Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Beleidsartikel 11: Integraal waterbeleid

Algemene Doelstelling

Het op orde houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft, over voldoende zoetwater beschikt en schoon (drink)water heeft.

(Doen) uitvoeren

Rollen en Verantwoordelijkheden

Vanuit de begroting Hoofdstuk XII wordt bijgedragen aan het Deltafonds (zie extracomptabele verwijzingen). Vanuit het Deltafonds worden maatregelen en voorzieningen op het gebied van waterveiligheid (artikel 1), zoetwatervoorziening (artikel 2), beheer, onderhoud en vervanging (artikel 3) en waterkwaliteit (artikel 7) bekostigd. De rol (doen) uitvoeren heeft betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en waterkwantiteit:

  • Waterveiligheid. Het waarborgen van de bescherming door primaire waterkeringen langs het kust- en IJsselmeergebied en de rivieren volgens het wettelijk niveau; alsmede het dynamisch handhaven van de kustlijn op het niveau 2012, conform herziene basiskustlijn 2012 en handhaving kustfundament.

  • Waterveiligheid en Zoetwatervoorziening. Het (doen) uitvoeren van verkenningen en planuitwerkingen.

  • Waterveiligheid en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van uitvoeringsprogramma’s in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) Ruimte voor de Rivier, de Maaswerken (waterveiligheid), het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren en overige aanlegprojecten.

  • Waterveiligheid, Waterkwantiteit en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van beheer, onderhoud en vervanging.

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het integrale waterbeleid, voor het Deltaprogramma en het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. Ook is de Minister verantwoordelijk voor het verbeteren van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium ten behoeve van het waterbeleid.

De rol «regisseren» heeft in dit artikel betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterkwantiteit, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en innovatie en exportbevordering.

  • Waterkwantiteit en Zoetwatervoorziening.

  • Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van integraal waterbeleid in een aanpak gericht op de gebieden met grote Rijkswateren. Het realiseren van een maatschappelijk afgewogen verdeling van water en het daartoe zo te beheren hoofdwatersysteem dat wateroverlast en -tekort worden voorkomen. Het zorgen voor kaders en instrumentarium voor regionale afwegingen om het regionale watersysteem op orde te brengen en te houden. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2009–2015 (Hoofdstuk 4 «Waterbeleid in thema’s»), de Tussentijdse wijziging van het Nationaal Waterplan 2009–2015 (Hoofdstuk 2 Zoetwater) en het Beheer- en Ontwikkelprogramma voor de Rijkswateren 2010–2015.

  • Waterkwaliteit. Het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand in de Rijkswateren van de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en Eems, conform de voorschriften zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Water (KRW).

  • Voorts gaat het om het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het nemen van de nodige maatregelen om een goede milieutoestand te bereiken en te behouden in het Nederlandse deel van de Noordzee, in samenwerking en samenhang met de andere Noordzeelanden, conform de vereisten zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Daarnaast geldt ten aanzien van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) dat de coördinerende verantwoordelijkheid ligt bij de Minister van IenM, tezamen met de Minister van EZ voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren.

  • Innovatie en exportbevordering. Het ontwikkelen van beleid, onder andere ten behoeve van de Topsector Water, gericht op het ontwikkelen van kennis, het bevorderen van innovatie en het versterken van de samenwerking tussen het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid (de gouden driehoek) om de internationale concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven te versterken. Hierbij wordt een sterke thuismarkt (kennis en innovatie) gekoppeld aan een concurrerend Nederland in het buitenland. Voor dit laatste gaat het daarbij onder meer om het ontvangen van buitenlandse delegaties en het organiseren en uitvoeren van bilaterale handelsmissies.

  • Daarnaast regisseert de Minister de afstemming van het waterbeheer met de buurlanden rondom de Noordzee en met de landen bovenstrooms gelegen in de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems.

  • Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op de beleidsterreinen waterkwantiteit en waterkwaliteit (zie beleidsartikel 24 Handhaving en Toezicht).

Indicatoren en Kengetallen

Waterkwantiteit

Hieronder zijn de beleidsmatige kengetallen voor waterkwantiteit opgenomen. In productartikelen 1, 2 en 3 van het Deltafonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.

Indicator één en twee: waterveiligheid: (droge voeten)

Ongeveer 60% van ons land zou regelmatig onder water staan als er geen dijken en duinen zouden zijn. In dit gebied wonen negen miljoen mensen en wordt 70% van ons BNP verdiend. Maatschappelijk gezien is aandacht voor de waterveiligheid dus van cruciaal belang voor de leefbaarheid en de economie van Nederland (Kamerstukken II 2012–2013 33 400, nr. 19).

Kengetal één en twee geven weer hoe het is gesteld met het aantal kilometers dijken en duinen en het aantal kunstwerken, die zorgen voor waterveiligheid in Nederland en dat Nederland droge voeten heeft. De cijfers zijn gebaseerd op de toetsronden uit 2001, 2006, 2011 en de verlengde derde toetsing uit 2014. Conform de Waterwet wordt periodiek beoordeeld of de primaire waterkeringen voldoen aan de wettelijke veiligheidsnormen. Deze beoordeling wordt door de beheerder uitgevoerd volgens het door de Minister vastgestelde wettelijk beoordelingsinstrumentarium instrumentarium. Indien een kering niet aan de norm voldoet, worden maatregelen getroffen. In 2014 is naar aanleiding van de laatst uitgevoerde toetsing aan de Tweede Kamer gerapporteerd (Kamerstukken II 2013–2014 31 710, nr. 32) dat 1.302 km keringen niet aan de wettelijke norm voldoet. Ongeveer de helft hiervan is opgenomen in lopende verbeterprogramma’s, zoals HWBP-2, Ruimte voor de Rivier en Maaswerken. De keringen die volgens de laatste (de derde en verlengde derde) toetsing niet voldoen krijgen een plek in het Hoogwaterbeschermingsprogramma, mits wordt voldaan aan de subsidiecriteria. In totaal zijn 748 km dijk en 275 kunstwerken uit deze laatste toetsing aangemeld bij het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

