Base description which applies to whole site

IX Financiën en Nationale Schuld

GERAAMDE UITGAVEN EN ONTVANGSTEN

Figuur 1 Geraamde uitgaven IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 13.997,9 mln.

Figuur 2 Geraamde ontvangsten IX Financiën (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 265.979,3 mln.

Figuur 3 Geraamde belastingontvangsten IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 261.918,9 mln.

Figuur 4 Geraamde niet-belastingontvangsten IX Financiën verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 4.060,4 mln.

Figuur 5 Geraamde uitgaven IX Nationale Schuld verdeeld over beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 50.825,7 mln.

Figuur 6 Geraamde ontvangsten IX Nationale Schuld verdeeld over beleidsartikelen (bedragen x € 1 mln.). Totaal € 88.431,6 mln.

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETSVOORSTEL

Artikelen 1, 2 en 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld.

Het wetsvoorstel strekt ertoe om de onderhavige begrotingsstaten voor het aangegeven jaar vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor dat jaar. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota.

Met de vaststelling van deze wetsartikelen worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten vastgesteld. De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemde begrotingstoelichting).

De minister van Financiën E.Heinen

B. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN

1. Leeswijzer

Het werkterrein van het ministerie van Financiën

Voor u ligt de begroting 2027 van het ministerie van Financiën, begrotingshoofdstuk IX (Financiën en Nationale Schuld) van de Rijksbegroting. In de begroting staan de belangrijkste beleidsdoelen voor 2027 en de financiële gevolgen hiervan. Waar relevant wordt in de begroting verwezen naar Kamerstukken of andere beschikbare begrotingsinformatie. De Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet (CW) vormen het regelgevend kader voor de begroting. Vanwege tussentijdse afrondingen op duizenden, miljoenen of miljarden euro’s kan de som der delen afwijken van het totaal in de tabellen.

Opbouw van de begroting

Hoofdstuk 2: Beleidsagenda

Dit hoofdstuk bevat de beleidsprioriteiten van het ministerie van Financiën. Daarnaast worden hier de belangrijkste beleidsmatige mutaties toegelicht, evenals de openbaarheidsparagraaf, de Strategische Evaluatie Agenda en het overzicht van risicoregelingen.

Hoofdstuk 3: Beleidsartikelen Financiën (IXB)

In dit hoofdstuk worden de beleidsartikelen voor het begrotingshoofdstuk Financiën (IXB) gepresenteerd. De volgende beleidsterreinen komen aan bod: Belastingen (artikel 1), Financiële markten (artikel 2), Financieringsactiviteiten van de publiek-private sector (artikel 3), Internationale financiële betrekkingen (artikel 4), Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen (artikel 5), het Btw-compensatiefonds (artikel 6), Douane (artikel 9) en Toeslagen (artikel 13).

Hoofdstuk 4: Niet-beleidsartikelen

Dit hoofdstuk bestaat uit niet-beleidsartikelen, namelijk het artikel ‘Apparaat’ en het artikel ‘Nog onverdeeld’.

Hoofdstuk 5: Beleidsartikelen Nationale Schuld (IXA)

Hier worden de beleidsartikelen voor het begrotingshoofdstuk Nationale Schuld (IXA) behandeld. Het betreft Financiering staatsschuld (artikel 11) en Kasbeheer (artikel 12).

Bijlagen

Er zijn vijf bijlagen opgenomen: (1) Overzicht van Zelfstandige Bestuursorganen (ZBO’s) en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (RWT’s), (2) Overzicht van specifieke uitkeringen, (3) Subsidieoverzicht, (4) Uitwerking van de Strategische Evaluatie Agenda en (5) Lijst van gebruikte afkortingen.

Financiering staatsschuld en kasbeheer (Nationale Schuld)

Sinds 2013 behandelt begroting IX tevens de schuld van de Nederlandse Rijksoverheid. De artikelen worden middels een aparte begrotingsstaat vastgesteld. De begroting van de Nationale Schuld heeft twee specifieke eigenschappen. De eerste eigenschap is dat de rente-uitgaven en renteontvangsten op transactiebasis worden verantwoord, in plaats van op kasbasis zoals bij alle andere onderdelen van de Rijksbegroting. De tweede eigenschap is dat er voor beide artikelen wordt uitgegaan van het principe dat de aangegane financiële verplichtingen gelijk zijn aan de uitgaven (kas = verplichtingen). Dit is het gevolg van de inherente onvoorspelbaarheid van de leenbehoefte van de Staat (artikel 11) en de fluctuerende geldstromen in het geïntegreerd middelenbeheer (artikel 12).

Financiële instrumenten

Bij het indelen van de uitgaven gebruikt het ministerie van Financiën, naast standaard financiële instrumenten zoals opdrachten en garanties, drie eigen instrumenten: financiering (vermogensverschaffing/-onttrekking), rente, en rekening-courant en deposito’s.

Het instrument financiering (vermogensverschaffing/-onttrekking) wordt ingezet bij onder andere kapitaalinjecties in staatsdeelnemingen en dividendontvangsten. Rente en leningen zijn van toepassing bij de financiering van de staatsschuld (artikelen 11 en 12), waarbij het gaat om leningen die aan de Staats worden verstrekt voor financiering van de Staatsschuld. Het instrument rekening-courant en deposito’s wordt op artikel 12 gebruikt voor de geldstromen van decentrale overheden, sociale fondsen en andere gelieerde instellingen.

Groeiparagraaf

Het ministerie van Financiën werkt doorlopend aan stapsgewijze verbeteringen in de informatievoorziening aan de Kamer en de burger. Dit is een samenspel van eigen ambities en inzichten, en wensen vanuit de Kamer. Ten opzichte van de ontwerpbegroting Financiën en Nationale Schuld 2026 zijn de volgende verbeteringen doorgevoerd.

  • In de beleidsagenda zijn de hoofddoelen van het ministerie voor het jaar 2027 opgenomen en wordt ingegaan op risico’s. Op deze manier geeft het kabinet aan welke resultaten het beoogt te bereiken en welke beleidsdoelen worden geprioriteerd. De belangrijkste budgettaire mutaties die samenhangen met de keuzes van kabinet zijn opgenomen in paragraaf 2.2. Hiermee wordt invulling gegeven aan de moties van der Lee c.s.1, Hoogeveen2 en Van der Lee c.s.3 over doelen, resultaten, prioriteiten en risico’s in begrotingsstukken.

  • In de leidsagenda is een paragraaf Slagvaardige Overheid toegevoegd. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie Van der Maas.4

  • De verwijzingen naar de motie Schouw (Kamerstukken II, 2010/11, 21501-20, nr. 537) is komen te vervallen.

  • Bij de toelichtingen op de risicoregelingen is ervoor gekozen om voor de relevante regelingen een verwijzing naar het toetsingskader op te nemen. Daarnaast worden in deze paragraaf de mutaties toegelicht van regelingen met een omvang groter dan 5 miljoen euro.

  • Bij Financiële Markten (artikel 2 - tabel 22) zijn twee kengetallen (pinbetaalketen en iDEAL geschrapt omdat deze niet meer worden bijgehouden en daarover niet meer gerapporteerd en verantwoord kan worden.

  • Bij Internationale Financiële Betrekkingen (artikel 4) is een tabel met realisatiegegeven van internationale financiële instellingen en fondsen verwijderd. Deze informatie komt grotendeels al terug in de paragraaf risicoregelingen en komt tevens terug in het jaarverslag van Financiën.

  • Bij Dienst Toeslagen (artikel 13 - tabel 49) is het aantal indicatoren teruggebracht.

1

Kamerstukken II 2024-2025 36 740, nr. 7

2

Kamerstukken II 2025-2026 36 945, nr. 17

3

Kamerstukken II 2024-2025 36 740, nr. 8

4

Kamerstukken II 2025-2026 36 945, nr. 16

2. Beleidsagenda

2.1 Beleidsprioriteiten

Het ministerie van Financiën zorgt ervoor dat Nederland nu en in de toekomst financieel gezond blijft. We beheersen de overheidsschuld, stimuleren een aantrekkelijk vestigingsklimaat, versterken de concurrentiepositie van Nederland en Europa en zetten ons in voor een toekomstgerichte Europese begroting. Daarnaast zorgen we voor innovatie, een stabiele financiële sector en een eenvoudiger belasting- en toeslagenstelsel.

Ook werken wij aan het vergroten van het vertrouwen van burgers en bedrijven in de overheid door in te zetten op een slagvaardige overheid waarin betrouwbare uitvoering en begrijpelijke regels centraal staan. Het ministerie werkt daarbij intensief samen met andere departementen, het parlement, medeoverheden en maatschappelijke partners.

De belangrijkste hoofddoelen5 voor Financiën in 2027 zijn:

  • Gezonde overheidsfinanciën: We wijken niet af van de Europese afspraken. We houden het begrotingstekort onder de 3% van het bbp en de overheidsschuld onder de 60%. We voldoen aan het door de Raad van de Europese Unie aanbevolen uitgavenpad. Zo houden we ruimte om te investeren én zorgen we voor macro-economische stabiliteit.

  • Versterking van het verdienvermogen: Door te investeren in een stabiel investerings- en vestigingsklimaat versterken we de economische groei in Nederland. We zetten in op verdere versterking van de Europese kapitaalmarktunie en op de vervolmaking van de bankenunie. Concreet realiseren we de oprichting van een nationale investeringsinstelling per 1 januari 2028.

  • Toekomstgerichte Europese begroting: We maken ons binnen Europa sterk voor meer investeringen in veiligheid, defensie en innovatie, passend bij de ambities en uitdagingen van deze tijd. Nederland zet in de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) in op een sterke Europese begroting waarbij scherpe keuzes worden gemaakt en de Nederlandse korting op EU-afdrachten wordt behouden.

  • Eenvoudiger en moderner belasting- en toeslagenstelsel: Uiterlijk eind 2026 ligt er een concreet plan van aanpak voor vereenvoudiging en modernisering van het belasting- en toeslagenstelsel, met aandacht voor het bevorderen van groene en gezonde keuzes.

  • Compensatie toeslagenaffaire: de ambitie is onverminderd dat alle gedupeerde ouders die deelnemen aan het hersteltraject en tot overeenstemming komen over een schadeafwikkeling uiterlijk eind 2027 financieel tot afronding te komen. Daarbij blijft aandacht bestaan voor de menselijke maat en zorgvuldige dienstverlening.

Risico’s

De realisatie van deze doelen brengt algemene risico’s met zich mee, die kunnen leiden tot onverwachte kosten of vertragingen in de uitvoering. Deze risico’s ontstaan bijvoorbeeld door economische tegenwind, internationale onzekerheden en complexe onderhandelingen, zoals bij het EU-MFK. Ook de uitvoering van complexe regelgeving, zoals het Herstel Toeslagen, mede door individuele juridische procedures en deels nog te implementeren beleid en maatregelen en de hersteloperatie Box-3, brengt uitdagingen met zich mee. Daarnaast zijn er fiscale regelingen en andere regelgeving die in de praktijk moeilijk uitvoerbaar kunnen blijken. Voor de vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel is bovendien maatschappelijk en politiek draagvlak nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor het afschaffen van niet-doelmatige fiscale regelingen. Het is daarom van belang om de voortgang en de risico’s goed te blijven monitoren, zodat er waar nodig tijdig kan worden bijgestuurd.

Dit doen we door bij de uitvoeringstoetsen extra aandacht te besteden aan risico’s en regelingen regelmatig te evalueren. We houden de Tweede Kamer op de hoogte via voortgangsrapportages, bijvoorbeeld rondom Herstel Toeslagen, en via handhavingsplannen, zoals bij Box-3. Bovendien besteden we bij het opstellen van nieuwe wetten, mede met behulp van het Beleidskompas, samen met het parlement aandacht aan de risico’s, maatschappelijke impact, wenselijkheid en de evaluatie van de genomen maatregelen.

Figuur 7 Hoofddoelen 2027

Thema 1: Financieel gezond Nederland

Gezonde overheidsfinanciën

Het kabinet streeft naar gezonde overheidsfinanciën en hecht waarde aan begrotingsdiscipline. Dit zijn belangrijke randvoorwaarden voor een betrouwbare overheid en een sterke economie. Door de overheidsfinanciën op orde te houden, blijft er ruimte om te investeren in de grote opgaven van deze tijd, kunnen economische tegenvallers worden opgevangen en worden de lasten niet doorgeschoven naar toekomstige generaties. Daarom houdt het kabinet vast aan trendmatig begrotingsbeleid. Om de overheidsfinanciën gedurende de kabinetsperiode te beheersbaar te houden, heeft het kabinet aan het begin van de kabinetsperiode afspraken gemaakt over wat er in één jaar maximaal mag worden uitgegeven (het uitgavenkader) en hoe hoog de beleidsmatige aanpassing van de belastingen en premies mag zijn (het inkomstenkader). Deze afspraken bieden duidelijke kaders voor het begrotingsbeleid. Zo ontstaat stabiliteit voor burgers en bedrijven, wordt de economie minder gevoelig voor schommelingen en worden publieke middelen doelmatig ingezet.

Het kabinet hecht aan de Europese referentiewaarden voor het begrotingstekort (3% bbp) en de overheidsschuld (60% bbp). Samen met het door de Raad aanbevolen uitgavenpad vormen deze de kaders van het Europese begrotingsraamwerk. Door hieraan te voldoen, kan Nederland trendmatig begrotingsbeleid voeren en blijft ruimte bestaan om te investeren en te sturen op de lange termijn. Dit sluit aan bij het advies van de Studiegroep Begrotingsruimte en is verankerd in de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet Hof). De actuele ramingen van het EMU-saldo en de EMU-schuld voor 2027 tot en met 2031 zijn opgenomen in hoofdstuk 1 van de Miljoenennota 2027.

Op Europees niveau is het eveneens van belang dat lidstaten houdbare overheidsfinanciën voeren. Lidstaten moeten hun financiële basis op orde brengen om hun defensie-uitgaven duurzaam te  kunnen verhogen, stijgende vergrijzingskosten op te kunnen vangen, en de energietransitie te kunnen ondersteunen. Verantwoord begrotingsbeleid, publieke investeringen en structurele hervormingen beginnen bij een zorgvuldige implementatie van het Stabiliteits- en Groeipact dat in 2024 is herzien. In gesprekken met andere lidstaten zal Nederland zich hier continu voor inzetten. In het kader van de herziene Europese begrotingsregels hebben lidstaten budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn ingediend. Deze plannen bevatten het voorgenomen begrotingsbeleid, evenals hervormingen en investeringen. Nederland heeft medio april 2026, vanwege het aantreden van een nieuw kabinet, een herzien plan bij de Europese Commissie ingediend. De Commissie heeft dit plan positief beoordeeld. Vervolgens doet zij een voorstel aan de Raad over het aanbevolen uitgavenpad, waarna de Raad hierover besluit in de Ecofinraad.

Sterke Economie en vestigingsklimaat

Versterken van concurrentievermogen van Nederland en Europa Nederland heeft als open economie baat bij een sterke en stabiele Europese economie. Dit is des te belangrijker in een gefragmenteerde geopolitieke omgeving waarin economische posities steeds vaker worden ingezet voor geopolitieke doeleinden. Daar zullen Nederland en de Europese Unie zich toe moeten verhouden, zonder hun positie als open economieën te verliezen. De samenwerking binnen de EU blijft onverminderd belangrijk, evenals die met andere gelijkgezinde landen. In het licht van de rapporten van Draghi en Letta besteedt de EU veel aandacht aan het versterken van het Europese concurrentievermogen.

Kapitaalmarktunie: private investeringen en innovatie stimuleren

De Europese Spaar- en investeringsunie omvat verschillende initiatieven om barrières voor de integratie van de Europese kapitaalmarkten weg te nemen en privaat kapitaal te mobiliseren. Hieronder valt, bijvoorbeeld, een verdere centralisering van het toezicht en een verdere harmonisering van de regels voor afwikkelinstellingen, vermogensbeheerders en handelsplatformen. Het kabinet werkt in Europees verband aan snelle en ambitieuze akkoorden over deze plannen om het Europees concurrentievermogen en de economische groei te bevorderen. Dat doet het kabinet onder meer in samenwerking met een voorhoede van gelijkgestemde landen.

Door de open economie en internationaal opererende banken heeft Nederland ook baat bij verdere integratie van de Europese bankensector. Dat zorgt bovendien voor betere toegang tot financiering voor bedrijven in Europa. Vervolmaking van de bankenunie brengt deze doelen dichterbij en zorgt ook voor een weerbare en stabiele Europese bankensector. In 2027 zal het kabinet zich in de Europese beleidsdiscussies dan ook inzetten voor voortgang bij het vervolmaken van de bankenunie.

Taskforce toekomstige welvaart en vestigingsklimaat en de oprichting van een Nationale Investeringsinstelling

Het kabinet werkt in de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat aan de uitwerking van de nationale investeringsinstelling. Deze instelling heeft als doel het toekomstige verdienvermogen te vergroten en economische groei aan te jagen. Dit doet de instelling door zich te richten op het versterken van de financieringsmarkt en het mobiliseren van privaat kapitaal, waaronder institutioneel kapitaal van bijvoorbeeld pensioenfondsen. De instelling verstrekt financiering aan projecten en bedrijven die deze financiering niet zelfstandig op de private financieringsmarkt kunnen ophalen. Publieke taken vallen buiten het mandaat van de instelling; die investeringen worden via de Rijksbegroting gedaan.

Exportkrediet

Door de exportkredietverzekering strategisch in te zetten, ondersteunt het ministerie Nederlandse exporttransacties in sectoren die relevant zijn voor het concurrentievermogen. In 2027 zal onder meer verder ingezet worden op een tweetal lopende pilots: de innovatiedekking en strategische import. Met de innovatiedekking worden innovatieve bedrijven ondersteund in de opschalingsfase richting export. De pilot strategische import ondersteunt projecten actief in de productie van kritieke grondstoffen en duurzame brandstoffen.

Een moderne en toekomstgerichte Europese begroting

Nederland zet in de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) vanaf 2028 en een nieuw Eigenmiddelenbesluit (EMB) in op een sterke Europese begroting die bijdraagt aan de strategische doelen van Europa. Een moderne en toekomstgerichte Europese begroting vraagt om herprioritering van middelen, zodat de begroting meer gericht wordt op het versterken van het Europees concurrentievermogen, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie, en innovatie en onderzoek. Veel lidstaten kampen met budgettaire uitdagingen door hoge schulden en oplopende begrotingstekorten. Het kabinet zet in op het beperken van de stijging van de Nederlandse afdrachten. Om de Nederlandse netto betalingspositie niet te laten verslechteren, moet de nationale korting op de EU-afdrachten behouden blijven.

Nationale en Regionale Partnerschapsplan (NRPP)

Onderdeel van het voorgestelde nieuwe MFK is het NRPP. Daarmee worden een groot aantal van de huidige EU fondsen geïntegreerd. Het Commissievoorstel voor de NRPP’s gaat uit van één coördinerende autoriteit in elke lidstaat. In Nederland zal deze taak bij het ministerie van Financiën worden belegd. Lidstaten kunnen naar verwachting al medio 2027 een concept plan indienen om zo op tijd te starten met de implementatie in 2028. Nederland is van plan om in 2027 een conceptplan in te dienen. Momenteel vinden daarom al voorbereidende werkzaamheden plaats om zo tijdig tot een ambitieus NRPP te komen.

Weerbare financiële sector

Een weerbare financiële sector is van essentieel belang voor onze economie. Daarom zet het kabinet zich onder meer in voor een effectief prudentieel raamwerk voor financiële instellingen en voor het verbeteren van de operationele weerbaarheid van de financiële sector tegen bijvoorbeeld cyberaanvallen en storingen. Ook zet het kabinet zich in voor het schoonhouden van het financiële systeem van criminele geldstromen. Samen met de hiervoor genoemde integratie en verdieping van de kapitaalmarkten en de vervolmaking van de bankenunie zorgt dit voor sterke en goed functionerende financiële markten.

Regels moeten daarbij uitvoerbaar en betaalbaar zijn, zowel voor de financiële instellingen als voor burgers en bedrijven. In het Coalitieakkoord is het plan opgenomen om jaarlijks 500 regels te schrappen of vereenvoudigen. Daarom zal ook in 2027 worden ingezet op een structurele aanpak op nationaal en Europees niveau voor regeldrukvermindering. In dit licht is positief dat met de recente inwerkingtreding van de Omnibus I-regelgeving vereenvoudiging van rapportageverplichtingen wordt gerealiseerd, onder andere uit het duurzaamheidsraamwerk. In vervolg hierop zet het kabinet op Europees niveau in op versimpeling van het regelgevend kader voor banken, zowel bij het prudentiële raamwerk, als het raamwerk voor herstel en afwikkeling. Ook wordt nieuwe Europese wet- en regelgeving voor de financiële sector zo lastenluw mogelijk geïmplementeerd.

Om ons financiële systeem schoon te houden van criminele geldstromen vindt het kabinet het belangrijk dat de risicogebaseerde aanpak van de antiwitwaswetgeving goed wordt uitgevoerd door financiële instellingen en toezichthouders. Dat betekent dat de inzet en maatregelen daar worden ingezet waar de risico’s het hoogst zijn, en minder waar deze lager zijn. Dat zorgt ervoor dat particulieren en ondernemers veel minder lasten ervaren. In de nieuwe antiwitwasaanpak van de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Financiën staat dit centraal. Daarnaast werken beide ministeries ook aan de implementatie van het nieuwe Europese antiwitwaspakket, waarmee de regels en het toezicht daarop in Europa gelijker wordt. In Europees verband zet Nederland zich in om ook hier een risicogebaseerde benadering als uitgangspunt te nemen.

Thema 2: Een slagvaardige overheid met uitvoerbaar beleid

Het kabinet streeft naar een slagvaardige overheid die duidelijk kiest, samenwerkt en levert. Hiertoe zet het kabinet onder andere in op een rijksbrede apparaatstaakstelling. Voor het ministerie van Financiën gaat dit uitgaande van de maatregelen uit het coalitieakkoord om een bedrag dat structureel oploopt tot 333 miljoen euro per jaar. Dit draagt bij aan een fundamenteel efficiëntere en effectievere overheid, met veel minder (complexe) wet- en regelgeving, minder overhead en een minder omvangrijk ambtenarenapparaat.

Tabel 1 Overzicht Slagvaardige Overheid
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Apparaatstaakstellingen coalitieakkoord

       

in mln. euro’s

       

Efficiencytaakstelling

  

24

46

72

97

97

Vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid

  

0

0

94

236

236

Totaal

  

24

46

166

333

333

De plannen voor de invulling van de taakstelling binnen het ministerie van Financiën worden verder uitgewerkt. Gezien de omvang van de taakstelling, de ambitie om aanzienlijk productiever te werken en de ambitie om een significante daling van het aantal ambtenaren te realiseren, zullen de uit te werken plannen gebaseerd worden op meerdere pijlers. Voor het ministerie van Financiën zijn de belangrijkste pijlers het vereenvoudigen van regelgeving, het schrappen van (fiscale) wet- en regelgeving, het herinrichten en vereenvoudigen van het controle-, toezicht- en advieslandschap, het verhogen van de productiviteit in zowel primaire als ondersteunende werkprocessen (bijvoorbeeld via digitalisering en AI), het realiseren van een goedkopere en meer gestandaardiseerde bedrijfsvoering en het heroverwegen van taken. 

Fiscaliteit en Toeslagen - strategische agenda

Beleidsprioriteiten op het gebied van toeslagen en fiscaliteit

Eerder dit jaar is de strategische agenda6 met beide Kamers gedeeld. In deze strategische agenda wordt uitgebreid ingegaan op verschillende prioriteiten van het kabinet op het gebied van toeslagen en fiscaliteit. Deze prioriteiten zijn onder te verdelen in drie onderwerpen.

Ontwikkeling en vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel

Het kabinet werkt aan een eenvoudiger en beter uitvoerbaar belasting- en toeslagenstelsel, met meer voorspelbaarheid en overzicht voor burgers en bedrijven. Belangrijke stappen zijn het vereenvoudigen van inkomensafhankelijke regelingen (beginnend met de heffingskortingen), het schrappen van overbodige fiscale regelingen, en het samenvoegen van kindregelingen. Ook wordt het toeslagenstelsel hervormd om terugvorderingen te verminderen en begrippen te verduidelijken. Voor eind 2026 is een hervormingsagenda voorzien, waarbij de uitgangspunten zijn: eenvoud in de uitvoering, duidelijkheid en voorspelbaarheid voor mensen, en het principe dat werken moet lonen, waarbij met belastingen niet verder wordt genivelleerd. In het coalitieakkoord zijn daarnaast afspraken gemaakt over de verduurzaming van onze economie en samenleving, een suikerbelasting en een belasting op vapes. Ook daar gaat het kabinet mee aan de slag.

Uitvoeringsdiensten die klaar zijn voor de toekomst

De Belastingdienst, Dienst Toeslagen en Douane blijven investeren in digitalisering, modernisering van ICT-systemen en hun wendbaarheid. Zo wordt gewerkt aan betere verbinding met de samenleving, een loket voor inkomensondersteuning en datagedreven toezicht. Centraal staat dat uitvoeringsdiensten weerbaar blijven en dienstverlening gericht is op ondersteuning van bedrijven en burgers. Nieuwe beleidswensen worden stapsgewijs en zorgvuldig ingevoerd. Voor het realiseren van de ambities uit de strategische agenda geldt: ‘niet alles kan tegelijk’. De implementatie van nieuwe beleidswensen vraagt om zorgvuldige planning en prioritering.

De Belastingdienst

De Belastingdienst werkt volgens de Meerjarenstrategie 2025–2030 en streeft ernaar een betrouwbare dienst te zijn voor burgers en bedrijven, met medewerkers die met trots in de organisatie werken. In 2027 staan onder andere de volgende speerpunten centraal:

Verbinden met de samenleving

Door te investeren in transparantie, vereenvoudiging en samenwerking met maatschappelijke en ketenpartners werkt de Belastingdienst aan een toekomstbestendige organisatie. Maatschappelijk relevante dossiers en bijbehorende beleidsnota’s worden vaker actief openbaar gemaakt. Daarnaast onderzoekt de Belastingdienst hoe burgers en bedrijven beter inzicht kunnen krijgen in hun eigen fiscale dossiers. Ook worden proactief vereenvoudigingsvoorstellen aangedragen bij opdrachtgevende ministeries, waarbij de effecten voor burgers, ondernemers en de uitvoerbaarheid expliciet worden meegewogen. Signalen uit de samenleving worden systematisch verzameld, geanalyseerd en vertaald naar concrete verbeteringen in beleid en uitvoering.

Tegelijkertijd verkent de Belastingdienst de verdere integratie van belastingheffing in de leef- en werkomgeving van burgers en bedrijven. Daarbij wordt gebruikgemaakt van nieuwe technologische ontwikkelingen, waaronder AI, en van internationale samenwerking. Waar nodig faciliteert de Belastingdienst rechtsherstel, zoals bij de afwikkeling van de Box 3 tegenbewijsregeling.

Basis op orde brengen en houden

Het op orde houden van de basis is essentieel voor een stabiele uitvoering van het fiscale beleid en een randvoorwaarde voor het vertrouwen en continuïteit van belastingheffing en -inning. De Belastingdienst werkt aan meer beheersbaarheid en voorspelbaarheid van de uitvoering, een meerjarige opgave. In 2027 wordt verder geïnvesteerd in het moderniseren van ICT-systemen, waaronder die voor de omzetbelasting. Verouderde software wordt uitgefaseerd en gegevensmanagement en informatiehuishouding worden verder geprofessionaliseerd om te voldoen aan de archiefwet. De Belastingdienst wil in de komende periode uitgroeien tot de rijksbrede koploper in digitale autonomie door meer eigen IT-beheer, eigen infrastructuur, open source-oplossingen en minder afhankelijkheid van buitenlandse technologieleveranciers.

Continu verbeteren van dienstverlening, toezicht en opsporing

In 2027 blijft de Belastingdienst werken aan het verbeteren van de dienstverlening, het toezicht en de opsporing. De Belastingdienst verbetert onder meer het inzicht van burgers en bedrijven in hun openstaande verplichtingen en te verwachten teruggaven, bijvoorbeeld via het overzicht betalen en ontvangen. Ook worden mogelijkheden uitgebreid om gemakkelijker aangifte te doen, onder andere via de Aangifte App, en om communicatie digitaal te ontvangen. Daarnaast zet de Belastingdienst met programma’s zoals VanZelf Goed een volgende stap in het beter laten aansluiten van processen van de Belastingdienst op de behoeften van burgers, bedrijven en ketenpartners. Binnen toezicht en opsporing ligt de focus in 2027 op het vroegtijdig signaleren van risico’s op bewuste non‑compliance en het gericht interveniëren waar dat nodig is.

Dienst Toeslagen

In 2027 richt Dienst Toeslagen zich specifiek op het bevorderen van een voorspelbare, betrouwbare en uitvoerbare overheid. Tegelijkertijd is de ambitie onverminderd dat alle gedupeerde ouders die deelnemen aan het hersteltraject en tot overeenstemming komen over een schadeafwikkeling uiterlijk eind 2027 financieel tot afronding te komen.

Toegankelijker, voorspelbaarder en eenvoudiger stelsel

Dienst Toeslagen werkt aan een toegankelijker, voorspelbaarder en eenvoudiger stelsel van inkomensondersteuning. De dienstverlening sluit steeds beter aan bij de behoeften van burgers door deze begrijpelijker te maken. Daardoor wordt het risico op niet-gebruik van regelingen structureel verminderd en neemt het aantal terugvorderingen af. Bovendien worden de complexiteit van regelingen en processen teruggedrongen, zodat burgers eenvoudiger hun weg vinden binnen het stelsel en minder snel in de knel komen (bijvoorbeeld door ontwikkeling van een nieuwe kindregeling).

Versterken gegevenspositie

Een belangrijke pijler in de vernieuwingsgerichte opgave van Dienst Toeslagen is het versterken van de gegevenspositie. Er wordt geïnvesteerd in een datagedreven en digitale uitvoering, ondersteund door innovatieve IT en een integraal klantbeeld. Hierdoor wordt de dienstverlening betrouwbaarder, krijgen burgers sneller en makkelijker inzicht in hun rechten, en is maatwerk mogelijk waar dat nodig is.

Douane

Ook in 2027 zet de Douane zich in om Nederland en de EU te beschermen en Europese regelgeving te implementeren, waaronder het nieuwe Douanewetboek van de Unie (nDWU). Dit gebeurt tegen de achtergrond van grote handelsvolumes en geopolitieke onrust.

nDWU

Met het nDWU wordt de douane-unie toekomstbestendig gemaakt en vindt een gefaseerde modernisering plaats. In 2027 worden Europese en nationale regels verder uitgewerkt en in nationale wetgeving opgenomen.

E-commerce en markttoezicht

Er is sprake van een zeer groot volume e-commercepakketjes dat via Nederland de EU binnenkomt, waarbij sprake is van een aanzienlijk nalevingstekort aan Europese producteisen en fiscale risico’s. Met het afschaffen van de vrijstelling van douanerechten voor zendingen tot €150 en de invoering van de Europese Handling Fee krijgt de Douane nieuwe fiscale taken. Vanaf 2027 wordt de inzet op markttoezicht verder verhoogd en wordt het fiscaal toezicht versterkt, mede door innovatie en nauwere samenwerking met markttoezichtpartners.

Modernisering toezicht

In 2027 werkt de Douane aan toekomstbestendig toezicht dat meer effect heeft met minder last voor bonafide bedrijven. De focus verschuift van zendingsgerichte controles naar systeem- en ketengericht toezicht via administratieve audits, meer datagedreven risicoselectie en aansluiting op EU-risicomanagement onder het nDWU. Dit wordt ondersteund door vernieuwde technologie zoals scan- en sensorinfrastructuur.

Grensoverschrijdende en ondermijnende criminaliteit

Deze digitale transformatie helpt de Douane ook om grensoverschrijdende ondermijnende criminaliteit effectiever aan te pakken, onder andere door het onderscheppen van drugsstromen en het adresseren van kwetsbaarheden in logistieke processen. De samenwerking met publieke en private partners wordt voortgezet en het toezicht wordt versterkt op risicovolle locaties zoals de haven van Vlissingen.

Weerbaarheid

Om voorbereid te zijn op een militair/hybride conflict (maatschappelijk weerbaarheid) neemt de Douane een aantal maatregelen. Om als organisatie weerbaar te zijn wordt onder andere de crisisorganisatie en bedrijfscontinuïteitsmanagement geactualiseerd en getraind. Daarnaast draagt de Douane met zijn reguliere taken bij aan de maatschappelijke weerbaarheid. Denk aan de handhaving op sanctiemaatregelen en fiscale handelspolitieke maatregelen.

2.2 Belangrijkste beleidsmatige mutaties

In deze paragraaf wordt op hoofdlijnen inzicht gegeven in de samenstelling en ontwikkeling van de uitgaven en de niet-belastingontvangsten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de artikelen van Financiën en die van Nationale Schuld. De mutaties die worden toegelicht zijn de belangrijkste mutaties die zich hebben voorgedaan vanaf de ontwerpbegroting IX 2026. Deze paragraaf bevat ook een overzicht van de begrotingsreserves.

Begroting IXB (Financiën)

Tabel 2 Belangrijkste mutaties uitgaven ten opzichte van vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art. nr.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand begroting 2026

 

23.890.649

12.651.404

10.902.293

10.503.482

10.580.224

 

Belangrijkste mutaties

       

Eerste suppletoire begroting

 

625.268

974.885

149.799

178.956

‒ 52.335

10.589.412

Coalitieakkoord: efficiencytaakstelling

div

0

‒ 24.364

‒ 46.684

‒ 73.469

‒ 99.553

 

Coalitieakkoord: taakstelling vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid

div

0

0

0

‒ 97.119

‒ 243.154

 

ICT opdrachten Belastingdienst

1

40.000

75.000

80.000

85.000

85.000

 

Opvraag aanvullende post: uitvoeringskosten herstel box 3

1

11.000

70.000

0

0

0

 

Prijsstijging portikosten Belastingdienst

1

24.460

0

0

0

0

 

Belasting- en invorderingsrente

1, 9

41.930

42.914

43.824

45.453

46.804

 

European Stability Mechanism (ESM) kapitaalinleg

4

‒ 252.900

252.900

0

0

0

 

Bijstelling raming schadeuitkering ekv

5

38.500

44.500

13.500

4.500

‒ 7.500

 

Btw-compensatiefonds

6

10.795

20.718

606

118

0

 

Nieuwe EU-wetgeving e-commerce (Handling fee)

9

43.197

116.723

134.796

135.000

116.645

 

Scan- en detectiematerialen

9

0

17.000

0

0

0

 

Eindejaarsmarge

10

53.711

0

0

0

0

 

Nog te verdelen

10

‒ 15.057

‒ 25.710

‒ 15.153

‒ 13.329

‒ 13.029

 

Loon- en prijsbijstelling

10

84.194

81.696

52.434

47.043

46.876

 

Uitvoeringskosten nieuw financieringsstelsel kinderopvang (NFKO)

13

12.000

38.300

40.000

12.000

12.000

 

Toeslagen Herstel

13

482.941

257.339

‒ 154.052

43.650

14.250

 

Tariefstijging Rijksvastgoedbedrijf (huisvesting)

div

19.917

19.432

19.432

19.432

19.432

 

Overige mutaties & extrapolatie

div

30.580

‒ 11.563

‒ 18.904

‒ 29.323

‒ 30.106

10.589.412

Mutaties begroting 2027

 

‒ 10.530.154

371.638

485.228

504.107

523.399

727.787

Versnellen taakstelling vernieuwing Rijksdienst/slagvaardige overheid en extra tranches efficiencytaakstelling

div

0

0

‒ 46.179

‒ 46.585

0

‒ 46.758

Belasting- en invorderingsrente

1, 9

‒ 43.473

‒ 29.736

‒ 40.283

‒ 46.720

‒ 49.539

‒ 51.866

Vrijval lening TenneT

3

‒ 11.000.000

0

0

0

0

0

Steun Oekraïne

4

60.000

0

0

0

0

0

ESM

4

0

‒ 252.900

0

0

0

252.900

Btw-compensatiefonds (BCF)

6

537.489

527.913

548.025

548.513

548.631

548.631

Extra tranche loonbijstelling

10

11.559

11.249

10.948

10.871

10.828

10.834

Nieuwe financiering kinderopvang

13

‒ 10.000

3.000

8.000

18.000

8.000

8.000

Kasschuiven hersteloperatie toeslagen

13

‒ 59.000

58.000

1.000

0

0

0

Overige kasschuiven

div

‒ 63.960

41.358

4.215

17.847

270

270

Overige mutaties

div

37.231

12.754

‒ 498

2.181

5.209

5.776

        

Stand ontwerpbegroting 20271

 

13.985.763

13.997.927

11.537.320

11.186.545

11.051.288

11.317.199

1

Alle CW3.1 kaders bijhorend bij fiscale maatregelen ontvangt de Kamer bij het Belastingplan 2027.

Toelichting

Mutatie 1e suppletoire begroting 2026

Met de eerste suppletoire begroting 2026 zijn onder andere de taakstellingen uit het coalitieakkoord verwerkt in de begroting van Financiën. Dit betreft een efficiencytaakstelling en een taakstelling voor vernieuwing van de rijksdienst, die rijksbreed zijn verdeeld. Daarnaast zijn middelen toegevoegd voor stijgende ICT-uitgaven bij de Belastingdienst, uitvoering van het rechtsherstel Box 3, compensatie van gestegen portikosten, en uitvoering van nieuwe EU-wetgeving omtrent e-commerce. Ook zijn de loon- en prijsbijstellingen voor 2026 verwerkt, evenals kasschuiven en aanvullingen voor de Hersteloperatie Toeslagen. In de Memorie van Toelichting bij de Eerste Suppletoire Begroting 2026 worden de belangrijkste mutaties nader toegelicht.

Mutaties begroting 2027

Versnellen taakstelling vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid en extra tranches efficiencytaakstelling

Het kabinet heeft, aanvullend op de bovengenoemde taakstellingen uit het coalitieakkoord, besloten tot een versnelling van de taakstelling vernieuwing Rijksdienst/slagvaardige overheid in de jaren 2028-2029 en tot een extra efficiencytaakstelling vanaf 2031. Deze additionele kortingen zijn doorverdeeld naar alle apparaatsbudgetten op de Financiënbegroting (artikelen 1 Belastingen, 2 Financiële markten, 8 Apparaat, 9 Douane en 13 Toeslagen).

De betreffende budgettaire taakstellingsmutaties raken zowel de uitgaven als de ontvangsten (zie ook tabel 3 "belangrijkste mutaties niet-belastingontvangsten»), wat per saldo tot een korting op de Financiënbegroting leidt van € 45 mln. in de jaren 2028-2029 en van € 45 mln. in 2031 leidt.

Belasting- en invorderingsrente

De raming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB) en de realisaties tot en met juni.

Vrijval lening TenneT

Voor 2026 zal TenneT geen gebruik maken van de geraamde lening van € 11 mld. als gevolg van het invullen van de kapitaalbehoefte van TenneT Nederland door de implementatie van de staatsgarantie en van TenneT Duitsland door de afronding van de transactie met de private investeerders en de Duitse staat. Dit bedrag wordt dan ook afgeboekt.

Steun Oekraïne

In de Nota van Wijziging op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) zijn middelen middels kasschuiven uit latere jaren beschikbaar gesteld voor niet-militaire steun aan Oekraïne.7 Een deel van deze middelen, € 60 mln., wordt overgeheveld naar de begroting van Financiën voor steun via de Wereldbank (€ 45 mln.) en de European Investment Bank (EIB, € 15 mln.). De bijdrage aan de Wereldbank wordt overgeboekt aan het Special Program for Ukraine Recovery (SPUR) 2.0 programma onder de IDA-Crisis Facility 2.0., een speciale crisisfaciliteit voor Oekraïne. De Wereldbank voert onder meer steunprogramma’s uit die Oekraïne helpen bij het leveren van basisdiensten, herstellen van infrastructuur en implementeren van hervormingen. De bijdrage aan de EIB wordt overgeboekt aan het EU 4 Ukraine Fund (EU4U). EU4U financiert infrastructuurprojecten en helpt Oekraïense bedrijven toegang te krijgen tot kapitaal om de economie draaiende te houden. Hierover is de Kamer op 2 juli jl. geïnformeerd8.

ESM

De toetreding van Kroatië tot het ESM startte het proces om de ESM-kapitaalsleutel uit 2009 te herzien. Deze is gebaseerd op de ECB-kapitaalsleutel. De ECB heeft op 1 januari 2024 de kapitaalsleutel geactualiseerd. Hieruit volgt dat Nederland een groter aandeel in de Europese economie en bevolking had dan voorheen. Wanneer een nieuwe inleg precies verwacht wordt is nog niet duidelijk. Een reservering voor de actualisatie van de kapitaalinleg en bijbehorende kapitaalstorting bij het ESM is opgenomen voor 2031.

Btw-compensatiefonds (BCF)

Wanneer ministeries geld overdragen aan gemeenten of provincies voor de uitvoering van taken, wordt de geschatte compensabele btw in het btw-compensatiefonds (BCF) gestort. Gemeenten en provincies kunnen de compensabele btw via het BCF terugvragen. Dit wordt gedekt vanuit de belastingontvangsten. Jaarlijks vindt er een bijstelling van de raming van het BCF plaats op basis van de beschikking van het afgelopen jaar, betalingen van het vierde kwartaal van het afgelopen jaar en driemaal het voorschot van het eerste kwartaal uit het lopende jaar.

Extra tranche loonbijstelling

Er wordt een tranche loonbijstelling toegevoegd aan de begroting van Financiën.

Nieuwe financiering kinderopvang

Voor de uitvoering van het Nieuw Financieringsstelsel Kinderopvang (NFKO) worden aanvullende middelen vanaf de Aanvullende Post overgeheveld naar Dienst Toeslagen voor de werving van personeel. Daarnaast wordt middels een kasschuif € 10 mln. geschoven van 2026 naar 2029.

Kasschuiven hersteloperatie toeslagen

Door vertraging van de uitkering van wettelijke rente in verband met het minder kunnen afdoen via het massale geautomatiseerde proces en meer handmatige werkzaamheden dan eerder verwacht, vindt een kasschuif plaats van 2026 naar 2027 (€ 40 mln.) Daarnaast vindt een kasschuif plaats voor de uitvoering van bezwaarafhandeling integrale beoordeling en uitkeren wettelijke rente (€ 15 mln.). Tot slot vindt er een kleine kasschuif plaats in verband met de uitbetalingen van de regeling HZK (Herstel Huurtoeslag, Zorgtoeslag en Kindgebonden budget) (€ 4 mln.).

