Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

VIII Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

35.978,3

36.146,5

36.247,0

36.137,1

36.031,9

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Autonome raming studiefinanciering

79,4

41,9

– 7,4

– 22,5

– 61,3

   

Leerlingenvolume referentieraming 2015

75,1

– 48,3

– 123,3

– 188,3

– 216,8

     

154,5

– 6,4

– 130,7

– 210,8

– 278,1

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Eindejaarsmarge

– 57,1

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Diversen

– 29,6

– 6,5

3,7

23,1

5,1

     

– 86,7

– 6,5

3,7

23,1

5,1

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Loonbijstelling tranche 2015

103,4

102,5

102,5

101,8

101,3

   

Diversen

31,0

36,3

36,3

37,5

38,4

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Autonome raming studiefinanciering

– 116,3

– 123,7

– 98,3

– 101,6

– 96,2

   

Leerlingenvolume referentieraming 2015

13,3

– 41,1

– 64,6

– 62,3

– 65,8

   

Diversen

29,9

29,4

30,4

30,8

30,9

     

61,3

3,4

6,3

6,2

8,6

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

129,1

– 9,5

– 120,7

– 181,6

– 264,4

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

36.107,3

36.137,0

36.126,3

35.955,5

35.767,5

Totaal Internationale samenwerking

61,3

60,3

55,6

55,6

55,6

Stand Voorjaarsnota 2015

36.168,6

36.197,3

36.181,9

36.011,1

35.823,1

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

1.256,7

1.320,7

1.382,1

1.459,0

1.517,6

Mee- en tegenvallers

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Rente studiefinanciering

– 40,3

– 56,0

– 81,5

– 110,2

– 142,4

   

Diversen

4,9

3,4

– 11,7

– 17,5

– 13,8

     

– 35,4

– 52,6

– 93,2

– 127,7

– 156,2

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

9,4

3,0

3,0

3,0

3,0

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Autonome raming studiefinanciering

43,8

66,1

89,8

115,8

144,3

     

53,2

69,1

92,8

118,8

147,3

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

17,9

16,4

– 0,5

– 8,8

– 8,8

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

1.274,6

1.337,2

1.381,6

1.450,2

1.508,7

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

1.274,6

1.337,2

1.381,6

1.450,2

1.508,7

Autonome raming studiefinanciering

De raming studiefinanciering 2015 laat een tegenvaller zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2015 verwerkte raming uit het voorjaar 2014 die omslaat naar een kleine meevaller vanaf 2017. Dit patroon doet zich zowel voor bij de basis- als de aanvullende beurs.

Leerlingenvolume referentieraming 2015

De tegenvaller bij de leerlingen- en studentenraming in 2015 slaat vanaf 2016 om in een meevaller die oploopt naar circa 217 mln. in 2019. Uit de referentieraming leerlingen- en studentenaantallen 2015 blijkt dat het aantal leerlingen en studenten voor 2015 hoger is dan de in de OCW-begroting 2015 verwerkte aantallen. Vanaf 2016 komen de aantallen lager uit ten opzichte van de vorige raming. Hierachter gaan verschillende bewegingen schuil. Het aantal geraamde basisschoolleerlingen laat in alle jaren een stijging zien vanwege de geraamde toename immigratie- en geboortecijfers. De aantallen mbo-studenten komen op basis van de meest recente telgegevens flink lager uit. Voor het voortgezet en hoger onderwijs worden in de eerste jaren meer leerlingen respectievelijk studenten geraamd en in de latere jaren minder ten opzichte van de vorige referentieraming.

Eindejaarsmarge

Dit betreft het saldo van de totale onderuitputting op de OCW begroting in 2014 van 126,8 mln. en twee abusievelijk vooruitbetalingen in 2014 van in totaal 184 mln. (zie ook brief aan de Tweede Kamer, Kamerstuk 34 000 VIII, nr. 82). Hierdoor was er in 2014 sprake van een overschrijding van de OCW begroting van 57,1 mln. Deze negatieve eindejaarsmarge wordt in 2015 verrekend.

Diversen (beleidsmatige mutaties)

Deze post bestaat hoofdzakelijk uit overlopende verplichtingen van 2015 naar verdere jaren. Hiervan heeft in 2015 18,9 mln. betrekking op een vertraging die zich voordoet in de onderwijshuisvesting op Caribisch Nederland. Verder wordt 6 mln. van 2015 doorgeschoven naar 2017 ten behoeve van de start van het nieuwe huisvestingstelsel Rijksmusea in 2017. Daarnaast wordt 6 mln. van het project flexibel hoger onderwijs voor volwassenen doorgeschoven naar 2016 om de raming beter aan te laten sluiten bij de verwachte realisatie. Tot slot zijn er verschillende kleinere intertemporele compensaties die tezamen 1,3 mln. bedragen in 2015.

