 01-07-2026

Looptijd lening

Artikel 15 Een veilig Groningen met perspectief

St. Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen

10.000

1-1-2026

St. Woonbedrijf Aardbevingsgebied Groningen

Toelichting

Deze lening dient ter financiering van de aankoop van langdurig te koop staande particuliere woningen in het aardbevingsgebied.

2.6 Slagvaardige Overheid

Tabel 6 Overzicht Slagvaardige Overheid

(x € 1 mln.)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

        

Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord

0

0

‒ 2

‒ 5

‒ 30

‒ 65

‒ 65

Efficiencytaakstelling

01

01

‒ 21

‒ 51

‒ 101

‒ 151

‒ 151

Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

01

01

01

01

‒ 201

‒ 501

‒ 501

1

Deze bedragen wijken af ten opzichte van de Startnota omdat apparaatsmiddelen van de VRO-begroting zijn overgeheveld naar de BZK-begroting, inclusief de taakstelling hierop. Ook zijn er middelen voor digitalisering overgeheveld van het ministerie van BZK naar het ministerie van EZK, waaronder voor apparaat, waarbij ook het aandeel van de taakstelling hierop mee is overgeheveld. Tot slot is als gevolg van de overheveling van de programmadirectie Werk aan Uitvoering van het ministerie van SZW, ook een aandeel taakstelling op het apparaatsbudget mee overgeheveld naar het ministerie van BZK.

Toelichting

Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (begrotingsstaat VII) gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat oploopt tot € 65 mln. structureel. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

De apparaatstaakstellingen uit het coalitieakkoord zijn beide meerjarig verwerkt op de begrotingen van BZK, KR en VRO in lijn met de berekening en verdeling die het ministerie van Financiën heeft toegepast. Daarbij is de taakstelling Slagvaardige Overheid ingeboekt vooruitlopend op de verdere uitwerking van de actieagenda Slagvaardige Overheid. De uitgewerkte actieagenda zal bepalend zijn voor de invulling van die taakstelling. In de komende jaren zijn ook ijkmomenten opgenomen (waarvan in mei 2027 de eerste) om periodiek te bezien welke besparingen slagvaardige overheid daadwerkelijk oplevert om vervolgens te bepalen of (en waar) een andere invulling nodig is. Voor de invulling van de Efficiencytaakstelling wordt de verdeling zoals deze nu is geboekt, als vertrekpunt gehanteerd. Deze invulling wordt in 2026 verder uitgewerkt. Op de budgetten voor bijdragen aan agentschappen en ZBO’s heeft deze taakstelling al vanaf 2027 effect. De Efficiencytaakstelling heeft pas vanaf 2029 effect op het budget voor ‘eigen personeel’. Dit geldt ook voor de taakstelling Slagvaardige Overheid. De verdere onderverdeling van de taakstelling binnen ‘eigen personeel’ wordt meegenomen in het ijkmoment in mei 2027, zodat dan een zorgvuldig traject kan worden gestart om daar (ook voor de taakstelling Slagvaardige Overheid) met fte-reductie invulling aan te geven. Ondertussen leidt de taakstelling op het apparaat van het kabinet-Schoof bij de directoraten-generaal van het ministerie van BZK tot een fte-reductie die vanaf 2026 oploopt tot 170 fte in 2029. Dat is 4 fte minder dan tot nu toe gecommuniceerd, omdat het aandeel van de taakstelling kabinet-Schoof op de formatie voor digitalisering (4 fte) mee overgeheveld is naar het ministerie van EZK.

3. Beleidsartikelen

3.1 Artikel 1. Openbaar bestuur en democratie

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een slagvaardig en betrouwbaar openbaar bestuur waarop inwoners kunnen vertrouwen en dat oog heeft voor de menselijke maat. Een openbaar bestuur dat samen met de samenleving in staat is de maatschappelijke opgaven op te lossen. Veranderingen in onze maatschappij beïnvloeden hoe ons bestuur en onze democratie werkt. Om waarden als legitieme besluitvorming, slagkrachtig openbaar bestuur en transparantie daarbij te behouden en democratische waarden en vrijheden te borgen en versterken, is continu aandacht nodig voor de werking en inrichting van democratie en bestuur.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de zorg voor het goed functioneren van het openbaar bestuur van ons land.

Inwoners verlangen in toenemende mate maatwerk van de overheid. Dat vraagt om een overheid die in kan spelen op hun individuele behoeften en om kan gaan met uiteenlopende maatschappelijke opgaven op verschillende schaalniveaus. Daarnaast zijn er grote maatschappelijke opgaven die we als overheden alleen samen met de samenleving kunnen oplossen. Om hier goed op in te kunnen spelen organiseren we de overheid zo dicht mogelijk bij de burger en met betrokkenheid van de burger.

Met het oog op de doelen binnen dit beleidsartikel is een gezamenlijke inzet van gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk nodig.

De slagvaardigheid en legitimatie van het openbaar bestuur vraagt om een zo helder mogelijke taakverdeling tussen de overheden, financiering die daarbij aansluit, draagkracht in de uitvoering, onderlinge afstemming en samenwerking, betrokkenheid van burgers, ruimte voor maatwerk en zorg voor en toerusting van de mensen werkzaam in het openbaar bestuur.

De minister is hoeder van de Grondwet (GW).

De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Om de slagvaardigheid van het openbaar bestuur te versterken stimuleert de minister de samenwerking tussen overheden en het werken als één overheid, onder meer via de Agenda stad, City Deals en Regio's aan de grens.

  • Ter versterking van het democratisch bestel werkt de minister aan een sterkere verbinding van inwoner en overheid, aan betere toerusting en ondersteuning van politieke ambtsdragers en aan een weerbaarder bestuur. De minister stimuleert en faciliteert betrokken partijen en draagt zorg voor kennisontwikkeling en –verspreiding. Concrete voorbeelden zijn Netwerk Weerbaar bestuur en Kennispunt Lokale Politieke Partijen. De minister stimuleert tevens de aantrekkelijkheid van het politieke ambt door het verbeteren van de rechtspositie, ondersteuning en opleidingsmogelijkheden van politieke ambtsdragers.

  • De minister stimuleert, vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de Grondwet, het mensenrechtenbeleid in Nederland.

  • De minister heeft een stimulerende rol voor een betrouwbare overheid door medeondertekening van de Algemene wet bestuursrecht. Deze wet is kaderstellend voor een behoorlijk bestuur.

  • De minister draagt (mede in reactie op het rapport Ongekend onrecht) zorg voor een betere dienstverlening aan de burger vanuit alle onderdelen van de overheid (Kamerstukken II 2020/21, 35510, nr. 4).

  • Medeoverheden worden gecompenseerd voor de uitgaven en derving van inkomsten als gevolg van het kwijtschelden van publieke schulden aan gedupeerden van de toeslagenaffaire (Stcrt. 2021, 47680).

  • Het ministerie van BZK zet zich als coördinerend ministerie in voor de aanpak van desinformatie en het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving tegen de invloed van desinformatie en deepfakes.

  • Het ministerie van BZK coördineert de brede aanpak om mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag beter te helpen en zo overlast tegen te gaan.

Financieren

  • De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Financiën - namens deze de staatssecretaris van Financiën (de fondsbeheerders) - hebben een regisserende en financierende rol ten aanzien van het gemeentefonds, op basis van de Financiële-verhoudingswet (Fvw). De middelen voor beide fondsen kennen een eigen begroting (gemeentefonds en provinciefonds) maar het beheer kan niet los gezien worden van de rest van het stelsel. Op basis van de Gemeentewet (Gemw) en Provinciewet (PW) is de minister verantwoordelijk voor het stelsel van decentrale belastingen.

  • Tevens financiert de minister de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers.

Regisseren

  • Op basis van artikel 2 van de Fvw wordt indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door gemeenten en/of provincies, in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, wat de financiële gevolgen van deze wijziging voor de gemeenten en/of provincies zijn. Tevens wordt aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor gemeenten en/of provincies kunnen worden opgevangen. Over de toepassing van dit artikel vindt tijdig overleg plaats met de minister van BZK en de minister van Financiën.

  • Op basis van de (Gemw) en (PW) is de minister daarnaast verantwoordelijk voor de interbestuurlijke verhoudingen en het Rijksbeleid dat de medeoverheden raakt. De minister coördineert hierbij het overleg tussen het Rijk en de medeoverheden. Door de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) waarvoor de minister verantwoordelijk is, kunnen gemeenten, provincies en waterschappen samenwerken in publiekrechtelijke constructies.

  • Betrouwbare en transparante verkiezingen zijn essentieel voor het vertrouwen in de democratie. De minister is verantwoordelijk voor de Kieswet (KW), die de verkiezingen voor de leden van de Eerste Kamer en Tweede Kamer der Staten-Generaal, het Europees Parlement, Provinciale Staten, algemene besturen van waterschappen, eilandsraden en gemeenteraden regelt.

  • De minister is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de daarbij behorende wetgeving, zoals de Algemene wet gelijke behandeling en de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. De minister heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie.

  • De minister is eerste ondertekenaar van de Wet op Lijkbezorging (Wlb), die een belangrijk wettelijk kader vormt voor de omgang met overledenen in Nederland.

Uitvoeren

  • Politieke partijen vervullen een cruciale rol in de democratie. De minister voert de Wet financiering politieke partijen (Wfpp) uit en financiert deze ook.

  • De minister geeft uitvoering aan het Nederlandse decoratiestelsel en aan de ontslag- en benoemingsprocedures van burgemeesters, commissarissen van de Koning en leden van de Hoge Colleges van Staat.

  • Om het stelsel van het openbaar bestuur te ondersteunen voert de minister onderzoek uit en ontwikkelt zij kennisproducten, zoals de Staat van het Bestuur en de website www.findo.nl.

Versterken rechtsstaat

Om de instituties van ons bestel te versterken, versterkt het kabinet de constitutionele toets van ontwerp wet- en regelgeving en werkt het kabinet aan een Grondwetswijziging die strekt tot de gedeeltelijke opheffing van het toetsingsverbod in artikel 120 Grondwet.

Ook worden de middelen (uit artikel 1) besteed aan het daadkrachtig optreden tegen o.a. discriminatie en racisme. Er wordt onderzocht of het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht, na de (internet)consultatie en uitvoeringstoetsen kan worden aangepast om de uitvoerbaarheid te verbeteren met als doende dienstverlening van de overheid menselijker en toegankelijker te maken.

Aanpak mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag

Het kabinet zet onder coördinatie van BZK de aanpak door om mensen met risicovol verward of onbegrepen gedrag beter te helpen en zo overlast tegen te gaan. Samen met JenV, VWS, VRO en SZW wordt invulling gegeven aan deze brede aanpak, inclusief wonen en bestaanszekerheid.

Gemeenschapsfonds

Met dit fonds worden voorzieningen voor ontmoeting en gemeenschapskracht versterkt, voornamelijk in gebieden waar ontmoetingsplekken en sociale structuren sterk onder druk staan.

ProDemos

Er worden aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor burgerschapsonderwijs met ingang van 2027.

Foreign information manipulation and interference

In 2027 wordt een wetsvoorstel ingediend voor de inrichting van een organisatie die buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI, foreign information manipulation and interference) in het publieke debat, gericht op ondermijning van de democratische rechtsstaat, structureel kan detecteren.

Beleidskeuzes uitgelegd

In antwoorden op de begrotingsrapporteur van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over het departementale jaarverslag 2025 is toegezegd om in het begrotingsartikel een verwijzing op te nemen naar eerder verstuurde kaders «beleidskeuzes uitgelegd» (Kamerstuk 36 945-VII, nr. 17). Dit om daarmee het inzicht in de koppeling tussen doelen en ingezette middelen op dit begrotingsartikel verder inzichtelijk te maken. Onderstaande tabel toont de eerder met de Tweede Kamer gedeelde onderbouwing van instrumenten die in dit begrotingsartikel terugkomen.

Tabel 7 Eerder verstuurde «Beleidskeuzes uitgelegd» (Artikel 1)

Naam instrument

Kamerstuk

Datum onderbouwing

Investeren in goed bestuur en rechtsstaat

Kamerstuk 31865, nr. 261

7 oktober 2024

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 Openbaar bestuur en democratie (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

89.888

144.806

230.867

173.234

182.359

186.124

198.208

         
 

Uitgaven

86.441

245.702

230.867

173.234

182.359

186.124

198.208

         

1.1

Bestuur en regio

19.425

127.278

30.247

19.192

18.597

15.501

16.826

 

Subsidies (regelingen)

17.186

14.882

9.053

6.895

8.951

5.762

7.454

 

Multiproblematiek

927

1.517

212

211

211

211

211

 

Antidiscriminatie

1.559

0

0

0

0

0

0

 

Oorlogsgravenstichting

6.758

5.062

4.874

5.024

5.181

5.302

6.267

 

Bestuur en regio

4.499

5.699

1.184

320

305

249

204

 

Basisinfrastructuur

1.774

800

0

0

0

0

0

 

Werk aan Uitvoering

1.662

1.804

2.783

1.340

3.254

0

772

 

Versterken rechtsstaat

7

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

2.109

10.061

19.980

6.829

4.186

4.285

4.052

 

Multiproblematiek

0

625

665

665

665

665

665

 

Bestuur en regio

1.562

9.147

19.315

6.164

3.521

3.620

3.387

 

Versterken rechtsstaat

164

0

0

0

0

0

0

 

Antidiscriminatie

383

289

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

5

410

334

330

322

316

182

 

Diverse bijdragen

0

279

203

199

191

185

182

 

Bestuur en regio

5

131

131

131

131

131

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

101.325

500

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Diverse bijdragen

0

429

500

5.000

5.000

5.000

5.000

 

Regio Deals

0

100.896

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

74

100

39

38

38

38

38

 

Bijdragen internationaal

74

100

39

38

38

38

38

 

Bijdrage aan agentschappen

51

0

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

51

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

500

341

100

100

100

100

 

Multiproblematiek

0

500

341

100

100

100

100

1.2

Democratie

67.016

105.130

154.305

139.308

146.323

155.378

166.878

 

Subsidies (regelingen)

46.743

64.857

81.353

75.769

72.229

72.199

71.426

 

Politieke partijen

26.929

33.690

34.866

32.938

32.914

32.914

32.914

 

Comité 4/5 mei

159

138

31

2

2

2

2

 

ProDemos

10.179

11.161

16.638

15.924

12.949

12.966

12.966

 

Verbinding inwoner en overheid

3.755

9.834

14.439

11.598

11.195

11.190

11.176

 

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

4.135

5.204

3.297

2.436

2.387

2.387

1.633

 

Weerbaar bestuur

1.586

4.444

3.932

4.570

4.519

4.519

4.514

 

St Thorbeckeleerstoel

0

186

0

0

113

71

71

 

Decentrale politieke partijen

0

200

8.150

8.301

8.150

8.150

8.150

 

Opdrachten

7.918

28.306

62.263

53.392

64.258

73.388

85.782

 

Verbinding inwoner en overheid

4.561

24.433

30.318

16.749

12.967

15.245

14.526

 

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

844

1.381

720

557

841

842

840

 

Weerbaar bestuur

2.513

2.492

11.225

11.086

10.450

9.301

10.416

 

Maatschappelijke weerbaarheid

0

0

20.000

25.000

40.000

48.000

60.000

 

Inkomensoverdrachten

8.806

8.554

8.279

8.246

7.960

7.939

7.834

 

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

8.806

8.554

8.279

8.246

7.960

7.939

7.834

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

3.549

2.305

1.311

801

804

810

806

 

Diverse bijdragen

3.549

2.305

1.311

801

804

810

806

 

Bijdrage aan agentschappen

0

1.108

1.099

1.100

1.072

1.042

1.030

 

Dienst Publiek en Communicatie

0

1.108

1.099

1.075

1.047

1.017

1.005

 

RVO

0

0

0

25

25

25

25

1.3

Rechtsstaat en Grondrechten

0

13.294

16.315

14.734

17.439

15.245

14.504

 

Subsidies (regelingen)

0

7.272

5.129

5.824

5.644

5.646

5.637

 

Antidiscriminatie

0

6.320

3.692

4.725

4.602

4.603

4.600

 

Diverse subsidies

0

929

1.384

1.099

1.042

1.043

1.037

 

Versterken rechtsstaat

0

23

53

0

0

0

0

 

Opdrachten

0

6.022

11.186

8.910

11.795

9.599

8.867

 

Antidiscriminatie

0

3.380

6.613

5.624

8.621

7.340

7.330

 

Versterken rechtsstaat

0

2.642

4.573

3.286

3.174

2.259

1.537

1.4

Gemeenschapsfonds

0

0

30.000

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

0

0

30.000

0

0

0

0

 

Gemeenschapsfonds

0

0

30.000

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

16.799

25.248

25.248

25.248

25.248

25.248

25.248

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 9 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 1 (in %)
 

2027

juridisch verplicht

15%

bestuurlijk gebonden

82%

beleidsmatig gereserveerd

3%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 1 is 15% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

Subsidies (regelingen)

Het subsidiebudget is voor 51% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidies aan de politieke partijen, de Oorlogsgravenstichting (OGS), ProDemos en Multiproblematiek en Basisinfrastructuur als gevolg van de Parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag.

1.1 Bestuur en regio

Subsidies

Oorlogsgravenstichting

Namens de Nederlandse overheid onderhoudt de Oorlogsgravenstichting (OGS) wereldwijd ongeveer 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers. Deze graven liggen in meer dan vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Het zwaartepunt ligt daarbij in Indonesië. Tevens verzorgt de stichting ruim 10.000 graven van militairen van de geallieerde strijdkrachten in Nederland. De OGS ontvangt een subsidie voor de uitvoering hiervan.

Werk aan Uitvoering (WaU)

Sinds 2023 wordt via BZK een WaU-subsidie verstrekt aan de VNG voor het verbeteren van de uitvoerbaarheid van beleid voor gemeenten. De subsidie wordt ingezet op activiteiten die de uitvoerbaarheid van beleid en de toepassing van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) versterken. ​In de periode 2027-2031 ligt het accent op toepassing, doorontwikkeling en borging van bestaande instrumenten en werkwijzen, zoals het Beleidskompas, de UDO en uitvoeringstoetsen.

Opdrachten

Bestuur en regio

Het Nationale Programma Vitale Regio's (NPVR) bestaat uit een gebiedsgerichte aanpak voor elf regio's aan de randen van het land, de grensoverstijgende samenwerking met de buurlanden en uit het doorontwikkelen van de beleids- en investeringslogica van het Rijk. Binnen dit programma worden opdrachten verstrekt voor onder andere onderzoek en kennisontwikkeling, organisatie van (kennis)bijeenkomsten met en voor de regio's, departementen, maatschappelijke partijen en andere regionale partners, de totstandkoming van langjarige agenda's met de elf regio's, de organisatie van de Grenslandconferentie, monitoring en evaluatie van de Grenseffectentoets, het verzamelen van grensstatistieken, ondersteuning voor de coördinerend Rijksheren voor grensoverstijgende samenwerking en algemene monitoring en evaluatie van het programma.

In 2027 zullen opdrachten worden verstrekt in het kader van de uitvoering van de agenda goed bestuur, zoals onder andere het verder ontwikkelen van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) en het tot stand brengen van een volwaardige samenwerkingsagenda met de medeoverheden waarvan ook de integrale uitwerking van het rapport Polman deel uitmaakt. Daarnaast zullen opdrachten worden verstrekt in het kader van het ontwikkelen van vernieuwende passende bestuurlijk-financiële arrangementen, zoals het ontwikkelen van een applicatie om de mogelijkheid tot monitoring binnen de bijzondere fondsuitkering (BFU) te faciliteren en het doorontwikkelen van de GOUDO applicatie om het proces tot het instellen van specifieke uitkeringen (SPUK-loket) te faciliteren.

1.2 Democratie

Subsidies (regelingen)

Politieke partijen

Politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). Het doel van de subsidie is het leveren van een bijdrage aan de instandhouding en versterking van de schakelfunctie van landelijke politieke partijen in het democratische staatsbestel.

Tabel 10 Door politieke partijen ontvangen subsidie op grond van de Wfpp (bedragen in €)

Partij

waarde 2023

waarde 2024

waarde 2025 (1)

waarde 2026 2)

VVD

5.408.783

4.634.145

4.141.246

4.034.530

D66

4.146.855

2.906.176

2.125.702

3.670.086

CDA

2.749.460

2.026.177

1.536.063

2.702.490

SP

2.073.973

1.769.292

1.542.884

1.400.802

PvdA

2.199.298

2.190.761

2.289.140

2.379.658

GL

2.093.621

2.231.753

2.409.053

2.228.165

PvdD

1.669.530

1.376.317

1.340.675

1.362.644

FvD

1.835.879

1.754.335

1.657.812

1.990.142

CU

1.526.477

1.388.668

1.259.310

1.270.802

SGP

1.339.256

1.339.551

1.333.512

1.344.667

DENK

863.193

927.109

1.029.201

1.103.169

50PLUS

700.948

488.247

718.735

816.943

OPNL

578.970

632.630

666.984

685.250

BIJ1

663.073

0

0

0

JA21

855.410

728.195

712.325

1.398.699

Volt

917.549

933.960

968.542

930.820

BVNL

657.688

383.052

0

0

BBB

582.753

1.052.802

1.530.710

1.390.852

NSC

614.921

2.368.548

3.140.975

1.201.262

Totaal

31.477.637

29.131.718

28.402.869

29.910.981

  • 1. De bedragen over 2025 en 2026 zijn voorlopige bedragen, waarvan 80% inmiddels is uitgekeerd. Uiterlijk 1 juli van het jaar volgend op het subsidiejaar moeten partijen een definitieve subsidieaanvraag indienen. Als bij de beoordeling daarvan blijkt dat de partijen voldoen aan de voorwaarden, wordt de resterende 20% uitgekeerd.

  • 2. De loon- en prijsbijstellingen over 2025 en 2026 moeten nog in deze bedragen worden verwerkt.

ProDemos

ProDemos, het Huis voor Democratie en Rechtsstaat, ontvangt een subsidie voor activiteiten gericht op het vergroten van de betrokkenheid en kennis van de democratische rechtsstaat, zoals het verzorgen van bezoeken van scholieren aan het parlement met de daarbij behorende educatieve programma’s, aandacht voor doelgroepen met lager politiek zelfvertrouwen, lesmateriaal over grondrechten en democratische waarden, en inzet van ervaringsdeskundigen uit de democratie. Met ingang van 2027 zijn structureel € 5 mln. aanvullende middelen beschikbaar voor burgerschapsonderwijs. Hiermee wordt de inzet van ProDemos verbreed en versterkt in de regio.

Verbinding inwoner en overheid

Subsidies worden verstrekt om maatschappelijke initiatieven, samenwerking met maatschappelijke organisaties en burgerschap te versterken, o.a. aan het V-fonds met Loket-D en de Huizen voor Actief Burgerschap. Ook investeert BZK in het versterken van democratisch bewustzijn en democratisch ethos, onder andere via Tienskip. Het in 2025 vernieuwde actieplan toegankelijk stemmen wordt in 2027 verder uitgevoerd.

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

Om politieke ambtsdragers te ondersteunen en hun opleidingsmogelijkheden te verbeteren ontvangen de beroepsgroepen van politieke ambtsdragers subsidie. Ook ontvangen de griffie en rekenkamer subsidies.

Met een subsidie aan Stichting Kennispunt Lokale Politieke Partijen worden fysieke en online trainingen aan lokale politieke partijen in 2027 voortgezet.

Weerbaar bestuur

Subsidies worden verstrekt ter verhoging van de weerbaarheid van het bestuur tegen intimidatie, bedreiging en ondermijning en ter verhoging van de veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers, ambtenaren en hun organisaties. Zo worden het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur (OTWB) en de woningscans voor alle decentrale politieke ambtsdragers gefinancierd.

Decentrale politieke partijen

Het wetsvoorstel Wpp bevat een structurele subsidieregeling voor decentrale politieke partijen. Hiervoor is structureel € 8,2 mln. gereserveerd. De ingangsdatum van deze subsidieregeling is afhankelijk van de inwerkingtreding van de Wpp.

Opdrachten

Verbinding inwoner en overheid

Opdrachten worden verstrekt in het kader van de voorbereiding en evaluatie van de Provinciale staten- en waterschapsverkiezingen in 2027. Het voornemen is om tijdens deze verkiezingen het experiment met een nieuw stembiljet voort te zetten.

Ter voorbereiding op de instelling van het detectieorgaan buitenlandse desinformatie wordt de opbouw van de organisatie met een kwartiermaker en analisten voorbereid. Tevens wordt een pilot FIMI-detectie uitgevoerd voor de verkiezingen voor de waterschappen, provinciale staten en eilandsraden op 17 maart 2027.

Opdrachten worden verstrekt om democratische innovatie te onderzoeken en bevorderen en te monitoren hoe invulling wordt gegeven aan de versterking van participatie bij maatschappelijke opgaven.

Weerbaar bestuur

Er wordt doorgewerkt aan het verhogen van de weerbaarheid van decentrale politieke ambtsdragers, ambtenaren en hun organisaties tegen (online) agressie, intimidatie, bedreiging en ondermijning. Producten worden ontwikkeld ten behoeve van de preventie en nazorg van de doelgroep en het breder beschikbaar stellen van kennis en expertise voor decentrale medeoverheden.

Maatschappelijke weerbaarheid van medeoverheden

In het kader van de samenwerkingsagenda met de medeoverheden maakt het kabinet budget vrij voor de bevordering van de weerbaarheid tegen hybride en militaire dreigingen. Deze middelen zullen worden ingezet om gemeenten concrete ondersteuning te leveren ten behoeve van ‘Weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau’. Door deze ondersteuning zullen gemeenten concreet worden geholpen bij de versterking van de digitale en fysieke weerbaarheid van hun meest vitale processen. Daarnaast zullen de middelen worden ingezet om een impuls te geven aan de versterking van het sociaal maatschappelijk weefsel van lokale samenlevingen, waardoor schokken die worden veroorzaakt door hybride acties of een militair conflict beter kunnen worden opgevangen.

Inkomensoverdrachten

Toerusting en ondersteuning politieke ambtsdragers

Het ministerie van BZK financiert de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers. Het betreft pensioenen en uitkeringen aan voormalige ministers en staatssecretarissen en uitkeringen aan voormalige herindelingsburgemeesters en waarnemend burgemeesters.

1.3 Rechtsstaat en Grondrechten

Subsidies (regelingen)

Antidiscriminatie

De minister is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de bijbehorende wetgeving, zoals de Algemene wet gelijke behandeling en de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen en heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie. Er worden subsidies verstrekt om aan deze taak te kunnen voldoen. Er worden onder andere subsidies verleend voor de herziening van het stelsel van antidiscriminatievoorzieningen aan Discriminatie.nl en het tot stand brengen van een real time dashboard met discriminatiecijfers.

Versterken rechtsstaat

De instituties van de rechtsstaat worden versterkt. Zo werkt het kabinet aan een Grondwetswijziging die strekt tot de gedeeltelijke opheffing van het toetsingsverbod in artikel 120 Grondwet. Ook wordt ingezet dat de Grondwet de bescherming biedt die past bij de huidige tijd, waarin digitale technologie een steeds belangrijkere rol speelt in de verhouding tussen overheid en burgers. Er worden verschillende subsidies verleend ter ondersteuning van deze beleidsdoelen.

Opdrachten

Versterken rechtsstaat

De instituties van de rechtsstaat worden versterkt. Zo werkt het kabinet aan een Grondwetswijziging die strekt tot de gedeeltelijke opheffing van het toetsingsverbod in artikel 120 Grondwet. Ook wordt ingezet dat de Grondwet de bescherming biedt die past bij de huidige tijd, waarin digitale technologie een steeds belangrijkere rol speelt in de verhouding tussen overheid en burgers. Er worden verschillende onderzoeken uitgezet ter ondersteuning van deze beleidsdoelen.

Antidiscriminatie

De minister van het ministerie van BZK is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de bijbehorende wetgeving, zoals de Algemene wet gelijke behandeling en de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen en heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie. Er worden opdrachten uitgezet die het daadkrachtig optreden tegen onder andere discriminatie en racisme bevorderen. Er worden onder andere opdrachten verstrekt voor de begeleiding van de transitie naar een nieuw stelsel van antidiscriminatievoorzieningen.

1.4 Gemeenschapsfonds

Subsidies (regelingen)

Gemeenschapsfonds

In 2027 is er voor het Gemeenschapsfonds € 30,0 mln. beschikbaar. Hiermee worden voorzieningen voor ontmoeting en gemeenschapskracht versterkt, voornamelijk in gebieden waar ontmoetingsplekken en sociale structuren sterk onder druk staan.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen grotendeels de bijdragen van de waterschappen aan de uitvoeringskosten van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet en de kosten worden gezamenlijk gedragen door het Rijk, gemeenten en waterschappen. De waterschappen betalen jaarlijks hun aandeel in de uitvoeringskosten via het Rijk aan de gemeenten.

Het ministerie van BZK ontvangt jaarlijks budget van de waterschappen in het kader van de organisatie van de Waterschapsverkiezingen. De kosten, die de gemeenten voor de organisatie van de Waterschapsverkiezingen maken, worden vergoed door de waterschappen. Sinds 2020 gebeurt dat via een structurele toevoeging aan de algemene uitkering van het gemeentefonds. Dit bedrag is reeds overgeboekt vanuit de begroting van BZK (VII). Daartegenover incasseert het ministerie van BZK jaarlijks eenzelfde bedrag bij de waterschappen.

Extracomptabel

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. Deze fiscale regelingen zijn:

  • Koningshuisregeling in de schenk- en erfbelasting;

  • Koningshuisregeling in inkomstenbelasting.

Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de paragraaf ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota.

3.2 Artikel 2. Nationale Veiligheid

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) beschermt de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde. Dit doet de AIVD door tijdig dreigingen, internationale politieke ontwikkelingen en risico's te onderkennen. Deze zijn niet altijd zichtbaar en de AIVD doet daartoe onderzoek in binnen- en buitenland. De AIVD signaleert, adviseert en deelt gericht informatie met samenwerkingspartners, zodat deze de dreiging en risico's kunnen mitigeren. Waar nodig mitigeert de AIVD zelfstandig risico's.

Uitvoeren

  • De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor de taakuitvoering van de AIVD. De AIVD verricht onderzoek met behulp van bijzondere inlichtingenmiddelen. Op basis van de bevindingen informeert en adviseert de AIVD samenwerkingspartners met ambtsberichten en analyses (waaronder openbare publicaties). De minister legt waar mogelijk in het openbaar verantwoording af aan de Tweede Kamer als geheel of in de vaste Kamercommissie van Binnenlandse Zaken. Waar dat niet kan, vanwege de geheime aspecten van het overheidsbeleid rond de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, gebeurt dit via de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CIVD) van de Tweede Kamer.

  • Voor de taakuitvoering zijn stevige waarborgen ingericht in de vorm van toetsing, toezicht en controle. Dit vanwege de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van mensen die de inzet van bijzondere inlichtingenmiddelen kan hebben. Voor de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen is toestemming nodig van de minister van BZK.

In de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 staat dat na de toestemming van de minister voorafgaand aan de inzet van een groot aantal bijzondere inlichtingenmiddelen een onafhankelijke toetsing nodig is van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB). Daarnaast houdt de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) toezicht tijdens en na afloop van de inzet van bevoegdheden of op andere werkzaamheden van de AIVD.

De AIVD doet zijn werk op basis van de Geïntegreerde Aanwijzing Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (GA I&V). De GA I&V wordt opgesteld in samenspraak met de behoeftestellers. In 2023 is de GA voor vier jaar in werking getreden en is tussen 2024 en 2026 jaarlijks geactualiseerd. De GA wordt iedere vier jaar herzien. Dat betekent dat in 2027 de GA wederom voor vier jaar in werking treedt en tussen 2028 en 2030 jaarlijks geactualiseerd wordt.

Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuw, techniekneutraal en meer dreigingsgericht wettelijk kader. De aanbieding van het wetsvoorstel aan de Tweede Kamer is voorzien voor de eerste helft van 2027.

Er zijn geen beleidswijzigingen.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid art. 2 Nationale Veiligheid (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

593.914

574.234

648.936

643.706

653.520

661.416

661.030

         
 

Uitgaven

558.254

574.234

648.936

643.706

653.520

661.416

661.030

         
 

Apparaatsuitgaven

539.155

554.851

629.569

624.420

634.233

642.130

641.757

         
 

Programmauitgaven

19.099

19.383

19.367

19.286

19.287

19.286

19.273

         

2.0

Nationale veiligheid

19.099

19.383

19.367

19.286

19.287

19.286

19.273

 

Geheim

19.099

19.383

19.367

19.286

19.287

19.286

19.273

 

AIVD geheim

19.099

19.383

19.367

19.286

19.287

19.286

19.273

         
 

Ontvangsten

24.130

17.214

17.214

17.214

17.214

17.214

17.214

Geschatte budgetflexibiliteit

Omdat het budget als apparaat wordt aangemerkt, is het gehele budget juridisch verplicht.

Investeringen

De AIVD zet met de eerder toegekende middelen voor 2027 (vanuit kabinet Rutte IV tot € 86,5 mln. en vanuit kabinet Schoof tot € 77,6 mln.) een wezenlijke stap om de gekende en ongekende dreigingen te blijven adresseren. De middelen worden onder meer ingezet in lijn met de prioriteiten uit de Jaarplanbrief 2026. Met deze middelen wordt geïnvesteerd in een nieuw wettelijk kader (een herziening van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017), met als doel het efficiënter kunnen inzetten van de huidige bevoegdheden en, indien noodzakelijk, het toevoegen van nieuwe bevoegdheden, inclusief voldoende passende waarborgen.

De intensivering van oplopend € 50 mln. structureel in 2030 uit het regeerakkoord Jetten zal door de AIVD worden ingezet ten behoeve van de benodigde uitbreiding van de dataverwerkingscapaciteit en strategische samenwerking met partners. Dit is noodzakelijk om onderzoeken effectief te kunnen blijven uitvoeren en om ook in de toekomst van waarde te blijven.

Vanwege het bijzondere karakter van dit begrotingsartikel en de gedeeltelijk geheime uitgaven zijn de uitgaven niet nader uitgesplitst en zijn de apparaatsuitgaven niet opgenomen in het centraal apparaatsartikel.

Ontvangsten

De Unit Veiligheidsonderzoeken (UVO), het samenwerkingsverband tussen de AIVD en de MIVD, verricht veiligheidsonderzoeken voor andere (overheids-)organisaties en brengt daarvoor een tarief in rekening. De ontvangsten hebben hier voornamelijk betrekking op.

3.6 Artikel 6. Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Een digitale samenleving over de grenzen heen die rekening houdt met burgers en werkt aan maatschappelijke opgaven.

Het ministerie van BZK heeft met betrekking tot overheidsdienstverlening en informatiesamenleving de volgende taken:

  • het stimuleren van het verantwoord gebruik van nieuwe technologieën binnen de realisatie van digitalisering voor de overheid;

  • het zorgen voor een veilige, gebruiksvriendelijke en toegankelijke dienstverlening;

  • het zorgen voor toegankelijke en transparante overheidsinformatie;

  • het bouwen van een betrouwbaar identiteitsstelsel.

Aanscherping algemene doelstelling subartikel 6.5

Sinds de BZK-begroting 2026 is het de werkwijze om, na de afronding van elke Periodieke Rapportage, te onderzoeken of de algemene doelstelling in de begroting nog goed aansluit bij de actuele beleidstheorie. Recent is de beleidstheorie gereconstrueerd in de Periodieke Rapportage over subartikel 6.5 (Kamerstuk 36800-VII, nr. 98). Deze is gebruikt voor onderstaande aanscherping van de algemene doelstelling van subartikel 6.5. In de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) is de gehele beleidstheorie opgenomen.

Door deze aangescherpte algemene doelstelling wordt eveneens invulling gegeven aan de toezegging aan de rapporteur om in mijn begrotingstukken meer concrete en meetbare doelstellingen op te nemen (Kamerstuk 36 945-VII, nr. 17).

De Basisregistratie Personen (BRP) en het stelsel voor reisdocumenten vormen samen de basis van het identiteitsstelsel en zijn essentieel voor een betrouwbare, veilige en efficiënte overheidsdienstverlening. De samenhang tussen beiden zorgt voor consistentie, actualiteit en veiligheid van persoonsgegevens. Dit versterkt de dienstverlening en het vertrouwen in de overheid. Daarnaast is weerbaarheid een belangrijk aandachtspunt om actuele dreigingen op het gebied van cyberveiligheid en privacy het hoofd te bieden.

  • Basisregistratie Personen (BRP): De BRP waarborgt actuele, betrouwbare en uniforme persoonsgegevens voor overheden en instanties. Het uiteindelijke maatschappelijke effect is dat BRP-gegevens overeenkomen met de feitelijke werkelijkheid, betere dienstverlening door overheden, een betere bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers, het voorkomen van identiteitsfraude en misbruik en toegang tot overheidsdiensten van kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen.

  • Reisdocumenten: Voor reisdocumenten is het doel dat burgers zich kunnen identificeren en vrij kunnen reizen. Reisdocumenten moeten veilig, fraudebestendig en voor iedereen toegankelijk zijn. Dit realiseert als maatschappelijk effect dat burgers zich betrouwbaar kunnen identificeren en vrijelijk naar het buitenland kunnen reizen met toegankelijke reisdocumenten, de dienstverlening aan uitgevende en controlerende instanties verbetert, de veiligheid van reisdocumenten wordt verhoogd en misbruik van persoonsgegevens effectief wordt voorkomen.

De minister van BZK is verantwoordelijk voor het bevorderen van een toegankelijke digitale overheidsdienstverlening en zet daarbij digitale innovaties in.

Stimuleren

  • de minister van BZK stimuleert het gebruik van nieuwe digitale technologieën voor het oplossen van maatschappelijke opgaven, waarbij de markt ook nadrukkelijk uitgedaagd wordt om mee te denken;

  • de minister van BZK stimuleert internationale samenwerking voor het realiseren van overheidsdiensten over de grenzen heen met wet- en regelgeving die zowel recht doet aan de Nederlandse situatie als in Caribisch Nederland.

Regisseren

  • de minister van BZK is stelselverantwoordelijk voor de inrichting en de governance van de generieke digitale infrastructuur;

  • de minister van BZK heeft een regisserende rol in de zichtbaarheid en herkenbaarheid van één samenwerkende overheid bij de dienstverlening aan burgers en ondernemers;

  • de minister van BZK heeft een coördinerende rol met betrekking tot alle officiële publicaties van de overheid;

  • de minister van BZK heeft eveneens een realiserende rol ten aanzien van de uitvoering van het AI-beleid bij de overheid (Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen). Denk daarbij bijvoorbeeld aan het breed beschikbaar stellen van bewezen en verantwoorde AI- toepassingen die het werk vergemakkelijken. En het stimuleren van open taalmodellen die soeverein zijn, middel het organiseren van het aanbod hiervan bij de gehele overheid.

Uitvoeren

  • de minister van BZK is verantwoordelijk voor de inrichting, beschikbaarstelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van het geheel van voorzieningen inzake de generieke digitale infrastructuur; 

  • de minister van BZK is verantwoordelijk voor de inrichting, beschikbaar­stelling, instandhouding, werking, beveiliging en betrouwbaarheid van generieke digitale voorzieningen voor elektronisch berichtenverkeer en informatieverschaffing, alsmede voor de voorzieningen voor het inloggen bij overheidsdienstverleners (authenticatie) en registratie van machtigingen in het burgerservicenummer domein;

  • de minister van BZK is verantwoordelijk voor het beleid rondom het vaststellen van de identiteit alsmede de verstrekking van reisdocumenten op basis daarvan. Ook is de minister van BZK verantwoordelijk voor de vastlegging van persoons- en adresgegevens in de Basisregistratie Personen (BRP). In dat kader houdt de minister van BZK toezicht op de uitvoering van de Paspoortwet, monitort de uitvoering van de Wet BRP en ondersteunt de gemeenten die primair verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze wetten. De minister van BZK faciliteert hiermee het juiste gebruik van persoons- en adresgegevens door andere overheidsinstanties. Het tegengaan van fraude met, en het corrigeren van fouten van persoons- en adresgegevens en reisdocumenten vormt hiervan een integraal onderdeel.

  • de minister van BZK is kaderstellend voor cybersecurity voor de sector overheid en is aangewezen als bevoegd gezag voor de cyberbeveiligingswet die naar verwachting medio 2026 van kracht gaat. BZK is verantwoordelijk voor het wettelijk verankeren van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als sectoraal kader voor de gehele overheid onder NIS2 en werkt de Cyberbeveiligingswet (Cbw) uit voor overheidsorganisaties.

  • de minister van BZK draagt zorg voor de betrouwbaarheid en de beveiliging van de elektronische uitgifte en de beschikbaarstelling van de publicatiebladen én geconsolideerde versies van wet- en regelgeving.

Departementale herverdeling Digitalisering.

Naar aanleiding van het coalitieakkoord heeft de departementale herverdeling Digitalisering plaatsgevonden. Het digitaliseringsbeleid voor de samenleving en overheid wordt ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit. De hiervoor beschikbare middelen op de begroting van het ministerie van BZK zijn overgeheveld naar het ministerie van EZK.

Het ministerie van BZK borgt vanuit de portefeuille van staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, de realisatiekracht van een slagvaardige overheid: uitvoerbaar, mensgericht, veilig en uitvoeringsvast binnen de gehele overheid. Daarmee ontstaat een heldere scheiding tussen beleidsvorming en realisatie, met behoud van één overheidsbrede digitale koers. Naast het beleid voor de digitale samenleving, wordt dus ook het beleid voor de digitale overheid belegd bij EZK. Deze governance sluit aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), waarin is afgesproken dat de prioriteiten cloud, AI, weerbaarheid en autonomie overheidsbreed worden opgepakt. Daarbij is de aanname dat met meer overheidsbreed beleid, er minder rijksspecifiek beleid nodig zal zijn. Waar dat wel nodig is voor de realisatie, maakt BZK binnen de kaders de doorvertaling. Ook monitort BZK de realisatie van het overheidsbrede beleid binnen de kaders.

