Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.2 Artikel 2 Curatieve zorg

Een kwalitatief goed, toegankelijk en betaalbaar aanbod voor curatieve zorg. 

De minister voor Medische Zorg is verantwoordelijk voor een goed werkend en samenhangend stelsel voor de curatieve zorg. De Zorgverzekeringswet vormt samen met de zorgbrede wetten, zoals de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) en de Wet Toelating Zorginstellingen (WTZi) de wettelijke basis van dit stelsel. Vanuit deze verantwoordelijkheid vervult de minister de volgende rollen:

Stimuleren: van het bevorderen van kwaliteit, veiligheid en innovatie in de curatieve zorg, van het bevorderen van de beschikking over de benodigde materialen, van het ondersteunen van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve zorg, van het bevorderen van de werking van het zorgverzekeringsstelsel en van het beschikken over de juiste informatie over het zorgverzekeringsstelsel.

Financieren: van de zorguitgaven voor kinderen tot 18 jaar, van diverse onderzoeken en initiatieven binnen de curatieve zorg, van initiatieven op gebied van ICT-infrastructuur en van de risicoverevening binnen het stelsel.

Regisseren: het onderhouden van wet- en regelgeving op gebied van geneesmiddelen, medische hulpmiddelen, lichaamsmaterialen, bloedvoorziening en registers.

Juiste Zorg op de Juiste Plek

Het voorkomen van (duurdere) zorg, verplaatsen van zorg (dichterbij mensen thuis als het kan, verder weg als het moet) en het vervangen van zorg (door andere zorg zoals e-health) zijn belangrijke elementen van het nog beter laten functioneren en betaalbaar houden van ons zorgstelsel. In het rapport van de Taskforce Juiste Zorg op de Juiste Plek zijn deze thema’s benoemd en uitgewerkt (Kamerstukken II 2017/18, 29689, nr. 896). Met de hoofdlijnenakkoorden hebben de partijen in het veld zich gecommitteerd aan de gewenste beweging naar de Juiste Zorg op de Juiste Plek.

De bedoeling van de beweging is om de focus te verleggen van het verlenen van zorg door afzonderlijke behandelaren naar integrale zorg in de regio, over de muren van de zorgdomeinen heen en ondersteund door technologie. Daarnaast moet zorg waar mogelijk worden voorkomen en wordt niet effectieve zorg niet meer geleverd.

De beweging om de juiste zorg op de juiste plek te organiseren was al gaande, maar krijgt steeds meer aanhang en navolging. Om deze beweging op gang te brengen en te houden, is extra aandacht, inzet en expertise noodzakelijk. Op basis van de input uit het veld is in 2019 door VWS een breed ondersteuningsaanbod opgezet (Kamerstukken II 2018/19, 29689, nr. 995).

Dit ondersteuningsaanbod bestaat onder meer uit het ontwikkelen van een subsidieregeling Juiste Zorg Op de Juiste Plek bij ZonMW. Deze biedt financiële ondersteuning aan startende- en bestaande regionale samenwerkingsverbanden die een integraal en op de behoeften van hulpvragers aansluitend zorg-, welzijns- en ondersteuningsaanbod en daarmee samenhangende nieuwe werkwijzen willen ontwikkelen, onder andere via regiobeelden. Omdat deze regeling wordt verbreed en er onder andere extra focus komt voor digitalisering/innovatie zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Dit aanvullende budget is gevonden binnen de middelen die vanuit het regeerakkoord bestemd waren voor digitaal ondersteunde zorg omdat dit tegelijkertijd een van de speerpunten is van De Juiste Zorg op de Juiste Plek. Het totaal beschikbare budget voor de regeling wordt daarmee in 2021 met € 7,8 miljoen opgehoogd tot een totaal van € 16,8 miljoen.

In het komende jaar wordt daarnaast binnen het programma verder gegaan met het beschikbaar stellen en doorontwikkelen van de website Regiobeeld.nl. Deze site geeft inzicht in de stand van zaken en toekomstige ontwikkelingen over gezondheid, zorg en welzijn in de regio. De site biedt cijfers en visualisaties over zorggebruik, zorgaanbod, gezondheid en leefstijl, bevolkingsontwikkeling, sociale en fysieke omgeving.

Het programma zet ook in op communicatie en kennisdeling. Onder andere via de website www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl maar ook via het organiseren van themabijeenkomsten in het land.

De regiobeelden, de opstart van de reguliere zorg na de coronacrisis in het voorjaar van 2020 en de contourennota zijn van invloed op de focus en accenten die in het komende jaar aan het programma wordt gegeven. Dit kan leiden tot kleine wijzigingen en prioritering van activiteiten en herschikking van middelen binnen het programma.

Omdat De Juiste Zorg op de Juiste Plek een brede beweging is over de schotten van de zorgdomeinen heen, worden de uitgaven voor het programma niet alleen verantwoord op dit artikel.

Medicatieoverdracht

Jaarlijks worden ruim 27.000 mensen in het ziekenhuis opgenomen vanwege vermijdbare medicatiefouten waarbij ongeveer 1.000 mensen overlijden. Dit aantal moet drastisch omlaag. De medicatieveiligheid gaat sterk verbeteren door een goede elektronische overdracht van medicatiegegevens door zorgverleners in de keten. Medicatieoverdracht is in de praktijk het eerste traject dat als onderdeel van de beweging Gegevensoverdracht in de zorg wordt uitgevoerd. In het landelijke Programma Medicatieoverdracht gaat VWS partijen ondersteunen in het implementeren van de richtlijn medicatieoverdracht en de drie bijbehorende informatiestandaarden. Voor de sector openbare farmacie komt er een versnellingsprogramma informatie-uitwisseling patiënt en professional (VIPP-Farmacie).