Loonbijstelling tranche 2015

Dit betreft de budgettaire verwerking van de loonbijstelling tranche 2015.

Diversen (technische mutaties kaderrelevant)

Dit betreft hoofdzakelijk de budgettaire verwerking van het kaderrelevante deel van de prijsbijstelling tranche 2015.

Autonome raming studiefinanciering (niet-kaderrelevant)

De niet-kaderrelevante raming studiefinanciering wordt neerwaarts bijgesteld. Dit is met name het gevolg van een lagere groei van het gemiddeld geleende bedrag per student zoals blijkt uit de realisatiecijfers van 2014.

Leerlingenvolume referentieraming 2015 (niet-kaderrelevant)

Dit betreft de budgettaire verwerking van het niet-kaderrelevante deel van de referentieraming 2015 op de studiefinanciering. Vanwege dalende studentenaantallen neemt het aantal leningen en prestatiebeurzen af.

Diversen (technische mutaties niet-kaderrelevant)

Dit betreft de budgettaire verwerking van het niet-kaderrelevante deel van de prijsbijstelling tranche 2015.

Rente studiefinanciering

De raming voor studiefinanciering 2015 laat lagere renteontvangsten zien vanwege de lagere rentestand.

Autonome raming studiefinanciering (niet-kaderrelevant)

De raming voor ontvangsten op de hoofdsom van de studieleningen is opwaarts bijgesteld. Vanwege de lagere rente wordt het aflossingsdeel in de terugbetalingen groter.

IXA Nationale schuld (transactiebasis)

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

13.070,3

15.159,5

17.328,8

16.566,6

19.020,8

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

– 4,3

0,0

0,0

0,0

0,0

     

– 4,3

0,0

0,0

0,0

0,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Diversen

0,1

0,1

0,1

0,1

0,1

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Mutatie in rekening-courant en deposito

– 931,7

– 6.337,0

1.447,5

1.418,6

1.355,0

   

Rente vaste schuld

– 543,1

– 1.563,6

– 2.174,4

– 2.130,2

– 2.130,3

   

Rente vlottende schuld

– 100,0

– 975,8

1,6

1,5

1,5

   

Rentelasten

– 16,3

– 228,8

– 39,5

– 29,2

– 9,2

   

Verstrekte leningen

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

– 100,0

     

– 1.691,0

– 9.205,1

– 864,7

– 839,2

– 882,9

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 1.695,4

– 9.205,1

– 864,8

– 839,3

– 882,9

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

11.374,9

5.954,4

16.464,0

15.727,3

18.137,9

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

11.374,9

5.954,4

16.464,0

15.727,3

18.137,9

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
 

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

4.008,9

5.557,2

5.300,1

5.044,9

4.867,2

Technische mutaties

         
 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Aflossingen op leningen

275,7

– 22,4

5,4

– 11,3

– 258,9

   

Rente vaste schuld

– 68,6

– 190,0

425,1

659,9

632,4

   

Rentebaten

– 22,5

– 225,1

– 176,4

– 144,0

– 123,9

   

Diversen

– 2,8

– 27,5

– 0,5

– 0,5

– 0,5

     

181,8

– 465,0

253,6

504,1

249,1

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

181,8

– 465,0

253,6

504,1

249,1

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

4.190,8

5.092,2

5.553,8

5.549,0

5.116,3

Totaal Internationale samenwerking

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

4.190,8

5.092,2

5.553,8

5.549,0

5.116,3

Mutatie in rekening-courant en deposito

De inleg van de sociale fondsen is gewijzigd als gevolg van mutaties in de premieontvangsten en de premiegefinancierde uitgaven.

Rente vaste schuld

De raming van de rentelasten vaste schuld wijzigt als gevolg van bijstellingen van de rentetarieven en de financieringsbehoefte.

Rente vlottende schuld

De raming van de rentelasten vlottende schuld wijzigt als gevolg van bijstellingen van de rentetarieven en de financieringsbehoefte.

Rentelasten

De raming van rentelasten kasbeheer is aangepast, als gevolg van een wijziging van de rekenrente en veranderingen bij de aangehouden middelen.

Verstrekte leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) leiden tot een aanpassing van de voorziene uitgaven.

Aflossingen op leningen

Gewijzigde inzichten in het leengedrag van agentschappen en RWT’s (Rechtspersonen met een wettelijke taak) leiden tot een aanpassing van de voorziene ontvangsten.

