Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.7 Rijksgebouwendienst

Inleiding.

De Rijksgebouwendienst draagt bij aan het succesvol functioneren van zijn klanten, door het bieden van efficiënte en effectieve huisvestingsoplossingen. Met het in stand houden van monumenten draagt de Rijksgebouwendienst bij aan het behoud van ons cultureel erfgoed. De Rijksgebouwendienst heeft de status van baten-lastenagentschap. Deze status vloeit voort uit het in 1999 vernieuwde Rijkshuisvestingsstelsel. Het Rijkshuisvestingsstelsel is in deze opzet ingevoerd met als doel een rijksbrede vergroting van de doelmatigheid in de huisvesting van de rijksoverheid.

De Rijksgebouwendienst levert de producten huisvesting, services, adviezen en beleidsondersteuning. Het product huisvesting bestaat uit het ontwikkelen, realiseren en leveren van huisvesting. De Rijksgebouwendienst handhaaft de afgesproken kwaliteit van de geleverde huisvesting volgens de Regeling Taakverdeling Beheer Rijkshuisvesting.

Oprichting Rijksvastgoedbedrijf (RVB)

Het Rijksvastgoedbedrijf is op 1 juli 2014 van start gegaan. Op 1 januari 2015 is de ministeriële verantwoordelijkheid voor de Dienst Vastgoed Defensie overgaan van de Minister van Defensie naar de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De oprichting van het baten-lastenagentschap Rijksvastgoedbedrijf is in voorbereiding. Deze jaarrekening 2014 betreft in financiële termen dan ook enkel het baten-lastenagentschap Rijksgebouwendienst.

Beleidsprestaties

Indicator/kengetal

Streefwaarde 2014

Realisatie 2014

Energieambitie 2020

De maatregelen voor energiebesparing in het kader van FCIB voor tranche 1 (met name objecten met een 24-uursfunctie) worden afgerond.

De maatregelen voor tranche 1 zijn vrijwel geheel afgerond.

Gebruiksgraad monumenten

95%

98%

Voortgang programma Energieambitie 2020

In 2014 zijn de maatregelen voor Energiebesparing in het kader van FCIB (het Functioneel Controleren, Inregelen en Beproeven van klimaatinstallaties) voor tranche 1 (met name objecten met een 24-uursfunctie) op 4 objecten na, afgerond.

Gebruiksgraad monumenten

Uit de begroting voor Wonen en Rijksdienst wordt de instandhouding bekostigd van de monumenten met een erfgoedfunctie (maar zonder rijkshuisvestingsfunctie). De gebruiksgraad op 31 december 2014 van deze monumenten met erfgoedfunctie is 98% (evenals ultimo 2013). De gebruiksgraad is het aantal m2 bruto vloeroppervlak (bvo) per object dat in gebruik is in verhouding tot het totaal aantal m2 bvo. Een deel van de monumenten is naar hun aard niet geschikt voor gebruik, zoals gedenknaalden of grafmonumenten. Deze zijn buiten de berekening gehouden.

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap Rijksgebouwendienst

Bedragen x € 1.000)
 

1

2

(3)=(2)-(1)

 

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2014

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie 2013

Baten

       

Leveren producten en diensten:

       

Opbrengsten departementen

1.260.841

1.246.670

– 14.171

1.355.306

Opbrengsten moeder

19.848

16.672

– 3.176

22.060

Opbrengsten derden

13.938

10.452

– 3.486

12.312

Bedrijfsvoering:

       

Vrijval voorzieningen

0

16.887

16.887

12.447

Rentebaten

0

3.815

3.815

997

Overige baten

9.797

27.542

17.745

34.698

         

Totaal baten

1.304.424

1.322.038

17.615

1.437.820

         

Lasten

       

Product huisvesting:

       

Apparaatskosten (netto)

67.174

65.857

– 1.317

68.531

Huren

242.365

236.925

– 5.440

255.253

Rentelasten

255.181

197.268

– 57.913

282.222

Afschrijvingen

314.831

304.530

– 10.301

356.963

Onderhoud

145.298

121.789

– 23.509

134.199

Dotaties voorzieningen

18.080

46.958

28.878

33.337

Belastingen

21.647

23.000

1.353

23.200

Investeringen buiten gbv

80.023

82.023

2.000

78.221

PPS lasten

53.900

51.245

– 2.655

51.277

Overige producten:

       

Services

36.865

44.590

7.725

37.860

Adviezen

4.495

6.053

1.558

11.631

Beleidsondersteuning

6.188

5.052

– 1.136

5.326

         

Overige lasten

12.726

55.086

42.360

85.727

         

Totaal lasten

1.258.773

1.240.376

– 18.396

1.423.747

         

