Base description which applies to whole site

4.2 Beleidsartikel 2 Koninklijke Marine

De marine levert operationeel gerede maritieme expeditionaire capaciteit (zowel vloot als mariniers) ter verdediging van de nationale territoriale wateren en ter bescherming van de koopvaardij, en helpt bij crisisbeheer-singsoperaties, humanitaire hulpoperaties en rampen. De marine kan zelfstandig operaties uitvoeren en kan ook samen optreden met de landmacht, luchtmacht, marechaussee en buitenlandse bondgenoten.

De Minister is verantwoordelijk voor de vaststelling van de omvang en samenstelling van de marine alsmede de (mate van) gereedheid van maritieme eenheden. De marine is verantwoordelijk voor het operationeel gereedstellen en in stand houden van deze eenheden. De marine is inzetbaar voor zowel internationale als nationale taken. Om de inzetbaarheidsdoelen te bereiken worden de volgende capaciteiten en inzetbare eenheden van de marine gereed gesteld.

De Marine heeft in 2021 deelgenomen aan verschillende grote en kleine operaties, waarmee een bijdrage is geleverd aan alle hoofdtaken van Defensie. De consequenties van de COVID-19 pandemie waren in 2021 ten opzichte van 2020 beperkt. Veel geplande oefeningen konden in aangepaste vorm en omvang toch doorgang vinden. Daarbij moet worden opgemerkt dat het gewenste gereedstellingsniveau niet in alle gevallen is bereikt door besmettingen en het niet beschikbaar zijn van (internationale) oefenfaciliteiten. Personeelsgebrek en diverse technische storingen hebben de gereedstelling verder beperkt.

Er is naast de inzet van medisch personeel (DGO) opnieuw algemene militaire steun verleend aan de GGD ter van de bestrijding van de COVID-19 pandemie. In december 2021 hebben bijvoorbeeld diverse bemanningen meegeprikt op GGD-priklocaties tijdens de booster-campagne. En CZMCARIB heeft, voornamelijk ter handhaving van de avondklok, in 2021 meer dan 2.000 dagen bijstand verleend aan de lokale politiekorpsen.

Door technische problemen was er gedurende de eerste vier en een halve maand van 2021 geen stationsschip in het Caribisch gebied beschikbaar. Succesvolle inzet van Oceangoing Patrol Vessel Zr. Ms. Holland in de rest van het jaar, in combinatie met de boord NH-90 heeft in 2021 een record van 11.700 kilo onderschepte drugs opgeleverd.

Gedurende het gehele jaar heeft een mijnenjager deelgenomen aan de Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 waaraan het CZSK gedurende de eerste helft van 2021 ook de stafcapaciteit heeft geleverd. Met de ruiming van tientallen explosieven zijn de Noord- en Oostzee veiliger gemaakt. Naast de inzet in Standing NATO Mine Counter Measures Group 1 zijn ook 61 vaardagen gemaakt voor Operatie Beneficial Cooperation (mijnenbestrijding op en rond de Noordzee). Er zijn in 2021 19 Vessel protection Detachments (VPD) ingezet. In de tweede helft van 2021 heeft een fregat deelgenomen aan de Standing NATO Maritime Group 1 en gedurende 2021 zijn een fregat en een mijnenjager gereedgesteld voor het NATO Readiness Initiative.

COVID-19 heeft ook in 2021 nog voor aanzienlijke beperkingen in het oefen- en vaarprogramma gezorgd. Initieel zijn alleen oefeningen binnen 24 uur afstand van de Nederlandse gezondheidszorg uitgevoerd. Het ging hier om de hoogst nodige oefeningen om te snel verloop van geoefendheid te voorkomen. Na vaccinatie van bemanningen is weer meer mogelijk geworden.

Zr.Ms. Evertsen heeft voor een periode van 197 dagen deel uitgemaakt van een Britse Carrier Strike Group naar Japan en terug. In deze periode is een positieve impuls gegeven aan het opereren in internationaal verband, op grote afstand van Nederland.

