Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 7: Arbeidszaken overheid

A Algemene doelstelling

Een (compacte) overheid met voldoende en goed gekwalificeerde, integere medewerkers en politieke ambtsdragers tegen verantwoorde kosten.

Voor een rechtmatig en doelmatig opererende overheid zijn competent, integer overheidspersoneel en competente integere bestuurders van doorslaggevende betekenis.

Enerzijds daalt de werkgelegenheid in de publieke sector door de bezuinigingen, anderzijds ontstaan er tekorten doordat vraag en aanbod niet op elkaar aansluiten en is er op middellange termijn sprake van een krapper wordende arbeidsmarkt. Met het oog daarop is een arbeidsmarktbeleid gevoerd. Het project «Beter werken in het Openbaar Bestuur (BWOB) richt zich onder andere op het bevorderen van arbeidsmobiliteit door het wegnemen van bestaande belemmeringen. Door het bevorderen van «slimmer werken» kan het beroep van de overheid op een krapper wordende arbeidsmarkt worden verkleind. Verder is er aandacht voor de aantrekkelijkheid van de overheid als werkgever. Daaronder valt ook het programma dat gericht is op het veilig kunnen uitoefenen van een publieke taak (Programma Veilige Publieke Taak) en het verminderen van de interne bureaucratie.

Zich integer gedragende en zich transparant opstellende overheidsorganisaties en bestuurders dragen bij aan het vertrouwen van de burgers in de overheid. Op deze aspecten is beleid ontwikkeld en geïmplementeerd. Hierbij kan gedacht worden aan het op 1 oktober 2012 van start gegane Adviespunt Klokkenluiders, de herziene klokkenluidersregeling, het (anoniem) kunnen melden van integriteitsschendingen, de jaarlijkse rapportage over topinkomens, het bevorderen van benchmarks, en de aandacht voor de professionalisering van het ambt van burgemeesters.

B Rol en verantwoordelijkheid

Op grond van onder andere de Ambtenarenwet en de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers is de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties systeemverantwoordelijk voor de coördinatie van het arbeidsvoorwaardenbeleid in de publieke sector, waaronder het creëren van voorwaarden om agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak tegen te gaan. Verder is de minister verantwoordelijk voor het bevorderen van integriteit van ambtenaren en bestuurders en het bevorderen van de professionaliteit van bestuurders. De minister creëert voorwaarden ter bescherming van klokkenluiders binnen de publieke sector. De minister bevordert mobiliteit binnen het openbaar bestuur door belemmeringen weg te nemen en gaat excessieve beloningen in de publieke en semi-publieke sector tegen. Ook bevordert de minister het moderniseren van de rechtspositieregelingen voor politieke ambtsdragers (in het verlengde van de Dijkstal-voorstellen).

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is uitvoeringsverantwoordelijk voor de rechtspositionele regelingen van (voormalige) politieke ambtsdragers, de pensioenregelingen van Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen en hun nagelaten betrekkingen, de benoemingen en ontslagen van onder andere burgemeesters, commissarissen der Koningin, leden van de Raad van State en de toekenning van Koninklijke onderscheidingen.

C Beleidsconclusies

Het programma Veilige Publieke Taak (VPT) richt zich op het verminderen van agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak. In 2012 is alleen de monitor onder het openbaar bestuur uitgevoerd. Daaruit blijkt een toename van agressie en geweld tegenover politieke ambtsdragers en een gelijkblijvend slachtofferschap onder ambtenaren.

Een stevige inzet een aandacht blijkt noodzakelijk. Het beleid lijkt voldoende ontwikkeld, maar de implementatie van de maatregelen in betrokken organisaties (onder eigen verantwoordelijkheid) is een punt van aandacht. Het programma wordt in ieder geval tot en met 2014 voortgezet.

Bij de overige instrumenten op dit beleidsartikel hebben zich in 2012 geen bijzonderheden voorgedaan. De uitvoering is verlopen conform verwachting. Een nadere toelichting op de uitgevoerde activiteiten is opgenomen bij de instrumenten van de twee artikelonderdelen.

D Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Tabel 7 Arbeidszaken overheid

(bedragen x € 1.000)

       

Realisatie

Oorspronkelijk Vastgestelde begroting

Verschil

   

2008

2009

2010

2011

2012

2012

2012

Verplichtingen

       

38.068

47.192

– 9.124

                 

Uitgaven:

       

44.797

47.192

– 2.395

                 

7.1

Overheid als werkgever

       

16.124

14.244

1.880

 

Subsidies

       

10.696

5.436

5.260

 

Diverse subsidies

       

2.802

2.150

652

 

Programma Veilige Publieke Taak

       

2.098

0

2.098

 

Subsidies Overlegstelsel

       

5.587

3.286

2.301

 

Subsidies internationaal

       

209

0

209

                 
 

Opdrachten

       

5.428

8.808

– 3.380

 

Arbeidsmarktbeleid

       

3.117

3.058

59

 

Programma Veilige Publieke Taak

       

130

4.800

– 4.670

 

Zorg voor politieke ambtsdragers

       

2.181

950

1.231

                 

7.2

Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

       

28.673

32.948

– 4.275

 

Inkomensoverdracht

       

8.242

9.904

– 1.662

 

Pensioenen en uitkeringen Politieke ambtsdragers

       

8.242

9.904

– 1.662

                 
 

Bijdragen aan ZBO's / RWT's

       

20.431

23.044

– 2.613

 

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige overzeese gebiedsdelen (SAIP)

       

20.431

23.044

– 2.613

                 
 

Ontvangsten

       

2.485

820

1.665

E Toelichting op de financiële instrumenten
7.1 Overheid als werkgever

Subsidies

Programma Veilige Publieke Taak

Het programma Veilige Publieke Taak werkt langs 3 hoofdlijnen: het voorkomen van agressie en geweld, het aanpakken van de dader en het ondersteunen van werkgevers.

Er zijn subsidies toegekend aan verschillende organisaties voor de uitvoering van pilots om maatregelen ter voorkoming van agressie en geweld te toetsen. In 2012 zijn alle projecten in het kader van de stimuleringsregeling afgerond.

Vanuit VPT wordt de vorming van intensiveringsregio’s gestimuleerd. Er zijn bijdragen verleend voor het kunnen uitvoeren van activiteiten gericht op het veilig kunnen uitoefenen van een publieke taak. Binnen een intensiveringsregio wisselen verschillende werkgevers met een publieke taak (zorg, openbaar vervoer, ambulance, brandweer, openbaar bestuur, onderwijs etc.) informatie met elkaar uit (good practices) over de wijze waarop zij agressie tegen hun medewerkers tegengaan. Implementatie van de acht VPT-maatregelen16 staat centraal. Ook politie en OM maken deel uit van dit samenwerkingsverband, zodat de dadergerichte aanpak met concrete afspraken verstevigd kan worden. Gebleken is dat dit stimulerend werkt.

In het kader van de Taskforce Veiliger Openbaar Vervoer is op 9 juli 2012 het convenant Sociale Veiligheid in het openbaar vervoer door vervoerders, concessieverleners en vakbond CNV ondertekend. Er is mede door het ministerie van BZK geld beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de afgesproken maatregelen, waaronder cameratoezicht op alle bussen.

Sinds 2011 is het expertisecentrum VPT operationeel, dat zich richt op de praktische ondersteuning van werkgevers. Het Ministerie van BZK draagt financieel bij aan het in stand houden van dit centrum.

Het verschil tussen de begroting en gerealiseerde uitgaven wordt veroorzaakt door het feit dat het voor VPT beschikbare budget in de begroting in zijn geheel op de categorie «Opdrachten» was geboekt, terwijl dit budget ook bedoeld was voor het toekennen van subsidies.

Subsidies Overlegstelsel

Ten behoeve van een adequaat overlegstelsel zijn er subsidies verstrekt aan de Stichting Verdeling Overheidsbijdragen (SVO), het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) en de Stichting Centrum voor Arbeidsverhoudingen Overheidspersoneel (CAOP). Een deel van het bedrag is per abuis onder «Veilige Publieke Taak» geboekt in de begroting 2012. Het budget dient echter verantwoord te worden onder «Subsidies Overlegstelsel».

