Base description which applies to whole site

Artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor

Algemene Doelstelling

Om ervoor te zorgen dat reizigers veilig, betrouwbaar en betaalbaar kunnen reizen van A naar B ontwikkelt, beheert en stuurt IenW de benutting van de hoofdspoorweginfrastructuur aan en stelt zij decentrale overheden in staat het Openbaar Vervoer buiten de hoofdspoorweginfrastructuur hiertoe te ontwikkelen, beheren en benutten. Daarbij zorgt IenW tegelijkertijd dat verladers van goederen over het spoor de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie beschouwen.

IenW zet in op een hoofdspoorweginfrastructuur en Openbaar Vervoer dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke ontwikkeling van Nederland, aan het behalen van de milieunormen en de sociale functie van het Openbaar Vervoer. Om deze doelen, die ook beschreven staan in de Lange Termijn Spooragenda deel 2 (Kamerstukken II 2013–2014 29 984, nr. 474), te behalen werkt IenW samen met medeoverheden, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

(Doen) Uitvoeren

Rollen en Verantwoordelijkheden

De Minister is verantwoordelijk voor een robuust mobiliteitssysteem van sterke verbindingen, sterke modaliteiten, voorspelbare reistijden en goede bereikbaarheid (zie ook artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid). Voor het Openbaar Vervoer en Spoor betekent dit dat de Minister zorgt voor:

  • Een concessie voor het vervoer over het hoofdrailnet (NS) waarin het aanbod van het reizigersvervoer op het hoofdrailnet is vastgelegd.

  • De uitvoering van het beheer, onderhoud en vervanging van railinfrastructuur, verkeersleiding, capaciteitsmanagement en het oplossen van veiligheidsknelpunten door ProRail onder aansturing van IenW (via de beheerconcessie). Deze activiteiten zijn terug te vinden op het Infrastructuurfonds (artikel 13).

  • De besluitvorming over en uitvoering van investeringen in de hoofdspoorweginfrastructuur (incl. stations) in relatie tot gebiedsontwikkeling. Aanlegprojecten worden in het MIRT vastgelegd. De middelen worden beschikbaar gesteld via het Infrastructuurfonds.

  • Een bijdrage aan de financiering (via het Provinciefonds of de BDU) van het gedecentraliseerde Openbaar Vervoer.

  • Een concessie voor de Waddenveren (met uitzondering van Texel).

  • De financiering (via het Infrastructuurfonds) van het programma Beter Benutten Decentraal Spoor.

  • Het vormgeven (in saneringsplannen) en uitvoeren van de aanpak van hoge geluidsbelastingen langs het hoofdrailnet door middel van het Meerjarenprogramma geluidsanering (MJPG).

  • Om onder meer de veiligheid verder te verhogen wordt het European Railway Traffic Management System (ERTMS) ingevoerd.

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van het beleid inzake openbaar vervoer (per trein, bus, tram, metro, taxi en waddenveren), waaronder het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. IenW zorgt voor veilige infrastructuur en optimaal gebruik daarvan via wet- en regelgeving, aansturing van ProRail en NS in het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en stations en afspraken met decentrale overheden, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Uitvoering vindt plaats door middel van samenwerking in de gehele OV-keten en de gehele goederenketen. Het beleid stimuleert en faciliteert deze samenwerking.

Deze regierol wordt ingevuld door:

  • Regelgeving en afspraken over voorzieningen- en kwaliteitsniveaus bij infrastructuur in het kader van veiligheid, betrouwbaarheid, doorstroming en duurzaamheid.

  • Regelgeving en afspraken over concessieoverstijgende onderwerpen waar het voor de reiziger van belang is dat zaken uniform geregeld worden, ongeacht de vervoerder of concessie (zoals sociale veiligheid, toegankelijkheid, OV-chipkaart, taxivervoer en OV-data).

  • Regelgeving en afspraken over de benutting van de Openbaar Vervoer infrastructuur en de ordening van de Openbaar Vervoer markt. Hierbij worden de aanbevelingen van de parlementaire enquête Fyra hierover betrokken.

  • Het stimuleren van de samenwerking in de gehele OV-keten en de spoorgoederenvervoerketen, door het organiseren van platforms en tafels.

