Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 17 Luchtvaart

Algemene doelstelling

Het versterken van de internationale concurrentiekracht van de Nederlandse luchtvaartsector en het realiseren van een efficiënt, veilig en duurzaam luchtvaartbestel voor goederen, passagiers en omwonenden.

Rollen en verantwoordelijkheden

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving van de kaders en voor het binnen deze kaders (doen) realiseren van de gewenste ontwikkeling van de Nederlandse luchtvaart. De rol «regisseren» heeft betrekking op de volgende taken:

  • Voor een veilig en duurzaam gebruik van netwerken stelt de Minister normen en handhaaft deze. Daarbij valt te denken aan de wetgeving voor het Nieuw Normen- en Handhavingstelsel Schiphol om geluidshinder te beperken. Om de concurrentiekracht van de luchtvaart te versterken streeft de Minister internationaal naar een gelijk speelveld. Daarin passen een actief Nederlands lidmaatschap van de International Civil Aviation Organization (ICAO) en een gerichte bijdrage in de totstandkoming van Europese regelgeving inclusief een actieve rol in agentschappen als de European Aviation Safety Agency (EASA).

  • Voor het in stand houden en versterken van het luchtvaartnetwerk van verbindingen van Nederland met de rest van de wereld zijn internationale overeenkomsten cruciaal (multilateraal en bilateraal). De Minister sluit hiertoe overeenkomsten met de vanuit de Nederlandse luchtvaartpolitiek gezien belangrijke landen.

  • Daarnaast wordt mede vanuit het oogpunt van verbetering van het milieu en van de kwaliteit van de leefomgeving de innovatie en de transitie naar een duurzame luchtvaart bevorderd.

  • IenW zorgt voor de regelgeving op het gebied van marktordening, passagiersrechten, veiligheid, milieu en security. Veel van deze regelgeving komt in internationaal of Europees kader tot stand. In deze kaders levert Nederland een actieve bijdrage gericht op de Nederlandse belangen.

  • De Minister richt zich nationaal en internationaal op het veiligstellen en verbeteren van de inrichting, het beheer en het gebruik van het luchtruim en op de verbetering van de prestaties van de Luchtverkeersleiding Nederland en het Maastricht Upper Area Control Centre, een intensievere samenwerking tussen civiele en militaire luchtverkeersleidingsorganisaties (co-locatie) en een betere samenwerking van internationale luchtverkeersleidingsorganisaties binnen het Functional Airspace Block Europe Central (FABEC).

  • De Minister geeft zoveel mogelijk ruimte voor ondernemerschap, met een maximaal beroep op de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor duurzaamheid en voor een permanente verbetering van de veiligheid middels introductie van veiligheidsmanagement en toezicht gebaseerd op risico’s en veiligheidsprestatie.

  • De Minister richt zich op het veilig stellen van voldoende nationale luchthavencapaciteit en geeft invulling aan de wettelijke taken en verplichtingen ten aanzien van inrichting en gebruik van luchthavens en de omgeving.

  • Voorts zet de Minister in op een intensivering en stroomlijning van de inspanningen van alle overheden, belangenorganisaties en sectorpartijen betrokken bij bovenstaande beleidsopgaven.

  • Tevens draagt de Minister zorg voor een actieve inzet van Nederland in internationale gremia waar discussies worden gevoerd en besluiten worden genomen die van invloed zijn op het Nederlandse (mainport)-beleid, zoals in de Europese Raad van Transportministers.

  • Het behalen van de doelstelling hangt af van de betrokkenheid van en samenwerking met andere overheden en het bedrijfsleven. Daarnaast spelen het innovatieve vermogen van en technologische ontwikkelingen in de luchtvaartsector, de internationale ontwikkelingen en ontwikkelingen in internationale organisaties (EU, Eurocontrol, EASA, ICAO, e.a.) een rol alsmede economische ontwikkelingen in Nederland.

Ten slotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht).

Indicatoren en kengetallen

Indicator: Creëren van luchthavencapaciteit Schiphol
 

Basiswaarde 2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Streefwaarde 2020

Gerealiseerde vliegtuigbewegingen tov plafond 500.000

390.000

386.000

420.000

423.000

426.000

438.300

450.679

479.000

497.000

n.n.b

500.000

 

78%

77%

84%

84%

85%

88%

90%

96%

99%

n.n.b

100%

Bron realisatie: Schiphol Amsterdam Airport, februari 2017Bron streefwaarde: (Kamerstukken II 2014–2015 34 098, nr. 1–3).

Toelichting:

Voor de luchthaven Schiphol is in 2008 tot en met 2020 een plafond aan het aantal vliegtuigbewegingen afgesproken van 500.000 vliegtuigbewegingen per jaar. Met het oog op de netwerkkwaliteit moet binnen dit plafond ruimte blijven voor de ontwikkeling van mainportgebonden verkeer. Het Rijk heeft hierbij de verantwoordelijkheid voor het creëren van capaciteit op de luchthavens Eindhoven en Lelystad.

Er is gewerkt aan het wettelijk verankeren van het Nieuwe Normen- en Handhavingstelsel voor de luchthaven Schiphol (NNHS). De wet waarin dit stelsel is opgenomen, is op 30 maart 2016 gepubliceerd in het Staatsblad, maar nog niet formeel in werking getreden (Staatscourant 30 maart 2016 nr. 119). Het bij de nieuwe wet behorende Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) is nog in voorbereiding. Totdat het in voorbereiding zijnde LVB in werking is getreden, is het nieuwe stelsel formeel nog niet van kracht. Naar verwachting wordt het LVB in 2019 in procedure gebracht.

De gegevens over 2018 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het drukken van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2020.

