Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba

De missie van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba is het optimaal ondersteunen van de Gouverneur in de uitoefening van zijn taken. Gezien deze ondersteunende rol zijn de taken van het kabinet een afgeleide van de wettelijke taken en bevoegdheden van de Gouverneur. De belangrijkste taken en bevoegdheden zijn opgenomen in het Statuut voor het Koninkrijk, de Staatsregeling van Aruba en het Reglement van de Gouverneur. Verder is de regelgeving voor naturalisatie, paspoorten en visa van belang (de rijkswet op het Nederlanderschap, de Paspoortwet, de Paspoortuitvoeringsregeling Nederlandse Antillen en Aruba en de visuminstructies van de Minister van Buitenlandse zaken en de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie). De taken en inrichting van het kabinet zijn vastgelegd in een instellings- en beheersbesluit, alsmede een organisatie en formatieplan.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.7

De bestuurlijke rol van de Gouverneur zowel binnen Aruba als landsorgaan, als in relatie tot het Koninkrijk als Koninkrijksorgaan brengt met zich mee dat op het hele werkveld van deze overheden contacten worden onderhouden, ook door het kabinet ten behoeve van de Gouverneur met de Staten van Aruba, met Ministers, andere bestuurders en instituties in het Koninkrijk, Aruba en Nederland. De relaties met de Gouverneurs van Sint-Maarten en van Curaçao zijn geïnstitutionaliseerd en worden onderhouden.

Met name bij de uitvoering van rijkswetgeving werkt het kabinet samen met verschillende Ministeries, agentschappen en diensten. Dit zijn in het bijzonder de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Binnen het land Aruba heeft het kabinet intensief contact met de Staten, de Raad van Ministers, de Hoge Colleges van Staat en met overige landsdiensten. De Gouverneur van Aruba heeft de procedure van de aanvraag en uitgifte van nationale paspoorten aan ingezetenen van Aruba deels gemandateerd aan de Dienst Bevolking en Burgerzaken (Censo).

Er zijn in 2019 geen beleidswijzigingen geweest.

Tabel 14 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Kabinet van de Gouverneur van Aruba (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

2.000

1.978

2.006

1.876

2.399

1.855

544

        

Uitgaven

2.000

1.978

2.006

1.876

2.399

1.855

544

6.1 Apparaat van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba

2.000

1.978

2.006

1.876

2.399

1.855

544

        

Ontvangsten

66

97

100

89

108

60

48

Tabel 15 Specificatie apparaatsuitgaven artikel 6
 

2019

Totaal apparaat

2.0481

waarvan personeel

 

Eigen personeel

1.154

Externe inhuur

135

Overig personeel

160

  

waarvan materieel

599

1

afwijking ten opzichte van de budgettaire tabel betreft koersverschillen.

6.1 Apparaat van het Kabinet van de Gouverneur van Aruba

Het Kabinet van de Gouverneur van Aruba is de laatste jaren niet tot volledige uitputting van het budget gekomen door onder andere het uitblijven van doorbelastingen van loonkosten en uitzendvergoedingen van uitgezonden medewerkers, het uitstellen van vervangingsinvesteringen en een vertraging in het nodige onderhoud van gebouwen en installaties.

In 2019 is ervoor gezorgd dat de loonkosten en uitzendvergoedingen van de reeds in 2018 vertrokken uitgezonden krachten betaald konden worden. Tevens is in 2019 een begin gemaakt met onderhoud van gebouwen en het realiseren van vervangingsinvesteringen.

De overschrijding van het uitgavenbudget vindt zijn oorzaak met name in de betaling van de loonkosten en uitzendvergoedingen van drie in 2018 vertrokken uitgezonden medewerkers. Hier was een bedrag van € 198.000 mee gemoeid.

De verrekening van onderwijskosten met een reeds in 2018 vertrokken uitgezonden kracht heeft nog niet plaats kunnen vinden. De verrekening zal naar verwachting in 2020 plaatsvinden.

De restantgelden van de twee stichtingen zijn in 2019 niet aangewend voor maatschappelijke/sociale doelen. Er wordt bezien op welke manier deze stichtingen kunnen worden opgeheven.

Ontvangsten

In 2019 is een niet in gebruik zijnde oude balansrekening afgeboekt (€ 18.000), daartegenover zijn twee oude/oninbare vorderingen afgeboekt (€ 4.000). De stand van ontvangsten geeft in het kader daarvan enigszins een vertekend beeld daar deze bedragen geen «echte» ontvangsten vertegenwoordigen.

7

Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4

Licence