Base description which applies to whole site

Artikel 3 Een excellent ondernemings- en vestigingsklimaat

Algemene doelstelling

Scheppen van een excellent ondernemings- en vestigingklimaat voor ondernemers en ondernemingen.

Omschrijving van de samenhang in het beleid

Het bedrijfsleven is de motor van de Nederlandse economie. Ondernemers zorgen voor werkgelegenheid, innovatie en productiviteitsgroei en dragen daarmee in grote mate bij aan welvaart en welzijn. Het bedrijfsleven draagt, met name door innovatie, bovendien bij aan oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen. Het belang van ondernemerschap gaat dus verder dan alleen het belang van de ondernemer zelf.

Een excellent ondernemings- en vestigingsklimaat is een belangrijke randvoorwaarde om de betekenis die het bedrijfsleven voor economie en maatschappij heeft te ondersteunen en te versterken. De overheid streeft er daarom naar om belemmeringen die ondernemers hinderen weg te nemen en samen met het bedrijfsleven en andere stakeholders gericht sterktes uit te bouwen. In het bijzonder richt het beleid zich op clusters en sectoren waarin Nederland tot de wereldtop behoort en de samenwerking daarbinnen, omdat excellentie niet alleen ontstaat bij individuele bedrijven, maar vaak binnen concentraties van bedrijven, onderwijs- en kennisinstellingen. Hiervoor zet EZ instrumenten in die het level playing field in verstoorde markten herstellen (markt en spelregels), een eenvoudig en breed toegankelijk basisinstrumentarium waarmee bedrijven snel en op maat geholpen kunnen worden (basispakket) en het versterken van de ruimtelijk economische hoofdstructuur van mainports, economische kerngebieden en verbindingen daartussen, met gebiedsgerichte ondersteuning voor (inter)nationaal concurrerende clusters (programmatisch pakket, in samenhang met artikel 2, operationele doelstelling 2).

Verantwoordelijkheid

De Minister van Economische Zaken is verantwoordelijk voor het scheppen van goede omstandigheden voor bedrijven om te kunnen ondernemen en excelleren. Hiertoe kent EZ eigen instrumenten en wordt er samengewerkt met andere departementen en andere overheden op terreinen als infrastructuur, lucht- en zeehavens, milieuregelgeving en de fiscaliteit.

Externe factoren

Het behalen van de algemene doelstelling hangt onder andere af van de volgende externe factoren:

  • De mate van concurrentieverstoring door beleid in andere landen en de acties die in Europese Unie/World Trade Organisation-kader daarop worden ondernomen.

  • Ontwikkelingen in de marktsector ten aanzien van het aanbod van kredieten en durfkapitaal.

  • Bereidheid en vermogen van andere overheden om ruimte te scheppen voor een concurrerend ondernemings- en vestigingsklimaat.

  • Algemene conjuncturele ontwikkelingen.

Kengetallen

De volgende kengetallen geven een beeld van het ondernemingsklimaat in Nederland.

Global Competitiveness Index

2006

2007

2008

2009

Positie van Nederland

11e

10e

8e

10e

Bron: World Economic Forum (Global Competitiveness Report, 2009)

Doing Business Index

2006

2007

2008

2009

Positie van Nederland

22e

21e

28e

30e

Bron: Wereld Bank (Doing Business report, 2009)

Ondernemersquote

2006

2007

2008

2009

Nederland

11,5%

11,9%

12,1%

12,3%

EU15-gemiddelde

11,8%

12,2%

12,1%

Nog niet bekend

Bron: EIM (o.b.v. CBS en KvK) Betreft aantal ondernemers excl. Landbouw (2007 en 2008 zijn voorlopige cijfers, 2009 betreft een inschatting)

TEA-index

2006

2007

2008

2009

Nederland

5,4%

5,2%

5,2%

7,2%

Bron: EIM (kengetallen ondernemerschap, 2010)

Investeringsquote van bedrijven

2006

2007

2008

2009

Nederland

14,5%

14,7%

15,2%

13,0%

Bron: CPB (CEP, 2010)

Aandeel snelle groeiers

2001/2004

2002/2005

2003/2006

2004/2007

Nederland

6,6%

7,5%

7,2%

11,0%

Bron: EIM (kengetallen ondernemerschap, 2010)

Toelichting

Het Nederlandse ondernemingsklimaat behoort sinds 2007 tot de top-10 volgens de Global Competitiveness Index (GCI) van het World Economic Forum (WEF). De ambitie is echter om een top-5 positie te bemachtigen. Dat is nog niet bereikt, in 2009 is Nederland zelfs twee plaatsen gezakt. Dit is voornamelijk veroorzaakt door een verminderde waardering van de financiële sector, waarop Nederland de vorige jaren juist heel goed scoorde. Ook op de Doing Business Index van de Wereldbank is Nederland 2 plaatsen gezakt, voornamelijk omdat het ondernemingsklimaat in andere landen sneller is verbeterd dan in Nederland.

De ondernemersquote (het aantal ondernemers in Nederland) is gestegen van 10,7% in 2004 naar 12,3% in 2009. Het aantal personen dat zelfstandig ondernemer is, is sterker toegenomen dan in andere EU-landen en ligt nu rond het EU-gemiddelde. Onderzoek van Carree c.s. 10 heeft uitgewezen dat Nederland nu rond het optimale niveau zit qua aantal ondernemers. De komende jaren zal de nadruk dan ook meer komen te liggen op groei van ondernemingen. De Total Entrepreneurial Activity (TEA) index (het aandeel aankomende en jonge ondernemers) schommelde lang rond hetzelfde niveau, in 2009 zien we echter een sterke stijging naar 7,2%. Deze stijging is ook internationaal gezien fors, in veel landen is de TEA-index juist gedaald in 2009.

