Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4. BATEN-LASTENDIENSTEN

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)

Introductie

Sinds 1 januari 1995 is het KNMI een baten-lastendienst. De bijdrage van het moederdepartement aan de baten-lastendienst KNMI wordt verantwoord op beleidsartikel 37 «Weer, klimaat, seismologie en aardobservatie» van de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

De werkzaamheden van het KNMI zijn gericht op de algemene doelstelling van het KNMI: bijdragen aan veiligheid, economie en duurzaam milieu in en van Nederland met informatie, kennis en data op het gebied van weer, klimaat en seismologie.

Sinds de privatisering van de commerciële taken in 1999 richt het KNMI zich volledig op de publieke taken. Deze taken zijn vastgelegd in de Wet op het KNMI, die op 1 maart 2002 in werking is getreden. De daarbij behorende Ministeriële regeling is op 5 juli 2002 in werking getreden. De taken van het KNMI zijn (Wet op het KNMI, artikel 3, eerste lid):

  • a) het beschikbaar maken, houden en stellen van een algemeen weerbericht voor de Nederlandse samenleving;

  • b) het beschikbaar maken, houden en stellen van KNMI-gegevens;

  • c) het beschikbaar maken, houden en stellen van luchtvaartmeteorologische inlichtingen;

  • d) het verrichten van onderzoek;

  • e) het adviseren van Onze Minister op het terrein van de meteorologie en andere geofysische terreinen;

  • f) het deelnemen in internationale organisaties op het terrein van de meteorologie en andere geofysische terreinen;

  • g) het onderhouden van de nationale infrastructuur voor de meteorologie en andere geofysische terreinen.

In de herfst van 2008 is naar aanleiding van de afgesproken evaluatie van de KNMI-wet een kabinetsstandpunt over de KNMI-wet toegezonden aan de Tweede Kamer. Op 24 maart 2009 heeft over de KNMI-wet een Algemeen Overleg plaatsgevonden. Vervolgens is het wetgevingstraject opgestart met het plan de wijziging van de KNMI-wet begin 2010 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Door de val van het Kabinet heeft dit proces vertraging opgeleverd en heeft het demissionaire kabinet opnieuw een besluit moeten nemen. Eind april 2010 is de gewijzigde KNMI-wet aangeboden aan de Tweede Kamer voor behandeling

Producten en diensten

Om de bovengenoemde algemene beleidsdoelstelling te bereiken levert het KNMI voortdurend informatie, kennis en data op het gebied van weer, klimaat en seismologie. Deze informatie, kennis en data worden permanent «up to date» gehouden volgens de modernste inzichten van wetenschap en techniek. Informatie, kennis en data moeten ook effectief op de plaatsen terechtkomen waar ze daadwerkelijk nodig zijn: burgers, brandweer, politie, water- en wegbeheerders, luchtvaartautoriteiten, bedrijven, beleidsmakers en rampenbestrijders. Daarbij spelen ook de particuliere weerbureaus en de media een belangrijke rol.

Het KNMI heeft zijn producten en diensten ingedeeld in de productgroepen Weer, Klimaat en Seismologie. Daarnaast wordt Aardobservatie als product onderscheiden.

De meetbare gegevens voor deze productgroepen zijn opgenomen in het beleidsartikel 37.

Indien in de begroting de baten en lasten in het kader van aardobservatie en het NMDC niet worden meegeteld, nemen de totale kosten jaarlijks af. Bij een gelijkblijvend productieniveau impliceert dit een stijging van de doelmatigheid.

De begroting van baten en lasten

De begroting van baten en lasten (x € 1 000) van het agentschap KNMI
 

realisatie 2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Baten

       

opbrengst V&W

36 818

44 977

52 357

44 996

46 177

46 209

46 207

opbrengst overige departementen

1 165

112

112

112

112

112

112

opbrengst derden

18 451

18 797

18 209

17 838

17 980

17 980

17 980

rentebaten

3

25

25

25

25

25

25

bijzondere baten

222

      

exploitatiebijdragen

91

      

Totaal baten

56 750

63 911

70 703

62 971

64 294

64 326

64 324

        

Lasten

       

apparaatskosten

       

* personele kosten

34 419

32 452

30 710

30 204

30 076

30 076

30 076

* materiële kosten

20 414

29 038

37 536

30 310

30 901

30 933

30 931

rentelasten

140

204

264

242

290

301

301

afschrijvingskosten

       

* materieel

1 813

2 237

2 330

2 330

2 330

2 330

2 330

* immaterieel

       

dotaties voorzieningen

64

      

bijzondere lasten

       

Totaal lasten

56 850

63 931

70 840

63 086

63 597

63 640

63 638

        

Saldo van baten en lasten

– 100

– 20

– 137

– 115

697

686

686

Toelichting op de begroting van baten en lasten

Baten

Opbrengst VenW

Dit betreffen opbrengsten voor de Productgroepen Weer, Klimaat, Seismologie en Aardobservatie.

 

Realisatie 2009

Begroot 2010

2011

Weer

17 243

19 307

19 894

Klimaat

12 612

12 414

11 897

Seismologie

1 571

1 569

1 516

Aardobservatie

12 470

11 554

19 050

Totaal

43 896

44 844

52 357

Opbrengst derden en overige departementen

 

Realisatie 2009

Begroot 2010

2011

Opbrengsten luchtvaart

10 218

10 367

9 931

Projecten extern gefinancierd

7 541

5 340

6 449

Dataverstrekkingen en licenties

625

780

780

Overige opbrengsten

1 232

480

1 161

Totaal opbrengst derden

19 616

16 967

18 321

Lasten

Personeel

In de onderstaande tabel is het aantal fte’s (vaste en projectmedewerkers) weergegeven en de gemiddelde prijs, exclusief opleidings- en reiskosten etc., per fte (bedragen x € 1 000).