Indicator: Creëren extra luchthavencapaciteit Eindhoven en Lelystad
   

Basiswaarde 2009

Gerealiseerd t/m 2016

Gerealiseerd t/m 2017

Gerealiseerd

t/m 2018

Streefwaarde 2020

Luchthaven Eindhoven

capaciteit

0

25.000

25.000

25.000

25.000

Luchthaven Lelystad

capaciteit

0

45.000

45.000

45.000

45.000

Bron Eindhoven: Luchthavenbesluit Eindhoven 2014 (Kamerstukken II, 2013–2014, 31 936, nr. 187), Vergunning burgermedegebruik exploitant militaire luchthaven Eindhoven ten behoeve van Eindhoven Airport N.V. (gebruiksjaren 2016 tot en met 2019) (Stcrt, 47829, nr. 28).

Bron Lelystad: Luchthavenbesluit Lelystad (Staatsblad 2015 nr. 130).

Toelichting:

De ontwikkeling van Eindhoven Airport en Lelystad (met in totaal 70.000 extra vliegtuigbewegingen op jaarbasis) vindt plaats zodat Schiphol meer ruimte overhoudt voor mainportverkeer en de concurrentiepositie van Schiphol wordt versterkt, conform het Convenant «Behoud en versterking mainportfunctie en netwerkkwaliteit luchthaven Schiphol».

Begin 2018 zijn Rijk, regio en luchthaven een gezamenlijk traject gestart om te komen tot een toekomstperspectief voor de luchthaven na 2019. Na een analysefase waarbij verschillende onderzoeken zijn uitgevoerd, is in oktober 2018 onder leiding van een onafhankelijke verkenner een Proefcasus Eindhoven Airport gestart. Deze loopt tot april 2019. Bij brieven van 13 juli 2018 en 3 oktober 2018 is de Kamer geïnformeerd over de analysefase en de Proefcasus (Kamerstukken II,31 936, nrs. 513 en 516).

Ten behoeve van de uitbreiding van Lelystad Airport heeft het kabinet een Luchthavenbesluit vastgesteld dat op 1 april 2015 in werking is getreden met een voorziene uitbreiding van de luchthaven voor groot commercieel verkeer: eerst naar 10.000 vliegbewegingen in fase 1 en vervolgens gefaseerd naar maximaal 45.000 vliegbewegingen in fase 3. Op 21 februari 2018 is de Tweede Kamer schriftelijk geïnformeerd over het gewijzigde aansluitroutes na consultatie en de actualisatie van de MER. Tevens is gemeld dat de ingebruikname van de luchthaven Lelystad voor groot commercieel verkeer wordt uitgesteld en in 2020 realistisch wordt geacht. De Commissie voor de m.e.r. heeft positief geoordeeld over de actualisatie van het MER (Kamerstukken II, 31 936, nr. 462 ).

Indicator: Luchthavengelden, ATC-heffingen en overheidsheffingen (aeronautical kosten)

Ranglijst kostenniveau (van hoog naar laag)

Realisatie 2014

Realisatie 2015

Realisatie 2016

Realisatie

2017

Realisatie 2018

Streefwaarde 2016e.v.

London Heathrow (LHR)

1

1

1

1

1

Parijs (CDG)

3

3

4

4

4

Frankfurt (FRA)

2

2

2

2

2

Gatwick

4

4

3

3

5

Schiphol

8

9

9

10

10

< LHR, FRA, CDG

Zürich

5

6

5

5

6

München

6

5

6

6

3

Brussel

9

8

8

8

7

Madrid

7

7

7

7

8

Bron: SEO Benchmark Luchthavengelen en Overheidsheffingen van verschillende jaren.(2014 t.m. 2018)

Toelichting

Onder andere in de Actieagenda Schiphol (Kamerstukken II 2015–2016 29 665, nr. 224) staat dat het belangrijk is dat Schiphol een concurrerend kostenniveau behoudt. Om dit te kunnen vaststellen, vindt jaarlijks een vergelijking plaats van de luchthavengelden, de Air Traffic Control (ATC)-heffingen en de overheidsheffingen op Schiphol en tien concurrerende luchthavens. In deze benchmark wordt berekend wat op de verschillende luchthavens voor een identiek pakket vluchten, dat representatief is voor Schiphol, aan deze kosten betaald zou moeten worden. De resultaten van de laatste benchmark laten zien dat Schiphol medio 2018 op dit vlak de goedkoopste is van de negen onderzochte West-Europese luchthavens in de benchmark. In de benchmark wordt Schiphol ook met de luchthavens Dubai en Istanbul Atatürk vergeleken. Dubai is marginaal duurder dan Schiphol. Istanbul Atatürk is als enige luchthaven goedkoper.

Kengetal: Geluidsbelasting rond Schiphol

Periode

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

grenswaarde TVG

Gedurende het gehele etmaal (Lden)

62,71

62,45

62,55

62,67

62,79

62,81

n.n.b.

63.46 dB(A)

Gedurende de periode van 23.00 tot 7.00 uur (Lnight)

52,47

52,09

52,14

52,53

52,46

52,25

n.n.b.

54.44 dB(A)

Bron: Handhavingsrapportage Schiphol (ILT, 2018) Bron grenswaarde: Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (2004) Kengetallen voor 2018 worden verwacht in de Handhavingsrapportage van 2019.

Toelichting

In het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol zijn voor de luchthaven Schiphol de grenzen gesteld aan de totale hoeveelheid geluid (Totaal Volume Geluid, TVG) dat het vliegverkeer in een jaar mag produceren. De geluidsbelasting van het vliegverkeer moet worden begrensd met op handhavingpunten vastgestelde grenswaarden (aan de baankoppen en bij aanpalende bebouwde kom).