De ondernemersquote en de TEA-index meten vooral de kwantiteit van het ondernemerschap. Daarnaast is ook de kwaliteit van het ondernemerschap een aandachtspunt. Om hiervan een beeld te krijgen kijken we naar de investeringsquote en het aandeel snelle groeiers. Juist ondernemingen die investeren en groeien blijken een positief effect te hebben op economische groei en werkgelegenheid.

De investeringen door Nederlandse bedrijven zijn aanzienlijk gedaald in 2009. Investeringen zijn sterk conjunctuurafhankelijk en de daling is dan ook te wijten aan de crisis. Ondanks dat de economie weer voorzichtig aantrekt verwacht het CPB dat de investeringen voorlopig nog verder zullen dalen van 13% in 2009 naar 11¼% in zowel 2010 als 2011. Het aantal snelle groeiers is gestegen van 7,2% naar 11,0%. Internationaal gezien scoren we echter nog steeds relatief laag. Dit toont des te meer dat het ondernemings- en vestigingsklimaat verder verbeterd moet worden.

Totale verplichtingen, uitgaven en ontvangsten artikel 3
Artikel 3: Een excellent ondernemings- en vestigingsklimaat (in € mln)
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Verplichtingen (totaal)

1 203,2

3 857,6

2 140,5

2 119,9

2 126,3

2 139,4

2 158,5

Waarvan garantieverplichtingen

862,4

3 443,6

1 935,0

1 935,0

1 935,0

1 935,0

1 935,0

Operationeel doel 1

15,8

1 041,7

1 009,5

1 009,5

1 009,5

1 000,0

1 000,0

Operationeel doel 2

935,0

2 540,4

999,4

995,9

983,4

988,5

995,5

Operationeel doel 3

222,1

255,7

115,1

97,8

116,8

134,2

146,3

Algemeen

30,2

19,8

16,5

16,6

16,6

16,6

16,6

        

Uitgaven (totaal)

432,4

536,2

428,4

394,0

379,5

336,3

328,2

Operationeel doel 1

24,1

46,3

38,0

27,5

21,1

18,5

18,0

Operationeel doel 2

159,8

285,9

172,4

173,3

157,6

116,1

116,3

Operationeel doel 3

217,8

171,7

198,4

176,6

184,3

185,1

177,4

Algemeen

30,7

32,2

19,7

16,6

16,4

16,6

16,6

        

Programma-uitgaven

409,4

511,0

412,0

379,0

364,7

321,5

313,4

Waarvan juridisch verplicht 1

  

319,8

266,7

203,4

139,3

100,6

        

Ontvangsten (totaal)

56,9

253,7

155,3

145,6

128,8

96,2

74,4

Ontvangsten ruimtelijk economisch beleid

3,2

15,3

     

Ontvangsten BBMKB

20,1

25,2

25,2

25,2

25,2

25,2

25,2

Ontvangsten Groeifinancieringsfaciliteit/GO

2,4

109,6

68,0

67,0

62,0

30,0

27,0

Ontvangsten garantieregeling scheepsbouw

 

10,0

10,0

10,0

10,0

10,0

10,0

Ontvangsten uit het FES

19,8

90,8

49,5

39,9

27,2

21,0

0,6

Ontvangsten lucht- en ruimtevaart

 

1,3

1,2

2,3

3,2

9,1

10,7

Diverse ontvangsten

11,4

1,5

1,4

1,2

1,2

0,9

0,9

1

Dit betreft uitfinanciering van verplichtingen die tot en met 2010 zijn aangegaan en de bijdragen aan instellingen en instituten.

Grafiek budgetflexibiliteit

Grafiek budgetflexibiliteit per operationeel doel

Grafiek budgetflexibiliteit per operationeel doel
Budgettair belang fiscale maatregelen (in € mln)
 

2009 (raming MN 2010)

2009 (realisatie/ aangepaste raming)

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Zelfstandigenaftrek

1 322

1 475

1 366

1 380

1 413

1 444

1 475

1 508

Extra zelfstandigenaftrek starters

68

95

93

96

100

104

108

112

FOR, niet omgezet in lijfrente

226

224

221

224

228

232

237

241

Meewerkaftrek

11

9

8

8

7

7

6

6

Stakingsaftrek

15

14

14

14

14

14

14

14

Doorschuiving stakingswinst

148

185

193

199

207

215

224

232

Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in successiewet

150

150

185

189

193

196

200

204

Kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

291

267

332

336

345

354

363

372

Willekeurige afschrijving starters

9

8

8

8

8

8

8

8

Vrijstelling durfkapitaal forfaitair rendement

8

8

7

7

7

7

7

7

Heffingskorting durfkapitaal

11

10

9

9

9

9

9

9

Persoonsgebonden aftrekpost durfkapitaal

4

4

3

3

3

3

3

3

Logiesverstrekking (incl. kamperen)

225

221

254

263

273

283

293

304

Voedingsmiddelen horeca

1 138

1 139

1 241

1 271

1 302

1 334

1 366

1 399

Kleine ondernemersregeling

85

95

98

101

105

109

113

117

Verlaagd tarief kleine brouwerijen

1

1

1

1

1

1

1

1

Vrijstelling overdrachtsbelasting bedrijfsoverdracht in familiesfeer

18

19

18

19

19

19

20

20

Markt en spelregels

Bevorderen level playing field

Operationele doelstelling 1

Motivering

Nederland heeft een open economie die in toenemende mate internationale concurrentie ondervindt. Het is daarom cruciaal voor ondernemers en ondernemingen in Nederland dat ze kunnen opereren in een eerlijk (internationaal) speelveld. EZ werkt, bij voorkeur via onder andere de EU en de WTO (zie artikel 1 en 5), aan een eerlijker speelveld (level playing field). Daar waar bedrijven en branches toch tegen marktverstoringen aanlopen, die veroorzaakt zijn door buitenlandse overheden, worden gerichte maatregelen ingezet om het level playing field te herstellen. Streven daarbij is om het level playing field niet verder te verstoren en protectionistisch gedrag van buitenlandse overheden te voorkomen.

