Base description which applies to whole site

IV Koninkrijksrelaties

GEREALISEERDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Koninkrijksrelaties

Figuur 1 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 232.248.000,-

Figuur 2 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 201.426.000,-

BES-fonds

Figuur 3 Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 93.799.000,-

Figuur 4 Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x € 1 mln.). Totaal € 93.799.000,-

A. ALGEMEEN

1 1. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer van de Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de Staatssecretaris Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het jaarverslag met betrekking tot de begroting van Koninkrijksrelaties (IV) over het jaar 2025 aan, alsmede het jaarverslag met betrekking tot de begroting van het BES-fonds (H) over het jaar 2025.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers van de Staten-Generaal de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk, over 2025 opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesP.E.Heerma

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

2. Leeswijzer

Algemeen

Voor u ligt het jaarverslag 2025 van Koninkrijksrelaties en het BES-fonds. Dit betreft een niet-departementale begroting.

Het jaarverslag van het BES-fonds maakt onderdeel uit van de financiële verantwoording van het Rijk, maar heeft daarbinnen een bijzonder karakter. Het jaarverslag van het BES-fonds kent in tegenstelling tot een departementaal jaarverslag slechts één beleidsartikel: het BES-fonds. Het beleid dat wordt gevoerd ter realisatie van de algemene beleidsdoelstelling is direct verbonden met dit ene beleidsartikel. De apparaatsuitgaven/-ontvangsten voor de uitvoering van het BES-fonds zijn opgenomen in de apparaatskosten van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Het jaarverslag 2025 is als volgt opgebouwd:

A. Een algemeen deel met de dechargeverlening;B. Het beleidsverslag 2025 Koninkrijksrelaties met de beleidsprioriteiten, de (niet-)beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf;B. Het beleidsverslag 2025 BES-fonds met de beleidsprioriteiten, het beleidsartikel en de bedrijfsvoeringsparagraaf;C. De jaarrekening Koninkrijksrelaties 2025;C. De jaarrekening BES-fonds 2025;D. De bijlagen.

Grondslagen voor de vastlegging en de waardering

De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Regeling rijksbegrotingsvoorschriften 2026. Voor de begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast.

Groeiparagraaf

  • De bijlage «Moties en toezeggingen» is niet meer opgenomen in het jaarverslag.

  • In de bijlage Rijksuitgaven Caribisch Nederland zijn vanaf het jaarverslag 2025 de overzichten van de uitgaven aan Caribisch Nederland van alle departementen gecentraliseerd. De bijlage start met een totaaloverzicht van de uitgaven per instrument per departement.

Focusonderwerp

Voor het focusonderwerp «risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld» dat door de Tweede Kamer voor de verantwoording over 2025 als focusonderwerp is gekozen wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Het beleidsverslag

Het beleidsverslag bestaat uit de beleidsprioriteiten, de (niet-)beleidsartikelen en de bedrijfsvoeringsparagraaf.

Beleidsprioriteiten

In de paragraaf «Beleidsprioriteiten» wordt verslag gedaan van de beleidsprioriteiten die zijn opgenomen in de begroting 2025. Daarnaast is een tabel opgenomen met daarin de realisatie van de periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen, een overzicht met risicoregelingen, een overzicht met de implementatie van de mensenrechtenverdragen en een budgettair overzicht met de totale onderuitputting.

Openbaarheidsparagraaf

Voor de openbaarheidsparagraaf van begrotingshoofdstuk IV wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Beleidsartikelen

In de paragraaf «Beleidsartikelen» wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent per beleidsartikel de volgende opzet:

  • A. Algemene doelstelling;

  • B. Rol en verantwoordelijkheid;

  • C. Beleidsconclusies;

  • D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;

  • E. Toelichting op de financiële instrumenten.

De paragraaf «Niet-beleidsartikelen» kent een andere indeling, te weten:

  • A. Tabel Budgettaire gevolgen;

  • B. Toelichting op de financiële instrumenten.

Algemene doelstelling en rol en verantwoordelijkheid

Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) 2026 zijn voor de onderdelen «Algemene doelstelling» en «Rol en verantwoordelijkheid» in de beleidsartikelen de teksten uit de vastgestelde begroting 2025 als basis gebruikt.

Toelichting op financiële instrumenten

In de toelichting op de financiële instrumenten wordt aangegeven waarvoor de financiële overdracht in het begrotingsjaar is aangewend. Verschillen tussen de budgettaire raming en de realisatie in het verslagjaar worden toegelicht, hierbij wordt indien van toepassing verwezen naar de eerste, tweede en september suppletoire en incidentele begrotingswetten of de slotwet.

De beleidsmatige verschillen en technische verschillen, die groter dan of gelijk zijn aan de ondergrens zoals deze in de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) 2026 zijn opgenomen, worden toegelicht. In het kader van transparantie of anderszins kan het voorkomen dat verschillen beneden deze ondergrenzen ook worden toegelicht.

Tabel 1 Overzicht ondergrens beleidsmatige en technische verschillen conform RBV 2026 in € mln. (stand ontwerpbegroting 2025)

Begrotingsartikel

Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen)

Technische mutaties (ondergrens in € miljoen)

1. Versterken rechtsstaat

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

2. Slavernijverleden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

4. Bevorderen sociaaleconomische structuur

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 2 mln.

5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 5 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 10 mln.

8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

6. Apparaat

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

7. Nog onverdeeld

Verplichtingen/Uitgaven: 1 mln. Ontvangsten: 1 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

1. BES-fonds

Verplichtingen/Uitgaven: 2 mln. Ontvangsten: 2 mln.

Verplichtingen/Uitgaven: 4 mln. Ontvangsten: 4 mln.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Het jaarverslag Koninkrijksrelaties 2025 bevat ook een bedrijfsvoeringparagraaf. Hierin wordt verslag gedaan over specifieke punten van de bedrijfsvoering voor Koninkrijksrelaties (IV). Voor het verslag over de bedrijfsvoering in algemene zin wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

De jaarrekening 2025

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de begroting van Koninkrijksrelaties en de saldibalans met toelichting aan. De slotwet wordt als een apart Kamerstuk gepubliceerd.

Wet Normering Topinkomens (WNT) verantwoording

De WNT-verantwoording van Koninkrijksrelaties is opgenomen in het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Externe inhuur

De externe inhuur van Koninkrijksrelaties wordt verantwoord in het overzicht inhuur externen in het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

De bijlagen

In het jaarverslag Koninkrijksrelaties en het BES-fonds (IV) zijn de volgende bijlagen opgenomen:

  • Afgeronde evaluatie- en overig onderzoek;

  • Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland;

Het jaarverslag BES-fonds 2025

Beleidsprioriteiten

In de paragraaf «Beleidsprioriteiten» wordt verslag gedaan van de beleidsprioriteiten die zijn opgenomen in de begroting 2025.

Beleidsartikel

In de paragraaf «Beleidsartikel» wordt meer in detail ingegaan op de verantwoording over de verschillende onderwerpen. De paragraaf kent de volgende opzet:

  • A. Algemene doelstelling;

  • B. Rol en verantwoordelijkheid;

  • C. Beleidsconclusies;

  • D. Tabel Budgettaire gevolgen van beleid;

  • E. Toelichting op de financiële instrumenten.

Algemene doelstelling en rol en verantwoordelijkheid

Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) 2026 zijn voor de onderdelen «Algemene doelstelling» en «Rol en verantwoordelijkheid» in de beleidsartikelen de teksten uit de vastgestelde begroting 2025 als basis gebruikt.

Bedrijfsvoeringsparagraaf

Het jaarverslag BES-fonds 2025 bevat ook een bedrijfsvoeringsparagraaf. Hierin wordt verslag gedaan over specifieke punten van de bedrijfsvoering voor het BES-fonds (H). Voor het verslag over de bedrijfsvoering in algemene zin wordt verwezen naar het jaarverslag van het begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

De jaarrekening 2025

In de jaarrekening treft u de verantwoordingsstaat voor de begroting van het BES-fonds en de saldibalans met toelichting. De slotwet wordt als een apart Kamerstuk gepubliceerd.

B. BELEIDSVERSLAG KONINKRIJKSRELATIES

3.1 Beleidsprioriteiten

Bouwen aan een gezamenlijke toekomst

In het Koninkrijk werkt het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vanuit een gezamenlijk verleden aan een gedeelde toekomst, op basis van gelijkwaardigheid en betrokkenheid. Binnen onze samenwerking met het Caribisch deel van het Koninkrijk staan de volgende thema’s centraal:

  • deugdelijk bestuur en rechtszekerheid;

  • toekomstbestendige overheidsfinanciën;

  • het vergroten van de zelfredzaamheid.

In de samenwerking met de drie autonome Caribische landen in het Koninkrijk lag de focus op deugdelijk bestuur en rechtszekerheid, waaronder het borgen van fundamentele mensenrechten en het vergroten van de zelfredzaamheid van deze landen. Zij zijn immers kwetsbaar als gevolg van hun kleinschaligheid en economische afhankelijkheid van toerisme. Daarnaast brengt de geografische ligging risico’s met zich mee, zoals een kwetsbaarheid voor internationaal georganiseerde criminaliteit en de kans op toenemende migratiestromen richting Aruba, Curaçao en ook Bonaire als gevolg van de politieke situatie in Venezuela. In 2025 hebben de ministeries van BZK en JenV de Week van de Crisisbeheersing opnieuw gefinancierd. Deze is benut om de Caribische delen van het Koninkrijk te helpen in hun preparatie, o.a. op eventuele impact van de situatie in Venezuela. Voorts is op basis van de landspakketten samengewerkt aan het vergroten van de sociaaleconomische weerbaarheid, het versterken van de rechtsstaat en het bestuur en het borgen van toekomstbestendige overheidsfinanciën.

Ook voor Caribisch Nederland is onder andere gewerkt aan toekomstbestendige financiële verhoudingen en deugdelijk bestuur, waaronder het versterken van de uitvoeringskracht. Voor het vergroten van de zelfredzaamheid is gewerkt aan de doorontwikkeling van het sociaal, economisch en fysiek terrein. Zoals beschreven in het rapport ‘Gerichte groei’ van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen Caribisch Nederland 2050 zijn deze verdere stappen ook noodzakelijk om de zelfredzaamheid en daarmee de brede welvaart van de eilanden voor de toekomst te borgen. Dit vraagt inzet van zowel de besturen op de eilanden als vanuit het Rijk. In december 2025 is een kabinetsreactie gestuurd aan de Tweede Kamer over dit rapport (Kamerstukken II, 36 800 IV, nr. 28). Daarnaast speelt bij zelfredzaamheid ook hier de geografische ligging risico’s met zich mee (met name voor Bonaire), zoals een kwetsbaarheid voor internationaal georganiseerde criminaliteit en de kans op toenemende migratiestromen.

Caribisch Nederland (CN)

Deugdelijk bestuur en rechtszekerheid

In 2025 zijn verdere stappen gezet in de uitvoering van de Bestuursakkoorden van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Er zijn afspraken gemaakt over belangrijke thema’s zoals versterken van de bestuurs- en uitvoeringskracht, armoedebestrijding, financiën en economische diversificatie.

Prioriteiten bestuursakkoord Bonaire 2024-2027

In april 2025 is een prioritering aangebracht via een afgeslankte uitvoeringsagenda Bonaire waardoor de beperkte uitvoerings- en bestuurskracht gerichter ingezet kan worden. Zo is de samenwerking met Akademia Papiamentu als taalinstituut gestart, zijn de voorbereidingen voor een Bureau Burgerrechten afgerond en is een organisatieplan voor de afdeling Deelnemingen door het bestuurscollege vastgesteld.

Prioriteiten Bestuursakkoord Sint Eustatius 2024-2027

Sint Eustatius heeft stappen gezet in de fysieke leefomgeving met de voorbereiding en uitvoering van het aanleggen van wegen (het project Behind The Mountain Road) en de verbetering van huisvesting van ouderen en de renovatie van betaalbare woningen. Daarnaast zijn er belangrijke stappen gezet om duurzaam de loslopende geitenpopulatie in te perken. Door lokale jagers worden de geiten gevangen en achter hekken gezet. Het overschot wordt gebruikt voor voedselproductie. Tevens heeft Sint Eustatius stappen gezet op het gebied van integriteit en goed bestuur en is er ingezet op een nieuw HR beleid met ondersteuning van BZK. Het klimaatplan van Sint Eustatius is in de afrondende fase en wordt in 2026 opgeleverd. Dit geldt ook voor de economische ontwikkelstrategie.

Prioriteiten Saba Package Agreement 2023-2027

 Op Saba zijn stappen gezet op het terrein van infrastructuur en de fysieke leefomgeving. Zo is met de Regio Deal Saba gewerkt aan het ontwerp van een nieuw multifunctioneel wijkcentrum en zijn er afspraken gemaakt over de realisatie van meer woningen tot 2030. Daarnaast zijn concrete investeringen voorbereid en in gang gezet, voor de bouw van een toekomstbestendige zeehaven op Saba. De bouw van de nieuwe haven is een cruciaal project voor de economie en zelfredzaamheid van het eiland. Vanaf het vierde kwartaal van 2025 is daadwerkelijk gestart met de bouw. Daarnaast is er in 2025 gewerkt aan het opstellen van een economische ontwikkelstrategie, het opzetten van een lokale rekenkamer en het instellen van heldere inkoop- en aanbestedingsregels.

Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland

In 2025 is de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland verschenen. In deze agenda zet het ministerie van BZK in op drie prioriteiten: het versterken van de overheden en de verbetering van dienstverlening aan burgers en bedrijven, het versterken van instituties en het realiseren van adequate wettelijke kaders en toezicht en de aanpak van integriteitsschendingen en het vergroten van de weerbaarheid van de rechtsstaat. Voor de Agenda Goed Bestuur zijn vanuit de envelop Goed Bestuur middelen beschikbaar gesteld.

Herziening WolBES-FinBES

De herziening van de Wet op de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (WolBES) en de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) en de opvolging van de afsprakenlijst van de werkconferentie van maart 2024 is in 2025 voortgezet. Het ministerie van BZK heeft zich in 2025 ingespannen om uitvoering te geven aan alle gemaakte afspraken. De enige uitzondering is de keuze om het ambt van Rijksvertegenwoordiger te behouden, maar wel anders in te richten Hierdoor heeft het ministerie van BZK geconstateerd dat het niet haalbaar is om de eerste verhoging van het aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden in te laten gaan per maart 2027 als dit onderdeel zou blijven van het herzieningswetsvoorstel . Daarom is in 2025 besloten om dat deel van de afspraken uit te werken in een afzonderlijk wetsvoorstel: de Wet verhoging aantal eilandsraadsleden en eilandgedeputeerden. Dit voorstel is in het najaar van 2025 aanhangig gemaakt bij de Tweede Kamer voor behandeling. Het herzieningswetsvoorstel heeft in de tweede helft van 2025 voor een tweede keer in consultatie gelegen.

Uitvoeringskracht

In 2025 is de tweede fase van het VNG Uitwisselingsnetwerk gelanceerd. Op deze manier kunnen Bonaire, Sint Eustatius en Saba ook de komende jaren (2025-2028) worden ondersteund op het vlak van uitvoeringskracht. Daarbij wordt aangesloten bij de wensen en behoeften van de openbare lichamen. Zo is in 2025 de pilot VNG Caribendesk gestart. Ook is ondersteuning geleverd door de Omgevingsdienst NL die in 2025, met middelen van de ministeries van BZK en IenW, de uitvoering van de Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving taken (VTH) samen met de eilandsbesturen verder heeft versterkt. Daarbij is men begonnen met het wegwerken van de achterstanden in de vergunningverlening. Het Projectbureau Caribisch Nederland (PBCN) en de CN Academy dragen bij aan het versterken van de uitvoeringskracht en expertise bij overheidsorganisaties in Caribisch Nederland. PBCN heeft in 2025 meerdere concrete projecten uitgevoerd voor de openbare lichamen en onderdelen van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) zoals onder andere het Talent Ontwikkel Programma Caribisch Nederland.

De CN Academy biedt een programma voor leren en ontwikkelen voor RCN en de openbare lichamen. Het trainingsaanbod in 2025 omvatte trainingen verspreid over Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het TOP-traineeprogramma Caribisch Nederland richt zich op het aantrekken en ontwikkelen van talent op Bonaire, Saba en Sint Eustatius.

Dienstverlening

In het kader van de verbetering van overheidsdienstverlening is er concrete vooruitgang geboekt. Onderzoek naar behoeften van burgers, ondernemers en medewerkers op Bonaire, Sint Eustatius en Saba leverde inzicht in knelpunten op; overheidsmedewerkers volgden klantreistrainingen en er werden verschillende klantreizen uitgewerkt (bijvoorbeeld: ik ga studeren, ik ga verhuizen en ik wil een onderneming starten). Ook zijn dienstverleningsconcepten opgesteld voor rijksdiensten en de openbare lichamen en is een prototype van de Online wegwijzer opgeleverd als basis voor een overheidsbreed portaal ten behoeve van de digitale dienstverlening (één loket).

Comply or explain

In overleg met de andere departementen en eilandsbesturen is in 2025 kritisch gekeken naar de huidige toepassing van het principe van ‘comply or explain’. Dit heeft geleid tot een reeks aan verbetermaatregelen op het gebied van de doorontwikkeling, toepassing en waarborging van het principe. Voorbeelden hiervan zijn verdere verankering in het consultatieproces, advisering door het Adviescollege toetsing Regeldruk en de inrichting van een proces rond startnotities bij wetgevingstrajecten. Hierbij wordt de uitvoeringskracht als randvoorwaarde meegenomen.

Daarnaast is het principe van ‘comply or explain’ toegepast bij de uitwerking van het verbeteren van de bestaanszekerheid en voorzieningen op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Het ministerie van BZK heeft hierbij, samen met andere departementen, ingezet op economische ontwikkeling, brede welvaart en het versterken van sociale en fysieke voorzieningen. Het principe is ook toegepast op andere beleidsprioriteiten (bijvoorbeeld het wetsvoorstel Bibob voor Caribisch Nederland), zoals zichtbaar is in de Agenda Goed Bestuur Caribisch Nederland.

Aanpak Selibon Lagun

In 2025 was het opzetten van een aanpak voor de problematiek rond de afvalstortplaats Selibon Lagun op Bonaire een belangrijke prioriteit. De waarnemend Rijksvertegenwoordiger heeft met zijn interventie laten zien dat het mogelijk is om op korte termijn verbeteringen door te voeren. Tegelijkertijd vraagt een structurele oplossing een bredere aanpak. In dat kader heeft de staatssecretaris van BZK 2025 een bestuurlijke aanpak ontwikkeld met het bestuurscollege van Bonaire. Doel hiervan is op korte termijn de bedrijfsvoering van Selibon N.V. op orde te brengen; maatregelen op de stortplaats te treffen; de uitvoering van de VTH-taken rond Selibon Lagun te verbeteren; en te beginnen met het formuleren van een langetermijnperspectief.

Toekomstbestendige overheidsfinanciën

Een belangrijke randvoorwaarde voor toekomstbestendige overheidsfinanciën is goed financieel beheer. Daarom ziet het ministerie van BZK erop toe dat Bonaire, Sint Eustatius en Saba het financieel beheer op een adequaat niveau brengen en houden. Het College financieel toezicht BES (Cft BES) adviseert de minister van BZK over het financieel beheer en het begrotingsbeheer van de openbaar lichamen.

In 2025 hebben alle drie de eilanden een goedkeurende verklaring ontvangen van de externe accountant op de jaarrekening 2024 voor zowel getrouwheid als rechtmatigheid. Voor Sint Eustatius was dit de eerste goedkeurende verklaring sinds 10 oktober 2010 (‘10-10-10’). Een belangrijke mijlpaal en het resultaat van het verbetertraject dat Sint Eustatius de afgelopen jaren heeft uitgevoerd.

Ook in 2025 hebben Sint Eustatius, maar ook Saba, verdere stappen gezet om het financieel beheer verder te verbeteren. Bijvoorbeeld door te investeren in eigen personeel, werkprocessen en verdere digitalisering. Het Cft BES constateerde begin 2025 dat het financieel beheer en het begrotingsbeleid van Bonaire dreigde terug te vallen door een gebrek aan uitvoeringskracht. De kwaliteit van begrotingsstukken verslechterde en de stukken werden niet tijdig opgeleverd. Hierdoor nam het realiteitsgehalte van de begroting af. Dit was aanleiding voor Bonaire om een borgingsplan financiële processen op te stellen om het financieel beheer weer op niveau te brengen. De uitvoering van het borgingsplan loopt door in 2026, maar heeft eind 2025 al geleid tot verbeteringen in de kwaliteit van de begrotingsstukken, zoals de begroting 2026 van Bonaire. Het is van belang dat Bonaire topprioriteit blijft geven aan de uitvoering van het borgingsplan dat in 2025 is opgesteld en deze conform planning in 2026 afrond. De voortgang van het borgingsplan wordt gemonitord tijdens periodieke overleggen op bestuurlijk niveau. Daarnaast rapporteert Bonaire over de voortgang in de uitvoeringsrapportages. Het ministerie van BZK verwacht dat Sint Eustatius en Saba ook de komende jaren stappen blijven zetten in het verder ontwikkelen en borgen van het financieel beheer. Goed financieel beheer draagt bij aan doelmatige en rechtmatige besteding van middelen en de verantwoording daarvan.

Om het inzicht in de financiën van de eilanden te vergroten is in 2025 voor het eerst het Integraal Overzicht Financiën Bonaire, Sint Eustatius en Saba gepubliceerd. Met dit overzicht wordt financiële informatie van de eilanden op hoofdlijnen samengebracht. Hierdoor is het inzicht in de financiën van de eilanden vergroot en wordt het mogelijk om trends en ontwikkelingen te herkennen. Het overzicht laat zien dat de financiële positie (het eigen vermogen) van de eilanden zich positief heeft ontwikkeld en dat de structurele geldstromen zijn toegenomen. Dit laatste is vooral het gevolg van recente structurele verhogingen van de vrije uitkeringen van de eilanden. Hiermee is de toekomstbestendigheid van de overheidsfinanciën van de eilanden vergroot. Bij de financiering van de eilanden geldt het uitgangspunt dat structurele taken, structureel worden gefinancierd. Dit is één van de toetspunten waar de Toetsingscommissie Bijzondere Uitkeringen op heeft toegezien.

Vergroten van de zelfredzaamheid

In 2025 is voortgang geboekt bij het versterken van de economische zelfredzaamheid van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De eilandelijke economische ontwikkelstrategieën zijn in 2025 verder uitgewerkt. Saba en Sint Eustatius hebben dit gedaan in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Economische Zaken. Bonaire heeft ervoor gekozen de economische ontwikkelstrategie zelfstandig te ontwikkelen middels de Commissie Vishon 2050. Oplevering van de economische ontwikkelstrategieën en de bijbehorende implementatieplannen zijn voorzien in de tweede helft van 2026.