In het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (Staatscourant 30 maart 2016 nr. 119) staat dat de totale hoeveelheid geluid van het luchthavenluchtverkeer bij Schiphol per gebruiksjaar overdag (de Lden) niet meer dan 63,46 dB(A) en voor de nacht (de Lnight) niet meer dan 54,44 dB(A) mag bedragen. IenW stelt de grenswaarden vast maar heeft geen directe invloed op de daadwerkelijk gerealiseerde geluidsbelasting, dat is de verantwoordelijkheid van de sector. Bij dreigende overschrijding wordt door de ILT handhavend opgetreden. De Handhavingsrapportage Schiphol 2017 (Kamerstukken 2017–2018 29 665, nr. 278) van de ILT is aan de Tweede Kamer aangeboden

Voor de jaarlijkse totale risicogewicht score (TRG-score) voor Schiphol in relatie tot de TRG-grenswaarde in het Luchthavenverkeerbesluit wordt verwezen naar de Handhavingsrapportage Schiphol 2017 (Kamerstukken 2017–2018 29 665, nr. 278).

De gegevens over 2018 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het drukken van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2020.

Kengetal: Aantal passagiersbestemmingen waarnaar (> 2 x per jaar) met vnl. geregelde vluchten wordt gevlogen per luchthaven

Luchthaven

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Amsterdam

258

246

253

263

271

266

261

264

263

262

266

272

Frankfurt

288

291

284

283

288

301

286

286

287

290

309

322

London Heathrow

181

177

171

165

174

176

176

179

180

186

203

210

Parijs Charles de Gaulle

260

273

272

271

268

256

258

278

274

290

294

316

Brussel

158

190

183

188

200

190

181

192

190

193

200

204

Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS), op basis van APGdat.

Toelichting:

In deze tabel is het aantal passagiersbestemmingen per luchthaven opgenomen waarvoor geldt dat deze meer dan twee keer per jaar worden aangevlogen. Het aantal bestemmingen is in 2018 op alle luchthavens gestegen. De stijging is het grootst op Parijs Charles de Gaulle (7%) en het laagst op Schiphol en Brussel (beide 2%).

Kengetal: Aantal vliegtuigbewegingen, passagiers en vrachttonnage per luchthaven
 

2007

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Vliegbewegingen (x 1.000)

                       

Amsterdam

436

428

391

386

420

423

426

438

451

479

497

499

Frankfurt

485

480

458

458

481

476

466

463

457

453

465

501

London Heathrow

476

473

460

449

476

471

470

471

472

473

474

476

Parijs Charles de Gaulle

544

551

518

492

507

491

472

465

469

473

476

481

Brussel

241

236

212

205

214

206

199

214

221

207

221

218

Passagiers (in miljoenen)

                       

Amsterdam

48

47

44

45

50

51

53

55

58

64

68

71

Frankfurt

54

53

51

53

56

57

58

59

61

61

64

69

London Heathrow

68

67

66

66

69

70

72

73

75

76

78

80

Parijs Charles de Gaulle

60

61

58

58

61

61

62

64

66

66

69

72

Brussel

18

19

17

17

19

19

19

22

23

22

25

26

Vracht (x 1.000 ton)

                       

Amsterdam

1.610

1.568

1.286

1.512

1.524

1.483

1.531

1.633

1.621

1.662

1.731

1.716

Frankfurt

2.074

2.021

1.808

2.199

2.133

1.986

2.016

2.051

1.993

2.029

2.109

2.087

London Heathrow

1.314

1.401

1.278

1.473

1.484

1.465

1.423

1.499

1.497

1.541

1.698

1.685

Parijs Charles de Gaulle

2.053

2.039

1.819

2.177

2.088

1.950

1.876

1.896

1.861

1.953

2.011

1.987

Brussel

762

659

449

476

475

459

430

454

463

464

513

532

Bron: Amsterdam Airport Schiphol (AAS / ACI)

Toelichting

Bovenstaande kengetallen geven het verkeer (vliegtuigbewegingen) en vervoer (passagiers en vracht) op Schiphol weer in vergelijking met andere grote Noordwest-Europese luchthavens. Op alle luchthavens zijn de aantallen vliegtuigbewegingen en passagiers in 2018 gestegen. De stijging is het grootst op Frankfurt (8%). Hierdoor levert Schiphol de koppositie in 2016 en 2017 voor wat betreft het aantal vliegtuigbewegingen in en staat in 2018 op de tweede plaats. Qua passagiers handhaaft Schiphol zijn derde positie. Met uitzondering van Brussel daalt het aantal tonnen vervoerde vracht in 2018 op alle luchthavens. Ook hier blijft Schiphol op de derde plaats staan.

De jaarlijkse Monitor Netwerkkwaliteit en Staatsgaranties van SEO Economisch Onderzoek geeft een beeld van de ontwikkeling van de netwerkkwaliteit op Schiphol ten opzichte van enkele concurrerende luchthavens. Daarnaast wordt in de monitor het netwerk van Air France KLM vanaf Schiphol vergeleken met dat vanaf Parijs Charles de Gaulle. Zo wordt de naleving van de staatsgaranties gevolgd die in het kader van de fusie van KLM met Air France zijn afgesproken. De monitor richt zich op de kwaliteit van de directe verbindingen vanaf luchthavens («directe connectiviteit»), de verbindingen vanaf luchthavens met een overstap onderweg («indirecte connectiviteit») en de huboperatie op luchthavens («hubconnectiviteit»).

Uit de monitor 2018 blijkt dat de groei van de directe en indirecte connectiviteit en ook de hubconnectiviteit op Schiphol in vergelijking met voorgaande jaren bescheiden is. Volgens SEO is dit vermoedelijk een gevolg van de capaciteitschaarste waar Schiphol sinds dit jaar mee kampt. Van de zeven onderzochte luchthavens biedt Schiphol het minste aantal nieuwe bestemmingen aan ten opzichte van 2017. De directe connectiviteit en de hubconnectiviteit op Schiphol is in 2018 lager dan op Frankfurt, maar hoger dan op de andere luchthavens. Hiermee heeft Schiphol nog steeds een omvangrijk netwerk en blijft Schiphol een belangrijke overstapluchthaven. Frankfurt blijft de grootste concurrent van Schiphol in termen van netwerkoverlap.