Saldo van baten en lasten

45.651

81.662

36.011

14.073

Toelichting

Baten: leveren producten en diensten

Omzet departementen

De opbrengsten huisvesting hebben betrekking op:

  • de opbrengsten van de interne verhuurcontracten met de Ministeries volgens het huur-verhuurmodel (gebruiksvergoedingen); Een deel van de bevroren gebruiksvergoeding 2014 is via een incidentele korting op de tarieven aan de gebruikers gerestitueerd (€ 53,6 mln.);

  • de PPS – opbrengsten op basis van leveringsovereenkomsten met de Ministeries. Deze omvatten de totale vergoeding, die de gebruikers uit hoofde van het Design Build Finance Maintain Operate (DBFMO)-contract verschuldigd zijn, minus de aflossingscomponent van de langlopende vordering. In de resultatenrekening zijn de opbrengstcomponenten «onderhoud en dienstverlening» en «rente» opgenomen;

  • de à fonds perdu gefinancierde huisvestingsprojecten voor Ministeries (investeringen buiten de gebruiksvergoeding);

  • het verschil tussen de ontvangen gebruiksvergoeding en de afschrijvings- en rentekosten van de vaste activa (egalisatie). In 2014 is er sprake van een afname van de egalisatierekening.

Bij de verlenging per 1-1-2014 van contracten voor specialties heeft geen herberekening van de gebruiksvergoedingen plaatsgevonden (bevriezing gebruiksvergoeding). Voor deze contracten geldt dat geen egalisatieberekening meer wordt toegepast met ingang van 1-1-2014. Deze maatregel is één van de eerste stappen bij de implementatie van het nieuwe Rijkshuisvestingstelsel, waarin de Rijksgebouwendienst met ingang van 1-1-2013 verantwoordelijk is voor de instandhouding in kantorenvoorraad en met ingang van 1-1-2014 voor de specialties.

Het onderdeel services betreft de opbrengsten voor werkzaamheden, die volgens de Regeling Taakverdeling beheer (RTB) tot de taak van de afnemer worden gerekend (RTB-serviceverlening), maar die op verzoek van de afnemers, voor zover rijksoverheid, door de Rijksgebouwendienst worden verricht. Services worden door de Rijksgebouwendienst zowel via incidentele opdrachten als via servicecontracten uitgevoerd. De opbrengsten adviezen hebben betrekking op de opbrengsten van niet-projectgebonden huisvestingsadviezen aan rijksoverheden. De klantvraag met betrekking tot serviceprojecten en adviesopdrachten is vooraf lastig in te schatten. Tegenover hogere baten staan ook hogere lasten.

Omzet moeder

Onder inputfinanciering buiten de huur- verhuurrelatie vallen het beheer van monumenten met een erfgoedfunctie (inclusief Paleis Soestdijk), de beleidsondersteunende taken van de Rijksgebouwendienst en het Energiebesparingsprogramma Rijkshuisvesting. Voor de dekking van de inputfinanciering draagt het moederdepartement zorg. Het moederdepartement verstrekt gedurende het jaar voorschotten aan de Rijksgebouwendienst en op basis van de definitieve realisatiecijfers worden de kosten het jaar daarop afgerekend.

Omzet derden

De opbrengsten van derden betreffen de huuropbrengsten die de Rijksgebouwendienst via het RVOB ontvangt. Onder deze post vallen tevens de opbrengsten uit de exploitatie van de bijzondere objecten (parkeergarages en de grafelijke zalen).

Baten: Bedrijfsvoering

Vrijval voorzieningen

Er is voor een bedrag ad € 16,9 mln. aan vrijval geboekt. Het betreft met name vrijvallen bij de voorziening herstel onderhoud waarvoor met de gebruiker nadere financieringsafspraken zijn gemaakt.

Rentebaten

Specificatie rentebaten

(Bedragen x € 1.000)

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Begroting 2014

Rentebaten rekening-courant RHB

267

253

0

Rentebaten projecten

517

1.441

0

Overige rentebaten

213

2.121

0

Totaal

997

3.815

0

Het rentepercentage op de rekening-courant RHB is nagenoeg nihil. Rentebaten projecten betreffen rentebaten op à fonds perdu projecten. Tegenover deze baten staan lasten voor de Rijksgebouwendienst als gevolg van voorfinanciering tijdens de realisatiefase. De overige rentebaten betreffen vergoedingen door DJI van boeterente met betrekking tot de afkopen.

Overige baten

Specificatie overige baten

(Bedragen x € 1.000)

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Begroting 2014

Resultaat verkoop onroerend goed (B)

11.671

8.091

0

Resultaat op nazorg

6.465

1.618

0

Baten voorgaande boekjaren

11.788

12.135

4.343

Diverse overige baten

4.774

5.698

5.454

Totaal

34.698

27.542

9.797

In 2014 is een aantal objecten met winst verkocht (€ 8,1 mln.).

