Base description which applies to whole site

3.2 Verantwoording beleidsprioriteiten

In de ontwerpbegroting IXB 2011 zijn de beleidsprioriteiten van het kabinet op het terrein van het ministerie van Financiën voor 2011 gepresenteerd. In deze paragraaf is een tabel met toelichting opgenomen met daarin de prestaties die in 2011 zijn behaald.

Tabel beleidsprioriteiten
 

Beleidsprioriteit

Hoofddoelstelling

Prestaties in 2011

Hoofddoelstelling behaald?

 

IXB

     

1.

Houdbare financiering van beleidsprioriteiten

Het terugdringen van het overheidstekort en de overheidsschuld; Handhaven van de begrotingsregels

Het tekort is ten opzichte van 2010 verbeterd; de schuld is daarentegen ten opzichte van 2010 verder verslechterd. De begrotingsregels zijn gehandhaafd.

Deels

2.

Stabiliteit financieel stelsel: internationaal en nationaal

Herstellen van het vertrouwen in de financiële markten en de reële economie

– Start toezicht Europese toezichthouders;

– Overeenkomst bereikt over Code Banken, Code verzekeraars en Code corporate governance;

– Aanscherping kapitaal- en liquiditeitseisen;

– Hervormingen om de klant meer centraal te stellen bij financiële dienstverlening

De financiële stabiliteit staat nog steeds onder druk, dit maakt het noodzakelijk om nationaal en internationaal de inspanningen te continueren.

3.

Borging continuïteit en dienstverlening

Waarborging continuïteit van de bedrijfsprocessen met prioriteit voor telefoniekanaal en dienstverlening aan het MKB.

– Uitvoering transformatieprogramma;

– Verbetering website;

– Vermindering correspondentie;

– Verbreding dienstenaanbod;

– Begeleiding starters en ZZP-ers;

– Horizontaal toezicht voor MKB

Nagenoeg volledig

Toelichting beleidsprioriteiten IXB

1. Houdbare financiering van beleidsprioriteiten

Het in 2010 ingezette herstel van de Nederlandse economie heeft in 2011 niet doorgezet. Dit heeft een weerslag op de overheidsfinanciën. Ten opzichte van 2010 is het EMU-saldo in 2011 weliswaar verbeterd, maar het EMU saldo is met – 4,7 procent bbp in 2011 wel aanzienlijk achtergebleven bij het verwachte EMU-saldo van – 4,0 procent bbp ten tijde van de Startnota van het kabinet. De schuld is in 2011 met 65 procent bbp verslechterd ten opzichte van 2010. Ten opzichte van de raming ten tijde van de Startnota van dit kabinet (66 procent bbp) is de schuld beter uitgekomen.

Beleidsmatige conclusie

Het jaar 2011 is het eerste volledige begrotingsjaar van dit kabinet. De verslechtering van de Nederlandse economie heeft eraan bijgedragen dat de door dit kabinet gestelde budgettaire doelstellingen slechts deels zijn gehaald.

2. Stabiliteit financieel stelsel: internationaal en nationaal

In 2011 zorgde de Europese schuldencrisis voor een voortdurende bedreiging van de financiële stabiliteit. Dit maakte het noodzakelijk om risico’s nauwlettend te monitoren en nieuwe crisismaatregelen te treffen. Een ander belangrijk deel van de werkzaamheden in 2011 bestond uit het trekken van lessen uit de kredietcrisis. Het vertrouwen van consumenten en bedrijven in een goed en stabiel functionerende financiële sector is op de proef gesteld. Daarom is het belangrijk om lessen te trekken zodat er maatregelen kunnen worden getroffen die de financiële stabiliteit beter waarborgen. De financiële sector verleent immers diensten die essentieel zijn voor het dagelijks functioneren van de Nederlandse economie.

Internationaal:

In 2011 werden flinke stappen gezet die er toe moeten leiden dat de activiteiten van financiële instellingen meer gericht zijn op het leveren van betrouwbare dienstverlening aan burgers en bedrijven. In de financiële markten moeten de risico’s acceptabel en transparant zijn, waarbij de kosten van overmatig risicovol gedrag niet worden afgewenteld op de belastingbetaler. Om dit te bereiken is begonnen met ingrijpende hervormingen op verschillende terreinen. De hervormingen zijn in de volgende vier categorieën in te delen:

  • Versterking en verbreding toezicht;

  • Beter bestuur van financiële instellingen;

  • Aanscherping kapitaal- en liquiditeitseisen;

  • Consument meer centraal in financiële dienstverlening.

Op 1 januari 2011 zijn de drie Europese toezichthouders, de European Banking Authority (EBA) voor banken, de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA) voor verzekeraars en pensioenfondsen en de European Securities and Markets Authority (ESMA) voor effecten en markten, gestart met het uitoefenen van toezicht. Daarnaast kent Europa sinds 2011 ook een macroprudentiële toezichthouder, de European Systemic Risk Board (ESRB). Ook is er in 2011 in Europees verband verder gewerkt aan het verbreden van het toezicht, waardoor hedgefondsen en private equity bedrijven, kredietbeoordelaars en de clearing van derivaten onder toezicht zullen komen te staan. Om het toezicht te versterken is ook de governance bij de toezichthouders versterkt door de Wet versterking governance van de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten.

