Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

9. Indicatoren en streefwaarden

De ambities die we formuleren in de onderstaande indicatoren en streefwaarden dragen in belangrijke mate bij aan ons doel om de prestaties tot een niveau te brengen waarmee we tot de internationale top 5 kunnen gaan behoren. Nederland scoort vaak boven het internationaal gemiddelde, maar kan door een versterking van de kwaliteit nog een stap verder zetten richting de top 5. In de publicatie Trends in Beeld wordt de Nederlandse positie nauwlettend in de gaten gehouden op basis van een samenhangende set indicatoren die internationaal vergelijkbaar zijn.

Doelstelling/Indicator

Sector

Basiswaarde

2014

Streefwaarde (jaartal)

Art. nr.

1

De prestaties van leerlingen en studenten gaan omhoog

a)

Gemiddelde score/eindcijfer omhoog

         
 

CITO eindtoets omhoog

po

535,5 (2012)

Niet benoemd

537 (2015)

1

 

Gemiddeld eindcijfer (Centraal examen) omhoog

vo

     

3

   

о

Nederlands

 

(2010)

 

(2015)

 
     

VMBO gt

 

6,6

6,7

6,8

 
     

HAVO

 

6,0

6,1

6,2

 
     

VWO

 

6,1

6,2

6,3

 
   

о

Engels

         
     

VMBO gt

 

6,3

6,4

6,5

 
     

HAVO

 

6,1

6,2

6,3

 
     

VWO

 

6,4

6,5

6,6

 
   

о

Wiskunde

         
     

VMBO gt

 

6,1

6,2

6,3

 
     

HAVO

 

6,2

6,3

6,4

 
     

VWO

 

6,3

6,4

6,5

 

b)

Excellente leerlingen

         
 

De grensscore voor de beste 20% van de leerlingen stijgt naar 545 in 2015

po

544/545 (2011)

Niet benoemd

545/546 (2015)

1

 

Stijging van het gemiddeld eindcijfer van de 20% best presterende vwo leerlingen

vo

7,6 (2010)

7,7

7,8 (2015)

3

c)

Studiesucces

         
 

mbo: Percentage mbo-deelnemers per niveau dat met diploma de instelling verlaat, jaarresultaat per niveau

mbo

(2008)

 

(2015)

4

     

Niveau 1: 66%

 

Niveau 1: 70%

 
     

Niveau 2: 62%

 

Niveau 2: 70%

 
     

Niveau 3: 63%

 

Niveau 3: 70%

 
     

Niveau 4: 65%

 

Niveau 4: 70%

 
     

Totaal: 64%

Totaal: 68%

Totaal: 70%

 
 

ho:

         
   

о

Bachelor studiesucces (n+1) herinschrijvers na het eerste jaar

ho

(2011)

   

6/7

       

hbo: 65,7%

hbo: 66%

   
       

wo: 60,9%

wo: 61%

   
   

о

Studententevredenheid

 

hbo: 65,6%

wo: 80,1%

hbo: 67,6%

wo: 81,9%

   

2

Scholen en instellingen werken met goed opgeleide en professionele leraren, docenten en schoolleiders, die samen zorgen voor een veilig en ambitieus leerklimaat

a)

Aandeel lessen dat gegeven wordt door gekwalificeerde docenten

vo

83,5% (2011)

84%

85% (2016)

3

b)

Docentenkwaliteit hbo: 80% van de hbo-docenten is master of Phd-opgeleid in 2016

ho

66,2% (2011)

66,2%

80% (2016)

6/7

3

Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk en worden aangesproken op hun prestaties, waarvoor door de overheid heldere normen zijn geformuleerd: verantwoording en toezicht op de prestaties van scholen

a)

Percentage opbrengstgerichte scholen

         
 

In het po van 30% naar 60% in 2015 en naar 90% in 2018

po

35%(2010/11)

Niet benoemd

60% (2015)

90% (2018)

1

 

In het vo naar minstens 50% in 2015

vo

25%(2011/12)

 

50% (2015)

90% (2018)

3

 