De post diverse overige baten betreft onder meer de opbrengsten uit de bestemmingsreserve ten behoeve van apparaats- en onderhoudskosten brandveiligheid ad € 4,4 mln. Daarnaast is sprake van € 1,3 mln. aan baten ter dekking van de leegstandskosten DJI m.b.t. afgekochte complexen (zie ook overige lasten).

Lasten: product huisvesting

Apparaatskosten

Deze post omvat alle apparaatskosten, die niet zijn toegerekend aan de overige producten, huisvestingsprojecten, adviezen, services en beleid) en die gedekt dienen te worden uit 1-opslag Gebruiksvergoeding. De apparaatskosten zijn de kosten voor intern en extern personeel plus de materiële kosten, zoals eigen huisvestingskosten en ICT – kosten.

Specificatie apparaatskosten

(Bedragen x € 1.000)

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Begroting 2014

Personele kosten

81.919

78.946

78.284

waarvan eigen personeel

62.673

59.616

58.375

waarvan externe inhuur

15.940

15.962

17.170

waarvan overige personele kosten

3.306

3.368

1.539

Materiële kosten

28.897

23.188

27.573

waarvan ICT

10.910

10.298

14.140

waarvan bijdrage aan SSO's

0

0

15

Totaal bruto apparaatskosten

110.816

102.134

105.857

Verwerkt als productkosten

42.285

36.277

38.683

Apparaatskosten (netto)

68.531

65.857

67.174

De gerealiseerde bruto apparaatskosten 2014 zijn € 3,7 mln. lager dan begroot. Het betreft met name lagere materiële kosten voor ICT. De personele kosten waren iets hoger dan begroot. Er is sprake van lagere inhuur van externen, maar de gemiddelde ambtelijke bezetting en de salariskosten waren hoger in 2014. Ten opzichte van 2013 is sprake van een daling van de apparaatskosten van de Rijksgebouwendienst.

Huren

Het betreft hier de huren die de Rijksgebouwendienst aan de markt betaalt.

Rentelasten

Onder deze post worden de rentekosten van de rentedragende leningen en (eventuele) debetrente van de rekening courant RHB verantwoord. De rentelasten in 2014 bedragen € 197,3 mln. De realisatie is lager dan de oorspronkelijke raming als gevolg van de lage actuele rentepercentages.

Afschrijvingen

Onder deze post worden de afschrijvingskosten voor materiële vaste activa (gebouwen, inclusief inbouwpakketten en bedrijfsmiddelen) verantwoord. De begrotingsraming is gebaseerd op de geplande opleveringen in de totale projectenportefeuille en de daadwerkelijke realisatie is afhankelijk van de werkelijke opleveringen en activeringen.

Voorzieningen

Er zijn diverse dotaties aan de verschillende voorzieningen gedaan. De belangrijkste betreffen een bijdrage aan de renovatie van Paleis Huis ten Bosch (€ 20 mln.), dotaties in het kader van de voorziening geschillen en rechtsgedingen (€ 10 mln.) en asbest (€ 12,9 mln.).

Investeringen buiten gebruiksvergoedingen

Onder deze post zijn investeringen opgenomen die niet leiden tot een (aanpassing van de) gebruiksvergoeding. Het betreft hier kleinere projecten voor Ministeries en het energiebesparingsprogramma rijkshuisvesting. Kleine projecten voor Ministeries betreffen de integrale kosten van de door de Rijksgebouwendienst uitgevoerde kleine, à fonds perdu gefinancierde, projecten voor Ministeries alsmede à fonds perdu bijdragen aan investeringsprojecten. Het betreft hier over het algemeen (ver)bouwactiviteiten van relatief geringe financiële omvang.

PPS Lasten

De PPS-lasten omvatten de totale vergoeding, die de Rijksgebouwendienst uit hoofde van DBFMO-contracten verschuldigd is aan consortia, gecorrigeerd voor de aflossingscomponent van de langlopende schuld (indien van toepassing).

Overige producten

Services

De post services betreft de integrale kosten (inclusief apparaatskosten) voor werkzaamheden, die volgens de RTB tot de taak van de afnemer worden gerekend (RTB – serviceverlening), maar op verzoek van de afnemers door de Rijksgebouwendienst worden verricht, en overige services.

Adviezen

De Rijksgebouwendienst levert op verzoek van de gebruikers niet-projectgebonden adviezen. De kosten betreffen zowel de interne als externe kosten. De adviesvraag van klanten aan de Rijksgebouwendienst fluctueert over de jaren heen.

Beleidsondersteuning

Onder deze post zijn de door het moederdepartement gefinancierde kosten voor beleidsondersteuning opgenomen.