Overige kasschuiven

Door vertragingen bij het rijksbrede werkplekcontract en de levering van servers, worden uitgaven bij de Belastingdienst verschoven naar 2027. Ook de geplande modernisering van het contactcenter en de afronding van de herstelprojecten FSV en MSNP vinden later plaats, waardoor de kosten naar 2027 worden doorgeschoven (tezamen circa € 35 mln.).

Bij het herstelprogramma Box 3 komt het beschikbare budget niet overeen met het uitgavenritme; er wordt minder uitgegeven in 2026-2028 (o.a. aan bedrijfsvoering) en een tekort verwacht in 2029. Het budget schuift daarom naar 2029 (€ 17 mln. in totaal, waarvan € 9 mln. in 2026).

Voor het programma Inzage Fiscaal Dossier (IFD) blijft naar verwachting € 8,3 mln. onbenut in 2026. Dit schuift naar 2027-2028, zodat de geplande werkzaamheden in deze jaren kunnen plaatsvinden.

Op artikel 13 Toeslagen wordt € 7 mln. van 2026 naar 2027 geschoven in verband met de doorlopende werkzaamheden omtrent de uitvoering van de Kinderopvangtoeslag.

Tot slot vinden er nog nog enkele kleinere kasschuiven plaats.

Overige mutaties

Dit post betreft voor circa € 9,6 mln. overboekingen met andere departementen. Tevens is het de som van kleinere mutaties.

Tabel 3 Belangrijkste mutaties niet-belastingontvangsten ten opzichte van vorig jaar (bedragen x € 1.000)
 

Art. nr.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Stand begroting 2026

 

4.046.880

4.338.607

4.074.564

4.278.858

4.328.207

 

Belangrijkste mutaties

       

Eerste suppletoire begroting

 

3.537.467

3.866

423.565

1.382.627

‒ 67.872

4.452.742

Coalitieakkoord: efficiencytaakstelling

div

0

‒ 576

‒ 1.063

‒ 1.807

‒ 2.608

 

Coalitieakkoord: taakstelling vernieuwing rijksdienst/slagvaardige overheid

div

0

0

0

‒ 2.969

‒ 7.444

 

Niet-belastingontvangsten

1

68.629

56.399

56.399

56.399

56.399

 

Belasting- en invorderingsrente

1, 9

‒ 30.586

91.738

92.905

95.047

96.615

 

Boeteontvangsten DNB en AFM

2

50.200

0

0

0

0

 

Premieontvangsten garantie TenneT

3

‒ 20.047

‒ 36.693

‒ 51.699

‒ 68.938

‒ 78.988

 

Renteontvangsten lening TenneT

3

‒ 124.017

‒ 167.324

‒ 155.998

‒ 155.998

‒ 155.998

 

Verkoop aandelen ABN AMRO

3

182.619

0

0

0

0

 

Dividenden staatsdeelnemingen

3

68.935

0

25.000

0

‒ 10.000

 

Verkoopopbrengst TenneT Duitsland

3

3.300.000

0

0

1.500.000

0

 

Kasschuif aflossing en rente bilaterale lening Oekraïne

4

0

‒ 36.671

‒ 39.098

‒ 37.884

36.671

 

Nieuwe EU-wetgeving e-commerce (Handling fee)

9

0

98.010

498.697

0

0

 

Scan- en detectiematerialen

9

17.000

0

0

0

0

 

Overige mutaties & extrapolatie

div

24.734

‒ 1.017

‒ 1.578

‒ 1.223

‒ 2.519

4.452.742

Mutaties begroting 2027

 

1.775.818

‒ 282.069

‒ 82.173

‒ 414.559

386.872

2.112.809

Versnellen taakstelling vernieuwing Rijksdienst/slagvaarigde overheid en extra tranches efficiencytaakstelling

div

0

0

‒ 1.485

‒ 1.443

0

‒ 1.449

Belasting- en invorderingsrente

1, 9

89.023

145.007

106.848

72.709

65.003

59.878

Verkoop aandelen ABN AMRO

3

1.654.961

0

0

0

0

0

Premieontvangsten garantie TenneT

3

1.000

12.000

30.000

50.000

63.000

75.000

Renteontvangsten lening TenneT

3

‒ 120.000

‒ 431.000

‒ 451.000

‒ 451.000

‒ 491.000

‒ 527.000

Aflossing lening TenneT

3

‒ 39.000

0

0

0

750.000

2.500.000

Dividenden staatsdeelnemingen

3

‒ 15.000

0

0

0

0

0

Lening Griekenland

4

410.853

‒ 13.592

‒ 11.120

‒ 88.130

‒ 6.511

0

Scan- en detectiematerialen

9

‒ 17.000

17.000

0

0

0

0

Kasschuif CBAM-ontvangsten

9

‒ 206.422

‒ 25.378

236.550

0

0

0

Overige mutaties

div

17.403

13.894

8.034

3.305

6.380

6.380

        

Stand ontwerpbegroting 2027

 

9.360.165

4.060.404

4.415.956

5.246.926

4.647.207

6.565.551

Toelichting

Mutatie 1e suppletoire begroting 2026

Met de eerste suppletoire begroting 2026 zijn onder andere de belasting- en invorderingrente en de dividendramingen geactualiseerd. Ook de renteraming van de staatsdeelnemingen samenhangend met de lening aan TenneT is bijgesteld. Verder werden zijn er ontvangsten vanwege boetes die De Nederlandse Bank en Autoriteit Financiële Markten heeft opgelegd. Ook zijn er ontvangsten vanwege de verkoop van aandelen van TenneT Duitsland aan de Duitse Staat en de verkoop van aandelen van ABN AMRO. Tot slot zijn de verwachte ontvangsten naar aanleiding van de maatregelen op gebied van e-commerce toegevoegd aan de begroting. In de Memorie van Toelichting op de Eerste Suppletoire Begroting 2026 worden alle belangrijkste mutaties uit die begroting toegelicht.

Mutaties begroting 2027

Versnellen taakstelling vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid en extra tranches efficiencytaakstelling

Zie toelichting bij tabel 2 (Belangrijkste uitgavenmutaties), onder "Versnellen taakstelling vernieuwing Rijksdienst / slagvaardige overheid en extra tranches efficiencytaakstelling".

Belasting- en invorderingsrente

De raming van de belasting- en invorderingsrente wordt geactualiseerd naar aanleiding van de nieuwe raming van de korte rente uit de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau (CPB) en de realisaties tot en met juni.

Verkoop aandelen ABN AMRO

De ontvangsten worden in 2026 met circa € 1,7 mld. naar boven bijgesteld als gevolg van de verkoopopbrengst van aandelen ABN AMRO door het verkoopprogramma van de Staat. Dit betreffen de verkoopopbrengsten tot en met 1 augustus 2026.

Premieontvangsten garantie TenneT

De raming van de premie-ontvangsten op de TenneT-garantie wordt naar boven bijgesteld op basis van de meest recente rentestanden en inzichten in de verwachte uitgifte van obligaties.

Renteontvangsten lening TenneT

De raming van de rente-ontvangsten op de TenneT-lening wordt naar beneden bijgesteld aan de hand van de meest recente inzichten. Doordat de lening in 2026 € 11 mld. lager is dan begroot, worden de geraamde renteontvangsten daarop bijgesteld.

Aflossing lening TenneT

Door de deelname van de Duitse staat in TenneT Duitsland ontvangt TenneT een opbrengst in 2026. TenneT gebruikt deze opbrengst om de aandeelhouderslening die de Nederlandse staat aan TenneT heeft verstrekt gedeeltelijk af te lossen. Dit bedrag was bij de eerste suppletoire begroting 2026 geraamd op € 3,3 mld. en wordt nu met € 39 mln. naar beneden bijgesteld tot € 3,261 mld. TenneT lost vanaf 2030 in termijnen de overbruggingslening aan de Staat af. In 2030 is een aflossing van € 750 mln. verwacht en in 2031 een bedrag van € 2,5 mld.

Dividenden Staatsdeelnemingen

De dividendraming wordt in 2026 met € 15 mln. naar beneden bijgesteld aan de hand van de meest recente informatie over het daadwerkelijk ontvangen dividend.

Lening Griekenland

Betreft een vervroegde aflossing van de lening aan Griekenland en een neerwaarste bijstelling van de renteontvangsten. Voor Nederland gaat het om een vervroegde aflossing van circa € 420 mln. De geraamde aflossingen in 2029 en 2033 t/m 3035 nemen daardoor af. Dit is het vijfde jaar op rij dat Griekenland vervroegd aflost.

Scan- en detectiematerialen

De EU verstrekt subsidie voor de vervanging van scan- en detectieapparatuur via drie rondes, elk bestaande uit twee betalingsmomenten. De eerste uitbetaling van de derde ronde, ter hoogte van € 17 mln., wordt niet in 2026 maar in 2027 verwacht.

Kasschuif CBAM-ontvangsten

Het feitelijke kasritme van het CBAM-mechanisme wijkt af van de systematiek waarvan bij het opstellen van de raming werd uitgegaan. Voor 2026 staat momenteel een ontvangst geraamd van € 211,1 mln. Toegelaten CBAM-aangevers moeten echter uiterlijk 1 oktober 2027 aangifte doen over het jaar 2026, terwijl de verkoop van CBAM-certificaten pas op 1 februari 2027 start. Hierdoor vindt er in 2026 feitelijk geen kasontvangst plaats en wordt de raming hierop aangepast.

Begroting IXA (Nationale Schuld)

De onderstaande tabel geeft de verwachte EMU-schuld en staatsschuld aan het einde van 2026 en 2027 weer, alsmede de daaruit voortkomende rentelasten. De cijfers over 2025 betreffen realisaties.

Tabel 4 Kerncijfers ontwerpbegroting en realisaties (bedragen x € 1 mld.)1
 

2025

2026

2027

Omvang schuld aan het einde van het jaar

   

EMU-schuld

523,7

558,1

599,6

Staatsschuld (art. 11)

448,7

482,8

523,5

Interne schuldverhouding (art. 12)

96,3

107,9

120,3

Uitgaven en ontvangsten (+ is uitgave)

   

Relevant voor het EMU-saldo

   

Rentelasten vaste en vlottende schuld (art. 11)

6,4

8,0

11,6

Rentelasten interne schuldverhouding (art. 12)

2,3

2,7

3,8

Totaal rentelasten (art. 11 en 12)

8,7

10,8

15,4

1

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

De EMU-schuld is de bruto, dus uitstaande, schuld van de gehele collectieve sector. De staatsschuld is daar een onderdeel van en omvat alleen de schuld van de Rijksoverheid. De staatsschuld wordt gefinancierd door het Agentschap van de Generale Thesaurie, onderdeel van het ministerie van Financiën. De interne schuldverhouding geeft de schuldverhouding weer tussen de Staat en de instellingen die meedoen aan het schatkistbankieren, zoals decentrale overheden, rechtspersonen met een wettelijke taak (rwt's), sociale fondsen en agentschappen.

De omvang van de staatsschuld en de bijbehorende rentelasten zullen naar verwachting in 2027 toenemen ten opzichte van 2026. Voor de raming van de rentelasten worden de door het Centraal Planbureau (CPB) geraamde rentepercentages gebruikt.

Belangrijkste mutaties rentekosten

In de onderstaande tabel worden de belangrijkste mutaties in de rentelasten vanaf de ontwerpbegroting 2026 weergegeven.

Tabel 5 Overzicht belangrijkste mutaties rentelasten en rentebaten naar oorzaak (bedragen x € 1 mln.)12
 

Art. nr.

2026

2027

2028

2029

2030

2031

        

Stand ontwerpbegroting 2026

 

10.651

13.047

14.776

16.853

18.814

        

Mutaties

       

Bijstelling kassaldo

11

‒ 147

‒ 330

‒ 178

‒ 110

‒ 83

 

Bijstelling rekenrente

11

371

1.351

792

911

1.168

 

Effect nieuwe schulduitgifte

11

‒ 921

‒ 75

10

105

48

 

Bijstelling rentelasten interne schuldverhouding

12

798

1.415

516

696

924

 

Extrapolatie

11&12

     

23.368

        

Stand ontwerpbegroting 2027

 

10.753

15.407

15.916

18.455

20.871

23.368

1

Als gevolg van afronding kan de som der delen afwijken van het totaal.

2

De ontvangsten of uitgaven als gevolg van voortijdige beëindiging van derivaten en/of schuld worden niet geraamd.

De rentelasten op de staatsschuld (artikel 11) liggen bij het opstellen van de begroting al voor een groot deel vast. De meeste rente wordt immers betaald op leningen die in het verleden zijn afgesloten. Hoe verder vooruit, hoe groter de onzekerheid in de ramingen. De hoogte van de rentelasten die al vastliggen volgt uit de toenmalige rentestanden en schuldopbouw die voortkomt uit de keuzes die in het verleden zijn gemaakt ten aanzien van het financieringsbeleid en risicomanagement.

De rentelasten op nieuw uit te geven schuld worden geraamd op basis van de meest recente rentetarieven van het CPB en op basis van de raming van het kassaldo van het Rijk. Bijstelling van deze twee variabelen is de belangrijkste oorzaak van de aanpassing van de geraamde rentelasten. Daarnaast is tussen het moment van opstellen van de ontwerpbegroting van 2026 en die van 2027 een deel van de schuld opnieuw gefinancierd tegen nieuwe (rente)voorwaarden. Ook dit heeft een effect op de geraamde rentelasten.

Voor het bijstellen van de geraamde rentelasten op de interne schuldverhouding (artikel 12) geldt dat dit het gevolg is van gewijzigde rentetarieven en de omvang van de interne schuldverhouding. Naar verwachting neemt de interne schuldverhouding in 2027 toe doordat meer middelen worden aangehouden op de rekeningen-courant van de deelnemers van schatkistbankieren. Daarnaast is door het CPB een stijging van de korte rente geraamd ten opzichte van de MEV-raming van vorig jaar, waardoor per saldo de verwachte rentelasten op artikel 12 toenemen.

In onderstaande grafiek wordt de (verwachte) staatsschuld aan het einde van ieder jaar weergegeven, alsmede de daaruit voortkomende rentelasten. De jaren 2023-2025 zijn realisaties, 2026 en 2027 zijn ramingen.

Figuur 8 Overzicht staatsschuld en rentelasten (bedragen x € 1 mld.)

De omvang van de staatsschuld bedraagt naar verwachting € 523,5 mld. ultimo 2027 en de raming van de rentelasten van de staatsschuld bedraagt voor 2027 € 15,4 mld. Doordat de staatsschuld naar verwachting toeneemt in 2027 zijn de rentelasten voor 2027 hoger geraamd dan voor 2026. Daarnaast verwacht het CPB dat staatsobligaties tegen een hogere rente geherfinancierd moeten worden dan waartegen deze oorspronkelijk zijn uitgegeven.

2.3 Openbaarheidsparagraaf

Actieve Openbaarmaking

In 2027 maakt het ministerie steeds meer informatie actief openbaar op grond van de inspanningsverplichting, waaronder maatschappelijk relevante dossiers. Uitgangspunt daarbij is dat openbaarmaking van informatie in een maatschappelijke behoefte moet voorzien. Daarnaast wordt ernaar gestreefd in 2027 de verplichte categorieën voor actieve openbaarmaking onder de Woo binnen de gestelde termijnen openbaar te maken. Daarbij wordt niet alleen departementsbreed, maar ook interdepartementaal samengewerkt. Met deze actiepunten wordt de vernieuwde Visie Openbaarmaking & Transparantie, voor een belangrijk deel uitgevoerd.

Passieve Openbaarmaking

De ambitie van het ministerie van Financiën is om in 2027 zoveel mogelijk Wet Open Overheid (Woo)-verzoeken binnen de wettelijke, of een met verzoeker afgesproken, termijn af te handelen en geen verzoeken meer in behandeling te hebben die ouder zijn dan 6 maanden. In 2027 zal verder ingezet worden op een efficiënte afhandeling van Woo-verzoeken middels innovatieprojecten, door bijvoorbeeld het hebben van een eigen publicatieplatform waarin informatie gestructureerd en doorzoekbaar staat, en een AI-tool om tijdlijnen te genereren over ingewikkelde (beleids)onderwerpen. Hiervoor wordt ook interdepartementale samenwerking gezocht.

Goed en tijdig contact met verzoekers is een belangrijk speerpunt van het ministerie van Financiën. Het ministerie blijft in 2027 inzetten op in contact staan met haar omgeving door verschillende vormen van stakeholdermanagement regelmatig in te zetten. Zo wil het ministerie een representatie van de samenleving bereiken om mee te denken over hoe zij invulling kan geven aan openbaarmaking en transparantie.

Verbeteren van de informatiehuishouding

Het ministerie van Financiën heeft voor onder andere de implementatie van de Wet Open Overheid en Archiefwet 1995 een departementaal meerjarenplan openbaarheid en informatiehuishouding 2025-2026 opgesteld. Hierin is ook een doorkijk naar 2027 en verder opgenomen. De departementale activiteiten die voortvloeien uit dit meerjarenplan worden vanaf 2027 via de reguliere lijnsturing gezamenlijk opgepakt door het beleidsdepartement, de Belastingdienst, Dienst Toeslagen en de Douane. Belangrijke acties hierin zijn de volgende.

Voor bewustwording over het belang van goed beheer van informatie zijn awareness campagnes en trainingen ontworpen en dit blijft in 2027 onderdeel van de onboarding van nieuw personeel.

Er is rijksbreed beleid vastgesteld voor het archiveren van e-mails en chatberichten. Het ministerie sluit aan bij de initiatieven vanuit het Rijk voor de realisatie van technische archiefvoorzieningen voor e-mail- en chatberichten. Tot oplevering daarvan optimaliseert het ministerie het veiligstellen van email- en chatberichten in de eigen omgeving. Voor Digidoc borgen we de continuïteit en we sluiten aan bij de ontwikkelingen vanuit het Rijk richting een als één rijksbreed functionerend DMS en de autonome werkomgeving.

Bij de Belastingdienst wordt in 2027 verder gewerkt aan doorontwikkeling van het aansluiten van bronnen op het zogenaamde Generiek Document- en Archiefbeheer systeem en het ontsluiten van de informatie in de interne en externe portalen.

2.4 Strategische Evaluatie Agenda

De Strategische Evaluatie Agenda (SEA) beschrijft hoe het ministerie van Financiën de komende jaren de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid onderzoekt. De SEA omvat zeven thema’s die gebaseerd zijn op de beleidsagenda: (1) Gezonde overheidsfinanciën, (2) Sterke economie en vestigingsklimaat, (3) Weerbare en stabiele financiële sector, (4) Fiscaal beleid, (5) Belastingdienst, (6) Dienst Toeslagen en (7) Douane. Deze thema’s zijn gekoppeld aan de begrotingsartikelen en bevatten elke zeven jaar ten minste één periodieke rapportage.

Tabel 6 Planning Strategische Evaluatie Agenda

Periodieke rapportage

Eerstvolgende periodieke rapportage

Begrotingsartikelen

  

1

2

3

4

5

6

9

11

12

13

Thema 1: Gezonde overheidsfinanciën

           

Btw-compensatiefonds

2028

     

[x]

    

Begrotingsbeleid

2029

          

Schuldfinanciering

2030

       

[x]

  

Kasbeheer

2031

        

[x]

 

Thema 2: Sterke economie en vestigingsklimaat

           

Deelnemingen

2027

  

[x]

       

Exportkredietverzekeringen

2030

    

[x]

     

Internationale Financiële Betrekkingen

2031

   

[x]

      

Thema 3: Weerbare en stabiele financiële sector

           

Financiële markten

2026

 

[x]

        

Thema 4: Fiscaal beleid

           

Fiscale regelingen

2029

[x]

         

Bouwstenen voor een beter belastingstelsel

2032

[x]

         

Thema 5: Belastingdienst

           

Belastingdienst

2029

[x]

         

Thema 6: Dienst Toeslagen

           

Dienstverlening Toeslagen

2026

         

[x]

Hersteloperatie

2028

         

[x]

Thema 7: Douane

           

Douane

2026

      

[x]

   

De SEA 2027 bevat een nieuwe belastingbrede periodieke rapportage op het thema Fiscaal beleid te weten: Bouwstenen voor een beter belastingstelsel (2032). In bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda wordt de SEA nader uitgewerkt. De bijlage laat zien welke ex-ante, ex-durante en ex-post evaluaties het ministerie van Financiën programmeert in aanloop naar de periodieke rapportages. Aandachtspunten hierbij zijn voldoende onderliggende evaluaties per periodieke rapportage en om vaker van ex-ante evaluaties gebruik te maken. Naast de geplande evaluaties bevat deze bijlage een toelichting op de opbouw en de inzichtbehoefte per subthema.

De afgeronde evaluaties worden ieder jaar opgenomen in de bijlage Afgerond evaluatie- en overig onderzoek van het Jaarverslag. Het meest actuele overzicht van de realisatie van periodieke rapportages is te vinden op evaluaties.rijksfinanciën.nl.

2.5 Overzicht risicoregelingen

Tabel 7 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Nr.

Art.

 

Omschrijving en vindplaats toetsingskader (hyperlink)

Uitstaande Garanties 2025

Geraamd te verlenen 2026

Geraamd te vervallen 2026

Uitstaande garanties 2026

Geraamd te verlenen 2027

Geraamd te vervallen 2027

Uitstaande garanties 2027

Garantieplafond

Totaal plafond

1

1

Belastingen

Garantie procesrisico's

40

336

336

40

181

181

40

181

0

2

2

Financiële markten

DGS BES-eilanden

0

30.000

0

30.000

0

0

30.000

0

30.000

3

2

Financiële markten

Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

235

0

0

235

0

0

235

0

235

4

2

Financiële markten

Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars (NBM)

2.500

0

0

2.500

0

0

2.500

0

2.500

5

2

Financiële markten

Terrorisme-schades (NHT)

50.000

0

0

50.000

0

0

50.000

0

50.000

6

2

Financiële markten

Waarborgfonds motorverkeer

2.500

0

0

2.500

0

0

2.500

0

2.500

7

2

Financiële markten

WAKO (kern-ongevallen)

9.200.000

0

0

9.200.000

0

0

9.200.000

0

9.200.000

8

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Garantie TenneT

51.600.000

8.800.000

0

60.400.000

0

0

60.400.000

0

60.400.000

9

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Nederlandse Waterschapsbank (NWB)

1.134

0

0

1.134

0

0

1.134

0

1.134

10

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Financierings-maatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

13.617.021

‒ 63.442

0

13.553.579

0

0

13.553.579

0

13.553.579

11

4

Internationale financiële betrekkingen

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

702.128

‒ 3.271

0

698.857

0

0

698.857

0

698.857

12

4

Internationale financiële betrekkingen

DNB - deelneming in kapitaal IMF

32.419.718

‒ 22.102

0

32.397.616

0

0

32.397.616

0

32.397.616

13

4

Internationale financiële betrekkingen

EIB - kredietver-lening in ACP en OCT

72.334

0

0

72.334

0

0

72.334

0

72.334

14

4

Internationale financiële betrekkingen

EIB - pan-Europees Garantiefonds

925.048

26.720

0

951.768

7.850

0

959.618

0

959.618

15

4

Internationale financiële betrekkingen

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

589.100

0

0

589.100

0

0

589.100

0

589.100

16

4

Internationale financiële betrekkingen

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

2.647.690

‒ 50.697

0

2.596.993

0

0

2.596.993

0

2.596.993

17

4

Internationale financiële betrekkingen

European Financial Stability Facility (EFSF)

34.154.159

0

0

34.154.159

0

0

34.154.159

0

34.154.159

18

4

Internationale financiële betrekkingen

European Investment Bank (EIB)

11.795.973

0

0

11.795.973

0

0

11.795.973

0

11.795.973

19

4

Internationale financiële betrekkingen

European Stability Mechanism (ESM)

35.338.940

0

0

35.338.940

0

0

35.338.940

0

35.338.940

20

4

Internationale financiële betrekkingen

Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)

1.146.509

‒ 24.299

0

1.122.210

0

0

1.122.210

0

1.122.210

21

4

Internationale financiële betrekkingen

Kredieten EU-betalings-balanssteun (BoP-faciliteit)

4.074.069

‒ 82.908

0

3.991.161

0

0

3.991.161

0

3.991.161

22

4

Internationale financiële betrekkingen

Bilaterale garantie Macro-financiële bijstand (MFB)

215.390

0

0

215.390

0

0

215.390

0

215.390

23

4

Internationale financiële betrekkingen

Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)

28.514

‒ 133

0

28.381

0

0

28.381

0

28.381

24

4

Internationale financiële betrekkingen

Next Generation EU (NGEU)

29.307.155

‒ 1.101.772

0

28.205.383

0

0

28.205.383

0

28.205.383

25

4

Internationale financiële betrekkingen

Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)

5.965.060

0

0

5.965.060

0

0

5.965.060

0

5.965.060

26

4

Internationale financiële betrekkingen

Garantie Wereldbank - IBRD garantie kapitaal

5.150.894

‒ 23.998

0

5.126.896

0

0

5.126.896

0

5.126.896

27

4

Internationale financiële betrekkingen

Garantie Wereldbank - IBRD garantie Oekraïne

100.000

0

0

100.000

0

0

100.000

0

100.000

28

4

Internationale financiële betrekkingen

Oekraïne Faciliteit

2.101.933

‒ 44.549

0

2.057.384

0

0

2.057.384

0

2.057.384

29

4

Internationale financiële betrekkingen

MFB-ULCM

1.844.605

‒ 39.095

0

1.805.510

0

0

1.805.510

0

1.805.510

30

4

Internationale financiële betrekkingen

SAFE

15.286.784

‒ 323.990

0

14.962.794

0

0

14.962.794

0

14.962.794

31

4

Internationale financiële betrekkingen

Headroomgarantie Steunlening Oekraïne

0

5.828.959

0

5.828.959

0

0

5.828.959

0

5.828.959

32

5

Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen

Exportkrediet-verzekering (ekv)

14.686.125

0

0

14.686.125

0

0

14.686.125

10.000.000

0

33

5

Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen

Herverzekering leveranciers-kredieten

0

0

0

0

0

0

0

0

0

   

Totaal

273.025.556

12.905.759

336

285.930.979

8.031

181

285.938.829

10.000.181

271.252.664

Tabel 8 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Nr.

Art.

 

Omschrijving

Uitgaven 2025

Ontvangsten 2025

Stand risico-voorziening 2025

Saldo 2025

Uitgaven 2026

Ontvangsten 2026

Stand risico-voorziening 2026

Saldo 2026

Uitgaven 2027

Ontvangsten 2027

Stand risico-voorziening 2027

Saldo 2027

1

1

Belastingen

Garantie procesrisico's

18

0

0

‒ 18

76

0

0

‒ 76

181

0

0

‒ 181

2

2

Financiële markten

DGS BES-eilanden

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

3

2

Financiële markten

Garantie Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

4

2

Financiële markten

Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars (NBM)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

5

2

Financiële markten

Terrorismeschades (NHT)

0

536

3.911

536

0

450

4.361

450

0

450

4.811

450

6

2

Financiële markten

Waarborgfonds motorverkeer

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

7

2

Financiële markten

WAKO (kernongevallen)

0

1.726

0

1.726

0

612

0

612

0

612

0

612

8

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Garantie TenneT

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

9

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Nederlandse Waterschapsbank (NWB)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

10

3

Financierings-activiteiten publiek-private sector

Financierings-maatschappij voor ontwikkelingslanden (FMO)

0

1.000

0

1.000

0

1.000

0

1.000

0

1.000

0

1.000

11

4

Internationale financiële betrekkingen

Asian Infrastructure Investment Bank (AIIB)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

12

4

Internationale financiële betrekkingen

DNB - deelneming in kapitaal IMF

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

13

4

Internationale financiële betrekkingen

EIB - kredietverlening in ACP en OCT

4.375

0

0

‒ 4.375

0

0

0

0

0

0

0

0

14

4

Internationale financiële betrekkingen

EIB - pan-Europees Garantiefonds

28.493

0

0

‒ 28.493

26.720

0

0

‒ 26.720

7.850

0

0

‒ 7.850

15

4

Internationale financiële betrekkingen

European Bank for Reconstruction and Development (EBRD)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

16

4

Internationale financiële betrekkingen

European Financial Stabilisation Mechanism (EFSM)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

17

4

Internationale financiële betrekkingen

European Financial Stability Facility (EFSF)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

18

4

Internationale financiële betrekkingen

European Investment Bank (EIB)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

19

4

Internationale financiële betrekkingen

European Stability Mechanism (ESM)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

20

4

Internationale financiële betrekkingen

Headroomgarantie macro-financiële bijstand (MFB)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

21

4

Internationale financiële betrekkingen

Kredieten EU-betalings-balanssteun (BoP-faciliteit)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

22

4

Internationale financiële betrekkingen

Bilaterale garantie Macro-financiële bijstand (MFB)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

23

4

Internationale financiële betrekkingen

Multilateral Investment Guarantee Agency (MIGA)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

24

4

Internationale financiële betrekkingen

Next Generation EU (NGEU)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

25

4

Internationale financiële betrekkingen

Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency (SURE)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

26

4

Internationale financiële betrekkingen

Garantie Wereldbank - IBRD garantie kapitaal

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

27

4

Internationale financiële betrekkingen

Garantie Wereldbank - IBRD garantie Oekraïne

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

28

4

Internationale financiële betrekkingen

Oekraïne Faciliteit

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

29

4

Internationale financiële betrekkingen

MFB-ULMC

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

30

4

Internationale financiële betrekkingen

SAFE

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

31

4

Internationale financiële betrekkingen

Headroomgarantie Steunlening Oekraïne

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

32

5

Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen

Exportkrediet-verzekering (ekv)

109.035

180.963

830.706

71.928

118.400

104.092

934.798

‒ 14.308

124.400

102.475

1.037.273

‒ 21.925

33

5

Exportkrediet-verzekeringen, -garanties en investerings-verzekeringen

Herverzekering leverancierskredieten

10.846

13.168

0

2.322

2.200

2.200

0

0

0

0

0

0

   

Totaal

152.766

197.393

834.617

44.626

147.396

108.354

939.159

‒ 39.042

132.431

104.537

1.042.084

‒ 27.894

Tabel 9 Overzicht verstrekte leningen (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande Lening

Looptijd Lening In Jaren

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Lening TenneT

21.739.000

max. 16

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Lening Griekenland

1.171.407

30

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Lening Oekraïne

200.000

10

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Lening Wereldbank IBRD

69.746

n.v.t.

Algemeen

In tabel 7 is voor de garantieregelingen groter dan € 5 mln. per 2027 een hyperlink opgenomen naar relevante informatie of het risicokader, waarin onder meer het doel en de werking van de garantiestelling, risicobeoordeling, beheersmaatregelen, premiestelling en de mate van kostendekkendheid worden toegelicht. Alle risicoregelingen worden periodiek geëvalueerd op nut en noodzaak, conform de planning in overzicht 2.4 ‘Strategische Evaluatie Agenda’ en bijlage 4. Hierna volgen de toelichtingen op de mutaties in 2027 van risicoregelingen groter dan € 5 mln.

5. Terrorismeschades (NHT)

De Staat heft een premie over het afgegeven garantiebedrag van € 50 mln. Deze middelen worden vanaf 2019 gestort in een begrotingsreserve. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze regeling.

7. WAKO (kernongevallen)

De doelstelling is dat een premie wordt geïnd die een reële weergave vormt van het risico voor de Staat. Voor de berekeningssystematiek wordt aangesloten bij de premieberekening die de markt hanteert voor kernongeval schadeverzekeringen. De premies worden niet afgestort in een begrotingsreserve. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze regeling.

10. Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (FMO)

De uitstaande garantie (USD 16 mld.) is naar beneden bijgesteld met € 63,4 mln. aan de hand van de EUR-USD wisselkoers per 27 februari 2026. De garantie is in USD ten opzichte van de Rijksbegroting in EUR. Aangezien de koers van de euro ten opzichte van de dollar is gestegen, daalt de waarde van deze garantie.

FMO betaalt in de periode 2023 ‒ 2028 een jaarlijkse garantiepremie van € 1 mln. per jaar aan de Nederlandse Staat. Na afloop van deze periode actualiseert de Staat de hoogte van de garantiepremie. Tot op heden heeft er geen uitkering plaatsgevonden onder deze garantieregeling.

14. EIB pan-Europees garantiefonds

Het pan-Europees garantiefonds (EGF) van de European Investment Bank (EIB) is opgericht om de negatieve economische gevolgen van de corona-crisis te beperken. Het EGF zit nu in een fase waarin de garanties ingeroepen kunnen worden. Omdat de investeringen onder het garantiefonds een hoog risicoprofiel hebben, is een verliesraming opgenomen.

32. Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

De Nederlandse Staat biedt de mogelijkheid voor het verzekeren van betalingsrisico’s verbonden aan het handels- en dienstenverkeer met het buitenland. Er is zowel een raming voor schade-uitkeringen opgenomen als een raming voor premie-ontvangsten en de stand van de begrotingsreserve. Om concurrentieverstoring te voorkomen, is internationaal afgesproken dat ekv-faciliteiten over een middellange periode kostendekkend moeten zijn.

Leningen

Lening TenneT

Begin 2024 heeft de Nederlandse Staat een aandeelhouderslening van € 25 mld. aan TenneT verstrekt voor 2024-2025, met aanvullingen van € 2,3 mld. (2025) en € 17,1 mld. (2026) door uitgestelde verkoop van TenneT Duitsland. Met de garantie voor TenneT Nederland viel € 7,5 mld. van de lening in 2026 weg. € 1,4 mld. aan investeringen is van 2025 naar 2026 verschoven en er is € 0,9 mld. minder getrokken in 2025 dan geraamd. In 2026 heeft TenneT € 11 mld. minder getrokken dan geraamd. Verder zijn verkoopopbrengsten van aandelen die TenneT houdt in TenneT Duitsland ingezet om een bedrag van afgerond € 3,3 mld. van de lening af te lossen. De totaal uitstaande lening bedraagt zodoende afgerond € 21,7 mld. De lening wordt in tranches opgenomen, met maximaal 16 jaar looptijd en de start van terugbetaling is op zijn vroegst vanaf 2030. TenneT betaalt een marktconforme rente plus twee extra vergoedingen.

Lening Griekenland

In 2010 verstrekte Nederland binnen de Greek Loan Facility (GLF) € 3,2 mld. aan Griekenland; begin 2027 resteert er naar verwachting € 1,2 mld. Sinds 2012 zijn er geen nieuwe leningen en Griekenland is in 2020 begonnen met aflossen. Griekenland betaalt per kwartaal rente: 3-maands Euribor plus een opslag van 0,5%.

Lening Oekraïne

Nederland verstrekte in 2022 een bilaterale lening van € 200 mln. aan Oekraïne via het IMF. Deze steun helpt bij het financieren van dagelijkse uitgaven en het economisch functioneren. Terugbetaling zou starten in mei 2027 in halfjaarlijkse termijnen, volledig afgelost na 10 jaar. De betalingen van rente en aflossing worden echter uitgesteld vanwege de onhoudbare overheidsschuld van Oekraïne op dit moment en het politiek commitment dat Nederland heeft afgegeven Oekraïne te blijven steunen zolang als nodig is. Het uitstel van betaling wordt in het najaar van 2026 uitgewerkt in een bindende bilaterale overeenkomst tussen Nederland en Oekraïne.

Lening Wereldbank IBRD

Nederland heeft in 2024 deelgenomen in de aankoop van hybride kapitaal. Dit is een schuldinstrument met eigenschappen van kapitaal; er wordt rente ontvangen maar het geeft geen stemrecht. De looptijd is oneindig, maar tijdens een toekomstige middelenaanvulling kan het hybride kapitaal worden omgezet in een reguliere kapitaalbijdrage. De Wereldbank kan op basis van hybride kapitaal nieuwe obligaties uitgeven. De komende 10 jaar kan de hiermee opgehaalde financiering worden ingezet voor projecten ten behoeve van de ‘Global Public Goods’, zoals klimaatverandering, pandemische paraatheid en fragiliteit. Hierbij geldt een hefboomeffect; elke ingelegde euro creëert over de komende 10 jaar € 8 aan additionele leencapaciteit.

3. Beleidsartikelen (Financiën)

Artikel 1 Belastingen

Het genereren van inkomsten voor de financiering van overheidsbeleid. Solide, eenvoudige en fraudebestendige fiscale wet- en regelgeving is hiervoor de basis. Doeltreffende en doelmatige uitvoering door de Belastingdienst van die wet- en regelgeving draagt bij aan de bereidheid van burgers en bedrijven om hun wettelijke verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst na te komen (compliance).

Onder ‘compliance’ verstaat de Belastingdienst dat burgers en bedrijven bereid zijn hun wettelijke fiscale verplichtingen ten aanzien van de Belastingdienst structureel uit zichzelf na te komen. De term ‘bereidheid’ geeft aan dat de Belastingdienst ernaar streeft dat belastingplichtigen uit zichzelf fiscale regels naleven, zonder (dwingende en kostbare) acties van de kant van de Belastingdienst. Als burgers en bedrijven hun wettelijke verplichtingen nakomen, dan komt belastinggeld de staatskas binnen zoals de wetgever beoogt.

De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een regisserende rol op het terrein van de fiscaliteit. Daarbij gaat het om:

  • het te voeren fiscale beleid;

  • het opstellen van fiscale wet- en regelgeving;

  • het internationaal behartigen van de Nederlandse fiscale belangen.

De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een uitvoerende rol op het terrein van:

  • de heffing en inning van de rijksbelastingen

  • de heffing en inning van de premies werknemers- en volksverzekeringen;

  • de heffing en inning van de inkomensafhankelijke bijdragen Zorgverzekeringswet;

  • de heffing en inning voor derden van een aantal belastingen, heffingen en overige vorderingen;

  • handhavingstaken op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.

Op grond van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr) en de Invorderingswet 1990 voert de Belastingdienst de heffing en inning van de rijksbelastingen uit. Op grond van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten voert de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst de handhavingstaken uit op het gebied van de economische ordening en financiële integriteit.

De minister bevordert, door inzet van de Belastingdienst, naleving van wet- en regelgeving door passende dienstverlening te leveren, massale processen juist en tijdig uit te voeren, adequaat toezicht uit te oefenen en waar nodig naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen.

Aanvullende beleidsinformatie, zoals de strategie, doelen en prestatie-indicatoren van de Belastingdienst zijn te vinden in onderdeel F2 van dit artikel.

De Belastingdienst zal in 2027 verder investeren in transparantie, vereenvoudiging en samenwerking, waarmee de basis gelegd voor een toekomstbestendige Belastingdienst. Aanvullend zullen we de basis op orde brengen en houden, onder meer via het voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van privacy en informatiebeveiliging, waaronder de AVG en de Cyberbeveiligingswet. Deze inzet is noodzakelijk om het vertrouwen in de Belastingdienst te beschermen en de continuïteit van de belastingheffing en -inning te waarborgen. Burgers en bedrijven moeten hun belastingzaken eenvoudiger en in één keer goed kunnen regelen. Digitalisering en proactieve dienstverlening spelen daarbij een centrale rol. Nieuwe technologieën, waaronder AI, kunnen deze ontwikkeling ondersteunen. In paragraaf F1 wordt nader ingegaan op de fiscale beleidswijzigingen.

Tabel 10 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Belastingen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

4.105.159

4.454.417

4.010.921

3.840.074

3.634.571

3.465.561

3.431.127

        

Uitgaven (1) + (2)

4.058.737

4.110.494

4.128.044

3.668.168

3.559.719

3.455.726

3.421.292

        

(1) Apparaatsuitgaven

3.710.196

3.788.656

3.676.220

3.431.605

3.334.022

3.149.850

3.112.895

waarvan: Uitvoering fiscale wet- en regelgeving en douanetaken Caribisch Nederland

22.023

18.331

18.315

18.315

18.315

18.315

18.315

        

Personele uitgaven

3.243.340

3.308.381

3.153.028

2.957.349

2.872.385

2.755.389

2.721.971

Eigen personeel

2.806.579

2.876.146

2.753.781

2.694.571

2.626.621

2.518.514

2.487.604

Inhuur externen

400.728

395.252

372.587

248.872

237.979

229.337

226.909

Overig personeel

36.034

36.983

26.660

13.906

7.785

7.538

7.458

        

Materiële uitgaven

466.855

480.275

523.192

474.256

461.637

394.461

390.924

ICT

46.851

20.230

49.284

30.254

29.433

28.599

28.296

Bijdrage aan SSO's

318.438

357.814

352.355

331.193

319.635

271.878

269.036

Overig materieel

101.566

102.231

121.553

112.809

112.569

93.984

93.592

        

(2) Programma-uitgaven

348.542

321.838

451.824

236.563

225.697

305.876

308.397

        

Garanties

18

76

181

181

181

181

181

Garantie procesrisico's

18

76

181

181

181

181

181

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

14.784

16.506

19.054

17.672

17.324

16.971

16.842

Waarderingskamer

2.506

3.385

3.371

3.332

3.267

3.200

3.176

Kadaster

2.993

3.350

3.500

3.480

3.480

3.500

3.479

Kamer van Koophandel

80

145

145

142

142

145

142

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

9.205

9.626

12.038

10.718

10.435

10.126

10.045

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

3.188

2.965

3.387

3.387

3.387

3.387

3.387

Internationale Douaneraad

56

0

0

0

0

0

0

Overige (inter)nationale organisaties

3.133

2.965

3.387

3.387

3.387

3.387

3.387

        

Opdrachten

529.854

523.989

532.231

482.970

472.420

475.089

474.536

ICT opdrachten

445.134

440.527

458.970

407.984

397.459

400.351

399.898

Overige opdrachten

84.720

83.462

73.261

74.986

74.961

74.738

74.638

        

Bijdrage aan agentschappen

13.769

10.827

9.803

9.634

9.788

9.416

9.316

Bijdrage Logius

1.542

1.599

1.233

1.179

1.484

1.232

1.219

Bijdrage overige agentschappen

12.227

9.228

8.570

8.455

8.304

8.184

8.097

        

(Schade)vergoeding

13.261

15.950

17.950

5.950

5.950

5.950

5.950

(Schade)vergoedingen

8.415

12.558

14.558

2.558

2.558

2.558

2.558

Vergoeding proceskosten

4.846

3.392

3.392

3.392

3.392

3.392

3.392

        

Rente

226.890

237.732

297.886

144.078

143.984

147.291

150.594

Belasting- en invorderingsrente

226.890

237.732

297.886

144.078

143.984

147.291

150.594

        

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

‒ 453.221

‒ 486.207

‒ 428.668

‒ 427.309

‒ 427.337

‒ 352.409

‒ 352.409

Toerekening uitgaven aan Douane

‒ 220.386

‒ 229.108

‒ 216.594

‒ 216.571

‒ 216.571

‒ 141.618

‒ 141.618

Toerekening uitgaven aan Toeslagen

‒ 232.835

‒ 257.099

‒ 212.074

‒ 210.738

‒ 210.766

‒ 210.791

‒ 210.791

        

Ontvangsten (3) + (4)

216.360.867

224.005.903

238.740.622

258.783.031

275.845.198

289.850.787

301.450.015

        

Programma-ontvangsten (3)

216.214.503

223.854.329

238.634.128

258.692.819

275.761.936

289.766.710

301.366.761

        

waarvan: Belastingontvangsten

214.278.501

222.248.511

236.897.252

257.076.420

274.159.234

288.145.820

299.722.851

        

Bekostiging

273.052

247.263

247.263

247.263

247.263

247.263

247.263

Doorbelasten kosten vervolging

273.052

247.263

247.263

247.263

247.263

247.263

247.263

        

Rente

1.356.455

1.052.684

1.210.972

1.090.495

1.076.798

1.094.986

1.118.006

Belasting- en invorderingsrente

1.356.455

1.052.684

1.210.972

1.090.495

1.076.798

1.094.986

1.118.006

        

Boetes en schikkingen

306.495

305.871

278.641

278.641

278.641

278.641

278.641

Ontvangsten boetes en schikkingen

306.495

305.871

278.641

278.641

278.641

278.641

278.641

        

Apparaatsontvangsten (4)

146.364

151.574

106.494

90.212

83.262

84.077

83.254

Tabel 11 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

4.105.159

4.454.417

4.010.921

3.840.074

3.634.571

3.465.561

3.431.127

waarvan garantieverplichtingen

18

231

336

336

336

336

336

waarvan overige verplichtingen

4.105.141

4.454.186

4.010.585

3.839.738

3.634.235

3.465.225

3.430.791

Tabel 12 Geschatte budgetflexibiliteit1
 

2027

juridisch verplicht

32,3%

bestuurlijk gebonden

5,4%

beleidsmatig gereserveerd

62,3%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

1

De berekende budgetflexibiliteit heeft alleen betrekking op de programma-uitgaven

Budgetflexibiliteit

De uitgaven onder «Rente» zijn volledig juridisch verplicht, onder andere op basis van de Awr en de Invorderingswet 1990. Programma-uitgaven zoals «Bijdragen aan ZBO's/RWT's», «(Inter)nationale organisaties» en «agentschappen» zijn volledig bestuurlijk gebonden, tenzij zij al juridisch verplicht zijn door lopende contracten. De bijdrage aan de Waarderingskamer is volledig bestuurlijk gebonden op grond van de Wet WOZ. Voor het Kadaster en de Kamer van Koophandel zijn gegevensuitwisselingsovereenkomsten gesloten. Ook voor agentschappen en internationale organisaties zijn bindende afspraken gemaakt over bijdragen en dienstverlening, waardoor deze uitgaven eveneens volledig bestuurlijk gebonden zijn.

