Base description which applies to whole site

Beleidsartikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

1. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

In dit begrotingsartikel zijn de begrotingsuitgaven voor de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg opgenomen.

De premie-uitgaven en -ontvangsten op het terrein van de maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het budget voor de Wmo 2015 wordt via de integratie-uitkering Sociaal domein aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast ontvangen gemeenten budget voor de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging, de decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, en de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Regisseren:

  • De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz vast en stuurt onder meer door het maken van bestuurlijke afspraken.

  • De Minister is verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

Stimuleren:

  • De Minister stimuleert vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg en jaagt deze aan. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.

  • De Minister stimuleert de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

  • De Minister draagt zorg voor het financieren van de Wmo 2015 en de Wlz.

  • De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

3. Beleidsconclusies

Vermindering administratieve lasten

Gemeenten en aanbieders werken nog niet altijd met de iWmo/iJw-standaarden. Dit leidt, met name voor aanbieders die contracten hebben met meerdere gemeenten, voor vermijdbare uitvoeringslasten. Door het ISD-programma (samenwerking gemeenten, branches van zorgaanbieders en VWS) zijn in 2017 de iWmo/iJw-standaarden verder ontwikkeld en geïmplementeerd. De i-Wmo en i-Jeugdstandaarden zijn in 2017 bij 75% van de gemeenten ingevoerd. Dit leidt tot een vermindering van de vermijdbare uitvoeringslasten bij de uitvoering van de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Het wetsvoorstel om de toepassing van de standaarden te verplichten is in 2017 voorbereid en gereedgemaakt voor politieke besluitvorming.

Een toegankelijker Nederland

Na de ratificatie van het VN-verdrag voor rechten van mensen met een beperking, het vaststellen van de goedkeurings- en uitvoeringswet voor het Verdrag en de AMvB toegankelijkheid is in 2017 samen met de Alliantie (een samenwerkingsverband van patiënten- en cliëntenorganisaties), de VNG, VNO-NCW/MKB Nederland en de andere departementen binnen het Rijk gewerkt aan een implementatieplan waarin op verschillende terreinen (zoals bouwen en wonen, vervoer, onderwijs, werk, toegankelijkheid & participatie) de thema’s worden geagendeerd waarop stappen moeten worden gezet om Nederland toegankelijker te maken. Dit plan is voor de zomer van 2017 naar de Tweede Kamer gezonden (TK 33 990, nr. 62). Bij de Alliantie, VNG en VNO-NCW/MKB Nederland zijn na de zomer van 2017 projecten voorbereid en gestart om samen met het Rijk aan de slag te gaan op de benoemde thema’s. VWS heeft hiertoe projectsubsidies verstrekt aan deze partijen.

Verstevigen en ondersteunen mantelzorg

Veel mantelzorgers weten niet dat ze mantelzorger zijn. Ook is er een blijvende groep mantelzorgers met een intensieve zorgtaak waar overbelasting op de loer ligt. Op tijd (preventief) inzetten op mantelzorgondersteuning is daarom van groot belang, ook in relatie tot werk en mantelzorg. In 2017 is daarom gewerkt aan drie speerpunten:

  • 1. Maatschappelijke bewustwording: door projecten als De Sprekende mantelzorgers, Mantel der Liefde, maar ook programma’s rondom Werk en Mantelzorg en het onlineplatform «Hoe werkt Nederland?» financieel te ondersteunen. Daarbij is ook specifieke aandacht besteed aan de rol van jonge mantelzorgers.

  • 2. Toegang bij gemeenten: samen met gemeenten is in bijeenkomsten verkend hoe een passend ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers beter ingezet kan worden en beter aan kan sluiten bij de wensen van mantelzorgers zelf.

  • 3. Samenspel formeel/informeel: door het organiseren van opnieuw een succesvol landelijk «In voor mantelzorgcongres» is de samenwerking tussen formele en informele zorgverleners weer op de agenda gezet. Ook is daarbij het programma Vrijwillig Dichtbij van 13 landelijke vrijwilligersorganisaties ondersteund om lokaal een grotere rol van betekenis te kunnen spelen voor mensen met een ondersteuningsvraag.

Voor een overzicht van de stand van zaken van alle inspanningen op het mantelzorgdossier wordt verwezen naar de brief die aan de Tweede Kamer is gestuurd op 2 juni 2017 (TK 30169, nr. 57). In mei 2018 zal het programma «Langer thuis» worden gelanceerd, waar mantelzorg een onderdeel van is.