Overige lasten

Specificatie overige lasten

(Bedragen x € 1.000)

Realisatie 2013

Realisatie 2014

Begroting 2014

Boekwaardecorrecties

67.138

26.598

4.040

Resultaat verkoop onroerend goed (L)

1.198

907

0

Resultaat op investeringsprojecten (L)

2.593

1.291

0

Lasten voorgaande boekjaren

1.403

5.661

1.717

Diverse overige lasten

13.395

20.629

6.969

Totaal

85.727

55.086

12.726

De afgelopen jaren heeft de Rijksgebouwendienst naar aanleiding van de vaststelling van de masterplannen voor kantoorhuisvesting aanzienlijke boekwaardecorrecties toegepast op de af te stoten voorraad. In 2014 hebben alleen aanpassingen plaatsgevonden voor zover ontwikkelingen bij individuele objecten daar aanleiding toe gaven. De omvang van de correcties is daarmee aanzienlijk minder dan in 2013 (€ 67,1 mln.).

De diverse overige lasten betreffen, naast de (jaarlijkse) kosten voor het programma brandveiligheid (€ 4,4 mln.) en bouwkundig ruimtelijk tekenwerk (€ 2,5 mln.), de volgende posten:

  • leegstandskosten DJI € 1,3 mln. Bij de afkoop van contracten als gevolg van het masterplan DJI ontvangt de Rijksgebouwendienst een vergoeding van DJI voor toekomstige kosten van o.a. leegstandsbeheer. Hiertegenover staan baten (onder de overige baten);

  • bij de (interdepartementale) voorlopige afrekening van de egalisatievordering voor kantoren is besloten het deel van de vordering dat betrekking heeft op bijvoorbeeld het leegstaande deel van de Hoftoren (€ 5,5 mln.) voor rekening te laten komen van de Rijksgebouwendienst. Daarnaast is een aantal mutaties t.o.v. de voorlopige stand (€ 5,2 mln.) ook ten laste van het resultaat van de Rijksgebouwendienst gebracht;

  • diverse kleinere posten (€ 1,7 mln.).

Toelichting op het resultaat

In de onderstaande tabel is het resultaat van de Rijksgebouwendienst gepresenteerd op productniveau.

Specificatie resultaat 2014 per product

(Bedragen x € 1.000)

Baten

Lasten

Resultaat

Huisvesting

1.266.047

1.184.680

81.367

Services

44.885

44.590

295

Adviezen

6.053

6.053

0

Beleidsondersteuning

5.052

5.052

0

Totaal

1.322.038

1.240.376

81.662

Binnen het product huisvesting is een resultaat van € 81,4 mln. gerealiseerd. Naast resultaten op rente en afschrijving speelden vooral boekwaardecorrecties (€ 26,6 mln. Negatief), vrijval/dotaties aan voorzieningen (€ 30,1 mln. Negatief) en afstootresultaten (€ 8,1 mln. positief) een rol.

Het resultaat van de Rijksgebouwendienst is in 2014 aanzienlijk hoger dan in voorgaande jaren als gevolg van de bevriezing van de gebruiksvergoeding. Dit is overigens een effect dat vooraf al was voorzien. De instandhoudingsinvesteringen uit de instandhoudingsplicht van de Rijksgebouwendienst leiden pas op termijn in volle omvang tot hogere kosten. Om deze reden is in 2014 ook reeds een deel van de gebruiksvergoeding via een incidentele korting van de tarieven aan de gebruikers gerestitueerd (€ 53,6 mln.).

Naast de ontwikkelingen in het stelsel en de positieve resultaten die daaruit voorvloeiden in 2014, is vergeleken met voorgaande jaren tegelijkertijd sprake geweest van een fors lagere druk op het resultaat als gevolg van boekwaarderisico's.

Het vermogen van de Rijksgebouwendienst overstijgt per 31-12-2014 de bandbreedte van het toegestane eigen vermogen met € 33,1 mln. Zoals besproken met de SG BZK in het eigenaarsoverleg van 15 december 2014 is het voorstel van de DG Rijksvastgoedbedrijf deze overschrijding in 2015 terug te betalen aan de departementen.

