Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.8 Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf

Inleiding

Het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB) houdt zich bezig met verkoop, ingebruikgeving en ontwikkeling. De hoofddoelstelling van verkoop en ingebruikgeving is het doelmatig verkopen van overtollig rijksvastgoed en het doelmatig in gebruik geven van rijksvastgoed. De ontwikkelpoot van de dienst opereert namens het Rijk bij de planvorming van complexe ruimtelijke projecten.

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) is op 1 juli 2014 van start gegaan. Het RVB heeft de intentie om de drie onderliggende agentschappen per 1 januari 2016 samen te voegen. Het RVB is dan ook voornemens om een nieuwe aanvraag in te dienen voor de status van agentschap. Vooruitlopend op een samenvoeging is op 1 januari 2015 is de ministeriële verantwoordelijkheid voor de Dienst Vastgoed Defensie overgegaan van de Minister van Defensie naar de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze jaarrekening 2014 betreft in financiële termen dan ook enkel het baten-lastenagentschap RVOB.

Het RVOB heeft in het boekjaar 2014 een positief netto resultaat van € 2,7 mln. behaald. Het verschil van € 2,1 mln. tussen het maximaal toegestaan eigen vermogen (5% van de gemiddelde omzet van de afgelopen drie jaar: € 1,2 mln.) en het aanwezige eigen vermogen van € 3,3 mln. dient volgens de regeling agentschappen voor de eerste suppletoire 2015 te worden afgeroomd door de eigenaar.

Staat van baten en lasten van het baten-lastenagentschap (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

(1) Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(4) Realisatie 2013

Baten

       

Omzet moederdepartement

20.979

23.141

2.162

21.888

Omzet overige departementen

100

169

69

46

Omzet derden

1.350

1.872

522

1.764

Rentebaten

20

180

160

172

Vrijval voorzieningen

0

108

108

425

Bijzondere baten

0

122

122

9

Totaal baten

22.449

25.592

3.143

24.304

         

Lasten

       

Apparaatskosten

       

– Personele kosten

15.453

16.066

613

15.902

Waarvan eigen personeel

15.053

14.657

– 396

14.721

Waarvan externe inhuur

400

1.409

1.009

1.181

Waarvan overige personele kosten

0

0

0

0

– Materiële kosten

6.496

4.557

– 1.939

4.950

Waarvan apparaat ICT

1.400

1.506

106

1.261

Waarvan bijdrage aan SSO's

750

634

– 116

661

Waarvan overige materiële kosten

4.346

2.417

– 1.929

3.028

Afschrijvingskosten

       

– Immaterieel

25

11

– 14

23

– Materieel

287

74

– 213

306

Overige lasten

       

– Dotaties voorzieningen

0

34

34

0

– Rentelasten

0

0

0

0

– Bijzondere lasten

0

2.191

2.191

0

Totaal lasten

22.261

22.933

672

21.181

Saldo van baten en lasten

188

2.659

2.471

3.123

Toelichting

Baten

Omzet moederdepartement (Bedragen x € 1.000)

De omzet moederdepartement is onderverdeeld naar de volgende productgroepen:

Producten:

(1) Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(4) Realisatie 2013

Erfpacht

855

1.142

287

1.053

Huur

3.621

4.069

448

4.096

Pacht

1.883

1.660

– 223

1.529

Medegebruik

1.804

1.728

– 76

1.508

Behandelen zakelijke lasten

1.308

895

– 413

937

Onbeheerde nalatenschappen

829

1.001

172

1.010

Bodemmaterialen

322

253

– 69

255

Beheerstaken in eigen beheer

686

501

– 185

615

Verkopen

5.675

5.295

– 380

6.512

Aankopen

116

77

– 39

89

Taxatie & Advies

1.370

1.552

182

1.499

Directie Ontwikkeling

2.510

2.785

275

2.785

Inzet bijdrage moeder tbv fusiekosten

0

2.183

2.183

0

Totaal

20.979

23.141

2.162

21.888

De omzet moederdepartement is opgebouwd op basis van aantal uren*tarief. Het tarief voor 2014 bedroeg € 110. Voor de ontwikkelproducten gelden tarieven voor directeuren, projectleiders en projectondersteuners van respectievelijk € 130, € 112 en € 83. De omzet voor de bijdrage van de moeder ten behoeve van de fusiekosten is bepaald op basis van de omvang van de werkelijke uitgaven.

