Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Beleidsartikel 11 Integraal waterbeleid

Algemene Doelstelling

Het op orde houden van een duurzaam watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, waardoor Nederland droge voeten heeft, over voldoende zoetwater beschikt en schoon (drink)water heeft en kan blijven gebruiken, nu en in de toekomst.

(Doen) uitvoeren

Rollen en Verantwoordelijkheden

Vanuit de begroting Hoofdstuk XII wordt bijgedragen aan het Deltafonds (zie extracomptabele verwijzingen). Vanuit het Deltafonds worden maatregelen en voorzieningen op het gebied van waterveiligheid (artikel 1), zoetwatervoorziening (artikel 2), beheer, onderhoud en vervanging (artikel 3) en waterkwaliteit (artikel 7) bekostigd. De rol (doen) uitvoeren heeft betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterveiligheid, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en waterkwantiteit:

  • Waterveiligheid. Het waarborgen van de bescherming door primaire waterkeringen langs het kust- en IJsselmeergebied en de rivieren volgens het wettelijk niveau; alsmede het dynamisch handhaven van de kustlijn op het niveau 2012, conform herziene basiskustlijn 2012 en handhaving kustfundament.

  • Waterveiligheid en Zoetwatervoorziening. Het (doen) uitvoeren van verkenningen en planuitwerkingen.

  • Waterveiligheid en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van aanlegprojecten, zoals het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP), Ruimte voor de Rivier, de Maaswerken (alle waterveiligheid) en het Verbeterprogramma Waterkwaliteit Rijkswateren (waterkwaliteit).

  • Waterveiligheid, Waterkwantiteit en Waterkwaliteit. Het (doen) uitvoeren van beheer, onderhoud en vervanging.

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het integrale waterbeleid, voor het Deltaprogramma en het toezicht op de uitvoering van de gerelateerde wet- en regelgeving. Ook is de Minister verantwoordelijk voor het verbeteren van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de bestuurlijke organisatie en het instrumentarium ten behoeve van het waterbeleid.

De rol «regisseren» heeft in dit artikel betrekking op taken binnen de beleidsdomeinen waterkwantiteit, zoetwatervoorziening, waterkwaliteit en innovatie en exportbevordering.

  • Waterkwantiteit en Zoetwatervoorziening. Het zorgen voor het ontwikkelen en implementeren van integraal waterbeleid in een aanpak gericht op de gebieden met grote Rijkswateren. Het realiseren van een maatschappelijk afgewogen verdeling van water en het daartoe zo te beheren hoofdwatersysteem dat wateroverlast en -tekort worden voorkomen. Het zorgen voor kaders en instrumentarium voor regionale afwegingen om het regionale watersysteem op orde te brengen en te houden. Deze aanpak is onder andere terug te vinden in het Nationaal Waterplan 2016–202126 en het Beheer- en Ontwikkelprogramma voor de Rijkswateren 2016–202127.

  • Waterkwaliteit. Het ontwikkelen van beleid ten behoeve van het bereiken van een goede ecologische en chemische waterkwaliteit van de oppervlaktewateren in de Rijkswateren van de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde, Eems. De uitvoering gericht op het behalen van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden conform de voorschriften zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Water (KRW), om in drie planperiodes uiterlijk in 2027 aan de Europese verplichtingen te voldoen.

  • Nederlands deel van de Noordzee. Het gaat hier om het ontwikkelen van beleid om de nodige maatregelen te nemen die tot het bereiken en behouden van een goede milieutoestand in het Nederlandse deel van de Noordzee. Dit gebeurt in samenwerking en samenhang met de andere Noordzeelanden, conform de vereisten zoals opgenomen in de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Daarnaast geldt ten aanzien van de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) dat de coördinerende verantwoordelijkheid ligt bij de Minister van IenM, tezamen met de Minister van EZ voor zover het aangelegenheden betreft die mede tot zijn verantwoordelijkheid behoren.

  • Innovatie en exportbevordering. Het ontwikkelen van beleid, onder andere ten behoeve van de Topsector Water, gericht op het ontwikkelen van kennis, het bevorderen van innovatie en het versterken van de samenwerking tussen het bedrijfsleven, de kennisinstellingen en de overheid (de gouden driehoek) om de internationale concurrentiekracht van het Nederlandse bedrijfsleven te versterken. Hierbij wordt een sterke thuismarkt (kennis en innovatie) gekoppeld aan een concurrerend Nederland in het buitenland. Voor dit laatste gaat het daarbij onder meer om het ontvangen van buitenlandse delegaties en het organiseren en uitvoeren van bilaterale handelsmissies.

  • Daarnaast regisseert de Minister de afstemming van het waterbeheer met de landen rondom de Noordzee en met de buurlanden bovenstrooms gelegen in de stroomgebieden van Rijn, Maas, Schelde en Eems.

  • Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op de beleidsterreinen waterkwantiteit en waterkwaliteit (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht).

Indicatoren en Kengetallen

Waterkwantiteit

Hieronder zijn beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor waterkwantiteit opgenomen. In productartikelen 1, 2 en 3 van het Deltafonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.

Ongeveer 60% van ons land zou regelmatig onder water staan als er geen dijken en duinen zouden zijn. In dit gebied wonen negen miljoen mensen en wordt 70% van ons BNP verdiend. Maatschappelijk gezien is aandacht voor de waterveiligheid dus van cruciaal belang voor de leefbaarheid en de economie van Nederland (Kamerstukken II 2012–2013, 33 400, nr. 19). Per 1 januari 2017 gelden nieuwe normen voor de 3.449 km dijken, duinen en dammen langs rivieren, kust en grote meren (de primaire waterkeringen). Deze normen zijn per 2017 opgenomen in de gewijzigde Waterwet28 waarin de implementatie van een nieuw stelsel waterveiligheid is vastgelegd, die uiteindelijk ook worden ingepast in de Omgevingswet.