Balans per 31 december 2014 (bedragen x € 1.000)

Balans

   

(Bedragen x € 1.000)

31 december 2014

31 december 2013

ACTIVA

   

Vaste activa

   

Materiële vaste activa

   

Grond en gebouwen

5.275.015

5.680.551

Onderhanden huisvestingsprojecten (leenfaciliteit)

267.580

184.167

Inventaris en overige bedrijfsmiddelen

0

23

 

5.542.595

5.864.741

Financiële Vaste Activa

   

Egalisatierekening

422.020

598.785

PPS en Afkopen BTW

376.125

389.285

 

798.145

988.070

Vlottende activa

   

Onderhanden werk services, adviezen en overig

33.932

46.273

Debiteuren en overige vorderingen

53.100

67.551

Overlopende activa

17.265

20.644

 

104.297

134.468

Liquide middelen

   

Banken en kas

0

0

RHB

523.417

128.463

 

523.417

128.463

TOTAAL ACTIVA

6.968.454

7.115.742

PASSIVA

   

Eigen vermogen

   

Exploitatiereserve

68.591

54.516

Bestemmingsreserves

62.305

66.683

Onverdeeld resultaat

81.662

14.073

 

212.558

135.272

Voorzieningen

   

Voorziening Asbestverontreiniging

47.846

38.841

Voorziening Herstel Onderhoud

20.753

35.630

Overige voorzieningen

30.369

6.684

 

98.968

81.155

Langlopende schulden

   

Leenfaciliteit Financiën

5.538.246

5.742.593

Overige langlopende schulden

378.083

390.970

 

5.916.329

6.133.563

Kortlopende schulden

   

Nazorgbudgetten

23.464

29.882

Crediteuren

19.231

23.112

Overige schulden en overlopende passiva

257.323

195.082

Kortlopend deel langlopende schulden

440.581

517.676

 

740.599

765.752

     

TOTAAL PASSIVA

6.968.454

7.115.742

Toelichting

Materiële Vaste Activa

De versobering van het gevangeniswezen is vormgegeven in het Masterplan DJI. Naar aanleiding van kritiek van de Tweede Kamer op het eerste Masterplan DJI, heeft Staatssecretaris van het Ministerie van Veiligheid en Justitie op 19 juni 2013 een aangepast Masterplan naar de Tweede Kamer gestuurd. Op 24 april 2013 is een kaderovereenkomst getekend door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) en de Rijksgebouwendienst. In deze overeenkomst zijn de financiële consequenties van Masterplan DJI uitgewerkt. De restboekwaardes worden door de DJI aan de Rijksgebouwendienst vergoed. Pas bij sluiting van een penitentiaire inrichting en na instemming van DJI op de individuele afkoopbrieven wordt overgegaan tot facturatie. In 2013 heeft de financiële afwikkeling voor de eerste complexen plaatsgevonden. Ook in 2014 is sprake van financiële afwikkeling voor een aantal complexen. De boekwaarde van de betreffende complexen is hierna nihil.

Financiële Vaste Activa

Egalisatierekening

Het gebruik van de egalisatierekening is verbonden met de regeling Rekenmethodiek Rijksgebouwendienst (RMR). Deze methodiek is, als onderdeel van het Rijkshuisvestingsstelsel, door de ministerraad vastgesteld. Het Ministerie van Financiën heeft bij brief BZ 2006–878 d.d. 23/01/2007 ingestemd met de egalisatierekening. Met brief BZ 2007–00220 d.d. 26/11/2007 is de egalisatierekening aangemerkt als geaccepteerde afwijking van de Regeling baten-lastendiensten 2007. Ook de Algemene Rekenkamer heeft aangegeven met de regeling RMR in te stemmen bij brief 6004413R d.d. 31/08/2006.

De gebruiksvergoeding voor rente en afschrijving wordt bij aanvang zodanig vastgesteld dat gedurende de contractperiode de netto contante waarden van de kosten en de opbrengsten elkaar dekken. Hierbij wordt bij de berekening van de gebruiksvergoeding uitgegaan van een verwachte inflatie. Voor de departementen leidt dit over de gehele periode tot een vaste gebruiksvergoeding, die uitsluitend door de stijging van het prijsindexcijfer wordt beïnvloed.

De totale kosten van rente en afschrijvingen dalen over de jaren. Het verschil tussen kosten en opbrengsten wordt jaarlijks op contractniveau geëgaliseerd en in de balans tot uitdrukking gebracht in een langlopende afdwingbare vordering op de gebruikers van de objecten. De vordering wordt over de totale contractperiode geneutraliseerd en is bij afloop van het contract nihil. Bij vroegtijdige contractontbinding wordt de opgebouwde vordering (= egalisatie) door de klant afgekocht.

Er wordt geen egalisatieberekening meer toegepast op verhuurcontracten die niet zijn herberekend bij verlenging per 1-1-2013 en per 1-1-2014 (bevriezing gebruiksvergoeding respectievelijk kantoren en specialties).