In de programmering 2016–2021 van het hoogwaterbeschermingsprogramma zijn 480 km dijken, dammen en duinen opgenomen en 179 kunstwerken. In 2016 waren hiervan 320 km dijk en 70 kunstwerken in een verkenning, planstudie of realisatie. Afgerond en veilig verklaard zijn 8 km dijken, dammen en duinen en 8 kunstwerken. Het totaal t/m 2016 voor het hoogwaterbeschermingsprogramma komt hiermee op 31 km veilige dijken, dammen en duinen; 11 kunstwerken zijn veilig verklaard.

Voor het HWBP-2 geldt dat in 2016 er 28 km aan dijken, dammen en duinen veilig verklaard is; er zijn in 2016 geen kunstwerken toegevoegd. Dit brengt het totaal voor het HWBP-2 t/m 2016 op 204 km veilige dijken, dammen en duinen (totale opgave: 362 km); het aantal kunstwerken dat t/m 2016 veilig is bedraagt 16 (totale opgave: 18 kunstwerken).

In 2017 start een nieuwe ronde beoordelen op veiligheid. Over de resultaten van deze beoordeling wordt in 2023 gerapporteerd aan de Eerste- en Tweede Kamer (Kamerstukken II 2013/2014 33 750 J, nr. 20). Dijktrajecten waarvan vastgesteld wordt dat deze niet aan de normen voldoen, zullen opgenomen worden in het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

De totale opgave, inclusief de nieuwe instroom uit de komende beoordelingsronde, dient in 2050 gerealiseerd te zijn.

Kengetal: Dijken en duinen (in kilometers)

Kengetal: Dijken en duinen (in kilometers)

Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014

Kengetal: Kunstwerken (aangemerkt als primaire waterkering in aantallen)

Kengetal: Kunstwerken (aangemerkt als primaire waterkering in aantallen)

Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014

Ten behoeve van een goede verdeling van water zodat Nederland over voldoende zoetwater kan beschikken wordt peilbeheer op het hoofdwatersysteem toegepast. Hiervoor dienen de streefpeilen van drie belangrijke watersystemen (het IJsselmeer, Amsterdam-Rijnkanaal/ Noordzeekanaal en het Haringvliet) op het afgesproken niveau te worden gehouden. Stuwen en spuien/gemalen zijn nodig om dit peil te beïnvloeden.

Kengetal: Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/ Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet
   

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Kengetal

Eenheid

2014

2015

2016

Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/ Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet

%

100%

100%

100%

Bron: Rijkswaterstaat, 2016

De norm is dat 90% van de tijd (24-uursgemiddelde) de afgesproken (streef)peilen, onder normale omstandigheden, binnen de operationele marge worden gerealiseerd. De streefpeilen van het Haringvliet, Amsterdam-Rijnkanaal, Noordzeekanaal en IJsselmeer (alleen zomerpeil telt mee) waren in 2016 de gehele periode binnen de marge (kengetal drie).

Waterkwaliteit (schoon (drink)water)

Over de ecologische en chemische toestand van de waterlichamen in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en de Eems, alsook de goede milieutoestand van de Noordzee, wordt de Tweede Kamer vanaf 2016 jaarlijks geïnformeerd via «De Staat van Ons Water» (www.staatvanonswater.nl) (Kamerstukken II 2015–2016 27 625 nr. 350). Omdat de Kaderrichtlijn Water en Kaderrichtlijn Mariene Strategie werken met planperiodes, is een volledige beschrijving van de toestand alleen om de zes jaar mogelijk. De Minister van IenM heeft het PBL gevraagd om in het Compendium voor de Leefomgeving jaarlijks op basis van de beschikbare gegevens over waterkwaliteit te rapporteren.

Integraal waterbeleid

Over de voortgang in de uitvoering van het waterbeleid – ook voor de grote rijkswateren – wordt jaarlijks gerapporteerd in «De Staat van Ons Water» (www.staatvanonswater.nl). Dat geldt bijvoorbeeld voor waterveiligheid, waterkwaliteit en zoetwatervoorziening. Meer specifieke informatie over de wateren die in beheer zijn bij de waterschappen wordt jaarlijks gepubliceerd op (www.waterschapsspiegel.nl).

Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen, zoals vermeld in de begroting. In 2016 hebben alle zoetwaterregio’s en RWS de eerste stappen van het nieuwe instrument waterbeschikbaarheid ingevuld. Daarmee wordt het zoetwaterbeleid gebaseerd op de beschikbaarheid van zoetwater en de kans op watertekorten in een bepaald gebied, in normale en droge situaties en ontstaat er helderheid over de verantwoordelijkheidsverdeling. Hierop worden de maatregelen gebaseerd in het hoofdwatersysteem en het regionale watersysteem én bij gebruikers (zoals landbouw, industrie, natuur, scheepvaart en drinkwater). In 2016 is het uitvoeringsprogramma, het Deltaplan Zoetwater, weer geactualiseerd. Daarin staan de maatregelen om het watersysteem op korte termijn robuuster en minder kwetsbaar te maken.