  • De inzet van de Beleidsimpuls railveiligheid (Kamerstukken II 2015–2016 29 893, nr. 204), waarin de prioriteiten in de veiligheidsaanpak voor de komende jaren zijn benoemd, zoals het Landelijke Verbeterprogramma Overwegen, het programma niet-actief beveiligde overwegen (nabo), het STS-verbeterprogramma (reductie stoptonend sein passages), suïcidepreventie en externe veiligheid langs het spoor en bij emplacementen.

Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht)

Indicatoren en Kengetallen

Kengetal klanttevredenheid regionaal openbaar vervoer

Kengetal klanttevredenheid regionaal openbaar vervoer
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Algemeen oordeel

7,2

7,4

7,4

7,5

7,5

7,6

7,8

n.n.b

Informatie en veiligheid

7,5

7,6

7,6

7,6

7,7

7,8

7,9

n.n.b

Rijcomfort

7,3

7,4

7,5

7,5

7,6

7,6

7,6

n.n.b

Tijd en doorstroming

6,6

6,8

6,8

6,9

7,0

7,0

7,2

n.n.b

Prijs

5,9

6,2

6,3

6,4

6,6

6,6

6,7

n.n.b

Bron: CROW/KpVV – OV-Klantenbarometer 2017

http://www.ovklantenbarometer.nl/Rapporten.aspx

Toelichting:

De gegevens over 2018 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het drukken van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2020.

Kengetal Sociale veiligheid in het stads- en streekvervoer

Kengetal Sociale veiligheid in het stads- en streekvervoer
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Waardering veiligheidsgevoel in het voertuig als rapportcijfer

               

– Reizigers (1)

7,9

7,9

7,9

8

8

8

8,1

n.n.b

– Personeel (2)

nb

6,9

nb

7

nb

6,8

nb

n.n.b

Onveiligheidsincidenten in en rond het OV in %

             

n.n.b

– Reizigers(3)

nb

15

15

16

14

14

16

n.n.b

– Personeel(4)

nb

60

nb

60

nb

62

nb

n.n.b

Bron: CROW-KpVV Personeelsmonitor stads- en streekvervoer 2017 en CROW-KpVV OV-Klantenbarometer 2017.

Toelichting: rapportages staan op www.crow.nl

Toelichting

De gegevens over 2018 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het drukken van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2020.

Ad 1) Dit cijfer betreft het veiligheidsgevoel van de reizigers tijdens de rit.

Ad 2) Dit cijfer betreft het veiligheidsgevoel van het personeel zowel in als rond het openbaar vervoer. Dit cijfer wordt tweejaarlijks opgehaald.

Ad 3) Dit betreft het percentage reizigers dat slachtoffer is geworden van een incident. Het percentage in 2012 en verder is niet vergelijkbaar met voorgaande jaren omdat een andere vraagstelling heeft plaatsgevonden.

Ad 4) Dit is het percentage van het personeel dat één of meerdere keren slachtoffer is geweest van een incident. Dit cijfer wordt tweejaarlijks opgehaald.

Kengetal sociale veiligheid NS
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Klantoordeel sociale veiligheid

79,1%

78,3%

79,5%

80,2%

80,1%

87,1%

88%

90%

Toelichting

Het klantenoordeel sociale veiligheid in de trein en op het station was over 2018 90%. Dit was 2% hoger dan in 2017 toen de realisatie 88% was. De realisatie van 2018 is hoger dan de progressewaarde van 83%.

Indicator: Reizigerspunctualiteit en Algemeen klantoordeel
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Bodemwaarde

Progressiewaarde

Streefwaarde

 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2015–2019¹

2017 ¹

2019¹

Reizigerspunctualiteit 5 minuten Hoofdrailnet1

91,5%

91,5%

90,0%

90,5%

91,0%

90,6

91,6

92,6%

88,9%

90,5,%

91,1%

Algemeen klantoordeel2

74%

74%

75%

75%

74%

77%

80%

86%

74%

76%

80%

Toelichting

  • 1) De Reizigerspunctualiteit 5 minuten HRN was over 2018 92,6%. Dit was 1 procentpunt hoger dan 2017 toen de realisatie 91,6% was. De score van 2018 is hiermee hoger dan de progressiewaarde van 90,5% en daarmee houden we de opwaartse trend vast.