De overige programma-uitgaven, met name «Opdrachten», zijn deels juridisch verplicht bij het vaststellen van de begroting (bijvoorbeeld contracten voor ICT, softwarelicenties, onderhoud en papieren dienstverlening). Niet-juridisch verplichte uitgaven zijn doorgaans noodzakelijk voor een goede uitvoering van de primaire processen.

Verplichtingen en uitgaven

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

Dit betreft alle personele uitgaven, inclusief de kosten voor externe inhuur, voor de dienstonderdelen van de Belastingdienst.

Materiële uitgaven

Dit betreft de materiële uitgaven van de dienstonderdelen van de Belastingdienst en omvat met name facilitaire diensten, middelen en communicatie. De post ICT bestaat voornamelijk uit uitgaven die verband houden met de uitrusting van ambtenaren van de Belastingdienst (zoals telefoons, laptops, et cetera). De bijdrage aan Shared Service Organisaties (SSO’s) betreft vooral de huisvesting (Rijksvastgoedbedrijf).

Programma-uitgaven

Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s

De uitgaven aan de Waarderingskamer betreffen de eigenaarsbijdrage van het ministerie van Financiën voor de begroting 2027, die reeds is vastgesteld en verplicht is op basis van de Wet WOZ. Voor het Kadaster en de Kamer van Koophandel heeft de Belastingdienst samenwerkingsovereenkomsten voor gegevensuitwisseling, die worden gebruikt bij de uitvoering van taken van de Belastingdienst. Onder de bijdrage aan overige ZBO’s/RWT’s vallen onder andere de bijdragen aan de RDW en de Nationale Politie.

Opdrachten

Onder ‘overige opdrachten’ vallen met name de uitgaven die geraamd worden voor de papieren dienstverlening. Bij ‘ICT-opdrachten’ gaat het vooral om ICT-uitgaven die verband houden met de digitale dienstverlening, zoals licenties, softwareapplicaties en hardware.

Bijdrage aan agentschappen

De bijdragen aan overige agentschappen betreffen met name detacheringsovereenkomsten en opdrachten die worden gesloten met de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk.

(Schade)vergoeding

Dit betreft aanspraken van een natuurlijke persoon of rechtspersoon op vergoeding van kosten voor de uitvoering van overheidsmaatregelen, of op vergoeding van kosten die door toedoen van de overheid zijn ontstaan. Hieronder vallen compensatievergoedingen die door de Belastingdienst worden betaald, waaronder de compensatie die zal worden verstrekt aan gedupeerden die ten onrechte niet in de regeling Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen zijn opgenomen.

Rente

Dit budget betreft de belasting- en invorderingsrente die wordt vergoed aan belastingplichtigen. De rente-uitgaven komen voort uit de Awr en de Invorderingswet 1990 en zijn voor 100% juridisch verplicht. Deze uitgaven vallen onder het inkomstenkader.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Dit zijn de uitgaven die Belastingdienst doet ten behoeve van de douane- en toeslagenprocessen op artikel 9 respectievelijk artikel 13.

Ontvangsten

Programma-ontvangsten

Belastingontvangsten

De in onderstaande tabel opgenomen belastingontvangsten zijn netto-ontvangsten. De netto-ontvangsten zijn gelijk aan de totale belastingontvangsten minus de afdrachten aan het Gemeentefonds en het Provinciefonds op grond van de Financiële-verhoudingswet, minus de afdrachten aan het btw-compensatiefonds en het BES-fonds (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).

In onderstaande tabel staat de aansluiting van de Miljoenennota 2027 met begrotingshoofdstuk IX. Voor een toelichting op de belastingontvangsten zie de Miljoenennota, paragraaf 2.6 Horizontale ontwikkeling van inkomsten en lasten en bijlage 3 Belasting- en premieontvangsten.

Tabel 13 Aansluiting belastingontvangsten Miljoenennota 2027 met begroting IX (bedragen x € 1.000)1
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal belastingontvangsten

289.155.005

298.831.727

316.040.166

334.383.343

350.855.041

364.642.655

376.206.423

–/– Afdracht Gemeentefonds

47.701.568

48.316.012

49.955.681

47.199.774

46.020.381

45.904.536

45.845.031

–/– Afdracht Provinciefonds

4.101.755

4.299.216

4.069.723

4.041.959

3.911.860

3.689.960

3.643.988

–/– Afdracht BES-fonds

93.799

96.363

95.842

97.964

99.395

102.626

102.905

–/– Belastingontvangsten artikel 6 Btw-compensatiefonds

4.893.319

5.029.932

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

–/– Belastingontvangsten artikel 9 Douane

18.086.063

18.841.693

19.991.389

20.936.947

21.633.892

21.769.434

21.861.369

Belastingontvangsten artikel 1 Belastingen

214.278.501

222.248.511

236.897.252

257.076.420

274.159.234

288.145.820

299.722.851

1

Dit betreft de begrotingstotalen van het gemeentefonds en provinciefonds, stand Miljoenennota 2027. Volgens de vaste systematiek zijn de accrestranches voor het uitvoeringsjaar en het voorbereidingsjaar hieraan toegevoegd. De accrestranches voor t+2 tot en met t+4 zijn nog niet toegevoegd aan deze fondsen.

Bekostiging

De ontvangsten hebben betrekking op kosten die worden doorberekend aan belastingplichtigen van invorderingsmaatregelen (aanmaning, dwangbevel, beslaglegging, etc.). Dit gebeurt op grond van de Kostenwet invordering rijksbelastingen.

Rente

Dit budget betreft de belasting- en invorderingsrente die wordt ontvangen van belastingplichtigen. De rente-ontvangsten komen voort uit de Awr en de Invorderingswet 1990 en zijn voor 100% juridisch verplicht. Deze ontvangsten vallen onder het inkomstenkader.

Boetes en schikkingen

Deze ontvangstenpost betreft de opbrengsten van bestuurlijke boetes en van fiscale strafbeschikkingen.

Apparaatsontvangsten

Deze post betreft onder andere ontvangsten uit facilitaire en ICT-diensten die de Belastingdienst levert aan andere overheidsdiensten en die op factuurbasis worden afgerekend.

Extracomptabele fiscale regelingen

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. De fiscale regelingen die niet in onderstaande tabel zijn opgenomen, maar wel op dit beleidsartikel betrekking hebben, zijn:

  • Aftrek voor tijdelijk verblijf thuis van ernstig gehandicapten

  • Onbelaste reiskostenvergoeding

  • Doorschuifregeling IB-ondernemers bij inbreng (omzetting) onderneming in een nv of bv

  • Doorschuiven IB via te conserveren inkomen naar een andere onderneming

  • Doorschuiven AB bij geruisloze terugkeer uit de BV

  • Aftrek kenbaar fondswervende activiteiten ANBI's

  • Aftrek fictieve personeelskosten ANBI's

  • Vrijstelling vpb voor stichtingen en vereningen met lage winst

  • Verhuisvergoeding ondernemer

  • Uitstelfaciliteiten bij verkoop in kader aandelenfusie, juridische splitsing, juridische fusie

  • Dividendbelasting overige

  • Gerichte vrijstellingen Werkkostenregeling

  • Expatregeling (voorheen 30%-regeling): voor uitgezonden werknemers

  • Vergoeding voor extraterritoriale kosten

  • Vrijwilligersregeling

  • EB raffinaderijvrijstelling

  • Vrijstelling leidingwaterbelasting voor brandkranen, sprinklerinstallaties en dergelijke indien deze gebruikt worden in buitengewone omstandigheden.

  • Btw vrijstelling werkgevers- en werknemersorganisaties, alsmede politieke, godsdienstige, levensbeschouwelijke en liefdadige organisaties

  • Btw vrijstelling fondswerving

  • Btw vrijstellingen overig

  • BZM teruggaaf belasting zware motorrijtuigen bij gecombineerd vervoer (spoor, binnenwateren of zee)

  • Accijns verlaagd tarief kleine brouwerijen

  • Accijns raffinaderijvrijstelling

  • Accijns vrijstelling tabak, alcohol en motorbrandstof diplomatiek personeel en medewerkers internationale organisaties

  • OVB vrijstelling inbreng of omzetting van een onderneming

  • OVB vrijstelling verdeling of vereffening vermogen van een onderneming/vennootschap (f)

  • OVB vrijstelling verdeling gemeenschap samenwoners

  • OVB vrijstelling juridische fusie

  • OVB vrijstelling bedrijfsfusie

  • OVB vrijstelling interne reorganisatie

  • OVB vrijstelling juridische splitsing

  • OVB vrijstelling door verkrijger aangebrachte zaken

  • OVB vrijstelling bodembestanddelen

  • OVB vrijstelling kabels en leidingen

  • OVB vrijstelling publiekrechtelijke lichamen

  • OVB vrijstelling onderwijs

  • OVB vrijstelling herstel art.19

  • OVB vrijstelling staatsbosbeheer

  • OVB vrijstelling samenloop omzetbelasting

  • OVB vrijstelling wilsrecht

  • Drempelbedrag bankenbelasting

Voor een beschrijving van de regeling, de doelstelling, verwijzing naar de wettekst, verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en de ramingsgrond wordt verwezen naar de paragraaf ‘Kwalitatieve achtergrond informatie per fiscale regeling’ in de bijlage ‘Fiscale regelingen’.

Tabel 14 Fiscale regelingen 2024–2026, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (bedragen x € 1 mln.)12345678
 

2025

2026

2027

Giftenaftrek inkomstenbelasting

427

421

423

Onderhoudsverplichtingen aftrek

180

169

161

Belaste ontvangen alimentatie

‒ 143

‒ 136

‒ 131

Schenk- en erfbelasting Eenmalige vrijstelling kinderen

66

69

72

Middelingsregeling

121

144

60

Schenk- en erfbelasting jaarlijkse schenkingsvrijstelling kinderen

67

69

71

Heffingvrij vermogen/inkomen box 3

2.599

2.606

3.043

Vrijstelling rechten op bepaalde kapitaalsuitkeringen, waaronder KEW, box 3

993

953

877

Vrijstelling rechten op kapitaalsuitkering bij overlijden box 3

50

52

57

Doorschuifregelingen AB-houders bij schenken en overlijden

1.368

430

435

Schenk- en erfbelasting Faciliteiten ANBI’s

712

747

773

Giftenaftrek in de vpb en achterwege laten uitdeling in box 2

39

41

42

Mkb-winstvrijstelling

2.672

2.730

2.876

Terbeschikkingstellingsvrijstelling

38

41

46

Laag vpb-tarief

3.039

3.184

3.249

Liquidatie- en stakingsverliesregeling

385

396

406

Herinvesteringsreserve

276

283

290

Vrije ruimte werkkostenregeling

2.610

2.737

2.919

Expatregeling (voorheen 30%-regeling)

1.440

1.463

1.403

Vrijstelling uitkering wegens 25- of 40-jarig dienstverband

39

42

44

Algemene heffingskorting

26.224

26.680

27.251

Ouderenkorting

5.443

5.607

5.794

Alleenstaande ouderenkorting

747

783

823

EB Belastingvermindering per aansluiting

4.517

4.524

4.574

EB Teruggaaf kerkgebouwen en non-profit

33

30

29

Btw Verlaagd tarief voedingsmiddelen en water

10.129

10.595

11.075

Btw Verlaagd tarief overig

0

0

0

Btw Nultarief zonnepanelen

37

37

37

Btw Kleineondernemersregeling

270

295

322

Btw Vrijstelling voor uitvaartondernemers

83

86

88

MRB Kwarttarief en halftarief

291

187

194

MRB Vrijstelling motorrijtuigen ouder dan 40 jaar

126

138

154

MRB Vrijstelling diverse voertuigen

33

29

30

BPM Teruggaaf diverse voertuigen

18

18

18

ASB Vrijstelling levensverzekeringen

3.570

3.570

3.570

ASB Vrijstelling transportverzekeringen

61

62

63

ASB Vrijstelling exportkredietverzekeringen

6

6

6

OVB vrijstelling taakoverdracht tussen vereniging of ANBI

33

25

0

Kleine prijzenvrijstelling/Vrijstelling prijzen onder 449 euro

208

242

246

Vrijstelling mineraalwater

168

169

170

Vrijstelling zuivel- en sojadranken

322

324

326

1

[-] = regeling is in dat jaar niet van toepassing; [0] = budgettair belang van de regeling bedraagt in dat jaar afgerond nihil.

2

EB - Energiebelasting

3

MRB = Motorrijtuigenbelasting

4

BPM = Belasting van personenauto’s en motorrijwielen

5

ASB = Assurantiebelasting

6

OVB = Overdrachtsbelasting

7

Budgettair belang middelingsregeling is op kasbasis.

8

Het betreft het budgettaire belang van de fiscale regelingen inclusief beleidsmaatregelen conform stand per 1 september.

Het pakket Belastingplan heeft betrekking op een aantal onderwerpen binnen de fiscaliteit en bevat naast het wetsvoorstel Belastingplan 2027 ook drie afzonderlijke wetsvoorstellen.

Het wetsvoorstel Belastingplan 2027 bevat fiscale maatregelen met (budgettaire) gevolgen die samenhangen met de begroting voor het jaar 2027. Het kabinet heeft veel maatregelen uit het coalitieakkoord opgenomen in het wetsvoorstel Belastingplan 2027. Zo bevat het voorstel een aantal vereenvoudigingsmaatregelen. Met onder meer het afschaffen van het verlaagd btw-tarief op sierteelt, het beëindigen teruggaafregeling bio- en hernieuwbare brandstoffen, het afschaffen van de bosbouwvrijstelling en het afschaffen van het verlaagde btw-tarief op luchtballonvaart wordt voorgesteld ondoelmatige en ondoeltreffende fiscale maatregelingen af te schaffen. Daarnaast heeft het kabinet naar aanleiding van de situatie in het Midden-Oosten een maatregelenpakket aangekondigd. In dit maatregelenpakket zijn op drie thema’s maatregelen aangekondigd: een versnellingsoffensief om verduurzaming te versterken, de vergroting van de onafhankelijkheid van olie en gas uit het buitenland en het gericht steunen van kwetsbare burgers en bedrijven. Ook zet het kabinet met dit Belastingplan verder in op innovatie. Innovatie is een belangrijk onderdeel van een toekomstbestendige economie. Om innovatieve keuzes door ondernemers verder aan te moedigen en stelt het kabinet voor om het plafond van de forfaitaire regeling voor het midden- en kleinbedrijf in de innovatiebox te verruimen van € 25.000 naar € 100.000. Tot slot zijn een aantal koopkrachtmaatregelen opgenomen in het wetsvoorstel. Het kabinet heeft ervoor gekozen het koopkrachtpakket voor het jaar 2027 technisch in te vullen: een verhoging van de arbeidskorting met 173 euro en een verlaging van de belastingtarieven in de eerste en tweede schijf met 0,06%. Dit wordt ten dele gedekt uit een bevriezing van het aanvangspunt van het toptarief en een verlaging van de ouderenkorting met 100 euro.

De fiscale wetgeving is aan veranderingen onderhevig en vergt daarom voortdurend inhoudelijke wijzigingen en technisch onderhoud. Net zoals in voorgaande jaren is daarom weer een Wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2027 opgenomen in het pakket Belastingplan. De maatregelen in dit wetsvoorstel hebben geen gevolgen voor het budgettaire beeld, maar zijn bijvoorbeeld bedoeld om fouten in wetgeving te herstellen en verduidelijkingen door te voeren. In dit wetsvoorstel zijn onder andere een aantal codificaties van beleidsbesluiten opgenomen en worden verschillende onjuiste verwijzingen hersteld.

Met het wetsvoorstel Wet fiscale stimulering startups en scale-ups wil het kabinet erop inzetten dat startups en scale-ups beter kunnen doorgroeien en talent kunnen aantrekken. Daarom wordt voorgesteld het fiscaal aantrekkelijker te maken om medewerkers van een start-up of scale-up te laten participeren in dat bedrijf door middel van aandelenoptierechten. Dit gebeurt door uiterlijk te belasten bij vervreemding van de aandelenopties. Ook wordt een versmalling van de belastinggrondslag naar 65% voorgesteld.

Op 5 januari 2026 is binnen het Inclusive Framework, georganiseerd door de OESO, een akkoord bereikt over het zogenoemde Side-by-Side-pakket. Ook Nederland heeft, als lid van het Inclusive Framework, ingestemd met dit akkoord. Als gevolg van dit akkoord zal de Wet minimumbelasting 2024 worden gewijzigd. Deze wijzigingen zullen worden opgenomen in het Wetsvoorstel Wet veiligehavenregels Wet minimumbelasting 2024 zodat de Side-by-Side afspraken – kort gezegd – per 1 januari 2026 van kracht worden.

Strategie en doelen

De Belastingdienst stimuleert vrijwillige naleving van fiscale regels door burgers en bedrijven, met als doel stabiele belastingopbrengsten en minder toezicht. Vier speerpunten staan centraal:

  • 1. Adequate behandeling

  • 2. Effectief informeren

  • 3. Gemak bieden en fouten voorkomen

  • 4. Corrigerend optreden

Jaarlijks worden doelen en inspanningen per doelgroep uitgewerkt. De voortgang wordt gemeten met objectieve en belevingsindicatoren op het gebied van aangifte, betaling, belastingmoraal en vertrouwen. Alleen significante wijzigingen in prestatie-indicatoren worden toegelicht in de begroting.

Tabel 15 Kengetallen Algemene doelstelling: Compliance
 

Waarde 2022

Waarde 2023

Waarde 2024

Waarde 2025

Belastingmoraal (schaal 1 - 5)

    

- Particulieren

4,0

4,1

4,2

4,1

- Midden- en Kleinbedrijf

4,3

4,4

4,4

4,2

- Grote Ondernemingen

4,4

4,4

4,4

4,4

- Fiscaal Dienstverleners

4,4

4,4

4,4

4,4

Vertrouwen in de belastingdienst (schaal 1 - 5)

    

- Particulieren

3,1

3,1

3,2

3,0

- Midden- en Kleinbedrijf

3,2

3,5

3,5

3,4

- Grote Ondernemingen

3,4

3,5

3,6

3,5

- Fiscaal Dienstverleners

3,2

3,4

3,5

3,4

Juiste registratie

96,7%

98,2%

98,7%

98,6%

Percentage tijdige aangiften vennootschapsbelasting

86,6%

86,9%

86,9%

86,4%

Percentage tijdige aangiften inkomensheffing

90,9%

91,5%

92,1%

91,8%

Percentage tijdige aangiften omzetbelasting

95,0%

95,6%

95,6%

95,3%

Percentage tijdige aangiften loonheffingen

98,9%

98,8%

98,7%

98,6%

Percentage tijdige aangiften erfbelasting

66,4%

67,7%

70,2%

72,3%

Schatting van het nalevingstekort Partciulieren (IH)

0,4%

n.v.t.

0,2%

n.v.t1

Schatting van het nalevingstekort MKB (IH, VPB, OB en LH)

n.v.t.

n.v.t.1

5,5%2

n.v.t

Percentage van het nalevingstekort dat de Belastingdienst corrigeert bij burgers (IH)

54,5%

51,1%

92,7%

77,2%

Percentage van het nalevingtekort dat de Belastingdienst corrigeert bij het MKB (IH, VPB, OB en LH)

44,7%

48,0%

43,0%

37,8%

Percentage tijdige betaling van belastingen en premies

98,5%

98,7%3

98,7%

98,9%

1

N.v.t. betekent dat in het gegeven jaar de (streefwaarde van de) prestatie-indicator niet is gemeten.

2

Exclusief buitenlandse belastingplichtingen en enkele groepen met een beperkte omvang en/of fiscaal belang.

3

Ten opzichte van voorgaande jaren is er een uitbreiding gedaan met onder andere de schenk- en erfbelasting, overdrachtsbelasting en autobelastingen. Dit heeft niet geleid tot significante afwijkingen in het resultaat.

Schatting van het nalevingstekort Particulieren (IH)

De prestatie-indicator ‘Schatting van het nalevingstekort Particulieren (IH)’ meet de gemiste belastingontvangsten door onvolledige of onjuiste aangiften door particulieren. De naam van de prestatie-indicator ‘Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort Particulieren’ is aangepast naar ‘Schatting van het nalevingstekort Particulieren (IH)’. De naam wordt aangepast, omdat de huidige waarde het nalevingstekort betreft en geen betrekking heeft op het terugdringen van het nalevingstekort. Er is niets veranderd in de meetwijze van deze prestatie-indicator.

Schatting van het nalevingstekort MKB (IH, VPB, OB en LH)

De prestatie-indicator ‘Schatting van het nalevingstekort MKB (IH, VPB, OB en LH) meet de gemiste belastingontvangsten door onvolledige of onjuiste aangiften door het MKB. De naam van de prestatie-indicator ‘Juist en volledig doen van aangifte: structureel terugdringen van het nalevingstekort MKB’ is aangepast naar ‘Schatting van het nalevingstekort MKB (IH, VPB, OB en LH)’.  De naam wordt aangepast, omdat de huidige waarde het nalevingstekort betreft en geen betrekking heeft op het terugdringen van het nalevingstekort.  Er is niets veranderd in de meetwijze van deze prestatie-indicator.

Adequate behandeling

De Belastingdienst wil dat burgers en bedrijven uit zichzelf fiscale regels naleven, zonder dwingende en kostbare acties. Het versterken van de intrinsieke motivatie is hierbij belangrijk, en een adequate behandeling door de Belastingdienst helpt daarbij. Adequaat betekent correct en passend, met als basis het naleven van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, zoals zorgvuldigheid, motivering, evenredigheid, gelijkheid en vertrouwen.

Adequate behandeling omvat meer dan het volgen van regels en procedures; het gaat ook om een respectvolle en behulpzame benadering en om inlevingsvermogen in de situatie van burgers en bedrijven. Maatwerk en proactieve ondersteuning zijn voorbeelden van de menselijke maat binnen adequate behandeling. Dit sluit aan bij procedurele rechtvaardigheid: het gevoel van rechtvaardigheid, gebaseerd op hoe belastingplichtigen zich behandeld voelen en hoe beslissingen tot stand komen.

In de onderstaande tabel zijn de prestatie-indicatoren opgenomen voor het tussendoel Adequate behandeling:

Tabel 16 Prestatie-indicatoren Adequate behandeling (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2024

Waarde 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Burgers en bedrijven geven aan dat ze adequate behandeling hebben gekregen (schaal 1 - 5)

    

- Particulieren

2,9

2,9

2,9

2,9

- Midden- en Kleinbedrijf

3,4

3,4

3,4

3,4

- Grote Ondernemingen

3,6

3,6

3,6

3,6

- Fiscaal Dienstverleners

3,4

3,4

3,4

3,4

Afgehandelde bezwaren binnen Awb-termijn

82,0%

79,6%

≥90%

≥90%

Afgehandelde klachten binnen Awb-termijn

96,9%

97,3%

≥95%

≥95%

Percentage burgers en bedrijven dat op afspraak tijdig wordt teruggebeld door een Belastingdienst-medewerker

91,6%

92,2%

≥90%

≥90%

Percentage tijdig afgehandelde verzoeken tot registratie

95,2%

94,3%

≥95%

≥95%

Kwaliteit volgens interne fiscale kwaliteitscontrole

90,9%

92,1%

≥90%

≥90%

Percentage definitieve aanslagen IH dat binnen een jaar na aangifte is opgelegd.

96,0%

85,3%

≥88%

≥88%

Burgers en bedrijven geven aan dat ze adequate behandeling hebben gekregen

Deze indicator geeft aan in welke mate burgers, bedrijven en fiscaal dienstverleners zich adequaat behandeld voelen door de Belastingdienst. Het onderhouden en waar nodig versterken van de intrinsieke motivatie van belastingplichtigen om aan hun fiscale verplichtingen te voldoen is belangrijk, en een adequate behandeling draagt hieraan bij. De streefwaarde is dynamisch, en wordt jaarlijks gebaseerd op de hoogste realisatie van de laatste twee beschikbare metingen per doelgroep en indicator. Hierdoor blijft de Belastingdienst streven naar continue verbetering en tonen we ambitie.

Kwaliteit volgens interne fiscale kwaliteitscontrole

De prestatie-indicator 'Kwaliteit volgens interne fiscale kwaliteitscontrole’ meet de fiscaaltechnische en vaktechnische kwaliteit van de Belastingdienst. De fiscale kwaliteitscontrole boekenonderzoeken is met ingang van 2026 verplaatst van het najaar naar het voorjaar. De controle in 2027 zal daarom zien op een periode van anderhalf jaar, zodat er geen periode buiten de kwaliteitscontrole blijft.

Effectief informeren

De Belastingdienst stimuleert vrijwillige naleving van belastingregels door belastingplichtigen. Dit gebeurt onder andere door hen te informeren over hun fiscale verplichtingen, omdat onderzoek aantoont dat meer kennis leidt tot betere naleving. Daarom informeert de Belastingdienst proactief burgers en bedrijven over hun rechten en plichten om te voorkomen dat zij verplichtingen niet of te laat nakomen.

De fiscale situatie van burgers en bedrijven kan complex zijn en veranderen gedurende hun levensloop. Hoe ingewikkelder de wet- en regelgeving, hoe meer kennis nodig is voor juiste naleving. Het vereenvoudigen van belastingregels is daarom essentieel. Omdat bestaande regels vaak nog complex zijn, is het de taak van de Belastingdienst om effectief te informeren, zodat belastingplichtigen aan hun verplichtingen kunnen voldoen en gebruik kunnen maken van hun rechten. Om dit te verbeteren en waar mogelijk regels te vereenvoudigen, versterkt de Belastingdienst het klantsignaalmanagement.

In de volgende tabel zijn de prestatie-indicatoren opgenomen voor het tussendoel effectief informeren:

Tabel 17 Prestatie-indicatoren Effectief informeren (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2024

Waarde 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Burgers en bedrijven geven aan dat de Belastingdienst hen voldoende informeert (schaal 1 - 5)

    

- Particulieren

3,5

3,5

3,5

3,5

- Midden- en Kleinbedrijf

3,5

3,6

3,5

3,6

- Grote Ondernemingen

3,6

3,7

3,6

3,7

- Fiscaal Dienstverleners

3,6

3,6

3,6

3,6

Antwoorden op vragen via de BelastingTelefoon zijn juist

86,2%

≥86%

≥86%

Bereikbaarheid BelastingTelefoon

87,8%

87,2%

>90%

>90%

Bereikbaarheid Webcare

91,3%

92,4%

>80%

>80%

Klanttevredenheid informatie op de website

69,5%

>76%

>76%

Klanttevredenheid (schaal 1 - 5)% van de bellers, website- en baliebezoekers die een 3 of hoger scoort

    

- Balie

90,1%

90,3%

>85%

>85%

- BelastingTelefoon

79,4%

82,4%

>85%

>85%

Klantontevredenheid (schaal 1 - 5)% van de bellers, website- en baliebezoekers die een 1,5 of lager scoort

    

- Balie

3,2%

3,0%

<5%

<5%

- BelastingTelefoon

6,7%

5,3%

<7%

<7%

Aantal registraties waarmee MKB-ondernemers participeren in FD-convenanten

217.783

220.401

>225.000

>227.000

Burgers en bedrijven geven aan dat de Belastingdienst hen voldoende informeert

Deze indicator meet de mate waarin burgers, bedrijven en fiscaal dienstverleners zich goed geïnformeerd voelen. De streefwaarde is dynamisch, en wordt jaarlijks gebaseerd op de hoogste realisatie van de laatste twee beschikbare metingen per doelgroep en indicator. Hierdoor blijft de Belastingdienst streven naar continue verbetering en tonen we ambitie.

Aantal registraties waarmee MKB-ondernemers participeren in FD-convenanten

Als onderdeel van de uitvoerings- en handhavingsstrategie werkt de Belastingdienst proactief samen met fiscaal dienstverleners. Met fiscaal dienstverleners die kwaliteit kunnen en willen leveren sluit de Belastingdienst horizontaal toezicht convenanten af. Het doel van alle betrokken partijen is de tijdige indiening van aanvaardbare belastingaangiften en de tijdige betaling daarvan. Deze indicator meet het aantal registraties van midden- en kleinbedrijven voor deze convenanten. De Belastingdienst stelt zich tot doel om voor 2027 het aantal registraties te laten toenemen naar >227.000.

Gemak bieden en fouten voorkomen

De Belastingdienst wil het voor burgers en bedrijven zo makkelijk mogelijk maken om aan fiscale verplichtingen te voldoen. Door het aantal stappen te minimaliseren en processen logisch in te richten, worden fouten ‘als vanzelf’ verminderd. Gemak betekent dat het naleven van verplichtingen weinig tijd, moeite en kosten kost, aansluit op de routines van de doelgroep (zoals automatische winstaangifte), en dubbel werk wordt voorkomen. Vooringevulde aangiften zijn hiervan een voorbeeld: in één keer goed invullen, insturen en betalen. Mocht er toch een fout worden gemaakt door een belastingplichtige of de Belastingdienst, dan kan die eenvoudig worden hersteld, ook bij formele procedures zoals klachten of bezwaar. Relevante informatie moet makkelijk bereikbaar zijn, bijvoorbeeld via portals. Na afronding van een proces moeten burgers en bedrijven zekerheid voelen dat alles correct is verlopen. Het meten van het ervaren gemak is belangrijk, omdat dit verschillende aspecten van het voldoen aan verplichtingen raakt.

In de volgende tabel zijn de prestatie-indicatoren voor het tussendoel gemak opgenomen:

Tabel 18 Prestatie-indicatoren Gemak bieden en fouten voorkomen (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2024

Waarde 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Burgers en bedrijven geven aan dat ze gemak ervaren (schaal 1 - 5)

    

- Particulieren

3,5

3,6

3,5

3,6

- Midden- en Kleinbedrijf

3,4

3,6

3,4

3,6

- Grote Ondernemingen

3,4

3,8

3,4

3,8

- Fiscaal Dienstverleners

3,5

3,9

3,5

3,9

Percentage aangiften IH-NW waarbij de belastingplichtige niet hoeft in te vullen

41,4%

41,0%

≥35%

≥35%

Burgers en bedrijven geven aan dat ze gemak ervaren

Deze indicator geeft aan in welke mate burgers, bedrijven en fiscaal dienstverleners gemak ervaren. Gemak betekent met een zo klein mogelijke inspanning tegen zo gering mogelijke kosten, het goede kunnen doen. De streefwaarde is dynamisch, en wordt jaarlijks gebaseerd op de hoogste realisatie van de laatste twee beschikbare metingen per doelgroep en indicator. Hierdoor blijft de Belastingdienst streven naar continue verbetering en tonen we ambitie.

Aantal contacten met startende ondernemers (Goede start Belastingdienst)

De Belastingdienst wil startende ondernemers gemak bieden en hen helpen met informatievoorziening op maat, waarbij de activiteiten vanuit Goede Start Belastingdienst voorzien in deze behoefte. Deze dienstverlenende en preventieve benadering sluit verder aan bij de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie van de Belastingdienst (UHS). Op basis van de resultaten van de afgelopen jaren is gebleken dat de meetmethodiek en werking van deze indicator niet consistent is opgebouwd. Hierdoor is de onderhavige indicator te beperkt om de beleidsinzet afrekenbaar te maken. Deze indicator wordt hierom uit de begroting gehaald.

Corrigerend optreden

De Belastingdienst stimuleert naleving en voorkomt niet-naleving door geautomatiseerde checks en controles. Bij fouten of niet-naleving wordt gecorrigeerd, bijvoorbeeld via ambtshalve aanslagen, correcties of invorderingsmaatregelen. Bij verwijtbare overtredingen kan een sanctie volgen, zoals een boete of strafrechtelijke vervolging. Corrigerend optreden heeft als doel zowel de gecontroleerde belastingplichtige als anderen af te schrikken, vergelding toe te passen, legitimiteit en vertrouwen in de Belastingdienst te versterken, en toekomstige naleving te stimuleren. Daarnaast zorgt het ervoor dat verschuldigde belasting alsnog (deels) wordt geïnd.

In de volgende tabel zijn de prestatie-indicatoren voor het tussendoel Corrigerend optreden opgenomen:

Tabel 19 Prestatie-indicatoren Corrigerend optreden

Prestatie-indicator

Waarde 2024

Waarde 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Burgers en bedrijven geven aan dat zij corrigerend optreden ervaren (schaal 1 - 5)

    

- Particulieren

3,2

3,2

3,2

3,2

- Midden- en Kleinbedrijf

3,5

3,5

3,5

3,5

- Grote Ondernemingen

3,3

3,4

3,3

3,4

- Fiscaal Dienstverleners

3,2

3,4

3,3

3,4

Percentage processen verbaal dat leidt tot veroordeling of transactie

88,7%

90,5%

>82%

>82%

Percentage opsporingscapaciteit dat wordt ingezet op omgevingsgerichte strafonderzoeken

44,6%

45,7%

>40%

>40%

Betalingsachterstand

4,2%

4,4%

≤4,0%

≤4,0%

Percentage binnengekomen aangiften VPB na herinnering of aanmaning (t-2)1

67,0%

64,7%

Percentage binnengekomen aangiften VPB na herinnering of aanmaning (t-1)2

36,0%

41,2%

Inning invorderingsposten binnen een jaar

44,4%

40,2%

≥40%

≥40%

Percentage oninbaarheid

0,3%

0,3%

<0,6%

<0,6%

1

Dit percentage aangiften dat na de herinnering of aanmaning binnenkomt ziet op de aangiften van voorgaande belastingjaar (t-2) dat in begrotingsjaar t is ontvangen

2

Dit percentage aangiften dat na de herinnering of aanmaning binnenkomt ziet op de aangiften van voorgaande belastingjaar (t-1) dat in begrotingsjaar t is ontvangen

Burgers en bedrijven geven aan dat zij corrigerend optreden ervaren

Deze indicator geeft aan in welke mate burgers, bedrijven en fiscaal dienstverleners corrigerend optreden ervaren. Het gaat bij deze indicator om het controlerend, corrigerend en sanctionerend optreden door de Belastingdienst. De streefwaarde is dynamisch, en wordt jaarlijks gebaseerd op de hoogste realisatie van de laatste twee beschikbare metingen per doelgroep en indicator. Hierdoor blijft de Belastingdienst streven naar continue verbetering en tonen we ambitie.

Artikel 2 Financiële markten

Beleid en regelgeving maken voor een stabiele en integere werking van financiële markten, met betrouwbare dienstverlening van financiële instellingen aan burgers en bedrijven.

De minister van Financiën bevordert het goede functioneren van het financiële stelsel en heeft een regisserende rol. De minister is verantwoordelijk voor de goede werking van het betalingsverkeer. De minister is daarnaast verantwoordelijk voor goed functionerende en integere financiële markten en voor de Nederlandse wetten en regels ten aanzien van de financiële markten en de institutionele structuur van het toezicht. Verder draagt de minister samen met de minister van Justitie en Veiligheid verantwoordelijkheid voor wet- en regelgeving om het gebruik van het financieel stelsel voor het witwassen van geld en het financieren van terrorisme te voorkomen. Ook is de minister verantwoordelijk voor de regelgeving van bepaalde bijzondere financiële beroepsgroepen, zoals accountants. De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) voeren het daadwerkelijke toezicht op de financiële markten uit. Dat wil zeggen dat de minister verantwoordelijk is voor het functioneren van het toezichtsysteem als geheel en verantwoordelijk is voor de uitvoering van het toezicht door DNB en de AFM. Echter, om de onafhankelijke positie van de toezichthouders te bevorderen is de minister noch verantwoordelijk noch bevoegd ten aanzien van individuele besluiten van de toezichthouders, en beschikt de minister niet over toezichtsvertrouwelijke informatie. Daarnaast worden steeds meer toezichtstaken op Europees niveau belegd. Zo voert de Europese Centrale Bank ook in belangrijke mate het toezicht op grote en grensoverschrijdende Europese banken uit. Tevens wordt er op dit moment in Europa onderhandeld over het kapitaalmartkintegratie- en toezichtcentralisatiepakket, waarmee de rol van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) mogelijk wordt uitgebreid met meer directe toezichtstaken op marktpartijen die actief zijn in de kapitaalmarkten.

De randvoorwaarden die de minister stelt voor een integer en stabiel systeem hebben hun basis in de Wet op het financieel toezicht (Wft) en de Wet ter voorkoming van witwassen en het financieren van terrorisme. Het gaat hierbij om (het toezicht op nakoming van) regelgeving die financiële instellingen stimuleert en verplicht om op integere en transparante wijze te werk te gaan. Deze regelgeving en dit toezicht dragen eraan bij dat consumenten en bedrijven met voldoende informatie en vertrouwen financiële producten kunnen afnemen.

Tot slot bevordert de minister het verantwoord financieel gedrag door de burger en zet zich in voor de ongestoorde voorziening van voldoende munten in circulatie.

Verantwoordelijkheden minister van Financiën op de BES-eilanden

Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (BES-eilanden) zijn openbare lichamen in de zin van de Grondwet. De verantwoordelijkheid van de minister van Financiën ten aanzien van de toezichtstaken voor de BES-eilanden is dezelfde als voor Europees Nederland, omdat de verhouding tussen de minister en de toezichthouders dezelfde is. Het toezicht op de BES-eilanden is net als in Nederland op afstand geplaatst bij DNB en de AFM; de minister van Financiën is systeemverantwoordelijk.

Meetbare gegevens

Kengetallen financiële stabiliteit

Financiële stabiliteit staat centraal in het beleid van de minister van Financiën ten aanzien van de financiële sector. Een belangrijk onderdeel hierbij zijn de buffers die banken hebben zodat zij weerbaarder zijn. Twee belangrijke indicatoren hierbij zijn de zogenaamde (niet-risicogewogen) leverage ratio en de (risicogewogen) Common Equity Tier 1 (CET1) -ratio zoals beschreven in het prudentieel raamwerk voor banken. De CET1-ratio is de verhouding tussen het tier 1-kernkapitaal van een bank en de risicogewogen activa van die bank. Hoe hoger de ratio, hoe meer tier 1-kernkapitaal de bank aanhoudt en hoe solvabeler deze is. In dat raamwerk gelden zowel ongewogen kapitaaleisen (de leverage ratio) als gewogen eisen. Bij die laatste eisen hangt de hoeveelheid kapitaal af van het onderliggende risico van een investering. Bij de leverage ratio is dat onderscheid er niet.

De gemiddelde leverage ratio van de Nederlandse banken blijft ruim boven de wettelijke vereisten van 3,5% voor mondiale systeemrelevante banken en 3% voor overige Europese banken. Ook de gemiddelde CET-1 ratio is met 16,6% ruim boven de minimale Europese vereisten, die gemiddeld op 11,3% wordt vastgesteld. De CET1-vereisten bevatten standaard- en bankspecifieke componenten en variëren dus tussen Europese banken.

Tabel 20 Kengetallen financiële stabiliteit (Nederlandse banken)1

Jaar

2022

2023

2024

2025

Leverage ratio (%)

5,8

6

6

5,8

CET1-ratio (%)

15,7

15,9

15,8

16,6

1

Zie EBA Risk Dashboard, peildatum 26/03/2026

Ook solvabiliteitsratio’s van verzekeraars zijn van belang voor de financiële stabiliteit. Solvabiliteit is bij verzekeraars de maatstaf voor de financiële soliditeit van het bedrijf. Hierbij worden de verplichtingen (passiva) afgezet tegenover de bezittingen (activa). Deze maatstaf voor de solvabiliteit van verzekeraars binnen de EU is de solvabiliteitsratio. Een ratio van 100% betekent dat de verzekeraar voldoende kapitaal heeft om aan het minimum vereiste uit de Europese regelgeving voor verzekeraars (de Solvency II richtlijn9) te voldoen. Verzekeraars stellen zelf interne normen vast die boven de 100% liggen, om zo bestand te zijn tegen marktvolatiliteit.