Indicator één en twee: waterveiligheid: (droge voeten)

De indicator geeft weer hoe het is gesteld met het aantal kilometers dijken en duinen. Sinds 1 januari 2017 vormen de kunstwerken integraal onderdeel van de dijktrajecten, die zorgen voor waterveiligheid in Nederland. Conform de Waterwet wordt iedere twaalf jaar beoordeeld in hoeverre de primaire waterkeringen voldoen aan de wettelijke veiligheidsnormen. Deze beoordeling wordt door de beheerder uitgevoerd volgens het door de Minister vastgestelde wettelijk beoordelingsinstrumentarium. Het eerste landelijke beeld van de beoordeling op basis van de normen die sinds 1 januari 2017 van kracht zijn, wordt in 2023 gerapporteerd aan de Eerste en Tweede Kamer. Wanneer deze resultaten bekend zijn kan ook de indicator waterveiligheid worden geactualiseerd. Inmiddels is circa 10% van de primaire keringen in 2017 beoordeeld en is 5% aangeboden aan de ILT.

Als uit een veiligheidsoordeel blijkt dat het beschermingsniveau van de primaire kering onder de signaleringswaarde is gezakt, gaat de beheerder aan de slag met verbeteringen om ervoor te zorgen dat de kering uiterlijk in 2050 wel aan de norm voldoet. Vaak zal hij de verbetering van de waterkering ook aanmelden voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma. Daarin wordt de financiële bijdrage aan verbeteringen van keringen die in beheer zijn van een waterschap geprioriteerd op basis van urgentie van de verbetering. In het HWBP 2017–2022 is in de prioritering al rekening gehouden met de nieuwe normen. In het vigerende programma 2018–2023 zijn de meest urgente trajecten opgenomen. In het HWBP zijn ook projecten opgenomen die op basis van de Derde Toetsronde (2011) en Verlengde Derde Toetsronde (2014) uitgevoerd moeten worden en niet binnen HBWP2 konden worden uitgevoerd. De opgave bestaat op dit moment uit de verbetering van in totaal 1.302 kilometer dijk en 799 kunstwerken. De verbetering van 748 kilometer dijk en 275 kunstwerken is onderdeel van het Hoogwaterbeschermingsprogramma.

De voortgang daarvan wordt jaarlijks in het Deltaplan Waterveiligheid gerapporteerd. De verkenning en uitvoering van deze projecten wordt gebaseerd op de nieuwe normen. De rest van de veiligheidsopgave is onderdeel van andere uitvoeringsprogramma’s zoals HWBP2, Ruimte voor de Rivier en Maaswerken.

Kengetal: Dijken en duinen (in kilometers)

Kengetal: Dijken en duinen (in kilometers)

Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014

Kengetal: Kunstwerken (aangemerkt als primaire waterkering in aantallen)

Kengetal: Kunstwerken (aangemerkt als primaire waterkering in aantallen)

Bron: Inspectie Leefomgeving en Transport, 2014

Beschikbaarheid streefpeilen

Ten behoeve van een goede verdeling van water zodat Nederland over voldoende zoetwater kan beschikken wordt peilbeheer op het hoofdwatersysteem toegepast. Hiervoor dienen de streefpeilen van drie belangrijke watersystemen (het Noordzeekanaal/Amsterdam-Rijnkanaal, het IJsselmeer en het Haringvliet) op het afgesproken niveau te worden gehouden. Stuwen en spuien/gemalen zijn nodig om dit peil te beïnvloeden.

Kengetal: Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet
   

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Kengetal

Eenheid

2015

2016

2017

Beschikbaarheid streefpeilen voor Noordzeekanaal/ Amsterdam-Rijnkanaal, IJsselmeer en Haringvliet

%

100%

100%

100%

Bron: Rijkswaterstaat, 2017

De norm is dat 90% van de tijd (24-uursgemiddelde) de afgesproken (streef)peilen, onder normale omstandigheden, binnen de operationele marge worden gerealiseerd. De streefpeilen van het Haringvliet, Amsterdam-Rijnkanaal, Noordzeekanaal en IJsselmeer (alleen zomerpeil telt mee) waren in 2017 de gehele periode binnen de marge.

Waterkwaliteit (schoon (drink)water)

De Tweede Kamer wordt vanaf 2016 jaarlijks geïnformeerd over de ecologische en chemische kwaliteit van de oppervlaktewateren in de stroomgebieden van de Rijn, Maas, Schelde en de Eems en het bereiken van een goede chemische en kwantitatieve toestand van de grondwateren in de vier stroomgebieden. Dit is ook in 2017 gebeurd via «De Staat van Ons Water» (www.staatvanonswater.nl) (Kamerstukken II 2015–2016, 27 625, nr. 350).

Afgelopen jaar bleek op basis van 30 jaar verspreidingsgegevens dat de snoek – een belangrijke graadmeter voor een goede waterkwaliteit – weer helemaal terug is in ons oppervlaktewater29. Omdat de Kaderrichtlijn Water werkt met planperiodes van 6 jaar is een volledige beschrijving van de toestand alleen om de zes jaar mogelijk. Het PBL heeft op verzoek van de Minister van IenM in het Compendium voor de Leefomgeving op basis van de beschikbare gegevens over waterkwaliteit gerapporteerd30 in 2017. Daarnaast is de Tweede Kamer geïnformeerd over de kwaliteit van het drinkwater in Nederland (Kamerstukken II 2017–2018, 27 625, nr. 411). Hierbij wordt ook verwezen naar de beleidsconclusie.

Integraal waterbeleid

Over de voortgang in de uitvoering van het waterbeleid – ook voor de grote Rijkswateren – wordt jaarlijks gerapporteerd in «De Staat van Ons Water». Dat geldt bijvoorbeeld voor waterveiligheid, waterkwaliteit en zoetwatervoorziening. Meer specifieke informatie over de wateren die in beheer zijn bij de waterschappen wordt jaarlijks gepubliceerd op (www.waterschapsspiegel.nl).

Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen. Er zijn geen grote afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen. Dit blijkt ook uit de brief voor het Wetgevingsoverleg Water van november 2017, over de voortgang van de resultaten van de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater (Kamerstukken II 2016–2017, 27 625, nr. 379). Alle betrokken partners, overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten zijn positief over de extra aandacht en betere samenwerking die leiden tot meer inzet en verdere verbetering van de chemische en ecologische waterkwaliteit. De uit de Rijksbegroting bekostigde acties zijn onderdeel van de programmatische Delta-aanpak.

Voor wat betreft het realiseren van de doelstelling «droge voeten», is met het starten van de nieuwe beoordelingsronde primaire waterkeringen in 2017, een belangrijke stap voorwaarts gezet. De beheerder voert de beoordeling uit volgens het door de Minister vastgestelde wettelijk beoordelingsinstrumentarium (WBI). Tevens zijn er nieuwe projecten geprogrammeerd in het hoogwaterbeschermingsprogramma. De verkenning en uitvoering van deze projecten worden gebaseerd op de nieuwe normen die zijn vastgelegd in de per 1 januari gewijzigde Waterwet. De rest van de veiligheidsopgave is onderdeel van andere uitvoeringsprogramma’s zoals HWBP2, Ruimte voor de Rivier en Maaswerken. Er is in 2017 goede voortgang geboekt met het verbeteren van dijken en kunstwerken en er is een groot aantal projecten afgerond. Zo wordt de voortgang bij het realiseren van «droge voeten» zichtbaar gemaakt. Formeel wordt over het landelijk beeld met betrekking tot «droge voeten» echter pas in 2023 gerapporteerd aan de Tweede Kamer. Voor een nadere toelichting over de uitvoeringsprogramma’s wordt verwezen naar het jaarverslag van het Deltafonds.

De in 2017 opgeleverde Beleidsverkenning Waddengebied (Kamerstukken II 2016–2017, 29 684, nr. 152) heeft bouwstenen opgeleverd voor een beleidsontwikkelingstraject dat uiteindelijk leidt tot de implementatie in het instrumentarium van de Omgevingswet, zoals de Nationale Omgevingsvisie. In de Beleidsverkenning zijn drieëntwintig kernaanbevelingen gedaan, deze worden meegenomen in het vervolg.

Het aan de Tweede Kamer voor het eerste kwartaal van 2018 toegezegde uitvoeringsprogramma van de Nationale Adaptatie Strategie (NAS) is voorbereid; dit uitvoeringsprogramma bevat een uitgebreid overzicht van de in 2017 in NAS-verband uitgevoerde activiteiten. Daaronder de start van een viertal klimaatadaptatiedialogen op weg naar actieplannen: hitte en gezondheid; verzekerbaarheid (niet-vitale) risico’s; landbouw, waterbeheer en verzekeringen; natuur en klimaatverandering. Op 27 november 2017 is de NAS besproken in de Vaste commissie Infrastructuur en Waterstaat.

De Internationale Waterambitie (IWA) is in 2017 verder geconsolideerd. Via het interdepartementaal watercluster (IWC) is ingezet op focus en synergie op waterveiligheid en waterzekerheid in de wereld. Bijgedragen is aan concrete vormgeving en uitvoering van deltaplannen in Myanmar, Bangladesh en Vietnam Verder is concrete samenwerking geïnitieerd met de Filipijnse overheid rondom Manilla Bay waar Nederlandse expertise gevraagd is ten aanzien van duurzame kustbescherming. De Delta Coalitie is geoperationaliseerd.

In 2017 is de nieuwe strategie Human Capital langs de vier hoofdlijnen 1) onderwijs en innovatie; 2) leven lang leren; 3) imago en instroom; 4) internationalisering verder in uitvoering gebracht. Onder andere is gewerkt aan het onderwerp strategische personeelsplanning, is er in samenwerking met de andere topsectoren het succesvolle concept learning communities gelanceerd en zijn binnen het thema Imago en instroom weer talrijke studiebeurzen uitgereikt aan talentvolle studenten, die als waterambassadeur aan de slag gaan. Verder is er een nieuw communicatieplatform Water, Wereld Werk, gebouwd en in gebruik genomen.

Evaluaties

Evaluatie van de Meststoffenwet

In 2017 heeft het Planbureau voor de Leefomgeving het syntheserapport van de evaluatie van de Meststoffenwet gepubliceerd31. IenM heeft bijgedragen aan de evaluatie vanwege de relatie tussen het mestprobleem en de KRW-doelen. De evaluatie komt voort uit artikel 46 van de Meststoffenwet dat bepaalt dat de Staten-Generaal eens in de vijf jaar een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk ontvangt. De uitkomsten van deze evaluatie zijn mede betrokken bij het tot stand komen van het 6e Actieprogramma Nitraatrichtlijn. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft dit actieprogramma mede namens de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat met een brief van 22 december 2017 aan de Staten-Generaal aangeboden (Kamerstukken II 2017–2018, 33 037, nr. 250). In de bijlage van deze brief is tevens de «Kabinetsreactie op de evaluatie van de Meststoffenwet 2016» opgenomen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 Integraal waterbeleid (x € 1.000)
           

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
   

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

 

Verplichtingen

37.457

40.756

32.289

54.638

89.248

60.825

28.423

1

Uitgaven

41.021

40.075

34.852

48.869

50.701

56.206

– 5.505

 

11.01

Algemeen waterbeleid

35.591

34.016

29.857

36.167

38.330

44.543

– 6.213

 

11.01.01

Opdrachten

1.812

1.527

2.147

6.629

8.624

14.729

– 6.105

2

11.01.02

Subsidies

12.259

11.809

8.722

11.358

9.545

11.361

– 1.816

 
 