Daarnaast is in 2025 gestart met het opstellen van integrale fysieke agenda’s per eiland, die richting geven aan investeringen in de fysieke leefomgeving. Deze fysieke agenda’s worden in de tweede helft van 2026 vastgesteld. Ter versterking van de uitvoeringskracht is in 2025 begonnen met de voorbereiding en werving voor de verbreding van het projectenbureau van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) naar het fysieke domein. De uitbreiding van het bureau wordt operationeel in het eerste kwartaal van 2026. In het fysieke domein zijn in 2025 tevens concrete investeringen voorbereid en in gang gezet, waaronder verbeteringen aan het wegennet op Bonaire en de bouw van een toekomstbestendige zeehaven op Saba.

Via de Regio Deals zijn in 2025 concrete projecten uitgevoerd die bijdragen aan brede welvaart en leefbaarheid, waaronder het Enrichment Center op Saba en investeringen in cultureel erfgoed en toerisme op Sint Eustatius. Verder is eind november 2025 de Regio Deal voor Bonaire ondertekend met geplande investeringen gericht op mobiliteit, verkeersveiligheid en openbare voorzieningen. Voor wat betreft het Sociaal Minimum Caribisch Nederland zijn de Eerste en Tweede Kamer op 3 juli 2025 geïnformeerd over de voortgang op de maatregelen die het kabinet heeft genomen in reactie op het rapport van de Staatscommissie Sociaal Minimum Caribisch Nederland (Kamerstukken II, 36 600 IV, nr. 72). De inkomens van veel groepen (in het bijzonder van minimahuishoudens) zijn sinds het uitkomen van het rapport fors gestegen. Dit blijkt onder meer uit het dashboard van de Monitor macro-economische context Caribisch Nederland van het CBS, die in januari 2026 is gepubliceerd. Concrete maatregelen in 2025 zijn het verlengen van verschillende tijdelijke koopkrachtmaatregelen voor 2025 en 2026, zoals subsidies voor nutsvoorzieningen en de energietoelage. Daarnaast zijn in 2025 op initiatief van BZK en SZW voor het eerst alle maatregelen en ontwikkelingen op het terrein van inkomens, kosten van levensonderhoud en fiscale maatregelen voor Caribisch Nederland integraal bij elkaar gebracht en gewogen.[

Landen

Deugdelijk bestuur en rechtszekerheid

Versterken rechtsstaat Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Het versterken van de rechtsstaat en de rechtshandhaving is een aangelegenheid van de autonome landen binnen het Koninkrijk. Ondersteuning vanuit Nederland gebeurt op basis van artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, waarin is bepaald dat de landen binnen het Koninkrijk elkaar hulp en bijstand verlenen. In 2025 heeft het ministerie van BZK in nauwe afstemming met de Nederlandse ministeries van Defensie, Justitie en Veiligheid en Financiën, de landen waar mogelijk ondersteund bij de aanpak van grensoverschrijdende en ondermijnende criminaliteit en bij het werken aan deugdelijk bestuur en rechtszekerheid.

Aanpak van ondermijnende criminaliteit

Het Recherche Samenwerkingsteam (RST), Parket Procureur-Generaal (PPG) en Gemeenschappelijk Hof van Justitie (Hof) zijn net als de afgelopen jaren gefinancierd met als doel capaciteit in te zetten op de duurzame aanpak van ondermijning op Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Sinds 2022 ontvangen het RST, PPG en het Hof via een ingroeimodel extra gelden die zijn vrijgekomen naar aanleiding van het sluiten van de landspakketten (Kamerstukken II, 2019/20, 35420, nr. 177 en nr. 186). Deze investeringen maken het mogelijk om strafrechtelijke onderzoeken te doen naar criminaliteit met een sterk financieel-economische component, waaronder belastingfraude, verduistering van overheidsgeld, valsheid in geschriften en witwassen.

Om de verwevenheid tussen bovenwereld en onderwereld aan te pakken zijn binnen de vier landen van het Koninkrijk in 2023 afspraken gemaakt over het ontwikkelen van bestuurlijke mogelijkheden om ondermijnende criminaliteit aan te pakken. Deze afspraken zijn bestendigd in het protocol voor de bestuurlijke aanpak van ondermijnende criminaliteit in de Caribische landen van het Koninkrijk (Stcrt. 2023, nr. 33574). In 2025 hebben Aruba, Curaçao en Sint Maarten uitvoering gegeven aan onder andere het opstellen van ondermijningsbeelden, de inhuur van wervingscapaciteit, het volgen van opleidingen en de organisatie van de beleidsconferentie over de Wet Bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur (Bibob).

Versterking grenstoezicht

De Caribische landen van het Koninkrijk zijn ook in 2025 versterkt met personeel van Douane Nederland en de Koninklijke Marechaussee (KMar). Zij werden ingezet om kennis over te dragen, te twinnen (meelopen) en te ondersteunen waar nodig. Op zowel Aruba, Curaçao als Sint Maarten zijn in 2025 in de uitvoering van de plannen van aanpak stappen gezet, maar hebben onder meer de beperkte capaciteit van de lokale diensten en de inkoopprocessen voor vertraging gezorgd. Als gevolg hiervan zijn de plannen van aanpak van de landen niet volledig binnen de gestelde termijn uitgevoerd. In navolging van de aanbevelingen die zijn besproken in het Justitieel Vierlanden Overleg in juni 2024, heeft BZK in 2025 capaciteit beschikbaar gesteld aan de Landen om de voortgang van de uitvoering van de herziene plannen van aanpak te bevorderen. Tenslotte is in 2025 de evaluatie van het protocol versterking grenstoezicht in de Caribische landen van het Koninkrijk en het protocol inzake de inzet van personeel vanuit de flexibel inzetbare pool Koninklijke Marechaussee gestart.

Detentie

In 2025 heeft de National Recovery Program Bureau (NRPB) met de door het ministerie van BZK verstrekte bijdrage twee opdrachten verder in uitvoering gebracht: één voor het herstel van de politiecellen (achterstallig onderhoud en herstelwerkzaamheden) en één voor het aantrekken van een programmamanager om systematisch uitvoering te brengen aan het plan van aanpak 2018. Het kabinet wil hiermee bijdragen aan het verbeteren van het gevangeniswezen op Sint Maarten.

Versterken uitvoerings- en bestuurskracht

Als onderdeel van de landspakketten is in 2025 wederom gewerkt aan het verhogen van de effectiviteit van de overheden van de Caribische landen. Zo startte op Aruba een intensief leadershipstraject voor het midden- en topkader van de Arubaanse overheid, dat bijdraagt aan de effectiviteit van de nieuwe overheidsorganisatie. Bij het Curaçaose Ministerie van Bestuur, Planning en dienstverlening is de planvorming afgerond voor de directie informatie en digitalisering, zodat Curaçao straks goed gepositioneerd is voor het digitale tijdperk. Op Sint Maarten zijn in de ICT-afdeling onder meer nieuwe processen en systemen geïmplementeerd en is gestart met versterking van de HR afdeling.

Toekomstbestendige overheidsfinanciën

Met hulp van de landspakketten zijn op Aruba, Curaçao en Sint Maarten, meerjarige verbeterprogramma’s voor het financieel beheer ingericht. Op Sint Maarten hebben deze in 2025 geleid tot de realisatie van een nieuw systeem dat de getrouwheid van de financiële administratie zal verbeteren. Op Aruba heeft de inrichting van het Steunpunt Interne Beheersing plaatsgevonden dat samen met de organisatie de voornaamste financiële werkprocessen heeft uitgewerkt en vastgesteld, zodat de uitvoering hiervan beter kan worden gecontroleerd en geborgd. Daarbij is nu ook op Aruba de achterstand bij het opstellen van de jaarrekeningen ingehaald. Ook op Curaçao is de totstandkoming van de jaarrekening verder verbeterd en zijn de verbetervoorstellen van de werkgroep Begroting meegenomen in de voorbereiding van de begroting 2026 en 2027. 

Het bereiken en behouden van houdbare overheidsfinanciën is essentieel voor elk van de landen en hun burgers. Voor Sint Maarten en Curaçao is sinds 2010 de Rijkswet financieel toezicht van kracht, gegeven de financiële verbondenheid van de landen aan de Rijksbegroting in de vorm van leningen. Voor Aruba is dit nu nog geregeld in een landsverordening in combinatie met protocollen, maar is een Rijkswet in voorbereiding waarvoor in 2025 de (internet-)consultatie is afgerond. Artikel 5 van de begroting omvat de regelgeving ten aanzien van overheidsfinanciën en de leningen die aan de landen worden verstrekt. De Tweede Kamer is geïnformeerd over het eindrapport van de beleidsdoorlichting artikel 5 van hoofdstuk IV Koninkrijksrelaties (Kamerstukken II, 33 189, nr. 20). De kabinetsreactie is op 15 december 2025 aan uw Kamer toegezonden (Kamerstukken II, 2025-2026, 33 189, nr. 21). De opvolging daarvan is inmiddels begonnen. Doel daarvan is de effectiviteit van het beleid te vergroten en met de beleidsinstrumenten, de regelgeving en de leningen, de juiste randvoorwaarden te creëren voor een duurzame economische ontwikkeling van de landen.

Een nieuwe Belastingregeling Nederland Curaçao is tot stand gekomen. Daarmee voldoet Curaçao aan de internationale belastingnormen van de EU/OESO, waardoor het land niet langer op de ‘grijze lijst’ voorkomt. Op Sint Maarten is bijgedragen aan het versterken van de economische structuur door het ondersteunen van belastinghervormingen, een beter functionerende arbeidsmarkt, stroomlijnen van werk- en verblijfsvergunningprocessen en voorbereiden van maatregelen gericht op educatie en ondersteuning van micro-, small- en medium-sized enterprises (MSME).

Vergroten van de zelfredzaamheid

Wederopbouw

Nederland ondersteunt Sint Maarten financieel bij de wederopbouw (naar aanleiding van de orkaan Irma) met de inzet van de Wereldbank via een trustfonds en met technische assistentie. Momenteel worden acht projecten uitgevoerd. Ook zijn er vijf projecten afgerond en is er één project in voorbereiding. Het vliegveld, een belangrijke infrastructuurpijler voor de economie van Sint Maarten, is in november 2024 volledig heropend en het project is in 2025 succesvol afgerond. Daarnaast is er zichtbare voortgang bij de bouw van het nieuwe ziekenhuis. Ook hebben in 2025 zeventien lokale MKB-bedrijven leningen ontvangen onder het Enterprise Support Project (ESP), en is ook de laatste illegale bewoner bij de afvalberg geherhuisvest. Als laatste is ook aan de duurzame weerbaarheid van Sint Maarten gewerkt, bijvoorbeeld door de ondersteuning van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur (VROMI) in het kader van de afvalprojecten van het trustfonds. Deze is in 2025 met een jaar verlengd omdat het vinden van extra mensen langer duurt dan verwacht.

Landspakketten

Hierboven werd al gerefereerd aan de bijdrage van de landspakketten aan het financieel beheer en de effectiviteit van de overheden van de Caribische landen; belangrijk voor zelfredzaamheid. Daarnaast ging er vanuit de landspakketten veel aandacht naar versterking van de economische structuur. Voor Aruba werkt de mededingingsautoriteit met ondersteuning aan regulering van water en energietarieven. Ook is begonnen met de oprichting van de Kansspelautoriteit. Op Curaçao zijn onder meer stappen gemaakt in het vernieuwen van het energiebeleid en in de herijking van het freezone-beleid. Op Sint Maarten is bijgedragen aan het versterken van de economische structuur door het ondersteunen van belastinghervormingen, een beter functionerende arbeidsmarkt, stroomlijnen van werk- en verblijfsvergunningprocessen en voorbereiden van maatregelen gericht op educatie en ondersteuning van het MKB. Er is in 2025 tevens een gezamenlijke conferentie met de vier landen gehouden, gericht op kennisuitwisseling en oplossingsrichtingen voor economische vraagstukken. Daar is onder meer besloten tot de oprichting van een samenwerkingsplatform, waarin de krachten worden gebundeld voor beleidsontwikkeling op specifieke aspecten van economische ontwikkeling.

Op het gebied van arbeidsmarkt en sociale zekerheid zijn op Aruba scenario’s met doorrekeningen uitgewerkt voor een nieuwe werkloosheidsregeling en zijn die voor de stelselwijzigingen op het gebied van arbeid en sociale zekerheid ook nagenoeg gereed. Verder is medio 2025 begonnen met de implementatie van aanbevelingen uit een peer review van de Arbeidsinspectie.

Op Sint Maarten is de wetgeving die inspectiediensten de bevoegdheid geeft om sancties toe te passen, in werking getreden. De verdere operationalisering daarvan loopt binnen de inspectiediensten. Op Curaçao zijn stappen gemaakt in de modernisering arbeidswetgevingen en de wetgeving arbeidsomstandigheden. Ook is een plan van aanpak opgesteld voor hervorming van een deel van de bijstandswetgeving

Op Aruba is een professionaliseringsaanbod beschikbaar gekomen ten behoeve van de doorontwikkeling van het onderwijspersoneel. Op Curaçao is gewerkt aan een digitaal systeem voor het verkrijgen van betere managementinformatie over de scholen en aan plannen om de basiskwaliteit van het onderwijs te verbeteren Op Sint Maarten is een lokale onderwijsconferentie gehouden gericht op het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De inzichten en aanbevelingen uit deze conferentie zijn verwerkt in plannen van aanpak voor de uitvoering van de uitkomsten van de onderwijsdoorlichting. Specifiek voor Curaçao is daarnaast wederom geïnvesteerd in onderhoud van schoolgebouwen. Een aantal scholen zijn inmiddels opgeknapt, onderhoud aan de overige scholen loopt nog.

Koninkrijksbrede opgaven

Crisisbeheersing- en paraatheid

In 2025 is de gezamenlijke crisisbeheersing binnen het Koninkrijk verder versterkt. In juni en november vond de 5e en 6e editie van de Week van de Crisisbeheersing plaats. Deze conferentie fungeert als een structureel platform voor oefenen, kennisdeling en netwerkvorming. Daarnaast heeft het ministerie van BZK bijgedragen aan de belangrijke volgende stap in de volwassenwording van het Caribbean Civil Protection Mechanism. Deze operationele samenwerking tussen de eilanden en Nederland heeft in 2025 de basis voor een beter georganiseerde en voorspelbare onderlinge bijstand versterkt.

Voedselzekerheid

Voedselzekerheid is op alle zes de Caribische eilanden in het Koninkrijk een belangrijk thema. De eilanden zijn in grote mate afhankelijk van voedselimport. Met name sinds de COVID-pandemie is het besef gegroeid dat deze afhankelijkheid, zeker voor verse producten als groente, fruit, zuivel, vis en vlees, kwetsbaar maakt. De geopolitieke ontwikkelingen maken import kostbaarder en meer risicovol. Bovendien is het geïmporteerd voedsel lang niet altijd vers en gezond. Om de zelfredzaamheid van de (ei)landen te vergroten is het dan ook essentieel om de voedselzekerheid te vergroten. In mei 2025 heeft het Nederlandse kabinet ingestemd met het voorstel om de voedselzekerheid in het Caribisch deel van het Koninkrijk structureel te versterken. Het beschikbare budget is gesplitst in een deel voor ondernemers (extern revolverend fonds via een nog op te richten stichting) en een deel voor overheden (de publieke pijler). Het op te richten fonds zal financiële diensten, waaronder diverse leningproducten, aan ondernemers op de zes Caribische eilanden in het Koninkrijk aanbieden. De procedure voor het oprichten van de stichting is officieel gestart in 2025. De publieke pijler bestaat uit directe subsidies en bijdragen aan lokale overheden, gericht op het ondersteunen van (beleids)initiatieven op het gebied van voedselzekerheid.

Slavernijverleden

Na publicatie van de subsidieregeling op 1 juli 2024 in de Staatscourant, is in de eerste helft van 2025 de regeling met de potentieel uitvoerder geoperationaliseerd en per 11 augustus 2025 in werking getreden (Stcrt. 2025, 22437). Ook is een formele meerjarige opdracht verstrekt voor de uitvoering van de subsidieregeling aan de unit Uitvoering van Beleid (UvB) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De specifieke maatregelen (c.q. toezeggingen) zijn door ieder (ei)land verwerkt in concrete projectplannen en opgenomen in de zogeheten actieagenda’s. De actieagenda’s zijn door de lokale overheden van Aruba, Curaçao, Bonaire, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten in de zomer van 2025 aangeboden aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en vervolgens beschikt in september 2025.

3.2 Realisatie periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen

Tabel 2 Realisatie afgeronde beleidsdoorlichtingen/periodieke rapportages

BD/PR

Thema

Artikel(en)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Kamerstuk

BD

Versterken Rechtsstaat

1

    

X

  

Kamerstuk

BD

Slavernijverleden

2

        

PR

Bevorderen sociaaleconomische structuur

4

      

X

Kamerstuk

BD

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

5

     

X

 

Kamerstuk

BD

Wederopbouw bovenwindse eilanden

8

    

X

  

Kamerstuk

Periodieke Rapportage over artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

De Kamer heeft in februari 2026 de Periodieke Rapportage over artikel 4 ontvangen (Kamerstukken II 2025/26, 33189 IV, nr.22). In de aanbiedingsbrief is gemeld dat in de komende periode de uitkomsten van de Periodieke Rapportage nader bestudeerd worden. Eveneens zal deze worden besproken met betrokkenen, zoals de vakdepartementen in Den Haag en het bestuur in Caribisch Nederland en de Caribische Landen. Een nadere kabinetsreactie over de inhoud van deze Periodieke Rapportage volgt nog.

Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages/beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht Ingepland en uitgevoerd onderzoek op rijksfinancien.nl.

Voor de realisatie van deze en andere grote (evaluatie)onderzoeken, zie de bijlage ''Afgerond evaluatie- en overig onderzoek''.

3.3 Overzicht risicoregelingen Koninkrijksrelaties

Tabel 3 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x 1.000) per 31 december 2025

Art.

Omschrijving

Uitstaande lening (in andere valuta)

Uitstaande lening (in €)

Looptijd lening

Totaalstand risicovoorziening 2025 (in €)

Totaalstand mutatie volume risicovoorziening 2025 en 2024(in €)

       
 

Totaal verstrekte lening

 

2.605.574

   
       
 

Artikel 5 Schuldsanering/lopende inschrijving/ leningen

 

2.570.456

   
       
 

Totaal leningen Curacao

 

1.444.695

   
       
 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,75%

0

0

15 jaar (2010-2025)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,875

XCG 370.000

147.540

20 jaar (2010-2030)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,0%

XCG 474.900

189.369

25 jaar (2010-2035)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,125%

XCG 582.391

232.231

30 jaar (2010-2040)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,75%

XCG 62.604

25.226

30 jaar (2013-2043)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 2,45%

XCG 247.036

103.186

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,6%

XCG 163.636

87.367

30 jaar (2015-2045)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,62%

XCG 33.296

17.997

30 jaar (2015-2045)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,0%

XCG 59.050

29.702

30 jaar (2016-2046)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 1,24%

XCG 60.000

28.448

30 jaar (2017-2047)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 0,92%

XCG 69.100

34.167

30 jaar (2019-2049)

 

Onderhandse lineaire lening 0,00%

XCG 65.600

32.792

15 jaar (2020-2035)

 

Lening ter afwikkeling Giro Bank

XCG 19.565

2.592

16 jaar (2021-2037)

 

Covidlening Curaçao 2,9%

XCG 842.162

414.271

20 jaar (2023-2043)

 

Lening lopende inschrijving Curaçao 3,6%

XCG 115.700

59.007

30 jaar (2025-2055)

 

Onderhandse lening Curaçao 3,62%

XCG 80.000

40.800

20 jaar (2025-2045)

       
 

Totaal leningen Sint Maarten

 

480.130

   
       
 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,625%

XCG 0

0

15 jaar (2010-2025)

  
 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,75 %

XCG 78.571

31.494

20 jaar (2010-2030)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,875%

XCG 50.000

20.042

25 jaar (2010-2035)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 3,0%

XCG 50.000

20.042

30 jaar (2010-2040)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,25%

XCG 58.652

24.765

15 jaar (2014-2029)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,375%

XCG 44.818

18.739

20 jaar (2014-2034)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,45%

XCG 39.526

16.510

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 1,8%

XCG 19.172

8.242

30 jaar (2014-2044)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,83%

XCG 10.129

4.531

25 jaar (2017-2032)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 0,74%

XCG 27.228

13.583

30 jaar (2019-2049)

 

Onderhandse lineaire lening Sint Maarten 0,00%

XCG 39.900

17.920

15 jaar (2020-2035)

 

Lening lopende inschrijving SXM 3,240% nov 10 2023-2043

XCG 55.920

29.507

20 jaar (2023-2043)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 2,43%

XCG 128.114

67.831

25 jaar (2024-2049)

 

Covidlening Sint Maarten 2,9%

XCG 316.400

153.986

30 jaar (2023-2053)

 

Lening lopende inschrijving Sint Maarten 3,532%

XCG 30.300

15.453

30 jaar (2025-2055)

 

Onderhandse lening Sint Maarten 3,62%

XCG 73500

37.485

20 jaar (2025-2045)

       
 

Totaal leningen Aruba

 

645.631

   
       
 

Lening Ontwikkelingsbank Nederlandse Antillen

1.340

29 jaar (2001-2030)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

0

30 jaar (1993-2023)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

0

30 jaar (1994-2024)

 

Maatregel Tussenbalans begrotingslening Aruba 2,5%

0

30 jaar (1995-2025)

 

Water en Energiebedrijf Aruba 2,5%

AWG 3.219

0

30 jaar (1995-2025)

 

Rentelastverlichting 2021 Aruba 2,64 %

AWG 151.800

71.702

7 jaar (2021-2028)

 

Rentelastverlichting 2022 Aruba 2,64 %

AWG 346.000

175.371

7 jaar (2022-2029)

 

Covidlening Aruba 6,9%

AWG 823.950

397.218

20 jaar (2023-2043)

       
 

Artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

 

35.118

   
       
 

Totaal leningen Sint Maarten

 

35.118

   
       
 

Liquiditeitssteun Sint Maarten 0%

XCG 46.000

20.695

30 jaar (2018-2048)

 

Liquiditeitssteun Sint Maarten 0%

XCG 29.992

14.423

30 jaar (2018-2048)

Toelichting

De leningen aan de landen worden meestal afgesloten in Caribische guldens (XCG) en Arubaanse florin (AWG) en vastgelegd in de begroting in euro's. Deze vastlegging gebeurt op basis van de geldende koers op het moment van het aangaan van de lening (historische waarde).

