Base description which applies to whole site

Beleidsartikel 4 Zorgbreed beleid

1. Algemene beleidsdoelstelling

Het scheppen van randvoorwaarden om het zorgstelsel te laten werken zodat de kwaliteit, de toegankelijkheid en de betaalbaarheid van de zorg voor de burger is gewaarborgd.

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister bevordert de werking van het stelsel door partijen in staat te stellen hun rol te spelen en door belemmeringen weg te nemen die een goede werking van het stelsel in de weg staan. Daar waar publieke belangen in het geding zijn, die niet voldoende door (partijen in) het stelsel behartigd kunnen worden, bevordert de Minister dat deze belangen worden behartigd.

De positie van de cliënt wordt versterkt. Ten eerste door de rechten van de cliënt te versterken door heldere, eenduidige wetgeving. Ten tweede door te stimuleren dat patiënten- en gehandicaptenorganisaties hun rol in het stelsel kunnen spelen.

De verantwoordelijkheid van de Minister wordt tevens ingevuld door met stakeholders te streven naar een innovatieve en kwalitatieve beroepenstructuur met bijbehorende opleidingsmatrix ter invulling van de huidige en toekomstige zorgvraag met aandacht voor kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid. Ook wordt – indien noodzakelijk – het arbeidsmarktbeleid van veldpartijen ondersteund en wordt gestimuleerd dat er voldoende capaciteit aan zorgverleners beschikbaar is en blijft.

Ook zijn er randvoorwaarden gecreëerd om het innoverend vermogen van de gezondheidszorg te waarborgen en wordt gezondheidsonderzoek en het gebruik van de ontwikkelde kennis gestimuleerd.

De IGZ houdt toezicht op ruim twintig wetten, waaronder de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG), de Kwaliteitswet Zorginstellingen en de Geneesmiddelenwet. De uitgaven voor de IGZ staan verantwoord op artikel 10 Apparaatsuitgaven.

De Minister heeft voor een goede werking van het zorgstelsel de beschikking over verschillende zelfstandige bestuursorganen die een taak hebben op het gebied van markttoezicht, pakketbeheer, kwaliteit en transparantie.

In Caribisch Nederland wordt een passend aanbod van zorg en jeugdzorg gerealiseerd.

Rol en verantwoordelijkheid Minister

Beleidsterrein

Stimuleren

Financieren

Regisseren

(Doen) uitvoeren

Positie cliënt

Subsidieregeling voor organisaties van patiënten- en gehandicapten, zodat deze mensen kunnen helpen hun rol in het stelsel te spelen.

 

Zorgen voor adequate wet- en regelgeving die positie patiënt versterkt en privacy en beveiliging borgt.

 

Opleidingen, Beroepenstructuur en Arbeidsmarkt

Stimuleren van de juiste kwaliteit van zorgopleidingen.

Stimuleren van een logische opleidingsmatrix met de juiste samenhang tussen opleidingen.

Bevorderen van een logische beroepenstructuur, gebaseerd op competenties nodig voor de invulling van de huidige en toekomstige zorgvraag en gericht op samenwerking.

Stimuleren van beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel.

Bevorderen van kwaliteit van individuele zorgverlening.

Financieren van het Stagefonds.

Bijdrage leveren aan regionaal arbeidsmarktbeleid.

Bijdrage leveren aan stimulering van de kwaliteit van opleiden en invulling geven aan een adequate beroepenstructuur.

Bewaken van de tot standkoming en het vasthouden van een toekomstgericht opleidingscontinuüm, met juiste kwaliteit en gewenste instroom.

Monitoren en sturen van de tot standkoming en het vasthouden van een innovatieve, kwalitatieve beroepenstructuur.

Constant optimaliseren van de inhoud en uitvoering van de Wet BIG.

Bevorderen van een gezonde arbeidsmarkt die personeel weet te binden en te boeien en voldoende wervend is.

Volgen van ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

 

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Creëren randvoorwaarden om innoverend vermogen van de gezondheidszorg te waarborgen.

