Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.3 Artikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat: 1. ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en 2. – wanneer dit nodig is – thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg biedt. Daarbij worden ondersteuning en zorg geboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag en de weerbaarheid van de burger staan centraal bij het bieden van passende zorg. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

De minister is verantwoordelijk voor een effectief en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland.

Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit of thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen. Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015).

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

De minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • en aanjagen van een adequate uitvoering van betreffende wetten en vernieuwing in de maatschappelijk ondersteuning en de langdurige zorg. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.

  • van de ontwikkeling en verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de ondersteuning en zorg te versterken.

Financieren:

  • van de Wmo 2015 en de Wlz.

  • van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel.

Regisseren:

  • vaststellen van de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz en sturen door het maken van bestuurlijke afspraken en door gebruik te maken van de bevoegdheid van interbestuurlijk toezicht.

  • monitoren en evalueren van de werking van de Wmo 2015 en de Wlz.

Wonen Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO)

De samenleving vergrijst in rap tempo. In 2040 zijn er twee keer zoveel 65-plussers als in 2020. Daarmee stijgen zorgvraag en zorguitgaven. Ook de arbeidsmarkttekorten stijgen, terwijl het mantelzorgpotentieel daalt. Tevens is er een tekort aan geschikte woonplekken voor ouderen. De minister voor LZS heeft begin juli 2022 (Kamerstukken II 2021/22, 29389, nr. 111) een beleidsprogramma WOZO aan de Tweede Kamer aangeboden. Ouderen zijn van grote waarde in onze samenleving. De meeste willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Dit vergroot de levenskwaliteit. Het is aan de samenleving om hieraan een bijdrage te leveren.

Belangrijke onderdelen/actielijnen van dit beleidsprogramma zijn: 1. Samen vitaal en zelfstandig ouder worden

2. Organisatie basiszorg

3. Passende ouderenzorg in samenhang

4. Wonen en ouderen

5. Innovatie en anders organiseren

In het Coalitieakkoord ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’ zijn verschillende maatregelen opgenomen die in het programma WOZO samenhangend terug komen. In 2023 worden onder meer de volgende activiteiten ondernomen:

  • Afronding van de eerste fase van de doorontwikkeling van het kwaliteitskader verpleegzorg;

  • Eerste effecten scheiden van wonen en zorg (€ 40 miljoen, UPZ);

  • Inzet transitiemiddelen scheiden wonen en zorg door regiobudget zorgkantoren ( € 40 miljoen, UPZ);

  • Inzet stimuleringsbudget Wlz (€ 31 miljoen, UPZ);

  • Vergroten inzicht in gepaste zorg en kwaliteit van zorg (€ 6 miljoen);

  • Het ondersteunen van gemeenten en het stimuleren van de totstandkoming van geclusterde woningen (€ 33,8 miljoen);

  • Samen Vitaal Ouder Worden (€ 25,5 miljoen);

  • Digitale zorg en ondersteuning door onder andere herijking Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) en het stimuleren van de inzet technologie in de Wmo  (€ 29,8 miljoen).

Jaarlijks zal verantwoording worden gevraagd over de uitgevoerde activiteiten en uitgaven, zodat eventueel kan worden bijgestuurd richting de doelstellingen.

Huisvesting voor aandachtsgroepen

In het programma ‘Een thuis voor iedereen’ worden de knelpunten voor het vinden van passende woonruimte die enkele aandachtsgroepen ondervinden aangepakt met als gezamenlijke ambitie dat iedereen in 2030 een prettig en betaalbaar (t)huis heeft, met waar nodig de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding.

Om aan gemeenten, provincies, woningcorporaties en andere maatschappelijke partners ondersteuning te bieden bij het realiseren van de doelen uit het programma ’Een thuis voor iedereen’, zal een brede ondersteuningsstructuur worden opgezet. Ook vanuit VWS worden middelen beschikbaar gesteld hiervoor. In 2023 t/m 2025 wordt in ieder geval jaarlijks € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor een expertteam dat gemeenten en woningcorporaties gaat ondersteunen.

Gehandicaptenzorg

Het programma Volwaardig Leven is inmiddels afgerond. De monitor6 liet zien dat het programma een succesvolle impuls aan de beweging richting toekomstbestendige gehandicaptenzorg heeft gegeven. Tegelijkertijd wordt aandacht gevraagd voor borging, opschaling en kennisverspreiding van de goede resultaten.

Met de programmatische uitwerking van de ‘Toekomstagenda: zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking’ geeft het kabinet hier opvolging aan. Via zes concrete onderwerpen wordt gewerkt aan het verder ondersteunen van de beweging naar een toekomstbestendige gehandicaptenzorg. Dat zijn:

  • complexe zorg (o.a. inzet op vroegsignalering);

  • zorg en ondersteuning aan mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB);

  • verbetering van de cliëntondersteuning;

  • zorgtechnologie en innovatie (o.a. implementatie en opschaling technologie);

  • een gerichte aanpak voor arbeidsmarkt en vakmanschap;

  • mensen met een beperking die een levenslange, levensbrede ondersteuningsvraag hebben in het gemeentelijk domein (bijv. dagbesteding en/of begeleiding vanuit de Wmo).

Deze ondersteuning stelt hen in staat eigen regie te voeren en volwaardig te kunnen participeren in de samenleving. Samen met partijen wordt de toekomstagenda nader ingevuld en uitgevoerd.