Nederlandse Transplantatiestichting

Met ingang van 2021 hevelen wij de financiering van het orgaancentrum vanuit de premie over naar de begroting van VWS. Hierdoor komt de financiering van de Nederlandse Transplantatie Stichting voor zowel de donatie- en voorlichtingsactiviteiten als voor het orgaancentrum in één hand te liggen.

Bevorderen contracteren

Basis van het zorgverzekeringsstelsel is dat zorgverzekeraars met zorgaanbieders afspraken maken over de kwaliteit van geleverde zorg en de bijbehorende prijzen. Dat is in het belang van patiënten en premiebetalers. Uit onderzoek9 blijkt dat (vooral) in de wijkverpleging en (deelsectoren van) de ggz het aandeel niet-gecontracteerde zorg stijgt. Dit is zorgelijk omdat contractering hèt vehikel is om de kwaliteit van de zorg te verbeteren, de betaalbaarheid te vergroten en de toegankelijkheid te waarborgen. In de hoofdlijnenakkoorden (HLA) ggz en wijkverpleging hebben partijen diverse maatregelen afgesproken om de contractering te bevorderen. Gedurende de looptijd van de hoofdlijnenakkoorden monitort de NZa of de afspraken die partijen hebben gemaakt, leiden tot verbeteringen in het contracteerproces en voert Vektis jaarlijks onderzoek uit naar het aandeel niet-gecontracteerde zorg in de ggz en wijkverpleging. Uit onderzoek van Vektis blijkt dat het aandeel van de kosten van niet-gecontracteerde wijkverpleging in het eerste kwartaal van 2019 (7,4%) is teruggelopen ten opzichte van 2018 (8,9%). Daarmee lijkt de stijgende trend van de jaren 2016–2018 tot staan gebracht. Dit wordt veroorzaakt door de daling van het aantal uren wijkverpleging bij niet-gecontracteerde zorg en daarmee de gemiddelde kosten per cliënt. Het aantal cliënten dat gebruik maakt van niet-gecontracteerde wijkverpleging is stabiel. Het percentage niet-gecontracteerde wijkverpleging lag in het eerste kwartaal 2019 (7,4%) nog wel boven het percentage van het eerste kwartaal 2017 (6,2%). In de ggz lag het aandeel niet-gecontracteerde zorg in 2017 hoger dan in 201610 (6,9% versus 6,1%). Een bestuurlijke weging van deze uitkomsten moet leiden tot de beslissing om de hoogte van de vergoeding van de niet-gecontracteerde zorg in (nadere) regelgeving vast te leggen. Om dit mogelijk te maken, bereidt VWS, conform de afspraken uit de HLA, het wetsvoorstel bevorderen zorgcontractering voor. Dit wetsvoorstel wordt in 2020 aan de Tweede Kamer aangeboden. Indien het wetsvoorstel wordt aangenomen moet besloten worden of de vergoeding voor een bepaalde sector wordt vastgelegd in nadere wet- en regelgeving.

Verzekerdeninvloed

Per 1 januari 2021 treedt de wet verzekerdeninvloed in werking. Zorgverzekeraars moeten hiervoor een schriftelijke inspraakregeling vastleggen en een representatieve, deskundige en onafhankelijke verzekerdenvertegenwoordiging organiseren. Daarmee wordt de invloed van verzekerden op het beleid van hun zorgverzekeraar wettelijk verankerd. De Eerste Kamer heeft dit wetsvoorstel op 3 maart 2020 aanvaard. De inwerkingtreding geschiedt bij koninklijk besluit.

Zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Voor de regeling financiering van de zorg aan onverzekerbare vreemdelingen (122a Zvw) wordt een wetswijziging voorbereid, zodat deze regeling meer fraudebestendig wordt en medisch toerisme wordt tegengegaan. Er wordt overwogen een legitimatieplicht in te voeren om meer zicht te krijgen op de reguliere gebruikers (illegalen en onverzekerbare vreemdelingen) en een wachttijd om zorgtoerisme tegen te gaan.

Tabel 13 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

3.157.586

4.735.967

3.413.893

3.438.691

3.318.511

3.392.187

3.444.626

        

Uitgaven

3.112.270

4.736.436

3.389.019

3.345.783

3.328.242

3.394.511

3.446.126

waarvan juridisch verplicht

  

100%

    
        

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

       

Subsidies (regelingen)