Egalisatierekening (bedragen x € 1.000)

Saldo per 1 januari 2014

   

Egalisatie afschrijvingskosten

248.193

 

Egalisatie rentekosten

350.592

 
   

598.785

Mutaties

   

Egalisatie afschrijvingskosten

– 4.420

 

Egalisatie rentekosten

– 5.009

 

Afgekochte egalisatie afschrijvingskosten

– 50.319

 

Afgekochte egalisatie rentekosten

– 117.014

 
   

– 176.762

Saldo per 31 december 2014

   

Egalisatie afschrijvingskosten

193.454

 

Egalisatie rentekosten

228.569

 

Saldo per 31 december 2014

 

422.023

In het kader van de invoering van de nieuwe beprijzing voor kantoren per 1 januari 2016 wordt de openstaande egalisatievordering per 31 december 2015 afgerekend met de departementen. Het Ministerie van Financiën heeft ingestemd met vervroegde aflossing in 2014 door departementen die daar financiële ruimte voor hadden binnen de begroting 2014. Hier is door alle departementen gebruik van gemaakt. Daarnaast heeft € 27,1 mln. betrekking op reguliere afkopen (bij vervroegde contractsbeëindiging) en op vervroegde afrekening van de egalisatievordering door de sluiting van penitentiaire inrichtingen conform het masterplan DJI.

Vorderingen PPS

De Regeling Agentschappen is van toepassing bij de Rijksgebouwendienst. Deze Regeling zou door artikel 17 lid 9 voor de Rijksgebouwendienst tot gevolg hebben dat een ongelijksoortige behandeling van PPS-projecten zou ontstaan. Het Ministerie van Financiën heeft toestemming verleend om de huidige verwerkingswijze van de PPS-projecten te handhaven en deze als financieel vast actief in de balans op te nemen.

PPS Contracten (bedragen x € 1.000)

Saldo per 1 januari 2014

   

398.339

       

Mutaties

     

Oprenting

+/+

21.428

 

Betalingen

– /-

33.333

 

Nieuw contract

+/+

0

 
     

– 11.905

Saldo per 31 december 2014

   

386.434

       

Toelichting PPS Contracten

     

(Bedragen x € 1.000)

     

Kortlopend deel

   

12.540

Langlopend deel

   

373.894

Saldo per 31 december 2014

   

386.434

De vorderingen omvatten de geïndexeerde renovatiekosten respectievelijk bouwkosten van een in publiek, privaat samenwerking (PPS) uitgevoerd project. Tegenover deze vorderingen staat een zelfde bedrag aan schulden aan de consortia in verband met het design, build, finance maintain and operate (DBFMO)-contracten die ten behoeve van deze projecten zijn afgesloten.

In 2014 is geen nieuw PPS – project opgeleverd waarbij activering noodzakelijk is.

Afkoop BTW
(Bedragen x € 1.000)

Saldo per 1 januari 2014

   

3.681

       

Mutaties

     

Afname

– /-

741

 

Afgekochte BTW

+/+

0

 
     

– 741

Saldo per 31 december 2014

   

2.940

       

Toelichting Afkoop BTW

     

(Bedragen x € 1.000)

     

Kortlopend deel

   

709

Langlopend deel

   

2.231

Saldo per 31 december 2014

   

2.940

Activering van afgekochte BTW heeft in het verleden plaatsgevonden op basis van goedkeuring van het Ministerie van Financiën. Deze afkopen zijn opgenomen in de gebruiksvergoeding. Er worden geen nieuwe BTW-afkopen meer gedaan met gebruik van de leenfaciliteit.

Toelichting op het eigen vermogen
Overzicht vermogensontwikkeling 2014 excl. bestemmingsreserves
(Bedragen x € 1.000)

Saldo per 1 januari 2014

135.272

Correctie bestemmingsreserves

– 66.681

Bijdrage door het moederdepartement

0

Uitkering aan het moederdepartement

0

Exploitatiereserve

68.591

Saldo van baten en lasten

81.662

Rgd eigen vermogen ultimo 2014 t.b.v. normering eigen vermogen

150.253

Het vermogen van de Rijksgebouwendienst overstijgt per 31-12-2014 de bandbreedte van het toegestane eigen vermogen met € 20,3 mln. Uiterlijk bij eerste suppletoire 2015 wordt het vermogen hersteld tot het maximaal toegestane vermogen door middel van afroming door de eigenaar.

Voorzieningen

Een voorziening wordt opgenomen indien:

  • De Rijksgebouwendienst een bestaande verplichting heeft ten gevolge van een gebeurtenis in het verleden;

  • Het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is;

  • Een betrouwbare schatting kan worden gemaakt van de omvang van de verplichting.

Overzicht voorzieningen per 31 december 2014

(Bedragen x € 1.000)

Stand 01-01-2014

Onttrekking

Dotatie

Vrijval

Stand 31-12-2014

Asbestverontreiniging

38.841

– 2.779

12.943

– 1.160

47.846

Wachtgelden en FPU uitk.