Het kabinet geeft daarnaast een vervolg aan de vijf pilots gespecialiseerde cliëntondersteuning (GCO) voor de doelgroepen ZEVMB, Autisme, NAH, LVB met gedragsproblematiek en naasten. In 2023 zal worden gebouwd aan het structureel borgen van deze vorm van ondersteuning. Doelstelling daarbij is om in 2024 met een nieuwe organisatie gespecialiseerde cliëntondersteuning gebundeld aan te bieden. Daarbij is het nadrukkelijk de bedoeling om te komen tot een ‘leerloop’ waarin de geleerde lessen worden ingebracht bij gemeenten en bij verschillende instanties.

Palliatieve zorg en geestelijke verzorging thuis

Palliatieve zorg is erop gericht om de kwaliteit van leven te verbeteren en het lijden te voorkomen en te verlichten voor mensen die niet meer beter worden. Het is belangrijk dat problemen van fysieke, psychische, sociale en spirituele aard tijdig worden gesignaleerd en behandeld. Omdat mensen steeds langer thuis wonen kunnen palliatieve patiënten (en hun naasten) en mensen met levensvragen boven de vijftig jaar geestelijke verzorging thuis krijgen. De komende jaren zullen steeds meer mensen palliatieve zorg nodig hebben, mede vanwege de toenemende vergrijzing. In 2020 zijn er 168.677 mensen overleden waarvan ongeveer 105.810 overledenen palliatieve zorg en ondersteuning nodig hadden7. Dit zal steeds verder toenemen.

Van 2022 tot en met 2027 is er vanuit het coalitieakkoord in totaal € 150 miljoen beschikbaar om de kwaliteit, toegankelijkheid en financiering van de palliatieve zorg en geestelijke verzorging thuis een impuls te geven. Deze middelen worden onder andere ingezet voor het Nationaal programma Palliatieve Zorg II (NPPZ II) en een intensivering van de Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis. Doelen van dit programma zijn maatschappelijke bewustwording over palliatieve zorg en proactieve zorg en ondersteuning. Er zal een tussentijdse evaluatie (2024) en een eindevaluatie plaatsvinden van het programma (2026). De resultaten van NPPZ II worden inzichtelijk door monitoring en effectevaluatie waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande bronnen om administratieve lasten te voorkomen. Evaluatie van de Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis vindt elke vijf jaar plaats (2026).

Infectiepreventie in de langdurige zorg

Een van de geleerde lessen in de COVID-pandemie is dat de hygiënebevordering en infectiepreventie in de verpleeghuizen en gehandicaptenzorg versterkt moeten worden. Kennis hierover en gedrag zijn van groot belang bij het bestrijden van een uitbraak en het beschermen van cliënten en zorgverleners. Ook de Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft geconcludeerd dat het in verpleeghuizen nodig is om kennis en expertise op het gebied van hygiëne en veiligheid te behouden en onderhouden. Het kabinet stelt reeds middelen ter beschikking aan Verenso, V&VN, ActiZ en «Waardigheid en Trots op locatie» voor het bevorderen van infectiepreventie en het aanbieden van kennis en ondersteuning aan verpleeghuizen. Vanaf 2023 wordt gestart om de infectiepreventie naar een hoger niveau te brengen binnen de langdurige zorg. Doelstelling is dat de langdurige zorg goed voorbereid is op (pandemische) uitbraken van infectieziekten. De aanpak is erop gericht dat instellingen op basis van de vastgestelde stand van zaken gerichte verbeterplannen opstellen en uitvoeren. Daarnaast wordt ingezet op het aanbieden van kennis, ondersteuningsproducten en opleidingen.

Programma Eén tegen eenzaamheid

Het programma Eén tegen eenzaamheid is in de periode 2018-2021 ex-durante geëvalueerd. Uit deze beleidsevaluatie (Kamerstukken II 2021/22, 29538, nr. 330) blijkt dat het programma effect heeft. Uit de evaluatie van het programma die in 2021 is uitgevoerd blijkt dat gemeenten en nationale partners langdurige aandacht voor het onderwerp eenzaamheid nodig vinden. Zij hechten veel waarde aan de rol van het actieprogramma Eén tegen eenzaamheid daarbij. De prevalentie van eenzaamheid wordt gevolgd aan de hand van de Gezondheidsmonitor. Daaruit blijkt dat in de periode van het programma de eenzaamheid onder de hele bevolking boven de 18 jaar met 3,6% is gestegen sinds 2016 (staat van VenZ: Eenzaamheid | De Staat van Volksgezondheid en Zorg (staatvenz.nl)). De grootste verklarende factor van deze stijging van eenzaamheid zijn de COVID-19 maatregelen in de periode dat de meting werd afgenomen (najaar 2020).

Het programma Eén tegen eenzaamheid wordt vanaf 2022 en verder doorgezet.

Dit gebeurt via (maatwerk)ondersteuning en advisering aan gemeenten, het aanjagen van de Nationale coalitie tegen eenzaamheid, met een publiekscampagne en ontwikkeling van kennis.

De ondersteuning van gemeenten is gericht op het versterken van het lokale netwerk (inclusief private partners), signalering en huisbezoeken. Hier zal met de middelen uit het regeerakkoord extra op ingezet worden de komende drie jaar. Daarnaast komt er in 2023 een regeling voor maatschappelijke initiatieven en gaat de Nationale Wetenschapsagenda aan de slag met kennisconsortia om de kennis over eenzaamheid en de effectiviteit van interventies, o.a. bij jongeren, te vergroten.

In 2023 zal ook de Week tegen Eenzaamheid weer plaatsvinden als onderdeel van de publiekscampagne om eenzaamheid meer bespreekbaar te maken.

