Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: UITGAVEN
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2020 (excl. IS)

39.696,60

40.137,40

40.419,00

40.756,30

41.336,00

 

Mee- en tegenvallers

      

Rijksbegroting

      

Diversen

‒ 0,3

‒ 0,3

‒ 0,3

‒ 0,3

‒ 0,3

 

Sociale zekerheid

      

Akw

2,9

8,6

14,5

19,9

25,2

 

Bbz

‒ 3,5

‒ 18,9

‒ 5,6

‒ 6,4

‒ 6,4

 

Ioaw

‒ 19,2

‒ 16,2

4,5

12,8

4,9

 

Iow

10

1,4

13

37,3

54,8

 

Kot

44,6

‒ 13

‒ 5,1

1,8

12,6

 

Toeslagenwet

18,2

46,5

54,4

45

36,1

 

Wkb

‒ 196,3

‒ 90,4

‒ 104,3

‒ 146,5

‒ 176,2

 

Wtl

‒ 82,1

‒ 53,3

‒ 75,4

‒ 75,4

‒ 75,4

 

Diversen

‒ 12,6

‒ 14,6

‒ 18,6

‒ 8

3,4

 
 

‒ 238,3

‒ 150,2

‒ 122,9

‒ 119,8

‒ 121,3

 

Beleidsmatige mutaties

      

Rijksbegroting

      

Kasschuif slimbudget

‒ 47

0

0

0

0

 

Voi

16

40,7

85,7

97,6

102,2

 

Diversen

6,7

5,8

6,5

2,4

7,6

 

Sociale zekerheid

      

Amendement 16/17-jarigen akw

32,4

32,2

31,3

30,6

30,3

 

Doorwerking wkb amendement 16/17-jarigen akw

25

25

25

25

25

 

Herijking budgetneutrale schuif

‒ 12,8

‒ 17,1

‒ 13,6

‒ 13,9

‒ 14

 

Intensivering uitvoering

0

0

‒ 98,4

‒ 98,4

‒ 98,6

 

Intensivering uitvoering svb

0

0

27

27

27,2

 

Kasschuif breed offensief

‒ 23,7

21,2

2,2

0,3

0

 

Kot verdelen nominaal

66

66,7

66,7

66,6

66,8

 

Participatiewet: opboeken no-riskpolis

0

0

25,5

27,5

29,6

 

Participatiewet verdelen nominaal

118,6

120,9

124,2

127,5

131,4

 

Taakstellende onderuitputting

‒ 19

‒ 25,5

‒ 25,5

‒ 25,5

‒ 25,5

 

Uitvoeringskosten uwv (corona)

‒ 105

0

0

0

0

 

Verruiming koppeling gewerkte uren in kot

0

0

20

20

20

 

Verruiming koppeling gewerkte uren in kot dekkingsmaatregel

0

0

‒ 20

‒ 20

‒ 20

 

Voi

‒ 63,2

‒ 37,3

‒ 31,9

‒ 49

‒ 66,8

 

Vrijval ww-eu-verordening

0

‒ 16

0

0

0

 

Wajong verdelen nominaal

82,8

84

84,2

84,6

85,2

 

Wkb verdelen nominaal

60

53,2

53

52,6

52,8

 

Wkb-herstelactie

133,2

0

0

0

0

 

Diversen

1,6

63,5

38,1

13,6

36,4

 
 

271,6

417,3

400

368,5

389,6

 

Technische mutaties

      

Rijksbegroting

      

Dienstverlening bijstandsgerechtigde (3e noodpakket)

40

90

0

0

0

 

Diverse maatregelen scholing en ontwikkeling (3e noodpakket)

0

113,5

18

0

0

 

Gemeentelijk schuldenbeleid (3e noodpakket)

15

30

0

0

0

 

Impuls nieuwe instroom bijstand (3e noodpakket)

0

50

0

0

0

 

Jeugdwerkloosheid (3e noodpakket)

8,5

51

0

0

0

 

Naar gemeentefonds: du perspectief op werk 2020 2e tranche

‒ 35

0

0

0

0

 

Nl leert door

30

20

0

0

0

 

Praktijkleren mbo (3e noodpakket)

0

63

0

0

0

 

Tijdelijke subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden

0

250

250

250

250

 

Van ocw: structurele kosten stap regeling

0

0

202,5

202,1

202,6

 

Diversen

85,4

113,8

31,6

8,1

8,1

 

Sociale zekerheid

      

Compensatie eigen bijdrage kinderopvang (corona)

333

0

0

0

0

 

Intensivering uitvoering

0

0

98,4

98,4

98,6

 

Naar gemeentefonds: uitvoeringskosten voi

‒ 34,4

‒ 26,9

‒ 59,9

‒ 65,9

‒ 65,9

 

Now 1 (corona)

8.351,40

779

97,4

0

0

 

Now 2 (corona)

4.568,30

935

110

0

0

 

Now 3 (corona)

2.196,50

3.094,40

0

0

0

 

Ouderschapsverlof en kot

0

0

‒ 15

‒ 35

‒ 35

 

Participatiewet

139,6

443,5

664,1

433,7

203

 

Regionale mobiliteitsteams en extra crisisdienstverl. regionaal niveau

11

109

0

0

0

 

Tozo 1 (corona)

2.150,00

0

0

0

0

 

Tozo 2 (corona)

729

0

0

0

0

 

Tozo 3 (corona)

228,7

338,7

0

0

0

 