Personeel

Realisatie 2009

Begroot 2010

2011

2012

2013

2014

2015

Ambtelijk personeel

       

kosten (x € 1 000)

30 276

28 646

26 917

26 442

26 442

26 442

26 442

Aantal fte's

446,8

422,5

397,0

390,0

390,0

390,0

390,0

Kosten per fte (x € 1 000)

67,8

67,8

67,8

67,8

67,8

67,8

67,8

Materiële kosten

De geraamde huisvestingskosten bedragen € 4,9 mln. waarvan € 3,4 mln. huur. Het resterende deel van de materiële kosten is als volgt verdeeld:

  • – Contributies EUMETSAT € 19,1 mln.;

  • – Overig Contributies en bijdragen € 2,4 mln.;

  • – Onderhoudskosten waarneem- en computerapparatuur € 2,5 mln.;

  • – Kosten voor het Deltaplan € 2,2 mln.

  • – Kosten voor het NMDC € 3,0 mln.

  • – Overige kosten € 3,4 mln.

Rentelasten

De rente vloeit voort uit rente- en aflossingsdragend vermogen. Het rentepercentage varieert van 4,23% tot 5,16%.

Afschrijvingskosten materieel

Op grond en terreinen wordt niet afgeschreven.

De volgende afschrijvingstermijnen zijn per groep van activa gehanteerd:

  • • gebouwen 40 jaar;

  • • installaties en inventaris 3–10 jaar.

De investeringen van het KNMI in voornamelijk computer- en waarneemapparatuur bedroegen jaarlijks maximaal ca. € 2 mln. Voor de jaren 2010 en 2011 zijn echter substantieel hogere investeringen gepland in het kader van het Deltaplan KNMI. Hierdoor nemen de afschrijvingskosten toe.

Het KNMI hanteert een grens van € 2 500 bij het activeren van investeringen.

Dotaties voorzieningen

Er zijn geen dotaties voorzien.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht (in € 1 000) van het agentschap KNMI
  

realisatie 2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

1.

Rekening courant RHB 1 januari

2 698

8 019

13 240

19 876

18 587

17 592

16 297

         

2.

Totaal operationele kasstroom

5 613

6 185

8 766

1 927

2 876

3 016

3 016

         

3a.

–/– totaal investeringen

– 1 232

– 7 000

– 3 400

– 2 000

– 2 000

– 2 000

– 2 000

3b.

+/+ totaal desinvesteringen

34

      

3.

Totaal investeringskasstroom

– 1 198

– 7 000

– 3 400

– 2 000

– 2 000

– 2 000

– 2 000

         

4a.

–/– eenmalige uitkeringen aan moederdepart.

       

4b.

+/+ eenmalige storting door het moederdepart.

       

4c.

–/– aflossingen op leningen

– 694

– 964

– 2 130

– 3 216

– 3 871

– 4 311

– 4 791

4d.

+/+ beroep op leenfaciliteit

1 600

7 000

3 400

2 000

2 000

2 000

2 000

4.

Totaal financieringskasstroom

906

6 036

1 270

– 1 216

– 1 871

– 2 311

– 2 791

         

5.

Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

       
 

(maximale roodstand € 0,5 mln.)

8 019

13 240

19 876

18 587

17 592

16 297

14 522

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom bestaat uit het geraamde saldo van baten en lasten gecorrigeerd voor afschrijvingen, mutaties in de voorziening en vooruitontvangen bedragen voor Aardobservatie.

Investeringskasstroom

Investeringen vinden vooral plaats in waarneemapparatuur en computersystemen. De ruimte om te investeren is gezien het verleden op een niveau van € 2 mln. per jaar gesteld. Voor de jaren 2010 en 2011 is echter een substantiële verhoging noodzakelijk. Dit in verband met de uitgaven in het kader van het Deltaplan KNMI en de vernieuwing van de rekencapaciteit.

Financieringskasstroom

De investeringen worden gefinancierd door leningen.

Doelmatigheidsindicatoren

Omschrijving Generiek Deel

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Kostprijzen per product (groep)

     

– overhead 1

100

100

100

100

100

100

– fte's overhead (1)

86

85

85

85

85

85

       

Tarieven/uur (2)

100

92

91

91

91

91

       

Omzet per produktgroep

      

– Weer

33 379

29 655

29 703

29 689

29 689

29 689

– Klimaat

16 411

26 124

16 233

16 223

16 223

16 223

– Seismologie

1 838

1 803

1 809

1 808

1 808

1 808

– Aardobservatie

19 050

15 364

16 524

16 581

14 522

14 522

       

FTE-totaal (ecl.externe inhuur)

397

390

390

390

390

390

       

Saldo van baten en lasten (%)

0%

0%

1%

1%

1%

1%

       

Algemene weersverwachtingen en

     

adviezen

      

– afwijking min.temperatuur (0C)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

– afwijking max. temperatuur (0C)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

ABS (<0,5)

– gemiddelde afwijking windsnelheid (m/s)

ABS (<1,0)

ABS (<1,0)

ABS (<1,0)

ABS (<1,0)

ABS (<1,0)

ABS (<1,0)

Luchtvaartverwachtingen

      

– tijdigheid TAF Schiphol (%)

>99

>99

>99

>99

>99

>99

Maritieme verwachtingen

      

– tijdigheid marifoonbericht (%)

>99

>99

>99

>99

>99

>99

1

Geïndexeerd 2011=100

  • 1. De fte’s overhead wijzigen vanaf 2011 niet omdat de bezuinigingen dan zijn doorgevoerd.