Eerlijkere eigen bijdrage Wmo voor huishoudelijke hulp

Een eerlijkere eigen bijdrage is noodzakelijk om de aanzuigende werking van de huishoudelijke hulp te remmen en de (financiële) druk op Wmo-voorzieningen in brede zin te verminderen. Zo blijven zorg en ondersteuning in het kader van de Wmo beschikbaar. Deze maatregel uit het coalitieakkoord vergt een wetswijziging die momenteel wordt voorbereid.

De maatregel moet ingaan op 1 januari 2025. Tot die tijd wordt de werking van het abonnementstarief gemonitord via de monitor Abonnementstarief. In 2023 worden voorbereidingen getroffen om deze maatregel in te voeren. Onder meer door een uitvoeringstoets van het CAK.

Verbeteren van het Wmo-toezicht

Een professioneel en goed functionerend toezicht is noodzakelijk om de kwaliteit van passende ondersteuning te kunnen waarborgen. De afgelopen jaren is via een werkagenda getracht het Wmo-toezicht op onderdelen te versterken. Echter, IGJ rapportages laten zien dat de versterking en professionalisering van het Wmo-toezicht niet snel genoeg gaan. Tevens laat aanvullend onderzoek van Significant zien dat er knelpunten zijn in het (goed) organiseren van het Wmo-toezicht binnen gemeenten.

Om het Wmo-toezicht sneller te verbeteren en de Wmo-toezichthouder een duidelijkere taakomschrijving mee te geven, worden in 2023 de randvoorwaarden voor de Wmo-toezichthouder geborgd in wet- en regelgeving. Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre het wenselijk is het toezicht te organiseren op regionaal niveau.

Monitoring zal in ieder geval plaatsvinden via de IGJ (wettelijke verankerde jaarlijkse rapportages over ontwikkelingen in het Wmo-toezicht). Aanvullend wordt nog bezien of een meer specifieke monitoring wenselijk is.

Onbeperkt meedoen / coördinatie implementatie VN-verdrag handicap

«Onbeperkt meedoen» geeft vanaf 2018 een gerichte impuls aan de uitvoering van het VN-verdrag voor mensen met een handicap (hierna: VN-verdrag handicap). Dit coördinerende programma wordt samen met maatschappelijke organisaties, bedrijven, ministeries (OCW, SZW, BZK en I&W) en gemeenten uitgevoerd. De verantwoordelijkheid voor de implementatie van het VN-verdrag handicap is structureel en vraagt dus ook in 2023 en volgende jaren verdere inspanning. Onlangs zijn – vanuit de gemaakte afspraken in het coalitieakkoord en mede op basis van de inzichten uit de evaluatie - de actielijnen voor het vervolg van de coördinatie van het VN-verdrag handicap vanuit VWS in de komende jaren vastgesteld.8 Deze aanpak richt zich onder meer op het faciliteren en realiseren van belangrijke randvoorwaarden van de implementatie. Zoals kennisontwikkeling en – verspreiding rond toegankelijkheid en inclusie, communicatie en bewustwording en de inzet van ervaringsdeskundigheid. Ook richt de aanpak zich op het versneld realiseren van concrete verbeteringen op een aantal terreinen van het VN-verdrag, zoals bijvoorbeeld de overgang van onderwijs naar werk of het organiseren van inclusie in de publieke ruimte. Deze inzet krijgt vorm via het sluiten van inclusiepacten met partijen in een stad, regio of netwerk van organisaties.

Aanpak dak- en thuisloosheid en beschermd wonen

In het coalitieakkoord zijn structureel aanvullende middelen gereserveerd voor het voorkomen van dakloosheid, de om- en afbouw van de maatschappelijke opvang en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze mensen. Voor de periode vanaf 2023 zal VWS een plan presenteren dat op dit moment wordt uitgewerkt en waarbij preventie van dakloosheid en ‘wonen eerst’ belangrijke principes zijn.910 Een beperkt aantal scenario’s wordt hiertoe uitgewerkt door een ambtelijke werkgroep. Uw Kamer zal geïnformeerd worden over de doordecentralisatie. In 2023 zal tevens nadruk liggen op de uitvoering van een inhoudelijke werkagenda. Belangrijke doelstellingen daarin zijn onder andere het stimuleren van regionale samenwerking, het verbeteren van de toegang tot beschermd wonen, het garanderen- of beter mogelijk maken van flexibel op- en afschaalbare ambulante begeleiding en het realiseren van voldoende woningen en woonvarianten.

Gezinnen en volwassenen beschermd

Geweld door iemand uit huiselijke kring of het netwerk van het slachtoffer heeft ernstige gevolgen voor veiligheid, welzijn en ontwikkeling van volwassenen, kinderen/jongeren en gezinnen. Gemeenten moeten zorgen voor een stelsel waarin bij onveiligheid voldoende zorg is zodat het geweld kan stoppen en duurzaam wordt opgelost. In het programma toekomstscenario wordt de komende jaren voortgebouwd op de basis die de afgelopen jaren gelegd is (Kamerstukken II 2021/22, 31839, nr. 853).

Het ministerie werkt in 2023 aan de doorontwikkeling van de aanpak van huiselijk geweld en ook kindermishandeling door te focussen op het doorbreken van de cirkel van geweld. Er wordt daarom ingezet op de plegeraanpak en het plegeraanbod van gemeenten, deskundigheidsbevordering in traumabehandeling en maatregelen tegen ouderenmishandeling. Verder wordt gewerkt aan de maatregelen rondom schadelijke praktijken die genoemd staan in het coalitieakkoord. We faciliteren het Landelijk Netwerk Veilig Thuis, de VNG en Valente om met gemeenten en aanbieders en met inzet van ervaringskennis de dienstverlening van de vrouwenopvanginstellingen en Veilig Thuis door te ontwikkelen.