Met de uitvoeringsprogramma’s Maaswerken, het tweede Hoogwaterbeschermingsprogramma en het (nieuwe) Hoogwaterbeschermingsprogramma is goede voortgang geboekt. Bij de laatste twee gaat het met name om de verbetering van dijken en kunstwerken die bij de toetsrondes van 2006 en 2013 niet aan de wettelijke norm voldeden. De dijken en kunstwerken die zijn verbeterd binnen HWBP-2 en HWBP voldoen aan de wettelijke norm. Bij het uitvoeringsprogramma Ruimte voor de Rivier is een groot aantal projecten afgerond (30 projecten hebben medio 2016 de mijlpaal waterveiligheid gehaald). Dit draagt bij aan een veiliger rivierengebied en een aantrekkelijke leefomgeving. Dankzij deze inzet is de begroting van het Deltafonds in 2016 grotendeels gerealiseerd. Met het oog op toekomstige grote waterveiligheidprojecten is een methode in ontwikkeling om de ex-post doelmatigheid daarvan goed te kunnen beoordelen. Voor een nadere toelichting over de uitvoeringsprogramma’s wordt verwezen naar het jaarverslag van het Deltafonds.

In 2016 is de nieuwe normering van de primaire waterkeringen zoals omschreven in de Tussentijdse wijziging van het Nationaal Waterplan 2009–2015 via een wijziging van de Waterwet wettelijk verankerd (Stb. 2016, 431). De gewijzigde Waterwet trad per 1 januari 2017 in werking. De wijziging van de wet heeft als doel om iedereen in Nederland minimaal even goed te beschermen tegen overstromingen. Gebieden waar veel slachtoffers kunnen vallen of waar de economische schade groot zou zijn worden extra beschermd.

Evaluaties

Evaluatie Deltawet (Kamerstukken II 2016–2017, 34 513, nr. 1 en 2)

Met het predicaat «zeer goed» is het evaluatierapport «Op Peil» over het stelsel deltaprogramma en Deltawet met een kabinetsreactie op hoofdlijnen op 1 juli 2016 naar de Tweede Kamer gestuurd. De evaluatiecommissie heeft in het rapport nog aandachtspunten meegegeven. Aansluitend op de laatste ministerraad van 2016 is op 23 december de uitgebreide reactie op de evaluatie van de Deltawet naar de Tweede Kamer gestuurd. Deze kabinetsreactie geeft invulling aan de gezamenlijke opdracht voor de bestuurlijke partners hoe de aandachtspunten de komende jaren worden opgepakt en wat we daarbij van de deltacommissaris vragen.

HGIS Partners voor Water 3

Het HGIS Partners voor Water 3 programma is door een extern bureau positief geëvalueerd (Kamerstukken II 2016–2017 27 625, nr. 378). De evaluatie stelt dat er brede consensus is over het feit dat de focus op een beperkt aantal deltalanden vruchten afwerpt. De delta-aanpak met deltateams zorgt voor coördinatie van initiatieven, kennis delen en inbreng van de kennis van de ambassades en is essentieel voor het bereiken van focus en afstemming. Het is aannemelijk dat PvW met verschillende projecten en activiteiten een bijdrage heeft geleverd aan het bieden van oplossingen voor de «wereldwaterproblematiek».

Structuurvisie Waddenzee

In de brief van 20 januari 2016 (Kamerstukken II 2015–2016 29 684, nr. 124) is het evaluatierapport van de Structuurvisie Waddenzee aangeboden aan de Kamer. In deze brief is aangekondigd dat in 2016 zal worden gestart met de «Beleidsverkenning Toekomstige Rol en Ambitie van Rijk en Regio voor het Waddengebied» (beleidsverkenning). Deze beleidsverkenning loopt op dit moment. Hierin worden de contouren van het gewenste toekomstige beleid onderzocht en beschreven. In de beleidsverkenning wordt onder meer gekeken naar de mogelijke handelingsperspectieven naar aanleiding van de bevindingen van het Evaluatierapport en de aanbevelingen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer van november 2013. De beleidsverkenning Waddengebied zal in de loop van 2017 aan de kamer worden gezonden.

Budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)

11

Integraal waterbeleid

       

Realisatie

Begroting

Verschil

 
   

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

 

Verplichtingen

 

37.457

40.756

32.289

54.638

41.900

12.738

1)

Uitgaven

 

41.021

40.075

34.852

48.869

45.973

2.896

 

11.01

Algemeen waterbeleid

 

35.591

34.016

29.857

36.167

33.872

2.295

 

11.01.01

Opdrachten

 

1.812

1.527

2.147

6.629

3.932

2.697

2)

11.01.02

Subsidies

 

12.259

11.809

8.722

11.358

10.360

998

3)

 

– Partners voor Water (HGIS)

 

11.615

11.788

8.597

11.308

10.360

948

 
 

– Overige subsidies

 

644

21

125

50

0

50

 

11.01.03

Bijdrage aan agentschappen

 

20.993

19.908

18.169

17.325

17.545

– 220

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

 

20.265

19.350

17.643

16.801

17.144

– 343

 
 

– waarvan bijdrage aan KNMI

 

728

558

526

524

401

123

 

11.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

 

527

772

819

855

2.035

– 1.180

4)

11.02

Waterveiligheid

 

3.338

3.225

2.788

3.001

2.802

199

 

11.02.01

Opdrachten

 

3.338

3.225

2.788

3.001

2.802

199

 

11.03

Grote oppervlaktewateren

 

2.092

2.834

2.207

2.575

2.008

567

 

11.03.01

Opdrachten

 

2.092

2.834

2.207

2.575

2.008

567

 