Verpleeghuiszorg Waardigheid en Trots, liefdevolle zorg voor onze ouderen

Begin 2015 is «Waardigheid en Trots» gepresenteerd als een plan om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verbeteren.

De opgaven voor «Waardigheid en Trots» waren: vernieuwen van de verpleeghuiszorg, vaker aanspreken van zorgaanbieders waarvan de zorg niet op orde is en het normeren van kwaliteit.

De vernieuwing heeft met name vorm gekregen in het programma «ruimte voor verpleeghuizen». De uitvoering van dit programma wordt begin 2018 grotendeels afgerond.

Deze vernieuwingen zijn inmiddels uitgewerkt in praktische publicaties die begin 2018 gepresenteerd zijn. Publicaties over bijvoorbeeld het beter betrekken van de familie, het inzichtelijk maken van kwaliteit en het omgaan met voedingsregels kunnen door andere zorgaanbieders gebruikt worden om zich ook te vernieuwen.

Ook heeft het programma bijgedragen aan het ontstaan van een groot netwerk van circa 30.000 mensen die werkzaam zijn in verpleeghuiszorg met wie via internet en bijeenkomsten contact is om onder andere goede voorbeelden uit te wisselen.

Ten aanzien van het aanspreken van zorgaanbieders waarvan de zorg niet op orde is, geldt – naast het reguliere toezicht- en handhavinginstrumentarium – dat zorgaanbieders met een urgent kwaliteitsprobleem worden ondersteund en enkelen ook al klaar zijn met hun traject. Sinds 1 maart 2017 past de IGZ het nieuwe toezichtkader toe, gebaseerd op de uitgangspunten van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. De belangrijkste veranderingen in dit nieuwe kader zijn een focus op de basiszorg die op orde moet zijn in zorginstellingen en meer persoonsgerichte zorg. Mede op basis van de vernieuwingen zijn normen ontwikkeld om de kwaliteit van de verpleeghuiszorg aan af te meten. Het meest prominente resultaat van normering is de vormgeving van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg. Zo is voor iedereen – van cliënten tot medewerkers en bestuurders – duidelijk geworden waarop mag worden gerekend en waarop zal worden toegezien. Daarnaast ontstaat op basis van onderzoek een steeds scherper beeld van bepalende factoren van kwaliteit. Deze onderzoeken zijn aan de Tweede Kamer gestuurd met de voortgangsrapportage Waardigheid en Trots (TK 31765, nr. 279).

Met de hiervoor genoemde activiteiten zijn waardevolle resultaten geboekt die wezenlijk bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Samen met de sector is een vernieuwing in gang gezet die de komende jaren tot merkbare verbeteringen moet gaan leiden.

Gehandicaptenzorg

Het beleid voor de gehandicaptenzorg is er onder andere op gericht om de zorg meer persoonsgericht te maken. De zorg moet worden aangepast aan de cliënt en niet andersom. Ter uitvoering van de Kwaliteitsagenda Gehandicaptenzorg zijn vanaf medio 2016 de betrokken partijen (Ieder(in), KansPlus, het LSR, LFB, MEE Nl, VenVN, NVAVG, VGN, ZiNL, IGJ) aan de slag gegaan met het uitwerken, voorbereiden en uitvoeren van een pakket van (meerjarige) acties om deze beweging te ondersteunen.

Een voorbeeld daarvan is een platform waar aanbieders hun goede voorbeelden met elkaar kunnen delen en de uitkomsten van de acties kunnen worden verspreid (www.ikdoemee.nl). Daarnaast zijn bijeenkomsten georganiseerd voor cliëntenraden en bijeenkomsten over welke informatie(voorziening) de cliënt kan helpen om een goede keuze uit het aanbod te maken. Naar verwachting helpen deze en andere nog lopende activiteiten om persoonsgerichte gehandicaptenzorg een stap verder te brengen. De activiteiten van de kwaliteitsagenda lopen tot eind 2018. Enkele activiteiten zullen nog een uitloop in 2019 hebben. In 2019 zal de kwaliteitsagenda worden geëvalueerd.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

 

2013

2014

2015

2016

2017

2017

2017

Verplichtingen

4.085.519

4.479.923

7.052.568

3.783.240

3.974.307

317.872

3.656.435

                   

Uitgaven

4.055.646

4.560.102

3.604.436

3.708.112

3.818.740

3.768.067

50.673

                   
                   