  • 2. Het tarief per uur daalt in 2012 doordat er dan enkele eenmalige kostenposten wegvallen.

Rijkswaterstaat

Introductie

Rijkswaterstaat is de uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat die, in opdracht van de minister en de staatssecretaris van VenW de nationale infrastructurele netwerken in Nederland aanlegt, beheert en ontwikkelt.

Rijkswaterstaat werkt aan:

  • • droge voeten

  • • voldoende en schoon water

  • • vlot en veilig verkeer over water en weg

  • • bruikbare en betrouwbare informatie

Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat kent een scheiding tussen beleid, toezicht en uitvoering. Rijkswaterstaat fungeert hierbij als uitvoeringsorganisatie van het ministerie en is sinds 1 januari 2006 een baten-lastendienst. Het formuleren van beleid is belegd bij de beleids-Directoraten-Generaal. Dit betekent dat de doelstellingen van het agentschap afhankelijk zijn van de (veelal lange termijn) beleidsdoelstellingen en kaders welke door Verkeer en Waterstaat worden aangegeven. Deze beleidsdoelen zijn geformuleerd in de beleidsartikelen van de begroting van Hoofdstuk XII.

Producten en diensten

Rijkswaterstaat treedt op als manager van het gebruik van een aantal hoofdinfrastructuur-netwerken (hoofdwegennet, hoofdvaarwegennet, hoofdwatersystemen), als beheerder van die netwerken, als realiseerder van uitbreidingen van deze netwerken en als adviseur voor het ten aanzien hiervan te voeren beleid. Rijkswaterstaat voert deze taken uit vanuit een netwerkbenadering. Belangrijkste producten zijn:

  • • Verkeersmanagement: het inzetten van instrumenten en hulpmiddelen om vraag en aanbod op elk moment zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen en om het verkeersaanbod zo goed mogelijk af te wikkelen. Het betreft vooral bediening van instrumenten, verstrekken van route-informatie en incidentmanagement.

  • • Watermanagement: reguleren van de hoeveelheden water in het hoofdwatersysteem en van de kwaliteit daarvan, door het hanteren van de te onderscheiden categorieën «vasthouden/bergen/afvoeren» en «schoonhouden/scheiden/zuiveren».

  • • Beheer, onderhoud & ontwikkeling: instandhouding van objecten en areaal op een vooruitstrevende, toekomstgerichte manier, gericht op het ook in technische zin steeds verder ontwikkelen van het netwerk of systeem. Dit product voegt dus kwaliteit toe aan het netwerk.

  • • Aanleg: dit betreft investeringen om de functionaliteit van het netwerk te vergroten. Nieuwe verbindingen of verbreding van bestaande. Sleutelwoord: capaciteitsvergroting.

  • • Beleidsondersteuning en -advisering: het uitvoeren van studies of het leveren van bijdragen daaraan, adviezen met betrekking tot beleidsnota’s en de uitvoerbaarheid van beleid.

  • • Leveren van kennis en expertise: ten behoeve van beleidsondersteuning en -advisering, grote (aanleg)projecten en aansturing projecten en uitvoeringsorganisaties, het verstrekken van subsidies en basisinformatie.

De begroting van baten en lasten

De begroting van baten en lasten

(Bedragen x € 1 000)

Realisatie 2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Baten

       

opbrengst moederdepartement

2 328 047

2 307 554

2 136 262

1 934 527

1 953 223

1 906 004

1 854 767

nog uit te voeren werkzaamheden

–

186 572

–

–

–

–

–

opbrengst overige departementen

29 085

27 876

27 876

27 876

27 876

27 876

27 876

opbrengst derden

89 963

81 504

81 504

81 504

81 504

81 504

81 504

rentebaten

1 368

800

800

800

800

800

800

bijzondere baten

22 705

5 000

5 000

5 000

5 000

5 000

5 000

Totaal baten

2 471 168

2 609 306

2 251 442

2 049 707

2 068 403

2 021 184

1 969 947

        

Lasten

       

apparaatskosten

1 088 579

1 055 180

1 036 392

1 044 667

1 041 758

1 043 984

1 043 984

– personele kosten

758 552

760 536

735 574

737 215

732 598

733 426

733 426

– materiele kosten

330 027

294 644

300 818

307 452

309 160

310 558

310 558

onderhoud

1 281 685

1 480 027

1 136 808

924 357

946 045

896 600

845 363

rentelasten

9 232

13 718

14 748

15 688

15 688

15 688

15 688

afschrijvingskosten

47 552

60 381

63 494

64 995

64 912

64 912

64 912

– materieel

45 420

57 790

60 769

62 206

62 127

62 127

62 127

– immaterieel

2 132

2 591

2 725

2 789

2 785

2 785

2 785

overige kosten

6 457

0

0

0

0

0

0

– dotaties voorzieningen

4 163

–

–

–

–

–

–

– bijzondere lasten

2 294

–

–

–

–

–

–

Totaal lasten

2 433 505

2 609 306

2 251 442

2 049 707

2 068 403

2 021 184

1 969 947

        

Saldo van baten en lasten

37 663

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de begroting van baten en lasten

Baten

Opbrengst moederdepartement

De opbrengst moederdepartement betreft de omzet uit hoofde van activiteiten (en de daarmee samenhangende producten) die Rijkswaterstaat verricht voor het moederdepartement. De opbrengst moederdepartement is onder andere een vergoeding voor:

  • • het beheer en onderhoud van de infrastructuur;

  • • de apparaatskosten (personeel en materieel) van Rijkswaterstaat die verband houden met de aanleg en onderhoud van infrastructuur;

  • • de capaciteit die Rijkswaterstaat levert in het kader van zijn kennis- en adviestaken.

