Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 3. Wetgeving en controle Tweede Kamer

A Algemene doelstelling

Als volksvertegenwoordiging heeft de Tweede Kamer twee hoofdtaken: controle van de regering en (mede)wetgeving. Deze taken vloeien voort uit de grondwetsartikelen 50 (vertegenwoordiging van het gehele Nederlandse volk), 65 tot en met 72 (werkwijze), 81 tot en met 87 (wetgeving), 105 (begrotingen), 137 en 138 (grondwetgeving) en enkele andere (grond)wetsartikelen.

De ambtelijke diensten

De ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer heeft als missie het ondersteunen van het constitutioneel proces. Dit wil zij verder versterken door middel van het bieden van een politiek neutrale, adequate en innovatieve ondersteuning van de Kamerleden in alle facetten van hun werk als volksvertegenwoordiger. De politieke prioriteiten, zoals door de Kamer bepaald, zijn daarbij leidend.

Werkwijze Kamer

In de bij de behandeling van de raming 2016 ingediende motie-Segers c.s. (34 183, nr. 29) werd het Presidium verzocht de mogelijkheden te onderzoeken van een algemeen overleg van bijzondere aard waarbinnen moties kunnen worden ingediend, en de Kamer over de uitkomsten daarvan voor het herfstreces te informeren. In het najaar van 2015 heeft het Presidium daartoe belangstelling geïnventariseerd onder alle vaste en algemene Kamercommissies om deel te nemen aan een experiment waarbij de mogelijkheid zou worden geboden om tijdens tevoren afgesproken algemeen overleggen moties in te kunnen dienen. Op de vaste commissies voor Veiligheid en Justitie (V&J) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) na hebben alle commissies daarbij direct aangegeven geen belangstelling te hebben voor deelname aan een dergelijk experiment. De vaste commissies voor V&J en VWS hebben het voorstel nogmaals overwogen maar uiteindelijk ook besloten af te zien van deelname. Het Presidium heeft daarmee uitvoering gegeven aan de motie-Segers c.s. en heeft vastgesteld dat er geen draagvlak bestaat voor verdere uitwerking van deze motie.

B Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de Colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.3

C Beleidswijzigingen

Speerpunten en aandachtspunten 2017

Het Presidium stelt de volgende speerpunten voor:

  • Sterke informatiepositie Tweede Kamer en transparantie parlementair proces.

Onderstaande aandachtspunten moeten daaraan bijdragen:

  • Professionalisering en flexibilisering van de ambtelijke organisatie;

  • Betere ontsluiting digitale informatie;

  • Voorbereiding renovatie Binnenhofcomplex;

  • Vergroten investeringsruimte binnen de begroting en

  • Verkiezingen 2017.

• Sterke informatiepositie Tweede Kamer en transparantie parlementair proces

De Tweede Kamer is de rechtstreeks gekozen volksvertegenwoordiging van ons land en heeft een controlerende en medewetgevende rol. Bij die rol hoort ook de uitoefening van het budgetrecht en de controle op de begrotingsuitvoering. Een goede uitvoering van deze taken vergt een sterke, onafhankelijke positie van de Kamer. Adequate en tijdige informatievoorziening is daarbij van cruciaal belang. De informatievoorziening van de Kamer is dan ook een belangrijk speerpunt voor de voorliggende periode. Die informatiepositie kan op verschillende manieren worden versterkt. Bijvoorbeeld door initiatieven als regelmatige rappellering bij het uitblijven van antwoorden op schriftelijke vragen (zie ook de Voorzittersbrief d.d. 17 maart 2016), of door verheldering van de reikwijdte van de inlichtingenplicht van de regering op grond van artikel 68 GW, mede in relatie tot de WOB. Waar ook naar wordt gekeken, is hoe de kennis- en onderzoeksfunctie van de Kamer – naar voorbeeld van andere parlementen – (verder) kan worden uitgebreid, zodat wetenschappelijke informatie beter beschikbaar komt.