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

188.010

188.367

113.809

88.651

87.246

87.815

– 569

                   
 

Subsidies

25.465

34.667

31.381

26.176

25.771

21.435

4.336

   

Movisie

8.106

8.198

8.204

7.313

7.528

7.225

303

   

Volwaardig meedoen

       

1.778

1.700

78

   

Wmo-werkplaatsen

0

0

2.685

2.346

2.506

2.600

– 94

   

Ondersteuning vrijwilligers

0

0

0

1.692

1.195

1.000

195

   

Mezzo

3.159

3.200

3.262

3.038

2.230

3.160

– 930

   

Siriz (opvang specifieke groepen)

0

0

1.518

1.566

1.546

1.500

46

   

Aanpak Laaggeletterdheid

0

0

0

0

0

2.000

– 2.000

   

Werkagenda informele voorzieniing

       

2.860

0

2.860

   

VN-voorziening rechten van personen met een handicap

       

649

0

649

   

Overig

14.200

23.269

15.712

10.221

5.479

2.250

3.229

                   
 

Inkomensoverdrachten

87.285

87.555

20.867

0

0

0

0

   

Mantelzorg ondersteuning

87.285

87.555

20.867

0

0

0

0

                   
 

Opdrachten

59.431

63.376

60.329

62.475

61.475

66.380

– 4.905

   

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

55.458

59.648

55.645

57.736

56.908

60.652

– 3.744

   

Evaluatie Wmo 2015

0

0

0

0

0

1.680

– 1.680

   

Categorale opvang slachtoffers mensenhandel

0

0

0

1.629

1.653

1.700

– 47

   

Aanpak laaggeletterdheid

0

0

0

456

608

0

608

   

Overig

3.973

3.728

4.684

2.654

2.306

2.348

– 42

                   
 

Garanties

12.720

0

0

0

0

0

0

   

Overig

12.720

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

3.109

2.769

1.232

0

0

0

0

   

SVB: uitvoering Regeling maatschappelijke ondersteuning

3.109

2.769

1.232

0

0

0

0

                   

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

3.867.635

4.371.735

3.490.627

3.619.461

3.731.493

3.680.252

51.241

                   
 

Subsidies

182.391

229.472

79.651

81.685

97.605

112.761

– 15.156

   

Compensatieregeling pgb-trekkingsrechten

0

11.671

0

0

0

0

0

   

Vilans

5.253

5.315

5.158

4.754

4.832

4.689

143

   

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

11.110

10.767

11.194

11.501

11.450

11.158

292

   

InVoorZorg! (IVZ)

19.414

30.205

22.541

5.598

3.621

6.933

– 3.312

   

Joodse en Indische instellingen

0

0

2.593

2.504

2.414

2.415

– 1

   

Palliatieve zorg

21.059

20.977

21.163

21.556

24.263

23.610

653

   

Dementie

     

2.460

3.510

3.200

310

   

Waardigheid en trots

     

18.014

28.098

25.000

3.098

   

Anitibioticaresistentie

       

2.519

2.000

519

   

Kwaliteit gehandicaptenzorg

     

0

2.665

5.800

– 3.135

   

Kennisinfrasructuur

       

905

 

905

   

Overig

125.555

150.537

17.002

15.298

13.330

27.956

– 14.626

                   
 

Bekostiging

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.516.700

3.463.300

53.400

   

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.516.700

3.463.300

53.400

                   
 

Inkomensoverdrachten

0

0

0

135

384

0

384

   

Overig

0

0

0

135

384

0

384

                   
 

Opdrachten

3.832

3.260

4.188

3.696

4.732

3.407

1.325

   

Overig

3.832

3.260

4.188

3.696

4.732

3.407

1.325

                   
 

Bijdragen aan agentschappen

2.212

2.703

2.735

2.824

0

55

– 55

   

CIBG: Opdrachtgeverschap

2.212

2.703

2.735

2.824

0

55

– 55

   

Overig

0

0

0

0

0

0

0

                   
 

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

0

154.053

148.921

112.072

100.729

11.343

   

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

0

0

76.241

77.558

50.082

35.100

14.982

   

Centrum Indicatiestelling Zorg

0

0

77.811

71.363

61.990

63.073

– 1.083

   

ZiNL: iWlz

       

0

2.000

– 2.000

   

Overig

0

0

1

0

0

556

– 556

                   