Verplichtingen operationele doelstelling 1
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

OD 1: Bevorderen level playing field

Verplichtingen (in € mln)

       

– Borgstellingsregeling Scheepsnieuwbouw (garantieverplichting)

0,0

1 000,0

1 000,0

1 000,0

1 000,0

1 000,0

1 000,0

– Innovatieregeling Scheepsbouw

11,3

17,5

     

– BSRI

4,5

24,2

9,5

9,5

9,5

0,0

0,0

Garantieregeling scheepsnieuwbouw

Instrumenten & activiteiten

Doel en beschrijving: In navolging van andere EU-landen is een garantieregeling geïntroduceerd waarmee het bankkrediet aan de scheepsbouwer voor maximaal 80% wordt gegarandeerd door het rijk gedurende de periode van de bouw van het schip.

Subsidieregeling Innovatieve Zeescheepsbouw

Doel en beschrijving: Door subsidiëring van ordergerelateerde kosten voor innovatie in zeescheepsbouwprojecten wordt beoogd het concurrentievermogen van de Nederlandse scheepsbouwsector (werven en toeleveranciers) te vergroten. De regeling is gebaseerd op het Europees steunkader voor de scheepsbouw dat in 2011 afloopt.

Compensatiebeleid

Doel en beschrijving: Het compensatiebeleid is erop gericht om de internationale positie van de Nederlandse defensiegerelateerde industrie te verbeteren bij een gebrek aan een gelijk speelveld in deze markt. Zolang deze markt nog onvoldoende gelijke kansen biedt, voert EZ compensatiebeleid. EZ eist dat de aanschaf van buitenlands defensiematerieel boven de € 5 mln, dat niet Europees wordt aanbesteed, voor 100 procent wordt gecompenseerd met orders in Nederland. Hierbij streeft EZ naar een zo hoog mogelijk percentage opdrachten voor de Nederlandse defensiegerelateerde industrie. Binnen het compensatiebeleid ligt de nadruk op projecten in één van de zes prioritaire technologiegebieden die in de Defensie Industrie Strategie (DIS) zijn geïdentificeerd 11.

Voornaamste acties in 2011: De nieuwe Europese richtlijn voor verwerving op het gebied van Defensie en Veiligheid zal in de vorm van de «Aanbestedingswet op het gebied van defensie en Veiligheid» in augustus 2011 van kracht worden. Samen met het Ministerie van Defensie wordt gewerkt aan de tijdige implementatie hiervan.

Indicator: De indicator gerealiseerde invulling compensatieverplichtingen geeft het bedrag weer dat door buitenlandse partijen bij Nederlandse bedrijven wordt besteed ter compensatie van bestedingen van het Ministerie van Defensie in buitenlands materieel. De streefwaarde voor het vijfjaars gemiddelde bedraagt € 450 mln per jaar en deze waarde is de afgelopen jaren ruimschoots gehaald.

Prestatie-indicator

2007

2008

2009

Streefwaarde 2011

Gerealiseerde invulling compensatieverplichtingen

€ 532 mln

€ 520 mln

€ 566 mln

Minimaal € 450 mln

Bron: Compensatie administratiesysteem Ministerie van EZ (5 jaars voortschrijdend gemiddelde)

Besluit Subsidies Regionale Investeringsprojecten (BSRI)

Doel en beschrijving: Op grond van de Europees vastgestelde steunkaart is het mogelijk om in een beperkt aantal regio’s investeringssteun te verlenen aan ondernemers die zich hier vestigen of strategisch uitbreiden. In Nederland is voor de periode 2007–2013 het Noorden en een deel van Limburg onderdeel van de steunkaart. Doel hierbij is om een gelijk speelveld te creëren met de buurlanden waar navenante ondersteuningsmogelijkheden bestaan en zo de keuze van betrokken ondernemers te beïnvloeden richting een vestigingslocatie in deze Nederlandse steungebieden.

Basispakket

Stimuleren meer en beter ondernemerschap

Operationele doelstelling 2

Motivering

Ondernemerschap is de motor achter economische dynamiek. Voor duurzame economische groei is het daarom essentieel om een groot en sterk ondernemersbestand te hebben. Hoewel het ondernemerschap in Nederland de laatste jaren behoorlijk in de lift zit, laten internationale vergelijkingen zien dat er ook nog ruimte is voor verbetering, met name op het terrein van de (snelle) groei van bedrijven.

