V Buitenlandse Zaken
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Buitenlandse Zaken,T.W.B.Berendsen
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)
1 Leeswijzer
De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
2 Beleidsartikelen
2.1 Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde
Toelichting
Verplichtingen
Ten opzichte van de tweede suppletoire begroting BZ 2025 zijn de verplichtingen met EUR 15,1 miljoen lager uitgevallen .
Binnen subartikel 1.1 kan een substantieel deel hiervan, ongeveer EUR 4,4 miljoen, worden verklaard door de overheveling van budgetplaatsen voor Oekraïne naar artikel 2.6. Daarnaast is binnen dit subartikel sprake van een verdere onderuitputting doordat de jaarlijkse bijdrage aan de OESO lager is uitgevallen dan geraamd.
Binnen subartikel 1.2 is een onderuitputting van circa EUR 4 miljoen ontstaan. In 2025 is op basis van het advies van de IOB de landenlijst voor het mensenrechtenfonds strategisch aangepast. Hierdoor is het aantal posten dat MRF ontvangen minder geworden. Vooruitlopend hierop is de posten verzocht geen meerjarige verplichtingen aan te gaan tot duidelijk was welke posten in 2026 nog budget zouden krijgen. Hierdoor zijn er minder aangegaan.
Daartegenover staat binnen subartikel 1.3 (gastlandbeleid) een overschrijding van EUR 3,0 miljoen. Deze wordt grotendeels verklaard door een verplichtingenophoging van EUR 2,8 miljoen ten behoeve van de subsidie aan het Vredespaleis.
Uitgaven
Geen toelichting nodig.
2.2 Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen op artikel 2 vallen EUR 24,6 miljoen hoger uit dan geraamd tijdens de tweede suppletoire begroting door technische mutaties. Dit komt met name door EUR 7 miljoen hogere verplichtingen voor Matra subsidies, vanwege de RVO systematiek. Voor ODA stabiliteitsfonds zijn de verplichtingen EUR 3,3 miljoen uitgevallen voor bijdragen en EUR 12,9 miljoen hoger voor subsidies. Deze hogere verplichtingen komen door meer aanvragen voor dit vraag gestuurde fonds dan voorheen voorzien. Tot slot zijn er EUR 1 miljoen hogere verplichtingen voor Oekraïne Accountability subsidies en EUR 3 miljoen voor bijdragen vanwege de omzetting van betreffende budgetplaatsen van artikel 5.1 naar artikel 5.2.
Uitgaven
De uitgaven vielen EUR 8,1 miljoen lager uit ten opzichte van de tweede suppletoire begroting 2025. Dit komt met name door EUR 3,0 miljoen lagere uitgaven voor bijdrage aan VN crisisbeheersingsoperaties, EUR 2,3 miljoen lagere uitgaven voor de NAVO-Top en EUR 1,2 miljoen lagere opdrachten voor Makandra.
Ontvangsten
De ontvangsten vallen met EUR 6,4 miljoen hoger uit dan gemeld in de tweede suppletoire begroting in 2025 door extra restituties vanuit andere overheidsorganen voor o.a. de NAVO-Top. Daarnaast waren er hogere ontvangsten dan geraamd door overige restituties.
2.3 Artikel 3: Effectieve Europese Samenwerking
Toelichting
Verplichtingen
Het verplichtingenbudget voor artikel 3 Effectieve Europese Samenwerking neemt per saldo toe. De verplichtingenmutaties op artikelonderdeel 3.1 Afdrachten aan de Europese Unie en artikelonderdeel 3.6 Invoerrechten muteren mee met de uitgaven, zoals hieronder toegelicht. Het verplichtingenbudget daalt voor de Nederlandse bijdrage aan de Europese Vredesfaciliteit (EPF). Dit staat vermeld in de Decemberbrief Buitenlandse Zaken 2025.
Uitgaven
Artikel 3.1 , 3.6 en 3.10
De realisatie van nationale afdrachten (bni, plastic en btw) aan de EU is circa EUR 2 miljoen lager dan geraamd bij Najaarsnota 2025. De realisatie van de invoerrechten ligt EUR 188 miljoen hoger door een stijging van de handelsvolumes die via het grondgebied Nederland verlopen. Daartegenover staat ook een hogere realisatie van de ontvangen perceptiekostenvergoeding van EUR 59 miljoen.
Ten opzichte van de Najaarsnota 2025 zijn er nog enkele Traditionele Eigen Middelen (TEM)-nabetalingen gedaan aan de Europese Unie. De totale som bedraagt circa EUR 585.000 waarvan EUR 125.000 ingehouden perceptiekosten.
Artikel 3.4
Op het totale budget van het EU-sanctiebeleid is een onderbesteding van EUR 1,2 miljoen. Dit komt voornamelijk doordat het Centraal Meldpunt Sancties zich in 2025 nog in de oprichtingsfase bevond waardoor personeelskosten en ICT-kosten nog uit andere budgetten kwamen of nog niet werden gerealiseerd.
Artikel 3.5
De realisatie van de EPF valt EUR 198 miljoen lager uit vanwege de redenen zoals gemeld in de decemberbrief.
2.4 Artikel 4: Consulaire dienstverlening en uitdragen Nederlandse waarden
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen zijn EUR 23,1 miljoen lager uitgevallen dan geraamd bij de Tweede suppletoire begroting 2025. Dit wordt met name verklaard door lagere verplichtingen voor consulaire informatiesystemen. Deze zijn EUR 12,4 miljoen lager uitgekomen, als gevolg van het overboeken van bestaande verplichtingen voor externe inhuur naar artikel 7. Verplichtingen voor subsidies POBB zijn ook EUR 1,4 miljoen lager uitgevallen, evenals EUR 2,6 miljoen voor opdrachten onderzoeksprogramma.
Uitgaven
Geen toelichting nodig.
Ontvangsten
Geen toelichting nodig.
3 Niet-Beleidsartikelen
3.1 Artikel 6: Nog onverdeeld
Toelichting
Geen toelichting nodig.
3.2 Artikel 7: Apparaat
Toelichting
Verplichtingen
De verplichtingen vallen met EUR 21,1 miljoen hoger uit dan bij de Tweede suppletoire begroting verwacht. Dit wordt met name veroorzaakt door de hogere realisatie op de uitgaven zoals hieronder toegelicht.
Uitgaven
De realisatie op artikel 7 Apparaat valt met EUR 29,5 miljoen hoger uit dan bij de Tweede suppletoire begroting verwacht. Deze overschrijding is technisch van aard en komt met name door forse bezuinigingen op apparaat als gevolg van verschillende taakstellingen en de onvermijdelijke aanloopperiode om deze in te vullen en een aantal tegenvallers op de informatiesystemen. Deze overschrijding is reeds aangekondigd in de Decemberbrief (Kamerstuk 36 800-V, nr. 33). De omvang van de overschrijding valt uiteindelijk groter uit dan in de Decemberbrief was voorzien.
Ontvangsten
Zoals gemeld in de Decemberbrief (Kamerstuk 36 800-V, nr. 33) was de verwachting dat de ontvangsten ten opzichte van de Tweede suppletoire begroting met EUR 40 miljoen lager uit vielen. Dit is met name het gevolg van de aanpassing van de raming van een grote verkoop. De uiteindelijke realisatie van de ontvangsten ten opzichte van de Tweede suppletoire begroting is EUR 33,7 miljoen lager.