Ontvangsten

7.723

9.404

2.755

31.887

9.589

3.441

6.148

   

Overig

7.723

9.404

2.755

31.887

9.589

3.441

6.148

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

5. Toelichting op de instrumenten

Verplichtingen

In de tweede suppletoire wet is voor het aangaan in 2017 van de verplichtingen van de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) voor 2018 verplichtingenbudget overgeheveld van 2018 naar 2017 (circa € 3,5 miljard). Daarnaast is voor het aangaan in 2017 van verplichtingen voor Opdrachten, Subsidies, Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s en de BIKK na de tweede suppletoire wet nog verplichtingenbudget van 2018 overgeheveld naar 2017 (€ 111,8 miljoen). Deze mutaties zijn aan de Kamer gemeld via de brieven TK 34 775-XVI, nr. 113 (15 december 2017) en TK 34 775-XVI, nr. 125 (26 februari 2018).

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (> 65 jaar) en de algemene bevolking in 2016 (percentages)

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (> 65 jaar) en de algemene bevolking in 2016 (percentages)

* < 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel65-plus als 65-min.Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008 – 2016

Bovenstaand kengetal toont de participatie van thuiswonende mensen met beperkingen, ouderen en de algemene bevolking in 2016 op basis van de Notitie NIVEL Participatiecijfers 2008–2016. Het kengetal geeft inzicht in de participatie op negen deelgebieden. Het belangrijkste doel van de Participatiecijfers is het beschrijven van ontwikkelingen in de wijze en mate van maatschappelijke participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ouderen (65+) en de algemene bevolking in Nederland. Daarnaast zijn de cijfers ook bedoeld om beter zicht te krijgen op factoren die de participatie kunnen bevorderen dan wel belemmeren en op het verband tussen participatie en kwaliteit van leven.

Subsidies

Werkagenda informele zorg

Het in de eerste suppletoire wet beschikbaar gestelde budget (€ 2,9 miljoen) is voor werkagenda informele zorg gesubsidieerd aan de VNG.

Overig

De post overig betreft onder andere instellingssubsidie aan het Rode Kruis, Zonnebloem en Korrelatie (€ 1,3 miljoen); diverse projectsubsidies voor Mantelzorg (€ 0,7 miljoen), Veilig thuis (€ 0,6 miljoen), Vrouwelijke Genitale Verminking (€ 0,3 miljoen), Maatschappelijke ondersteuning (€ 0,3 miljoen) en Vernieuwing Wmo (€ 1,3 miljoen).

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking konden ook in 2017 gebruikmaken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi. De totale uitgaven bedroegen € 56,9 miljoen in 2017. Dit is minder dan begroot (€ 3,7 miljoen), omdat er minder gebruik gemaakt is van het bovenregionaal vervoer.

Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaande tabel).

Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaande tabel).

Bron & toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2017, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Evaluatie Wmo 2015

Het budget voor de evaluatie van de Wmo 2015 (€ 1,7 miljoen) is in eerste suppletoire wet overgeboekt naar het Sociaal Cultureel Planbureau voor het evaluatieonderzoek van de Hervorming van de Langdurige Zorg (HLZ) en de Wmo 2015.

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

InVoorZorg! (IVZ)

Zorgaanbieders, cliëntenorganisaties, gemeenten en zorgverzekeraars, en zorgkantoren zijn als gevolg van de hervorming van de langdurige zorg in andere verhoudingen tot elkaar komen te staan. Het programma «InVoorZorg!» heeft zorgorganisaties geholpen hun werkprocessen in te richten met het oog op de toekomst. Niet alle middelen (€ 3,3 miljoen) die in 2017 beschikbaar waren zijn tot besteding gekomen. Een deel van de middelen (€ 2,2 miljoen) komt in 2018 tot besteding

Waardigheid en trots

Voor Waardigheid en trots is € 28,1 miljoen uitgegeven. De extra middelen (€ 3,1 miljoen) zijn reeds gemeld in de tweede suppletoire wet. De intensivering is onder andere ingezet om de zorgaanbieders te ondersteunen bij de implementatie van het Kwaliteitskader verpleeghuiszorg.