Uitvoeringskosten now 1 en 2: afboeken restant

‒ 260

0

0

0

0

 

Uitvoeringskosten now 3 (3e noodpakket)

0

100

0

0

0

 

Uitvoeringskosten uwv now meerjarig verdelen

‒ 130

100

30

0

0

 

Wkb verhoging 3e kindbedrag

0

150

150

150

150

 

Diversen

‒ 36,6

80,6

25,3

31,6

36

 

Niet relevant voor het uitgavenplafond

      

Rijksbijdrage kosten heffingskortingen aow

‒ 11,8

186,4

217,5

243,5

287,5

 

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderdomsfonds

3.263,80

4.996,50

5.412,70

5.536,80

5.604,40

 

Tozo 1 (corona)

350

0

0

0

0

 

Tozo 2 (corona)

71

0

0

0

0

 

Diversen

27,1

21,2

0,6

3,8

7,4

 
 

22.090,50

12.088,70

7.233,20

6.857,10

6.746,70

 

Extrapolatie

49.114,70

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

22.123,60

12.356,10

7.510,20

7.106,00

7.014,90

 
       

Stand Miljoenennota 2021 (subtotaal)

61.820,20

52.493,40

47.929,30

47.862,20

48.350,90

49.114,70

Totaal Internationale samenwerking

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Stand Miljoenennota 2021

61.820,80

52.494,00

47.929,80

47.862,80

48.351,40

49.115,30

XV SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID: NIET-BELASTINGONTVANGSTEN
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Stand Miljoenennota 2020 (excl. IS)

1.923,40

1.947,00

1.985,50

1.999,90

1.978,20

 

Mee- en tegenvallers

      

Sociale zekerheid

      

Kot

‒ 59,8

‒ 66

‒ 69,9

‒ 73,3

‒ 74,6

 

Wkb

‒ 28,8

‒ 42,3

‒ 61,8

‒ 69,9

‒ 47,5

 

Diversen

‒ 18,1

‒ 9,2

‒ 2,6

1,6

0,6

 
 

‒ 106,7

‒ 117,5

‒ 134,3

‒ 141,6

‒ 121,5

 

Beleidsmatige mutaties

      

Rijksbegroting

      

Diversen

0

0

0

0

0

 

Sociale zekerheid

      

Afrekening uwv 2019

22,3

0

0

0

0

 

Kot pauzering dwanginvorderingen

‒ 16,8

9,6

7,2

0

0

 

Diversen

6,6

‒ 6,3

‒ 8

‒ 5

‒ 5

 
 

12,1

3,3

‒ 0,8

‒ 5

‒ 5

 

Technische mutaties

      

Rijksbegroting

      

Diversen

6,1

‒ 7,8

‒ 7,8

‒ 7,8

‒ 7,8

 

Sociale zekerheid

      

Diversen

‒ 5

‒ 4

0

6,4

12,8

 

Niet relevant voor het uitgavenplafond

      

Ramingsbijstelling werkgeversbijdrage kot

0,4

16,1

22,8

38,5

52,6

 

Tozo 1 terugbetaling kapitaal (corona)

0

0

0

80

125

 

Tozo 2 terugbetaling kapitaal (corona)

0

0

0

20,5

33,5

 

Diversen

0,1

0

0

‒ 5,4

‒ 8,4

 
 

1,6

4,3

15

132,2

207,7

 

Extrapolatie

2.075,80

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2020

‒ 93,1

‒ 109,9

‒ 120,2

‒ 14,3

81,2

 
       

Stand Miljoenennota 2021 (subtotaal)

1.830,30

1.837,10

1.865,30

1.985,60

2.059,40

2.075,80

Totaal Internationale samenwerking

      

Stand Miljoenennota 2021

1.830,30

1.837,10

1.865,30

1.985,60

2.059,40

2.075,80

Totaal Internationale samenwerking

      

Stand Miljoenennota 2021

1.830,3

1.837,1

1.865,3

1.985,6

2.059,4

2.075,8

Uitgaven

Mee- en tegenvallers

Rijksbegroting

Diversen

Dit betreft een beperkte meevaller op maatschappelijke begeleiding en een kleine tegenvaller op de uitvoeringskosten van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) binnen SZW.

Sociale zekerheid

Algemene kinderbijslagwet (AKW)

De uitkeringslasten AKW zijn opwaarts bijgesteld. Dit is voornamelijk het gevolg van de opwaarts aangepaste prognose van de SVB voor het aantal kinderen. Dit komt met name door een groter aantal immigranten. Daarnaast is ook het aantal kinderen met recht op dubbele AKW en AKW-plus toegenomen.

Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz)

De financiering van Bbz-kapitaalverstrekkingen is met ingang van 2020 aangepast. Vorig jaar zijn deze wijzigingen in de begroting verwerkt, dit jaar heeft hierop een correctie plaatsgevonden. De uitbetalingen vinden één jaar later plaats dan waar eerder rekening mee is gehouden, waardoor het bedrag in 2021 is aangepast. De verwerking van realisatiecijfers uit 2019 heeft geleid tot een neerwaartse bijstelling van de uitgaven over de hele begrotingshorizon.

Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)

De IOAW is in 2020 met 19 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dat is het saldo van een neerwaartse bijstelling vanwege de verwerking van realisaties 2019 en de opwaartse bijstelling als gevolg van de verwachte doorstroom vanuit de Werkloosheidswet (WW) naar de IOAW.