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

615.900

567.962

508.690

593.468

577.002

564.009

561.167

         
 

Uitgaven

603.422

567.962

508.690

593.468

577.002

564.009

561.167

         

6.2

Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

94.317

100.363

72.823

70.599

63.684

59.521

61.080

 

Subsidies (regelingen)

6.485

14.440

3.927

3.222

2.896

2.669

2.896

 

Overheidsdienstverlening

6.485

14.440

3.927

3.222

2.896

2.669

2.896

 

Opdrachten

4.942

6.790

18.725

19.318

17.374

14.501

16.224

 

Overheidsdienstverlening

4.029

4.430

16.714

17.028

14.001

14.501

14.501

 

Informatiesamenleving

913

2.360

2.011

2.290

3.373

0

1.723

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

26.472

22.867

8.177

8.115

8.012

7.905

7.865

 

CBS

146

423

1.427

1.406

1.369

1.331

1.317

 

RDW

24

0

0

0

0

0

0

 

KvK

0

62

199

360

350

340

336

 

ICTU

23.995

20.080

5.867

5.700

5.700

5.700

5.700

 

Diverse bijdragen

2.307

2.302

684

649

593

534

512

 

Bijdrage aan medeoverheden

4.520

4.661

767

767

767

767

767

 

Gemeenten

4.163

4.661

650

650

650

650

650

 

Provincies

357

0

117

117

117

117

117

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

10.113

244

89

89

89

89

89

 

Diverse bijdragen

10.113

244

89

89

89

89

89

 

Bijdrage aan agentschappen

41.746

51.361

41.138

39.088

34.546

33.590

33.239

 

RVO

2.322

3.360

2.464

2.429

2.373

2.319

2.296

 

RODI

1.256

2.781

1.857

1.828

1.780

1.730

1.712

 

Diverse bijdragen

2.981

3.227

0

0

0

0

0

 

Logius

30.065

36.520

31.374

29.467

25.167

24.454

24.195

 

RvIG

69

0

0

0

0

0

0

 

RDI

5.053

5.473

5.443

5.364

5.226

5.087

5.036

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

39

0

0

0

0

0

0

 

Buitenlandse Zaken (V)

39

0

0

0

0

0

0

6.5

Identiteitsstelsel

98.977

70.426

45.714

38.777

36.940

36.103

35.725

 

Opdrachten

163

1.060

1.055

1.055

1.055

1.055

1.055

 

Identiteitsstelsel

163

1.060

1.055

1.055

1.055

1.055

1.055

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

54

0

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

54

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

738

1.262

4.087

3.862

3.844

3.852

3.820

 

Gemeenten

738

1.262

4.087

3.862

3.844

3.852

3.820

 

Bijdrage aan agentschappen

98.022

68.104

40.572

33.860

32.041

31.196

30.850

 

RvIG

98.022

68.104

40.572

33.860

32.041

31.196

30.850

6.7

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

57.378

38.087

29.427

129.750

129.311

128.913

128.716

 

Subsidies (regelingen)

5.146

5.433

4.350

4.094

4.006

4.006

4.006

 

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

2.293

1.400

1.380

1.380

1.380

1.380

1.380

 

VNG

2.853

4.033

2.970

2.714

2.626

2.626

2.626

 

Opdrachten

543

676

5.288

105.808

105.849

105.849

105.796

 

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

543

676

5.288

105.808

105.849

105.849

105.796

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

12.584

10.259

9.229

8.972

8.874

8.774

8.738

 

ICTU

8.954

6.959

5.550

5.350

5.350

5.350

5.350

 

Diverse bijdragen

3.630

3.300

3.679

3.622

3.524

3.424

3.388

 

Bijdrage aan medeoverheden

17.127

0

0

0

0

0

0

 

Gemeenten

17.127

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

158

0

0

0

0

0

0

 

Digitale dienstverlening

158

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

21.820

21.719

10.560

10.876

10.582

10.284

10.176

 

Logius

1.474

3.663

533

525

511

496

491

 

RvIG

12.122

9.365

1.645

1.621

1.579

1.536

1.520

 

AZ-DPC

5.765

4.970

3.577

3.999

3.890

3.780

3.740

 

Diverse bijdragen

2.459

3.721

4.805

4.731

4.602

4.472

4.425

6.8

Generieke Digitale Infrastructuur

352.750

359.086

360.726

354.342

347.067

339.472

335.646

 

Subsidies (regelingen)

5.463

8.585

0

0

0

0

0

 

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

5.463

8.585

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

3.586

7.352

72.026

72.375

72.419

72.418

72.341

 

Doorontwikkeling en innovatie

3.586

7.352

72.026

72.375

72.419

72.418

72.341

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

18.871

22.253

7.744

6.763

6.587

6.405

6.337

 

KvK

6.023

7.900

6.888

6.763

6.587

6.405

6.337

 

ICTU

11.066

12.410

856

0

0

0

0

 

RDW

290

142

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

1.492

1.801

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.774

1.398

0

0

0

0

0

 

Gemeenten

1.774

1.398

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

302

399

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

302

399

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

322.754

319.099

280.956

275.204

268.061

260.649

256.968

 

Logius

296.619

289.919

260.990

255.620

248.949

242.026

238.538

 

RvIG

12.271

15.290

11.054

10.829

10.557

10.274

10.162

 

RVO

10.758

10.141

8.145

8.002

7.821

7.634

7.560

 

RDI

847

1.629

767

753

734

715

708

 

Diverse bijdragen

2.259

2.120

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

55.456

17.349

10.927

10.927

10.927

10.927

10.927

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 13 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 6
 

2027

juridisch verplicht

8%

bestuurlijk gebonden

90%

beleidsmatig gereserveerd

2%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 6 is 8% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

Bijdrage aan agentschappen

Het budget (bijdrage aan agentschappen) is voor 12% juridisch verplicht en voor 88% bestuurlijk gebonden. Het betreft diverse bijdragen, waaronder bijdragen aan Logius en de Kamer van Koophandel in het kader van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI).

Subsidies (regelingen)

Het subsidiebudget is voor 58% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies, waaronder aan de VNG voor gemeentelijke statuur van de uitvoering.

6.2 Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

Opdrachten

Overheidsdienstverlening

Via WaU-financiering wordt de ontwikkeling van het traject overheidsbrede dienstverlening/loketten gecontinueerd in 2027. Dit behelst de inrichting van het netwerk van professionals en het verder vormgeven van de ‘overheidsdienstverlener’, zodat mensen persoonlijk hulp en ondersteuning krijgen.

Ook worden opdrachten verstrekt via middelen uit de envelop Goed Bestuur, deze opdrachten hebben betrekking op de bereikbaarheid en toegankelijkheid van de overheidsdienstverlening en het doordacht gebruik van AI/algoritmes.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

In 2027 ontvangt ICTU bijdrages voor de volgende onderwerpen:

  • het Expertteam digitale toegankelijkheid om overheidsorganisaties te helpen met ICT capaciteit en de implementatie van het NL Designsystem binnen overheidsorganisaties;

  • het overheidsbrede cyberprogramma;

Er wordt gewerkt aan het vergroten van het inzicht bij burgers over de eigen persoonsgegevens die de overheid verwerkt bij het nemen van besluiten en het leveren van diensten aan burgers (Wat gebeurt er met uw gegevens bij de overheid?). Ook wordt mogelijk gemaakt dat zij deze gegevens kunnen delen met derden, om regie te kunnen voeren op het eigen digitale leven.

Bijdrage aan agentschappen

Logius

Logius ontvangt in 2027 bijdragen voor de volgende activiteiten:

  • het Beheer, doorontwikkeling en exploitatie van data.overheid.nl ten behoeve van Open Data; dit is nu enkel het platform waarop datasets beschikbaar worden gesteld. In 2026 wordt het platform doorontwikkeld tot de datacatalogus van alle openbare en niet-openbare overheidsgegevens. Ook wordt er een eenduidige manier om toegang tot datasets te krijgen geïmplementeerd op data.overheid.nl;

  • het BSN-Koppelregister; dit betreft een voorziening die het mogelijk maakt om publieke en private authenticatie- en machtigingsmiddelen te gebruiken in het publieke domein;

  • het beheer van Wetten.nl, Overheid.nl, het Register Internetdo­meinen van de Overheid en de Staatscourant;

  • het beheer van het Algoritmeregister.

Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI)

Voor de invoer van de cyberbeveiligingswet, ontvangt het RDI een bijdrage. De Europese NIS2 richtlijn wordt omgezet in de Cyberbeveiligingswet (Cbw). Het toezicht wordt uitgevoerd door de RDI. Dit toezicht geldt voor alle onderdelen van de overheid, dus ook op de centrale overheid (individuele ministeries, agentschappen en ZBO’s).

RDI ontvangt een bijdrage voor activiteiten in het kader van de implementatie van de herziene eIDAS verordening. Daarnaast wordt een bijdrage verstrekt voor het ETD toezicht (Afsprakenstelsel Electronische Toegangsdiensten) en WDO toezicht en handhavingstaken.

6.5 Identiteitstelsel

Bijdrage aan agentschappen

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

De RvIG ontvangt een bijdrage voor het beheer en onderhoud van de centrale voorzieningen voor de Basisregistratie Personen (BRP) en voor de bevolkingsregistratie in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

De kwaliteit van de gegevens is belangrijk voor het goed kunnen uitvoeren van overheidsdienstverlening. Het adresgegeven in de BRP wordt in veel regelingen gebruikt om te bepalen welke rechten en plichten een burger heeft. De RvIG ontvangt daarom een bijdrage voor de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit, ter ondersteuning van gemeenten bij het doen van onderzoek naar juistheid van de adresregistratie.

Daarnaast ontvangt de RvIG een bijdrage voor het Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI).

6.7 Hoogwaardige dienstverlening één overheid

Opdrachten

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

Burgers en ondernemers verwachten dienstverlening die aansluit bij hun leefwereld en persoonlijke situatie. Er worden opdrachten verstrekt om te zorgen dat mensen makkelijk toegang hebben tot overheidsbrede dienstverlening (zowel digitaal als fysiek), dat ze goed geholpen en ondersteund worden en dat de dienstverlening begrijpelijk en toegankelijk is. Dit geldt ook voor inwoners van het Caribisch deel van Nederland.

We werken, samen met de betrokken publieke dienstverleners en medeoverheden, aan het verbeteren van de overheidsbrede dienstverlening rondom diverse levensgebeurtenissen, voor zowel burgers als ondernemers. Dit doen we door het realiseren van concrete (dienstverlenings)oplossingen, waarbij de belevingswereld van mensen centraal staat. Daarnaast wordt ingezet op het proactief aanreiken van producten en diensten.

Ook wordt invulling gegeven aan de realisatie van overheidsbreed signaalmanagement waarbij aandacht is voor het overheidsbreed ophalen van signalen (offline en online) en het delen, monitoren en terugkoppelen op feedback. Daarnaast wordt ingezet op de inzet van nieuwe technologie voor overheidsbrede dienstverlening, zoals AI. Ten behoeve van deze beleidsterreinen en concrete activiteiten worden in 2027 opdrachten verstrekt.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

ICTU

ICTU ontvangt een bijdrage om te helpen bij het realiseren van een begrijpelijke, digitaal toegankelijke en gebruikersvriendelijke overheid. Ze ontwikkelen hiervoor onder andere praktische instrumenten en faciliteren community’s, waarvan alle publieke dienstverleners gebruik kunnen maken. Daarnaast ontvangt ICTU een bijdrage om een omgeving op te leveren en door te ontwikkelen waar organisaties volwassenheidsmodellen op het gebied van dienstverlening vinden. Verder wordt invulling gegeven aan het bevorderen van tevredenheid en de menselijke maat met een zogenaamd meethuis, dit geeft organisaties inzicht in het meten en verbeteren van klantbeleving binnen de overheid.

Verder ontvangt Digicampus (onderdeel van ICTU) een bijdrage om invulling te geven aan de inzet van verantwoorde digitale assistenten door de overheid.

6.8 Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

Opdrachten

Doorontwikkeling en innovatie

In 2027 wordt het vernieuwingsbudget (zie www.pgdi.nl) ingezet voor doorontwikkeling en innovatie van de digitale overheid, waaronder de Generieke Digitale Infrastructuur. De bestemming van de beschikbare middelen wordt afgestemd in de Programmeringsraad GDI en in het Overheidsbreed Beleidsoverleg Digitale Overheid. Deze afstemming wordt opgenomen in het programmeringsplan GDI 2027. Het programmeringsplan wordt jaarlijks opgesteld en aangeboden aan de Tweede Kamer (gepland eind 2026).

Op basis van dit programmeringsplan zal na de vaststelling in de Kamer , een reallocatie bij de eerste suppletoire begroting 2027 plaatsvinden om de middelen te realloceren naar de juiste instrumenten.

Om innovatie te stimuleren is 2% van het totaal budget voor de GDI beschikbaar voor innovatieve trajecten voor burgers en ondernemers. Hiermee worden partijen uitgedaagd om gezamenlijk tot oplossingen te komen.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Kamer van Koophandel (KvK)

De KvK ontvangt een bijdrage voor het beheer, de exploitatie en de doorontwikkeling van het Digitaal Ondernemersplein. Via het Ondernemersplein vinden ondernemers informatie en advies van de gehele (semi-)overheid.

Bijdrage aan agentschappen

Logius

Logius ontvangt een jaarlijkse bijdrage voor het beheer en de doorontwikkeling van voorzieningen en functionaliteiten in de GDI, op de domeinen Toegang, Interactie, Digitale Toegankelijkheid, Gegevensuitwisseling en Infrastructuur. Logius beheert onder andere DigiD, MijnOverheid en eHerkenning.

De besteding van deze bijdragen is nader uitgewerkt in het programmeringsplan GDI 2027 dat eind 2026 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden.

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

De RvIG ontvangt een jaarlijkse bijdrage voor de beheervoorziening Burgerser­vicenummer. Deze voorziening zorgt voor het toekennen van een uniek Burgerservicenummer bij inschrijving in de Basisregistratie Personen en het beheer van deze nummers om een efficiënte koppeling tussen burgers en instanties te maken.

Verder ontvangt de RvIG een bijdrage voor het faciliteren van het knooppunt Electronic Identification And Trust Services (eIDAS). De EU eIDAS-verordening stelt burgers in staat om digitaal zaken te doen met overheidsorganisaties in andere landen met hun eigen nationale inlogmiddel.

Rijkdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)

De RVO werkt aan de verbeterde digitale dienstverlening aan bedrijven via een aantal generieke digitale bouwstenen. RVO levert een bijdrage aan het mogelijk maken van veilig digitaal berichtenverkeer en het verminderen van regeldruk voor ondernemers.

Ontvangsten

Centrale financiering Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

Dit betreft voornamelijk de ontvangsten in het kader van de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). Voor een aantal gebruikers van de Generieke Digitale Infrastructuur geldt dat BZK de bijdragen door middel van jaarlijkse facturatie ontvangt. Dit wordt ingezet ter financiering van het beheer van de GDI voorzieningen.

3.7 Artikel 7. Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft naar een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en haar maatschappelijke taken optimaal uitvoert. Dit gebeurt door het creëren van randvoorwaarden voor het optimaal en duurzaam functioneren van overheidsorganisaties en in het bijzonder voor een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering. De minister van BZK draagt hieraan data gedreven bij in een regisserende en coördinerende rol, respectievelijk op het terrein van collectieve arbeidsvoorwaarden, personeelsbeleid Rijk, de organisatie en bedrijfsvoering van het Rijk, waaronder de informatiehuishouding, een kaderstellende rol op ICT, huisvesting, inkoop en faciliteiten en Management Development. De rijksbrede bedrijfsvoering betreft de niet-financiële bedrijfsvoering, bedoeld om alle ruim 165.000 rijksambtenaren in staat te stellen samen aan de Rijksopgaven te werken – teneinde maatschappelijke opgaven te realiseren.

In een recent afgeronde Periodieke Rapportage over dit artikel is de beleidstheorie gereconstrueerd in de vorm van vijf onderliggende beleidsthema's die onder dit artikel vallen (Kamerstukken II 2024/25, 30985, nr. 67). Hieruit zijn onderstaande doelstellingen te herleiden:

Rijk als werkgever

Het strategisch personeels- en organisatie beleid draagt bij aan een goed functionerende rijksdienst. Hiervoor wordt beoogd een P&O beleid te voeren wat hier de kaders voor schept, met daarbij passende flexibele arbeidsvoorwaarden. Een veilige en gezonde werkomgeving met een open, inclusieve en integere cultuur, staat hierbij voorop. Voor een diversiteit aan huidige en toekomstige medewerkers.

Organisatie

Doel van beleid richt zich op de rijksbrede eenheid, kwaliteit en efficiëntie van de niet-financiële bedrijfsvoering van de rijksdienst. De inzet is gericht op de rijksbrede bedrijfsvoering, uitgezonderd het financieel beleid. Dit omvat het vaststellen van kaders ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit en de efficiëntie van de bedrijfsvoering. Daarnaast worden ondersteunende diensten aangewezen die, ten behoeve van alle of een deel van de ministeries, door een onderdeel van een van de ministeries zullen worden uitgevoerd.

Informatievoorziening Rijk

Digitalisering biedt overheidsorganisaties kansen om effectiever te functioneren. Het beleid is erop gericht die kansen op een efficiënte en verantwoorde manier voor de rijksdienst te verzilveren. Onder meer met investeringen in de informatiehuishouding, het stellen en het op orde hebben van digitale randvoorwaarden en het verbeteren van transparantie en openheid van de overheid.

Huisvesting en faciliteiten

Het Rijkshuisvestingsstelsel (RHS) draagt bij aan een goed functioneren van de rijksdienst, draagt bij aan aantrekkelijke werkgeverschap en biedt een passende, prettige en veilige werkomgeving. Medewerkers moeten worden ondersteund in hun werk aan maatschappelijke opgaven, zichtbaar voor burgers, waarbij samenwerking wordt ondersteund, ook in en met de regio. Continuïteit en financiële houdbaarheid van het stelsel staan centraal.

Rijksinkoop

De beoogde outcome van dit thema is de verbetering, verduurzaming en weerbaarheid van de bedrijfsvoering. Ook stimuleert het inkoopbeleid de ontwikkeling en innovatie van het digitale inkooplandschap. Het inkoopbeleid van de rijksoverheid ligt vast in de rijksinkoopstrategie Inkopen met Impact die in 2019 aan de Kamer is gezonden. De rijksinkoopstrategie wordt momenteel geactualiseerd.

De uitgebreide beleidstheorie over bovenstaande vijf subthema's is in deze begroting opgenomen in de Strategische Evaluatie Agenda (SEA).

De minister van BZK heeft de coördinerende verantwoordelijkheid op het gebied van organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen van de Rijksdienst. Op grond van het coördinatiebesluit Organisatie, Bedrijfsvoering en Informatiesystemen Rijkdienst heeft de Minister onder andere de volgende bevoegdheden:

  • het vaststellen van kaders ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit en de efficiëntie van de bedrijfsvoering en de informatiesystemen van de ministeries;

  • het aanwijzen van werkzaamheden die ten behoeve van alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd door een daarbij aangegeven organisatieonderdeel van een der ministeries;

  • het aanwijzen van voorzieningen die in verband met de noodzakelijke interoperabiliteit of beveiliging voor bepaalde informatiesystemen van alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden gebruikt.

De rol en verantwoordelijkheid die de minister van BZK heeft, verschilt per onderwerp. Dit geldt ook voor de reikwijdte: de gehele publieke sector of de gehele overheid, de gehele Rijksoverheid of de Rijksdienst/ministeries. Voor een aantal onderwerpen heeft de minister een bredere scope. Dit geldt bijvoorbeeld voor deze onderwerpen:

  • de rechtspositie en arbeidsvoorwaarden van ambtenaren (overheidsbreed);

  • de overheidspensioenen (publieke sector);

  • een adequaat overlegstelsel en kennispositie van overheidswerkgevers en werknemers over arbeidsvoorwaarden (overheidsbreed);

  • de normering en openbaarmaking van topinkomens (gehele publieke en semi-publieke sector).

  • De bescherming van klokkenluiders (alle werkgevers in Nederland).

Stimuleren

  • De minister van BZK stimuleert onder andere met subsidies diverse doelen ter bevordering van professioneel werkgeverschap zoals bijvoorbeeld het vergroten van de aantrekkingskracht van het werken bij de overheid bij jongeren en het bevorderen van de kwaliteit van overheidsmanagers.

  • De minister van BZK stimuleert kennisontwikkeling door bij te dragen aan onderzoek, bijvoorbeeld op het vlak van het functioneren van de overheid.

  • De minister van BZK stimuleert het creëren van baankansen voor arbeidsbeperkten, onder meer door in te zetten op partnerschappen tussen overheidswerkgevers en leveranciers (social return).

  • De minister van BZK stimuleert de mogelijkheden voor duurzaam samenwerken. Dit draagt bij aan het imago van de overheid als aantrekkelijke werkgever.

  • De minister van BZK stimuleert kennisdeling over het verminderen van agressief gedrag tegen publieke werkers. Dit draagt bij aan aantrekkelijk werkgeverschap.

Financieren

  • Een goede samenwerking tussen werknemers, werkgevers en kabinet draagt bij aan de kwaliteit van de publieke sector. Om die reden ondersteunt de minister waar nodig deelnemende partijen met kennis en subsidies om de aanpak van gezamenlijke inhoudelijke opgaven mogelijk te maken. Een voorbeeld hiervan is het subsidiëren van samenwerking en overleg tussen overheidswerkgevers en met werknemersorganisaties rondom pensioenen, de ambtelijke rechtspositie en banen voor mensen met een arbeidsbeperking. Dit draagt bij aan het bevorderen van de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever.

Regisseren

  • De minister van BZK heeft een regisserende rol voor het stelsel waarin (organisaties van) werkgevers en werknemers in verschillende overheidssectoren afspraken maken over de collectieve arbeidsvoorwaarden.

  • De minister van BZK heeft kaderstellende en coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de organisatie en inrichting van de Rijksoverheid.

  • De minister van BZK heeft coördinerende bevoegdheden met betrekking tot de bedrijfsvoering van het Rijk en is verantwoordelijk voor de werking van het stelsel.

  • De minister van BZK heeft rijksbreed een regisserende rol bij het personeelsbeleid van de rijksdienst en bij de realisatie van de banenafspraak binnen de rijksdienst. Als het gaat om de integriteit van medewerkers, de rechtspositie van ambtenaren, het ambtelijk vakmanschap, arbeidsvoorwaarden en pensioenen, dan heeft deze rol betrekking op de gehele overheid.

  • Op het gebied van rijksbrede huisvesting, inkoop en faciliteiten stelt de minister van BZK kaders op voor een efficiënte, effectieve en duurzame bedrijfsvoering. Bij het vervullen van deze kaderstellende rol is er aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en de voorbeeldrol van de Rijksoverheid richting partners. Het gaat daarbij om het benutten van inkoopkracht voor het realiseren van maatschappelijk effect (de duurzame, sociale en innovatieve transitie van Nederland) en in de masterplannen voor de rijkskantoorhuisvesting wordt rekening gehouden met kabinetsbrede ambities op het terrein van duurzaamheid.

  • De minister van BZK heeft een coördinerende rol over wetgeving rakend aan de informatievoorziening naar de Kamer en de samenleving, zoals artikel 68 van de Grondwet en de Wet open overheid.

  • De minister van BZK kan op het gebied van informatievoorziening en ICT, na overleg met andere ministeries, kaders vaststellen ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit of de efficiëntie van informatiesystemen binnen de Rijksdienst. Daarbij kan de ministerwerkzaamheden en voorzieningen aanwijzen die door alle of een daarbij aangegeven deel van de ministeries zullen worden uitgevoerd. Ook kan de minister van BZK kaders vaststellen voor de wijze waarop gegevens over informatiesystemen worden verstrekt.

  • De minister van BZK werkt samen met rijksorganisaties en stelselpartijen aan een rijksbrede, duurzaam toegankelijke informatiehuishouding en het bevorderen van een Open Overheid. Vanuit de stelselverantwoordelijkheid stimuleert en ondersteunt de minister van BZK deze opgaven met het ontwikkelen en aanbieden van wetgeving, beleid, hulpmiddelen en rijksbrede voorzieningen.

  • Tenslotte houdt de minister van BZK toezicht op de integrale beveiliging en veiligheid van de Rijksdienst en heeft een coördinerende rol bij (cyber) incidenten en crisis.

Uitvoeren

  • De minister van BZK zorgt ervoor dat het Rijk zich in de arbeidsmarktcommunicatie als één werkgever profileert en als één werkgever werft.

  • De minister van BZK zorgt in samenwerking met de andere ministeries voor het realiseren van een hoogwaardig leiding­gevend kader in de rijksdienst. Dit gebeurt door middel van professionele en transparante werving, loopbaanbegeleiding en een gericht leer- en ontwikkel­aanbod.

  • De minister van BZK ondersteunt de departementen bij de doelstelling om een diverse en inclusieve Rijksdienst te zijn en zet daarbij in op een verdere stijging van het percentage vrouwen en bevordering van culturele diversiteit in topfuncties.

  • De minister van BZK voorziet via shared service organisaties de Rijksdienst van generieke voorzieningen voor bijvoorbeeld faciliteiten, huisvesting, personeelszaken en ICT. Deze dienstverlening zal conform het klimaatakkoord en de inkoopstrategie van het Rijk zoveel mogelijk duurzaam aangeboden worden.

  • De minister van BZK voorziet in een aantal generieke ICT-voorzieningen voor de Rijksdienst, ter bevordering van eenheid, veiligheid, kwaliteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en van samenwerking tussen rijksambtenaren. Daarnaast werkt zij aan versterking van de kennis en kunde over digitalisering bij het Rijk.

  • De minister van BZK stuurt door middel van de Masterplannen op de samenstelling en kwaliteit van de Rijkskantoren.

  • De minister van BZK draagt zorg voor de toepassing van het kader Functionele Werkomgeving Rijk (FWR) in Masterplanprojecten. De FWR maakt het mogelijk dat ambtenaren op een veilige en comfortabele manier, flexibel kunnen werken.

  • De minister van BZK draagt zorg voor de samenwerking op het gebied van integrale beveiliging en veiligheid over departementale grenzen heen.

  • De minister van BZK is verantwoordelijk voor de uitvoering van pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen.

Departementale herverdeling Digitalisering

Naar aanleiding van het coalitieakkoord heeft de departementale herverdeling Digitalisering plaatsgevonden. Het digitaliseringsbeleid voor de samenleving en overheid wordt ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit. BZK borgt vanuit de portefeuille van staatssecretaris Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, de realisatiekracht van een slagvaardige overheid: uitvoerbaar, mensgericht, veilig en uitvoeringsvast binnen de gehele overheid. Daarmee ontstaat een heldere scheiding tussen beleidsvorming en realisatie, met behoud van één overheidsbrede digitale koers. Naast het beleid voor de digitale samenleving, wordt dus ook het overheidsbrede beleid belegd bij EZK. Deze governance sluit aan bij de NederlandseDigitaliseringsstrategie (NDS), waarin is afgesproken dat de prioriteiten cloud, AI, weerbaarheid en autonomie overheidsbreed worden opgepakt. Daarbij is de aanname dat met meer overheidsbreed beleid, er minder rijksspecifiek beleid nodig zal zijn. Waar dat wel nodig is voor de realisatie, maakt BZK binnen de kaders de doorvertaling. Ook monitort BZK de realisatie van het overheidsbrede beleid binnen de kaders.

Slagvaardige Overheid

Het kabinet werkt aan een slagvaardige overheid. De doelen hiervoor zijn; een overheid die eenvoudig en betrouwbaar is, die slagvaardig en wendbaar opereert, die eerlijk is over wat kan en verantwoordelijkheid neemt voor haar handelen, een overheid die geworteld is in de samenleving en dichtbij mensen staat. Hierbij wil het kabinet komen tot één Rijksdienst die eenvoudig functioneert, flexibel en wendbaar is georganiseerd, opgavegericht werkt en realisatiekracht heeft. De vernieuwde Rijksdienst moet zo slagvaardig kunnen werken aan de maatschappelijke opgaven die ertoe doen.

Werk aan Uitvoering (WaU)

De uitdagingen waar Nederland voor staat vragen om een overheid die deskundig is, goed samenwerkt, wendbaar is en realisatiekracht heeft. Daarom is transitie van programmadirectie Werk aan Uitvoering (WaU) naar het ministerie van BZK gerealiseerd. De inzet van WaU op het organiseren van politiek, beleid en uitvoering rondom gedeelde opgaven én de inzet op systeemveranderingen sluit goed aan op de ambitie van het nieuwe kabinet voor een slagvaardige overheid.

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

83.467

90.559

91.587

86.637

88.185

88.934

88.591

         
 

Uitgaven

94.375

90.220

94.816

86.781

88.185

88.934

88.591

         

7.1

Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

89.873

85.829

90.951

83.333

84.969

85.839

85.506

 

Subsidies (regelingen)

12.922

14.510

7.104

6.563

6.286

6.286

6.286

 

Diverse subsidies

3.801

4.653

361

175

157

157

157

 

Overlegstelsel

3.736

4.375

1.628

1.628

1.628

1.628

1.628

 

Ambtelijk Vakmanschap

91

66

0

0

0

0

0

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

593

658

503

487

483

483

483

 

Leiderschap, diversiteit en inclusie

0

105

24

24

24

24

24

 

Ondersteuning koepels implementatie Woo

863

863

415

0

0

0

0

 

Compensatie Waterschappen Woo (structureel)

3.662

3.586

3.536

3.612

3.501

3.501

3.501

 

Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

144

144

144

144

0

0

0

 

Ondersteuning melders misstanden

0

0

493

493

493

493

493

 

Informatiebeveiliging en privacy

32

60

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

18.120

27.155

59.207

58.882

59.973

62.622

62.419

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

8.552

11.189

8.846

8.916

8.708

8.785

8.588

 

Kwaliteit management rijksdienst

4.392

4.702

4.635

4.606

4.607

4.608

4.602

 

Werkgeversbeleid

627

456

1.186

1.153

1.147

1.181

1.181

 

Informatiehuishouding

162

1.564

38.206

38.033

37.990

37.990

37.990

 

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

9

207

0

0

0

0

0

 

Ambtelijk Vakmanschap

1.126

3.334

1.930

1.929

3.130

5.130

5.130

 

Leiderschap, diversiteit en inclusie

36

188

269

269

269

519

519

 

Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

67

484

321

320

465

465

465

 

Ondersteuning van melders van misstanden

7

2.095

1.109

1.109

1.109

1.109

1.109

 

Open Overheid

1.943

1.375

0

0

0

0

0

 

Adviescollege ICT

110

130

0

0

0

0

0

 

Personele inzet crisisopvang

2

0

0

0

0

0

0

 

Algemene beveiligingseisen Rijksoverheid

752

278

0

0

0

0

0

 

Digitalisering RijksInkoop

269

486

636

636

636

636

636

 

Aanpak Hardheden

66

667

667

667

667

667

667

 

Opdrachten Werk aan Uitvoering

0

0

1.402

1.244

1.245

1.532

1.532

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

7.680

11.463

6.509

6.504

6.457

6.671

6.645

 

Ambtelijk Vakmanschap

13

8

8

8

8

8

8

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

578

482

397

381

381

381

381

 

Werkgeversbeleid

1.806

1.880

1.277

1.326

1.471

1.471

1.471

 

Staat van de Uitvoering

2.100

2.243

2.241

2.241

2.210

2.210

2.210

 

Ondersteuning van melders van misstanden

0

1.650

2.586

2.548

2.387

2.601

2.575

 

Diverse bijdragen

3.183

5.200

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.931

1.084

0

0

0

0

0

 

Compensatie Waterschappen Woo (incidenteel)

1.931

1.084

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

551

53

53

53

53

53

53

 

Werkgeversbeleid

51

53

53

53

53

53

53

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

500

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

48.598

31.420

17.934

11.187

12.056

10.063

9.959

 

Ambtelijk Vakmanschap

1.959

1.154

1.315

1.315

2.017

17

17

 

O&P Rijk (Arbeidsmarktcommunicatie)

3.543

3.489

7.248

4.116

4.004

3.891

3.850

 

I-Functie Rijk

1.473

747

361

356

346

336

332

 

Staat van de Uitvoering

1.160

968

947

933

0

0

0

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

3.694

2.527

1.858

1.838

1.827

1.831

1.812

 

Werkgeversbeleid

850

108

107

106

103

100

99

 

Doorontwikkeling Rijksbrede ICT-voorziening

6.763

3.378

0

0

0

0

0

 

Leiderschap, diversiteit en inclusie

0

33

33

33

31

30

30

 

Diverse bijdragen

21.352

17.940

5.375

1.808

3.061

3.207

3.173

 

KOOP

4.507

400

0

0

0

0

0

 

Logius

1.724

83

0

0

0

0

0

 

Algemene beveiligingseisen Rijksoverheid

903

0

0

0

0

0

0

 

Digitalisering RijksInkoop

670

593

690

682

667

651

646

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

71

144

144

144

144

144

144

 

Bedrijfsvoeringsbeleid

71

144

144

144

144

144

144

7.2

Pensioenen en uitkeringen

4.502

4.391

3.865

3.448

3.216

3.095

3.085

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

4.502

4.391

3.865

3.448

3.216

3.095

3.085

 

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen

4.502

4.391

3.865

3.448

3.216

3.095

3.085

         
 

Ontvangsten

1.095

773

64

64

64

64

64

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 15 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 7
 

2027

juridisch verplicht

17%

bestuurlijk gebonden

51%

beleidsmatig gereserveerd

32%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget op artikel 7 is 17% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Het budget is voor 39% juridisch verplicht. Het betreft onder andere bijdragen aan Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP).

Subsidies

Het budget is voor 61% juridisch verplicht. Het betreft onder andere subsidies die samenhangen met de POK, de subsidie voor Compensatie Waterschappen Woo.

7.1 Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Subsidies (regelingen)

Overlegstelsel

De minister van BZK draagt bij aan het in stand houden van een adequaat overleg tussen overheidswerkgevers en vakcentrales over arbeidsvoorwaarden, arbeidsmarktbeleid en andere relevante thema’s. Dit doet de minister onder andere door subsidies te verstrekken aan koepels van overheidswerkgevers en –werknemers. De Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP) ontvangt een subsidie met als doel bij te dragen aan aantrekkelijk werkgeverschap en de kwaliteit en wendbaarheid van overheidsorganisaties.

Compensatie Waterschappen Woo (structureel)

De structurele middelen voor de implementatie en uitvoering van de Wet open overheid bij de waterschappen worden aan de waterschappen verstrekt middels een subsidie.

Opdrachten

Bedrijfsvoeringsbeleid

Digitale weerbaarheid Rijksoverheid

Rijksbrede ambitie is het aanpakken van problematische legacy, zodat het IV-landschap (de InformatieVoorziening) betrouwbaarder en wendbaarder wordt. Daarnaast wordt gewerkt aan de digitale weerbaarheid en digitale autonomie van de overheid. In 2027 is hiervoor, als onderdeel van de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS), € 2,4 mln. beschikbaar.

Rijkshuisvestingsbeleid

Om rijksambtenaren beter te laten samenwerken en minder te laten reizen, en het voor mensen in de regio gemakkelijker te maken bij het Rijk te werken, zijn er door Nederland verspreid acht rijksontmoetingspleinen en worden er nog meer gerealiseerd. De facilitaire en ICT kosten van de rijksontmoetingspleinen worden jaarlijks verrekend met de verschillende betrokken concerndienstverleners die de taken in de rijksontmoetingspleinen hebben uitgevoerd.

Inkoopstrategie rijksoverheid

De huidige inkoopstrategie «Inkopen met Impact» is geëvalueerd. Er wordt gestart met een nieuwe, breder ingestoken inkoopstrategie. De strategie rond maatschappelijk verantwoord inkopen wordt geactualiseerd en blijft een belangrijk onderdeel. Een nieuw onderdeel van de strategie betreft de bijdrage van het rijksinkoopstelsel aan veiligheid en leveringszekerheid. Het inkoopbeleid verschuift naar risicobeheersing, digitale autonomie en Maatschappelijk Verantwoord Inkopen. Duurzaamheid, circulariteit en sociaal ondernemen (zoals banenafspraken) zijn de standaard. Ketenverantwoordelijkheid cf. OESO-richtlijnen vormt daarbij de overkoepelende aanpak om risico’s voor mens en milieu in de waardeketen te identificeren en aan te pakken. Met inzicht in internationale waardeketens vergroten we tevens onze weerbaarheid en grip op leveringszekerheid.

Dit betreft voornamelijk middelen die worden toegekend aan PIANOo Expertisecentrum. Daarnaast wordt ook een bijdrage gedaan aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) voor onder andere de Europese sectorale wet- en regelgeving, Buyer Groups en de Maatschappelijk Verantwoord Inkopen (MVI) criteriatool.

Datagedreven bedrijfsvoeringsbeleid

Dit betreffen opdrachten voor de ontwikkeling naar datagedreven bedrijfsvoeringbeleid. Er worden stappen gezet op automatisering en standaardisatie van onze systemen en de werkwijze intern. De centrale database (datawarehouse) wordt verder uitgebouwd, hetgeen het Rijk helpt om de kwaliteit en consistentie van de data te verhogen.

Kwaliteit management Rijksdienst

De Algemene Bestuursdienst (ABD) draagt bij aan een onafhankelijke, deskundige en diverse top van de rijksdienst en versterkt publiek leiderschap en betrouwbaar bestuur binnen de gehele Rijksoverheid. Het beleid voor de ABD is gericht op het voorzien in kwalitatief hoogwaardig leiderschap bij de rijksdienst, het verstevigen van de verbinding van topambtenaren met de samenleving en het vergroten van de deskundigheid en realisatiekracht van en de samenwerking tussen topambtenaren. Hiertoe worden middelen ingezet voor werving, selectie en ontwikkeling.

Informatiehuishouding

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport ‘Ongekend onrecht’ van de Parlementaire ondervraging kinderopvangtoeslag (POK) (Kamerstukken II 2020/21 35510 nr. 4) zijn middelen vrijgemaakt voor het op orde brengen van de informatiehuishouding bij het rijk en versterken van een open overheid bij alle overheidsorganisaties. Deze middelen zijn bestemd voor generieke projecten en de uitvoering door departementen, uitvoeringsorganisaties en ZBO's. Het ministerie van BZK heeft een coördinerende rol in de verdeling van de middelen en monitoring van de voortgang.

Ook het Meerjarenplan Openbaarheid en Informatiehuishouding Rijksoverheid 2026 ‒ 2030 (Kamerstukken II 2023/24, 29362, nr. 344) wordt onder coördinatie van BZK uitgevoerd. In 2027 worden de beschikbare middelen onder andere ingezet voor de ontwikkeling van vier generieke voorzieningen. Daarnaast ontvangen departementen structureel middelen voor de uitvoering van hun eigen verbeterplannen.

Opdrachten Werk aan Uitvoering (WaU)

Voor de Werk aan Uitvoering zijn voor 2027 programma middelen beschikbaar van € 1 mln. Deze zijn gefinancierd vanuit de WaU tot en met 2031. Het programma WaU richt zich op de hele overheid en behandelt vraagstukken die organisaties overstijgen. Het deelt kennis, stimuleert samenwerking en faciliteert de dialoog tussen beleidsmakers, publieke dienstverleners en politici. Met één doel: een dienstbare overheid die voorziet in de behoeften en verwachtingen van mensen en bedrijven.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Staat van de Uitvoering

De minister van BZK faciliteert met het verzamelen en analyseren van gegevens over de daadwerkelijke uitvoering van overheidstaken de totstandkoming van een jaarlijkse Staat van de Uitvoering. Doel van de Staat van de Uitvoering is het bieden van handreikingen om de uitvoeringspraktijk in de meest brede zin te verbeteren. De stichting ICTU ontvangt voor deze activiteiten een jaarlijkse bijdrage.

Ondersteuning melders van misstanden

Voor de juridische ondersteuning van melders van misstanden door de Raad voor Rechtsbijstand wordt een bijdrage verstrekt aan het ministerie van JenV. Melders kunnen voor deze juridische ondersteuning in aanmerking komen na doorverwijzing door de afdeling advies van het Huis voor klokkenluiders. 

Bijdrage aan agentschappen

O&P Rijk (Arbeidsmarktcommunicatie)

Om beleidsambities mogelijk te maken is voldoende deskundig personeel noodzakelijk. In 2027 wordt verder gewerkt aan een personeelsstrategie voor digitalisering en uitbreiding van ICT pools. In 2027 zullen de belemmeringen voor het overheidsbreed openstellen van deze pools die in 2026 in beeld zijn gebracht, aangepakt worden. Daarnaast wordt gewerkt aan een moderne werkomgeving voor ambtenaren. In 2027 zal de uitvoering van een digitale werkomgeving waarmee de ambtenaar is toegerust met de juiste middelen om het werk effectief uit te voeren verder worden uitgewerkt. Hiervoor is € 7,2 mln. beschikbaar in 2027 vanuit de middelen Werk aan Uitvoering (WaU). Deze zijn beschikbaar tot en met 2031.

Diverse bijdragen

Naar aanleiding van de kabinetsreactie op het rapport «Ongekend onrecht» van de POK zijn middelen vrijgemaakt voor het op orde brengen van de informatiehuishouding en actieve openbaarmaking bij het Rijk. Deze middelen zijn bestemd voor rijksbrede projecten en de uitvoering door departementen, uitvoeringsorganisaties en ZBO's. Er zijn informatiehuishouding middelen beschikbaar om toekomstige infomatiehuishouding projecten te kunnen financieren die worden uitgevoerd door de verschillende ZBO's/RWT's.

7.2 Pensioenen en uitkeringen

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

Dit betreft de bijdrage aan de SAIP, die verantwoordelijk is voor de uitkering van pensioenen voor gewezen overheidspersoneel in de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen. De rijksbijdrage bestaat uit middelen om de pensioenen en toeslagen uit te keren (inkomens) en middelen om de regeling uit te voeren (uitvoeringskosten).

3.9 Artikel 14. Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

Op 19 december 2022 heeft de minister-president namens de regering excuses aangeboden voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden: postuum aan alle tot slaaf gemaakten die wereldwijd onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het hier en nu.

Aan de excuses van de regering zijn maatregelen verbonden die gericht zijn op kennis en bewustwording, erkenning en herdenken en de doorwerking en verwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden. Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor kansengelijkheid en het bestrijden van discriminatie en racisme.

Stimuleren

  • De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stimuleert dat er duurzaam meer aandacht en erkenning komt voor het slavernijverleden als wezenlijk onderdeel van ons gezamenlijk verleden.

  • Daarnaast stimuleert de minister van BZK de kabinetsbrede opgave om te komen tot duurzame verwerking en bestrijding van de doorwerking van dit verleden die nazaten ook in het heden nog ervaren. Dit met het oog op een breder maatschappelijk proces van verzoening en heling ten aanzien van het slavernijverleden.

  • De minister van BZK stimuleert het vergroten van kennis en bewustwording over het slavernijverleden.

Uitvoeren

  • De minister van BZK geeft uitvoering aan de totstandkoming van een subsidieregeling. Met de subsidieregeling ondersteunt de regering maatschappelijke initiatieven die een impuls geven aan blijvend meer kennis en bewustwording; de viering en herdenking, en/of een bijdrage leveren aan de verwerking of het bestrijden van de doorwerking van het slavernijverleden.

Subsidieregeling maatschappelijke initiatieven

Op 1 juli 2025 zijn de regelingen voor Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk in werking getreden. De unit Uitvoering Van Beleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de uitvoerder voor zowel de regeling van Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Sinds de openstelling van de regeling in augustus 2025 zijn inmiddels alle categorieën eenmaal opengesteld. Indien de evaluatie in 2026 tot wijzigingen van de regeling leidt, wordt dit voor de openstelling van het volgende tijdvak in april 2027 doorgevoerd.

Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden

In samenwerking met regieorgaan SIA (onderdeel NWO) en de nazaten van tot slaafgemaakten wordt een onderzoeksubsidie van € 1,4 mln. vanuit de beleidsintensiveringen van Europees Nederland vormgegeven.

Tabel 16 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 Slavernijverleden (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

9.930

27.312

21.763

14.955

8.022

8.018

8.022

         
 

Uitgaven

8.523

23.978

21.697

18.355

8.022

8.018

8.022

         

14.0

Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

8.523

23.978

21.697

18.355

8.022

8.018

8.022

 

Subsidies (regelingen)

8.523

19.449

19.833

16.455

8.022

8.018

8.022

 

Maatschappelijke initiatieven

530

10.299

11.433

8.400

0

0

0

 

Herdenkingscomité

7.993

8.199

8.200

8.055

8.022

8.018

8.022

 

Onderzoeksprogramma

0

951

200

0

0

0

0

 

Opdrachten

0

125

0

0

0

0

0

 

Bewustwording, betrokkenheid en doorwerking

0

125

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

0

4.404

1.864

1.900

0

0

0

 

Diverse bijdragen

0

4.404

1.864

1.900

0

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 17 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 14
 

2027

juridisch verplicht

0%

bestuurlijk gebonden

100%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget van artikel 14 is het volledig bestuurlijk gebonden.

14 Slavernijverleden: fonds en herdenkingscomité

Subsidies (regelingen)

Maatschappelijke initiatieven

In april 2027 is de openstelling van het tijdvak voor de middelgrote projecten slavernijverleden en bewustwording. Daarnaast opent ook het tijdvak voor grote projecten met veel impact of een groot bereik over slavernijverleden en bewustwording.

Herdenkingscomité

Voor het opgerichte Herdenkingscomité Nederlands Slavernijverleden is op de begroting structureel € 8 mln. subsidiebudget gereserveerd.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Diverse bijdragen

De middelen ten behoeve van Suriname zijn overgeboekt naar de begrotingsstaat van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

De middelen in de huidige reeks zijn bestemd voor de beleidsinitiatieven van verschillende departementen voor maatregelen in het kader van bewustwording, erkenning en doorwerking.

3.10 Artikel 15. Een veilig Groningen met perspectief

Inwoners van het aardbevingsgebied in Groningen en Noord-Drenthe hebben nog dagelijks te maken met de gevolgen van de gaswinning. Dit brengt gevoelens van angst, frustratie en onzekerheid met zich mee. Voor het kabinet staan de veiligheid, het goed afhandelen van schade en het creëren van perspectief voor de inwoners voorop. Het kabinet werkt samen met de uitvoeringsorganisaties en de medeoverheden aan perspectief en duidelijkheid voor mensen in Groningen en Noord-Drenthe langs vier sporen:

  • Het stimuleren van een milde, makkelijke en menselijke afhandeling van de schade door het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG);

  • Het uitvoeren van de versterkingsoperatie door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG), zodat elk gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet;

  • Het bieden van psychosociaal herstel om de mentale én sociale gevolgen van de gaswinning te verminderen;

  • Het bieden van perspectief, met zowel een Sociale als een Economische Agenda voor de regio, het Nationaal Programma Groningen (NPG) en programma’s voor het isoleren van woningen.

Op grond van de Mijnbouwwet neemt de minister van BZK alle maatregelen die redelijkerwijs gevergd kunnen worden om te voorkomen dat de veiligheid van inwoners wordt geschaad als gevolg van de gaswinning uit het Groningenveld.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de volgende rollen en verantwoordelijkheden:

Stimuleren

  • Het stimuleren van een milde, makkelijke en menselijke afhandeling van alle vormen van schade als gevolg van de gaswinning in Groningen en gasopslagen Norg en Grijpskerk.

Uitvoeren

  • Het aan de exploitant van het mijnbouwnetwerk doorbelasten van de kosten voor de schadeafhandeling als gevolg van de gaswinning in Groningen en de gasopslag in Norg en het doorbelasten van de kosten van de versterkingsoperatie;

  • Het vergoeden van mijnbouwschade: fysieke en immateriële schade en waardedaling;

  • Het vaststellen van veiligheidskaders voor gebouwen in het aardbevingsgebied en het inwinnen van advies hierover bij het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG);

  • Het doen uitvoeren van de versterkingsoperatie door de NCG conform de planning en prioritering van de programma's van aanpak van gemeenten;

  • Het isoleren van woningen met een lichte-middel- en zware versterking door NCG;

  • Het met de regio en andere departementen uitvoeren van de Sociale Agenda, die in 2025 is vastgesteld;

  • Het met de regio en andere departementen uitvoeren van de Economische Agenda, die in 2025 is vastgesteld;

  • Het coördineren en uitvoering geven aan de maatregelen zoals gepresenteerd in de kabinetsrectie Nij Begun op het PEGA-rapport 'Groningers boven gas'.

Financieren

  • Het ter beschikking stellen van voldoende financiële middelen aan het IMG ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van de afhandeling van mijnbouwschade;

  • Het ter beschikking stellen van voldoende financiële middelen aan de NCG ter uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op het gebied van de versterkingsoperatie;

  • Het financieren van de gemaakte afspraken met provincie en gemeenten in het kader van het verbeteren van de leefbaarheid en het toekomstperspectief van de regio, met inbegrip van programma’s voor speciale doelgroepen zoals het mkb, agrariërs en erfgoedpartijen.

  • Het financieren van de Sociale Agenda met de generatielange bijdrage.

  • Het financieren van de Economische Agenda met de generatielange bijdrage.

Regisseren

  • Het in stand houden van een systeem van publiekrechtelijke schadeafhandeling door het IMG;

Het bevorderen van verduurzaming door het isoleren van woningen in het aardbevingsgebied (door de minister van VRO).

Naast het ministerie van BZK en het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) zijn enkele andere organisaties betrokken bij de (gevolgen van) de gaswinning in Groningen. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseert over de veiligheid in Groningen als gevolg van de gaswinning. Het ACVG adviseert over kaders en normen voor de veiligheid van gebouwen en beoordeelt de typologieën die in de versterking worden gebruikt.

C. Beleidswijzigingen

Wettelijke verankering aantal maatregelen Nij Begun

In 2027 zal het wetsvoorstel Wet Groningen van kracht zijn. In dit wetsvoorstel zijn een aantal toezeggingen uit Nij Begun geïmplementeerd, zoals de verduurzaming en de toezegging om een generatielang bij te dragen aan sociaal herstel en economisch perspectief voor Groningen en Noord-Drenthe. Ook is dan wettelijk geregeld dat het IMG de mogelijkheid heeft om schades tot € 60.000 zonder onderzoek naar de schadeoorzaak te (laten) herstellen. Ook heeft het IMG met dit wetsvoorstel meer wettelijke ruimte om bewoners in het aardbevingsgebied die nog geen schademelding hebben gedaan actief te informeren.

Schadeherstel

In 2027 wordt verder gewerkt aan het schadeherstel met het maatregelenpakket uit de kabinetsreactie Nij Begun. De laatste maatregelen hieruit worden de komende periode geïmplementeerd: eind 2026 verwacht het IMG te starten met de verhoogde overlastvergoeding en de vergoeding bij overschrijding van beslistermijnen. Daarnaast wordt gederfd woongenot in 2026 verder uitgewerkt, waarvan de implementatie start in 2027.

Meer mensgerichte en voortvarende uitvoering van de versterkingsoperatie

NCG werkt ook in 2027 aan de verdere optimalisatie van haar processen om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen. Daarnaast wordt de communicatie met bewoners verbeterd. Dit wordt onder andere gedaan door betere verslaglegging van bewonerscontacten. Daarnaast werkt NCG aan een centraal systeem voor verslaglegging om versnippering te voorkomen. Ook geeft NCG prioriteit aan complexe en langdurige versterkingsopgaven door onder meer een werkproces voor casuïstiekadressen met bijbehorende maximale doorlooptijden te ontwikkelen en te implementeren.

Perspectief voor de regio

Het kabinet vindt het belangrijk te bouwen aan sociaal herstel en economisch perspectief voor de regio Groningen en Noord-Drenthe, zodat het er weer goed wonen, werken en leven wordt. In reactie op het PEGA-rapport zijn daarom in 2025 samen met de regio de Economische en Sociale Agenda vastgesteld. Deze agenda’s geven focus en richting in een generatielange aanpak met als doel om het niveau van Brede Welvaart ten minste op het nationale gemiddelde te brengen in 2055.

De Economische Agenda sluit aan op thema’s waar de regio sterk in is, zoals Digitalisering, Energie, Industrie, Gezondheid en Vrijetijdseconomie. Juist de ondernemers en inwoners moeten hiervan profiteren en meedoen. De Economische Agenda bevordert de economische structuurversterking van de regio. In 2026 is de agenda verder uitgewerkt in een eerste meerjarig uitvoeringsplan en een jaarplan voor 2027. Dit biedt kaders en een stevige inhoudelijke basis voor de uitvoering waarmee een generatie lang € 100 mln. per jaar in de economische structuurversterking wordt geïnvesteerd in de regio.

Daarnaast is in 2026 een uitvoeringsorganisatie opgericht: de gemeenschappelijke regeling Perspectief Groningen en Noord-Drenthe. In deze structuur zal in 2027 naast de Economische ook de Sociale Agenda worden ondergebracht.

De Sociale Agenda zet in 2027 in op het continueren van de zestien concrete maatregelen die door de regio en de rijksoverheid zijn geformuleerd. Dit betekent dat meer inwoners in Groningen en Noord-Drenthe gaan merken dat de maatregelen gestart zijn. Deze maatregelen richten zich op de volgende speerpunten: 1) het verbeteren van de (mentale) gezondheid; 2) het vergroten van de leefbaarheid en sociale cohesie; 3) kansen voor kinderen, jongeren en de volgende generatie; en 4) arbeidsparticipatie & armoedebestrijding. Een generatielang wordt jaarlijks € 100 mln. in de regio geïnvesteerd om het welzijn en de brede welvaart van inwoners te vergroten.

Beleidskeuzes uitgelegd

In antwoorden op de begrotingsrapporteur van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken over het departementale jaarverslag 2025 is toegezegd om in het begrotingsartikel een verwijzing op te nemen naar eerder verstuurde kaders «beleidskeuzes uitgelegd» (Kamerstuk 36 945-VII, nr. 17). Dit om daarmee het inzicht in de koppeling tussen doelen en ingezette middelen op dit begrotingsartikel verder inzichtelijk te maken. Onderstaande tabel toont de eerder met de Tweede Kamer gedeelde onderbouwing van instrumenten die in dit begrotingsartikel terugkomen.

Tabel 18 Eerder verstuurde «Beleidskeuzes uitgelegd» (Artikel 15)

Naam instrument

Kamerstuk

Datum onderbouwing

Economische Agenda Groningen en Noord-Drenthe

Kamerstuk 36725-VII, nr. 3 en Kamerstuk 36915-VII, nr. 3

Mei 2025 en April 2026

Nationaal Programma Groningen

Kamerstuk 36725-VII, nr. 3 en Kamerstuk 36915-VII, nr. 3

Mei 2025 en April 2026

Bouwkosten Batch 1588/Hogere bouwkosten compensatie gemeenten en provincie (Maatregel 17 Nij Begun)

Kamerstuk 36800-VII, nr. 7

September 2025

Sociale Agenda Groningen (Maatregel 34 Nij Begun)

Kamerstuk 36800-VII, nr. 7

September 2025

Maatwerk onuitlegbare verschillen (Maatregel 12 Nij Begun)

Kamerstuk 36800-VII, nr. 7

September 2025

Verduurzaming bij (middel) zware versterking (Maatregel 28 Nij Begun)

Kamerstuk 36800-VII, nr. 7

September 2025

Knelpuntenpot Nationaal Coördinator Groningen

Kamerstuk 36915-VII, nr. 3

April 2026

Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid art.15 Een veilig Groningen met perspectief (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

2.162.478

2.364.896

2.149.204

1.638.766

1.243.263

721.831

412.964

         
 

Uitgaven

1.956.114

2.464.643

2.401.306

1.907.644

1.290.190

840.878

619.281

         

15.1

Algemeen

10.712

43.895

39.301

36.371

27.529

18.123

12.453

 

Opdrachten

7.073

17.158

16.963

13.995

13.920

5.892

134

 

Werkbudgetten

7.073

17.158

16.963

13.995

13.920

5.892

134

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

10.793

10.793

10.793

10.793

10.793

10.793

 

Raad voor Rechtsbijstand

0

10.793

10.793

10.793

10.793

10.793

10.793

 

Bijdrage aan medeoverheden

287

0

0

0

0

0

0

 

Diverse bijdragen

287

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.600

1.077

1.132

1.000

603

0

0

 

Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG)

1.600

0

0

0

0

0

0

 

Raad voor de Rechtspraak

0

1.077

1.132

1.000

603

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

0

3.657

3.704

3.809

0

0

0

 

Bijdrage aan RVO voor ACVG

0

3.657

3.704

3.809

0

0

0

 

(Schade)vergoeding

1.752

11.210

6.709

6.774

2.213

1.438

1.526

 

Vastgelopen situaties

1.752

11.210

6.709

6.774

2.213

1.438

1.526

15.2

Schadeherstel

944.454

999.553

1.060.956

787.512

502.824

256.842

244.121

 

Subsidies (regelingen)

3.633

103.544

89.180

52.046

0

0

0

 

Duurzaam herstel

3.633

103.544

89.180

52.046

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

8.080

18.640

16.677

11.515

18

0

0

 

MKB-programma

8.080

18.640

16.677

11.515

18

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

277.413

305.351

315.654

226.777

144.752

104.602

100.303

 

Bijdrage aan bestuur IMG

2.000

30

28

24

22

22

20

 

Bijdrage RVO

275.413

305.321

315.626

226.753

144.730

104.580

100.283

 

(Schade)vergoeding

655.328

572.018

639.445

497.174

358.054

152.240

143.818

 

Commissie Bijzondere Situaties

1.467

4.314

4.310

4.298

383

0

0

 

Herbeoordeling waardedaling

2

421

0

0

0

0

0

 

Knelpunten IMG

703

6.173

6.208

10.506

5.843

7.487

7.470

 

Vergoeding fysieke schade

601.722

515.140

595.557

469.410

338.868

131.793

123.388

 

Vergoeding immateriële schade

40.599

40.970

30.000

9.590

9.590

9.590

9.590

 

Vergoeding waardedaling

10.835

5.000

3.370

3.370

3.370

3.370

3.370

15.3

Versterken en perspectief

1.000.948

1.421.195

1.301.049

1.083.761

759.837

565.913

362.707

 

Subsidies (regelingen)

53.584

54.766

58.986

23.491

22.972

3.239

0

 

Diverse subsidies versterken

50.125

45.876

50.169

20.129

19.733

0

0

 

Economische bedrijvigheid

500

558

0

0

0

0

0

 

Geestelijke bijstand

0

504

845

845

845

845

0

 

Nieuwbouwregeling

896

3.087

5.507

0

0

0

0

 

Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken

31

2.685

0

0

0

0

0

 

Woonbedrijf

2.032

2.056

2.465

2.517

2.394

2.394

0

 

Opdrachten

479.378

617.659

563.635

471.818

426.914

318.240

300.707

 

Duurzaam herstel

580

3.645

8.210

13.380

7.971

0

0

 

Bestuurlijke afspraken en maatwerk

13.780

38.701

30.083

14.058

9.083

4.849

5.000

 

Vastgelopen situaties

832

4.764

2.000

1.300

1.300

750

0

 

Verduurzaming bij versterken

18.424

33.617

52.879

63.406

25.887

14.163

14.177

 

Versterken industrie

166

125

116

0

0

0

0

 

Versterkingsoperatie

445.596

536.807

470.347

379.674

382.673

298.478

281.530

 

Bijdrage aan medeoverheden

377.454

592.093

526.630

482.173

216.259

180.588

1.815

 

Clustering en gebiedsfonds

86.459

83.263

90.012

58.636

16.484

11.700

1.700

 

Compensatie gemeenten en provincie

68.321

143.681

30.117

19.124

0

0

0

 

Erfgoedprogramma

15.320

17.520

14.583

13.998

0

0

0

 

Knelpunten gemeenten sociaal domein

14.320

15.023

0

0

0

0

0

 

Leefbaarheid en wijkontwikkeling

35.063

40.387

39.198

38.142

37.985

0

0

 

Nationaal Programma Groningen

149.348

180.513

98.471

95.744

6.883

12.661

0

 

Sociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten

8.623

10.170

10.157

8.772

8.247

8.043

115

 

Sociale agenda

0

147

92.703

124.715

146.660

148.184

0

 

Economische Agenda

0

101.389

151.389

123.042

0

0

0

 

(Schade)vergoeding

90.532

156.677

151.798

106.279

93.692

63.846

60.185

 

Duurzaam herstel

0

16

1.000

0

0

0

0

 

Knelpunten en PEGA vergoedingen

6.196

17.181

14.700

9.700

7.000

5.000

3.000

 

Vergoeding zelf aangebrachte voorzieningen

0

46

43

0

0

0

0

 

Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen

50.139

61.869

57.418

29.768

13.629

3.006

6.990

 

Versterken in eigen beheer

33.896

76.765

77.837

66.811

73.063

55.840

50.195

 

Versterken industrie

301

800

800

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

1.226.301

1.441.969

1.396.247

1.420.951

1.060.461

852.211

590.330

         

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 20 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 15
 

2027

juridisch verplicht

96%

bestuurlijk gebonden

4%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Juridisch verplicht

Van het totale uitgavenbudget van artikel 15 is 96% juridisch verplicht en dit betreft met name de volgende instrumenten:

(Schade)vergoedingen

Het budget is voor 99% juridisch verplicht. De grootste uitgaven betreffen de verschillende soorten vergoedingen die het IMG op basis van de Tijdelijke Wet Groningen uitkeert aan gedupeerden in het aardbevingsgebied.

Opdrachten

Het budget is voor 98% juridisch verplicht. De grootste uitgave betreft de versterkingsoperatie die uitgevoerd wordt door NCG.

15.1 Algemeen

Opdrachten

Werkbudgetten

Dit betreffen de werkbudgetten van de beleidsdirectie Herstel en Perspectief Groningen (HPG) en het werkbudget van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Hieruit worden verschillende onderzoeken en projecten betaald, zoals de Staat van Groningen en Noord Drenthe.

Vanuit het werkbudget van NCG worden enkele maatregelen uit de kabinetsreactie Nij Begun uitgevoerd: de ondersteuning door architecten, de inrichting van bewonersregieteams, inloopplekken voor bewoners en het opzetten van een digitaal portaal en aanvullende communicatie (maatregelen 13 en 21).

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Raad voor Rechtsbijstand

De Subsidieregeling rechtsbijstand biedt sinds 1 juli 2023 kosteloos juridische bijstand en mediation aan eigenaren van gebouwen in Groningen en Noord-Drenthe, die ondersteuning nodig hebben bij het schadeherstel- of versterkingsproces. De bijstand is onder meer beschikbaar voor het indienen van zienswijzen en het begeleiden van bezwaar- en beroepsprocedures op besluiten van IMG en NCG. De bijstand is ook van toepassing indien eigenaren het schadeherstel of de versterking in eigen beheer laten uitvoeren en daarbij in een conflict met bijvoorbeeld de aannemer of architect komen. Het PEGA-wetsvoorstel bevat een artikel waarmee ook huurders, die een besluit van het IMG of NCG ontvangen, kosteloze rechtsbijstand kunnen ontvangen.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan RVO voor ACVG

Het Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) geeft advies over of gebouwen in het aardbevingsgebied in Groningen moeten worden opgenomen in de scope van de versterkingsoperatie en hoe deze gebouwen versterkt moeten worden. Verder adviseert het ACVG over de uitvoering van kaders en normen voor de veiligheid van gebouwen die in de versterking worden gebruikt. Voor het ACVG is meerjarig budget beschikbaar.

(Schade)vergoeding

Vastgelopen situaties

In het aardbevingsgebied doet zich een aantal situaties voor waarbij schade, versterking en de algehele staat of conditie van het pand zwak is vanwege constructieve problemen of knelpunten met een andere oorzaak dan bodembeweging veroorzaakt door gaswinning. Het Interventieteam Vastgelopen Situaties (IVS) helpt bewoners wiens problemen door de bestaande compensatieregelingen onvoldoende worden opgelost binnen NCG of IMG (sinds juli 2021).

15.2 Schadeherstel

Subsidies (regelingen)

Duurzaam herstel

Duurzaam schadeherstel maakt deel uit van de versterkings- en hersteloperatie (Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 948). Met de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet Groningen heeft het IMG de wettelijke bevoegdheid gekregen om maatregelen te treffen aan funderingen of dakconstructies. Ook kan NCG dit combineren met de versterking, zie duurzaam herstel onder 15.3.

Bijdrage aan medeoverheden

MKB-programma

Het MKB-programma van de Provincie Groningen biedt hulp aan gedupeerde ondernemers die problemen ondervinden als gevolg van de gaswinning. Hiervoor was in eerste instantie € 11 mln. beschikbaar. Via maatregel 25 van Nij Begun is nogmaals € 25 mln. extra beschikbaar gesteld. Daarnaast is in 2025 het MKB-programma uitgebreid met een subsidieregeling voor micro-ondernemers (waarvoor het Rijk aanvullend € 30 mln. beschikbaar heeft gesteld).

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage RVO

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert in opdracht van het IMG de schadeafhandeling uit.

Schadevergoeding

Commissie Bijzondere Situaties

De Commissie Bijzondere Situaties is opgericht voor complexe en vastgelopen situaties, waar mensen zelf niet uitkomen, door psycho-sociale problematiek en waar dringend hulp nodig is. De commissie is onafhankelijk, beoordeelt aanvragen en adviseert welke extra hulp in die situaties geboden kan worden. Het IMG is gemandateerd om de adviezen uit te voeren.

Vergoeding fysieke schade

Sinds 1 juli 2020 besluit het IMG over (fysieke) schadevergoedingen aan bewoners uit Groningen die aardbevingsschade hebben als gevolg van de gaswinning. Het IMG bepaalt onafhankelijk wie recht heeft op een schadevergoeding en hoe hoog deze vergoeding is. Hierbij volgt het IMG het schadeprotocol. De schadevergoedingen worden uitbetaald door het IMG. De kosten daarvan worden via een heffing op de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) verhaald, zoals vastgelegd in de Tijdelijke wet Groningen.

Vergoeding immateriële schade

Sinds de zomer van 2021 besluit het IMG over immateriële schadevergoedingen aan bewoners die aardbevingsschade hebben als gevolg van de gaswinning. Deze vergoedingen worden uitbetaald door het IMG. De kosten daarvan worden via een heffing op de NAM verhaald, zoals vastgelegd in de Tijdelijke wet Groningen.

Vergoeding waardedaling

Sinds september 2020 besluit het IMG over vergoedingen voor de waardedaling van woningen in het aardbevingsgebied. Deze vergoedingen worden uitbetaald door het IMG. De kosten daarvan worden via een heffing op de NAM verhaald, zoals vastgelegd in de Tijdelijke Wet Groningen. Omdat er naast woningen ook winkels, kantoren en andere zakelijke objecten zonder woonfunctie in waarde kunnen dalen, is sinds 2024 de waardedalingsregeling ook opengesteld voor niet-woningen.

15.3 Versterken en perspectief

Subsidies (regelingen)

Diverse subsidies versterken

In het kader van de versterkingsoperatie worden diverse subsidies verstrekt. Het betreft incidentele subsidies aan onder meer de Rijksuniversiteit Groningen onder de naam Gronings Perspectief. Ten tweede worden de maatschappelijke organisaties (zoals Groninger Bodembeweging (GBB) en Groninger Gasberaad (GGB)) gefinancierd uit dit budget. Ten derde doet de NCG ook uitgaven voor de versterkingsoperatie die hier verantwoord worden. Tot slot vallen hier ook vanaf 2027 de middelen onder voor de sloop- en nieuwbouw van een aantal woningen in Appingedam van de woningcorporatie Groninger Huis. Deze huizen kampen met tal van problemen, zoals vocht en schimmel, onder andere door gebrekkige versterking.

Opdrachten

Duurzaam herstel

Zoals vermeld bij duurzaam herstel onder 15.2, heeft het IMG de wettelijke bevoegdheid gekregen om maatregelen te treffen aan funderingen of dakconstructies. Het doel is om herhaalschade te voorkomen en woningen toekomstbestendiger te maken. De NCG combineert duurzaam herstel met de versterkingsopgave waar mogelijk, zodat bewoners maar één keer overlast ervaren van werkzaamheden.

Bestuurlijke afspraken en maatwerk

In het kader van de bestuurlijke afspraken uit 2020 is meerjarig cumulatief € 100 mln. gereserveerd voor het oplossen van knelpunten (Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 830). Hiernaast is er cumulatief € 97 mln. toegevoegd aan de knelpuntenpot met de Voorjaarsnota 2026. Hiermee kan de NCG bijvoorbeeld individuele knelpunten in vormingsfase wegnemen om projecten te versnellen. De middelen staan grotendeels op het financiële instrument opdrachten, afhankelijk van de uitgaven die NCG doet worden middelen overgeheveld naar de categorie (schade)vergoedingen. Verder zijn uitgaven geraamd voor het aanbieden van extra maatwerk om verschillen tussen bewoners op te lossen in de versterkingsoperatie, onder andere door sloop/nieuwbouw (maatregel 12 uit Nij Begun).

Verduurzaming bij versterken

Ter uitvoering van maatregel 28 uit Nij Begun neemt NCG verduurzamingsmaatregelen mee bij de uitvoering van de versterkingsoperatie voor (middel)zware versterkingen. Tevens verduurzaamt NCG ook woningen bij lichte versterkingen via maatregel 29.

Versterken industrie

Sinds 2021 kunnen bedrijven met industriële installaties en gebouwen in het aardbevingsgebied op basis van de beleidsregel vergoeding aardbevingsbestendige industrie Groningen aanspraak maken op een vergoeding van de kosten voor het onderzoek naar en, indien nodig, het treffen van versterkingsmaatregelen. Dit programma wordt uitgevoerd door de NCG. De kosten hiervan worden bij NAM in rekening gebracht.

Versterkingsoperatie

De geraamde uitgaven voor de versterkingsoperatie bestaan uit meerdere onderdelen. Ten eerste gaat het om reguliere uitgaven voor de versterkingsoperatie die wordt uitgevoerd door de NCG, inclusief bijkomende kosten zoals tijdelijke huisvesting en bouwkundige advieskosten. Daarnaast gaat het om versterkingsuitgaven die voortvloeien uit specifieke afspraken, waaronder de zogenoemde Big Five projecten. De uitvoeringskosten voor de versterkingsoperatie worden geraamd op apparaatsartikel 11. Een deel van de versterkingsoperatie wordt uitgevoerd via subsidies of (schade)vergoedingen.

Bijdrage aan medeoverheden

Clustering en gebiedsfonds

In het kader van de bestuurlijke afspraken uit 2020 worden uitkeringen gedaan aan medeoverheden voor clustering en het gebiedsfonds (blokken B en D uit de bestuurlijke afspraken). Het gaat onder andere om inpassingskosten. Dit zijn kosten die gemeenten maken bij zware versterking, sloop en nieuwbouw (zoals nieuwe aansluiting riool en waterleidingen, herbestrating en de inrichting openbare ruimte). Ook gaat het om clustering dat gericht is op het voorkomen van verschillen binnen een dorp, wijk of straat. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt. 2024, 21567).

Compensatie gemeenten en provincie

De versterkingsoperatie in Groningen vraagt personeelscapaciteit van de provincie Groningen en de aardbevingsgemeenten. Voor deze kosten worden zij gecompenseerd via maatregel 18 uit Nij Begun. Tevens worden gemeenten gecompenseerd voor de uitvoering van de versterkingsoperatie van Batch 1588. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt. 2024, 21567).

Erfgoedprogramma

In het Erfgoedprogramma werken het Rijk, de aardbevingsgemeenten, Steunpunt Libau, het maatschappelijk middenveld en de provincie Groningen sinds 2017 samen aan de instandhouding, versterking en doorontwikkeling van erfgoedpanden in het aardbevingsgebied. Via maatregel 26 uit Nij Begun wordt het programma voortgezet. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt 2024, 21567).

Leefbaarheid en wijkontwikkeling

Voor het verbeteren van de leefbaarheid in gebieden waar veel woningen worden versterkt is in Nij Begun meerjarig € 200 mln. beschikbaar gesteld via maatregel 14. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt 2024, 21567).

Nationaal Programma Groningen

Met het Nationaal Programma Groningen (NPG) wordt geïnvesteerd in de leefbaarheid, economische ontwikkeling en energietransitie in Groningen. Het NPG is een samenwerkingsverband van het Rijk, de provincie en gemeenten. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt 2024, 21567).

Sociaal-emotionele ondersteuning door gemeenten

Voor de sociale en emotionele ondersteuning als gevolg van de aardbevingsproblematiek worden bewoners door gemeenten geholpen via het programma Sociaal en Gezond. Middels de meerjarige SPUK-regeling Groningen worden deze middelen uitgekeerd (Stcrt 2024, 21567).

Sociale agenda

In Nij Begun is afgesproken dat Rijk en regio samen een Sociale Agenda opstellen (maatregel 34). De agenda bestaat uit concrete maatregelen die ten goede komen aan de leefbaarheid, onderwijskwaliteit, armoedebestrijding, gezondheid en arbeidsparticipatie van inwoners. Net zoals in 2025 en 2026, zal in 2027 uitvoering worden gegeven aan deze maatregelen. De gemeente Groningen is, zoals afgesproken in een door de regio opgesteld convenant, tot het moment dat er een definitieve uitvoeringsstructuur staat als budgethouder verantwoordelijk voor de verdeling van de middelen die nu via een decentrale uitkering (DU) (Gemeentefonds) aan de gemeente wordt overgeheveld.

Economische Agenda

In Nij Begun is afgesproken dat Rijk en regio samen een Economische Agenda opstellen (maatregel 35). De agenda is een richtinggevend investeringskader dat een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving nastreeft. Dit moet bijdragen aan een verhoging van het regionale verdienvermogen, bevorderen van ondernemerschap en het ontwikkelen, behouden en beter benutten van talent. Daarnaast moet het regionale zelfbewustzijn en het imago van de regio verbeterd worden. Daartoe is het startkapitaal bij Voorjaarsnota 2026 in een realistisch ritme op de begroting van BZK gezet voor de periode t/m 2028. Daarnaast is een generatielang bedrag van € 100 mln. beschikbaar.

(Schade)vergoeding

Knelpunten en PEGA vergoedingen

Een eigenaar of rechtmatige gebruiker van een gebouw kan schade hebben die samenhangt met de versterkingsoperatie. Deze schade kan met de knelpuntenregeling en PEGA vergoedingen worden vergoed, bijvoorbeeld met de vergoeding eigen tijd (maatregel 16 uit Nij Begun).

Vergoeding schade door versterkingsmaatregelen

Een eigenaar of rechtmatige gebruiker van een te versterken gebouw kan schade hebben als gevolg van de versterkingsoperatie. Voor deze schade kan in bepaalde gevallen aanspraak worden gemaakt op een vergoeding op basis van de Tijdelijke wet Groningen, zoals de vergoeding voor zelf aangebrachte voorzieningen.

Versterken in eigen beheer

Sinds de inwerkingtreding van de Tijdelijke wet Groningen (onderdeel versterken) per 1 juli 2023 is er de mogelijkheid om een vergoeding te ontvangen voor het in eigen beheer uitvoeren van versterking.

Ontvangsten

Tabel 21 Ontvangsten t/m 2031 (bedragen x € 1.000)
 

2027

2028

2029

2030

2031

Ontvangsten NAM fysieke schade

505.912

465.557

339.410

208.868

131.793

Ontvangsten NAM uitvoeringskosten schade

260.291

250.586

193.740

119.636

96.653

Ontvangsten NAM waardedaling

3.467

3.370

3.370

3.370

3.370

Ontvangsten NAM immateriële schade

40.079

30.000

9.590

9.590

9.590

Ontvangsten NAM versterken industrie

691

0

0

0

0

Ontvangsten NAM versterkingsoperatie

550.015

492.646

360.559

356.954

338.131

Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)

25.000

25.000

0

0

0

Ontvangsten NAM juridische bijstand

10.792

10.792

10.792

10.793

10.793

Ontvangsten NAM gederfd woongenot

0

143.000

143.000

143.000

0

Totale ontvangsten

1.396.247

1.420.951

1.060.461

852.211

590.330

Ontvangsten

Behoudens Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM) worden de bedragen uit tabel 21 op grond van de Tijdelijke wet Groningen doorbelast aan de NAM.

Nationaal Programma Groningen (bijdrage NAM)

NAM draagt jaarlijks € 25 mln. bij aan het NPG. Meerjarig gaat het om een totaalbedrag van € 500 mln. Deze bijdrage vloeit voort uit de Overeenkomst inzake betalingen voor perspectief voor de regio. Circa € 56 mln. dient nog betaald te worden door NAM (exclusief wettelijke rente).

Tabel 22 Doorbelasting NAM schadeafhandeling t/m 2024 (bedragen x € 1 mln., excl. BTW, excl. stuwmeerregeling)
 

Jaar1

Fysiekeschade

Immateriëleschade

Waardedaling

Totaaldoorbelast

Schadevergoedingen

2018

€ 8

€ 8

2019

€ 88

€ 88

2020

€ 314

€ 176

€ 490

2021

€ 310

€ 1

€ 295

€ 605

2022

€ 283

€ 59

€ 40

€ 382

2023

€ 189

€ 107

€ 23

€ 319

2024

€ 335

€ 116

€ 21

€ 472

2025

Deze kosten moeten nog doorbelast worden aan NAM

Totaal

€ 1.525

€ 283

€ 555

€ 2.363

Uitvoeringskosten IMG

2018

€ 40

€ 40

2019

€ 103

€ 103

2020

€ 143

€ 1

€ 6

€ 149

2021

€ 200

€ 7

€ 19

€ 227

2022

€ 169

€ 16

€ 12

€ 197

2023

€ 170

€ 23

€ 9

€ 202

2024

€ 176

€ 20

€ 9

€ 205

2025

Deze kosten moeten nog doorbelast worden aan NAM

Totaal

€ 1.001

€ 68

€ 54

€ 1.123

Gecombineerd

2018

€ 48

€ 48

2019

€ 191

€ 191

2020

€ 457

€ 1

€ 182

€ 639

2021

€ 510

€ 8

€ 314

€ 832

2022

€ 452

€ 75

€ 52

€ 579

2023

€ 359

€ 130

€ 31

€ 521

2024

€ 511

€ 137

€ 30

€ 678

2025

Deze kosten moeten nog doorbelast worden aan NAM

Totaal schade

 

€ 2.527

€ 351

€ 609

€ 3.486

1

Betreft jaar waarin de kosten zijn gemaakt door IMG, niet het jaar van doorbelasting aan NAM

Tabel 23 Doorbelasting NAM versterkingsoperatie t/m 2024 (bedragen x € 1 mln., excl. BTW, exclusief wettelijke rente)

Versterkingskosten

Jaar

Totaal doorbelast

Totaal betaald

Totaal openstaand

2020

226

161

65

2021

299

179

120

2022

312

187

125

2023

458

351

107

2024

476

476

0

2025

Heffing nog opleggen aan NAM

Totaal

1771

1354

417

Uitvoeringskosten NCG

2020

69

53

17

2021

89

54

36

2022

97

58

39

2023

132

90

42

2024

138

138

0

2025

Heffing nog opleggen aan NAM

 

525

393

134

Gecombineerd

2020

296

213

82

2021

388

233

155

2022

409

245

164

2023

590

441

149

2024

614

614

0

2025

Heffing nog opleggen aan NAM

Totaal

2297

1746

550

Doorbelasting kosten schade en versterken NAM

De kosten voor de schadeafhandeling tot en met 2024 zijn bij NAM in rekening gebracht en volledig door NAM betaald (zie tabel 19). De kosten voor de schadeafhandeling worden sinds juli 2020 door middel van een heffing aan NAM opgelegd. Voor de versterkingsoperatie zijn de kosten tot en met 2024 bij NAM in rekening gebracht. Tot medio 2023 gebeurde dit door middel van facturen waarvan circa € 550 mln. nog betaald dient te worden door NAM (exclusief wettelijke rente). Vanaf de tweede helft van 2023 worden de kosten voor de versterkingsoperatie doorbelast door middel van heffingen die aan NAM worden opgelegd. Deze heffingen zijn tot en met 2024 wel volledig en tijdig voldaan door NAM.

Tabel 24 Stand van zaken doorbelasting NAM schadeafhandeling en versterkingsoperatie (bedragen x € 1 mln.)
 

TotaalDoorbelast

TotaalBetaald

Totaalopenstaand

TotaalNog door te belasten

Schadeafhandeling IMG

3486

3486

0

Kosten vanaf Q1 2025 e.v.

Versterkingsoperatie NCG

2297

1746

550

Kosten vanaf Q3 2025 e.v.

Totaal

5783

5232

550

Nog te bepalen

PEGA-middelen uit de Aanvullende Post

Met Nij Begun is in 2023 € 11,5 mld. aan aanvullende middelen beschikbaar gesteld op de Aanvullende Post voor nieuw beleid op het gebied van schade, versterken, verduurzaming, sociaal en economie. Hiervan is € 3 mld. gereserveerd voor maatregelen die verband houden met schadeherstel en de versterkingsoperatie, € 500 mln. voor sociaal en mentaal welzijn en € 500 mln. voor economisch perspectief. Tot slot is € 7,5 mld. beschikbaar gesteld voor de generatielange betrokkenheid op het gebied van verduurzaming en sociaal en economisch perspectief tot en met 2055. Met onderstaande tabel wordt een overzicht gegeven van de verdeling van deze PEGA-middelen over de aangekondigde maatregelen op verschillende departementale begrotingen. De tabel toont hoeveel middelen in 2023 beschikbaar zijn gesteld, welk deel daarvan tot op heden van de Aanvullende Post naar de departementale begrotingen is overgeheveld en wat op de Aanvullende Post resteert van de PEGA-middelen. De middelen worden vervolgens vanaf de departementale begrotingen meerjarig beschikbaar gesteld voor of overgemaakt naar de desbetreffende uitvoeringsorganisatie of de regio voor de uitvoering van de maatregelen.

Tabel 25 Opvragen van de Aanvullende Post uit PEGA-middelen t/m 1 september 2026 (bedragen x € 1 mln.)
 

Maatregel

Begrotingsartikel

Totaal1

Beschikbaar gesteld voor schade en versterken

  

3.000,0

Resterend op AP voor schade en versterken

  

1.223,0

Reeds opgevraagd voor schade en versterken

  

1.777,0

Knelpuntenpot IMG

4

BZK-begroting, Artikel 15

70,0

Aanbieden van maatwerk bij versterken, o.a. sloop/nieuwbouw

10 en 12

BZK-begroting, Artikel 15

240,6

Overlastvergoeding corporatiehuurders

12b

BZK-begroting, Artikel 15

3,0

Ondersteuning door architecten

13

BZK-begroting, Artikel 15

5,0

Leefbaarheid en wijkontwikkeling bij versterking

14

BZK-begroting, Artikel 15

200,0

Verruimen financiële middelen gebiedsfonds

15

BZK-begroting, Artikel 15

120,0

Vergoeding voor eigen tijd van bewoners

16

BZK-begroting, Artikel 15

30,0

Indexering batch 1588

17

BZK-begroting, Artikel 15

33,5

Personele kosten decentrale overheden

18

BZK-begroting, Artikel 15

92,0

Inrichting bewonersregieteams

21

BZK-begroting, Artikel 15

5,0

Digitaal portaal en aanvullende communicatie

21

BZK-begroting, Artikel 15

5,0

Inloopplek en betere ondersteuning voor bewoners

22

BZK-begroting, Artikel 15

13,6

Agroprogramma

24

LVVN-begroting, Artikel 22

221,0

MKB-programma

25

BZK-begroting, Artikel 15

55,0

Drieborg

4

BZK-begroting, Artikel 15

5,4

Voortzetting Erfgoedprogramma

26

BZK-begroting, Artikel 15

73,0

Verduurzaming bij versterking

28

BZK-begroting, Artikel 15

258,5

Verduurzaming Groningen

29

VRO-begroting, Artikel 2 & BZK-begroting, Artikel 15

27,9

Uitbreiding bereik woningverbeteringssubsidie

30

BZK-begroting, Artikel 15

150,0

Knelpuntenbudget gemeente sociaal domein

31

BZK-begroting, Artikel 15

43,2

Aanvullende financiering maatschappelijke organisaties

32

BZK-begroting, Artikel 15

2,2

Toezicht en handhaving

45

EZ-begroting, Artikel 40

35,0

Toezicht, kennis en monitoring

48-50

KGG-begroting, Artikel 31

65,0

Overige maatregelen schade

 

BZK-begroting, Artikel 15

23,1

Agenda voor Herstel

22

  

Beschikbaar gesteld voor mentaal en sociaal

  

500,0

Resterend op AP voor mentaal en sociaal

  

0,0

Reeds opgevraagd voor mentaal en sociaal

  

500,0

Invulling sociale agenda

34

BZK-begroting, Artikel 15 & GF-begroting, artikel 1

500,0

    

Beschikbaar gesteld voor economisch perspectief

  

500,0

Resterend op AP voor economisch perspectief

  

0,0

Reeds opgevraagd voor economisch perspectief

  

500,0

N33 Noord

35

Mobiliteitsfonds, Artikel 11

250,0

Nationaal Programma Groningen 2.0

35

BZK-begroting, Artikel 15

250,0

    

Beschikbaar gesteld voor generatielange betrokkenheid (2026-2055)

  

7.500,0

Resterend op AP voor generatielange betrokkenheid (2026-2055)

  

5.613,6

Reeds opgevraagd voor generatielange betrokkenheid (2026-2055)

  

1.886,4

Verduurzaming Groningen

29

VRO-begroting, Artikel 2 & BZK-begroting, Artikel 15

1.500,0

Invulling sociale agenda

34

BZK-begroting, Artikel 15 & GF-begroting, artikel 1

86,4

Economische Agenda Groningen

35

BZK-begroting, Artikel 15

300,0

1

Exclusief LPO

Momenteel resteert € 1,2 mld. op de Aanvullende Post voor maatregelen die verband houden met schadeherstel en de versterkingsoperatie. Het overgrote deel is gereserveerd voor de IMG-regeling duurzaam herstel. Daarnaast zullen diverse versterkingsmaatregelen hieruit gefinancierd worden, waaronder verduurzaming Groningen. Voor sociaal en mentaal welzijn is het gehele budget dat beschikbaar is, overgeheveld van de Aanvullende Post naar de begroting van BZK voor maatregelen volgend uit de Sociale Agenda die de kwartiermaker in samenspraak met de regio heeft opgesteld. Voor Economisch Perspectief is de volledige € 500 mln. reeds opgevraagd voor N33 Noord en Nationaal Programma Groningen 2.0. De resterende middelen voor de generatielange betrokkenheid zijn gereserveerd voor de sociale en economische agenda. Voor de verduurzaming van Groningen en Drenthe is de volledige € 1,5 mld. die hiervoor gereserveerd was opgevraagd door het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.