Lopende inschrijving Curaçao en Sint Maarten

Onder de lopende inschrijving op grond van art. 16 Rft is ten behoeve van publieke investeringen aan Curaçao een lening verstrekt voor een bedrag van XCG 115,7 mln. met een looptijd van 30 jaar tegen 3,6% rente. Aan Sint Maarten is een lening verstrekt voor een leningbedrag van XCG 30,3 mln. met een looptijd van 30 jaar tegen 3,532% rente.

Herfinancieringen

Aan Curaçao is gedeeltelijke herfinanciering verstrekt van XCG 80 mln. van een eerdere lening uit 2010 en aan Sint Maarten is volledige herfinanciering verstrekt van XCG 73,5 mln. van een eerdere lening uit 2010, beide tegen een rentepercentage van 3,62%.

Liquiditeitslening Aruba

Conform de afspraken in het Bestuurlijk Akkoord van 4 juni 2024 is de rente op de lening aan Aruba verhoogd naar 6,9%.

3.4 Implementatie van mensenrechtenverdragen

Naar aanleiding van een advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken uit 2018 heeft de Rijksministerraad toegezegd de Staten-Generaal jaarlijks via de memorie van toelichting van de ontwerpbegroting te informeren over de voortgang van de uitvoering van mensenrechtenverdragen in het Koninkrijk (Kamerstukken II 2018/19, 33 826, nr. 29). Aangezien het jaarverslag een afspiegeling is van de ontwerpbegroting, wordt hier ook in het jaarverslag aandacht aan besteed.

Ten aanzien van deze implementatie vindt samenwerking plaats in een commissie bestaande uit vertegenwoordigers van de vier landen van het Koninkrijk. De betreffende commissie werkt met een lijst waarop zeven mensenrechtenverdragen zijn opgenomen die in een of meer (ei)landen van het Caribische deel van het Koninkrijk wachten op uitvoering. Na overleg tussen de Minister van Buitenlandse Zaken, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de regeringen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten is besloten om het traject ten behoeve van de implementatie van de zeven verdragen organisatorisch te integreren in het bredere traject van het Ministerie van Buitenlandse Zaken om de achterstanden in de medegelding van verdragen in te lopen. De voornoemde commissie onder verantwoordelijkheid van BZK richt zich op de bevordering van de implementatie van mensenrechtenverdragen in het Caribische deel van het Koninkrijk en de uitvoering van het traject ter aanzien van mensenrechtenverdragen (Kamerstukken II 2023/24, 23530, nr. 144).

In 2025 is er met name aandacht besteed aan de implementatie van twee mensenrechtenverdragen: het Verdrag van Istanbul inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. De landen hopen hier het komende jaar concrete stappen in te zetten. Wat precies nog verder aan uitvoering nodig is om de verdragen te kunnen ratificeren, verschilt per land. De uitvoering van een verdrag vergt maatwerk en het ene Caribische land is hier al verder mee dan het andere. Vertegenwoordigers van de vier landen van het Koninkrijk komen gedurende het jaar enkele keren samen om de voortgang en inspanningen voor de implementatie van de verdragen met elkaar te bespreken. Hierbij staat kennisdeling centraal.

De lijst met verdragen is op verschillende momenten reeds met de Tweede Kamer gedeeld, maar wordt volledigheidshalve hieronder geactualiseerd weergegeven.

Tabel 4 Schematisch overzicht mensenrechtenverdragen

Verdrag

Titel Nederlands

Totstandkoming

In werking

Koninkrijk

Ratificatie

In werking

Medegelding wenselijk

Uitvoeringswetgeving

000692

Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen

25-10-1980

1-12-1983

Aruba

  

Ja

Nodig

Curaçao

27-11-2023

1-2-2024

Ja

Niet nodig

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

18-10-2010

1-1-2011

  

Nederland (in Europa)

12-6-1990

1-9-1990

  

009290

Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie bij het Verdrag inzake de rechten van het kind

25-5-2000

18-1-2002

Aruba

17-10-2006

17-10-2006

  

Curaçao

20-9-2022

20-9-2022

  

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

11-10-2010

10-10-2010

  

Nederland (in Europa)

23-8-2005

23-9-2005

  

009949

Facultatief Protocol bij het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing

18-12-2002

22-6-2006

Aruba

  

Ja

Nodig

Curaçao

  

Ja

Nodig

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

  

Status onbekend

 

Nederland (in Europa)

28-9-2010

28-10-2010

  

011298

Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel

16-5-2005

1-2-2008

Aruba

23-1-2015

1-5-2015

  

Curaçao

8-11-2023

1-3-2024

Ja

Gereed

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

  

Status onbekend

 

Nederland (in Europa)

22-4-2010

1-8-2010

  

011595

Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

13-12-2006

3-5-2008

Aruba

  

Beraden

 

Curaçao

  

Beraden

 

Sint Maarten

  

Beraden

 

Nederland (Caribisch

  

Ja

Nodig

Nederland (in Europa)

14-6-2016

14-7-2016

  

011563

Internationaal Verdrag inzake de bescherming van alle personen tegen gedwongen verdwijning

20-12-2006

23-12-2010

Aruba

21-12-2017

21-12-2017

  

Curaçao

  

Ja

Nodig

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

23-3-2011

22-4-2011

  

Nederland (in Europa)

23-3-2011

22-4-2011

  

012294

Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

11-5-2011

1-8-2014

Aruba

  

Ja

Nodig

Curaçao

  

Ja

Nodig

Sint Maarten

  

Ja

Nodig

Nederland (Caribisch

  

Ja

Nodig

Nederland (in Europa)

18-11-2015

1-3-2016

  

3.5 Onderuitputting

Bij verantwoording over het jaar 2025 worden van de totale onderuitputting de grootste en/of belangrijkste meevallende realisaties apart toegelicht. De overige meevallende realisaties worden in de post «overige meevallers» toegelicht.

De posten met onderuitputting van groter dan € 1 mln. ten opzichte van de tweede suppletoire begroting 2025 zijn opgenomen in de tabel en worden onderstaand toegelicht.

Tabel 5 Grootste posten met onderuitputting in 2025 KR
 

x € 1000

Als percentage van de vastgestelde netto begroting 2025 (%)

Uitgaven

  

Lopende inschrijving en leningen Curaçao en Sint Maarten

‒ 17.262

3,7%

Wisselkoersverschillen

‒ 9.300

2,0%

Opdrachten Caribisch Nederland

‒ 3.930

0,8%

Overige materiële uitgaven

‒ 3.115

0,7%

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

‒ 2.286

0,5%

Begrotingsreserve BMKB ACS

‒ 1.311

0,3%

Maatschappelijke initiatieven

‒ 1.067

0,2%

   

Ontvangsten

  

Meerontvangsten artikel 5

‒ 92.505

19,7%

   

Overig

  

Overig

‒ 369

0,1%

Totaal

‒ 131.145

28,0%

Toelichting

Lopende inschrijving en leningen Curaçao en Sint Maarten

Nederland heeft een lening verstrekt aan Curaçao ter financiering van investeringen op basis van de in de Rijkswet financieel toezicht opgenomen zogenaamde lopende inschrijving. Deze lening is lager dan eerder door Curaçao is aangevraagd.

Wisselkoersverschillen

De onderschrijding op de uitgaven wordt veroorzaakt door een meevaller op de wisselkoers van circa € 9,3 mln. 

Opdrachten Caribisch Nederland

Verder zijn er in 2025 minder opdrachten verstrekt dan eerder vanuit werd gegaan.

Overige materiële uitgaven

De onderschrijding op de uitgaven wordt veroorzaakt doordat enkele materiële trajecten vertraging hebben opgelopen in 2025.

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

De onderschrijding van de uitgaven komt doordat het pand waarin de Vertegenwoordiging op Curaçao (VNACS) is gehuisvest, niet in 2025 is aangekocht.

Begrotingsreserve BMKB ACS

De onderschrijding op de uitgaven komt doordat de risicoreserve voor de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) Aruba, Curaçao en Sint Maarten per abuis niet in de begrotingsreserve is gestort (€ 1,3 mln.)

Maatschappelijke initiatieven

De onderschrijding op de uitgaven wordt veroorzaakt door minder subdidieaanvragen dan eerder begroot waren. Het uitwerken van de subsidieregeling heeft veel tijd gekost. Medio 2025 is pas het eerste loket voor aanvragen opengegaan.

Meerontvangsten artikel 5

Door een technische fout is de raming van de renteontvangsten niet correct verwerkt in de begroting. Daarnaast heeft Curaçao incidenteel extra afgelost op de leningen. Om deze reden zijn de ontvangsten in 2025 € 92,5 mln. hoger dan eerder geraamd.

BES-fonds

Tabel 6 Grootste posten met onderuitputting in 2025 BES-fonds
 

x € 1000

Als percentage van de vastgestelde begroting 2025 (%)

Uitgaven

  

Wisselkoersverschillen

‒ 4.980

5,6%

Totaal

‒ 4.980

5,6%

Toelichting

Wisselkoersverschillen

De onderschrijding op de uitgaven wordt veroorzaakt door een meevaller op de wisselkoers van circa € 5,0 mln.

4. Beleidsartikelen Koninkrijksrelaties

4.1 Artikel 1. Versterken rechtsstaat

Het bevorderen van goed bestuur door een bijdrage te leveren aan het versterken van de rechtsstaat van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit krijgt vorm door samenwerking op het gebied van veiligheid, rechtshandhaving, grensbewaking en mensenrechten en door ondersteuning van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

Rechtshandhaving en veiligheid zijn aangelegenheden van de landen van het Koninkrijk. De minister stimuleert de versterking van de rechtsstaat in Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dit doet de minister door de landen te ondersteunen en invulling en uitvoering te geven aan protocollen, samenwerkingsregelingen en rijkswetten. Daarbij werkt de minister nauw samen met de betrokken bewindspersonen van de ministeries van Justitie en Veiligheid, Financiën en Defensie, die de operationele capaciteit voor de ondersteuning en versterking leveren.

Deze ondersteuning komt voort uit artikel 36 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden waarin is bepaald dat de landen binnen het Koninkrijk elkaar hulp en bijstand verlenen, en komt tot stand door het treffen van onderlinge regelingen op grond van artikel 38, eerste lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden.

Bestrijding ondermijning

In 2025 ontvingen het recherchesamenwerkingsteam (RST), Parket Procureur-Generaal van Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba (PPG), het Openbaar Ministerie op Aruba (OM) en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (Hof) via een ingroeimodel de jaarlijkse extra gelden die zijn vrijgekomen naar aanleiding van het sluiten van de landspakketten (Kamerstukken II 2019/20, 35420, nr. 177 en nr. 186). De KMar zet zich maximaal in om de gemaakte afspraken hierover na te komen.

Integriteit en maatschappelijk middenveld

Om ondermijning preventief aan te pakken is door het Justitieel Vierpartijen Overleg (JVO) de werkgroep Bestuurlijke Aanpak van Ondermijning ingesteld. Jaarlijks stelt het ministerie van BZK hiervoor € 1 mln. ter beschikking. Daarnaast is ingezet op de bevordering van de democratische rechtsstaat, mede door het organiseren van de derde Integrity Summit Dutch Caribbean. Tot slot heeft BZK in 2025 gewerkt aan de versterking van het maatschappelijk middenveld. Er zijn in het kader van een pilot 11 verschillende grotere projecten ondersteund op Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze projecten versterken de rechtsstaat, bijvoorbeeld door de ondersteuning van projecten gericht op media, burgerschap en weerbaarheid. Daarnaast zijn er vanuit het Kleine Projecten Fonds van VNACS ruim 80 kleine subsidies verleend aan een breed palet van sociaal maatschappelijke initiatieven in de drie landen.

Grenstoezicht

Om uitvoering te geven aan het protocol inzake de versterking grenstoezicht in de Caribische landen werken de landen aan de implementatie van de plannen van aanpak. Op het vlak van de multidisciplinaire samenwerking tussen de lokale grensdiensten evenals de samenwerking met de Koninklijke Marechaussee (KMar) en Douane Nederland kent de uitvoering van de plannen van aanpak vooruitgang. De Douane en KMar hebben ook in 2025 hun personele bijdrage geleverd in Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Vanwege het beperkte absorptievermogen bij de lokale diensten ten behoeve van twinning en opleidingen en beperkte capaciteit bij de KMar hebben nog niet alle plaatsingen en uitzendingen plaatsgevonden. De KMar zet zich maximaal in om de gemaakte afspraken na te komen en verwacht begin 2026 nagenoeg alle fte ingevuld te hebben.

Detentie Sint Maarten

In 2025 is de resterende bevoorschotting verstrekt aan de National Recovery Program Bureau (NRPB), een ZBO van het land Sint Maarten, van de bijdragen om een programmamanager en -team aan te trekken voor de systematische uitvoering van het Plan van Aanpak 2018 en het herstellen van de politiecellen in Philipsburg.

Tabel 7 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. Versterken rechtsstaat (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

20.321

32.741

9.172

33.095

16.916

70.506

‒ 53.590

         
 

Uitgaven

20.186

32.418

14.559

33.893

17.447

70.506

‒ 53.059

         

1.0

Versterken rechtsstaat

20.186

32.418

14.559

33.893

17.447

70.506

‒ 53.059

 

Subsidies (regelingen)

0

1.000

0

23

29

0

29

 

Detentie - Algemeen

0

1.000

0

23

0

0

0

 

Bestuurlijke aanpak

0

0

0

0

29

0

29

 

Opdrachten

35

275

75

186

92

0

92

 

Detentie - Algemeen

0

107

0

0

0

0

0

 

Diverse opdrachten

35

168

75

186

92

0

92

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

185

1.105

485

1.180

‒ 695

 

Detentie - Algemeen

0

0

185

1.105

485

1.180

‒ 695

 

Bijdrage aan medeoverheden

8.000

14.300

743

887

1.517

1.102

415

 

Overige bijstand aan de landen

8.000

14.300

0

499

393

0

393

 

Bestuurlijke aanpak

0

0

743

388

1.124

1.102

22

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

0

3.741

0

17.050

0

0

0

 

Detentie - Vastgoed

0

3.741

0

17.050

0

0

0

 

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

12.151

13.102

13.556

14.642

15.324

68.224

‒ 52.900

 

Grensbewaking (Defensie)

6.467

6.673

6.673

7.464

8.215

31.761

‒ 23.546

 

Recherchecapaciteit (JenV)

0

0

0

9

29

18.531

‒ 18.502

 

Rechterlijke macht (JenV)

5.684

6.429

6.883

7.169

7.080

12.805

‒ 5.725

 

Douane (Financiën)

0

0

0

0

0

5.127

‒ 5.127

         
 

Ontvangsten

0

4.000

0

0

0

0

0

         

Uitgaven

Opdrachten

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Detentie - Algemeen

Voor het doorontwikkelen van het gevangeniswezen van Sint Maarten zijn er in 2023 twee bijdragen verstrekt aan de National Recovery Program Bureau (NRPB). Eén daarvan is bestemd voor het herstellen van de politiecellen in Philipsburg, zodat deze in lijn kunnen worden gebracht met de standaarden van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT) die in 2023 een rapport uitbracht over het Koninkrijk der Nederlanden. De ander is voor de doorontwikkeling van het Plan van Aanpak 2018 voor detentie; het aantrekken en vervolgens financieren van een programmamanager en -team voor de uitvoering van het plan van aanpak. De resterende bevoorschotting voor deze bijdragen is in 2025 overgeboekt naar de NRPB.

Bijdrage aan medeoverheden

Bestuurlijke aanpak

Jaarlijks stelt het ministerie van BZK € 1,0 mln. ter beschikking voor de bestuurlijke aanpak van ondermijning in de Caribische landen. Dit gaat onder andere om het opstellen van ondermijningsbeelden, de inhuur van wervingscapaciteit en het volgen van opleidingen. Daarnaast heeft er in 2025 een conferentie plaatsgevonden gericht op de kennis en implementatie van Bibob-wetgeving.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Grensbewaking (Defensie)

In het kader van de versterking van het grenstoezicht is bij eerste suppletoire begroting € 21,2 mln. overgeboekt naar het ministerie van Defensie voor de inzet KMar. Deze inzet vindt plaats onder het Protocol inzake de inzet van personeel vanuit de flexibel inzetbare pool Koninklijke Marechaussee. Daarnaast is een deel van de inzet KMar flexpool, € 8,2 mln., via facturatie met het ministerie van Defensie gelopen. Hierdoor is circa € 0,3 mln. meer uitgegeven. Omdat de middelen voor grensbewaking naar het ministerie van Defensie zijn overgeboekt, staan deze niet als uitgaven binnen BZK geregistreerd. Daardoor valt de realisatie bij BZK lager uit.

Recherchecapaciteit (JenV)

Zoals vastgelegd in de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en het Protocol inzake gespecialiseerde Recherchesamenwerking heeft het Recherche Samenwerkingsteam (RST) in 2025 uitvoering gegeven aan de bestrijding van zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit. Daarnaast heeft het RST de afhandeling van internationale rechtshulpverzoeken op dit gebied verricht. In het Convenant Financieringssystematiek recherchesamenwerkingsteam is opgenomen dat het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de politieke verantwoordelijkheid behoudt voor het beschikbaar stellen van de middelen. Er is € 14,3 mln. overgeboekt met de eerste suppletoire begroting 2025 naar het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hierdoor is de realisatie bij BZK lager. Tevens is bij eerste suppletoire begroting € 3 mln. van het Recherche budget toegevoegd aan de rechterlijke macht, namelijk OM en Hof. Dit omdat de nadruk binnen de keten meer zal liggen bij de inzet van deze diensten.

Rechterlijke macht (JenV)

In de vastgestelde begroting voor 2025 was € 12,8 mln. begroot voor de rechterlijke macht. Het RST, Openbaar Ministeries (OM) en Gemeenschappelijk Hof (Hof) werken binnen de rechtshandhavingsketen gezamenlijk aan de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Voor 2025 is afgesproken dat de nadruk binnen de keten meer zou komen te liggen bij de inzet van het OM en Hof. Daartoe is bij de eerste suppletoire begroting € 3 mln. van het RST budget toegevoegd aan de rechterlijke macht. Tevens is bij eerste suppletoire begroting € 8 mln. overgeboekt naar het ministerie van Justitie en Veiligheid ten behoeve van drie organisaties binnen de ondermijningsaanpak, te weten het OM van Curaçao, Sint Maarten en de BES, het OM van Aruba en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie. Gedurende het jaar is nog circa € 7 mln. uitgegeven aan uitzendkosten voor Gemeenschappelijk Hof en Openbaar Ministeries.

Douane (Financiën)

In het kader van het Protocol inzake de Versterking grenstoezicht in de Caribische landen van het Koninkrijk heeft BZK ook in 2025 betalingen verricht voor de uitzending van Douanepersoneel naar de landen. Omdat de middelen voor de douane naar het ministerie van Financiën zijn overgeboekt, staan deze niet als uitgaven binnen BZK geregistreerd. Bij de tweede suppletoire begroting is € 4,5 mln. hiertoe overgeboekt.

4.2 Artikel 2. Slavernijverleden

De middelen die naar aanleiding van de excuses beschikbaar zijn gesteld, zijn onder andere gericht op kennis en bewustwording, erkenning, herdenking en de doorwerking van het trans-Atlantisch slavernijverleden. Uitgangspunten voor de invulling hiervan zijn: (1) navolgbaarheid en inzichtelijkheid en (2) programmering en bestemming van deze middelen vindt in samenspraak met betrokkenen uit Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten plaats.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor:

Regisseren

  • De minister van BZK coördineert het traject van de opvolging van de excuses voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Uitvoeren

  • De minister van BZK geeft uitvoering aan een subsidieregeling, waarmee maatschappelijke initiatieven een impuls kunnen geven aan onder andere meer kennis van en bewustwording over het trans-Atlantisch slavernijverleden in en voor het Caribisch deel van het Koninkrijk.

  • Er wordt uitvoering gegeven aan maatregelen voor bewustwording, betrokkenheid en doorwerking, waarmee concreet invulling wordt gegeven aan de op 19 december 2022 gedane toezeggingen (Kamerstukken II 2022/2023, 36284 nr. 1).

Na publicatie van de subsidieregeling op 1 juli 2024 in de Staatscourant is tot en met de eerste helft van 2025 de regeling met de potentieel uitvoerder geoperationaliseerd en per 11 augustus 2025 in werking getreden (Stcrt. 2025, 22437). Ook is een formele opdracht verstrekt voor de uitvoering van de subsidieregeling.

De specifieke maatregelen zijn door ieder (ei)land verwerkt in lokale actieagenda’s van de lokale overheden. De (ei)landelijke actieagenda’s zijn afgelopen zomer door de overheden van Aruba, Curaçao, Bonaire, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangeboden en de voorschotten zijn verstrekt in september jl.

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Slavernijverleden (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

34.112

26.999

7.113

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

6.562

26.999

‒ 20.437

         

2.0

Slavernijverleden

0

0

0

0

6.562

26.999

‒ 20.437

 

Subsidies (regelingen)

0

0

0

0

187

6.666

‒ 6.479

 

Maatschappelijke initiatieven

0

0

0

0

187

6.666

‒ 6.479

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

6.375

20.333

‒ 13.958

 

Maatregelen bewustwording, betrokkenheid en doorwerking slavernijverleden

0

0

0

0

6.375

20.333

‒ 13.958

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Subsidies

Maatschappelijke initiatieven

Dit betreffen uitgaven om invulling te geven aan de subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten en de bijbehorende uitvoeringskosten. Het gaat om circa € 33,3 mln., verdeeld over de jaren 2025 tot en met 2029. Bij de Voorjaarsnota heeft een kasschuif plaatsgevonden van € 4,3 mln. naar 2026 (€ 2,1 mln.) en 2027 (€ 2,2 mln.). Dit omdat het eerste subisdietijdvak pas medio 2025 is opengesteld. Bij de augustusbesluitvorming is een kasschuif van € 0,5 mln. gedaan omdat de uitvoeringskosten in 2025 lager uit zijn gevallen dan aanvankelijk begroot. In 2025 zijn zoals gemeld de eerste aanvraagtijdvakken open gegaan en is er voor circa € 0,2 mln. beschikt. Ook zijn de uitvoeringskosten voor zowel de operationalisering van de subsidieregeling als de eerste uitvoeringsactiviteiten bij de aanvraagtijdvakken gemaakt; dit voor circa € 0,5 mln. Het bedrag voor de uitvoeringskosten is overgeboekt naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Bijdrage aan medeoverheden

Maatregelen voor bewustwording, betrokkenheid en doorwerking

Dit betreft uitgaven voor onder andere bewustwording, betrokkenheid en doorwerking van slavernijverleden voor de Caribische delen van het Koninkrijk. In de kabinetsreactie van 19 december 2022 zijn toezeggingen gedaan aan ieder (ei)land. Op basis van de gemaakte toezeggingen hebben Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten concrete projectvoorstellen opgesteld en verwerkt in een actieagenda. Deze actieagenda’s zijn afgelopen zomer aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangeboden en in september jl. zijn de voorschotten verstrekt. Het gaat om circa € 33,3 mln., verdeeld over de jaren 2025 tot en met 2029. Omdat in 2025 alleen de opstartfase van alle projecten plaatsvindt heeft een kasschuif plaatsgevonden van € 14,4 mln. naar 2026 (€ 10 mln.) en 2027 (€ 4,4 mln.). In 2025 is circa € 6,3 mln. uitgegeven voor de opstartfase van alle projecten.