Wet inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW)

Er is een tegenvaller op de IOW-uitgaven vanaf 2022 als gevolg van de coronacrisis. Het CPB verwacht dat we in korte tijd van een hoogtepunt van de conjunctuur naar een dieptepunt gaan. De verwachting is dat het aantal ouderen met een WW-uitkering gaat toenemen. Een deel van deze groep stroomt na twee jaar WW de IOW in.

Kinderopvangtoeslag (KOT)

Er is een tegenvaller op de uitgaven van de KOT in 2020. Dit is het gevolg van meerdere effecten. Het gebruik van kinderopvang is in 2019 en de eerste maanden van 2020 sterker gestegen dan in de begroting 2020 werd verwacht. Hoewel het gebruik recent licht is afgenomen vanwege de coronacrisis, komt het gebruik van kinderopvang in 2020 per saldo hoger uit dan geraamd. Tegenover hogere uitgaven als gevolg van gebruik staan in 2020 lagere kasuitgaven doordat de voorschotbetalingen naar verwachting beter aansluiten bij de definitief vastgestelde hoogte van de KOT. Ook zijn er hierdoor minder nabetalingen. Bovenstaande effecten leiden per saldo tot een tegenvaller. Voor 2021-2024 zijn de uitgaven van de KOT in lijn met de raming. Enerzijds komt het gebruik van kinderopvang hoger uit dan geraamd aangezien het hogere gebruik uit 2019 en begin 2020 structureel doorwerkt; vanwege de coronacrisis is de bijstelling wel kleiner dan in 2020. Anderzijds zorgt de verslechterende economische situatie voor lagere uitgaven. Per saldo resulteert in 2021 en 2022 een meevaller, die in 2023 en 2024 omslaat naar een tegenvaller. De eerdergenoemde kaseffecten waaronder minder nabetalingen hebben een neerwaartse invloed op de uitgaven. Beide effecten vallen ongeveer tegen elkaar weg. Zie ook: ontvangsten - KOT.

Toeslagenwet (TW)

Er is een tegenvaller op de uitgaven voor de Toeslagenwet (TW) als gevolg van de coronacrisis. Dit komt voor het grootste deel door een stijging van het aantal aanvullingen op WW-uitkeringen. Het CPB verwacht dat we in korte tijd van een hoogtepunt van de conjunctuur naar een dieptepunt gaan. De verwachting is dat het aantal mensen met een WW-uitkering gaat toenemen. Een deel van deze groep heeft recht op een aanvulling vanuit de Toeslagenwet.

Wet Kindgebonden Budget (WKB)

De uitkeringslasten voor de WKB zijn neerwaarts bijgesteld. De uitgaven in 2019 laten een relatief grote meevaller zien die doorwerkt naar latere jaren. Daar staat tegenover dat de coronacrisis in 2020 leidt tot een slechtere inkomenspositie van huishoudens en daarmee tot meer uitgaven aan de WKB. Deze impact is naar verwachting pas zichtbaar in de WKB-uitgaven in 2021; de meevaller is in dat jaar minder groot. In de jaren daarna herstelt de economie gestaag en wordt de WKB-meevaller weer groter.

Wet tegemoetkoming loondomein (Wtl)

De realisatiecijfers van de Wtl over 2019 (uitbetaling in 2020) laten een meevaller zien op de loonkostenvoordelen (LKV), een tegenvaller op het lage-inkomensvoordeel (LIV) en een meevaller op het jeugd-LIV. Op basis van deze realisaties zijn de verwachte uitgaven aan de LKV meerjarig neerwaarts bijgesteld.

Diversen

Deze post bevat diverse kleinere mee- en tegenvallers onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder tegenvallers op de aanvullende inkomensondersteuning ouderen (AIO) vanaf 2022 door verwerken van de uitvoeringsinformatie van de SVB en meevallers door verwerken van de uitvoeringsinformatie van het UWV op de Wajong. Daarnaast bevat het ook de nabetaling aan het UWV over begrotingsgefinancierde regelingen UWV over 2019 (circa 14 miljoen).

Beleidsmatige mutaties

Rijksbegroting

Kasschuif slimbudget

Om beter bij het verwachte kasritme van de subsidieregeling Stimuleringsregeling Leren en ontwikkelen In MKB-ondernemingen aan te sluiten, is een kasschuif gedaan van 2020 naar de jaren 2021 tot en met 2025.

Veranderopgave Inburgering (VOI)

Er is sprake van een budgettair neutrale herschikking van de middelen binnen artikel 13 voor het nieuwe inburgeringsstelsel dat op 1 juli 2021 in werking treedt. Daarnaast zijn binnen de SZW-begroting aanvullende middelen vrijgemaakt om tegemoet te komen aan hogere uitvoeringskosten bij gemeenten.

Diversen

Betreft diverse beleidsmatige mutaties, waaronder meerdere eindejaarsmargeclaims (in totaal 20 miljoen), eenmalige kosten die gepaard gaan met de verhuizing van het forensisch deel van de ICT-omgeving van de Inspectie SZW naar de Belastingdienst en de verwerking van meerdere amendementen in de begroting van SZW. Daarnaast bevat het diverse kleine kasschuiven op onder andere subsidies en campagnes.