Het directe netwerk van Air France op Parijs Charles de Gaulle is in 2018 voor het eerst sinds 2010 sterker gegroeid dan het netwerk van KLM op Schiphol. De hubconnectiviteit van KLM groeide in 2018 op Schiphol nog wel sterker dan van Air France op Parijs Charles de Gaulle. De vrachtcapaciteit van KLM op Schiphol is in 2018 verder afgenomen. Op Parijs Charles de Gaulle is deze van Air France toegenomen.

Kengetal: Gemiddelde EU-brede vertraging per en-route vlucht toe te rekenen aan Air Traffic Management (in minuten)

Kengetal: Gemiddelde vertraging per vlucht toe te rekenen aan Air Traffic Management (in minuten)

     

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Taakstelling vanaf 2000 met herijking voor 2002–2006

0,7

0,6

0,5

0,5

0,5

0,5

0,5

Gerealiseerd

0,63

0,54

0,61

0,76

0,91

0,94

n.n.b

Bron: Performance Review Body, Performance Monitoring Dashboard – realisatie 2018 verwacht in mei 2019.

Toelichting:

Het Rijk heeft geen directe invloed op het aantal minuten vertraging in het Europese luchtruim. Dit kengetal is een internationaal gemiddelde en wordt bepaald door operationele factoren, zoals capaciteitsplanning, human resource management, weersomstandigheden en stakingen. Dit kengetal geeft wel een beeld van de efficiëntie van het luchtvaartbestel.

De gegevens over 2018 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het drukken van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2020.

Kengetal: Gemiddelde ATFM-vertraging per vlucht
 

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Grenswaarde

               

Gemiddelde ATFM-vertraging (en route en airport) per vlucht in minuten per vlucht

1

1

1

1

2

2

2

2

Gerealiseerd

               

Gemiddelde ATFM-vertraging (en route en airport) per vlucht in minuten per vlucht

0,9

0,78

0,68

0,94

       

Gerealiseerd

               

Gemiddelde ATFM-vertraging (airport) per vlucht in minuten per aankomende vlucht volgens PRB methode

1,81

1,41

1,34

1,89

2,91

2,00

3,22

n.n.b

Bron: Luchtverkeersleiding Nederland 2017 – realisatie 2018 verwacht in mei 2019.

Toelichting:

Dit kengetal heeft betrekking op de gemiddelde vertraging op Nederlandse luchthavens. Het merendeel van de vertragingen treedt op in de terminalfase van een vlucht en wordt veroorzaakt door weersomstandigheden (storm, mist, sneeuw) die een direct negatief effect hebben op de afhandeling van de starts en landingen in de vluchtfase beneden een hoogte van een kilometer. Beperkte aantallen vliegtuigopstelplaatsen en werkzaamheden op de luchthaven kunnen ook vertragingen veroorzaken.

LVNL hanteert met ingang van 2015 dezelfde systematiek als de Performance Review Body om vertragingen te meten. Verder heeft LVNL in 2015 de vertragingswaarden vanaf 2010 herberekend volgens de PRB systematiek om de effecten van de wijziging van de meetsystematiek transparant weer te geven. Er is uitsluitend sprake van een technische wijziging in de meetsystematiek zonder een beleidsmatige impact.

De gegevens over 2018 waren nog niet beschikbaar ten tijde van het drukken van dit jaarverslag. De informatie zal aan de Tweede Kamer worden aangeboden bij de begroting 2020.

Beleidsconclusies

Het op artikel 17 uitgevoerde beleid is in hoge mate conform hetgeen in de begroting 2018 is opgenomen. Dit wordt hieronder nader toegelicht. Er zijn verschillen ontstaan tussen de begroting en de gerealiseerde budgetten op dit artikel. Deze verschillen worden nader verklaard in de financiele toelichting onderhet kopje «budgettaire gevolgen van beleid».

De capaciteit voor luchtvaart in Nederland is schaars en luchtvaart brengt op dit moment en op middellange termijn een belasting van het milieu met zich mee. Daarom is de beleidsinzet er op gericht om de beschikbare capaciteit zo efficiënt mogelijk te benutten en zo veel mogelijk in te zetten ter ondersteuning van de hubfunctie van Schiphol. In 2018 is voor de Luchtvaartnota 2020–2050 en de ORS-adviezen een breed participatietraject ingericht om maatschappelijke issues rondom luchtvaart op te halen. Tevens zijn belangrijke stappen gezet in voorbereiding op het wettelijk verankeren van het Nieuw Normen- en handhavingsstelsel. De feitenbasis hiervoor betreft diverse onderzoeken op het gebied van veiligheid, geluid en economie en is in 2018 grotendeels afgerond.

Daarnaast is het plafond van nachtvluchten op Schiphol van 32.000 vliegtuigbewegingen per jaar verankerd in het Luchthavenverkeersbesluit Schiphol. Ook is in 2018 gewerkt aan de verdere vormgeving van het selectiviteitsbeleid. Er is een verkeersverdelingsregel ontwikkeld en genotificeerd bij de Europese Commissie die toeziet op een capaciteitsverdeling tussen Schiphol en Lelystad Airport. Omdat deze regel in december 2018 niet haalbaar bleek, wordt gewerkt aan een alternatief.

Voorts is de Tweede Kamer op 21 februari 2018 geïnformeerd over de gewijzigde planning voor Lelystad Airport (Kamerstukken 31 936, nr. 462). Aangegeven is dat een aantal stappen genomen moet worden, waaronder het wijzigen van het Luchthavenbesluit, en dat de opening van Lelystad Airport in 2020 realistisch is. Op 14 december heeft het kabinet ingestemd met het verder in procedure brengen van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Luchthavenbesluit Lelystad, waarover de Tweede Kamer is geïnformeerd (Kamerstukken 31 396, nr. 535).