Kwaliteit gehandicaptenzorg

Bij de ontwikkeling van het kwaliteitsplan voor de gehandicaptensector is ervoor gekozen om eerst samen met betrokken partijen na te gaan welke aanpak goed past bij de gehandicaptensector. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke kwaliteitsagenda «Samen werken aan een betere gehandicaptenzorg» die op 1 juli 2016 aan de Tweede Kamer is gestuurd (TK 24 170, nr. 152). Inmiddels is samen met veldpartijen hard gewerkt aan een meerjarenplan inclusief begroting voor de komende periode. Zoals reeds in de eerste suppletoire wet 2017 gemeld, is door een latere start in 2017 beperkt gebruik gemaakt van de beschikbare middelen. In 2017 hebben de veldorganisaties met name voorbereidend werk gedaan om de concreet genoemde acties te kunnen (gaan) uitvoeren.

Overig

Het verschil met de stand vastgestelde begroting betreft voornamelijk mutaties naar andere begrotingsartikelen, zoals de financiering voor het SCP (€ 0,7 miljoen), de uitvoering van het amendement over financiering voor coalitie »Van betekenis tot het einde» (TK 34 550 XVI, nr. 31) (€ 0,5 miljoen) en het ZonMw-programma Memorabel (€ 3,1 miljoen). Daarnaast zijn mutaties gemeld in de tweede suppletoire wet (€ 7,5 miljoen) over uitgaven die lager zijn dan geraamd. Dit komt onder andere doordat een aantal voorgenomen subsidies niet of in mindere mate zijn doorgegaan. Tot slot zijn er verschillende subsidies verleend voor onder andere de afronding van de transitie Hervorming Langdurige Zorg (€ 3,2 miljoen), brandveiligheid (€ 1,1 miljoen), autisme (€ 0,9 miljoen), juiste loket (€ 0,8 miljoen), psychofarmaca gebruik (€ 0,9 miljoen), Longitudinal Aging Study Amsterdam (€ 0,5 miljoen), niet-reanimeerpenning (€ 0,5 miljoen) en instellingsubsidies aan Per Saldo (€ 1,0 miljoen) en Stichting Landelijk Overleg Hersenletsel (€ 0,5 miljoen). Per saldo leidt dit tot een mutatie van circa € 14,6 miljoen.

Bekostiging

Bijdrage in kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld om de lagere premieopbrengst van de Wlz als gevolg van de grondslagverkleining van de Wlz bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 te compenseren (circa € 3,5 miljard). De uitgavenraming voor de BIKK is bij de eerste en tweede suppletoire wet bijgesteld op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

Per eerste en tweede suppletoire wet is € 15 miljoen beschikbaar gesteld voor ICT-investeringen bij de SVB (€ 6 miljoen), de uitvoering van de salarisadministratie door de SVB voor Zvw-Pgb’s (€ 2 miljoen), de uitvoering van het pgb-trekkingsrecht voor de Wmo 2015 en de Jeugdwet tezamen (€ 6,4 miljoen uit het gemeentefonds) en voor de loonbijstelling (€ 0,6 miljoen).

Persoonsgebonden budget (pgb); aantal budgethouders

Peildatum

31-12-2015

31-12-2016

31-12-2017

Wlz1

34.352

39.881

39.433

Wmo

82.465

65.408

59.237

Jeugdwet

25.070

19.033

17.615

Zvw

23.482

16.926

18.356

Door afrondingsverschillen kan de som van de delen afwijken van het totaal.

Bron:

Het aantal budgethouders Wlz is volgens opgave van de NZa.

Het aantal budgethouders WMO en Jeugdwet is volgens opgave van de SVB.

Het aantal budgethouders Zvw is volgens opgave van de zorgverzekeraars.

1

Het aantal budgethouders Wlz op 31-12-2017 betreft een voorlopig cijfer, omdat de zorgkantoeren nog niet alle budgehouders (met terugwerkende kracht) geregistreerd hebben.

Per abuis is bij de beantwoording van de schriftelijke kamervragen bij VWS-ontwerpbegroting 2018 (vraag 340) (TK II, 2017–2018, 34 775-XVI, nr. 14) voor 2015 het onjuiste aantal Wlz-budgetten vermeld. Het correcte aantal staat in bovenstaande tabel.

Ontvangsten

De ontvangstenraming wordt met € 6,1 miljoen overschreden door enkele incidentele in de tweede suppletoire wet gemelde ontvangsten. Deze bestaat onder meer uit € 6,8 miljoen op basis van de eindafrekening van het mantelzorgcompliment 2015. Het jaar 2015 is het laatste jaar dat de SVB de Regeling Waardering Mantelzorg heeft uitgevoerd.

Licence