Sociale zekerheid

Amendement 16/17-jarigen kinderbijslag (AKW)

De uitzonderingspositie bij de AKW voor ouders met kinderen die in het hoger onderwijs studeren en recht op studiefinanciering hebben, is opgeheven. De uitzondering betrof verlies van het recht wanneer het kind ging studeren aan het hoger onderwijs. Ook voor ouders met kinderen van 16 en 17 jaar die een salaris of stagevergoeding boven de bijverdiengrens ontvangen vervalt de uitzonderingspositie in de AKW. Vanaf 1 januari 2020 hebben de inkomsten van 16- en 17-jarigen geen invloed meer op de kinderbijslag. Hierdoor hebben meer ouders recht op AKW, wat leidt tot een meerjarige opwaartse bijstelling.

Doorwerking kindgebonden budget (WKB) amendement 16/17-jarigen kinderbijslag (AKW)

Het recht op AKW is een voorwaarde voor het recht op kindgebonden budget (WKB). Door het afschaffen van de uitzonderingen voor 16- en 17- jarigen in de AKW hebben hierdoor ook meer ouders recht op WKB. Dit leidt tot een meerjarige opwaartse bijstelling van de WKB met € 25,0 miljoen.

Herijking budgetneutrale schuif

Elk jaar wordt het bekostigingsmodel van het UWV (het Lightmodel) herijkt. Deze herijking leidt tot een budgetneutrale schuif tussen premie- en begrotingsgefinancieerde uitvoeringskosten.

Intensivering uitvoering

Mede naar aanleiding van het traject Werk aan uitvoering stelt het kabinet structureel 100 miljoen beschikbaar voor knelpunten in de uitvoering bij UWV, SVB en BKWI. Deze knelpunten hebben te maken met het onderhoud en modernisering van ICT, het verbeteren en maatwerk bieden in de dienstverlening en voor artsen- en handhavingscapaciteit. Deze mutatie betreft de afboeking van de initiële reservering voor UWV, SVB en BKWI (zie: technische mutaties Sociale Zekerheid), waarna de reservering verdeeld is over de verschillende artikelen.

Intensivering uitvoering Sociale Verzekeringsbank (SVB)

Deze middelen betreffen het deel van de eerdergenoemde 100 miljoen (zie Intensivering Uitvoering). Dit deel wordt ingezet voor onderhoud en modernisering van ICT van de SVB en daarnaast voor het op peil houden van dienstverlening en extra inspanningen waar sprake is van multi-problematiek en schuldenaanpak bij de SVB.

Kasschuif breed offensief

Het wetsvoorstel Breed Offensief is met een half jaar vertraagd en zal daarmee per 1-7-2021 in werking treden. Hierdoor schuift ook de implementatie van de maatregelen door. Middels deze kasschuif wordt het resterende budget dat hiervoor in 2020 gereserveerd stond, doorgeschoven naar 2021. Aanvullend zijn de maatregelen «uniformering loonwaardebepaling» en «instrumentengidsen» verder uitgewerkt. Een deel van deze middelen is benodigd in 2022. Met deze kasschuif worden de middelen in het juiste kasritme geplaatst.

Kinderopvangtoeslag (KOT) verdelen nominaal

Dit betreft de mutaties als gevolg van de toegekende loon- en prijsindexatie. Hiermee wordt de KOT op het prijspeil van 2020 gebracht.

Participatiewet: opboeken no-riskpolis

In het kader van Breed Offensief worden administratieve knelpunten rondom de no-risk polis weggenomen. Gemeenten hoeven de loonkostensubsidie aan de werkgever niet meer stop te zetten bij ziekte en daarom hoeft het UWV de bedragen aan loonkostensubsidie bij ziekte niet langer te vergoeden. Het inkomensdeel Participatiewet wordt daarom budgettair neutraal verschoven van de Ziektewet (hoofdstuk 40) naar het macrobudget bijstand (hoofdstuk 15) in de SZW-begroting.

Participatiewet verdelen nominaal

Dit betreft de mutaties als gevolg van de toegekende loon- en prijsindexatie. Hiermee wordt de Participatiewet op het prijspeil van 2020 gebracht.

Taakstellende onderuitputting

Als gevolg van de coronacrisis en de daardoor oplopende werkloosheid laat de SZW-begroting cumulatief een tegenvaller zien na het verwerken van zowel uitvoeringsinformatie van UWV en Belastingdienst als de ramingen van het CPB. Om de tegenvaller te verkleinen is onder andere een taakstelling geboekt op de SZW-begroting.

Uitvoeringskosten UWV (als gevolg van corona)

De explosieve stijging van de WW heeft geleid tot veel extra werkzaamheden bij het UWV waar UWV volgens de reguliere systematiek geen compensatie ontvangt. Om UWV tegemoet te komen in de gemaakte kosten in 2020 voor extra werkzaamheden en frictiekosten als gevolg van corona wordt budget beschikbaar gesteld. Dit wordt aan de premiezijde beschikbaar gesteld.

Verruiming koppeling gewerkte uren in kinderopvangtoeslag (KOT)

Per 2022 wordt de koppeling gewerkte uren voor de buitenschoolse opvang in de Kinderopvangtoeslag verruimd. Dit wordt gedekt met een maatregel binnen de Kinderopvangtoeslag

Verruiming koppeling gewerkte uren in kinderopvangtoeslag (KOT) dekkingsmaatregel

Per 2022 wordt de koppeling gewerkte uren voor de buitenschoolse opvang in de Kinderopvangtoeslag verruimd.