In het kader van de Luchtvaartnota en de Luchtruimherziening is in 2018 een breed participatietraject ingericht om te luisteren wat er in de verschillende landsdelen van Nederland speelt rondom luchtvaart en om maatschappelijke issues op te halen. De opbrengst hiervan is gedeeld met de Kamer (Kamerstukken II 2018–2019, 31 936, nr. 570).

Begin 2018 is het project luchtruimherziening van start gegaan. De doelen van de luchtruimherziening zijn verruiming van civiele en militaire capaciteit in het luchtruim, efficiënter gebruik en beheer van het luchtruim en vermindering van de impact van vliegroutes op de omgeving. In 2018 is gewerkt aan de opzet en de aanpak van het project en is de onderzoeksfase gestart waarin het ophalen en in beeld brengen van de behoeften en knelpunten van de betrokkenen centraal stond. In december 2018 is de Kamer hiervan op de hoogte gebracht in de voortgangsbrief Luchtruimherziening (Kamerstukken II 2018–2019, 31 936, nr. 551).

Op 22 december 2017 is de rapportage van de beleidsdoorlichting artikel 17 Luchtvaart aan de Tweede Kamer gestuurd. In de begeleidende Kamerbrief (Kamerstukken II 2017–2018 32 861, nr. 28) waren twee vervolgstappen aangekondigd: ten eerste aanscherping van de in artikel 17 Luchtvaart opgenomen doelen, kengetallen en indicatoren en ten tweede een daaruit voortvloeiende evaluatieagenda met een planning voor beleidsmonitors en -evaluaties voor de komende doorlichtingsperiode die loopt tot 2022. De invulling van deze vervolgstappen zal parallel lopen met het traject van de nieuwe Luchtvaartnota, zodat deze met elkaar in overeenstemming zijn (Kamerstukken II 2018–2019 31 936, nr. 526). De Luchtvaartnota wordt naar verwachting eind 2019 aan de Tweede Kamer aangeboden.

Budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van budgettaire gevolgen van beleid artikel 17 Luchtvaart (x € 1.000)
         

Realisatie

Begroting

Verschil

 
 

2014

2015

2016

2017

2018

2018

2018

 

Verplichtingen

17.542

19.220

30.324

12.483

20.877

38.305

– 17.428

1

Uitgaven

20.201

21.288

27.440

14.982

21.913

15.162

6.751

 

17.01 Luchtvaart

20.201

21.288

27.440

14.982

21.913

15.162

6.751

 

17.01.01 Opdrachten

6.727

5.651

8.587

7.187

12.458

4.926

7.532

2

Opdrachten GIS

1.598

1.401

3.170

1.766

2.436

284

2.152

 

– Overige Opdrachten

5.129

4.250

5.417

5.421

10.022

4.642

5.380

 

17.01.02 Subsidies

2.284

2.423

8.455

6.365

3.214

3.474

– 260

 

– Overige Subsidies

2.284

2.423

8.455

6.365

3.214

3.474

– 260

 

17.01.03 Bijdragen aan agentschappen

10.071

12.068

9.040

108

4.244

5.186

– 942

 

– Waarvan bijdrage aan RWS (Caribisch Nederland)

10.000

12.010

8.955

0

4.082

4.748

– 666

 

– Waarvan bijdrage aan RWS

48

35

71

88

148

424

– 276

 

– Waarvan bijdrage aan KNMI

23

23

14

20

14

14

0

 

17.01.04 Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

779

0

779

 

– Bijdrage Caribisch Nederland

0

0

0

0

779

0

779

 

17.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties

1.119

1.146

1.281

1.247

1.141

1.476

– 335

 

17.01.06 Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

0

0

77

75

77

100

– 23

 

– LVNL

0

0

77

75

77

100

– 23

 

Ontvangsten

38.168

31.354

8.392

1.237

1.611

1.115

496

 

Financiële Toelichting

Onderstaand wordt op het niveau van financieel instrument een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie, zie voor de gehanteerde norm de toelichting «normering jaarverslag» zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • De lagere verplichtingen realisatie van € 17,4 miljoen is ontstaan doordat in de begroting 2018 rekening was gehouden met het aangaan van een garantieverplichting in 2018 voor de aanschaf van nieuwe vliegtuigen door Winair. De orkaan Irma heeft ook voor Winair grote gevolgen gehad. Naast grote schade aan de gebouwen, moest ook het aantal vluchten aanzienlijk worden ingekrompen door een substantieel verminderde passagiersvraag en omzet. Voor Winair was daardoor het investeren in nieuwe vliegtuigen in 2018 niet mogelijk. Bij Miljoenennota heeft daarom een verplichtingenschuif voor de te verlenen garantie plaatsgevonden van 2018 naar 2019.

  • De hogere realisatie van de opdrachten van € 7,5 miljoen heeft betrekking op het volgende.

    • Opdrachten Geluidsisolatie Schiphol (GIS) (€ 2,2 miljoen): er zijn meer uitgaven gedaan in de aankoop van percelen van eigenaren met een grondpositie in het geluids- en veiligheidssloopzone Schiphol en de voor de behandeling en uitbetaling van schadeclaims. Hiertoe is het opdrachtenbudget bij Miljoenennota en Najaarsnota opgehoogd met respectievelijk € 1,2 miljoen en € 1,0 miljoen.

    • Programma Schiphol (€ 2,5 miljoen): ten behoeve van de integrale beleidsvorming Schiphol zijn de volgende extra uitgaven gedaan in 2018. Voor de uitvoering van toezichtstaken door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) is € 0,5 miljoen overgeboekt naar het Ministerie van EZK. De BARIN (Board of Airline Representatives In the Netherlands) en IenW hebben overeenstemming bereikt over een totaalbedrag van € 4 miljoen aan kosten dat kan worden toegeschreven aan ondoelmatige en ontijdige besluitvorming bij het Schadeschap Luchthaven Schiphol in de periode 2007–2011. De helft is in 2018 betaald de andere helft wordt in 2019 betaald.