Het EZ-beleid is er op gericht ondernemerschap in algemene zin te stimuleren en om gericht bepaalde knelpunten aan te pakken, die het starten en doorgroeien van ondernemingen in de weg staan. Het ondernemersklimaat in een land is van vele verschillende factoren afhankelijk. Allereerst vormen macro-economische condities, het functioneren van de overheid, de infrastructuur en de maatschappij samen de randvoorwaarden en maatschappelijke context waarbinnen een ondernemingen en ondernemers functioneren. Naast deze randvoorwaarden kan er een aantal specifieke factoren worden geïdentificeerd dat in het bijzonder van belang is voor het ondernemingsklimaat. Het gaat bijvoorbeeld om een goed werkende kapitaalmarkt, voldoende beschikbaarheid van hoogwaardig menselijk kapitaal en een stimulerende ondernemerschapscultuur. Een ondernemende cultuur wordt onder andere gestimuleerd door de Kamers van Koophandel waar startende en gevestigde ondernemers toegang hebben tot advies en kennis. Ook wordt maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), bevorderd door MVO Nederland en de transparantiebenchmark. Verder bevordert EZ samen met het Ministerie voor Wonen, Wijken en Integratie en de verantwoordelijke gemeentebesturen het lokaal ondernemerschap. EZ streeft er naar om de belangrijkste determinanten van het ondernemingsklimaat te verbeteren en zo ondernemerschap te stimuleren. Daarbij wordt gelet op het aantal ondernemers, de aanwas van nieuwe ondernemers en op de groei van bestaande ondernemingen.

Verplichtingen operationele doelstelling 2
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

OD 2: Stimuleren meer en beter ondernemerschap

Verplichtingen (in € mln)

       

– BBMKB (garantieverplichting)

555,4

765,0

765,0

765,0

765,0

765,0

765,0

– Groeifinancieringsfaciliteit/GO (garantieverplichting)

307,0

1 678,6

170,0

170,0

170,0

170,0

170,0

– Microkredieten

2,9

1,7

1,0

4,0

5,0

5,0

5,0

– Actieplan Veilig Ondernemen

14,7

22,2

5,6

    

– Ondernemerschap en Onderwijs

16,9

11,8

0,5

0,4

0,4

0,4

0,4

– Valorisatie

 

25,7

25,1

25,0

   

– Seed

19,5

22,4

21,5

21,5

21,5

21,5

21,5

– Bevorderen Ondernemerschap

11,0

7,6

5,9

5,2

16,7

21,8

28,8

– Bijdragen aan instituten

7,7

5,4

4,8

4,8

4,8

4,8

4,8

BMKB

Instrumenten & activiteiten

Doel en beschrijving: De Borgstellingsregeling midden- en kleinbedrijf (BMKB) vergroot de toegang van het MKB tot bankkrediet indien de bank de financiële risico’s, gelet op een tekort aan zekerheden, zonder overheidsgarantie te groot acht.

Voornaamste acties in 2011: Om de kredietverlening aan bedrijven te stimuleren is dit instrument in verband met de kredietcrisis tijdelijk verruimd: verhoging van de maximale garantie naar € 1,5 mln, openstelling BMKB voor bedrijven tot 250 werknemers en verhoging van het (80%) garantieplafond voor borgstellingskredieten aan starters tot € 200 000. Verder is in maart 2010 de (80%) borgstelling voor kleine kredieten (tot een maximum van € 200 000) ook van toepassing geworden voor gevestigde ondernemers. Vanwege het belang van gezonde vermogensverschaffing zijn de verruimingen, met uitzondering van de (80%) borgstelling voor kleine kredieten ten behoeve van gevestigde ondernemers, verlengd tot en met eind 2011.

Indicator: Voor de BMKB wordt gestreefd naar een benutting van minimaal 80% van het jaarbudget. De feitelijke benutting hangt af van de kredietbehoefte van het bedrijfsleven, en is daarmee sterk afhankelijk van de ontwikkeling van de conjunctuur. De afgelopen jaren laten een benutting zien van de BMKB boven de 80%, met uitzondering van 2009.

Prestatie-indicatoren

2007

2008

2009

Streefwaarde 2011

BMKB–Benutting (in procenten)

86%

81%

75%

Minimaal 80%

Bron: Agenstschap NL

Box: Voorbeeld BMKB project

Een goed pak voor weinig geld

Iets voor jezelf beginnen. Daar zinspeelde Chris van Luxemburg al wat langer op. Maar wat? Zijn ideeën werden concreet toen hij tijdens een vakantie in Thailand zag dat je op iedere hoek van de straat voor een paar honderd euro een maatpak kunt laten aanmeten.

Betaalbare maatpakken, maar wél van goede kwaliteit: dat moest het worden. Het idee voor Pakkend was geboren. Samen met compagnon Kasper Zweerman werkte hij de plannen uit. Pakkend heeft op dit moment twee vestigingen (Amsterdam en Eindhoven). Maar aan de feestelijke opening in 2007 ging een lange zwerftocht vooraf, die langs nagenoeg alle banken voerde. Van Luxemburg: «We hadden zo’n 150 000 euro nodig, bestemd voor de verbouwing, de stoffenvoorraad en de borg voor de huur. Met hulp van vrienden en familie konden we een deel zelf opbrengen, maar het meeste moest van de bank komen.» Dat ging bepaald niet eenvoudig. «Banken willen zekerheden. Ik snap het wel: wat moeten ze met een paar honderd rollen stof als de zaken fout gaan? Maar toch: we raakten gaandeweg behoorlijk geïrriteerd. Zelf heb je alle vertrouwen in je concept. Zijn wij dan zo naïef?, vraag je je af.» Uiteindelijk lukte het, de lening kwam rond dankzij de BMKB. «Dat was erg fijn. Als ondernemer wil je je met je bedrijf bezighouden en niet met de vraag hoe dat geld er komt, áls het er maar komt.» Pakkend loopt beter dan de prognoses aangaven. Vrienden en familieleden hebben hun uitgeleende geld al weer terug en het break even point is ruim gepasseerd.