Met name als gevolg van schommelingen in de beschikbaarheid van middelen voor beheer en onderhoud door de jaren heen, fluctueert de post Opbrengst Moederdepartement.

Specificatie opbrengst Moederdepartement

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Hoofdwatersystemen

376 323

306 840

333 014

349 476

346 010

346 831

Hoofdwegen

1 302 583

1 229 448

1 110 487

1 105 172

1 068 930

1 011 477

Regionaal / Lokaal

781

191

413

173

107

455

Hoofdvaarwegen

567 714

542 158

436 423

448 044

443 122

447 732

Mega-projecten niet-verkeer en vervoer

26 322

25 179

21 710

17 825

15 187

15 462

Megaprojecten verkeer en vervoer

0

0

0

0

0

0

Kennis en expertise

33 831

32 446

32 480

32 532

32 648

32 810

       

Totaal

2 307 554

2 136 262

1 934 527

1 953 223

1 906 004

1 854 767

Opbrengsten nog uit te voeren werkzaamheden

Dit betreft middelen die RWS reeds in 2009 van het moederdepartement heeft ontvangen en bestemd waren voor onderhoudswerkzaamheden die gepland waren in 2009, maar waarvan de uitvoering is doorgeschoven naar 2010 (€ 187 mln.).

Opbrengst derden

Deze opbrengsten hebben betrekking op vergoedingen van onder meer provincies, gemeenten en de Europese Unie in het kader van het beheer en onderhoud van de infrastructuur en de kennis- en adviesfunctie. Daarnaast bevat deze post de verwachte opbrengsten uit schaderijdingen en schadevaringen ter dekking van de kosten van reparatiewerkzaamheden.

Specificatie opbrengst derden

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Schaderijdingen/schadevaaringen

21 000

21 000

21 000

21 000

21 000

21 000

vergunningen WVO

22 500

22 500

22 500

22 500

22 500

22 500

Vergoeding provincies etc.

38 004

38 004

38 004

38 004

38 004

38 004

totaal

81 504

81 504

81 504

81 504

81 504

81 504

Rentebaten

Rentebaten hebben voornamelijk betrekking op vergoedingen over de rekening-courant en korte termijn deposito’s die door Rijkswaterstaat worden aangehouden.

Bijzondere baten

De geraamde bijzondere baten betreffen voornamelijk verwachte boekwinst op de verkoop van vaste activa.

Lasten

Personele kosten

De personele kosten hebben betrekking op:

  • • de salariskosten en overige kosten van personeel in dienst van Rijkswaterstaat, inclusief vervangende inhuur;

  • • inhuur van externe deskundigheid door RWS (anders dan aanbesteding) waarvan het niet doelmatig is deze kennis of vaardigheden in deze omvang zelf structureel in huis te hebben.

Specificatie personele kosten

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Aantal fte’s

9 433

9 179

9 179

9 179

9 179

9 179

Kosten per fte

74

74

74

74

74

74

Eigen personeelskosten

700 536

680 574

682 215

677 598

678 426

678 426

Inhuur

60 000

55 000

55 000

55 000

55 000

55 000

Totaal personele kosten

760 536

735 574

737 215

732 598

733 426

733 426

De daling van de inhuurkosten is het gevolg van het streven van Rijkswaterstaat om de kernactiviteiten uit te voeren met medewerkers in vaste dienst. Het doel is circa 10% van de formatie flexibel (inhuur; tijdelijke contracten; specifieke expertise) in te vullen. Op deze manier kan zowel het opbouwen en behouden van kritische kennis en ervaring en de gewenste flexibiliteit (inspelen op wijzigingen in de opdrachtenstroom) het best geborgd worden. Dit streven laat onverlet dat pieken in de opdrachtportefeuille, fluctuaties in bezetting en arbeidsmarktomstandigheden blijvend zullen nopen tot het tijdelijk aantrekken van ingehuurde capaciteit.

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan onder andere uit: bureau-, voorlichtings- en huisvestingskosten, kosten voor onderhoud en exploitatie van bedrijfsmiddelen en kosten voor huren en leasen van bedrijfsmiddelen. In deze post is ook het groot onderhoud opgenomen van activa, waarvoor als gevolg van de afwikkeling van de vordering moederdepartement geen voorziening meer wordt opgenomen.

Onderhoud

De kosten beheer en onderhoud hebben betrekking op de kosten die in rekening worden gebracht door derden (met name aannemers en ingenieursbureaus). Deze voeren werkzaamheden uit die direct bijdragen aan het beheer en de instandhouding van de infrastructuur. Deze post fluctueert als gevolg van schommelingen in de beschikbaarheid van middelen voor het uitvoeren van beheer en onderhoud.

Rentelasten

Dit betreft de kosten van rentedragende leningen die bij het ministerie van Financiën zijn afgesloten en de kosten gemoeid met een tijdelijk negatief saldo op de rekening courant.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten hebben betrekking op de materiële en immateriële vaste activa die door RWS worden aangehouden. De afschrijvingen vinden lineair plaats. De afschrijvingstermijn van de activa varieert afhankelijk van het type activa.