4.3 Artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur

Het bewerkstelligen van een merkbare positieve verandering in het leven van de burgers in het Caribische deel van het Koninkrijk door de bestuurlijke en de financieel- en sociaaleconomische weerbaarheid van de Landen en Caribisch Nederland te versterken. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) draagt daaraan bij middels het versterken van de uitvoeringskracht, het inzetten van kennis en expertise en het coördineren van de inzet van het Rijk.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • De minister ondersteunt waar gewenst en mogelijk de Caribische delen van het Koninkrijk bij de uitvoering van taken door middel van technische assistentie en het delen van kennis.

  • De minister ondersteunt waar gewenst en mogelijk de Caribische delen van het Koninkrijk bij de uitvoering van taken door middel van praktische samenwerking en het opzetten van samenwerkingsovereenkomsten.

  • De minister ondersteunt via de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) hervormingsmaatregelen op diverse gebieden, met betrekking tot de sociaal-economische structuur, zoals de arbeidsmarkt, zorg, onderwijs en veiligheid.

Regisseren

Onderlinge Regeling Samenwerking bij Hervormingen

Op 4 april 2023 is de Onderlinge Regeling ‘Samenwerking bij hervormingen’ ondertekend door de staatsecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister-presidenten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Deze Onderlinge Regeling vormt de juridische basis voor samenwerking bij implementatie van de hervormingen uit de Landspakketten. In 2025 is een onafhankelijke commissie ingesteld voor een evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Onderlinge Regeling, waarvan het verslag in 2026 wordt verstrekt aan de Tweede Kamer en de Staten van de Caribische Landen.

Tabel 9 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4. Bevorderen sociaaleconomische structuur (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

51.920

81.410

63.860

31.585

97.724

99.952

‒ 2.228

         
 

Uitgaven

53.280

76.265

44.255

30.876

76.588

100.746

‒ 24.158

         

4.1

Curaçao, Sint Maarten en Aruba

39.249

57.089

25.040

19.048

23.264

46.796

‒ 23.532

 

Subsidies (regelingen)

31.534

2.190

15.156

12.649

18.138

33.670

‒ 15.532

 

Diverse subsidies

574

0

2.562

981

375

250

125

 

Noodpakketten

29.897

2.138

0

0

0

0

0

 

Tijdelijke Werkorganisatie/ NRPB

1.063

0

0

0

0

0

0

 

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

0

52

5.784

8.865

11.556

22.754

‒ 11.198

 

Onderwijshuisvesting Curaçao

0

0

6.810

2.803

6.207

10.666

‒ 4.459

 

Opdrachten

657

3.815

2.672

2.543

2.046

5.604

‒ 3.558

 

Opdrachten landen

657

129

38

269

133

604

‒ 471

 

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

0

3.686

2.634

2.274

1.913

5.000

‒ 3.087

 

Inkomensoverdrachten

1.450

1.016

854

892

714

5.268

‒ 4.554

 

Toeslagen op pensioenen NA

1.450

1.016

854

892

714

5.268

‒ 4.554

 

Bijdrage aan medeoverheden

5.487

49.947

6.082

2.476

2.083

2.000

83

 

Bijdrage landen

5.487

23.129

0

120

29

0

29

 

Onderwijshuisvesting Curaçao

0

9.956

0

402

0

0

0

 

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

0

16.862

6.082

1.954

2.054

2.000

54

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

121

121

276

488

283

254

29

 

Diverse bijdragen

121

121

276

488

283

254

29

4.2

Caribisch Nederland

14.031

19.176

19.215

11.828

53.315

47.950

5.365

 

Subsidies (regelingen)

3.558

2.090

2.328

3.669

4.050

846

3.204

 

Subsidies Caribisch Nederland

507

2.090

2.328

3.669

4.050

846

3.204

 

Bonaire International Airport

3.051

0

0

0

0

0

0

 

Opdrachten

786

612

1.475

978

956

2.350

‒ 1.394

 

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

786

612

1.250

618

764

1.758

‒ 994

 

Opdrachten Caribisch Nederland

0

0

225

360

192

592

‒ 400

 

Inkomensoverdrachten

2.138

3.135

2.584

1.632

1.706

1.349

357

 

Pensioenen en uitkeringen politieke ambtsdragers

2.138

3.135

2.584

1.632

1.706

1.349

357

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

32

161

0

161

 

Caribisch Nederland

0

0

0

32

161

0

161

 

Bijdrage aan medeoverheden

7.549

13.339

11.960

5.479

45.846

43.405

2.441

 

Sociaaleconomische initiatieven

0

0

0

0

34.000

34.000

0

 

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

7.549

13.339

11.960

5.479

11.846

9.405

2.441

 

Bijdrage aan agentschappen

0

0

868

38

596

0

596

 

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

0

0

868

38

596

0

596

4.3

Stimuleringsregelingen

0

0

0

0

9

6.000

‒ 5.991

 

Subsidies (regelingen)

0

0

0

0

9

6.000

‒ 5.991

 

Voedselzekerheid

0

0

0

0

9

6.000

‒ 5.991

         
 

Ontvangsten

804

8.336

648

1.824

1.289

0

1.289

         

Uitgaven

4.1 Curaçao, Sint Maarten en Aruba

Subsidies (regelingen)

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

Voor de uitvoering van de maatregelen en hervormingen in de Landspakketten in het kader van de Onderlinge Regeling «Samenwerking bij Hervormingen» is aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten in 2025 ongeveer € 11,6 mln. aan subsidies beschikbaar gesteld. Hieronder vallen bijvoorbeeld uitgaven voor de organisatorische transformatie van de belastingdienst op Sint Maarten (€ 0,9 mln.) en een subsidie voor de implementatie van het Three Lines of Defence model, de verbeterde financiële werkprocessen en de inrichting van de Control Support Hub om het financieel beheer van Aruba te verbeteren (€ 1,1 mln.). Mede vanwege vertraging in de uitvoering van projecten en een gebrek aan capaciteit op de landen, is hierop minder uitgegeven dan begroot.

Onderwijshuisvesting Curaçao

In het kader van het programma onderhoud scholen Curaçao, dat onderdeel is van het Landspakket Curaçao, heeft Nederland in totaal meerjarig € 30 mln. beschikbaar gesteld. In 2025 is hiervan € 6,2 mln. betaald aan het ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport van Curaçao als onderdeel van de financiering van de tweede en derde tranche scholen. Dit project heeft enige vertraging opgelopen bij het aanbestedigingsproces. Daarnaast was de staat van de huisvesting bij een aantal scholen slechter dan verwacht. Hierdoor waren aanpassingen noodzakelijk, waardoor het project verder werd vertraagd. Dit tezamen heeft ervoor gezorgd dat een gedeelte van het begrote bedrag nog niet is uitgegeven.

Opdrachten

Tijdelijke werkorganisatie (TWO)

Omdat TWO bij de invulling van de Onderlinge Regeling meer werkt met subsidies dan met opdrachten (zoals oorspronkelijk geraamd), is het bedrag van opdrachten substantieel afgenomen naar € 1,9 mln. Onder meer is een start gemaakt met het opstellen van een dividend- en deelnemingsbeleid (€ 0,2 mln.).

Inkomensoverdrachten

Toeslagen op pensioenen NA

Conform de regeling vaste verrekenkoers pensioeninkomen voormalig Nederlands-Antilliaans (NA) en Arubaanse pensioengerechtigden zijn koersverschillen tussen de Nederlands-Antilliaanse gulden (ANG) en Arubaanse florin (AWG) enerzijds en de Euro (€) gecompenseerd. Het aantal pensioengerechtigden is met de jaren afgenomen. Om deze reden heeft er met de Voorjaarsnota een ramingsbijstelling plaatsgevonden (€ 4,0 mln.). Dit is de voornaamste oorzaak van het verschil tussen de begroting en de realisatie.

Medeoverheden

Tijdelijke Werkorganisatie (TWO)

In 2025 is circa € 2,1 mln. besteed aan bijdragen in het kader van de Landspakketten. Zo ging ook dit jaar geld naar het inhalen van achterstanden van de Arubaanse Belastingdienst (€ 0,6 mln.), en ontving ICTU € 0,8 mln. voor werkzaamheden voor de overheden van Curaçao, Aruba en Sint Maarten.

4.2 Caribisch Nederland

Subsidies (regelingen)

Subsidies Caribisch Nederland

In 2025 zijn diverse bijdragen gedaan ten behoeve van Caribisch Nederland waaronder de versterking van de VTH BES-eilanden voor circa € 1,0 mln., een bijdrage voor de afvalstortplaats Bonaire (Selibon) € 1,5 mln., voedselbank Bonaire circa € 0,2 mln. en het Caribische uitwisselingsnetwerk circa € 0,4 mln.

Bijdrage aan medeoverheden

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

De middelen voor het versterken van de bestuurs- en uitvoeringskracht van de openbare lichamen zijn in voorgaande jaren grotendeels overgeheveld naar het BES-fonds en als vrij besteedbare middelen aan de openbare lichamen verstrekt. Ook is binnen dit instrument een bijzondere uitkering verstrekt van € 1,9 mln. aan Sint Eustatius voor onderhoud aan historische panden. Daarnaast is in 2025 de tweede tranche van circa € 7,4 mln. beschikbaar gesteld aan het openbaar lichaam van Sint Eustatius voor herstelwerkzaamheden aan de klif. Eerder was in 2024 besloten de werkzaamheden aan de klif op te schorten vanwege achterblijvende voortgang op verschillende natuur- en erosieprojecten op het eiland, in het bijzonder de aanpak van loslopend vee. Omdat er weer voldoende vooruitgang is geboekt zijn in 2025 de werkzaamheden aan het klifproject weer hervat.

Sociaal-economische initiatieven

In 2025 is uitvoering gegeven aan investeringen die gericht zijn op het versterken van de sociaal-economische structuur van Caribisch Nederland. Voor de verbetering van de maritieme bereikbaarheid en de economische zelfstandigheid van Saba is in 2025 € 30 mln. beschikbaar gesteld voor de aanleg en ontwikkeling van de haven van Saba. Verder is in het licht van de aanhoudende groei van Bonaire geïnvesteerd in de kwaliteit en toekomstbestendigheid van het wegennet. Hiervoor is in de periode 2025–2028 € 16 mln. beschikbaar gesteld, waarvan in 2025 de eerste middelen ter hoogte van € 4 mln. zijn overgemaakt naar Bonaire.

Bijdrage aan agentschappen

Versterken bestuurs- en uitvoeringskracht

Dit betreffen voor het grootste gedeelte uitgaven aan de notaris voor de aankoop van een aantal panden op Sint Eustatius. Dit in het kader van de teruggave van de panden aan Sint Eustatius die bij de ontmanteling van de Antillen op 10 oktober 2010 eigendom zijn geworden van de Staat der Nederlanden. Daarnaast zijn de begrote uitgaven voor de aankoop van het monumentale pand van de Vertegenwoordiging op Curaçao niet tot besteding gekomen (€ 2 mln.).

4.3 Stimuleringsregelingen

Subsidies (regelingen)

Voedselzekerheid

In 2025 is er € 24 mln. beschikbaar gesteld om de voedselzekerheid op de Caribische delen van het Koninkrijk te vergroten, voor de periode 2025-2028. Bij de Voorjaarsnota heeft een kasschuif plaatsgevonden van 2025 (€ 5,2 mln.) naar de jaren 2026 tot en met 2028 omdat het revolverend fonds in 2026 operationeel wordt.

4.4 Artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Houdbare overheidsfinanciën worden gezien als belangrijke randvoorwaarde voor een gezonde economische ontwikkeling in Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Het verbeteren van het financieel beheer is een tweede doelstelling van het beleid. Het bereiken en borgen van houdbare overheidsfinanciën van de toenmalige eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten is in 2010 ondersteund door de kwijtschelding van een deel en herfinanciering van het overige deel van de schulden van Curaçao en Sint Maarten en het land Nederlandse Antillen. Dit werd vastgelegd in de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt in de aanloop naar de nieuwe staatkundige verhoudingen per 10 oktober 2010. Op grond van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten wordt door middel van uitoefening van financieel toezicht door de RMR en door de lopende inschrijving door Nederland op de financiering van investeringen van Curaçao en Sint Maarten de houdbaarheid bevorderd. Voor Aruba is het financieel toezicht door de RMR geregeld in de Landsverordening Aruba financieel toezicht.

Gelet op de autonomie hebben de landen hun eigen verantwoordelijkheid voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. Daarnaast draagt het financieel toezicht op Curaçao en Sint Maarten op grond van de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft) bij aan de houdbare overheidsfinanciën. Dit toezicht wordt uitgeoefend door de Rijksministerraad.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor:

Financieren

De minister financiert de uitgaven die voortkomen uit de leningen en de uitoefening van het toezicht. Er zijn diverse soorten leningen: de leningen die voortvloeien uit de schuldsanering, de leningen op grond van de lopende inschrijving, de covidleningen en overige leningen.

Uitvoeren

Afspraken over de overheidsfinanciën van Curaçao en Sint Maarten zijn vastgelegd in de Rijkswet financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Rft) en voor Aruba in de Landsverordening financieel toezicht (LAft). Op basis van deze wetten begeleidt de minister de adviezen van het College financieel toezicht Curaçao en Sint Maarten (Cft) en van het College Aruba financieel toezicht (CAft) naar de Rijksministerraad, de toezichthouder. Tevens is in de Rft bepaald dat Nederland een lopende inschrijving heeft op leningen aan Curaçao en Sint Maarten, tegen het actuele rendement op Nederlandse staatsleningen van de desbetreffende looptijd. Met de regering van Aruba in 2024 een bestuurlijk akkoord bereikt over een traject om te komen tot een nieuwe ontwerp-Rijkswet in combinatie met een nationale regelgeving van Aruba gericht het bereiken en borgen van houdbare overheidsfinanciën. Conform dat akkoord is de ontwerp-Rijkswet Aruba financieel toezicht (RAft) in 2025 ingetrokken en heeft voor het nieuwe ontwerp de (internet-)consultatie plaatsgevonden. Het op orde brengen van het financieel beheer in Aruba, Curaçao en Sint Maarten is een belangrijke doelstelling in de Landspakketten. Naast specifieke knelpunten die een goedkeurende accountantsverklaring bij de jaarrekening in de weg staan, wordt de problematiek veroorzaakt door fundamentele problemen in de wetgeving, de financiële organisatie, de financiële processen en de administratie. In 2025 worden, met ondersteuning van de TWO, door de Landen verdere stappen gezet in de verbetering en de borging van de uitvoering van de financiële processen, waarbij een belangrijk accent zal liggen op de inrichting van de financiële functie.

Tabel 10 Overzicht covidleningen ACS (Bedragen in mln.)
 

initieel

 

actuele leningstand

 
 

AWG/ANG

EUR

AWG/ANG

EUR

Aruba

915,5

442,2

824,0

397,2

Curaçao

911,0

448,3

842,2

414,3

Sint Maarten

316,4

141,6

316,4

140,4

Totaal

2142,9

1032,1

1982,6

951,9

De totale omvang van de covidleningen, circa € 1 mld., is weer gedaald als gevolg van jaarlijkse aflossingen door Aruba en Curaçao. Voor Sint Maarten is de aflossing geclusterd in drie aflossingen in 2038, 2045 en 2053.

Met de leningen onder de lopende inschrijving die is geregeld in art. 16 Rft worden publieke investeringen in Curaçao en Sint Maarten gestimuleerd en door de gunstige leenvoorwaarden wordt gelijktijdig de houdbaarheid van de overheidsfinanciën ondersteund.

De herfinanciering van de leningen uit 2010 voor Curaçao en Sint Maarten was wenselijk, omdat de in 2010 vastgelegde aflossing niet aansluit op de financiële draagkracht op dit moment. Voor de overige leningen uit 2010 zal samen met de landen naar een structurele oplossing worden gezocht.

In 2025 heeft de Rijksministerraad op advies van het Cft aan Sint Maarten gevraagd een planning gericht op tijdige vaststelling van de begroting op te stellen.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5. Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

733.075

31.129

33.195

66.000

74.460

0

74.460

         
 

Uitgaven

597.611

223.627

61.712

94.517

103.011

28.517

74.494

         

5.1

Schuldsanering Curaçao en Sint Maarten

28.517

28.517

28.517

28.517

28.550

28.517

33

 

Leningen

28.517

28.517

28.517

28.517

28.550

28.517

33

 

Schuldsanering

28.517

28.517

28.517

28.517

28.550

28.517

33

5.2

Leningen / garanties Curaçao, Sint Maarten en Aruba

569.094

195.110

33.195

66.000

74.461

0

74.461

 

Leningen

569.094

195.110

33.195

66.000

74.461

0

74.461

 

Leningen aan Aruba

315.577

181.478

0

0

0

0

0

 

Lopende inschrijving en leningen Curaçao en Sint Maarten

253.517

13.632

33.195

66.000

74.461

0

74.461

         
 

Ontvangsten

44.232

81.583

83.413

160.957

198.109

205.344

‒ 7.235

         

Uitgaven

5.2 Leningen/garanties landen Curaçao en Sint Maarten en Aruba

Leningen

Lopende inschrijving en leningen Curaçao en Sint Maarten

Aan Curaçao is een lening verstrekt van € 59,0 mln. en aan Sint Maarten een lening van € 15,5 mln. voor publieke investeringen. In Curaçao betreft het investeringen in een crisiscentrum, digitalisering en infrastructuur en in Sint Maarten in onder meer de gevangenis en ICT. Ook is voor beide landen een lening uit 2010 met einddatum 2025 (deels) geherfinancierd, omdat de omvang van de aflossing niet passend was bij de financiële draagkracht van de landen in 2025. Voor Sint Maarten was dit een volledige herfinanciering voor een bedrag van € 37,5 mln. en voor Curaçao een gedeeltelijke herfinanciering voor een bedrag van € 40,8 mln. De Kamer is hierover overeenkomstig het Beleidskader Risicoregelingen geïnformeerd (Kamerstukken II 2025/26, 36 800, nr 24, 47, 48 en 49).

Ontvangsten

De in de leenovereenkomsten overeengekomen rente en aflossingen op leningen aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten worden hier verantwoord. Door (gedeeltelijke) herfinanciering van de leningen uit 2010 zijn de gerealiseerde ontvangsten lager dan begroot.

4.5 Artikel 8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Het bevorderen dat de basisvoorzieningen (inclusief infrastructuur) voor de burgers in Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba weer op het niveau van voor de orkanen Irma en Maria komen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) coördineert het beschikbaar stellen van de middelen vanuit Nederland en het toezicht op de besteding daarvan.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

Financieren

  • De minister financiert een deel van de wederopbouw van Sint Maarten. Tot 2021 zijn er middelen beschikbaar waarmee het trustfonds bij de Wereldbank wordt gevuld. De einddatum van dit trustfonds is in 2022 budgetneutraal verlengd met 36 maanden en blijft tot en met 2028 operationeel. Deze bijdrage is verbonden aan de politieke voorwaarden waarmee Sint Maarten akkoord is gegaan, waaronder de reeds ingestelde integriteitskamer en het versterken van het grenstoezicht waarover nadere afspraken zijn gemaakt (Stcrt. 2014, 72542 en Landsverordening Integriteitskamer). Nederland zal gedurende de wederopbouw toezien op de naleving van de voorwaarden.

  • De minister levert naast het trustfonds directe steun voor de wederopbouw van Sint Maarten. Het gaat hier bijvoorbeeld om kosten op het gebied van rechtshandhaving of technische assistentie op gebied van financieel beheer.

Regisseren

  • De minister regisseerde tot 2021 de rijksbrede aanpak van de wederopbouwfase op de eilanden Saba en Sint Eustatius.

  • De minister is vertegenwoordigd in de stuurgroep van het Sint Maarten Reconstruction, Recovery and Resilience Trust Fund waarin ook Sint Maarten en de Wereldbank zitting hebben. Prioriteiten voor Nederland zijn economische ontwikkeling en bereikbaarheid, de afvalproblematiek en goed bestuur.

De prioriteitsprojecten voor Nederland zijn de herbouw op Sint Maarten van de vliegtuigterminal, het afvalproject inclusief management van de afvalberg, het afvalwater zuiveringsproject en daarnaast ook het opzetten van een Disaster Reserve Fund. Daarbij zijn ook de thema’s good governance en het vinden van additionele externe financiering voor Nederland van belang.

Er worden momenteel acht projecten uitgevoerd. Vijf projecten zijn reeds afgerond. De wederopbouw van Sint Maarten is nog steeds op koers, al blijft er nog veel te doen.

In 2025 zijn een aantal belangrijke mijlpalen bereikt. Zo is het project rondom het herbouwen van de vliegtuigterminal in 2025 succesvol afgerond. Ook is de herbouw van de twee resterende scholen en de bibliotheek opnieuw aanbesteed en is begonnen met het ondergronds plaatsen van nog eens 8 km aan elektriciteitskabels en pijpleidingen. Het Mental Health project, dat een nieuwe kliniek gaat bouwen en de psychische dienstverlening gaat verbeteren, sloot in januari 2025 een samenwerkingscontract af met het Trimbos Instituut en de architect voor het gebouw is gecontracteerd. Ook is een nieuw digitaal nationaal waarschuwingssysteem opgeleverd dat werkt via de mobiele telefoon.

De directe bijdragen vanuit het begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties in 2025 waren er vooral op gericht om aanvullende (financiële) ondersteuning te bieden aan organisaties die betrokken zijn bij de projecten onder het trustfonds. Voor het herstel van de luchthaven was dit de Royal Schiphol Group, bij de vervanging van de waterpompen waren het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur (VROMI), RVO en de Stichting Overheidheidsaccountantbureau (SOAB) betrokken.