172.263

172.482

312.670

244.904

176.892

162.703

140.238

Medisch specialistische zorg

77.503

63.461

75.518

75.997

78.532

74.740

65.692

Curatieve ggz

0

19.060

27.676

25.531

25.330

24.838

24.834

Eerste lijnszorg

0

10.153

71.270

72.368

13.054

14.579

16.174

Lichaamsmateriaal

17.002

18.571

24.891

24.756

24.765

24.670

24.664

Medische producten

48.473

61.237

113.315

46.252

35.211

23.876

8.874

Overige

29.285

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

14.668

1.596.192

38.451

13.680

14.059

13.743

13.739

Medisch specialistische zorg

0

973

669

669

669

279

278

Curatieve ggz

0

4.917

4.927

3.916

3.592

3.575

3.574

Eerste lijnszorg

0

206

89

89

102

102

102

Lichaamsmateriaal

7.933

7.592

3.488

2.221

2.221

2.221

2.221

Medische producten

2.670

1.582.504

29.278

6.785

7.475

7.566

7.564

Overige

4.065

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

17.300

38.201

15.763

11.858

10.960

11.612

11.461

aCBG

2.140

1.831

1.051

432

432

1.083

933

aCBG

1.714

2.200

2.200

300

0

0

0

CIBG

13.446

34.170

12.512

11.126

10.528

10.529

10.528

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

1.713

1.320

1.233

505

745

1.111

1.660

Overige

1.713

1.320

1.233

505

745

1.111

1.660

Bijdrage aan medeoverheden

0

2

139

139

139

139

139

Overige

0

2

139

139

139

139

139

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

        

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

       

Subsidies (regelingen)

76.084

120.460

149.546

156.586

136.515

127.352

127.974

Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen

1.083

1.337

1.337

1.337

1.337

1.337

1.337

Regeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden

0

44.771

44.924

44.229

44.229

44.229

44.225

Regeling veelbelovende zorg

0

4.094

37.819

55.321

66.766

72.187

72.799

Medisch-specialistische zorg

63.262

47.851

43.794

34.800

18.753

2.036

2.053

Curatieve ggz

9.020

8.999

11.592

12.221

2.542

5.499

5.497

Eerste lijnszorg

0

13.397

10.069

8.667

2.877

2.053

2.052

Overige

2.719

11

11

11

11

11

11

Bekostiging

2.789.138

2.761.184

2.834.970

2.888.834

2.959.446

3.048.062

3.121.749

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

2.749.100

2.722.900

2.796.500

2.850.300

2.921.000

3.009.600

3.083.300

Zorg illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

39.885

38.284

38.470

38.534

38.446

38.462

38.449

Overige

153

0

0

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten

25.286

18.523

11.261

7.981

7.290

6.674

6.058

Overgangsregeling FLO/VUT ouderenregeling ambulancepersoneel

25.185

18.397

11.135

7.855

7.164

6.548

5.932

Overige

101

126

126

126

126

126

126

Opdrachten

2.951

13.953

9.425

5.722

6.620

7.456

7.454

Risicoverevening

1.084

1.874

2.019

2.019

2.019

2.019

2.018

Uitvoering zorgverzekeringstelsel

267

846

888

916

916

916

916

Medisch-specialistische zorg

0

7.620

4.120

445

1.218

1.935

1.934

Curatieve ggz

0

424

424

30

30

34

34

Eerste lijnszorg

0

102

102

102

102

102

102

Overige

1.600

3.087

1.872

2.210

2.335

2.450

2.450

Bijdrage aan agentschappen

12.467

9.813

10.640

10.642

10.644

10.644

10.640

 

12.467

9.813

10.640

10.642

10.644

10.644

10.640

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

400

4.304

4.919

4.930

4.930

4.930

4.929

SVB: Onverzekerden

400

3.877

3.877

3.878

3.878

3.878

3.877

Overige

0

427

1.042

1.052

1.052

1.052

1.052

Bijdrage aan andere begrotingshoofdstukken

0

2

2

2

2

85

85

VenJ: Bijdrage C2000

0

2

2

2

2

85

85

        

Ontvangsten

6.158

6.353

95.053

12.553

12.553

12.553

12.553

Overige

6.158

6.353

95.053

12.553

12.553

12.553

12.553

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget voor 2021 van € 462 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft diverse subsidies op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid, subsidies ter bevordering van de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en subsidies die de werking van het stelsel bevorderen.

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2021 van € 47,9 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft diverse opdrachten op het gebied van kwaliteit en (patiënt)veiligheid en opdrachten die de toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg en de werking van het stelsel moeten bevorderen.

Bekostiging

Van het beschikbare budget voor 2021 van € 2,8 miljard is 100% juridisch verplicht. Het betreft de rijksbijdrage aan het Zorgverzekeringsfonds voor de financiering van verzekerden jonger dan 18 jaar en de bekostiging van de compensatie van (een deel van) de gederfde inkomsten van zorgaanbieders als gevolg van het verstrekken van zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen.

Inkomensoverdrachten

Van het beschikbare budget 2021 van € 11,3 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft de overgangsregeling FLO/VUT voor het ambulancepersoneel.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget voor 2021 van € 26,4 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het CJIB voor de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet.

Bijdragen aan medeoverheden

Van het beschikbare budget voor 2021 van € 139.000 is 100% juridisch verplicht.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Van het beschikbare budget voor 2021 van € 6,2 miljoen is 100% juridisch verplicht. Het betreft voornamelijk de bijdrage aan het Zorginstituut Nederland voor de aanpak van onverzekerden en wanbetalers Zorgverzekeringswet en de bijdrage aan ZonMw voor het programma goed gebruik hulpmiddelen.

Bijdragen aan andere begrotingshoofdstukken

Van het beschikbare budget 2021 van € 2.000 is 100% juridisch verplicht. Het betreft de bijdrage aan C2000. Het communicatienetwerk voor hulp en veiligheidsdiensten.

1. Kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de zorg

Subsidies

Medisch-specialistische zorg

VWS stelt in 2021 € 75,5 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de medisch specialistische zorg. Hieronder valt een aantal zorggebieden, zoals: oncologie, geboortezorg, acute zorg en antibioticaresistente.