Een ander speerpunt ligt in de transparantie van het Kamerwerk. Het hoort bij een representatieve democratie om inzichtelijk te maken wat volksvertegenwoordigers – namens hun kiezers – doen en besluiten. Kamerleden hebben daarin zelf een verantwoordelijkheid, maar ook het instituut Tweede Kamer moet zo open mogelijk communiceren. Dat gebeurt bijvoorbeeld met nieuwe functionaliteiten zoals Debat Gemist en Debat Direct, die ervoor zorgen dat mensen Kamerdebatten ook op afstand kunnen volgen en worden voorzien van relevante achtergrondinformatie. In 2017 worden Debat Gemist en Debat Direct verder geperfectioneerd.

In het verlengde van een grotere transparantie is er aandacht voor de toegankelijkheid van de Kamer. De Kamer is van iedereen, voor iedereen; iedereen moet zich er welkom voelen om debatten bij te wonen. In het huidige tijdsgewricht brengt dat, in fysieke termen, een zeker spanningsveld met zich mee; veiligheidsmaatregelen werpen per definitie drempels op. Dat neemt niet weg dat er jaarlijks zo’n 80.000 scholieren door ProDemos worden rondgeleid en de Kamer in totaal door zo’n 160.000 personen wordt bezocht.

De raming voor 2017 is tot stand gekomen tegen de achtergrond van de hierboven genoemde prioriteiten – een sterkere informatiepositie van de Kamer en een grotere transparantie van het parlementaire proces. Onderstaande aandachtspunten moeten daaraan bijdragen.

• Professionalisering en flexibilisering van de ambtelijke organisatie

De prioriteiten vragen om een professionele en flexibele ambtelijke organisatie, die goed en snel kan inspringen op de gevraagde veranderingen. De primaire taak van de ambtelijke organisatie bestaat immers uit de ondersteuning van Tweede Kamer bij de uitvoering van haar kerntaken: controle en wetgeving. De prioriteiten en aandachtspunten van de Tweede Kamer voor 2017 zijn dan ook richtinggevend voor de keuzes die binnen de ambtelijke organisatie worden gemaakt als het gaat om inzet van personeel en middelen. De aanbevelingen uit het ABD-rapport «Meer verzakelijking en verdere professionalisering» dat betrekking heeft op de ambtelijke organisatie zullen in 2016 en 2017 worden geïmplementeerd. Daarbij zal de nadruk liggen op flexibilisering van de personele inzet en een sterkere focus op de kerntaken. Het personeel moet flexibeler kunnen worden ingezet als de vraag naar ondersteuning verandert en op plekken waar de werkdruk op een bepaald moment het hoogst is. Het gaat om flexibilisering van de inzet van het huidige personeel; er wordt niet beoogd om de verhouding tijdelijk/vast personeel te wijzigingen. Tegelijkertijd werkt de organisatie aan de vereenvoudiging en de standaardisering van werkprocessen. Ook wordt de bestaande dienstverlening tegen het licht gehouden: zijn alle diensten nog nodig of kunnen ze efficiënter?

• Betere ontsluiting digitale informatie

De komende periode zijn geen grootschalige investeringen ten behoeve van nieuwe ICT-toepassingen te verwachten, alleen noodzakelijk onderhoud/aanpassingen aan de bestaande systemen Parlis en Vlos.

• Voorbereiding renovatie Binnenhofcomplex

De renovatie van het Binnenhof is een omvangrijk project, dat in 2017 veel aandacht en inzet vraagt van de organisatie. De Tweede Kamer zal haar wensen voor de renovatie en voor de inrichting van een tijdelijke locatie voor de Tweede Kamer duidelijk (moeten) maken. Denk hierbij aan de inrichting van de plenaire zaal en andere vergaderzalen, de werkplekken en beveiligingsaspecten. De renovatie biedt kansen op het terrein van openheid. Ook in de tussenliggende periode – op de tijdelijke locatie – is het van belang dat transparantie van het parlementaire proces wordt geborgd.

Het onderhoud van het Binnenhofcomplex vraagt om aandacht tot het moment van de renovatie. Welke investeringen zijn nog verantwoord en welke niet? Duidelijk is dat de renovatie van het Binnenhof een veelomvattend project is. Een goede samenwerking tussen de Kamerleden, fractiemedewerkers en de ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer is daarvoor noodzakelijk.