11.03.05

Bijdrage aan internationale organisaties

 

0

0

0

0

0

0

 

11.04

Waterkwaliteit

 

0

0

0

7.126

7.291

– 165

 

11.04.01

Opdrachten

 

0

0

0

4.002

3.993

9

 

11.04.02

Subsidies

 

0

0

0

478

0

478

 

11.04.04

Bijdrage aan medeoverheden

 

0

0

0

972

1.531

– 559

 

11.04.05

Bijdrage aan internationale organisaties

 

0

0

0

1.674

1.767

– 93

 
 

Ontvangsten

 

78

73

24.357

248

0

248

 

Verplichtingen (ad 1)

Toelichting op de financiële instrumenten

Het verschil in verplichtingen op dit artikel wordt met name veroorzaakt door enerzijds de versnelde vastlegging van meerjarige verplichtingen in het kader van het project Icoon Afsluitdijk, Partners voor Water deel 4 alsmede het project Lumbricus en anderzijds de als nieuw opgenomen verplichtingen voor waterkwaliteit die vanuit het opgeheven artikel 12 zijn geconverteerd naar artikel 11.

11.01 Algemeen waterbeleid
11.01.01 Opdrachten (ad 2)

De activiteiten op het gebied van de Watercoalitie zijn gericht op het ontwikkelen van een nieuw sturingsinstrument voor het waterdomein. In 2016 heeft er een evaluatie van de werkzaamheden plaatsgevonden. De conclusie is dat de werkwijze van de watercoalitie kansrijk is en dat het voor de doorwerking van belang is om op te schalen naar heel Nederland. Daarom is besloten om aan te sturen op een meerjarige landelijke coalitie tussen overheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties rond het thema klimaatbestendige tuinen. In 2016 hebben de eerste verkennende gesprekken plaatsgevonden. De verwachting is dat in de loop van 2017 deze coalitie vorm kan worden gegeven.

Rond het onderwerp «Water in en om het huis» is in het programma «de Watercoalitie» ervaring opgedaan met de vraag of met een meer adaptieve en responsonsieve rolinvulling door IenM bijgedragen kan worden aan de beleidsdoelen van water met als doel om huishoudens daarbij meer te activeren. Uit de «Reflectie op Watercoalitie» door het Watergovernance Center, juni 2016 is gebleken dat de adaptieve sturing en de faciliterende rol van IenM bij de Watercoalitie een wezenlijke versneller is. Vooral rond het cluster water, klimaat en tuinen zijn coalities tot stand gekomen gericht op het activeren van burgers bij de wateropgave. De coalities zorgen voor sociale innovatie, gemeenten en waterschappen leren op deze manier op een andere manier samenwerken met bedrijven en burgers binnen hun gemeente of beheersgebied. Deze onderwerpen sluiten naadloos aan bij de doelstellingen van het Bestuursakkoord Water en met name de afspraken over de waterketen.

In 2016 is de Human Capital Agenda van de Topsector Water verder uitgebouwd onder leiding van de dijkgraaf van het waterschap Waterschap Rijn en IJssel als nieuwe voorzitter. Op basis van een nieuwe strategie en actieplan is 2016 benut om de doelstellingen bij te stellen en vorm te geven langs 4 hoofdlijnen, nl. 1) onderwijs en innovatie, waar de beurzen voor talentvolle studenten belangrijk zijn, in 2016 zijn 16 beurzen uitgereikt. De beurzen dienen om studenten als ambassadeur op te laten treden binnen de watersector om zo richting scholen (gastlessen) de belangstelling (awareness) voor de watersector bij jongeren te vergroten; 2) een leven lang leren, waar een opdracht is gegeven aan de waterkennisbank voor een analyse van het arbeidsmarktbeleid; 3) imago en instroom, waar grote bijeenkomsten zoals het Wereld Watercollege, de Battle of Beaches en de bodem en waterweek van het KNAG zijn ondersteund of georganiseerd alsmede het ontwerpen van een nieuwe site en communicatiebeleid; 4) internationaal, waar andere programma’s zoals Wetskills zijn ondersteund. In 2016 is o.a. de reis naar Iran en het uitwisselen over het Iraanse waterbeleid ondersteund, in samenhang met de reis van de Minister naar Iran.

Het Ministerie van IenM is politiek verantwoordelijk voor Topsector Water. IenM ondersteunt het topteam van de Topsector. Daarnaast stimuleert IenM kennisontwikkeling en innovaties en maakt innovaties in het waterdomein zichtbaar. In 2016 is o.a. een brochure over waterinnovaties uitgebracht, is gestart met de voorbereiding van een groot innovatie-event in 2017, zijn middelen besteed voor communicatie over het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK) en is gewerkt aan de versterking van de Nederlandse kennisbasis door het bevorderen van de verbinding met de Europese R&D programma’s.