Indicatoren

Dashboard Groningen

Diverse informatie over de schadeafhandeling, de versterkingsoperatie en de afbouw van de gaswinning in Groningen is online beschikbaar via het Dashboard Groningen.

Schadeafhandeling

Het IMG rapporteert onder andere over het aantal ingediende en afgehandelde meldingen voor zowel fysieke schade als immateriële schade. Zie onderstaande tabel. In volgende begrotingsstukken wordt hier een update van gegeven. Actuele informatie over de schadeafhandeling is beschikbaar op de website van het IMG.

Tabel 26 Schadeafhandeling door het IMG (peildatum 19 april 2026)
 

Aantal meldingen

Aantal besluiten

Aantal openstaande meldingen

Totaal uitgekeerde bedrag (x €1 mln.)

Fysieke schade

399.670

378.570

21.099

2563

Immateriële schade

181.921

177.916

4.005

320

Waardedaling

133.020

132.949

71

585

Versterkingsoperatie

De NCG rapporteert maandelijks over de voortgang van de versterking. De volgende tabel geeft de stand van de versterkingsoperatie weer. Actuele informatie is beschikbaar op de website van de NCG.

Tabel 27 Versterkingsoperatie door de NCG (peildatum 31 december 2025)

Fase

Aantal adressen

Percentage

1. Nog beoordelen en/of de beoordeling nog delen met de eigenaar

416

1%

2. Beoordeling gedeeld met de eigenaar; projectopdracht voor de versterking opstellen

1.036

4%

3. (Voorbereiden) opstellen uitvoeringsplan; in gesprek met de eigenaar

5.650

20%

4. Bouwwerkzaamheden gestart

1.598

6%

5. Voldoet aan de veiligheidsnorm; opleverpunten bouw en/of (administratief) nog afronden

1.990

7%

6. Voldoet aan de veiligheidsnorm: versterkt of nieuw opgeleverd

5.147

19%

7. Voldoet aan de veiligheidsnorm blijkt uit de beoordeling; versterking is niet nodig

11.735

42%

8. Eigenaar werkt niet mee aan de versterking; dossier gesloten

253

1%

Eindtotaal

27.759

100%

4. Niet-beleidsartikelen

4.1 Artikel 11. Centraal apparaat

A. Apparaatsuitgaven Kerndepartement

Op dit artikel worden naast alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het kerndepartement ook de apparaatsuitgaven van de agentschappen gepresenteerd.

Tabel 28 Budgettaire gevolgen artikel 11 Centraal apparaat (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

1.126.732

1.072.184

877.409

800.120

738.115

683.568

627.182

         
 

Uitgaven

1.116.502

1.072.858

877.409

800.120

738.115

683.568

627.182

         

11.1

Apparaat (excl. AIVD)

1.116.502

1.072.858

877.409

800.120

738.115

683.568

627.182

 

Personele uitgaven

629.060

592.247

533.060

481.391

440.278

392.647

345.389

 

Eigen personeel

471.436

446.147

416.384

381.301

357.391

327.775

301.737

 

Inhuur externen

151.340

139.297

111.580

94.348

77.636

59.819

38.893

 

Overige personele uitgaven

6.284

6.803

5.096

5.742

5.251

5.053

4.759

 

Materiële uitgaven

486.426

480.301

344.039

318.530

297.657

290.764

281.667

 

Bijdrage SSO's

424.398

394.716

294.024

278.059

259.892

255.990

250.477

 

ICT

26.737

37.846

8.112

4.200

4.049

4.002

3.771

 

Overige materiële uitgaven

35.291

47.739

41.903

36.271

33.716

30.772

27.419

 

Bijdrage aan agentschappen

1.016

310

310

199

180

157

126

 

Diverse bijdragen

1.016

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan DICTU

0

310

310

199

180

157

126

         
 

Ontvangsten

383.353

375.787

165.366

165.639

143.727

119.189

94.799

         

In deze tabel zijn de apparaatsuitgaven van het kerndepartement opgenomen, inclusief het Huis voor Klokkenluiders (HvK), Nationaal Coördinator Groningen (NCG), Rijksorganisatie voor informatiehuishouding (RvIHH), Rijksinkoopsamenwerking (RIS) en Organisatie Bedrijfsvoering en Financiën (OBF). De reeks is exclusief de apparaatsuitgaven van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Vanwege het specifieke karakter zijn deze begroot op beleidsartikel 2.

Sinds de start van het kabinet Jetten is het ministerie van VRO opgeheven en valt de begroting van VRO weer onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De begroting van VRO is daardoor gewijzigd van een departementale begroting naar een programmabegroting. Als gevolg hiervan zijn de budgetten van het centraal apparaat van VRO vanaf het begrotingsjaar 2027 teruggeboekt naar de begroting van het ministerie van BZK (H7). De apparaatsbudgetten van de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw (TloKB) en het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) zijn op de begroting van VRO gebleven en zijn vanaf begrotingsjaar 2027 overgeheveld naar artikel 2 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit.

B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten inclusief agentschappen en ZBO/RWT's

De apparaatskosten van BZK bestaan uit de apparaatsuitgaven voor het kerndepartement, de AIVD en de apparaatskosten voor de zeven baten-lastenagentschappen. In de onderstaande tabel staan de structurele apparaatsuitgaven van het kerndepartement en de AIVD aangegeven.

Tabel 29 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven ministerie (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal apparaatsuitgaven ministerie

1.674.756

1.647.092

1.526.345

1.443.826

1.391.635

1.344.984

1.288.212

Kerndepartement

1.116.502

1.072.858

877.409

800.120

738.115

683.568

627.182

Algemene Inlichtingen en veiligheidsdienst

558.254

574.234

648.936

643.706

653.520

661.416

661.030

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de apparaatskosten van de baten-lastenagentschappen, de Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en de Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s).

Tabel 30 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten agentschappen en ZBO's/RWT's (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal apparaatskosten Agentschappen

1.475.089

1.533.753

1.672.864

1.680.696

1.633.064

1.644.899

1.645.634

RvIG

136.905

93.733

202.769

196.357

137.650

132.059

115.276

Logius

376.987

368.015

368.015

368.015

368.015

368.015

368.015

Organisatie en Personeel Rijk (O&P Rijk)

304.234

327.943

350.579

347.966

343.495

343.495

343.495

Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (ODI)

103.727

109.248

112.560

112.560

112.560

112.560

112.560

FMH

76.441

80.390

74.620

73.928

72.880

72.880

72.880

SSC-ICT

372.237

424.133

441.282

454.758

467.178

480.324

492.958

Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL)

104.558

130.291

123.039

127.112

131.286

135.566

140.450

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

951

1.185

1.159

1.112

1.108

0

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

951

1.185

1.159

1.112

1.108

0

Apparaatsuitgaven per Directoraat-Generaal

Om de Tweede Kamer inzicht te bieden in de apparaatsuitgaven per beleidsterrein wordt in onderstaande tabel weergegeven wat de apparaatsuitgaven zijn per onderdeel van het ministerie van BZK.

Tabel 31 Apparaatsuitgaven per Directoraat Generaal (bedragen x € 1.000)

Directoraat Generaal

2027

Algemene Bestuursdienst (DGABD)

49.971

Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR)

3.512

Openbaar Bestuur en Democratische Rechtstaat (DGOBDR)

12.687

Volkshuisvesting en Bouwen (DGVB)

10.237

Koninkrijksrelaties (DGKR)

1.834

Ruimtelijke Ordening (DGRO)

4.441

Digitalisering en Overheidsorganisatie (DGDOO)

255.539

Vastgoed en Bedrijfsvoering Rijk (DGVBR)

11.345

Cluster Mensen en Middelen (MenM)

316.382

Cluster Bestuurondersteuning (BO)

5.514

Huis voor Klokkenluiders (HvK)

5.840

NCG

200.107

Totaal apparaat

877.409

4.2 Artikel 12. Algemeen

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 32 Budgettaire gevolgen artikel 12 Algemeen (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

13.766

26.569

31.672

22.695

22.625

22.585

22.236

         
 

Uitgaven

13.902

26.819

27.272

27.095

22.625

22.585

22.236

         

12.0

Algemeen

13.902

26.819

27.272

27.095

22.625

22.585

22.236

 

Subsidies (regelingen)

879

399

149

142

140

140

145

 

Diverse subsidies

829

347

98

91

89

89

94

 

Koninklijk Paleis Amsterdam

50

52

51

51

51

51

51

 

Opdrachten

695

975

1.026

1.020

993

993

756

 

(Inter)nationale samenwerking

287

204

293

291

291

291

291

 

Diverse opdrachten

408

771

733

729

702

702

465

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

112

190

102

116

113

110

109

 

Diverse bijdragen

112

127

0

15

15

14

14

 

BZK transparant

0

63

102

101

98

96

95

 

Bijdrage aan medeoverheden

2.808

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

 

Kwijtschelden publieke schulden

2.808

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

 

Bijdrage aan agentschappen

9.408

5.255

5.995

5.817

1.379

1.342

1.226

 

Eigenaarsbijdrage

8.748

4.800

4.349

4.400

0

0

0

 

BZK transparant

406

40

1.334

1.309

1.274

1.240

1.225

 

Diverse bijdragen

254

415

312

108

105

102

1

         
 

Ontvangsten

0

4.800

0

0

0

0

0

         

B. Toelichting op de financiële instrumenten

12.1 Algemeen

Bijdrage aan medeoverheden

Kwijtschelden publieke schulden

In 2021 is in samenwerking met de publieke schuldeisers en de verantwoordelijke departementen het kwijtschelden van publieke schulden, in verband met de gevolgen van de kinderopvangtoeslagaffaire, verder uitgewerkt. Met de medeoverheden is afgesproken dat compensatie van de uitgaven en de derving van inkomsten plaatsvindt op basis van nacalculatie (werkelijke kosten). Ook de uitvoeringskosten van de kwijtscheldingsregelingen en de uitvoeringskosten die samenhangen met het compenseren van gemeenten worden vergoed. Deze uitvoeringskosten worden vergoed op basis van een normbedrag. Het uiteindelijke aantal ouders dat recht heeft op de herstelregelingen en de hoogte van de publieke schulden is nog niet exact vast te stellen (Kamerstukken II 2023/24, 36410 VII, nr. 2). In 2027 is een bedrag van € 20 mln. beschikbaar.

Bijdrage aan agentschappen

Eigenaarsbijdrage

De initiatiefase voor het programma Modernisering Human Resources Information Technology (HRIT) bij O&P Rijk is de voorbereiding op de implementatie in 2027 en 2028. Het waarborgt dat de organisatie, techniek en bedrijfsvoering voldoen aan de rijksnormen, zoals informatiebeveiliging en de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO).

4.3 Artikel 13. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 33 Budgettaire gevolgen artikel 13 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

         

13.0

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

5. Begroting agentschappen

5.1 Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG)

Inleiding

De Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) maakt betrouwbaar en zinvol gebruik van identiteitsproducten voor iedereen mogelijk. Onze visie is een weerbare en wendbare partner te zijn om vanuit verbinding met onze omgeving leidend te zijn in toekomstbestendige en veilige identiteitsproducten.

Ontwikkelingen

In 2027 is de reorganisatie binnen RvIG afgerond en is een essentiële stap gezet in het realiseren van een toekomstbestendige organisatie. De business wordt leidend, met heldere processen en verantwoordelijkheden. Publieke waarden zoals doeltreffendheid, legitimiteit, kwaliteit en efficiëntie blijven daarbij centraal.

De organisatie is beter in staat om beleidswijzigingen snel en zorgvuldig te vertalen naar de ICT-omgevingen. RvIG geeft het applicatiebeheer intern vorm, wat bijdraagt aan meer regie, flexibiliteit en kwaliteit in de uitvoering. In 2027 wordt daarnaast gewerkt aan het versterken en opnieuw inrichten van de ICT-infrastructuur, met inachtneming van geldende wet- en regelgeving en met nadrukkelijke aandacht voor beveiliging en weerbaarheid.

Ook de financiële processen zijn aangepast aan de nieuwe organisatiestructuur en de bijbehorende verantwoordelijkheden. Dit draagt bij aan efficiënter werken, een betere naleving van wet- en regelgeving en versterkte stuurinformatie. Tegelijkertijd legt dit een solide basis voor langetermijnplanning en organisatorische stabiliteit. De versterkte stuurinformatie stelt RvIG in 2027 in staat om kosten beter te beheersen en financiële resultaten nauwkeuriger te voorspellen.

Duurzaamheid wordt steeds meer een vanzelfsprekend onderdeel van ons handelen, in lijn met de rijksbrede duurzaamheidsrichtlijnen (onderdeel van het Rijksbrede Programma Circulaire Economie en de Klimaatdoelen), die vereisen dat de overheid in 2030 een volledig klimaatneutrale bedrijfsvoering heeft.

Diensten

Basis Registratie Personen (BRP)

Op basis van de Wet BRP voert RvIG het beheer over de registratie van ingezetenen, de Basis Registratie Personen (BRP) en de Registratie niet-ingezetenen (RNI). Deze registraties hebben als doel om alle overheidsorganisaties te voorzien van dezelfde persoonsgegevens van de inwoners van ons land. Zo hoeven andere overheden die informatie niet steeds weer bij burgers uit te vragen. Dit zorgt voor een efficiënte dienstverlening en voor minder administratieve lasten voor de burger.

Het programma toekomst BRP (tBRP) is in 2026 afgelopen. De producten die in het programma tBRP zijn opgeleverd worden vanaf 2027 beheerd en verder doorontwikkeld.

Burgerservicenummer (BSN)

RvIG is verantwoordelijk voor de beheervoorziening BSN. Hieronder valt het beheer van de voorziening voor het genereren, distribueren, toekennen en beheren van Burgerservicenummers. Daarnaast beheert RvIG het foutenmeldpunt voor het melden van vermoedens over BSN-nummerfouten en worden mogelijk dubbelinschrijvingen gecontroleerd via de permanente monitoring dubbelinschrijvingen.

Reisdocumenten

RvIG ziet in haar verantwoordelijkheid voor het reisdocumentenstelsel toe op de productie van paspoorten en Nederlandse identiteitskaarten (eNIK) en het aanvraag- en uitgifte proces bij uitgevende instanties. Daarnaast beheert RvIG de registers ‘Register Paspoortsignalering’ (RPS), Basisregister 'Reisdocumenten’ (BRR) en ‘Verificatieregister Reisdocumenten’ (VR).

Op het gebied van de aanvraag, personalisatie en uitgifte van reis- en identiteitsdocumenten wordt in 2027 verder gewerkt aan verschillende verbeteringen om identiteitsfraude tegen te gaan en de dienstverlening te verbeteren. Daaronder vallen onder andere de inrichting van live enrolment en de ontwikkeling van het nieuwe model paspoort (2027/2028).

Caribisch gebied

RvIG is verantwoordelijk voor de centrale voorzieningen en het stelsel van berichtuitwisseling ten behoeve van het bijhouden van de basisadministraties van de openbare lichamen, de verstrekkingsvoorziening en de systematische verstrekking van gegevens. Daarnaast beheert RvIG de apparatuur, software en voorraden ten behoeve van de lokaal geproduceerde ID-kaart BES.

Electronic Identification Authentication and Trust Services (eIDAS)

RvIG voert het stelselbeheer over diverse voorzieningen binnen eIDAS. Deze voorzieningen zorgen ervoor dat op basis van de uit Europa meegegeven set aan gegevens, via een bevraging in de beheervoorziening BSN, een BSN van de betreffende persoon wordt gezocht. Een dienstverlener kan op basis van het BSN zijn diensten aan de burger verlenen. Daarnaast is RvIG in het kader van eIDAS verantwoordelijk voor de toetsing op het gebruik van BSN’s door eIDAS uitvoerende instanties.

Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA)

Rijksoverheid en uitvoeringsorganisaties werken nauw samen met gemeenten om op basis van risicosignalen risicoadressen te onderzoeken, waarbij ook een huisbezoek wordt afgelegd. Deze intensieve manier van samenwerken over alle lagen van de overheid heen is van grote meerwaarde voor de kwaliteit van de BRP, helpt in het oplossen van maatschappelijke problemen en is tegelijkertijd een effectieve werkwijze in het kader van adres gerelateerde fraude.

Centraal Meldpunt Identiteitsfraude en –fouten (CMI)

RvIG begeleidt burgers die worden geconfronteerd met identiteitsfraude. RvIG fungeert als ketenregisseur en schakelt indien nodig met ketenpartners zoals de Politie, de Belastingdienst, de RDW, de IND en Logius.

Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO)

Het MFO is een meldpunt voor fouten in basisregistraties waar burgers en geregistreerden zich tot kunnen wenden als zij vastlopen binnen de overheid. De fouten op het terrein van identiteit kunnen daarin worden meegenomen.

Bij het CMI en MFO worden structurele verbeteringen gestimuleerd en de rol en bevoegdheden van RvIG bestendigd door middel van borging in wet- en regelgeving. Verder wordt gewerkt aan grotere bekendheid van de diensten en aan verbeterde interne informatiehuishouding en rapportage.

Staat van baten en lasten

Tabel 34 Begroting van baten-lastenagentschap RvIG voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

233.770

294.198

285.575

161.256

156.133

122.746

waarvan Reisdocumenten

161.233

226.819

219.967

100.555

90.451

55.321

waarvan Basis Registratie Personen (BRP)

72.537

67.379

65.608

60.701

65.682

67.425

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

40.274

32.472

31.742

29.947

30.727

31.680

waarvan bijdrage Caribisch Gebied (CG)

2.924

2.854

3.011

2.594

2.661

2.735

waarvan bijdrage Burgerservicenummer (BSN)

8.653

7.432

7.367

6.610

6.775

6.942

waarvan bijdrage Electronic Indentification and Trust Services (eIDAS)

6.155

7.364

7.365

7.096

7.274

7.510

waarvan bijdrage Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA)

10.600

10.645

10.591

10.177

10.459

10.815

waarvan bijdrage Centraal Meldpunt Identiteitsfraude (CMI)

1.976

2.376

2.282

2.323

2.380

2.440

waarvan bijdrage Meldpunt Fouten in Overheidsregistratiie (MFO)

965

1.106

1.126

1.147

1.178

1.238

waarvan bijdrage diverse Projecten

9.000

695

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

274.044

326.670

317.317

191.203

186.860

154.426

       

Lasten

      

Apparaatskosten

93.733

202.769

196.357

137.650

132.059

115.276

- Personele kosten

66.335

67.558

66.053

64.965

65.650

65.474

waarvan eigen personeel

33.774

37.185

37.928

38.687

39.461

40.250

waarvan inhuur externen

31.200

29.176

26.911

25.043

24.931

23.944

waarvan overige personele kosten

1.361

1.197

1.214

1.235

1.258

1.280

- Materiële kosten

27.398

135.211

130.304

72.685

66.409

49.802

waarvan apparaat ICT

0

1.673

1.047

1.063

1.119

1.136

waarvan bijdrage aan SSO's

225

230

234

239

244

248

waarvan overige materiële kosten

27.173

133.308

129.023

71.383

65.046

48.418

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

157.902

71.834

68.762

62.356

62.877

63.228

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

11.100

12.772

13.702

11.846

11.846

12.746

- Materieel

5.950

4.567

4.917

2.357

2.357

2.357

waarvan apparaat ICT

50

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

5.900

4.567

4.917

2.357

2.357

2.357

- Immaterieel

5.150

8.205

8.785

9.489

9.489

10.389

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

262.736

287.375

278.821

211.852

206.782

191.250

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

11.308

39.295

38.496

‒ 20.649

‒ 19.922

‒ 36.824

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

11.308

39.295

38.496

‒ 20.649

‒ 19.922

‒ 36.824

Toelichting

Baten

De baten van RvIG zijn als volgt over de diverse opdrachten begroot:

Tabel 35 Begrote omzetverdeling RvIG voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)

Beheeropdracht

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Totaal

Reisdocumenten

0

0

226.819

226.819

BRP

38.476

0

28.903

67.379

Caribisch Gebied

2.834

0

20

2.854

BSN

7.432

0

0

7.432

eIDAS

7.364

0

0

7.364

LAA

10.645

0

0

10.645

CMI

2.376

0

0

2.376

MFO

1.106

0

0

1.106

Project: mailboxserver

695

0

0

695

Totaal

70.928

0

255.742

326.670

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

Waarvan Reisdocumenten

De omzet van reisdocumenten komt tot stand door de uitgifte van paspoorten en identiteitsbewijzen (leges betaald door de burger) en kent geen bijdrage vanuit het moederdepartement.

De omzet is in 2027 hoger dan in 2026 omdat er naar verwachting meer paspoorten en identiteitsbewijzen worden uitgegeven.

Waarvan Basis Registratie Personen

De kosten voor het beheren van de BRP worden doorberekend aan de gebruikers met een kostendekkend tarief in de vorm van een abonnementsprijs. Deze doorberekening vindt deels via het Ministerie van BZK en deels rechtstreeks aan derden plaats.

De omzet voor de BRP is 2027 lager dan in 2026 omdat in overeenstemming met het besluit BRP de opgebouwde schuld aan de afnemers van ca. € 7,0 mln. in de tarieven 2027 verrekend (in mindering gebracht) is.

Baten als tegenprestatie voor levering van input

De beheeropdrachten Caribisch Gebied, BSN, eIDAS, LAA, CMI en MFO worden geheel door het Ministerie van BZK gefinancierd (m.u.v. € 21.000 omzet derden bij het Caribisch Gebied).

De omzet op projecten is in 2027 lager dan in 2026, omdat het programma «toekomst BRP» en het project «BSN in de Carieb» in 2026 zijn afgerond.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele lasten bedragen € 67,6 mln. en zijn per saldo ca. € 1,3 mln. hoger dan de begroting van 2026. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de kosten voor intern personeel toenemen omdat de formatie is toegenomen met 15 fte en door toepassing van indexatie van 3%.

Materiële kosten

Overige materiële kosten

De overige materiële kosten van € 133,3 mln. bestaan grotendeels uit de kosten die worden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten (€ 118,1 mln.) en uit huisvestings- en kantoorkosten, kosten voor voorlichting/communicatie, kosten voor RNI loketten en diverse kleine kostenposten. De kosten voor de productie en distributie van de reisdocumenten waren in 2026 ten onrechte onder de kosten uitbesteed werk en andere externe kosten opgenomen. Dit verklaart de toename van de overige materiële kosten in 2027.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Een deel van de lasten wordt uitbesteed. Dit betreft onder andere kosten voor de uitbesteding van de technische ICT-infrastructuur bij DICTU. In 2026 waren de kosten die werden gemaakt voor de productie en distributie van de reisdocumenten onder de kosten uitbesteed werk en andere externe kosten opgenomen. Dit jaar zijn deze kosten, conform de door het ministerie van Financiën afgegeven definitie van de kosten uitbesteed werk, onder de overige materiële kosten opgenomen. Dit verklaart de afname van kosten uitbesteed werk en andere externe kosten in 2027.

In totaliteit nemen de materiële kosten en de kosten voor uitbesteed werk in 2027 toe omdat de productiekosten van de reisdocumenten toenemen door een verwachte stijging in de uitgifte van de reisdocumenten.

Afschrijvingskosten

Op de materiële vaste activa wordt in 2027 € 4,6 mln. afgeschreven. Dit betreft de afschrijving op systemen ten behoeve van het aanvragen en uitgeven van reisdocumenten. Daarnaast is sprake van afschrijvingen op immateriële vaste activa (€ 8,2 mln.), zijnde ontwikkelde (IT-)verbeteringen binnen onder andere het programma Verbeteren Reisdocumentenstelsel (VRS) en de generieke ICT-infrastructuur en een inhaalafschrijving op het paspoort model 2024 dat eind 2027 vervangen wordt door model 2027/2028.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten is in 2027 positief en bedraagt per saldo € 39,3 mln. Dit saldo bestaat uit het resultaat op de reisdocumenten (per saldo € 46,3 mln. positief) en het resultaat op de BRP (€ 7,0 mln. negatief).

Reisdocumenten

Het resultaat op de reisdocumenten wordt enerzijds veroorzaakt door de tienjaarscyclus van de reisdocumenten (€ 51,7 mln. positief). Als gevolg van de invoering van de tienjarige geldigheid voor reisdocumenten worden er in de jaren 2024 tot en met 2028 structureel meer reisdocumenten uitgegeven dan in de jaren 2029 tot en met 2033. Hierdoor ontstaat er in de eerste 5 jaar van de 10 jaarcyclus een surplus in de baten en lasten van RvIG dat aan de egalisatiereserve wordt toegevoegd. Van 2029 tot en met 2033 wordt deze reserve ingezet om de dalende uitgifte van reisdocumenten en de negatieve resultaten die hierdoor ontstaan te compenseren en de prijzen stabiel te houden. RvIG heeft toestemming van het ministerie van Financiën om deze reserve volgens de bovenstaande methodiek in te zetten, in overeenstemming met het besluit van de Rijksministerraad van 29 november 2013 om de tarieven voor het rijksdeel gemiddeld over 10 jaar kostendekkend te laten zijn.

Anderzijds is er sprake van een negatief resultaat op de reisdocumenten van € 5,4 mln., dat wordt gedekt uit het Bestemmingsfonds. In 2025 heeft RvIG toestemming gekregen van het ministerie van Financiën voor het instellen van een bestemmingsfonds van € 36,6 mln. met een looptijd van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2030. De middelen uit dit bestemmingsfonds zijn bestemd voor o.a. de realisatie van cruciale weerbaarheidsmaatregelen binnen het reisdocumentenstelsel (waaronder diverse informatiebeveligingsmaatregelen en het op locatie (bij de gemeente of uitgevende instantie) vastleggen van biometrische gegevens zoals een foto en vingerafdrukken om fraude en manipulatie van identiteitsdocumenten tegen te gaan en de integriteit van de documenten te waarborgen).

BRP

Het negatieve resultaat op de BRP bedraagt € 7,0 mln. Dit resultaat ontstaat omdat een deel van de schuld aan de afnemers per eind 2025 in de tarieven 2027 wordt verrekend waardoor in 2027 minder omzet wordt gerealiseerd. Het negatieve resultaat wordt verrekend met de schuld aan de afnemers.

Kasstroomoverzicht

Tabel 36 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RvIG voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

10.985

41.814

62.323

112.560

164.458

155.655

147.581

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

301.607

274.044

326.670

317.317

191.203

186.860

154.426

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 258.543

‒ 251.634

‒ 274.601

‒ 265.119

‒ 200.006

‒ 194.935

‒ 178.504

2.

Totaal operationele kasstroom

43.064

22.410

52.069

52.198

‒ 8.803

‒ 8.075

‒ 24.078

 

-/- totaal investeringen

‒ 7.093

‒ 1.900

‒ 1.832

‒ 300

0

0

0

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 7.093

‒ 1.900

‒ 1.832

‒ 300

0

0

0

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

46.957

62.323

112.560

164.458

155.655

147.581

123.503

Toelichting

Operationele kasstroom

In 2026 vertoont de operationele kasstroom een positief saldo. Dit wordt veroorzaakt doordat vanaf 2024 tot en met 2028 het aantal aangevraagde 10-jarige reisdocumenten toeneemt.

Investeringskasstroom

Voor 2027 wordt de omvang van de investeringen geraamd op € 1,8 mln. Dit betreft investeringen ten behoeve van het programma VRS en de vervanging van de mailboxserver.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 37 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RvIG voor het jaar 2027
 

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving generiek deel

       

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

266

324

339

339

339

339

339

Saldo van baten en lasten (%)

13,51%

4,13%

12,03%

12,13%

‒ 10,80%

‒ 10,66%

‒ 23,85%

        

Omschrijving specifiek deel

       

Kostprijzen per product

       

* Reisdocumenten: paspoort 5 jaar (in €)

27,50

28,05

29,06

30,11

31,19

32,31

33,48

* Reisdocumenten: paspoort 10 jaar (in €)

48,65

49,62

51,41

53,26

55,18

57,16

59,22

Identiteitskaart 5 jaar (in €)

8,70

8,87

9,19

9,52

9,87

10,22

10,59

Identiteitskaart 10 jaar (in €)

44,90

45,80

47,45

49,15

50,92

52,76

54,66

        

Beschikbaarheid en responstijd

       

Beschikbaarheid GBA netwerk

100%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

Beschikbaarheid GBA-V

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Responsetijd GBA-V

<3 sec

<3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

< 3 sec

Beschikbaarheid basisregister

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid verificatieregister

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Beschikbaarheid BSN

100%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

99,9%

Toelichting

Generiek Deel

Fte-totaal

Het aantal fte is gebaseerd op de laatst vastgestelde formatie.

Specifiek Deel

Kostprijzen per product

RvIG probeert de kostenprijzen per product zo stabiel mogelijk te houden. De kostprijzen van de reisdocumenten worden jaarlijks geïndexeerd.

Beschikbaarheid en responstijd

Deze indicatoren betreffen de beschikbaarheid en responstijd van belangrijke ICT voorzieningen die RvIG beschikbaar stelt. 

5.2 Logius

Inleiding

Logius is onderdeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en levert producten en diensten voor de digitale overheid. Logius beheert digitale standaarden die alle overheidsorganisaties gebruiken in hun digitale dienstverlening, zorgt er voor dat afsprakenstelsels functioneren en dat burgers en bedrijven laagdrempelige en betrouwbare toegang hebben tot officiële overheidsinformatie.

In nauwe samenwerking met ketenpartners, opdrachtgevers en de continuiteitsverantwoordelijke helpt Logius de samenleving verder met diensten die bruikbaar, bereikbaar en betrouwbaar zijn. Publieke dienstverleners kunnen met de diensten van Logius onder andere veilig digitaal post versturen aan burgers en bedrijven. Logius draagt zorg voor dat bedrijven gestandaardiseerd gegevens kunnen uitwisselen met de overheid en met organisaties met een publieke taak. Met diensten als DigiD kunnen burgers onder meer online aangifte inkomstenbelasting doen en gegevens inzien in MijnOverheid.

Logius draagt er zo aan bij dat de samenleving één digitale en open overheid ervaart.

Dienstverlening

Logius biedt dienstverlening op de volgende gebieden:

Domein Toegang

Met diensten en producten van Logius kan veilig en makkelijk toegang worden gegeven tot online dienstverlening. Europeanen met een goedgekeurd inlogmiddel kunnen via European Login (eIDAS) bij Nederlandse dienstverleners inloggen. Met een DigiD kan men vanuit de hele wereld inloggen bij Nederlandse dienstverleners. Vaak gaat het om privacygevoelige gegevens. Logius biedt de zekerheid dat gegevens met de juiste persoon of het juiste bedrijf worden gedeeld.

Domein Interactie

Dankzij de dienstverlening van Logius kunnen gegevens veilig, betrouwbaar en gestandaardiseerd tussen overheden, burgers en bedrijven worden uitgewisseld. Logius maakt dit mogelijk als ketenpartner voor de digitale overheid. De dienstverlening van Logius biedt eveneens oplossingen om de gegevens in de basisregistraties op orde te houden en uit te wisselen.

Domein Gegevensuitwisseling

Logius biedt oplossingen voor elektronisch berichtenverkeer tussen overheden en hun ketenpartners. Dit maakt het ontsluiten en beschikbaar stellen van gegevens mogelijk én hierdoor wordt informatie maar één keer aangeleverd.

Domein Infrastructuur

Digitale diensten kunnen snel en schaalbaar worden opgebouwd met het IT-fundament van Logius. Daarbij wordt altijd voldaan aan de laatste veiligheidseisen, standaarden en regelgeving. Ook zorgt Logius voor betrouwbare verbindingen voor het transport van data naar burgers, bedrijven en overheden.

Regie op Stelsels en Standaarden

De digitale dienstverlening aan burgers en bedrijven is veilig, herkenbaar en makkelijk door het gebruik van uniforme standaarden en stelsels. Daarvoor maken organisaties met een publieke taak sectoroverschrijdende afspraken. Logius heeft de regie op het maken, vastleggen en actualiseren van die afspraken en organiseert daarvoor publiek-private samenwerking.

Domein Publicatie

Iedereen laagdrempelig toegang geven tot betrouwbare overheidsinformatie. Daarbij ondersteunt Domein Publicatie alle overheidsorganisaties als uitgever van de overheid, zodat zij voldoen aan de wettelijke taken op het gebied van publicatie. Ook ondersteunt Domein Publicatie bij het verbeteren van het wet- en regelgevingsproces en het actief openbaar maken van overheidsinformatie.

Logius voorziet dat naast het borgen van continuïteit en veiligheid van dienstverlening, investeren in het fundament van belang is voor het garanderen van een veilige, flexibele en wendbare digitale overheid. De volgende drie elementen vormen tezamen de kapstok voor ons werk in de komende jaren.

Continuïteit en veiligheid dienstverlening

De continuïteit en veiligheid van onze dienstverlening staan centraal bij ons. Alle producten en diensten die bij ons in beheer zijn, worden onderhouden en doorontwikkeld. Dat betekent dat de dienstverlening niet alleen op een solide infrastructuur moet draaien, maar daarnaast ook dat er blijvend aandacht moet zijn voor beveiligingsaspecten. Daarom staat naast continuïteit en veiligheid ook incident- en crisismanagement hoog in het vaandel bij Logius.

Vernieuwen van het fundament

Logius zet belangrijke stappen om het fundament voor de digitale overheid te vernieuwen, waardoor dit toekomstbestendig wordt, beter schaalbaar is en flexibel kan worden ingezet. Logius zal in 2027 in het beheer van haar producten rekening houden met Life Cycle Management.

Wet- en regelgeving

Logius geeft invulling aan de implementatie van wet- en regelgeving. Hier kan gedacht worden aan de Wet digitale overheid (Wdo) of de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv). Hiervoor moeten bestaande producten en diensten aangepast worden of moet Logius de dienstverlening richting andere overheidsdienstverleners ontsluiten.

Staat van Baten en Lasten

Tabel 38 Begroting van baten-lastenagentschap Logius voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

385.141

369.352

369.352

369.352

369.352

369.352

Beheer & exploitatie GDI

239.063

238.473

238.473

238.473

238.473

238.473

Notificatieservice (GDI) - artikel 6

2.351

2.805

2.805

2.805

2.805

2.805

Beheer & exploitatie niet GDI

41.766

47.169

47.169

47.169

47.169

47.169

Doorontwikkeling

45.525

18.799

18.799

18.799

18.799

18.799

Domein publicatie

56.436

62.106

62.106

62.106

62.106

62.106

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

385.141

369.352

369.352

369.352

369.352

369.352

       

Lasten

      

Apparaatskosten

385.091

368.015

368.015

368.015

368.015

368.015

- Personele kosten

146.508

151.869

151.869

151.869

151.869

151.869

waarvan eigen personeel

91.880

121.431

121.431

121.431

121.431

121.431

waarvan inhuur externen

50.053

25.703

25.703

25.703

25.703

25.703

waarvan overige personele kosten

4.575

4.735

4.735

4.735

4.735

4.735

- Materiële kosten

238.583

216.146

216.146

216.146

216.146

216.146

waarvan apparaat ICT

202.796

166.947

166.947

166.947

166.947

166.947

waarvan bijdrage aan SSO's

19.087

20.437

20.437

20.437

20.437

20.437

waarvan overige materiële kosten

16.701

28.762

28.762

28.762

28.762

28.762

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

0

1.287

1.287

1.287

1.287

1.287

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

50

50

50

50

50

50

- Materieel

50

50

50

50

50

50

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

50

50

50

50

50

50

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

385.141

369.352

369.352

369.352

369.352

369.352

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Tabel 39 Omzetverdeling voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

BEGROOT

BEGROOT

BEGROOT

BEGROOT

     

(Bedragen x € 1.000)

2027

2027

2027

2027

Opdrachten

Omzet moeder-departement

Omzet overige departementen

Omzet derden

Realisatie omzet

     

DigiD

66.439

0

0

66.439

Digipoort B&E nieuw

50.580

0

0

50.580

Nederlandse Peppel autoriteit (Npa)

3.091

0

0

3.091

Rijksoverheid Access Point (ROAP)

669

0

0

669

e-Procurement diensten

1.186

0

0

1.186

MijnOverheid Berichtenbox

42.178

0

0

42.178

MijnOverheid Gegevens

20.210

0

0

20.210

DigiD Machtigen

25.074

0

0

25.074

Stelseldiensten

24.472

0

0

24.472

Diginetwerk

2.507

0

 

2.507

Digitoegankelijk

2.508

0

0

2.508

PKIOverheid

2.894

0

0

2.894

eHerkenning

5.429

0

0

5.429

Samenwerkende Catalogi

450

0

0

450

EIDAS

1.496

0

0

1.496

Gegevensuitwisseling standaarden incl BOMOS

1.446

0

0

1.446

Flamingo

889

0

0

889

Nog in te vullen opgaven

‒ 13.045

0

0

‒ 13.045

Subtotaal Beheer en exploitatie (GDI)

238.473

0

0

238.473

     

Mijn Overheid generieke services, artikel 6

2.805

0

0

2.805

Subtotaal Beheer en exploitatie (GDI), artikel 6

2.805

0

0

2.805

     

Centraal Aansluitpunt (CA)

0

670

0

670

Standaard Platform (SP)

0

10.439

3.312

13.751

Haagse Ring & Netwerkdiensten

0

12.442

0

12.442

eID/Bsnk

7.996

0

0

7.996

Stelsel Toegang (incl. Vertegenw.)

7.330

0

0

7.330

Beheer TRR

664

0

0

664

B&E Toegang Publiek Middel Zakelijk

737

0

0

737

MVP Ontw Publiek Middel Zakelijk

218

0

0

218

Bureau Forum Standaardisatie (BFS)

3.361

0

0

3.361

Service organisatie

   

0

Subtotaal Beheer & Exploitatie (Overig)

20.306

23.551

3.312

47.169

     

Totaal Beheer & Exploitatie

261.584

23.551

3.312

288.447

     

Doorontwikkeling

18.799

0

0

18.799

Totaal Doorontwikkeling

18.799

0

0

18.799

     

KOOP

34.455

19.841

7.810

62.106

Totaal KOOP

34.455

19.841

7.810

62.106

TOTAAL

314.838

43.392

11.122

369.352

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

Beheer & Exploitatie Generieke Digitale Infrastructuur (GDI)

Voor de omzet B&E GDI geldt in het kader van de centrale financiering jaarlijks één opdracht B&E- GDI. Het bedrag van deze opdracht bedraagt € 238,5 mln. en bestaat uit een vergoeding voor de kosten van het programmeringsplan GDI van € 239,1 mln. onder aftrek van Bureau Forum Standaardisatie van € 3,4 mln. aangevuld met een LPO-vergoeding van € 4,5 mln. en aftrek van de taakstelling van ‒ € 1,5 mln. en andere kortingen van € 0,2 mln.

Notificatieservice GDI

De omzet Notificatieservice stijgt met € 0,5 mln. door de kostenstijging voor infrastructuur welke nodig zijn om de continuïteit te waarborgen.

Beheer & Exploitatie niet GDI

De omzet B&E niet GDI stijgt met € 5,4 mln. door loon- en prijsontwikkelingen (indexatie), gewijzigde contractuele afspraken zoals toegelicht onder de lasten en nieuwe beheer & exploitatieactiviteiten die onder deze categorie zijn opgenomen zoals Bureau Forum Standaardisatie.

Doorontwikkeling

De omzet Doorontwikkeling daalt per saldo met € 26,7 mln. De GDI stelt in het najaar vast welke budgetten beschikbaar zijn voor de afronding van de herbouw Digipoort, de nieuwbouw BBO en de vernieuwingsvoorstellen van Logius.

Domein Publicatie

Domein Publicaties stijgt met € 5,7 mln. veroorzaakt door loon- en prijsontwikkelingen (indexatie), gewijzigde contractuele afspraken zoals toegelicht onder de lasten en nieuwe opdrachten.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

Eigen personeel

De kosten voor eigen personeel stijgen in 2027 met € 29,6 mln. Dit wordt verklaard doordat Logius stuurt op het terugdringen van externe inhuur, nieuwe opdrachten binnen domein Publicatie en het toepassen van indexatie.

Inhuur externen

De kosten van externe inhuur zijn € 24,4 mln. lager dan vorig jaar. Dit heeft voornamelijk te maken met het terugdringen van externe inhuur.

Materiële kosten

Apparaat ICT

De kosten Apparaat ICT bestaan voor het grootste deel uit contractkosten voor de dienstverlening van Logius. Dit betreft kosten voor leveranciers die zorgen voor onder andere applicatiebeheer, infrastructuurbeheer en hosting van de producten.

Bijdrage aan SSO's

De bijdrage aan SSO bestaat voornamelijk uit hosting en beheerkosten.

Overige materiële kosten

De overige materiele kosten bestaan uit de contractkosten voor de bedrijfsvoering zoals kantoorautomatisering, huisvesting en overige kantoorkosten. De stijging van € 12,0 mln. wordt veroorzaakt door gestegen verbruikskosten buiten de beïnvloedingssfeer van Logius en indexatie.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Uitbesteed werk zijn kosten die betrekking hebben op de adviesopdrachten en kosten voor de landsadvocaat.

Kasstroomoverzicht

Tabel 40 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap Logius over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

75.189

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

388.431

385.141

369.352

369.352

369.352

369.352

369.352

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 383.881

‒ 385.141

‒ 369.352

‒ 369.352

‒ 369.352

‒ 369.352

‒ 369.352

2.

Totaal operationele kasstroom

4.550

0

0

0

0

0

0

 

-/- totaal investeringen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

79.739

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

72.404

Toelichting

Operationele kasstroom

In alle jaren is uitgegaan van een exploitatieresultaat dat nihil is.

Tabel 41 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Logius voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving generiek deel

       

Verloop kostprijs MijnOverheid

€ 0,34

€ 0,42

0,46

0,46

0,46

0,46

0,46

Verloop kostprijs DigiD

€ 0,10

€ 0,08

0,09

0,09

0,09

0,09

0,09

Verloop kostprijs DigiD Machtigen

€ 1,73

€ 1,67

1,34

1,34

1,34

1,34

1,34

Totale omzet (x € 1.000.000)

€ 378 mln.

€ 385 mln.

€ 369 mln.

€ 369 mln.

€ 369 mln.

€ 369 mln.

€ 369 mln.

        

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 0,17%

0,00%

0

0

0

0

0

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

701

752

937

1000

1000

1000

1000

Fte overhead (%)

23,0%

22,0%

22%

22%

22%

22%

22%

Klanttevredenheid (KTO)

uitgevoerd

gepland

gepland

gepland

gepland

gepland

gepland

Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO)

uitgevoerd

n.v.t.

gepland

n.v.t.

gepland

n.v.t.

gepland

Benchmark

uitgevoerd

gepland

gepland

gepland

gepland

gepland

gepland

        

Omschrijving specifiek deel

       

DigiD

       

* Aantal DigiD authenticaties

645 mln.