– Partners voor Water (HGIS)

11.615

11.788

8.597

11.308

9.251

11.311

– 2.060

3

 

– Overige subsidies

644

21

125

50

294

50

244

 

11.01.03

Bijdrage aan agentschappen

20.993

19.908

18.169

17.325

19.374

16.453

2.921

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

20.265

19.350

17.643

16.801

18.874

16.043

2.831

4

 

– waarvan bijdrage aan KNMI

728

558

526

524

500

410

90

 

11.01.04

Bijdrage aan medeoverheden

527

772

819

855

787

2.000

– 1.213

5

11.02

Waterveiligheid

3.338

3.225

2.788

3.001

3.057

2.889

168

 

11.02.01

Opdrachten

3.338

3.225

2.788

3.001

3.057

2.889

168

 

11.03

Grote oppervlaktewateren

2.092

2.834

2.207

2.575

2.390

2.727

– 337

 

11.03.01

Opdrachten

2.092

2.834

2.207

2.575

2.390

2.727

– 337

 

11.03.05

Bijdrage aan internationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

 

11.04

Waterkwaliteit

0

0

0

7.126

6.924

6.047

877

 

11.04.01

Opdrachten

0

0

0

4.002

3.638

3.148

490

 

11.04.02

Subsidies

0

0

0

478

436

391

45

 

11.04.04

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

972

350

741

– 391

 

11.04.05

Bijdrage aan internationale organisaties

0

0

0

1.674

2.500

1.767

733

 
 

Ontvangsten

78

73

24.357

248

1.226

3.000

– 1.774

6

Verplichtingen (ad 1)

Toelichting op de financiële instrumenten

De hogere realisatie aan verplichtingen op dit artikel wordt met name veroorzaakt door het vastleggen van het programma Partners voor Water deel 3 2017–2021 (circa € 35 miljoen). Naast deze ophoging van verplichtingen zijn er ook verplichtingen uit 2017 verplaatst naar 2016 om verplichtingen voor de Afsluitdijk aan te gaan (€ 6 miljoen).

11.01 Algemeen waterbeleid
11.01.01 Opdrachten (ad 2)

De Staat van Ons Water

In mei 2017 is voor de tweede keer de «Staat van Ons Water» gepubliceerd en aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierin is gerapporteerd over de uitvoering van het Nationaal Waterplan 2016–2021, het Bestuursakkoord Water (2011) en het uitvoeringsprogramma van de Beleidsnota Drinkwater. Ook is verslag gedaan over de voortgang van de uitvoering van de Europese richtlijnen over waterkwaliteit, overstromingsrisico’s en de mariene strategie. De Staat van Ons Water is gepubliceerd op de website www.staatvanonswater.nl.

Nationaal Kennis- en Innovatieprogramma Water en Klimaat (NKWK)

In 2017 is in het NKWK verder voortgang geboekt bij de 13 onderzoekslijnen (zie www.waterenklimaat.nl). Er is gewerkt aan het versterken van de verbinding met de Europese netwerken en Research & Development programma’s. Ook is in 2017 is gewerkt aan vier projecten binnen het ERA-net cofund WaterWorks 2014. In 2017 is een voortgangsrapportage opgeleverd.

Building with Nature (BwN)

Voor het dossier BwN is in 2017 door Stichting Ecoshape ingezet op een zestal thema’s om de resultaten uit de pilotprojecten uit te dragen, te verbreden en te verdiepen: INTERREG Building with Nature, CO2-board, Guideline-ontwikkeling, Concept-ontwikkeling, Onderwijs, en Communicatie. De BwN Guidelines en het Book of Concepts zijn verder ontwikkeld. In samenwerking met UNDP, Deltares en de Wereldbank is een set ontwerpprincipes gemaakt en een online platform met voorbeeldprojecten dat begin 2018 wordt gelanceerd.

De Watercoalitie

Vanaf 2016 ligt de focus van de Watercoalitie op Klimaatvriendelijke Tuinen en initiatieven in de samenleving die tuinenbezitters stimuleren om hun tuin te vergroenen. Er is een netwerk van bedrijven, overheden en maatschappelijke partners dat zich inzet voor minder verharding en meer groene tuinen. In 2017 heeft de Watercoalitie initiatieven ondersteund gericht op aandacht en actie voor klimaatadaptatie bij kinderboerderijen, tuincentra en woningcorporaties. De Watercoalitie zet zich daarnaast in voor het delen van kennis over gedragsbeïnvloeding en best practices.

Waterbewustzijn

Speerpunten van het netwerkprogramma Ons Water in 2017 waren o.a.: vernieuwd publieksonderzoek dat tot op lokaal niveau inzicht geeft in factoren die benut kunnen worden om waterbewustzijn te versterken; het netwerk is verder uitgebreid met nieuwe partnerships zoals met watermusea, het Rode Kruis, de jonge watersporters en waterstudenten genaamd Dutch Wavemakers. Er is tweemaal een Week van Ons Water georganiseerd waar dit jaar opnieuw meer partners aan hebben meegedaan. Ten aanzien van watereducatie is onderzocht hoe lespakketten zijn te ontwikkelen en te benutten en hoe de website www.watereducatie.nl, www.onswater.nl en de praktijk van bijvoorbeeld de waterschappen daarbij goed zijn in te zetten.

Helpdesk Water

De Helpdesk Water is een kennistransferpunt tussen uitvoering en beleid en heeft tevens een rol bij het advies over de toetsing volgens de nieuwe normering voor waterkeringen. In 2017 is de informatievoorziening voor de Omgevingswet voorbereid en in 1 jaar tijd zijn ruim 500 inhoudelijke vragen beantwoord. De mobiele helpdesk is er circa 30 keer op uitgetrokken. In juni en december zijn nieuwe releases van de hulptool Riskeer uitgebracht. Tevens is het opleidingsprogramma nieuwe normering van start gegaan. Er zijn daarvoor circa 25 voorbeelden verzameld en circa 22 factsheets uitgebracht en via de Helpdesk Water beschikbaar gesteld.