932

– 504

0

– 151

277

Huis ten Bosch

0

– 3.101

20.000

0

16.899

Bodemsanering

4.532

– 30

0

– 2.350

2.152

Verlieslatende contracten

1.220

– 179

0

0

1.041

Herstel onderhoud

35.630

– 3.937

2.287

– 13.227

20.753

Geschillen en rechtsgedingen

0

0

10.000

0

10.000

Sub-totaal

81.155

– 10.531

45.230

– 16.887

98.967

           

Dubieuze debiteuren

1.000

0

1.728

0

2.728

Totaal

82.155

– 10.531

46.958

– 16.887

101.696

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen bestaan uit:

Post

Omschrijving

Bedrag

Markthuren

De totale nominale betalingsverplichting voor de gehele contractsduur, die voortvloeit uit panden welke zijn gehuurd uit de markt.

looptijd < 1 jaar € 35,6mln.

looptijd > 1 ≤ 5 jaar € 428,4 mln.

looptijd > 5 jaar € 369,5 mln.

Geïntegreerde contracten (PPS)

De waarderingsgrondslag voor de niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen in het jaarverslag 2014 is identiek aan de gevolgde systematiek in voorgaande jaren.

 
 

– Er zijn per 31 december 2014 5 DBFMO contracten waar financial close heeft plaatsgevonden, waarvan de oplevering in de komende jaren gepland is.

 
 

– PI Zaanstad (planning oplevering maart 2016)

– € 474,0 mln.

 

– Nieuwbouw Hoge Raad (Den Haag)(planning oplevering november 2015)

– € 208,8 mln.

 

– Bezuidenhoutseweg 30 (Den Haag)(planning oplevering juni 2016)

– € 146,4 mln.

 

– Rijnstraat 8 (Den Haag)(planning oplevering oktober 2016)

– € 615,4 mln.

 

– Nieuwe huisvesting RIVM/CBG (planning oplevering september 2018)

– € 654,4 mln.

 

Opgeleverde DBFMO-contracten waarbij sprake is van een financiële verplichting m.b.t. onderhoud en facilitaire diensten (4 contracten)

€ 497,4 mln.

PPS contract zonder eigendom

– Opgeleverd DBFMO-contract zonder eigendom (1 contract)

€ 36,5 mln.

Vastgoed

– Aanbrengen luifel in Knoopkazerne te Utrecht.

€ 0,5 mln.

Projecten

De verplichting is gelijk gesteld aan de geraamde betalingen in 2014 en volgende jaren ten behoeve van de projecten in projectadministratie.

€ 447,1 mln.

Verplichting afdracht eigen vermogen boven € 130 mln.

Het vermogen van de Rijksgebouwendienst overstijgt per 31-12-2014 de bandbreedte van het toegestane eigen vermogen met € 20,3 mln. Zoals besproken met de SG BZK in het eigenaarsoverleg van 15 december 2014 is het voorstel van de DG Rijksvastgoedbedrijf deze overschrijding in 2015 terug te betalen aan de departementen.

€ 20,3 mln.

Kasstroomoverzicht over 2014

(bedragen x € 1.000)
   

1

2

(3)=(2)-(1)

Omschrijving

 

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1. Rekening-courant RHB 1 januari 2014

 

263.701

128.463

– 135.238

         

2. Operationele kasstroom

 

363.043

791.231

428.188

         

3a. Totaal investeringen

– /-

– 425.000

– 205.729

219.271

3b. Totaal boekwaarde desinvesteringen

+/+

129.550

91.529

– 38.021

         

3. Totaal Investeringskasstroom

 

– 295.450

– 114.200

181.250

         

4a. Eenmalige uitkering aan moederdepartement

– /-

 

0

0

4b. Eenmalige storting door moederdepartement

+/+

 

0

0

4c. Aflossingen op leningen

– /-

– 392.120

– 481.547

– 89.427

4d. Beroep op leenfaciliteit

+/+

425.000

199.470

– 225.530

         

4. Totaal financieringskasstroom

 

32.880

– 282.077

– 314.957

         

5. Rekening-courant RHB 31 december 2014

 

364.174

523.417

159.243

Toelichting

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar zijn gekomen en op welke wijze gebruik is gemaakt van deze middelen. Aan de hand van het kasstroomoverzicht worden de kapitaaluitgaven en -ontvangsten toegelicht. In dit model vormen de posten 3a, 4a en 4c de kapitaaluitgaven, terwijl de posten 3b, 4b en 4d de kapitaalontvangsten vormen.

Operationele kasstroom

Bij het bepalen van de operationele kasstroom is uitgegaan van het saldo van baten en lasten, dat is gecorrigeerd voor de afschrijvingen en de mutaties in de balansposten egalisatie, voorzieningen en kortlopende activa en passiva en langlopende activa en passiva, voor zover dit niet betreft de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën.