In het (v)so, de wet treedt 1.8.2013 in werking, kan nog niet worden gemeten

(v)so

PM

PM

50% (2015)

75% (2018)

1 en 3

b)

Prestatieafspraken over het terugdringen van voortijdig schoolverlaten

vo/mbo

41.800 (2009)

30.000

25.000 (2016)

3 en 4

4

Aansluiting van het onderwijs op de behoefte van de arbeidsmarkt

a)

Percentage leerlingen in de beroepsgerichte leerweg van het vmbo dat kiest voor techniek

vo

23% (2012)

Niet benoemd

30% (2015)

3

b)

Aandeel mbo-studenten techniek

mbo

28% (2011)

29%

30% (2016)

4

c)

Aandeel afgestudeerden bètatechniek incl. snijvlakopleidingen

ho

(2012)

 

(2016)

6/7

   

hbo: 18%

hbo: 18%

hbo: 19%

 
   

wo: 21%

wo: 21%

wo: 22%

 

5

Behoud van kwaliteit wetenschap en wetenschappelijk talent en versterken impact wetenschap

 

Mondiale top-5 positie op basis van citatiescores

owb

3 (2008–2011) 1,44

≤5

≤5

16

6

Een sterke cultuursector, die ondernemend en innovatief is en goed zorgt voor ons erfgoed

a)

Eigen inkomsten

cultuur

     

14

 

Percentage cultuurproducerende instellingen in de BIS (musea en presentatie-instellingen beeldende kunst) dat voldoet aan de eigen inkomstennorm van minimaal 21,5%

 

76% (2010–2011)

75%

100% (2016)

 
 

Percentage podiumkunstinstelling en filmfestivals in de BIS dat voldoet aan de eigen inkomstennorm van minimaal 25,5%

 

69% (2010–2011)

75%

100% (2016)

 

b)

Aantal bezoeken

cultuur

     

14

 

Aantal bezoeken gesubsidieerde podiumkunsten (inclusief buitenland) voor 2014

 

2,6 miljoen (2009)

2,5 miljoen

   
 

Aantal bezoekers gesubsidieerde musea

 

5,7 miljoen (2009)

6 miljoen

   

7

Een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod dat toegankelijk en betaalbaar is voor alle lagen van de bevolking

 

De uitzendingen van de publieke omroep onderscheiden zich van die van de commerciële omroepen door een blijvend hogere kwalitatieve waardering door de Nederlandse bevolking

media

7,1 (2010)

7

7 (2015)

15

8

Het bevorderen van emancipatie

 

Sociale acceptatie homoseksualiteit onder de bevolking

emancipatie

90% (2010)

≥90%

≥90%

25

In onderstaand figuur wordt de voortgang op alle streefdoelen in samenhang weergegeven.

Monitor streefdoelen onderwijs. Beleidsagenda begroting 2014

Monitor streefdoelen onderwijs. Beleidsagenda begroting 2014

Voor meer informatie en indicatoren: Trends in Beeld 2013

Aansluiting ontwerpbegroting 2013 naar 2014

Deze financiële paragraaf presenteert conform de rijksbegrotingsvoorschriften de belangrijkste budgettaire veranderingen op de OCW-begroting, zowel voor de uitgaven (tabel 1) als de ontvangsten (tabel 2).

Tabel 1 Bijstellingen t.o.v. geautoriseerde uitgavenbegroting 2013 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2014

