Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Niet-beleidsartikel 9 Algemeen

1. Inleiding

In dit niet-beleidsartikel worden de departementsbrede uitgaven vermeld die niet zinvol kunnen worden toegerekend aan een beleidsartikel.

2. Ministeriële verantwoordelijkheid

Het Ministerie van VWS is verantwoordelijk voor het stimuleren, afstemmen en waarborgen van internationale samenwerking op de beleidsterreinen van volksgezondheid, welzijn en sport. Op specifieke gebieden wordt hiertoe nadrukkelijk samengewerkt met andere ministeries. Vooral de samenwerking met de Ministeries van Buitenlandse Zaken (WHO, drugs, geneesmiddelenbeleid en life sciences and health), Veiligheid en Justitie (drugs), Economische zaken (antimicrobiële resistentie, life sciences and health, geneesmiddelenbeleid en voedselveiligheid) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (EU) is hierbij van belang.

3. Prioriteiten 2016

Internationale samenwerking kent een breed scala aan instrumenten en activiteiten:

Nederlands EU-voorzitterschap 2016

Het EU-voorzitterschap is in de eerste helft van 2016 een belangrijke prioriteit. De Europese samenwerking zal in 2016 voor Nederland in het teken staan van het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in de eerste helft van het jaar. Het kabinet wil het Nederlandse voorzitterschap in dienst stellen van het helpen bereiken van concrete voortgang op de vijf hoofddoelstellingen van de strategische agenda, die is vastgesteld door de Europese Raad van juni 2014. Het kabinet zal zich voor wat betreft themavoering in de voorbereiding en uitvoering van het voorzitterschap richten op deze hoofddoelstellingen, met bijzondere aandacht voor innovatieve groei en banen. Daarbij zal het kabinet blijven streven naar een Unie die zich richt op hoofdzaken en die waarde toevoegt aan wat lidstaten zelf kunnen en moeten doen. Ook zal steeds verbinding worden gezocht met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties, zodat zij zich gehoord weten. De werkzaamheden van het voorzitterschap bestaan in belangrijke mate uit het verder brengen van lopende dossiers van regelgeving en beleid in samenspraak met het Europees Parlement als belangrijke medewetgever. Dat neemt niet weg dat Nederland eigen accenten kan leggen. De inzet van VWS zal zijn de Verordening voor medische hulpmiddelen en in vitro diagnostica tot een goed einde te brengen. Een ander prioriteit is een bijdrage leveren aan de strijd tegen antimicrobiële resistentie. VWS werkt tijdens het voorzitterschap aan een Europese lange termijn agenda ten aanzien van de markttoelating van innovatieve en betaalbare geneesmiddelen. Ook zal er aandacht zijn voor gezondere voeding, om op termijn te komen tot Europese samenwerking om de hoeveelheden zout, verzadigd vet en calorieën in voeding terug te brengen (productherformulering). Verder zal worden gewerkt aan het Europese dementiebeleid. Ten aanzien van sport zal de integriteit bij de toewijzing van sportevenementen centraal staan. Over de prioriteiten voor het EU-voorzitterschap op het gebied van volksgezondheid, welzijn en sport zal een brief aan de Tweede Kamer worden verzonden.

Naast het organiseren van een groot aantal raadswerkgroepbijeenkomsten in Brussel, zal VWS in Nederland een zestiental bijeenkomsten organiseren. Op mondiaal niveau zal Nederland verantwoordelijk zijn voor de coördinatie en het uitdragen van de Europese positie in de WHO (Geneve) en bij de UNGASS bijeenkomst over drugsbeleid in New York.