Groeifaciliteit/Garantie Ondernemingsfinanciering

Doel en beschrijving: deze eind 2006 gepubliceerde garantiefaciliteit richt zich specifiek op risicodragend vermogen voor MKB-bedrijven. De Groeifaciliteit bevordert de investerings- en financieringsmogelijkheden van snelle groeiers, bedrijfsoverdrachten en het starten van een onderneming. De regeling wordt gebruikt door banken en participatiemaatschappijen. De overheid staat voor maximaal € 2,5 mln per bedrijf aan risicodragend vermogen garant. Bij risicodragend vermogen is het risico en het rendementsperspectief hoger dan bij bancair krediet. De gevraagde vergoeding voor de overheidsgarantie is dan ook navenant hoger en daarmee marktconform voor dit type financiering.

In verband met de crisis is de Groeifaciliteit tijdelijk verruimd, de overheid staat nu garant voor maximaal € 12,5 mln per bedrijf. Deze verruiming geldt tot en met eind 2011. Ook is de tijdelijke regeling Garantie Ondernemingsfinanciering (GO), in 2009 geïntroduceerd om met name de vermogensheffing aan het grotere bedrijfsleven te ondersteunen, verlengd tot en met eind 2011 (waaronder de GO cure). Met de GO kan een borgstelling van 50% worden verkregen op leningen tot € 150 mln (Go cure € 50 mln). De garantieruimte voor de GO die in 2010 niet tot benutting is gekomen, wordt in 2011 beschikbaar gesteld.

Indicator: Voor de Groeifaciliteit wordt het volume afgesloten financieringscontracten gehanteerd voor de benutting van het jaarbudget. De term financieringscontract heeft uitsluitend betrekking op het door de overheid gegarandeerde deel (dat wil zeggen 50% van het bedrag aan gecontracteerde groeifaciliteiten). De feitelijke benutting hangt af van investerings- en overnameplannen van het bedrijfsleven, en is daarmee nauw verbonden met de ontwikkeling van de conjunctuur.

Prestatie-indicator

2007

2008

2009

Streefwaarde 2011

Groeifaciliteit – Jaarlijks bedrag aan afgesloten financieringscontracten

€ 10 mln

€ 23 mln

€ 10 mln

€ 80 mln

Bron: Agentschap NL

Microfinanciering

Doel en beschrijving: Voor kleine bedrijven en startende ondernemers is het zogenaamde microfinancieringsbeleid ontwikkeld. Microfinanciering bestaat uit een krediet tot € 35 000. Daarnaast krijgt de ondernemer begeleiding vóór de start en coaching ná de start van het bedrijf.

Voornaamste acties in 2011: In 2009–2010 zijn er twee pilots geweest die microkrediet landelijk beschikbaar maken. Deze pilots worden eind 2010 geëvalueerd en begin 2011 zal een besluit worden genomen over de wijze waarop microkredieten structureel uitgerold zullen worden. In 2011 zit de aanjaagfunctie van EZ er op. Partijen in het veld zorgen voor beschikbaarheid van microfinanciering. EZ blijft in 2011 betrokken via (1) een subsidie aan de Stichting Microfinanciering en Ondernemerschap Nederland, (2) de in 2009 verstrekte renteloze lening aan Qredits en/of borgstelling van microkredieten en (3) de verstrekte garantstelling aan BNG (Bank Nederlandse Gemeenten) en achterstelling van de lening van de drie grootbanken om € 30 mln aan financiering voor Qredits vanuit deze banken te realiseren. EZ zal de Tweede Kamer informeren over de monitoruitkomsten.

Indicator: Doelstelling is om in 2011 1200 kredieten te verstrekken.

Prestatie-indicator

2009

Streefwaarde 2011

Jaarlijks aantal verleende microkredieten

610

1 200

Bron: Qredits

TechnoPartner, programma valorisatie, actieprogramma onderwijs en ondernemen

Doel en beschrijving: De gebundelde activiteiten en subsidieregelingen van het Actieprogramma Technopartner, Actieprogramma Onderwijs & Ondernemen (O&O) en het nieuwe programma Valorisatie richten zich op een snellere overdracht van kennis en de versterking van het klimaat voor innovatief en kennisintensief ondernemerschap. Dit start bij het stimuleren van ondernemerschap en een ondernemende houding in het (primair tot en met hoger) onderwijs. Daarnaast worden startende bedrijven ondersteund en worden publiek-private samenwerkingsverbanden van bedrijven, kennis- en onderzoeksinstellingen, maatschappelijke organisaties en overheden (hier gemakshalve verder aangeduid als «consortia») gestimuleerd om de valorisatie-infrastructuur in en rondom kennisinstellingen in te richten, te versterken en te professionaliseren. Deze consortia kunnen via dit Valorisatieprogramma ondersteuning krijgen voor hun ambities op het gebied van kennisdeling, kennisbenutting, vraagsturing, competentiebuilding, awareness in het onderwijs voor het thema «onderwijs en ondernemerschap» en het gezamenlijk gebruik van faciliteiten. Het Valorisatieprogramma is gericht op de versterking en verankering van bestaande, goed lopende consortia uit het Subsidieprogramma KennisExploitatie (SKE) en de Centres for Entrepreneurship. Beide instrumenten zijn opgegaan in dit nieuwe programma. De Technopartner Seed-fondsen worden zelfstandig voorgezet.

Voornaamste acties in 2011: Via O&O worden in 2011 verschillende acties uitgevoerd, waaronder het ontwikkelen van een landelijk ondernemerscertificaat.