In 2016 zijn nieuwe beleidsaccenten op het terrein van internationaal waterbeleid zijn vastgelegd in de Internationale Waterambitie (Kamerstukken II 2015–2016 32 605, nr. 177) om het verdienvermogen in het buitenland te vergroten, met specifieke aandacht voor delta-, water- en maritieme technologie. De beleidsaccenten zijn verder geoperationaliseerd in concrete inzet in zeven deltalanden en andere kansrijke landen voor samenwerking met Nederland. Ondersteunde activiteiten hebben plaatsgevonden met betrekking tot diverse handelsmissies, politieke missies en activiteiten van de Watergezant. De inzet richtte zich in 2016 op het versterken van de strategische positie van Nederland op het gebied van water en klimaatadaptatie. Nederland heeft hiervoor kennis over water en klimaat beschikbaar gesteld en heeft gestimuleerd om planvormingsprocessen effectiever te laten uitmonden in uitvoeringsprocessen. Dit had tot doel de weerbaarheid in de wereld tegen waterproblemen en klimaatverandering in concrete acties te vertalen waarbij overheden, bedrijfsleven, kennisinstituten en maatschappelijke organisaties samenwerken. Innovatie is gestimuleerd vanuit het Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma voor Water en Klimaat waar overheid, bedrijfsleven en kennisinstituten actief samenwerken op het verbinden van thuismarkt en buitenlandse markt. Buitenlandse handelsmissies zijn uitgevoerd naar Indonesië, Australië, China, Italië, Filippijnen, Argentinië, Vietnam, Cuba en Iran. Ook is een breed spectrum aan inkomende handelsmissies ontvangen. Evaluaties zijn uitgevoerd met betrekking tot het programma Partners voor Water 3 en de Disaster Risk Reduction faciliteit (DRR).

Ad 2) De hogere realisatie wordt voornamelijk veroorzaakt door de uitgaven voor het project Icoon Afsluitdijk. Dit project was niet in de begroting 2016 opgenomen. Het project was gereserveerd op het Deltafonds, maar is in 2016 verantwoord op de begroting HXII, omdat het project niet binnen de scope van het Deltafonds valt. Dit betreft een bedrag van € 3,3 miljoen.

11.01.02 Subsidies (ad 3)

HGIS Partners voor Water

Het HGIS Partners voor Water 3 programma is in 2016 ten einde gekomen. Dit programma was het centrale uitvoeringsprogramma van de interdepartementale Internationale Water Aanpak en ondersteunde de realisatie van de internationale waterambities van de ministeries Buza, EZ en IenM door nieuwe initiatieven te stimuleren en verbindingen te leggen met het instrumentarium en financieringsmogelijkheden die voor activiteiten op het terrein van water internationaal beschikbaar zijn binnen de rijksoverheid, bij internationale financiële instellingen en bij de private sector. Met de subsidieregeling «Wereldwijd werken met water» binnen PvW3 zijn in totaal 74 projecten in 21 doellanden gesubsidieerd. Over de gehele periode (2010 t/m 2016) is in totaal 34% van het budget besteed aan projecten in deltalanden, 65% aan projecten in de overige PvW3 doellanden en 1% aan projecten die in meerdere landen zijn uitgevoerd. Bij de regeling zijn 88 bedrijven betrokken geweest, in totaal 16 kennisinstellingen en 14 NGO’s. Het budget is geheel uitgeput en wordt als effectief en doelmatig gezien.

De doorlopende verplichtingen van PvW1 naar PvW2 en uiteindelijk PvW3 hebben geleid tot een totale overbesteding van € 2,2 miljoen. Het betreft project- en uitvoeringskosten (RVO en NWP). Deze kosten worden gedekt vanuit het budget van het nieuwe programma PvW2016–2021 waar een onderbesteding is gerealiseerd van € 1,3 miljoen in 2016 door een vertraagde opstart van het programma in 2016. Het totaal van de Partners voor Water programma’s komt hiermee op een tekort van € 0,9 miljoen.

In 2016 is de nieuwe subsidieregeling «Waterveiligheid en Waterzekerheid Stedelijke Delta’s» geformaliseerd. De regeling betreft HGIS middelen die gekoppeld zijn aan het nieuwe Programma Partners voor Water 2016–2021 als centraal financieringsinstrument van de Internationale Waterambitie. RVO is gemandateerd om de regeling uit te voeren. In juli 2016 heeft een succesvolle eerste tenderronde plaatsgevonden ten aanzien van het vergroten van waterveiligheid en waterzekerheid in de wereld.

Overige subsidies

LiveDijk projecten

De op 16 december 2013 verstrekte subsidiebeschikking inzake de realisatie LiveDijk projecten aan de stichting FloodControl IJkdijk is in 2016 met 1 jaar verlengd tot 31 december 2017. Betaling van de subsidie heeft al voor 2016 plaatsgevonden, maar vanwege het later dan gepland inbrengen van het verticaal zanddicht geotextiel, is een vertraging opgelopen van circa 1,5 jaar bij het onderdeel Livedijk Rivierenland. Dit betekent dat deze subsidiebeschikking – na de verlenging – eindigt op 31 december 2017 en zal op dat moment vastgesteld worden.

Water en Evacuatie

Voor de uitvoering van het project Water en Evacuatie is op 9 december 2015 een subsidie verstrekt aan het Instituut fysieke veiligheid (IFV) van € 150.000 die in de periode 2015–2017 voor het ontwikkelen van een structurele aanpak waarmee de veiligheidsregio’s kunnen zorgen voor een adequate rampenbeheersing bij overstromingen. Het uitgekeerde subsidiebedrag in 2016 bedraagt € 50.000. De laatste termijn van deze subsidie bedraagt € 50.000 en zal in 2017 uitgekeerd worden.

Het saldo van het financiële instrument subsidies wordt voornamelijk veroorzaakt door hogere uitgaven bij de afronding van het programma Partners voor Water deel 3 dat in uitvoering is bij de de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland.

11.01.03 Bijdrage aan agentschappen

De bijdrage aan RWS heeft betrekking op de beleidsondersteunende en beleidsadviserende activiteiten (BOA) in 2016. Hiervoor wordt jaarlijks een opdracht aan RWS verstrekt. Tot deze opdracht behoren onder andere de bijdragen aan de uitwerking van de MIRT-onderzoeken waterveiligheid en zoetwatervoorziening.