Voor de oncologie is in 2021 in totaal € 61,7 miljoen beschikbaar voor:

  • het bevorderen van fundamenteel, translationeel en klinisch kankeronderzoek ten behoeve van verbetering van de overleving van kanker en het bevorderen van kwaliteit van leven van de patiënt;

  • het verbeteren van de oncologische en palliatieve zorg door het verzamelen van gegevens, het bewaken van kwaliteit, het faciliteren van samenwerkingsverbanden en bij- en nascholing;

  • de eenmalige registratie van alle pathologie-uitslagen, het beheer hiervan in een landelijke databank en het computernetwerk voor de gegevensuitwisseling met alle pathologielaboratoria in Nederland. Deze gegevens vormen de basis voor de landelijke kankerregistratie, zijn onmisbaar voor de evaluatie en monitoring van de bevolkingsonderzoeken, ondersteunen de patiëntenzorg en worden gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek.

Voor de geboortezorg is in 2021 in totaal € 3,7 miljoen beschikbaar voor het doorvoeren van verdere verbeteringen met als doel het terugdringen van de perinatale sterfte en het bevorderen van een goede start van moeder en kind. Met deze middelen wordt ingezet op:

  • Het koppelen van afzonderlijke registraties (van de verschillende beroepsgroepen) waardoor een sectorbrede perinatale registratie ontstaat, die mogelijkheden biedt voor onderzoek, vergelijkingen en indicatoren op basis waarvan verbeteringen kunnen worden doorgevoerd.

  • Het verder ontwikkelingen van de perinatale audituitvoering mede door het analyseren van uitgevoerde audits, het formuleren van verbeterpunten voor regio’s, actief inzetten op kennisdeling en rapporteren over auditthema’s.

  • Visieontwikkeling, verbinden, agenderen, adresseren, faciliteren en regievoeren op het gebied van preventie, kwaliteitsontwikkeling, zwangere centraal en verbeteren integrale geboortezorg op basis van de adviezen van de stuurgroep Zwangerschap en Geboorte Een goed begin (2010) en de agenda geboortezorg 2018–2022 (Kamerstukken II 2017/18, 32 279, nr. 119).

  • Het ondersteunen van regio’s die stappen willen zetten richting integrale bekostiging geboortezorg.

  • Ondersteunen van kraamzorg op maat. Dit betekent het meer flexibel inzetten van kraamzorg zodat het goed aansluit op de vraag per gezin.

Daarnaast is er € 2,4 miljoen beschikbaar voor de voortzetting van het ZonMw-programma Zwangerschap en geboorte op basis van de nieuwe onderzoeksagenda Een gezonde start voor moeder en kind; Integrale zorg rondom zwangerschap. Deze middelen zijn overgeheveld naar artikel 1 Volksgezondheid.

Voor de acute zorg is in 2021 in totaal € 0,5 miljoen beschikbaar. Deze middelen zijn onder andere bestemd voor de uitvoering van de afspraken uit het Actieplan ambulancezorg (Kamerstukken II 2018/19, 29247, nr. 263). Op 12 november 2018 heeft de minister voor Medische Zorg het actieplan ambulancezorg gepresenteerd. Het actieplan loopt 3 jaar en moet mogelijk maken dat de ambulancesector nu en in de toekomst goede ambulancezorg kan blijven bieden. Doel van het actieplan is:

  • verbeteren van de responstijden voor spoedeisende ambulancezorg.

  • zorgdragen voor een efficiëntere inzet van spoedeisende en planbare ambulancezorg: alleen een ambulance waar het echt moet, andere zorg waar het kan. Met als uitgangspunt dat de patiënt minimaal even goede of zelfs betere zorg ontvangt.

  • het expliciteren van de kwaliteitseisen waaraan de ambulancezorg moet voldoen.

  • zorgdragen voor voldoende ambulancezorgprofessionals, die zijn toegerust voor het belangrijke werk dat zij doen.

  • daarnaast willen partijen met dit actieplan een bijdrage leveren aan het oplossen van de druk op de acute zorg, door binnen de acute zorg de samenwerking te intensiveren en werkwijzen te uniformeren.

Voor het thema patiëntveiligheid is in de jaren 2020–2023 in totaal € 20 miljoen beschikbaar voor het plan van aanpak Tijd voor verbinding dat op 1 oktober 2018 is aangeboden aan de minister voor Medische Zorg (bijlage bij Kamerstukken II 2018/19, 31016, nr. 111). Het doel van het plan is in vier jaar tijd te komen tot een aanmerkelijke en betekenisvolle daling van de potentieel vermijdbare schade en sterfte in de ziekenhuiszorg. Kern van het plan van aanpak is de inrichting en uitvoering van een Netwerkorganisatie Patiëntveiligheid. De opdracht aan de netwerkorganisatie is een beweging van professionals, bestuurders en patiënten op gang te brengen die gezamenlijk in alle ziekenhuizen de patiëntveiligheid verder verbetert.

Voor de aanpak van antibioticaresistentie in de zorg is in 2021 een bedrag van € 10,6 miljoen beschikbaar. Op 13 februari 2019 zijn de beleidsregels subsidiëring regionale zorgnetwerken antibiotica resistentie (ABR) gepubliceerd. Op grond van deze beleidsregels kunnen de tien regionale zorgnetwerken ABR subsidie aanvragen voor activiteiten om antibioticaresistentie tegen te gaan. Het Centrum Infectiebestrijding van het RIVM (RIVM-CIb) verstrekt de subsidies in opdracht van het ministerie van VWS. De zorgnetwerken worden georganiseerd door tien aangewezen partijen: acht universitaire medisch centra, het Amphia ziekenhuis en het Isala ziekenhuis.