In onderstaande tabel worden de solvabiliteitsratio’s van levensverzekeraars en schadeverzekeraars getoond. In het levensverzekeringbedrijf schommelt de gemiddelde solvabiliteitsratio tussen de 190% en 200%, terwijl deze in het schadeverzekeringsbedrijf tussen de 170% en 180% ligt. Dit verschil is verklaarbaar doordat levensverzekeraars doorgaans met langere looptijden en grotere verplichtingen werken, waardoor zij een hogere solvabiliteitsmarge aanhouden om aan hun toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. Schadeverzekeraars daarentegen hebben vaak te maken met kortere looptijden en daarmee bijvoorbeeld minder volatiele marktomstandigheden, waardoor zij gemiddeld genomen een lagere solvabiliteitsmarge hanteren boven de wettelijke norm.

Tabel 21 Solvabiliteitsratio per sector1

Jaar

2022

2023

2024

2025

Levensverzekeraars

195,90

190,63

187,40

209,22

Schadeverzekeraars

179,72

169,87

172,90

176,19

1

Bron: DNB (Solvency II: jaar- en kwartaalrapportages

Kengetallen betalingsverkeer

Het ministerie van Financiën zet zich, samen met DNB, in voor een efficiënt, veilig en toegankelijk betalingsverkeer. Hierbij wordt nauw samengewerkt in het kader van het Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer (MOB), waarin banken, betaaldienstverleners en maatschappelijke organisaties zijn vertegenwoordigd.

Ten behoeve van de goede werking van het girale betalingsverkeer worden enkele kengetallen bijgehouden. Voor de beschikbaarheid van mobiel en internetbankieren bestaan geen wettelijke eisen. Desalniettemin is bij deze betaalmethodes de beschikbaarheid zeer hoog, zoals blijkt uit onderstaande tabel.

Tabel 22 Kengetallen betalingsverkeer1

Beschikbaarheid

2022

2023

2024

2025

Mobiel bankieren

99,81%

99,72%

99,92%

99,87%

Internetbankieren

99,81%

99,77%

99,88%

99,88%

1

Bron Beschikbaarheid en storingen -

Voorts vindt het ministerie het van belang dat de toegang tot contant geld voldoende is. In het MOB zijn hier (niet-bindende) afspraken over gemaakt tussen de banken, maatschappelijke organisaties en DNB, waarbij de doelstelling is dat in principe alle Nederlandse huishouden binnen een straal van 5 kilometer (hemelsbreed) contant geld moeten kunnen opnemen. Uit onderstaande cijfers blijkt dat deze norm vrijwel overal wordt gehaald.

Tabel 23 Kengetallen Vijfkilometernorm 1

Jaar

2021

2022

2023

2024

2025

Het percentage aan huishoudens dat binnen een straal van vijf kilometer contant geld kan opnemen

99,78%

99,81%

99,76%

99,79%

99,79%

1

Bron Monitoringsrapportage DNB (niet publiekelijk beschikbaar)

De beleidswijzigingen zijn opgenomen in de beleidsagenda.

Tabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 2 Financiële markten (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

28.567

66.924

31.934

33.419

30.646

30.339

29.985

        

Uitgaven

27.937

36.924

31.934

33.419

30.646

30.339

29.985

        

Bekostiging

5.945

8.134

8.134

8.103

8.102

8.102

8.096

Accountantskamer

1.396

1.532

1.532

1.529

1.529

1.529

1.528

Muntcirculatie

4.549

5.264

5.264

5.238

5.237

5.237

5.232

Overig

0

1.338

1.338

1.336

1.336

1.336

1.336

        

Opdrachten

8.594

12.952

7.696

9.191

9.020

9.020

8.786

Wijzer in geldzaken

1.479

1.909

417

415

185

185

185

Vakbekwaamheid

5.423

5.322

5.322

5.322

5.322

5.322

5.322

Schadeloosstelling SRH

236

2.300

0

0

0

0

0

Overig

1.456

3.421

1.957

3.454

3.513

3.513

3.279

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

12.257

14.765

15.148

15.093

12.588

12.281

12.167

Bijdrage AFM BES-toezicht

636

796

793

782

766

751

745

Bijdrage DNB toezicht en DGS BES

1.883

2.280

2.267

2.229

2.172

2.112

2.089

Bijdrage toezicht en handhaving MIF

0

188

185

507

493

479

474

Bijdrage PSD II

0

434

430

616

599

583

577

Bijdrage FEC

4.982

4.949

4.921

4.849

4.722

4.593

4.546

Bijdrage UBO

4.757

6.118

6.552

6.110

3.836

3.763

3.736

        

Storting/onttrekking begrotingsreserve

536

450

450

625

625

625

625

Dotatie begrotingsreserve NHT

536

450

450

625

625

625

625

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

605

623

506

407

311

311

311

IASB

441

366

233

119

6

6

6

(Caribean) Financial Action Task Force

164

257

273

288

305

305

305

        

Ontvangsten

40.109

67.417

9.762

9.937

9.937

9.937

9.937

        

Bekostiging

21.636

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Ontvangsten muntwezen

1.782

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Toename munten in circulatie

19.854

0

0

0

0

0

0

        

Opdrachten

1.119

1.455

0

0

0

0

0

Wijzer in geldzaken

1.119

1.455

0

0

0

0

0

        

Storting/onttrekking begrotingsreserve

0

6.000

0

0

0

0

0

Dotatie begrotingsreserve DGS BES

0

6.000

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

17.354

57.962

7.762

7.937

7.937

7.937

7.937

Overig

17.354

57.962

7.762

7.937

7.937

7.937

7.937

Tabel 25 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

28.567

66.924

31.934

33.419

30.646

30.339

29.985

waarvan garantieverplichtingen

0

30.000

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

28.567

36.924

31.934

33.419

30.646

30.339

29.985

Tabel 26 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

69,1%

bestuurlijk gebonden

22,3%

beleidsmatig gereserveerd

8,6%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Budgetflexibiliteit

Van de uitgaven op artikel 2 is in 2027 69,1% juridisch verplicht. De verplichte uitgaven bestaan voor het grootste deel uit uitgaven voor muntcirculatie (€ 5,3 mln.), vakbekwaamheid (€ 5,3 mln.), bijdragen aan het Financieel Expertise Centrum (FEC) (€ 4,9 mln.) en aan AFM en DNB voor het toezicht op de BES-eilanden (€ 2,2 mln).

De juridisch verplichte uitgaven vanwege de muntcirculatie komen voort uit de Muntwet, de afspraken met DNB en de afspraken in het muntcontract voor circulatiemunten en het muntcontract voor verzamelaarsmunten van DNB met de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM). De juridisch verplichte uitgaven aan vakbekwaamheid betreffen de kosten van de centrale Wft-examinering. De gemaakte afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst met het CDFD en een overeenkomst met de DUO.

De bestuurlijk gebonden uitgaven (22,3%) hebben onder andere betrekking op de uitvoeringstoets van het verbod op cashbetalingen van € 3.000 of meer en middelen inzake de uitvoeringskosten als gevolg van de implementatie van Europese regelgeving (AMLD6 en AMLR). De beleidsmatig gereserveerde uitgaven (8,6%) hebben betrekking op de implementatie en beheerskosten van de UBO-registers (Ultimate Beneficial Owners, uiteindelijke belanghebbenden).

Verplichtingen en uitgaven

Bekostiging

Accountantskamer

De Accountantskamer beoordeelt klachten over gedragingen van accountants bij hun beroepsmatig handelen. Het gaat daarbij vooral om gedragingen die mogelijk in strijd zijn met de wet of met het belang van een goede uitoefening van het accountantsberoep. In een tuchtprocedure staat het belang van een goede beroepsuitoefening voorop. Aldus wordt bijgedragen aan het (herstel van) vertrouwen van het publiek in de beroepsuitoefening van accountants.

Muntcirculatie

De kosten van muntcirculatie bestaan uit de door DNB te verzorgen munttaken.

Overig

De overige kosten betreffen voornamelijk kosten die het gevolg zijn van de uitvoeringstoets behorend bij het wetsvoorstel plan van aanpak witwassen en het verbod op contante betalingen voor handelaren vanaf € 3.000.

Opdrachten

Wijzer in geldzaken

Het platform Wijzer in geldzaken zet zich in voor het bevorderen van financieel verantwoord gedrag door de burger in Nederland. Het ministerie van Financiën financiert het platform samen met een aantal partijen uit de sector. Het platform ontwikkelt verschillende typen interventies om verantwoord financieel gedrag te bevorderen en om invulling aan de strategische doelstellingen te geven. Enkele voorbeelden zijn de website www.wijzeringeldzaken.nl, de Week van het geld, de website www.financieelfittewerknemers.nl en de Pensioen3daagse.

Vakbekwaamheid

Het College Deskundigheid Financiële Dienstverlening (CDFD) adviseert en ondersteunt het ministerie van Financiën inzake de beroepskwalificatie van financieel adviseurs, oftewel de vakbekwaamheid. Het CDFD is verantwoordelijk voor inhoudelijk beheer van de Centrale Examenbank, het adviseren over en vaststellen van eind- en toetstermen, en het erkennen van en toezicht houden op Wft-exameninstituten. Voor het uitvoeren van haar taken ontvangt het CDFD jaarlijks een overheidsbijdrage.

Overig

Deze post bestaat onder andere uit de juridische kosten omtrent de zaak Conservatrix en kosten inzake bijstand voor vitale sectoren door het Nationale Cybersecurity Centrum (NCSC). Tevens betreffen dit gereserveerde middelen inzake de uitvoeringskosten als gevolg van de implementatie van Europese regelgeving (AMLD6 en AMLR).

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Bijdrage AFM BES-toezicht

Voor het gedragstoezicht op de financiële markten op de BES-eilanden ontvangt de AFM jaarlijks een overheidsbijdrage.

Bijdrage DNB toezicht en DGS BES

Voor het integriteitstoezicht op de BES-eilanden ontvangt DNB jaarlijks een overheidsbijdrage.

Bijdrage Financieel Expertise Centrum (FEC)

Het ministerie draagt bij aan de financiering van het FEC. Het FEC is een samenwerkingsverband tussen verschillende autoriteiten binnen de financiële sector op het gebied van toezicht, controle, opsporing en vervolging.

Bijdrage UBO

De overige kosten betreffen voornamelijk kosten voor het register van uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s). Aan de doorontwikkeling van het UBO-register zijn kosten verbonden die deels worden gedekt door het ministerie van Financiën. Tevens bestaat deze post uit de uitvoeringskosten voor de Kamer van Koophandel als gevolg van de implementatie van Europese regelgeving (AMLD6 en AMLR).

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Dotatie begrotingsreserve NHT-garantie (Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschade)

De Staat heft een jaarlijkse premie (€ 450.000) over het afgegeven garantiebedrag van € 50 mln. Deze middelen worden sinds 2019 gestort in een begrotingsreserve.

Tabel 27 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve NHT-garantie en BES-garantie (bedragen x € 1mln.)

Begrotingsreserve

Stand per 1/1/2026

Onttrekkingen 2026

Toevoegingen 2026

Stand per 1/1/2027

Onttrekkingen 2027

Toevoegingen 2027

Stand per 31/12/2027

Depositogarantiestelsel (DGS) BES-eilanden

6,0

6,0

0,0

0,0

0,0

0,0

0,0

NHT-garantie

4,4

0,0

0,5

4,9

0,0

0,5

5,3

Totaal

10,4

6,0

0,5

4,9

0,0

0,5

5,3

Ontvangsten

Bekostiging

Ontvangsten muntwezen

De ontvangsten muntwezen hebben betrekking op de door de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) af te dragen nominale waarde van de munten die de KNM in opdracht van de Staat speciaal voor verzamelaars heeft geslagen. In een voorkomend geval hebben de ontvangsten muntwezen tevens betrekking op ontwaarde munten en/of rondellen waarvan het residu als metaalschroot is verkocht.

Toename munten in circulatie

Het in circulatie brengen van euromunten leidt tot ontvangsten voor de Staat en leidt tegelijkertijd tot een schuld aan het publiek. Zodra munten uit circulatie terugkeren, dient de Staat de nominale waarde van deze munten via DNB terug te geven. Op voorhand is niet te voorspellen of de nominale waarde van de in circulatie zijnde munten in enig jaar zal toe- of afnemen. Vandaar dat in de begroting een stelpost van nul is opgenomen.

Opdrachten

Wijzer in Geldzaken

Het programma Wijzer in Geldzaken wordt medegefinancierd uit bijdragen vanuit de sector en DNB. Daarnaast draagt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ook bij aan het programma. Elke drie jaar worden er nieuwe afspraken gemaakt met de partners van Wijzer in Geldzaken over de financiering.

Ontvangsten

De overige ontvangsten betreffen met name: de ontvangen leges voor de examens inzake het onderdeel vakbekwaamheid, de door de Autoriteit Consumenten & Markt (ACM) aan de sector doorberekende kosten in het kader van het toezicht op de naleving van de MIF-verordening en eventuele ontvangen boetegelden van DNB, de AFM en de Accountantskamer.

9

Solvency II is het Europese risicogebaseerde toezichtsraamwerk voor verzekeraars dat per 1 januari 2016 in werking is getreden.

Artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector

Het borgen van publieke belangen via het aandeelhouderschap op een zo efficiënt mogelijke wijze.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor:

  • een optimaal financieel resultaat bij het beheren, aangaan en afstoten van staatsdeelnemingen met inachtneming van de betrokken publieke belangen;

  • het beheren en afwikkelen van de tijdelijke overheidsinvesteringen in de gesteunde financiële instellingen. In dit kader is de minister van Financiën verantwoordelijk voor zwaarwegende en/of principiële beslissingen (onder andere de exitstrategie en het beloningsbeleid van de financiële instellingen) van NL Financial Investments (NLFI). Voorts houdt de minister van Financiën toezicht op NLFI;

  • de inbreng van bedrijfseconomische expertise op specifieke onderdelen zoals bij investeringen in de energietransitie en financiële zekerheidstelling. In het kader van deze onderdelen is de minister verantwoordelijk voor het toetsen van door vergunninghouders gestelde financiële zekerheid ter dekking van de kosten die voortvloeien uit het buiten gebruik stellen en de ontmanteling van instellingen vallend onder de Kernenergiewet.

De minister van Financiën heeft een aantal instrumenten tot zijn beschikking, die ingezet kunnen worden voor de invulling van zijn verantwoordelijkheid:

  • bevoegdheden die de minister van Financiën heeft op basis van de Comptabiliteitswet;

  • bevoegdheden die de minister van Financiën heeft als aandeelhouder op basis van Boek 2 Burgerlijk Wetboek en de statuten van de ondernemingen;

  • de Wet stichting administratiekantoor beheer financiële instellingen;

  • de gedragsregels uit de Corporate Governance Code voor zijn rol als aandeelhouder in staatsdeelnemingen;

  • structureel en incidenteel overleg met bestuurders en commissarissen van de staatsdeelnemingen;

  • bevoegdheden die de minister van Financiën heeft op basis van de Kernenergiewet;

Bovenstaande instrumenten zijn verschillend van aard. De bevoegdheden die voortvloeien uit het Burgerlijk Wetboek, Comptabiliteitswet, Wet stichting administratiekantoorbeheer financiële instellingen en de Kernenergiewet vormen de basis van de (formele) zeggenschap. De overige instrumenten hebben een meer informeel karakter, zijn richtinggevend (zoals de Corporate Governance Code) of dienen als randvoorwaarde om invulling te kunnen geven aan de beleidsdoelstelling (zoals de beschikbaarheid over en/of toegang tot de benodigde kennis).

Beleidsinformatie

De onderstaande tabel toont de staatsdeelnemingen onder beheer van het ministerie van Financiën, het staatsaandeel in procenten, de wijze van aandeelhouderschap en de sector waarin ze actief zijn.

Tabel 28 Aandeelhouderschap ministerie van Financiën

Staatsdeelneming

Percentage aandelen (per 01-08-2026)

Wijze van aandeelhouderschap

Sector

ABN AMRO Group N.V.

20,70%

Indirect (via NLFI)

Financiële Dienstverlening

Air France-KLM S.A.

9,10%

Direct

Transport

ASN Bank N.V.

100,00%

Direct

Financiële Dienstverlening

BNG Bank N.V.

50,00%

Direct

Financiële Dienstverlening

COVRA N.V.

100,00%

Direct

Radioactief-afvalmanagement

De Nederlandsche Bank N.V.

100,00%

Direct

Financiële Dienstverlening

Havenbedrijf Rotterdam N.V.

29,17%

Direct

Infrastructuur

Holland Casino N.V.

100,00%

Direct

Kansspelen

Invest International B.V.

51,00%

Direct

Financiële Dienstverlening

Invest-NL N.V.

100,00%

Direct

Financiële Dienstverlening

Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V.

5,92%

Direct

Transport

N.V. Nederlandse Gasunie

100,00%

Direct

Energie

N.V. Nederlandse Spoorwegen

100,00%

Direct

Transport

Nederlandse Financierings-Maatschappij voor Ontwikkelingslanden N.V.

51,00%

Direct

Financiële Dienstverlening

Nederlandse Loterij B.V.

99,00%

Direct

Kansspelen

Nederlandse Waterschapsbank N.V.

17,20%

Direct

Financiële Dienstverlening

Royal Schiphol Group N.V.1

75,84%

Direct

Infrastructuur

SRH N.V.

100,00%

Direct

Financiële Dienstverlening

Stedin Holding N.V.

11,80%

Direct

Energie

TenneT Holding B.V.

100,00%

Direct

Energie

Thales Nederland B.V.

1,00%

Direct

Defensie

Ultra-Centrifuge Nederland N.V.

100,00%

Direct

Energie

1

De percentages zijn gemeten naar stemrecht. Schiphol houdt sinds 2022 8% van de eigen aandelen naar aanleiding van de afwikkeling van de toenmalige kruisparticipatie met Aéroports de Paris, maar heeft geen stemrecht over deze aandelen. Daarom wijkt het weergegeven percentage af van het percentage in eerdere begrotingen van 69,77%. Dat percentage was gemeten naar de totale aandelen, inclusief de aandelen gehouden door Schiphol.

Kengetallen

De onderstaande kengetallen hebben betrekking op de uitvoering van het deelnemingenbeleid, waarbij sprake is van volwaardige bedrijfsactiviteiten en direct aandeelhouderschap door de Staat.

Tabel 29 Kengetallen deelnemingenbeleid
 

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Percentage deelnemingen met >33% vrouwen en >33% mannen in de raad van bestuur1

92% (11 van 12)

92% (11 van 12)

100% (12 van 12)

100% (15 van 15)

Percentage deelnemingen met financiële doelstellingen bepaald2

40% (6 van 15)

53% (8 van 15)

80% (12 van 15)

100% (15 van 15)

Percentage deelnemingen die de OESO richtlijnen - due dilligence in de waardeketen volgen3

33% (5 van 15)

47% (7 van 15)

67% (10 van 15)

80% (12 van 15)

1

Deze indicator geeft weer bij welk percentage van de deelnemingen de raad van bestuur uit meer dan 1/3 vrouwen en 1/3 mannen bestaat. Het totaal aantal deelnemingen is gecorrigeerd voor (i) de deelnemingen COVRA en UCN, die maar één bestuurder hebben en (ii) voor Stedin waarbij de Staat een klein minderheidsbelang heeft in de onderneming en daardoor beperkte invloed kan uitoefenen op het beleid.

2

De Staat hanteert per deelneming indicatoren voor rendementsdoelstellingen, doelstellingen op onderliggende operationele prestaties en doelstellingen op de balanspositie.

3

Deze indicator geeft aan hoeveel deelnemingen voldoen aan de Corporate Social Responsibility Directive en in lijn hiermee rapporteren.

Meer informatie over het deelnemingenbeleid is te vinden op het Dashboard Staatsdeelnemingen.

In 2027 zijn er geen beleidswijzigingen voorzien. In 2022 heeft het kabinet de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 (Nota 2022) vastgesteld. In verschillende handboeken (onder meer over Strategie, Benoemingen en het aangaan van nieuwe deelnemingen) is het deelnemingenbeleid verder uitgewerkt. Indien daar aanleiding voor is, worden deze handboeken geactualiseerd.

De Nota Deelnemingenbeleid uit 2022 wordt in 2027 geëvalueerd in de periodieke rapportage over het beleid uit de periode 2020-2026. De rapportage heeft twee doelen: (i) verantwoording afleggen over de uitvoering en werking van het beleid en (ii) lessen trekken voor mogelijke aanpassingen van zowel het beleid als de uitvoering daarvan.

In 2027 starten, naast de periodieke rapportage, ook een aantal reguliere periodieke evaluaties van het aandeelhouderschap in specifieke deelnemingen (BNG Bank, NWB Bank en TenneT).

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 Financieringsactiviteiten publiek-private sector (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

61.419.391

9.232.119

448.782

288.652

109.322

109.322

109.322

        

Uitgaven

12.503.315

688.439

487.260

259.322

109.322

109.322

109.322

        

Garanties

7

20

20

20

20

20

20

Regeling Bijzondere Financieringen

7

20

20

20

20

20

20

        

Leningen

11.900.000

0

0

0

0

0

0

Lening TenneT

11.900.000

0

0

0

0

0

0

        

Opdrachten

3.901

3.402

5.223

4.285

4.285

4.285

4.285

Uitvoeringskosten staatsdeelnemingen

3.901

3.402

5.223

4.285

4.285

4.285

4.285

        

Vermogensverschaffing/-onttrekking

595.635

680.000

477.000

250.000

100.000

100.000

100.000

Afdrachten Staatsloterij

121.635

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

Kapitaalinjectie Invest-NL

330.000

330.000

277.000

150.000

0

0

0

Kapitaalinjectie Invest International

144.000

250.000

100.000

0

0

0

0

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

3.773

5.017

5.017

5.017

5.017

5.017

5.017

NLFI

3.773

5.017

5.017

5.017

5.017

5.017

5.017

        

Ontvangsten

3.541.557

6.843.185

1.621.615

1.702.515

3.232.276

2.466.226

4.317.391

        

Garanties

1.000

14.953

51.307

94.301

139.062

173.012

200.177

Premieontvangsten garantie TenneT

0

13.953

50.307

93.301

138.062

172.012

199177

Premieontvangsten garantie FMO

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

        

Leningen

570.123

4.101.152

747.296

746.927

2.246.927

1.456.927

3.170.927

Renteontvangsten lening Tennet

570.123

840.152

747.296

746.927

746.927

706.927

670.927

Aflossing lening TenneT

0

3.261.000

0

0

1.500.000

750.000

2.500.000

        

Vermogensverschaffing/-onttrekking

2.968.216

2.722.580

818.512

856.787

841.787

831.787

941.787

Aan-/verkoop vermogenstitels

2.057.664

1.837.580

0

0

0

0

0

Afdrachten Staatsloterij

121.635

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

100.000

Dividenden staatsdeelnemingen

788.917

785.000

718.512

756.787

741.787

731.787

841.787

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

2.218

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

NLFI

2.218

4.500

4.500

4.500

4.500

4.500

4500

Tabel 31 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

61.419.391

9.232.119

448.782

288.652

109.322

109.322

109.322

waarvan garantieverplichtingen

49.815.421

8.736.558

0

0

0

0

0

waarvan overige verplichtingen

11.603.970

495.561

448.782

288.652

109.322

109.322

109.322

Tabel 32 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

21,6%

bestuurlijk gebonden

77,4%

beleidsmatig gereserveerd

1,1%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Budgetflexibiliteit

In 2027 is 21,6% van de uitgaven op artikel 3 juridisch verplicht, voornamelijk door de afdrachten aan de Staatsloterij (volledig verplicht op basis van de Wet op de Kansspelen). Verder is 77,4% bestuurlijk gebonden en betreft vooral kapitaalinjecties aan Invest-NL en Invest International, waarvoor de verplichting ontstaat na goedkeuring van de aanvragen. Deze kapitaalinjecties zijn nodig voor de uitvoering van hun activiteiten. Tot slot is 1,1% beleidsmatig gereserveerd voor de post uitvoeringskosten staatsdeelnemingen.

Verplichtingen

Waarvan garantieverplichtingen

Zie voor toelichtingen bij individuele garanties onderdeel 2.5 Overzicht risicoregelingen.

Waarvan overige verplichtingen

De overige verplichtingen betreffen de Lening SRH, Afdrachten Staatsloterij, Kapitaalinjectie Invest-NL en Kapitaalinjectie Invest International. SRH (voorheen SNS REAAL N.V.) heeft een vordering op de Nederlandse Staat. Op deze vordering is een marktconforme rente van toepassing. Conform de afspraken in de leningdocumentatie wordt de rente niet door SRH betaald, maar bijgeboekt op de vordering. Voor een toelichting op de overige verplichtingen zie 'Uitgaven'.

Uitgaven

Opdrachten

Het budget voor uitvoeringskosten staatsdeelnemingen is voornamelijk bestemd voor de inhuur van adviseurs ter ondersteuning in de diverse expertises die benodigd zijn voor het beheer van de staatsdeelnemingen.

Vermogensverschaffing- en onttrekking

Afdrachten Staatsloterij

In de Wet op de kansspelen (Wok) is bepaald dat alle afdrachten van de Staatsloterij aan de Staat toekomen. Om hieraan te voldoen is zowel bij uitgaven als ontvangsten een structurele reeks opgenomen voor afdrachten van de Staatsloterij.

Kapitaalinjectie Invest-NL

In 2019 is Invest-NL opgericht. Het startkapitaal hiervoor bedroeg circa € 1,7 mld. Daarbovenop is in het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof € 1 mld. aan additionele middelen voor Invest-NL opgenomen. Hiervan is in de begroting 2025 € 100 mln. beschikbaar gesteld voor Invest International en loopt  € 300 mln. via de begroting van Economische Zaken en Klimaat. De resterende € 600 mln. is in de begroting 2025 gereserveerd voor versterking van het kernkapitaal van Invest-NL, en komt daarmee vanuit de begroting van Financiën.

Daarvan is, onder voorwaarde van integratie van Invest-NL en Invest International, € 250 mln. via een kasschuif beschikbaar gesteld aan Invest International. Dit brengt het totaal voor Invest-NL vanuit de begroting van Financiën op circa € 2 mld. Uit deze middelen volgt naar verwachting in 2027 een kapitaalinjectie van € 277 mln.

Kapitaalinjectie Invest International

In 2021 is Invest International opgericht. Het startkapitaal hiervoor bedroeg € 833 mln. Het laatste deel hiervan is in 2025 overgemaakt. Omdat Invest International eerder dan verwacht het startkapitaal heeft uitgezet, is in de begroting 2025 voor 2026 € 100 mln. beschikbaar gesteld uit de additionele middelen die in het hoofdlijnenakkoord van het kabinet Schoof voor Invest-NL zijn opgenomen.

Daarnaast is, onder voorwaarde van integratie van Invest-NL en Invest International, € 250 mln. van de voor Invest-NL gereserveerde middelen (€ 50 mln. in 2028 en € 200 mln. in 2029) via een kasschuif beschikbaar gesteld aan Invest International (€ 150 mln. in 2026 en € 100 mln. in 2027). Dit brengt het totaal voor Invest International vanuit de begroting van Financiën op circa € 1,2 mld.

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

NLFI is een rechtspersoon met een wettelijke taak. NLFI voert het staatsaandeelhouderschap uit voor financiële instellingen die tijdelijk in beheer zijn (ABN AMRO en ASN Bank). De kosten van NLFI worden grotendeels doorbelast aan de in beheer zijnde financiële instellingen. De netto-uitgaven van de Staat aan NLFI om uitvoering te geven aan haar wettelijke taak zijn naar verwachting € 0,5 mln. over 2027 (€ 5,0 mln. uitgaven minus € 4,5 mln. ontvangsten).

Ontvangsten

Garanties

Premieontvangsten garantie TenneT

De Staat ontvangt een premie voor het verstrekken van de garantie aan TenneT Nederland. De premie wordt betaald over alle schuld die TenneT sinds september 2025 aantrekt onder de garantie en wordt gelijkgesteld aan het verwachte financieringsvoordeel dat TenneT krijgt door het verstrekken van de garantie.

Premieontvangsten garantie FMO

De Staat ontvangt een premie voor de verstrekte garantie aan FMO. Deze bedraagt € 1 mln. per jaar.

Leningen

Renteontvangsten lening TenneT

De Staat ontvangt een marktconforme rente met additionele vergoedingen over de verstrekte lening aan TenneT.

Aflossing lening TenneT met verkoopopbrengsten TenneT Duitsland

De Nederlandse staat ontvangt een niet-saldorelevante opbrengst in 2026 van circa € 3,3 mld. als gevolg van de deelname van de Duitse staat in TenneT Duitsland in de vorm van vervroegde aflossing op de aandeelhouderslening die de Nederlandse staat aan TenneT heeft verstrekt. Bij een gelijkblijvende kapitaalbehoefte van TenneT wordt uiterlijk in 2029 nogmaals circa € 1,5 mld. aan opbrengsten gerealiseerd.

Vermogensverschaffing/-onttrekking

Aan-/verkoop vermogenstitels

De verkoopopbrengsten van aandelen ABN AMRO vallen onder deze post.

Afdrachten Staatsloterij

Zie: Uitgaven – Afdrachten Staatsloterij.

Dividenden Staatsdeelnemingen

Deze post bestaat uit alle dividenden, winstafdrachten en verkoopopbrengsten die zien op zowel de reguliere deelnemingen als de tijdelijke financiële deelnemingen (ABN AMRO, ASN Bank).

Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s

Zie: Uitgaven – Bijdrage aan ZBO’s en RWT’s.

Artikel 4 Internationale financiële betrekkingen

Een bijdrage leveren aan een financieel gezond en welvarend Nederland en Europa en een evenwichtige internationale financieel-economische ontwikkeling. 

De minister van Financiën speelt in Nederland op dit gebied een regisserende rol en maakt daarbij gebruik van een aantal instrumenten. Ten behoeve van de bevordering van de economische- en begrotingscoördinatie tussen EU-lidstaten en de financiële stabiliteit in de EU, neemt de minister actief deel aan internationale overleggen (onder andere de Ecofinraad en de Eurogroep). Verder neemt de minister van Financiën besluiten over het Nederlandse standpunt met betrekking tot toetreding van landen tot het Europees wisselkoersmechanisme (ERM II) en de eurozone.

De minister houdt als aandeelhouder toezicht op verschillende Internationale Financiële Instellingen met als doel om o.a. financiële soliditeit en goed bestuur te waarborgen. Hierbij bewaakt de minister ook de financiële belangen van de Nederlandse overheid en de Nederlandse burger en ziet de minister toe op de effectiviteit van de internationale financiële architectuur.

Daarnaast levert de minister een bijdrage aan de internationale beleidsdiscussies en beleidsresponses bij internationale fora zoals de Ecofinraad, de Eurogroep, de G20, verschillende Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling-werkgroepen en commissies en discussies bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Wereldbank en andere Internationale Financiële Instellingen (IFI’s).

Meerjarig Financieel Kader

Nederland pleit in de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) vanaf 2028 voor een moderne en toekomstgerichte Europese begroting. De voorstellen voor het volgend MFK en een nieuw eigenmiddelenbesluit (EMB) komen in een tijd waarin veel lidstaten te maken hebben met budgettaire uitdagingen door hoge schulden en oplopende begrotingstekorten. Het Commissievoorstel leidt in huidige vorm tot een onacceptabele stijging van de Nederlandse afdrachten aan de Europese Unie. Om de Nederlandse netto-betalingspositie niet te laten verslechteren, is een correctiemechanisme op de BNI-afdracht (een korting) van acceptabele omvang ten opzichte van de Nederlandse afdracht aan de Europese Unie en behoud van het huidige percentage (25%) van de perceptiekostenvergoeding cruciaal. Tevens zal het kabinet inzetten op een verlaging van de omvang van het huidige MFK-voorstel van de Commissie. Extra informatie is terug te vinden in de beleidsagenda.

Gezonde overheidsfinanciën

In het kader van de herziene Europese begrotingsregels hebben lidstaten budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn ingediend. Het ministerie van Financiën zal in Europese discussies ook in 2027 blijven inzetten voor het belang van gedegen implementatie van de begrotingsregels. Extra informatie is terug te vinden in de beleidsagenda.

Tabel 33 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 4 Internationale financiële betrekkingen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

17.702.273

4.185.494

2.441

991.953

2.279

2.279

3.350.632

        

Uitgaven

748.726

134.404

483.505

211.535

370.739

460.475

790.296

        

Garanties

32.868

26.720

7.850

0

0

0

0

EIB - kredietverlening in ACP en OCT

4.375

0

0

0

0

0

0

EIB pan-Europees garantiefonds

28.493

26.720

7.850

0

0

0

0

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

713.449

105.015

473.214

209.254

368.460

458.196

788.017

Multilaterale ontwikkelingsbanken en fondsen

1.500

15.019

19

19

19

19

19

Wereldbank

678.216

48.560

431.759

209.235

368.441

458.177

535.098

Kapitaalinleg ESM

0

0

0

0

0

0

252.900

Bijdrage EU voor rente Oekraïne

33.734

41.436

41.436

0

0

0

0

        

Opdrachten

2.409

2.669

2.441

2.281

2.279

2.279

2.279

Technische assistentie

2.193

2.411

2.191

2.031

2.029

2.029

2.029

Overige opdrachten

215

258

250

250

250

250

250

        

Ontvangsten

378.425

456.138

33.675

37.807

118.860

268.761

314.369

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

4.354

4.269

3.785

3.703

3.435

3.039

3.039

Ontvangsten IFI's

4.354

4.269

3.785

3.703

3.435

3.039

3.039

        

Leningen

374.071

451.869

29.890

34.104

115.425

265.722

311.330

Aflossing lening Griekenland

321.101

419.787

0

0

79.960

159.919

159.919

Renteontvangsten lening Griekenland

52.970

32.082

29.890

34.104

35.465

32.461

38.972

Aflossing lening Oekraïne

0

0

0

0

0

66.666

99.999

Renteontvangsten lening Oekraïne

0

0

0

0

0

6.676

12.440

Tabel 34 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

17.702.273

4.185.494

2.441

991.953

2.279

2.279

3.350.632

waarvan garantieverplichtingen

16.746.118

4.112.145

0

0

0

0

1.960.000

waarvan overige verplichtingen

956.155

73.349

2.441

991.953

2.279

2.279

1.390.632

Tabel 35 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

99,5%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

0,5%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Budgetflexibiliteit

In 2027 bedraagt het totaal aan juridisch verplichte uitgaven 99,5% van het totaal aan uitgaven. Het bestaat voornamelijk uit uitgaven op garanties en bijdragen aan internationale organisaties. Daarnaast is 0,5% beleidsmatig gereserveerd, het betreft hier voornamelijk technische assistentie aan kiesgroeplanden waarvoor nog geen verplichting is aangegaan.

Verplichtingen

Garantieverplichtingen

Binnen dit artikel zijn diverse garantieverplichtingen opgenomen. Het totaaloverzicht van uitstaande garanties en de mutaties daarop is te vinden in paragraaf 2.5 Overzicht risicoregelingen. Informatie over onder andere de hoogte, het doel, de werking en de beheersing van de risico's van de individuele garanties is via hyperlinks in de tabel te raadplegen. De garantieverplichtingen worden in het lopende begrotingsjaar aangepast naar aanleiding van wisselkoersbijstellingen, het Nederlandse aandeel in het Europese Bruto Nationaal Inkomen (BNI) en/of de renteontwikkeling.

De overige verplichtingen betreffen de Wereldbank, technische assistentie en overige betalingsverplichtingen. Zie ook de toelichtingen onder 'Uitgaven'.

Uitgaven

Garanties

Het pan-Europees garantiefonds (EGF) van de European Investment Bank (EIB) is opgericht om de negatieve economische gevolgen van de corona-crisis te beperken. Het EGF zit nu in een fase waarin de garanties ingeroepen kunnen worden. Omdat de investeringen onder het garantiefonds een hoog risicoprofiel hebben, is een verliesraming opgenomen.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Wereldbank

Nederland draagt via algemene bijdragen aan de Wereldbank bij aan ontwikkelingssamenwerking. De opgenomen raming betreft de bijdrage aan de International Development Association (IDA), het onderdeel van de Wereldbankgroep dat concessionele leningen – en in beperkte mate schenkingen – verstrekt aan de armste landen in de wereld. Elke drie jaar worden de middelen voor dit onderdeel van de Wereldbank aangevuld door donoren.

Kapitaalinleg ESM

De toetreding van Kroatië tot het ESM startte het proces om de ESM-kapitaalsleutel uit 2009 te herzien. Deze is gebaseerd op de ECB-kapitaalsleutel. De ECB heeft op 1 januari 2024 de kapitaalsleutel geactualiseerd. Hieruit volgt dat Nederland een groter aandeel in de Europese economie en bevolking had dan voorheen. Wanneer een nieuwe inleg precies verwacht wordt is nog niet duidelijk. Een reservering voor de actualisatie van de kapitaalinleg en bijbehorende kapitaalstorting bij het ESM is opgenomen voor 2031.

Bijdrage EU voor rente Oekraïne

De rente op de door de EU aan Oekraïne geleende middelen in 2023 (€ 18 mld.) wordt door de EU-lidstaten gecompenseerd. De rentebijdrage voor Nederland bedraagt tussen 2024 t/m 2027 circa € 41 mln. per jaar. De hoogte van de bijdrage per lidstaat wordt bepaald door het BNI-aandeel (bruto nationaal inkomen) van de lidstaat aan de EU-begroting.

Opdrachten

Voor de komende jaren zijn middelen gereserveerd voor technische assistentie aan landen in de Nederlandse IMF/ Wereldbank/ EBRD-kiesgroepen. De technische assistentie is er vooral op gericht om deze kiesgroeplanden te ondersteunen in hun financieel-economische beleid. Daarbij wordt gebruik gemaakt van Nederlandse expertise.

Ontvangsten

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

Er wordt een structurele reeks verwacht aan ontvangsten van Internationale Financiële Instellingen (IFI’s). Het gaat hierbij om terugbetalingen van de EIB en IDA (Wereldbank) en daarnaast rente-ontvangsten uit hybride kapitaal van de Wereldbank.

Leningen

In totaal heeft Nederland voor € 3,2 mld. aan bilaterale leningen verstrekt aan Griekenland, waarover Griekenland per kwartaal rente betaalt. Vanaf 2020 is Griekenland deze bilaterale leningen gaan aflossen. Daarnaast heeft Nederland in 2022 een bilaterale lening van € 200 mln. aan Oekraïne verstrekt via een speciale kredietlijn van het IMF. Terugbetaling zou starten in mei 2027 in halfjaarlijkse termijnen, volledig afgelost na 10 jaar. De betalingen van rente en aflossing worden echter uitgesteld vanwege de onhoudbare overheidsschuld van Oekraïne op dit moment en het politiek commitment dat Nederland heeft afgegeven Oekraïne te blijven steunen zolang als nodig is. Het uitstel van betaling wordt in het najaar van 2026 uitgewerkt in een bindende bilaterale overeenkomst tussen Nederland en Oekraïne. Zie voor een toelichting op beide leningen ook paragraaf 2.5 Overzicht risicoregelingen.

Artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen

Het afgeven van verzekeringen en garanties ter dekking van risico’s die zijn verbonden aan het handels- en dienstenverkeer van ondernemers met landen buiten Nederland en investeringen in het buitenland die zonder deze verzekeringen en garanties niet tot stand zouden zijn gekomen, en het creëren en handhaven van een internationaal gelijkwaardig speelveld voor bedrijven op het terrein van de exportkredietverzekeringsfaciliteit (ekv-faciliteit).

De minister van Financiën heeft de rol van regisseur bij de uitvoering van de ekv-faciliteit. De Nederlandse Staat treedt op als verzekeraar en Atradius Dutch State Business N.V. (ADSB10) voert de ekv-faciliteit uit, in naam van en voor rekening en risico van de Staat. De minister stelt de randvoorwaarden vast waaronder verzekeringen en garanties mogen worden afgegeven. De minister van Financiën is budgetverantwoordelijk en is samen met de minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking verantwoordelijk voor het beleid op gebied van de ekv. Beide ministers stimuleren een gelijkwaardig speelveld op het gebied van de ekv-faciliteit.

Onder de Kaderwet Financiële verstrekkingen Financiën kunnen verzekeringen en garanties worden afgegeven ter dekking van risico’s verbonden aan het handels- en dienstenverkeer van ondernemers met landen buiten Nederland of ter dekking van niet-commerciële risico’s verbonden aan investeringen van ondernemers in een land buiten Nederland. Dit betekent dat zowel export-, import- als investeringstransacties onder bepaalde voorwaarden kunnen worden verzekerd. Het verzekeren van risico’s die direct verband houden met een exporttransactie komt het meest voor. Echter, bij het afgeven van een verzekering of garantie staat het ondersteunen en mogelijk maken van Nederlands handels- en dienstenverkeer met het buitenland centraal, ook wanneer het verband tussen de verzekerde risico’s en het Nederlandse handels- en dienstenverkeer met het buitenland indirect is. Dit verband moet in dat geval wel enige mate van concreetheid hebben. Dit houdt in dat er bijvoorbeeld ook transacties in Nederland gedekt kunnen worden zolang aannemelijk is dat hier binnen afzienbare tijd export of import uit voortkomt. Ook kunnen buitenlandse partijen dekking krijgen als dit bijdraagt aan het tot stand brengen van een Nederlandse export- of importtransactie. Daarnaast kan onder bepaalde voorwaarden op fondsniveau, in plaats van op individueel transactieniveau, een verzekering of garantie worden afgegeven zolang aannemelijk is dat met het fonds voldoende Nederlandse export of import wordt gerealiseerd. De concrete voorwaarden waaraan getoetst wordt bij de beoordeling van een transactie zijn vastgelegd in beleidskaders.

Voor alle producten onder de ekv-faciliteit van de Nederlandse Staat geldt het vereiste dat deze aanvullend zijn aan de markt. Zo kunnen het handels- en dienstenverkeer en investeringen, ondanks de afwezigheid van commerciële verzekeringen en garanties voor bijvoorbeeld politiek en economisch ingewikkelde landen, toch doorgaan. Er is duidelijk vastgelegd welke risico’s (looptijd, omvang en landen) verzekerd kunnen worden op de private markt en dus voor welke risico’s de Nederlandse Staat aanvullende zekerheid kan bieden. Daarnaast stelt de minister van Financiën voor alle verzekeringsproducten een risicokader vast. Hierin staan de randvoorwaarden voor het afgeven van een verzekering, waarmee de Staat vaststelt welke risico’s als acceptabel worden beschouwd.