  • 2) Het Algemeen Klantoordeel HRN was over 2018 86%. Dit was 6% hoger dan 2017 toen de realisatie 80% was. De realisatie van 2018 is hiermee hoger dan de progressiewaarde van 76%.

Spoorveiligheid (naar risicodrager)

Hieronder staan de indicatoren voor spoorveiligheid zoals die vanaf dit begrotingsjaar worden gehanteerd op basis van de Beleidsimpuls Railveiligheid. In 2016 is de Beleidsimpuls Railveiligheid aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit betreft de ontwikkeling van de verschillende veiligheidsdoelstellingen voor de diverse risicodragers conform de Europese systematiek, zoals die ook wordt toegepast in de Derde Kadernota Railveiligheid. Risicodragers zijn actoren met verschillende rollen die binnen het spoorsysteem veiligheidsrisico’s lopen.

Over de indicatoren wordt jaarlijks gerapporteerd op basis van het Jaarverslag Spoorveiligheid en het NSA Jaarverslag, opgesteld door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Hierin worden de indicatoren in samenhang met de achterliggende veiligheidsrisico’s nader toegelicht. Hiermee wordt de informatiewaarde van de jaarverslagen vergroot en ontstaat er een directere relatie tussen de bevindingen van de ILT en de beleidsontwikkeling.

In onderstaande tabel is voor de belangrijkste acht spoorveiligheidsindicatoren aangegeven wat de stand van zaken eind 2017 was op basis van de indicatoren. De stand van zaken 2018 komt in oktober 2019 beschikbaar. Deze informatie zal verstrekt worden in de verantwoording 2019.

Indicator: spoorveiligheid (naar risicodrager)

Nr.

Risicodrager

Omschrijving indicator

NRV

2017

2016

2015

1

Veiligheidsrisico treinreizigers

SGEL onder reizigers/jaar/mld. reizigerskm’s

0,089

0

0

0,011

2

(Mogelijke) ongevallen met treinen

         

2.1

 

Aantal significante ongevallen/ mln. treinkm’s

 

0,16

0,18

0,20

2.2

 

Aantal significante treinbotsingen/mln. treinkm’s

 

0,00

0,01

0,01

2.3

 

Aantal significante ontsporingen/ mln. treinkm’s

 

0,01

0,00

0,006

2.4

 

Aantal STS passages

 

105

100

100

3

Veiligheidsrisico spoorpersoneel

SGEL onder spoorpersoneel/jaar/mld. treinkm’s

5,97

1,26

13,96

1,28

4

Veiligheidsrisico overweggebruikers

SGEL onder overweggebruikers/jaar/mld. treinkm’s

127,00

38,38

19,68

84,70

5

Suïcides

Aantal spoorsuïcides

 

215

221

223

Bron: ILT Jaarverslag Spoorveiligheid 2017, Kamerstukken II, 2018/2019 29 893 nr. 224

Gebruikte afkorting in de tabel

NRV = National Reference Value, de in Europees kader vastgestelde referentiewaarde per lidstaat voor de betreffende indicator.

SGEL = Slachtoffers en Gewogen Ernstige Letsels. Dit is een kwantificering van de gevolgen van ernstige ongevallen met doden en ernstige letsels, waarbij 1 ernstig letsel statistisch gelijk is aan 0,1 overledene.

STS = Stoptonend sein

Zoals in bovenstaande tabel te zien zijn alle waarden onder de National Reference Value (NRV) gebleven. In de beleidsreactie op het OVV-rapport in november 2018 is de ambitie uitgesproken om binnen 5 in plaats van 10 jaar alle openbaar toegankelijke niet actief beveiligde overwegen te hebben opgeheven dan wel te hebben beveiligd. Daarnaast wordt het aangescherpte risicogestuurde overwegenbeleid gecontinueerd.