Samenwerking op Europees en mondiaal niveau

Het Ministerie van VWS vertegenwoordigt Nederland met betrekking tot de voor volksgezondheid, welzijn en sport relevante onderwerpen bij internationale organisaties als de Europese Unie, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), de Raad van Europa, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en de Verenigde Naties (VN). Contacten met een beperkt aantal, voor het Ministerie van VWS belangrijke landen, worden gestimuleerd. Het gaat dan om contacten met landen als China en India, de groeiende economische grootheden en de Verenigde Staten. Bovendien ondersteunt het Ministerie van VWS activiteiten op het gebied van economische diplomatie voor een beperkt aantal landen in samenspraak met het Ministerie van Economische en het Ministerie van Buitenlandse zaken en vanuit de behoeften van het bedrijfsleven. Waar dit gewenst is, wordt voor het Partners in International Business programma van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (voorheen AgentschapNL) advies gegeven over het government to government onderdeel in dit programma. Ook bevordert het ministerie een goede aansluiting tussen het VWS kennisbeleid, topsectorenbeleid en de Europese onderzoeks- en innovatieinstrumenten, waaronder Horizon2020, het Actieprogramma Volksgezondheid en het EIP Active and Healthy Ageing.

Internationale samenwerking

Op het gebied van internationale samenwerking is toenemende aandacht voor internationale grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen. Besmettelijke ziekten stoppen niet bij grenzen en tekorten aan gezondheidswerkers hebben een mondiale dimensie. Er wordt samengewerkt met andere lidstaten en binnen multilaterale organisaties om de verspreiding van ziekten te beperken en om te komen tot de ontwikkeling van geneesmiddelen en vaccins ter bestrijding en voorkoming van deze ziekten.

Momenteel is de besluitvorming binnen de VN over een set nieuwe Sustainable Development Goals (SDG’s) voor de periode tot en met 2030 in de afrondende fase. In 2016 zal worden bezien hoe deze nieuwe SDG’s, voor zover deze VWS aangaan, in het beleid kunnen worden verwerkt.

Internationaal personeels- en detacheringsbeleid

Om internationaal goed samen te kunnen werken, plaatst en detacheert het Ministerie van VWS medewerkers in het buitenland en bij multilaterale organisaties, zoals bij de World Health Organization (Geneve of Kopenhagen) en bij de Europese Commissie in Brussel.

De personele en materiële uitgaven met betrekking tot internationale samenwerking staan vermeld op artikel 10 Apparaatsuitgaven

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Verplichtingen

36.020

32.572

27.336

28.835

32.434

35.604

40.604

               

Uitgaven

39.260

32.572

27.336

28.835

32.434

35.604

40.604

               

1. Internationale samenwerking

4.638

5.296

5.127

5.127

5.127

5.127

5.127

               

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

3.834

4.599

5.127

5.127

5.127

5.127

5.127

waarvan onder andere:

             

World Health Organization

3.221

3.370

3.868

3.868

3.868

3.868

3.868

               

Bijdrage aan agentschappen

804

697

0

0

0

0

0

               

2. Verzameluitkering VWS

8.559

0

0

0

0

0

0

               

Verzameluitkering Sport

421

0

0

0

0

0

0

Verzameluitkering Jeugd

300

0

0

0

0

0

0

Verzameluitkering Langdurige Zorg

7.838

0

0

0

0

0

0

               

3. Eigenaarsbijdrage RIVM

26.062

27.276

22.209

18.708

17.307

15.477

15.477

               

Bekostiging

26.062

27.276

22.209

18.708

17.307

15.477

15.477

waarvan onder andere:

             

Eigenaarsbijdrage RIVM

26.062

23.026

22.209

18.708

17.307

15.477

15.477

               

4. Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

0

0

0

5.000

10.000

15.000

20.000

               

Garanties

0

0

0

5.000

10.000

15.000

20.000

               

Ontvangsten

1.000

0

0

0

0

0

0

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

5. Toelichting op de instrumenten
1. Internationale samenwerking

Bij internationale samenwerking gaat het erom dat een gemeenschappelijke benadering meerwaarde biedt boven een nationale aanpak. De nadruk moet liggen op het zoeken naar oplossingen voor grensoverschrijdende problemen, waarbij er concrete meerwaarde moet zijn vanuit de missie van het Ministerie van VWS. VWS ontplooit activiteiten om invulling te geven aan de internatonale samenwerking op de beleidsterreinen van volksgezondheid, welzijn en sport met een beperkt aantal landen en met multilaterale organisaties bij het vormgeven van onze internationale ambities binnen de gezondheidszorg.

