Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.1. Stimulering speur- en ontwikkelingswerk

Het kabinet heeft bij zijn aantreden aangekondigd innovatief ondernemerschap te bevorderen door de WBSO te intensiveren6. De WBSO is de verzamelnaam voor de faciliteit afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk (S&O) in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) en de aftrek speur- en ontwikkelingswerk in de Wet IB 2001. Dit kabinet heeft in 2009 de eerste tranche van de intensivering van de WBSO ingevoerd, waarbij de definitie van speur- en ontwikkelingswerk is verruimd. Verder zijn in 2009 in het kader van de economische crisis in het Fiscaal stimuleringspakket en in het Belastingplan 2010 maatregelen getroffen om direct liquiditeitsvoordeel aan het bedrijfsleven te verstrekken en draagt bij aan het behoud van werkgelegenheid van kenniswerkers. Voor de jaren 2009 en 2010 is daarom tijdelijk extra geld beschikbaar gesteld voor intensivering van de afdrachtvermindering S&O.

De WBSO is een succesvolle regeling waar bedrijven en ondernemers veelvuldig gebruik van maken. In 2009 is er zelfs zoveel gebruikgemaakt van de S&O-afdrachtvermindering dat sprake is van een overschrijding van het budget. Deze overschrijding zal binnen de bestaande systematiek gecompenseerd worden in 2011. Dit zou er toe leiden dat in 2011 € 95 mln. zou moeten worden gecompenseerd door aanpassing van de percentages van de regeling. Daarnaast is in 2009 het gebruik van de IB-faciliteit door de verruiming van de definitie van speur- en ontwikkelingswerk fors toegenomen. Ondanks een verviervoudiging van het gebruik is deze regeling binnen het budget gebleven. Per 2011 vervallen voorts de incidentele maatregelen zoals genomen in het kader van de economische crisis. Al met al betekent dit dat zonder nadere maatregelen de faciliteiten voor de S&O-afdrachtvermindering beneden het niveau van voor de economische crisis zullen komen (niveau 2008, zie tabel 1). Het kabinet vindt dit niet wenselijk en acht het van belang dat innovatief ondernemerschap blijvend extra wordt gestimuleerd. Het kabinet wil hierbij met name het midden- en kleinbedrijf ondersteunen. Er wordt daarom een aantal structurele maatregelen voorgesteld binnen de S&O-afdrachtvermindering, in totaal tot een bedrag van € 63 mln., waarbij tevens gedeeltelijk invulling wordt gegeven aan het beleidsprogramma.7 In dit wetsvoorstel wordt daarom de loongrens in de eerste schijf structureel verhoogd van € 110 000 naar € 150 000. Hierdoor kan de S&O-inhoudingsplichtige over een groter deel van het S&O-loon het verhoogde percentage van de eerste schijf toepassen. Verder zal het percentage in de eerste schijf worden verhoogd met 3%. Hierdoor stijgt het verhoogde percentage van de eerste schijf van 42% (in 2008) naar 45% (structureel). De faciliteit van de S&O-aftrek zal per 2011 worden gehandhaafd op € 12 031 (waarbij inflatiecorrectie nog moet worden toegepast). Tot slot wordt het plafond structureel verhoogd van € 8 mln. (in 2008) naar € 8,5 mln. (structureel). Hiermee wordt gevolg gegeven aan de toezegging van de Minister van Economische Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Financiën, bij brief van 15 oktober 2007.8

Het kabinet stelt verder voor 2011 een incidenteel budget van € 95 mln. beschikbaar voor een gedeeltelijke voortzetting van het tijdelijke fiscaal stimuleringspakket 2009/2010. Dit betekent dat de S&O-afdrachtvermindering in 2011 met in totaal € 158 mln. wordt geïntensiveerd. Hierdoor ontstaat een geleidelijke overgang naar het structurele niveau dat voor 2012 is voorzien. Het incidentele extra budget zorgt ervoor dat de loongrens voor 2011 op € 220 000 kan worden gehandhaafd. Het plafond komt op een niveau van € 11 mln. Tot slot wordt het extra budget ingezet om de percentages van de S&O-afdrachtvermindering in 2011 geleidelijk richting niveau 2012 en verder te bewegen. Het percentage van de 1e schijf komt daarbij op 46% en het percentage van de 2e schijf op 16%.

Tot slot de overschrijding in 2009 met € 95 mln. Het kabinet kiest ervoor om, mede gelet op tussentijdse realisatiecijfers waaruit blijkt dat het gebruik van de S&O-afdrachtvermindering in 2010 verder toeneemt, de gerealiseerde groei in 2009 en verwachte groei in 2010 en 2011 te financieren. Het budget voor de S&O-afdrachtvermindering wordt daarom per 2011 structureel opgehoogd met € 170 mln., waardoor de toekomst van de S&O-afdrachtvermindering in zijn huidige vorm zoveel als mogelijk kan worden gewaarborgd. Dit neemt niet weg dat ook per 2011 en verder sprake kan zijn van een dusdanig gebruik, dat de regeling aanpassing behoeft. In de loop van volgend jaar zal het kabinet daarom onderzoek doen naar de budgettaire aspecten van de S&O-afdrachtvermindering.

In tabelvorm zien de wijzigingen er als volgt uit:

Tabel 1: maatregelen S&O-afdrachtvermindering 2011 en 2012 e.v.
 

2008

2009

2010

2011

2012 e.v.

Loongrens

110 000

150 000

220 000

220 000

150 000

Plafond

8 mln.

14 mln.

14 mln.

11 mln.

8,5 mln.

1e schijf

42%

50%

50%

46%

45%

2e schijf

14%

18%

18%

16%

14%

Het budgettaire beeld is als volgt. In 2011 wordt een bedrag van € 328 mln. geïntensiveerd in de S&O-afdrachtvermindering. Vanaf 2012 wordt structureel € 233 mln. ingezet. Zodoende is er voor 2011 incidenteel € 95 mln. extra beschikbaar voor een gedeeltelijke voortzetting van de maatregelen die in 2009 en 2010 zijn getroffen in het kader van het fiscaal stimuleringspakket.

Daarnaast worden de loongrens, het plafond en de percentages van de S&O-afdrachtvermindering structureel aangepast. Deze wijzigingen kosten structureel € 63 mln. Tot slot wordt het budget voor de S&O-afdrachtvermindering structureel opgehoogd met € 170 mln.

Tabel 2: budgettaire effecten maatregelen S&O-afdrachtvermindering 2011 en 2012 e.v.
 

2011

2012 e.v.

Opvangen endogene groei

170

170

Structurele aanpassing

63

63

Incidentele ophoging

95

0

Totaal

328

233

Licence