34.505,2

34.798,9

34.236,3

33.665,9

33.645,8

33.459,3

Stand geautoriseerde begroting 2013

34.352,6

34.565,0

34.538,0

34.615,4

34.861,5

34.797,3

Totaal verschil

152,5

233,9

– 301,7

– 949,5

– 1.215,7

– 1.338,1

Regeerakkoord Rutte II

0,0

111,0

– 189,0

– 677,0

– 931,0

– 1.042,0

Leerlingen- en studentenontwikkeling

60,0

– 11,1

– 100,4

– 119,5

– 125,3

– 130,0

Ramingsbijstelling studiefinanciering

– 70,9

– 138,1

– 121,0

– 119,5

– 89,8

– 82,8

Meeropbrengsten schoolboeken en maatschappelijke stages

0,0

0,0

– 243,0

– 7,0

– 2,0

– 2,0

Ramingsbijstellingen onderwijs centraliseren

0,0

161,1

478,0

267,9

245,1

244,6

Aanvullend pakket: departementale bijdrage

0,0

– 66,2

– 66,2

– 66,2

– 66,2

– 66,2

Aanvullend pakket: ramingsbijstellingen onderwijs

0,0

– 84,9

– 401,8

– 191,7

– 168,9

– 168,4

Eindejaarsmarge

227,1

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Intertemporele compensatie

– 57,1

– 96,7

34,9

25,6

2,0

9,5

Digitale collectie Nationaal Archief

3,0

11,8

13,2

0,0

0,0

0,0

Totaal bijstellingen

162,0

– 113,1

– 595,3

– 887,4

– 1.136,1

– 1.237,3

Technische bijstellingen:

           

Loonbijstelling

41,4

41,3

41,2

41,1

41,4

41,1

Indexering wsf, wtos en lesgelden

0,0

18,5

17,9

17,6

17,4

17,5

Niet-kader relevant

– 36,9

150,8

103,0

– 264,6

– 279,8

– 302,4

Overige technische bijstellingen

– 14,0

136,5

131,6

143,9

141,4

143,0

Totaal technische bijstellingen

– 9,5

347,0

293,7

– 62,1

– 79,6

– 100,8

Totaal verschil

152,5

233,9

– 301,7

– 949,5

– 1.215,7

– 1.338,1

Tabel 2 Bijstellingen t.o.v. geautoriseerde ontvangstenbegroting 2013 (bedragen x € 1 miljoen)
 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Stand ontwerpbegroting 2014

1.159,3

1.232,1

1.263,1

1.330,8

1.388,4

1.461,6

Stand geautoriseerde begroting 2013

1.190,5

1.251,2

1.296,2

1.356,2

1.402,8

1.474,1

Totaal verschil

– 31,2

– 19,1

– 33,1

– 25,4

– 14,4

– 12,5

Leerlingen- en studentenontwikkeling

– 2,9

– 3,2

– 0,5

8,2

14,3

16,1

Ramingsbijstelling studiefinanciering

19,9

15,0

14,1

13,8

13,7

13,7

Intertemporele compensatie

– 10,0

10,0

0,0

0,0

0,0

0,0

Rentemutatie studiefinanciering

– 47,3

– 49,9

– 53,4

– 55,3

– 51,9

– 53,5

Totaal bijstellingen

– 40,3

– 28,1

– 39,8

– 33,3

– 23,9

– 23,7

Technische bijstellingen:

           

Niet-kader relevant

– 2,3

– 1,0

0,4

1,9

3,5

5,1

Overige technische bijstellingen

11,4

10,0

6,3

6,0

6,0

6,0

Totaal technische bijstelling

9,1

9,0

6,7

7,9

9,5

11,1

Totaal verschil

– 31,2

– 19,1

– 33,1

– 25,4

– 14,4

– 12,5

Toelichting:

Regeerakkoord Rutte II

Dit betreft alleen de maatregelen uit het Regeerakkoord Rutte II die zijn verwerkt in de OCW-begroting 2014. Een deel van de maatregelen is al verwerkt in de OCW-begroting 2013 (via een nota van wijziging en amendement op de begroting 2013). Daarnaast staat een deel van de intensiveringen nog op de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën. Tabel 3 geeft de ombuigingen en intensiveringen weer (inclusief groen onderwijs) die zijn verwerkt in de begroting 2014.