De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd:

categorie activa

afschrijvingstermijn  in jaren

Immateriële vaste activa

3

Materiële vaste activa

0–40

* gronden

0

* gebouwen

40

* inventaris en installaties

5–15

* voer-, vlieg- en vaartuigen

5–25

* hardware

3–5

* overige materiële vaste activa

5–10

Dotatie voorzieningen

Als gevolg van de afspraken die zijn gemaakt over de afwikkeling van de vordering op het ministerie van VenW is de voorziening materieel per 31-12-2008 geheel afgeboekt. De gemaakte kosten worden betaald uit de agentschapbijdrage die hiervoor is verhoogd.

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht

(Bedragen x € 1 000)

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

1.

Rekening-courant RHB 1 januari + stand depositorekening

279 331

307 708

108 982

117 931

127 237

145 780

161 610

2.

Totaal operationele kasstroom

73 628

– 154 726

50 721

56 726

55 643

56 343

57 743

3a.

Totaal investeringen (–/–)

– 52 013

– 98 900

– 85 000

– 85 000

– 85 000

– 85 000

– 85 000

3b.

Totaal desinvesteringen (+)

2 351

–

–

–

–

–

–

3.

Totaal investeringskasstroom

– 49 662

– 98 900

– 85 000

– 85 000

– 85 000

– 85 000

– 85 000

4a.

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (–/–)

–

–

–

–

–

–

–

4b.

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

–

11 500

12 900

8 400

9 400

8 700

7 300

4c.

Aflossingen op leningen (–/–)

– 43 668

– 55 500

 – 54 672

– 55 820

– 46 500

– 49 213

– 49 213

4d.

Beroep op leenfaciliteit (+)

48 079

98 900

85 000

85 000

85 000

85 000

85 000

4.

Totaal financieringskasstroom

4 411

54 900

43 228

37 580

47 900

44 487

43 087

         

5.

Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekening) (=1+2+3+4)

307 708

108 982

117 931

127 237

145 780

161 610

177 440

 

( maximale roodstand 0,5 miljoen €)

       

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

Hieronder vallen de inkomsten en uitgaven uit de reguliere bedrijfsvoering. Meerjarig wordt gestreefd naar een stabiel saldo van baten en lasten. De fluctuaties in de operationele kasstroom worden meerjarig met name veroorzaakt door schommelingen in de productie van RWS.

Investeringskasstroom

Hieronder vallen de verkopen van activa en de nieuwe investeringen. De investeringen hebben betrekking op het in stand houden van de activa van RWS. Deels betreft het investeringen in activasoorten waarbij de omvang van de jaarlijkse investeringen op een constant niveau ligt.

Financieringskasstroom

Hieronder vallen alle geldstromen die gerelateerd zijn aan de financiering van het agentschap. Rijkswaterstaat doet een beroep op de leenfaciliteit bij het ministerie van Financiën ter financiering van haar investeringen als baten-lastendienst. Daarnaast is in de begroting van de baten-lastendienst rekening gehouden met aflossing op deze leenfaciliteit.

De storting door moederdepartement betreft de aflossing van de langlopende vordering die Rijkswaterstaat heeft op het moederdepartement.

Doelmatigheidsindicatoren

Doelmatigheidsindicatoren

 

2011

2012

2013

2014

2015

Apparaatskosten B&O/VM per eenheid areaal

HWS

€ 2 334

€ 2 357

€ 2 350

€ 2 355

€ 2 355

 

HWN

€ 41 836

€ 41 937

€ 41 500

€ 40 979

€ 40 470

 

HVWN

€ 41 195

€ 41 591

€ 41 481

€ 41 563

€ 41 563

       

% Apparaatskosten/Omzet

 

19%

20%

18%

20%

21%

       

Kosten per FTE (x 1 000 euro)

 

121

123

122

123

123

       

Omzet per produktgroep

HWS

306 840

333 014

349 476

346 010

346 831

 

HWN

1 226 436

1 092 489

1 085 039

1 083 308

1 032 769

 

HVWN

540 498

436 360

450 132

443 960

457 474

 

overig

57 816

54 603

50 530

47 942

48 727

       

FTE-formatie

 

9 179

9 179

9 179

9 179

9 179

FTE-bezetting

 

9 179

9 179

9 179

9 179

9 179

% overhead

 

15,30%

15,30%

15,30%

15,30%

15,30%

       

Saldo van baten en lasten (%)

 

0%

0%

0%

0%

0%

       

Ontwikkeling Pinwaarden

HWS

100

100

100

100

100

 

HWN

100

100

100

100

100

 

HVWN

100

100

100

100

100

       

Gebruikerstevredenheid

      

automobilisten publieksgerichtheid

 

7,2

7,5

7,5

7,5

7,5

automobilisten betrouwbare reistijden

 

7,2

7,5

7,5

7,5

7,5

vrachtwagenchauffeurs publieksgerichtheid

 

7,2

7,5

7,5

7,5

7,5

vrachtwagenchauffeurs betrouwbare reistijden

 

7,2

7,5

7,5

7,5

7,5

recreatievaart publieksgerichtheid

 

7,2

7,5

7,5

7,5

7,5

recreatievaart betrouwbare reistijden

 

7,2

7,5

7,5

7,5

7,5

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Apparaatskosten per eenheid areaal

Deze indicator geeft informatie over hoe de kosten die het apparaat van Rijkswaterstaat maakt voor verkeersmanagement en beheer en onderhoud zich ontwikkelen ten opzichte van het areaal. Een dalende trend van de kosten per eenheid areaal geeft een indicatie van een toename in de efficiëntie van de organisatie op het gebied van Beheer en Onderhoud en Verkeersmanagement.