Voor transgenderzorg is vanaf 2021 structureel € 2,8 miljoen beschikbaar. Deze middelen zijn bestemd voor een subsidieregeling die het voor transgendervrouwen eenmalig mogelijk maakt om een subsidie aan te vragen voor het operatief plaatsen van borstprothesen.

Voor het doen van onderzoek naar genderverschillen in de gezondheidszorg, en het beter verspreiden van kennis voert ZonMw van 2016 tot en met 2022 het programma Gender en gezondheid uit. VWS heeft hiervoor in totaal € 12 miljoen ter beschikking gesteld. De middelen hiervoor zijn overgeheveld naar artikel 1 Volksgezondheid.

Voor het vervolg op het ZonMw-onderzoeksprogramma Memorabel is in totaal € 32 miljoen beschikbaar voor de periode 2017–2020. Met dit programma wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan het onderzoek naar de oorzaken, preventie, diagnostiek en behandeling van dementie en de zorg voor mensen met dementie. Voor de curatieve zorg is hier jaarlijks € 3 miljoen voor beschikbaar gesteld, die zijn overgeheveld naar artikel 1 Volksgezondheid.

Curatieve geestelijke gezondheidszorg

VWS stelt in 2021 € 27,7 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de curatieve geestelijke gezondheidszorg.

Voor de sluitende aanpak voor personen met verward gedrag wordt een samenhangend pakket aan maatregelen genomen waarvoor in 2021 € 33,1 miljoen en structureel € 32,8 miljoen beschikbaar is. Uit de € 33,1 miljoen voor 2021 wordt een bijdrage geleverd van € 14,8 miljoen aan de subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden. Het doel van deze subsidieregeling is het wegnemen van belemmeringen voor het verstrekken van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen, waaronder ook personen met verward gedrag. Circa € 8 miljoen is beschikbaar op artikel 1 Volksgezondheid voor de uitvoering van het actieprogramma personen met verward gedrag door ZonMW om gemeentelijke projecten en initiatieven te faciliteren die bijdragen aan het realiseren van een regionale sluitende aanpak voor personen met verward gedrag, de inrichting van regionale meldpunten, de inzet van ggz-expertise in de wijk en flexibele inzet van zorg en begeleiding en pilots met vervoer van personen met verward gedrag door regionale ambulancevoorzieningen Daarnaast is er € 4,5 miljoen beschikbaar voor de inzet van het vervoer van personen met verward gedrag (psycholances) dat wordt gefinancierd vanuit de premiemiddelen.

Voor suïcidepreventie is in 2021 in € 14,3 miljoen beschikbaar.

Hiervan is € 4,8 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de doelstellingen en activiteiten van een nieuwe landelijke agenda suïcidepreventie (2021-2025). Deze agenda baseert zich op de eerdere agenda’s, maar vooral op recente kennis en voorbeelden van effectieve suïcidepreventie. In totaal is hiervoor in de jaren 2021-2025 jaarlijks € 4,8 miljoen beschikbaar gesteld. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Voordewind c.s. (TK 32 793, nr. 466).

De overige middelen zijn bedoeld voor:

  • het verlenen van concrete hulp en interventies als ook voor de verspreiding van kennis via voorlichting, bewustwording en advisering over het terugdringen van suïcide;

  • het realiseren van een lokale aanpak binnen zeven regio’s om het aantal suïcides terug te dringen.

De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) is op 1 januari 2020 in werking getreden. Voor de het ondersteunen van de afronding van de implementatie en de uitvoering van de wet is structureel € 3,7 miljoen beschikbaar. De middelen zijn onder andere beschikbaar voor het ketenprogramma Wvggz, de wetsevaluatie en het ontwikkelen en beheren van een informatiestandaard voor gegevensuitwisseling in de keten.

Voor vertrouwenspersonen in de ggz is in 2021 € 9 miljoen beschikbaar. Deze middelen maken het mogelijk dat er in de ggz een beroep kan worden gedaan op de patiëntvertrouwenspersoon (pvp) en de familievertrouwenspersoon (fvp). Met ingang van 2020 hebben de werkzaamheden van de pvp en fvp hun wettelijke basis in de wet verplichte ggz.

Eerstelijnszorg

VWS stelt in 2021 € 71,3 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van de eerstelijnszorg.

Voor de uitvoering van de bestuurlijke afspraken paramedische zorg is voor de periode 2019–2022 in totaal € 15 miljoen beschikbaar. Van dit bedrag zal € 10 miljoen worden weggezet via ZonMW voor het bevorderen van kwaliteit (zorgstandaarden en richtlijnen), transparantie, kennis en onderzoek. De overige € 5 miljoen worden ingezet voor het verbeteren van de informatievoorziening voor de patiënt, het verhogen van de organisatiegraad in de sector en digitalisering.

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord wijkverpleging is voor de periode 2019–2022 jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar. Van dit bedrag zal jaarlijks € 2 miljoen worden ingezet voor realisatie en uitbreiding van het richtlijnenprogramma wijkverpleging inclusief patiëntenparticipatie.