Tabel 3 Ombuigingen en intensiveringen Rutte II – verwerkt in begroting 2014 (bedragen x € 1 miljoen)

Maatregel

Artikel

2014

2015

2016

2017

2018

Ombuigingen:

           

A1 Rijksoverheid (incl. ZBO’s)

diverse

0

0

– 24

– 54

– 67

D17 Schrappen subsidies

diverse

– 100

– 200

– 200

– 200

– 200

D19 Leerwegondersteunend onderwijs

3

0

– 15

– 50

– 50

– 50

D20 Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages

3

0

0

– 50

– 55

– 55

D21 Afschaffen gratis schoolboeken

3

0

– 85

– 275

– 275

– 275

D22 Minder opleidingen en macrodoelmatigheid mbo

4

0

0

0

– 60

– 80

D23 Samenvoegen kenniscentra mbo

4

0

– 40

– 80

– 80

– 80

D24 Minder opleidingen hoger onderwijs (inclusief kunstopleidingen)

6, 7

0

0

– 70

– 90

– 110

D25 Verminderen overhead in het hoger onderwijs

6, 7

– 15

– 33

– 50

– 65

– 65

D26 Sociaal leenstelsel basisbeurs bachelor/masterfase hbo/wo met cohortgarantie

11

– 7

– 19

– 21

– 50

– 70

D27 OV Kaart -> kortingskaart (incl. mbo 18-)

11

0

0

– 5

– 45

– 75

D28 Effect vereenvoudiging Wet studeren is investeren

11

1

– 9

– 14

– 19

– 28

F64 Hervorming kindregelingen

12

0

– 20

– 20

– 20

– 19

G81 Beperken subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectoren

16

– 2

– 2

– 2

– 2

– 2

I92 Publieke omroep

15

0

0

– 50

– 100

– 100

Totaal ombuigingen

 

– 123

– 423

– 911

– 1.165

– 1.276

             

Intensiveringen:

           

D32 Intensivering onderzoek

6, 16

25

25

25

25

25

G81 Subsidies bedrijven (wv subsidieregeling)

4

209

209

209

209

209

Totaal intensiveringen

 

234

234

234

234

234

Toelichting ombuigingen en intensiveringen:

• A1 Rijksoverheid

De taakstelling op de Rijksoverheid is binnen OCW verdeeld. In artikel 95 Apparaatskosten en het algemeen deel van het verdiepingshoofdstuk wordt dit verder toegelicht.

• D17 Schrappen subsidies

Op 30 mei 2013 is de Tweede Kamer geïnformeerd over de wijze waarop de subsidietaakstelling is ingevuld door middel van de brief Subsidiebeleid Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Zie het algemeen deel van het verdiepingshoofdstuk voor de verdeling over de beleidsartikelen.

• D19 Leerwegondersteunend onderwijs

Door het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro) onder te brengen in passend onderwijs wordt het mogelijk de ondersteuning efficiënter te organiseren. Het budget voor lwoo- en pro-leerlingen in de klas wordt ontzien. De Tweede Kamer is hierover door middel van de Hoofdlijnenbrief leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en het praktijkonderwijs (pro) van 5 april 2013 geïnformeerd. Deze brief is begin juli 2013 in de Tweede Kamer besproken.

• D20 Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages

Het wetsvoorstel «Afschaffen wettelijke verplichte maatschappelijke stages» is naar de Raad van State verzonden. In het wetsvoorstel komt de wettelijke verplichting te vervallen. Daarvoor in de plaats wordt geregeld dat scholen de maatschappelijke stage als facultatief programmaonderdeel kunnen aanbieden.

• D21 Afschaffen gratis schoolboeken

Het wetsvoorstel «Afschaffen gratis schoolboeken» regelt de afschaffing van de gratis schoolboeken en daarmee de besparing van € 185,0 miljoen. Het wetsvoorstel is naar de Raad van State verzonden. De verwachting is dat het wetsvoorstel na het reces van 2013 in de Tweede Kamer ligt.

• D22 Minder opleidingen en macrodoelmatigheid mbo

In de kamerbrief Macrodoelmatigheid in het mbo is beschreven hoe de minister een betere aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt en een minder versnipperd opleidingsaanbod wil realiseren.

• D23 Samenvoegen kenniscentra mbo

Het wetsvoorstel «Heroriëntatie taken kenniscentra» is in voorbereiding.