Stimuleren van gezondheidsonderzoek en het gebruik van ontwikkelde kennis (o.a. ZonMw).

 

Zorg voor prikkels gericht op kwaliteitsverbetering, normen voor kwaliteit en transparantie.

Oprichten van een nationaal kwaliteitsinstituut gezondheidszorg (zie ZiNL).

 

Inrichten uitvoeringsactiviteiten

   

Opstellen van wetgeving waarin taken van NZa, ZiNL en andere organisaties worden vastgelegd.

Via ZiNL, NZa en andere organisaties een bijdrage leveren aan de uitvoering van het stelsel.

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Samen met betrokken partijen stimuleren van de verbetering van het aanbod van (jeugd)zorg, met name via de uitvoering van de Middel Lange Termijn Plannen die in 2008 samen met de eilandbesturen zijn vastgesteld.

Financieren zorg 100% en (mede)financieren jeugdzorg.

(Jaarlijks) evalueren van de aanspraken in kader van zorgregeling voor Caribisch Nederland en indien nodig aanpassen.

Voorbereiden regelgeving voor de jeugdzorg (financiering, kwaliteit) en realiseren van Centra voor Jeugd en Gezin op de drie eilanden.

Uitvoeren zorgregelgeving voor Caribisch Nederland door het Zorgverzekeringkantoor op Bonaire.

3. Beleidsconclusies

Positie cliënt

Het voorstel van wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (EK 32 402) ligt ter behandeling in de Eerste Kamer. Als de Eerste Kamer haar goedkeuring geeft zal het wetsvoorstel in 2016 in werking treden en geïmplementeerd worden.

De bepalingen uit de ingetrokken Beginselenwet AWBZ-zorg (TK 33 109) zijn opgenomen in de regelgeving op grond van de per 1 januari 2015 in werking getreden Wet langdurige zorg (TK 33 891).

Het beleid gericht op het stimuleren dat patiënten- en gehandicaptenorganisaties hun rol in het stelsel kunnen spelen is uitgevoerd conform het Beleidskader voor subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties en voldeed daarmee aan de verwachting zoals vermeld in de begroting.

Opleidingen beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Wat betreft de arbeidsmarkt is 2014 een overgangsjaar geweest: van anticiperen op eerder verwachte personeelstekorten in komende jaren naar het voorbereiden op de transities in de zorg en gevolgen daarvan voor de arbeidsmarkt. Op verschillende manieren zijn veldpartijen daarbij ondersteund. Dat heeft onder andere geleid tot de start van de landelijke en regionale sectorplannen in de zorg, gericht op zowel van-werk-naar-werk-trajecten als scholing van zittende werknemers. Daarnaast is de basis gelegd voor een betere afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt, zodat ook in de toekomst de juiste professionals met de benodigde veranderende competenties opgeleid worden.

In 2014 is gestart met de Subsidieregeling Kwaliteitsimpuls personeel ziekenhuiszorg, gericht op verbetering van de kwaliteit van personeel in ziekenhuizen zodat goede zorg voor de steeds complexer wordende patiëntenzorg ook in de toekomst gegarandeerd is. Naast het anticiperen op de komende veranderingen is ook doorgegaan met het reeds ingezette beleid gericht op het stimuleren van de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd zorgpersoneel. Dat betekent onder andere dat uitvoering is gegeven aan bestaand beleid zoals het stagefonds en het regionaal arbeidsmarktbeleid.

Verder is in 2014 onderzoek gestart naar een nieuwe beroepenstructuur en een daarop afgestemd opleidingsaanbod voor de hele zorg. Dit loopt nog door in 2015. Ook is in 2014 de beleidsreactie op de evaluatie Wet BIG naar de Kamer gestuurd (TK 29 282, nr. 211). Er is evaluatieonderzoek gedaan naar de toelatingsprocedure voor buitenlandse artsen afkomstig van buiten de Europese Economische Ruimte. Een beleidsreactie over de aanpak van onnodige barrières in dit proces is aan de Kamer gestuurd (TK 29 282, nr. 210).

Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Op 1 april 2014 is de wet die de bevoegdheden voor het Kwaliteitsinstituut in de Zvw regelt in werking getreden (EK 33 243). Het Kwaliteitsinstituut is zoals gepland in 2014 van start gegaan.

Inrichten uitvoeringsactiviteiten

De Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) zijn geëvalueerd (TK 25 268, nr. 87). De aanbevelingen uit de evaluatie naar de deregulering van de Wmg worden opgepakt en uitgewerkt. Dit geldt ook voor de aanbeveling om het lange termijnperspectief meer aandacht te geven ten behoeve van het ICT- en HRM-beleid. Met betrekking tot het toezicht hebben de aanbevelingen geleid tot actie van de toezichthouder zelf. Tot slot wordt in samenhang met de adviezen van de commissie Borstlap de positionering van de taken van de NZa bezien met als doel dat de NZa zich in haar rol als robuuste en onafhankelijke toezichthouder verder kan ontwikkelen.

Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

Zorgverzekering Caribisch Nederland

In 2014 zijn verbeteringen gerealiseerd in het administratieve beheer bij het Zorgverzekeringskantoor (ZVK). Voor het op orde brengen van de verzekerdenadministratie is het van belang dat er nu een directe digitale vergelijking kan plaatsvinden met de gegevens uit het bevolkingsregister. In 2014 is voorts vooruitgang geboekt met het afsluiten van contracten met een aantal van de zorgaanbieders. Het gebruik van het ICT-systeem in 2014 heeft ook geleid tot een aanzienlijke kwaliteitsverbetering in het administratieve beheer bij het ZVK.

Verbeteren van het zorgaanbod

De verbetering van de medische infrastructuur is in 2014 doorgezet. De opzet is dat het ziekenhuis op Bonaire door de jumelage met VU/AMC steeds meer basiszorg zelf gaat leveren, zodat er minder medische uitzendingen nodig zijn. De daling van het aantal medische uitzendingen is in 2014 minder geweest dan verwacht.

Verslavingszorg

Novadic Kentron heeft in 2014 in samenwerking met de bestaande voorzieningen op de eilanden de benodigde verbetering en uitbreiding van het aanbod psychiatrie en verslavingszorg gerealiseerd.

Jeugdzorg

De focus voor de jeugd lag ook in 2014 op het bieden van goede basisvoorzieningen en het voortbouwen op de verbeteringen die de laatste jaren in dit kader zijn gedaan. Voorbeelden zijn de verbetering van de jeugdgezondheidszorg, het bieden van opvoedingsondersteuning, het versterken van seksuele educatie en het verbeteren van de gezinsvoogdij. In 2014 is daarnaast gewerkt aan het realiseren van een sluitend plan van aanpak voor het verbeteren van de situatie van de kinderrechten in Caribisch Nederland.

4. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2014

2014

Verplichtingen

748.883

578.564

715.427

694.225

21.202

           

Uitgaven

1.832.888

815.589

697.803

697.717

86

           

1. Positie cliënt

 

33.238

26.045

26.934

– 889

           

Subsidies

 

28.142

21.501

22.878

– 1.377

Patiënten- en gehandicaptenorganisaties

 

27.814

21.080

22.698

– 1.618

Overig positie cliënt

 

327

422

180

242

           

Opdrachten

 

3.763

3.678

2.602

1.076

waarvan onder andere:

         

Ondersteuning cliënt organisaties

 

3.581

3.139

2.437

702

           

Bijdragen aan agentschappen

 

1.333

866

1.454

– 588

waarvan onder andere:

         

CIBG: uitvoering subsidieregeling

 

1.333

366

1.333

– 967

           

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

 

354.735

253.067

299.230

– 46.163

           

Subsidies

 

334.307

242.099

288.546

– 46.447

waarvan onder andere:

         

Kwaliteitsimpuls categorale en algemene ziekenhuizen

 

0

48.353

48.000

353

Stageplaatsen zorg / Stagefonds

 