Kengetal aantal treinbewegingen goederentreinen per week
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Betuweroute (Meteren-Valburg)1

420

430

410

480

440

390

470

n.n.b

Zevenaar grens

480

490

490

540

470

400

470

n.n.b

waarvan Betuweroute1

420

430

410

480

440

380

460

n.n.b

Oldenzaal grens

60

60

70

60

100

130

110

n.n.b

Venlo grens

230

220

240

190

270

310

240

n.n.b

Maastricht grens

20

20

30

30

30

40

50

n.n.b

Roosendaal grens

120

110

110

110

130

140

150

n.n.b

Bron: ProRail Operatie, VL/PAB en ProRail Vervoer en Dienstregeling PV/POV

1

Omdat eind 2015 de verbindingsboog bij Elst in gebruik is genomen, is er een verschil tussen het aantal goederentreinen op het drukste deel van de Betuweroute (Meteren-Valburg) en het aantal goederentreinen dat via de Betuweroute (Valburg-Zevenaar) en Zevenaar grens heeft gereden.

Toelichting

De gegevens over 2018 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het drukken van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2020.

Beleidsconclusies

Het op artikel 16 uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar grotendeels conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er zijn geen grote afwijkingen of een noodzaak tot beleidsmatige bijstelling aan het licht gekomen.

In 2018 is de beleidsdoorlichting van beleidsartikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor uitgevoerd en aan de Tweede Kamer gestuurd (Kamerstukken II 2018–2019, 32.861, nr. 41). Het beleid ten aanzien van Openbaar Vervoer en Spoor is gericht op het verbeteren van de bereikbaarheid, de capaciteit, veiligheid, betrouwbaarheid en het reisgemak van het Openbaar Vervoer. De beleidsdoorlichting laat zien dat er op veel afzonderlijke onderdelen deelresultaten geboekt zijn die allen hebben bijgedragen aan de beleidsdoelen, waardoor het spoor voor de reiziger en de verlader een aantrekkelijke optie kan zijn en dat heeft geleid tot meer gebruik van het spoor. Deze constatering wordt gezien als een bevestiging van de geleverde inspanningen en resultaten op dat vlak.

Op het gebied van marktordening zijn in 2018 verschillende bouwstenen (zoals ordening op stations, open toegang, decentralisatie, concessie op HRN) verder gebracht door het uitzetten van onderzoeken. Deze onderzoeken ondersteunen een gedegen besluitvorming over de ordening van het Nederlandse spoor.

In januari 2018 is het definitieve vijfjaarlijkse actieplan geluid voor de druk bereden spoorwegen vastgesteld en gepubliceerd (www.rijksoverheids.nl/geluidinkaart).

Budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid artikel 16 Openbaar Vervoer en Spoor (bedragen x € 1.000)
         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

Verplichtingen

8.453

49.388

28.104

– 7.372

4.801

7.846

– 3.045

1

Uitgaven

39.471

24.603

18.896

18.804

15.728

18.622

– 2.894

16.01 OV en Spoor

39.471

24.603

18.896

18.804

15.728

18.622

– 2.894

2

16.01.01 Opdrachten

16.687

12.042

985

4.462

4.397

6.382

– 1.985

 

– ERTMS

0

10.417

0

47

0

0

0

 

– Overige Opdrachten

16.687

1.625

985

4.415

4.397

6.382

– 1.985

 

16.01.02 Subsidies

22.710

12.388

15.544

11.053

7.975

8.934

– 959

3

– GSM-R

12.805

1.092

2.014

3.572

0

0

0

 

– Bodemsanering NS percelen

9.076

9.076

9.077

0

0

0

0

 

– Overige Subsidies

829

2.220

4.453

7.481

7.975

8.934

– 959

 

16.01.03 Bijdragen aan agentschappen

74

44

44

912

936

919

17

 

– Waarvan bijdrage aan KNMI

74

44

44

44

45

44

1

 

– Waarvan bijdrage aan RWS

0

0

0

868

891

875

16

 

16.01.04 Bijdragen aan medeoverheden

0

0

2.252

2.297

2.349

2.287

62

 

– CLU Betuweroute en HSL

0

0

2.252

2.297

2.349

2.287

62

 

16.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties

0

129

71

80

71

100

– 29

 

Ontvangsten

0

152

3

3.497

375

0

375

 

Financiële Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie, zie voor de gehanteerde norm de toelichting «normering jaarverslag» zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • 1. De lagere verplichtingen realisatie van € 3,0 miljoen is met name als gevolg van een autonome meevaller op de subsidieregeling Derde Spoor Duitsland (€ 2,1 miljoen).