Veranderopgave Inburgering (VOI)

Er is sprake van een budgettair neutrale herschikking van de middelen binnen artikel 13 voor het nieuwe inburgeringsstelsel dat op 1 juli 2021 in werking treedt, waarbij een deel van het budget schuift van plafond Sociale zekerheid naar plafond Rijksbegroting.

Vrijval ww-eu-verordening

In afwachting van de WW-EU-verordening is er geld gereserveerd om extra WW-uitkeringslasten die hier mogelijk uit voortvloeien op te kunnen vangen. Gezien de voortgang van de maatregelen is dit geld in 2021 niet nodig.

Wajong verdelen nominaal

Dit betreft de mutaties als gevolg van de toegekende loon- en prijsindexatie. Hiermee wordt de Wajong op het prijspeil van 2020 gebracht.

Wet Kindgebondenbudget (WKB) verdelen nominaal

Dit betreft de mutaties als gevolg van de toegekende loon- en prijsindexatie. Hiermee wordt de WKB op het prijspeil van 2020 gebracht.

Wkb-herstelactie

In 2019 en 2020 vindt de WKB-herstelactie plaats. De verdeling van de uitgaven over de jaren verloopt iets anders dan oorspronkelijk geraamd. Dit leidt tot een verschuiving van € 55,2 miljoen van 2019 naar 2020. Daarnaast is tijdens de uitvoering een extra groep naar boven gekomen die in aanmerking komt voor herstel. De meerkosten hiervan zijn € 78,0 miljoen.

Diversen

Betreft diverse beleidsmatige mutaties onder uitgavenplafond Sociale Zekerheid, waaronder een aantal kasschuiven en de verwerking van twee Wajong-amendementen (Stoffer/Baudet en Renkema), de budgettaire gevolgen van de vertraging van het wetsvoorstel vereenvoudiging Wajong en de gevolgen van kortetermijnmaatregelen in de KOT en de WKB n.a.v. de kabinetsreactie op het rapport Donner en IBO-toeslagen. Daarnaast zijn bij de behandeling van het wetsvoorstel Vereenvoudiging Wajong in de Eerste Kamer een aantal toezeggingen gedaan. Omwille van motie Ester gaat de maatregel dat studeren geen uitsluitingsgrond meer is in de Wajong2015 al per september 2020 in. Dekking van motie Ester komt uit het reintegratiebudget Wajong.

Technische mutaties

Rijksbegroting

Dienstverlening bijstandsgerechtigden (3e noodpakket)

Het re-integratiebudget van gemeenten wordt tijdelijk verhoogd in lijn met de verhoogde instroom in de bijstand. Gemeenten gebruiken dit budget om bijstandsgerechtigden te helpen bij het vinden van een nieuwe baan. Middelen voor 2022 worden op de aanvullende post gereserveerd.

Diverse maatregelen scholing en ontwikkeling (3e noodpakket)

Dit betreffen middelen ter ondersteuning van scholing en ontwikkeling. Het gaat onder andere om ontwikkeladviezen, online scholing en het bevorderen van de leercultuur.

Gemeentelijk schuldenbeleid (3e noodpakket)

De verwachting is dat gemeenten de komende tijd meer kosten maken voor schuldenbeleid, omdat de crisis ervoor zorgt dat meer mensen schulden hebben. Hiervoor wordt extra budget gereserveerd. Middelen voor 2022 worden op de aanvullende post gereserveerd.

Impuls nieuwe instroom bijstand (3e noodpakket)

Er worden incidenteel extra middelen vrijgemaakt om gemeenten in staat te stellen de dienstverlening te intensiveren aan mensen die als gevolg van de coronacrisis in de bijstand instromen.

Jeugdwerkloosheid (3e noodpakket)

Om jeugdwerkloosheid onder jongeren tegen te gaan worden middelen vrijgemaakt voor de begeleiding van jongeren naar werk of een vervolgopleiding. De maatregelen richten zich op schoolverlaters uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, voortijdig schoolverlaters en kwetsbare schoolverlaters uit het mbo.

Naar gemeentefonds: decentralisatie-uitkering (DU) perspectief op werk 2020 2e tranche

In 2019 en 2020 is er in het kader van Perspectief op Werk (PoW) voor elk van de 35 arbeidsmarktregio’s een impulsfinanciering van 1 miljoen beschikbaar. In 2020 hebben alle 35 centrumgemeenten via de meicirculaire het tweede (en laatste) miljoen van deze impulsfinanciering ontvangen.

NL leert door

Om beter bij het verwachte kasritme van de subsidieregeling NL leert door aan te sluiten, is een budgettair neutrale kasschuif gedaan van 2020 naar 2021.

Praktijkleren mbo (3e noodpakket)

In het kader van om- en bijscholing, wordt er budget beschikbaar gesteld via nieuwe vormen van praktijkleren mbo, waarbij werken wordt gecombineerd met het doen van een deel van een mbo-opleiding (duur 3 tot 6 maanden). Deze nieuwe en kortdurende opleidingssoorten zijn vooral relevant voor kwetsbare werkenden/werkzoekenden.

Tijdelijke subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden

Een van de maatregelen uit het pensioenakkoord betreft een tijdelijke subsidieregeling die ziet op het faciliteren van sectorale maatwerkafspraken rondom duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken en eerder uittreden. De middelen voor deze regeling zijn overgeheveld van de aanvullende post van het Ministerie van Financiën naar de Begroting van SZW.