    • Voorbereiding en besluitvorming Lelystad Airport (€ 1,65 miljoen): er zijn extra uitgaven gedaan voor de MER-actualisatie, de organisatie van een belevingsvlucht en voor gevelisolatie van nabijgelegen woningen.

    • Omgevingsmanagement (€ 0,1 miljoen): om de wederzijdse betrokkenheid van belanghebbenden in het luchtvaartdossier te versterken, zijn de regio’s betrokken bij de voorbereiding van de Luchtvaartnota en de Luchtruimherziening.

    • Opdrachten Caribisch Nederland (€ 1,3 miljoen): voor het herstel van de orkaanschade van september 2017 zijn er op Saba middelen besteed aan opdrachten voor het herstel van de luchthaveninfrastructuur en het communicatiesysteem, op Sint Eustatius zijn de middelen voornamelijk ingezet voor de aanpak van de erosieproblematiek.

17.01 Luchtvaart

Toelichting op de financiële instrumenten

17.01.01 Opdrachten

Opdrachten Geluidsisolatie Schiphol (GIS) en Schadeclaims Schiphol

Het grootste deel van de uitgaven die in 2018 zijn gedaan hadden betrekking op de aankoop van percelen van eigenaren met een grondpositie in het geluids- en veiligheidssloopzone Schiphol (GIS) binnen het Luchthaven indelingsbesluit, daarnaast hadden de uitgaven betrekking op de behandeling en uitbetaling van schadeclaims.

Bij Miljoenennota en Najaarsnota heeft hiertoe een ophoging van het opdrachtenbudget plaatsgevonden met respectievelijk € 1,2 miljoen en € 1,0 miljoen.

Overige opdrachten

1. Programma Schiphol

De ontwikkelingen op het luchtvaartdossier vragen om een integrale benadering voor de beleidsvorming over Schiphol. Omdat hiervoor een stevige extra inzet nodig is, is in 2018 een project Schiphol ingericht waarin een integrale aanpak wordt ontwikkeld voor de luchthaven waarbij de schaarse luchthavencapaciteit zo goed mogelijk wordt benut. Een selectieve en duurzame ontwikkeling van Schiphol en een daarbij passende operationele capaciteit en fysieke bereikbaarheid staan daarbij centraal.

2. Normen en handhavingsstelsel

De ontwikkeling van Schiphol tot en met 2020 vindt plaats binnen de aan de Alderstafel afgesproken kaders. Het budget is besteed aan opdrachten ten behoeve van de implementatie van het nieuwe normen- en handhavingsstelsel voor Schiphol en de voorbereiding van de aanpassing van de wet- en regelgeving en het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB)/ Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB).

3. OVV-follow-up

In april 2017 heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) het rapport Veiligheid vliegverkeer Schiphol gepubliceerd. Het ministerie heeft in 2018 gewerkt aan de implementatie van de aanbevelingen van de OVV conform de aanpak zoals beschreven in de brief van het ministerie aan de OVV van 11 oktober 2017 (Bijlage bij Kamerstukken II 2017–2018, 29 665, nr. 242). Met deze aanpak versterkt het ministerie de rol als eindverantwoordelijke voor de veiligheid.

4. Lelystad

In 2018 heeft het ministerie een project ingericht ter realisatie van de opening van Lelystad Airport. Ter voorbereiding van besluitvorming over Lelystad Airport zijn kosten gemaakt. Voor de MER-actualisatie en het uitvoeren van contraexpertise daarop zijn opdrachten verleend aan externe bedrijven. Ook zijn kosten gemaakt om een belevingsvlucht te realiseren en het geluid van die vlucht te meten. Bij Miljoenennota is hiervoor € 0,9 miljoen aan het opdrachtenbudget toegevoegd. Daarnaast is de gevelisolatie van een aantal nabijgelegen woningen gerealiseerd, hiervoor is bij Najaarsnota € 0,75 miljoen aan het opdrachtenbudget toegevoegd.

5. Nadere uitwerking luchtruimvisie en civiel-militaire samenwerking

Na de realisatie van de co-locatie in december 2017 hebben LVNL en CLSK in 2018, in samenspraak met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Defensie, de mogelijkheden van verdere intensivering van hun samenwerking verkend. Resultaat van deze verkenning is dat beide organisaties de wens hebben uitgesproken de komende paar jaar toe te werken naar volledige integratie van de gezamenlijke dienstverlening binnen de LVNL-organisatie. Daarmee zal ook voor het lagere luchtruim (beneden 24.500 voet) sprake zijn van één (civiel-militaire) luchtverkeersleidingsorganisatie. De beide organisaties zijn gevraagd om het voornemen uit te werken in een programmaplan ter verdere besluitvorming in 2019. De kamer is bij brief van 17 december 2018 (Kamerstukken 208–2018, 31 936, nr. 571) over dit voornemen geïnformeerd.

6. Omgevingsmanagement

Het omgevingsmanagement is gericht op het versterken van de wederzijdse betrokkenheid van belanghebbenden in het luchtvaartdossier in de beleidsvoorbereiding vanuit het Ministerie. In 2018 is aanvulling op de formele participatie in de vorm van inspraak op procedures en geïnstitutionaliseerde adviesorganen een impuls gegeven. Er is:

  • Gerichte inzet geleverd aan overleg met bestuurders en belangengroepen rond Lelystad.

  • Een pilot opgezet in de regio Eindhoven om breed de toekomst van de luchthaven te bespreken.

  • In bestuurlijk overleg met provincies en gemeenten afspraken gemaakt over de betrokkenheid in de voorbereiding van de Luchtvaartnota en de Luchtruimherziening.