• D24 Minder opleidingen hoger onderwijs (inclusief kunstopleidingen)

Er wordt ingezet op een versterkt beleidsrijk traject gericht op uitvoering van prestatie- en profileringafspraken en sectorale herordening van het opleidingenaanbod. Verder wordt het aantal plaatsen aan de kunstopleidingen via scherpe selectie gereduceerd. De taakstelling is via een korting op de rijksbijdrage van de hogescholen en universiteiten gerealiseerd.

• D25 Verminderen overhead in het hoger onderwijs

De taakstelling is via een korting op de rijksbijdrage van de hogescholen en universiteiten (inclusief academische ziekenhuizen) gerealiseerd.

• D26 Sociaal leenstelsel basisbeurs bachelor/masterfase hbo/wo met cohortgarantie

Het wetsvoorstel Wet sociaal leenstelsel masterfase is aan de Tweede Kamer gestuurd. Het sociaal leenstelsel voor de bachelorfase wordt een jaar later ingevoerd. De budgettaire effecten hiervan zijn op de OCW-begroting verwerkt. De planning is om het wetsvoorstel voor de bachelorfase begin 2014 aan de Tweede Kamer te sturen.

• D27 OV Kaart -> kortingskaart (incl. mbo 18-)

Het wetsvoorstel zal in 2014 aan de Tweede Kamer worden gestuurd.

• D28 Effect vereenvoudiging Wet studeren is investeren

Dit is meegenomen in het wetsvoorstel sociaal leenstelsel voor de masterfase hbo/wo dat aan de Tweede Kamer is gestuurd (zie ook D26).

• F64 Hervorming kindregelingen

Deze ombuiging valt onder het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Het wetsvoorstel van SZW over de hervorming van de kindregelingen is naar de Raad van State verzonden. Het wetsvoorstel leidt bij OCW tot een vrijval bij onder andere de WTOS van € 19,0 miljoen.

• G81 Beperken subsidies bedrijfslevenbeleid en topsectoren

Het betreft hier een korting van € 2,0 miljoen op de in 2012 ingezette structurele verhoging van het budget voor de Technologiestichting STW met € 10,0 miljoen ten behoeve van de versterking van de succesvolle aanpak van valorisatie.

• I92 Publieke omroep

Vanaf 2016 zal de rijksmediabijdrage verlaagd worden met € 50,0 miljoen en vanaf 2017 structureel verlaagd met € 100,0 miljoen. Deze bezuiniging zal onder andere worden ingevuld door een bezuiniging op het budget regionale omroepen, het opheffen van het Mediafonds, het opheffen van de levensbeschouwelijke omroepen, en het verlagen van het budget voor de landelijke publieke omroep. Er wordt een Toekomstverkenning uitgevoerd om zicht te krijgen op de wijze waarop de publieke omroep zijn maatschappelijke functie in de toekomst het beste kan vervullen, gezien de snelle veranderingen in het medialandschap en deze nieuwe financiële realiteit.

• D32 Intensivering onderzoek

Op 11 februari 2013 is de Tweede Kamer door middel van de brief De kenniseconomie in zicht geïnformeerd dat deze intensivering via de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) wordt geïnvesteerd in onderzoek. Van deze middelen wordt een deel ingezet voor praktijkgericht onderzoek in het hoger beroepsonderwijs (€ 3,0 miljoen).

• G81 Subsidies bedrijven

In de brief aan de Tweede Kamer Omzetting van de afdrachtvermindering onderwijs in een subsidieregeling is uiteengezet hoe en waarom de afdrachtvermindering onderwijs per 1 januari 2014 wordt omgezet in een subsidieregeling op de begroting van OCW. De regeling wordt in september aan de Tweede Kamer gezonden. Uiterlijk 1 november 2013 wordt de regeling gepubliceerd in de Staatscourant.

Leerlingen- en studentenontwikkeling

In de begroting is, zoals gebruikelijk, de actuele raming van de leerlingen- en studentenaantallen verwerkt. De referentieraming 2013 wijst uit dat in het primair onderwijs en het hoger onderwijs het aantal leerlingen en studenten per saldo lager is dan in de referentieraming 2012. In het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs is het aantal leerlingen en studenten per saldo hoger. Dit wordt veroorzaakt door demografische ontwikkelingen en nieuwe tel- en stroomgegevens 2012. Zie het algemeen deel van het verdiepingshoofdstuk voor de budgettaire bijstelling per onderwijssector.