Daarnaast stelt VWS voor de HLA-periode € 60 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ten behoeve van investeringen in de wijkverpleging. De subsidieregeling is in 2020 in samenspraak met de HLA partijen uitgewerkt. De middelen worden rechtstreeks aan zorgaanbieders en/of zorgprofessionals beschikbaar gesteld. De regeling dient bij te dragen aan het kwalitatief verbeteren van de (organisatie van) zorg en het bevorderen van de gezondheid en zelfredzaamheid van cliënten in de eigen (woon- en leef) omgeving. Zeggenschap voor zorgprofessionals dient geborgd te zijn evenals aandacht voor vroeg signalering en preventie.

Lichaamsmateriaal

VWS stelt in 2021 € 24,9 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies Lichaamsmateriaal. Het is voor activiteiten rond donatie waarvoor de Nederlandse Transplantatiestichting (€ 14 miljoen) en ziekenhuizen (€ 4,7 miljoen) binnen de zeven orgaandonatieregio’s (Groningen, Nijmegen, Maastricht, Utrecht, Amsterdam, Leiden en Rotterdam) subsidies ontvangen. Doel van deze subsidies is burgers naar behoefte te informeren over orgaandonatie, het proces rond orgaan- en weefseldonatie kwalitatief en logistiek zo goed mogelijk vorm te geven en te zorgen voor een goed ondersteunend proces rond orgaan- en weefseldonatie in ziekenhuizen.

Voor de periode 2021 tot en met 2030 wordt jaarlijks een bedrag van € 1,5 miljoen geraamd voor een onderzoeksprogramma voor regeneratieve geneeskunde (Regmed). Dit bedrag zal naar het ministerie van EZK worden overgeboekt die penvoerder voor dit programma zal zijn.

Voor pilotstudies om te onderzoeken of perfusie van organen bijdraagt aan een grotere geschiktheid en grotere slagingskans voor transplantatie ontvangen een aantal academische centra sinds een aantal jaren subsidies van in totaal € 2,7 miljoen. De resultaten van de pilots lijken positief. Het voornemen bestaat om na afronding van de pilots deze op te nemen in de reguliere financiering van de zorg.

Medische producten

Voor subsidies Medische producten is € 113,3 miljoen beschikbaar in 2021. Hier worden subsidies geraamd rond medicatieoverdracht, een VIPP-regeling Farmacie, onafhankelijke informatie over geneesmiddelen aan zorgverleners, informatievoorziening voor gebruikers van hulpmiddelen en de beschikbaarheid van medische radio-isotopen.

Opdrachten

Curatieve geestelijke gezondheidszorg

In 2021 is € 4,9 miljoen beschikbaar voor het uitvoeren van opdrachten ter bevordering van de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid in de geestelijke curatieve gezondheidszorg, waaronder € 2,1 miljoen voor het opzetten en de exploitatie van een landelijk meldnummer personen met verward gedrag en € 2,3 miljoen voor campagnes gericht op depressie, stigmatisering en LHBTI.

Lichaamsmateriaal

Dit betreft onder meer de kosten geraamd voor de publieksvoorlichting rond orgaandonatie. In 2021 zal deze in het teken staan van de nieuwe Donorwet. Specifieke aandacht gaat uit naar doelgroepen waaronder die met beperkte gezondheidsvaardigheden, die moeite ervaren om informatie en kennis over gezondheid te verkrijgen en toe te passen. In 2021 is hiervoor € 2 miljoen beschikbaar.

Medische producten

Voor de inkoop van medische hulpmiddelen is 2021 een bedrag beschikbaar van € 29,3 miljoen. Hiervan is een bedrag van € 25 miljoen beschikbaar voor de inkoop van persoonlijke beschermingsmiddelen en testmaterialen en de kosten die hiermee samenhangen zoals transportkosten en facilitaire kosten zoals gemaakt door het Landelijk coördinatiecentrum hulpmiddelen.

De overige middelen zijn bedoeld voor diverse opdrachten op het gebied van informatievoorziening over het voorschrijven van geneesmiddelen, een internationaal onderzoeksprogramma (Gard-P) voor de ontwikkeling van nieuwe antibiotica en diverse onderzoeken op het gebied van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen,de Stichting Farmaceutische Kengetallen, het Zorginstituut voor registers geneesmiddelen en het RIVM voor een onderzoek naar implantaten.

Bijdrage aan agentschappen

aCBG

Het agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG) ontvangt een bijdrage (€ 1,1 miljoen) om de informatie over geneesmiddelen voor patiënten op een begrijpelijke wijze te ontsluiten. Daarnaast ontvangt aCGB een bijdrage (€ 2,2 miljoen) voor de internationale samenwerking met verschillende nieuwere EU-lidstaten als gevolg van afspraken die zijn gemaakt bij de komst van het Europese Geneesmiddelen Agentschap (EMA).

CIBG

Hier worden de bijdragen geraamd voor onder meer het Donorregister (€ 4,9 miljoen), het uitvoeren van de Wet op de Geneesmiddelenprijzen (WGP) en het Geneesmiddelenvergoedingensysteem (€ 3,3 miljoen) en het verlenen van vergunningen en ontheffingen (€ 2,7 miljoen). Daarnaast voert het CIBG onder meer taken uit in het kader van het implantatenregister, vergunningen en ontheffingen.