Icoon Afsluitdijk

In 2017 is het project Icoon Afsluitdijk afgerond. Voor het beheer en onderhoud is een bijdrage van € 1,8 miljoen aan RWS verstrekt. Van de regionale partners is in 2017 € 1 miljoen ontvangen. In 2018 volgt de financiële afwikkeling.

Bestuursakkoord Water

Het in mei 2011 getekende Bestuursakkoord Water (Kamerstukken II 2010–2011, 27 625, nr. 204) wordt uitgevoerd. Jaarlijks worden deze afspraken gemonitord. De resultaten van de uitgebreide driejaarlijkse evaluatie uit 2016 zijn begin 2017 gepresenteerd in de Staat van Ons Water 2016. Hieruit blijkt dat op één na alle acties uit het Bestuursakkoord Water zijn uitgevoerd of niet meer relevant als gevolg van verdere beleidsontwikkeling. Alleen de actie over het bereiken van de doelmatigheidswinst loopt nog door tot 2020. Het onderzoek bevestigt dat de voortgang van de doelmatigheidswinst zoals afgesproken in het Bestuursakkoord Water voorligt op de geplande koers en dat de prestaties op niveau blijven of zijn verbeterd in de periode 2010–2016. De verwachting dat ook de beoogde doelmatigheidsdoelstelling zal worden gerealiseerd.

Modernisering zuiveringsheffing

Door de Unie van Waterschappen is de Commissie Aanpassing Belastingstelsel waterschappen, CAB, ingesteld. In dat kader wordt onder meer gekeken naar de modernisering van de zuiveringsheffing. Samen met de STOWA is een onderzoek gestart naar de vuillast afkomstig van huishoudens. Dit vormt de basis voor de heffingsformules voor zowel de zuiverings- als verontreinigingsheffing. Ook is een verkenning uitgevoerd naar de gevolgen van de plannen van de CAB voor de tabelbedrijven. De resultaten worden meegenomen in de eindrapportage van de CAB.

De lagere uitgaven in 2017 worden met name veroorzaakt door de overheveling van het onderhoudsbudget (€ 4,8 miljoen) van de Icoon Afsluitdijk naar de Agentschapsbijdrage aan RWS en de compensatie van de voorgefinancierde kosten (€ 1 miljoen) van de werkzaamheden van Icoon Afsluitdijk in 2016.

11.01.02 Subsidies (ad 3)

In 2016 is het nieuwe programma Water Internationaal HGIS Partners voor Water (PvW) 2016–2020 gestart als opvolger van het programma HGIS Partners voor Water 3. Dit betreft het centrale uitvoeringsprogramma van de interdepartementale Internationale Water Ambitie (IWA). Het programma wordt aangestuurd vanuit het Interdepartementale Water Cluster, waarin de drie ministeries BZ, EZ en IenM samenwerken. De uitgaven voor het programma Water Internationaal zijn via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gefinancierd. Voor de uitvoering van het programma PvW 2016–2021 is mandaat verleend aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Het budget dat is ingezet werd onderverdeeld in een deel voor lange termijn samenwerking met 7 Deltalanden, een subsidiedeel ten behoeve van marktbetrokkenheid en samenwerking met kansrijke nieuwe landen en Holland promotie. Twee aanbestedingsronden zijn succesvol uitgevoerd in 2017. Een belangrijke doelstelling in 2017 binnen de IWA was om het PvW-instrument inclusief het subsidie-instrument beter te verbinden met het overige instrumentarium. Daarvoor is het beschikbare instrumentarium nader in beeld gebracht en is nadere afstemming in gang gezet.

Voor de op 16 december 2013 verstrekte subsidiebeschikking inzake de realisatie LiveDijk-projecten aan de stichting FloodControl IJkdijk, die met 1 jaar is verlengd tot 31 december 2017, is in december 2017 de eindrapportage ontvangen.

Aan het Instituut Fysieke Veiligheid/IFV is een subsidie verleend ten behoeve van het ontwikkelen van een structurele aanpak waarmee de veiligheidsregio’s kunnen zorgen voor een adequate rampenbeheersing bij overstromingen. Deze subsidie van in totaal € 150.000 is verleend voor de periode van 1 juni 2015 tot en met 31 mei 2017 en is gelijkelijk verdeeld over de jaren 2015, 2016 en 2017. In 2017 heeft de laatste betaling plaatsgevonden.

In 2017 is een subsidie toegekend aan het Waternoodmuseum van € 0,4 miljoen voor het inrichten van het 4e caisson met een expositie die volledig in het teken zal staan van waterbewustzijn. De betaling vindt plaats in de periode 2017–2019 waarvan € 0,15 miljoen in 2017.

Hiertoe is besloten door de Minister vanuit het belang van het vergroten van waterbewustzijn.

In 2017 is een subsidie toegekend aan Deltares van in totaal € 3,1 miljoen voor de bouw van een nieuwe Geocentrifuge. Het totaalbedrag wordt gelijkmatig betaald over drie jaar in 2018, 2019 en 2020. De GeoCentrifuge is van groot belang voor de instandhouding van de (inter)nationale kennisinfrastructuur op het terrein van water en bodem.

Het saldo op het HGIS-budget is veroorzaakt door ontvangsten die de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland na afronding van het HGIS-programma Partners voor Water deel 3 heeft teruggestort naar IenM, alsmede door vertraagde facturering door RVO voor Partners voor Water 2016–2020.