De aanpak van seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld (SGG en SG) krijgt in 2023 vorm in het Nationaal Actieplan SGG en SG. De aanpak van loverboyproblematiek en mensenhandel krijgt vorm in het programma Samen tegen Mensenhandel. In het kader van verdragsverplichtingen worden er in samenhang hiermee acties ingezet om meer aandacht te vragen voor gender gerelateerd geweld, zoals intiem terreur en stalking.

Tabel 15 Tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

14.790.146

13.911.609

16.187.537

18.528.096

18.332.604

19.640.925

20.966.520

        

Uitgaven

12.186.970

13.826.536

16.187.863

18.528.096

18.839.704

20.148.025

21.473.620

        

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

165.522

301.598

439.638

370.686

377.200

288.172

218.872

Subsidies (regelingen)

64.234

54.426

96.212

98.746

93.365

109.223

80.923

Toegang tot zorg en ondersteuning

9.286

9.851

9.984

10.002

7.927

7.930

7.930

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

25.182

17.785

5.590

399

1.533

1.650

1.650

Inclusieve samenleving

14.734

8.926

71.245

78.843

74.406

91.167

62.867

Kennis en informatiebeleid

11.571

11.526

8.845

8.832

8.829

7.806

7.806

Overige

3.461

6.338

548

670

670

670

670

Opdrachten

57.504

184.547

114.722

97.656

100.796

88.497

88.497

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

48.948

62.341

62.231

62.138

62.126

62.127

62.127

Toegang tot zorg en ondersteuning

187

1.797

1.783

1.777

1.776

1.776

1.776

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

2.933

2.897

2.651

976

975

975

975

Inclusiviteit

2.747

104.352

35.903

20.488

21.486

9.186

9.186

Kennis, informatie en innovatiebeleid

170

1.567

1.566

1.566

1.566

1.566

1.566

Aanbesteden Sociaal Domein

1.146

28

0

0

0

0

0

Overige

1.373

11.565

10.588

10.711

12.867

12.867

12.867

Bijdrage aan agentschappen

16.891

6.368

43.869

37.368

26.129

5.343

5.343

Overige

16.891

6.368

43.869

37.368

26.129

5.343

5.343

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

11.280

12.855

13.329

13.311

13.305

13.304

13.304

Doventolkvoorzieningen

11.280

12.855

13.329

13.311

13.305

13.304

13.304

Bijdrage aan medeoverheden

8.313

6.702

144.706

86.805

86.805

71.805

30.805

Overige

8.313

6.702

144.706

86.805

86.805

71.805

30.805

Storting/onttrekking begrotingsreserve

7.300

36.700

26.800

36.800

56.800

0

0

Stimulerings regeling wonen en zorg

7.300

36.700

26.800

36.800

56.800

0

0

        

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

12.021.448

13.524.938

15.748.225

18.157.410

18.462.504

19.859.853

21.254.748

Subsidies (regelingen)

159.281

160.255

263.332

281.688

301.231

243.382

166.915

Zorg merkbaar beter maken

77.359

69.494

163.987

179.618

196.497

139.632

70.916

Kennis, informatie en innovatiebeleid

37.129

36.993

34.535

27.058

29.370

28.387

20.696

Palliatieve zorg en ondersteuning

44.793

53.768

64.810

75.012

75.364

75.363

75.303

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bekostiging

11.681.043

13.184.000

15.283.300

17.691.000

17.970.900

19.434.600

20.903.900

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

4.101.700

4.234.000

4.883.300

5.141.000

5.270.900

5.434.600

5.603.900

Bijdrage Wlz

7.579.343

8.950.000

10.400.000

12.550.000

12.700.000

14.000.000

15.300.000

Inkomensoverdrachten

0

0

0

0

0

0

0

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

31.566

30.520

21.738

20.044

21.398

8.054

7.054

Zorgdragen voor langdurige zorg

31.566

30.520

21.738

20.044

21.398

8.054

7.054

Overige

0

0

0

0

0

0

0

Bijdrage aan agentschappen

427

447

463

463

443

443

443

Overige

427

447

463

463

443

443

443

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

148.007

149.042

168.796

164.215

168.532

173.374

176.436

Uitvoeringskosten Sociale Verzekerings Bank

42.317

44.302

48.378

48.695

48.384

48.266

48.266

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

105.690

104.740

120.418

115.520

120.148

125.108

128.170

Bijdragen aan medeoverheden

1.124

674

10.596

0

0

0

0

Overige

1.124

674

10.596

0

0

0

0

        

Ontvangsten

10.547

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

Overige

10.547

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

5.691

Budgetflexibiliteit

Subsidies

Van het beschikbare budget van € 337,6 miljoen is 64,7% juridisch verplicht in verband met verplichtingen voor instellingssubsidies en (meerjarige) projectsubsidies. Het betreft onder meer de instellingssubsidies aan het CCE, Vilans, Movisie, Stichting Alzheimer Nederland, Stichting MIND, Mantelzorg NL, Landelijke luisterlijn en regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging. Bij de projectsubsidies betreft het onder meer Waardigheid en Trots op locatie en voor de gehandicaptenzorg gespecialiseerde clientondersteuning, begeleiding a la carte, sociale werkplaatsen en de innovatie impuls.