695 mln.

781 mln.

860 mln.

946 mln.

1044 mln.

1144 mln.

* DigiD machtigingen

17,0 mln.

16,0 mln.

18,7 mln.

19,6 mln.

20,6 mln.

21,7 mln.

22,7 mln.

MijnOverheid

       

* Aantal berichten via Mijn Overheid

92 mln.

90 mln.

92 mln.

94 mln.

96 mln.

98 mln.

100 mln.

Digipoort

       

* Aantal berichten via Digipoort

84 mln.

76 mln.

76 mln.

76 mln.

76 mln.

76 mln.

76 mln.

        

Beschikbaarheid dienstverlening

       

DigiD

99,65%

99,50%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

DigiD Machtigen

99,72%

99,50%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

99,5%

MijnOverheid

99,88%

99,00%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

Pkloverheid

100,00%

99,00%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

Diginetwerk

100,00%

99,00%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

99,0%

Stelseldiensten (Digimelding, Digilevering, OIN-register, Stelselcatalogus)

99,74%

98,00%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Digipoort; Procesinfrastructuur (SBR)

       

- Operational Excellence

100,00%

99,70%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

- Baseline

100,00%

95,00%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

- B2

100,00%

99,70%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

99,7%

- Portalen (SBR en inzien & intrekken machtingen)

100,00%

95,00%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

BSN koppelregister

99,46%

99,20%

99,2%

99,2%

99,2%

99,2%

99,2%

        

Beschikbaarheid eerstelijns burgeronderzoek

       

Aanname % calls ‒ 1e lijns klantcontactor

       

- DigiD en DigiD Machtigen

95,10%

97,00%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

- MijnOverheid

95,80%

97,00%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

97,0%

ServiceLevel Calls 80/20 ‒ 1e lijns klantcontactcenter

       

- DigiD en DigiD Machtigen

70,50%

80,00%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

- MijnOverheid

75,80%

80,00%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

Beschikbaarheid eerstelijns burger en bedrijven ondersteuning

       

- SBR

...

80,00%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

80,0%

Toelichting

Algemeen

Voor de meeste doelmatigheidsindicatoren geldt dat Logius afhankelijk is van externe opdrachtgevers (bijvoorbeeld de Belastingdienst) als het gaat om volumes.

Generiek deel

  • Verloop kostprijs Mijn Overheid. Dit is het totaal van de baten Mijn Overheid gedeeld door het aantal berichten.

  • Verloop kostprijs DigiD. Dit is het totaal van de baten DigiD gedeeld door het aantal DigiD authenticaties.

  • Verloop kostprijs DigiD Machtigen. Dit is het totaal van de baten DigiD Machtigen gedeeld door het aantal voor DigiD Machtigen.

  • Totale omzet. Dit is het totaal van de baten (= omzet), die gelijk zijn aan de lasten (= apparaatskosten).

  • Saldo van baten en lasten. Begrotingtechnisch is dit altijd nul.

  • Fte totaal (excl. externe inhuur). Dit is de formatie in fte van eigen personeel.

  • Klanttevredenheid. Logius organiseert jaarlijks een onderzoek naar de bevindingen van de dienstverlening bij de afnemers.

  • Medewerkerstevredenheid. Logius organiseert tweejaarlijks een onderzoek naar de werkomstandigheden van werknemers.

Specifiek deel

  • DigiD aantal authenticaties. Dit is het aantal keer dat men zich door middel van DigiD identificeert.

  • DigiD aantal machtigen. Dit is het aantal keer dat men zich laat machtigen door middel van DigiD.

  • Mijn Overheid aantal berichten. Dit is het aantal berichten dat via Mijn Overheid wordt verstuurd.

  • Digipoort aantal berichten. Dit is het aantal berichten dat via Digipoort wordt verstuurd.

  • Beschikbaarheid eerstelijnsburgerondersteuning. Aanname % calls betreft aantal keren dat er contact was nadat men heeft gebeld; Service Level Calls 80/20 betreft het aantal afgehandelde vragen.

5.3 Organisatie & Personeel Rijk (O&P Rijk)

Inleiding

Organisatie en Personeel Rijk (O&P Rijk) staat voor een Rijksoverheid waar iedereen gelijkwaardige kansen krijgt en duurzaam, passend en zinvol werk verricht. O&P Rijk is er voor medewerkers, managers en organisaties.

O&P Rijk wil aansluiten bij de rijksbrede opgaven en de prioriteiten van de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijksdienst (ICBR), de Interdepartementale Commissie Organisatie en Personeelsbeleid (ICOP) en de Directie Ambtenaar en Organisatie (A&O), in plaats van individuele producten te leveren. Dankzij deze verbeterde multidisciplinaire samenwerking is O&P Rijk beter gepositioneerd om integraal aan de behoeften van de klant te voldoen.

Taakstelling

De taakstelling vanuit het kabinet vraagt om meer te bereiken met minder capaciteit. Dit betekent scherpe keuzes: focus op wat echt bijdraagt, verdere harmonisatie en standaardisatie van processen en het benutten van schaalvoordelen. Dit doen we in nauwe samenwerking binnen de bestuurlijke driehoek en met onze afnemers. Aandachtspunt blijft de juiste verhouding tussen onze werkzaamheden en de doorberekening van kosten aan afnemers.

Bij O&P onderschijden we drie typen dienstverlening namelijk Expertisediensten, P-Direkt dienstverlening en Binnenwerk.

Expertisediensten

Advocaten en Adviseurs Arbeidsrecht (AAA)

AAA is dé specialist in arbeidsrecht binnen het Rijk. AAA ondersteunt management en P&O-professionals met juridisch advies en bijstand, altijd met oog op het voorkomen van juridische conflicten (déjuridisering). Het doel van AAA is om goed werkgeverschap te bevorderen en zowel medewerkers als organisaties wendbaar te houden.

Arbeidsmarkt (AMC)

AMC zorgt ervoor dat de Rijksoverheid als een aantrekkelijke werkgever op de arbeidsmarkt wordt gepositioneerd en zorgt voor een soepel lopend werving- en selectieproces, voor zowel vast als tijdelijk. Het doel is de juiste kandidaat, op de juiste plek op het juiste moment.

Bedrijfszorg (BZ)

BZ is dé partner op het gebied van werk en gezondheid binnen het Rijk. BZ adviseert en ondersteunt organisaties bij het vergroten van de inzetbaarheid en het terugdringen en voorkomen van verzuim. Werkplezier voor alle rijksambtenaren, dat is het doel. De professionals van Bedrijfszorg zijn er voor leidinggevenden en medewerkers.

Diversiteit, Gelijkwaardigheid & Inclusie (DGI)

DGI ondersteunt het Rijk met diensten om diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusief denken en handelen (DGI) op de werkvloer te bevorderen. Team DGI bestaat uit professionele adviseurs en specialistische recruiters, en weet als geen ander welke vraagstukken er spelen op het gebied van DGI en hoe deze op te lossen.

Loopbaan- en Talentonwikkeling (L&T)

L&T versterkt management en medewerkers bij talentontwikkeling en het vormgeven van de loopbaan en ontwikkelt tools die regie op de loopbaan mogelijk maken.

Teamontwikkeling (TTO)

TTO coacht teams binnen de Rijksoverheid om samen weer verder te komen. Door te werken aan structuur en cultuur: door constructief met elkaar te praten, samenwerkingsafspraken te maken en samen concrete acties en stappen te bedenken die een team verder helpen om te groeien.

Organisatieadvies (OA)

OA heeft de expertise in huis om organisatie(onderdelen) te adviseren over het organisatorisch goed vormgegeven en flexibel en wendbaar kunnen opereren met als doel een toekomstbestendige Rijksoverheid. OA kent het Rijk van binnenuit en vertaalt rijksbrede ontwikkelingen en organisatiebeleid naar toepasbaar organisatieadvies voor specifieke vraagstukken.

P-Direkt dienstverlening

P-Direkt levert diensten op het snijvlak van Human Resources (HR) en informatie- en communicatietechnologie) (ICT) voor meer dan 165.000 rijksambtenaren. P-Direkt zorgt voor een moderne, efficiënte en betrouwbare dienstverlening op het gebied van personeel en organisatie, gericht op moeiteloze zelfservice en ondersteuning waar nodig. Op een aantoonbaar betrouwbare en efficiënte manier, met inzet van expertise op personeel en organisatie én klantinteractie, duidelijke informatievoorziening en continue verbetering, voegt P-Direkt blijvend waarde toe voor ambtenaren en andere stakeholders.

Binnenwerk

Binnenwerk ondersteunt de rijksoverheid in het realiseren van de banenafspraak. Samen met rijksorganisaties creëert Binnenwerk banen in teamverband voor mensen met een doelgroep indicatie banenafspraak. Daarmee wordt bijgedragen aan een inclusieve en meer diverse Rijksoverheid.

De ontwikkeling van de dienstverlening gebeurt naar aanleiding van de behoefte, in overleg met en in opdracht van de opdrachtgevers en de afnemers.

Hoofdpunten 2027: Groeien in Samenhang

Voor 2027 hanteren we het thema «groeien in samenhang»: we versterken de samenhang in onze dienstverlening door te harmoniseren, ketengericht te werken en data slim te benutten.

Dienstverlening & klantwaarde

We werken aan een consistente, generieke aanpak waarbij collectieve pakketten de norm zijn en afnemers dezelfde kwaliteit ervaren ongeacht omvang. Tarieven dalen door efficiencywinst en de klantdialoog is structureel verankerd.

Processen & organisatie

We harmoniseren werkwijzen, dringen handmatige bewerkingen terug en borgen de ketensamenwerking met externe partners. Een belangrijke ontwikkeling is de grootschalige systeemvervanging voor P-Direkt dienstverlening, die in 2027 verder vorm krijgt.

Cultuur & medewerkers

We zetten de stap van begrijpen naar doen, waarbij leren en ontwikkelen onderdeel worden van het dagelijks werk en de strategische personeelsplanning (SPP) organisatiebreed wordt toegepast. Wendbaarheid en eigenaarschap worden zichtbaar in gedrag en resultaten.

Technologie

We zorgen voor stabiele basisvoorzieningen, voeren data-standaarden breed in en verkennen Artificiële Intelligentie (AI) voor slimmere processen, ondersteund door structureel versterkte cyberweerbaarheid.

Faciliteiten

We bereiden ons voor op één gezamenlijke werkomgeving in Den Haag, met werkplekken ingericht op hybride werken en samenwerking.

Staat van baten en lasten

Tabel 42 Begroting van baten-lastenagentschap O&P Rijk voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Stand slotwet 2025

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

       

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

314.860

330.423

359.003

356.162

351.466

351.466

351.466

waarvan AAA expertise

11.963

10.250

12.265

12.265

12.265

12.265

12.265

waarvan AMC expertise

22.909

22.935

20.803

20.803

20.803

20.803

20.803

waarvan BZ expertise

63.219

60.294

72.875

72.875

72.875

72.875

72.875

waarvan DGI expertise

1.957

3.386

2.898

2.898

2.898

2.898

2.898

waarvan L&T expertise

10.082

11.218

12.260

12.260

12.260

12.260

12.260

waarvan TTO expertise

630

0

1.449

1.449

1.449

1.449

1.449

waarvan OA expertise

5.210

5.964

6.063

6.063

6.063

6.063

6.063

waarvan P-Direkt dienstverlening

145.210

146.634

154.788

151.947

147.251

147.251

147.251

waarvan Binnenwerk participatiebanen

53.681

69.742

75.603

75.603

75.603

75.603

75.603

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan A

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan B

0

0

0

0

0

0

0

waarvan bijdrage aan C

0

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

729

1.517

750

750

750

750

750

Vrijval voorzieningen

139

127

117

117

117

117

117

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

315.728

332.067

359.870

357.029

352.333

352.333

352.333

        

Lasten

       

Apparaatskosten

304.234

327.943

350.579

347.966

343.495

343.495

343.495

- Personele kosten

204.333

222.194

235.099

232.901

228.907

228.907

228.907

waarvan eigen personeel

175.004

194.771

208.674

206.976

203.482

203.482

203.482

waarvan inhuur externen

26.170

19.932

19.449

18.949

18.449

18.449

18.449

waarvan overige personele kosten

3.159

7.491

6.976

6.976

6.976

6.976

6.976

- Materiële kosten

99.901

105.749

115.480

115.065

114.588

114.588

114.588

waarvan apparaat ICT

7.061

10.909

8.263

8.263

8.263

8.263

8.263

waarvan bijdrage aan SSO's

49.831

47.080

55.976

56.076

56.112

56.112

56.112

waarvan overige materiële kosten

43.009

47.760

51.241

50.726

50.212

50.212

50.212

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

8.655

2.840

8.351

8.123

7.898

7.898

7.898

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

1.247

1.284

940

940

940

940

940

- Materieel

80

10

10

10

10

10

10

waarvan apparaat ICT

78

2

8

8

8

8

8

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

2

8

2

2

2

2

2

- Immaterieel

1.168

1.274

930

930

930

930

930

Overige lasten

2.081

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

2.081

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

     

Totaal lasten

316.217

332.067

359.870

357.029

352.333

352.333

352.333

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

‒ 489

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

‒ 489

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Tabel 43 Begrootte omzetverdeling O&P Rijk voor het jaar 2027

Onderverdeling naar (x € 1.000)

Moederdepartement

Overige departementen

Derden

Totaal

     

waarvan AAA expertise

3.648

8.571

45

12.265

waarvan AMC expertise

9.867

10.424

533

20.824

waarvan BZ expertise

13.593

58.849

401

72.843

waarvan DGI expertise

1.558

1.337

7

2.902

waarvan L&T expertise

3.384

8.818

57

12.259

waarvan TTO expertise

794

656

0

1.450

waarvan OA expertise

2.922

3.089

59

6.069

waarvan P-Direkt dienstverlening

146.105

8.200

483

154.788

waarvan product/dienst Binnenwerk participatiebanen

9.181

66.326

96

75.603

Totaal

191.053

166.270

1.681

359.003

Begrootte omzetverdeling O&P Rijk

Over het jaar 2027 wordt een omzet verwacht van € 359 mln. waarvan € 191,1 mln. bij het moederdepartement, € 166,3 mln. bij de overige departementen en € 1,7 mln bij overige afnemers zoals ZBO's, gemeenten, en provincies.

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

De omzet van O&P Rijk stijgt in 2027 ten opzichte van 2026 met € 28,6 mln., waarvan € 14,5 mln. bij de expertisediensten (AAA, AMC, BZ, DGI, L&T, TTO en OA), € 8,1 mln bij P-Direkt dienstverlening en € 5,8 mln. bij Binnenwerk. De omzetstijging bij de expertisediensten is het gevolg van een gestegen aantal individuele arbeidsrelaties (IAR) in combinatie met een verwachte prijsindexatie, die gekoppeld is aan de verwachte inflatie van de kosten. Bij P-Direkt dienstverlening wordt de omzetstijging grotendeels veroorzaakt door een hoger aantal IAR. De stijging van de omzet bij Binnenwerk is het gevolg van een verwachte groei van het aantal participatiebanen.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten stijgen ten opzichte van 2026 met € 12,9 mln, door verwachte loonstijgingen. In 2027 zijn minder FTE opgenomen in de begroting dan in 2026, terwijl wel een stijging van de afzet wordt verwacht. Dit wordt mogelijk gemaakt doordat bij een aantal afdelingen ingezet wordt op het verbeteren van de efficiency en declarabiliteit zodat met minder personeel dezelfde dienstverlening kan worden geleverd. Daarnaast zet O&P Rijk ook in op verdere verambtelijking van extern personeel die nodig is om aan de dienstenvraag te kunnen voldoen.

Materiële kosten

De grootste stijging van de materiële kosten wordt veroorzaakt door verwachte kostenstijging van de bijdrage aan SSO’s.

Apparaat ICT

Dit betreft de kosten van systeemlicenties en uitbesteedde systeemontwikkeling- en beheer. Hieronder valt ook de uitbesteding van werkzaamheden ten behoeve van de rijksbrede ICT-voorzieningen Rijkspas, het Rijks Identity Management (RIdM) en het beheer van het rijks identificerendnummer (BvRIN) en het Identity Management beheer (IDM-beheer) voor het ministerie van BZK.

Bijdrage aan SSO’s

Voor de kantoorautomatisering, ICT-applicatiebeheer en de huisvestingskosten betaalt O&P-Rijk jaarlijks een bijdrage aan diverse SSO's. Daarnaast betreft het ook de inbesteding van werkzaamheden ten behoeve van de rijksbrede ICT-voorzieningen Rijkspas, het RIdM en het BvRIN en het IDM-beheer voor het ministerie van BZK.

Overige materiële kosten

De overige materiële kosten zijn vooral inkoopkosten direct gerelateerd aan de dienstverlening van O&P Rijk. Deze kosten stijgen vooral als gevolg van de verwachte afzetstijging.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

Uitbesteed werk betreft opdrachten waarbij resultaatafspraken zijn gemaakt en die betrekking hebben op de uitvoering van de primaire taak. Bij O&P Rijk is dit voornamelijk de uitbesteding van informatievoorziening werkzaamheden.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten bestaan uit afschrijvingen van de investeringen in de immateriële en materiële vaste activa. De grootste afschrijving is immatereel en betreft aangekochte licenties.

Kasstroomoverzicht

Tabel 44 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap O&P Rijk over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2025

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

41.733

25.383

48.786

54.659

59.198

62.736

65.275

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

314.617

410.240

331.940

359.753

356.912

352.216

352.216

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

302.869

‒ 409.082

‒ 324.783

‒ 353.930

‒ 352.089

‒ 348.393

‒ 349.393

2.

Totaal operationele kasstroom

11.748

1.157

7.157

5.823

4.823

3.823

2.823

 

-/- totaal investeringen

‒ 4.568

‒ 1.284

‒ 1.284

‒ 1.284

‒ 1.284

‒ 1.284

‒ 1.284

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 4.568

‒ 1.284

‒ 1.284

‒ 1.284

‒ 1.284

‒ 1.284

‒ 1.284

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

48.913

25.256

54.659

59.198

62.736

65.275

66.814

Toelichting

Operationele kasstroom

In 2027 verwacht O&P Rijk dat de rekening courant verder op zal lopen doordat een deel van de operationele lasten geen kasstromen zijn, dit betreffen namelijk afschrijvingskosten en dotaties aan de reserve IKB- en vakantie-uren van personeel. Deze operationele lasten worden volledig gedekt door de baten die bijna volledig uit kasstromen bestaan.

Investeringskasstroom

In 2027 wordt een beperkte investeringskasstroom verwacht, het gaat met name om de vervanging van software die aan het eind van de levensduur is.

Financieringsstroom

Voor 2027 en volgende jaren wordt geen beroep gedaan op de leenfaciliteit voor de financiering van de systeeminvesteringen. De investeringsomvang is de laatste jaren van zodanige omvang dat O&P Rijk voldoende eigen vermogen heeft om de investeringen voor te financieren.

Overzicht doelmatigheidsindicatoren

O&P Rijk werkt met een producten- en dienstencatalogus (PDC) inclusief servicelevels. In de PDC zijn de verschillende diensten en activiteiten, leveringsvoorwaarden en de kwaliteitsborging vastgelegd die onze afnemers kunnen verwachten.

Tabel 45 Overzicht doelmatigheidsindicatoren O&P Rijk voor het jaar 2027
 

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving Generiek Deel

       

Totale omzet basisdienstverlening (x 1.000)

285.658

302.891

325.630

323.053

318.793

318.793

318.793

Totale omzet overige + projecten (x 1.000)

29.277

27.532

33.374

33.110

32.673

32.673

32.673

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

2.125

2.403

2.389

2.371

2.355

2.355

2.361

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 0,20%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

        

Omschrijving Specifiek Deel Expertisediensten (Advocaten en Adviseurs Arbeidsrecht, Arbeidsmarkt, Bedrijfszorg, Diversiteit, Gelijkwaardigheid & Inclusie, Loopbaan- en Talentonwikkeling, Teamontwikkeling en Organisatieadvies).

Omzet per Fte

217.000

209.000

217.000

217.000

217.000

217.000

217.000

Declarabiliteit ambtelijk personeel

69,1%

70,0%

70,0%

70,0%

70,0%

70,0%

70,0%

Declarabiliteit externe inhuur

97,3%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

95,0%

        

Omschrijving Specifiek Deel dienst Binnenwerk

       

Kostprijzen per product (groep)

50.951

56.977

60.003

60.003

60.003

60.003

60.003

Aantal Binnenwerkbanen

1.321

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

1.500

        

Omschrijving Specifiek Deel dienst P-Direkt dienstverlening

       

Kostprijzen per product (groep)

690,0

753,0

735,6

722,1

699,8

699,8

699,8

Verloop tarieven/uur (basisjaar 2015 = 713)

96,8

105,7

103,2

101,3

98,2

98,2

98,2

Aantal individuele arbeidsrelaties (IAR)

168.948

178.264

175.581

175.581

175.581

175.581

175.581

        

Gebruikerstevredenheid

       

De mate waarin medewerkers en managers tevreden zijn over de dienstverlening van P-Direkt

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

Tijdige afhandeling vragen, klachten, wijzigingen en documenten

       

O&P Rijk beantwoordt vragen en klachten binnen 5 werkdagen.

93,9%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

O&P Rijk verwerkt wijzigingen binnen 5 werkdagen.

77,8%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

O&P Rijk archiveert documenten binnen 10 werkdagen.

62,9%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

De gemiddelde wachttijd per dag aan de telefoon is maximaal 45 seconden.

40

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

45 sec

        

Beschikbaarheid systeem

       

Het O&P Rijkportaal is zeven dagen per week en 24 uur per dag beschikbaar. Op werkdagen geldt een beschikbaarheidsnorm tussen 8.00 uur tot 17.00 uur.

98,8%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

        

Bereikbaarheid

       

Het contactcenter is bereikbaar van 8.00 uur tot 22.00 uur

100,00%

98,00%

98,00%

98,00%

98,00%

98,00%

98,00%

        

Betrouwbaarheid

       

O&P Rijk zorgt voor volledige en tijdige dataleveringen via interfaces.

100,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

O&P Rijk verwerkt wijzigingen op een juiste manier.

98,5%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

98,0%

Toelichting

Generiek deel

Fte-Totaal

O&P Rijk is getransformeerd naar een organisatie waar vanuit vijf dienstverlenende businessunits diensten worden aangeboden: Binnenwerk, Bedrijfszorg, Diversiteit Arbeidsmarkt Loopbaan en Talentontwikkeling (DALT), Organisatie- en arbeidsrechtadvies en P-Direkt dienstverlening. Door de groei van de dienstverlening en voornamelijk de groei van het aantal arbeidsparticipanten bij Binnenwerk groeit het aantal FTE bij O&P Rijk.

Kostprijzen per product (groep)

O&P Rijk realiseert in opdracht van de continuïteitsverantwoordelijke jaarlijks goedkopere basisdienstverlening. Voor het jaar 2027 zet O&P Rijk in op een efficiency-slag van 3,5% voor de P-Direkt dienstverlening. O&P Rijk verantwoordt zich naar de continuïteitsverantwoordelijke en de centraal opdrachtgever, respectievelijk de achterliggende departementen.

Specifiek deel

Expertisediensten

De declarabiliteit is het beoogde minimum om de omzetbegroting te halen. Daaraan ten grondslag liggen minimale declarabiliteitsnormen voor de interne en externe medewerkers in het primaire proces.

Binnenwerk

Binnenwerk realiseert in 2027 gemiddeld 1.500 banen met een gemiddelde kostprijs van € 60.000 per baan.

P-Direkt dienstverlening

P-Direkt dienstverlening verantwoordt zich naar de centraal opdrachtgever, respectievelijk de achterliggende departementen, door een aantal servicelevels op de dienstverlening, beschikbaarheid en bereikbaarheid. De servicelevels gelden voor het hele jaar en zijn voor alle klanten hetzelfde. De servicelevels zijn geen doel op zich, maar minimale normen.

5.4 Rijksorganisatie voor Ontwikkeling, Digitalisering en Innovatie (Rijksorganisatie ODI)

Inleiding

In 2027 zetten wij verdere stappen in de ontwikkeling naar één Rijksorganisatie voor Ontwikkeling Digitalisering en Innovatie (Rijksorganisatie ODI), met een duidelijke focus op de digitale versnelling van de overheid. De samenleving staat voor omvangrijke en complexe opgaven, zoals woningnood, digitalisering, de stikstofproblematiek en geopolitieke ontwikkelingen. Dit vraagt om een overheid die wendbaar, slagvaardig en toekomstgericht opereert. Tegelijkertijd staat ook de overheid zelf voor uitdagingen, zoals verkokering, vergrijzing en toenemende budgettaire druk.

Digitalisering speelt een essentiële rol bij het realiseren van oplossingen voor deze opgaven. Met onze gecombineerde expertise op het gebied van organisatieontwikkeling, digitalisering en innovatie dragen wij dagelijks bij aan de noodzakelijke transformatie van de overheid. Als interne partner van en voor de overheid kennen wij de bestuurlijke en uitvoeringscontext van binnenuit. Daardoor kunnen wij niet alleen adviseren over complexe vraagstukken, maar ook helpen deze te realiseren. Wij verbinden strategie en uitvoering en brengen maatschappelijke opgaven van plan naar praktijk.

Met de verschillende ODI onderdelen beschikken wij over specialistische kennis en realisatiekracht om complexe vraagstukken integraal aan te pakken. Door expertise over organisatiegrenzen heen te verbinden, versterken wij de slagkracht van de Rijksoverheid en helpen wij maatschappelijke opgaven sneller en in meer samenhang te realiseren. Met een ODI-brede intake (acquisitie) en één herkenbaar loket voor opdrachtgevers maken wij onze brede expertise eenvoudiger toegankelijk.

De thema’s waar wij ons op richten sluiten nauw aan bij de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS). Daarnaast positioneren wij netwerksamenwerking expliciet als strategisch thema, vanwege het groeiende belang van samenwerking over organisatiegrenzen heen bij maatschappelijke opgaven. Hierbij vormt de ontwikkeling naar een innovatieve en lerende overheid een belangrijk fundament, met nadruk op het benutten, delen en opschalen van kennis, ervaring en best practices

Staat van baten en lasten

Tabel 46 Begroting van baten-lastenagentschap Rijksorganisatie ODI voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

115.078

115.223

115.223

115.223

115.223

115.223

Digitalisering: waarvan detachering personeel

59.242

56.992

56.992

56.992

56.992

56.992

Innovatie: waarvan detachering personeel

25.496

28.717

28.717

28.717

28.717

28.717

Innovatie: waarvan levering producten

4.010

4.200

4.200

4.200

4.200

4.200

Organisatie: waarvan detachering personeel

21.579

21.341

21.341

21.341

21.341

21.341

Organisatie: waarvan levering producten

4.751

3.973

3.973

3.973

3.973

3.973

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

115.078

115.223

115.223

115.223

115.223

115.223

       

Lasten

      

Apparaatskosten

109.248

112.560

112.560

112.560

112.560

112.560

- Personele kosten

92.676

90.801

90.801

90.801

90.801

90.801

waarvan eigen personeel

86.610

86.652

86.652

86.652

86.652

86.652

waarvan inhuur externen

501

1.440

1.440

1.440

1.440

1.440

waarvan overige personele kosten

5.565

2.709

2.709

2.709

2.709

2.709

- Materiële kosten

16.572

21.759

21.759

21.759

21.759

21.759

waarvan apparaat ICT

489

636

636

636

636

636

waarvan bijdrage aan SSO's

11.862

13.732

13.732

13.732

13.732

13.732

waarvan overige materiële kosten

4.221

7.391

7.391

7.391

7.391

7.391

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

5.830

2.663

2.663

2.663

2.663

2.663

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

- Materieel

0

0

0

0

0

0

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

115.078

115.223

115.223

115.223

115.223

115.223

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Bij het opstellen van de begroting 2027 is uitgegaan van de tarieven van 2026, verhoogd met een gewogen gemiddelde loon- en prijsbijstelling van 4,0%. Als basis voor deze indexatie zijn de CPB-ramingen voor 2027 gehanteerd (loonvoet sector overheid 4,2% en IMOC 2,1%).

Baten

Baten als tegenprestatie van producten en/ of diensten

De baten in 2027 bedragen € 115,2 mln. en liggen daarmee in lijn met de begroting 2026. Ten opzichte van de begroting 2026 zijn er wel enkele verschuivingen. Er is sprake van hogere baten van € 8,4 mln. voornamelijk veroorzaakt door tariefstijgingen (€ 6,7 mln.) en extra activiteiten in 2027 (€ 1,7 mln.). Effect van tariefstijging kan worden verklaard doordat de tarieven voor 2026 alsnog met 2,7% zijn verhoogd vanwege stijgende kosten en de verdere ontwikkeling van ODI, wat leidt tot € 2,7 mln. extra baten. Daarnaast is voor 2027 rekening gehouden met een tariefstijging van 4,0% (€ 4,0 mln.)

Daartegenover staan lagere baten van € 8,3 mln., voornamelijk door een verwachte omzetdaling bij de programma’s I-Vakmanschap, Programma Gedrag en Houding en InterCoach (€ 3,1 mln.) en doorgevoerde correctie van intercompany omzet (€ 5,2 mln.). Overigens heeft het effect van de eliminatie van intercompany omzet en kosten per saldo geen effect op het resultaat.

Baten bestaan uit omzet moederdepartement van € 50,7 mln., omzet andere departementen van € 62,2 mln. en derden € 2,3 mln.

De financiële doorbelasting systematiek van Rijksorganisatie ODI is prijs maal afzet (P * Q). Rijksorganisatie ODI hanteert kostprijzen/tarieven per product per maand en uur die in rekening worden gebracht per weggezette medewerker/product bij de opdrachtgevers.

Lasten

Apparaatskosten

De totale apparaatskosten in de begroting 2027 zijn € 3,3 mln. hoger dan de apparaatskosten in de begroting 2026. Dit wordt voornamelijk verklaard door hogere materiële lasten door een rubriceringscorrectie vanuit de uitbesteed werk en andere externe kosten. In de toelichting onder «Materiële kosten» en «Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten» wordt dit nader toegelicht.

Personele kosten

Waarvan eigen personeel

De kosten voor eigen personeel in de begroting 2027 zijn in lijn met de kosten in de begroting 2026. Binnen de begroting zijn echter enkele verschuivingen zichtbaar. Zo zijn de intercompany kosten gecorrigeerd, wat leidt tot een daling van de personeelskosten van € 2,3 mln. Daartegenover staan hogere personeelskosten van eveneens € 2,3 mln. door het invullen van formatieplaatsen binnen de merken Rijksbrede trainee opleidingen (RTP), Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS), Rijksinnovatie community (RIC) en de reguliere dienstverlening, met name op het gebied van innovatieopleidingen en innovatieconsultancy.

Waarvan externe inhuur

De begrote externe inhuur voor 2027 ligt € 0,9 mln. hoger dan de begroting voor 2026. Deze stijging is volledig toe te schrijven aan de inzet van tijdelijke capaciteit binnen het programma I-Vakmanschap.

Waarvan overige personele kosten

De daling van de begrote overige personele kosten in 2027 met € 2,9 mln. is het gevolg van eliminatie van intercompany kosten tussen de ODI-units.

Materiële kosten

De begrote materiële kosten in 2027 zijn € 5,2 mln. hoger dan in 2026. Dit wordt verklaard door verschuiving van het innovatiebudget vanuit kosten uitbesteed werk naar de overige materiële kosten (€ 3,2 mln.), stijging van de PIOFACH-kosten (€ 1,8 mln.) en hogere ICT-kosten voor apparatuur (€ 0,2 mln.).

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De kosten voor uitbesteedwerk 2027 zijn € 3,2 mln. lager dan in 2026 door verschuiving van het innovatiebudget naar de overige materiële kosten. Uitbesteed werk zijn voornamelijk kosten voor samenwerkingen met universiteiten (I—Vakmanschap), organisatieadvies, opgavegericht werken en werving & selectie.

Kasstroomoverzicht

Tabel 47 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap Rijksorganisatie ODI over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

6.104

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

101.337

115.078

115.223

115.223

115.223

115.223

115.223

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 106.736

‒ 115.078

‒ 115.223

‒ 115.223

‒ 115.223

‒ 115.223

‒ 115.223

2.

Totaal operationele kasstroom

‒ 5.399

0

0

0

0

0

0

 

-/- totaal investeringen

‒ 84

0

0

0

0

0

0

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 84

0

0

0

0

0

0

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

3.248

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

3.248

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

3.869

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

2.100

Toelichting

Het verwachte rekeningcourantsaldo van Rijksorganisatie ODI per 1 januari 2027 is € 2,1 mln.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 48 Overzicht doelmatigheidsindicatoren Rijksorganisatie ODI voor het jaar 2027
 

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving generiek deel-RODI

       

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 1,7%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

655,0

652

677

677

677

677

677

Kwaliteitsindicator 1 - MTO

7,0

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

Omschrijving specifiek deel-RODI

       
        

RODI - Rijksconsultants

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

142

143

146

146

146

146

146

Tarieven/maand (indexcijfer)

142

143

146

146

146

146

146

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

181

182

186

186

186

186

186

Tevredenheid dienstverlening

8,2

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

RODI - IIR

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

145

153

149

149

149

149

149

Tarieven/maand (indexcijfer)

145

153

149

149

149

149

149

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

185

196

190

190

190

190

190

Tevredenheid dienstverlening

8

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

RODI - RIG

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

142

130

144

144

144

144

144

Tarieven/maand (indexcijfer)

142

130

144

144

144

144

144

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

181

166

184

184

184

184

184

Tevredenheid dienstverlening

geen

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

RODI - RIT

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

87

83

88

88

88

88

88

Tarieven/maand (indexcijfer)

87

83

88

88

88

88

88

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

110

105

112

112

112

112

112

Tevredenheid dienstverlening

8,4

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

RODI - Peerreview

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

84

121

90

90

90

90

90

Tarieven/maand (indexcijfer)

84

121

90

90

90

90

90

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

107

155

115

115

115

115

115

Tevredenheid dienstverlening

8

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

RODI - Intercoach

       

Kostprijzen per product (groep) (indexcijfer)

116

136

120

120

120

120

120

Tarieven/maand (indexcijfer)

116

136

120

120

120

120

120

Omzet per fte (bedragen x €1.000)

148

173

153

153

153

153

153

Tevredenheid dienstverlening

8,3

>7

>7

>7

>7

>7

>7

Toelichting

FTE's

Het aantal begrote FTE's voor 2027 is toegenomen ten opzichte van de begroting voor 2026. Deze stijging wordt verklaard door invulling van formatieplekken bij het Rijkstraineeprogramma (RTP), de programma’s Interbestuurlijke Datastrategie (IBDS) en Rijksinnovatie community (RIC), en een toename in de reguliere dienstverlening, met name op het gebied van innovatieopleidingen en innovatieconsultancy.

MTO, werkplezier en werkdruk

Het Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) wordt bij Rijksorganisatie ODI om de twee jaar uitgevoerd. De doelstelling van Rijksorganisatie ODI is een medewerkerstevredenheidsscore van minimaal 7 te behalen.

Kostprijzen per product en tarieven per uur

In het algemeen zijn de integrale kostprijzen per product en de uurtarieven in de begroting 2027 met 6,7% geïndexeerd ten opzichte van de begroting 2026 (2,7% tariefindexatie in 2026 plus 4% aanvullende indexatie voor 2027). Door de eliminatie van intercompany kosten, met name bij de merken I-Interim Rijk (IIR), Rijksconsultancy (RC), Rijks-I Traineeship (RIT) en Rijks ICT-Gilde (RIG), zijn de kostprijzen beperkt gestegen met circa 2%. De kostprijzen van de producten en de uurtarieven zijn gebaseerd op de Rijksproductiviteitsnorm van 1.275 uur per jaar.

Omzet per FTE

De lichte stijging van de gemiddelde omzet per FTE van circa 2% bij nagenoeg alle organisatieonderdelen van Rijksorganisatie ODI is volledig te verklaren door de cumulatieve tariefindexatie van 6,7% ten opzichte van de begroting 2026 en de eliminatie van intercompany omzet met gemiddeld circa 4,7%.

Klanttevredenheid

Rijksorganisatie ODI hanteert klanttevredenheid als belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van de dienstverlening per merk. De doelstelling is om minimaal een score van 7 of hoger te behalen.

In de tabel zijn de doelmatigheidsindicatoren per merk (Rijksconsultants, I-Interim Rijk, Rijks ICT Gilde, Rijks I-Traineeship, Peerreview en Intercoach) weergegeven voor de reguliere diensten van Rijksorganisatie ODI. Bij alle merken (behalve het merk Peerreview) die reguliere diensten leveren, is de begrote omzet per FTE in 2027 gemiddeld met 2% gestegen.

5.5 FMHaaglanden (FMH)

Inleiding

FMH zorgt voor een veilige, duurzame en professionele werkomgeving voor rijksambtenaren, zodat departementen en organisaties hun primaire processen doelmatig en effectief kunnen uitvoeren. Daarbij staat een herkenbare, toekomstbestendige en ondersteunende werkomgeving centraal, die medewerkers in staat stelt productief te werken en duurzaam inzetbaar te blijven. FMH levert hiervoor, met vakmanschap en klantgerichtheid, facilitaire producten en diensten aan vrijwel alle departementen, waarbij kwaliteit, betrouwbaarheid en gastvrije dienstverlening het uitgangspunt zijn.

Samen met rijkspartners, leveranciers en de facilitaire dienstverleners binnen het Rijk werkt FMH aan toekomstbestendige dienstverlening. Vanuit de kernwaarden samenwerking, eigenaarschap, herkenbaarheid en professionaliteit wordt invulling gegeven aan een werkomgeving die aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen en veranderende werkvormen. Daarnaast blijven de ontwikkelingen binnen de rijkskantoorhuisvesting en hybride werken richtinggevend voor de inrichting van de dienstverlening en de werkomgeving van de toekomst.

De komende jaren staat FMH voor een omvangrijke financiële opgave als gevolg van de taakstelling en stijgende kosten. Dit vraagt om scherpe keuzes in de omvang, inrichting en uitvoering van de dienstverlening. Doelmatigheid, versobering en efficiencyverbetering vormen daarom belangrijke uitgangspunten bij de verdere ontwikkeling van de dienstverlening.

Om de dienstverlening betaalbaar te houden en tegelijkertijd de kwaliteit en continuïteit te waarborgen, zet FMH samen met de facilitaire concerndienstverleners in op verdere harmonisatie, standaardisatie en optimalisatie van processen en dienstverlening. Hierbij ligt de focus op het verminderen van variatie en maatwerk, het realiseren van schaalvoordelen door gezamenlijke inkoop en uitvoering, en het terugdringen van dubbele kosten door harmonisatie van systemen, processen en werkwijzen. Hiermee wordt bijgedragen aan een slagvaardige overheid. Tegelijkertijd wordt ingezet op verdere optimalisatie van de eigen organisatie, met als doel een doelmatige en samenhangende uitvoering van de dienstverlening.

Staat van baten en lasten

Tabel 49 Begroting van baten-lastenagentschap FMH voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

206.745

189.187

184.118

175.686

175.759

175.788

waarvan generieke dienstverlening

182.356

166.185

161.300

152.868

152.941

152.970

waarvan specifieke dienstverlening

24.389

23.002

22.818

22.818

22.818

22.818

waarvan overig

0

0

0

0

0

0

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

612

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

207.357

189.187

184.118

175.686

175.759

175.788

       

Lasten

      

Apparaatskosten

80.390

74.620

73.928

72.880

72.880

72.880

- Personele kosten

65.633

59.878

59.186

58.138

58.138

58.138

waarvan eigen personeel

61.804

57.465

56.773

55.725

55.725

55.725

waarvan inhuur externen

3.829

2.413

2.413

2.413

2.413

2.413

waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

0

0

- Materiële kosten

14.757

14.742

14.742

14.742

14.742

14.742

waarvan apparaat ICT

117

100

100

100

100

100

waarvan bijdrage aan SSO's

11.466

11.207

11.207

11.207

11.207

11.207

waarvan overige materiële kosten

3.174

3.435

3.435

3.435

3.435

3.435

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

121.114

109.258

104.834

97.429

97.429

97.429

Rentelasten

635

634

681

702

775

804

Afschrijvingskosten

5.218

4.675

4.675

4.675

4.675

4.675

- Materieel

5.218

4.675

4.675

4.675

4.675

4.675

waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

0

0

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

5.218

4.675

4.675

4.675

4.675

4.675

- Immaterieel

0

0

0

0

0

0

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

207.357

189.187

184.118

175.686

175.759

175.788

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

De producten en diensten die FMH aanbiedt, zijn opgenomen in de Rijksbrede Producten- en Diensten Catalogus (RPDC) van de facilitaire concerndienstverleners. In de RPDC is per product of dienst aangegeven of deze onderdeel uitmaakt van het basispakket of behoort tot de plusdiensten. Om de verrekening van de dienstverlening te vereenvoudigen, heeft FMH de producten en diensten uit de RPDC onderverdeeld in generieke en specifieke dienstverlening.

Generieke dienstverlening

De generieke dienstverlening is een afgesproken pakket producten en diensten dat wordt afgenomen waarvoor een vaste prijs per vaste verrekeneenheid wordt betaald. De prijs (p) en hoeveelheid (q) staan gedurende het jaar vast. Bij substantiële wijzigingen in de dienstverlening zijn aanpassingen gedurende het jaar mogelijk.

De standaard dienstverlening in de DBFMO (Design, Build, Finance, Maintain, Operate)-panden die wordt geleverd door de consortia is ook verantwoord onder generieke dienstverlening.

De generieke dienstverlening is grotendeels centraal bekostigd. De budgetten van de departementen voor de facilitaire dienstverlening (het generieke pakket) zijn overgeheveld naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).

Het aandeel van het moederdepartement in de generieke dienstverlening is € 141,5 mln., van overige departementen € 20,2 mln. en van derden € 4,5 mln.

Taakstelling

De taakstelling van 22% van het kabinet-Schoof op het apparaatsbudget van de centrale opdrachtgever (€ 26,7 mln.) is in deze meerjarenbegroting verwerkt. De realisatie hiervan wordt ingevuld via een combinatie van efficiëntiemaatregelen binnen de eigen organisatie en door verdere harmonisatie, standaardisatie en optimalisatie van de dienstverlening.

Specifieke dienstverlening

De specifieke dienstverlening heeft betrekking op producten en diensten waarvoor de opdrachtgever afhankelijk van de afgenomen hoeveelheid, een prijs per product/dienst betaalt (onder andere catering) en/of producten en diensten waarover tussen opdrachtgever en opdrachtnemer aparte afspraken worden gemaakt (onder andere uitvoering van huisvestingsprojecten).