Ramingsbijstelling studiefinanciering

De raming voor studiefinanciering laat een meevaller zien. De meevaller komt voornamelijk door de doorwerking van de realisatiecijfers 2012.

Meeropbrengsten schoolboeken en maatschappelijke stages

De Regeerakkoord maatregelen D20: «Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages» en D21: «Afschaffen gratis schoolboeken», kennen incidentele meeropbrengsten in 2015. Deze komen voort uit de reguliere bekostigingssystematiek waardoor incidenteel meer geld vrijvalt.

Ramingsbijstellingen onderwijs centraliseren

De meevallers als gevolg van de referentieraming leerlingen- en studentenaantallen 2013 en de raming voor studiefinanciering worden, samen met de incidentele meeropbrengsten bij de Regeerakkoord maatregelen «Afschaffen wettelijk verplichte maatschappelijke stages» en «Afschaffen gratis schoolboeken», centraal geboekt op het artikel Nominaal & onvoorzien. Deze middelen worden ingezet ter dekking van de motie Godsdienstonderwijs en humanistische vorming (€ 10 miljoen structureel vanaf 2014) en de departementale bijdrage van OCW in het aanvullend pakket (€ 66,2 miljoen structureel vanaf 2014). Het restant wordt overgeboekt naar de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën (zie ook de toelichting bij «aanvullend pakket: ramingsbijstellingen onderwijs».)

Aanvullend pakket: departementale bijdrage

De departementale bijdrage van OCW in het aanvullend pakket van € 6,0 miljard bedraagt € 66,2 miljoen structureel vanaf 2014.

Aanvullend pakket: ramingsbijstellingen onderwijs

Het restant van de ramingsbijstellingen onderwijs wordt overgeheveld naar de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiën. Daar wordt het als een structurele reeks van € 204 miljoen vanaf 2014 gereserveerd voor de kwaliteit van het onderwijs in het kader van het Nationaal Onderwijs Akkoord (NOA).

Eindejaarsmarge

De budgetten die in 2012 niet volledig tot besteding zijn gekomen, zijn in 2013 aan de OCW-begroting toegevoegd. De eindejaarsmarge is ingezet ter dekking van overlopende verplichtingen uit 2012 en de wettelijk verplichte prijsbijstelling voor 2013.

Intertemporele compensatie

Op diverse budgetten vinden intertemporele compensaties plaats omdat middelen in latere (of eerdere) jaren benodigd zijn.

Digitale collectie Nationaal Archief

Door de digitalisering van de informatiehuishouding van het rijk staat het Nationaal Archief de komende jaren voor een substantiële taakverzwaring. Dit wordt tot en met 2015 grotendeels gedekt.

Rentemutatie studiefinanciering (ontvangsten)

De raming voor studiefinanciering laat lagere renteontvangsten zien ten opzichte van de in de OCW-begroting 2013 verwerkte raming van het voorjaar 2012. Zowel de spontane ontvangsten als de termijnontvangsten worden lager geraamd.

Toelichting technische bijstellingen:

Loonbijstelling

De loonbijstelling tranche 2013 is uitgekeerd aan de departementen. Het betreft alleen een vergoeding voor de ontwikkeling in de sociale werkgeverslasten.

Indexering wsf, wtos en lesgelden

Dit betreft de uitdeling van de wettelijk verplichte indexering van de wet studiefinanciering (wsf), de wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (wtos) en de lesgelden tranche 2013 (vanaf het jaar 2014).

Niet-kader relevant

De niet-kader relevante uitgaven worden naar beneden bijgesteld. Dit wordt veroorzaakt door de niet-kader relevante effecten van de ombuigingen uit het Regeerakkoord Rutte II, de referentieraming 2013 en de bijstelling van de raming studiefinanciering 2013.