105.926

110.400

110.000

400

Publieke Gezondheidszorgopleidingen

 

15.093

16.054

18.323

– 2.269

Aanpassing opleidingscurricula

 

0

2.286

5.000

– 2.714

Vaccinatie stageplaatsen zorg

 

3.789

3.869

3.850

19

Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant

 

21.744

20.718

34.775

– 14.057

Opleiding tot ziekenhuisarts

 

1.606

2.489

5.842

– 3.353

Capaciteitsorgaan

 

1.664

1.689

1.625

64

Regionaal arbeidsmarktbeleid

 

7.500

7.813

7.500

313

Veilig werken in de zorg

 

2.575

3.138

3.196

– 58

Arbeidsmarktbeleid Hlz

 

0

19

4.300

– 4.281

Ontwikkeling opleidingsplaatsen

 

0

0

8.000

– 8.000

Nieuwe opleidingen en modernisering

 

0

1.215

7.100

– 5.885

           

Opdrachten

 

2.379

2.649

2.115

534

           

Bijdragen aan agentschappen

 

16.963

8.319

7.903

416

waarvan onder andere:

         

CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register, SVB-Z

 

16.001

8.319

5.300

3.019

           

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

 

1.086

0

666

– 666

waarvan onder andere:

         

ZiNL: sectie Zorgberoepen en opleidingen

 

0

0

666

– 666

           

3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

 

119.318

109.189

89.359

19.830

           

Subsidies

 

5.293

5.287

5.042

245

Nivel

 

5.093

5.187

5.042

245

           

Opdrachten

 

48

60

0

60

           

Bijdragen aan agentschappen

 

2.123

2.099

2.370

– 271

waarvan onder andere:

         

CIBG: Jaardocument Maatschappelijke Verantwoording

 

708

845

800

45

RIVM: Zorgbalans

 

623

0

650

– 650

           

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

 

111.854

101.743

81.947

19.796

ZonMw: programmering

 

105.673

101.743

81.947

19.796

ZonMw: exploitatie

 

6.181

0

0

0

           

4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten

 

215.717

220.856

193.292

27.564

           

Subsidies

 

256

426

256

170

Uitvoering Wtcg

 

256

426

256

170

           

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

 

212.894

216.019

189.636

26.383

waarvan onder andere:

         

Centraal Administratie Kantoor

 

98.319

102.156

92.950

9.206

Nederlandse Zorgautoriteit

 

46.844

47.120

43.231

3.889

Zorginstituut Nederland

 

64.004

62.928

48.436

14.492

College Bouw Zorginstellingen

 

1.204

892

1.400

– 508

College Sanering Zorginstellingen

 

2.523

2.923

2.615

308

           

Opdrachten

 

2.568

4.411

3.400

1.011

waarvan onder andere:

         

TNO centrum Zorg en Bouw

 

2.398

3.507

2.370

1.137

Uitvoering Wtcg

 

170

169

907

– 738

           

5. Zorg, welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

 

92.580

87.895

88.902

– 1.007

           

Subsidies

 

0

21

0

21

           

Bekostiging

 

92.580

87.874

88.902

– 1.028

Zorg en welzijn

 

88.033

86.265

84.192

2.073

Jeugdzorg

 

4.547

1.610

4.710

– 3.100

           

6. Voorkomen fraude

 

0

748

0

748

           

Subsidies

 

0

494

0

494

           

Opdrachten

 

0

254

0

254

           

Ontvangsten

33.922

20.251

32.300

4.858

27.442

5. Toelichting op de instrumenten

1. Positie cliënt

Subsidies

Patiënten- en Gehandicaptenorganisaties

De uitgaven voor subsidieverstrekking aan patiënten- en gehandicaptenorganisaties zijn circa € 1,6 miljoen lager dan geraamd. Dit komt omdat de raming gebaseerd was op meer organisaties dan aan welke uiteindelijk instellingssubsidies zijn verstrekt. Daarnaast zijn er minder projectsubsidies verstrekt dan aan vouchers beschikbaar waren gesteld en hoefde een reservering voor bezwaar en beroep niet te worden aangesproken.