Omzet overige departementen

Dit betreft grotendeels de gedeclareerde uren ten behoeve van de benzineveilingen.

Omzet derden

Voor de ICT-dienstverlening aan Domeinen Roerende Zaken is in 2014 € 0,4 mln. hogere omzet gerealiseerd in verband met meerwerk.

Rentebaten

In verband met de vooruitontvangsten van bijdragen voor de ontwikkeling van het Hembrugterrein is € 15,0 mln. tijdelijk op een deposito geplaatst. Hierop is rente ontvangen.

Vrijval voorzieningen

Naar aanleiding van de beoordeling van de voorziening wachtgelden heeft een vrijval plaatsgevonden.

Bijzondere baten

Dit betreft de vrijval van een nog te betalen post uit een voorgaand boekjaar.

Lasten

Personele kosten

De lagere personele kosten van het eigen personeel zijn grotendeels het gevolg van een behoudend personeelsbeleid.

De realisatie van de kosten van de externe inhuur is hoger uitgevallen als gevolg van extra ondersteuning bij het project Hembrugterrein.

Materiële kosten (Bedragen x 1.000)

Categorieën

(1) Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

(4) Realisatie 2013

ICT

1.400

1.506

106

1.261

Huisvesting (inclusief huren)

2.868

2.813

– 55

2.833

Opleiding en wervingskosten

420

296

– 124

262

Reis – en verblijfkosten

644

634

– 10

602

Communicatie

252

41

– 211

173

Landsadvocaat

500

570

70

0

Overig (inclusief plankosten)

412

571

159

971

Overboeking naar onderhanden werk

0

– 1.874

– 1.874

– 1.152

Totaal

6.496

4.557

– 1.939

4.950

ICT

In verband met de uniformering van de diverse onderdelen binnen het RVB is de afspraak gemaakt de activeringsgrens te wijzigen voor het activeren van de (im)materiële vaste activa. Deze wijziging heeft geleid tot een verhoging van de ICT-kosten van € 0,5 mln.

Deze kosten zijn nagenoeg volledig binnen het reguliere kader opgevangen.

Overige posten

De overige materiële posten kennen een onderschrijding van in totaal € 0,4 mln.

Overboeking naar onderhanden werk

Er is € 1,9 mln. vanuit de apparaatskosten doorbelast naar het onderhanden werk. Het betreft kosten met betrekking tot de gebiedsontwikkelingsprojecten Hembrugterrein en Valkenburg.

Afschrijvingskosten

Door het wijzigen van de activeringsgrens voor de vaste activa, vallen de afschrijvingskosten fors lager uit.

Overige lasten

De fusiekosten zijn geheel verantwoord als bijzondere lasten. Hier tegenover staat de extra omzet moederdepartement.

Balans per 31 december 2014 (bedragen x € 1.000)
 

Balans 2014

Balans 2013

Activa

   

Immateriële vaste activa

1

29

Materiële vaste activa

   

Grond en gebouwen

43

86

Installaties en inventarissen

49

586

Overige materiële vaste activa

36

119

Onderhanden werk grondexploitaties

113.638

103.659

Vordering op Ministerie van BZK

81.500

80.000

Debiteuren

1.205

206

Nog te ontvangen

1.690

5.242

Liquide middelen

33.535

28.386

Totaal activa

231.697

218.313

     

Passiva

   

Eigen Vermogen

   

Exploitatie reserve

674

1.209

Risicoreserve

11.549

11.549

Onverdeeld resultaat

2.659

3.123

Voorzieningen

80

230

Leningen bij het MvF

190.211

178.955

Crediteuren

0

1

Nog te betalen

26.524

23.246

Totaal passiva

231.697

218.313

Toelichting

Activa

Materiële vaste activa

De algemene grondslag voor de waardering van de materiële vaste activa is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief BTW, verminderd met cumulatieve afschrijvingen. Afschrijvingen op materiële vaste activa zijn gebaseerd op de geschatte economische levensduur, rekening houdend met eventuele restwaarde. Deze afschrijving vindt lineair plaats. Voor wat betreft de afschrijvingstermijnen is aangesloten bij de afschrijvingstermijnen van de Regeling Agentschappen. De afschrijvingsbedragen worden berekend vanaf de eerste maand na ingebruikname.