Van OCW: structurele kosten Stimulering Arbeidsmarkt Positie (STAP) regeling

Vanaf 2022 zijn er middelen beschikbaar voor de subsidieregeling Stimulering Arbeidsmarkt Positie (STAP). Deze regeling vervangt de fiscale regeling voor de aftrek van scholing. De begroting wordt structureel met 218 miljoen opgehoogd.

Diversen

Deze post bevat voornamelijk overboekingen met andere departementen en naar het Gemeentefonds, zoals een bijdrage voor maatschappelijke begeleiding (ca. 17 miljoen). Daarnaast bevat deze categorie enkele overboekingen over de ijklijn tussen uitgavenplafond Sociale Zekerheid en uitgavenplafond Rijksbegroting, bijvoorbeeld het overboeken van de loonkostensubsidie Caribisch Nederland van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid naar het uitgavenplafond Rijksbegroting (25 miljoen). Ook de prijsbijstelling van het uitgavenplafond Rijksbegroting (in enge zin) valt onder deze post. Tot slot bevat het ook een deel van de meerjarige verdeling van de uitvoeringskosten NOW op het juiste begrotingsartikel.

Sociale zekerheid

Compensatie eigen bijdrage kinderopvang (corona)

De tijdelijke tegemoetkoming kinderopvang (coronamaatregel) biedt ouders een vergoeding voor de doorbetaalde eigen bijdrage kinderopvang tijdens de sluiting van de kinderopvang in de periode 16 maart tot en met 7 juni 2020.

Intensivering uitvoering

Er wordt budget beschikbaar gesteld voor knelpunten in de uitvoering bij UWV, SVB en BKWI. Deze knelpunten hebben te maken met het onderhoud en modernisering van ICT, het verbeteren en maatwerk bieden in de dienstverlening en voor artsen- en handhavingscapaciteit (zie intensivering uitvoering bij beleidsmatige mutaties).

Naar gemeentefonds: uitvoeringskosten Veranderopgave Inburgering (VOI)

Dit betreft de uitkering aan het Gemeentefonds ten behoeve van de uitvoeringskosten van het nieuwe inburgeringsstelsel (VOI) bij gemeenten. In 2020 gaat het om de bijdrage voor de incidentele implementatiekosten. Vanaf 2021 gaat het om de structurele uitvoeringskosten. Voor deze uitkering is ook een bijdrage gedaan aan het BTW-compensatiefonds.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid 1 (NOW) (corona)

Voor de eerste tranche van de NOW (maart tot en met mei) worden de totale subsidie-uitgaven ingeschat op 8,8 miljard. Dit is exclusief de uitvoeringskosten (die middels een separate mutatie naar beneden worden bijgesteld) en de middelen voor de tijdelijke subsidie compensatie loonkosten en inkomensvoorziening ten behoeve van Caribisch Nederland. Dit zijn de verwachte uitgaven op basis van de verstrekte voorschotten en verwachte nabetalingen. De bedragen in 2021 en 2022 betreffen nabetalingen. Ten opzichte van de raming in de incidentele suppletoire begroting zijn de uitgaven met 0,7 miljard verlaagd. Hierbij is rekening gehouden dat er meer subsidie is aangevraagd dan waar bedrijven achteraf voor in aanmerking komen.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid 2 (NOW) (corona)

De totale subsidie-uitgaven voor de tweede tranche van de NOW (juni tot en met september) worden geschat op 5,5 miljard op basis van de voorlopige realisatiecijfers. De uitgaven in 2021 en 2022 betreffen opnieuw nabetalingen. Ten opzichte van de incidentele suppletoire begroting zijn de verwachte uitgaven met 7,2 miljard neerwaarts bijgesteld. Dat komt omdat het gebruik een stuk lager ligt dan waarmee rekening werd gehouden.

Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid 3 (NOW) (corona)

De NOW wordt met 9 maanden verlengd in 3 tijdvakken van 3 maanden. NOW 3 verschilt op meerdere onderdelen van NOW 1 & 2. Zo wordt onder andere het vergoedingspercentage per tijdvak verlaagd en wordt tegelijkertijd het vrijstellingspercentage waarmee de loonsom mag worden aangepast stapsgewijs verhoogd.

Ouderschapsverlof en kinderopvangtoeslag (KOT)

Ouders krijgen vanaf 2022 recht op 9 weken betaald ouderschapsverlof. Dit leidt tot lager gebruik van formele kinderopvang. De uitgaven kinderopvangtoeslag komen hierdoor naar verwachting lager uit.

Participatiewet

De raming van de bijstand is opwaarts bijgesteld aan de hand van de verwerking van de werkloosheidscijfers van het CPB in het macrobudget en de door Corona veroorzaakte bovengemiddelde instroom van werklozen in de bijstand (355 miljoen in 2020). Daarnaast heeft de verwerking van realisatiegegevens over 2019 tot een neerwaartse bijstelling geleid (-215 miljoen in 2020).