Vanuit het Valorisatieprogramma worden de ambities van consortia ondersteund middels zogeheten valorisatieplannen. Een consortium kan een subsidie verkrijgen van ten hoogste 50% van de subsidiabele kosten van de in de regeling genoemde faciliteiten ter versterking van het valorisatieproces. Het maximale subsidiebedrag is € 5 mln per valorisatieplan.

Indicator: Hoewel de SKE-regeling is opgegaan in het programma Valorisatie zullen ook in 2011 nieuwe technostarters voortkomen uit de reeds gehonoreerde SKE-projecten met een meerjarige looptijd. De indicator voor de Seed geeft informatie over de mate waarin de ondersteuning van de Seed-participatiefondsen heeft geleid tot investeringen van private kapitaalverschaffers in technostarters. Ten opzichte van het EZ jaarverslag 2009 heeft een kleine correctie plaatsgevonden in het aantal participaties.

Prestatie-indicator

2007

2008

2009

Streefwaarde 2011

Aantal nieuwe technostarters dat voortkomt uit de SKE-regeling

144

197

494

180

Aantal participaties dat vanuit Seed-fondsen wordt gedaan in technostarters

34

33

21

30

Bron: Technopartner

Groeiversneller

Doel en beschrijving: Zoals aangegeven kent Nederland internationaal vergeleken maar weinig snelle groeiers. Om dit te keren is in 2009 het programma groeiversneller van start gegaan. Het doel is om tachtig tot honderd bedrijven met een jaaromzet van enkele miljoenen in vijf jaar tijd uit te laten groeien naar een jaaromzet van € 20 mln. Dit gebeurt door in dit programma ambitieuze ondernemers intensief te begeleiden op gebieden als strategieontwikkeling, financiering, marktbenadering, innovatie en internationalisering.

Voornaamste acties in 2011: In 2011 zullen in het programma Groeiversneller, dat zijn derde jaar ingaat, meer dan honderd bedrijven meedoen. Medio 2011 zal er een mid-term review van het programma plaatsvinden.

Investeren in een veilige bedrijfsomgeving

Doel en beschrijving: EZ stimuleert een veilige bedrijfsomgeving met het Actieplan Veilig Ondernemen en met de experimentenwet Bedrijven Investerings Zones (BIZ). Ondernemers worden gestimuleerd om samen te werken en gezamenlijk te investeren in een aantrekkelijker en veiliger bedrijfsomgeving.

Voornaamste acties 2011: In 2011 lopen de pilotprojecten voor winkelstraatmanagement. Daarnaast kunnen 10 000 ondernemers met kleine bedrijven een onafhankelijke beveiligingsscan en subsidie op beveiligingsmaatregelen krijgen.

Verminderen regeldruk

Doel en beschrijving: In het plan van aanpak 2007–2011 «Merkbaar minder regeldruk voor ondernemers!» 12 zijn de ambities neergelegd voor het verminderen van regeldruk voor bedrijven, waarmee in één programma administratieve lasten, toezichtslasten, vergunningen, nalevingskosten en dienstverlening voor bedrijven geïntegreerd worden aangepakt. EZ coördineert samen met Financiën de vermindering van de regeldruk voor bedrijven. Het beschikbare meerjarige programmabudget wordt verantwoord op de begroting van Financiën.

Voornaamste acties in 2011: Een verdere vermindering van de Administratieve Lasten met 6,5% ten opzichte van 2010. Dit vloeit voort uit de verdere toepassing van de Eigen Verklaring en voorziene inwerkingtreding van de Aanbestedingswet.

Indicator: De prestatie indicator voor administratieve lasten is de reductie ten opzichte van de nieuwe nulmeting waarvan de peildatum 31-3-2007 is. Streefgetal voor 2011 is -31,5%.

Prestatie-indicator

2007

2008

2009

Streefwaarde 2011

Administratieve Lasten Vermindering door EZ als

Vakdepartement (cumulatief)

-0,9%

-6,2%

-18,0%

-31,5%

Bron: EZ

Programmatisch pakket

Benutten van gebiedsgerichte economische kansen in (inter)nationaal concurrerende clusters

Operationele doelstelling 3

Motivering

Clusters van bedrijven, kennis- en onderwijsinstellingen spelen een belangrijke rol in het groeivermogen van Nederland door de samenwerking op het gebied van onderzoek, innovatie en onderwijs die binnen deze clusters plaatsvindt. EZ biedt gebiedsgerichte ondersteuning om de economische kansen in clusters van (inter)nationaal belang optimaal te benutten en knelpunten weg te nemen. Leidraad hierbij is een gedeelde langetermijn agenda (Pieken in de Delta) van het Rijk en decentrale overheden voor deze clusters. Hierbij vindt ook aansluiting plaats met het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) in verband met de integrale en gebiedsgerichte afweging van nationale ruimtelijk-fysieke opgaven.

Verplichtingen operationele doelstelling 3
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

OD 3: Benutten van gebiedsgerichte economische kansen in (inter)nationaal concurrerende clusters

Verplichtingen (in € mln)

       

– Pieken in de Delta 1

147,6

206,6

92,6

75,4

75,4

75,5

75,5

– Europese structuurfondsprogramma’s

2,5

3,0

2,2

2,2

6,2

10,9

11,2

– Bedrijventerreinen

11,2

1,0

0,3

0,3

0,3

13,3

25,2

– Regionale ontwikkelingsmaatschappijen

31,9

7,2

7,3

7,3

7,3

7,3

7,3

– Andere gebiedsgerichte bijdragen

10,7

20,0

  

15,0

15,0

15,0

– Toerisme

18,2

17,9

17,7

17,7

17,7

17,2

17,2

– Subsidietaakstelling 2

  

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

– 5,0

1

Inclusief budget Sterke Regio’s en Nota Ruimte-projecten.