Materiële vaste activa (bedragen x € 1.000)

Saldo per 1 januari 2014

 

791

Correctie beginbalans

 

– 518

Gecorrigeerd saldo per 1 januari 2014

 

273

     

Mutaties in de boekwaarde

   

Afschrijvingen (-/-)

– 74

 

Investeringen (+)

13

 

Desinvesteringen (-/-)

– 21

 

Overige mutaties (-/-)

– 63

 
   

– 145

Saldo per 31 december 2014

 

128

In verband met de uniformering van de diverse onderdelen binnen het RVB is de afspraak gemaakt de activeringsgrens te wijzigen naar € 5.000 per activum voor het activeren van de (im)materiële vaste activa. Besloten is deze wijziging door te voeren per 1 januari 2014.

Het RVOB hanteerde tot en met 2013 een activeringsgrens van € 1.000 per activum. De investeringen zijn op basis van de nieuwe regel beoordeeld en daar waar nodig gecorrigeerd. Dit heeft geleid tot een correctie op de beginbalans voor de investeringen die zijn gedaan tot en met 2013.

Onderhanden werk grondexploitaties en Vordering op Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Het onderhanden werk grondexploitaties is eveneens gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, zo nodig gecorrigeerd indien de verwachte opbrengstwaarde lager is.

Onderhanden werk grondexploitaties (bedragen x € 1.000)

Saldo per 1 januari 2014

 

103.659

     

Mutaties

   

Rente (+)

5.561

 

Investeringen (+)

6.120

 

Subsidies (-/-)

– 202

 

Correctie opbrengsten (-/-)

– 1.500

 
   

9.979

Saldo per 31 december 2014

 

113.638

Vordering op Ministerie van BZK

   

(Bedragen x € 1.000)

   

Saldo per 1 januari 2014

 

80.000

Mutatie 2014

1.500

 
   

1.500

Saldo per 31 december 2014

 

81.500

Het onderhanden werk neemt in 2014 toe met € 11,7 mln. voor rente en investeringen en neemt voor € 0,2 mln. af voor ontvangen subsidies.

Met de brief van de Ministers van Financiën en VROM van 14 november 2008 (Tweede Kamer, 2008–2009, 31 700 XIV, nr. 18) heeft het kabinet kenbaar gemaakt het instrumentarium en de organisatorische inbedding voor deelname aan gebiedsontwikkeling door het Rijk te willen versterken. In het zogeheten Financieel Kader (TK, 2010, 32 275, nr. 1) is beschreven hoe de sturing en beheersing van deze ontwikkelingsprojecten – waar het in de regel gaat om langlopende, complexe projecten met veel (private) partijen, grote marktonzekerheden en mede daardoor financiële risico's – plaatsvindt. Eén van de instrumenten betreft de jaarlijkse waardebepaling van het project om vast te stellen of de balanswaardering wordt terugverdiend bij verkoop van de grond. In verband met de marktontwikkelingen en andere factoren zijn de verwachte opbrengsten voor de projecten Hembrug en Valkenburg ten opzichte van de eerdere waardebepaling lager ingeschat en heeft een correctie plaatsgevonden op het onderhanden werk. De correctie leidt tot het instellen van een vordering op het moederdepartement, conform de methodiek zoals opgenomen in het Financieel Kader.

Debiteuren

De vorderingen op debiteuren worden gewaardeerd tegen nominale waarde, er is geen voorziening voor oninbaarheid opgenomen. Het saldo betreft een vordering voor de Bloemendalerpolder en een vordering op Domeinen Roerende Zaken voor een afrekening voor de ICT-dienstverlening.

Nog te ontvangen

Deze post heeft vooral betrekking op nog te ontvangen bijdragen betreffende het project Bloemendalerpolder.

Liquide middelen(bedragen x € 1.000)

Kas

0

Bank

0

Depositorekening

21.000

Rekening-courant RHB

12.535

Saldo per 31 december 2014

33.535

De post liquide middelen bestaat voornamelijk uit in 2012 vooruit ontvangen en op deposito geplaatste bijdragen van het Ministerie van Defensie en de gemeente Zaanstad voor het project Hembrugterrein.

Passiva

Eigen Vermogen

De berekening van de maximale exploitatiereserve is gebonden aan de 5%-regel. Deze houdt in dat maximaal 5% van de gemiddelde omzet over de afgelopen drie jaren als exploitatiereserve mag worden aangehouden.