In 2016 zijn aan het KNMI diverse onderzoeken en analyses gevraagd omtrent neerslagpatronen, het gedrag van extreme stormen, verbeterde windmodellen, het weer in de toekomst en risico-analyses ten aanzien van het samenvallen van extreme weerssituaties. De resultaten van deze analyses hebben bijgedragen aan de onderbouwing van het wettelijke beoordelingsinstrumentarium voor de primaire waterkeringen en het waterveiligheidsbeleid in het algemeen.

11.01.04 Bijdragen aan medeoverheden (ad 4)

Er zijn door IenM afspraken gemaakt met het Ministerie van SZW over compensaties in relatie tot de kinderopvang voor de waterschappen. Die afspraak behelst het laten meelopen van deze compensaties met de geldstroom van IenM richting de waterschappen. Daartoe zijn budgetten (voor de duur van de subsidieregeling tot en met 2017) van SZW overgeboekt naar IenM. Tot op heden hebben zes waterschappen van deze regeling gebruik gemaakt. In 2016 zijn geen aanvullende subsidies verleend. De niet gebruikte middelen zijn teruggeboekt naar het Ministerie van SZW (€ 1,3 miljoen).

Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) van BZK is een commissie BBV ingesteld. Deze commissie draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het besluit, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring van gemeenten, gemeenschappelijke regelingen, waterschappen en provincies. Sinds 2014 draagt het Ministerie van IenM de helft van de kosten voor het secretariaat van de commissie BBV bij vanwege de betrokkenheid van de commissie met de waterschappen. De bijdrage bedraagt € 35.695 per jaar. De laatste betaling heeft dit jaar plaatsgevonden. De bijdrage vanuit IenM is structureel overgeheveld naar BZK.

11.02 Waterveiligheid
11.02.01 Opdrachten

De definitieve overstromingsrisicobeheerplannen voor de vier stroomgebieden Eems, Rijn, Maas en de Schelde zijn in 2016 aan de Europese Commissie gerapporteerd. Voor zowel de risicokaarten als de plannen zijn opdrachten gegeven voor ondersteuning, ontwikkeling en het beheer.

Op basis van de Derde Toetsronde Primaire Waterkeringen is in 2016 gewerkt aan het voorbereiden van de programmering van hoogwaterbeschermingsmaatregelen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Tevens is al zoveel mogelijk geanticipeerd op de opgave die volgt uit de komende beoordelingsronde. Met behulp van de overstromingskansen uit Veiligheid Nederland in Kaart (VNK2) (Kamerstukken II 2014–2015 27 625, nr. 335) is een inschatting gemaakt van de dijktrajecten die op grond van de nieuwe normering het meest urgent zullen zijn. Deze trajecten zijn onder voorbehoud van het veiligheidsoordeel van de beheerder en het oordeel van de ILT al toegevoegd aan het hoogwaterbeschermingsprogramma 2017 – 2022.

Daarnaast is de eerste landelijke beoordelingsronde overstromingsrisico’s met het nieuwe wettelijke beoordelingsinstrumentarium (start in 2017) voorbereid.

Het wettelijk beoordelingsinstrumentarium, te weten de beoordelingsvoorschriften en bijbehorende voorschriften voor het afleiden van hydraulische belastingen, is op basis van met name de nieuwe normering geactualiseerd. Hiervoor zijn opdrachten gegeven voor onderzoek, kwaliteitsborging en het organiseren van kennisuitwisseling.

In 2016 is gewerkt aan de implementatie van de Deltabeslissing Waterveiligheid (Kamerstukken II 2014–2015 34 000 J, nr. 4) en de aanpassing van de Waterwet en onderliggende regelgeving. In deze Deltabeslissing is de overstap gemaakt naar de overstromingsrisicobenadering. De doelen van het waterveiligheidsbeleid zijn via normspecificaties voor primaire waterkeringen wettelijk verankerd door een aanpassing van de Waterwet. Ook is de regeling subsidies hoogwaterbescherming 2014 http://wetten.overheid.nl/BWBR0034922/2017-01-01 gewijzigd en is het beoordelings- en ontwerpinstrumentarium aangepast aan de nieuwe normering.

11.03 Grote oppervlaktewateren
11.03.01 Opdrachten

De Beleidsnota Noordzee 2016–2021 geldt als het maritieme ruimtelijke plan conform de eisen van de EU Richtlijn maritieme ruimtelijke planning. De richtlijn is omgezet in Nederlands recht bij Besluit van 19 februari 2016 (Staatsblad 2016, 99) tot wijziging van de Waterwet in verband met de implementatie van de richtlijn Maritime Ruimtelijke Planning en trad inwerking op 1 juli 2016. Vanaf 2016 worden de acties uit de Beleidsnota Noordzee 2016–2021 in uitvoering gebracht (Kamerstukken II 2014–2015 31 710, nr. 35 blg-427951).

Om de duurzame energiedoelstellingen voor 2023 te halen is in 2016 met het Ministerie van EZ verder gewerkt aan de uitrol van windenergieparken op zee. Op 7 december 2016 is de Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee – aanvulling Hollandse Kust vastgesteld.

De Minister heeft in december 2016 (Kamerstukken II 2016–2017 33 450, nr. 52) de Kamer laten weten dat zij via een participatief proces wil komen tot een Noordzeestrategie 2030, samen met het bedrijfsleven, kennisinstituten, natuur- en milieuorganisaties en andere overheden. Dit initiatief is breed omarmd tijdens het in het door IDON georganiseerde Noordzeedialoog.