Overige technische bijstellingen

Het betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten en overboekingen van en naar andere departementen. Zoals opgenomen in het Regeerakkoord Rutte II is een bedrag van € 142,0 miljoen structureel vanaf 2014 overgeboekt van het Provinciefonds naar de begroting van OCW voor het centraliseren van het budget voor regionale omroepen.

Meerjarenplan Beleidsdoorlichtingen

Tabel planning Beleidsdoorlichtingen

Artikel / Doelstelling

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Nieuwe ambities en beleidsdoelen

1. Primair onderwijs

Brede scholen

     

     

1, 3, 4, 6, 7, 11 en 12. Onderwijs

             

Prestaties van leerlingen en studenten omhoog

     

1

     

Scholen en instellingen met een ambitieus leerklimaat

   

       

Scholen en instellingen maken resultaten inzichtelijk

   

       

Doelmatigheid en focus op het onderwijs

     

1

     

9. Arbeidsmarkt- en Personeelsbeleid

             

Goed opgeleide en professionele leraren, docenten en schoolleiders

     

1

     

14. Cultuur

             

Een sterke cultuursector die ondernemend en innovatief is en goed zorgt voor ons erfgoed

     

2

     

15. Media

             

Het waarborgen van een onafhankelijk, gevarieerd en kwalitatief hoogwaardig media-aanbod

   

       

25. Emancipatie

             

Het bevorderen van emancipatie

   

       

Afgeronde en eerder toegezegde beleidsdoorlichtingen

16. Onderzoek- en Wetenschapsbeleid

Geen beleidsdoorlichting3

           

Behoud van kwaliteit wetenschap, wetenschappelijk talent en versterken impact wetenschap

             
               

8. Internationaal beleid

Geen beleidsdoorlichting4

9. Arbeidsmarkt- en Personeelsbeleid

             

Actieplan LeerKracht

 

         

13. Lesgeld

Geen beleidsdoorlichting5

1

Deze doorlichtingen starten conform eerdere planning in 2014, maar zullen in 2015 worden afgerond zodat de resultaten van meerdere effectstudies die in 2015 beschikbaar komen in de doorlichtingen meegenomen worden.

2

Deze doorlichting start conform eerdere planning in 2014, maar zal in 2015 worden afgerond zodat de resultaten kunnen worden meegenomen in de voorbereidingen van de nieuwe BIS-periode.

3

Voor artikel 16 Onderzoek-Wetenschapsbeleid: Er is besloten tot een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) voor het beleidsterrein wetenschap. Dit onderzoek gaat in september van start en wordt naar verwachting in het voorjaar van2014 afgerond. Hiermee is een separate beleidsdoorlichting komen te vervallen, deze wordt immers verwerkt in het IBO.

4

Voor artikel 8 Internationaal beleid is geen beleidsdoorlichting gepland, omdat artikel 8 een restartikel is en geen beleidsartikel. Internationaal beleid draagt bij aan de beleidsdoelstellingen op andere artikelen. Er worden op onderdelen van dit artikel wel evaluaties uitgevoerd, die inzicht geven in de effectiviteit van het beleid.

5

Het doel van het heffen van lesgeld is het genereren van inkomsten voor de financiering van het onderwijs. Dit is een financieel doel. Omdat het hier geen beleidsmatig doel betreft, ligt een beleidsdoorlichting niet in rede.

Belastinguitgaven

Tabel belastinguitgaven
 

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Loonbelasting

             

Afdrachtvermindering onderwijs

382

383

               

Inkomstenbelasting

             

Vrijstelling voorwerpen van kunst en wetenschap forfaitair rendement

5

5

6

6

6

6

6

Vrijstelling cultureel beleggen forfaitair rendement

1

Aftrek kosten monumentenwoning

64

62

62

62

62

62

62

Heffingskorting cultureel beleggen

1

               

Omzetbelasting verlaagd tarief

             

Boeken, tijdschriften, week- en dagbladen

463

515

515

515

515

515

515

Bibliotheken (verhuur boeken), musea e.d.

111

124

125

127

128

130

132

Circussen, bioscopen, theaters en concerten

125

180

185

189

194

199

204

Licence