Investeringskasstroom

De investeringskasstroom bestaat uit het saldo van investeringen en (boekwaarde van de) desinvesteringen. De afwijking ten opzichte van de begroting is het gevolg van lagere investeringen en dientengevolge een lager kasberoep, dit is bij de 2e suppletoire begroting als mutatie verwerkt.

Financieringskasstroom

De aflossingen op leningen bestaan uit de aflossing op de leenfaciliteit bij het Ministerie van Financiën (€ 481,6 mln.). Alleen voor de investeringen in huisvestingsprojecten en voor de terugbetaling van de voorfinancieringen wordt een beroep op de leenfaciliteit gedaan.

Zoals ook in de 2e suppletoire begroting gemeld, waren er in 2014 minder investeringsmiddelen nodig vanwege vertraging in de start en uitvoering van huisvestingsprojecten. Het betreft hier met name projecten in het kader van de masterplannen huisvesting en het instandhoudingsprogramma waarvoor het Rijksvastgoedbedrijf zelf opdrachtgever is. Gelet op noodzaak de masterplannen binnen beperkte tijd uitgevoerd te hebben vanwege de ingeboekte bezuinigingen door de kabinetten Balkenende IV en Rutte I, zullen de projecten de komende jaren zeker tot uitvoering komen. Het is niet uitgesloten dat op enig moment tot verhoging van het leenplafond van een bepaald jaar moet worden overgegaan.

Overzicht doelmatigheidindicatoren per 31 december 2014

Producten en diensten

2011

2012

2013

Streefwaarde 2014

Realisatie 2014

Omzet product huisvesting * € 1.000

1.365.730

1.387.719

1.381.032

1.219.481

1.195.732

Omzet product adviezen * € 1.000

8.819

10.422

11.631

4.495

6.053

Omzet product services * € 1.000

45.996

49.227

39.831

36.865

44.885

           

Saldo van baten en lasten * € 1.000

– 53.633

– 21.821

14.073

45.651

81.662

Saldo van baten en lasten (%)

– 3,8

– 1,5

1,2

3,5

6,2

           

Huisvestingsvoorraad in mln. m2 BVO

7.068

7.013

6.859

6.414

6.470

waarvan verhuurd

6.717

6.460

6.153

5.985

5.741

Leegstand voor rekening Rgd

4,8%

5,3%

6,3%

6,0%

5,9%

ITK

2,21

2,29

2,32

2,1–2,8

2,39

           

Bedrijfsvoering

         

Gemiddelde bezetting fte's

873

794

766

700

737

Gemiddelde loonkosten * € 1

75.864

77.668

80.270

n.v.t.

79.265

Bruto Apparaat/omzet

9,1%

8,1%

7,7%

8,1%

7,7%

Toelichting

Leegstand

De leegstand voor rekening van de Rijksgebouwendienst (5,9%) is lager dan begroot (6,0%). De daling van de huisvestingsvoorraad is licht lager dan begroot. Dit is onder andere het gevolg van het inzetten van een deel van de overtollige DJI voorraad voor de huisvestingsbehoefte van het COA.

ITK

De indicator technische kwaliteit (ITK) geeft in een cijfer de technische kwaliteit van de vastgoedportefeuille weer op een bepaald tijdstip. Het cijfer loopt van 1 (nieuwbouw) tot 6 (zeer slecht). De ITK is een gewogen gemiddelde van de technische condities van alle gebouwelementen. Deze technische condities worden bepaald door inspecties. De ITK in 2014 is 2,39 en voldoet daarmee aan de doelstelling dat deze tussen de 2,1 en 2,8 blijft.

Bezetting in fte’s

De gemiddelde bezetting over 2014 was 737 fte. De werkelijke bezetting per 31 december 2014 bedroeg 741 fte. Deze ontwikkeling is in lijn met de verwachte werklastontwikkeling voor de komende jaren van het Rijksvastgoedbedrijf.

Gemiddelde loonkosten

De gemiddelde loonkosten per fte bedragen in 2014 € 79.265.

Onder de loonkosten ambtelijk personeel vallen de salarissen, inclusief aanspraken op vakantiegeld en eindejaarsuitkering, alsmede incidentele beloningen. De loonkosten waren in 2013 hoger dan in 2014 door incidentele uitgaven in het kader van sociaal flankerend beleid.

Apparaatsindicator bruto apparaat/omzet

De apparaatsindicator continueert een dalende lijn en geeft daarmee een indicatie van een toenemende efficiency. De omzet is nagenoeg gelijk aan het voorgaande jaar terwijl sprake is van een reductie van de apparaatskosten. Er is met name sprake van lagere materiële kosten dan begroot.

Licence