Vanwege de herdefiniëring van deze indicator, is het niet mogelijk deze bedragen te vergelijken met bedragen in eerdere begrotingen.

% Apparaatskosten tov omzet

Deze indicator geeft de verhouding weer tussen de kosten van het apparaat en de totale omzet (incl GVKA-gelden) van Rijkswaterstaat. Een daling van dit percentage is een indicatie van een toenemende efficiëntie van de organisatie.

Kosten per FTE

Deze indicator geeft de ontwikkeling weer van de kosten (loonkosten en materiële kosten) per formatieve ambtelijke FTE. Wanneer deze kosten minder snel stijgen dan de loon- en prijsstijging dan is dit een indicatie van een toename in doelmatigheid van de organisatie zijn.

Omzet per productgroep

In de tabel is de Opbrengst Moederdepartement uitgesplitst naar de verschillende netwerken.

Organisatiegrootte in FTE

Deze voorgeschreven indicator geeft aan hoe de ambtelijke formatie van Rijkswaterstaat zich ontwikkelt. Op zichzelf zegt dit kengetal niets over de doelmatigheid van de organisatie.

Percentage overhead

Deze indicator geeft aan welk deel van het ambtelijke personeel (in FTE) binnen Rijkswaterstaat zich bezig houdt met de bedrijfsvoering. Bedrijfsvoering bevat alle processen die ondersteunend zijn aan de organisatie. Het streven is daarbij voortdurend een optimale kwalitatieve en kwantitatieve omvang van de bedrijfsvoering.

Exploitatiesaldo (% van de omzet)

Deze voorgeschreven indicator toont de ontwikkeling van het exploitatiesaldo als percentage van de omzet over de afgelopen 4 jaar. Een positief percentage duidt op een positief exploitatiesaldo.

Ontwikkeling PIN-waarden

De ontwikkeling van de PIN-waarden geeft een beeld hoe de ontwikkeling is in de toestand van het door Rijkswaterstaat beheerde areaal. Het weergegeven cijfer betreft een index ten opzichte van het jaar 2011. Omdat voor de jaren na 2012 nog afspraken moeten worden gemaakt over de gewenste serviceniveaus worden de PINwaarden van 2012 voor deze jaren constant verondersteld.

Gebruikerstevredenheid

Deze indicatoren geven de door gebruikers van de netwerken ervaren tevredenheid over het werk van Rijkswaterstaat weer en kan gebruikt worden als indicator van de ontwikkeling in kwaliteit van werken van Rijkswaterstaat.

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Introductie

Het ministerie van VenW kent een scheiding tussen beleid, uitvoering en toezicht. De toezichthoudende taken zijn bij VenW belegd bij de Inspectie VenW. Sinds 1 januari 2007 functioneert de Inspectie als baten-lastendienst. Het formuleren van beleid en wet- en regelgeving is primair belegd bij de beleidsdirectoraten-generaal. De lange termijn doelstellingen van de Inspectie VenW zijn mede afhankelijk van de (lange termijn) beleidsdoelstellingen en de wet- en regelgeving die door VenW zijn vastgesteld.

De missie van de Inspectie VenW is het stimuleren en bewaken van veilige vervoers- en watersystemen.

De Inspectie VenW onderhoudt en versterkt de bereidheid tot naleving van veplichtingen vanuit een rechtskader waarbij rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en rechtmatigheid de leidende beginselen zijn. Een dienstverlenende houding en respect voor ondertoezichtstaanden en passagiers zijn bepalend bij haar optreden.

De Inspectie VenW onderhoudt en versterkt de bereidheid tot het naleven van verplichtingen door middel van vergunningverlening, handhaving en ongevallenonderzoek. Zij streeft daarbij samenwerking met andere overheidsorganisaties na.

De inspectieactiviteiten leveren in hoofdzaak een bijdrage aan de beleidsdoelstellingen op het gebied van veiligheid, zoals uiteengezet in de artikelen 31 tot en met 33 in de hoofdstuk XII-begroting van VenW. De activiteiten leveren voorts, zij het in mindere mate, een bijdrage aan bereikbaarheid en leefbaarheid, zoals deze zijn beschreven in de artikelen 34 en 35. De activiteiten ten behoeve van het domein waterbeheer zijn terug te vinden in artikel 31, van het domein rail en wegvervoer in artikel 32 en 34 en de domeinen luchtvaart en scheepvaart in artikel 33.

Producten en diensten

De producten en diensten van de Inspectie betreffen de toelating op de markt (vergunningen) en vervolgens de handhaving van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.

1. Vergunningverlening

Technische objecten en systemen, evenals bedrijven en personen, worden na toetsing van de wettelijke voorwaarden, door middel van vergunningverlening of certificering, toegelaten tot het domein. Daarna vindt periodiek verlenging van de toelating (vergunning) plaats, nadat door middel van inspecties is vastgesteld dat aan de wettelijke voorwaarden wordt voldaan. De vergunningverlening wordt zo veel mogelijk kostendekkend doorberekend aan de afnemers.