De lagere omzet voor de specifieke dienstverlening is het gevolg van minder omzet voor de uitvoering van huisvestingsprojecten.

Het aandeel van het moederdepartement in de specifieke dienstverlening is € 9,7 mln., van overige departementen € 12,8 mln. en van derden € 0,5 mln.

Rentebaten

De rentebaten hebben betrekking op de rente die wij ontvangen over het rekening courant saldo bij het ministerie van Financiën.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren en kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen.

De daling van eigen personeel wordt veroorzaakt door een lagere bezetting als gevolg van de ingezette efficiencymaatregelen voor de invulling van de taakstelling.

De daling van externe inhuur is het gevolg van minder uit te voeren huisvestingsprojecten.

Materiële kosten

De materiële kosten hebben betrekking op de reguliere bedrijfsvoering (PIOFACH). Een groot deel van de dienstverlening wordt uitgevoerd door shared service organisaties (SSO’s).

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten hebben betrekking op de inkoop van producten/diensten die worden geleverd door Rijkspartners en externe leveranciers, ten behoeve van zowel generieke als specifieke dienstverlening. Circa 60% van deze kosten is toe te rekenen aan de Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) en de Rijksschoonmaakorganisatie (RSO).

De kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten dalen als gevolg van de taakstelling op de dienstverlening. Door verdere harmonisatie en standaardisatie van de dienstverlening nemen deze kosten af.

Rentelasten

Onder deze post zijn alle rentelasten opgenomen die verband houden met de financiering van materiële vaste activa vanuit het ministerie van Financiën. De hogere rentelasten zijn het gevolg van relatief hogere rentepercentages voor de nieuwe leningen ten opzichte van de bestaande leningen waar het rentepercentage bijna nihil is.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten hebben betrekking op investeringen in meubilair en overige materiële vaste activa. De lagere afschrijvingslasten zijn het gevolg van een lager investeringsniveau, voornamelijk doordat de investeringen voor hybride werken lager zijn dan geraamd en de verdere uitrol binnen het verzorgingsgebied voorlopig is opgeschort.

Kasstroomoverzicht

Tabel 50 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap FMH over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

25.253

15.497

15.845

15.845

15.557

15.206

14.526

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

204.458

207.357

189.187

184.118

175.686

175.759

175.788

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 188.784

‒ 202.139

‒ 184.512

‒ 179.443

‒ 171.011

‒ 171.084

‒ 171.113

2.

Totaal operationele kasstroom

15.674

5.218

4.675

4.675

4.675

4.675

4.675

 

-/- totaal investeringen

‒ 5.215

‒ 6.640

‒ 4.833

‒ 4.370

‒ 6.552

‒ 5.599

‒ 6.100

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

72

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 5.143

‒ 6.640

‒ 4.833

‒ 4.370

‒ 6.552

‒ 5.599

‒ 6.100

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 4.680

‒ 4.870

‒ 4.675

‒ 4.963

‒ 5.026

‒ 5.355

‒ 5.479

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

5.035

6.640

4.833

4.370

6.552

5.599

6.100

4.

Totaal financieringskasstroom

355

1.770

158

‒ 593

1.526

244

621

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

36.139

15.845

15.845

15.557

15.206

14.526

13.722

Toelichting

Investeringskasstroom

FMH investeert voornamelijk in meubilair. De investeringen betreffen zowel vervanging als uitbreidingsinvesteringen.

Financieringskasstroom

De aflossing heeft betrekking op lopende en toekomstige leningen. Het beroep op de leenfaciliteit komt overeen met de investeringsstroom.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 51 Overzicht doelmatigheidsindicatoren FMH over het jaar 2027
 

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving generiek deel

       

Omzet per productgroep (PxQ)

191.746

206.745

189.187

184.118

175.686

175.759

175.788

Generiek

171.553

182.356

166.185

161.300

152.868

152.941

152.970

Specifiek

20.161

24.389

23.002

22.818

22.818

22.818

22.818

Overig

32

0

0

0

0

0

0

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

643

669

591

584

574

574

574

Saldo van baten en lasten (%)

‒ 0,3%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

        

Omschrijving specifiek deel

       

Verhouding generiek vs specifieke dienstverlening

89:11

88:12

88:12

88:12

87:12

87:12

87:12

Personele kosten als % van totale kosten

32,4%

31,7%

31,7%

32,1%

33,1%

33,1%

33,1%

Materiële kosten als % van totale kosten

67,6%

68,3%

68,3%

67,9%

66,9%

66,9%

66,9%

Apparaatskosten (in €)

76.441

80.390

74.620

73.928

72.880

72.880

72.880

        

Tarieven

       

Regiotarief (facilitair)

246

259

250

243

231

231

231

        

Tevredenheid

       

Klanttevredenheid

n.v.t.

Tevreden

Tevreden

Tevreden

Tevreden

Tevreden

Tevreden

Tevredenheid specifieke dienstverlening

7,8

7,0

7,0

7,0

7,0

7,0

7,0

Medewerkerstevredenheid

Tevreden

n.v.t.

Tevreden

n.v.t.

Tevreden

n.v.t.

Tevreden

Toelichting

Generiek deel

Omzet per productgroep

De productgroep Generiek is een afgesproken pakket producten en diensten dat wordt afgenomen waarvoor een vaste prijs per vaste verrekeneenheid wordt betaald. De prijs (p) en hoeveelheid (q) staan in principe gedurende het jaar vast.

De productgroep Specifiek heeft betrekking op producten en diensten waarvoor de opdrachtgever afhankelijk van de afgenomen hoeveelheid een prijs per product/dienst betaalt (zoals catering, extra beveiliging, overig vervoer) en/of producten en diensten waarover tussen opdrachtgever en opdrachtnemer aparte afspraken worden gemaakt (zoals uitvoering van huisvestingsprojecten).

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

Dit betreft de bezetting van ambtelijk personeel. De afname wordt verklaard door een lagere bezetting als gevolg van de ingezette efficiencymaatregelen voor de invulling van de taakstelling.

Saldo van baten en lasten (%)

Het saldo baten en lasten van 0% geeft een sluitende begroting weer.

Specifiek deel

Verhouding generiek versus specifieke dienstverlening

Dit is het aandeel van de omzet van de generieke dienstverlening op de totale omzet versus het aandeel van de omzet van de specifieke dienstverlening in de totale omzet.

Personele- en materiële kosten als % van de totale kosten

Dit betreft de procentuele verhouding van de respectievelijk de personele en materiële kosten in de totale lasten.

Apparaatskosten

De apparaatskosten hebben betrekking op de personele kosten en de materiële kosten. De afname is het gevolg van minder inzet van personeel.

Regiotarief (facilitair)

De verrekeningsystematiek voor de generieke dienstverlening is een tarief per m² bruto vloeroppervlak. Het regiotarief geldt voor de kantoorpanden in het verzorgingsgebied van FMH. Specialty panden en panden waar FMH beperkte dienstverlening levert zijn uitgesloten.

Het tarief daalt van €261 per m² naar €250 per m². Deze daling betreft het saldo van enerzijds een opwaartse ontwikkeling als gevolg van de nieuwe CAO Rijk en de loon- en prijsontwikkeling 2027, en anderzijds een neerwaartse ontwikkeling door de invulling van de taakstelling.

Daarnaast wordt de financieringssystematiek opnieuw bezien. De uitkomsten hiervan kunnen effect hebben op de verdere doorontwikkeling van de tariefstructuur in de komende begrotingsjaren.

Klanttevredenheid

FMH optimaliseert de dienstverlening door structureel en frequent de klantbeleving te meten. Zo krijgen we sneller en beter inzicht in de veranderende klantbehoefte en kunnen we hier tijdig op inspelen.

Tevredenheid specifieke dienstverlening

Om de tevredenheid over de uitvoering van projecten te meten wordt na ieder project een evaluatieformulier toegestuurd. De streefwaarde is minimaal een 7.

Medewerkerstevredenheid

FMH wil een organisatie zijn (en blijven), waarin plezier, betrokkenheid en ontwikkeling van de medewerkers voorop staan. Het medewerkersonderzoek laat zien hoe medewerkers over het werk en de organisatie denken. Eens in de twee jaar vindt dit onderzoek plaats.

5.6 Shared Service Centrum ICT (SSC-ICT)

Inleiding

SSC-ICT is partner van en voor het Rijk. Als shared service center levert SSC-ICT intensieve dienstverlening aan zeven ministeries. Naast de werkplekautomatisering gaat het om applicaties, housing en hosting, en ICT-infrastructuren voor rijksgebouwen en ondersteuning tijdens evenementen. 58.000 ambtenaren van zeven ministeries werken via de ICT-omgeving van SSC-ICT.

Flinke toename in afschrijvingen als gevolg van ontwikkelingen op chips

Deze begroting geeft inzicht in de verwachte inkomsten en uitgaven van SSC-ICT voor het jaar 2027. De begroting is opgesteld tegen de achtergrond van een snel veranderende ICT-markt, toenemende digitalisering binnen de rijksoverheid en stijgende kosten als gevolg van marktontwikkelingen. Met name prijsstijging van chips en alle hardware waarin chips verwerkt zijn zoals geheugencomponenten, servers, netwerkapparatuur en devices (laptops, tablets en smartphones) leiden tot hogere investeringen en daarmee oplopende afschrijvingskosten. Daarnaast stijgen ook de contract- en licentiekosten van grote marktpartijen, wat leidt tot hogere structurele exploitatielasten. Deze ontwikkelingen zijn grotendeels extern gedreven en werken direct door in de begroting van SSC-ICT.

SSC-ICT streeft ernaar om de continuïteit en kwaliteit van haar dienstverlening te waarborgen tegen zo scherp mogelijke tarieven, door invulling te geven aan de strategische thema’s uit de Meerjarenstrategie 2025-2028.

Staat van baten en lasten

Tabel 52 Begroting van baten-lastenagentschap SSC-ICT voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

475.656

514.144

529.707

543.929

558.986

573.320

Waarvan generieke producten/diensten

12.905

13.339

13.743

14.112

14.502

14.874

Generiek Rijk

3.835

4.023

4.145

4.256

4.374

4.486

Kostenverdeelnotitie

9.071

9.316

9.598

9.856

10.128

10.388

Waarvan gemeenschappelijke producten/diensten

432.044

474.121

488.472

501.587

515.472

528.690

Applicaties en applicatiebeheer

56.835

61.950

63.825

65.539

67.353

69.080

Basisinrichting kantoorpand

49.184

49.675

51.178

52.553

54.007

55.392

Basisplus kantoorapplicaties

4.894

4.287

4.417

4.535

4.661

4.781

Digitale werkomgeving

139.472

157.274

162.035

166.385

170.991

175.376

Hosting

50.185

50.012

51.525

52.909

54.373

55.768

Housing

3.486

3.957

4.077

4.186

4.302

4.412

Klantspecifieke diensten

34.980

41.676

42.937

44.090

45.311

46.472

Materieel

5.807

3.034

3.126

3.210

3.299

3.383

Persoonlijke devices

87.199

102.256

105.351

108.180

111.174

114.025

Waarvan klantspecifieke producten/diensten

30.707

26.684

27.492

28.230

29.012

29.756

Kwartaalverrekening en Maatwerk

30.707

26.684

27.492

28.230

29.012

29.756

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

0

0

0

0

0

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

475.656

514.144

529.707

543.929

558.986

573.320

       

Lasten

      

Apparaatskosten

424.133

441.282

454.758

467.178

480.324

492.958

- Personele kosten

192.294

206.023

213.763

220.982

228.341

235.491

waarvan eigen personeel

144.696

158.837

165.191

171.138

177.128

182.973

waarvan inhuur externen

34.767

35.768

36.698

37.542

38.481

39.366

waarvan overige personele kosten

12.831

11.418

11.874

12.302

12.732

13.153

- Materiële kosten

231.839

235.259

240.995

246.196

251.984

257.467

waarvan apparaat ICT

182.672

188.703

193.609

198.062

203.014

207.683

waarvan bijdrage aan SSO's

32.506

32.891

33.746

34.522

35.385

36.199

waarvan overige materiële kosten

16.661

13.665

13.640

13.611

13.585

13.585

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

1.082

1.110

1.136

1.164

1.191

1.191

Rentelasten

3.185

3.278

3.354

3.437

3.516

3.516

Afschrijvingskosten

47.256

68.473

70.459

72.150

73.954

75.655

- Materieel

44.826

65.048

66.934

68.540

70.254

71.870

waarvan apparaat ICT

44.826

65.048

66.934

68.540

70.254

71.870

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

0

0

0

- Immaterieel

2.430

3.426

3.525

3.610

3.700

3.785

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

475.656

514.144

529.707

543.929

558.986

573.320

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Baten

Voor de baten in de Ontwerpbegroting 2027 is uitgegaan van de stand van de afgenomen orderportefeuille per 1-1-2026 inclusief ontwikkelingen van de prijs (contracten, indexatie van personele en materiële lasten, kostenstijging van andere SSO’s), aantallen (stijging- en daling van de afname van onze orderportefeuille) en inhoudelijke aanpassingen van onze dienstverlening. Daarnaast is rekening gehouden met de ontwikkelingen op aantallen, mede in overleg met onze afnemers.

We voorzien met name een stijging van de omzet van gemeenschappelijke producten en diensten tot ruim € 474 mln. Deze toename wordt voornamelijk gedreven door de hogere omzet binnen de digitale werkomgeving en persoonlijke devices, als gevolg van prijsstijgingen in de hardwaremarkt die deze producten aanzienlijk duurder maken. De generieke en klantspecifieke omzet laten daarentegen geen significante stijging zien als gevolg van deze prijsontwikkelingen.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

De personele kosten omvatten alle personele uitgaven van de ambtenaren in dienst, gedetacheerde ambtenaren, kosten van uitzendkrachten en inhuur van externen.

Waarvan eigen personeel

De stijging in de loonkosten eigen personeel is, het gevolg van de verdere invulling van de personele bezetting in 2027 en indexatie conform CPB (kerngegevens maart 2026). Met deze invulling, zowel op kwantitatief als op kwalitatief niveau, wil SSC-ICT de continuïteit van de dienstverlening waarborgen. In het meerjarenperspectief wil SSC-ICT extra investeren in intern personeel om deze continuïteit te kunnen blijven garanderen en stijgende materiële kosten (deels) te compenseren. Dit past bij de koers van verdere verambtelijking, waardoor de kosten voor extern personeel naar verwachting zullen dalen.

Extern personeel

De kosten voor extern personeel (uitzendkrachten en inhuur) zijn ook geïndexeerd conform CPB. Per saldo stijgen deze kosten echter slechts met circa € 1 mln. Wanneer de indexatie hierbuiten wordt gelaten, is per saldo zelfs sprake van een lichte daling. Dit is het gevolg van de verambtelijking: de verdere invulling van de personele bezetting met eigen personeel leidt tot een afname van de inzet van externen, wat het effect van de indexatie (grotendeels) compenseert.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan voor een belangrijk deel uit de directe inkoopkosten van de dienstverlening, zoals kosten voor de (reguliere) ICT-werkplek en hosting van applicaties. Daarnaast vallen de kosten voor huisvesting en de servicekosten van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onder deze post. De materiële kosten nemen toe, vooral als gevolg van hogere apparaatskosten ICT, gedreven door stijgende licentiekosten van circa € 5 mln.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De post kosten uitbesteed werk omvat de uitgaven voor werkzaamheden die SSC-ICT door externe partijen laat uitvoeren ter ondersteuning van de primaire dienstverlening. Het betreft opdrachten waarbij afspraken zijn gemaakt over een concreet resultaat of product, terwijl de verantwoordelijkheid voor de uitvoering bij de opdrachtnemer ligt.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten hebben betrekking op investeringen in hard- en software en overige materiële vaste activa. Voor de generieke en gemeenschappelijke basis- en basisplusdienstverlening zijn de benodigde activa in eigendom van SSC-ICT. Devices, servers en netwerkapparatuur zijn ook in 2027 sterk onderhevig aan marktontwikkelingen. Hierbij kunnen met name de stijgende chipprijzen als gevolg van de groeiende vraag naar AI-rekenkracht, geopolitieke spanningen in de halfgeleidermarkt en verstoringen in de toeleveringsketen leiden tot aanzienlijk hogere inkoopprijzen dan in voorgaande begrotingsjaren.

Kasstroomoverzicht

Tabel 53 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap SSC-ICT over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

‒ 190

41.054

36.669

45.295

49.145

50.487

45.294

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

436.615

475.656

514.144

529.707

543.929

558.986

573.320

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 385.340

‒ 424.133

‒ 441.282

‒ 454.758

‒ 467.178

‒ 480.324

‒ 492.958

2.

Totaal operationele kasstroom

51.274

51.524

72.862

74.948

76.752

78.661

80.362

 

-/- totaal investeringen

‒ 61.940

‒ 83.979

‒ 120.000

‒ 123.480

‒ 126.444

‒ 129.605

‒ 132.586

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

1.314

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 60.626

‒ 83.979

‒ 120.000

‒ 123.480

‒ 126.444

‒ 129.605

‒ 132.586

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

5.500

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

‒ 40.833

‒ 43.312

‒ 64.236

‒ 71.098

‒ 75.410

‒ 83.854

‒ 93.388

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

48.188

71.382

120.000

123.480

126.444

129.605

132.586

4.

Totaal financieringskasstroom

12.854

28.070

55.764

52.382

51.034

45.751

39.197

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

3.313

36.669

45.295

49.145

50.487

45.294

32.268

Toelichting

De kaspositie zal naar verwachting in 2027 beperkt toenemen. Als gevolg van prijsstijgingen van onder meer devices, servers en netwerkapparatuur neemt de investeringskasstroom naar verwachting toe. Ter financiering van deze investeringen wordt gebruik gemaakt van de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën. De liquiditeitspositie blijft ultimo 2027 naar verwachting toereikend om aan de lopende verplichtingen te voldoen.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 54 Overzicht doelmatigheidsindicatoren SSC-ICT over het jaar 2027
 

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Omschrijving generiek deel

       

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

1.215

1.238

1.384

1.384

1.384

1.384

1.384

Saldo van baten en lasten (%)

0

Klanttevredenheid (KTO)

7

7

7

7

7

7

7

Gebruikerstevredenheid beleving (GTO)

7

7

7

7

7

7

7

Medewerkertevredenheid (MTO)

uitgevoerd

gepland

gepland

gepland

        

Kostprijs

       

Digitale werkomgeving basis

1.555

1.524

1.642

1.679

1.725

1.774

1.821

Digitale werkomgeving online

784

784

845

864

887

913

937

Digitale werkomgeving light

254

254

274

280

287

296

303

Basis inrichting kantoorpand

74

67

72

74

76

78

80

Fatclient DWR special

975

975

1.051

1.074

1.104

1.135

1.165

Kiosk PC incl monitor

565

565

609

622

639

658

675

        

Omzet per productgroep (PxQ)(bedragen x € 1.000)

       

Generiek

10.601

12.219

14.172

14.601

14.993

15.408

15.803

Gemeenschappelijk

381.401

393.096

455.920

469.720

482.332

495.683

508.395

Klantspecifiek

38.699

37.981

44.051

45.384

46.603

47.893

49.121

        

Totaal

430.701

443.297

514.143

529.706

543.928

558.984

573.319

        

Omschrijving specifiek deel

       

Beschikbaarheid kernsystemen

99%

98%

98%

98%

98%

98%

98%

Grote incidenten

51

75

75

75

75

75

75

Geleverd binnen gestelde termijn

96%

95%

95%

95%

95%

95%

95%

Server hardware onder support

83%

80%

80%

80%

80%

80%

80%

Software onder support

44%

90%

90%

90%

90%

90%

90%

Doorlichting uitgevoerd cq gepland

uitgevoerd

gepland

Toelichting

Generiek deel

Fte-totaal

Dit betreft de maximale bezetting van ambtelijk personeel welke benodigd is voor continuering van de dienstverlening. Hierbij is 1,0 fte gelijk aan een aanstelling van 36,0 uur per week.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten dient in evenwicht te zijn. Dit betreft het verschil tussen de inkomsten en uitgaven van SSC-ICT, voor zover afkomstig uit reguliere financiële activiteiten, zoals inkomsten op basis van standaard leveringsafspraken met afnemers, maatwerkopdrachten en personele- en materiele uitgaven.

Klanttevredenheid

SSC-ICT streeft naar een volwassen opdrachtgevers-opdrachtnemers relatie. Om de tevredenheid van de belanghebbenden van SSC-ICT in beeld te krijgen worden periodiek metingen verricht. Dit betreft de tevredenheid van de belanghebbenden/opdrachtgevers en klanten in de klantcontacten met SSC-ICT. Dit staat los van de tevredenheid die gemeten wordt bij gebruikers. Deze belanghebbenden/opdrachtgevers en klanten hebben contact met SSC-ICT medewerkers op verschillend strategisch/tactische lagen in de organisatie. De norm voor 2027 voor dit onderzoek is minimaal een 6,5.

Gebruikerstevredenheid

SSC-ICT streeft naar een actueel beeld van de tevredenheid van de eindgebruikers over de kwaliteit van de geleverde dienstverlening. Dit betreft de beoordeling door de eindgebruikers van de gehele dienstverlening van SSC-ICT, in de context waar Shared Service Organisaties voor in het leven zijn geroepen. Tien keer per jaar wordt één tiende deel van de eindgebruikers bevraagd middels een enquête waarin deze vraag is opgenomen. In de maanden augustus en december vindt er geen gebruikers tevredenheidsonderzoek plaats vanwege de vakanties in die maanden en de hierdoor verwachte lage respons. De norm voor dit onderzoek is een 7,0.

Medewerkerstevredenheid

SSC-ICT wil een goede werkgever zijn, waarin plezier, betrokkenheid en ontwikkeling van haar medewerkers voorop staat. Dit is verankerd in de één van de strategische thema’s, waarin SSC-ICT streeft naar een fijne werkplek voor alle medewerkers. In periodieke metingen wordt dat beeld binnen de organisatie opgehaald. Dit betreft een tweejaarlijks onderzoek. In 2027 zal er weer een medewerkerstevredenheidsonderzoek worden uitgevoerd.

Kostprijs

De gepresenteerde tarieven zijn voorlopig en gebaseerd op de Producten en Diensten Catalogus van SSC-ICT 2026, inclusief prijsstijgingen per product. De tarieven voor 2027 zijn nog niet definitief.

De Werkplek Rijksoverheid (DWR) wordt in drie varianten aangeboden: Basis (volledige Windowsomgeving), Online (Kiosk PC of eigen apparaat) en Light (beperkte functionaliteit voor tablets en telefoons).

De inrichting van Kantoorpanden Basisdiensten wordt per vierkante meter verrekend en omvat werkplek- en afdrukdiensten, LAN, wifi, telefonie en vergaderfaciliteiten, beschikbaar voor alle rijksambtenaren.

De Fat Client DWR Basis is beschikbaar voor gevallen waarin bepaalde applicaties of speciale randapparatuur nodig zijn.

Omzet

De totale omzet betreft de geraamde kostendekkende opbrengsten welke grotendeels worden gerealiseerd op basis van financiële afspraken met de klanten. Deze worden per afnemer binnen het verzorgingsgebied van SSC-ICT vastgelegd in het Dossier Financiële Afspraken (DFA).

Specifiek deel

Beschikbaarheid kernsystemen

SSC-ICT streeft naar een hoge beschikbaarheid van haar dienstverlening. Om de basisdienstverlening te kunnen garanderen zijn twintig kernsystemen en kerndiensten gedefinieerd waarvoor een hoge beschikbaarheid gewenst is. Deze kernsystemen zijn essentieel voor de werkzaamheden van 58.000 rijksambtenaren. De twintig kernsystemen/diensten zijn gegroepeerd over vier categorieën. Over deze categorieën wordt de beschikbaarheid gerapporteerd. Wanneer een van de kernsystemen binnen deze vier categorieën uitvalt, neemt de beschikbaarheid van de betreffende categorie af. Voor alle kernsystemen geldt een beschikbaarheidsnorm van 98,0%.

Grote incidenten

SSC-ICT streeft naar een zo laag mogelijk aantal grote incidenten (storingen) om de beschikbaarheid van de dienstverlening zo optimaal mogelijk te houden. Dit betreft het totaal aantal grote incidenten vanaf het begin van het kalenderjaar. Een groot incident wordt als zodanig gedefinieerd als de urgentie (intolerantie van uitstel), de impact (hoeveel gebruikers zijn geraakt) en het escalatierisico (verspreiding) hoog zijn. De norm is maximaal 75 grote incidenten per jaar.

Geleverd binnen gestelde termijn

SSC-ICT levert standaard diensten volgens afgesproken niveaus van dienstverlening. Dit betreft de doorlooptijd van aanvragen voor voorzieningen die in de PDC van SSC-ICT genoemd staan onder «Servicegroep Rijkswerkomgeving» met een afgesproken maximale levertijd. De norm is dat 95% van de aanvragen binnen de streeftijd is geleverd.

Server hardware onder support

SSC-ICT wil veroudering van infrastructuurcomponenten voorkomen. De norm voor 2027 is dat 80% van de gedefinieerde en geregistreerde hardware in support is. Meting vindt plaats op de servers.

Software onder support

SSC-ICT zorgt voor een veilige werkomgeving. Dit betreft het percentage softwarecomponenten waarvoor de leverancier security updates (support) levert. Per applicatielandschap is gedefinieerd welke servers daaraan gekoppeld zijn. Per server is inzichtelijk welke softwarecomponenten daarop draaien en tot wanneer zij in support zijn. De norm voor 2027 is 90%.

5.7 Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL)

Inleiding

De Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek (RBL) zorgt voor twee vitale processen binnen de rijksoverheid: beveiliging van vooral rijkslocaties en rijksevenementen en het transport van vertrouwelijke en gerubriceerde zendingen. Dit doen we in de vorm van twee sterke merken: Rijksbeveiliging en Rijkslogistiek.

Rijksbeveiliging (RB)

Rijksbeveiliging heeft een onmisbare functie binnen de Rijksoverheid. Ze beveiligt met 1.410 fte/professionals op circa 535 Rijkslocaties voor 43 afnemers. Naast eigen rijksbeveiligers werkt de Rijksbeveiliging met particuliere beveiligingsorganisaties (PBO’s). Bij die samenwerking houdt de Rijksbeveiliging toezicht op voorwaarden en werkwijze. Er is een afspraak met de branche en bonden gemaakt om op bedrijfskritische locaties 100% ambtelijke bezetting te creëren. De Rijkslocaties en afnemers zijn ministeries en uitvoeringsorganisaties, maar ook belangrijke waterkeringen. Naast de (rijks)locaties beveiligt de Rijksbeveiliging ook zo’n 300 (inter)nationale rijksevenementen.

Rijkslogisitiek (RL)

De Rijkslogistiek verzorgt transport- en koeriersdiensten voor ministeries en agentschappen. De Rijkslogistiek levert met een hoge mate van vertrouwelijkheid en betrouwbaarheid goederen en stukken voor de Rijksoverheid. De wettelijke taak van de Rijkslogistiek is het bezorgen van gerechtelijke brieven voor het Openbaar Ministerie. De Rijkslogistiek werkt met een vaste bezetting van medewerkers, waarbij er ook gebruik wordt gemaakt van een flexibele schil in de vorm van uitzendkrachten en een onderaannemer. Jaarlijks bezoekt Rijkslogistiek ongeveer één miljoen adressen.

Staat van baten en lasten

Tabel 55 Begroting van baten-lastenagentschap RBL voor het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
 

Laatste vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Baten

      

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

187.374

189.043

193.116

197.290

201.570

206.454

waarvan structurele dienstverlening Rijksbeveiliging

155.073

155.994

159.894

163.890

167.989

172.188

waarvan extra dienstverlening Rijksbeveiliging

5.791

4.897

5.019

5.145

5.273

5.405

waarvan overige baten Rijksbeveiliging

2.292

2.685

2.736

2.788

2.841

2.896

waarvan product Koeriersdiensten

4.379

4.551

4.551

4.551

4.551

4.641

waarvan product Transportdiensten

9.322

9.687

9.687

9.687

9.687

9.876

waarvan product bezorging Rijksdocumenten

10.517

11.229

11.229

11.229

11.229

11.448

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

0

0

0

0

0

0

Rentebaten

0

100

100

100

100

100

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

0

0

Totaal baten

187.374

189.143

193.216

197.390

201.670

206.554

       

Lasten

      

Apparaatskosten

130.291

123.039

127.112

131.286

135.566

140.450

- Personele kosten

98.704

93.339

97.412

101.586

105.866

110.252

waarvan eigen personeel

96.318

91.092

95.079

99.078

103.092

107.119

waarvan inhuur externen

226

268

268

268

268

268

waarvan overige personele kosten

2.160

1.979

2.065

2.240

2.506

2.865

- Materiële kosten

31.587

29.700

29.700

29.700

29.700

30.198

waarvan apparaat ICT

1.243

1.329

1.329

1.329

1.329

1.329

waarvan bijdrage aan SSO's

16.750

17.888

17.888

17.888

17.888

18.386

waarvan overige materiële kosten

13.593

10.483

10.483

10.483

10.483

10.483

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

56.657

65.629

65.629

65.629

65.629

65.629

Rentelasten

0

0

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

426

475

475

475

475

475

- Materieel

186

239

239

239

239

239

waarvan apparaat ICT

19

6

6

6

6

6

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

167

233

233

233

233

233

- Immaterieel

240

236

236

236

236

236

Overige lasten

0

0

0

0

0

0

waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

0

0

0

waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

0

0

Totaal lasten

187.374

189.143

193.216

197.390

201.670

206.554

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

0

0

0

0

0

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

0

0

0

0

0

Toelichting

Bij het opstellen van de begroting 2027 is uitgegaan van de tarieven 2026 geïndexeerd met een gewogen loon- en prijsbijstelling van 3,9%. Voor de begrotingscijfers van 2027 tot en met 2031 wordt het prijspeil van 2027 gehanteerd. De indexatiepercentages zijn gebaseerd op de CPB-raming voor loonvoet sector overheid 4,2% in 2027, de prijsontwikkeling materiële overheidsconsumptie (IMOC 2,1%). Ook hanteert RBL specifieke indexaties op de uitbestedingscontracten beveiligingsdiensten 5,5% en uitbestedingscontract logistieke diensten van 5,0%. Deze specifieke indexatiepercentages zijn gebaseerd op de huidige verwachtingen van de tariefontwikkelingen.

Hieronder worden de mutaties ten opzichte van de vastgestelde begroting 2026 toegelicht.

Baten

Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/ of diensten

Ten opzichte van de begroting 2026 is de omzet van RBL van € 187,4 mln. bijgesteld naar € 189,0 mln. in 2027. De toename van € 1,6 mln. wordt verklaard door hogere baten als gevolg van de verwachte inflatie van 4,1% (toename van € 8,1 mln.). Daarentegen is sprake van een neerwaartse bijstelling van de omzet van € 6,5 mln. wat grotendeels wordt veroorzaakt doordat er bij Rijksbeveiliging rekening wordt gehouden met de krapte in de arbeidsmarkt voor beveiligers. Dit resulteert voorzichtigheidshalve in een lagere begrote omzet. De vraag naar dienstverlening daalt vooralsnog niet.

Het aandeel van het moederdepartement in de dienstverlening is € 50,6 mln., van overige departementen € 137,3 mln. en van derden € 1,1 mln.

De financiële doorbelasting systematiek van RBL is prijs maal kwantiteit. RBL hanteert kostprijzen/tarieven per product die in rekening worden gebracht bij afnemers.

Rentebaten

Dit betreft rente op de Rekening Courant aangehouden bij het Ministerie van Financiën.

Lasten

Apparaatskosten

Ten opzichte van de begroting 2026 zijn de lasten van RBL van € 130,3 mln. bijgesteld naar € 123,0 mln. in 2027. Dit kan grotendeels worden verklaard door lagere kosten eigen personeel door minder groei in het aantal fte’s dan verwacht.

Eigen personeel

De kosten voor eigen personeel in de begroting 2027 zijn € 5,2 mln. lager dan de begroting 2026. Deze afname is het gevolg van stagnatie in groei in formatie bij RB en staf (effect van € 7,1 mln.) en herrubricering van kosten personele kosten naar materiële kosten (effect van € 1,8 mln.). Tegenover deze lagere personele lasten is sprake van een toename door het effect van indexatie (€ 3,7 mln.).

Inhuur externen

De begrote externe inhuur 2027 is in lijn met de begroting 2026.

Overige personele kosten

De overige personele kosten nemen in 2027 af met € 0,2 mln. ten opzichte van de begroting 2026. Dit heeft een directe relatie met de totale daling in het aantal fte’s.

Materiële kosten

De begrote materiële kosten in 2027 komen € 1,9 mln. lager uit dan de begroting 2026. Dit wordt verklaard door een daling van de overige materiële kosten van € 3,1 mln. door herrubricering naar kosten uitbesteed werk en andere externe kosten, een stijging van de kosten SSO’s met € 1,1 mln. door prijsstijgingen en een stijging van de kosten apparaat ICT € 0,1 mln. door indexatie.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De begrote kosten uitbesteed werk stijgt met € 9,0 mln. De toename wordt verklaard door een verschuiving van personele lasten naar kosten uitbesteed werk door de stagnatie in groei van het aantal rijksbeveiligers van € 7,1 mln., een stijging van € 3,4 mln. door indexatie bij beveiligingsdiensten, een stijging van € 3,2 mln. vanwege een herrubricering van de overige materiële kosten naar uitbesteding, een stijging van de kosten van € 1,8 mln. door herrubricering van personele kosten naar uitbesteding. Daarentegen is sprake van een lagere omzet waardoor uitbestedingskosten € 6,5 mln. afnemen.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten blijven in lijn met de begroting 2026.

Kasstroomoverzicht

Tabel 56 Kasstroomoverzicht van baten-lastenagentschap RBL over het jaar 2027 (bedragen x € 1.000)
  

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting, ontwerpbegroting of in voorkomende gevallen de 1e suppletoire begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

1.

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

10.952

375

454

16.000

16.000

16.000

16.000

 

+/+ totaal ontvangsten operationele kasstroom

173.525

187.374

189.043

193.116

197.290

201.570

206.454

 

-/- totaal uitgaven operationele kasstroom

‒ 163.412

‒ 186.945

‒ 173.497

‒ 193.116

‒ 197.290

‒ 200.170

‒ 206.454

2.

Totaal operationele kasstroom

10.113

429

15.546

0

0

1.400

0

 

-/- totaal investeringen

‒ 9

‒ 350

0

0

0

‒ 1.400

0

 

+/+ totaal boekwaarde desinvesteringen

19

0

0

0

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

10

‒ 350

0

0

0

‒ 1.400

0

 

-/- eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ eenmalige storting door moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

 

-/- aflossingen op leningen

0

0

0

0

0

0

0

 

+/+ beroep op leenfaciliteit

0

0

0

0

0

0

0

4.

Totaal financieringskasstroom

0

0

0

0

0

0

0

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

21.075

454

16.000

16.000

16.000

16.000

16.000

Toelichting

De ontwikkeling in de operationele kasstroom in de jaren 2027 t/m 2031 is het gevolg van uitgaven en ontvangsten in verband met de reguliere baten en lasten zoals gepresenteerd in de staat van baten en lasten.

De investeringskasstroom bestaat uit investeringen in het wagenpark van Rijkslogistiek. In 2030 wordt een investering verwacht voor de vervanging van vier vrachtauto’s.

Doelmatigheidsindicatoren

Tabel 57 Overzicht doelmatigheidsindicatoren RBL 2027
 

Stand slotwet 2025

Vastgestelde begroting 2026

2027

2028

2029

2030

2031

Rijksbeveiliging

       

Omschrijving generiek deel

       

Omzet per uur

€ 81,16

€ 85,52

88,99

87,53

87,53

87,53

87,54

Kostprijs per uur

€ 78,31

€ 85,52

88,99

87,53

87,53

87,53

87,54

Omzet per productgroep (PxQ) bedragen x € 1.000)

       

Structurele dienstverlening

€ 144.100

€ 155.073

€ 155.994

€ 159.894

€ 163.891

€ 167.988

€ 172.188

Extra dienstverlening

€ 4.155

€ 5.791

€ 4.897

€ 5.019

€ 5.145

€ 5.273

€ 5.405

Overige omzet

€ 3.185

€ 2.292

€ 2.685

€ 2.736

€ 2.788

€ 2.841

€ 2.896

        

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

849

1.000

901

936

972

1.009

1.047

Saldo van baten en lasten (%)

2,8%

0,0%

0

0

0

0

0

Kwaliteitsindicator 1 - MTO

nvt

>7

>7

>7

>7

>7

>7

        

Rijkslogistiek

       

Omschrijving generiek deel

       

Omzet per fte *

€ 165,7

€ 155

€ 158

€ 158

€ 158

€ 158

€ 161

Kostprijs per fte *

€ 157,0

€ 155

€ 158

€ 158

€ 158

€ 158

€ 161

Omzet per productgroep (PxQ) bedragen x € 1.000)

       

Koerier

€ 4.178

€ 4.379

€ 4.551

€ 4.551

€ 4.551

€ 4.551

€ 4.641

Transport

€ 10.006

€ 9.322

€ 9.687

€ 9.687

€ 9.687

€ 9.687

€ 9.876

Rijksdocumenten

€ 10.569

€ 10.517

€ 11.229

€ 11.229

€ 11.229

€ 11.229

€ 11.448

        

Fte-totaal (excl. externe inhuur)

149

156

161

161

161

161

161

Saldo van baten en lasten (%)

5,3%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

Kwaliteitsindicator 1 - MTO

6,8

>7

>7

>7

>7

>7

>7

Toelichting

Omzet per uur/fte en kostprijs per uur/fte

De omzet per uur/fte en de kostprijzen per uur/fte zijn geïndexeerd met 4,6% (Rijksbeveiliging) en 3,9% (Rijkslogistiek) in 2027.

De omzet en kostprijs per uur blijft bij Rijksbeveiliging na 2027 stabiel. Ten opzichte van 2026 is er sprake van een stijging, grotendeels vanwege indexatie.

De omzet en kostprijs voor 2027 per fte bij Rijkslogistiek blijft met uitzondering van 2031 stabiel. De stijging in 2031 heeft te maken met stijgende huisvestingskosten. Ten opzichte van 2026 is er sprake van een stijging. Ook dit wordt veroorzaakt door indexatie maar er is ook sprake van een lichte stijging in de fte’s waardoor de omzet en kostprijs per fte nominaal licht daalt.

Omzet per productgroep

Bij Rijksbeveiliging is er tot 2031 sprake van een stijging van de structurele dienstverlening van 2,5% per jaar, dit is in lijn met de trend van de afgelopen jaren. De verwachting is dat de omzet van Rijkslogistiek stabiel blijft na 2026, ondanks een afname van de dienstverlening bij Rijksdocumenten. De verwachting is dat Rijksdocumenten omzet zal generen bij andere afnemers.

FTE’s

Als gevolg van het convenant Het Nieuwe Evenwicht is Rijksbeveiliging flink gestegen de afgelopen jaren. De forse stijging is afgezwakt waardoor het aantal fte’s ten opzichte van de begroting 2026 daalt. Het aantal fte’s bij Rijkslogistiek stijgt licht ten opzichte van 2026 vanwege het zelf inrichten van een call center. Vanaf 2027 blijft het aantal fte’s stabiel.

MTO, werkplezier en werkdruk

Het Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) wordt bij RBL om de twee jaar uitgevoerd. RBL heeft als doelstelling een medewerkerstevredenheid score hoger dan 7.

6. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 58 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)

Naam organisatie

ZBO/RWT

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen(bedragen x € 1.000)

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Huis voor klokkenluiders

ZBO

artikel 11

5.967

N.v.t.

2026

Stichting Administratie Indonesische Pensioenen (SAIP)

RWT en ZBO

artikel 7

3.457

1

 

IMG

ZBO

artikel 15

0

N.v.t.

2026

1

De SAIP valt niet onder de kaderwet ZBO's.

Tabel 59 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries)

Naam organisatie

Ministerie

ZBO/RWT

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen(bedragen x € 1.000)

Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)

EZK

ZBO

artikel 1, 6

2.426

Raad voor Rechtbijstand

JenV

RWT

artikel 15

10.793

Kamer van Koophandel (KvK)

EZK

ZBO

artikel 6

7.917

Bijlage 2: Specifieke uitkeringen

Als het Rijk bijdragen onder voorwaarden ten behoeve van een bepaald openbaar belang aan provincies en gemeenten verstrekt, is op basis van artikel 15a lid 1 Financiële-verhoudingswet sprake van een specifieke uitkering. Hieronder een overzicht met de specifieke uitkeringen en voornemens tot specifieke uitkeringen. De voornemens worden aangeduid met een «V» onder het kopje SiSa nummer (Single information Single audit).

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)

Tabel 60 Specifieke uitkeringen (bedragen x 1 mln.)
 

Onderdeel

Toelichting

2026

2027

2028

2029

2030

2031

C132

Naam

Overheidsbrede loketten

2,38

 

Korte duiding

Als pilot loketten opzetten die het gehele publieke domein afhechten.

      
 

Juridische grondslag

Artikel 17, tweede lid, Financiële-verhoudingswet juncto artikel 4:23, derde lid, onderdeel c, Algemene wet bestuursrecht

      
 

Maatschappelijke effecten

Het leren van de inrichting van overheidsbrede loketten.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

6. Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

      
         

C62

Naam

Kwijtschelden publieke schulden

20,00

20,00

20,00

20,00

20,00

20,00

 

Korte duiding

Het betreft de verstrekking van een specifieke uitkering aan gemeenten voor de derving van inkomsten en bekostiging van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen van gedupeerden door de toeslagenaffaire.

      
 

Juridische grondslag

Regeling specifieke uitkering kwijtschelding gemeentelijke belastingen

      
 

Maatschappelijke effecten

Het doel van het kwijtschelden van publieke schulden zorgt ervoor dat gedupeerden van de toeslagenaffaire in staat worden gesteld om meer financieel zelfredzaam te worden. Daarbij zal het ook een positief effect hebben op het psychisch welbevinden van de gedupeerden.