2

Zie toelichting bij artikel 3 in de verdiepingsbijlage.

Pieken in de Delta

Instrumenten & activiteiten

Doel en beschrijving: Pieken in de Delta is een gebiedsgerichte integrale programmatische aanpak die internationaal concurrerende clusters in Nederland stimuleert en faciliteert. Deze programmatische aanpak focust de agenda’s van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen (de zogenoemde triple helix) op deze clusters. Het gebiedsgerichte beleid wordt in samenhang met de relevante innovatieprogramma’s (beleidsartikel 2) uitgevoerd. Samen vormen deze programma’s het zogenoemde programmatisch pakket. De ondersteuning vanuit Pieken in de Delta bestaat uit projecten die bijdragen aan het ondernemings- en vestigingsklimaat, het organiserend vermogen van de clusters en gebiedsgerichte innovatieprojecten.

Voornaamste acties in 2011: In de eerste helft van 2010 vond een evaluatie plaats van de Pieken in de Delta regeling. Daaruit komt een overwegend positief beeld over de effectiviteit en het uitvoeringsproces naar voren. Na 2010 zou de eerste programmaperiode voor Pieken in de Delta aflopen. Om in 2011 te kunnen bezien hoe Pieken in Delta in de volgende kabinetsperiode wordt voortgezet, als invulling van de samenwerkingsparagraaf uit het bestuursakkoord, is het de bedoeling om de huidige programmaperiode met een jaar te verlengen en de huidige aanpak met enkele wijzigingen een jaar voort te zetten. 2011 wordt daarmee een transitiejaar voor Pieken in de Delta. Voor de aanpassingen kan gedacht worden aan een scherpere focus op (inter)nationaal concurrerende clusters, stroomlijning van de uitvoering en het leggen van relaties tussen kristallisatiepunten binnen Nederland en over de grenzen om schaalvoordelen te creëren, spillovers te benutten en versnippering tegen te gaan.

Indicator: De prestatie-indicatoren geven respectievelijk een indruk van de vraag naar het programma vanuit de regio’s en de totale omvang van de met Pieken in de Delta middelen ondersteunde projecten.

Prestatie-indicatoren

2008

2009

Streefwaarde 2011

Gevraagde subsidie als percentage van het budget per regio

110%

194%

100%

Totale projectkosten als percentage van de totale beschikbare subsidie per regio

336%

371%

300%

Bron: Agentschap NL

Box: Pieken in de Delta projecten

Haven- en Industrie Complex

Een belangrijke piek voor Nederland is het Haven- en Industrie complex in Rotterdam. Uitgedaagd door de globalisering en verdergaande specialisatie moet de haven blijven werken aan zijn concurrentiekracht. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door projecten die in de Zuidvleugel van de Randstad worden ondersteund vanuit Pieken in de Delta. Zo bevordert het project Ideale Haven Plus de samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren. De beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel is van belang voor de concurrentiepositie van deze piek. Daarnaast is ook innovatie belangrijk om voorop te blijven lopen. Het project Clean Tech Delta bevordert innovatie in het Haven- en Industrieel Complex op het gebied van energietransitie en deltatechnologie. Hierbij wordt onder andere samengewerkt met de Technische Universiteit Delft.

Zakelijke dienstverlening

Een groot deel van de kennisintensieve zakelijke dienstverlening bevindt zich in de Noordvleugel van de Randstad. Met het Pieken in de Delta programma zijn en worden veel belangrijke initiatieven op het gebied van diensteninnovatie en zakelijke diensten ondersteund zoals EXSER in Almere, wetenschappelijk onderzoek door AMSI (Amsterdam Centre for Service Innovation) en de Duisenberg School of Finance. Het Pieken in Delta project HFC Plaza stimuleert de interactie tussen ondernemers, kennisinstellingen, (potentiële) financiers en overheden. Door de kruisbestuiving van innovatie, talent en ondernemerschap wil het HFC Plaza structureel verandering brengen in de financiële dienstverlening van de Metropoolregio Amsterdam en daarmee heel Nederland. In maart 2010 is door de minister van EZ het startsein gegeven voor een aantal initiatieven van het Holland Financial Centre (HFC) in het Holland Financial Plaza: het financieel starterscentrum op het HFC Plaza en twee kenniscentra van HFC, het Centre for Climate & Sustainability en het Centre for Retirement Management.

Sterke regio’s (2008–2011)

Doel en beschrijving: In vier regio’s (de Randstad, het Energieknooppunt Groningen, de Brainport Zuid-Oost Nederland en Oost-Nederland) wordt aanvullend ingezet op ambitieuze investeringen die het internationale vestigingsklimaat versterken («Sterke regio’s»). Voor deze gebieden heeft het kabinet € 125 mln beschikbaar gesteld uit het FES.

Indicator: In totaal zijn er t/m 2009 zeven projecten goedgekeurd met een totale subsidiebijdrage uit de FES enveloppe van € 83 mln. Enkele voorbeelden zijn de High Tech Factory in Twente (faciliteit om producten voor de medische sector en de voedingsmiddelenindustrie te testen, maken en verpakken), projecten op drie campussen in Zuid-Oost Nederland (High Tech Automotive Campus Helmond, de High Tech Campus Eindhoven en de Chemelot Campus in Sittard-Geleen) en de Vaargeul Eemshaven (verdieping en verbreding Eemshaven in verband met bereikbaarheid voor grotere schepen). Een aantal andere projecten is op dit moment in voorbereiding.