Bekostiging

Van het beschikbare budget van € 14,8 miljard is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de bijdrage in de Wlz en de bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK).

Opdrachten

Van het beschikbare budget voor 2023 van € 123,8 miljoen is 85,3% juridisch verplicht. Dit betreft onder meer de opdracht aan Valys voor het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer.

Bijdragen aan agentschappen

Van het beschikbare budget van € 44,4 miljoen is 13,1% juridisch verplicht. Dit betreft bijdragen aan bijvoorbeeld RVO voor het uitvoeren van de stimuleringsregelingen E-health en wonen en zorg.

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

Van het beschikbare budget van € 154,9 miljoen is 100% juridisch verplicht. Dit betreft de uitvoeringskosten ZBO’s SVB en CIZ.

Bijdragen aan medeoverheden

Van het beschikbare budget van € 155,4 miljoen is 7,7% juridisch verplicht. Het betreft hier onder de regelingen specifieke uitkering domein-overstijgend samenwerken, één tegen eenzaamheid, valpreventie en scheiden wonen en zorg. Daarnaast valt ook de decentrale uitkering bestemd voor de aanpak dakloosheid hieronder.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Van het beschikbare budget van € 26,8 miljoen is 0% juridisch verplicht. Dit betreft de stimuleringsregeling woon-zorgcombinaties en langer thuis.

Tabel 16 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2023

juridisch verplicht

97,80%

bestuurlijk gebonden

1,03%

beleidsmatig gereserveerd

1,17%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (≥ 65 jaar) en de algemene bevolking in 2020 (percentages)

*< 65 jaar. Bij mensen met een verstandelijke beperking gaat het om (on)betaald werk, zowel 65-plus als 65-min.

Bron: Notitie NIVEL Participatiecijfers 2011 ‒ 2021

Kengetal: Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer.

Subsidies

Toegang tot zorg en ondersteuning

Dit onderdeel bestaat uit subsidies voor onafhankelijke cliëntondersteuning, gratis Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en de Landelijke Luisterlijn. De aanpak van cliëntondersteuning richt zich via verschillende activiteiten op de volgende opgaven (a) meer inzicht krijgen in de behoefte naar cliëntondersteuning, (b) het dichtbij organiseren van cliëntondersteuning, (c) het beter bekend maken onder cliënten en professionals van dit gratis recht, (d) het bevorderen van kwaliteit en deskundigheid van de ondersteuning, in bijzonder waar het gaat om specifieke groepen om deze beter te bedienen. Hiervoor is in 2023 € 5 miljoen beschikbaar.

Voor de Landelijke Luisterlijn is € 4,8 miljoen beschikbaar gesteld (voorheen Sensoor).

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

Deze post bestaat uit subsidie voor MantelzorgNL, aanpak dakloosheid en Stimulering e-health thuis.

Voor MantelzorgNL is in 2023 een budget voor instellingssubsidie beschikbaar van € 2,7 miljoen vanwege hun kennis en activiteiten gericht op het versterken en verlichten van mantelzorgers en vrijwilligers.

Tevens is € 2 miljoen beschikbaar voor de aanpak van mensenhandel en € 1 miljoen voor subsidies in het kader van de aanpak dakloosheid.

Voor de brede aanpak van dak- en thuisloosheid stelt het coalitieakkoord structureel € 65 miljoen extra beschikbaar. Van deze € 65 miljoen wordt in 2023 € 62 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds. Gemeenten zijn op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk om passende ondersteuning te realiseren die gekoppeld is aan huisvesting.

Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) geeft een impuls aan de opschaling en borging van e-health-toepassingen die mensen thuis ondersteuning en zorg biedt. Het gaat hierbij om digitale toepassingen die de kwaliteit van leven van mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag verbeteren. De ambitie van het ministerie van VWS is dat cliënten mede door het beschikbaar van e-health langer thuis kunnen wonen. In het coalitieakkoord zijn middelen vrijgemaakt voor stimuleren van woonvormen en langer thuis wonen. In dit kader zal deze regeling worden verlengd en herijkt. Deze regeling wordt uitgevoerd door het RVO.

Inclusieve samenleving

Onder inclusieve samenleving vallen Onbeperkt meedoen, Eén tegen eenzaamheid, respijtzorg, sociale basis en wonen en zorg.

Het hoofddoel van Eén tegen eenzaamheid is de trend van eenzaamheid doorbreken, waardoor in 2025 minder dan 56% van de 75-plussers in Nederland zich eenzaam voelt.

Hoe meer mensen zich bewust zijn van het probleem van eenzaamheid en weten wat ze eraan kunnen doen en daar in gefaciliteerd worden, hoe beter eenzaamheid kan worden voorkomen. De uitvoerende sociaal, maatschappelijke ondernemers en initiatieven worden gefinancierd om hun activiteit of interventie tegen eenzaamheid, uit te voeren.

Hier is in 2023 € 2,3 miljoen voor beschikbaar gesteld.

Woon- zorgcombinaties en stimuleren langer thuis wonen

In het coalitieakkoord is hiervoor € 7 miljoen beschikbaar gesteld, voor onder andere de Werkplaatsen Sociaal Domein die als doel hebben om thuiswonende ouderen beter te kunnen helpen. In het kader van respijtzorg, het beter ondersteunen van mantelzorgers, wordt er in 2023 € 1,7 miljoen beschikbaar gesteld uit de coalitieakkoordmiddelen voor Subsidie Werk en Mantelzorg, Subsidie Alliantie Jonge Mantelzorger, JMZ Pro en de Subsidie mantelzorgtest.nl & social media campagne.