Om het bestuur van financiële instellingen te verbeteren is er een drietal Codes afgesproken: de Code Banken, de Code Verzekeraars en de Code Corporate Governance. In deze Codes staan principes over corporate governance, risicomanagement en beloningsbeleid. Door de principes van de Codes na te leven, zijn financiële instellingen verplicht om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Uit de rapportages in 20115 blijkt dat er voortgang is geboekt wat betreft de naleving van de Codes. Dit is goed, maar de sector is er nog niet. Op het terrein van beloningsbeleid is er ook wetgeving ingediend bij de Kamer voor een «claw back» bij onterecht toegekende bonussen en een bonusverbod bij instellingen met staatssteun. Ook is afgelopen jaar een geschiktheidseis ingevoerd die aansluit bij de steeds hogere eisen die worden gesteld aan dagelijkse beleidsbepalers en commissarissen van financiële instellingen.

Een sterke financiële sector begint bij sterke buffers en financiële weerbaarheid. Hier richten de hervormingen op het gebied van het aanscherpen van de kapitaal- en liquiditeitseisen zich op. Er zijn het afgelopen jaar grote stappen gezet op het gebied van de twee belangrijkste wetgevingstrajecten: de kapitaaleisenrichtlijn voor banken («Capital Requirements Directive») en de solvabiliteitseisenrichtlijn voor verzekeraars («Solvency II»). Daarnaast is er in 2011 een interventiewet ingevoerd die de overheid meer mogelijkheden geeft om in te grijpen bij financiële ondernemingen indien die zich in moeilijkheden bevinden.

De laatste categorie hervormingen tracht te bewerkstelligen dat klanten en de maatschappij in brede zin in de praktijk merken dat de financiële sector de klant meer centraal stelt. Dit laatste is zowel uit oogpunt van klantbelang als uit oogpunt van stabiliteit essentieel. In 2011 is verder gewerkt aan het vormgeven van een provisieverbod. Het provisieverbod zal bijdragen aan een ontvlechting van de activiteiten van banken en verzekeraars van de activiteiten van onafhankelijke adviseurs. De consument kan er daarmee op vertrouwen dat de adviseur daadwerkelijk aan zijn kant staat.

Beleidsmatige conclusie

De financiële stabiliteit staat nog steeds onder druk, dit maakt het noodzakelijk om nationaal en internationaal de inspanningen te continueren.

3. Borging continuïteit en dienstverlening

In 2009 is op basis van aanbevelingen van McKinsey het transformatieprogramma voor de informatievoorzieningketen gestart. In mei 2011 is door McKinsey een evaluatie uitgevoerd waaruit blijkt dat IV-keten er nu veel beter voor staat dan twee jaar geleden6. Het waarborgen van de continuïteit van het productieproces heeft prioriteit gekregen, de structuur van de ICT-organisatie is vereenvoudigd en het collegiaal management is afgeschaft. Hierdoor zijn de resultaten van de IV-keten verbeterd. Er is sprake van een meerjarig verbetertraject dat ook de komende jaren door zal moeten gaan. Daarbij zijn nog enkele aandachtspunten. Zo moeten om de continuïteit verder te verstevigen, uitwijkscenario’s getest worden en waar nodig applicaties, bedrijfsprocessen en procedures aangepast worden. Daarnaast is verdere professionalisering van de IV-keten noodzakelijk. Portfoliomanagement en (concern)architectuur moeten verder versterkt worden. Ten slotte moet de productiviteit verhoogd worden om de eigen efficiëntiedoelstellingen te realiseren.

Dienstverlening: telefonische bereikbaarheid en internet

De BelastingTelefoon is in 2011 goed bereikbaar geweest en voldoet net als in 2010 aan de doelstelling dat 80 tot 85% van de bellers daadwerkelijk verbinding heeft gekregen.

In 2011 zijn veel activiteiten verricht om te voorkomen dat burgers of bedrijven de telefoon moeten pakken om de juiste informatie te krijgen. Zo is geïnvesteerd in het verbeteren van de website van de Belastingdienst. De nieuwe website is in januari 2012 live gegaan. Verwacht wordt dat deze verbetering in 2012 leidt tot een grotere zelfredzaamheid en vermindering van het aantal vragen bij de BelastingTelefoon. Verder is een aantal massale communicatie-uitingen beoordeeld op begrijpelijkheid. Onduidelijke teksten zijn herschreven, zoals brieven over reisaftrek, loonverschillen en de zorgverzekeringswet. Ook zijn er voorbereidingen getroffen om belastingplichtigen minder brieven te laten ontvangen: vanaf januari 2012 wordt de «Mededeling loonheffingen aangifte doen en betalen» niet meer verzonden (jaarlijkse reductie ca. 7 miljoen brieven). Het afschaffen van de betalingsherinnering Loonheffingen leidde in 2011 al tot een reductie van zo’n 2 miljoen brieven. Voor de Omzetbelasting is het afschaffen van de betalingsherinnering in onderzoek.