2. Opleidingen, beroepenstructuur en arbeidsmarkt

Subsidies

De totale onderuitputting bedraagt € 46,4 miljoen. Een gedeelte van deze onderuitputting (€ 6,1 miljoen) heeft te maken het Fonds Ziekenhuisopleidingen (FZO). Het aantal gediplomeerden is gedaald van 1.900 naar 1.700 en het aantal instromers is gedaald van 580 naar 380 in het studiejaar 2013–2014. Deze daling doet zich voor bij de meeste opleidingen.

Publieke Gezondheidsopleidingen

Er zijn minder artsen in de opleiding Publieke Gezondheidszorg ingestroomd dan geraamd. VWS heeft het Nivel onderzoek laten doen naar eventuele belemmerende factoren voor de instroom. Het onderzoeksrapport is op 7 oktober 2014 naar de Tweede Kamer gestuurd (TK 29 282, nr. 204). Met relevante veldpartijen (GGD’en, jeugd- en thuiszorginstellingen) vindt overleg plaats om te komen tot een plan van aanpak. Dit dient verder uitwerking te krijgen binnen het stimuleringsprogramma Publieke Gezondheid.

Aanpassing opleidingscurricula

De bezuiniging op het opleiden van medisch specialisten uit het regeerakkoord, wordt deels ingevuld door het gemiddeld sneller doorlopen van de opleiding. Er is in de periode 2014–2016 € 10 miljoen beschikbaar gesteld om deze versnelling te implementeren. Inmiddels is aan de Nederlandse Federatie Universitair Medische Centra (NFU) en de Federatie Medisch Specialisten Nederland (FMSN), voorheen de Orde van Medisch Specialisten (OMS), subsidie verleend om daarop gerichte projecten uit te voeren. Een deel van de middelen die in 2014 beschikbaar waren, is via een kasschuif toegevoegd aan de budgetten van 2015 en 2016.

Opleiding tot verpleegkundig specialist/physician assistant

Het totaal aantal beschikbare bekostigde opleidingsplaatsen voor de jaarlijkse instroom in de opleiding tot physician assistant en de opleiding tot verpleegkundig specialist gezamenlijk bedraagt 700 opleidingsplaatsen.

In het studiejaar 2013–2014 zijn ongeveer 380 plaatsen benut. In het studiejaar 2014–2015 zijn 432 opleidingsplaatsen benut. De Vereniging Hogescholen heeft aangegeven dat de belangstelling van potentiële kandidaten voor deze opleiding voldoende aanwezig is.

De reden voor het onvoldoende benutten van de beschikbare opleidingsplaatsen is met name gelegen in het tekort aan leerwerkplekken bij ziekenhuizen. Dit had ondermeer te maken met de invoering van de nieuwe bekostigingssystematiek. De verwachting is dat het aantal beschikbare stageplaatsen zal aantrekken.

Opleidingen tot ziekenhuisarts

Het totale subsidiebedrag voor de gehele projectperiode blijft gelijk (want er zal een vastgesteld aantal artsen in opleiding tot specialist (AIOS) worden opgeleid). De projectperiode loopt van 1 maart 2012 tot en met 1 februari 2015. De bevoorschotting was in 2014 wel lager dan begroot (circa € 3,4 miljoen). Dit komt door de lagere instroom van AIOS in het eerste jaar van de opleiding. De belangrijkste reden hiervan was dat de werving van kandidaten achterbleef. De profielerkenning van de opleiding was op dat moment nog niet afgegeven en er was sprake van een relatief grote onbekendheid met deze nieuwe opleiding.

Arbeidsmarktbeleid Hlz

Zoals in de tweede suppletoire wet is gemeld is het interventieteam per 1 oktober 2014 aangevangen met zijn werkzaamheden. Hierdoor is een groot deel van het budget niet tot uitputting gekomen.