3. Ondersteuning van het zorgstelsel

Subsidies

Subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt

De uitvoering van de subsidieregeling Veelbelovende Zorg Sneller bij de Patiënt ligt bij het Zorginstituut in samenwerking met ZonMw. De nieuwe regeling is ter vervanging van de regeling voor de voorwaardelijke pakkettoelating. Het doel van de subsidieregeling is dat innovaties voor de patiënt op een veilige wijze én sneller dan voorheen in het basispakket kunnen stromen, en dat we beter inzicht krijgen in de (kosten)effectiviteit van deze veelbelovende innovatieve interventies. Tevens is de regeling bedoeld om kleinere partijen beter te ondersteunen met het doen van onderzoek. In 2021 is een bedrag van € 37,8 miljoen beschikbaar.

Subsidieregeling medisch noodzakelijke zorg onverzekerden

Het doel van deze subsidie is het wegnemen van financiële belemmeringen voor het verstrekken van medisch noodzakelijke zorg aan onverzekerde personen, waaronder dak- en thuislozen en personen met verward gedrag. De kosten worden met name gemaakt bij ggz-zorg en ziekenhuizen. De uitgavenposten worden door de uitvoerder van de regeling (CAK) gemonitord. In 2021 is een bedrag van € 44,9 miljoen begroot.

Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen

De Stichting klachten en geschillen zorgverzekeringen (SKGZ) ontvangt voor het project Zorgverzekeringslijn een instellingssubsidie. De activiteiten van de Zorgverzekeringslijn voorzien in informatie en advies over de zorgverzekering, de verzekeringsplicht, wat te doen bij betalingsproblemen of onverzekerdheid en biedt zo nodig en gewenst een doorverwijzing naar lokaal welzijnswerk of schuldbemiddeling. In 2021 zal de Zorgverzekeringslijn ook gemeenten actief informeren over de geleerde lessen van gemeenten die actief aan de slag zijn gegaan met de lijst wanbetalers zorgpremie van het CAK. In 2021 is € 1,3 miljoen beschikbaar voor de SKGZ.

Medisch-specialistische zorg

VWS stelt in 2021 € 43,8 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de medisch-specialistische zorg.

Voor het ontsluiten van patiëntgegevens in de medisch-specialistische zorg en de uitwisseling tussen instellingen onderling is er de periode 2020-2023 in totaal € 75 miljoen beschikbaar voor ziekenhuizen, universitair medische centra en overige instellingen voor medisch specialistische zorg (VIPP programma voor de MSZ). De uitgaven in 2021 worden geraamd op € 27 miljoen.

Om ervoor te zorgen dat ook in de geboortezorg patiënten veilig en digitaal kunnen beschikken over hun gestandaardiseerde medische gegevens in een persoonlijke gezondheidsomgeving en alle betrokken zorgverleners optimaal zijn geïnformeerd is in de periode 2019-2023 € 15 miljoen beschikbaar (Babyconnect). De uitgaven in 2021 worden geraamd op € 4,4 miljoen.

Bij de invoering van integrale tarieven in de MSZ is een subsidieregeling ingesteld om de financiële belemmeringen voor vrijgevestigde medisch specialisten bij een overstap naar loondienst te verminderen. Daarnaast zijn er middelen beschikbaar die zijn toegekend in het kader van het regeerakkoord om de gelijkgerichtheid in ziekenhuizen te bevorderen. De uitgaven voor de subsidieregeling en het bevorderen van gelijkgerichtheid in 2021 worden geraamd op € 8,7 miljoen.

Curatieve geestelijke gezondheidszorg

VWS stelt in 2021 € 11,6 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de curatieve geestelijke gezondheidszorg.

In de nieuwe afspraken aanpak wachttijden ggz (Kamerstukken II 2016/17, 25424, nr. 369) is afgesproken om de inzet van e-health in de ggz te stimuleren en te investeren in de informatievoorziening, waaronder een verbeterde uitwisseling tussen zorgverleners en hun patiënten. Dit draagt eraan bij dat de patiënt veilig en gestandaardiseerd over zijn medische gegevens kan beschikken in een persoonlijke gezondheidsomgeving en kan kiezen met welke zorgverleners hij deze wil delen. De inzet van e-health is belangrijk om patiënten meer steun te kunnen bieden als zij op de wachtlijst staan, en ervoor te zorgen dat de patiënt eerder bij de juiste zorgverlener terecht kan. Hierdoor kan er doelmatiger worden behandeld wat op termijn bijdraagt aan kortere wachttijden. Hiervoor is in de periode 2018–2021 in totaal € 50 miljoen beschikbaar.

In het kader van de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord geestelijke gezondheidszorg is gedurende de looptijd van het akkoord (2019–2022) jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar voor projecten gericht op destigmatisering en zelfmanagement en herstel.

In het hoofdlijnenakkoord 2019–2022 hebben partijen afgesproken dat het Onderzoeksprogramma ggz bij ZonMW wederom gedurende de looptijd van het akkoord bestendigd wordt met jaarlijks € 5 miljoen. Belangrijke thema’s binnen het programma zijn vroege herkenning en behandeling en gepersonaliseerde zorg, en het stimuleren van kwaliteit en doelmatigheid. Gedurende de looptijd worden verdere inhoudelijke prioriteiten gesteld in afstemming met de ggz-partijen van de Agenda voor gepast gebruik en transparantie.

Eerstelijnszorg

VWS stelt in 2021 € 10,1 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van subsidies ter ondersteuning van het zorgstelsel ten behoeve van de eerstelijnszorg.