Tabel 12 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 8. Wederopbouw Bovenwindse Eilanden (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

92.602

6.984

2.305

3.505

13

722

‒ 709

         
 

Uitgaven

91.485

8.456

2.709

2.888

315

722

‒ 407

         

8.1

Wederopbouw

91.485

8.456

2.709

2.888

315

722

‒ 407

 

Subsidies (regelingen)

1.854

762

2.020

1.921

0

0

0

 

Diverse subsidies

1.854

762

2.020

1.921

0

0

0

 

Opdrachten

999

694

689

661

315

722

‒ 407

 

Wederopbouw op Sint Maarten

999

694

689

661

315

722

‒ 407

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

306

0

0

0

 

Wederopbouw op Sint Eustatius

0

0

0

306

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

2.517

0

0

0

0

0

0

 

Wederopbouw op Sint Eustatius

2.517

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

86.115

7.000

0

0

0

0

0

 

Wederopbouw op Sint Maarten

0

7.000

0

0

0

0

0

 

Wereldbank

86.115

0

0

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Uitgaven

8.1 Wederopbouw

Opdrachten

Wederopbouw op Sint Maarten

Bij de eerste en september suppletoire begroting is er binnen artikel 8 van de KR begroting budget gerealloceerd voor de hieronder genoemde opdrachten.

De Royal Schiphol Group heeft circa € 0,31 mln. aan operationele bijstand voor de luchthaven Sint Maarten (PJIA) geleverd. Daarnaast is in het kader van de begeleiding van de aanschaf van de stormwaterpompen een bedrag verstrekt van € 0,01 mln. aan de SOAB Sint Maarten.

5. Niet-beleidsartikelen

5.1 Artikel 6. Apparaat

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 13 Apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

31.652

34.526

32.718

53.429

30.879

35.021

‒ 4.142

         
 

Uitgaven

30.335

34.195

32.678

50.024

28.325

35.021

‒ 6.696

         

6.0

Apparaat

30.335

34.195

32.678

50.024

28.325

35.021

‒ 6.696

 

Personele uitgaven

18.077

17.927

22.421

24.388

23.962

22.937

1.025

 

Eigen personeel

15.264

16.543

20.719

22.955

23.130

21.775

1.355

 

Inhuur externen

2.813

1.384

1.702

1.433

832

1.162

‒ 330

 

Materiële uitgaven

12.258

16.268

10.257

25.636

4.363

12.084

‒ 7.721

 

Overige materiële uitgaven

12.258

16.268

14.335

14.905

14.606

12.084

2.522

 

Wisselkoersverschillen

0

0

‒ 4.078

10.731

‒ 10.243

0

‒ 10.243

         
 

Ontvangsten

7.073

10.109

4.625

2.614

2.028

0

2.028

         

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Uitgaven

Dit betreffen de uitgaven van de Shared Service Organisatie Caribisch Nederland (SSO CN), de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN), de Colleges Financieel Toezicht (Cft), Rijksvertegenwoordiger, de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) en de Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten (VN ACS).

Personele uitgaven

Eigen personeel

Dit betreffen de uitgaven aan het eigen personeel van de SSO-CN, RCN, Rijksvertegenwoordiger, Cft, TWO en het lokaal personeel van de VN ACS.

Materiële uitgaven

Overige materiële uitgaven

Dit betreffen de uitgaven voor overige materiële posten van SSO CN, RCN, Cft, Rijksvertegenwoordiger, TWO en de VN ACS. Hieronder vallen onder andere huisvestingskosten, ICT-kosten en communicatiekosten. Onderuitputting wordt deels veroorzaakt doordat personele kosten en materiële kosten in de laatste maanden van het jaar verder uit elkaar liepen dan geraamd. Daarnaast hebben er enkele trajecten vertraging opgelopen.

Ontvangsten

Dit betreft de ontvangsten van SSO CN over 2025 uit de verrekening met de andere departementen. Verrekening vindt plaats op basis van toe- of afname van de basisdienstverlening en de specifieke dienstverlening van SSO CN.

5.2 Artikel 7. Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 14 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

639

‒ 639

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

0

639

‒ 639

         

7.0

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

639

‒ 639

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

639

‒ 639

 

Onvoorzien

0

0

0

0

0

619

‒ 619

 

Wisselkoersreserve

0

0

0

0

0

20

‒ 20

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Onvoorzien

Vanuit dit artikel is er onder andere een reallocatie naar artikel 4 gedaan om te voldoen aan de toezegging om het restbedrag van de eerste tranche van de renovatiewerkzaamheden aan de klif op Sint Eustatius beschikbaar te stellen voor de tweede tranche (€ 0,5 mln.).

6. Bedrijfsvoeringsparagraaf Koninkrijksrelaties

Paragraaf 1 - Rapportage voor volgende verplichte onderdelen:

Rechtmatigheid

1a - Rechtmatigheid

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

1b - Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

1c - Begrotingsbeheer, financieel beheer en materiële bedrijfsvoering

Voor het begrotingsbeheer, het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

1d - Misbruik en oneigenlijk gebruik

Voor misbruik en oneigenlijk gebruik wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

1e - Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Voor de overige aspecten van de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

1f - Fraude- en corruptierisico's

Voor fraude- en corruptierisico's wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Voor de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Voor de belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

B. BELEIDSVERSLAG BES-FONDS

7. Beleidsprioriteiten

Het BES-fonds is een beleidsarm fonds waaruit aan de eilanden van Caribisch Nederland een vrije uitkering wordt verstrekt. Deze uitkering moet de eilanden in staat stellen hun taken uit te voeren.

8. Beleidsartikel BES-fonds

8.1 Artikel 1. BES-fonds

Via het BES-fonds wordt bewerkstelligd dat de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba middelen krijgen toebedeeld om de tussen het Rijk en de eilanden overeengekomen taakverdeling van de eilanden naar behoren uit te voeren.

De openbare lichamen mogen zelf bepalen welke taken en activiteiten zij bekostigen uit de algemene middelen van de vrije uitkering. Dit uitgangspunt laat onverlet dat de openbare lichamen bepaalde wettelijke taken en activiteiten dienen uit te voeren waarbij zij voor de bekostiging mede op de algemene middelen zijn aangewezen.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor:

Financieren

De minister is verantwoordelijk voor de bestuurlijke en financiële verhouding met de eilanden en in die hoedanigheid financiert de minister het BES-fonds.

Er zijn in 2025 geen beleidswijzigingen geweest binnen het BES-fonds.

Tabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1. BES-fonds (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Verplichtingen

51.710

67.092

87.850

106.704

90.959

88.642

2.317

        

Uitgaven

51.710

67.092

87.850

103.864

93.799

88.642

5.157

        

Bijdrage aan medeoverheden

       

Vrije uitkering

51.710

67.092

87.850

103.864

93.799

88.642

5.157

        

Ontvangsten

51.710

67.092

87.850

103.864

93.799

88.642

5.157

Uitgaven

Bijdragen aan medeoverheden

Vrije uitkering

De middelen, die de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba uit het BES-fonds ontvangen, zijn vrij besteedbaar. De hoogte van de vrije uitkering wordt vastgesteld in US dollars.

Op de vrije uitkering wordt een aantal bedragen ingehouden. Het betreft aflossingslasten voor eerder afgesloten renteloze leningen die het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft verstrekt ter bekostiging van achterstanden op Sint Eustatius en Bonaire (de lening van Saba is in 2021 afgelost) in de onderwijshuisvesting, de lening van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor de weginfrastructuur op Saba en de renteloze lening van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan Sint Eustatius ter financiering van de schikking klif Sint Eustatius.

Ontvangsten

Artikel 88, derde lid, van de Wet FinBES regelt dat bij (begrotings-)wet voor ieder uitkeringsjaar middelen van het Rijk worden afgezonderd ten behoeve van het BES-fonds. De uitgaven en de afgezonderde inkomsten over ieder uitkeringsjaar zijn aan elkaar gelijk. Gelet hierop is ten behoeve van de dekking van de uitgaven ten laste van het BES-fonds een post ontvangsten opgenomen.

9. Bedrijfsvoeringsparagraaf BES-fonds

Paragraaf 1. Rapportage voor de volgende verplichte onderdelen:

1a - Rechtmatigheid

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

1b - Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

Er zijn geen bijzonderheden te melden.

1c - Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

Voor het begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

1d - Misbruik en oneigenlijk gebruik

Voor misbruik en oneigenlijk gebruik wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

1e - Overige aspecten van de bedrijfsvoering

Voor overige aspecten van de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

1f - Fraude- en corruptierisico's

Voor fraude- en corruptierisico's wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 2. Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Voor de rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringparagraaf van het jaarverslag in begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

Paragraaf 3. Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

Voor de belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering wordt u verwezen naar de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag van begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII).

C. JAARREKENING KONINKRIJKSRELATIES

10. Verantwoordingsstaat Koninkrijksrelaties

Tabel 16 Verantwoordingsstaat 2025 van Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

233.839

263.150

205.344

254.104

232.248

201.426

20.265

‒ 30.902

‒ 3.918

           
 

Beleidsartikelen

         

1

Versterken rechtsstaat

70.506

70.506

0

16.916

17.447

0

‒ 53.590

‒ 53.059

0

2

Slavernijverleden

26.999

26.999

0

34.112

6.562

0

7.113

‒ 20.437

0

4

Bevorderen sociaaleconomische structuur

99.952

100.746

0

97.724

76.588

1.289

‒ 2.228

‒ 24.158

1.289

5

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

0

28.517

205.344

74.460

103.011

198.109

74.460

74.494

‒ 7.235

8

Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

722

722

0

13

315

0

‒ 709

‒ 407

0

           
 

Niet-beleidsartikelen

         

6

Apparaat

35.021

35.021

0

30.879

28.325

2.028

‒ 4.142

‒ 6.696

2.028

7

Nog onverdeeld

639

639

0

0

0

0

‒ 639

‒ 639

0

11. Saldibalans Koninkrijksrelaties

Tabel 17 Saldibalans per 31 december 2025 van Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2025

 

31-12-2024

 

Passiva

31-12-2025

 

31-12-2024

          

Intra-comptabele posten

   

Intra-comptabele posten

   

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

232.248

 

212.198

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

201.426

 

165.395

3)

Liquide middelen

275.457

 

280.080

3)

Liquide middelen

   

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

 

0

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

300.080

 

327.098

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a)

Begrotingsreserves

0

 

0

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

2.155

 

4.206

7)

Schulden buiten begrotingsverband

8.354

 

3.991

8)

Kas-transverschillen

0

 

0

     
          

Subtotaal intra-comptabel

509.860

 

496.484

Subtotaal intra-comptabel

509.860

 

496.484

          

Extra-comptabele posten

   

Extra-comptabele posten

   

9)

Openstaande rechten

0

 

0

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10)

Vorderingen

2.607.885

 

2.624.756

10a)

Tegenrekening vorderingen

2.607.885

 

2.624.756

11a)

Tegenrekening schulden

0

 

0

11)

Schulden

0

 

0

12)

Voorschotten

772.771

 

701.185

12a)

Tegenrekening voorschotten

772.771

 

701.185

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

 

0

13)

Garantieverplichtingen

0

 

0

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

200.737

 

180.928

14)

Andere verplichtingen

200.737

 

180.928

15)

Deelnemingen

0

 

0

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

          

Subtotaal extra-comptabel

3.581.393

 

3.506.869

Subtotaal extra-comptabel

3.581.393

 

3.506.869

          

Totaal

4.091.253

 

4.003.353

Totaal

 

4.091.253

 

4.003.353

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2025 HIV

Algemeen:

De maandverantwoordingen van de kasbeherende diensten RCN, CFT en VNACS zijn verwerkt tot en met 31 december 2025.

Alle verrekenbrieven tot en met 31 december 2025 van de kasbeherende diensten Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint-Maarten (VNACS) en de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) zijn verwerkt.

Ad 1. en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot 2025 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 3. Liquide middelen

De post liquide middelen is opgebouwd uit het saldo bij de banken en de contante gelden aanwezig in de kluis van de kasbeheerders. Het bedrag is als volgt opgebouwd:

Tabel 18 Overzicht liquide middelen (bedragen in €)

Liquide middelen

Saldo

a) Vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, Curaçao en Sint Maarten

1.764.114

b) College Financieel Toezicht

784.951

c) Rijksdienst Caribisch Nederland

41.075.327

d) Bank lopende inschrijving

231.831.916

  

Totaal

275.456.308

Ad a t/m c)

De mutaties van de liquide middelen maandverantwoording VNACS, CFT en RCN tot en met 31 december 2025 zijn in de verslagperiode verwerkt.

Ad d)

Alle bankafschriften van de CBCM-bank zijn verwerkt tot en met 31 december 2025. Het FDC heeft de volledigheidscontrole op de bankafschriften uitgevoerd.

Ad 4a. Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening‑courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) is de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften:

Tabel 19 Overzicht rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

267.637.432

b) Rekening-courant FIN/RHB Bevoorschotting BES/RCN

32.441.970

  

Totaal

300.079.402

Ad 6. Vorderingen buiten begrotingsverband

Het bedrag aan vorderingen buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 20 Overzicht vorderingen buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Type vorderingen

Saldo

a) Vorderingen Kasbeheerders Rijksdiensten

1.902.822

b) Intra-comptabele voorschotten

251.825

c) Intra-comptabele debiteuren

0

  

Totaal

2.154.647

Ad a) Vorderingen kasbeheerders rijksdiensten

De vorderingen van de Vertegenwoordiging van Nederland op Aruba, Curaçao en Sint Maarten (VNACS), College Financieel Toezicht (CFT) en de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) bestaan uit diverse vorderingen op ministeries en derden.

Ad b) Intra-comptabele voorschotten

Het saldo heeft betrekking op voorschotten salaris, verhuis- en studiekosten verstrekt aan personeel. De posten worden verrekend met het te betalen salaris voor zover dit nog mogelijk is.

Ad 7. Schulden buiten begrotingsverband

Het bedrag aan schulden buiten begrotingsverband is als volgt opgebouwd:

Tabel 21 Overzicht schulden buiten begrotingsverband (bedragen in €)

Schulden

Saldo

a) Schulden Kasbeheerders Rijksdiensten

8.273.498

b) Overige intra-comptabele schulden

80.190

  

Totaal

8.353.688

Ad a) Schulden kasbeheerders rijksdiensten

De schulden van de Vertegenwoordiging van Nederland op Aruba, Curaçao en St. Maarten en de RCN bestaan voornamelijk uit nog te betalen belastingen, premies en pensioenen.

Ad b) Overige intra-comptabele schulden

Het saldo van de overige intra-comptabele schulden betreft met andere administraties van BZK te verrekenen posten.

Ad 10. Vorderingen

Ad 10a. Tegenrekening vorderingen

Het saldo per 31 december 2025 kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 22 Overzicht vorderingen per artikel per 31 december 2025 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving

Saldo

1

Versterken rechtsstaat

0

4

Bevorderen sociaaleconomische structuur

250.473

5

Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

2.571.306.648

6

Apparaat

1.209.602

8

Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

35.117.524

   

Totaal

 

2.607.884.247

Tabel 23 Overzicht vorderingen naar ontstaansjaar per 31 december 2025 (bedragen in €)

Ontstaansjaar

Saldo

t/m 2020

1.140.353.205

2021

74.294.013

2022

586.221.874

2023

29.707.411

2024

622.456.629

2025

154.851.115

  
  

Totaal excl. toeslagen

2.607.884.247

Tabel 24 Overzicht vorderingen naar de mate van opeisbaarheid per 31 december 2025 (bedragen in €)

Type vordering

Direct opeisbaar

Op termijn opeisbaar

Totaalbedrag

a) Algemeen

1.460.075

0

1.460.075

b) Leningen artikel 5 en Noodhulp artikel 8

0

2.606.424.172

2.606.424.172

    

Totaal

1.460.075

2.606.424.172

2.607.884.247

Toelichting

Artikel 4: Bevorderen sociaaleconomische structuur

Dit betreft enkele niet-uitgegeven subsidies die nog teruggevorderd moeten worden.

Artikel 5: Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Tabel 25 Overzicht leningen artikel 5 Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen per 31 december 2025 (bedragen in €)

b) Maatregel Tussenbalans

in €

 

c) Water- en Energiebedrijf (akte 263-JZ/1995)

AWG 0,51

0

d) Leningen lopende inschrijving Curaçao

in €

 

1.027.833.681

e) Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

in €

 

326.145.500

f) Liquiditeitssteun Curaçao

in €

 

414.271.229

g) Liquiditeitssteun Aruba

in €

 

397.218.854

h) Liquiditeitssteun St Maarten

in €

 

153.985.939

i) Rentelastverlichting Aruba

in €

 

247.073.042

j) Lening ter afwikkeling Girobank

in €

 

2.592.259

k) Overige vorderingen

in €

 

846.039

Totaal

  

2.569.966.543

Ad a) Lening OBNA

De Ontwikkelingsbank van de Nederlandse Antillen (OBNA) heeft in 2001 een aanvullende lening ontvangen ten behoeve van de financiering van een krediettranche inzake de ontwikkelingssamenwerking tussen Nederland en de Nederlandse Antillen. De lening heeft een looptijd van 30 jaar en eindigt op 31 december 2030.

Ad b) Maatregel Tussenbalans

In het kader van de maatregel Tussenbalans zijn gedurende de periode 1991 tot en met 1995 diverse begrotingsleningen verstrekt aan Aruba ter financiering van projecten, waarvan een bepaald rendement verwacht mag worden. De leningen hadden een looptijd van 30 jaar, waarvan de eerste acht jaar aflossingsvrij. In 2025 heeft de laatste aflossing plaatsgevonden.

Ad c) Water- en Energiebedrijf Aruba (akte 263-JZ/1995)

Het betreft een begrotingslening ten behoeve van het Water- en Energiebedrijf NV gevestigd te Aruba. De lening is in 2009 verstrekt voor het aldaar verrichten van een groot aantal investeringen voor de renovatie en uitbreiding van het Water- en Energiebedrijf. De lening had een looptijd tot 30 juni 2026, waarvan de eerste acht jaar aflossingsvrij. In 2025 heeft de laatste aflossing plaatsgevonden.

Ad d) Leningen lopende inschrijving Curaçao

Nederland heeft veertien leningen verstrekt aan Curaçao. In 2025 zijn er twee lopende inschrijvingen aan Curaçao verstrekt. De eerste voor een lening bedrag van XCG 115,7 mln. (€ 59,0 mln.) met een looptijd van 30 jaar tegen 3,6% rente. De tweede betreft een lening via de lopende inschrijving, die afliep in 2025, geherfinancierd middels een lening van XCG 80,0 mln. (€ 40,8 mln.) met een looptijd van 20 jaar en een rentepercentage van 3,62%. De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op het begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).

Ad e) Leningen lopende inschrijving Sint Maarten

Nederland heeft vijftien leningen verstrekt aan Sint Maarten. In 2025 zijn er twee lopende inschrijvingen aan Sint Maarten verstrekt. De eerste voor een lening bedrag van XCG 30,3 mln. (€ 14,5 mln.) met een looptijd van 30 jaar tegen 3,532% rente. De tweede betreft een lening via de lopende inschrijving, die afliep in 2025, geherfinancierd middels een lening van XCG 73,5 mln. (€ 37,5 mln.) met een looptijd van 20 jaar en een rentepercentage van 3,62%. De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen, de belasting vindt evenwel plaats op het begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).

Ad f) Liquiditeitssteun Curaçao

In de periode 2020-2021 zijn door Nederland liquiditeitsleningen verstrekt aan Curaçao vanwege de invloed van de Covid-19 pandemie. Deze liquiditeitsleningen zijn op 10 oktober 2024 geherfinancierd middels een lening van € 431,2 mln. met een looptijd van 20 jaar en een rentepercentage van 2,9%. Curaçao heeft voor 2025 geen extra liquiditeitssteun aangevraagd en ontvangen.

Ad g) Liquiditeitssteun Aruba

In de periode 2020-2022 zijn door Nederland liquiditeitsleningen verstrekt aan Aruba vanwege de invloed van de Covid-19 pandemie. Op 10 oktober 2024 zijn alle door Nederland verstrekte liquiditeitsleningen geherfinancierd middels een lening van € 419,1 mln. met een looptijd van 20 jaar en een rentepercentage van 6,9%.

Ad h) Liquiditeitssteun Sint Maarten

Op 10 oktober 2024 zijn de in de periode 2020-2022 door Nederland verstrekte liquiditeitsleningen aan Sint Maarten vanwege de invloed van de Covid-19 pandemie, geherfinancierd middels een lening van € 154 mln. met een looptijd van 30 jaar en een rentepercentage van 2,9%.

Ad i) Rentelastverlichting Aruba

Nederland heeft de buitenlandse schuldverplichting van Aruba voor 2022 geherfinancierd middels een lening van € 175,4 mln. tegen een rente van 2,64% met een looptijd van zeven jaar. Deze telt samen met de lening verstrekt in 2021 van € 83,8 mln. op tot totaal € 259,2 mln.

Ad j) Lening ter afwikkeling Girobank

Nederland heeft voor de afwikkeling van de Girobank aan Curaçao een lening verstrekt. De lening zou maximaal de hoogte hebben van de waarde van de leningenportefeuille van de Girobank te weten ANG 170 mln. (€ 80,3 mln.). De looptijd van de lening is tot augustus 2037. De rente voor de lening is gebaseerd op de rente die de Nederlandse Staat verschuldigd zou zijn voor een Dutch State Loan met een looptijd van 15 jaar, en bedraagt 0 %. In 2025 is een aflossing van € 15,9 mln. ontvangen na afwikkeling van een deel van de Girobank middelen. De resterende lening bedraagt € 2,6 mln.

Ad k) Overige vorderingen

Per jaareinde heeft Aruba de leningen die via Atradius lopen volledig afgelost. Echter zijn de middelen per jaareinde 2025 nog niet ontvangen van Atradius. Derhalve is er per jaareinde een vordering ontstaan op Atradius voor € 0,8 mln.

Artikel 6: Apparaat

Dit betreft de aan derden gefactureerde bedragen door Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) per jaareinde 2025. De afwikkeling wordt bezien in 2026.

Artikel 8: Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

Tabel 26 Overzicht artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden per 31 december 2025 (bedragen in €)
 

Gehanteerde koersen

Valuta

Euro

k) Liquiditeitshulp St. Maarten

in €

 

35.117.524

Totaal

  

35.117.524

Ad l) Liquiditeitshulp Sint Maarten

In het kader van de wederopbouw heeft de Nederlandse Staat in 2018 twee leningen verstrekt als liquiditeitssteun voor Sint Maarten. De eerste renteloze lening (€ 21,8 mln.) heeft een looptijd van 30 jaar met jaarlijkse aflossingen van vanaf januari 2023. De tweede renteloze lening (€ 15,1 mln.) heeft een looptijd van 30 jaar met jaarlijkse aflossing vanaf januari 2023.

De Rijkshoofdboekhouding van het Ministerie van Financiën voert het beheer over deze leningen. De belasting vindt evenwel plaats op het begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV).