Ontwikkeling opleidingsplaatsen

Zoals in de tweede suppletoire wet gemeld zijn niet alle plaatsen gerealiseerd waardoor onderuitputting is ontstaan.

Nieuwe opleidingen en modernisering

De onderuitputting van € 5,9 miljoen is het gevolg van een lagere realisatie bij de nieuwe opleidingen en modernisering. De verwachting is dat door VWS te subsidiëren projecten naar aanleiding van de evaluatie van de Wet BIG en innovaties uit het veld later dan gepland op gang komen.

Bijdragen aan agentschappen

CIBG: Bijdrage voor onder andere UZI-register, BIG-register, SVB-Z

De gerealiseerde kosten van het CIBG voor de uitvoering van activiteiten in 2014 bedroegen circa € 8,3 miljoen. Dit was circa € 3 miljoen hoger dan aanvankelijk geraamd bij het opstellen van de begroting 2014. Dit was het gevolg van fluctuaties in de productie van het UZI-register en van een aanpassing van de tariefstelling.

Kengetallen arbeidsmarkt
 

Gemiddeld 2003–2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

20141

1. Werkgelegenheidsontwikkeling Zorg en Welzijn 2

2,70%

3,60%

3,80%

3,9%3

2,50%

1%

nb

nb

2. Vacaturegraad in zorg en welzijn 4

16

23

16

14

14

11

8

10

3. Aantal leerlingen in zorg en welzijn opleidingen (MBO en HBO)4

247.000

258.000

266.000

281.000

279.000

287.000

nb

nb

4. Netto verloop verpleegkundig, verzorgend en agogisch personeel 5

5,70%

6,40%

3,90%

5,20%

5,20%

nb

nb

nb

5. Ziekteverzuim (1e ziektejaar) 6

5,50%

5,00%

4,90%

4,80%

4,80%

4,60%

nb

nb

nb = niet beschikbaar

1 Bron groei percentage berekent op cijfers CBS Statline

2 Bron CBS statline

3 Bron: www.azwinfo.nl

4 Bron: www.azwinfo.nl

5 Bron: cijfers Vernet www.azwinfo.nl

1

voorlopige cijfers

2

4de kwartaal van elk jaar en 2011 is ontwikkeling aantal banen i.p.v. fte

3

na 2009 is een methodewijziging geweest, waardoor het niet goed vergelijkbaar is

4

3de kwartaal van elk jaar

5

gemiddelde 2005–2007

6

alleen sector zorg (niet welzijn)

3. Kwaliteit, transparantie en kennisontwikkeling

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

ZonMw: programmering

Conform de begroting heeft ZonMw diverse projecten en onderzoeken op het gebied van gezondheid, preventie en zorg laten uitvoeren. Bij de eerste suppletoire wet is € 24,4 miljoen toegevoegd aan het budget door onder andere overboekingen vanuit artikel 3 van de VWS-begroting in verband met het Verbeterprogramma palliatieve zorg, het Programma Memorabel (Deltaplan dementie), het Nationaal programma ouderenzorg en het Kwaliteitsinstituut en vanuit artikel 6 voor de Sportimpuls. Bij de tweede suppletoire wet is het budget verlaagd met € 5,6 miljoen door onder andere vertraging in de opdrachtverlening voor het Vijfde preventieprogramma (€ 3,4 miljoen) en het vervolgprogramma Jeugdgezondheidszorg. Per saldo zijn de uitgaven circa € 19,8 miljoen hoger dan begroot.

4. Inrichten uitvoeringsactiviteiten

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

CAK

De bijdrage aan het CAK voor 2014 was € 102,2 miljoen. Hiermee heeft het CAK uitvoeringstaken verricht voor een vijftal wettelijke taken. Hoewel de CER-regeling formeel eindigde in 2013, heeft het CAK in 2014 nog naleveringen verwerkt en liep het secundair proces (aanvragen, bezwaar en beroep) over CER-tegemoetkomingen.