Voor de uitvoering van het hoofdlijnenakkoord huisartsenzorg zijn de volgende middelen gereserveerd:

  • voor het programma OPEN ten behoeve van het ontsluiten van patiëntengegevens uit eerstelijnszorg is gedurende de periode 2019-2022 € 27,6 miljoen beschikbaar. In 2021 zijn de uitgaven geraamd op € 6,6 miljoen.

  • het NHG heeft de Nationale Onderzoeksagenda Huisartsgeneeskunde opgesteld. Voor deze onderzoeksagenda wordt voor de looptijd van dit akkoord jaarlijks € 2 miljoen extra beschikbaar gesteld via een programma van ZonMw.

  • voor de uitvoering van landelijke projecten die ondersteunend zijn aan de afspraken in dit akkoord is jaarlijks een bedrag van maximaal € 1 miljoen beschikbaar uit het budgettair kader huisartsenzorg. Alle ondertekenaars van dit akkoord kunnen projectvoorstellen aandragen en gezamenlijk wordt besloten over de inzet van de middelen.

Bekostiging

Rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds voor financiering van verzekerden 18-

Kinderen tot achttien jaar betalen geen nominale premie Zvw. De rijksbijdrage Zorgverzekeringsfonds (circa € 2,8 miljard) voorziet in de financiering van deze premie.

Zorg aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen

Zorgaanbieders kunnen een bijdrage vragen aan het CAK als zij medisch noodzakelijke zorg hebben verleend aan illegalen en andere onverzekerbare vreemdelingen en de kosten daarvan niet of niet volledig verhaalbaar blijken op de patiënt. Zorgaanbieders kunnen in aanmerking komen voor compensatie uit collectieve middelen onder in de wet (Zvw, art. 122a) gestelde voorwaarden. In 2021 is € 38,5 miljoen beschikbaar voor de regeling. De uitvoeringskosten van deze regeling zijn opgenomen in artikel 4 Zorgbreed beleid.

Inkomensoverdrachten

Overgangsrecht FLO/VUT-ouderenregeling

Bij de afschaffing van de regelingen rond Functioneel Leeftijdsontslag/Vervoegde Uittreding (FLO/VUT) zijn afspraken gemaakt over de vergoeding van het overgangsrecht ouderenregelingen voor de verschillende diensten om de continuïteit van ambulancezorg te garanderen en om een ongelijk speelveld tussen de verschillende soorten ambulancediensten (publiek, B3 en particulier) te voorkomen. De kosten van het overgangsrecht zijn in de tarieven voor de ambulancediensten verwerkt. Met de ambulancediensten is een overeenkomst gesloten, waarin is geregeld dat een groot deel van de kosten bij VWS gedeclareerd kan worden. Om verschillen in de tariefstelling ten gevolge van de ouderenregelingen te voorkomen, is ervoor gekozen de betalingen van alle drie deze regelingen via de begroting van VWS te laten verlopen. In 2021 is hiervoor een bedrag beschikbaar van € 11,1 miljoen.

Opdrachten

Risicoverevening

In 2021 worden er in het kader van de risicoverevening diverse onderzoeken verricht. Het onderzoeksprogramma wordt jaarlijks besproken met de Werkgroep Ontwikkeling Risicoverevening (WOR). Het accent van het onderzoek ligt op onderhoud van het vereveningsmodel en aansluiting op mogelijke nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld een wijziging in de bekostiging of nieuwe databronnen. De komende jaren zal de uitbraak van COVID-19 grote impact hebben op de databestanden en daarmee op de berekeningen van het vereveningsmodel. Hier wordt in het komende onderzoeksprogramma rekening mee gehouden. In 2021 is € 2 miljoen beschikbaar voor het onderzoeksprogramma.

Bijdragen aan agentschappen

CJIB: onverzekerden en wanbetalers

Het kabinet vindt het ongewenst dat mensen zich aan de solidariteit van de Zorgverzekeringswet onttrekken door zich niet te verzekeren. Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (Wet Ovoz) worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het CAK in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB). De uitvoeringskosten van het CAK (opgenomen in artikel 4 Zorgbreed beleid), de SVB en het CJIB worden door VWS betaald. In 2021 is € 10,6 miljoen beschikbaar voor het CJIB.

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

SVB: Onverzekerden

Op grond van de Wet opsporing en verzekering onverzekerden zorgverzekering (Wet Ovoz) worden onverzekerde verzekeringsplichtigen actief opgespoord. Die opsporing vindt plaats door het CAK in samenwerking met de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Bij niet nakomen van de verzekeringsplicht kan tot twee keer een bestuursrechtelijke boete worden opgelegd. Inning van de bestuurlijke boetes vindt plaats door het Centraal Justitieel Incasso Bureau. De uitvoerings-kosten van de SVB worden door VWS betaald. In 2021 is € 3,9 miljoen beschikbaar voor de SVB.

Ontvangsten

Voor 2021 worden de totale ontvangsten op dit artikel geraamd op € 10 miljoen. De ontvangsten hebben hoofdzakelijk betrekking op afrekening van eerder verstrekte subsidievoorschotten en de afrekening van de uitvoeringskosten in het kader van de aanpak van zowel wanbetalers als onverzekerden.

9

Vektis (2019), Ontwikkeling (niet-)gecontracteerde wijkverpleging 2016-2018 en Vektis (2019), ontwikkeling (niet-)gecontracteerde ggz, 2016-2019, macro-cijfers.

10

Vanwege de lange doorlooptijd van de dbc’s in de ggz zijn nog geen recentere gegevens beschikbaar.

Licence