11.01.03 Bijdragen aan agentschappen (ad 4)

Voor KNMI is er € 40.000 bij Voorjaarsnota 2017 en € 50.000 bij Najaarsnota 2017 overgeboekt. Deze bijdrage heeft betrekking op beleidsadvisering, vertegenwoordiging in internationale werkgroepen, opstelling van rapportages en evaluaties en begeleiding van opdrachten aan de markt en aan Deltares. Hiervoor wordt jaarlijks een opdracht aan RWS verstrekt. Tot deze opdracht behoren onder andere de bijdragen aan de uitwerking van de MIRT-onderzoeken waterveiligheid en zoetwatervoorziening.

Aan het KNMI zijn diverse onderzoeken en analyses gevraagd omtrent wind op de Noordzee, verbeterde windmodellen, het klimaat in het Rijn- en Maasstroomgebied, het weer in de toekomst en risicoanalyses ten aanzien van het samenvallen van extreme weerssituaties. De resultaten van deze analyses dragen bij aan projecten voor windenergie op zee, adaptatie onder het Deltaprogramma en het waterveiligheidsbeleid in het algemeen.

Voor RWS is er € 581.000 bij Voorjaarsnota 2017, € 2,2 miljoen bij Najaarsnota 2017 en € 80.000 bij Slotwet 2017 overgeboekt. De Agentschapsbijdrage aan RWS is verhoogd voor de onderhoudskosten van de Icoon Afsluitdijk (€ 1,8 miljoen) en voor de benodigde capaciteit van RWS voor de werkzaamheden die op basis van het BOA-protocol worden uitgevoerd (€ 0,9 miljoen). Daarnaast heeft een aanvullende financiering aan het KNMI plaatsgevonden voor de uitvoering van werkzaamheden inzake de Klimaateffectatlas (€ 0,1 miljoen).

11.01.04 Bijdragen aan medeoverheden (ad 5)

Sinds 1 januari 2012 mogen lokale overheden op grond van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 bij het bepalen van het netto besteedbaar inkomen in het kader van de kwijtschelding rekening houden met de netto kosten van kinderopvang. Ter compensatie van de gederfde inkomsten van de gemeenten en waterschappen heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid € 10 miljoen per jaar beschikbaar gesteld. Op grond van de Tijdelijke subsidieregeling kwijtschelding door waterschappen van 12 maart 2013 gaat het voor de waterschappen om € 2 miljoen per jaar tot 1 januari 2018. Dit geld wordt via het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beschikbaar gesteld aan het Ministerie van IenM dat de regeling voor wat betreft de waterschappen uitvoert. De regeling is 1 april 2013 in werking getreden en vervalt met ingang van 1 januari 2018. Tot 1 januari 2018 hebben zes waterschappen van deze regeling gebruik gemaakt. Aangezien het bedrag door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ter beschikking is gesteld met een specifiek doel, wordt jaarlijks het niet gebruikte deel aan het ministerie teruggestort.

Bijdrage aan de bekostiging van de deelname van de waterschappen aan de Commissie Bepalingen regeling Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen. Sinds 2014 draagt het Ministerie van IenM de helft bij vanwege de betrokkenheid van de commissie met de waterschappen. De bijdrage bedraagt € 35.695 per jaar, lopend tot en met 2018. Het secretariaat van de Commissie werd tot 2017 uitgevoerd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), vanaf 2017 door het Ministerie van BZK, en betaald door de ministeries van BZK en IenM. Het Ministerie van BZK betaalt het secretariaat voor de rol van de Commissie ten aanzien van gemeenten en provincies, het Ministerie van IenM vanwege de rol van de Commissie ten aanzien van de waterschappen.

Aan de Unie van Waterschappen is een bijdrage geleverd van € 50.000 ten behoeve van het onderzoek verkenning aanpassingen belastingstelsel waterschappen. Dit onderzoek wordt verricht door de eerdergenoemde Commissie Aanpassing Belastingstelsel.

Het resterende budget voor de tijdelijke subsidieregeling «Compensatie kinderopvang» voor lokale overheden is teruggeboekt naar SZW. In 2017 zijn er geen nieuwe aanvragen ontvangen.

11.02 Waterveiligheid
11.02.01 Opdrachten

De overstromingsrisico- en gevaarkaarten en de overstromingsrisicobeheerplannen onder de Richtlijn Overstromingsrisico (ROR) kennen een zesjaarlijkse cyclus. De overstromingsrisicobeheerplannen voor de vier stroomgebieden Eems, Rijn, Maas en de Schelde zijn in 2016 aan de Europese Commissie gerapporteerd. Doel is om in 2019 de risicokaarten en in 2021 de plannen te hebben geactualiseerd. Voor de actualisatie van de risicokaarten en de plannen is opdracht gegeven voor ondersteuning, ontwikkeling en beheer. Deze opdracht loopt minstens nog tot eind 2019.

In 2017 is gewerkt aan de eerste ronde beoordelen van de primaire waterkeringen op basis van de nieuwe normen. De beheerders hebben circa 10% van de keringen beoordeeld en 5% van de keringen ingediend bij de ILT. Voor deze beoordeling zijn nog diverse opdrachten verstrekt ter ondersteuning waterkeringbeheerders.

Daarnaast zijn opdrachten verstrekt om kennis ten aanzien van waterveiligheid te ontwikkelen en ook vast te leggen. Voor de kust zijn in 2017 opdrachten verstrekt voor verdere kennisontwikkeling, o.a. over zeespiegelstijging. De resultaten hiervan worden verwerkt in het advies over de toekomstige suppletiehoeveelheden, dat mede gebaseerd zal zijn op de resultaten van het onderzoeksprogramma Kustgenese 2.0, dat in 2020 zal verschijnen.