Regionale mobiliteitsteams en extra crisisdienstverlening regionaal niveau (3e noodpakket)

Het kabinet stelt middelen beschikbaar zodat werkgevers, sociale partners, beroepsonderwijs, UWV en gemeenten in de arbeidsregio’s gezamenlijk mensen kunnen helpen bij het vinden van nieuw werk en (om)scholing. Hiervoor komen er regionale mobiliteitsteams om deze crisisdienstverlening in de regio’s en met sectoren aan te bieden.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 1 (Tozo) (corona)

Als onderdeel van het Noodpakket banen en economie is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) ingericht. Dit betreft de verwachte uitgaven voor de eerste drie maanden van de regeling. Op basis van een inschatting van het aantal aanvragen is de initiële raming ter hoogte van 3,8 miljard bijgesteld naar 2,5 miljard. Hiervan is 350 miljoen niet relevant voor het uitgavenplafond. Deze middelen staan daarom niet geboekt op het uitgavenplafond Sociale Zekerheid.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 2 (Tozo) (corona)

Dit betreft de verwachte uitgaven door de verlenging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De regeling is verlengd tot en met 30 september 2020. Anders dan bij de Tozo-1, bevat de Tozo-2 een partnertoets. Op basis van een inschatting van het aantal aanvragen is de initiële raming ter hoogte van 1,5 miljard bijgesteld naar 700 miljoen. Hiervan is 71 miljoen niet relevant voor het uitgavenplafond. Deze middelen staan daarom niet geboekt op het uitgavenplafond Sociale Zekerheid.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 3 (corona)

Dit betreft de verwachte uitgaven door de verlenging van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo). De regeling is verlengd tot en met 30 juni 2021. De regeling wordt gedurende deze periode geleidelijk gerichter gemaakt. Per 1 oktober wordt een beperkte vermogenstoets geïntroduceerd. Vanaf 1 januari 2021 ondersteunt het kabinet zelfstandig ondernemers waar nodig om zich voor te bereiden op een nieuwe toekomst, hetzij als zelfstandig ondernemer, hetzij als werknemer in loondienst. De totale verwachte uitgaven voor Tozo-3 bedragen 250 miljoen in 2020 en 360 miljoen in 2021. Van deze middelen is 42 miljoen niet relevant voor het uitgavenplafond. Deze middelen staan daarom niet geboekt op het uitgavenplafond Sociale Zekerheid.

Uitvoeringskosten Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 1 en 2: afboeken restant

Een deel van de reservering voor de uitvoering van NOW 1 en NOW 2 voor UWV en SZW zal niet tot besteding komen en wordt daarom afgeboekt.

Uitvoeringskosten Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) 3 (3e noodpakket)Voor de uitvoering van de NOW 3 door het UWV worden middelen gereserveerd. Deze middelen worden op een later moment in het juiste kasritme geplaatst.

Uitvoeringskosten UWV Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) meerjarig verdelen

De reservering van de uitvoeringskosten voor het UWV ten behoeve van NOW 1 en NOW 2 wordt via een kasschuif in het juiste kasritme gezet.

Verhoging 3e kindbedrag kindgebonden budget (WKB)

Het kabinet verhoogt per 2021 het kindbedrag vanaf het derde kind in de WKB. Dit komt terecht bij grote gezinnen met lage- en middeninkomens.

Diversen

Deze post bevat diverse technische mutaties, waaronder overboekingen over de ijklijn tussen uitgavenplafond Sociale Zekerheid en uitgavenplafond Rijksbegroting, het deel van de loonbijstelling dat onder plafond Sociale Zekerheid valt (meerjarig 13 miljoen) en een overboeking van de Aanvullende Post op de begroting van het ministerie van Financiën van middelen die in de begroting 2019 gereserveerd waren voor de uitvoering (cumulatief 52 miljoen). Ook het overboeken van de loonkostensubsidie Caribisch Nederland van het uitgavenplafond Sociale Zekerheid naar het uitgavenplafond Rijksbegroting en de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA) met uitvoeringskosten vallen hieronder (zie ook diversen technische mutaties plafond Rijksbegroting). Daarnaast valt het inboeken van de rente voor de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) (kader S) hier ook onder (20 miljoen voor zowel Tozo 1 als Tozo 2).

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Rijksbijdrage in de kosten van kortingen Algemene Ouderdomswet (AOW)

De rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) stijgt vanaf 2021 licht. Dat komt voornamelijk door de verhoging van de heffingskortingen (de algemene heffingskorting en de arbeidskorting). Hogere heffingskortingen zorgen voor minder opbrengsten vanuit de inkomensbelasting en de premies volksverzekeringen, waaronder de AOW-premie. Via een hogere BIKK worden de sociale fondsen (voor de AOW en de langdurige zorg) hiervoor gecompenseerd. Daarnaast wordt het tarief van de 1e schijf van de inkomstenbelasting in 2021 iets verlaagd. Hierdoor wordt een groter deel van de heffingskortingen toegerekend aan de premies volksverzekeringen. Ook daardoor stijgt de BIKK voor de AOW.

Rijksbijdrage vermogenstekort ouderdomsfonds

De Rijksbijdrage aan het ouderdomsfonds stijgt zowel in 2020 als in de latere jaren omdat de premie-inkomsten nu lager worden geraamd dan eerder het geval was. De rijksbijdrage is bedoeld om het geraamde vermogenstekort van het Ouderdomsfonds aan te vullen. Het in 2019 gerealiseerde tekort van het ouderdomsfonds wordt in 2020 en 2021 aangevuld via de rijksbijdrage, zodat het ouderdomsfonds meerjarig geen vermogenstekort heeft.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 1 (Tozo) (corona)

Leningen voor bedrijfskapitaal die zijn verstrekt in het kader van de Tozo worden gedeeltelijk terugverwacht. Het deel van de lening dat wordt terugverwacht, is niet-relevant voor het EMU-saldo. Derhalve zijn de bedragen die gemoeid gaan met deze leningen gedeeltelijk afgeboekt van het uitgavenplafond SZA en gelabeld als niet-relevant voor het uitgavenplafond (kader N).