Om woonvormen voor jong en oud te stimuleren is in 2023 € 9 miljoen beschikbaar gesteld. Het doel is de ontmoeting van jongeren en ouderen te stimuleren door bijvoorbeeld een vrijwillige maatschappelijke diensttijd en woonplekken waar jongeren betaalbaar kunnen samenleven met ouderen. Er wordt hiervoor gebruik gemaakt van landelijke subsidieregelingen.

Voor onderzoek en aanpak van alzheimer is in 2023 € 5 miljoen beschikbaar gesteld en is er ruim 31 miljoen beschikbaar voor Scheiden Wonen en Zorg en 9 miljoen voor Valpreventie.

Kennis en informatiebeleid

Deze post van € 8,8 miljoen bestaat uit subsidies voor Movisie en de sociale werkplaatsen. Voor het kennisinstituut Movisie is een subsidie budget van € 7,8 miljoen beschikbaar voor het verzamelen, verrijken, valideren en verspreiden van kennis voor de ondersteuning van gemeenten en instellingen ten behoeve van een adequate uitvoering van de Wmo 2015 en vergelijkbare terreinen.

Voor 2023 is voor de verschillende Werkplaatsen Sociaal Domein € 2,7 miljoen beschikbaar. Dit zijn regionale samenwerkingsverbanden van gemeenten, instellingen, hogescholen en cliëntorganisaties, met als doel een goed functionerend en vraag gestuurd regionaal kennisnetwerk sociaal domein op te bouwen. Door de betrokken partijen wordt hieraan gewerkt op basis van een meerjarige kennisagenda.

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

Mensen met een mobiliteitsbeperking kunnen gebruik maken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi (€ 62 miljoen in 2023). Het BRV gehandicapten is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben op het aantal verreden kilometers.

Passende zorg en levensbrede ondersteuning

Het kabinet heeft structureel € 65 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor de brede aanpak van dak- en thuisloosheid. Van deze € 65 miljoen wordt zoals eerder vermeld € 62 miljoen overgeheveld naar het gemeentefonds in 2023 middels een decentrale uitkering. Van de resterende € 3 miljoen is € 1,8 miljoen beschikbaar voor het verstrekken van opdrachten voor een brede aanpak dakloosheid, communicatie, inzet van ervaringsdeskundigen, etc.

Inclusiviteit

Naar aanleiding van het coalitieakkoord worden middelen ingezet voor de uitvoering van het programma onbeperkt meedoen en ter implementatie van het VN-verdrag handicap. Hiervoor is in 2023 € 4,5 miljoen beschikbaar gesteld. De belangrijkste doelen zijn het organiseren van een kennisuitwisselingsstrategie rond het VN-verdrag handicap en het organiseren van INC pacten (inclusie pacten) op basis van dit VN-verdrag.

Voor stimuleren woonvormen en langer thuis is in 2023 € 10,8 miljoen beschikbaar om gerichte landelijke campagnes te organiseren en de ondersteuningsstructuur van de woonzorgopgave aan te pakken. Dit zal onder meer plaatsvinden door ondersteuning van de Taskforce Wonen en Zorg. Deze Taksforce bestaat uit een team van adviseurs en experts die de ruim 80 ambassadeur ondersteunen.

Voor Eén tegen eenzaamheid is € 1,5 miljoen beschikbaar voor de publiekscampagne en een thematisch programma Eenzaamheid van de Nationale wetenschapsagenda (NWA).

Overige

Dit betreft middelen (€ 6,4 miljoen) inzake de gratis VOG. Van de € 6,4 miljoen is € 4,3 miljoen overgeheveld naar het instrument opdrachten voor toegang tot de zorg en ondersteuning.

Bijdragen aan agentschappen

Overige

Er is in 2023 € 27,8 miljoen beschikbaar gesteld voor het verlengen van de SET-regeling en het stimuleren van de implementatie- en opschaling van digitale ondersteuning en zorg in de ouderenzorg. Daarnaast is er € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitvoeringstoets van het CAK inzake de eigen bijdrage huishoudelijke hulp. Dit laatste zal na correctie geboekt worden op bijdragen aan ZBO’s/RWT’s. 

Bijdragen aan ZBO's/RWT's

Doventolkvoorzieningen

De tolkvoorziening voor mensen met een auditieve beperking wordt in het leefdomein geregeld door Tolkcontact. Het UWV is aangewezen als uitvoerder van de voorziening. In 2023 is voor de doventolkvoorziening € 13,3 miljoen beschikbaar.

Bijdragen aan medeoverheden

Overige

Op dit budget zijn de specifieke uitkeringen aan gemeenten (SPUK) geboekt. Dit is € 8 miljoen inzake Woon-zorg combinaties en stimuleren langer thuis wonen, € 10 miljoen voor Respijtzorg, € 10 miljoen inzake Eén tegen eenzaamheid en bijdragen aan gemeenten voor Valpreventie (12,5 miljoen) en Scheiden Wonen en Zorg (33 miljoen) . Daarnaast is het bedrag van € 62 miljoen voor de aanpak dakloosheid beschikbaar gesteld. Dit bedrag gaat in 2023 via een decentrale uitkering (DU) naar de gemeenten.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Stimuleringsregeling wonen en zorg

Voor de stimuleringsregelingen die bijdragen aan de bouw van geclusterde wooneenheden voor ouderen en ontmoetingsruimtes is € 26,8 miljoen beschikbaar in 2023.