Een en ander wordt in de komende periode nader uitgewerkt.

• Beperkte investeringsruimte binnen de begroting

De vrije investeringsruimte binnen de begroting van de Tweede Kamer is beperkt. Aanpassingen moeten binnen de bestaande financiële kaders worden vormgegeven. Dit vergt het maken van keuzes en beperkt de ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, zoals de versterking van de kennis- en onderzoeksfunctie van de Kamer. De beveiliging van de Tweede Kamer is een bron van aanhoudende aandacht. Als oplossing wordt onder andere gestreefd naar een flexibeler inzet van mensen en middelen. Een voorbeeld hiervan is het vergroten van de inzetbaarheid van medewerkers binnen en tussen de afzonderlijke afdelingen, bijvoorbeeld door te werken in projectteams. Dit kan de externe inhuur terugdringen en levert daardoor een besparing op. Investeringen zullen scherper worden getoetst op de vraag of deze bijdragen aan een verbetering van het primaire proces.

• Verkiezingen 2017

Op 15 maart 2017 zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. De verkiezingen brengen extra werkzaamheden met zich mee. Het gaat om praktische zaken als het begeleiden van nieuwe en vertrekkende Kamerleden, de inrichting van werkplekken, het verstrekken van toegangspassen en mobiele apparatuur. Na vorige verkiezingen zijn goede ervaringen opgedaan met het zogeheten Ledenplein, waar nieuwe Kamerleden op één plaats en op één moment al hun zaken kunnen regelen. Het voornemen is om dit Ledenplein ook in 2017 in te richten. Door samenloop van de schadeloosstelling van de nieuwe leden en de wachtgelden voor de vertrekkende leden zijn de uitgaven in een verkiezingsjaar hoger dan in de tussenliggende jaren.

5. Risico’s

• Werkkostenregeling

Sinds 2013 worden in het kader van de «werkkostenregeling» de reis- en overige kostenvergoedingen aan de Kamerleden netto uitbetaald. Hierdoor was er sprake van financiële vrijval op dit artikelonderdeel. Deze vrijval, waarvan het structurele karakter niet vaststaat, is in de afgelopen jaren ingezet voor de realisatie van diverse grotere (ICT)-projecten (digitaal parlement). Daarnaast heeft de Tweede Kamer de taakstelling van kabinet-Rutte I op de niet-beïnvloedbare politieke artikelen structureel ingevuld.

De toevoeging van andere Rijksorganisaties en de verlaging van de vrije ruimte van 1,5% naar 1,2% heeft in 2015 rijksbreed geresulteerd in een overschrijding. De Tweede Kamer heeft een eindheffing ontvangen van ruim € 2,4 mln (betaling vindt plaats in 2016).

• Roemernorm

In de motie-Roemer (Kamerstuk 32 360, nr. 5) worden de uitgaven binnen het Rijk aan niet-formatief personeel begrensd op 10% van de gezamenlijke uitgaven op alle artikelen voor formatief en niet-formatief personeel. Concreet betekent dit dat de Tweede Kamer in een begrotingsjaar ongeveer € 4.000.000 mag uitgeven aan niet-formatief personeel. In 2015 is het de Tweede Kamer niet gelukt aan deze norm te voldoen.

Binnen de ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer bevindt de Dienst Automatisering zich in een reorganisatie. Het Presidium tekent met nadruk aan dat verwacht moet worden dat de uitvoering van de motie-Roemer in 2016 én 2017 ernstig onder druk komt te staan. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat de voorgenomen, gefaseerde uitbesteding van delen van de Dienst Automatisering ertoe leidt dat vacatures bij die dienst vooralsnog met tijdelijke, externe krachten worden opgevuld.