2. Handhaving

Het meest kenmerkende proces voor de Inspectie betreft de handhaving van wet- en regelgeving. Het hoofdproduct handhaving is onderverdeeld in de volgende onderdelen:

a. Dienstverlening

De dienstverlening heeft betrekking op het geven van voorlichting en informatie over de wet- en regelgeving aan de ondertoezichtstaanden. Daarnaast heeft dit betrekking op het gemakkelijker maken van de verplichtingen door middel van digitalisering van aanvraag- en informatieverplichtingen, het vereenvoudigen van formulieren en een goede klachtenregeling.

b. Toezicht

Toezicht wordt gehouden vanuit het beginsel «vertrouwen, tenzij». Bij correcte naleving krijgt de onder toezichtstaande minder toezicht en kunnen handhavingsconvenanten worden afgesloten (horizontaal toezicht). Fysieke inspecties (objecten, producten en personen), audits, bedrijfsinspecties, steekproefcontroles en acties (landelijk, regionaal en themagericht) vormen het verdere instrumentarium.

c. Opsporing

Soms moet naleving met harde maatregelen worden afgedwongen door middel van bestuursrechtelijke boetes, een last onder dwangsom, bestuursdwang, het intrekken van een vergunning of zelfs door strafrechtelijke maatregelen. In dat geval wordt de handhaving overgedragen aan de politie en het Openbaar Ministerie (OM).

3. Ongevallenonderzoek

Het ongevallenonderzoek is opgedragen aan de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). De Inspectie levert daarbij expertise en deskundigen. In de scheepvaart en het railvervoer heeft de inspectie een eigen taak bij het onderzoeken van ongevallen. Op de weg ligt de taak vooral bij de politie. Ongevallenonderzoek kan aanleiding zijn om de dienstverlening te vergroten en/of het toezicht te versterken. Dit kan leiden tot een verschuiving in inzet en producten van de Inspectie en eventueel tot aanvullende toezichtmaatregelen.

De begroting van baten en lasten

De begroting van baten en lasten (*1 000) van de Inspectie Verkeer en Waterstaat
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Baten

       

opbrengst VenW

93 207

95 807

82 896

73 601

70 688

70 480

70 480

opbrengst derden

17 413

8 646

6 246

6 046

6 046

6 046

6 046

rentebaten

536

0

0

0

0

0

0

buitengewone baten

341

0

0

0

0

0

0

exploitatiebijdragen

 

0

0

0

0

0

0

        

Totaal baten

111 497

104 453

89 142

79 647

76 734

76 526

76 526

        

Lasten

       

apparaatskosten

100 896

101 253

85 942

76 447

73 534

73 326

73 326

* personele kosten

78 094

61 690

57 738

57 738

57 738

57 738

57 738

* materiële kosten

22 802

39 563

28 204

18 709

15 796

15 588

15 588

rentelasten

117

300

300

300

300

300

300

afschrijvingskosten

 

2 900

2 900

2 900

2 900

2 900

2 900

* materieel

1 169

1 400

1 400

1 400

1 400

1 400

1 400

* immaterieel

1 264

1 500

1 500

1 500

1 500

1 500

1 500

dotaties voorzieningen buitengewone lasten

3 916

      
        

Totaal lasten

107 362

104 453

89 142

79 647

76 734

76 526

76 526

        

Saldo van baten en lasten

4 135

0

0

0

0

0

0

Toelichting op de begroting van baten en lasten

Baten

Opbrengst VenW (moederdepartement)

De opbrengst VenW is een vergoeding voor de hoofdproductgroepen handhaving en vergunningen. Naast de bijdragen voor vergunningen en toezicht is hierin een bijdrage voor de landingsbaan op Bonaire. Een nadere specificatie van de bijdragen aan BES is opgenomen in de overzichtsconstructie BES (bijlage 6.2).

Opbrengst derden

De opbrengsten derden hebben betrekking op de doorberekende kosten aan de afnemers van de hoofdproductgroep vergunningen. Per 1 juni is een substantieel deel van de activiteit vergunningen overgedragen aan de markt, waardoor de omvang van deze post afneemt.

Rentebaten

Deze baten hebben betrekking op vergoedingen over rente op het saldo van de rekening courant en korte termijn deposito’s die worden aangehouden door de inspectie.

Lasten

Apparaatskosten zijn te onderscheiden in personele kosten en materiële kosten.

Personele kosten

 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Aantal FTE's (formatie)

916

796

745

745

745

745

745

Kosten per FTE (x € 1 000)

85,3

77,5

77,5

77,5

77,5

77,5

77,5

Personele kosten

78 094

61 690

57 738

57 738

57 738

57 738

57 738

De specificatie van de personele kosten is als volgt:

De kosten hebben betrekking op:

  • • de salariskosten van personeel in dienst van de Inspectie Verkeer en Waterstaat;

  • • de kosten van inhuur van externen door de Inspectie Verkeer en Waterstaat;

  • • de overige personeelskosten.

Materiële kosten

Materiele kosten hebben betrekking op:

  • • bureau-, voorlichtings- en huisvestingskosten;

  • • kosten voor onderhoud en exploitatie van bedrijfsmiddelen;

  • • kosten voor het huren en leasen van bedrijfsmiddelen;

  • • kosten ten behoeve van activiteiten op de BES eilanden.