13 Raiding Squadron is ruim vijf maanden ingezet geweest voor Operation Inherent Resolve (Erbil, Irak). En na de verwoestende passage van orkaan Grace over Haïti zijn Zr. Ms. Holland, 32 Raiding Squadron en de Compagnie in de West succesvol ingezet om de eerste nood te helpen ledigen. Bij terugtrekking van de internationale gemeenschap uit Afganistan is NLMarsof ingezet als onderdeel van de evacuatie-operatie.

De personele bezettingsgraad van het CZSK is in 2021 met 2 procent toegenomen. Er is echter nog steeds sprake van vergrijzing binnen het bestand burgerpersoneel, en er bestaan grote tekorten binnen de schaarstecategorieën van militaire functies. Hierdoor waren diverse operationele eenheden niet volledig bemand. Vanwege de personeelstekorten en tekorten op het instandhoudingsbudget zijn in 2021 een fregat, een amfibisch transportschip, ene patrouillevaartuig en een mijnenjager uit de vaart geweest.

Grote storingen aan platform-, wapen- en sensorsystemen van de LC-fregatten en zeer fragiele voorstuwing van de Patrouilleschepen leggen grote druk op het onderhoudsbedrijf en beperken de inzetbaarheid van schepen. Ook de verouderde wielvoertuigen en het tekort aan (onderwater) connectoren voor amfibische operaties hebben er regelmatig voor gezorgd dat het gereedstellingsprogramma moest worden aangepast.

Tabel 6 Budgettaire gevolgen van beleidsartikel 2 Koninklijke Marine (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

2017

2018

2019

2020

2021

2021

2021

Verplichtingen

805.852

916.861

977.958

1.108.335

1.027.350

797.314

230.036

        

Uitgaven

794.409

867.185

948.942

985.977

826.569

797.314

29.255

        

Opdrachten

163.386

198.921

219.702

235.889

44.266

35.473

8.793

- Gereedstelling

34.425

29.911

30.038

33.208

44.266

35.473

8.793

- Instandhouding materieel

128.961

169.010

189.664

202.681

   

Personele uitgaven

564.118

592.657

692.094

692.094

766.079

757.762

8.317

- Eigen personeel

556.965

585.868

637.195

677.897

720.472

720.948

‒ 476

- Externe inhuur

7.153

6.789

10.112

13.541

10.395

1.853

8.542

- Overige personele exploitatie1

  

44.787

33.176

35.212

34.961

251

Materiële uitgaven

66.905

75.607

37.146

25.474

16.224

4.079

12.145

- instandhouding IT

2.327

1.019

840

1.211

   

-Instandhouding infrastructuur

3.891

8.622

7.093

3.859

   

- Overige materiële exploitatie1

58.348

63.913

29.213

20.404

16.224

4.079

12.145

- Bijdragen aan SSO Paresto

2.339

2.053

     
        

Apparaatsontvangsten

18.101

22.369

60.599

28.090

17.682

10.796

6.886

1

In 2019 zijn de uitgaven overige exploitatie gesplitst in personele en materiële exploitatie

De posten met een verschil groter dan € 5,0 miljoen of noemenswaardige verschillen worden hieronder nader toegelicht.

Verplichtingen

Ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn er per saldo voor een bedrag van € 230,0 miljoen meer verplichtingen aangegaan. De hogere verplichtingen zijn met name het gevolg van het afsluiten van een nieuw tienjarig contract voor de inzet van een Search and Rescue (SAR) helikopter ten behoeve van de Kustwacht Nederland (€ 191,5 miljoen). Daarnaast is een interim onderhoudscontract afgesloten voor de instandhouding van de Dorniers ten behoeve van de Kustwacht Nederland (€ 4,3 miljoen). Het interimcontract was noodzakelijk om de tijd tussen het aflopen van het oude onderhoudscontract en de ingangsdatum voor het nieuw, in 2020, afgesloten contract voor de luchtverkenningscapaciteit te overbruggen. Het resterende deel is grotendeels te verklaren vanuit de uitgaven (€ 29,3 miljoen) en een groot aantal aangegane kleine verplichtingen, waaronder opleidingen en inhuur, waarvan de uitgaven in latere jaren vallen (€ 4,9 miljoen).