Het is nog niet gelukt om veel gestelde vragen bij de BelastingTelefoon via publicatie op www.belastingdienst.nl van een adequaat antwoord te voorzien. Het vaststellen van de precieze vragen en de rubricering ervan kostte meer tijd dan was gepland. Afronding van deze activiteit wordt nu in 2012 voorzien.

In december 2011 is als onderdeel van het nieuwe Toeslagensysteem Mijn Toeslagen live gegaan. Via deze persoonlijke internetpagina kunnen burgers al hun zaken voor toeslagen regelen. In 2012 zal zichtbaar worden wat de impact van Mijn Toeslagen is op het telefoonaanbod. Ook is een voorziening getroffen waarmee particulieren, ondernemers en fiscale dienstverleners bij fiscaalinhoudelijke vragen die niet door de medewerkers van de BelastingTelefoon kunnen worden beantwoord, doorverbonden worden naar daarvoor toegeruste medewerkers van de Belastingdienst. Per 1 januari 2012 is dit van toepassing voor de grote belastingmiddelen (inkomstenbelasting, omzetbelasting, loonheffing en vennootschapsbelasting).

Internet is door zijn kostenefficiëntie en zijn volcontinue bereikbaarheid het voorkeurskanaal van de Belastingdienst. De Belastingdienst stimuleert het gebruik van internet door gerichte kanaalsturing. Daarbij wordt aangesloten op de rijksbrede ontwikkelingen op het gebied van e-overheid. In 2011 is een kanalenstrategie ontwikkeld, die in de periode tot 2015 in uitvoering komt. Daarnaast is in 2011 een procedure getest, waarbij het maken van afspraken voor baliebezoek via de BelastingTelefoon loopt en waarmee onnodig baliebezoek wordt voorkomen. De resultaten waren positief en de faciliteit wordt in gebruik genomen.

Dienstverlening MKB

In lijn met de beleidsprioriteiten is in 2011 voor de MKB-segmenten starters en ZZP-ers een specifieke behandelmethode ontwikkeld om compliant en zelfredzaam ondernemerschap te bevorderen. Voor starters kent de Belastingdienst de startersaanpak. Deze is in 2011 gestandaardiseerd en wordt nu door alle belastingregio's toegepast. Bij het bepalen van de behandelstrategie van beide segmenten is het uitgangspunt dat de aandacht wordt gericht op (groepen van) personen en hun gedragingen en minder op aangifte of belastingmiddel. Hierbij wordt steeds meer samengewerkt met andere uitvoeringsorganisaties, zoals de Kamer van Koophandel op het gebied van voorlichtingen, waartoe in 2011 een convenant is getekend. Van deze voorlichtingen hebben ruim 20 000 starters gebruik gemaakt; het waarderingscijfer is hoog. Via korte bedrijfsbezoeken, gericht op het beoordelen van de opzet van de administratie, is bevorderd dat starters voldoen aan hun aangifte- en betalingsverplichtingen.

Samen met softwareleveranciers heeft de Belastingdienst onderzocht hoe voor starters en ZZP-ers het voeren van de administratie kan worden vereenvoudigd. De Belastingdienst gaat niet zelf boekhoudpakketten maken, maar treedt in overleg met de ontwikkelaars van online pakketten «in the cloud» om te bewerkstelligen dat zoveel mogelijk fiscale controles worden ingebouwd in de pakketten om zo de kwaliteit van de aangifte te verhogen. Voor MKB-bedrijven met personeel is de ingezette lijn via de fiscaal intermediairs en het horizontaal toezicht verder doorgezet. Het aantal MKB-ondernemingen, dat deelneemt aan een intermediair convenant is sterk toegenomen van 6 564 in 2010 tot 33 462 in 2011.

In 2011 is een actief beleid gevoerd op het tijdig ontvangen van aangiften en het stellen van een grens aan de betalingsachterstand bij invordering. De bedrijven die niet tijdig hun aangifte OB en LH indienden zijn gericht benaderd door de Belastingdienst.

Beleidsmatige conclusie

De doelstelling voor het borgen van de continuïteit en dienstverlening en de toezichtdoelstellingen zijn nagenoeg volledig gerealiseerd. Aan MKB en ZZP-ers is voorlichting op maat gegeven en de startende ondernemer is begeleid in het goed nakomen van zijn verplichtingen. Handhaving binnen MKB-ondernemingen met personeel gaat steeds meer gaan lopen via de lijn van de fiscale intermediairs en het horizontaal toezicht. Het overleg met softwareleveranciers over kwalitatief goede administratieve systemen wordt in 2012 voortgezet.

5

Kamerstukken II 2011–2012, 32 013, nr. 20

Kamerstukken II 2011–2012, 31 083, nr. 42

Kamerstukken II 2010–2011, 31 083, nr. 38

6

Tweede Kamer, vergaderjaar 2010–2011, 31 066, nr. 103

Licence