Deze wettelijke taken zijn:

  • 1. de centrale betaling aan 3.500 AWBZ-instellingen (namens de zorgverzekeraars);

  • 2. het innen van de eigen bijdrage voor Zorg met Verblijf (intramurale zorg) en de Zorg zonder Verblijf (extramurale zorg);

  • 3. het vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdrage Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo);

  • 4. het uitvoeren en afwikkelen van de regeling compensatie van het eigen risico Zorgverzekeringswet (CER);

  • 5. het uitvoeren van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg).

De bijdrage aan het CAK is gedurende het jaar 2014 als gevolg van diverse stijgingen in de uitvoeringskosten verhoogd. Een belangrijke oorzaak voor die kostenstijging was gerelateerd aan de CER- en Wtcg-regeling. Op verzoek van de Tweede Kamer waren er meer voorlichtingsactiviteiten met het oog op de afschaffing van beide regelingen, daarnaast waren er in het kader van de Wtcg meer uitvoeringskosten omdat er als gevolg van het inkomensafhankelijk maken van de regeling fors meer telefonische contacten waren (in totaal € 5,8 miljoen extra communicatiekosten). Daarnaast heeft het CAK wijzigingen doorgevoerd voor de Wmo 2015 en Jeugdwet (inclusief ouderbijdrage Jeugdwet) en Wlz (totale meerkosten € 6,3 miljoen). Ook waren er meerkosten voor de projecten Regelhulp en Overheveling burgerregelingen van het Zorginstituut Nederland naar het CAK, was er sprake van hogere pensioenlasten en waren er meerkosten als gevolg van uitstel van de invoering van SEPA (waardoor er ook kosten in 2014 waren).

Nederlandse Zorgautoriteit

Aan de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) is circa € 3,9 miljoen meer budget ter beschikking gesteld, waarvan onder andere voor de intensivering van fraudebestrijding (€ 3,3 miljoen).

Zorginstituut Nederland

Aan Zorginstituut Nederland (ZiNL) is € 13 miljoen extra beschikbaar gesteld voor de uitvoeringskosten van de regelingen bijzondere groepen (verdragsgerechtigden, wanbetalers, onverzekerden, illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen, gemoedsbezwaarden) en € 1,9 miljoen voor uitvoeringskosten van het project Zinnig en Zuinig. Daarvan is uiteindelijk circa € 0,4 miljoen niet gerealiseerd.

Opdrachten

TNO centrum Zorg en Bouw

Om de opgebouwde kennis beschikbaar te blijven houden, primair voor zorgaanbieders (in het kader van de volledige verantwoordelijkheid van zorgaanbieders voor de bouw en de financiering daarvan) en secundair voor de IGZ en de NZa, werd in 2008 met TNO Centrum Zorg en Bouw een overeenkomst gesloten voor de periode 2009 t/m 2013. In 2014 is € 1,1 miljoen extra beschikbaar gesteld voor activiteiten die ondersteunend zijn voor de implementatie van de hervormingen langdurige zorg.

5. Zorg, Welzijn en jeugdzorg op Caribisch Nederland

De uiteindelijke realisatie in 2014 is circa € 1 miljoen lager uitgevallen dan het oorspronkelijk geraamde bedrag van € 88,9 miljoen. De uitgaven voor de ziekenhuizen, medische uitzendingen en farmacie zijn € 9 miljoen hoger uitgevallen dan geraamd. Voor de personele uitgaven ten behoeve van het Zorgverzekeringskantoor en de jeugdzorg is € 10 miljoen overgeheveld naar artikel 10 van de VWS-begroting.

Ontvangsten

De ontvangsten bedragen € 32,3 miljoen. Dat is € 27,4 miljoen hoger dan geraamd. De hogere ontvangsten hebben voornamelijk betrekking op de ontvangsten van de Stichting beroepsopleiding tot huisarts (€ 18,8 miljoen), zoals gemeld in de tweede suppletoire wet. Daarnaast is € 5,1 miljoen teruggevorderd van de vaststellingen beheerskosten 2012 en 2013 van ZiNL.

Licence