Als invulling van de politieke verklaring van de Noordzeelanden over duurzame energie op de Noordzee van 6 juni coördineert IenM samen met de Europese Commissie de internationale werkgroep over ruimtelijke ordening en milieueffecten. Het eerder ontwikkelde Kader Ecologie en Cumulatie dat gebruikt is in de vergunningverlening van windparken op zee wordt daar internationaal ingebracht.

Het Nederlands EU-voorzitterschap is aangegrepen om bij te dragen aan het Europees geïntegreerd maritiem beleid. Voor de «trio-prioriteit» water is tijdens het voorzitterschap de basis gelegd voor een dialoog op EU-niveau tussen de landbouw- en water- respectievelijk de mariene- en visserijadministraties. Samen met Malta heeft Nederland het Europees geïntegreerd maritiem beleid een nieuwe impuls gegeven, waar Malta tijdens hun voorzitterschap op voort kan bouwen.

In de ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer schetst het kabinet een ontwikkelrichting voor een verbeterde waterkwaliteit die goed is voor de natuur, recreatie en toerisme, landbouw, schelpdierteelt en de kwaliteit van de leefomgeving. De regio heeft een actieve rol in het zorgen voor de bekostiging en uitvoering van de plannen uit de ontwerp-rijksstructuurvisie. In 2016 is een gefaseerde aanpak uitgewerkt en zijn financieringsconstructies verder in kaart gebracht, mede op verzoek van de Kamer met de motie Jacobi c.s. (Kamerstukken II 2015–2016 27 625 nr. 356). Deze inspanningen hebben vooralsnog niet tot het gewenste resultaat geleid.

11.04 Waterkwaliteit
11.04.01 Opdrachten

In 2016 is het Programma van Maatregelen van de Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie, geïmplementeerd. Dit programma maakt onderdeel uit van het Nationaal Waterplan 2016–2021 en bestaat uit maatregelen die genomen moeten worden om de goede milieutoestand te bereiken. Dit betreft grotendeels vigerend beleid op terreinen als KRW, Natura 2000, Gemeenschappelijk Visserijbeleid, scheepvaart (IMO) en bestaande EU-milieurichtlijnen. Aanvullende maatregelen zijn genomen of worden ontwikkeld op het terrein van terugdringen van zwerfvuil in zee (plastic soep en microplastics) en bescherming van gebieden (voorstel aan Tweede Kamer over bescherming van Friese Front en Centrale Oestergronden). Daarnaast heeft het kabinet onder meer door green deals en het mogelijk maken van pilots op zee meer invulling gegeven aan haar faciliterende rol ten aanzien van «kansen benutten» voor het samengaan van een duurzame economische groei en gebruik met een gezond systeem, en voor eventueel ecosysteemherstel. In het Programma van Maatregelen is maximaal ingezet op internationale afstemming en samenwerking (Noordzeeregio, OSPAR, EU-programmering) en op samenwerking met kennisinstituten en belanghebbenden.

11.04.02 Subsidies

In het Bestuursakkoord Water (BAW) is afgesproken om in de regio samen te werken bij de uitvoering van de beheertaken van het stedelijk watersysteem en de waterketen. Dit programma dat in december 2011 is gestart liep tot en met 2016 werd uitgevoerd door stichting RIONED en werd financieel ondersteund door het Ministerie van IenM. In het programma zijn kenniscoaches aangesteld en getraind in het coachen van het bevorderen van samenwerking in de waterketen. De inzet van kenniscoaches heeft ertoe bijgedragen dat de samenwerking bij de uitvoering van de beheertaken van het stedelijk watersysteem en de waterketen is verbeterd. Er zijn inmiddels 21 trajecten afgerond waarbij kenniscoaches samenwerkingsregio’s (waterschap en gemeenten) hebben geholpen bij het opzetten van gezamenlijke investeringsprogramma’s, planvorming, databeheer en assetmanagement maar ook bij het opzetten van een gezamenlijk meet- en monitoringssyteem.

Ervaringen in de regio’s met kenniscoaches zijn te vinden op http://www.riool.net/-/hoe-ervaren-regios-de-ondersteuning-van-kenniscoaches. Verder zijn er regionale themabijeenkomsten georganiseerd om specifieke vraagstukken op het gebied van de waterketen met de betrokken overheden uit te diepen. Daarnaast hebben 20 ambtelijke coördinatoren van regionale samenwerkingsverbanden een leer- en ontwikkeltraject gevolgd, waarmee de kennis en ervaring die in het programma kenniscoaches is opgedaan wordt overgedragen.

De subsidie aan Stichting de Noordzee voor de periode 2015–2017 heeft tot doel bij te dragen aan de versterking van de rol van de stichting als dialoogpartner en verbinder tussen NGO’s en andere stakeholderpartijen, en het daarbij aandragen van oplossingen en handelingsperspectief. In 2016 heeft Stichting de Noordzee bij energiebedrijven een keuzemenu gepresenteerd van natuurversterkende maatregelen die in windparken kunnen worden toegepast. Samen met stichting Natuur en Milieu is een symposium over de toekomst van wind op zee georganiseerd tijdens de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam. Voorts heeft Stichting de Noordzee ingezet op het opbouwen van kennis en het vergroten van het netwerk in de maritieme sector en haar contacten met grote verladers en investeerders via bestaande netwerken zoals het Platform Schone Scheepvaart. De stichting draagt als partner van de Green Deal Scheepsafvalketen, de Green deal Visserij voor een Schone Zee en de Greendeal Schone Stranden actief bij aan het behalen van de doelstellingen voor een schone zee en schone stranden. De 2016 editie van de Boskalis Beach Cleanup Tour was een groot succes: 2320 vrijwilligers hielpen mee om meer dan 19 ton afval van de Noordzeestranden te halen.