Rente vaste schuld

De rentebaten op de vaste schuld bestaan (nagenoeg volledig) uit baten op afgesloten swaps. Nieuw afgesloten swaps leiden tot mutaties op de baten.

Rentebaten

De raming van de rentebaten kasbeheer is aangepast, als gevolg van een wijziging van de rekenrente.

IXB Financiën

UITGAVEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

6.643,4

6.537,6

6.408,6

6.347,7

6.341,7

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dynamisch monitoren

38,0

15,0

12,0

11,0

11,0

   

Gdi

14,7

19,2

17,0

14,2

12,7

   

Inzet nominaal en onvoorzien

– 15,0

– 16,4

– 15,3

– 38,0

– 33,3

   

Nieuw douanewetboek – ucc

2,2

16,5

18,5

15,5

12,8

   

Tariefaanpassing rijksvastgoed bedrijf

– 24,9

– 41,1

– 30,4

– 28,4

– 26,9

   

Tekort spoor ii na maatregelen

65,7

20,0

0,0

0,0

0,0

   

Uitvoeringskosten wet- en regelgeving

30,5

22,7

21,3

18,9

18,0

   

Diversen

30,1

22,5

– 6,7

– 1,9

– 3,0

     

141,3

58,4

16,4

– 8,7

– 8,7

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Belasting en invorderingsrente

– 106,0

– 151,0

– 180,0

– 200,0

– 236,0

   

Diversen

26,2

21,0

27,4

29,1

30,3

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Deelname aiib

0,0

73,0

36,5

36,5

36,5

     

– 79,8

– 57,0

– 116,1

– 134,4

– 169,2

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

61,5

1,3

– 99,7

– 143,1

– 178,0

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

6.704,9

6.538,9

6.308,9

6.204,6

6.163,8

Totaal Internationale samenwerking

279,3

363,9

256,9

274,2

274,2

Stand Voorjaarsnota 2015

6.984,2

6.902,8

6.565,8

6.478,8

6.438,0

NIET-BELASTINGONTVANGSTEN

         
     

2015

2016

2017

2018

2019

Stand Miljoenennota 2015 (excl. IS)

4.124,8

2.909,3

2.840,5

2.778,7

2.718,0

Beleidsmatige mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Dividend staatsdeelnemingen

271,6

– 15,0

– 35,0

– 40,0

– 110,0

   

Hogere boetes en schikkingen

20,0

20,0

20,0

20,0

20,0

   

Schaderestituties ekv

90,0

145,2

116,5

151,2

152,1

   

Winstafdracht dnb

– 116,9

– 6,8

– 4,8

– 10,8

– 19,1

   

Diversen

5,8

– 2,5

– 1,2

– 1,2

– 1,0

     

270,5

140,9

95,5

119,2

42,0

Technische mutaties

         
 

Rijksbegroting in enge zin

         
   

Belasting en invorderingsrente

– 106,0

– 151,0

– 180,0

– 200,0

– 236,0

   

Diversen

27,2

25,6

30,1

29,8

29,8

 

Niet tot een ijklijn behorend

         
   

Dividend staatsdeelnemingen (financiële instellingen)

125,0

125,0

125,0

125,0

125,0

   

Dividend staatsdeelnemingen (superdividend urenco)

– 20,0

– 95,0

– 65,0

– 55,0

0,0

   

Vervroegde aflossing ing

– 1.025,0

0,0

0,0

0,0

0,0

   

Winstafdracht dnb

155,9

34,9

– 3,6

– 14,2

44,4

   

Diversen

2,9

7,8

6,3

4,8

3,3

     

– 840,0

– 52,7

– 87,2

– 109,6

– 33,5

               

Totaal mutaties sinds Miljoenennota 2015

– 569,6

88,2

8,4

9,7

8,5

Stand Voorjaarsnota 2015 (subtotaal)

3.555,2

2.997,5

2.848,9

2.788,4

2.726,5

Totaal Internationale samenwerking

0,7

0,0

0,0

0,0

0,0

Stand Voorjaarsnota 2015

3.555,8

2.997,5

2.848,9

2.788,4

2.726,5

Dynamisch monitoren

Voor een business case om effectiever toezicht uit te voeren, zijn extra middelen benodigd. De business case is in lijn is met de Brede Agenda.

GDI

Dit betreft een bijdrage aan de voorzieningen binnen de generieke digitale infrastructuur (GDI). Deze middelen zijn op de Aanvullende Post geplaatst.

Inzet nominaal en onvoorzien

Een deel van het resterende bedrag op Nominaal & Onvoorzien wordt ingezet ter dekking van problematiek van met name de Belastingdienst.