Net als Nederland hebben veel andere landen ook een ekv-faciliteit. Nederland zet zich internationaal in om afspraken te maken over exportondersteuning en om Nederlandse exporteurs en hun financiers onder gelijke voorwaarden te kunnen laten concurreren. Deze afspraken tussen verschillende OESO-landen zijn vastgelegd in de ‘Arrangement on Officially Supported Export Credits11’ en waarborgen een internationaal gelijk speelveld. Zo zijn er afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder exportkredietverzekeringen mogen worden verstrekt. Hierbij kan gedacht worden aan afspraken over de kostendekkendheid van de steun, minimumpremies, maximale looptijden, het gebruik van ontwikkelingshulpgelden en verantwoord leenbeleid. Voor ekv-producten die niet onder de Arrangement vallen zijn verscheidene Europese staatssteunregels van toepassing.12

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO), compliance en anti-omkoping hebben internationaal, maar ook nationaal de aandacht. Er is continu aandacht voor een gedegen uitvoering van het beleid voor MVO, compliance en anti-omkoping binnen de ekv-aanvragen. Het Nederlandse beleid voor de toetsing van ekv-aanvragen op de milieu- en sociale-effecten, dat in een aantal opzichten verder gaat dan de internationale richtlijnen op dit gebied, is vastgelegd in het zogeheten Beleidsdocument MVO13. Verder is sinds 1 januari 2023 het COP26-beleid voor de ekv effectief. Daarmee is ekv-steun voor nieuwe fossiele transacties niet langer mogelijk, behoudens beperkte en duidelijk gedefinieerde uitzonderingen die in lijn zijn met de 1,5 °C doelstelling.14 ADSB rapporteert jaarlijks over hun inspanningen op duurzaamheid in het jaaroverzicht.

Meetbare gegevens

Voor de ekv-faciliteit worden één kengetal en drie indicatoren gehanteerd om inzicht te krijgen in hoeverre de doelstelling wordt behaald.

Directe en indirecte bijdrage aan het Nederlandse bbp

Dit kengetal geeft inzicht in de directe en indirecte bijdrage van de ekv-faciliteit aan het Nederlandse bbp op basis van berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Hiervoor wordt aangesloten bij de wijze waarop de doeltreffendheid van de faciliteit is onderzocht in de beleidsdoorlichtingen van 2016 en 2021. De streefwaarde is gebaseerd op historische realisaties.

Bedrijfseconomische resultaatbepaling (BerB)

Het BerB-resultaat geeft aan in welke mate de ekv-faciliteit voldoet aan de internationale afspraak om minimaal kostendekkend te zijn. Deze afspraak is gemaakt om te voorkomen dat er concurrentieverstoring kan plaatsvinden. De BerB brengt in kaart in welke mate de inkomsten (premies en recuperaties) op de lange termijn de uitgaven (schades en uitvoeringskosten) dekken. Een positieve uitkomst duidt erop dat de faciliteit cumulatief gezien sinds 1999 kostendekkend is gebleken met inachtneming van nog te verwachten schades over de uitstaande risico’s. De BerB kent 1999 als startdatum omdat toen nieuwe internationale afspraken over kostendekkende minimumpremies van kracht werden.

Groene en MKB transacties

De ekv-faciliteit wordt ingezet om bedrijven te ondersteunen bij de energietransitie en hen financieel te helpen om zoveel mogelijk kansen te pakken op dit gebied. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld gebruikmaken van gunstiger ekv-voorwaarden bij groene transacties of kunnen kapitaal aantrekken via de Groendekking. Transacties worden sinds 2019 als «groen» geclassificeerd wanneer deze bijdragen aan de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs. Ook wordt de ekv-faciliteit ingezet ter ondersteuning van het Nederlandse mkb. De ekv beschikt bijvoorbeeld over liquiditeitsverruimende producten waar met name het Nederlandse mkb gebruik van maakt.

De doelstelling voor 2026 is het verhogen van zowel het aantal groene als het aantal mkb transacties met 10% ten opzichte van 2025. De doelstelling voor 2027 wordt eind 2026 vastgesteld. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de ekv een vraaggestuurd instrument is, waardoor het bereiken van de doelstelling afhankelijk blijft van de vraag van bedrijven naar ekv-dekking.

Tabel 36 Kengetallen
 

2022

2023

2024

2025

Bijdrage bbp in %

0,07%

0,08%

0,10%

n.t.b.1

1

De bijdrage van de ekv aan het bbp over 2025 wordt door het CBS eind 2026berekend.

Tabel 37 Indicatoren
 

2022

2023

2024

2025

Streefwaarde 2026 t/m 2027

BerB

€ 504 mln.

€ 285 mln.

€ 341 mln.

€ 353 mln.

> € 0

Absoluut aantal nieuw aangegane totaal aan groene dekkingstoezeggingen en directe polissen

76

55

681

49

10% meer dan het voorgaande jaar

Absoluut aantal nieuw aangegane totaal aan mkb transacties en directe polissen

49

60

832

66

10% meer dan het voorgaande jaar

1

In de begroting van 2024 is de wijze waarop we de groen cijfers rapporteren veranderd van transacties (alleen polissen) naar dekkingstoezeggingen en directe polissen. Hierom wijken de cijfers voor 2022 en 2023 af van de cijfers uit de begrotingen van 2022 en 2023.

2

In de begroting van 2025 is de wijze waarop we de mkb cijfers rapporteren veranderd van transacties (alleen polissen) naar dekkingstoezeggingen en directe polissen. Hierom wijken de cijfers van de andere jaren af van de cijfers uit de begroting van 2024.

Aanbesteding ekv

Begin 2025 is de Kamer geïnformeerd dat de ekv zal worden aanbesteed. Daarmee wordt de comptabele onrechtmatigheid zoals geconstateerd door de Rekenkamer opgelost. In 2025 zijn de voorbereidende stukken opgesteld, waarna begin 2026 de aanbesteding in de markt is gezet. Het streven is om eind 2026 de uitvoering van de ekv aan een partij te kunnen gunnen en in 2027 te starten met de transitiefase.

Strategische inzet ekv

In 2027 zetten we in op een structurele aanpak op het actief onder de aandacht brengen van onze nieuwe producten onder bedrijven in strategische sectoren met exportpotentieel. Daarnaast wordt de ekv ingezet voor de versterking van de Nederlandse defensiesector in lijn met het kabinetsbeleid.

Verbeteren internationaal speelveld

Nederland zal zich in 2027 inzetten voor nauwere samenwerking tussen Europese publieke financieringsinstellingen, zodat gezamenlijk meer impact kan worden gerealiseerd. Ook zal Nederland onderhandelingen voeren over de modernisering van het OESO Arrangement on Officially Supported Export Credits. Centraal staan de regels voor ekv-gedekte exportfinanciering, gebonden hulp en verbeterde transparantie.

Tabel 38 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 5 Exportkredietverzekeringen, -garanties en investeringsverzekeringen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

3.535.112

10.100.747

10.097.397

10.097.397

10.097.397

10.097.397

10.097.397

        

Uitgaven

272.904

216.747

219.397

188.397

179.397

167.397

167.397

        

Opdrachten

23.795

23.613

22.103

22.103

22.103

22.103

22.103

Kostenvergoeding uitvoerder ekv

22.810

23.160

22.000

22.000

22.000

22.000

22.000

Uitvoeringskosten herverzekering leverancierskredieten

983

350

0

0

0

0

0

Overige uitgaven

3

103

103

103

103

103

103

        

Garanties

118.898

120.250

124.400

93.400

84.400

72.400

72.400

Schade-uitkering ekv

108.740

116.000

122.000

91.000

82.000

70.000

70.000

Schade-uitkering herverzekering leverancierskredieten

9.863

1.850

0

0

0

0

0

Herverzekerde schades ekv - premies

122

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

Herverzekerde schades ekv - restituties na 2019

0

200

200

200

200

200

200

Herverzekerde schades ekv - restituties 1999-2019

48

100

100

100

100

100

100

Herverzekerde schades ekv - restituties voor 1999

125

100

100

100

100

100

100

        

Storting/onttrekking begrotingsreserve

130.211

72.884

72.894

72.894

72.894

72.894

72.894

Mutatie begrotingsreserve ekv

130.211

72.884

72.894

72.894

72.894

72.894

72.894

        

Ontvangsten

218.495

136.552

131.575

128.575

113.675

113.575

113.575

        

Garanties

194.131

106.292

102.475

99.475

84.575

84.475

84.475

Premies ekv

130.282

72.244

72.244

72.244

72.244

72.244

72.244

Premies herverzekering leverancierskredieten

8.869

1.200

0

0

0

0

0

Schaderestituties ekv voor 1999

36.091

19.781

18.100

15.100

200

100

100

Schaderestituties ekv vanaf 1999 tot 2019

99

640

650

650

650

650

650

Schaderestituties ekv na 2019

1.742

3.927

3.981

3.981

3.981

3.981

3.981

Schaderestituties herverzekering leverancierskredieten

4.299

1.000

0

0

0

0

0

Herverzekerde schades ekv - schadeuitkeringen

12.749

7.500

7.500

7.500

7.500

7.500

7.500

        

Storting/onttrekking begrotingsreserve

24.365

30.260

29.100

29.100

29.100

29.100

29.100

Mutatie begrotingsreserve ekv

24.365

30.260

29.100

29.100

29.100

29.100

29.100

Tabel 39 Uitsplitsing verplichtingen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

3.535.112

10.100.747

10.097.397

10.097.397

10.097.397

10.097.397

10.097.397

waarvan garantieverplichtingen

3.370.913

10.000.000

10.000.000

10.000.000

10.000.000

10.000.000

10.000.000

waarvan overige verplichtingen

164.199

100.747

97.397

97.397

97.397

97.397

97.397

Tabel 40 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Budgetflexibiliteit

Opdrachten

Dit budget is 100% juridisch verplicht op basis van een overeenkomst met ADSB.

Garanties

Deze uitgaven zijn 100% juridisch verplicht, aangezien deze voortvloeien uit afgesloten exportkredietverzekeringen. Indien de verzekerde risico’s zich materialiseren en aan alle verzekeringsvoorwaarden is voldaan, moet de Staat als verzekeraar tot uitkering overgaan.

Verplichtingen en uitgaven

Opdrachten

ADSB is de uitvoerder van de ekv-faciliteit. ADSB ontvangt voor de werkzaamheden in het kader van de ekv-faciliteit jaarlijks een vergoeding op basis van een vergoedingsovereenkomst.

Garanties

Schade-uitkering ekv

Voor de ekv-faciliteit is in de begroting een garantieplafond van € 10 mld. opgenomen. Dit is het bedrag dat jaarlijks aan nieuwe verplichtingen kan worden aangegaan. Alle schade-uitkeringen, premies en restituties op dit artikel komen voort uit deze garantie.

De ekv heeft zowel definitieve als voorlopige juridische verplichtingen in de portefeuille. Indien het voor een exporteur nog onzeker is of de opdracht wordt gegund, maar er voor een offerte wel al financiering geregeld moet zijn, kan een dekkingstoezegging worden afgegeven. De dekkingstoezegging kan bij de gunning van de opdracht worden omgezet naar een polis. Als er duidelijke aanwijzingen zijn dat het risico sterk is verslechterd, is de Staat niet verplicht om een dekkingstoezegging in een polis om te zetten. Gemiddeld wordt ongeveer de helft van de dekkingstoezeggingen uiteindelijk een polis.

Wanneer zich onder een ekv-polis schade voordoet, zal de Staat bij schade-uitkering doorgaans het betalingsschema van de debiteur volgen. Dit betekent dat het bedrag niet in een keer wordt uitgekeerd, maar gespreid over de resterende looptijd van de verzekering.

Premies en restituties uit hoofde herverzekering

ADSB kan een deel van het risico herverzekeren bij een andere (buitenlandse) Export Credit Agency (ECA). Wanneer ADSB een transactie gedeeltelijk herverzekert, moet de Nederlandse Staat de ontvangen premie voor het betreffende deel betalen aan de andere ECA. Indien een schade zich materialiseert, betaalt ADSB de schade uit en ontvangt zij van de andere ECA een betaling voor het herverzekerde deel van de schade. Op het moment dat ADSB restituties ontvangt voor de schade, moeten zij deze ook deels betalen aan de andere ECA. In dit artikel worden de uitgaven en ontvangsten uit hoofde van herverzekeren voortaan apart inzichtelijk gemaakt in onderdeel D (Budgettaire gevolgen van beleid) en E (Toelichting op de financiële instrumenten).

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Voor de ekv wordt een risicovoorziening opgebouwd. Deze begrotingsreserve werkt als buffer om per jaar het verschil tussen enerzijds premieontvangsten en schaderesituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019) en anderzijds de kostenvergoeding en definitieve schades (vanaf 2019) op te vangen. Ontvangsten en uitgaven kunnen bij de ekv sterk over de tijd verspreid zijn. De geraamde storting in de begrotingsreserve is gelijk aan de geraamde premieontvangsten en de geraamde schade-restituties (op polissen vanaf 1999 tot 2019). Een storting aan de begrotingsreserve is een uitgave voor de Financiënbegroting.

De begrotingsreserve muteert eens per jaar op 31 december. De stand van de reserve was ultimo 2025 € 830,7 mln.

Tabel 41 Overzicht geraamd verloop begrotingsreserve ekv (bedragen x € 1.000)

Begrotingsreserve

Stand per 1/1/2026

Onttrekkingen 2026

Toevoegingen 2026

Stand per 1/1/2027

Onttrekkingen 2027

Toevoegingen 2027

Stand per 31/12/2027

Ekv

830,7

30,3

72,9

873,3

29,1

72,9

917,1

Ontvangsten

Garanties

De ontvangsten bestaan uit premies en schaderestituties. De omvang van deze posten wordt beïnvloed door de hoeveelheid afgegeven exportkredietverzekeringen en ontwikkelingen in de kredietwaardigheid van buitenlandse debiteuren.

Als een ekv-polis wordt afgegeven, is de verzekerde premie verschuldigd. De premie wordt berekend op basis van internationaal afgesproken systematiek uit de Arrangement. De in Arrangement-verband overeengekomen minimumpremies zijn van belang voor het voorkomen van concurrentieverstoring. De premies dienen het onderliggende risico te reflecteren en bij te dragen aan de kostendekkendheid van de faciliteit.

Schaderestituties op de ekv kunnen alleen ontstaan indien eerst uitgaven zijn gedaan in de vorm van schade-uitkeringen. Volgens de ramings-systematiek zijn schaderestituties opgesplitst in drie tijdslijnen. Schaderestituties vóór 1999 hebben invloed op de Financiënbegroting. Schaderestituties vanaf 1999 tot 2019 voeden de begrotingsreserve. Schaderestituties ná 2019 verlopen via de staatsschuld. De Club van Parijs is een belangrijk platform waar crediteurenlanden informatie delen over betalingsachterstanden van overheden of overheidsbedrijven op publiek gedekte exportkredieten en bilaterale leningen. Deze coördinatie tussen landen verhoogt de schaderestituties van een publieke exportverzekeraar.

Schade-uitkering uit hoofde herverzekering

Zie: Uitgaven - Premies en restituties uit hoofde herverzekering.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

De geraamde onttrekking aan de begrotingsreserve bestaat uit de kostenvergoeding, definitieve schades (vanaf 2019), premies uit hoofde van herverzekering en restituties uit hoofde van herverzekering (op polissen vanaf 1999 tot 2019). Een onttrekking aan de begrotingsreserve is een ontvangst voor de Financiënbegroting.

12

De Arrangement of the Offically Suported Export Credits. Voor EU-lidstaten is de Arrangement bindend.

13

Kamerstukken II 2017-2018, 26 485, nr. 255

14

COP26 beleid en lijst met uitzonderingen ADSB: https://atradiusdutchstatebusiness.nl/over-ons/strategie/klimaat

Artikel 6 Btw-compensatiefonds

Gemeenten, provincies en andere regionale openbare lichamen als bedoeld in de Wet op het btw-compensatiefonds (BCF) hebben de mogelijkheid om een evenwichtige keuze te maken tussen in- en uitbesteding. De belasting over toegevoegde waarde (btw) speelt hierin geen rol.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor en heeft een uitvoerende rol bij:

  • het verstrekken, verzamelen en controleren van de opgaafformulieren en het uitbetalen van de compensabele btw;

  • het beheer van het btw-compensatiefonds (BCF).

Het BCF is opgericht om btw weg te nemen als factor in de afweging van decentrale overheden tussen uitbesteden en inbesteden (uitvoering door de eigen organisatie). Decentrale overheden kunnen betaalde btw terugvragen bij het BCF. De betaalde btw moet daarvoor aan een aantal voorwaarden voldoen. Zo moet de btw betaald zijn over een niet-ondernemerstaak en mag er geen sprake zijn van verstrekking aan een individuele derde. Voorbeelden van taken waarvoor gemeenten en provincies btw kunnen terugvragen zijn: inzameling van huisvuil, onderhoud aan gebouwen, straatbeheer, schoonmaakactiviteiten, archivering, ingenieurswerkzaamheden en groenbeheer.

Meetbare gegevens

Tabel 42 Meetbare gegevens

Prestatie-indicator

Waarde 2024

Waarde 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Percentage uitgevoerde fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtactiviteit inzake Btw-compensatiefonds (BCF) bij gemeenten en provincies

69,4%

71,2%

> 45%

>45%

Toelichting

Percentage uitgevoerde fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtsactiviteit inzake BCF bij gemeenten en provincies

Het streven is om binnen één kalenderjaar minimaal één fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtsactiviteit inzake het BCF vanuit de Belastingdienst uit te voeren bij ten minste 45% van de gemeenten en provincies. Onder een fiscaal inhoudelijke uitvoerings- en toezichtsactiviteit worden activiteiten verstaan waarbij de Belastingdienst met de klant en/of vice versa inhoudelijk in contact treedt. De activiteiten die hieronder vallen zijn heffing BCF met klantcontact, boekenonderzoek BCF, vooroverleg BCF, behandeling van bezwaarschrift BCF, bedrijfsgesprek, activiteiten rondom Horizontaal Toezicht.

Indien er bijvoorbeeld meer dan één activiteit in een jaar bij één gemeente of provincie is uitgevoerd en afgerond, dan telt deze voor één activiteit mee.

Deze indicator sluit aan bij de strategie van het segment Grote Ondernemingen, waar gemeenten en provincies ook onder vallen. Deze strategie richt zich op individuele klantbehandeling en beoogt een passende behandeling ter afdekking van de risico’s, binnen de beschikbare capaciteit.

Voor het BCF zijn op dit moment geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 43 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 6 Btw-compensatiefonds (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

4.893.319

5.029.932

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

        

Uitgaven

4.893.319

5.029.932

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

        

Bijdrage aan medeoverheden

4.893.319

5.029.932

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

Bijdragen aan gemeenten

4.442.149

4.555.889

4.556.236

4.556.236

4.556.236

4.556.236

4.556.236

Bijdragen aan provincies

451.170

474.043

474.043

474.043

474.043

474.043

474.043

        

Ontvangsten

4.893.319

5.029.932

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

Tabel 44 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Budgetflexibiliteit

De bijdrage van het Rijk ter compensatie van de door decentrale overheden betaalde btw is opgenomen in de Wet op het btw-compensatiefonds. De wet bevat de voorwaarden waarbinnen gemeenten en provincies kunnen claimen uit het BCF. Met ingang van 2015 is het BCF geplafonneerd15. Dit plafond groeit jaarlijks mee met de uitkomst van de normeringssystematiek. Als minder geclaimd wordt uit het fonds dan het plafond, dan wordt de ruimte onder het plafond gestort in het Gemeente- en Provinciefonds. Als meer wordt geclaimd uit het fonds dan het plafond, dan wordt het bedrag boven het plafond teruggevorderd uit het Gemeente- en Provinciefonds. Hierdoor zijn het BCF en het Gemeente- en Provinciefonds communicerende vaten.

Verplichtingen en uitgaven (bijdrage aan medeoverheden)

De raming van de uitgaven uit het BCF voor het lopende jaar wordt geëxtrapoleerd voor de jaren daarna. Uitgangspunt voor de raming van het lopende jaar is de beschikking van het afgelopen jaar die in het lopende jaar wordt uitbetaald. De raming wordt gemaakt aan de hand van het voorschot van het vierde kwartaal van het afgelopen jaar en driemaal het voorschot van het eerste kwartaal uit het lopende jaar.

Gemeenten declareren in absolute zin meer btw bij het BCF dan provincies. Dit declaratiepatroon komt doordat alle gemeentelijke begrotingen tezamen groter zijn dan alle provinciale begrotingen tezamen. In relatieve zin declareren de provincies meer bij het BCF. Een mogelijke oorzaak hiervan is dat de provincies vooral actief zijn op het gebied van verkeer en vervoer. Deze uitgaven komen vaak in aanmerking voor compensatie van btw.

Ontvangsten

De ontvangsten zijn gelijk aan de uitgaven.

Tabel 45 Geraamd plafond Btw-compensatiefonds (bedragen x € 1.000)
 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

BCF Plafond totaal

5.389.739

5.562.222

5.798.847

6.027.104

6.498.709

6.751.993

       

Plafond aandeel gemeenten eerste suppletoire begroting 2026

4.699.435

4.887.130

5.093.843

5.288.555

5.702.578

5.928.624

Taakmutaties

47.330

565

513

0

0

0

Toevoeging accres

0

28.636

29.871

36.197

39.032

40.580

Plafond aandeel gemeenten ontwerpbegroting 2027

4.746.765

4.916.331

5.124.227

5.324.752

5.741.610

5.969.204

Uitputting gemeenten

4.555.889

4.555.889

4.555.889

4.555.889

4.555.889

4.555.889

Ruimte onder plafond gemeenten

190.876

360.442

568.338

768.863

1.185.721

1.413.315

       

Plafond aandeel provincies eerste suppletoire begroting 2026

628.196

642.026

670.582

697.461

751.828

777.468

Taakmutaties

14.778

101

102

102

103

0

Toevoeging accres

0

3.764

3.936

4.789

5.168

5.321

Plafond aandeel provincies ontwerpbegroting 2027

642.974

645.891

674.620

702.352

757.099

782.789

Uitputting provincies

474.043

474.043

474.043

474.043

474.043

474.043

Ruimte onder plafond provincies

168.931

171.848

200.577

228.309

283.056

308.746

       

Uitgaven:

5.029.932

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

5.030.279

Waarvan Gemeenten

4.555.889

4.556.236

4.556.236

4.556.236

4.556.236

4.556.236

Waarvan Provincies

474.043

474.043

474.043

474.043

474.043

474.043

Compensatie

De Belastingdienst is belast met de uitvoering, de controle en het toezicht van het BCF. Hierbij compenseren ze de btw over niet-ondernemersactiviteiten van provincies en gemeenten.

Controle- en toezichtsbeleid

Bij de uitvoering van de Wet op het btw-compensatiefonds is een centrale rol toegekend aan de Belastingdienst. Dit vanwege de nauwe relatie tussen de heffing van de omzetbelasting op grond van de Wet op de omzetbelasting en de compensatie van de omzetbelasting op grond van het BCF. Uit het oogpunt van eenvoud en doelmatigheid is ervoor gekozen de Wet op het btw-compensatiefonds in belangrijke mate aan te laten sluiten bij het systeem van heffing van omzetbelasting in de Algemene wet betreffende rijksbelastingen. Dit betekent onder meer dat het toezicht op het BCF onderdeel uitmaakt van het reguliere toezicht bij gemeenten en provincies. Dit toezicht bestaat onder andere uit bedrijfsbezoeken waarbij technische vragen rond het BCF besproken worden, tot volledige boekenonderzoeken naar de BCF-claim.

De handelwijze van de Belastingdienst met betrekking tot de opgaven voor het BCF is, gezien de nauwe relatie met het systeem van heffing van omzetbelasting, niet anders dan die met betrekking tot de aangifte omzetbelasting. Dit betekent dat:

  • controle achteraf gedurende een periode van vijf jaar mogelijk is;

  • de controle op de juistheid van ingediende aangiften achteraf en op basis van risicoafweging plaats vindt.

15

Conform afspraken in het financieel akkoord uit 2013 tussen het Rijk en decentrale overheden, zie ook Kamerstukken II 2012-2013, 33 400 B, nr. 7.

Artikel 9 Douane

De Douane draagt bij aan een solide financiering van de Europese en nationale overheid, aan een veilige samenleving en aan een sterke, aantrekkelijke en eerlijke interne markt. Dit doet de Douane door als handhavingsdienst toezicht te houden op het grensoverschrijdende goederenverkeer en te controleren op de naleving van fiscale en niet-fiscale regels en door het bonafide bedrijfsleven daarbij te faciliteren. Douanerechten, accijnzen en omzetbelasting bij invoer worden zo juist, tijdig en volledig mogelijk geheven en geïnd.

Kortweg bestaat de opdracht van de Nederlandse Douane uit de ABC-doelen:

  • Afdracht: zorgen dat opbrengsten zo juist, tijdig en volledig mogelijk zijn;

  • Beschermen: de samenleving zo goed mogelijk beschermen tegen onveilige en ongewenste goederen;

  • Concurrentiepositie: bijdragen aan het versterken van de concurrentiepositie van de Europese Unie.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beleid en de wet- en regelgeving inzake douaneformaliteiten en douanerechten, hoofdzakelijk Europese regelgeving. Daarnaast is de minister verantwoordelijk voor de wet- en regelgeving inzake binnenlandse accijnzen en verbruiksbelastingen.

Op grond van het Douanewetboek van de Unie, Europese verordeningen, de Algemene douanewet en andere nationale wet- en regelgeving handhaaft de Douane fiscale en niet-fiscale wet- en regelgeving.

Met de uitvoering van de reguliere taken en door samenwerking met ketenpartners draagt de Douane bij aan de integrale aanpak van ondermijning. Het doel is hierbij om barrières op te werpen tegen ondermijnende (drugs)criminaliteit van productiegebieden van drugs in het buitenland tot afzetmarkten in de EU.

De minister bevordert via de inzet van de Douane de naleving van wet- en regelgeving. Dit gebeurt door het leveren van passende en faciliterende dienstverlening door bijvoorbeeld zorg te dragen voor een goed werkend aangiftesysteem. Maar ook door processen juist en tijdig uit te voeren, door adequaat toezicht uit te oefenen en door naleving te stimuleren en waar nodig deze naleving bestuurs- of strafrechtelijk af te dwingen.

Kwantitatieve doelstellingen

De algemene doelstelling van de Douane komt tot uiting in onderstaande meetbare gegevens.

Tabel 46 Prestatie-indicatoren Douane

Prestatie-indicator

Waarde 2024

Waarde 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

Afdracht: Juiste invoeraangiften

90

110

≥100

≥100

Beschermen: Uitvoering afspraken niet-fiscale taken

98%

97%

≥95%

≥95%

Concurrentiepositie: Waardering bedrijfsleven

100

103

≥100

≥100

Afgehandelde bezwaren binnen de Awb-termijn

68%

73%

≥90%

≥90%

Afgehandelde klachten binnen de Awb-termijn

67%

82%

≥95%

≥95%

Afdracht: Juiste invoeraangiften

De prestatie-indicator Juiste invoeraangiften geeft weer hoe groot het aandeel juiste invoeraangiften is in het totaal aantal invoeraangiften, uitgedrukt als index met 2016 als basisjaar.

De Douane stelt vast wat de verschuldigde douanerechten, belastingen en accijnzen zijn en zorgt voor de heffing en inning van deze gelden. De geïnde bedragen worden afgedragen aan:

  • De Europese Unie (douanerechten);

  • De Nederlandse schatkist (accijnzen, verbruiksbelasting en omzetbelasting bij invoer).

De juistheid van de invoeraangifte is een belangrijke graadmeter voor de fiscale regelnaleving. Een juiste invoeraangifte betekent dat de juiste afdracht van de bij invoer verschuldigde belastingen kan worden vastgesteld. Door handhavingsinterventies beïnvloedt de Douane de regelnaleving, met als doel deze op een hoger peil te brengen.

Beschermen: Uitvoering afspraken niet-fiscale taken

De B-doelstelling betreft de opdracht om de samenleving te beschermen tegen onveilige en ongewenste goederen. Onder deze opdracht vallen alle niet-fiscale douanetaken, zoals die zijn vastgelegd in de wettelijk verplichte convenanten (op grond van Algemene Douanewet 1:3 lid 5) tussen de opdrachtgevende beleidsdepartementen en de Douane. Samengevat betreft dit de beleidsterreinen 'Veiligheid, Gezondheid, Economie en Milieu', waarmee de Douane tevens bijdraagt aan de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit. De begrotingsindicator geeft de mate aan waarin de Douane deze taken heeft kunnen uitvoeren.

Concurrentiepositie: Waardering bedrijfsleven

De begrotingsindicator C drukt de waardering van het bedrijfsleven voor de Douane uit. De Douane peilt de waardering door het bedrijfsleven met een vragenlijstonderzoek, de Douane Monitor. De begrotingsindicator C wordt uitgedrukt in een indexcijfer, met 2024 als referentiejaar. Het streven is om een score te behalen hoger dan de score in het referentiejaar.

Afgehandelde bezwaren binnen Algemene wet bestuursrecht (Awb) termijn

Burgers en bedrijven die het niet eens zijn met een beslissing kunnen een bezwaarschrift indienen bij de Douane. Deze prestatie-indicator betreft het aantal binnen Awb beslistermijn afgedane bezwaarschriften ten opzichte van het totaal aantal afgedane bezwaren.

Afgehandelde klachten binnen de Awb termijn

Burgers en bedrijven die ontevreden zijn over gedragingen of processen van de Douane kunnen een klacht indienen. Deze prestatie-indicator betreft het aantal binnen Awb-beslistermijn afgedane klachten ten opzichte van het totaal aantal afgedane klachten.

Strategie Douane

De kern van het werk van de Douane is het beschermen van financiële, maatschappelijke en economische belangen. De Douane werkt vanuit de Visie 2035 Van maatschappelijke waarde. Wat er ook in de wereld gebeurt: de Douane levert een sterke bijdrage aan de bescherming en ondersteuning van de samenleving, in samenwerking met collega’s, opdrachtgevers en partners, in Nederland en daarbuiten.

De Visie 2035 stuurt op vier lijnen:

  • Sturend op maatschappelijk effect: het meten van en sturen op wat de inzet daadwerkelijk oplevert voor de samenleving.

  • Richtinggevend in de douane-unie: een actieve rol in de Europese douane-unie en bij de herziening van het Douanewetboek van de Unie (nDWU).

  • Innovatie van de operatie: het vernieuwen van werkwijzen, systemen en processen, onder meer via Centralised Clearance en het nDWU.

  • Resultaatgericht besturen: het sturen op heldere doelen, meten van de voortgang en het afleggen van verantwoording.

In 2027 geeft de Douane invulling aan de Visie 2035 door te werken langs de drie pijlers conform de Strategie 2024-2028: sturen op maatschappelijke effecten, de digitale transformatie realiseren en de medewerker centraal stellen. De aanpak van ondermijnende criminaliteit en de handhaving van sanctiemaatregelen blijven daarbinnen prioriteit, net als de samenwerking met het bedrijfsleven en internationale partners.

Beleidsdoelen

Er staan in 2027 voor de Douane vijf beleidsopgaven centraal: 1) implementatie van het nieuwe Douanewetboek van de Unie, 2) uitvoeren fiscale taken e-commerce en versterking van markttoezicht, 3) modernisering van het toezicht, 4) de bestrijding van grensoverschrijdende ondermijnende criminaliteit en 5) verbetering weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Dit wordt toegelicht in de beleidsagenda. De uitdagingen en doelstellingen worden nader uitgewerkt in het Jaarplan Douane 2027.

Tabel 47 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 9 Douane (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

905.134

928.847

981.759

970.011

948.416

908.620

896.905

        

Uitgaven (1) + (2)

924.845

928.847

981.759

970.011

948.416

908.620

896.905

        

(1) Apparaatsuitgaven

622.239

604.842

634.243

645.659

630.022

679.812

668.249

        

Personele uitgaven

615.604

597.855

622.002

633.548

618.181

612.141

601.375

Eigen personeel

567.998

569.175

601.176

613.129

602.704

596.707

586.105

Inhuur externen

40.527

23.187

16.635

16.470

14.654

14.612

14.457

Overig personeel

7.079

5.493

4.191

3.949

823

822

813

        

Materiële uitgaven

6.635

6.987

12.241

12.111

11.841

67.671

66.874

ICT

529

815

2.512

2.491

2.426

2.358

2.331

Bijdrage aan SSO's

1.159

726

3.747

3.739

3.673

40.799

40.316

Overig materieel

4.947

5.446

5.982

5.881

5.742

24.514

24.227

        

(2) Programma-uitgaven

302.606

324.005

347.516

324.352

318.394

228.808

228.656

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

3.108

2.488

2.441

2.411

2.396

2.402

2.376

Overige bijdrage ZBO's/RWT's

3.108

2.488

2.441

2.411

2.396

2.402

2.376

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

46.223

6.898

204

203

203

203

202

Wereld Douane Organisatie

186

250

204

203

203

203

202

Bijdragen vertragingsrente EU

45.714

6.648

0

0

0

0

0

Bijdrage aan overige (inter)nationale organisaties

323

0

0

0

0

0

0

        

Opdrachten

19.669

73.466

115.653

92.060

86.215

71.637

71.590

ICT opdrachten

4.058

21.432

29.952

17.506

15.521

15.522

15.509

Overige opdrachten

15.611

52.034

85.701

74.554

70.694

56.115

56.081

        

Bijdrage aan agentschappen

6.230

5.957

6.536

7.019

6.921

6.860

6.782

Bijdrage overige agentschappen

6.230

5.957

6.536

7.019

6.921

6.860

6.782

        

Rente

6.129

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

Belasting- en invorderingsrente

6.129

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

6.000

        

(Schade)vergoeding

862

88

88

88

88

88

88

(Schade)vergoedingen

695

0

0

0

0

0

0

Vergoeding proceskosten

167

88

88

88

88

88

88

        

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

220.386

229.108

216.594

216.571

216.571

141.618

141.618

Toegerekende uitgaven van Belastingen

220.386

229.108

216.594

216.571

216.571

141.618

141.618

        

Ontvangsten (3) + (4)

18.118.144

18.867.017

20.348.796

21.704.146

21.658.968

21.794.494

21.886.423

        

Programma-ontvangsten (3)

18.114.073

18.866.412

20.331.195

21.703.554

21.658.392

21.793.934

21.885.869

        

waarvan: Belastingontvangsten

18.086.063

18.841.693

19.991.389

20.936.947

21.633.892

21.769.434

21.861.369

        

Ontvangsten CBAM

0

0

217.296

243.410

0

0

0

        

Bekostiging

584

500

500

500

500

500

500

Doorbelasten kosten vervolging

584

500

500

500

500

500

500

        

Rente

22.586

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

Belasting- en invorderingsrente

22.586

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

        

Boetes en schikkingen

4.841

4.219

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

Ontvangsten boetes en schikkingen

4.841

4.219

4.000

4.000

4.000

4.000

4.000

        

Handling Fee

0

0

98.010

498.697

0

0

0

Handling Fee

0

0

98.010

498.697

0

0

0

        

Apparaatsontvangsten (4)

4.070

605

17.601

592

576

560

554

Tabel 48 Geschatte budgetflexibiliteit1
 

2027

juridisch verplicht

82%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

18%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

1

De berekende budgetflexibiliteit heeft betrekking op de programma-uitgaven, waarbij de toegerekende uitgaven van Belastingen buiten beschouwing zijn gelaten.

Budgetflexibiliteit

82% van de uitgaven is juridisch verplicht en 18% is beleidsmatig gereserveerd.

De post ICT-opdrachten is 100% juridisch verplicht en betreft aanpassingen van ICT-systemen op basis van de uitvoering van de douanewetgeving. De post overige opdrachten is voor 78% juridisch verplicht en 22% beleidsmatig gereserveerd en ziet op de inkoop van Douane-specifieke middelen, zoals speurhonden, detectiesystemen, werktuigen, meldkamervoorzieningen en laboratoria.

De bijdrage aan de Rijksrederij van Rijkswaterstaat is 100% juridisch verplicht op basis van samenwerkingsovereenkomsten. De beleidsmatig gereserveerde uitgaven betreffen daarnaast bijdragen aan ZBO’s en RWT’s.

Uitgaven

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

Dit betreft alle personele uitgaven inclusief externe inhuur voor de Douane.

Materiële uitgaven

De materiële uitgaven van de Douane en omvat Douane-specifieke diensten, middelen en communicatie. Standaarddiensten zoals huisvesting en de toerusting van de ambtenaren van de Douane (telefoon, laptop, werkplek, mobiele devices, etcetera) lopen via dienstonderdelen van de Belastingdienst en worden verantwoord op artikel 1 Belastingen.

Programma-uitgaven

Opdrachten

Voor de correcte toepassing van de douanewetgeving worden opdrachten verstrekt voor aanpassing van ICT-systemen. De Algemene Douanewet regelt de toezichtstaken en bevoegdheden. Daarnaast verstrekt de Douane opdrachten voor de inkoop van Douane specifieke middelen, zoals speur-honden, detectiesystemen, werktuigen, meldkamervoorzieningen en laboratoria.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Dit zijn de uitgaven die de Belastingdienst doet ten behoeve van de Douane.

Ontvangsten

Programma-ontvangsten

Belastingontvangsten

Vanaf 2024 worden op artikel 9 Douane de belastingontvangsten begroot die geheven en geïnd worden via de Douanesystemen. Het gaat om invoerrechten, accijnzen, verbruiksbelasting en een deel van de omzetbelasting.

In artikel 1 Belastingen staat een samenvattende tabel met de aansluiting van de belastingontvangsten van hoofdstuk IX met de Miljoenennota 2026. De Miljoenennota bevat een toelichting op de belastingontvangsten.

Ontvangsten CBAM

Het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) is een EU-instrument dat vanaf 1 januari 2026 een koolstofprijs heft op bepaalde importgoederen van buiten de EU. Importeurs kopen hiervoor CBAM-certificaten in de lidstaat van vestiging. De Douane controleert de toelating als CBAM-aangever. De Nederlandse Emissieautoriteit verstrekt deze toelating en ziet toe op certificaten. De ontvangsten vallen onder het inkomstenkader vanwege het netto-effect op de begroting.

Bekostiging

Vanaf 2024 zijn de aan de belastingontvangsten gerelateerde kosten vervolging begroot. Deze post is in mindering gebracht op de begroting van artikel 1 Belastingen.

Rente

Vanaf 2024 zijn de aan de belastingontvangsten gerelateerde belasting- en invorderingsrente begroot. Deze post is in mindering gebracht op de begroting van artikel 1 Belastingen.

Boetes en schikkingen

Vanaf 2024 zijn de aan de belastingontvangsten gerelateerde boetes en schikkingen begroot. Deze post is in mindering gebracht op de begroting van artikel 1 Belastingen.

Handling Fee

Deze post bevat de Europese handelingskostenvergoeding (handling fee) voor invoer van e-commercegoederen uit landen buiten de Europese Unie (EU).

Artikel 13 Toeslagen

Toeslagen zijn voor veel mensen van essentieel belang voor hun dagelijkse bestaan. De missie van Dienst Toeslagen luidt: Toeslagen maakt vitale voorzieningen voor iedereen betaalbaar. Dienst Toeslagen voert de toeslagregelingen uit voor de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), die vallen onder de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De doelstelling van de Awir is het bewerkstelligen van harmonisatie tussen inkomensafhankelijke regelingen, het bevorderen van klantvriendelijkheid en doelmatigheid door het instellen van een uitvoeringsloket, en het realiseren van een betere aansluiting van inkomensafhankelijke regelingen bij de draagkracht door het gebruik van het actuele inkomen. Dit betreft de huurtoeslag, zorgtoeslag, kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag. Daarnaast is de uitvoering van de hersteloperatie toeslagen een belangrijke doelstelling.

Beleid

De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een regisserende rol op het terrein van de inkomensafhankelijke regelingen. Daarbij gaat het om het te voeren beleid en het opstellen van de Awir en de daarop gebaseerde regelgeving. Daarnaast is de minister van Financiën verantwoordelijk voor de hersteloperatie, waarbij het programma Directoraat-Generaal (DG) Herstel, in nauwe samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), andere ministeries en overige partijen in een coördinerende- en opdrachtgeversrol het overkoepelende herstelproces aanstuurt.

Uitvoering

De minister van Financiën is verantwoordelijk en heeft een uitvoerende rol op het terrein van de vaststelling en de uitbetaling van toeslagen. Dienst Toeslagen streeft naar klantgerichte dienstverlening aan burgers, de rechtmatige toekenning van toeslagen en efficiënte uitvoering van processen.

Prestatie-indicatoren

In de volgende tabel staan de indicatoren opgenomen voor zover die betrekking hebben op de reguliere uitvoering van Dienst Toeslagen.

Tabel 49 Prestatie-indicatoren uitvoering Dienst Toeslagen (meetbare gegevens)

Prestatie-indicator

Waarde 2024

Waarde 2025

Streefwaarde 2026

Streefwaarde 2027

     

Tevredenheid van toeslagontvangers1

73%

74%

≥ 75%

≥ 75%

Niet tevreden toeslagontvangers1

6%

6%

≤ 5%

≤ 5%

 

Het percentage definitief toegekende toeslagen dat niet leidt tot een terug te betalen bedrag > € 7502

92,90%

93,50%

≥ 94 %

≥ 94 %

Definitief vaststellen toeslagen (voortgang jaar t-1)

90%

92,50%

≥ 92%

≥ 92%

Percentage toeslagen dat tijdig wordt uitbetaald

≥ 99,9%

99,60%

≥ 99,9%

≥ 99,9%

Aantal ernstige productieverstoringen

3

4

≤ 8

≤ 8

Tijdige afhandeling van door burgers geïnitieerd werk

N.v.t

N.v.t

N.v.t

≥91%

 

Rechtmatige toekenning van toeslagen

Gerealiseerd

Ongerealiseerd

Fouten en onzekerheden blijven binnen rapporterings-tolerantie op artikelniveau van het betreffende beleids-departement

Fouten en onzekerheden blijven binnen rapporterings-tolerantie op artikelniveau van het betreffende beleids-departement

1

Percentage (helemaal) mee eens, neutraal, (helemaal) mee oneens en weet ik niet

2

Grenswaarde is aangepast vanaf 2027 van € 500 (KOT: € 1.000) naar € 750. Berekening is per 2027 aangepast: terugvorderingen (en nabetalingen) worden opgeteld tot één bedrag per burger en toeslagjaar, welke wordt afgezet tegen de grenswaarde.