Tabel 27 Totaaloverzicht leningen per 31 december 2025 (bedragen in €)
 

Gehanteerde koersen

Valuta

Euro

1) Artikel 5 Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen

in €

 

2.569.966.543

2) Artikel 8 Wederopbouw Bovenwindse Eilanden

in €

 

35.117.524

Totaal

  

2.605.084.067

Ad 12. Voorschotten

Ad. 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2025 openstaande voorschotten en van de in 2025 afgerekende voorschotten worden hieronder per artikel en per jaar gespecificeerd:

Tabel 28 Overzicht openstaande voorschotten per artikel per 31 december 2025 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving artikel

Saldo

1

Versterken rechtsstaat

42.729.212

2

Slavernijverleden

6.374.779

4

Bevorderen sociaaleconomische structuur

199.635.912

5

Schuldsanering/ lopende inschrijving/ leningen

0

6

Apparaat

56.232.746

8

Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

467.797.781

 

Totaal openstaande voorschotten

772.770.430

Tabel 29 Overzicht afgerekende voorschotten naar ontstaansjaar per 31 december 2025 (bedragen in €)

Ontstaansjaar

Stand 01.01.2025

Herwaardering 01.01.2025

Verstrekt 2025

Afgerekend 2025

31.12.2025

t/m 2020

384.989.409

  

0

384.989.409

2021

130.279.462

238.193

 

1.526.316

128.991.339

2022

86.229.184

61.056

 

6.730.081

79.560.159

2023

49.251.890

93.848

 

4.331.989

45.013.749

2024

50.434.509

50.576

 

1.685.481

48.799.603

2025

 

‒ 443.673

85.859.843

0

85.416.170

Totaal

701.184.454

0

85.859.843

14.273.867

772.770.430

Toelichting

Artikel 1 Versterken rechtsstaat

Het gaat hier ondere andere om bijdragen voor versterking van het grenstoezicht aan Curaçao en Aruba. Voor Curaçao betreft dit € 7,3 mln. en voor Aruba ook. De vaststellingen van deze voorschotten vinden plaats in 2026. Daarnaast is er een bijdrage geleverd aan Sint Maarten voor de nieuwbouw detentie (UNOPS) van € 17,1 mln. Ook is er aan Sint Maarten een bijdrage (€ 3,3 mln.) geleverd voor de Rule of Fac Phase 1.

Artikel 2 Slavernijverleden

De voorschotten op artikel 2 hebben te maken met de Actieagenda's met betrekking tot het Slavernijverleden. De (ei)landelijke actieagenda’s zijn afgelopen zomer door de overheden van Aruba, Curaçao, Bonaire, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten aan het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangeboden en beschikt in september jl. Het verstrekte voorschot in 2025 bedraagt in totaal € 6,4 mln.

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

Dit betreft bijdragen aan de landen in verband met de landspakketten (Curaçao, Aruba en Sint Maarten) en het onderhoud van scholen op Curaçao. Ook is er een voorschot verstrekt van € 30 mln. aan het Openbaar Lichaam van Saba voor de aanleg van de zeehaven.

Artikel 6 Apparaat

De door RCN betaalde pensioenpremies zijn opgenomen als voorschot. Deze bedragen voor 2025 € 56 mln.

Artikel 8 Noodhulp en wederopbouw Bovenwindse Eilanden

De voorschotten op artikel 8 hebben te maken met de wederopbouw bovenwindse eilanden. Het grootste gedeelte betreft voorschotten uit eerste tranche (€ 112 mln.), de tweede tranche (€ 150 mln.), de derde tranche (€ 90 mln.) en de vierde tranche (€ 86 mln.) aan het Trustfonds van de Wereldbank ten behoeve van de wederopbouw van Sint Maarten. Het trustfonds is verlengd tot en met 2028.

Ad 13. Garantieverplichtingen

Ad 13a. Tegenrekening garantieverplichtingen

Er zijn geen garantieverplichtingen.

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

Tabel 30 Overzicht opbouw stand van de openstaande verplichtingen BiBV (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

180.582.582

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

254.104.000

+/+

 

434.686.582

 
   

Tot betaling gekomen in 2025

232.248.000

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

1.702.134

-/-

   

Totaal

200.736.448

 

Toelichting

Er hebben geen omvangrijke negatieve bijstellingen op verplichtingen boven de € 25 mln. uit voorgaande boekjaren plaatsgevonden in 2025.

Tabel 31 Overzicht opbouw stand van de openstaande verplichting BUBV (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

345.038

 

Correctie beginstand

345.038

-/-

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

0

+/+

 

0

 

Tot betaling gekomen in 2025

0

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

0

-/-

   

Totaal

0

 

Toelichting

Tabel 32 Overzicht recapitulatie balanspost (bedragen in €)

Verplichtingen binnen begrotingsverband (BiBV)

200.736.448

 

Verplichtingen buiten begrotingsverband (BuBV)

0

+/+

   

Totaal:

200.736.448

 

Ad 15. Deelnemingen

Deze balansregel geeft de deelnemingen in besloten en naamloze vennootschappen en internationale instellingen weer.

Tabel 33 Specificatie deelnemingen (bedragen x € 1.000)

Deelnemingen

Saldo

a) Saba Statia Cable System BV (SSCS)

0

  

Totaal

0

Het aandelenkapitaal van Saba Statia Cable System BV (SSCS) bedraagt USD 10. Het deelnemingspercentage is 100% en is om niet verkregen. SSCS is statutair gevestigd op Bonaire en is op 17 september 2012 opgericht. De primaire activiteiten van SSCS liggen op het gebied van aanleg, beheer, onderhoud, reparatie en exploitatie van een onderzeese glasvezelkabel die de eilanden Saba, Sint Eustatius, Sint Maarten, Saint Kitts, en Saint-Barthélémy met elkaar verbindt.

C. JAARREKENING BES-FONDS

12. Verantwoordingsstaat BES-fonds

Tabel 34 Verantwoordingsstaat 2025 van het BES-fonds (H) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

88.642

88.642

88.642

90.959

93.799

93.799

2.317

5.157

5.157

           

1

BES-fonds

88.642

88.642

88.642

90.959

93.799

93.799

2.317

5.157

5.157

13. Saldibalans BES-fonds

Tabel 35 Saldibalans per 31 december 2025 van het BES-fonds (H) (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2025

 

31-12-2024

 

Passiva

31-12-2025

 

31-12-2024

          

Intra-comptabele posten

   

Intra-comptabele posten

   

1)

Uitgaven ten laste van de begroting

93.799

 

103.883

2)

Ontvangsten ten gunste van de begroting

93.799

 

103.883

3)

Liquide middelen

0

 

0

     

4)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding1

0

 

0

4a)

Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding

0

 

0

5)

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

0

 

0

5a)

Begrotingsreserves

0

 

0

6)

Vorderingen buiten begrotingsverband

0

 

0

7)

Schulden buiten begrotingsverband

0

 

0

8)

Kas-transverschillen

0

 

0

     
          

Subtotaal intra-comptabel

93.799

 

103.883

Subtotaal intra-comptabel

93.799

 

103.883

          

Extra-comptabele posten

   

Extra-comptabele posten

   

9)

Openstaande rechten

0

 

0

9a)

Tegenrekening openstaande rechten

0

 

0

10)

Vorderingen

0

 

0

10a)

Tegenrekening vorderingen

0

 

0

11a)

Tegenrekening schulden

0

 

0

11)

Schulden

0

 

0

12)

Voorschotten

93.799

 

103.883

12a)

Tegenrekening voorschotten

93.799

 

103.883

13a)

Tegenrekening garantieverplichtingen

0

 

0

13)

Garantieverplichtingen

0

 

0

14a)

Tegenrekening andere verplichtingen

0

 

2.840

14)

Andere verplichtingen

0

 

2.840

15)

Deelnemingen

0

 

0

15a)

Tegenrekening deelnemingen

0

 

0

          

Subtotaal extra-comptabel

93.799

 

106.723

Subtotaal extra-comptabel

93.799

 

106.723

          

Totaal

187.598

 

210.606

Totaal

187.598

 

210.606

1

Rijkshoofdboekhouding

TOELICHTING OP DE SALDIBALANS per 31 december 2025 H64

Ad 1 en 2. Uitgaven en ontvangsten

Bij de begrotingsuitgaven en -ontvangsten zijn de gerealiseerde uitgaven en ontvangsten opgenomen met betrekking tot het jaar 2025 waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Tweede Kamer is goedgekeurd.

Ad 4a. Rekening‑courant Rijkshoofdboekhouding

Op de Rekening‑courant met de Rijkshoofdboekhouding (RHB) wordt de financiële verhouding met het ministerie van Financiën weergegeven. Opgenomen zijn de bedragen conform Rekening-courant afschriften.

Tabel 36 Overzicht Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (bedragen in €)

Rekening-courant

Saldo

a) Rekening-courant FIN/RHB

0

  

Totaal

0

Ad 12. Voorschotten

Ad. 12a. Tegenrekening voorschotten

De saldi van de per 31 december 2025 openstaande voorschotten en van de in 2025 afgerekende voorschotten worden hieronder per jaar gespecificeerd:

Tabel 37 Overzicht openstaande voorschotten per ontstaansjaar per 31 december 2025 (bedragen in €)

Ontstaansjaar

stand 01-01-2025

verstrekt 2025

afgerekend 2025

stand 31-12-2025

2020

0

0

0

0

2021

0

0

0

0

2022

0

0

0

0

2023

0

0

0

0

2024

103.882.484

0

103.882.484

0

2025

0

96.664.364

2.865.818

93.798.546

Totaal

103.882.484

96.664.364

106.748.302

93.798.546

     

De saldi van der per 31 december 2025 openstaande voorschotten worden hieronder per artikel gespecificeerd:

Tabel 38 Overzicht openstaande voorschotten per 31 december 2025 (bedragen in €)

Art.

Omschrijving artikel

Saldo

1

BES-fonds

93.798.546

   
 

Totaal openstaande voorschotten

93.798.546

Ad 14. Andere verplichtingen

Ad 14a. Tegenrekening andere verplichtingen

Tabel 39 Overzicht opbouw stand openstaande verplichtingen BiBV (bedragen in €)

Verplichtingen per 1/1

2.840.000

 

Aangegane verplichtingen in het verslagjaar

90.959.000

+/+

 

93.799.000

 
   

Tot betaling gekomen in 2025

93.799.000

-/-

Negatieve bijstellingen uit voorgaande jaren

0

-/-

   

Totaal

0

 

D. BIJLAGEN

Bijlage 1. Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Tabel 40 Uitkomsten Strategische Evaluatie Agenda thema Een Koninkrijk met wederzijdse betrokkenheid

Subthema Versterken Rechtstaat

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel(en)

Vindplaats onderzoek

Beleidsdoorlichting Versterken Rechtsstaat

Beleidsdoorlichting

2023

Afgerond

1

Kamerstuk 33189, nr. 17

      

Subthema Bevorderen sociaaleconomische structuur

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel(en)

Vindplaats onderzoek

Periodieke Rapportage Bevorderen sociaaleconomische structuur

Periodieke Rapportage

2025

Afgerond

4

Link naar onderzoek

Bijstand aan Aruba en Curaçao in het kader van de gevolgen van de situatie in Venezuela

Ex durante

2024

Afgerond

4

Link naar onderzoek

Coronasteunpakketten Caribisch Nederland

Ex durante

2024

Afgerond

4

Link naar onderzoek

Noodhulpprogramma's Caribische landen (voedselhulp)

Ex durante

2024

Afgerond

4

Link naar onderzoek

Bestuursakkoord Bonaire 2018-2022

Ex post

2024

Afgerond

4

Link naar onderzoek

Evaluatie Rijkswet financieel toezicht 2021

Ex post

2023

Afgerond

4

Link naar onderzoek

Financieel beheer BES

Ex post

2023

Afgerond

4

Link naar onderzoek

      

Subthema Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Titel Onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Begrotingsartikel(en)

Vindplaats onderzoek

Beleidsdoorlichting Schuldsanering/lopende inschrijving/leningen

Beleidsdoorlichting

2024

Afgerond

5

Kamerstuk 33189, nr. 20

Toelichting

Deze tabel geeft de voortgang van de Strategische Evaluatie Agenda (SEA) uit de begroting 2024 weer. Een interactieve versie van de SEA is te vinden op www.rijksfinancien.nl

Bijlage 2. Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland

Op verzoek van de motie Hachchi c.s. (Kamerstukken II 2011/12, 33 000, nr. 28) wordt jaarlijks een overzicht van alle rijksuitgaven aan Caribisch Nederland (met uitzondering van de vrije uitkering ofwel het BES-fonds) toegevoegd aan de begroting van Koninkrijksrelaties.

Naar aanleiding van de voorlichting van de Afdeling Advisering van de Raad van State (RvS) en het Interdepartementale Beleidsonderzoek Koninkrijksrelaties (IBO) volgt het kabinet de aanbeveling op om het overzicht Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland uit te breiden (Kamerstukken II 2019/20, 35 300, nr. 11). Doel hiervan is om de rol van het Ministerie van BZK te verstevigen en een meer integrale afweging van de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland te bevorderen.

Onderstaand is eerst een totaal overzicht te vinden met alle rijksuitgaven die voor Caribisch Nederland op de (departementale) begrotingen staan.

In de kabinetsreactie is aangekondigd dat naast deze toelichting ook een toelichting gegeven zou worden op de wijze van financiering welke gekoppeld aan de beoogde beleidsdoelen (Kamerstukken II 2019/20, 35 300, nr. 11).

Op verzoek van de motie Bruyning c.s. (Kamerstukken II 2024/25, 36600 IV, nr 19) wordt de realisatie van de interdepartementale rijksuitgaven aan Caribisch Nederland in het onderstaande overzicht op artikelniveau gepresenteerd, om zo de Rijksuitgaven Caribisch Nederland inzichtelijker te maken.

Naast de rijksuitgaven van departementen aan Caribisch Nederland ontvangen de openbare lichamen via het BES-fonds ook een vrije uitkering voor de uitvoering van de eilandelijke taken. Voor een overzicht van het BES-fonds verwijs ik u naar het jaarverslag van het BES-fonds.

Tabel 41 Totaaloverzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland (bedragen x € 1.000)

Begroting

Artikel

Instrument

Realisatie

    

2021

2022

2023

2024

2025

         
 

Totaal Rijksuitgaven

  

559.923

539.475

546.332

627.377

721.593

IIB

Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad

  

365

404

447

502

507

  

Artikel 3 Nationale ombudsman

Institutionele inrichting

365

404

447

502

507

IV

Koninkrijksrelaties

  

16.548

19.175

19.215

11.828

59.881

  

Artikel 1 Versterken rechtsstaat

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken1

     
  

Artikel 2 Slavernijverleden

Subsidies (regelingen)

0

0

0

0

187

   

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

6.375

  

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

Subsidies (regelingen)

3.558

2.090

2.328

3.669

4.054

   

Opdrachten

786

612

1.476

978

956

   

Inkomensoverdrachten

2.138

3.135

2.583

1.632

1.706

   

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

32

161

   

Bijdrage aan medeoverheden

7.549

13.338

11.960

5.479

45.846

   

Bijdrage aan agentschappen

0

0

868

38

596

  

Artikel 8 Wederopbouw Sint Maarten

Bijdrage aan medeoverheden

2.517

0

0

0

0

VI

Justitie en Veiligheid

  

44.885

51.375

62.607

70.259

80.185

  

Artikel 31 Politie

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s1

     
   

Bijdrage aan medeoverheden

24.630

28.919

31.146

33.188

35.971

  

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand

Opdrachten

165

0

5

807

18.173

   

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

13.955

529

  

Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Bijdrage aan medeoverheden

6.800

6.553

12.076

715

0

   

Opdrachten

463

416

383

0

0

  

Artikel 34 Straffen en beschermen

Subsidies (regelingen)

1.684

1.976

2.140

2.406

2.645

   

Bijdrage aan agentschappen

10.001

12.022

15.360

17.199

20.726

   

Bijdrage aan medeoverheden

1.142

1.489

1.497

1.989

2.141

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

  

1.300

1.587

2.055

4.849

7.129

  

Artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Subsidies (regelingen)

34

17

0

0

0

   

Opdrachten

0

0

67

805

284

   

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

302

75

   

Bijdragen aan medeoverheden

0

0

0

0

1.500

   

Bijdrage aan agentschappen

1.266

1.570

1.988

3.742

5.270

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

  

67.059

85.501

88.184

92.777

90.205

  

Artikel 1 Primair onderwijs

Subsidies (regelingen)

476

2.709

129

0

35

   

Bekostiging

23.689

28.918

30.132

32.251

33.266

   

Opdrachten

440

564

369

753

565

   

Bijdragen aan medeoverheden

5.572

8.354

15.395

12.945

7.443

  

Artikel 3 Voortgezet onderwijs

Subsidies (regelingen)

1.323

3.612

818

890

2.013

   

Bekostiging

21.532

24.775

23.434

25.779

27.513

  

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

Subsidies (regelingen)

775

395

449

449

337

   

Bekostiging

6.943

9.399

10.405

10.516

11.997

   

Bijdrage aan medeoverheden

1.223

1.157

1.367

1.420

1.471

  

Artikel 6 Hoger Beroepsonderwijs

Subsidies (regelingen)

0

0

0

501

585

  

Artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Subsidies (regelingen)

0

0

73

97

305

  

Artikel 11 Studiefinanciering

Inkomensoverdrachten

2.554

2.684

2.058

1.959

0

  

Artikel 14 Cultuur

Subsidies (regelingen)

26

9

0

0

0

   

Opdrachten

6

14

0

20

16

   

Bijdragen aan medeoverheden

0

403

909

2.563

2.159

  

Artikel 16 Onderzoek en Wetenschapsbeleid

Bekostiging

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

  

Artikel 25 Emancipatie

Subsidies (regelingen)

0

8

0

134

0

IX

Financiën en Nationale Schuld

  

18.068

18.323

21.042

20.984

24.542

  

Artikel 1 Belastingen

Apparaatsuitgaven

14.347

16.432

18.080

18.385

22.023

  

Artikel 2 Financiële markten

Storting/onttrekking begrotingsreserve

1.000

1.000

0

0

0

   

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

2.721

891

2.962

2.599

2.519

X

Defensie

  

  

Artikel 2 Koninklijke Marine

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven2

     
  

Artikel 3 Koninklijke Landmacht

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven2

     
  

Artikel 5 Koninklijke Marechaussee

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven2

     
  

Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven2

     

XII

Infrastructuur en Waterstaat

  

36.489

29.266

18.938

25.862

24.583

  

Artikel 13 Bodem en Ondergrond

Subsidies (regelingen)

10.144

10.912

11.609

9.295

10.213

   

Opdrachten

60

0

0

0

0

   

Bijdrage aan medeoverheden

144

0

0

2.474

0

  

Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid

Bijdrage aan medeoverheden

11.038

9.820

0

8.313

6.000

  

Artikel 17 Luchtvaart

Subsidies (regelingen)

425

420

286

1.269

860

   

Opdrachten

940

287

223

176

469

   

Leningen

3.774

0

0

0

0

   

Bijdrage aan agentschappen

5.806

5.058

3.435

465

10

   

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

1.546

512

1.427

  

Artikel 18 Scheepvaart en havens

Opdrachten

61

0

0

57

100

   

Bijdrage aan medeoverheden

35

0

0

0

3.000

  

Artikel 21 Circulaire Economie

Opdrachten

0

0

47

0

0

   

Bijdrage aan medeoverheden

1.374

350

788

1.655

645

  

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico's

Opdrachten

122

72

55

106

507

   

Bijdrage aan agentschappen

0

231

252

349

378

   

Bijdrage aan medeoverheden

501

1.197

0

0

0

  

Artikel 23 Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie

Bijdrage aan medeoverheden

1.064

919

697

1.191

974

  

Artikel 24 Handhaving en toezicht

Bijdrage aan agentschappen

1.001

0

0

0

0

XIII

Economische Zaken en Klimaat

  

29.873

5.260

5.172

12.368

6.306

  

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

Subsidies (regelingen)

2.890

3.629

3.560

10.361

4.772

   

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

651

651

651

651

651

  

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Subsidies (regelingen)

25.831

422

0

326

17

   

Opdrachten

501

558

961

1.030

866

XIV

Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

  

4.065

3.212

2.708

1.087

1.546

   

Bijdrage aan medeoverheden

4.065

3.212

2.708

1.087

1.546

XV

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

  

68.484

79.195

94.670

130.962

149.733

  

Artikel 1 Arbeidsmarkt

Subsidies (regelingen)

15.580

25

0

0

0

  

Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

Inkomensoverdrachten

4.347

12.424

7.370

9.815

11.678

   

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

2.636

10.874

  

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

Inkomensoverdrachten

668

1.083

1.099

1.360

1.722

  

Artikel 5 Werkloosheid

Inkomensoverdrachten

294

46

1

0

386

  

Artikel 6 Ziekte en Zwangerschap

Inkomensoverdrachten

4.958

8.129

8.677

9.415

12.198

  

Artikel 7 Kinderopvang

Subsidies (regelingen)

5.221

7.535

10.992

15.206

20.952

   

Opdrachten

73

270

753

196

206

   

Bijdrage aan medeoverheden

2.636

6.897

6.398

11.639

4.297

  

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

Inkomensoverdrachten

22.009

28.148

39.908

54.940

59.635

  

Artikel 9 Nabestaanden

Inkomensoverdrachten

1.209

1.600

2.078

2.829

3.138

  

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

Inkomensoverdrachten

4.433

5.597

8.350

14.670

15.407

  

Artikel 11 Uitvoering

Bekostiging

0

7.441

9.044

8.256

9.240

  

Artikel 98 Algemeen

Bekostiging

7.056

0

0

0

0

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

  

236.401

200.708

202.959

222.073

246.483

  

Artikel 1 Volksgezondheid

Subsidies (regelingen)

0

0

252

252

252

   

Bijdrage aan agentschappen

0

0

4.482

4.205

3.150

  

Artikel 4 Zorgbreed beleid

Subsidies (regelingen)

3.182

3.864

4.023

4.733

5.230

   

Bekostiging

228.364

184.929

184.068

199.853

225.632

   

Opdrachten

0

0

3.134

3.857

1.192

   

Bijdrage aan medeoverheden

4.855

11.915

6.750

9.163

11.017

  

Artikel 6 Sport en bewegen

Subsidies (regelingen)

0

0

0

10

10

  

Artikel 9 Algemeen

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

0

0

250

0

0

XXII

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

4.0823

10.5823

9.2713

18.7273

18.378

  

Artikel 1 Woningmarkt

Subsidies (regelingen)

4.058

8.801

9.227

13.523

18.126

   

Opdrachten

24

51

14

59

152

   

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

30

334

100

   

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

4.811

0

  

Artikel 2 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

Bijdrage aan medeoverheden

0

1.730

0

0

0

XXIII

Klimaat en Groene Groei

32.3044

34.8874

19.0644

15.0994

12.115

  

Artikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Subsidies (regelingen)

32.304

34.887

19.064

15.099

12.115

1

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

2

De taken die bij het Ministerie van Defensie zijn belegd, zijn Koninkrijkstaken. Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is daarom niet te bepalen.