Nieuw douanewetboek – UCC

Het Europees Douanewetboek, de United Customs Code, treedt op 1 mei in werking. Het doel is belemmeringen in het goederenvervoer wegnemen en bevorderen van snelle en goede douaneafhandeling. De implementatie vergt investeringen, deze worden met name veroorzaakt door het aanpassen van bestaande ICT-systemen.

Tariefaanpassing Rijksvastgoedbedrijf

Departementen is een tariefsverlaging toegekend.

Tekort spoor II na maatregelen

Een deel van de voorgenomen besparingen door vereenvoudiging van fiscale wetgeving (het zogenaamde spoor II traject) is niet gerealiseerd in 2015. Ook een deel van de besparing in 2016 zal naar verwachting niet gehaald worden.

Uitvoeringskosten wet- en regelgeving

De Belastingdienst heeft extra uitvoeringskosten door nieuwe fiscale wet- en regelgeving.

Diversen (mee- en tegenvallers)

Dit betreft o.a. de kosten voor de invoering van betaald bellen bij de Belastingtelefoon, de kosten voor de inkomensafhankelijke heffingskorting, de afschaffing van de rentevergoeding depotstelsel en de door BHOS gecompenseerde toezichtskosten van de Douane voor de sancties tegen Rusland.

Belasting- en invorderingsrente

De raming van zowel de ontvangsten als de uitgaven wordt (budgettair neutraal) structureel bijgesteld. De reden van de mutatie is dat in de oorspronkelijke raming van het budgettaire effect van de introductie van de belastingrente nog onvoldoende duidelijk was wat de verdeling over ontvangsten en uitgaven was. Inmiddels is deze verdeling duidelijk geworden.

Diversen

Deze post bevat voornamelijk een desaldering van de kosten vervolging (10 mln.) en de toekenning van de loon- en prijsbijstelling.

Deelname AIIB

Nederland is voornemens deel te nemen als Prospective Founding Member aan de Asian Infrastructure Investment Bank (Kamerstuk 33 625, nr. 152). Hiervoor wordt kapitaal gestort en zal een garantie worden afgegeven. De opgenomen bedragen zijn maximumbedragen en kunnen nog wijzigen, omdat de onderhandelingen nog lopen.

Dividend staatsdeelnemingen

In 2015 is er een meevaller doordat het dividend van Tennet, NS en Gasunie in 2014 hoger was dan verwacht. Voor de komende paar jaar is de dividendraming voor zowel Tennet als Gasunie verlaagd, vanwege de onzekerheden omtrent de nieuwe reguleringsperiode. De langetermijnverwachting voor NS is eveneens neerwaarts bijgesteld vanwege de kosten van de nieuwe concessie. Een groot deel van de daling van de dividendontvangsten vanaf 2016 wordt veroorzaakt doordat Urenco voor bijna alle jaren zijn payoutratio neerwaarts heeft bijgesteld.

Hogere boetes en schikkingen

De ontvangsten van boetes en schikkingen worden, gezien de realisaties, structureel naar boven bijgesteld.

Schaderestituties EKV (exportkredietverzekeringen)

De recuperatieramingen worden naar boven bijgesteld. Een belangrijke reden hiervoor is het in 2014 gesloten schuldenakkoord tussen Argentinië en de Club van Parijs. Een substantieel deel van de opbrengsten komt toe aan de Nederlandse staat via de EKV-recuperaties.

Winstafdracht DNB (beleidsmatige en technische mutaties)

De verwachte winstafdracht in 2015 laat een verschuiving zien tussen de reguliere winst en de vermogenswinst. Vermogenswinst is niet relevant voor het uitgavenkader en het EMU-saldo. Door een nieuwe toerekening van kosten zijn er kleine verschuivingen tussen de reguliere winst (uitgavenkader relevant) en de crisisgerelateerde winst (niet-kaderrelevant). Daarnaast is er een kleine meerjarige tegenvaller voor de reguliere winst door lage rentestanden.

Dividend staatsdeelnemingen (financiële instellingen)

ABN Amro en ASR hebben meer slotdividend uitgekeerd dan verwacht. ABN Amro zal naar verwachting ook nog een interim- dividend uitkeren. Daarom is de raming opwaarts bijgesteld.

Dividend staatsdeelnemingen (superdividend Urenco)

Bij Urenco is de payoutratio bijgesteld, de verwachting is dat Urenco geen superdividend meer zal uitkeren.

Vervroegde aflossing ING

ING heeft eerder dan verwacht het laatste deel van de staatssteun afbetaald. Bij najaarsnota 2014 is deze afbetaling budgettair verwerkt voor 2014, nu wordt het voor 2015 geraamde bedrag afgeboekt.

Licence