In 2017 is de herziening van de ligging van de Basiskustlijn afgerond. Dit heeft geresulteerd in een achttal lokale aanpassingen. Het betreft vijf recent versterkte locaties, de voormalige zwakke schakels kust, waar de basiskustlijn zeewaarts verlegd wordt, om daarmee het voor de veiligheid aangebrachte zandvolume in stand te houden. Daarnaast zijn er drie zogeheten morfologische locaties, hier wordt de basiskustlijn verlegd om beter aan te sluiten bij de natuurlijke, reële ligging en vorm van de kust, zodanig dat de herziene ligging van de basiskustlijn weer de beoogde signaalfunctie terugkrijgt.

Voor de rivieren zijn in 2017 opdrachten verstrekt voor diverse verkenningen naar o.a. systeemwerking Maas en het effect van langsdammen, en is bijgedragen aan diverse MIRT-projecten in het rivierengebied. De resultaten staan te lezen bij het onderdeel Deltaprogramma.

11.03 Grote oppervlaktewateren
11.03.01 Opdrachten

Waddenzee

Het Ministerie van IenM heeft (mede namens het Ministerie van Economische Zaken) in juli 2017 zijn visie op de toekomstige ontwikkeling van het Waddengebied naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II 2016–2017, 29 684, nr. 152). Bij de ontwikkeling van deze visie zijn de bevindingen betrokken van onder meer de Evaluatie van de SVW, de Beleidsverkenning en de Tussentijdse evaluatie van de Samenwerkingsagenda Verbetering Beheer Waddenzee. In 2017 is besloten om de voorgenomen Rijksvisie te vervangen door een samen met de regio te ontwikkelen Gebiedsagenda Wadden 2050. De ontwikkeling hiervan is in het najaar van 2017 gestart en zal naar verwachting circa een jaar in beslag nemen.

Eems Dollard

In 2017 is door Rijk en regio gewerkt aan de ecologische verbetering van de Eems-Dollard, door samenhangende inzet van middelen, maatregelen en onderzoeken op basis van een meerjarig adaptief programma.

Noordzee

In 2017 zijn de acties uit de Beleidsnota Noordzee 2016–2021 verder in uitvoering gebracht (Kamerstukken II 2014–2015, 31 710, nr. 35 bijlage blg-427951). Ook is er in samenwerking met betrokken departementen en belanghebbenden gewerkt aan de Noordzeestrategie 2030 waarin richting zal worden gegeven aan de beleidsdoelen en keuzes tot 2030 en (transitie)paden daarnaartoe, in aansluiting op de Noordzee Gebiedsagenda 2050.

Specifiek voor energietransitie/windenergie op zee is in 2017 gewerkt aan de uitwerking van de huidige routekaart windenergie op zee (in 2023 3,5 GW bovenop de 1 GW die er al staat) en is gewerkt aan de vervolgroutekaart voor de uitrol van windenergie op zee tot 2030 conform de ambitie en afspraken uit het regeerakkoord (installatie van 7 GW tussen 2024–2030). Tevens is gewerkt aan de beleidsimplementatie van doorvaart en medegebruik in de operationele windparken (m.u.v. Gemini).

Zuidwestelijke Delta

In het kader van de Scheldeverdragen werken Vlaanderen en Nederland samen in de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie (VNSC) aan een Agenda voor de Toekomst voor een integrale en duurzame ontwikkeling van het Schelde-estuarium. In het kader van deze toekomstagenda is in 2014 samen met de stakeholders een eerste onderzoeksprogramma gestart. In 2018 maakt de VNSC samen met de stakeholders de balans op van het eerste onderzoeksprogramma. Daarbij wordt de rapportage betrokken die in 2017 als concept beschikbaar is gekomen. Daarin worden de toestand en de ontwikkeling van het Schelde-estuarium geëvalueerd (de zogenoemde T2015-evaluatie).

In 2017 is het MIRT-onderzoek Integrale Veiligheid Oosterschelde (IVO) opgeleverd. Dat onderzoek focust op de gevolgen van de klimaatverandering op de veiligheidsstrategie van de Oosterschelde.

In 2017 is in het Programma Grevelingen en Volkerak-Zoommeer samen met de regio verder gewerkt aan het ontwikkelperspectief van de ontwerp-rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer.

11.04 Waterkwaliteit
11.04.01 Opdrachten

In 2017 is verder ingezet op het behalen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) doelstelling van chemisch schoon water en het bereiken van een ecologisch gezond watersysteem. Ieder jaar wordt in De Staat van Ons Water over de voortgang van maatregelen gerapporteerd. De toestand, doelen en maatregelen worden verder zesjaarlijks aan de Europese Commissie gerapporteerd onder de KRW. Het werkprogramma voor de 3e stroomgebiedbeheerplannen (2022–2027)32 is opgesteld en per december 2017 ter inzage gelegd. Tevens is een bijdrage geleverd aan de verbetering van de database emissieregistratie; is de ketenanalyse voor de aanpak van medicijnresten uitgevoerd; zijn communicatiemiddelen voor een publiekscampagne opgeleverd; en heeft Nederland de plenaire vergadering van de Internationale Maascommissie georganiseerd.

De Europese Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) kent, net als de KRW, een zesjarige plancyclus. In 2017 is de implementatie van het KRM-Programma van Maatregelen, onderdeel van het Nationaal Waterplan 2016–2021, voortgezet. Het betreft met name aanvullende maatregelen op vigerend beleid, op het terrein van terugdringen van zwerfvuil in zee (plastic soep) en bescherming van ecologisch waardevolle gebieden op de Noordzee. Daarnaast geeft het kabinet meer invulling aan zijn faciliterende rol ten aanzien van «kansen benutten» voor het samengaan van een duurzame economische groei en gebruik met een gezond systeem, en voor eventueel ecosysteemherstel. In 2017 zijn ook de resultaten uit het KRM-monitoringprogramma beoordeeld en wordt aanvullend onderzoek op gebied van vooral onderwatergeluid, zwerfvuil en microplastics uitgevoerd ten behoeve van het actualiseren van de beoordeling van de milieutoestand in 2018. Daarmee samenhangend vond de voorbereiding plaats voor het actualiseren van de beschrijvingen van de goede milieutoestand en beleidsdoelen in 2018. De uitvoering van de KRM vindt plaats in samenwerking met de Staatssecretaris van Economische Zaken. Er wordt ingezet op internationale afstemming en samenwerking (Noordzeeregio, OSPAR, EU), op samenwerking met kennisinstituten en belanghebbenden en op cofinanciering uit EU-fondsen als EFMZV en INTERREG.