  • In 9 regionale Luchtvaartgesprekken met ongeveer 500 deelnemers besproken welke onderwerpen die in de Luchtvaartnota en Luchtruimherziening een plek moeten krijgen.

  • Inzicht opgedaan uit gesprekken met themagroepen, online-enquêtes en focusgroepen.

De resultaten zijn in een Bloemlezing bij de Kamerbrief over de Luchtvaartnota (Kamerstukken II 2018–2019 nr. 31 936 nr. 570) aan de Kamer gemeld. Bij Miljoenennota is hiervoor € 0,1 miljoen toegevoegd aan het opdrachtenbudget.

7. State Safety Programme

In 2018 is de nieuwe versie van het SSP Actieplan (versie 2019) vastgesteld en is in 2018 begonnen met de in 2019 vast te stellen State Safety Programme versie 2020–2024.

8. Verminderen risico op vogelaanvaringen

Op basis van het convenant Reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol 2016–2018 zijn er, in samenwerking met de convenantpartijen, in 2018 diverse maatregelen genomen om het vogelaanvaringsrisico te verminderen. Een maatregel om het foerageren te beperken is de toepassing van alternatieve gewassen voor de graanteelt. Hiervoor is een proef getart met stroken miscanthus (olifantsgras) langs akkers. Voor de uitvoering van het ganzenbeheer ten behoeve van de vliegveiligheid in de regio rondom Schiphol, is door de Faunabeheereenheid Noord-Holland het Ganzenbeheerplan omgeving Schiphol 2018–2024 vastgesteld. Voor het bevorderen van informatie uitwisseling over de vogelaanvaringsproblematiek en mensen met elkaar in contact te brengen is in 2018 is voor het eerst een bijeenkomst georganiseerd van het Nederlands Comité Vogelaanvaringen.

9. Opdrachten Caribisch Nederland

Bij Incidentele suppletoire begroting inzake Wederopbouw Saba en Sint Eustatius is € 1,7 miljoen aan middelen aan de begroting toegevoegd voor het herstellen van de orkaanschade van september 2017. (Bij Miljoenennota is hiervan € 0,4 miljoen naar 2019 doorgeschoven.) De middelen voor opdrachten Caribisch Nederland voor Saba zijn ondermeer besteed aan opdrachten voor het herstel van de luchthaveninfrastructuur en communicatiesystemen. Voor Sint Eustatius zijn de middelen voornamelijk ingezet voor de aanpak van de erosieproblematiek. Aan een extern bedrijf is daarvoor opdracht verstrekt voor onderzoek naar de oorzaken van de erosie en het doen van voorstellen voor de aanpak daarvan. In de loop van 2019 en 2020 zullen deze voorstellen tot uitvoering worden gebracht. Daarnaast zijn voor beide eilanden enkele kleinere opdrachten verstrekt.

10. KDC

De Stichting Knowledge & Development Center (KDC) levert kennis om innovatieve oplossingen te vinden voor de duurzame ontwikkeling van de Mainport Schiphol. In het KDC werken de partners KLM, Schiphol en Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) samen met universiteiten en kennisinstellingen om de operationele processen op en rond Schiphol te innoveren, zowel op de grond als in de lucht

In 2018 heeft KDC projecten uitgevoerd gericht op een betere voorspelbaarheid van de verkeersstromen en de luchthaven capaciteit, betere weerverwachting voor het ijsvrij maken van vliegtuigen en er is gewerkt aan de procesverbetering voor de introductie van nieuwe concepten in de praktijk. De structurele verbinding met de Technische Universiteit Delft en Hogeschool van Amsterdam leverde een flink aantal studenten dat de opleiding heeft afgerond door te werken aan research voor de luchtvaart.

17.01.02 Subsidies

Versneld onderwerken graanresten ten behoeve van reduceren risico vogelaanvaringen Schiphol

Eén van de sporen in de aanpak om het risico van vogelaanvaringen op Schiphol te reduceren is het beperken van voedselaanbod. Er is een subsidieregeling voor het bijdragen aan het versneld onderwerken van de graanresten na de oogst in een deel van de Haarlemmermeerpolder. Het doel van de regeling is het aantrekken van foeragerende ganzen te verminderen. De regeling is verlengd tot 2023. In 2018 is door de 74 agrariërs die deelnemen aan de onderwerkregeling, 1.920 hectare graanakker versneld ondergewerkt. In 2018 is ruim € 1,5 miljoen uitgegeven aan deze subsidieregeling.

Omgevingsraad Schiphol en commissies regionaal overleg

IenW draagt financieel bij aan de activiteiten van de Omgevingsraad Schiphol (ORS). Dit onafhankelijke overleg- en adviesorgaan verenigt bewoners, regionale en lokale overheden en luchtvaartpartijen met als doel om de hinder van Schiphol zoveel mogelijk te beperken en een optimaal gebruik van de luchthaven te bevorderen. In 2018 is € 0,4 miljoen als subsidie verstrekt.

Aan de commissies voor regionaal overleg van de luchthavens van nationale betekenis Lelystad en Maastricht is in 2018 per commissie een rijksbijdrage van € 0,04 miljoen verstrekt.

Subsidie Klachtentelefoon Luchtverkeer Limburg

IenW heeft in 2018 een subsidie beschikbaar gesteld van € 0,1 miljoen aan de Stichting Klachtentelefoon Luchtverkeer Limburg voor de behandeling van klachten over de vliegbasis Geilenkirchen (AWACS) en de andere buitenlandse luchthavens in de grensregio met Limburg (Weeze-Niederrhein, Luik-Bierset). Aangezien het hier gaat om buitenlandse luchthavens die milieueffecten hebben op Nederlands grondgebied is hiertoe besloten in het belang van de informatievoorziening aan de omgeving.