Uitgaven

Gereedstelling

Binnen gereedstelling is per saldo € 8,8 miljoen meer besteed dan in de ontwerpbegroting is aangegeven. De hogere uitgaven zijn kustwachtgerelateerd en met name het gevolg van uitbreiding van de noodsleephulp op de Noordzee om de veiligheid ten behoeve van Windenergie op Zee te waarborgen (€ 6,5 miljoen) en door het verschil tussen de structurele bijdrage van I&W en de door de Rijksrederij in rekening gebrachte tarieven voor inhuur van schepen (€ 3,2 miljoen). Zowel voor de uitbreiding als voor de hogere tarieven is extra budget ontvangen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daartegenover staat dat twee projecten van Kustwacht Nederland (Bouw davit op Guardian en Maritime single window) niet tot realisatie zijn gekomen en doorschuiven naar 2022.

Personele uitgaven

Binnen personele uitgaven is in 2021 per saldo € 8,3 miljoen meer besteed dan in de ontwerpbegroting is aangegeven. De oorzaak ligt bij de extra uitgaven voor inhuur (€ 8,5 miljoen). De inhuur betreft naast uitzendkrachten ook de inhuur voor bedrijfsvoerings- en IT adviseurs. Binnen de Marine is sprake van ondervulling in het personeelsbestand. Met de inhuur wordt noodzakelijk personeel ingehuurd teneinde stagnatie in de uitvoering van de taken vande Marine zoveel mogelijk te voorkomen. De extra inhuur is gefinancierd uit de ontvangen loonbijstelling die als gevolg van de ondervulling niet benodigd was voor het budget ten behoeve van het eigen personeel.

Materiële uitgaven

Binnen materiële uitgaven is in 2021 per saldo € 12,1 miljoen meer besteed dan in de ontwerpbegroting is aangegeven. De ontwerpbegroting bevat een bijdrage van € 11 miljoen aan onder andere DMO voor de aanschaf van munitie. Deze bijdrage is met de herschikking uit personele uitgaven gefinancierd.

Groene Draeck

De Groene Draeck is in 1957 door de Nederlandse bevolking aan toenmalig kroonprinses Beatrix geschonken. De Staat gaf bij deze gelegenheid mede het onderhoud van de Groene Draeck als geschenk. De kosten voor het onderhoud aan de Groene Draeck worden verantwoord op de begroting van het Ministerie van Defensie zolang Prinses Beatrix gebruik maakt van de Groene Draeck. De gemiddelde onderhoudskosten voor het Rijk zijn ook voor de huidige vijfjaarsperiode (2021 t/m 2025) begroot op € 87.000 per jaar. De daadwerkelijke uitgaven fluctueren over de jaren heen.

Het benodigde meerjarige groot onderhoud wordt door tussenkomst van de Dienst Koninklijk Huis (DKH) door een specialistische werf uitgevoerd. Tot het maximum van het voor de huidige vijfjaarsperiode (2021 t/m 2025) beschikbaar gestelde budget van € 435.000 (5 maal € 87.000) kunnen de kosten hiervan worden gefactureerd. De in 2021 gemaakte kosten voor het in uitvoering zijnde meerjarige onderhoud van de Groene Draeck zijn € 226.275. Van het totaal beschikbare onderhoudsbudget tot en met 2025 resteert daarom nog € 208.725. Eventuele meerkosten boven de € 435.000 voor het onderhoud aan de Groene Draeck komen voor rekening van de eigenaresse.

Ontvangsten

In 2021 is er € 6,9 miljoen meer ontvangen dan in de ontwerpbegroting is opgenomen. Dit wordt veroorzaakt door achterstallige in rekening gebrachte personele uitgaven voor onder andere het onderhoud van Portugese schepen en een hogere bijdrage van de landen aan Kustwacht Caribisch gebied (inlopen achterstand) over voorgaande jaren.

Licence