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

Subsidies

De Wet langdurige zorg (Wlz) regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een beperking en mensen met een psychische aandoening. Ter ondersteuning aan de Wlz worden vanuit de begroting beleidsartikel 3 verschillende subsidie-initiatieven ondersteund. Hiervoor is in totaal € 263,3 miljoen beschikbaar.

Zorg merkbaar beter maken (€ 164,0 miljoen)

Voor de VVT-sector is een budget van € 31,4 miljoen beschikbaar voor 2023. Dit bestaat verschillende activiteiten middelen gereserveerd om de kwaliteit van de ouderenzorg te verbeteren. De activiteiten zijn ook opgenomen in het programma WOZO en betreffen vooral de inzet van de transitiemiddelen scheiden wonen en zorg die in het kader van de het coalitieakkoord beschikbaar zijn gesteld voor:

  • Ondersteuningsprogramma «waardigheid en trots op locatie»;

  • Ondersteuning van specialisten oudergeneeskunde en huisartsen (duurzame medische zorg in de regio);

  • Ontwikkeling van vastgoedconcepten voor de verpleegzorg;

  • Bevorderen inzet digitale zorg;

  • Ondersteuning van het maatschappelijk debat over de toekomst van de ouderenzorg;

  • Sterke basiszorg voor ouderen.

Ter verbetering van de gehandicaptenzorgzorg is in 2021 de toekomstagenda «Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking» opgesteld. De uitvoering van de toekomstagenda is in 2022 gestart en wordt geïntensiveerd in 2023 en latere jaren. Hier is € 14,3 miljoen voor beschikbaar. Daarnaast worden de pilots gespecialiseerde clientondersteuning geborgd, zodat deze doelgroep de gewenste ondersteuning nu en de toekomst krijgt (€ 9,3 miljoen).

Zorgverleners kunnen voor expertise over ernstig probleemgedrag terecht bij het CCE. Zij richt zich op de meest complexe zorgvragen bij deze groep, waarbij de zorgverleners vastlopen en de kwaliteit van bestaan van de cliënt ernstig onder druk staat. Hier is € 16,6 miljoen voor beschikbaar.

De missie uit de Nationale Dementiestrategie 2021-2030 is: «Mensen met dementie en hun naasten kunnen als waardevol lid van onze samenleving functioneren en goede ondersteuning en zorg ontvangen». Er wordt wetenschappelijk onderzoek gedaan naar mogelijke preventie, behandeling en genezing van dementie. Door een bijdrage aan het initiatief Hoofdzaken wordt gewerkt aan vroege preventie van dementie. Vanuit het regeerakkoord is hiervoor totaal € 7,5 miljoen aan subsidiebudget voor de langdurige zorg beschikbaar.

Het Groninger Zorgakkoord is een convenant tussen verschillende partijen die de toekomst van de zorg in het aardbevingsgebied willen verbeteren. Een afspraak uit dit convenant is dat ca. 20 zorggebouwen die niet aardbevingsbestendig zijn herbouwd moeten worden naar ca. 9 aardbevings- én toekomstbestendige zorglocaties. Het kabinet heeft € 42,5 miljoen in 2023 beschikbaar gesteld.

Tevens is € 27,6 miljoen beschikbaar gesteld om de hygiëne en infectiepreventie in de langdurige zorg te verbeteren. Dit is van groot belang bij het bestrijden van een pandemische uitbraak en het beschermen van cliënten en zorgverleners. Instellingen worden ondersteund bij het verbeteren van hun hygiëne en infectiepreventie zodat ze op basis van de stand van zaken gerichte verbeterplannen kunnen opstellen en uitvoeren. Bij de zorg thuis wordt ingezet op het opzetten van een kennisplatform, jaarlijkse e-learnings en kwaliteitscontrole door IGJ en GGD-en.

Daarnaast worden onder andere subsidies ingezet voor het terugdringen van de administratieve lasten, de Wet zorg en dwang, het compensatiepakket Zeeland, de hersenletselteams en de inzet van vrijwillige mentoren bij kwetsbare cliënten (totaal € 14,8 miljoen).

Kennis, informatie en innovatiebeleid (€ 34,5 miljoen)

Kennis, informatie en innovatiebeleid dragen bij aan juiste, passende en efficiënte zorg. In 2023 is hiervoor € 24,1 miljoen beschikbaar. Het doel is om de kwaliteit van de geboden zorg te verbeteren door continu het kennisniveau bij zorgverleners en cliënten te vergroten. In 2023 ligt de nadruk op de start van de ontwikkeling van passende zorg in de Wlz. Tevens wordt eraan gewerkt om het inzicht in de effectiviteit en doelmatigheid van de geleverde zorg te vergroten, sturingsmogelijkheden op effectieve zorg te ontwikkelen en transparantie over kwaliteit en leren van elkaar te verbeteren. 

Mede op verzoek van de Tweede Kamer is snelheid gemaakt met het wetsvoorstel elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (Wegiz). Dit wetsvoorstel is inmiddels aan de Tweede Kamer aangeboden ter behandeling. Mede met het oog op het wetsvoorstel is het noodzakelijk dat er in 2023 en latere jaren wordt ingezet op het stimuleren en implementeren van elektronische gegevensuitwisseling in de langdurige zorg en de bijbehorende randvoorwaarden. Hiervoor is in 2023 € 8,8 miljoen beschikbaar. Daarnaast is € 1,6 miljoen gereserveerd voor subsidies pgb.