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten

      
 

Artikel

12. Algemeen

      
         

C1291

Naam

Onderdeel A

20,00

20,00

17,69

 

Korte duiding

Verbeteren van de sociale cohesie (Blok B)

      
 

Maatschappelijke effecten

Activiteiten die gericht zijn op de verbetering van de sociale cohesie, door middel van het maken en uitvoeren van afspraken die voor dat doel zijn gemaakt en het oplossen van knelpunten in de versterkingsopgave en schadeafhandeling;

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland

      
 

Artikel

Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

      
         

C1291

Naam

Onderdeel B

36,04

36,71

36,71

36,71

 

Korte duiding

Leefbaarheid en wijkontwikkeling (maatregel 14)

      
 

Maatschappelijke effecten

Activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van leefbaarheid en wijkontwikkeling;

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland

      
 

Artikel

Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

      
         

C1291

Naam

Onderdeel C

51,38

41,23

20,61

4,09

 

Korte duiding

Herstel openbare ruimte na versterking (maatregel 15, Blok D)

      
 

Maatschappelijke effecten

Activiteiten die gericht zijn op ruimtelijke inpassingen in de openbare ruimte in verband met de versterkingsopgave

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland

      
 

Artikel

Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

      
         

C1291

Naam

Onderdeel D

101,29

 

Korte duiding

Batch 1588 (maatregel 17)

      
 

Maatschappelijke effecten

Activiteiten in het kader van het versterken van gebouwen in de batch 1.588

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen

      
 

Artikel

Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

      
         

C1291

Naam

Onderdeel E

18,79

18,23

17,68

 

Korte duiding

Extra budget personeel- en organisatiekosten (maatregel 18)

      
 

Maatschappelijke effecten

Personele inzet en organisatiekosten gerelateerd aan de uitvoering van de versterkingsopgave, de schadeafhandeling en het bieden van perspectief

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Provincie Groningen, Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland

      
 

Artikel

Beleidsartikel 5: Een veilig Groningen met perspectief

      
         

C1291

Naam

Onderdeel F

18,42

17,11

12,11

 

Korte duiding

MKB-programma (maatregel 25)

      
 

Maatschappelijke effecten

Activiteiten in het kader van voortzetting van het mkb-programma

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Provincie Groningen

      
 

Artikel

Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

      
         
         

C1291

Naam

Onderdeel G

16,82

14,02

13,52

 

Korte duiding

Voortzetting Erfgoedprogramma (maatregel 26)

      
 

Maatschappelijke effecten

Activiteiten in het kader van voortzetting van het Erfgoedprogramma;

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Provincie Groningen

      
 

Artikel

Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

      
         

C1291

Naam

Onderdeel H

14,32

 

Korte duiding

Knelpuntenbudget gemeenten (maatregel 31)

      
 

Maatschappelijke effecten

Activiteiten gericht op het wegnemen van psychosociale en sociaaleconomische knelpunten in de versterkingsopgave en de schadeafhandeling

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Provincie Groningen, Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland

      
 

Artikel

Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

      
         

C1291

Naam

Onderdeel I

9,85

9,01

8,54

7,94

7,70

 

Korte duiding

Aardbevingscoaches in elk gemeente (maatregel 31)

      
 

Maatschappelijke effecten

Activiteiten die gericht zijn op het bieden van sociale en emotionele ondersteuning aan inwoners

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Provincie Groningen, Gemeenten: Eemsdelta, Midden-Groningen, Groningen, Oldambt, Het Hogeland

      
 

Artikel

Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

      
         

C1271

Naam

Onderdeel J

12,85

 

Korte duiding

Nationaal Programma Groningen

      
 

Maatschappelijke effecten

Activiteiten in het kader van de uitvoering van projecten en werkzaamheden ten behoeve van Nationaal Programma Groningen

      
 

Juridische grondslag

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 28 juni 2024, nr. WJZ/ 59343160, houdende regels met betrekking tot de verstrekking van specifieke uitkeringen aan gemeenten in de provincie Groningen en aan de provincie Groningen ten behoeve van activiteiten die verband houden met de uitvoering van de versterkingsopgave en met maatregelen benoemd in de kabinetsreactie op het rapport van de Parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (Meerjarige regeling verstrekking specifieke uitkeringen aardbevingsgebied Groningen 2024–2030)

      
 

Ontvangende partijen

Nationaal Programma Groningen

      
 

Artikel

Beleidsartikel 15: Een veilig Groningen met perspectief

      
         

C126

Naam

Verbetering digitale dienstverlening

0,89

 

Korte duiding

Om innovatie te stimuleren worden vanuit het GDI-budget middelen beschikbaar gesteld ten behoeve van het verbeteren van de digitale dienstverlening van de overheid voor burgers en ondernemers.

      
 

Juridische grondslag

Regeling specifieke uitkering verbetering digitale dienstverlening

      
 

Maatschappelijke effecten

Versterking digitale weerbaarheid en digitale autonomie.

      
 

Ontvangende partijen

Diverse gemeenten

      
 

Artikel

6. Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving

      
         
         
         
         
1

SISA code bij EZ

Bijlage 3: Subsidieoverzicht

Tabel 61 Subsidies uit hoofde van subsidieregelingen (bedragen x € 1.000)

Art.

Naam Subsidie

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

Einddatum Subsidie

1

 

44.729

50.217

56.609

54.088

51.246

51.384

52.349

   

1.1

Oorlogsgravenstichting (OGS)

6.758

5.062

4.874

5.024

5.181

5.302

6.267

2021

2027

2026

 

Kenniscentrum Europa decentraal

554

0

0

0

0

0

0

2020

2027

 

Subsidieregeling COELO

150

166

200

200

200

200

200

2021

2026

2026

            

1.2

Subsidiering Politieke partijen

26.929

33.690

34.866

32.938

32.914

32.914

32.914

2020

2026

2027

 

ProDemos

10.179

11.161

16.638

15.924

12.949

12.966

12.966

2021

2026

2027

 

Nationaal Comité 4 en 5 mei

159

138

31

2

2

2

2

2024

2030

            

7

 

4.524

4.449

3.951

3.612

3.501

3.501

3.501

   

7.1

Ondersteuning koepels implementatie Woo

863

863

415

0

0

0

0

2026

2027

 

Compensatie Waterschappen Woo

3.662

3.586

3.536

3.612

3.501

3.501

3.501

2026

2027

            

12

 

50

52

51

51

51

51

51

   

12.0

Koninklijk Paleis Amsterdam

50

52

51

51

51

51

51

2022

2027

2028

            

14

 

7.993

8.199

8.200

8.055

8.022

8.018

8.022

   

14.0

Herdenkingscomité

7.993

8.199

8.200

8.055

8.022

8.018

8.022

            
            
 

Totaal Subsidie regelingen

57.296

62.917

68.811

65.806

62.820

62.954

63.923

...

...

...

Tabel 62 Incidentele subsidies (bedragen x € 1.000)

Artikel

Naam Subsidie

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie

Einddatum Subsidie

1

 

19.200

36.794

68.926

34.400

35.578

32.223

32.168

   

1.1

Subsidies bestuur en regio

3.795

5.533

984

120

105

49

4

2025

2026

2027

 

Werk aan uitvoering

1.662

1.804

2.783

1.340

3.254

0

772

2024

2027

2027

 

POK - Multiproblematiek

927

1.517

212

211

211

211

211

2025

2026

2027

 

POK - Antidiscriminatie

1.559

0

0

0

0

0

0

 

POK - Basisinfrastructuur

1.774

800

0

0

0

0

0

2026

            

1.2

Verbinding inwoner en overheid

3.755

9.834

14.439

11.598

11.195

11.190

11.176

2025

2026

2027

 

Weerbaar bestuur

1.586

4.444

3.932

4.570

4.519

4.519

4.514

2025

2026

2027

 

Toerusting en ondersteuning politieke ambtdragers

4.135

5.204

3.297

2.436

2.387

2.387

1.633

2025

2026

2027

 

Decentrale politieke partijen

0

200

8.150

8.301

8.150

8.150

8.150

2027

 

Stichting Thorbeckeleerstoel

0

186

0

0

113

71

71

2.026

2027

            

1.3

Diverse subsidies

0

929

1.384

1.099

1.042

1.043

1.037

2025

2026

2027

 

Antidiscriminatie

0

6.320

3.692

4.725

4.602

4.603

4.600

2025

2026

2027

 

Versterken rechtsstaat

7

23

53

0

0

0

0

2025

2026

2027

            

1.4

Gemeenschapsfonds

0

0

30.000

0

0

0

0

            

6

 

17.094

28.458

8.277

7.316

6.902

6.675

6.902

   

6.2

Overheidsdienstverlening

6485

14440

3927

3222

2896

2669

2896

2025

2026

2027

            

6.7

Hoogwaardige dienstverlening één overheid

2293

1400

1380

1380

1380

1380

1380

2025

2026

2027

 

VNG

2853

4033

2970

2714

2626

2626

2626

2025

2026

2027

            

6.8

Doorontwikkeling en innovatie digitale overheid

5463

8585

0

0

0

0

0

2025

2026

2027

            

7

 

8.395

10.061

3.153

2.951

2.785

2.785

2.785

   

7.1

Subsidies A&O - incidenteel

504

487

361

175

157

157

157

2025

2030

 

Subsidie overlegstelsel - incidenteel

3.735

4.375

1.628

1.628

1.628

1.628

1.628

2022

2028

2028

 

POK - Ambtelijk Vakmanschap

91

66

0

0

0

0

0

2025

2030

 

POK-Leiderschap, diversiteit en inclusie

0

105

24

24

24

24

24

2025

2030

 

POK - Bevorderen veilig werk- en meldklimaat

144

144

144

144

0

0

0

2025

2030

 

Informatiebeveiliging en privacy

32

60

0

0

0

0

0

 

Div. Subsidies - Subsidies Programma Open Overheid

3.296

4.166

0

0

0

0

0

2024

2024

 

Ondersteuning van melders van misstanden

0

0

493

493

493

493

493

2026

 

Fysieke werkomgeving Rijk(Bedrijfsvoeringsbeleid)

593

658

503

487

483

483

483

2026

            

12

 

829

347

98

91

89

89

94

   

12.0

Diverse subsidies

829

347

98

91

89

89

94

2025

2026

            

14

 

530

11.250

11.633

8.400

0

0

0

   

14.0

Maatschappelijke initiatieven

530

10.299

11.433

8.400

0

0

0

2026

2028

 

Onderzoeksprogramma

0

951

200

0

0

0

0

            

15

 

57.217

158.310

148.166

75.537

22.972

3.239

0

   

15

Diverse subsidies versterken

50.125

45.876

51.014

20.974

20.578

845

0

2030

 

Duurzaam herstel

3.633

103.544

89.180

52.046

0

0

0

2025

2027

 

Geestelijke bijstand

0

504

0

0

0

0

0

2026

2026

 

Huurderscompensatie NAM

0

0

0

0

0

0

0

 

Nieuwbouwregeling

896

3.087

5.507

0

0

0

0

2028

 

Subsidieregelingen bestuurlijke afspraken

31

2.685

0

0

0

0

0

2024

2026

 

Woonbedrijf

2.032

2.056

2.465

2.517

2.394

2.394

0

2025

2031

2031

 

Economische bedrijvigheid1

500

558

0

0

0

0

0

            
            
 

Totaal incidentele subsidies

103.265

245.220

240.253

128.695

68.326

45.011

41.949

...

...

...

1

post is per abuis overgekomen van EZK

Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda

De Strategische Evaluatieagenda (SEA) laat zien hoe BZK de komende jaren werkt aan het voortbrengen van inzichten over de (voorwaarden voor) de doeltreffendheid en doelmatigheid van ons beleid. Door voldoende (goed) evaluatieonderzoek te programmeren neemt het aantal bruikbare inzichten toe.

Deze onderzoeksprogrammering biedt een overzicht van de geplande ex ante, ex durante en ex post evaluaties van beleid. Daarnaast wordt de doeltreffendheid en de doelmatigheid van het gehele beleid binnen de (sub)thema’s eens in de vier tot zeven jaar onderzocht middels een Periodieke rapportage. Ook deze onderzoeken zijn opgenomen in de SEA.

Tabel 63 SEA-thema: Goed functionerend openbaar bestuur

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Periodieke Rapportage: Goed Bestuur ( periode 2022-2027)

Periodieke rapportage

2028

Te starten

1.1

subthema Beleid dat uitvoerbaar is en werkt: voor mensen en medeoverheden

    

Data financiën decentrale overheden (jaarlijks)

Ex durante

jaarlijks

Lopend

1.1

Evaluatie instrumenten van de Actieagenda Goed Bestuur (deelprojecten)

Ex durante

jaarlijks

Lopend

1.1

Actieagenda Goed Bestuur: Evaluatie Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO)

Ex post

2027

Te starten

1.1

Aanpak Slagkracht

Ex durante

jaarlijks

Lopend

1.1

Staat van het Bestuur 2027

Ex durante

2027

Te starten

1.1

Evaluatie subsidieregeling Kenniscentrum Europa decentraal

Ex post

2026

Te starten

1.1

Evaluatie subsidieregeling COELO

Ex post

2026

Te starten

1.1

Evaluatie subsidieregeling Groeiopgave Almere (2026)

Ex post

2027

Te starten

1.1

subthema Recht doen aan regionale verschillen/ interbestuurlijke samenwerking

    

Reflexieve monitor Agenda Stad (deelprojecten)

Ex durante

jaarlijks

Lopend

1.1

Evaluatie Regio Deals (deelproject brede evaluatie)

Ex durante

jaarlijks

Lopend

1.1

Evaluatie Nationaal Programma Vitale Regio’s

Ex durante

2030

Te starten

1.1

Overig

    

Evaluatie subsidieregeling Oorlogsgravenstichting (2026)

Ex post

2027

Te starten

1.1

Toelichting

SEA-thema ‘Goed bestuur’

Goed bestuur betekent een overheid die maatschappelijke opgaven effectief aanpakt. Met de Actieagenda Goed Bestuur zet BZK ook in 2027 in op het verbeteren van het samenspel tussen overheden op maatschappelijke opgaven. We investeren in een goede samenwerking tussen overheden, een passende verdeling van verantwoordelijkheden, taken, bevoegdheden en middelen en Rijksbeleid dat uitvoerbaar is voor medeoverheden. BZK blijft werken aan passende bestuurlijk financiële arrangementen op taken en opgaven die door het Rijk bij medeoverheden zijn belegd of waarop interbestuurlijke samenwerking nodig is, zoals bijvoorbeeld de jeugdzorg, Wmo, OV, natuur of de energietransitie. Met als doel een overheid die dienstbaar, slagvaardig, herkenbaar en democratisch gelegitimeerd is.

Eerstvolgende periodieke rapportage

Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2028. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2022 tot en met 2027. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2027 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag.

Ontwikkelpunt: inzicht in de eigen inzet op het thema Goed Bestuur

Een belangrijk aandachtspunt, mede voortbouwend op de beleidsdoorlichting ‘Openbaar Bestuur en Democratie’ (2022), is hoe beter inzicht te verkrijgen in de effectiviteit van de inzet van het Ministerie van BZK. Dit nemen we in de Strategische Evaluatieagenda zoveel mogelijk mee, waarbij ook naar vernieuwing van het evaluatie-instrumentarium wordt gekeken. De herziene systematiek van Periodieke rapportages, in vergelijking met de eerdere systematiek van beleidsdoorlichtingen, biedt meer flexibiliteit om de scope af te stemmen op de aard van het beleidsterrein en de actuele inzichtbehoefte. Het kiezen van een passende scope die inzicht geeft in onze inzet op het thema Goed Bestuur krijgt daarom expliciet aandacht bij de vormgeving van de volgende Periodieke rapportage in 2028. Daarnaast is er voorgenomen om meer werk te maken van het benutten van uitkomsten uit bestaande evaluaties in het beleidsproces. Hiervoor verwijzen we ook naar de eerdere brief van de Minister van BZK over de opvolging van aanbevelingen uit de eerdere Periodieke Rapportage (Kamerstukken II 2025/26, 30985, nr. 69).

Toelichting Inzichtbehoefte

Zoals in de eerdere SEA's aangegeven, ligt de focus op een aantal thema’s rondom Goed Bestuur. Dit zijn de thema’ s ‘uitvoerbaarheid van beleid’, ‘interbestuurlijke samenwerking’ en ‘recht doen aan regionale verschillen’. Hieronder wordt er per thema toegelicht wat er wordt geëvalueerd en waar de nadruk op ligt.

Subthema Uitvoerbaar Rijksbeleid voor medeoverheden

De uitvoerbaarheid van beleid en de balans tussen ambities, taken, middelen en uitvoeringskracht zijn belangrijke aandachtspunten binnen de inzet op goed bestuur. Binnen dit thema zijn twee evaluaties gepland: de evaluatie van de Uitvoerbaarheidstoets Decentrale Overheden (UDO) en de Aanpak Slagkracht. De evaluatie van de UDO geeft inzicht in hoe dit instrument wordt ingezet om in een vroeg stadium de uitvoerbaarheid van beleid mee te nemen bij nieuwe beleidsvoornemens. De Aanpak Slagkracht kijkt breder naar de slagkracht van medeoverheden, met specifieke aandacht voor de verhouding tussen taken, middelen en uitvoeringscapaciteit. Samen geeft dit een beeld van waar knelpunten ontstaan rondom uitvoerbaarheid en hoe onze inzet daarop aansluit. De UDO-evaluatie richt zich meer op ons eigen beleid, terwijl de Aanpak Slagkracht zicht geeft op bredere ontwikkelingen in de praktijk van medeoverheden.

We vinden het van belang om instrumenten van de Actieagenda Goed Bestuur te evalueren. Sommige instrumenten zijn opgenomen in deze SEA, namelijk de evaluatie van de UDO en de Reflexieve Monitor van Agenda Stad. Niet alle instrumenten zijn momenteel in een evalueerbaar stadium en/of vallen onder een ander begrotingsartikel. In deze jaarlijkse SEA worden waar mogelijk nieuwe beleidsinstrumenten toegevoegd die we vanuit de actieagenda en rondom het thema Goed Bestuur evalueren.

Subthema's interbestuurlijke samenwerking’ en ‘rechtdoen aan regionale verschillen’

In verschillende trajecten wordt er ingezet op interbestuurlijk samenwerken bij de aanpak van maatschappelijke vraagstukken, onder andere via het Nationaal Programma Vitale Regio’s (NPVR), de Regio Deals en de Agenda Stad. Deze trajecten worden allemaal geëvalueerd. Daarbij wordt ook geëxperimenteerd met nieuwe evaluatiemethoden, bijvoorbeeld om de werking van innovatieve aanpakken beter in beeld te brengen. Hierbij kan gedacht worden aan de Impact Maak- en Meettool van Agenda Stad.

Inzicht in ontwikkelingen binnen het openbaar bestuur

Voor het realiseren van Goed Bestuur is het van belang om ontwikkelingen in het openbaar bestuur te volgen. Daarvoor worden de financiële ontwikkelingen bij medeoverheden gevolgd. Deze gegevens worden onder andere via de website: ‘www.findo.nl’ transparant gemaakt. Daarnaast is er voor bredere trends de tweejaarlijkse Staat van het Bestuur. De Staat bevat belangrijke informatie over ontwikkelingen binnen het openbaar bestuur.

Evaluaties van subsidieregelingen en POK-middelen

Ook laten we diverse subsidieregelingen evalueren. Daarbij wordt onder meer gekeken of publieke middelen passend en effectief worden ingezet. Daarnaast loopt er een jaarlijks evaluatieonderzoek naar besteding van de POK-middelen om de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners in een kwetsbare positie te versterken. Dit wordt gedaan door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en is daarom geen onderdeel van deze SEA.

Tabel 64 SEA-thema: Een sterke en weerbare democratische rechtsstaat

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel(en)

Periodieke Rapportage: Een sterke en weerbare democratische rechtsstaat (periode 2022-2027)

Periodieke rapportage

2028

Te starten

1.2 / 1.3

subthema Verkiezingen

Evaluatie verloop verkiezingen gemeenteraden en Tweede Kamer

Ex post

2026

Lopend

1.2

subthema Politieke partijen

     

subthema Decentrale democratie

Evaluatie interbestuurlijk toezicht

Ex durante

2027

Te starten

1.2

Monitor Integriteit en Veiligheid

Ex durante

2026

Lopend

 

subthema Inwoners

Evaluatie nationaal burgerforum klimaat

Ex durante

2026

Lopend

1.2

Evaluatie Programma maatschappelijke onrust en ongenoegen

Ex post

2026

Lopend

1.2

Impact Programma Invloed en zeggenschap

Ex post

2026

Lopend

 

subthema Rechtstaat en Grondrechten

Versterken rechtstaat: institutionele vernieuwing

Ex ante

n.t.b.

Anders

1.3

Versterken rechtsstaat: versterking waarborgfunctie AwB

Ex ante

n.t.b.

Anders

1.3

Discriminatie en racisme: herziening stelsel

Ex ante

n.t.b.

Anders

1.3

Overig

Nationale Wetenschapsagenda project Revitalized Democracy

Overig onderzoek (meerjarig)

2025

Afgerond

1.2

Thorbeckeleerstoel

Overig onderzoek (meerjarig)

meerjarig

Doorlopend

1.2

Onderzoeksprogramma impact van desinformatie

Overig onderzoek

2026

Lopend

1.2

Staat van het Bestuur

Overig onderzoek

2027

Lopend

1.2

     

Toelichting

SEA-thema ‘Een sterke en weerbare democratische rechtsstaat»

De algemene doelstelling van artikel 1 luidt: «Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) werkt aan een slagvaardig en betrouwbaar openbaar bestuur waarop inwoners kunnen vertrouwen. Een openbaar bestuur dat samen met de samenleving in staat is de maatschappelijke opgaven op te lossen. Veranderingen in onze maatschappij beïnvloeden hoe ons bestuur en onze democratie werkt. Om waarden als legitieme besluitvorming, slagkrachtig openbaar bestuur en transparantie daarbij te behouden en democratische waarden en vrijheden te borgen en versterken, is continue aandacht nodig voor de werking en inrichting van democratie en bestuur ».

In het tweede lid van het artikel gaat het in het bijzonder over het functioneren van de democratie. De verantwoordelijkheid van BZK bestaat op dit punt concreet uit de zorg voor het goed functioneren van het representatieve bestel van gemeenteraden, provinciale staten en parlement en de daarvan afgeleide bestuurlijke arrangementen en de staatsinrichting zoals we die nu kennen. Denk aan een goed verloop van eerlijke en veilige verkiezingen, het ondersteunen en versterken van politieke partijen, een weerbaar en integer bestuur, een inclusief en divers bestuur met een toegesneden rechtspositie en goede ondersteuning van politieke ambtsdragers, het benoemen van burgemeesters en Commissarissen van de Koning en het beschermen van de democratie tegen destabilisering. De verantwoordelijkheid van BZK bestaat tegelijkertijd uit het onderkennen en versterken van kwetsbaarheden in de democratie en het openbaar bestuur, en het inspelen op nieuwe ontwikkelingen zodat het democratische bestuur in Nederland vitaal, weerbaar en bij de tijd blijft.

Sub-thema ‘Rechtsstaat, grondrechten en discriminatie’

De minister van BZK is de hoeder van de Grondwet. Het belang van de Grondwet en van grondrechten, van ‘checks and balances’ in ons democratisch bestel, van rechtsstatelijke instituties en rechtsbeginselen wordt versterkt. De minister van BZK is verantwoordelijk voor de aanpak van discriminatie en de bijbehorende wetgeving en heeft een coördinerende rol in de aanpak van discriminatie.

Eerstvolgende periodieke rapportage

Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2028. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2022 tot en met 2027. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2027 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag 2025.

Toelichting inzichtbehoefte

Voor de beleidsontwikkeling op dit terrein is een stevig kennisfundament van belang in de vorm van uiteenlopende bronnen voor kennisontwikkeling, die tot doel hebben om het lerend vermogen te versterken.

Het ministerie hecht er belang aan om periodiek te onderzoeken wat de uitwerking is van de inzet van middelen in het veld waarvoor ze bedoeld zijn. Daarnaast hecht het aan het benutten en ontwikkelen van kennis in de gehele beleidscyclus, niet alleen aan het einde. Daarom worden er uiteenlopende vormen van onderzoek verricht: monitoring, evaluatie, verkennend onderzoek en wetenschappelijke analyses.

Sub-thema ‘Rechtsstaat, grondrechten en discriminatie’

Veel beleidsvoornemens zijn op dit moment nog in ontwikkeling. Zo wordt onder andere een voorstel in consultatie gebracht voor de herziening van het stelsel van antidiscriminatievoorzieningen (ADV). De verwachting is dat deze herziening zich goed leent voor een ex ante evaluatie waaronder een Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (UDO). Ook voor de andere wetsvoorstellen geldt dat op passende wijze een ex-ante evaluatie zal volgen.

Opvolging afgeronde beleidsdoorlichting 2024

In juni 2024 is de beleidsdoorlichting van artikel 1, Openbaar Bestuur en Democratie, van de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hoofdstuk VII), over de periode 2018 tot en met 2021, aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II, 2023-2024, 30985, nr. 65).

De dynamische politiek-bestuurlijke context maakt het complex om beleid te toetsen op doeltreffendheid en doelmatigheid. Desalniettemin wordt in de doorlichting en in de bijbehorende reflecties van experts ook geconstateerd dat er in verschillende dossiers zeer systematisch wordt geëvalueerd, bijvoorbeeld op het terrein van verkiezingen of de besteding van gelden aan ProDemos of aan politieke partijen.

Daarbij is tevens een constatering dat met beperkte middelen essentiële taken in de instandhouding en het onderhoud van democratie en openbaar bestuur worden uitgevoerd, dat het ministerie daarbij vaak bouwt op wetenschappelijke kennis en ervaringen in andere landen en reageert op signalen uit de maatschappij. Die praktijk zal ook de komende jaren worden voortgezet.

Tegelijk experimenteert het ministerie met andere vormen van evaluatie en het bepalen van impact, bijvoorbeeld van innovatieve programma’s of daar waar met meerdere partners in het veld wordt samengewerkt. Een en ander vormt input voor de volgende periodieke rapportage, die in 2028 wordt uitgevoerd.

Op een aantal onderwerpen in de begroting vinden op dit moment geen evaluaties plaats, omdat er onlangs een evaluatie is afgerond (subsidieregeling aan beroeps- en belangenverenigingen t.b.v. de toerusting en ondersteuning van politieke ambtsdragers), omdat een nieuw wetsvoorstel in behandeling is (subsidiëring politieke partijen) of omdat een andere partij op het onderwerp in de lead is (financiële bijdrage aan DPC).

Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors

Voor 2026 is op enkele onderwerpen een nieuwe of reeds lopende evaluatie gepland die hieronder worden toegelicht.

Het nationaal burgerforum klimaat

Dit betreft een lerende evaluatie over aanpak, verloop en proces, maar ook over de betekenis van dit instrument voor het al of niet versterken van de democratie in het algemeen. De eerste rapportage verscheen in april 2026, de tweede rapportage zal verschijnen in het najaar van datzelfde jaar.

Gemeenschapsfonds

In de opzet en uitvoering van dit fonds zal worden gemonitord en geëvalueerd wat het bereik en effect is van de projecten die met de middelen uit dit fonds worden gefinancierd.

Interbestuurlijk toezicht

Voorgenomen is een evaluatieonderzoek naar de effectiviteit van het interbestuurlijk toezicht.

Programma Maatschappelijke onrust en ongenoegen

Aangezien het programma zijn afronding nadert, wordt geëvalueerd wat deze aanpak heeft opgeleverd en op welke wijze het de doelgroepen al of niet heeft kunnen ondersteunen.

Impact programma Invloed en zeggenschap

Er vindt een Social Return on Investment-analyse (SROI) plaats op de activiteiten in het programma Invloed en zeggenschap.

Monitor Integriteit en Veiligheid

In 2026 verschijnt opnieuw een editie van de monitor Integriteit en Veiligheid, die rapporteert hoe het gesteld is met de integriteit en veiligheid van decentrale politieke ambtsdragers en het beleid ter zake.

Sub-thema ‘Rechtsstaat, grondrechten en discriminatie

Het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht, waaronder het recht op vergissen en het gebruik van begrijpelijke taal door de overheid, maakt de dienstverlening van de overheid menselijker en toegankelijker. Als deze wet wordt ingevoerd zal deze na vijf jaar worden geëvalueerd na inwerkingtreding.

Het wetsvoorstel om constitutionele toetsing van wetten aan klassieke grondrechten door de rechter mogelijk te maken is 2025 in consultatie gebracht. Omdat dit een grondwetswijziging betreft ligt een reguliere evaluatie niet in de rede. Desalniettemin wordt bezien op welke manier geëvalueerd kan worden of het voorstel het beoogde doel heeft bereikt. De verwachting is dat binnen vijf jaar na inwerkingtreding deze evaluatie zal plaatsvinden.

De verwachting is dat de herziening van het stelsel van anti-discriminatievoorzieningen zich goed leent voor een ex ante evaluatie waaronder een Uitvoeringstoets Decentrale Overheden (UDO). Verder worden onder andere subsidies verleend voor deze herziening aan Discriminatie.nl. Bezien wordt hoe deze subsidies geevalueerd worden.

Tabel 65 SEA-thema: Overheidsdienstverlening en informatiebeleid

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Periodieke rapportage: Overheidsdienstverlening, informatiebeleid en informatiesamenleving (periode 2020-2025)

Periodieke rapportage

2026

in uitvoering

6.2

Ervaren kwaliteit dienstverlening data.overheid.nl

Ex durante

2026

In uitvoering

6.2

Evaluatie Wet Elektronische Publicaties (WEP)

Ex durante

2026

In uitvoering

6.2

Beleidsevaluatie Algoritmekader

Ex post

2026

In uitvoering

6.2

Auditdienst Rijk-onderzoek vulling van het Algoritmeregister door de Rijksoverheid

Ex durante

2026

In uitvoering

6.2

ECP Begeleidingsethieksessies

Ex durante

2026

Afgerond

6.2

SIDN Fonds

Ex post

2026

Afgerond

6.2

Expertisecentrum Digitalisering en Welzijn

Ex durante

2026

Afgerond

6.2

BSN-Koppelregister - evaluatie

Ex durante

20271

In uitvoering

6.2

Evaluatie digitale toegankelijkheid

Ex post

2027

Te starten

6.2 (en 6.8)

Proactieve dienstverlening

Ex durante

2027

Te starten

6.7 (en 6.2)

DigiD in het Buitenland - evaluatie

Ex durante

2028

Te starten

6.2

Logius

Agentschapsdoorlichting

2029

Te starten

6.2 en 6.8

Evaluatie Europese Digitale Identiteit

Ex post

20302

Te starten

6.2

Overig

    

Rathenau Dialoogprogramma

  

Geannuleerd3

6.2

     
     
     
1

publicatie van de evaluatie wordt verwacht in 2027.

2

De evaluatie van Europese Digitale Identiteit wordt verzet naar 2030 aangezien dan zowel de uitvoeringswet als de wijziging WDO in werking zijn getreden.

3

Het ministerie van OCW evalueert het Rathenau in zijn geheel, inclusief het dialoogprogramma.

SEA-thema ‘Overheidsdienstverlening en informatiebeleid"

BZK werkt aan een samenhangende digitale overheid waarin Rijk en medeoverheden samen werken op uitstekende(digitale) dienstverlening, betrouwbare digitale toegang, standaardisatie en herbruikbare voorzieningen. BZK richt zich daarbij op de doorontwikkeling van het stelsel van digitale toegang en inlogmiddelen, de gezamenlijke architectuur en de randvoorwaarden voor veilige, begrijpelijke en toegankelijke (digitale) dienstverlening. BZK streeft naar een proactieve overheid die wordt ingericht vanuit het perspectief van burgers en ondernemers. BZK zet in op een digitale overheid die samen met medeoverheden wordt uitgevoerd, zodat publieke dienstverlening samenhangend, betrouwbaar en goed uitvoerbaar is.

Eerstvolgende periodieke rapportage

De periodieke rapportage over begrotingsartikel 6.2 wordt afgerond in 2026. De periodieke rapportage (hierna: PR) is bedoeld om meer inzicht in het beleidsthema te krijgen en verbetering van beleid en uitvoering te stimuleren. Het is een onafhankelijk syntheseonderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid in de periode 2020 tot en met 2025. Het materiaal voor het syntheseonderzoek bestaat uit alle monitoring- en evaluatieonderzoeken die tijdens de onderzoeksperiode zijn uitgevoerd. Uitkomsten van de PR kunnen worden gebruikt om bij te dragen aan de ontwikkeling van het beleidsterrein en de rol die BZK daarin heeft. In de vier tot zeven jaar na de behandeling wordt gerapporteerd over de opvolging van de aanbevelingen uit deze behandeling.

Toelichting inzichtbehoefte

Aan de hand van de resultaten van de periodieke rapportage over begrotingsartikel 6.2 wordt de inzichtbehoefte in de SEA bijgewerkt.

Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors

De PR in 2026 zal leiden tot een geactualiseerde inzichtbehoefte. Op basis hiervan wordt de SEA in 2027 bijgesteld.

Tabel 66 SEA-thema: Identiteitsstelsel

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Periodieke Rapportage: Identiteitsstelsel (periode 2019-2024)

Periodieke raportage

2026

Afgerond

6.5

Periodieke Rapportage: Identiteitsstelsel (periode 2025-2029)

Periodieke raportage

2030

Te starten

6.5

subthema Basisregistratie Personen

   

6.5

Evaluatie Wet Landelijke Aanpak Adreskwaliteit

Ex post

2026

Te starten

6.5

CBS onderzoek adreskwaliteit Basisregistratie Personen

Ex durante

2027

Lopend

6.5

Evaluatie invoering bestuurlijke boete

Ex post

2027

Te starten

6.5

Onderzoek naar de effecten van de invoering van de Registratie-Niet Ingezetenen

Ex post

2027

Te starten

6.5

Onderzoek naar de effecten van de verbeteringen rond het briefadres

Ex post

2028

Te starten

6.5

Evaluatie introductie van het burgerservicenummer in Caribisch Nederland

Ex durante / ex post

n.t.b.

Te starten

6.5

subthema Reisdocumenten

    

Kwaliteitsonderzoek vingerafdrukken

Ex durante

2026

Lopend

6.5

Onderzoek digitaal aanvragen reisdocumenten

Ex durante

2026

Te starten

6.5

Monitor Identiteit

Ex durante

2027

Te starten

6.5

Onderzoek haalbaarheid/veiligheid digitale identiteit

Ex durante

2027

Te starten

6.5

Modernisering Afname Biometrie

Ex durante / ex post

2028

Te starten

6.5

Verbeteren Reisdocumentenstelsel en fraudemaatregelen (nulmeting, evaluatie efficiëntie dienstverlening)

Ex durante / ex post

2028

Te starten

6.5

Overige fraudemaatregelen (bv. verplichte VOG, functiescheiding)

Ex durante / ex post

2028

Te starten

6.5

Onderzoek naar de staat van de informatiebeveiliging en het volwassenheidsniveau van het reisdocumentenproces

Ex durante

2028

Te starten

6.5

Evaluatie van de verordening identiteitskaarten

Ex post

2031

Te starten

6.5

Overig onderzoek

    

Rijksdienst voor Identiteitsgegevens

Agentschapsdoorlichting

2026

Te starten

6.5

     

SEA-thema «Identiteitsstelsel»

Beleidstheorie SEA-thema Identiteitsstelsel

De Basisregistratie Personen (BRP) en het stelsel voor reisdocumenten vormen samen de basis van het identiteitsstelsel en zijn essentieel voor een betrouwbare, veilige en efficiënte overheidsdienstverlening. De minister van BZK is verantwoordelijk voor de centrale verstrekking van persoonsgegevens uit de BRP, de registratie van niet-ingezetenen en het faciliteren van de uitgifte van reisdocumenten (paspoorten en ID-kaarten). De samenhang tussen BRP en reisdocumenten zorgt voor consistentie, actualiteit en veiligheid van persoonsgegevens. Dit versterkt de dienstverlening en het vertrouwen in de overheid. Naast betrouwbaarheid en efficiëntie van het identiteitsstelsel is weerbaarheid een belangrijk aandachtspunt. Dit is nodig om actuele dreigingen op het gebied van cyberveiligheid en privacy (zoals datalekken) het hoofd te bieden.

BRP

De BRP waarborgt actuele, betrouwbare en uniforme persoonsgegevens voor overheden en instanties. Fouten in registraties leiden tot slechte dienstverlening, rechtsonzekerheid en identiteitsfraude. Om dit te voorkomen, worden wet- en regelgeving, beheer en monitoring/toezicht door de RvIG en bijdragen aan medeoverheden als beleidsinstrument ingezet. Dit leidt tot diverse activiteiten (throughput) zoals de verbetering van de registratie van arbeidsmigranten en de toepassing van dataminimalisatie. Andere activiteiten richten zich op kwaliteitsverbetering via de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit, de Terugmeldvoorziening (TMV) en de Permanente Monitor Dubbelinschrijving, de doorontwikkeling van de BRP, de inrichting van RNI-loketten bij een aantal gemeenten en de ontwikkeling van het BSN in Caribisch Nederland worden hiervoor uitgevoerd. Deze activiteiten leiden tot output in de vorm van registratie- en verstrekkingscijfers (briefadressen, RNI-inschrijvingen, gezagsverstrekkingen en autorisatiebesluiten), kwaliteitsprestaties (adresonderzoeken, afgehandelde terugmeldingen en positieve scores op gemeentelijke zelfevaluaties).Het uiteindelijke maatschappelijke effect (de outcome) is dat BRP-gegevens overeenkomen met de feitelijke werkelijkheid, betere dienstverlening door overheden, een betere bescherming van de persoonlijke levenssfeer van burgers, het voorkomen van identiteitsfraude en misbruik en toegang tot overheidsdiensten van kwetsbare groepen, zoals dak- en thuislozen.

Reisdocumenten

Voor reisdocumenten is het doel dat burgers zich kunnen identificeren en vrij kunnen reizen. Reisdocumenten moeten veilig, fraudebestendig en voor iedereen toegankelijk zijn. Beleidsinstrumenten zoals leges, wet- en regelgeving, en financiële bijdragen aan de RvIG, het Centrale Meldpunt Identiteitsfraude (CMI) en aan de Schipholbalie ondersteunen dit. Activiteiten (throughput) zoals het programma Verbeteren Reisdocumenten Stelsel (VRS), het Programma Paspoort maatregelen, de operationele inzet van de Schipholbalie en het CMI dragen bij aan een robuuster stelsel. Deze activiteiten resulteren in concrete output op het gebied van documentverstrekking (paspoorten en ID-kaarten), stelselkwaliteit (positieve scores op gemeentelijke zelfevaluaties en proces- en systeemverbeteringen), het gebruik van ondersteunende registers en het aantal hulpverzoeken door het CMI. Dit realiseert als maatschappelijk effect (outcome) dat burgers zich betrouwbaar kunnen identificeren en vrijelijk naar het buitenland kunnen reizen met toegankelijke reisdocumenten, de dienstverlening aan uitgevende en controlerende instanties verbetert, de veiligheid van reisdocumenten wordt verhoogd en misbruik van persoonsgegevens effectief wordt voorkomen.

Eerstvolgende periodieke rapportage

Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2030. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2025 tot en met 2029. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2029 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag.

Toelichting inzichtbehoefte

De huidige geplande evaluaties geven een goed beeld van de verschillende ontwikkelingen binnen het beleidsthema ‘Identiteitsstelsel’. De BRP wordt op verschillende onderdelen geëvalueerd om te zien of er kwalitatieve verbeteringen of verbetering in de dienstverlening mogelijk zijn. Daarnaast zullen er na ex durante en ex poste evaluaties gepland worden voor het traject om het BSN in te voeren in Caribisch Nederland. Dit geeft gedurende het gehele beleidstraject goed inzicht in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de beleidsinzet. Voor reisdocumenten worden onderzoeken gepland met nadruk op de betrouwbaarheid van het document in het licht van de snelle veranderingen van techniek en stijgende dreigingen.

Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors

Basisregistratie Personen

In de komende evaluatieperiode (tot 2029) onderzoeken we verschillende beleidsaanpassingen t.a.v. de Basisregistratie Personen. Zo evalueren we een aantal experimenten: registratie tijdelijke verblijfsadressen niet-ingezetenen, informeren van bewoners over inschrijvingen op het woonadres en dataminimalisatie. De aanpassing van de wet BRP voor de implementatie van de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit wordt geëvalueerd. We laten weer onderzoek uitvoeren door het CBS naar de adreskwaliteit in de BRP. Verder worden onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van de invoering van de Registratie Niet-Ingezetenen, de bestuurlijke boete en de verbeteringen t.o.v. de eerste evaluatie briefadres. In 2025 is het Burgerservicenummer in Caribisch Nederland ingevoerd en daarvoor benodigde wetgeving in werking getreden. Er wordt evaluatie ingepland. Met deze evaluaties willen we lessen trekken uit het gevoerde beleid rond de BRP, de introductie van het BSN in Caribisch Nederland en evalueren of verschillende wettelijke kaders doelmatig en doeltreffend zijn. Het evaluatieonderzoek met betrekking tot de experimenten dient daarnaast om besluiten te kunnen nemen over of en hoe de beleidswijzigingen waarmee geëxperimenteerd is en waarvoor nu tijdelijk AmvB’s («Experimentbesluiten BRP») in werking zijn, structureel in de wet gaan worden opgenomen. Om ook een oordeel te kunnen treffen over de veiligheid van de gegevens wordt tevens onderzoek gedaan naar de staat van de informatiebeveiliging van de BRP.

Reisdocumenten

Door aanpassing van de Europese verordening identiteitskaarten is de evaluatie daarvan verplaatst naar 2031. Om het beleid t.a.v. reisdocumenten te kunnen beoordelen op doeltreffendheid en doelmatigheid worden diverse onderzoeken en evaluaties in de komende evaluatieperiode (tot 2029) uitgevoerd, zoals de tweejaarlijkse Monitor Identiteit. Het kwaliteitsonderzoek naar vingerafdrukken loopt nog. Verder volgen evaluaties van de programma’s Verbeteren Reisdocumentenstelsel, Modernisering Afname Biometrie en paspoortmaatregelen (waaronder de VOG-verplichting en functiescheiding). De onderzoeken moeten bijdragen aan de beoordeling van de efficiëntie van de dienstverlening. Om de betrouwbaarheid van reisdocumenten ook in de toekomst te kunnen borgen en beoordelen wordt onderzoek gedaan naar digitale aanvraagprocessen, beveiligingsmethodieken voor digitale identiteitsmiddelen en de staat van de informatiebeveiliging.

Tabel 67 SEA-thema: Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel(en)

Periodieke Rapportage: Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI (periode 2022-2027)

Periodieke rapportage

2028

Te starten

6.7 en 6.8

subthema Hoogwaardige dienstverlening één overheid

Levensgebeurtenissen

Ex durante

2026

Afgerond

6.7

Mijn Betaaloverzicht (voorheen Vorderingenoverzicht Rijk)

Ex post

2027

Te starten

6.7

Opschaling MijnZaken

Ex post

2027

Te starten

6.7

Landelijke informatievoorziening

Ex post

2027

Te starten

6.7

Evaluatie digitale toegankelijkheid

Ex post

2027

Te starten

6.7 (en 6.2)

Signaalmanagement

Ex durante

2027

Te starten

6.7

Gebruiker centraal

Ex durante

2027

Te starten

6.7

Proactieve dienstverlening

Ex durante

2027

Te starten

6.7 (en 6.2)

Toekomst Basisregistratie Personen (BRP)

Ex post

2027

Te starten

6.7

Meldpunt Fouten in Overheidsregistraties (MFO)

Ex durante

2028

Te starten

6.7

subthema Generieke Digitale Infrastructuur

Evaluatie centrale financiering GDI

Ex-durante

2026

Te starten

6.8

Evaluatie doorontwikkeling MijnOverheid

Ex-durante

2026

Te starten

6.8

Evaluatie domein Toegang

Ex-durante

2027

Te starten

6.8

Evaluatie beleid innovatie

Ex-durante

20211

Afgerond

6.8

Overig

    

Logius

Agentschapsdoorlichting

2029

Te starten

6.2 en 6.8

1

Een nieuwe evaluatie is geannuleerd gezien de positieve bevindingen uit de eerdere evaluatie en de beperkte beleidswijzigingen sindsdien.