Opdrachten

Arbeidsmarktbeleid

In 2012 is via het programma Beter Werken in het Openbaar Bestuur gewerkt aan bevordering van de kwaliteit en flexibiliteit van het ambtenarenapparaat. In januari is een grote bestuurdersconferentie georganiseerd waarbij aandacht is gevraagd voor de noodzaak van vernieuwingen op het gebied van personeel en organisatie van de ambtelijke dienst. Verder is de totstandkoming van dan wel de aansluiting van overheidsorganisaties op regionale arbeidsmarktnetwerken bevorderd vanuit het programma. Dit met het doel om personele mobiliteit binnen en tussen overheidslagen te bevorderen, alsook tussen overheid en marktsector. Mobiliteitsbelemmeringen in regelgeving zijn geïnventariseerd. Met sociale partners wordt besproken hoe deze kunnen worden weggenomen. Ook is een proeftuin vernieuwende arbeidsrelaties opgezet waarin overheidorganisaties kunnen experimenteren met andersoortige arbeidsrelaties dan de gangbare vaste aanstelling of het zeer tijdelijke arbeidscontract. Met Rijk en Gemeenten wordt een initiatief uitgewerkt voor het opzetten van een interbestuurlijke jongerenpool. Gekeken wordt naar mogelijkheden om ondanks personele taakstellingen toch jongeren binnen te halen bij de overheid.

In een door Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gefinancierd ICTU programma is een aanvang gemaakt met de ontwikkeling en exploitatie van het zogenoemde »Vensters voor Bedrijfsvoering». Het betreft een instrument voor bestuurders van organisaties die vanuit verschillende perspectieven zicht willen krijgen op de kwaliteit van hun bedrijfsvoering. De ICTU heeft hiertoe een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Verenging van Gemeentesecretarissen (VGS) en het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING). Op dit moment zijn al 70 gemeenten en een aantal waterschappen betrokken bij de ontwikkeling.

Programma Veilige Publieke Taak

In 2012 is de Handreiking voorkomen van agressie en geweld ontwikkeld en beschikbaar gesteld aan alle werkgevers met een publieke taak. Om weerbaarheid van medewerkers onder de aandacht te brengen bij werkgevers met een publieke taak, is op 11 oktober 2012 de conferentie «Veerkracht» georganiseerd.

De Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) over de werkwijze van politie en Openbaar Ministerie bij VPT-zaken zijn geëvalueerd. De afspraken worden goed nageleefd, maar dat er wel verbeterpunten zijn voor politie en OM, zonder dat dit leidt tot nieuw beleid. Het aangeven en verklaren onder nummer – een nieuwe vorm van anonimiteit bij aangifte – voor slachtoffers en getuigen is sinds 30 september 2012 landelijk mogelijk. Uit de evaluatie van de pilot schade-verhaal blijkt dat niet of nauwelijks schade wordt verhaald op de dader indien een verzekeringsmaatschappij de schade heeft vergoed.

In het kader van de ondersteuning van werkgevers is, evenals voorgaande jaren, een VPT-beurs georganiseerd, waarbij de VPT-award is uitgereikt. Doel is het delen van best-practices.

In 2012 is een tweede onderzoek gedaan naar agressie en geweld tegen politieke ambtsdragers van gemeenten, provincies en waterschappen, en tegen overheidsmedewerkers. De monitor 2012 laat een toename zien van agressie en geweld door burgers tegen politieke ambtsdragers van 32% van de politieke ambtsdragers in 2010 naar 38% in 2012. Het percentage (40%) agressie en geweld tegen overheidsmedewerkers is gelijk gebleven, maar van de overheidsmedewerkers met burgercontacten krijgt de helft met agressie en geweld te maken. Burgemeesters vormen samen met gemeenteambtenaren de grootste risicocategorie. Verder blijkt dat een deel van de overheidsorganisaties niet alle 8 maatregelen voor een effectief VPT-beleid invoeren, maar slechts een deel.

Uit de monitor komt tevens naar voren dat er een verschil is tussen het formele beleid en de beleving van het beleid in de organisatie.

Het verschil tussen de begroting en gerealiseerde uitgaven wordt grotendeels veroorzaakt door het feit dat het voor VPT beschikbare budget in de begroting in zijn geheel op de categorie «Opdrachten» was geboekt, terwijl een deel van het budget was bedoeld voor subsidies.

Zorg voor politieke ambtsdragers

Vanwege het succes van het eerste, in 2012 afgesloten, oriëntatieprogramma voor burgemeesters, is in november 2012 een nieuwe editie van start gegaan. Het programma wordt gezamenlijk door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Nederlands Genootschap van Burgemeesters en de provincies uitgevoerd.