Rentelasten

De rentelasten vloeien voort uit de financiering van investeringen van de Inspectie via de leen- en depositofaciliteit van het ministerie van Financiën.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten hebben betrekking op de materiële en immateriële vaste activa die door de Inspectie worden aangehouden voor het in stand houden van het eigen apparaat. De afschrijvingen vinden lineair plaats. De afschrijvingstermijnen van de activa variëren afhankelijk van het type activa. De afschrijvingstermijnen die worden gehanteerd zijn:

Categorie activa

afschrijvingstermijn in jaren

Immateriële vaste activa

3

Voertuigen

5

Kasstroomoverzicht

Kasstroomoverzicht (in € 1 000) IVW
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

1. Rekening courant RHB 1 januari (incl. deposito)

26 858

55 825

45 825

11 325

6 825

5 825

4 825

2. Totaal operationele kasstroom

30 245

–6 000

–30 500

–1 500

2 000

2 000

2 000

3a. –/– totaal investeringen

–2 999

–6 815

–2 500

–3 706

–3 706

–3 706

–3 706

3b. +/+ totaal desinvesteringen

0

0

0

0

0

0

0

3. Totaal investeringskasstroom

–2 999

–6 815

–2 500

–3 706

–3 706

–3 706

–3 706

        

4a. –/– eenmalige uitkering aan moederdepartement

0

0

0

0

0

0

0

4b. +/+ eenmalige storting door het moederdepartement

297

0

0

0

0

0

0

4c. –/–aflossingen op leningen

–1 401

–4 000

–4 000

–3 000

–3 000

–3 000

–3 000

4d. +/+ beroep op leenfaciliteit

2 825

6 815

2 500

3 706

3 706

3 706

3 706

        

4. Totaal financieringskasstroom

1 721

2 815

–1 500

706

706

706

706

        

5. Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)

55 825

45 825

11 325

6 825

5 825

4 825

3 825

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Operationele kasstroom

De verwachting is dat de gereserveerde middelen voor de projecten BoordComputerTaxi en BES met name in 2011 tot betaling komen.

Investeringskasstroom

Investeringen vinden vooral plaats in computersystemen en software (zelf ontwikkeld en licenties) en het wagenpark.

Financieringskasstroom

Het beroep op de leenfaciliteit van het ministerie van Financiën betreft investeringen in 2010.

Doelmatigheid en performance

Omschrijving Generiek Deel

2009

2010

2011

2012

2013

1. Kostprijzen per produkt (groep)

     

– Handhaving

43 086

83 027

78 422

71 387

69 665

– Vergunningverlening

27 826

13 126

8 020

7 260

7 069

– Kennis, Advies en berichtgeving

26 275

–

–

–

–

2. Tarieven/uur

     

– Handhaving

113

118

118

118

118

– Vergunningverlening

109

109

109

109

109

– Kennis, Advies en berichtgeving

133

–

–

–

–

3. Omzet per produktgroep (pxq)

     

– Handhaving

43 086

83 027

78 422

71 387

69 665

– Vergunningverlening

27 826

13 126

8 020

7 260

7 069

– Kennis, Advies en berichtgeving

26 275

–

–

–

–

      

4. FTE-totaal (excl. externe inhuur)

916

796

745

745

745

      

5. Saldo van baten en lasten (%)

3,70%

0,00%

0,00%

0,00%

0,00%

      

6. Kwaliteitsindicator 1: Binnen norm doorlooptijd vergunningen

 

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

7. Kwaliteitsindicator 2: wachttijden informatiecentrum

 

< 60 s

< 60 s

< 60 s

< 60 s

      

Omschrijving Specifiek Deel Inspectiediensten

     
      

8. Kostprijs/produkt:

     

Inspectie

43 086

83 027

78 422

71 387

69 665

Vergunningverlening

27 826

13 126

8 020

7 260

7 069

Monsterafname

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kennis, Advies en berichtgeving

26 275

–

–

–

–

      

9. Kwaliteit Handhaving:

     

Klachten

40

25

25

25

25

Waarvan afgerond binnen wettelijke termijn

95%

95%

95%

95%

95%

Toelichting doelmatigheidsindicatoren

Bovenstaand overzicht bevat de doelmatigheidsindicatoren van de Inspectie VenW.

Toelichting:

1./3./8. Vanaf 2010 kent de Inspectie, als gevolg van een interne reorganisatie, uitsluitend de hoofdproduktgroepen handhaving en vergunningverlening. De KAB (kennis, advies en berichtgeving)-produkten maken vanaf 2010 – in een gewijzigde vorm – onderdeel uit van de hoofdproduktgroep handhaving. Om deze reden is vanaf 2010 deze categorie in dit overzicht niet meer terug te vinden. Met name door de overdracht van taken aan de KIWA per 1 juni 2010 wordt de productgroep vergunningen kleiner en daarmee de hieraan verbonden kosten en omzet.

2. Als gevolg van de gewijzigde indeling verandert ook het uurtarief vanaf 2010. De voormalige KAB-produkten maken vanaf 2010, zij het in gewijzigde vorm, onderdeel uit van het product «handhaving». Aangezien de voormalige KAB produkten duurder zijn, stijgt ook het gemiddelde uurtarief van het onderdeel handhaven.

4. Het aantal fte’s in de organisatie is gebaseerd op de formele formatie. De Inspectie streeft echter naar verdere reductie van het aantal fte’s, met name in de ondersteunende functies.

6. De kwaliteitsindicatoren en zijn indicatief opgenomen. De overdracht van een groot deel van de vergunningverlening heeft geleid tot verschuivingen binnen de organisatie. De doorlooptijd van de niet overgedragen vergunningen moet opnieuw vastgesteld.

9. Deze indicator heeft betrekking op het aantal ontvangen klachten. Aangezien «gegronde klachten» in het Inspectie VenW proces niet bestaan, cq. van de klachten niet formeel wordt vastgesteld of deze wel of niet gegrond zijn, is deze vervangen door «afgerond binnen wettelijke termijn». Conform de AWB moeten deze klachten binnen 6 weken in behandeling worden genomen. IVW verwacht 95% van het aantal klachten binnen de wettelijke termijn te hebben afgerond.

Licence