  • 2. De lagere uitgaven van € 1,9 miljoen aan opdrachten is met name het gevolg van een overboeking aan het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat ten behoeve van een vergoeding aan ACM voor de uitvoering van werkzaamheden in de Vervoerkamer (€ 1,8 miljoen).

  • 3. De lagere uitgaven van € 0,9 miljoen aan subsidies wordt met name veroorzaakt door de overheveling bij 2e suppletoire begroting 2018 van de niet benodigde middelen voor de subsidieregeling Derde Spoor Duitsland naar het Infrastructuurfonds van € 1,1 miljoen. Het doel van deze subsidieregeling Derde Spoor Duitsland is dat vervoerders compensatie mogen aanvragen bij Prorail als ze vanwege werkzaamheden aan het Derde Spoor in Duitsland omgeleid moeten worden via andere grensovergangen. In 2018 zijn er echter vanwege de uitstel van werkzaamheden aan Duitse zijde veel minder omleidingen geweest dan oorspronkelijk voorzien. Om die reden is het gebruik van deze regeling minder dan voorzien.

16.01 OV en Spoor

Toelichting op de financiële instrumenten

16.01.01 Opdrachten

Dit uitgaven betreffen voornamelijk (lopende) opdrachten voor de implementatie van de OV-begeleiderskaart, monitoring sociale veiligheid, de beheer- en vervoerconcessie, de uitbesteding van SCHWUNG1 taken, het onderzoeken naar verbetermogelijkheden voor het rekenmodel trillingen spoorwegen, het onderzoek naar verplaatsingen in Nederland (OVIN) en spoorwegwetgeving. Ook zijn opdrachten uitgevoerd ten behoeve van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer.

Daarnaast maakt de jaarlijkse vergoeding aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) onderdeel uit van deze middelen, welke een vergoeding is voor haar werk op het gebied van spoor zoals de Vervoerkamer. Deze werkzaamheden zijn er op gericht om een gelijk speelveld te creëren binnen de sector. De Vervoerkamer reguleert de relatie tussen de beheerders en de gebruikers van het spoor. Bij 2e suppletoire begroting 2018 is hiervoor € 1,8 miljoen overgeboekt naar het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

16.01.02 Subsidies

In 2018 zijn de volgende subsidie uitgaven gedaan:

NS sociale Veiligheid: € 3,6 miljoen in 2018 (van in totaal € 10 miljoen in de jaren 2016–2018)

Het doel van de subsidie is een bijdrage aan extra maatregelen voor sociale veiligheid. De bijdrage wordt besteed aan de inzet van flexteams veiligheid na 22.00 uur op zondag t/m woensdag, inhuur van beveiliging op stations en innovatieve toepassingen voor het hele OV. De extra maatregelen zullen bijdragen aan de veiligheid van NS-personeel en andere medewerkers in het OV en aan de veiligheid van de reizigers. Met deze subsidie is budget beschikbaar gesteld voor de maatregel dubbele bemensing (uit het maatregelenpakket 2015) en is uitvoering gegeven aan de motie Van Veldhoven (Kamerstuk 34 550 XII, nr. 43).

Tijdelijke subsidieregeling spoorgoederenvervoer voor bijzondere omleidingskosten: € 0,7 miljoen in 2018

Deze regeling heeft tot doel de marktpositie van het spoorgoederenvervoer ten opzichte van het meer vervuilende goederenvervoer over de weg te handhaven, gedurende de periode dat de Betuweroute door de aanleg van een derde spoor in Duitsland tussen Emmerich en Oberhausen verminderd beschikbaar is. Spoorwegondernemingen worden daardoor geconfronteerd met extra kosten door de omleiding.