11.04.02 Subsidies

In 2017 is het subsidieprogramma aan Stichting RIONED ten behoeve van vijftien kenniscoaches voor de waterketen afgerond. Ter beheersing van de waterplanten in de randmeren is een incidentele subsidie geleverd aan de Coöperatie Gastvrije Randmeren. Stichting De Noordzee ontving tot en met 2017 een incidentele subsidie voor de versterking van de kennisbasis binnen het netwerk van natuur- en milieuorganisaties en als verbinder bij besluitvormingsprocessen in het Noordzeebeleid.

11.04.04 Bijdragen aan medeoverheden

Het Synergieprogramma KRW is gericht op synergie tussen ruimtelijke maatregelen ten behoeve van de doelstellingen van de KRW en andere Rijksdoelen. Het Rijk was medeverantwoordelijk voor de financiering van de synergieprojecten in het stedelijk gebied tot en met 2016. In 2017 is dit programma financieel afgesloten. Tevens is in 2017 een bijdrage geleverd voor het samenwerkingsprogramma Lumbricus aan het Waterschapshuis en Waterschap Vechtstromen.

11.04.05 Bijdragen aan internationale organisaties

In 2017 zijn in het kader van verschillende internationale verdragen en afspraken bijdragen geleverd. Nederland is partij in de verdragen waarin de internationale riviercommissies voor de Rijn, Maas en Schelde zijn opgericht. In deze commissies bespreekt Nederland watervraagstukken op het gebied van kwaliteit, droogte en overstroming. De contributie voor deze commissies wordt jaarlijks vastgesteld. Voor coördinatie van de EU-richtlijnen Kaderrichtlijn water en Overstromingsrisico’s bestaat voor de Eems geen vaste riviercommissie, maar heeft Nederland apart een contract afgesloten met Flussgebietsgemeinschaft Ems in Nedersaksen, Duitsland.

Voor de internationale samenwerking en afstemming over vraagstukken op het gebied van mariene milieu, ecologie en biodiversiteit in het noordoostelijk deel van de Atlantische Oceaan, inclusief de Noordzee, bestaat het OSPAR-verdrag. Ook voor OSPAR is jaarlijks contributie verschuldigd.

Nederland ambieert een internationale profilering als centrum voor watervraagstukken. Dit is verwoord in de Internationale Waterambitie van het kabinet. Het streven van Nederland als Centre of Excellence wordt gedeeltelijk ingevuld door middel van twee Memoranda of Understanding (MoU), waarmee UNESCO wordt ondersteund. Het gaat hier om ondersteuning van het grondwaterinstituut IGRAC en om capacity building door UNESCO-IHE.

Water speelt een verbindende rol in de in VN-kader afgesproken Sustainable Development Goals (SDG’s). Er is reeds een specifiek SDG voor water afgesproken. In een van de subdoelen van de SDG dat zich richt op steden wordt specifiek de nadruk gelegd op het verminderen van risico’s van watergerelateerde rampen. Op dit moment is hiertoe de implementatiefase aangebroken. Hiervoor wordt met internationale organisaties en platforms samengewerkt en worden activiteiten ondersteund. Het betreft bijdragen aan Sendai, HELP, Aqueduct, Wereldbank Global Water Practice, OESO, Habitat III, de World Water Council en activiteiten van UNECE Water op het gebied van grensoverschrijdend waterbeheer.

Ontvangsten (ad 6)

De begrote bijdrage van de regionale partijen aan de kosten van het versterken van de icoonwaarde van de Afsluitdijk is niet geheel ontvangen. Een bedrag van € 2 miljoen die de regio vanuit het Waddenfonds wil financieren zal doorschuiven naar 2018.

Extracomptabele verwijzingen

Extracomptabele verwijzing naar artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds (x € 1.000)
   

2017

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds

264.800

Andere ontvangsten van artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds

193.127

     

Totale uitgaven op artikel 1 Investeren in Veiligheid van het Deltafonds

457.927

waarvan

   

1.01

Grote projecten waterveiligheid

272.598

1.02

Overige aanlegprojecten waterveiligheid

178.248

1.03

Studiekosten

7.081

Extracomptabele verwijzing naar artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds (x € 1.000)
   

2017

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

11.397

Andere ontvangsten van artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

0

     

Totale uitgaven op artikel 2 Investeren in zoetwatervoorziening van het Deltafonds

11.397

waarvan

   

2.01

Aanleg waterkwantiteit

 

2.02

Overige waterinvesteringen zoetwatervoorziening

9.327

2.03

Studiekosten

2.070

Extracomptabele verwijzing naar artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds (x € 1.000)
   

2017

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

179.456

Andere ontvangsten van artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

0

     

Totale uitgaven op artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging van het Deltafonds

179.456

waarvan

   

3.01

Watermanagement

7.162

3.02

Beheer, onderhoud en vervanging

172.294

Extracomptabele verwijzing naar artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds (x € 1.000)
   

2017

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds

6.889

Andere ontvangsten van artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds

133

     

Totale uitgaven op artikel 7 Investeren in waterkwaliteit van het Deltafonds

7.022

waarvan

   

7.01

Realisatieprogramma Kaderrichtlijn water

5.881

7.02

Overige aanlegprojecten waterkwaliteit

284

7.03

Studiekosten waterkwaliteit

857

Licence