De risicoreserve is gevormd ten behoeve van risico's op projecten (onderhanden werk) die het RVOB voor eigen rekening en risico (gaat) verricht(en) en wordt niet tot de 5%-grens gerekend.

Overzicht vermogensontwikkeling over de jaren 2012–2014
(Bedragen x € 1.000)
 

2012

2013

2014

Saldo per 1 januari 2014

7.840

12.758

15.881

Saldo van baten en lasten

4.918

3.123

2.659

       

Directe mutaties in het eigen vermogen

     

Uitkering aan het moederdepartement

0

0

– 3.123

Bijdrage door het moederdepartement

0

0

0

Overige mutaties

0

0

– 535

Saldo per 31 december 2014

12.758

15.881

14.882

De overwinst 2013 ter grootte van € 3,1 mln. is afgedragen aan het moederdepartement. Deze is terugontvangen ter dekking van de fusiekosten van het RVB.

In verband met de uniformering van de diverse onderdelen binnen het RVB is de afspraak gemaakt de activeringsgrens te wijzigen voor het activeren van de (im)materiële vaste activa. Dit heeft geleid tot een correctie op de beginbalans van € 0,5 mln. Dit is opgenomen als overige mutatie.

Risicoreserve (bedragen x € 1.000)

Saldo per 1 januari 2014

 

11.549

     

Mutatie 2014

0

 
     

Saldo per 31 december 2014

 

11.549

In 2014 heeft geen mutatie op de risicoreserve plaatsgevonden omdat de overwinst uit 2013 werd ingezet ten behoeve van de fusiekosten van het RVB. De overwinst 2014 bedraagt € 3,3 mln. en bestaat uit het saldo per 31 december 2014 van het vermogen ter grootte van € 14,9 mln. en de risicoreserve van € 11,6 mln. Van deze overwinst 2014 mag € 1,2 mln. conform de Regeling Agentschappen als Eigen Vermogen worden aangehouden. Het restant van € 2,1 wordt door het Ministerie van BZK als eigenaar van het RVOB voor de eerste suppletoire 2015 afgeroomd.

Bij het RVOB is op dit moment alleen een voorziening voor wachtgelden.

Overzicht voorzieningen per 31 december 2014 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Stand 01-01-2014

Onttrekking

Dotatie

Vrijval

Stand 31-12-2014

Wachtgelden

230

– 76

34

– 108

80

Totaal

230

– 76

34

– 108

80

Bij de vorming van de voorziening wachtgelden is rekening gehouden met de totale nominale kosten van voormalig personeel dat gebruik maakt van de wachtgeldregelingen gedurende de afgesproken looptijd.

In verband met de uniformering van de diverse onderdelen binnen het RVB is de afspraak gemaakt de voorziening wachtgelden tegen nominale waarde te waarderen en geen correcties te verrichten voor inflatie en kans op overlijden.

Leningen bij het Ministerie van Financiën

Deze post bestaat uit leningen aangegaan voor de uitgaven voor het onderhanden werk. Hieronder valt ook de lening voor de rente die conform afspraken in 2014 wordt bij geleend. Er is overigens ultimo 2014 geen sprake van «kortlopende» aflossingen omdat niet verwacht wordt dat in 2015 wordt verkocht.

In uitzondering op de Regeling Agentschappen:

Wordt de rente op de lening in 2014 niet betaald aan het Ministerie van Financiën, maar toegevoegd aan de lening;

Leent het RVOB ten behoeve van investeringen in vlottende activa. De verworven grondposities zijn immers niet bestemd voor de eigen bedrijfsvoering maar kwalificeren als onderhanden werk. De investeringen betreffen niet alleen de grondverwerving, maar ook de bijkomende kosten voor inzet personeel, de externe plankosten en de eventuele kosten voor tijdelijk beheer van de grond.

Leningen bij het Ministerie van Financiën(Bedragen x € 1.000)

Saldo per 1 januari 2014

 

178.955

     

Mutaties

   

Beroep op leenfaciliteit (+)

11.256

 

Aflossingen op leningen (-/-)

0

 
   

11.256

Saldo per 31 december 2014

 

190.211

Nog te betalen

De post bestaat voornamelijk uit in 2012 vooruitontvangen bijdragen van Defensie en de gemeente Zaanstad voor het project Hembrugterrein en de rekening-courant verhouding met fusiepartner Rijksgebouwendienst.

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen

Het RVOB heeft een vordering van € 0,1 mln. op een in 2013 failliet verklaard bedrijf.