D1 Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 3 Wetgeving/controle TK

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

Verplichtingen:

100.320

103.810

101.005

98.639

97.621

97.625

97.852

                 

Uitgaven:

100.615

103.810

101.005

98.639

97.621

97.625

97.852

                 

3.1

Apparaat Tweede Kamer

68.292

71.889

66.327

66.129

66.144

66.148

66.375

                 

3.2

Onderzoeksbudget

180

2.218

2.190

2.182

2.182

2.182

2.182

                 

3.3

Drukwerk

1.512

1.800

1.782

1.777

1.777

1.777

1.777

                 

3.4

Fractiekosten

27.431

25.590

28.364

26.217

25.184

25.184

25.184

                 

3.5

Uitzending leden

298

435

430

429

429

429

429

                 

3.6

Parlementaire enquetes

1.230

0

0

0

0

0

0

                 

3.7

Bijdrage ProDemos

1.672

1.878

1.912

1.905

1.905

1.905

1.905

                 

Ontvangsten:

5.845

3.966

3.966

3.966

3.966

3.966

3.966

Overzicht van Risicoregelingen

Overzicht van garanties (bedragen x € 1.000)

Artikel

Omschrijving

Uitstaande garanties 2015

Geraamd te verlenen 2016

Geraamd te vervallen 2016

Uitstaande garanties 2016

Geraamd te verlenen 2017

Geraamd te vervallen 2017

Uitstaande garanties 2017

Garantie plafond

Totaal plafond

3.4

Fractiekosten

10.076

0

987

9.089

0

200

8.889

8.889

8.889

Totaal

 

10.076

0

987

9.089

0

200

8.889

8.889

8.889

De garantie betreft de verstrekking op basis van de Regeling financiële ondersteuning fracties zoals deze van kracht was tot eind 2013. Tot eind 2013 werd 90% van het budget waar op grond van de grondslag uit de regeling via een voorschot aan de fracties overgemaakt. Als een fractie in het betreffende jaar geen beroep deed op het restant van 10%, dan werd dat deel omgezet naar een trekkingsrecht conform de bepalingen in de regeling. Een recht dat in latere jaren tot uitbetaling kan komen op verzoek van de betreffende fractie.

De regeling is per 1 januari 2014 gewijzigd, de fracties krijgen een voorschot van 100% en kunnen zelf een egalisatiereserve opbouwen. Dit betekent dat er vanaf deze datum geen nieuwe trekkingsrechten worden opgebouwd.

E Toelichting artikelonderdeel

3.1 Apparaat Tweede Kamer

Dit artikelonderdeel bestaat uit personele en materiële componenten voor exploitatie en beheer van de Tweede Kamer.

3.2 Kennis en onderzoek

De Kamer beschikt over een bedrag voor uitgaven aan Kennis en Onderzoek om bijvoorbeeld parlementaire onderzoeken uit te voeren.

3.3 Publicatie officiële documenten

Op dit onderdeel staan de uitgaven gepland voor de publicatie van officiële documenten.

3.4 Fractiekosten

Op dit onderdeel staan de uitgaven gepland voor de fractiekostenregeling. Deze regeling is met ingang van 2014 gewijzigd. Het budget was gebaseerd op 90% bevoorschotting, terwijl in de nieuwe regeling 100% aan de fracties wordt overgemaakt.

3.5 Uitzending Leden

Op dit onderdeel staat het bedrag dat beschikbaar is voor commissies voor werkbezoeken aan het buitenland.

3.6 Parlementaire enquêtes

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven gepland voor parlementaire enquêtes. Op dit moment kan niet worden aangegeven of er in 2017 sprake zal zijn van (een) Parlementaire Enquête(s).

3.7 Bijdrage Prodemos

Jaarlijks betaalt de Tweede Kamer een bijdrage aan ProDemos voor de uitvoering van educatieve activiteiten. Hierover maken de Tweede Kamer en ProDemos jaarlijks afspraken.

Ontvangsten

De ontvangsten bestaan uit diverse posten. De omzet van het Restaurantbedrijf, doorbelastingen aan derden en inhoudingen op lonen en salaris en ontvangsten voor zwangerschap- en bevallingsuitkeringen. Door de 100% bevoorschotting aan de fracties met ingang van 2014 is er geen sprake meer van afrekeningen vanaf 2014. Er staat nog een bedrag open van € 1,1 mln. uit oudere jaren. Verwachting is dat dit bedrag in 2016 wordt afgerekend.

3

Comptabiliteitswet 2001, artikel 19.

Licence