Toelichting per gewijzigde indicator

De indicatorenset voor de begroting 2027 is vereenvoudigd en aangescherpt om de sturing overzichtelijker en betekenisvoller te maken. De set is teruggebracht tot zes kern‑KPI’s: klanttevredenheid, grote terugvorderingen, tijdigheid van uitbetaling, voortgang definitief vaststellen, rechtmatigheid en tijdige afhandeling van burgerverzoeken. Diverse operationele KPI’s zijn komen te vervallen. Voor zover er sprake is van een verandering van deze indicatoren, in opzet of qua streefwaarde, wordt dat hieronder toegelicht.

Grote terugvorderingen

Voor de begroting 2027 is de KPI ‘grote terugvorderingen’ herijkt om de vergelijkbaarheid over de jaren te verbeteren en de indicator beter te laten aansluiten op beleidsmatige en operationele sturingsmogelijkheden. De grenswaarde wordt voortaan jaarlijks geïndexeerd op basis van het drempelinkomen. Daarnaast wordt de grenswaarde geharmoniseerd tot één uniforme waarde voor alle regelingen. Omdat de grenswaarde sinds 2015 gelijk is gebleven, wordt er per 2027 éénmalig herijkt o.b.v. de loonontwikkeling sinds 2015. Daaruit volgt een nieuw grensbedrag van € 750. Ook worden terugvorderingen voortaan geaggregeerd per toeslagjaar in plaats van per toeslagjaar en regeling, zodat de indicator beter aansluit bij de wijze waarop inkomensvaststellingen doorwerken. Deze aanpassingen vergroten de inzichtelijkheid van trends en de zichtbaarheid van de effecten van wet- en beleidswijzigingen. De streefwaarde van ≥94% blijft ongewijzigd.

Tijdige afhandeling van burgerverzoeken

Voor de begroting 2027 wordt een nieuwe KPI ‘tijdige afhandeling van burgerverzoeken’ geïntroduceerd. Deze indicator geeft inzicht in de mate waarin de handmatige uitvoeringsprocessen worden beheerst. De indicator omvat de tijdigheid van de afhandeling van door burgers geïnitieerde verzoeken. Hiermee worden alle burgergeïnitieerde werkstromen in één integrale indicator samengebracht, in plaats van afzonderlijke rapportages voor klachten en bezwaren. De KPI vult de bestaande set aan door specifiek zicht te bieden op de prestaties van processen die niet geautomatiseerd verlopen.

Verbeteringen huidig stelsel

Dienst Toeslagen werkt vanuit het burgerperspectief en samen met opdrachtgevers aan het oplossen van knelpunten in beleid en wetgeving, zoals rondom vermogensgrenzen, en het mogelijk maken van meer proactieve dienstverlening, waaronder het ambtshalve toekennen van toeslagen. Dienst Toeslagen werkt actief aan verbetervoorstellen voor beleid en uitvoering, bijvoorbeeld gericht op het terugdringen van hoge terugvorderingen onder andere door het verbeteren van de gegevenskwaliteit, attenderen, muteren en behoudend voorschieten. Daarnaast verbetert Dienst Toeslagen de dienstverlening via digitale middelen zoals via de doorontwikkeling van de Toeslagen-app, duidelijkere communicatie en uitbreiding van persoonlijke ondersteuning.

Herstel Toeslagen

In 2027 komt de focus voor wat betreft financieel herstel in 2027 te liggen op het afhandelen van bezwaren en het afronden van de aanvullende schades, zodat ouders financieel herstel geboden kan worden. Op het gebied van brede ondersteuning worden steeds meer ouders geholpen bij het weer verder gaan met hun leven. Diverse aanpassingen aan de brede ondersteuning, zoals het introduceren van termijnen en verschillende stappen richting het harmoniseren van de ondersteuning, zorgen ervoor dat ouders en kinderen steeds doelgerichter worden geholpen. Met het nieuw op te richten Steunpunt Samen Verder komt aanvullend landelijk verwijzing beschikbaar naar gespecialiseerd en professioneel aanbod dit terrein.

Tabel 50 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 13 Toeslagen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

1.475.104

2.282.161

2.128.300

681.989

484.088

440.710

422.300

        

Uitgaven (1) + (2)

1.590.636

2.324.478

2.128.300

681.989

484.088

440.710

422.300

        

(1) Apparaatsuitgaven

498.407

495.802

445.532

261.016

233.440

215.940

210.032

        

Personele uitgaven

482.652

476.162

406.749

231.390

211.642

196.278

190.585

Eigen personeel

260.311

305.217

355.707

210.072

195.642

181.592

178.283

Inhuur externen

220.710

169.418

49.822

20.118

14.833

13.552

11.180

Overig personeel

1.631

1.527

1.220

1.200

1.167

1.134

1.122

        

Materiële uitgaven

15.756

19.640

38.783

29.626

21.798

19.662

19.447

ICT

154

173

3.329

3.194

1.217

211

209

Bijdrage aan SSO's

4.091

1.000

1.500

2.479

0

0

0

Overige materiële uitgaven

11.511

18.467

33.954

23.953

20.581

19.451

19.238

        

(2) Programma-uitgaven

1.092.229

1.828.676

1.682.768

420.973

250.648

224.770

212.268

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

63

111

110

108

105

102

101

Bijdrage overige ZBO's/RWT's

63

111

110

108

105

102

101

        

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.876

4.505

4.630

4.630

0

0

0

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

1.876

4.505

4.630

4.630

0

0

0

        

Opdrachten

79.477

162.802

152.911

53.003

531

131

130

ICT opdrachten

1.345

28

1.028

1.528

28

28

27

Overige opdrachten

78.133

162.774

151.883

51.475

503

103

103

        

Bijdrage aan agentschappen

3.191

0

0

0

0

0

0

Bijdrage overige agentschappen

3.191

0

0

0

0

0

0

        

Bijdrage aan medeoverheden

199.507

216.000

205.000

101.000

38.000

12.500

0

Bijdrage aan medeoverheden

199.507

216.000

205.000

101.000

38.000

12.500

0

        

(Schade)vergoeding

573.280

1.186.159

1.107.426

50.830

610

610

610

Compensatie toeslagengedupeerden

197.643

95.569

63.967

15.713

0

0

0

Kwijtschelden private schulden

22.391

28.308

13.154

0

0

0

0

Herstelprogramma voor kinderen

103.216

31.916

2.000

0

0

0

0

Herstelregeling voor ex-partners

29.157

4.000

1.000

0

0

0

0

Herstelregeling voor gedupeerden andere toeslagen

4.707

25.660

5.000

1.000

0

0

0

Aanvullende schade

134.272

861.493

978.096

29.348

0

0

0

Overige (schade)vergoedingen

81.894

139.213

44.209

4.769

610

610

610

        

Subsidies

2.000

2.000

0

0

0

0

0

Subsidie toeslagen herstel

2.000

2.000

0

0

0

0

0

        

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

232.835

257.099

212.691

211.402

211.402

211.427

211.427

Toegerekende uitgaven van Belastingen

232.835

257.099

212.691

211.402

211.402

211.427

211.427

        

Ontvangsten

1.915

165

0

0

0

0

0

Apparaatsontvangsten

1.913

165

0

0

0

0

0

Programma-ontvangsten

2

0

0

0

0

0

0

Tabel 51 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

97,4%

bestuurlijk gebonden

0,0%

beleidsmatig gereserveerd

2,6%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,0%

Budgetflexibiliteit

De programma-uitgaven zijn overwegend gerelateerd aan de compensatie voor de gedupeerden van de problemen bij toeslagen. Deze uitgaven zijn voor circa 97% juridisch verplicht doordat regelingen zijn verankerd in wetgeving of anderszins bindende afspraken die contractueel zijn vastgelegd.

Apparaatsuitgaven

Personele uitgaven

Uit dit budget worden de personele uitgaven van Dienst Toeslagen en programma DG Herstel (eigen personeel en inhuur externen inclusief uitzendkrachten) betaald.

Materiële uitgaven

Uit dit budget worden de materiële uitgaven van Dienst Toeslagen en programma DG Herstel betaald.

Programma-uitgaven

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Onder Bijdrage aan ZBO's/RWT's vallen de budgetten die worden ingezet voor bijdrages aan zelfstandige bestuursorganen (ZBO’s) en rechtspersonen met een wettelijke taak (RWT’s). 

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

Onder Bijdrage aan (inter)nationale organisaties vallen de budgetten die worden ingezet voor programma's bij samenwerkingspartners (zoals bijvoorbeeld de VNG) van programma DG Herstel en Dienst Toeslagen.

Opdrachten

Opdrachten bestaat uit ICT opdrachten (telefonie, licenties, software applicaties en hardware) en overige opdrachten (de budgetten voor de uitvoering van ouders in het buitenland, kwijtschelden private schulden, doorbraakmethode en VSO (Vaststellingsovereenkomst)-route.

Bijdrage aan medeoverheden

Onder Bijdrage aan medeoverheden vallen de budgetten die worden ingezet voor de uitvoering van de Specifieke Uitkering (SPUK) Kinderopvangtoeslag door gemeenten.

(Schade)vergoeding

Dit betreft de budgetten voor de compensatie van toeslagengedupeerden (waaronder de 30k-regeling en de integrale beoordeling), het overnemen van private schulden, de kindregeling, ex-partnerregeling, de herstelregeling voor gedupeerden van andere toeslagen, aanvullende schadecompensatie en de betaling van dwangsommen.

Bijdrage aan (andere) begrotingshoofdstukken

Dit zijn de uitgaven die de Belastingdienst doet ten behoeve van de Dienst Toeslagen.

4. Niet-beleidsartikelen

Artikel 8 Apparaat

A. Apparaatsuitgaven/Tabel Budgettaire gevolgen

Op dit artikel staan alle personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het ministerie van Financiën met uitzondering van de Belastingdienst (zie artikel 1), de Douane (zie artikel 9) en Dienst Toeslagen (zie artikel 13).

Tabel 52 Budgettaire gevolgen artikel 8 Apparaat (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

466.025

497.992

472.691

442.527

424.265

411.610

407.211

        

Uitgaven

469.940

497.992

472.691

442.527

424.265

411.610

407.211

        

Personele uitgaven

295.508

315.368

310.665

301.940

289.230

278.726

275.746

Eigen personeel

270.608

292.589

297.913

290.874

279.351

270.204

267.326

Inhuur externen

23.670

21.668

11.640

9.968

8.810

7.481

7.392

Overig personeel

1.230

1.111

1.112

1.098

1.069

1.041

1.028

        

Materiële uitgaven

174.431

182.624

162.026

140.587

135.035

132.884

131.465

ICT

21.547

28.523

24.512

23.425

22.899

22.347

22.088

Bijdrage aan SSO's

59.871

65.879

59.604

57.452

55.487

54.094

53.515

Overig materieel

93.014

88.222

77.910

59.710

56.649

56.443

55.862

        

Ontvangsten

75.312

73.992

63.000

63.312

61.138

58.681

58.061

Apparaatsontvangsten

75.312

73.992

63.000

63.312

61.138

58.681

58.061

Uitgaven (en verplichtingen)

Personele uitgaven

Dit betreft alle personele uitgaven inclusief inhuur externen.

Materiële uitgaven

De ICT uitgaven betreffen onder andere de aanschaf en beheer- en onderhoudskosten van hardware en software en uitgaven voor de aan externe partijen uitbestede ICT-dienstverlening. Werkplekondersteuning zoals videobelvoorzieningen, devices, beheer, support en onderhoud zijn overgedragen aan het Shared Service Center-ICT.

De bijdrage aan Shared Service Organisaties betreft onder andere huisvesting (Rijksvastgoedbedrijf), ICT, het Financieel Diensten Centrum, bedrijfszorg en beveiliging.

Onder overig materieel vallen onder andere vakliteratuur, omslagstelsel Rijkswagenpark, en diverse facilitaire en huisvestingsuitgaven.

Ontvangsten

Deze post betreft voornamelijk ontvangsten uit gevoerde CJIB- en deurwaardersprocessen, ruimingen van hennepkwekerijen en andere verkopen door Domeinen Roerende Zaken (DRZ). Daarnaast dragen andere departementen en organisaties bij aan vakliteratuur, het omslagstelsel Rijkswagenpark en aan huisvesting en auditwerkzaamheden van de ADR.

B. Totaaloverzicht apparaatsuitgaven ministerie van Financiën

Onderstaande tabel geeft de totale apparaatsuitgaven voor het ministerie van Financiën weer. Dit betreft de apparaatsuitgaven voor het departement, de Belastingdienst, de Douane en Dienst Toeslagen en de ZBO’s en RWT’s.

Voor de Waarderingskamer, de Autoriteit Financiële Markten (AFM) en De Nederlandsche Bank (DNB) wordt de volledige overheidsbijdrage gebruikt voor apparaat.

Tabel 53 Totale apparaatsuitgaven ministerie van Financiën (bedragen x € 1.000)
 

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal apparaatsuitgaven ministerie van Financiën

5.314.5621

5.403.719

5.245.055

4.797.016

4.637.693

4.472.885

4.413.960

Totaal departement

5.300.782

5.387.292

5.228.686

4.780.807

4.621.749

4.457.212

4.398.387

Beleidsdepartement Financiën

469.940

497.992

472.691

442.527

424.265

411.610

407.211

DG Belastingdienst

3.710.196

3.788.656

3.676.220

3.431.605

3.334.022

3.149.850

3.112.895

DG Douane

622.239

604.842

634.243

645.659

630.022

679.812

668.249

DG Toeslagen

473.864

471.565

434.438

260.521

232.054

215.940

210.032

Programma-DG Herstel

24.543

24.237

11.094

495

1.386

0

0

Totaal apparaatskosten ZBO’s en RWT’s

13.780

16.427

16.369

16.209

15.944

15.673

15.573

Waarderingskamer

2.506

3.385

3.371

3.332

3.267

3.200

3.176

AFM

636

796

793

782

766

751

745

DNB

1.883

2.280

2.267

2.229

2.172

2.112

2.089

FEC

4.982

4.949

4.921

4.849

4.722

4.593

4.546

NLFI

3.773

5.017

5.017

5.017

5.017

5.017

5.017

1

In het jaarverslag 2025 was FEC niet opgenomen in het ZBO's/RWT overzicht. Voor de vergelijkbaarheid is deze in de tabel wel zichtbaar. Daardoor wijken de totale cijfers van de totale apparaatskosten ZBO's/RWT's en totale apparaatsuitgaven af van de gepresenteerde cijfers in het jaarverslag 2025.

C. Apparaatsuitgaven beleidsdepartement per directoraat-generaal

In onderstaande tabel worden de apparaatsuitgaven van het beleidsdepartement uitgesplitst naar de organisatieonderdelen van Financiën: per directoraat-generaal (DG), de Inspectie belastingen, douane en toeslagen (IBTD) en de Belangenbehartiger voor belastingplichtigen en toeslaggerechtigden. De apparaatsuitgaven van DG Belastingdienst worden verantwoord op artikel 1 Belastingen, Douane op artikel 9 en Dienst Toeslagen op artikel 13.

Tabel 54 Apparaatsuitgaven per DG (bedragen x € 1.000)

Directoraat-generaal

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Totaal Beleidsdepartement Financiën

469.940

497.992

472.691

442.527

424.265

411.610

407.211

Generale Thesaurie

39.142

40.456

36.667

34.155

33.115

32.007

31.681

DG Rijksbegroting

33.558

36.880

35.884

34.922

33.773

32.833

32.497

SG/pSG-cluster kerndepartement

352.306

240.954

218.450

199.175

191.336

188.275

185.005

SG/pSG-cluster uitvoerend (DFEI, ADR en DRZ)

1

131.782

134.776

129.609

123.155

116.779

116.757

DG Fiscale Zaken

37.350

33.170

30.167

27.141

25.795

25.084

24.816

Inspectie belastingen, toeslagen en douane

5.367

7.046

7.042

7.061

6.873

6.683

6.612

Belangenbehartiger voor Belastingplichtigen en Toeslaggerechtigden

2.218

7.704

9.705

10.464

10.218

9.949

9.843

1

Vanaf de ontwerpbegroting 2027 wordt een nieuwe onderverdeling toegepast, waardoor de uitsplitsing van 2026 en latere jaren afwijkt van voorgaande jaren.

Artikel 10 Nog onverdeeld

A. Budgettaire gevolgen

Tabel 55 Budgettaire gevolgen artikel 10 Nog onverdeeld (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

0

17.506

34.758

51.673

49.674

36.810

42.212

        

Uitgaven

0

17.506

34.758

51.673

49.674

36.810

42.212

        

Nog te verdelen

0

17.506

34.758

51.673

49.674

36.810

42.212

Nog te verdelen

0

17.506

34.758

51.673

49.674

36.810

42.212

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

B. Toelichting op de financiële instrumenten

Vanuit dit artikel wordt bij de eerste suppletoire begroting toegekende loon- en prijsbijstelling naar de beleids- en apparaatsartikelen overgeboekt. Ook kan het artikel Nog onverdeeld dienen voor de voorlopige verwerking van een taakstelling of reserveringen. Het artikel bevat momenteel twee reserveringen; voor de uitvoeringskosten van fiscale wet- en regelgeving en voor het op orde brengen van de informatiehuishouding. Op basis van getoetste plannen worden de middelen overgeheveld naar het betreffende beleids- of apparaatsartikel. Dit artikel is tevens bedoeld om eventuele, nog onzekere ontwikkelingen binnen de begroting van Financiën op te vangen.

Vanuit dit artikel wordt de bijdrage van Financiën van in totaal € 20 mln. overgeboekt naar de begroting van Buitenlandse Zaken en Justitie & Veiligheid ten behoeve van het EU-voorzitterschap in 2029.

5. Beleidsartikelen (Nationale Schuld)

Artikel 11 Financiering staatsschuld

Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico voor de begroting.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor de financiering van de staatsschuld. De wettelijke basis voor deze uitvoerende rol is geregeld in de Comptabiliteitswet 201616. Het Agentschap van de Generale Thesaurie van het ministerie van Financiën is namens de minister van Financiën verantwoordelijk voor de financiering van de staatsschuld.

De doelstelling van artikel 11 sluit aan bij de internationaal geaccepteerde uitgangspunten voor schuldmanagement, zoals verwoord door het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank in de ‘Revised Guidelines for Public Debt Management’17. Voor de uitvoering van de schuldfinanciering is een beleidskader vastgesteld dat gebaseerd is op twee belangrijke pijlers: het financieringsbeleid en het renterisicokader.

Het financieringsbeleid dient er vooral toe het (her)financieringsrisico en het liquiditeitsrisico te beheersen en mitigeren. Het bestaat uit de regels en randvoorwaarden die het Agentschap hanteert bij het gebruik van financiële instrumenten voor het financieren van de staatsschuld. Zo valt niet alleen de keuze voor de schuldinstrumenten hieronder, maar bijvoorbeeld ook de communicatie naar investeerders. Drie kernwaarden staan centraal in het financieringsbeleid: consistentie, transparantie en liquiditeit. Binnen de kernwaarden probeert het Agentschap zo flexibel mogelijk te zijn om bijvoorbeeld veranderingen in de financieringsbehoefte en marktomstandigheden gedurende het jaar op te kunnen vangen.

Het renterisicokader heeft als belangrijkste doel het beheersen van het renterisico. Dit betreft het risico dat de rentelasten op de staatsschuld stijgen door veranderingen in de rente. Gemiddeld genomen geldt hoe langer de looptijd van een lening, hoe lager het risico voor de begroting. Immers, bij gemiddeld langere financiering is het gedeelte van de staatsschuld dat jaarlijks opnieuw gefinancierd moet worden, en waarvoor dus de rente opnieuw moet worden vastgesteld, lager. Hierdoor werken tegenvallende renteontwikkelingen minder snel door in de rentelasten. Echter, onder normale omstandigheden geldt, hoe langer de looptijd van een financieringsinstrument, hoe hoger de rentekosten zijn. Er zal daarom steeds een optimale afweging gezocht moeten worden tussen kosten en risico.

Naast bovengenoemde risico’s en kernwaarden houdt het Agentschap bij het opstellen van het beleidskader verder nog rekening met onder andere valutarisico, kredietrisico (tegenpartijrisico), integriteitsrisico’s (Know Your Customer, KYC) en operationele risico’s.

Voor de nadere invulling van de schuldfinanciering wordt op basis van het beleidskader jaarlijks in december het financieringsplan gepubliceerd, in de zogeheten Outlook18. Hierin wordt uiteengezet hoe de Nederlandse staat in het komende kalenderjaar de schuldfinanciering zal uitvoeren. Schommelingen in de financieringsbehoefte worden zo veel mogelijk opgevangen op de geldmarkt. Deze werkwijze maakt het financieringsbeleid consistent en transparant en draagt bij aan het betrouwbare imago van de Nederlandse Staat op de financiële markten.

In 2019 heeft de Nederlandse Staat als eerste land met een triple-A-rating een groene obligatie (Dutch State Loan, DSL) uitgegeven. Nederland ondersteunt met de uitgifte van groene obligaties de totstandkoming en verdere verdieping van een robuuste groene kapitaalmarkt. De opbrengsten van groene obligaties worden gebruikt voor uitgaven aan duurzame energie, energie­-efficiëntie, duurzaam vervoer en klimaatadaptatie. In 2023 volgde de uitgifte van een tweede groene obligatie. In het raamwerk voor deze tweede groene obligatie is er speciale aandacht voor waterinvesteringen (‘blauwe uitgaven’) zoals het Deltafonds. Deze groene obligatie is de eerste triple-A staatslening waarbij de ‘blauwe’ elementen volledig aansluiten bij de EU-taxonomie.

Prestatie-indicatoren

Het renterisicokader voor de financiering van de staatsschuld bestaat uit twee indicatoren: de gemiddelde looptijd van de schuld- en swapportefeuille en het renterisicobedrag (RRB). De gemiddelde looptijd zegt iets over de afruil tussen kosten en risico over alle toekomstige jaren samengenomen. De streefwaarde die is vastgesteld voor de gemiddelde looptijd bedraagt minimaal 7,5 jaar. Het renterisicobedrag (RRB) is het deel van de schuld- en swapportefeuille waarover binnen 12 maanden de rente opnieuw wordt vastgesteld, uitgedrukt als percentage van de totale schuld. Het RRB zegt daarmee iets over het renterisico binnen een jaar. De streefwaarde voor het RRB is vastgesteld op maximaal 25%.

Er zijn in 2027 geen beleidswijzigingen voorzien. In december 2025 is het schuldfinancieringsbeleid voor de periode 2026-2030 vastgesteld19. Hierin is de streefwaarde voor de minimale gemiddelde looptijd van de staatsschuld naar beneden bijgesteld van 8,0 naar 7,5 jaar. Verder is in 2026 het groene obligatieprogramma geëvalueerd. Uit deze evaluatie is gebleken dat de originele beleidsdoelen van dit programma zijn behaald en dat het beleid doeltreffend en doelmatig is geweest20.

Tabel 56 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 Financiering staatsschuld (bedragen x € 1 mln.)1

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

26.513

37.482

44.085

44.743

45.499

47.415

47.880

        

Uitgaven

26.513

37.482

44.085

44.743

45.499

47.415

47.880

        

Opdrachten

24

26

24

23

23

23

23

Overige kosten

24

26

24

23

23

23

23

        

Rente

6.499

8.066

11.642

12.490

14.316

15.941

17.513

Rente vaste schuld

5.712

6.842

9.312

10.585

12.243

13.730

15.203

Rente vlottende schuld

787

1.224

2.330

1.905

2.073

2.211

2.310

        

Leningen

19.990

29.390

32.419

32.230

31.160

31.451

30.344

Aflossing vaste schuld

19.990

29.390

32.419

32.230

31.160

31.451

30.344

        

Ontvangsten

46.790

63.494

73.050

63.353

65.384

63.808

62.480

        

Rente

114

20

11

10

10

10

10

Rente vlottende schuld

114

20

11

10

10

10

10

        

Leningen

46.676

63.474

73.039

63.343

65.374

63.798

62.470

Uitgifte vaste schuld

40.728

50.000

73.039

63.343

65.374

63.798

62.470

Mutatie vlottende schuld

5.948

13.474

0

0

0

0

0

1

Als gevolg van afronding op miljoenen kan de som der delen afwijken van het totaal.

Tabel 57 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

99,95%

bestuurlijk gebonden

0,00%

beleidsmatig gereserveerd

0,05%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0,00%

Budgetflexibiliteit

De beleidsmatige ontvangsten en uitgaven met betrekking tot de algemene doelstelling bestaan uit renteontvangsten en -betalingen als gevolg van transacties op de geld- en de kapitaalmarkt. Omdat de verplichtingen voornamelijk voortvloeien uit de in het verleden opgebouwde schuld is de budgetflexibiliteit voor dit artikel zeer gering. De uitgaven zijn voor 99,95% als juridisch verplicht aan te merken. Enkele overige kosten (€ 24,0 mln.), zoals provisiekosten voor de Primary Dealers, zijn niet juridisch verplicht.

Aangezien de (betalings)verplichtingen van de aangegane staatsschuld voortvloeien uit beleids- en bedrijfsvoeringsuitgaven die ten laste van andere begrotingen komen, heeft een verplichtingenbenadering (als begrotingsstelsel) voor de begroting van Nationale Schuld noch uit het oogpunt van budgettaire beheersing, noch uit het oogpunt van budgetrecht meerwaarde ten opzichte van het kasstelsel. Om die reden is in de Comptabiliteitswet 2016 bepaald dat voor de uitgaven ten laste van de begroting van Nationale Schuld de verplichtingen in een jaar gelijkgesteld mogen worden aan de uitgaven in dat jaar.

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Opdrachten

Het leeuwendeel van de overige kosten bestaat uit provisiekosten voor de Primary Dealers. De Nederlandse Staat maakt gebruik van een stelsel van momenteel 15 nationale en internationale instellingen (de Primary Dealers) voor de distributie en promotie van Nederlandse staatsleningen. De Primary Dealers spannen zich onder andere in om Dutch State Loans (DSL’s) af te nemen, te verspreiden en te promoten. Tot deze verplichtingen behoren ook een maandelijkse rapportage over de verrichte activiteiten op de secundaire markt en het verstrekken van prijzen voor de aan- en verkoop van DSL’s en Dutch Treasury Certificates (DTC’s). Daarnaast hebben de overige kosten betrekking op de operationele infrastructuur om de staatsschuld te financieren.

Rente

Rente vaste schuld

Onder vaste schuld wordt schuld met een oorspronkelijke looptijd langer dan één jaar verstaan. De vaste schuld bestaat voornamelijk uit Nederlandse staatsleningen (DSL’s), waarvoor de rentelasten voor een groot deel vastliggen. Deze rentelasten zijn grotendeels het gevolg van de tekortontwikkeling en schuldopbouw uit het verleden, en van de keuzes die toen gemaakt zijn in het financieringsbeleid en risicomanagement. De door het Centraal Planbureau (CPB) geraamde rentepercentages worden gebruikt voor de raming van de rentelasten van nog niet uitgegeven schuld.

Rente vlottende schuld

Onder vlottende schuld wordt schuld verstaan met een oorspronkelijke looptijd korter dan één jaar. Deze schuld bestaat voor het grootste deel uit schatkistpapier met een looptijd van drie tot zes maanden (DTC’s) en Commercial Paper (CP) meestal met een looptijd tussen één week en drie maanden. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om tijdelijk overtollige middelen als gevolg van een positief kassaldo uit te zetten op de geldmarkt. De rentebaten vlottende schuld bestaan vooral uit vergoedingen over tijdelijk op de geldmarkt uitgezette liquiditeiten als gevolg van een positief schatkistsaldo. De door het CPB geraamde rentepercentages worden gebruikt voor de raming van de rentelasten van nog niet uitgegeven schuld. Verder vallen ook de rentebaten van de overgenomen leningen aan ABN AMRO (voorheen Fortis Bank Nederland) onder deze rubriek.

Voortijdige beëindiging schuld

Uit cashmanagementoverwegingen kunnen DSL’s ingekocht worden. Op die manier worden grote pieken in de aflossingen verkleind en worden aflosmomenten gekozen die beter aansluiten bij het kasbeheer. Het gaat hier momenteel alleen om DSL’s die op het moment van inkoop in de komende 24-maands periode afgelost worden. Het verschil tussen het nominale bedrag dat wordt ingekocht en het bedrag dat daarvoor wordt betaald, wordt tot de rentelasten of -baten gerekend. Voortijdige beëindigingen zijn niet EMU-saldorelevant, omdat zij als een financiële transactie worden beschouwd.

Rente derivaten lang

Binnen het renterisicokader is een streefwaarde gedefinieerd voor de gemiddelde looptijd van de schuldportefeuille en een maximale waarde voor het renterisicobedrag (RRB). Rentederivaten kunnen gebruikt worden om op deze waarden bij te sturen. Op deze derivaten wordt zowel rente ontvangen als betaald. Wanneer er per saldo rente betaald dan wel ontvangen wordt, wordt dit tot de rentelasten respectievelijk rentebaten derivaten gerekend. Deze rentelasten of -baten tellen sinds de overgang naar nieuwe Europese boekhoudregels per september 2014 niet meer mee in de bepaling van het EMU-saldo. Zij hebben wel effect op de EMU-schuld.

Rente derivaten kort

De Staat geeft kortlopend schuldpapier uit met looptijden variërend van enkele dagen tot maximaal 12 maanden. Het is mogelijk om de looptijd van deze schuld aan te passen met behulp van kortlopende rentederivaten. Het saldo van de rentebaten en -lasten van de derivaten wordt hier weergegeven.

Voortijdige beëindiging derivaten

Uit overwegingen van risicomanagement kan besloten worden om renteswaps voortijdig te beëindigen. Bij het voortijdig beëindigen van een renteswap wordt de netto contante waarde van alle toekomstige rentestromen in één keer ontvangen. Deze rentestromen tellen sinds de overgang naar nieuwe Europese boekhoudregels per september 2014 niet meer mee in de bepaling van het EMU-saldo. Zij hebben wel effect op de EMU-schuld. De opbrengsten uit voortijdige beëindiging van swaps worden niet geraamd omdat van tevoren niet bekend is in welke mate van dit instrument gebruik wordt gemaakt.

Leningen

Aflossing vaste schuld

Ieder jaar wordt een deel van de vaste schuld afgelost doordat het einde van de looptijd van leningen wordt bereikt. Daarnaast kan vanuit cashmanagementoverwegingen besloten worden DSL’s deels vervroegd af te lossen.

Uitgifte vaste schuld en mutatie vlottende schuld

De raming van de uitgifte van vaste schuld is gebaseerd op de jaarlijkse financieringsbehoefte. De financieringsbehoefte bestaat uit de omvang van de af te lossen vaste schuld, de uitstaande schuld op de geldmarkt van het jaar ervoor en de raming van het kassaldo van de Rijksoverheid. Voor toekomstige jaren wordt verondersteld dat de uitstaande schuld op de geldmarkt gelijk blijft en het resterende deel van de financieringsbehoefte op de kapitaalmarkt wordt gedekt door de uitgifte van DSL’s. In deze veronderstelling muteert de geldmarkt niet, maar blijft deze gelijk. De verwachte verhouding tussen financiering op de geldmarkt en financiering op de kapitaalmarkt wordt jaarlijks bekend gemaakt bij de publicatie van het financieringsplan staatsschuld (Outlook) in december.

Artikel 12 Kasbeheer

Optimaal kasbeheer van het Rijk en van de instellingen die aan de schatkist zijn gelieerd.

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van publieke middelen en de bijbehorende geldstromen. De wettelijke basis is geregeld in de Comptabiliteitswet 201621 en nader uitgewerkt in de Regeling schatkistbankieren RWT’s en andere rechtspersonen22 (voor RWT’s), de Wet financiering decentrale overheden23 (voor decentrale overheden), de Wet financiering sociale verzekeringen24 en de Zorgverzekeringswet25 (voor sociale fondsen) en de Regeling Agentschappen26 (voor agentschappen).

Het kasbeheer is onder te verdelen in het schatkistbankieren en het betalingsverkeer van de Rijksoverheid. Schatkistbankieren houdt in dat deelnemers hun liquide (overtollige) middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën (de schatkist). De publieke middelen verlaten de schatkist niet eerder dan noodzakelijk voor de uitvoering van de publieke taak. Daarnaast kunnen onder voorwaarden sommige categorieën deelnemers aan schatkistbankieren ook leningen afsluiten. Bij schatkistbankieren heeft de minister van Financiën een beleidsmatige en uitvoerende rol. De uitvoering van het schatkistbankieren is belegd bij het Agentschap van de Generale Thesaurie.

Het schatkistbankieren heeft drie doelstellingen: reductie van de EMU-schuld, risicoreductie en doelmatig kasbeheer. Door alle overtollige middelen binnen de overheid te concentreren bij het ministerie van Financiën vermindert de leenbehoefte van de overheid als geheel. Deze lagere leenbehoefte zorgt voor een lagere EMU-schuld. Het risico dat deelnemers lopen met hun overtollige middelen is kleiner doordat er minder geld bij externe partijen in beheer is. Doelmatig kasbeheer wordt bereikt doordat de rentes die worden geboden binnen het schatkistbankieren doorgaans gunstiger zijn dan de geldende marktrentes. Per saldo worden hiermee de rentelasten voor de collectieve sector als geheel gereduceerd.

Het betalingsverkeer van de Rijksoverheid wordt door commerciële partijen uitgevoerd. Periodiek wordt hiertoe het betalingsverkeer, dat verdeeld is in verschillende zogenaamde percelen, aanbesteed. Het ministerie van Financiën coördineert deze aanbestedingen. Door deze aanbestedingen worden commerciële partijen geprikkeld om hun diensten tegen een zo gunstig mogelijke prijs-kwaliteitverhouding aan te bieden. De doelstellingen van het betalingsverkeerbeleid zijn het waarborgen en waar mogelijk verbeteren van de prijs-kwaliteitverhouding, het garanderen van de betrouwbaarheid van het betalingsverkeer, eenheid in dienstverlening tussen Rijksonderdelen en -diensten en marktconformiteit van de opdracht.

Kengetallen

Het schatkistbankieren kent kengetallen die laten zien wat de omvang is van de aangehouden en uitgeleende middelen én wat de bijdrage is aan het reduceren van de EMU-schuld. De EMU-schuld bestaat uit alle schulden van de collectieve sector aan instellingen buiten de overheid. Doordat de deelnemers aan het schatkistbankieren hun overtollige middelen bij het Rijk aanhouden, hoeft het Rijk minder te lenen. Het gevolg is dat de omvang van de totale extern uitstaande schuld van de hele collectieve sector daalt en daardoor de EMU-schuld afneemt.

Het ministerie van Financiën heeft geen zicht op de verwachte omvang van de aangehouden en uitgeleende middelen. De kengetallen laten daarom alleen de realisatiecijfers zien van het afgelopen jaar.

Tabel 58 Omvang middelen (ultimo 2025)
 

Overtollige middelen in rekening-courant en deposito (bedragen x € mld.)

Verstrekte leningen en roodstand (bedragen x € mld.)

Agentschappen

4,6

10,1

RWT's en derden

28,2

7,5

Sociale fondsen

62,7

0,0

Decentrale overheden

18,4

0,0

Totaal

113,9

17,6

Tabel 59 EMU-schuldreductie (ultimo 2025)

In miljarden euro

 

113,9

In procenten bbp

 

9,7%

Er zijn in 2027 geen beleidswijzigingen voorzien.

Tabel 60 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 12 Kasbeheer (bedragen x € 1 mln.)1

Omschrijving

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Verplichtingen

5.215

5.627

6.741

6.463

7.220

8.057

9.022

        

Uitgaven

5.215

5.627

6.741

6.463

7.220

8.057

9.022

        

Rente

2.498

2.927

4.041

3.763

4.520

5.357

6.322

Rente kasbeheer

2.498

2.926

4.041

3.763

4.520

5.357

6.322

Uitgaven bij voortijdige beëindiging (hoofdsom)

0

1

0

0

0

0

0

        

Leningen

2.717

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

Verstrekte leningen

2.717

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

2.700

        

Ontvangsten

14.659

14.468

15.382

18.112

19.465

22.515

24.984

        

Rente

180

220

264

327

371

417

457

Rente kasbeheer

180

219

264

327

371

417

457

Voortijdige beëindiging binnen kasbeheer

0

0

0

0

0

0

0

        

Leningen

1.417

1.468

1.526

1.793

1.753

2.050

1.785

Ontvangen aflossingen

1.417

1.468

1.526

1.793

1.753

2.050

1.785

        

Mutaties in rekening-courant en deposito's

13.062

12.781

13.591

15.992

17.341

20.047

22.741

Mutaties in rekening-courant en deposito

13.062

12.781

13.591

15.992

17.341

20.047

22.741

1

Als gevolg van afronding op miljoenen kan de som der delen afwijken van het totaal.

Tabel 61 Geschatte budgetflexibiliteit
 

2027

juridisch verplicht

100%

bestuurlijk gebonden

0%

beleidsmatig gereserveerd

0%

nog niet ingevuld/vrij te besteden

0%

Budgetflexibiliteit

De uitgaven en ontvangsten op dit artikel zijn voor 100% als juridisch verplicht aan te merken. Alle rentelasten en -baten zijn juridisch verplicht omdat deze volgen uit de leningen, deposito’s en rekening-courant-tegoeden die deelnemers in de schatkist aanhouden. De andere uitgaven en ontvangsten volgen ook uit de toename of afname van de middelen die door deelnemers in de schatkist worden aangehouden of uit de schatkist worden geleend.

Verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

De totale uitgaven en ontvangsten zijn opgebouwd uit drie onderdelen: rente, leningen en mutaties in rekening-courant en deposito.

Rente

Onder de rentelasten vallen de rentebetalingen van het Rijk aan de deelnemers van schatkistbankieren. Deelnemers ontvangen rente, bij positieve rentestanden, over een positief saldo op hun rekening-courant en op de deposito’s die ze in de schatkist hebben geplaatst. De rentebaten bestaan uit de door deelnemers aan het Rijk betaalde rente op leningen en over roodstanden op de rekening-courant.27 De door het Centraal Planbureau (CPB) geraamde rentepercentages worden gebruikt voor de raming van de rentelasten. De verwachte rentelasten zijn hoger dan de verwachte rentebaten doordat er in totaal meer middelen in de schatkist worden aangehouden dan dat er zijn uitgeleend (in de vorm van leningen en roodstand op de rekening-courant).

Leningen

De posten verstrekte leningen en ontvangen aflossingen geven de geraamde uitgifte van nieuwe leningen (uitgave voor het Rijk) en de aflossingen op eerder afgesloten leningen (ontvangst voor het Rijk) weer. Als leningen voortijdig worden beëindigd dan worden deze afgelost tegen de marktwaarde van de lening op dat moment of wordt er een boetebedrag door de deelnemer betaald, afhankelijk van het type deelnemer. Hierdoor kan gedurende het jaar een extra uitgave of ontvangst voor het Rijk ontstaan. Deze worden geboekt als uitgaven of ontvangsten bij voortijdige beëindiging.

Mutaties in rekening-courant en deposito’s

De post mutaties in rekening-courant28 en deposito’s29 geeft het bedrag weer dat naar verwachting door alle deelnemers in de schatkist wordt gestort (ontvangst voor het Rijk) of juist wordt opgenomen (uitgave voor het Rijk).

27

Deze rentebaten leveren voor het Rijk geen netto resultaat op omdat het Rijk zelf leningen moet aantrekken op de markt om de leningen aan deelnemers van schatkistbankieren te financieren. Daarover moet ook rente worden betaald. Voor de verstrekte leningen geeft het Rijk de eigen leenrente (DTC en DSL) door aan deelnemers.

28

Een rekening waarop de bij- en afschrijvingen van de bankrekening(en) en de betalingen/ ontvangsten van deposito’s en eventuele leningen plaatsvinden en het geeft daarmee de onderlinge financiële verhouding weer tussen de deelnemer van het schatkistbankieren en het ministerie van Financiën.

29

Een deposito is geld dat door een deelnemer van schatkistbankieren tegen een vaste rentevergoeding en voor een bepaalde looptijd wordt vastgezet. De looptijd van een deposito kan variëren van een dag tot meerdere jaren.

6. Bijlagen

Bijlage 1: ZBO's en RWT's

Tabel 62 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder het ministerie van Financiën)

Naam organisatie

ZBO/RWT

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

Uitgevoerde evaluatie ZBO onder Kaderwet

Volgende evaluatie ZBO

Waarderingskamer

ZBO en RWT

Artikel 1

3.371

Waarderingskamer Evaluatie 2017-2021- Eindrapport | Rapport | Eerstekamer.nl

2027

Autoriteit Financiële Markten (AFM)

ZBO en RWT

Artikel 2

793

Kamerbrief over Kaderwetevaluaties Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank 2016-2020 | Kamerstuk | Eerstekamer.nl

2026

De Nederlandsche Bank (DNB)

ZBO en RWT

Artikel 2

2.267

Kamerbrief over Kaderwetevaluaties Autoriteit Financiële Markten en De Nederlandsche Bank 2016-2020 | Kamerstuk | Eerstekamer.nl

2026

Stichting Waarborgfonds Motorverkeer

RWT

Artikel 2

0

Evaluatieplicht niet van toepassing

Evaluatieplicht niet van toepassing

Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars

RWT

Artikel 2

0

Evaluatieplicht niet van toepassing

Evaluatieplicht niet van toepassing

Commissie Eindtermen Accountsopleiding (CEA)

ZBO

Artikel 2

0

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/07/21/evaluatie-rapport-cea

2028

Stichting administratiekantoor financiële instellingen (NLFI)

RWT

Artikel 3

5.017

Evaluatieplicht niet van toepassing

Evaluatieplicht niet van toepassing

Tabel 63 Overzicht Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (vallend onder andere ministeries)

Naam organisatie

Ministerie

ZBO/RWT

Begrotingsartikel

Begrotingsramingen

Kadaster

Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

ZBO en RWT

Artikel 1

3.500

Kamer van Koophandel

Economische Zaken

ZBO en RWT

Artikel 1

145

RDW

Infrastructuur en Waterstaat

ZBO en RWT

Artikel 1

3.452

Nationale Politie

Justitie en Veiligheid

RWT

Artikel 1

1.191

Kamer van Koophandel

Economische Zaken

ZBO en RWT

Artikel 2

6.552

Autoriteit Consument en Markt (ACM)

Economische Zaken

ZBO

Artikel 2

525

Autoriteit Persoonsgegevens (AP)

Justitie en Veiligheid

ZBO

Artikel 2

0

Bijlage 2: Specifieke uitkeringen

Tabel 64 Overzicht Specifieke Uitkeringen (SPUKS) (bedragen x € 1.000)

SiSa nr.