In het proces naar besluitvorming over bodembescherming van delen van het Friese Front en Centrale Oestergronden trad Stichting de Noordzee coördinerend op namens de NGO’s.

Met de subsidie voor Kunst & Wunderkammer is een TV serie gemaakt over de mooie onderwater natuur in Nederland getiteld: «Wildernis onder water». De serie wordt in 2017 uitgezonden. De serie vertelt het landelijke verhaal aan de hand van zowel nationale als regionale voorbeelden. De financiële bijdrage van IenM van € 15.000 is gebruikt om nationale projecten in beeld te brengen die innovatief zijn en een (inter)nationale voorbeeldfunctie hebben zoals het project Getijdenpark Rotterdam, het kierbesluit en de uiterwaarden projecten langs de grote rivieren. Deze projecten dragen niet enkel bij aan een verbetering van de waterkwaliteit, zij vertegenwoordigen ook de wending in het denken over water en waternatuur.

11.04.04 Bijdragen aan medeoverheden

Het Synergieprogramma KRW omvatte onder andere ruim tachtig projecten in het landelijk gebied. Ingevolge het Bestuursakkoord natuur zijn deze projecten gedecentraliseerd. De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de circa veertig synergieprojecten in het stedelijk gebied. Het Rijk was middels het Synergieprogramma KRW medeverantwoordelijk voor de financiering van de synergieprojecten in het stedelijk gebied tot en met 2016. De meeste projecten zijn volledig uitgevoerd. Redenen voor mindere uitvoering waren: mindere relevantie voor het doelbereik bij voortschrijdend inzicht, lokale of regionale veranderingen in prioriteiten of onvoldoende grondpositie bij de betrokken overheden om tot (tijdige) uitvoering te kunnen komen. Consequenties voor het bereik van de doelstellingen zijn globaal gezien beperkt tot vertraging in de realisatie. De meeste projecten worden alsnog, zij het later dan voorzien en zonder de rijksbijdrage, uitgevoerd. Een aantal is vervangen door gelijkwaardige andere projecten. Het programma is nu afgerond.

In 2016 is een samenwerkingsovereenkomst aangegaan met Waterschap Vechtstromen als initiatiefnemer en coördinerende partij namens een consortium van waterschappen, universiteiten en kennisinstellingen over het Kennisprogramma Lumbricus 2016–2020. Met deze samenwerkingsovereenkomst draagt het Ministerie van IenM in totaal twee miljoen euro bij aan dit programma (voor de achtereenvolgende jaren 2016 t/m 2020 respectievelijk € 0,3 miljoen, € 0,3 miljoen, € 0,3 miljoen, € 0,5 miljoen en € 0,5 miljoen).

Lumbricus is een integraal samenwerkingsprogramma met regionale partijen waarin doelstellingen met betrekking tot waterkwaliteit, zoetwatervoorziening, bodembeheer, klimaatadaptatie en waterveiligheid samenkomen. Het programma focust op beekdalen in oost en zuid Nederland: met twee proeftuinen in Brabant-Limburg en Overijssel worden innovatieve maatregelen op het gebied van bodem en water in de praktijk gebracht. Nieuwe kennis wordt opgedaan en maatregelen en instrumenten worden gebundeld in een integrale aanpak. Lumbricus onderzoekt daarnaast hoe in het waterbeheer beter gebruik kan worden gemaakt van natuurlijke processen. Door te «bouwen met de natuur» verbetert het natuurlijke karakter van beken en rivieren – en tegelijk de waterkwaliteit. Met het programma werken de samenwerkende partijen aan een klimaatrobuust bodem- en watersysteem.

11.04.05 Bijdragen aan internationale organisaties

De bijdragen aan internationale organisaties in 2016 betroffen de jaarlijkse contributie voor de internationale riviercommissies van de Rijn, Maas, Schelde en Eems/ Niedersachsen. Daarnaast betrof het de en de bijdragen aan VN organisaties, die onder andere het gevolg zijn van een tweetal Memoranda of Understanding.

Extracomptabele verwijzingen

Extracomptabele verwijzing naar artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds
(bedragen x € 1.000)
 

2016

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds

379.162

Andere ontvangsten van artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds

208.776

Totale uitgaven op artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds

587.938

waarvan

   

1.01

Grote projecten waterveiligheid

432.091

1.02

Overige aanlegprojecten waterveiligheid

147.808

1.03

Studiekosten

8.039

Extracomptabele verwijzing naar artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds
(bedragen x € 1.000)
 

2016

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

27.202

Andere ontvangsten van artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

6.716

Totale uitgaven op artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

33.918

waarvan

   

2.01

Aanleg waterkwantiteit

 

2.02

Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening

31.830

2.03

Studiekosten

2.088

Extracomptabele verwijzing naar artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds
(bedragen x € 1.000)
 

2016

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

210.854

Andere ontvangsten van artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

0

     

Totale uitgaven op artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

210.854

waarvan

   

3.01

Watermanagement

7.047

3.02

Beheer, onderhoud en vervanging

203.807

Extracomptabele verwijzing naar artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds
(bedragen x € 1.000)
 

2016

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds

19.090

Andere ontvangsten van artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds

0

Totale uitgaven op artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds

19.090

waarvan

   

7.01

Realisatieprogramma Kaderrichtlijn water

16.317

7.02

Overige aanlegprojecten waterkwaliteit

2.493

7.03

Studiekosten waterkwaliteit

280

Licence