Partnerschap met de World Health Organization (WHO)

In 2014 is VWS een nieuw partnerschapprogramma (2014–2017) met de WHO gestart. Hiermee is in totaal een bedrag van € 15,9 miljoen over 4 jaar gemoeid. De bijdrage voor 2016 bedraagt € 3,9 miljoen. In overleg met de WHO zal het allocatieplan voor 2016 en 2017 worden opgesteld. Via het partnerschapprogramma worden ook de contacten tussen de WHO en aan VWS gelieerde organisaties bevorderd.

3. Eigenaarsbijdragen

Eigenaarsbijdrage RIVM

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) is een agentschap van het Ministerie van VWS en doet projectmatig onderzoek voor zijn primaire opdrachtgevers: de Ministeries van VWS, IenM, EZ en SZW. Op dit artikel worden middelen voor het Strategisch Programma RIVM (SPR) en specifieke huisvestingkosten van het RIVM geraamd (in 2016 € 22,2 miljoen). De eigenaar doet hiervoor jaarlijks een bijdrage richting het RIVM. De eigenaar draagt bij aan de specifieke huisvestingskosten die niet door middel van het tarief van het RIVM bekostigd worden. Dit zijn kosten die te maken hebben met de instandhouding en het vervangen van bepaalde installaties en voorzieningen van het RIVM alsmede de kosten van de projectorganisatie die belast is met de voorbereiding van de nieuwbouw op Utrecht Science Park.

Het SPR bestaat uit onderzoek en andere werkzaamheden die het RIVM uitvoert om de kennis en expertise te ontwikkelen die nodig zijn voor de continuïteit van het instituut. Zo kan het RIVM zijn toekomstige taken voor de opdrachtgevers adequaat uitvoeren, op zowel de middellange als de lange termijn. Het SPR richt zich enerzijds op lacunes in actuele kennis en anderzijds op nieuwe ontwikkelingen. Bij de start van elke nieuwe vierjarige ronde worden inhoudelijke speerpunten gekozen. De speerpunten dekken de kennisdomeinen af, waarop het RIVM zijn kennis en kunde moet vernieuwen of intact moet houden. Het SPR 2015–2018 omvat zes speerpunten. Alle opdrachten worden jaarlijks geëvalueerd en door de Commissie van Toezicht gevolgd om de kennispositie van het instituut te garanderen.

De Wet op het RIVM vormt de wettelijke basis voor het SPR dat dit instituut uitvoert. Deze wet bepaalt dat de directeur-generaal RIVM jaarlijks een programma van onderzoek opstelt. Hierin beschrijft hij welke inzichten het instituut moet verwerven om zijn taken adequaat te kunnen uitvoeren. Het programma is gericht op de continuïteit van het RIVM op de langere termijn, bedoeld om te kunnen anticiperen op nieuwe kennisvragen van de opdrachtgevers op de middellange en lange termijn en om de positie van het RIVM in het wetenschappelijk veld te handhaven en waar nodig te versterken. Met deze wettelijke bepaling laat de wetgever zien dat het RIVM professioneel zelfstandig is. In het licht van de betekenis van het SPR voor de toekomstige kennispositie van het RIVM is het budget hiervoor belegd bij de plaatsvervangend secretaris-generaal van VWS, als eigenaar van het agentschap RIVM. Om deze reden worden deze middelen bekostigd vanuit dit niet-beleidsartikel.

4. Begrotingsreserve achterborg WFZ-garanties

In het kader van het kabinetsbeleid van versobering van risicoregelingen heeft een evaluatieonderzoek van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ)plaatsgevonden. Dit onderzoek is in de Miljoenennota 2015 aangekondigd en is in maart 2015 afgerond (TK 34 000 XVI, nr. 108). Het onderzoek laat zien dat de doelstellingen van het WFZ nog steeds actueel zijn: bevorderen van de continuïteit van financiering, beperken van de macrorentekosten en stimuleren van goed financieel management bij zorginstellingen. VWS ontvangt geen premie voor de achterborg. In het kader van de verdere beperking van de risico’s is daarom besloten een begrotingsreserve aan te leggen voor eventuele schade in het kader van de achterborg.

Licence