Palliatieve (terminale) zorg en geestelijke verzorging thuis (€ 64,8 miljoen)

Voor mensen die door ziekte en kwetsbaarheid in hun laatste levensfase verkeren is palliatieve (terminale) zorg voorhanden. Deze zorg is gericht op het voorkomen en verlichten van lijden, door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling. Vrijwilligers en netwerken die deze zorg verlenen worden ondersteund met subsidie. Deze subsidieregeling voorziet ook in bekostiging van geestelijke verzorging thuis voor palliatieve patiënten en hun naasten, kinderen in de palliatieve fase en 50+ers met zingevingsvragen. Het kabinet heeft voor het uitvoeringsjaar 2023 additioneel € 19,5 miljoen aan subsidie beschikbaar gesteld voor onder andere kwaliteitsverbetering, toegankelijkheid en financiering van deze zorg. In totaal is in 2023 € 64,8 miljoen beschikbaar.

Bekostiging

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001. Bij die belastingherziening werden aftrekposten (die de heffing drukte over de hoogste schijf, waaronder een belastingplichtige viel) omgezet in heffingskortingen(die bij iedereen neerslaan in de eerste schijf). Hierdoor hebben personen met hoge inkomens geen voordeel boven personen met lage inkomens. Het gevolg hiervan was dat de opbrengst van de premies volksverzekeringen daalde. Het Wlz-fonds (en het AOW-fonds en het ANW-fonds) worden via BIKK gecompenseerd voor deze systematiekverandering. De raming voor 2023 bedraagt circa € 4,8 miljard. 

Bijdrage Wlz

Met ingang van 2019 wordt het (verwachte) negatieve saldo van het Fonds Langdurige Zorg (FLZ) jaarlijks weggewerkt door een even grote Rijksbijdrage Wlz in het fonds te storten. Een negatief saldo roept het onbedoelde en onjuiste beeld op dat er onvoldoende budget is om zorg te leveren. De Rijksbijdrage heeft een puur administratief karakter en dus geen materiële betekenis. De raming voor 2023 bedraagt € 9,7 miljard en loopt in latere jaren op vanwege de stijging van de Wlz-uitgaven, waar slechts een kleinere toename van de Wlz-ontvangsten tegenover staat. Zie voorts paragraaf 6.3.2 van het Financieel Beeld Zorg over de financiering van de Wet Langdurige Zorg.

Opdrachten

Zorgdragen voor langdurige zorg

Voor opdrachten is in 2023 € 21,7 miljoen beschikbaar. Hieronder vallen onder meer kosten voor de beleidsonderdelen: verpleeghuiszorg, toekomstagenda «Zorg en ondersteuning voor mensen met een beperking», dementie, infectiepreventie, elektronische gegevensuitwisseling en het beheer en de doorontwikkeling van het PGB 2.0-systeem.

Bijdrage aan agentschappen

Overige

Een zorgaanbieder die vanaf 1 januari 2020 gedwongen zorg verleent onder de Wet zorg en dwang of Wet verplichte ggz moet zijn locaties geregistreerd hebben in het openbaar locatieregister Wzd/Wvggz. De exploitatie van het locatieregister wordt uitgevoerd door het CIBG. Voor de uitvoering is € 0,5 miljoen beschikbaar.

Bijdrage ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten Centrum Indicatiestelling Zorg

De toegang tot de zorg moet goed en onafhankelijk georganiseerd zijn. Het CIZ heeft de opdracht om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor deze zorg via de indicatiestelling. Het kabinet stelt € 120,4 miljoen beschikbaar voor deze taakuitvoering.

Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank

De ontwikkeling van het PGB2.0-systeem in de vorm van het programma PGB eindigt oktober 2022. De transitie naar beheer wordt dan ingezet. Ontwikkeling stopt daarmee niet, maar volgt de snelheid horende bij structureel beheer. Vanaf dat moment zijn de kosten die de SVB maakt voor het PGB2.0-systeem uitvoeringskosten. Daarnaast worden er uitvoeringskosten gemaakt voor de Zvw-pgb.

De VNG en het ministerie van VWS zijn overeengekomen om met ingang van 2023 een structureel bedrag uit te nemen uit het Gemeentefonds t.b.v. de uitvoeringskosten van de SVB van de Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het overeengekomen bedrag van € 27,2 miljoen per jaar is gelijk aan de begrote uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet (€ 7,2 miljoen) en de Wmo (€ 20 miljoen) in 2022. Gezien de onzekerheid over de kostenontwikkeling evalueren de VNG en VWS deze afspraak na vier jaar (dus in 2026), op basis van de werkelijke uitvoeringskosten van de SVB voor de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning. Dat kan aanleiding zijn om de structurele uitname uit het Gemeentefonds naar boven of naar beneden bij te stellen.

Bijdrage aan medeoverheden

Overige

Onder bijdragen aan medeoverheden staan de beschikbare middelen voor specifieke uitkeringen aan gemeenten. Het gaat om het ondersteunen van domein overstijgende samenwerking (DOS) vooruitlopend op het wetsvoorstel DOS dat in 2022 aan de Tweede Kamer wordt aangeboden. Deze specifieke uitkering schept de mogelijkheid dat zorgkantoren (samen met zorgverzekeraars of gemeenten) investeren in preventieve maatregelen. Deze preventieve maatregelen bestaan uit extra inzet in het voorliggend domein waardoor instroom naar de Wlz wordt uitgesteld of voorkomen. Totaal is hiervoor € 10,6 miljoen beschikbaar.

6

Kamerstukken II 2021/22, 24170, nr. 253

8

Kamerstukken II 2021/22, 24170, nr. 254

10

Kamerstukken II 2021/22, 29325, nr. 132

Licence