3

De stand van de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 valt formeel niet onder het begrotingshoofdstuk VRO, maar onder het begrotingshoofdstuk BZK en worden hier voor de inzichtelijkheid getoond.

4

De stand van de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 valt formeel niet onder het begrotingshoofdstuk KGG, maar onder het begrotingshoofdstuk EZK en worden hier voor de inzichtelijkheid getoond.

Hieronder zijn de Rijksuitgaven aan Caribisch Nederland voor de begrotingen afzonderlijk weergegeven, uitgesplitst per instrument. In het overzicht en de bijbehorende toelichtingen wordt aangegeven of het uitgaven zijn ten behoeve van eilandelijke taken of rijkstaken, of er sprake is van incidentele of structurele bekostiging en wordt een toelichting gegeven op de wijze van financiering welke gekoppeld is aan de beoogde beleidsdoelen.

Begroting overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB)

Tabel 42 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk overige Hoge Colleges van Staat, Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad (IIB) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

365

404

447

502

507

        

Artikel 3 Nationale ombudsman

365

404

447

502

507

Institutionele inrichting

R

S

365

404

447

502

507

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 3 Nationale Ombudsman

Institutionele inrichting

De Nationale ombudsman is sinds 2010 bevoegd klachten te behandelen over overheidsinstanties van het Rijk in Caribisch Nederland en sinds 2012 ook over de openbare lichamen Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Voor de openbare lichamen is de Nationale ombudsman eerstelijns klachtbehandelaar. Dat betekent dat burgers een klacht over de openbare lichamen ook direct aan de Nationale ombudsman kunnen voorleggen. Het betreft daarmee een structurele rijkstaak.

De Nationale ombudsman streeft ten aanzien van Caribisch Nederland een aantal doelen na. Ten eerste wil de ombudsman zichtbaar zijn voor de burgers in Caribisch Nederland en hen op weg helpen. Ten tweede wil de Nationale ombudsman bijdragen aan goed bestuur op de eilanden door de beginselen van het klachtrecht onder de aandacht te brengen bij de overheid. In 2025 heeft de Nationale ombudsman hier op verschillende manieren aan bijgedragen. Door middel van klachtbehandeling. Om ondanks de grote geografische afstand toch laagdrempelig en dichtbij voor de bewoners op de eilanden te kunnen zijn houdt de Nationale ombudsman een aantal keer per jaar in Caribisch Nederland spreekuren. De Nationale ombudsman doet ook onderzoek uit eigen beweging. In 2025 startte de Nationale ombudsman een onderzoek naar de medische uitzendingen in Caribisch Nederland. Daarnaast deed de Nationale ombudsman in 2025 een oproep aan de Tweede Kamer om de vuilstort bij Lagun op Bonaire (de Landfill) te stoppen.

Verder vroeg de Nationale ombudsman in 2025 specifieke aandacht voor een groep rugpatiënten uit Bonaire die nog altijd op een schadevergoeding wachten, na letsel dat zij meer dan tien jaar geleden hebben opgelopen na operaties in Colombia.

De Nationale ombudsman heeft voor het uitvoeren van haar werkzaamheden, die rijkstaken betreffen, op Caribisch Nederland vanaf 2018 een structureel budget beschikbaar van € 0,4 mln.

Begroting Koninkrijksrelaties (IV)

Tabel 43 Overzicht rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Koninkrijksrelaties (IV) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

16.548

19.175

19.215

11.828

59.881

        

Artikel 1 Versterken rechtsstaat

  

0

0

0

0

0

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken3

E

S

     

Artikel 2 Slavernijverleden

  

0

0

0

0

6.562

Subsidies (regelingen)

E

I

0

0

0

0

187

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

0

0

0

0

6.375

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

  

14.031

19.175

19.215

11.828

53.319

Subsidies (regelingen)

R

I

3.558

2.090

2.328

3.669

4.054

Opdrachten

E

I

786

612

1.476

978

956

Inkomensoverdrachten

R

S

2.138

3.135

2.583

1.632

1.706

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

R

I

0

0

0

32

161

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

7.549

13.338

11.960

5.479

45.846

Bijdrage aan agentschappen

E

I

0

0

868

38

596

Artikel 8 Wederopbouw Sint Maarten

  

2.517

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

2.517

0

0

0

0

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

3

het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

Toelichting

Artikel 1 Versterken rechtsstaat

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Recherche is een eilandelijke taak. Op grond van het Protocol inzake gespecialiseerde recherchesamenwerking ondersteunt het Recherche Samenwerkingsteam (RST) in deze taak. Het protocol is voor onbepaalde tijd. Met de Politiewet 2012 is bepaald dat er tussen de politie en het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) een gesloten systeem voor financiering van de politie bestaat. Jaarlijks worden de budgetten van begrotingshoofdstuk IV Koninkrijksrelaties ten behoeve van het RST overgeheveld naar begrotingshoofdstuk VI JenV.

Het RST is zowel in Bonaire, Sint Eustatius, Saba als in de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten actief. Hierdoor is niet uit te splitsen welk deel ten goede komt aan Bonaire, Sint Eustatius, Saba en welk deel aan de Aruba, Curaçao en Sint Maarten.

Artikel 2 Slavernijverleden

Subsidies(regelingen)

Dit betreft uitgaven om invulling te geven aan de subsidieregeling voor maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Bonaire, Saba en Sint Eustatius.

Bijdrage aan medeoverheden

Dit betreft uitgaven voor onder andere bewustwording, betrokkenheid en doorwerking van slavernijverleden voor Caribisch Nederland. Ieder (ei)land werkt hiervoor aan een eigen agenda en de lokale overheden zijn hierin essentiële partners.

Artikel 4 Bevorderen sociaaleconomische structuur

Subsidies (regelingen)

In 2025 zijn diverse bijdragen gedaan ten behoeve van Caribisch Nederland waaronder de versterking van de VTH BES-eilanden voor circa € 1,0 mln., een bijdrage voor de afvalstortplaats Bonaire (Selibon) € 1,5 mln., voedselbank Bonaire circa € 0,2 mln. en het Caribische uitwisselingsnetwerk circa € 0,4 mln.

Opdrachten

De opdrachten voor Caribisch Nederland waren in 2025 gericht op het inhuren van beleids- en onderzoeksadvies en faciliteren van de samenwerking en uitwisseling, zo is afgelopen jaar de WolBES FinBES conferentie georganiseerd in Nederland waarbij een afvaardiging aanwezig was vanuit Caribisch Nederland.

Inkomensoverdrachten

Uit deze middelen zijn de pensioenen van gewezen politieke gezagdragers van het land Nederlandse Antillen (bewindspersonen, statenleden en gezaghebbers) afkomstig van Bonaire, Sint Eustatius en Saba gefinancierd. Met het opheffen van het land Nederlandse Antillen in 2010 is bepaald dat deze pensioenen ten laste van Nederland komen (Stcrt. 2010, nr. 14723). Daarmee is dit een structurele rijkstaak.

Bijdrage aan medeoverheden

De middelen voor het versterken van de bestuurs- en uitvoeringskracht van de openbare lichamen zijn in voorgaande jaren grotendeels overgeheveld naar het BES-fonds en als vrij besteedbare middelen aan de openbare lichamen verstrekt. Ook is binnen dit instrument een bijzondere uitkering verstrekt van € 1,9 mln. aan Sint Eustatius voor onderhoud aan historische panden. Daarnaast is in 2025 de tweede tranche van circa € 7,4 mln. beschikbaar gesteld aan het openbaar lichaam van Sint Eustatius voor herstelwerkzaamheden aan de klif. Eerder was in 2024 besloten de werkzaamheden aan de klif op te schorten vanwege achterblijvende voortgang op verschillende natuur- en erosieprojecten op het eiland, in het bijzonder de aanpak van loslopend vee. Omdat er weer voldoende vooruitgang is geboekt zijn in 2025 de werkzaamheden aan het klifproject weer hervat.

In 2025 is uitvoering gegeven aan investeringen die gericht zijn op het versterken van de sociaal-economische structuur van Caribisch Nederland. Voor de verbetering van de maritieme bereikbaarheid en de economische zelfstandigheid van Saba is in 2025 € 30 mln. beschikbaar gesteld voor de aanleg en ontwikkeling van de haven van Saba. Verder is in het licht van de aanhoudende groei van Bonaire geïnvesteerd in de kwaliteit en toekomstbestendigheid van het wegennet. Hiervoor is in de periode 2025–2028 € 16 mln. beschikbaar gesteld, waarvan in 2025 de eerste middelen ter hoogte van € 4 mln. zijn overgemaakt naar Bonaire.

Begroting Justitie en Veiligheid (VI)

Tabel 44 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Justitie en Veiligheid (VI) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

44.885

51.375

62.607

70.259

80.185

        

Artikel 31 Politie

  

24.630

28.919

31.146

33.188

35.971

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s3

R

S

 

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

24.630

28.919

31.146

33.188

35.971

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand

  

165

0

5

14.762

18.702

Opdrachten

R

S

165

0

5

807

18.173

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

0

0

0

13.955

529

Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

  

7.263

6.969

12.459

715

0

Opdrachten

R

S

463

416

383

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

6.800

6.553

12.076

715

0

Artikel 34 Straffen en beschermen

  

12.827

15.487

18.997

21.594

25.512

Subsidies (regelingen)

R

S

1.684

1.976

2.140

2.406

2.645

Bijdrage aan agentschappen

R

S

10.001

12.022

15.360

17.199

20.726

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

1.142

1.489

1.497

1.989

2.141

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

3

Het deel dat ten geode komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

Toelichting

Artikel 31 Politie

Bijdrage aan ZBO's/ RWT's

Bijdrage aan de Nationale Politie ten behoeve van de bestrijding ondermijning (TBO) en witwassen en ten behoeve van het Recherche Samenwerkingsteam (RST). Deze bijdrage is structureel, waarbij de middelen voor 2028 en latere jaren nog op de begroting Koninkrijksrelaties staan. Het geld is bestemd voor het Caribisch deel van het Koninkrijk, maar het is niet toe te wijzen hoeveel Caribisch Nederland precies hiervan ontvangt.

Bijdrage aan medeoverheden

De minister van Justitie en Veiligheid is korpsbeheerder van het brandweer- en politiekorps CN. Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt. De jaarlijks vastgestelde begroting vormt de wettelijke grondslag voor de bekostiging van de beide korpsen van CN.

Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand

Opdrachten

DIt betreft opdrachten in relatie tot het reizen naar de BES-eilanden.

Bijdrage aan medeoverheden

Nederland draagt op verschillende manieren bij aan het rechtsbestel in CN en de andere landen van het Koninkrijk. Naast een jaarlijkse bijdrage aan het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en de Openbaar Ministeries wordt onder andere gestimuleerd dat het aantal rechters en officieren van justitie zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. De juridische dienstverlening op de BES-eilanden is geborgd door advocaten, notarissen en gerechtsdeurwaarders. Via de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN) en de Raad voor Rechtsbijstand wordt kosteloze rechtsbijstand verleend aan onvermogenden. Voorts wordt een subsidie beschikbaar gesteld voor een notaris van Sint Maarten ten behoeve van de beschikbaarheid van het notariaat op Saba en Sint Eustatius. Ook is er een Commissie bescherming persoonsgegevens BES die toezicht houdt op de uitvoering van de Wet bescherming persoonsgegevens BES. Tot slot wordt de Raad voor de rechtshandhaving in staat gesteld zijn taak, als vastgelegd in de Rijkswet Raad voor de rechtshandhaving, op een goed niveau uit te kunnen voeren. Daarnaast worden er via FIU Nederland middelen beschikbaar gesteld voor de Uitvoering Wwft BES en het beheren van de informatie-uitwisseling tussen FIU-Nederland (inclusief BES) met de Koninkrijkslanden en vice versa.

NB: de uitgaven die thans op artikel 32 worden verantwoord, waren in voorgaand jaren onder artikel 33 opgenomen.

Artikel 34 Straffen en beschermen

Subsidies (regelingen)

Deze middelen worden ingezet voor de erkende reclasseringsorganisatie Stichting Reclassering Caribisch Nederland (SRCN). De SRCN richt zich op de reclasseringstaak op CN.

Bijdrage aan medeoverheden

De BES voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken (onderzoeks- en adviestaken en rekestrerende taken en coördinatie bij strafzaken) die zij uitvoert in CN, namelijk op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Daarnaast vervult de BES voogdrijraad ook de rol van de Centrale Autoriteit in CN.

Bijdrage aan agentschappen

Ten aanzien van CN levert Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. Daarnaast heeft de DJI een adviserende functie voor de overige landen binnen het koninkrijk op het gebied van detentie, vreemdelingenbewaring en forensische zorg.

Begroting Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)

Tabel 45 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

1.300

1.587

2.055

4.849

7.129

        

Artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

  

1.300

1.587

2.055

4.849

7.129

Subsidies (regelingen)

E

I

34

17

0

0

0

Opdrachten

E

I

0

0

67

112

0

Opdrachten

R

I

0

0

0

693

284

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

E

I

0

0

0

302

75

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

0

0

0

0

1.500

Bijdrage aan agentschappen

E

S

1.266

1.298

1.855

279

2.737

Bijdrage aan agentschappen

E

I

0

272

133

3.463

2.533

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 6 Overheidsdienstverlening en informatiesamenleving

Opdrachten

De incidentele Rijksuitgaven aan opdrachten waren in 2025 voornamelijk gericht op het opstellen van een datacenter strategie voor Caribisch Nederland en het maken van hoge resolutie luchtfoto’s van de eilanden ter voorbereiding op een geo-datafundament voor de digitale overheid. Dit in 2025 opgevolgd met een kosten-baten analyse. Daarnaast bood het ministerie van BZK vooral ondersteuning aan diverse overheidsorganisaties om zich voor te bereiden op de invoering van DigiD, in de vorm van prechecks.

Bijdrage Medeoverheden

In 2025 zijn in afstemming met het lokaal bestuur in Caribisch Nederland incidentele bijzondere uitkeringen verleend voor de invoering van de digitale overheid

Bijdrage aan agentschappen

Voor de eilanden zijn er in 2025 vooral taken uitgevoerd op het gebied van bevolkingsadministratie en reis- en identiteitsdocumenten.

De structurele bijdrage aan de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens (RvIG) betreft ondersteuning van de basisadministraties persoonsgegevens BES, reisdocumenten algemeen en de identiteitskaart BES. Daarnaast heeft RvIG de bijdrage gebruikt om zorg te dragen voor het beheer van de centrale voorziening Persoonsinformatievoorziening Nederlandse Antillen en Aruba (PIVA).

De incidentele bijdragen aan RvIG zijn voor de invoering van het Burgerservicenummer en de voorzieningen digitale overheid . Op 11 november 2025 is de Wet invoering BurgerServiceNummer (BSN) en voorzieningen digitale overheid BES (Staatsblad 2025, 304) gedeeltelijk in werking getreden. Alle inwoners van Bonaire, Sint Eustatius en Saba beschikken nu over een BSN en alle overheidsorganisaties in Caribisch Nederland mogen het BSN gebruiken.

Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII)

Tabel 46 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

67.059

85.501

88.184

92.777

90.205

        

Artikel 1 Primair onderwijs

  

30.177

40.545

46.025

45.949

41.309

Subsidies (regelingen)

R

S

476

2.709

129

0

35

Bekostiging

R

S

23.689

28.918

30.132

32.251

33266

Opdrachten

R

I

440

564

369

753

565

Bijdragen aan medeoverheden

R

S

5.572

8.354

15.395

12.945

7443

Artikel 3 Voortgezet onderwijs

  

22.855

28.387

24.252

26.669

29.526

Subsidies (regelingen)

R

S

1.323

3.612

818

890

2.013

Bekostiging

R

I

21.532

24.775

23.434

25.779

27.513

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie

  

8.941

10.951

12.367

12.385

13.805

Subsidies (regelingen)

R

I

775

395

449

449

337

Bekostiging

R

S

6.943

9.399

10.405

10.516

11.997

Bijdrage aan medeoverheden

E

S

1.223

1.157

1.367

1.420

1.471

Artikel 6 Hoger Beroepsonderwijs

  

0

0

0

501

585

Subsidies (regelingen)

R

S

0

0

0

286

328

Subsidies (regelingen)

R

I

0

0

0

215

257

Artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

  

0

0

73

97

305

Subsidies (regelingen)

R

I

0

0

73

97

305

Artikel 11 Studiefinanciering

  

2.554

2.684

2.058

1.959

0

Inkomensoverdrachten

R

S

2.554

2.684

2.058

1.959

0

Artikel 14 Cultuur

  

32

426

909

2.583

2.175

Subsidies (regelingen)

R

I

26

9

0

0

0

Opdrachten

R

I

6

14

0

20

16

Bijdragen aan medeoverheden

R

I

0

403

909

2.563

2.159

Artikel 16 Onderzoek en Wetenschapsbeleid

  

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Bekostiging

R

S

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

Artikel 25 Emancipatie

  

0

8

0

134

0

Subsidies (regelingen)

R

S

0

8

0

134

0

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Primair onderwijs

Subsidies (regelingen)

Het betreft hier incidentele subsidies ter ondersteuning van het primaire onderwijs in Caribisch Nederland. Het gaat hier om een rijkstaak.

Bekostiging

Het Rijk verstrekt aan de schoolbesturen in Caribisch Nederland lumpsumbekostiging. Dit is een rijkstaak en het betreft structurele middelen voor de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Uit dit budget worden ook de Expertisecentra Onderwijszorg (EOZ’s) betaald.

Opdrachten

Het betreft structurele middelen, die incidenteel zijn ingezet voor het verder verbeteren van de kwaliteit van het gehele onderwijs in Caribisch Nederland tot een naar Europees Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau. Het gaat hier om een rijkstaak.

Bijdrage aan medeoverheden

Het betreft structurele middelen, die incidenteel zijn ingezet voor de verbetering van de onderwijshuisvesting zoals vastgesteld in de convenanten onderwijshuisvesting Saba, Bonaire en Sint Eustatius (Caribisch Nederland). Dit betreft een (meerjarige) incidentele rijkstaak.

Daarnaast bevat dit instrument de structurele middelen voor het verder verbeteren van de kwaliteit van het gehele onderwijs in Caribisch Nederland tot een naar Europees Nederlandse maatstaven aanvaardbaar niveau. Het gaat hier om een rijkstaak.

Artikel 3 Voortgezet Onderwijs

Subsidies (regelingen)

Het betreft hier incidentele subsidies ter ondersteuning van het voortgezet onderwijs in Caribisch Nederland. Het gaat hier om een rijkstaak.

Bekostiging

Het Rijk verstrekt aan de schoolbesturen in Caribisch Nederland lumpsumbekostiging. Dit is een rijkstaak en het betreft structurele middelen voor de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 4 Beroepsonderwijs en volwasseneducatie

Subsidies

Het betreft hier incidentele subsidies ter ondersteuning van het middelbaar beroepsonderwijs in Caribisch Nederland. Het gaat hier om een rijkstaak.

Bekostiging

Het Rijk verstrekt aan de schoolbesturen in Caribisch Nederland lumpsumbekostiging. Dit is een rijkstaak en het betreft structurele middelen voor de schoolbesturen op de eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Bijdrage medeoverheden

Aan de openbare lichamen in Caribisch Nederland wordt jaarlijks een bijzondere uitkering verstrekt voor de uitvoering van de Wet Sociale Kanstrajecten Jongeren BES (SKJ). Voor de samenwerking met Curaçao, Sint Maarten en Aruba worden middelen beschikbaar gesteld, die bestemd zijn voor het stimuleren van studeren in de regio en het bevorderen van voorzieningen in de regio, mede ten behoeve van de inwoners van Caribisch Nederland. Het gaat hier om een structurele eilandelijke taak.

Artikel 6 Hoger Beroepsonderwijs

Subsidies (regelingen)

het betreft hier incidentele en structurele subsidies ter ondersteuning van het hoger beroepsonderwijs in Caribisch Nederland. Het gaat hier om een rijkstaak.

Artikel 9 Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid

Subsidies (regelingen)

Het betreft hier incidentele subsidies ter ondersteuning van het lerarenbeleid in Caribisch Nederland. Het gaat hier om een rijkstaak.

Artikel 11 Studiefinanciering

Inkomensoverdrachten

Dit betreft uitgaven aan studiefinanciering voor studenten uit Caribisch Nederland. Dit is een structurele rijkstaak. Vanaf 2023 is het voor het eerst mogelijk om in de uitgaven onderscheid te maken tussen de relevante uitgaven (giften en omzettingen) en de niet-relevante uitgaven (prestatiebeurzen en leningen) aan studiefinanciering. In de tabel zijn voor 2023 alleen de relevante uitgaven opgenomen. Tot en met 2022 zijn alle uitgaven aan de studiefinanciering voor studenten uit Caribisch Nederland als relevante uitgaven geboekt.

Artikel 14 Cultuur

Opdrachten

Het betreft incidentele opdrachten ter ondersteuning van o.a. activiteiten rondom het herdenkingsjaar slavernijverleden.

Bijdragen aan medeoverheden

Het betreft hier grotendeels incidentele uitgaven voor de aanpak van de bibliotheekvoorziening en voor het inzetten van cultuurcoaches op Caribisch Nederland om de toegankelijkheid van cultuur te vergroten. 

Artikel 16 Onderzoek en wetenschapsbeleid

Bekostiging

De financiering aan het Caribisch deel van het Koninkrijk loopt via de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). De middelen worden gebruikt voor een impuls aan het onderzoek op (en over) het Caribisch deel van het Koninkrijk en het leveren van een bijdrage aan de structurele versterking van het kennisstelsel op het Caribisch deel van het Koninkrijk. Het betreft structurele taken en is een rijkstaak.

Begroting Financiën (IXB)

Tabel 47 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Financiën (IXB) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

18.068

18.323

21.042

20.984

24.542

        

Artikel 1 Belastingen

  

14.347

16.432

18.080

18.385

22.023

Apparaatsuitgaven

R

S

14.347

16.432

18.080

18.385

22.023

Artikel 2 Financiële markten

  

3.721

1.891

2.962

2.599

2.519

Storting/onttrekking begrotingsreserve

R

S

1.000

1.000

0

0

0

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

R

S

2.721

891

2.962

2.599

2.519

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Belastingen

Apparaatsuitgaven

Betreft de kosten van uitvoering van fiscale wet- en regelgeving en douanetaken in Caribisch Nederland.