Daarnaast is het RVOB in beroep gegaan tegen een vonnis inzake een claim ad € 3,3 mln. (door Hoogheemraadschap Rijnland). Deze claim is ontstaan omdat het RVOB, als gevolg van aanwezig gebleken explosieven, een verhuurd terrein binnen het project Valkenburg niet tijdig vrij heeft kunnen geven.

Kasstroomoverzicht over 2014 (bedragen x € 1.000)
   

(1) Oorspronkelijk vastgestelde begroting

(2) Realisatie

(3)=(2)-(1) Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting

1.

Rekening-courant RHB 1 januari 2014 + stand depositorekeningen

20.003

28.386

8.383

2.

Totaal operationele kasstroom

– 6.467

2.390

8.857

3a

Totaal investering (-/-)

– 23.631

– 6.141

17.490

3b

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

21

21

3.

Totaal investeringskasstroom

– 23.631

– 6.120

17.511

4a

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

– 76

– 3.123

– 3.047

4b

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

746

746

4c

Aflossingen op leningen (-/-)

0

0

0

4d

Beroep op leenfaciliteit (+)

23.200

11.256

– 11.944

4.

Totaal financieringskasstroom

23.124

8.879

– 14.245

5.

Rekening-courant RHB 31 december 2014 + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

13.029

33.535

20.506

Toelichting

Het kasstroomoverzicht geeft aan hoeveel kasmiddelen in de verslagperiode beschikbaar zijn gekomen en op welke wijze gebruik is gemaakt van deze middelen. Aan de hand van het kasstroomoverzicht worden de kapitaaluitgaven en -ontvangsten toegelicht. In dit model vormen de posten 3a, 4a en 4c de kapitaaluitgaven, terwijl de posten 3b, 4b en 4d de kapitaalontvangsten vormen.

  • Operationele kasstroom. Bij het bepalen van de operationele kasstroom is uitgegaan van het saldo van baten en lasten, dat is gecorrigeerd voor de afschrijvingen en de mutaties in de balansposten voorzieningen en kortlopende activa en passiva en langlopende activa en passiva. Dit voor zover het niet de leenfaciliteit van het Ministerie van Financiën betreft;

  • Investeringskasstroom. Betreft de investeringen in het onderhanden werk van de gebiedsontwikkelingsprojecten;

  • Financieringskasstroom.

De volledige overwinst 2013 is door FEZ teruggestort ten behoeve van de fusiekosten. Het niet bestede deel staat op de balans gereserveerd ter gedeeltelijke dekking van de fusiekosten 2015. Het bestede deel is verantwoord als omzet moederdepartement.

Het beroep op de leenfaciliteit bestaat uit de investeringen en de rente met betrekking tot de gebiedsontwikkelingsprojecten.

Overzicht doelmatigheidindicatoren per 31 december 2014

Invulling taakstelling

De in de ontwerpbegroting opgenomen invulling van de taakstellingen voor 2014 betreft € 1,1 mln. waarvan € 0,6 mln. personele lasten en € 0,5 mln. materiële lasten. De taakstelling heeft invulling gekregen door een terughoudend vacaturebeleid waardoor de personele kosten op het gewenste niveau zijn gekomen. Hiernaast is gekort op de materiële lasten, op basis van de analyse van structurele onderschrijdingen.

Omschrijving Generiek Deel

Realisatie

Oorspronkelijke begroting

 

2011

2012

2013

2014

2014

Kostprijzen per product (* € 1)

         

Pacht

574

601

594

638

600

Huur

625

695

632

891

709

Erfpacht

513

494

624

429

491

Medegebruik/overig

417

449

470

440

436

Zakelijke lasten

375

263

243

264

273

Omzet per productgroep (* € 1.000)

         

Homogene producten

11.445

10.713

10.388

10.923

10.622

Heterogene producten

13.460

14.928

13.916

14.605

11.827

Totale omzet

24.905

25.641

24.304

25.528

22.449

Aandeel directe uren

61%

62%

63%

62%

62%

Aantal directe uren voor medewerker in primair proces

1.350

1.391

1.361

1.334

1.320

FTE-totaal (excl. externe inhuur), begrotingssterkte

228,5

217,3

208,6

201,0

242,1

Mate van kostendekkendheid

100%

100%

100%

100%

100%

Saldo van baten en lasten (%)