NS Intercity Dordrecht Breda: € 2,0 miljoen in 2018 van in totaal € 3,38 miljoen in 2017 en 2018 Het doel van de subsidie is dat de NS hiermee met ingang van dienstregeling 2017 voor een periode van twee jaar een uursverbinding met een Intercity zal realiseren tussen Dordrecht en Breda. De Kamer is hierover op 30 maart 2016 geïnformeerd bij de beantwoording van Kamervragen van lid Bruins (CU) over de intercity Dordrecht-Breda.

Bijdrage exploitatiekosten RE13 Nederlands grondgebied VRR € 0,25 miljoen in 2018 van in totaal € 2,5 miljoen 2017 tot en met 2025.

Belemmeringen voor grensoverschrijdend treinverkeer worden waar mogelijk weggenomen door maatregelen en bijdragen ter stimulering van internationaal personenvervoer. Door deze bijdrage kunnen reizigers veilig, betrouwbaar en betaalbaar reizen van Nederland naar Duitsland en vice versa.

Verder zijn er subsidie-uitgaven gedaan voor het OV-loket en de beleidsondersteuning van ROVER, de ondersteuning van het consumentenplatform Friese Waddenveren (Stichting ROCOV), het landelijk klachtenmeldpunt taxi (Stichting LKT), de OV Klantenbarometer regionaal- en stads- en streekvervoer (Kennisplatform CROW). Doel van deze subsidies is het ondersteunen van reizigers en een loket te organiseren waar zij terecht kunnen.

16.01.03 Bijdrage aan agentschappen

Rijkswaterstaat (RWS) heeft in 2018 in opdracht van IenW werkzaamheden in het kader van beleidsondersteuning en advies (BOA) uitgevoerd. Door middel van de agentschapsbijdrage is hiervoor capaciteit bij RWS gereserveerd.

Het KNMI heeft in 2018 in opdracht van IenW werkzaamheden in het kader van de spoorsector uitgevoerd. Door middel van de agentschapsbijdrage is hiervoor capaciteit gereserveerd.

16.01.04 Bijdrage medeoverheden

Dit betreft de jaarlijkse bijdrage voor de Complete Lijn Uitschakeling (waarbij bijvoorbeeld bij een incident een tracé als geheel wordt uitgeschakeld) en de inzet van de 25kV Spanningstester (CLU+) op de Betuweroute en HSL in het kader van de daartoe gesloten overeenkomst met de betrokken Veiligheidsregio’s.

16.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties

Dit betreft de contributie 2018 aan de Organisation pour les Transports Internationaux Ferroviaires (OTIF). Deze internationale organisatie richt zich vooral op het creëren van een uniform rechtssysteem voor het vervoer van passagiers en vracht per rails.

Extracomptabele Verwijzingen

Extracomptabele verwijzing naar artikel 13 Spoorwegen (x € 1.000)
   

2018

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds

1.900.554

Andere ontvangsten van artikel 13 Spoorwegen

222.780

Totale uitgaven op artikel 13 Spoorwegen

2.123.334

waarvan

   

13.02

Beheer onderhoud en vervanging

1.514.397

13.03

Aanleg

457.267

13.04

Geïntegreerde contractvormen/PPS

141.680

13.07

Rente en aflossing

9.990

13.08

Investeringsruimte

0

Extracomptabele verwijzing naar artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur (x € 1.000)
   

2018

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur van het Infrastructuurfonds

95.049

Andere ontvangsten van artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

2.219

Totale uitgaven op artikel 14 Regionaal, lokale infrastructuur

97.268

waarvan

   

14.01

Grote regionaal/lokale projecten

94.429

14.02

Regionale Mob. Fondsen

0

14.03

RSP-ZZL: Pakket Bereikbaarheid

2.839

Extracomptabele verwijzing naar artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.08 ZuidasDok (x € 1.000)
   

2018

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.08 ZuidasDok van het Infrastructuurfonds

131.350

Andere ontvangsten van artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.08 ZuidasDok

0

Totale uitgaven op artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL-Zuid, 17.07 ERTMS en 17.08 ZuidasDok

131.350

waarvan

   

17.02

Betuweroute

1.599

17.03

Hogesnelheidstrein-Zuid

80

17.07

ERMTS

50.733

17.08

ZuidasDok

78.938

Licence