Voor de eerste keer is gezamenlijk en volgens dezelfde methode een integrale integriteitscan toegepast binnen de verschillende sectoren. Op 4 december 2012 is deze monitor Bestuurlijke Integriteit door de verantwoordelijke bestuurders gepresenteerd, vergezeld van een gemeenschappelijke verklaring van koepels en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Partijen verbinden zich daarin tot blijvende inspanningen voor een integer openbaar bestuur. De monitor is uitgevoerd onder ambtenaren (waaronder gemeentesecretarissen en griffiers) en politieke ambtsdragers en geeft een kwantitatief beeld van de stand van zaken van het integriteitsbeleid en van de beleving en het bewustzijn van integriteit. Voornaamste uitkomst is dat de bestaande wet- en regelgeving voldoet en dat de meeste aandacht uit moet gaan naar preventie en implementatie. Afgesproken is om deze scan elke 4 à 5 jaar te herhalen, zodat er zicht ontstaat op de effectiviteit van interne integriteitsmaatregelen. In vervolg op casuïstiekonderzoek in 2011 op het gebied van integriteit is een tweede onderzoek uitgevoerd in 2012, waarbij de focus lag op de dimensies die een rol spelen bij het ontstaan van integriteitsproblemen en de te definiëren risicofactoren. De uitkomsten van dit onderzoek (het rapport «Grijs») zijn betrokken bij de reactie van 29 oktober 2012 van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties op de motie Heijnen/Schouw (Kamerstukken II, 2012–2013, 28 844, nr. 67). In dat kader is nagegaan of de wettelijke regels op integriteitsgebied uitgebreid of gewijzigd dienen te worden. Vastgesteld is dat de huidige regelgeving voldoende basis biedt, wel moet er blijvend geïnvesteerd worden in de toepassing van regels en gedragsnormen. Beroepsorganisaties en koepels worden ondersteund in het ontwikkelen van initiatieven voor een preventieve aanpak van integriteit. Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector (BIOS) heeft een bijdrage geleverd aan het wethouderscongres in november 2012, door het organiseren van een workshop integriteit.

Tabel 7.1 Overheid als werkgever
 

Waarde 2009

Waarde 2010

Waarde 2011

Waarde 2012

1. Aantal onvervulde vacatures in de sectoren Rijk, Provincies, Gemeenten, Rechterlijke Macht, Waterschappen, Onderwijs, Politie en Defensie.1

20.700

10.500

7.700

7.200

2. Bevorderen van aantrekkelijk werkgeverschap: Aandeel werknemers, dat tevreden is met de primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden. 2

59%

 

77,4%

3. Driejarig gemiddelde afwijking in loonontwikkeling overheid t.o.v. de markt3

0,42%

0,18%

– 0,35%

4

1

CBS, 2012 (Statline)

2

In POMO wordt gevraagd naar de tevredenheid over de baan en de organisatie. Dit zegt ook iets over het aantrekkelijk werkgever zijn van de overheid. De tevredenheid over de baan en de organisatie kunnen een indicatie geven over de arbeidsmarktpositie van de overheid.

Bron: POMO 2012 (Personeelsonderzoek 2012)

3

Bron: CPB

4

Waarde niet bekend bij publicatie jaarverslag

7.2 Pensioenen, uitkeringen en benoemingsregelingen

Inkomensoverdracht

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers.

Op basis van deze regelingen zijn uitkeringen en pensioenen verstrekt aan gewezen politieke ambtsdragers. De lagere uitgaven dan begroot zijn het gevolg van het feit dat er geen waardeoverdracht heeft plaatsgevonden en van een minder beroep op de uitkeringsregeling dan verwacht.

Regelingen voor Nederlandse ambtenaren uit de voormalige gebiedsdelen

Op basis van deze regelingen zijn uitkeringen en pensioenen verstrekt aan deze specifieke groepen. De uitgaven voor SAIP (Stichting Administratie Indonesische Pensioenen) zijn lager uitgevallen dan begroot. Demografische factoren liggen hieraan ten grondslag.

Ontvangsten

De meerontvangsten betreffen met name terugontvangsten met betrekking tot eerder verstrekte subsidies. Daarnaast is er een niet begrote ontvangst van € 1 mln. gerealiseerd die verband houdt met de uitbetaling door de Vereffeningscommissie uit de boedelscheiding van de voormalige Nederlandse Antillen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties had een claim op deze boedel gedaan vanwege de betaling van achterstallige salaris betalingen aan personeel van de voormalige Nederlandse Antillen.

16

Het VPT-beleid voorziet in acht maatregelen: een norm stellen, melden van agressie en geweld, registreren van incidenten, voorlichting en training aan medewerkers, een duidelijk signaal aan daders, het bevorderen van aangifte bij de politie, het verhalen van schade en het bieden van nazorg.

Licence