9%

19%

13%

10%

1%

Percentage in het gelijkgestelde procedures (WOZ)

84%

92%

96%

89%

70%

Klachten binnen termijn van 6 weken afgehandeld

92%

100%

100%

100%

80%

Toelichting

Omzet naar productgroep

Het RVOB heeft voor de taken die voortvloeien uit de Comptabiliteitswet twee soorten producten onderscheiden: homogene en heterogene producten. De homogene producten zijn: pacht, huur, erfpacht, medegebruik /overig, zakelijke lasten, onbeheerde nalatenschappen en bodemmaterialen. Per soort homogeen product zijn normuren gedefinieerd. Dat betekent dat er een genormeerd aantal uren per overeenkomst/zaak beschikbaar is. In tegenstelling tot de homogene producten zijn er voor de heterogene producten geen normtijden vast te stellen. Dit in verband met de diversiteit aan inzet van uren en activiteiten binnen het soort product. De heterogene producten zijn met name verkopen, aankopen, taxaties & advies.

Kostprijzen per product

De realisaties zijn berekend door per product de gemiddelde gerealiseerde uren te vermenigvuldigen met het uurtarief van € 110:

  • Pacht: De gerealiseerde gemiddelde tijdsbesteding voor het product pacht is nagenoeg gelijk aan de normtijd;

  • Huur: De gerealiseerde gemiddelde tijdsbesteding voor het product huur is hoger dan de normtijd. Er zijn veel uren besteed aan de fasegewijze verhoging van de huur voor de ligplaatsen van woonboten;

  • Erfpacht: De gerealiseerde gemiddelde tijdsbesteding voor het product erfpacht is lager dan de normtijd. Er zijn in 2014 minder erfpachtzaken behandeld. Bovendien zijn er minder aanvragen voor de 13e penning behandeld. Met ingang van 2015 eindigt de 13e penning;

  • Medegebruik: De gerealiseerde gemiddelde tijdsbesteding voor het product medegebruik is hoger dan de normtijd. Er zijn grote hoeveelheden WBR beschikkingen ontvangen vanuit Rijkswaterstaat i.v.m. E-laadpunten (elektronisch rijden);

  • Zakelijke lasten: De gerealiseerde gemiddelde tijdsbesteding voor het product medegebruik is hoger dan de normtijd. Er is meer tijd besteed aan het indienen van bezwaarschriften.

Aandeel directe uren voor totaal RVOB/DV

Dit kengetal geeft aan in welke mate het totale aantal netto te werken uren (aanwezige uren) aan directe uren besteed wordt.

Aantal directe uren voor medewerker in primair proces

Dit kengetal laat de ontwikkeling zien van het aantal directe uren dat een medewerker (in fte) in het primaire proces op jaarbasis levert.

FTE-totaal

Het als streefwaarde vermelde aantal fte's betreft de begrotingssterkte. De werkelijke bezetting ligt lager. In de afgelopen jaren is het RVOB terughoudend geweest met het vervullen van openstaande vacatures vanwege de voorgenomen organisatieveranderingen.

Mate van kostendekkendheid

Het uitgangspunt is dat het baten-lastenagentschap RVOB volledig kostendekkend is. Dit is in 2014 het geval geweest.

Saldo van baten en lasten (%)

Het percentage is als volgt berekend: het saldo van baten en lasten gedeeld door de totale baten.

Percentage in het gelijkgestelde procedures (WOZ)

Het RVOB betaalt namens het Rijk de onroerendezaakbelasting. Hiertoe worden de door de gemeenten en waterschappen opgelegde aanslagen beoordeeld en waar nodig wordt bezwaar gemaakt. Door het aantal gehonoreerde bezwaarschriften te vergelijken met het aantal ingediende bezwaarschriften ontstaat een beeld van de effectiviteit van het maken van bezwaar door het RVOB. De in de tabel vermelde norm stelt dat minimaal 70% van alle ingediende bezwaarschriften door de gemeente toegekend moet worden. In 2014 werd uiteindelijk van de door de gemeenten afgehandelde bezwaarschriften 89% toegewezen.

Klachten binnen termijn van 6 weken afgehandeld

Doelstelling is dat meer dan 80% van alle ontvangen klachten binnen de gestelde termijn van de klachtenprocedure, 6 weken, inhoudelijk worden beantwoord. Deze doelstelling is met 100% ruimschoots behaald.

Licence