Verbeteren luchtvaartveiligheid Zuidoost Afrika

In 2018 is € 0,05 miljoen beschikbaar gesteld aan de stichting AviAssist ten behoeve van het verbeteren van de luchtvaartveiligheid in de regio Zuidoost-Afrika. IenW heeft het initiatief genomen om te zorgen dat in die regio kennis over luchtvaartveiligheid wordt gedeeld, maar vooral goed gebruikt. Hiermee wordt invulling gegeven aan de doelstellingen ten aanzien van luchtvaartveiligheid zoals neergelegd in het State Safety Programme.

Incidentele subsidies

Corporate Biofuel Programme

IenW is per 1 oktober 2016 toegetreden tot het KLM Corporate Biofuel Programme. De bijdrage van € 0,2 miljoen aan het programma wordt door KLM voor 100% gebruikt om duurzame biokerosine in te kopen en draagt daarmee bij aan de vergroening van de luchtvaartsector en het verduurzamen van het reisbeleid van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Door de inzet van biokerosine worden vluchten van medewerkers van IenW verduurzaamd en daarmee hun CO2 footprint verkleind.

Ondersteuning luchtverkeersdienstverlening Bonaire

Om een onaanvaardbare stijging in de tarieven voor het gebruik van luchtverkeersdienstverlening op en rond Bonaire International Airport te voorkomen, zal IenW een deel van de kosten voor het leveren van de dienst door Dutch Caribbean Air Navigation Service Provider (DC-ANSP) dekken via subsidiering. Zonder deze bijdrage zouden de tarieven dusdanig sterk stijgen dat een mogelijke verstoring van de markt zal optreden, met bijbehorend negatief effect op de lokale gemeenschap. In 2018 heeft IenW hiervoor een subsidie van € 0,8 miljoen aan DC-ANSP verstrekt.

Subsidie luchthaven Twente

Area Development Twente (ADT) ontvangt van IenW een subsidie van maximaal € 0,9 miljoen voor het doen van luchtzijdige investeringen voor de ontwikkeling van luchthaven Twente (onder de voorwaarde dat de bijdrage voldoet aan de regels voor staatssteun) en voor het laten uitvoeren van een onderzoek naar de mogelijkheden voor een remote tower concept voor luchtverkeersdienstverlening. Deze subsidie vloeit voort uit het amendement Koopmans (Tweede Kamer 2007–2008, 31 200 XII, nr. 60) en geeft invulling aan de afspraken uit de Bestuursovereenkomst Gebiedsontwikkeling Vliegveld Twente (Bijlage bij Tweede Kamer, vergaderjaar 2009–2010, 31 936, nr. 17).

Het deel van de subsidie dat betrekking heeft op het onderzoek voor een remote tower concept is in 2017 in voorschot verstrekt en wordt in 2019 vastgesteld. De verstrekking van het overige deel van de subsidie ten behoeve van de luchthaven Twente heeft niet meer in 2018 plaatsgevonden.

Subsidie Actieprogramma Elektrisch/Hybride Vliegen

Om de elektrificatie in de luchtvaart te stimuleren wordt gewerkt aan de contouren van een Nationaal Actieprogramma Elektrisch/Hybride Vliegen. Het e-Platform Duurzaam Vliegen maakt het onderdeel Kleine Luchtvaart van het Actieprogramma en Lucht- en Ruimtevaart Nederland (LRN) het onderdeel Internationale Luchtvaart. Zowel aan het e-Platform als aan de LRN is een subsidie van € 0,05 mln. verstrekt, zodat zij in de gelegenheid worden gesteld om onderdelen van het Actieprogramma te maken.

17.01.03 Bijdrage aan agentschappen

Dit betreft voornamelijk de bijdrage die aan RWS ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van de masterplannen luchthavens Caribisch Nederland gericht op het wegwerken van de tekortkomingen ten aanzien van de internationale regelgeving.

17.01.04 Bijdrage aan medeoverheden

Dit betreft de bijdrage aan het Openbaar Lichaam Saba voor compenserende maatregelen tijdens de tijdelijke sluiting van de baan Saba (€ 0,5 miljoen) en herstel van de luchthaven Saba na de orkanen (€ 0,3 miljoen).

17.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties

Voor de jaarlijkse contributie aan de International Civil Aviation Organization, aan het hiertoe opgezette samenwerkingsverband binnen ABIS (de ABIS-groep vertegenwoordigt de burgerlijke luchtvaartautoriteiten van Oostenrijk, België, Nederland, Luxemburg, Ierland, Zwitserland en Portugal), en aan de European Civil Aviation Conference (ECAC) is in 2018 een bedrag uitgegeven van € 1,1 miljoen, waarvan € 1,0 miljoen via de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS).

17.01.05 Bijdragen aan ZBO’s (LVNL)

Ten behoeve van het geschikt maken van de Soesterbergradar voor burgermedegebruik is een bijdrage van € 0,08 miljoen verstrekt aan de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL).

Garantie LVNL

Het luchtvaartbegeleidingssysteem van de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) nadert het einde van zijn technische levensduur en dient te worden vervangen. Het proces hiertoe is inmiddels in volle gang. Daarnaast wordt gewerkt aan een uitbreiding van de huisvesting die in 2019 gereed zal zijn voorzien.

Ontvangsten

De ontvangsten betreffen met name de ontvangsten Eurocontrol internal tax, zijnde het verschil tussen de ontvangsten afkomstig van Eurocontrol voor de luchtdienstverlening boven FL 245 (het hogere luchtruim) en de door de LVNL namens de Staat der Nederlanden aan Eurocontrol betaalde contributies inzake Eurocontrol en Maastricht Upper Area Control Center (MUAC). Deze ontvangst wordt ingezet voor een subsidie om een onaanvaardbare stijging in de tarieven voor het gebruik van luchtverkeersdienstverlening op en rond Bonaire International Airport te voorkomen. Daarnaast betreft het ontvangsten van de ACM die de kosten van haar toezichtstaken deels aan de sector doorbelast.

Licence