Base description which applies to whole site

ARTIKEL 5. TECHNOCENTRA

5.1 Algemene doelstelling: het ondersteunen van technocentra om de kennisinfrastructuur in de regio te versterken. De aansluiting tussen het technisch beroepsonderwijs en het bedrijfsleven wordt hierdoor verbeterd

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

De Kaderregeling Technocentra 2006 tot en met 2010 (hierna de Regeling) is per 31 december 2010 ingetrokken. De financiële ondersteuning van de technocentra uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) als tijdelijke impulsmaatregel is op dezelfde datum beëindigd. De technocentra kunnen op basis van de Regeling tot uiterlijk 1 juli 2011 verantwoording afleggen. Naar aanleiding hiervan zijn er ten tijde van deze verslaglegging nog geen gegevens beschikbaar over het subsidiejaar 2010. Omdat er echter de afgelopen jaren een duidelijke trend zichtbaar is dat de technocentra de vorming van regionale samenwerkingsverbanden, platforms en netwerken verder hebben bestendigd en uitgebreid, lijkt het aannemelijk dat de technocentra ook in 2010 met hun activiteitenscala goed de aansluiting hebben gevonden bij het kabinetsbeleid om de instroom in bètatechnische opleidingen te bevorderen. Deze conclusie is gebaseerd op de evaluatie van de jaarverslagen 2009 die het Platform Bèta Techniek (PBT) op verzoek van het ministerie van OCW heeft uitgevoerd. Uit genoemde evaluatie blijkt dat de basissubsidie doelmatig wordt aangewend, waarbij de technocentra pogingen hebben ondernomen om ook de resultaten en effecten van de activiteiten in beeld te brengen. Uit de jaarverslagen komt verder naar voren dat er een hechte basis is gelegd onder de regionale samenwerking van relevante actoren en dat afstemming en synergie wordt gerealiseerd. Het draagvlak uit de regio blijkt tevens uit de omvang van de co financiering van regionale partijen (minstens de helft van de technocentra gaat na beëindiging van de Rijkssubsidie met financiële ondersteuning van regionale partners door als technocentrum). Sommige technocentra realiseren hierbij forse multipliers op de basisfinanciering.

Doelstelling I: bevordering van de circulatie en de toepassing van kennis tussen instellingen, tussen instellingen en ondernemingen of tussen instellingen, ondernemingen en derden. Het bevorderen van samenwerking tussen instellingen en tussen instellingen en het bedrijfsleven is het uitgangspunt in de aanpak en activiteiten van alle technocentra. Deze samenwerking is tevens het organiserende principe achter de activiteitenprogramma’s. Subregionale en/of sectorale samenwerkingsverbanden dan wel platforms zijn vaak bepalend voor de uitvoering van activiteiten. Kennisuitwisseling vindt vaak plaats in hiertoe georganiseerde bijeenkomsten. In sommige projecten is de kennisoverdracht en het bevorderen van innovatie meer nadrukkelijk een speerpunt.

Doelstelling II: gezamenlijke benutting door verschillende instellingen van hoogwaardige en moderne apparatuur ten behoeve van technisch beroepsonderwijs. Veel technocentra ondernemen activiteiten die gericht zijn op het realiseren van gezamenlijke voorzieningen en het optimaliseren van de infrastructuur. Enkele voorbeelden zijn de Opleidingsbedrijven Metaal (OBM’s) en andere gezamenlijke praktijkcentra, de Technocampus (Flevoland) en de Centres of Excellence (Rotterdam).

Doelstelling III: bevordering van een goede aansluiting van technisch beroepsonderwijs op de opleidingsbehoeften van de arbeidsmarkt. Alle technocentra hebben activiteitenprogramma’s ontwikkeld die de hele onderwijsketen bestrijken waarbij veel aandacht is besteed aan de samenhang en afstemming van veel promotieactiviteiten en imagocampagnes. Voorbeelden zijn een regionale Regiegroep instroombevordering (Twente) en subregionale programma’s als Tune Techniek en Platform Promotie Techniek (Brabant). Verder zijn er in dit kader ook instrumenten ontwikkeld die webbased op een gestructureerde wijze ter beschikking worden gesteld, zoals Bedrijf+School en Techwijs!

5.2 Budgettaire gevolgen van beleid

Realisatie meetbare gegevens bij de algemene doelstelling

Tabel 5.2 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 (Bedragen x € 1 000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2006

2007

2008

2009

2010

2010

2010

Verplichtingen

9 037

9 025

8 988

10 189

9 992

9 998

– 6

Waarvan garantieverplichtingen

       

Totale uitgaven

9 037

9 025

8 988

10 189

9 992

9 998

– 6

(programma+apparaat)

       
        

Programma-uitgaven

0

9 025

8 988

10 189

9 992

9 998

– 6

• Basissubsidie

 

7 000

7 000

7 000

7 000

7 000

0

• Speerpuntsubsidie

 

1 700

1 688

2 889

2 692

2 698

– 6

• Overig

 

325

300

300

300

300

0

        

Apparaatsuitgaven

       

Ontvangsten

9 199

9 084

9 017

9 801

9 590

9 632

– 42

Licence