Artikel 2 Financiële markten

Bijdrage aan ZBO's/ RWT's

De verantwoordelijkheid van de minister van Financiën ten aanzien van de toezichttaken is dezelfde voor de BES-eilanden als voor Europees Nederland, omdat de verhouding tussen de minister en de toezichthouders dezelfde is. Het toezicht op de BES-eilanden is net als in Europees Nederland op afstand geplaatst bij De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM); de minister van Financiën is systeemverantwoordelijk. Voor het toezicht op de BES-eilanden ontvangt DNB jaarlijks een overheidsbijdrage en voor het gedragstoezicht op de financiële markten op de BES-eilanden ontvangt de AFM jaarlijks een overheidsbijdrage.

Begroting Defensie (X)

Tabel 48 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Defensie (X) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

0

0

0

0

0

        

Artikel 2 Koninklijke Marine

  

0

0

0

0

0

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven3

R

S

 

Artikel 3 Koninklijke Landmacht

  

0

0

0

0

0

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven3

R

S

 

Artikel 5 Koninklijke Marechaussee

  

0

0

0

0

0

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven3

R

S

 

Artikel 8 Defensie Ondersteuningscommando

  

0

0

0

0

0

Opdrachten, Personele en Materiële Uitgaven3

R

S

 
1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

3

Het deel dat ten goede komt aan Caribisch Nederland is niet te bepalen.

Toelichting

Het Ministerie van Defensie voert haar taken structureel in het gehele Koninkrijk uit. Het valt derhalve niet te bepalen welk specifiek deel daarvan wordt besteed in Caribisch Nederland.

Begroting Infrastructuur en Waterstaat (XII)

Tabel 49 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Infrastructuur en Waterstaat (XII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

36.489

29.266

18.938

25.862

24.583

        

Artikel 13 Bodem en Ondergrond

  

10.348

10.912

11.609

11.769

10.213

Subsidies (regelingen)

E

S

10.144

10.912

11.609

9.295

10.213

Opdrachten

R

I

60

0

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

144

0

0

2.474

0

Artikel 14 Wegen en verkeersveiligheid

  

11.038

9.820

0

8.313

6.000

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

11.038

9.820

0

8.313

6.000

Artikel 17 Luchtvaart

  

10.945

5.765

5.490

2.422

2.766

Subsidies (regelingen)

R

I

425

420

286

1.269

860

Opdrachten

R

S

940

287

223

176

469

Leningen

R

I

3.774

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

E

I

5.806

5.058

3.435

465

10

Bijdrage aan medeoverheden

R

I

0

0

1.546

512

1.427

Artikel 18 Scheepvaart en havens

  

96

0

0

57

3.100

Opdrachten

E

S

61

0

0

57

100

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

35

0

0

0

3.000

Artikel 21 Circulaire Economie

  

1.374

350

835

1.655

645

Opdrachten

E

I

0

0

47

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

1.374

350

788

1.655

645

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en Milieurisico's

  

623

1.500

307

455

885

Opdrachten

E

S

122

72

55

106

507

Bijdrage aan agentschappen

R

S

0

231

252

349

378

Bijdrage aan medeoverheden

E

S

501

1.197

0

0

0

Artikel 23 Meteorologie, Seismologie en Aardobservatie

  

1.064

919

697

1.191

974

Bijdrage aan medeoverheden

R

S

1.064

919

697

1.191

974

Artikel 24 Handhaving en toezicht

  

1.001

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

R

S

1.001

0

0

0

0

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 13 Bodem en ondergrond

Subsidies (regelingen)

Betreft structurele subsidies voor het verlagen van de tarieven van drinkwater op Saba, Sint Eustatius en Bonaire, alsmede voor afvalwater (rioolwaterzuivering) op Bonaire. Daarnaast gaat het om incidentele subsidies voor investeringen in de drinkwatervoorzieningen, hetgeen bijdraagt aan de toegankelijkheid van drinkwater.

Artikel 17 Luchtvaart

Subsidies (regelingen)

Er is een subsidie aan DC-ANSP verstrekt ten behoeve van het verlagen van luchtverkeersdienstverleningstarieven. Om een onaanvaardbare stijging in de tarieven voor het gebruik van luchtverkeersdienstverlening op en rond Bonaire International Airport te voorkomen, heeft IenW een deel van de kosten voor het leveren van de dienst door Dutch Caribbean Air Navigation Service Provider (DC-ANSP) gedekt via subsidiering. Zonder deze bijdrage zouden de tarieven dusdanig sterk stijgen dat een mogelijke verstoring van de markt zal optreden, met bijbehorend negatief effect op de lokale gemeenschap.

Opdrachten

Het betreft de financiering van diverse onderzoeken, opleidingen, workshops en de jaarlijks terugkerende kosten voor instandhouding van de luchtvaartpublicaties.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdrage aan Sint Eustatius voor onderhoud Replace the Air Treatment Unit.

Bijdrage aan agentschappen

Bijdrage aan RWS voor de baanverlichting op Bonaire International Airport.

Artikel 21 Duurzaamheid

Bijdrage aan medeoverheden

Dit betreft de bijdrage aan het Openbaar lichaam Bonaire voor het realiseren van een duurzaam afval beheer via onder andere het programma Afval Beheer op Maat.

Artikel 22 Omgevingsveiligheid en milieurisico’s

Opdrachten

Dit betreft middelen ten behoeve van de programma uitgaven die RWS maakt voor de jaaropdracht onder andere om opdrachten uit te zetten voor vertalingen, communicatie en informatievoorziening.

Bijdrage aan agentschappen

Dit betreft de bijdrage aan RWS voor de inzet van capaciteit voor de jaaropdracht. RWS voert werkzaamheden uit voor onder andere vergunningen categorie 4 voor het Inrichtingen- en activiteitenbesluit BES.

Artikel 23 Meteorologie, seismologie en aardobservatie

Bijdrage aan agentschappen

Naast reguliere taken als het weerbericht en een waarschuwing voor gevaarlijk weer worden er ook specifieke taken door het KNMI op Caribisch Nederland uitgevoerd. Het gaat hierbij onder meer om dienstverlening op de luchthaven Flamingo Airport (Bonaire International Airport).

Begroting Economische Zaken (XIII)

Tabel 50 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Economische Zaken (XIII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

29.873

5.260

5.172

12.368

6.306

        

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

  

3.541

4.280

4.211

11.012

5.423

Subsidies (regelingen)

R

S

2.890

3.629

3.560

10.361

4.772

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

R

S

651

651

651

651

651

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

  

26.332

980

961

1.356

883

Subsidies (regelingen)

E

S

25.831

422

0

326

17

Opdrachten

R

S

501

558

961

1.030

866

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Goed functionerende economie en markten

Subsidies (regelingen)

De tijdelijke verlaging van de tarieven voor vaste internetaansluitingen in Caribisch Nederland (25 USD per aansluiting per maand voor Bonaire en 35 USD per aansluiting per maand voor St Eustatius en Saba) die voor de jaren 2020 tot en met 2022 aan de orde was, is om de mogelijkheden van digitalisering te kunnen benutten per 2023 structureel. In 2024 t/m 2026 zijn de tarieven verder verlaagd met 15 USD per maand.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdragen ten behoeve van het statische werkprogramma van CBS voor Caribisch Nederland maken onderdeel uit van de Rijksbijdrage. Er worden statistieken en producten geleverd voor allerlei onderwerpen, zoals bevolking, onderwijs, transport, toerisme, prijzen en nutsvoorzieningen. Dit zijn nominale cijfers, loon- en prijsbijstellingen en taakstellingen op de Rijksbijdrage als geheel zijn hier niet in verwerkt.

Artikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei

Subsidies (regelingen)

In het kader van beleid gericht op ondernemerschap wordt er jaarlijks een subsidie uitgekeerd ter ondersteuning en professionalisering van de Kamer van Koophandel op Sint Eustatius en Saba. De kern van dit beleid is het stimuleren van het ondernemerschap in Caribisch Nederland.

Opdrachten

Naast het reguliere statistische programma zijn er additionele statistieken en onderzoeken uitgevoerd door CBS, onder meer op het gebied van BBP, werken en lonen, inkomens en toerisme. Daarnaast wordt sinds 2022 opdracht aan CBS gegeven voor het jaarlijks opstellen van een Monitor Brede Welvaart. Tot slot is er aan de KvK Bonaire een opdracht verstrekt voor meerdere jaren in het kader van een op te richten Ondernemershuis op Bonaire.

Begroting Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV)

Tabel 51 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

4.065

3.212

2.708

1.087

1.546

        

Artikel 22 Natuur en biodiversiteit

  

4.065

3.212

2.708

1.087

1.546

Bijdrage aan medeoverheden

R

I

4.065

3.212

2.708

1.087

1.546

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 22 Natuur, visserij en gebiedsgericht werken

Bijdrage aan medeoverheden

De activiteiten in 2025 stonden in het kader van de eerste fase van het Natuur- en milieubeleidsplan (NMBP). De projecten waren gericht op ondere andere mangroven- en koraalherstel, uitbreiding riolering en waterzuivering en (zee)waterkwaliteit monitoring op Bonaire; koraalherstel, bestrijding invasieve soorten en herstel van het droog tropisch bos op Sint Eustatius; en herbebossing, bestrijding van loslopende geiten en uitbreiding van de hydroponics farm op Saba.

Begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV)

Tabel 52 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

68.484

79.195

94.670

130.962

149.733

        

Artikel 1 Arbeidsmarkt

  

15.580

25

0

0

0

Subsidies (regelingen)

R

I

15.580

25

0

0

0

Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

  

4.347

12.424

7.370

12.451

22.552

Inkomensoverdrachten

R

S

4.347

12.424

7.370

9.815

11.678

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

0

0

0

2.636

10.874

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

  

668

1.083

1.099

1.360

1.722

Inkomensoverdrachten

R

S

668

1.083

1.099

1.360

1.722

Artikel 5 Werkloosheid

  

294

46

1

0

386

Inkomensoverdrachten

R

S

294

46

1

0

386

Artikel 6 Ziekte en Zwangerschap

  

4.958

8.129

8.677

9.415

12.198

Inkomensoverdrachten

R

S

4.958

8.129

8.677

9.415

12.198

Artikel 7 Kinderopvang

  

7.930

14.702

18.143

27.041

25.455

Subsidies (regelingen)

E

S

5.221

7.535

10.992

15.206

20.952

Opdrachten

E

S

73

270

753

196

206

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

2.636

6.897

6.398

11.639

4.297

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

  

22.009

28.148

39.908

54.940

59.635

Inkomensoverdrachten

R

S

22.009

28.148

39.908

54.940

59.635

Artikel 9 Nabestaanden

  

1.209

1.600

2.078

2.829

3.138

Inkomensoverdrachten

R

S

1.209

1.600

2.078

2.829

3.138

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

  

4.433

5.597

8.350

14.670

15.407

Inkomensoverdrachten

R

S

4.433

5.597

8.350

14.670

15.407

Artikel 11 Uitvoering

  

0

7.441

9.044

8.256

9.240

Bekostiging

R

S

0

7.441

9.044

8.256

9.240

Artikel 98 Algemeen

  

7.056

0

0

0

0

Bekostiging

R

S

7.056

0

0

0

0

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling Onderstand.

De Rijksoverheid biedt aan inwoners van Caribisch Nederland inkomensondersteuning in de vorm van Onderstand. Het betreft zowel algemene als bijzondere onderstand. Laatstgenoemde component heeft betrekking op uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten die de belanghebbende zelf niet kan voldoen.

Bijdrage aan medeoverheden

Dit betreft een eilandelijke taak: incidentele subsidie voor het uitvoeren van een publieke taak.

Voor bijzondere uitkeringen geldt, in tegenstelling tot de vrije uitkering, dat zij voor een bepaald doel worden gegeven. Indien het geld niet wordt besteed aan het voorgeschreven doel of als een doelstelling niet wordt gerealiseerd dan kan het Rijk het geld terugvorderen.

Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling Ongevallenverzekering.

Werknemers in de private sector van Caribisch Nederland die door een bedrijfsongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn geraakt, krijgen op basis van de Ongevallenverzekering een uitkering (ongevallengeld). De uitkering is gekoppeld aan het laatstverdiende loon van de werknemer.

Artikel 5 Werkloosheid

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling, eenmalige uitkering op basis van de Cessantiawet BES.

Werknemers in Caribisch Nederland die werkzaam zijn in de private sector ontvangen bij beëindiging van de dienstbetrekking anders dan door de schuld van de werknemer op grond van de Cessantiawet een eenmalige uitkering, te betalen door de werkgever. Als de werkgever wegens faillissement of surseance van betaling niet in staat is om de uitkering (tijdig) te betalen, neemt SZW deze verplichting over.

Artikel 6 Ziekte en verlofregelingen

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: inkomensregeling Ziekteverzekering.

Werknemers in de private sector van Caribisch Nederland die door ziekte of zwangerschap met loonderving geconfronteerd worden, ontvangen een uitkering (ziekengeld) op grond van de Ziekteverzekering. De uitkering is gerelateerd aan het laatstverdiende loon van de werknemer.

Artikel 7 Kinderopvang

Subsidies (regelingen)

Dit betreft een eilandelijke taak: structurele subsidie voor het bevorderen van de kwaliteit kinderopvang.

Daarnaast is er de Tijdelijke subsidieregeling kinderopvang Caribisch Nederland die vanuit het Rijk aan kinderopvangorganisaties in Caribisch Nederland ter beschikking worden gesteld om financiële toegankelijkheid van de kinderopvang en buitenschoolse opvang te verbeteren en tegelijkertijd de kwaliteit van de opvang te verbeteren. Deze regeling eindigt nadat de nieuwe wet Kinderopvang Caribisch Nederland gefaseerd in werking is getreden.

Opdrachten

Dit betreft een eilandelijke taak: structurele opdrachten ten behoeve van kinderopvang.

Het gaat onder andere om middelen voor onderzoek, centrale uitvoeringskosten en het programmabureau BES(t)4 Kids.

Bijdragen aan medeoverheden

Dit betreft een eilandelijke taak: kinderopvang.

Dit betreft middelen voor de bijzondere uitkering aan de eilanden voor de versterking van kinderopvang en voor- en naschoolse opvang in Caribisch Nederland in het kader van het programma BES(t) 4 kids.

Artikel 8 Oudedagsvoorziening

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: Inkomensregeling algemene oudedagsvoorziening.

Personen die in Caribisch Nederland verzekerde jaren hebben opgebouwd voor de AOV en die de AOV-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, ontvangen een aan de verzekerde jaren gerelateerd ouderdomspensioen op grond van de AOV. Tevens kent de AOV een partnertoeslag.

Artikel 9 Nabestaanden

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: Inkomensregeling algemene weduwen en wezenverzekering.

Inwoners van Caribisch Nederland die geconfronteerd zijn met het overlijden van hun partner of ouder(s), hebben op grond van de AWW recht op een uitkering. De hoogte van de uitkering is leeftijdgerelateerd.

Artikel 10 Tegemoetkoming ouders

Inkomensoverdrachten

Dit betreft een structurele rijkstaak: algemene kinderbijslagvoorziening.

De kinderbijslagvoorziening BES biedt ouders of verzorgers die op Bonaire, Sint Eustatius en Saba wonen een tegemoetkoming voor de kosten van opvoeding en verzorging van kinderen die nog geen 18 jaar zijn.

Artikel 11 Uitvoering

Bekostiging

Dit betreft een structurele rijkstaak: kosten voor de unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De RCN-unit SZW is een bij de Rijksdienst Caribisch Nederland gepositioneerd onderdeel van het departement dat namens de minister is belast met uitkeringsverstrekking, vergunningverlening en arbeidsinspectie in Caribisch Nederland. Tot de begroting 2022 zijn deze uitgaven opgenomen op artikel 98 Algemeen.

Begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI)

Tabel 53 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal uitgaven

  

236.401

200.708

202.959

222.073

246.483

        

Artikel 1 Volksgezondheid

  

0

0

4.734

4.457

3.402

Subsidies (regelingen)

R

S

0

0

252

252

252

Bijdrage aan agentschappen

R

S

0

0

4.482

4.205

3.150

Artikel 4 Zorgbreed beleid

  

236.401

200.708

197.975

217.606

243.071

Subsidies (regelingen)

R

S

3.182

3.864

4.023

4.733

5.230

Bekostiging

R

S

228.364

184.929

184.068

199.853

225.632

Opdrachten

R

S

0

0

3.134

3.857

1.192

Bijdrage aan medeoverheden

E

S

4.855

11.915

6.750

9.163

11.017

Artikel 6 Sport en bewegen

  

0

0

0

10

10

Subsidies (regelingen)

R

I

0

0

0

10

10

Artikel 9 Algemeen

  

0

0

250

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

R

I

0

0

250

0

0

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

Toelichting

Artikel 1 Volksgezondheid

Subsidies (regelingen)

Ten behoeve van de JOGG-aanpak in Caribisch Nederland is een subsidiebijdrage van € 0,2 mln. verstrekt.

Bijdragen aan agentschappen

Van de uitvoeringskosten van het RIVM is per saldo € 3,2 mln. gerealiseerd voor onder andere bevolkingsonderzoeken, wetenschappelijke kennisbasis en oncologische registratie in het Caribisch deel van het Koninkrijk.

Artikel 4 Zorgbreed beleid

Subsidies (regelingen)

In totaal is voor € 5,2 mln. aan subsidies verstrekt. Deze middelen zijn vooral ingezet voor de residentiele jeugdzorg in Caribisch Nederland. Daarnaast zijn projectsubsidies verstrekt voor diverse ontwikkelprogramma’s op het gebied van sport.

Bekostiging

Op het instrument bekostiging is in totaal € 225,6 mln. gerealiseerd. Hiervan is € 218,1 mln. ingezet voor zorguitgaven die voortvloeien uit het Besluit Zorgverzekering BES. Een budget van € 5,9 mln. is ingezet voor de begeleiding van jongeren, voor welzijn en sport. Daarnaast is € 0,4 mln. ingezet in het kader van het project digitalisering van de zorg in Caribisch Nederland. Tot slot is € 1,2 mln. ingezet voor de verduurzaming van zorg- en sportinstellingen.

Opdrachten

Aan diverse instellingen is in het kader van het Besluit Zorgverzekering BES in totaal € 0,4 mln. versterkt. Verder is in het kader van het begeleiden van jongeren, welzijn en sport in totaal voor € 0,8 mln. aan opdrachten verstrekt.

Bijdragen aan medeoverheden

Aan de openbaar lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is in totaal voor € 11,0 mln. aan bijzondere uitkeringen verstrekt. Deze uitkeringen zijn ingezet voor de uitvoering van verschillende eilandelijke taken op het VWS-domein. Op het gebied van sport, maatschappelijk ondersteuning en publieke gezondheid is in totaal € 10,2 mln. gerealiseerd. Verder is er € 0,6 mln. versterkt aan zorg- en sportinstellingen in het kader van verduurzaming. Tot slot is € 0,2 mln. ingezet in het kader van de COVID-19 vaccinatiecampagne.

Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII)

Tabel 54 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) (bedragen x € 1.000

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

20213

20223

20233

20243

2025

Totaal uitgaven

  

4.082

10.582

9.271

18.727

18.378

        

Artikel 1 Woningmarkt

  

4.082

8.852

9.271

18.727

18.378

Subsidies (regelingen)

E

S

2.339

1.151

2.893

5.738

6.755

Subsidies (regelingen)

E

I

1.719

7.650

6.334

7.785

11.371

Opdrachten

E

I

24

51

14

59

152

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

E

I

0

0

30

334

100

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

0

0

0

4.811

0

Artikel 2 Energietransitie gebouwde omgeving en bouwkwaliteit

  

0

1.730

0

0

0

Bijdrage aan medeoverheden

E

I

0

1.730

0

0

0

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

3

De stand van de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 valt formeel niet onder het begrotingshoofdstuk VRO, maar onder het begrotingshoofdstuk BZK en worden hier voor de inzichtelijkheid getoond.

Toelichting

Artikel 1 Woningmarkt

Subsidies (regelingen)

De structurele uitkeringen hebben betrekking op het verlagen van huurprijzen in de sociale en particuliere sector voor huurders met een laag inkomen. Daarnaast zijn incidentele uitkeringen verstrekt tbv renovatie van sociale huurwoningen op Sint Eustatius en de bouw van sociale huurwoningen op Saba en Sint Eustatius.

Opdrachten

Er zijn opdrachten verstrekt voor het uitvoeren van een evaluatie van de Bijdrage Particuliere Verhuur op Bonaire en een onderzoek naar de huur-inkomenstabel op de drie eilanden.

Bijdrage aan ZBO's/RTW's

Aan het CBS is een bijdrage vertrekt voor het uitvoeren van een nulmeting op Bonaire en voor de woonbehoefte in Caribisch Nederland.

Begroting Klimaat en Groene Groei (XXIII)

Tabel 55 Overzicht Rijksuitgaven Caribisch Nederland in begrotingshoofdstuk Klimaat en Groene Groei(XXIII) (bedragen x € 1.000)

Artikel/ instrument

Taak1

Bijdrage2

Realisatie

   

20213

20224

20234

20244

2025

Totaal uitgaven

  

32.304

34.887

19.064

15.099

12.115

        

Artikel 31 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatsverandering

  

32.304

34.887

19.064

15.099

12.115

Subsidies (regelingen)

R

S en I

32.304

34.887

19.064

15.099

12.115

1

R = Rijk, E = Eilandelijk

2

S = Structureel, I = Incidenteel

3

De stand van de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 valt formeel niet onder het begrotingshoofdstuk KGG, maar onder het begrotingshoofdstuk EZK en worden hier voor de inzichtelijkheid getoon.

4

De stand van de jaren 2021, 2022, 2023 en 2024 valt formeel niet onder het begrotingshoofdstuk KGG, maar onder het begrotingshoofdstuk EZK en worden hier voor de inzichtelijkheid getoond.

Toelichting

Artikel 31 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Subsidies (regelingen)

In 2025 heeft KGG middelen ingezet voor de vaste netkosten en voor de verdere verduurzaming van de energiesystemen. Deze middelen dragen bij aan de beleidsdoelen betaalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid. Het gaat onder meer om een structurele rijksbijdrage aan de netbeheerders op Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, zodat de vaste maandelijkse aansluitkosten voor netgebruikers worden verlaagd. Daarnaast hebben de netbeheerders in 2025 extra subsidie ontvangen om de vaste netkosten voor kleine aansluitingen (met name huishoudens) verder te verlagen, naar aanleiding van het rapport Sociaal Minimum Caribisch Nederland. Tot slot zijn in 2025 subsidies verstrekt aan Saba en Sint-Eustatius voor de volgende fase van de zonneweides, waarmee het aandeel duurzame elektriciteitsopwekking verder wordt verhoogd.

Licence