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 2 (Tozo) (corona)

Leningen voor bedrijfskapitaal die zijn verstrekt in het kader van de Tozo worden gedeeltelijk terugverwacht. Het deel van de lening dat wordt terugverwacht, is niet-relevant voor het EMU-saldo. Derhalve zijn de bedragen die gemoeid gaan met deze leningen gedeeltelijk afgeboekt van het uitgavenplafond SZA en gelabeld als niet-relevant voor het uitgavenplafond (kader N).

Diversen

Bevat kleine bijstellingen op de rijksbijdragen voor de AO-tegemoetkoming en voor de regeling Zelfstandig en Zwanger (ZEZ). Daarnaast valt het uitboeken van de rente voor de Tozo (kader N) hier ook onder (20 miljoen voor zowel Tozo 1 als Tozo 2). Ook de leningen voor bedrijfskapitaal die zijn verstrekt in het kader van Tozo 3 vallen hieronder (21,3 miljoen in 2020 en 2021).

Ontvangsten

Mee- en tegenvaller

Sociale Zekerheid

Afrekening UWV 2019

Op basis van het jaarverslag 2019 van het UWV wordt een terugbetaling verwacht van te veel ontvangen middelen in 2019. Het voorschot dat in 2019 aan het UWV is overgemaakt met betrekking tot de Wajong is naar verwachting circa 22 miljoen hoger dan de uitgaven van het UWV in dat jaar. Dit bedrag wordt in 2020 terugbetaald.

Kinderopvangtoeslag (KOT) pauzering dwanginvorderingen

Als gevolg van de tijdelijke opschorting van de dwanginvorderingen (corona-maatregel) is er een tegenvaller op de ontvangsten in 2020 op de kinderopvang toeslag. Inmiddels zijn deze weer opgestart. In 2021 en 2022 wordt een inhaaleffect verwacht, waardoor een meevaller ontstaat.

Diversen

Hieronder valt onder andere de afrekening 2019 van de Toeslagenwet (TW) en het tijdelijk opschorten van de dwanginvordering WKB. Als gevolg van de tijdelijke opschorting van de dwanginvorderingen (coronamaatregel) is er een tegenvaller op de WKB-ontvangsten in 2020.

Beleidsmatige mutaties

Sociale zekerheid

Afrekening UWV 2019

Op basis van het jaarverslag 2019 van het UWV wordt een terugbetaling verwacht van te veel ontvangen middelen in 2019. Het voorschot dat in 2019 aan het UWV is overgemaakt met betrekking tot de Wajong is naar verwachting circa 22 miljoen hoger dan de uitgaven van het UWV in dat jaar. Dit bedrag wordt in 2020 terugbetaald.

Kinderopvangtoeslag (KOT) pauzering dwanginvorderingen

Als gevolg van de tijdelijke opschorting van de dwanginvorderingen (corona-maatregel) is er een tegenvaller op de ontvangsten in 2020 op de kinderopvang toeslag. Inmiddels zijn deze weer opgestart. In 2021 en 2022 wordt een inhaaleffect verwacht, waardoor een meevaller ontstaat.

Diversen

Hieronder valt onder andere de afrekening 2019 van de Toeslagenwet (TW) en het tijdelijk opschorten van de dwanginvordering WKB. Als gevolg van de tijdelijke opschorting van de dwanginvorderingen (coronamaatregel) is er een tegenvaller op de WKB-ontvangsten in 2020.

Technische mutaties

Rijksbegroting

Diversen

Dit betreft de nieuwe begroting van de Rijksschoonmaakorganisatie die is aangepast aan de dienstverlening, de prijsindexatie en het aansluitschema van de departementen.

Sociale zekerheid

Diversen

De verlaging van de invorderingsrente door de belastingdienst (onderdeel van het coronapakket) leidt dit tot minder ontvangsten op de wet kindgebonden budget (WKB) en Kinderopvang toeslag (KOT). Daarnaast valt het inboeken van de rente voor de Tozo (kader S) hier ook onder (20 miljoen voor zowel Tozo 1 als Tozo 2)

Niet relevant voor het uitgavenplafond

Ramingsbijstelling werkgeversbijdrage kot

De kinderopvangtoeslag kent ook een werkgeversbijdrage, dit betreft een vast percentage van de totale loonsom. De loonsom is op basis van macro-economische cijfers van het CPB met name vanaf 2021 naar boven bijgesteld. Dit leidt tot hogere ontvangsten werkgeversbijdrage in deze jaren.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 1 (Tozo): terugbetaling kapitaal

Onderdeel van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is dat zelfstandigen een lening voor bedrijfskapitaal kunnen ontvangen. Vanaf 2023 worden de terugbetalingen ontvangen. Deze mutatie ziet op de leningen die tussen 1 maart en 31 mei 2020 zijn aangevraagd.

Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers 2 (Tozo): terugbetaling kapitaal

Onderdeel van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is dat zelfstandigen een lening voor bedrijfskapitaal kunnen ontvangen. Vanaf 2023 worden de terugbetalingen ontvangen. Deze mutatie ziet op de leningen die tussen 1 juni en 30 september 2020 zijn aangevraagd.

Diversen

Dit betreft een bijstelling van de Rijksbijdrage tegemoetkoming arbeidsongeschikten. Daarnaast valt het uitboeken van de rente voor de Tozo (kader N) hier ook onder (20 miljoen voor zowel Tozo 1 als Tozo 2).

Licence