SEA-thema «Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI»

We zetten in op dienstverlening die aansluit bij de leefwereld en persoonlijke situatie van burgers en ondernemers. Zodat een goede en consistente beleving van dienstverlening vanuit de overheid ontstaat, die voldoet aan de behoeften en wensen van mensen. We zetten in op uniformering en standaardisering ten dienste van toegankelijke en logische overheidsbrede (digitale) dienstverlening. Bijvoorbeeld voor het verwerken van signalen en feedback van burgers en ondernemers.

Ook zetten wij verder in op een betrouwbare en adequate Generieke Digitale Infrastructuur (GDI). De GDI bestaat uit bouwstenen in de vorm van afspraken (stelsels), standaarden en voorzieningen. Ze ondersteunen de (digitale) dienstverlening van de overheid en alle publieke dienstverleners en private organisaties met een publieke taak.

Burgers én ondernemers in 2030 ontvangen waar mogelijk proactieve dienstverlening van de overheid, ervaren dat ze makkelijk ingang en toegang hebben tot de dienstverlening en beleven de overheid als een samenwerkend geheel:

  • We zetten met onze overheidsbrede portalen in op één samenhangende online wegwijzer in het overheidslandschap.

  • Burgers en ondernemers hebben toegang tot de Digitale Overheid via publieke én private inlogmiddelen en wallets, ook als vertegenwoordiger.

  • Alle overheidslagen maken gebruik van gestandaardiseerde generieke voorzieningen.

  • Ook specifieke voorzieningen voldoen aan verplichte standaarden zodat organisaties gegevens uit kunnen wisselen en beschikbaar kunnen stellen.

  • Deze voorzieningen zijn zo veel mogelijk open source en draaien op een gemeenschappelijke infrastructuur in datacentra van en voor de overheid aangevuld met private clouddienstverlening.

Eerstvolgende periodieke rapportage

Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2028. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2022 tot en met 2027. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2027 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag.

Toelichting inzichtbehoefte

De evaluatieagenda voor de PR van 2028 richt zich voor het subthema Hoogwaardige dienstverlening één overheid op het beleid waarin de burger en ondernemer, ofwel de gebruiker, centraal staat. Dit komt onder andere terug in de kennisbehoefte om het beleid rondom levensgebeurtenissen te evalueren, op het beleid rondom de signalen die we als overheid vanuit verschillende hoeken van burgers en ondernemers krijgen. Ook richt het zich op de fysieke loketten en de Informatiepunten Digitale Overheid. 

De focus op het subthema GDI draait voornamelijk om de financiering van de GDI en enkele strategische dossiers. Hiermee krijgen we inzicht in de doelmatigheid en doeltreffendheid van een belangrijk onderdeel van de digitale overheid: de Generieke digitale infrastructuur. Aanvullend is er de komende jaren behoefte aan inzicht in een paar dossiers, vanwege een veranderende werkwijze en geplande doorontwikkelingen.

De komende PR richt zich minder op bijdragen aan de Rijkdienst voor Ondernemend Nederland, de Kamer van Koophandel en enkele kleinere dossiers. Deze dossiers hebben een beperkte financiële impact, of er zijn minder beleidsontwikkelingen waardoor de kennisbehoefte niet is gewijzigd.

Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors

Over de gehele breedte geven de eerder uitgevoerde onderzoeken (zoals opgenomen in het Jaarverslag) en de al eerder geplande monitors/evaluaties op het subthema «Hoogwaardige dienstverlening één overheid en GDI» een goed beeld van onze doelstellingen. Er zijn in deze SEA geen nieuwe onderzoeken toegevoegd.

Tabel 68 SEA-thema: Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

SEA-thema: Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid (Periodieke Rapportage in 2029)

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotings artikel(en)

Syntheseonderzoeken op basis van afgeronde deel(evaluatie)onderzoeken

Periodieke Rapportage: Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

Afronding in 2029

     

Deel(evaluatie)onderzoeken

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel(en)

     

Rijk als werkgever

Bestedingsplan Leiderschap, diversiteit en inclusiviteit (POK-middelen)

Ex post

2025

Lopend

7

Evaluatie impact Staat van de Uitvoering 2022-2025

Ex post

2026

Te starten

7

Wet Normering Topinkomens

Ex post

2026

Te starten

7

Evaluatie psychosociale ondersteuning klokkenluiders door Slachtofferhulp Nederland

Ex durante

2026

Te starten

7

Rechtsbijstand en mediation voor klokkenluiders via Raad voor de Rechtsbijstand

Ex durante

2026

Te starten

7

Wet bescherming klokkenluiders

Ex post

2026

Te starten

7

Evaluatie leiderschapsontwikkeling

Ex durante

2028

Te starten

7

Monitor interne meldregelingen Wet bescherming klokkenluiders

Ex durante

2024, 2026, 2028

Te starten

7

     

Informatievoorziening Rijk

CIO Stelsel Rijksdienst 2026/207

Ex durante

2028

Te starten

7

0-meting duurzaamheid ODC

ex ante

2026

Afgerond

7

     

Organisatie Rijksoverheid en bedrijfsvoering

Evaluatie impact Ambtelijk vakmanschap (POK-middelen)

Ex durante

2026

Te starten

7

     

Huisvesting en faciliteiten

Rapportage Rijkshuisvestingsstelsels

Ex durante

2026

Afgerond

7

Subsidieregeling Center for People and Buildings

Ex post

n.t.b.

Te starten

7

     

Rijksinkoop

Evaluatie Uitvoeringsagenda ISV

Ex post

2025

Afgerond

7

Onderzoek externe Auditdiensten ISV

Ex post

2025

Afgerond

7

Regie op de Monitoring MVOI fase 2 en 3

Ex post

2026

Lopend

7

     

Overig onderzoek

Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk

Ex durante

jaarlijks

Lopend

7

SSC-ICT

Agentschapsdoorlichting

2025

Lopend

7

FM Haaglanden

Agentschapsdoorlichting

2026

Te starten

7

Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek

Agentschapsdoorlichting

2028

Te starten

7

O&P Rijk

Agentschapsdoorlichting

2027

Te starten

7

Huis voor Klokkenluiders

ZBO evaluatie

2026

Te starten

7

Werk aan Uitvoering

Syntheseonderzoek

2030

Te starten

7

Deelname aan wetenschappelijk onderzoeksprogramma Werk in Transitie van het CfPB

Ex durante

2029

Te starten

7

SEA-thema ‘Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid»

Beleidstheorie SEA-thema Werkgevers- en bedrijfsvoeringsbeleid

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) streeft naar een overheid die betrouwbaar, dienstbaar, dichtbij en rechtvaardig is en haar maatschappelijke taken optimaal uitvoert. Dit gebeurt door het creëren van randvoorwaarden voor het optimaal en duurzaam functioneren van overheidsorganisaties en in het bijzonder voor een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering. De minister van BZK draagt hieraan data gedreven bij in een regisserende en coördinerende rol, respectievelijk op het terrein van collectieve arbeidsvoorwaarden, personeelsbeleid Rijk, de organisatie en bedrijfsvoering van het Rijk, waaronder de informatiehuishouding, een kaderstellende rol op ICT, huisvesting, inkoop en faciliteiten en Management Development. De rijksbrede bedrijfsvoering betreft de niet-financiële bedrijfsvoering, bedoeld om alle ruim 165.000 rijksambtenaren in staat te stellen samen aan de Rijksopgaven te werken – teneinde maatschappelijke opgaven te realiseren.

In een recent afgeronde Periodieke Rapportage over dit artikel is de beleidstheorie nader gespecificeerd in de vorm van vijf onderliggende beleidsthema's die onder dit artikel vallen (Kamerstukken II 2024/25, 30985, nr. 67):

Subthema: «Rijk als Werkgever»

Het strategisch personeels- en organisatie beleid draagt bij aan een goed functionerende rijksdienst. Hiervoor wordt beoogd een P&O beleid te voeren wat hier de kaders voor schept, met daarbij passende flexibele arbeidsvoorwaarden. Een veilige en gezonde werkomgeving met een open, inclusieve en integere cultuur, staat hierbij voorop. Voor een diversiteit aan huidige en toekomstige medewerkers.

De hoeveelheid werk binnen dit subthema bestaat uit een aantal belangrijke elementen. Financieel gezien gaat het om regelingen zoals subsidies en pensioenen die het personeel direct of indirect ondersteunen. Op het gebied van wet- en regelgeving is de Wet normering topinkomens (WNT) relevant. Daarnaast zijn er binnen de organisatie voorzieningen getroffen om gezond en veilig werken te bevorderen en is er een infrastructuur aanwezig die het integriteitsbeleid ondersteunt. Ook zijn er normenkaders van toepassing, waaronder het Kader uniforme basiseisen voor vertrouwenspersonen en de gedragscode integriteit Rijk, die richting geven aan gewenst gedrag en integriteit op de werkvloer. Tot slot zijn er specifieke regelingen getroffen zoals de klachtenregeling ongewenste omgangsvormen en een klachtencommissie, waarmee medewerkers in een veilige omgeving hun zorgen kunnen uiten en incidenten kunnen melden.

Beoogde resultaat binnen het thema richten zich op zowel meetbare resultaten als bredere maatschappelijke effecten. Op financieel vlak gaat het onder meer om het realiseren van jaarlijkse streefwaarden voor het aantal deelnemers aan activiteiten en trainingen in het kader van de European Institute of Public Administration subsidie. Voor de Wet normering topinkomens wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk tegengaan van bovenmatige bezoldigingen en ontslagvergoedingen in de publieke en semipublieke sector en het openbaar maken van de bezoldigingsgegevens. Daarnaast staat de ontwikkeling van overheidsmedewerkers centraal: zij worden ondersteund in het versterken van hun kennis, vaardigheden en competenties. Dit draagt bij aan goed werkgeverschap en aan de kwaliteit en wendbaarheid van overheidsorganisaties als geheel.

Subthema «Informatievoorziening Rijk»

Digitalisering biedt overheidsorganisaties kansen om effectiever te functioneren. Het beleid is erop gericht die kansen op een efficiënte en verantwoorde manier voor de rijksdienst te verzilveren. Onder meer met investeringen in de informatiehuishouding, het stellen en het op orde hebben van digitale randvoorwaarden en het verbeteren van transparantie en openheid van de overheid.

Onderdeel van de throughput binnen dit thema is dat er wordt gewerkt aan de ontwikkeling en uitvoering van strategieën en plannen die als doel hebben de informatiehuishouding te verbeteren, op orde te brengen en klaar te maken voor de toekomst. Tevens is er inzet op de verbetering van de uitvoering en uitvoerbaarheid van de Wet open overheid. Dit om de transparantie en publieke verantwoording te versterken. De aanstelling van het onafhankelijk Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding en de actieve openbaarmaking van voorstellen, standpunten en adviezen van ambtenaren dragen verder bij aan een open, controleerbare overheid. Onderdeel van de output is de actieve openbaarmaking van overheidsinformatie, het afhandelen van Woo-verzoeken en de beschikbaarheid van contactpersonen voor overheidsinformatie, die burgers helpen bij hun informatievragen.

Het uitgangspunt is samenwerken en organiseren; we bundelen de krachten en kennis en werken uniform. Decentrale output bestaat uit rijksbrede kaders, werkzaamheden en voorzieningen voor het gebruik van ICT (zoals AI, algoritmen en informatiesystemen) in de bedrijfsvoering én het primaire proces. Een belangrijk deel daarvan gaat over informatieveiligheid om te zorgen voor een digitaal weerbare rijksdienst. Ook worden opleidingen ontwikkeld en centraal aangeboden om de kennis en kunde over digitalisering te verbeteren. Een van de rijksbrede voorzieningen is het Rijks ICT-dashboard.

Subthema «Organisatie»

Doel van beleid richt zich op de rijksbrede eenheid, kwaliteit en efficiëntie van de niet-financiële bedrijfsvoering van de rijksdienst.

De inzet is gericht op de de rijksbrede bedrijfsvoering, uitgezonderd het financieel beleid. Dit omvat het vaststellen van kaders ter bevordering van de eenheid, de kwaliteit en de efficiëntie van de bedrijfsvoering. Daarnaast worden ondersteunende diensten aangewezen die, ten behoeve van alle of een deel van de ministeries, door een onderdeel van een van de ministeries zullen worden uitgevoerd.

De resultaten zijn dat generieke bedrijfsvoeringstaken worden ondergebracht bij shared serviceorganisaties (SSO’s), concerndienstverleners (CDV’s) of andere ondersteunende bedrijfsvoering organisaties, waarmee efficiency en specialisatie worden bevorderd. Gezorgd wordt dat via de Interdepartementale Commissie Bedrijfsvoering Rijk (ICBR) richting wordt gegeven aan de gezamenlijke sturing op bedrijfsvoering van de ministeries.

De toenemende samenwerking, harmonisatie en standaardisatie binnen de (geheel of gedeeltelijk) generieke bedrijfsvoering beoogt naast meer efficiëntie en een afname van kosten ook een vergroting van het aanpassingsvermogen (wendbaarheid) van de rijksdienst als geheel.

Subthema «Huisvesting en faciliteiten»

Het Rijkshuisvestingsstelsel (RHS) draagt bij aan een goed functioneren van de rijksdienst, draagt bij aan aantrekkelijke werkgeverschap en biedt een passende, prettige en veilige werkomgeving. Medewerkers moeten worden ondersteund in hun werk aan maatschappelijke opgaven, zichtbaar voor burgers, waarbij samenwerking wordt ondersteund, ook in en met de regio. Continuïteit en financiële houdbaarheid van het stelsel staan centraal.

De throughput omvat het centraal aansturen door masterplannen voor rijkskantoorhuisvesting, met een focus op het afstoten van inefficiënte panden. Daarnaast worden kaders en zoveel mogelijk gestandaardiseerde dienstverlening geboden voor hybride werken evenals wetenschappelijke kennisopbouw, gerealiseerd door de subsidie aan het Center for People and Buildings.

De output binnen dit thema bestaat uit zo min mogelijk leegstand, minder m2, een verbeterde toegankelijkheid van gebouwen en voldoen aan wettelijk vastgelegde duurzaamheid. De beoogde outcome is een verbetering van de kwaliteit van de rijkshuisvesting en facilitaire dienstverlening, bijdragend een goedwerkende, efficiëntie en doelmatigheid overheid met een sterk imago.

Subthema «Rijksinkoop»

Het inkoopbeleid van de rijksoverheid ligt vast in de rijksinkoopstrategie Inkopen met Impact die in 2019 aan de Kamer is gezonden. De rijksinkoopstrategie wordt momenteel geactualiseerd.

Het inkoopstelsel wordt verbeterd door processen, systemen en verantwoordelijkheden te vereenvoudigen en minder gefragmenteerd te maken. Dit vraagt om een herziening van de wijze waarop wordt ingekocht over de grenzen van de departementen heen. Daarnaast wordt concentratie van strategische inkoopuitvoering en vereenvoudiging van administratieve processen onderzocht, inclusief de Rijksinkooparchitectuur.

De beoogde outcome van dit thema is de verbetering, verduurzaming en weerbaarheid van de bedrijfsvoering. Ook stimuleert het de ontwikkeling en innovatie van het digitale inkooplandschap.

Vorige periodieke rapportage

In 2025 heeft de Tweede Kamer een Periodieke Rapportage over dit thema ontvangen (Kamerstuk 30985, nr. 67). Deze had betrekking op de beleidsperiode 2019-2023. Jaarlijks wordt de Tweede Kamer geinformeerd over de voortgang op de aanbevelingen uit dit onderzoek. (Zie Kamerstuk 30985, nr. 69).

Volgende periodieke rapportage

Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een volgende Periodieke rapportage in 2029 over de beleidsperiode 2024-2028.

Toelichting nieuw opgenomen evaluaties/monitors

De nieuw opgenomen onderzoeken worden hieronder toegelicht.

Thema 1: Rijk als werkgever

Evaluatie leiderschapsontwikkeling

Om inzicht te krijgen in de mate waarin de inzet op leiderschapsontwikkeling binnen DGABD blijft aansluiten bij de opgaven van de Rijksdienst en de behoeften van de deelnemers, wordt een evaluatie uitgevoerd naar deze inzet. De evaluatie moet aanknopingspunten bieden voor verdere doorontwikkeling en inzicht geven in de doelmatigheid en/of doeltreffendheid ervan.

Thema 2: Informatievoorziening Rijk

CIO Stelsel Rijksdienst

In 2026 is het herziende besluit CIO Stelsel Rijksdienst inwerking getreden. Conform besluit wordt het CIO Stelsel periodiek geëvalueerd. De eerstvolgende evaluatie staat gepland voor 2028 om organisaties voldoende tijd te geven om het hernieuwde besluit door te voeren. Het doel van de evaluatie is om de volwassenheid van het CIO Stelsel te meten en de naleving van de afspraken in het besluit CIO Stelsel te toetsen.

Overig onderzoek

Werk aan Uitvoering

Dit specifieke onderzoek richt zich op de Werk aan Uitvoering (WaU) middelen. Deze zijn toegekend over de periode 2022-2031 en hebben doel de publieke dienstverlening duurzaam te verbeteren. In het onderzoek wordt onder andere gekeken naar het effect van de bestede WaU-middelen met als doel te komen tot de verdeling van de structurele middelen. De komende jaren wordt gewerkt aan een manier om dit onderzoek vorm te geven.

Tabel 69 SEA-thema: Slavernijverleden
 

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Periodieke Rapportage: Slavernijverleden (periode 2023-2029)

Periodieke rapportage

2030

Te starten

14

subthema Subsidieregelingen voor maatschappelijke initiatieven

    

Tussenevalutie regeling Europees Nederland

Ex durante

2027

Lopend

14

Evaluatie regeling Europees Nederland

Ex post

2029

Te starten

14

subthema Herdenkingscomité Slavernijverleden

    

Besturingsmodel en voortgang doelstellngen

Ex durante

2026

Te starten

14

subthema Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden

    

Evaluatie Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden (subsidieregeling)

n.t.b.

n.t.b.

Te starten

14

SEA-thema «Slavernijverleden»

Aan de excuses van de regering aangeboden voor het handelen van de Nederlandse staat in het verleden, zijn maatregelen verbonden die gericht zijn op kennis en bewustwording, erkenning en herdenken en de doorwerking en verwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden.

Eerstvolgende periodieke rapportage

Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een Periodieke rapportage in 2030. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2023 tot en met 2029. Dit met als doel om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2029 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag 2025.

Toelichting inzichtsbehoefte

De verschillende onderdelen van dit thema worden geëvalueerd en betrokken bij de PR in 2030. Daarbij zal de ervaring van de doelgroep met het beleid bijzondere aandacht krijgen.

Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors

Regeling voor maatschappelijke initiatieven (Europees Nederland)

Op 1 juli 2025 zijn de regelingen voor Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk in werking getreden. De unit Uitvoering Van Beleid van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is de uitvoerder voor zowel de regeling van Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Sinds de openstelling van de regeling in augustus 2025 zijn inmiddels alle categorieën eenmaal opengesteld. Het aantal aanvragen voor categorie 1 was 127, waarvan 17 afgewezen en 110 verleend. De tweede categorie is nog in de afrondende fase en de categorieën 3 en 4 zijn ruimschoots overvraagd.

In 2026 wordt de regeling geëvalueerd. Indien dit leidt tot een wijziging van de regeling wordt dit voor de openstelling van het volgende tijdvak in april 2027 doorgevoerd.

Herdenkingscomité Slavernijverleden

Op 6 januari 2026 is de stichting Herdenkingscomité Slavernijverleden (HC) opgericht, waarvoor structureel € 8 miljoen beschikbaar is. Het HC organiseert onder andere de Nationale Herdenking en bevordert het maatschappelijk bewustzijn over het slavernijverleden en de doorwerking daarvan binnen het Koninkrijk en Suriname (indien gewenst). De werkorganisatie van het HC opereert zowel in Europees Nederland als het Caribisch deel van het Koninkrijk. In 2027 vindt een officiële evaluatie plaats van het HC.

Praktijkgericht onderzoeksprogramma Slavernijverleden

In samenwerking met regieorgaan SIA (onderdeel NWO) en de nazaten van tot slaafgemaakten zijn wij in 2025 bezig geweest met het vormgeven van een onderzoeksubsidie van 1.4 miljoen vanuit de beleidsintensiveringen van Europees Nederland. De subsidie wordt nog opgezet en heeft als doel dat onderwijsinstellingen op laagdrempelige wijze praktijkgericht onderzoek kunnen opzetten in 2027. Er wordt nog bepaald wanneer en op welke wijze evaluatie hiervan zal plaatsvinden.

Tabel 70 SEA-thema: Een veilig Groningen met perspectief
 

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel

Periodieke rapportage: Een veilig Groningen met perspectief (periode 2023 ‒ 2029)

Periodieke rapportage

2030

Te starten

15

subthema Schadeafhandeling en versterking

    

Evaluatie versterkingsoperatie, afgebakend op taken NCG (onderdeel Staat van Groningen en Noord-Drenthe)

Ex post

2029

Te starten

15

Evaluatie Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG)

Ex post

2026

 

15

subthema Een veilig Groningen met perspectief

    

Evaluatie economische agenda (onderdeel Staat van Groningen en Noord-Drenthe)

Ex post

2029

Te starten

15

Evaluatie Subsidieregeling Woningverbetering & Verduurzaming (bestuurlijke afspraken)

Ex post

20271

Te starten

15

Overig

    

Staat van Groningen & Noord-Drenthe (jaarlijks)

Ex durante

jaarlijks

Gestart

15

1

De regeling is verlengd tot 2031. Evaluatie gebeurt conform wettelijke verplichting in 2027.

SEA-thema 'Een veilig Groningen met perspectief"

Het kabinet werkt aan het oplossen van de gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld en het inlossen van de ereschuld aan bewoners die te lang onevenredig hiervan de lasten hebben gedragen. Concreet gaat het om het herstellen van schades en om het versterken van gebouwen, en om een generatielange investeringen in verduurzaming, sociaal welzijn en economische ontwikkeling. Het doel van het beleid is dat inwoners een veilig, hersteld en verduurzaamd huis krijgen. Verder draagt het kabinet zorg voor het bevorderen van de brede welvaart in de gemeenten in de provincie Groningen, de gemeenten Aa en Hunze, Noordenveld en Tynaarlo zodat de brede welvaart uiterlijk in 2055 tenminste het landelijk gemiddelde bereikt.

Eerstvolgende periodieke rapportage

Binnen dit SEA thema wordt toegewerkt naar een periodieke rapportage in 2030. Dit syntheseonderzoek brengt inzichten bij elkaar uit de verrichte evaluaties en overige onderzoeken over de beleidsperiode 2023 tot en met 2029. De jaarlijkse Staat van Groningen & Noord-Drenthe vormt hiervoor de basis. Het doel is om uitspraken te kunnen doen over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ingezette beleidsinstrumenten in deze periode. Het plan van aanpak voor deze periodieke rapportage zal in 2029 aan de Kamer worden aangeboden. De evaluaties en monitors die voor de komende jaren zijn geprogrammeerd zijn hierboven in de tabel opgenomen, en worden ook jaarlijks opgenomen in de Staat van Groningen & Noord-Drenthe. Afgeronde evaluaties en monitors over deze beleidsperiode zijn terug te vinden in het jaarverslag 2025.

Inzichtsbehoefte

De Staat van Groningen en Noord-Drenthe (SvGND) bevat een jaarlijks, samenhangend beeld van, en onafhankelijk oordeel over, alle beschikbare informatie en onderzoeken over hoe het gaat met het herstel, de veiligheid en de (brede) welvaart in het gebied dat heeft geleden onder de gaswinning uit het Groningenveld. De SvGND wordt door een onafhankelijke partij samengesteld. De SvGND draagt bij aan de informatievoorziening van bewoners, bestuurders, volksvertegenwoordigers en andere betrokkenen, en maakt tijdige signalering van knelpunten en bijsturing van het beleid mogelijk. Binnen dit SEA-thema wordt waar nodig tijdig aangestuurd op het beschikbaar komen van onderzoek en evaluaties die bijdragen aan een compleet beeld van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid.

Met de Staat van Groningen en Noord-Drenthe verschijnt jaarlijks een brede monitor van de output, outcome en impact van alle onderdelen van het beleid ten aanzien van het herstellen van de gevolgen van de gaswinning uit het Groningenveld en de generatielange investeringen in verduurzaming, sociaal welzijn en economische ontwikkeling. De onderliggende beleidstheorie is beschreven in de editie van 2026, die ook als nulmeting fungeert voor de geselecteerde indicatoren op het gebied van brede welvaart (TK, 35561, 77).

In 2027 wordt met experts en betrokken partijen verkend wat er nodig is om, in aanvulling op de SvGND, te komen tot een periodieke rapportage van artikel 15 conform de RPE. De uitkomsten hiervan worden verwerkt in de komende SEA (begrotingsjaar 2028).

Nieuw opgenomen (deel)evaluaties/monitors

Subthema Schadeafhandeling en versterking

NCG

De diepteanalyses van NCG geven inzicht in het verwachte verloop van de resterende versterkingsopgave, de belangrijkste risico's en onzekerheden en de maatregelen die kunnen bijdragen aan het gewenste tempo en een zorgvuldige uitvoering.

Een belangrijk onderdeel van de evaluatie op het functioneren van NCG is het monitoren van de bewonerstevredenheid. Dat gebeurt door NCG zelf, en door derden zoals het Gronings Gasberaad. NCG zet hierbij stappen naar kort-cyclisch meten van bewonerstevredenheid. Daarnaast heeft het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) onafhankelijk onderzoek gedaan naar de kwaliteitsborging ivan de seismisch constructieve veiligheid in de versterkingsopgave (24 februari 2026). Op basis daarvan heeft NCG een verbeterplan in gang gezet.

Verder heeft het onafhankelijke Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG) haar onderzoek naar de kwaliteit van beoordelingsrapporten in juni 2026 afgerond. ACVG adviseert over betrouwbaarheid en vertrouwen in veiligheidsbeoordelingen. Het advies is opgesteld op verzoek van mijn ministerie naar aanleiding van aanhoudende zorgen van bewoners, belangenorganisaties, gemeenten en deskundigen over de kwaliteit van beoordelingsrapporten. Het kabinet zal opvolging geven aan de adviezen van het ACVG en heeft een doorlichting aangekondigd. Deze doorlichting richt zich op de inrichting en aansturing van de uitvoeringsorganisatie binnen het bredere stelsel van Rijk, regio en ketenpartners. In deze doorlichting zal het continue aandachtspunt zijn in hoeverre de bewoner geholpen wordt.

IMG

IMG monitort het vertrouwen van bewoners in de schadeafhandeling via een eigen monitor, de Bouwen aan Herstel Monitor. Er wordt halfjaarlijks gerapporteerd. Verder meet IMG de tevredenheid van aanvragers over specifieke aspecten van de dienstverlening, bijvoorbeeld het bewonerscontact door bewonersbegeleiders. Op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen wordt elke vijf jaar verslag gedaan aan de kamers der Staten-Generaal over de doelmatigheid en doeltreffendheid van het functioneren van IMG. Eind 2026 verschijnt het eerstvolgende rapport. Tot slot wordt jaarlijks in de Staat van Groningen & Noord-Drenthe een analyse gegeven van alle beschikbare data en onderzoeken uit het voorgaande kalenderjaar. Hierbij wordt het IMG onder andere beoordeeld op de mate waarin de schadeafhandeling mild, makkelijk en menselijk verloopt.

Subthema Een perspectief voor de regio

Nationaal Programma Groningen

De tussenevaluatie (2026) van het Nationaal Programma Groningen (NPG) laat zien dat het programma heeft bijgedragen aan regionale samenwerking, de realisatie van projecten en het aantrekken van aanvullende investeringen. Tegelijkertijd blijft de structurele impact op programmaniveau achter bij de oorspronkelijke ambities; ondanks positieve ontwikkelingen in brede welvaart is nog geen duidelijke inhaalslag zichtbaar ten opzichte van vergelijkbare regio’s. De evaluatie adviseert meer sturing op samenhang, investeringsstrategie, uitvoeringskracht en lerend vermogen. Het kabinet en de regionale partners nemen deze aanbevelingen mee in de verdere uitvoering van het NPG en in de inrichting van de Economische en Sociale Agenda van Nij Begun. Het doel van de Economische en Sociale Agenda is om structureel bij te dragen aan brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe door langdurige samenwerking en investeringen.

Economische Agenda

Het eerste Meerjarig Uitvoeringsplan (MUP) van de Economische Agenda loopt van 2026-2028. Gekozen is voor financiering aan de hand van een decentralisatie uitkering (DU). Parallel aan de looptijd van het MUP wordt zowel de financierings- als de uitvoeringssystematiek geëvalueerd. In de uitvoeringsstructuur werken Rijk, provincies en gemeenten samen in een Gemeenschappelijke Regeling (waarbij de oprichting van een Stichting nog wordt verkend) en deze interbestuurlijke samenwerking zal onderwerp zijn van evaluatie.

Sociale Agenda

De Sociale Agenda is vastgesteld in januari 2025 en bestaat uit 16 concrete maatregelen die een bijdrage leveren aan het leven van inwoners op het gebied van het verbeteren van leefbaarheid, kansen voor kinderen en (mentale) gezondheid en het verminderen van armoede. De uitvoering van de agenda startte in september 2025. Parallel aan de uitvoering van de 16 maatregelen zal ook de monitoring in gang worden gezet.

Bijlage 5: Overzicht Rijksuitgaven Wind in de Zeilen

In 2020 is tussen de Zeeuwse partijen en het kabinet het pakket Wind in de Zeilen ofwel het bestuursakkoord Compensatiepakket marinierskazerne tot stand gekomen (Kamerstukken II 2019/20, 33358, nr. 28). Dit pakket heeft een omvang van circa € 651,9 mln. voor de periode van 2020 tot en met 2030. In het bestuursakkoord is in artikel 2.10 afgesproken dat de rijksbijdrage aan de afgesproken maatregelen inzichtelijk wordt gemaakt in een overzicht bij de begroting van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII). Met het opnemen van de bedragen in de begroting zijn deze geoormerkt voor dit doel.

Dit overzicht is opgesteld op basis van de verstrekte informatie van de betreffende departementen.

Tabel 71 Overzicht rijksuitgaven Wind in de Zeilen (bedragen x € 1.000)

Overzicht Rijksuitgaven pakket «Wind in de Zeilen»

       
       

bedragen x € 1.000

  

Omschrijving

Begroting

Artikel

Instrument

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal

   

15.873

16.481

19.942

20.818

16.387

69.074

69.678

           

1. Law Delta

 

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

57.870

57.870

Extra beveiligde inrichting (EBI)

JenV (VI)

34. Straffen en Beschermen

Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

0

0

52.000

52.000

Hoogbeveiligde Zittingslocatie (HBZ)

JenV (VI)

32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

3.760

3.760

Beveiligde overnachtingslocatie

JenV (VI)

32. Rechtspleging en rechtsbijstand

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

0

110

110

Strategisch Kenniscentrum

JenV (VI)

33. Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Bijdrage aan medeoverheden

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

           

2. Bereikbaarheid

 

0

0

2.522

5.000

2.000

0

0

Aanpassing dienstregeling NS

IenW (MF)

11. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Reserveringen (Pakket Zeeland)

0

0

0

0

0

0

0

Verbetering bereikbaarheid

IenW (MF)

11. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Reserveringen (Pakket Zeeland)

0

0

2.522

5.000

2.000

0

0

Rail Gent - Terneuzen

IenW (MF)

11. Verkenningen, reserveringen en investeringsruimte

Reserveringen (Pakket Zeeland)

0

0

0

0

0

0

0

           

3. Delta Kenniscentrum

 

8.198

10.581

11.520

9.293

8.487

7.304

7.908

Delta Kenniscentrum

OCW (VIII)/LVVN (XIV)

16. Onderzoek en Wetenschapsbeleid

Subsidies (regelingen)

8.198

10.581

11.520

9.293

8.487

7.304

7.908

           

4. Eerstelijnszorg

 

4.425

3.900

3.900

4.525

3.900

3.900

3.900

Huisartsen / Physical Assistant

VWS (XVI)

4. Zorgbreed beleid

Subsidies (regelingen)

3.800

3.900

3.900

3.900

3.900

3.900

3.900

Gezondheidscentrum Vlissingen/Walcheren

VWS (XVI)

3. Langdurige zorg en ondersteuning

Subsidies (regelingen)

625

0

0

625

0

0

0

           

11. Ontvlechten Evides en PZEM

 

1.250

0

0

0

0

0

0

Evides

BZK (VII)

1. Openbaar bestuur en democratie

Bijdrage aan medeoverheden

1.250

0

0

0

0

0

0

Toelichting

1. Law Delta (JenV)

Justitieel complex Vlissingen

Extra beveiligde inrichting (EBI)

De huidige behoefte aan capaciteit voor bijzondere regimes binnen de penitentiaire inrichtingen is nog niet bereikt maar loopt wel tegen het maximum aan. De extra beveiligde inrichting (EBI) in Vught raakt voller en spreiding van deze categorie gedetineerden over meerdere inrichtingen is op dit beveiligingsniveau niet mogelijk. Met een tweede EBI ontstaat ruimte om gedetineerden die voor dit regime in aanmerking komen te kunnen scheiden van elkaar. Deze spreiding is nodig om voortgezet crimineel handelen in detentie (vchd) en ondermijnende criminaliteit te kunnen voorkomen en bestrijden. De penitentiaire inrichting Vlissingen zal niet alleen een EBI huisvesten. Dit heeft te maken met doelmatigheidsredenen zoals een efficiënteinzet van personeel en voorzieningen en vanwege de mogelijkheid om te kunnen op- en afschalen tussen de verschillende regimes. Daarnaast is er behoefte aan cellen die qua beveiligingsniveau tussen een EBI en een reguliere cel liggen. Daarom komen er naast een EBI ook 192 andere plaatsen, mogelijk in de vorm van vier multi-inzetbare gevangenisunits met 48 plaatsen. De ingebruikname van het JCV staat thans gepland voor medio 2030 (zie ook Kamerbrief d.d 9 november 2023). De financiële reeks in bovenstaand overzicht is op nul gesteld voor de jaren tot en met 2029, omdat de oplevering in 2030 plaatsvindt.

Hoogbeveiligde Zittingslocatie (HBZ)

Om in de toekomst nieuwe strafzaken te kunnen faciliteren waarbij zware veiligheidsmaatregelen nodig zijn, is meer extra beveiligde zittings­ capaciteit noodzakelijk. De nieuwe hoogbeveiligde zittingslocatie is een landelijke voorziening die zich primair richt op parketten en rechtbanken ten zuiden van de grote rivieren. Door het combineren van een gevangenis en een zittingslocatie in een hoogbeveiligde omgeving ontstaat een voor Nederland nieuw concept. Hierdoor kan een deel van deze zware vlucht­ gevaarlijke criminelen in één veilige omgeving worden gedetineerd en berecht. De financiële reeks in bovenstaand overzicht is op nul gesteld voor de jaren tot en met 2029, omdat de oplevering in 2030 plaatsvindt.

Beveiligde overnachtingslocatie

Advocaten, rechters en officieren van justitie moeten hun werk veilig kunnen doen. Bij zaken die worden behandeld in de hoogbeveiligde zittings­ locatie zal het ook vaker voorkomen dat rechters, officieren van justitie en advocaten worden beveiligd. Daarom komt op het Justitieel Complex Vlissingen ook een beveiligde voorziening waarin zij tijdens (meerdaagse) zittingen kunnen werken en overnachten. Dit scheelt reistijd en vermindert het risico tijdens vervoersbewegingen. De financiële reeks in bovenstaand overzicht is op nul gesteld voor de jaren tot en met 2029 omdat de oplevering in 2030 plaatsvindt.

Overig Lawdelta

Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit (SKC-OC)

Het Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit heeft als doel het verkrijgen van een integraal, gezaghebbend strategisch beeld, dat inzicht geeft in de aard, omvang, trends en ontwikkelingen in fenomenen van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Voor het opstellen van dit strategisch beeld wordt geabstraheerde informatie gebruikt van opsporings-, handhavings- en toezichtdiensten en uit lokale, regionale, nationale en internationale informatiebronnen. Volledigheidshalve kan gemeld worden dat de in dit overzicht opgenomen structurele bedrag van € 2 mln. slechts een deel betreft van de totale begroting voor het SKC.

2. Bereikbaar (IenW)

Het totale budget binnen Fiche F1 Verbeteren Bereikbaarheid betreft € 62,2 mln. inclusief btw. Het grootste deel van dit budget wordt na 2031 ingezet en is dus niet opgenomen in de begroting voor HXII (zie onderstaande tabel).

Aanpassing dienstregeling NS

Om NS te compenseren voor het aanbieden van de extra en versnelde (3e) trein, is € 4,5 mln. jaarlijks structureel vrijgemaakt vanuit het maatregelenpakket. Deze reeks is toegevoegd aan de subsidie die NS ontvangt voor de uitvoering van de hoofdrailnetconcessie. Daarom is voor de concessieperiode 2025-2033 € 40,5 mln. overgeboekt vanuit programma Wind in de Zeilen naar de beleidsbegroting HXII, waar deze uitgaven verantwoord zullen worden.

Door het verschuiven van de directe HSL-verbinding naar stap 3 (4e trein) valt er € 6 mln. vrij. Hieruit is € 0,4 mln. beschikbaar gesteld voor de exploitatie van de doorgekoppelde sprinter vanuit Vlissingen over de IJssellijn richting Zwolle van eind 2025 tot minimaal eind 2028. De overige € 5,6 mln. blijft beschikbaar voor besluitvorming mobiliteitsontwikkeling op de middellange termijn. De regio zal samen met IenW en BZK tot een voorstel komen in lijn met de doelstelling van het fiche F1.

Verbetering bereikbaarheid

  • 1. Infrastructurele maatregelen om aanpassingen dienstregeling NS mogelijk te maken (Fiche F1 stap 1):Incidenteel is € 45 mln. inclusief btw beschikbaar voor de benodigde infrastructurele maatregelen. Voor het eerste gedeelte van stap 1 verwacht ProRail nu € 9,6 mln. inclusief btw nodig te hebben. Met dit geld worden maatregelen aan de veertien kleinere overwegen op de Zeeuwse lijn en studiekosten voor de saneringen van de twee overwegen bij Goes en Roosendaal betaald. De beschikking voor de verkenningsfase te Goes betreft € 3,4,- mln. inclusief btw en wordt naar verwachting in 2026 aan ProRail beschikt. De aanvullende beschikking aan ProRail voor projectonderdeel 1 (verbetering van veertien overwegen) à € 0,8 mln. inclusief btw is inmiddels verleend.

  • 2. Onderzoek stap 3 (4e trein over Zeeuwse Lijn):Dit onderzoek wordt in twee delen uitgevoerd. Voor deel 1 heeft ProRail begin 2026 een beschikking van € 0,1 mln. inclusief btw ontvangen. Na uitvoering van deel 1 van het onderzoek is gebleken dat voldoende informatie beschikbaar is gekomen met deel 1 om bestuurlijke afspraken op het BO MIRT van eind 2026 te maken. Daarom zal naar verwachting geen budget ingezet worden voor een deel 2 van het onderzoek.

Rail Gent-Terneuzen

De zuidoostboog bij de Sluiskilbrug is één van de te verkennen infrastructurele maatregelen binnen het project Rail Gent-Terneuzen. Hiervoor zijn middelen binnen Wind in de Zeilen beschikbaar gesteld. De geraamde bedragen voor Wind in de Zeilen maken onderdeel uit van de totaal geraamde studiekosten, waarvoor ook vanuit het Nationaal Groeifonds en Europa middelen beschikbaar zijn gesteld. Deze bijdragen staan in het Mobiliteitsfonds en de kosten voor de MIRT-verkenning (en uiteindelijk realisatie) moeten uit de gezamenlijke totaalbijdrage worden gefinancierd. In totaal is er € 113,- mln. beschikbaar. Het bedrag van € 14,1 mln. dat op het programma Wind in de Zeilen stond, is overgeboekt naar de MIRT verkenning Rail Gent Terneuzen, zodat alles op één budgetplaats komt te staan.

3. Delta Kenniscentrum (OCW)

Delta Kenniscentrum

Het Delta Kenniscentrum (DCC) is een uniek samenwerkingsverband tussen vele disciplines in de hele onderwijswaaier (mbo, hbo, wo), met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, overheden en inwoners. Na de opstartperiode startend in 2023, draait het centrum. Het DCC zal een instellingssubsidie aanvragen voor de combinatie van onderzoek en onderwijs tot € 11,5 mln. in 2027.

4. Eerstelijnszorg (VWS)

Huisartsen / Physical Assistant

In Zeeland is sprake van een toenemend tekort aan huisartsen. Uit ervaring blijkt dat artsen na de opleiding vaak blijven wonen in de regio waar de opleiding is genoten. Door huisartsen in opleiding (HAIO’s) de hele opleiding te laten doorlopen in Zeeland wordt beoogd dat deze huisartsen in Zeeland werkzaam zullen blijven, om zo de tekorten te verminderen. Er is een pilot gestart in 2020 door de huisartsenopleiding van het Erasmus MC, waarbij vier HAIO’s per september 2020 zijn gestart om de hele opleiding in Zeeland te doorlopen. Deze maatregel houdt in dat deze pilot structureel wordt gemaakt, waarbij in 2021 tweemaal vier HAIO’s volgens dit concept aan Zeeland zijn toegewezen. Vanaf 2022 is het aantal plekken verhoogd naar tweemaal zes instroomplekken per jaar. Ook in 2027 zullen er dus tweemaal zes instroomplekken beschikbaar zijn.

Gezondheidscentrum Vlissingen/Walcheren

De investering in een gezondheidscentrum in Vlissingen met potentieel nog een satelliet gezondheidscentrum elders op Walcheren heeft als doel om de juiste zorg op de juiste plek te leveren, waarvan zoveel mogelijk zorg in de eerste lijn, door eerstelijns professionals. Door een vertraging in de uitvoering van het lopende project, waarvoor een verleningsverzoek bij VWS is neergelegd met gelijkblijvende kosten, is € 0,6 mln. van het budget uit 2024 doorgeschoven naar 2027. De regeling loopt t/m 2027 en daarom wordt dit bedrag in zijn geheel in 2027 uitgekeerd.

 

Licence