Onderdeel

Toelichting

2026

2027

2028

2029

2030

2031

B2

Naam

Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021

216.000

205.000

101.000

38.000

12.500

0

 

Korte duiding

Ten behoeve van gemeentelijke hulp aan Toeslagengedupeerden is in 2020 via een specifieke uitkering circa. € 10,8 mln. (100% voorschot; tevens circa. € 214.000 via het Btw-compensatiefonds) ter beschikking gesteld aan 344 gemeenten. Gemeenten verantwoorden deze middelen sinds 2021 onder de nieuwe, uitgebreide regeling FIN B2.Ten behoeve van gemeentelijke hulp aan Toeslagengedupeerden is in 2021 via deze tweede specifieke uitkering circa. € 11,8 mln. (25% voorschot van totaal beschikbare € 47,2 mln.; tevens € 935.000 via het Btw-compensatiefonds) ter beschikking gesteld aan 352 gemeenten. Gemeenten kunnen deze middelen in ieder geval tot en met 2026 inzetten en verantwoorden. Deze tweede specifieke uitkering «vervangt» en verbreedt de eerste specifieke uitkering op dit onderwerp (2020). Dit betekent dat gemeenten de onder de eerste specifieke uitkering ontvangen middelen voorts verantwoorden als onderdeel van de verantwoordingen over de tweede specifieke uitkering). In 2022 is circa € 33 mln. uitbetaald aan gemeenten en in de eerste maanden van 2023 heeft een nabetaling (correctie) plaatsgevonden ter waarde van circa € 0,4 mln. In 2023 is circa € 46 mln. uitbetaald aan gemeenten. In 2024 is circa € 119 mln. uitbetaald aan gemeenten. In 2025 is circa € 203 mln. uitbetaald aan gemeenten. De eerstvolgende betalingen zullen eind 2026 plaatsvinden o.b.v. de verantwoordingen van gemeenten over hun uitgaven in 2025.

      
 

Juridische grondslag

Ministeriële regeling

      
 

Maatschappelijke effecten

Deze uitkering stelt gemeenten in staat om gedupeerden in het kader van het Toeslagenherstel van adequatie «brede hulp» op de vijf gemeentelijke hulpgebieden te voorzien. Dit draagt bij aan de doelstelling van de Toeslagenherstelactie: compensatie en herstel, zodat gedupeerden zo snel mogelijk hun leven weer kunnen oppakken.

      
 

Ontvangende partijen

353 (voormalige) Nederlandse gemeenten

      
 

Artikel

13. Toeslagen

      
         

Totaal

  

216.000

205.000

101.000

38.000

12.500

0

Bijlage 3: Subsidieoverzicht

In deze bijlage wordt een overzicht van alle subsidies van het ministerie van Financiën weergegeven.

Tabel 65 Subsidies (bedragen x €1.000)

Art.

Naam Subsidie (regeling)

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Laatste evaluatie

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum Subsidie (regeling)

13

Subsidie Fonds Cultuur Participatie (emotioneel herstel kinderen en jongeren toeslagenaffaire)

2.000

2.000

0

0

0

0

0

2025

2026

2026

 

Totaal

2000

2.000

0

0

0

0

0

   

Bijlage 4: Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda

Deze bijlage werkt de zeven thema's uit de Strategische Evaluatie Agenda (SEA), zoals in hoofdstuk 2.4 opgenomen, verder uit. Voor elk SEA-thema is een tabel opgenomen die de geplande evaluaties per subthema weergeeft. Hierbij zijn periodieke rapportages schuingedrukt. Onder de tabel staan toelichtingen op de opbouw en inzichtbehoefte van elk subthema.

Tabel 66 Uitwerking thema 1: Gezonde overheidsfinanciën

Uitwerking thema 1: Gezonde overheidsfinanciën

a. Effectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheer

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage btw-compensatiefonds

Periodieke rapportage

2028

Te starten

6

 

Onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het btw-compensatiefonds. Hierbij worden de veronderstelde baten gewogen tegen de administratieve lasten.

Evaluatie begrotingsbeleid

Periodieke rapportage

2029

Te starten

n.v.t.

 

De evaluatie begrotingsbeleid van de Studiegroep Begrotingsruimte geeft invulling aan de periodieke rapportage op dit thema. Het rapport van de SBR verschijnt voorafgaand aan Tweede Kamerverkiezingen. Dit zal uiterlijk in 2029 zijn. De laatste beleidsdoorlichting begrotingsbeleid dateert van december 2023.

Evaluatie Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV)

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

n.v.t.

 

De evaluatie van de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften heeft aandacht voor regeldruk, digitalisering en dienstbaarheid.

Evaluatie Regeling periodiek evaluatieonderzoek 2022 (RPE)

Ex-post evaluatie

2027

Lopend

n.v.t.

 

Vijf jaar na de invoering van de RPE 2022 kijkt deze evaluatie naar de werking van deze regeling in de praktijk. De Strategische Evaluatie Agenda (SEA) en Periodieke rapportages (PR’s) zijn hierin belangrijke onderdelen. Daarnaast wordt ook de werking van de acties volgend uit de Kamerbrief Versterking rijksbrede evaluatiestelsel (17 december 2024) meegenomen.

Evaluatie regeling vaststelling aanwijzingen voor subsidieverstrekking (uniform subsidiekader)

Ex-post evaluatie

2027

Lopend

n.v.t.

 

Het evaluatieonderzoek kijkt naar de toepasbaarheid en werking van het uniform subsidiekader.

Wet bestuurlijke boete meldingsplichten door ministers verstrekte subsidies

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

n.v.t.

 

Deze evaluatie richt zich op bekendheid met, de verwerking en toepasbaarheid van de Boetewet.

Kader voor Stichtingen en Verenigingen 2024

Ex-post evaluatie

2029

Te starten

n.v.t.

 

Vijf jaar na de inwerkingtreding van het Kader voor Stichtingen en Verenigingen 2024 kijkt het evaluatieonderzoek naar de toepasbaarheid en werking van het kader.

Evaluatie regeling agentschappen 2024

Ex-post evaluatie

2030

Te starten

n.v.t.

 

Vijf jaar na de inwerkingtreding van de regeling agentschappen 2024 kijkt het evaluatieonderzoek naar de toepasbaarheid en werking van de regeling.

b. Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage Schuldfinanciering

Periodieke rapportage

2030

Te starten

11

 

De periodieke rapportage zal de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid omtrent de financiering van de staatsschuld evalueren. De voorgenomen periodieke rapportage in 2030 zal het renterisicokader evalueren dat ingaat vanaf 2026 en loopt tot 2030. De resultaten van de periodieke rapportage zullen worden gebruikt als input voor een nieuw renterisicokader dat zal ingaan per 2031.

Onderzoek beleidsvoornemens Schuldfinanciering

Ex-durante evaluatie

2028

Te starten

11

 

Dit onderzoek verkent de voortgang en resultaten van de beleidsvoornemens op het gebied van schuldfinanciering sinds de laatste periodieke rapportage en geeft een overzicht van de uitgevoerde analyses op dit terrein.

     
     

c. Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingen

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage Kasbeheer

Periodieke rapportage

2031

Te starten

12

 

De periodieke rapportage zal de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid omtrent het schatkistbankieren en het betalingsverkeer van het Rijk evalueren. Naar verwachting zal de volgende periodieke rapportage plaatsvinden in 2031.

Thema 1: Gezonde overheidsfinanciën

Binnen dit SEA-thema is subthema b. Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico gekoppeld aan begrotingsartikel 11 en subthema c. Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingen aan begrotingsartikel 12. Omdat de Periodieke rapportage btw-compensatiefonds onderdeel vormt van het subthema a. Effectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheer, kent dit subthema ten dele een koppeling met begrotingsartikel 6.

a. Effectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheer

Opbouw

Het subthema Effectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheer richt zich op de analyse en verbetering van begrotingsprocessen, regelgevingskaders en beleidsevaluaties zelf. Deze inzet onderstreept het belang van een onderbouwd en consistent financieel beleid dat het parlement inzicht biedt in hoe publieke middelen efficiënt en verantwoord worden beheerd. Dit draagt bij aan vertrouwen in de beleidsvoering en biedt een solide fundament voor nieuwe begrotingsbeslissingen.

De Evaluatie begrotingsbeleid ten behoeve van de Studiegroep Begrotingsruimte (SBR) geeft invulling aan de periodieke rapportage op dit subthema. Deze evalueert het gevoerde Nederlandse begrotingsbeleid in de praktijk, de opvolging van begrotingsregels, en blikt ook terug op de uitkomsten van de vorige beleidsdoorlichting(en) op dit subthema. Dit helpt om lessen te trekken en draagt op die manier bij aan de kwaliteit van toekomstig begrotingsbeleid.

Inzichtbehoefte

Het thema focust zich op drie hoofdterreinen:

  • 1. Evaluatie van regelgeving en kaderstelling: regelmatige toetsing van de comptabele wet- en regelgeving draagt bij aan scherp zicht op hoe effectief de huidige regels zijn en hoe deze bijdragen aan economische stabiliteit. Dit stelt het parlement ook in staat om inzicht te krijgen in de samenhang en effectiviteit van het financiële beleid.

  • 2. Doeltreffendheid van beleidsevaluaties: dit brengt trends en resultaten van het gevoerde beleid in kaart en signaleert knelpunten. Op basis hiervan worden aanbevelingen gedaan om de doelmatigheid te verbeteren en toekomstige beleidskeuzes beter te onderbouwen

  • 3. Begrotingsbeleid: de SEA-activiteiten op dit gebied helpen bij het identificeren van risico’s en het versterken van de veerkracht van overheidsfinanciën. Zo draagt het begrotingsbeleid bij aan een goed fundament voor beleidskeuzes, solide en gezonde overheidsfinanciën en economische stabilisatie. Evaluatie hiervan helpt ook om voorbereid te zijn op risico’s en veranderende situaties, zoals internationale crises of demografische veranderingen.

b. Schuldfinanciering tegen zo laag mogelijke kosten onder acceptabel risico

Opbouw

Voor dit subthema wordt in 2030 de volgende periodieke rapportage uitgevoerd. Het subthema is indirect gelinkt aan het subthema Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingen aangezien de middelen uit het Kasbeheer impliciet worden gebruikt om de staatsschuld te financieren. Ook is er indirecte overlap met het subthema Effectief en efficiënt begrotingsbeleid en begrotingsbeheer aangezien de begroting een belangrijke invloed heeft op de financiering van de staatsschuld.

Inzichtbehoefte

De periodieke rapportage sluit aan op het beleidskader 2026-2030 voor de financiering van de staatsschuld. Met de periodieke rapportage wordt inzicht opgedaan in de werking van het financieringsbeleid en het renterisicokader, en de behaalde doelen hiervan. De evaluatie richt zich met name op deze beleidsstukken aangezien dit het grootste handelingsperspectief biedt voor de schulduitgever. Door periodiek te meten hoe de looptijdstructuur van nieuwe emissies de financieringskosten beïnvloedt, kunnen we nagaan of de huidige uitgiftestrategie nog steeds passend is bij het doel van het begrotingsartikel.

c. Optimaal kasbeheer van het Rijk en van gelieerde instellingen

Opbouw

De minister van Financiën is verantwoordelijk voor het beheer van publieke middelen en de bijbehorende geldstromen. Het kasbeheer is onder te verdelen in het schatkistbankieren en het betalingsverkeer van het Rijk. De volgende periodieke rapportage op dit beleidsterrein staat gepland voor 2031.

Inzichtbehoefte

Het evalueren van schatkistbankieren en het betalingsverkeer van het Rijk richt zich op het beoordelen van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid. In de komende jaren zal de inzichtbehoefte voor de periodieke rapportage nader worden uitgewerkt.

Tabel 67 Uitwerking thema 2: Sterke economie en vestigingsklimaat

Uitwerking thema 2: Sterke economie en vestigingsklimaat

a. Verantwoord beheer Staatsdeelnemingen

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage deelnemingen

Periodieke rapportage

2027

Te starten

3

 

Periodieke rapportage van het beleid dat onder dit beleidsthema valt, waarbij als basis wordt gekeken naar de invulling door de Staat van het aandeelhouderschap van de verschillende deelnemingen. Naar aanleiding van de publicatie van de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 wordt steviger ingezet op de rol van deelnemingen bij de borging van publieke belangen en op een verdere professionalisering van het actief aandeelhouderschap, waarbij voldoende aandacht uitgaat naar recente belangrijke ontwikkelingen (zoals verduurzaming, langetermijnwaardecreatie en maatschappelijk verantwoord ondernemen).

Evaluaties aandeelhouderschappen Gasunie en UCN

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

3

 

Deze reguliere evaluaties worden uitgevoerd met het uniform evaluatiemodel dat in samenwerking met de Auditdienst Rijk is opgesteld. Deze evaluaties richten zich op de beoordeling van de mate waarin het deelnemen in de betreffende onderneming effectief bijdraagt aan de borging van de publieke belangen en of het beheer de gewenste toegevoegde waarde had. Ook wordt bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is hiervoor.1

Evaluaties aandeelhouderschappen BNG Bank, NWB Bank, Invest-NL en Tennet

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

3

 

Deze reguliere evaluaties worden uitgevoerd met het uniform evaluatiemodel dat in samenwerking met de Auditdienst Rijk is opgesteld. Deze evaluaties richten zich op de beoordeling van de mate waarin het deelnemen in de betreffende onderneming effectief bijdraagt aan de borging van de publieke belangen en of het beheer de gewenste toegevoegde waarde had. Ook wordt bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is hiervoor.1

Evaluaties aandeelhouderschappen Havenbedrijf Rotterdam en Stedin

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

3

 

Deze reguliere evaluaties worden uitgevoerd met het uniform evaluatiemodel dat in samenwerking met de Auditdienst Rijk is opgesteld. Deze evaluaties richten zich op de beoordeling van de mate waarin het deelnemen in de betreffende onderneming effectief bijdraagt aan de borging van de publieke belangen en of het beheer de gewenste toegevoegde waarde had. Ook wordt bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is hiervoor.1

Evaluatie aandeelhouderschap Invest-International

Ex-post evaluatie

2029

Te starten

3

 

Deze reguliere evaluaties worden uitgevoerd met het uniform evaluatiemodel dat in samenwerking met de Auditdienst Rijk is opgesteld. Deze evaluaties richten zich op de beoordeling van de mate waarin het deelnemen in de betreffende onderneming effectief bijdraagt aan de borging van de publieke belangen en of het beheer de gewenste toegevoegde waarde had. Ook wordt bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is hiervoor.1

Evaluaties aandeelhouderschappen Holland Casino en Nederlandse Loterij

Ex-post evaluatie

2030

Te starten

3

 

Deze reguliere evaluaties worden uitgevoerd met het uniform evaluatiemodel dat in samenwerking met de Auditdienst Rijk is opgesteld. Deze evaluaties richten zich op de beoordeling van de mate waarin het deelnemen in de betreffende onderneming effectief bijdraagt aan de borging van de publieke belangen en of het beheer de gewenste toegevoegde waarde had. Ook wordt bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is hiervoor.1

Evaluatie aandeelhouderschap NS

Ex-post evaluatie

2031

Te starten

3

 

Deze reguliere evaluaties worden uitgevoerd met het uniform evaluatiemodel dat in samenwerking met de Auditdienst Rijk is opgesteld. Deze evaluaties richten zich op de beoordeling van de mate waarin het deelnemen in de betreffende onderneming effectief bijdraagt aan de borging van de publieke belangen en of het beheer de gewenste toegevoegde waarde had. Ook wordt bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is hiervoor.1

Evaluaties aandeelhouderschappen COVRA, Thales Nederland, Airfrance/KLM, KLM, FMO en Schiphol

Ex-post evaluatie

2032

Te starten

3

 

Deze reguliere evaluaties worden uitgevoerd met het uniform evaluatiemodel dat in samenwerking met de Auditdienst Rijk is opgesteld. Deze evaluaties richten zich op de beoordeling van de mate waarin het deelnemen in de betreffende onderneming effectief bijdraagt aan de borging van de publieke belangen en of het beheer de gewenste toegevoegde waarde had. Ook wordt bezien of een deelneming nog steeds het juiste instrument is hiervoor.1

b. Internationale financiële betrekkingen

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage Internationale Financiële Betrekkingen

Periodieke rapportage

2031

Te starten

4

 

De periodieke rapportage zal zich richten op doeltreffendheid en doelmatigheid van de financiële steun die Nederland onder dit begrotingsartikel via de internationale gremia aan Oekraïne heeft verstrekt in de periode 2022-2030.

Evaluatie doeltreffendheid en doelmatigheid Nederlandse steun voor Oekraïne via internationale gremia

Ex-durante evaluatie

2029

Te starten

4

 

Doelstelling van de evaluatie is om te onderzoeken in hoeverre de kanaalkeuze en het beleidsmatige proces daaromheen voor financiele steun die Nederland in de periode van 2022-2028 aan Oekraine heeft verstrekt, via internationale financiele instellingen (IFI's) en het Nederlandse aandeel in de EU-steun, doelmatig en doeltreffend is geweest.

c. Exportkredietverzekering

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage exportkredietverzekeringen

Periodieke rapportage

2030

Te starten

5

 

De periodieke rapportage zal zich richten op de doeltreffendheid en doelmatigheid van de exportkredietverzekering (ekv) faciliteit gedurende de jaren 2022 t/m 2029. Hiertoe zullen in elk geval bestaande beleidsevaluaties meegewogen worden. Ook zal een terugkoppeling worden gegeven van de opvolging van de aanbevelingen uit de voorgaande beleidsdoorlichting over de periode 2016 t/m 2021.

Evaluatie compliance beleid ekv

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

5

 

De doelstelling van de evaluatie van het anti-omkopingsbeleid zal zich richten op de effectiviteit van het beleid in het voorkomen van het in verzekering nemen van transacties met onaanvaardbare omkopingsrisico’s alsmede het toetsen van het nationaal beleid aan de internationale richtlijnen van de OESO.

Evaluatie MVO-beleid exportkredietverzekering

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

5

 

De MVO-beleidsevaluatie zal zich richten op de vraag in hoeverre het MVO-beleid effectief bijdraagt aan het voorkomen van het verzekeren van transacties waarbij sprake is van een project met onaanvaardbare risico’s voor mens, en/of milieu. Ook zal daarbij worden gekeken naar de relevante internationale standaarden.

Evaluatie verduurzaming exportkredietverzekering

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

5

 

Evaluatie waarin gekeken wordt naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het klimaatbeleid dat onder begrotingsartikel 5 valt.

1

Zie het handboek Evalueren (https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/staatsdeelnemingen/dashboard-staatsdeelnemingen/handboeken).

Thema 2: Sterke economie en vestigingsklimaat

Binnen dit SEA-thema is subthema a. Verantwoord beheer Staatsdeelnemingen gekoppeld aan begrotingsartikel 3, subthema b. Internationale financiële betrekkingen aan begrotingsartikel 4 en subthema c. Exportkredietverzekering aan begrotingsartikel 5.

a. Verantwoord beheer Staatsdeelnemingen

Opbouw

De Staat oefent via aandeelhouderschap invloed uit op de koers van ondernemingen (deelnemingen) met als doel de borging van bepaalde publieke belangen. Wat die publieke belangen zijn en of een deelneming het meest geschikte instrument is om deze te borgen kan na verloop van tijd veranderen.

Ten minste eens in de zeven jaar wordt geëvalueerd of het algemene beleid met betrekking tot het beheer van de deelnemingen (Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022) actualisatie behoeft. Dit betreft de periodieke rapportage van dit subthema. De volgende periodieke rapportage staat gepland voor 2027.

Naast de periodieke rapportage worden er ook evaluaties per deelneming (minimaal eens per zeven jaar) uitgevoerd. Hierin wordt bepaald of het aandeelhouderschap in de betreffende deelneming nog steeds benodigd en passend is. Deelnemingen in beheer van andere departementen worden eveneens op deze manier geëvalueerd door het betreffende departement.

Inzichtbehoefte

Bij de periodieke rapportage wordt getracht inzicht te verkrijgen in de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtvaardigheid van het beheren, aangaan en afstoten van deelnemingen. Inzichten uit deze evaluatie kunnen uiteindelijk eventueel leiden tot aanpassing van het deelnemingenbeleid.

De evaluaties per deelneming gebeuren op basis van het afwegingskader voor het aangaan en afstoten van deelnemingen uit de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 en conform de uitwerking hiervan in het Handboek Evalueren. Aan de hand van het afwegingskader wordt onder meer getoetst in welke mate het aandeelhouderschap in de betreffende onderneming effectief heeft bijgedragen aan de borging van publieke belangen en wordt de meerwaarde van het aandeelhouderschap afgewogen tegen andere beleidsinstrumenten. Ook wordt onderzocht of er aanleiding is om de gemaakte keuzes voor omvang, duur en de toedeling van de aandeelhoudersrol (staatsdeelneming of beleidsdeelneming) te herzien.

b. Internationale financiële betrekkingen

Opbouw

Artikel 4 van de begroting gaat over de internationale financiële fondsen en instellingen waaraan Nederland deelneemt of een bijdrage levert en over EU-instrumenten die hebben geleid tot kosten of risicoregelingen op artikel 4. De periodieke rapportage van 2031 over dit beleidsterrein zal zich richten op de financiële steun die Nederland via de internationale gremia en de Europese Unie heeft verstrekt vanaf de begroting van Financiën aan Oekraïne in de periode 2022-2030. De vorige periodieke rapportage is in Q1 2025 afgerond en bevatte een strategische evaluatie naar de internationale financiële COVID-instrumenten. Waar mogelijk zal de werkwijze en structuur van die evaluatie als inspiratie dienen voor de evaluatie van de financiële steun aan Oekraïne. 

Inzichtbehoefte

Doelstelling van de periodieke rapportage is om te onderzoeken in hoeverre de kanaalkeuze (via welke instelling) en het beleidsmatige proces daaromheen voor de verstrekte financiële steun aan Oekraïne doelmatig en doeltreffend is geweest. Dit zal getoetst worden door te onderzoeken hoe besluitvorming over de kanaalkeuze tot stand is gekomen, welke argumenten en beleidskeuzes daaraan ten grondslag hebben gelegen, hoe de middelen via deze kanalen uiteindelijk zijn ingezet, of dit conform de vooraf opgestelde beleidskaders is gedaan en wat de steun heeft opgeleverd.

Maatregelen op de begroting van Financiën die onder deze evaluatie vallen, betreffen:

  • Garanties, leningen, en donorsubsidies die Nederland via de Wereldbank, het Internationaal Monetair Fonds (IMF), de Europese Investeringsbank (EIB) en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) heeft verstrekt en de kapitaalverhoging voor de EBRD;

  • Nederlandse aandeel in de steun die door de Europese Unie is verstrekt (o.a. Oekraïne-Faciliteit, MFB-constructies en ERA-leningen);

  • Mogelijke toekomstige steunmaatregelen via de begroting van Financiën.

Zolang de oorlog voortduurt, en ook in de wederopbouwfase, zal Nederland Oekraïne blijven steunen. De inzichten en lessen die in de onderliggende evaluatie worden opgedaan, kunnen worden benut in het verstrekken van (indien relevant) toekomstige steun aan Oekraïne en bijbehorende kanaalkeuzes en beleidsmatige overwegingen. Daarnaast geeft de evaluatie ook handvatten om de reactie vorm te geven op toekomstige crises.

De Internationale Financiële Instellingen hebben de afgelopen jaren ook evaluaties uitgevoerd en rapporteren met regelmaat over de activiteiten die zijn verricht in Oekraïne. Bovendien rapporteert het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Kamer over de Nederlandse herstel- en wederopbouwsteun die via het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt geleverd aan Oekraïne, wat het grootste deel van de Nederlandse steun betreft, en de militaire steun die wordt geleverd via het ministerie van Defensie. Deze periodieke rapportage bouwt zoveel mogelijk voort op reeds uitgevoerde evaluaties en bestaande monitoringsmechanismen, maar focust nadrukkelijk op de steun die vanuit artikel 4 van de Financiënbegroting is georganiseerd.

c. Exportkredietverzekering

Opbouw

De evaluatie compliance beleid ekv, evaluatie MVO-beleid exportkredietverzekering en evaluatie verduurzaming exportkredietverzekering zien alle drie op verschillende beleidsterreinen met betrekking tot de uitvoering van de ekv-faciliteit. De evaluaties zijn tot stand gekomen vanuit de behoefte om nieuw beleid na ongeveer 5 jaar te evalueren met als doel inzicht te krijgen in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het nieuwe beleid. Hiermee wordt toegewerkt naar de periodieke rapportage exportkredietverzekeringen van 2030.

Inzichtbehoefte

Met de evaluaties verwachten we beter inzicht te krijgen in hoe MVO-voorwaarden en duurzaamheidscriteria in de praktijk functioneren, en of het compliancebeleid voldoende waarborgen biedt. Ze bouwen deels voort op eerdere aanbevelingen uit de beleidsdoorlichting Exportkredietverzekeringen, - garanties en investeringsverzekeringen 2016 t/m 2021, bijvoorbeeld over het verbeteren van due diligence-processen en het meten van impact.

Om de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze beleidskeuzes vast te stellen zijn evaluaties op termijn gewenst, zodat we het beleid waar nodig kunnen bijstellen of aanpassen. Bij de timing is gekozen om eerst een aantal jaar te laten verstrijken, zodat in de evaluaties goed onderbouwde conclusies getrokken kunnen worden. We houden continu bij of de gekozen timing nog aansluit bij de ontwikkeling in de inzichten van het beleid. Daarmee kunnen we de timing van de evaluatie naar voren halen of naar achteren schuiven indien wenselijk. De evaluaties richten zich op nationale impact en zullen waar relevant ook een internationaal benchmark element bevatten.

Tabel 68 Uitwerking thema 3: Weerbare en stabiele financiële sector

Uitwerking thema 3: Weerbare en stabiele financiële sector

a. Een sterke en weerbare financiële sector1

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage financiële markten

Periodieke rapportage

2026

Lopend

2

 

De periodieke rapportage reflecteert op de periode van 2017 tot en met 2023. Het doel is om in beeld te brengen in hoeverre de middelen en instrumenten die op basis van artikel 2 van de begroting van het ministerie van Financiën zijn ingezet, hebben bijgedragen aan het bereiken van de algemene doelstelling: beleid en regelgeving maken voor een stabiele en integere werking van financiële markten, met betrouwbare dienstverlening van financiële instellingen aan burgers en bedrijven. De afronding van de rapportage vindt momenteel plaats.

Periodieke rapportage financiële markten

Periodieke rapportage

2032

Te starten

2

 

Periodieke rapportage van het beleid dat onder dit beleidsthema valt.

Beleidscyclus beleid tegen witwassen en terrorismefinanciering (doorlopend)

Ex-post en ex-ante evaluatie

Doorlopend

Lopend

2

 

Het anti-witwasbeleid wordt bezien aan de hand van de geïdentificeerde witwasrisico's. Onderdeel van de cyclus zijn de nationale risico-analyse en de beleidsmonitor (die soms vervangen wordt door een internationale evaluatie als dat aan de orde is).

Evaluatie van het stelsel van beroepsreglementering accountants

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

2

 

Het doel van de evaluatie is om te achterhalen hoe het stelsel van beroepsreglementering van accountants (door onder meer de wettelijke beroepsorganisatie Nederlandse beroepsorganisatie van accountants) functioneert en hoe het beter kan functioneren. De evaluatie is bedoeld om de NBA in de toekomst eventueel beter en functioneler te positioneren, op basis van een weloverwogen takenpakket.

Evaluatie van de status van de EU-bankensector en concurrentiekracht in de context van de interne markt

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

2

 

Gezien de potentieel grote gevolgen van een crisis op de financiële markten is het van belang voortdurend inzicht te hebben in de robuustheid van (de regelgeving voor) de financiële sector. Tegelijkertijd is het voor goed functionerende financiële markten ook belangrijk dat regelgeving doelmatig en efficiënt is. In dat kader is inzicht in de uitwerking van het huidige regelgevend kader op, bijvoorbeeld, de concurrentiekracht van banken ook van belang.  Om die reden zal, onder meer in samenwerking met de Nederlandsche Bank, onderzoek worden verricht naar de mogelijkheden om de concurrentiekracht van de bankensector te vergroten, bijvoorbeeld door versimpeling van wet- en regelgeving, zonder daarbij de randvoorwaarden voor stabiele en goed functionerende markten uit het oog te verliezen. Dit onderzoek vindt op deelterreinen, maar nu ook integraal plaats en strekt ertoe verdere beleidsvorming te ondersteunen en internationale en Europese initiatieven, o.a. op het gebied van versimpeling van wet- en regelgeving voor de financiële markten, gericht en effectief te kunnen beïnvloeden. De Europese Commissie heeft aangekondigd eveneens in 2026 met een onderzoek naar de concurrentiekracht van de Europese bankensector te komen, zodat voornoemd onderzoek in de eerste plaats in voorbereiding daarop plaatsvindt.

Gedragsaspecten van sparen

Ex-ante evaluatie

2026

Lopend

2

 

Het doel van dit onderzoek is het om (gedrags)inzichten te krijgen in de mogelijkheden om Nederlanders (zonder minimale spaarbuffer), met een midden of hoog inkomen en dus theoretisch de ruimte hebben om te sparen, te stimuleren om een minimale spaarbuffer op te bouwen zodat zij beter voorbereid zijn op mogelijke toekomstige financiële tegenslagen.

Evaluatie Kifid

Ex-ante evaluatie

2026

Lopend

2

 

Periodieke 5-jaarlijks evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van het klachteninstituut Kifid.

Internationale vergelijking toezichtskosten

Ex-ante evaluatie

2026

Lopend

2

 

Het doel van dit onderzoek is het om (gedrags)inzichten te krijgen in hoe toezichtskosten worden ingericht in andere Europese landen.

Herijking strategische koers Wijzer in Geldzaken

Ex-ante en ex-post evaluatie

2026

Te starten

2

 

Doel van de herijking is om voor het einde van de looptijd van de huidige koers (2024 ‒ 2026) wat de impact van het platform is geweest, hoe Wijzer in geldzaken van zo groot mogelijke meerwaarde blijft, wat de inhoudelijke focus zou moeten zijn en op welke manier de samenwerking van de partners het beste kan worden vormgegeven.

Evaluatie actieve provisie transparantie bij schadeverzekeringen

Ex-post evaluatie

2027

Lopend

2

 

Evaluatie doeltreffendheid en doelmatigheid wetgeving die in 2023 in werking is getreden.

Extern onderzoek naar Fintech sector

Ex-ante evaluatie

2027

Lopend

2

 

Onderzoek naar de staat van de fintech sector in Nederland. Dit betreft een nieuw onderzoek ter opvolging van het eerdere fintech-onderzoek uit 2022.

Inventarisatie vereenvoudiging regelgeving

Ex-ante evaluatie

2028

Te starten

2

 

Er komt een inventarisatie naar mogelijkheden om regelgeving te versimpelen. Hieruit kunnen nog additionele evaluaties volgen.

1

Wegens prioritering wordt nog bezien of en wanneer de Evaluatie artikelen 3:4 en 3:5 van de Algemene douanewet wordt uitgevoerd.

Thema 3: Weerbare en stabiele financiële sector

Dit SEA-thema is gekoppeld aan begrotingsartikel 2.

Opbouw

Het ministerie van Financiën maakt beleid en regelgeving voor de financiële sector. Dit beleid en deze regels richten zich tot financiële instellingen en tot andere betrokkenen, zoals de toezichthouders AFM en DNB en andere organisaties met publieke taken, en bevorderen bepaald gedrag van deze partijen. Dat gedrag moet de stabiele en integere werking van financiële markten met betrouwbare dienstverlening van financiële instellingen aan burgers en bedrijven dichterbij brengen.

Om te monitoren of het beleid en de wetgeving ook daadwerkelijk het beoogde doel hebben, voert het ministerie evaluaties uit van bepaalde instrumenten, zoals van wetgeving, van functioneren van organisaties met publieke taken of ZBO’s en van garanties. Deze evaluaties zijn veelal wettelijk voorgeschreven. Daarnaast voert het ministerie regelmatig ex-ante onderzoek uit naar mogelijke beleidsmiddelen, waaronder ook wetgeving. Verder is van belang dat het overgrote deel van het beleid en de wetgeving op het gebied van de financiële markten een Europese of zelfs een mondiale component heeft en wordt ook op Europees en mondiaal niveau geëvalueerd. Het beleidsterrein kent tot slot met DNB en de AFM twee grote toezichthouders. Ook zij voeren met regelmaat onderzoek uit. Dit onderzoek dient niet zozeer direct om de doeltreffendheid en doelmatigheid van beleid te evalueren, maar biedt daar vaak wel waardevolle input voor.

Over het beleidsterrein financiële sector wordt elke zeven jaar een periodieke rapportage uitgevoerd. Momenteel werkt de directie Financiële Markten aan de afronding van de periodieke rapportage. Deze periodieke rapportage omvat het gehele beleidsterrein. De volgende periodieke rapportage vindt plaats in 2032.

Inzichtbehoefte

De periodieke rapportage van 2032 zal drie focuspunten hebben:

  • De aanpak van witwassen: bezien van de effectiviteit van het beleid en toezicht op de financiële sector om witwassen aan te pakken aan de hand van de geïdentificeerde witwasrisico’s.

  • Financiële stabiliteit en de concurrentiekracht van de bankensector.

  • Distributie van financiële producten: evalueren van de effectiviteit en samenhang van verschillende vormen van beleid en wetgeving die ingrijpt in het proces van distributie van financiële producten om te zorgen dat burgers en bedrijven geen nadeel ondervinden van niet-passende of slechte financiële producten.

De keuze voor deze focus zorgt er enerzijds voor dat de beschikbare capaciteit gericht wordt ingezet om van enkele onderdelen een goed beeld te krijgen. Door onderdelen te kiezen over de breedte van het beleidsterrein van de financiële markten, zeggen de uitkomsten samen ook iets over de effectiviteit van het werk op het gehele beleidsterrein. De invulling van de volgende periodieke rapportage is nog in ontwikkeling en zal in de periode tot 2032 verder worden ingevuld. Indien er in deze periode nieuwe belangrijke ontwikkelingen zijn kan de focus ook op andere onderwerpen gelegd worden.

In het overzicht zijn ook overige geplande onderzoeken en evaluaties opgenomen die in opdracht van het ministerie worden verricht op het gebied van de financiële markten.

Tabel 69 Uitwerking thema 4: Fiscaal beleid

Uitwerking thema 4: Fiscaal beleid1

a. Belastingstelselbreed en overig

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage fiscale regelingen

Periodieke rapportage

2029

Te starten

1

 

De doeltreffendheid en doelmatigheid van fiscale regelingen worden integraal in kaart gebracht. Hierin wordt teruggeblikt op de evaluaties van fiscale regelingen.

Bouwstenen voor een beter belastingstelsel

Periodieke rapportage

2032

Te starten

1

 

Deze rapportage biedt synthese van bestaande studies en evaluaties over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het algehele belastingstelsel en de verschillende onderdelen daarvan, zoals bouwstenenrapporten dat eerder gedaan hebben. Daarbij worden ook alternatieve beleidsrichtingen en opties aangereikt.

Monitor fiscale regelingen

Ex-durante evaluatie

Jaarlijks

Te starten

1

 

Jaarlijks wordt met de Miljoenennota een overzicht meegestuurd met daarin een overzicht van fiscale regelingen. Hierin wordt onder meer gerapporteerd over het budgettaire belang, beleidswijzigingen en recente evaluaties.

Evaluatie Awir

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

1

 

Als onderdeel van de periodieke rapportage Toeslagen wordt de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen geëvalueerd.

Monitor tariefsverhoging kansspelbelasting

Ex-durante evaluatie

2026

Lopend

1

 

Focus van de monitoring is specifiek een eerste analyse van de gevolgen van de tariefsverhogingen van 2025 en 2026 (stapsgewijs van 30,5% naar 37,8%).

Pilot actualisatie doelstellingen fiscale regelingen

Ex-durante evaluatie

2026

Lopend

1

 

In het ambtelijk rapport fiscale regelingen van 2023 is aanbevolen om de doelstellingen van fiscalefiscaleregelingen te actualiseren. Dit jaar wordt een pilot uitgevoerd waarin gekeken wordt naar de mogelijkheden om doelstellingen actueler, concreter en meetbaarder te maken.

Evaluatie fiscale regelingen voor bos- natuur- en cultuurgronden

Ex-post evaluatie

2026

Afgerond

1

 

Vorige evaluatie was in 2016 van enkele van deze regelingen. Conform RPE2022 bestaat de noodzaak om deze regelingen wederom tegen het licht te houden m.b.t. doeltreffendheid en doelmatigheid. Ook is er voor het landelijkgebied, o.a. n.a.v. de evaluatie landbouwvrijstelling, een grotere behoefte aan het evalueren van fiscale regelingen op het gebied van bos- natuur- en cultuurgronden. In totaal worden 7 fiscale regelingen geëvalueerd.

Onderzoek belastingmix

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

In dit onderzoek zal worden gekeken naar de samenstelling van Nederlandse belastingmix en naar de economische en maatschappelijke implicaties hiervan.

Monitoring van het overtredersbegrip (art. 67 Algemeen wetboek recht)

Ex-durante evaluatie

2027

Te starten

1

 

Hierbij zal worden gevolgd in welke mate en op welke manier dit instrument wordt ingezet in de uitvoeringspraktijk.

Evaluatie kansspelbelasting

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffend- en doelmatigheid van de kansspelbelasting, waarbij onder meer gekeken wordt naar de recente tariefsverhogingen en de vrijstelling voor kleine prijzen.

Synthese-onderzoek uitkomsten toetsingskader fiscale regelingen

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

In deze evaluatie word o.b.v. eerdere evaluaties van fiscale regelingen een overzicht gemaakt van wat er bekend is van hoe al deze regelingen scoren bij de verschillende vragen van het toetsingskader fiscale regelingen.

Evaluatie fiscale regelingen verzekeringen2

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

1

 

Omgang met verzekeringen, premies, en uitkeringen in de fiscaliteit. Breed gaat het om de vraag hoe wordt deelname aan verzekeringen fiscaal beïnvloed bij de verzekeringsnemer denk bijvoorbeeld aan de vrijstellingen in de ASB maar ook de premieaftrek Belasting op arbeidsongeschiktheidsverzekering, behandeling van de KEW, de verzeekringsgedachte achter de HIR, en de fiscale behandeling van de opstalverzekering in box 1 en 3.

Brede Beleidsevaluatie Wet Waardering onroerende zaken

Ex-durante evaluatie

2028

Te starten

1

 

Deze evaluatie beoogt inzicht te bieden in het oorspronkelijke doel (uniforme heffingsgrondslag voor onroerende zaken) en de ontwikkeling daarvan en de toekomstige richting van de wet.

Evaluatie vliegbelasting

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

1

 

Deze deze evaluatie wordt de doeltreffend- en doelmatigheid van vliegbelasting onderzocht, waaronder de fiscale regelingen.

Evaluatie Wetsvoorstel delegatiebepaling geen invorderingsrente in specifieke gevallen

Ex-durante evaluatie

2028

Te starten

1

 

Bij deze evaluatie zal worden gekeken in welke mate gebruik wordt gemaakt van de delegatiebepaling, en of deze een oplossing biedt bij situaties waarin het niet wenselijk is om invorderingsrente in rekening te brengen.

Evaluatie wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en bpm

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

1

 

De Wet herwaardering proceskostenvergoedingen WOZ en bpm heeft een evaluatiebepaling. De Minister van Financien zendt in overeenstemming met de Minister voor Rechtsbescherming binnen 5 jaar na inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Evaluatie en doorlichting regelingen t.b.v. het brede maatschappelijke middenveld

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

1

 

In deze evaluatie worden regelingen die zien op het maatschappelijk middenveld (middenveld partij zelf) waaronder diverse regelingen in de inkomstenbelasting (vrijwilligersvergoeding), vennootschapsbelasting (drempel voor sitchtingen, en forfaitaire kostenaftrek ANBIs e.d.), en diverse btw-vrijstellingen ( sportorganisaties, politieke organisaties, e.d.). Voor regelingen die in de vijf jaar voorafgaand aan de evaluatie nog niet uitgebreid zijn onderzocht op doeltreffendheid en doelmatigheid zal dit in deze evaluatie wel gedaan worden.

Evaluatie toepassing afwegingskader voor goedkeurende beleidsbesluiten

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

1

 

Het kabinet heeft in reactie op het verzoek van enkele Eerste Kamerleden om te bezien of het afwegingskader voor goedkeurende beleidsbesluiten vooruitlopend op wetgeving moet worden bezien, toegezegd om vijf jaar na het delen van dit afwegingskader met de Kamers, de toepassing hiervan te evalueren. Omdat het om de toepassing van het afwegingskader door het departement zelf gaat, is een externe evaluatie toegezegd.

Evaluatie fiscale regelingen scheepvaart

Ex-post evaluatie

2029

Te starten

1

 

Deze evaluatie geeft een totaalbeeld van de doeltreffendheid en doelmatigheid van regelingen gericht op scheepvaart. Hierbij wordt voor regelingen die 5 jaar nog niet in een evaluatie zijn doorgelicht ook uitgebreid gekeken naar hun doeltreffendheid en doelmatigheid.

Monitoring van de openbaarmaking fiscale vergrijpboetes

Ex-durante evaluatie

2030

Te starten

1

 

In dit onderzoek wordt gekeken in welke mate en op welke manier de openbaarmaking van fiscale vergrijpboetes wordt ingezet in de uitvoeringspraktijk.

b. Belasting op arbeid3

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Evalueren afschrijfbeperkingen- en verruimingen in de IB (artikel 3.30 en 3.30a IB2001)

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

1

 

De afschrijfbeperkingen- en verruimingen zijn als dekkingsmaatregel in het Wetsvoorstel Werken aan Winst (Vergaderjaar 2005/2006) opgenomen. Gekeken zal worden naar de mate waarin de beperkingen extra opbrengsten hebben gegenereerd door de fiscale en commerciële afschrijvingsritmes met elkaar te vergelijken. Zodoende wordt ook beoogd meer inzicht te krijgen in verschillen tussen commerciële en fiscale afschrijvingen.