Prestatie-indicatoren

2008

2009

Streefwaarde 2011

Uitgelokte investeringen (gericht op fysieke en kennisinfrastructuur)

€ 81 mln

€ 171 mln

€ 375 mln

Bron: EZ

Structuurfondsen/EFRO-cofinanciering (periode 2007–2013)

Doel en beschrijving: De Europese Structuurfondsen hebben als doel de economische concurrentiekracht te versterken en de cohesie binnen Europa te vergroten. Met het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) worden in Nederland vier landsdelige en vier grensoverschrijdende programma’s gefinancierd. De programma’s kennen een sterke samenhang met de Lissabon agenda, met beleid op nationaal (Pieken in de Delta) en decentraal niveau. Een belangrijke prioriteit van de landsdelige programma’s is het versterken van de concurrentiekracht door innovatie en samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen te stimuleren. De programma’s dragen bij aan het vergroten van de aantrekkingskracht van steden en regio’s als vestigingsplaats voor mensen en bedrijven. Daarnaast neemt Nederland onder meer deel aan vier programma’s voor grensoverschrijdende projecten.

Indicator: Door middel van cofinanciering wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van de regionale concurrentiekracht in vier landsdelige programma’s. Daarnaast worden vier grensoverschrijdende programma’s, het programma «Duitsland–Nederland», «Euregio Maas–Rijn», «Vlaanderen–Nederland» en «Twee Zeeën» ondersteund. Ten opzichte van begroting 2010 is het peiljaar van de streefwaarde aangepast van 2013 naar 2015, omdat de uitvoering van de projecten loopt tot en met 2015.

Prestatie-indicatoren

2008

2009

Streefwaarde 2015

Structuurfondsen Uitgelokte investering

€ 35 mln

€ 133 mln

€ 324 mln

Grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden

70

157

770

Bron: EZ

Bedrijventerreinen

Doel en beschrijving: De ruimtelijke en economische doelen in het nieuwe bedrijventerreinenbeleid zijn nader uitgewerkt in het Convenant Bedrijventerreinen 2010–2020 dat op 27 november 2009 met provincies en gemeenten is vastgesteld. In totaal stellen VROM en EZ € 400 mln beschikbaar voor de herstructureringsopgave. Circa € 55 mln daarvan komt uit het FES en is bestemd voor een beperkt aantal FES-waardige, te herstructureren bedrijventerreinen van nationaal belang. Deze terreinen worden/zijn door het Rijk geselecteerd op voordracht van de provincies in samenwerking met de gemeenten.

Voornaamste acties in 2011: In 2011 wordt in overleg met Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een tussenbalans van de provinciale herstructureringsprogramma’s (PHP’s) opgesteld. Ook worden de pilotprojecten «verzakelijking», die in 2010 zijn opgestart, afgerond en geëvalueerd.

Toerisme

Doel en beschrijving: Door middel van de Holland Promotie van het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (NBTC) bevordert EZ het inkomend bezoek aan ons land. Het NBTC zet Nederland internationaal op de kaart als aantrekkelijke bestemming voor vakanties, zakelijke bijeenkomsten en congressen.

Verplichtingen ten behoeve van apparaat gerelateerde uitgaven en algemeen onderzoek

Algemeen

Verplichtingen ten behoeve van apparaat en algemeen onderzoek
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

2015

Algemeen

Verplichtingen (in € mln)

       

– Personeel Ondernemen

13,1

12,4

11,1

11,0

10,9

10,9

10,9

– Bijdrage aan Agentschap NL

15,2

5,2

3,9

3,9

3,9

3,9

3,9

– Onderzoek en Ontwikkeling

1,9

2,2

1,4

1,7

1,8

1,8

1,8

Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

Soort onderzoek

Onderzoek onderwerp

OD

Start

Afgerond

Vindplaats

Beleidsdoorlichting

Bevorderen level playing field 1

3.1

2010

2011

 
 

Ondernemerschap

3.2

2013

2014

 
 

Benutten van gebiedsgerichte economische kansen

3.3

2010

2011

 

Effectenonderzoek ex post

Kamers van Koophandel

3.2

2009

2010

Kamerstuk: 32 004, nr. 2.

 

BMKB

3.2

2010

2010

 
 

Pilot microkredieten (financiering)

3.2

2010

2011

 
 

Groeifaciliteit

3.2

2011

2012

 
 

Handelsregisterwet 2007

3.1

2011

2011

 
 

BSRI

3.1

2009

2009

 
 

Gebiedsgericht beleid

3.3

2009

2010

 
 

ROM’s

3.3

2009

2010

 
 

Subsidieregeling innovatieve zeescheepsbouw

3.1

2010

2011

 
 

Subsidieregelingen Aanpak urgente bedrijfslocaties en Subsidieregeling bestrijding winkelcriminaliteit

3.2

2010

2011

 

Overig evaluatieonderzoek

Kenniscentrum MVO

3.2

2010

2010

 
 

Kansenzones Rotterdam

3.2

2011

2011

 
1

De beleidsdoorlichting van operationeel doel 3.1 wordt gecombineerd met de evaluatie van de subsidieregeling innovatieve zeescheepsbouw.

10

Carree, Van Stel, Thurik en Wennekers, The relationship between economic development and business ownership revisited, 2007

11

Kamerstuk: 31 125, nr. 1.

12

Kamerstuk: 29 515, nr. 202.

Licence