Evaluatie artiesten- en beroepssportersregeling

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

In deze evaluatie wordt gekeken of de regeling nog actueel is en of deze doeltreffend en doelmatig is. Daarbij zal gebruik gemaakt worden van aangiftegegevens en gesprekken met de branche.

Evaluatie fiscale regelingen eigen woning

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

In deze evaluatie wordt de doeltreffend- en doelmatigheid van de fiscale regelingen eigen woning onderzocht en worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord.  Hiervoor wordt onder meer gebruik gemaakt van aangiftegegevens. Hierbij wordt naar de eigenwoning in den brede gekeken (EWF, HRA, e.d. in box 1 maar ook OVB voor de eigenwoning gebruikmakende van de differentie studie die is gedaan).

Quickscan pensioen regelingen

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

De quickscan fiscale behandeling pensioenen is een verkenning op het terrein van de op doeltreffendheid en doelmatigheid. Zo wordt stil gestaan of er bijvoorbeeld signalen zijn dat de EET-regime problemen oplevert (bijv. i.c.m. buitenland).

Evaluatie actualiseren leegwaarderatio

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

De leegwaarderatiotabel is een forfait waarmee verhuurders de waarde van hun verhuurde woningen voor belastingheffing in box 3 kunnen bepalen aan de hand van de WOZ-waarde. In dit onderzoek wordt de leegwaarderatiotabel geactualiseerd, waarbij kan worden aangesloten bij de methode voor actualisatie uit de evaluatie van 2022.

Evaluatie maatregelen giftenaftrek en geven uit vennootschap

Ex-durante evaluatie

2029

Te starten

1

 

Deze evaluatie richt zich op de uitwerking van de belangrijkste wijziging van de afgelopen jaren, namelijk de beperking van de periodieke giftenaftrek per 2023 tot een bedrag van eerst € 250.000 per jaar en sinds 2025 € 1.500.000 per jaar. Daarnaast wordt gekeken naar de vrijstelling in de dividendbelasting en inkomstenbelasting in box 2 voor geven uit de vennootschap voor zover volgend uit de giftenaftrek VpB, die in 2024 uitgebreid werd en in 2025 weer beperkt. Dit vanwege de inhoudelijke samenhang met de beperking van de periodieke giftenaftrek.

Evaluatie onbelaste reiskostenvergoeding

Ex-post evaluatie

20304

Te starten

1

 

Conform de aanbeveling uit de vorige evaluatie wordt gekeken naar de hoogte van het onbelaste bedrag. Ook worden de verhogingen van de vergoeding meegenomen in de evaluatie.

Evaluatie afschaffing Inkomensafhankelijke Combinatiekorting (IACK)

Ex-post evaluatie

20355

Te starten

1

 

In deze evaluatie wordt gekeken naar de effecten van de afschaffing van de IACK op onder meer arbeidsparticipatie.

c. Belasting op kapitaal

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Monitoren effecten van de aanpak van belastingontwijking

Ex-durante evaluatie

Jaarlijks

Te starten

1

 

Door het monitoren van de inkomensstromen naar laagbelastende jurisdicties kan de effectiviteit van onder meer de conditionele bronbelasting in het tegengaan van belastingontwijking via Nederland gemeten worden. De Nederlandsche Bank publiceert de benodigde tabellen.

Monitoren Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteit 2024

Ex-durante evaluatie

2026

Te starten

1

 

Aan de Tweede Kamer is naar aanleiding van motie nr. 90 (Kamerstukken II 2023/24, 36418, nr. 90) toegezegd om de impact van de maatregelen in de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2024 en in de Wet aanpassing fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten 2025 te monitoren. De monitoring beoogt onvoorziene onbedoelde gevolgen van de maatregelen in kaart te brengen via de reguliere contacten van het ministerie met stakeholders en via signalen vanuit de Belastingdienst.

Evaluatie Wet excessief lenen

Ex-post evaluatie

2026

Te starten

1

 

In deze evaluatie zal het effect van het wetsvoorstel onderzocht worden op basis van aangiftegegevens IB en VpB. Tevens zal nader gekeken worden mogelijke uitvoeringsproblemen en ontwijkingssituaties zoals aangegeven tijdens de Kamerbehandeling.

Evaluatie wetgeving rondom Afgezonderd Particulier Vermogen (APV)

Ex-post evaluatie

2026

Te starten

1

 

In deze evaluatie van de APV-wetgeving wordt onder andere gekeken of de huidige formulering van de wet de Belastingdienst voldoende handvatten biedt om alle vormen van misbruik en oneigenlijk gebruik aan te pakken. In het verlengde daarvan wordt onderzocht of uitbreiding of aanpassing nodig is.

Evaluatie generieke investeringsregelingen

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

1

 

In de evaluatie zal gekeken worden naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van een tweetal regelingen die gericht zijn om investeringen te stimuleren, namelijk de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en de herinvesteringsreserve. De laatste evaluatie van de KIA vond plaats in 2017. De herinvesteringsreserve is niet eerder geëvalueerd.

Monitor opbrengst minimumkapitaalregel banken en verzekeraars

Ex-durante evaluatie

2026

Te starten

1

 

De opbrengst van de minimumkapitaalregel zal worden geanalyseerd op basis van aangiftegegevens.

Evaluatie vrijstelling voorwerpen kunst en wetenschap box 3

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

1

 

In de evaluatie wordt gekeken naar de vrijstelling van voorwerpen van kunst en wetenschap in box 3. Ook worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord.

Onderzoek eigenwoningregeling: eigenwoningforfait (EWF)

Ex-ante evaluatie

2026

Lopend

1

 

In navolging op bouwstenenrapport wordt onderzoek gedaan naar het actualiseren van het EWF.

Evaluatie exitheffingen

Ex-durante evaluatie

2026

Te starten

1

 

In deze evaluatie zal nader worden onderzocht of de bestaande exitheffingen in de praktijk hun doelstelling behalen, namelijk verzekeren dat Nederland belasting kan heffen over het inkomen of de vermogensaanwas die in Nederland is opgebouwd. Deze evaluatie ziet ook op de bestaande exitheffing in de schenk- en erfbelasting.

Onderzoek actualisatie vastgoedbijtelling box 3

Ex-durante evaluatie

2027

Te starten

1

 

Dit onderzoek betreft een actualisatie van de vastgoedbijtelling gebaseerd op de bruto huurwaarde van niet-verhuurde woningen in box 3. Daarnaast zal in dit onderzoek gekeken worden naar de huurwaarde van (niet-verhuurde) vakantiewoningen.

Evaluatie twee schijven box 2

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

In deze evaluatie zal onderzocht worden of de maatregel doeltreffend is in het behalen van meer belastingopbrengst en het tegengaan van belastinguitstel. Hiertoe zal gekeken worden naar de aangiften inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting.

Evaluatie temporele beperking verrekening voorheffingen met de vennootschapsbelasting (Sofina)

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

In deze evaluatie zal onderzocht worden of de maatregel doeltreffend en doelmatig was. Dit zal worden gedaan op basis van de gerealiseerde opbrengsten van de dividendbelasting, de ontwikkeling in aard en aantal van de bezwaar- en beroepsprocedures in de dividendbelasting en de vennootschapsbelasting en de beperking van de verrekening van voorheffingen in de aangiften vennootschapsbelasting.

Impactanalyse fiscale regeling groene investeringen

Ex-ante evaluatie

2027

Te starten

1

 

In het coalitieakkoord is afgesproken om ‘waar mogelijk de EIA, MIA en Vamil samen te voegen tot één robuuste investeringsregeling'. Doel van dit onderzoek (impactanalyse) is om nader inzicht te krijgen in de beleidseffecten, zowel in het geval er één gemeenschappelijke bedrijfsmiddelenlijst ontstaat (deel 1) als bij de uitwerking van de verschillende samenvoegingsvarianten (deel 2).

Evaluatie dividendbelasting

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

1

 

In deze evaluatie zal nader gekeken worden naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van de fiscale regelingen in de dividendbelasting en de algemene tarief structuur (systematiek uitzonderingen belastingverdragen e.d.). Ook zal een overzicht worden gegeven van diverse data m.b.t. dividend uitdelingen (CBS-BD-jaarverslagen).

Monitoren verlegging ingangsdatum berekenen belastingrente erfbelasting en verlenging aangiftetermijn erfbelasting

Ex-durante evaluatie

2029

Te starten

1

 

Vanuit de uitvoering zouden op zijn vroegst vanaf 2028 signalen en mogelijke knelpunten kunnen worden opgehaald en een vergelijking worden gemaakt met de verwachtingen uit de uitvoeringstoets (uitgaande van invoering op 01-01-2026, BP2026).

Evaluatie lucratiefbelangregeling

Ex-post evaluatie

2029

Te starten

1

 

De noodzaak en de vormgeving van de lucratiefbelangregeling inclusief de voorgestelde multipliermaatregel zullen geëvalueerd worden in het jaar na inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 vanwege de inhoudelijke samenhang daarmee.

Evaluatie bedrijfsopvolgingsregelingen

Ex-post evaluatie

2030

Te starten

1

 

In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de bedrijfsopvolgingsregelingen, waarbij de maatregelen sinds de vorige evaluatie worden meegenomen.

Evaluatie regelingen gelijk speelveld DGA & IB-ondernemer

Ex-post evaluatie

2030

Te starten

1

 

In deze evaluatie wordt gekeken naar de interactie tussen o.a. het verlaagde VpB tarief en MKB winstvrijstelling, en of deze behandeling in zijn totaal (in plaats van afzonderlijk) wenselijk is.

Evaluatie gerichte investeringsregelingen (WBSO en Innovatiebox)

Ex-post evaluatie

2030

Te starten

1

 

De evaluatie bekijkt de doeltreffendheid en doelmatigheid van de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) en de innovatiebox in gezamenlijkheid.

Evaluatie Energie-investeringsaftrek (EIA) en Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Vamil6

Ex-post evaluatie

2027/2031

Te starten

1

 

In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de EIA, MIA en Vamil, waarbij de maatregelen sinds de vorige evaluatie worden meegenomen. Afhankelijk van beleidsmatige keuzes komende maanden zal deze evaluatie worden uitgevoerd in 2027 of 2031.

Evaluatie Wet fiscale stimulering startups en scale-ups

Ex-post evaluatie

2031

Te starten

1

 

In deze evaluatie zal worden gekeken naar de maatregelen rondom de fiscale behandeling van aandelen van startups en scale-ups.

Evaluatie box 3 stelsel op basis van werkelijk rendement

Ex-post evaluatie

2033

Te starten

1

 

Voorgesteld wordt om wettelijk te borgen dat het onderhavige wetsvoorstel binnen vijf jaar na inwerkingtreding wordt geëvalueerd. Daarbij zal in ieder geval aandacht moeten zijn voor de budgettaire opbrengst, de uitvoering door de Belastingdienst, de administratieve lasten bij ketenpartners en de doenlijkheid voor en administratieve lasten bij burgers. Bij de eerste evaluatie zullen de fiscale regelingen die met dit voorstel worden geïntroduceerd worden getoetst op doeltreffendheid en doelmatigheid. Dit zal vervolgens iedere vijf jaar opnieuwgebeuren. In het voorstel zitten twee fiscale regelingen. Het gaat om het vermogenswinstregime dat geldt voor onroerende zaken en voor aandelen in startende ondernemingen.

d. Belasting op consumptie: milieu en gezondheid

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Evaluatie verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

1

 

In deze evaluatie wordt gekeken naar de effecten van de verhoging van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Daarnaast worden de uitzonderingen voor mineraalwater en zuivel geëvalueerd.

Evaluatie energiebelasting7

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

1

 

De energiebelasting kent een aantal fiscale regelingen. In het onderzoek zal op basis van recente studies en beschikbare data gekeken worden naar doelmatigheid en doeltreffendheid van de regelingen.

Evaluatie BPM

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

1

 

De aanschaf van personen- en bestelauto’s wordt belast via de bpm. Voor personenauto's geldt dat de bpm sinds 2010 op CO2-uitstoot is gebaseerd om de verkoop van elektrische auto’s te stimuleren. Tegelijkertijd gaat dit ten koste van andere doelstellingen van de bpm, zoals het genereren van een opbrengst voor de overheid. In deze evaluatie wordt de bpm en de gekozen tariefstructuur geëvalueerd op doeltreffendheid en doelmatigheid, afgezet tegen de huidige twee doelen van de bpm: opbrengst genereren en CO2 reduceren.

Onderzoek CBAM

Ex-durante evaluatie

2026

Lopend

1

 

Di is een voorbereidend onderzoek voor de Nederlandse standpuntbepaling voor een eventuele uitbreiding van het CBAM naar goederen uit de sectoren glas, papier en keramiek.

Monitoring grenseffecten brandstofaccijns

Ex-durante evaluatie

2026

Lopend

1

 

In deze evaluatie worden de grenseffecten van de accijnsverandering van 1 januari 2026 op brandstoffen in kaart gebracht.

Ex-ante effectenonderzoek omvorming mrb-grondslag

Ex-ante evaluatie

2026

Lopend

1

 

In de contourenbrief hervorming autobelastingen van juli 2025 is omvorming van de grondslag in de mrb als nader uit te werken denkrichting benoemd. Het coalitieakkoord kondigt nader onderzoek aan naar omvorming van de mrb-grondslag naar voertuigoppervlakte en omvang. De nog ontbrekende inzichten in effecten en haalbaarheid hiervan worden met dit onderzoek in beeld gebracht.

Onderzoek naar vormgeving en effecten heffing op uitstoot irt waterkwaliteit

Ex-ante evaluatie

2026

Te starten

1

 

Om de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water te halen is aanvullende inzet nodig met als inzet om uitstoot uit industrie en landbouw te verminderen. In samenwerking met LVVN en IenW worden effecten van varianten van een mogelijke heffing in relatie tot waterkwaliteit nader onderzocht.

Aanvullend onderzoek grenseffecten

Ex-durante evaluatie

2027

Te starten

1

 

Naar aanleiding van Motie Vermeer (kamerstuk nr 36915-26) vindt aanvullend onderzoek plaats naar grenseffecten.

Empty package survey tabaksaccijns

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

9

 

In dit onderzoek wordt via het rapen van pakjes sigaretten op straat het aandeel pakjes uit het buitenland en het aandeel (illegale) illicit whites in kaart gebracht. De douane voert dit onderzoek om de 2 jaar uit.

Monitoring opbrengsten Warmte-Kracht-Koppeling (WKK)-maatregel

Ex-durante evaluatie

2027

Te starten

1

 

Bij deze monitoring wordt gekeken naar het budgettaire beslag van de aanpassing van de WKK-vrijstelling die is doorgevoerd per 1-1-2025.

Evaluatie fiscale regelingen autobelastingen

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

1

 

In deze evaluatie worden een aantal maatregelen meegenomen zoals de beëindiging van de bpm-vrijstelling bestelauto's en de versobering van de kwarttarieven. Daarnaast wordt conform de RPE gekeken naar de doeltreffendheid- en doelmatigheid van verschillende uitzonderingen in de BPM en MRB en wordt het toetsingskader fiscale regelingen doorlopen.

Evaluatie pseudo-eindheffing

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

1

 

Deze maatregel zal in drie jaar na de inwerkingtreding worden geëvalueerd. Het belangrijkste doel van de normering is om de keuze van werkgevers tussen een fossiele en een niet-fossiele personenauto te beïnvloeden in het voordeel van een niet-fossiele personenauto.

Onderzoek forfait bijtelling

Ex-durante evaluatie

2027

Te starten

1

 

Uit het doorlichting van de forfaits in de fiscaliteit is gebleken dat er tussen de 30-40 forfaits zijn. De vraag is of deze forfaits actualisering benodigen hetgeen bijvoorbeeld voor de forfaits in de schenk- en erfbelasting reeds gedaan is. Gelet op het budgettaire belang en de ontwikkelingen in het wagenpark is onderzoek of het forfait in de BPM geactualiseerd moet worden wenselijk.

Evaluatie fiscaal pakket glastuinbouw8

Ex-post evaluatie

2029

Te starten

1

 

In deze evaluatie zal gekeken worden naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van een aantal regelingen en maatregelen op het terrein van de glastuinbouw. Gegeven recente maatregelen zal deze evaluatie, die aanvankelijk gepland stond voor 2027, worden verzet naar 2029.

Tussenevaluatie fiscale stimulering EV9

Ex-durante evaluatie

2029

Te starten

1

 

In het Klimaatakkoord zijn verschillende (tussen)evaluaties voor de fiscale stimulering van EV opgenomen, waaronder een (tussen)evaluatie in 2027/2028. Met behulp van de evaluatie kan aan de hand van de laatste ontwikkelingen binnen de automarkt worden bepaald welk beleid en welke maatregelen nodig en wenselijk zijn ter stimulering van EV’s. Hierbij wordt dan ook de voortzetting van de mrb-korting in 2026-2030 meegenomen, waarbij gekeken wordt of en zo ja in welke vorm het nodig en wenselijk is om de tariefskorting voort te zetten. Bij de evaluatie wordt ook gekeken hoe de tariefkorting uitwerkt naar de verschillende autosegmenten op basis van hun afmeting en in hoeverre de korting het meergewicht compenseert en of er niet sprake is van onder- of overcompensatie. Deze evaluatie was aanvankelijk gepland voor 2028, vanwege recente beleidswijzigingen is deze verschoven naar 2029.

Evaluatie belasting op leidingwater

Ex-post evaluatie

2031

Te starten

1

 

De belasting op leidingwater wordt geëvalueerd, waarbij in het bijzonder gekeken wordt naar de effecten van de afschaffing van het heffingsplafond per 2027.

Evaluatie afvalstoffenbelasting

Ex-post evaluatie

2031

Te starten

1

 

Na de laatste evaluatie van de afvalstoffenbelasting in 2024 is een aantal maatregelen opgenomen in het Belastingplan 2026. De uitwerking van deze maatregelen wordt meegenomen in de volgende evaluatie in 2031.

Evaluatie tariefdifferentiatie vliegbelasting

Ex-post evaluatie

2032

Te starten

1

 

De tariefdifferentiatie vliegbelasting wordt geëvalueerd. Daarbij zal onder meer worden gekeken naar de opbrengst per afstandscategorie, het effect op het vlieggedrag van passagiers (waaronder mogelijke uitwijkreacties), en de impact op de netwerkkwaliteit van Nederlandse luchthavens. Tevens zal worden bezien of de tariefdifferentiatie bijdraagt aan het internaliseren van externe kosten.

e. Belasting op consumptie: overig

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Evaluatie kleineondernemersregeling btw

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

1

 

In deze evaluatie wordt de doeltreffend- en doelmatigheid van de kleineondernemersregeling onderzocht en worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoord. Hiervoor wordt onder meer gebruik gemaakt van aangiftegegevens.

Onderzoek regeldrukkosten DRR ViDA

Ex-durante evaluatie

2026

Lopend

1

 

In dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de regeldrukkosten van verplicht elektronisch factureren tussen ondernemingen en digitale rapportage aan belastingdiensten (DRR ViDA).

Evaluatie btw-vrijstelling financiële diensten

Ex-post evaluatie

2026

Lopend

1

 

Deze evaluatie ziet op de btw-vrijstellingen van financiële dienstverlening en knelpunten hierbij en het in kaart brengen van beleidsopties met bijbehorende voor- en nadelen.

Monitoring verhoging btw-tarief logies

Ex-durante evaluatie

202710

Te starten

1

 

De effecten op prijzen en afzet van de verhoging van het btw-tarief op logies worden gemonitord.

Evaluatie vrijstellingen overdrachtsbelasting in de ondernemingssfeer11

Ex-post evaluatie

2027

Te starten

1

 

Met de evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de vrijstellingen in de overdrachtsbelasting gericht op ondernemers. Ook worden de vragen uit het toetsingskader fiscale regelingen beantwoordt.

Quickscan vrijstellingen ovb van technische aard

Ex post evaluatie

2027

Te starten

1

 

Met deze evaluatie wordt gekeken naar de werking en wenselijkheid van diverse ovb vrijstellingen van technische aard die o.a. bestaan ter voorkoming van broekzak-vestzak betalingsverkeer (bijv. vrijstelling Staatsbosbeheer, e.d.).

Evaluatie verhoging btw-tarief logies

Ex-post evaluatie

2028

Te starten

1

 

De effecten op prijzen en afzet van de verhoging van het btw-tarief op logies worden geëvalueerd.

Evaluatie tariefsveranderingen algemeen woningtarief ovb

Ex-post evaluatie

2029

Te starten

1

 

Het algemeen woningtarief is de afgelopen jaren verlaagd van 10,4% naar 8% en later naar 7%. In deze evaluatie zal worden gekeken naar de effecten van deze tariefsveranderingen op het investeringsklimaat voor huurwoningen.

Monitoring implementatie platformdeel van richtlijn btw in het digitale tijdperk, onderdeel platformeconomie

Ex-durante evaluatie

2029

Te starten

1

 

In deze monitor wordt gekeken naar de gevolgen van de invoering van vier maatregelen die volgen uit implementatie van het onderdeel platformeconomie van de Europese richtlijn VAT in the Digital Age (VIDA).

Monitoring verhoging btw-tarief sierteelt

Ex-durante evaluatie

2029

Te starten

1

 

De effecten van de verhoging van de btw op sierteelt worden gemonitord.

Evaluatie verlaagde btw-tarieven

Ex-post evaluatie

2030

Te starten

1

 

In deze evaluatie wordt gekeken naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van de verlaagde btw-tarieven en enkele btw vrijstellingen (zoals btw Vrijstelling levering van menselijke organen, bloed en moedermelk), waarbij de maatregelen sinds de vorige evaluatie worden meegenomen.

Evaluatie btw-herziening onroerende diensten

Ex-post evaluatie

2031

Te starten

1

 

Na vijf jaren zal een beleidsevaluatie plaatsvinden naar aanleiding van de maatregel om belastingbesparende structuren met kortdurende verhuur tegen te gaan.

1

Vanwege beleidsaanpassingen zijn de evaluaties Monitoring aandelenopties startups, Evaluatie aftrek specifieke zorgkosten en Evaluatie CO2-heffing industrie komen te vervallen.

2

De Evaluatie assurantiebelasting is opgenomen binnen de Evaluatie fiscale regelingen verzekeringen.

3

Er zal jaarlijks worden gemonitord of de fiscale oplossing voor de eenverdienersproblematiek die per 2028 al ingaan de beoogde doelgroep op de juiste wijze bereikt. Enkel wanneer dat niet het geval is zal hierover aan de Kamer worden gerapporteerd. Zodoende komt deze evaluatie te vervallen.

4

Deze regeling is in 2023 voor het laatst geëvalueerd. Zodoende zal de eerstvolgende evaluatie in 2030 plaatsvinden.

5

Vanwege recente aanpassingen in de afbouw en afschaffing - per 2035 - van deze regeling kan er pas vanaf dat jaar een betekenisvolle evaluatie worden gedaan naar de effecten van deze aanpassingen. Zodoende zal deze evaluatie van 2030 naar 2035 worden verplaatst.

6

Vanwege de voornemens in het coalitieakkoord, zullen de evaluaties van de EIA, MIA en Vamil naar verwachting worden samengevoegd en worden uitgevoerd in 2031.

7

Evaluatie energiebelasting - deel 1 en deel 2 zijn samengevoegd in deze evaluatie.

8

Deze evaluatie stond op de SEA 2026 als de Tussentijdse evaluatie fiscale klimaatmaatregelen glastuinbouwsector. Vanwege recente maatregelen zal de evaluatie uitgevoerd worden in 2029.

9

Deze evaluatie stond op de SEA 2026 als de Tussenevaluatie fiscale stimuleringsmaatregelen EV's. Vanwege recente maatregelen zal de evaluatie uitgevoerd worden in 2029.

10

Vanwege databeschikbaarheid is deze evaluatie verplaatst van 2026 naar 2027.

11

Deze evaluatie stond op de SEA 2026 als de Evaluatie vrijstellingen overdrachtsbelasting in de ondernemingssfeer en vrijstellingen van technische aard.

Thema 4: Fiscaal beleid

Dit SEA-thema is gekoppeld aan begrotingsartikel 1 (samen met thema 5: Belastingdienst).

Opbouw

Het thema is opgebouwd uit 5 subthema’s: a. Belastingstelselbreed en overig, b. Belasting op arbeid, c. Belasting op kapitaal, d. Belasting op consumptie: milieu en gezondheid, en e. Belasting op consumptie: overig. Binnen het thema vinden twee belastingbrede periodieke rapportages plaats: Periodieke rapportage fiscale regelingen (2029) en Periodieke rapportage algemeen belastingstelsel (2030).

Inzichtbehoefte

a. Belastingstelselbreed en overig

Hiernaast zijn er ook diverse vraagstukken over overige belastingmiddelen en fiscale regelingen, en vraagstukken op het niveau van het overkoepelende stelsel. Zo zal de komende periode o.a. onderzoek gedaan worden de tariefsverhoging in de kansspelbelasting. Op het gebied van middel- en regeling-overstijgende kwesties zal de komende periode o.a. onderzoek worden gedaan naar de Awir, de Wet Waardering onroerende zaken, en de doelstellingen van fiscale regelingen.

b. Belasting op arbeid

De belasting op arbeid is de belangrijkste inkomstenbron van de overheid. Tegelijkertijd kan een te hoge belastingdruk op arbeid de arbeidsdeelname ontmoedigen. Daarnaast is juist de complexiteit van het belastingstelsel een belangrijk aandachtspunt in dit domein. Burgers en ondernemers zijn niet altijd volledig rationeel of wilskrachtig. Dat kan er bijvoorbeeld toe leiden dat ze niet of verkeerd gebruikmaken van bepaalde aftrekposten. De komende tijd wordt onder andere onderzoek gedaan naar de fiscale behandeling van pensioenen, de fiscale regelingen eigen woning, de artiesten en beroepssportersregeling, en naar de fiscale oplossing voor de eenverdienersproblematiek.

c. Belasting op kapitaal

De wijze waarop Nederland vermogen en vermogensinkomsten belast is zeer divers, wat bijdraagt aan belastingontwijking en een ongelijkere vermogensverdeling. Het gaat hier om alle vormen van vermogen zoals spaar- en beleggingstegoeden, de eigen woning, overig vastgoed, het aanmerkelijk belang en ander (ondernemings)vermogen en pensioenen. Tevens gaat het over het belasten van vermogensoverdrachten en dus om de schenk- en erfbelasting. De komende tijd wordt onder andere onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van exitheffingen, het eigenwoningforfait, en de regelingen die gericht zijn op stimuleren van investeringen (de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek en de herinvesteringsreserve).

d. Belasting op consumptie: milieu en gezondheid

Belastingen worden ook ingezet om duurzaam en gezond gedrag te stimuleren, denk aan de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken en de tabaksaccijns. In het kader van duurzaamheid wordt de komende periode o.a. een evaluatie gedaan van energiebelasting, van de CO2-heffing voor de industrie en de CO2-minimumprijs bij elektriciteitsopwekking. In het kader van gezondheid zal onderzoek gedaan worden o.a. naar de effecten van de verhoging van de verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.

e. Belasting op consumptie: overig

Naast het sturen van gedrag zijn belastingen op consumptie ook een van de belangrijkste inkomstenbronnen van de overheid. Tegelijkertijd zijn er veel regelingen en vrijstellingen binnen de btw. De komende tijd worden een aantal regelingen en kwesties binnen dit domein onderzocht, waaronder de kleineondernemersregeling, de btw-vrijstelling voor financiële diensten en de beleidsimplicaties van de aankomende verplichting (per 2030) tot digitale rapportage van grensoverschrijdende handel in de EU.

Tabel 70 Uitwerking thema 5: Belastingdienst

Uitwerking thema 5: Belastingdienst

a. Uitvoering en handhaving Belastingdienst

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage Belastingdienst

Periodieke rapportage

2029

Te starten

1

 

De periodieke rapportage betreft een syntheseonderzoek dat gericht is op de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van uitvoering en handhaving door de Belastingdienst, en op lessen voor het vergroten daarvan. We hanteren daarbij de evaluatiecriteria uit het evaluatiekader opgesteld door de OESO.

Fiscale Monitor

Ex-durante evaluatie

Jaarlijks

Lopend

1

 

Een jaarlijkse survey waarbij burgers, bedrijven en hun intermediairs worden bevraagd over onder andere functioneren en imago van de Belastingdienst, waardering van de dienstverlening, vertrouwen in de Belastingdienst, belastingmoraal en compliance. De Fiscale Monitor wordt al jaren op een vergelijkbare manier uitgevoerd, zodat de monitor niet alleen inzicht geeft in de huidige stand van zaken, maar ook zeer geschikt is om trends vast te stellen.

Stand van de Uitvoering

Ex-durante evaluatie

Tweejaarlijks1

Lopend

1

 

Om problemen in de uitvoering in beeld te brengen haalt de Belastingdienst signalen op van binnen en van buiten de organisatie. Op basis daarvan identificeert de Belastingdienst knelpunten, vraagt daarvoor aandacht, werkt zelf aan oplossingen hiervoor en agendeert deze ook breder, o.a. bij de politiek, met het streven om gezamenlijk tot oplossingen te komen.

Leren van signalen van burgers en ondernemers

Ex-durante evaluatie

2026

Lopend

1

 

Burgers en ondernemers geven op uiteenlopende manieren inzichten aan de Belastingdienst over het handelen van de dienst en over mogelijk problematische uitwerking van wet- en regelgeving op hun dagelijkse leven. De Belastingdienst wil in verbinding staan met de samenleving én een lerende organisatie zijn. In deze evaluatie van het signalenproces wordt gekeken naar hoe de Belastingdienst leert van signalen uit de maatschappij.

Menselijke maat

Ex-durante evaluatie

2027

Lopend

1

 

Deze evaluatie richt zich op de wijze waarop de Belastingdienst invulling geeft aan het hanteren van de menselijke maat in het werk. Hanteren van de menselijke maat betekent dat we in de uitvoering van onze taak beogen recht te doen aan de belangen van burgers en ondernemers binnen de kaders die de wet ons geeft.

Operationele handhavingsplannen MKB

Ex-post evaluatie

2027

Lopend

1

 

De directie Midden - en Klein Bedrijf (MKB) werkt met operationele handhavingsplannen waarin de handhavingsaanpak voor een bepaalde doelgroep of fenomeen uitgewerkt is. Deze handhavingsplannen worden geëvalueerd middels monitoring, een effectmeting of belevingsonderzoek. De evaluatie betreft een synthese hiervan waarbij de link wordt gelegd naar de beleidstheorie van MKB.

Evaluatie van de HUBA campagne

Ex-post evaluatie

2027

Lopend

1

 

De directie Particulieren biedt tijdens de aangifteperiode (maart t/m begin mei) extra hulp bij aangifte (huba). Hulp bij aangifte is een van de instrumenten van de beleidstheorie van Particulieren. Het doel is zoveel mogelijk mensen die dit nodig hebben goede hulp te bieden bij het regelen van de aangifte inkomstenbelasting, zodat zij goed en tijdig aan hun verplichtingen kunnen voldoen en hun rechten verkrijgen. Deze evaluatie richt zich op verschillende aspecten, zoals de klantbeleving, de typering van de burgers die deze hulp ontvangen (en mogelijk ook de groepen die nog niet bereikt worden) en de inhoudelijke kwaliteit van de aldus ingediende aangiften (compliance).

Impact van het vooroverleg

Ex-post evaluatie

2027

Lopend

1

 

Bij het toezicht van grote ondernemingen maakt de Belastingdienst gebruik van vooroverleg. Dit onderzoek staat stil bij de vragen hoe en in welke mate vooroverleg, ondanks de geconstateerde afname in de verzoeken, bijdraagt aan de beoogde (tussen)doelen van Grote Ondernemingen (GO) zoals het bevorderen van zekerheid, werken in de actualiteit, het bevorderen van procedurele rechtvaardigheid bij klanten en het versterken van de werkrelatie tussen klanten en GO.

Belastingmoraal en informeren van burgers over besteding van belastinggeld

Ex-ante evaluatie

2027

Te starten

1

 

Transparantie over bestedingen van belastinggeld kan wellicht de ervaren wederkerigheid in de relatie tussen de overheid en de burger versterken, wat ten goede kan komen aan de belastingmoraal en uiteindelijk ook de belastingcompliantie. In deze ex ante evaluatie onderzoeken we hoe motivatie om fiscale verplichtingen na te komen kan worden beïnvloed door informatie aan burgers over de besteding van belastinggeld. Dit onderzoek sluit aan bij de wens van de motie de Vries om burgers te informeren over dat belastinggeld bijdraagt aan de maatschappij.

De relatie tussen de digitalisering van brieven en formulieren en de beleving en het gedrag van burgers en ondernemers

Ex-durante evaluatie

2027

Te starten

1

 

De Belastingdienst zet met het programma Keuze Digitaal stappen in het verder digitaliseren van brieven en formulieren. Wat is de relatie tussen deze digitalisering en de klanttevredenheid (of klantsignalen) en het gedrag van de belastingplichtige? Kunnen we inzichten opdoen over de factoren die mogelijk een rol spelen hierbij?

Kanalenstrategie zelfstandig digitaal voldoen aan betaalverplichtingen

Ex-durante evaluatie

2028

Te starten

1

 

De Belastingdienst werkt aan het digitaliseren van kanalen waarmee burgers en bedrijven verzoeken om een betalingsregeling in kunnen indienen. Vanaf 2025 kunnen burgers bijvoorbeeld via het ‘’Overzicht Betalen en Ontvangen’’ (OBO) digitaal een verzoek indienen voor een betalingsregeling. Op korte termijn wordt een vergelijkbare route gerealiseerd voor bedrijven. Het digitale kanaal heeft twee doelen. Ten eerste beoogt het laagdrempelige toegang en meer eigen regie te bieden, om waar mogelijk (problematische) schulden te voorkomen. Ten tweede draagt het bij aan een efficiëntere werkwijze binnen de eigen organisatie. Daarom is het de wens om zoveel mogelijk van deze doelgroepen gebruik te laten maken van deze digitale kanalen. Met deze evaluatie wordt onderzocht hoe de doelgroepen deze digitale kanalen ervaren, wat nodig is om het gebruik te vergroten en waar ruimte bestaat om het proces verder te vereenvoudigen of meer ondersteunend in te richten.

Inzicht in productiviteit van dienstonderdelen

Ex-durante evaluatie

2028

Te starten

1

 

Het verbeteren van de productiviteit is van groot belang voor de Belastingdienst. Er worden verschillende externe onderzoeken gedaan bij MKB, P en CAP, de Algemene Rekenkamer heeft een lopend onderzoek en C&F is bezig met het koppelen van inzet van personeel aan producten die op basis van het processenmodel zijn gedefinieerd. Doel van het ontwikkeltraject is om met de uitkomsten van de verschillende externe onderzoeken te komen tot een eenduidige systematiek binnen de Belastingdienst om de productiviteitsontwikkeling over de jaren heen consistent te kunnen monitoren. In een syntheseonderzoek kan daarnaast onderzocht worden welke rol de productiviteitsmetingen krijgen in de bestuurlijke besluitvorming of verantwoording over de uitvoering.

Project- en programmamanagement

Ex-durante evaluatie

2028

Te starten

1

 

Doelstellingen en resultaten van projecten en programma’s worden niet altijd (tijdig) gerealiseerd. Projectmanagement is daarom als strategisch risico geïdentificeerd. Het oprichten van het Expertisecentrum Project- en Programma Management (EC PPM) is een belangrijke maatregel in het mitigeren van dit strategisch risico en het professionaliseren van PPM. Eind 2025 is het EC PPM opgericht met een centrale pool van ervaren project- en programmamanagers. De pool gaat de meest complexe projecten en programma’s oppakken en wordt daarbij ondersteund door het expertise centrum en een structuur van vakgroepen. Na een jaar willen we de doelmatigheid van deze opzet van het project- en programmamanagement gaan evalueren.

1

De Stand van de Uitvoering zal niet meer jaarlijks, maar een keer per twee jaar uitkomen. Naar verwachting gaat medio 2026 de Stand naar de Kamer. De daaropvolgende Stand staat gepland voor 2028.

Thema 5: Belastingdienst

Dit SEA-thema is gekoppeld aan begrotingsartikel 1 (samen met thema 4: Fiscaal beleid).

a. Uitvoering en handhaving Belastingdienst

Opbouw

Dit thema bevat alle evaluaties die de Belastingdienst uitvoert in het kader van de SEA. Het thema ‘Uitvoering en handhaving Belastingdienst’ omvat de diversiteit aan taken en verantwoordelijkheden binnen de uitvoerings- en handhavingspraktijk en de daarbij behorende besluitvorming en beleidsontwikkeling. Hieruit volgt ook de behoefte tot een breed en divers palet aan evaluaties naar (de voorwaarden voor) doelmatigheid en doeltreffendheid.

Inzichtbehoefte

Om invulling te geven aan de brede inzichtbehoefte van de Belastingdienst zijn evaluaties geprogrammeerd zowel voor specifieke doelgroepen, Particulieren (P), het Midden- en kleinbedrijf (MKB) en Grote Ondernemingen (GO), als naar beleidsmatige, bedrijfsvoering gerelateerde en maatschappelijk relevante vraagstukken. Ook staan de Fiscale Monitor en de Stand van de Uitvoering, twee doorlopende instrumenten met een evaluatief karakter, op de SEA.

Met de verschillende SEA-evaluaties werken we toe naar de periodieke rapportage die voor 2029 geprogrammeerd staat. In deze periodieke rapportage maken we gebruik van de evaluatiecriteria uit het evaluatiekader opgesteld door de OESO: relevantie, coherentie, doeltreffendheid, efficiëntie, impact en duurzaamheid. De evaluatiecriteria gebruiken we om overkoepelende conclusies te trekken over (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid van de Belastingdienst, en over lessen voor het vergroten daarvan.

Tabel 71 Uitwerking thema 6: Dienst Toeslagen

Uitwerking thema 6: Dienst Toeslagen

a. Presteren in het heden en anticiperen op de toekomst

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage Toeslagen

Periodieke rapportage

2026

Lopend

13

 

De periodieke rapportage biedt een overkoepelend inzicht in de bereikte doeltreffendheid en doelmatigheid op het beleidsthema Toeslagen. Hierin worden de ontwikkelingen en aanpassingen in de dienstverlening en uitvoering van Dienst Toeslagen en in de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (AWIR) meegenomen. Daarnaast wordt er gekeken naar de ontwikkelingen in de beleidstheorie van Toeslagen en naar de burgerbeleving. Ook worden geleerde lessen uit het huidige stelsel voor toekomstige hervormingen in beeld gebracht. Voor dit onderzoek worden de evaluatieonderzoeken van de afgelopen jaren gebruikt, waaronder de gecombineerde evaluatie van de Awir en van de dienstverlening en uitvoering uit 2022 dat als nulmeting geldt.

Periodieke rapportage Toeslagen

Periodieke rapportage

2031

Te starten

13

 

De doelmatigheid en doeltreffendheid van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (AWIR) voor het beleidsthema Toeslagen wordt overkoepelend in beeld gebracht. Hierin worden de ontwikkelingen in de dienstverlening en uitvoering van Dienst Toeslagen meegenomen. Evaluaties van eerdere jaren worden voor dit onderzoek gebruikt, waarbij ook wordt gekeken naar voortgang op gedane adviezen uit eerdere onderzoeken.

Monitor niet-gebruik

Ex-durante evaluatie

2026

Lopend

13

 

De monitor niet-gebruik brengt de omvang en oorzaken van niet-gebruik (wanneer mensen recht hebben op toeslagen of wanneer er sprake is van meer recht, maar mensen hier geen gebruik van maken) in kaart voor vier specifieke toeslagen: zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag voor de jaren 2022-2023.

Onderzoek uitvoering en dienstverlening Toeslagen

Ex-durante evaluatie

2026

Lopend

13

 

In 2025 is gestart met een ex-durante evaluatie van de dienstverlening en uitvoering als input voor de periodieke rapportage Toeslagen. Dit onderzoek is vooral gericht op het in kaart brengen van de burgerbeleving.

Monitor niet-gebruik

Ex-durante evaluatie

2028

Te starten

13

 

De monitor niet-gebruik zal voor een derde keer uitgevoerd worden voor het in kaart brengen van de omvang en oorzaken van niet-gebruik voor vier specifieke toeslagen: zorgtoeslag, huurtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag op basis van nieuw beschikbare gegevens.

Onderzoek uitvoering en dienstverlening Toeslagen

Ex-durante evaluatie

2029

Te starten

13

 

In aanloop naar de volgende vijfjaarlijkse evaluatie van Toeslagen wordt een ex-durante evaluatie voorzien. Doel van dit onderzoek is om tussentijds inzicht te vergaren in de ontwikkeling in de uitvoering en dienstverlening vanuit het perspectief van de burger.

b. Recht doen aan het verleden

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage hersteloperatie1

Periodieke rapportage

2028

Te starten

13

 

Met de periodieke rapportage wordt inzicht gegeven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de hersteloperatie Toeslagen, zowel vanuit het perspectief van het beleid, als de uitvoering en de gedupeerden. De bevindingen worden gebruikt om lessen te trekken voor toekomstige hersteloperaties. Fase 1 van de evaluatie is gestart als onderdeel van SEA 2025. Dit is het vervolg daarvan.

Tussenrapportage CAF11

Deelonderzoek

2026

Lopend

 
 

Procesevaluatie van de compensatieregeling voor CAF11 en vergelijkbare cases.

Tussenrapportage Awir/OGS

Deelonderzoek

2026

Lopend

 
 

Procesevaluatie van de aanpassing Awir in het kader van de hersteloperatie.

Tussenrapportage BAK en oudercommissie

Deelonderzoek

2026

Lopend

 
 

Evaluatie van het functioneren van deze commissies.

Tussenrapportage Slachtofferschap

Deelonderzoek

2026

Te starten

 
 

Analyse van de defintie van «slachtofferschap» in verschillende fases van de hersteloperatie.

1

Gelet op het aflopen van de hersteloperatie, de tijd die nodig is voor de evaluatie hersteloperatie toeslagen, en het soortgelijke karakter van de wetsevaluatie en de periodieke rapportage, is de periodieke rapportage van dit subthema samengevoegd met de evaluatie van de Wet hersteloperatie toeslagen en de aanvullende wet.

Thema 6: Dienst Toeslagen

Dit SEA-thema is gekoppeld aan begrotingsartikel 13.

a. Presteren in het heden en anticiperen op de toekomst

Opbouw

Binnen het SEA-thema Toeslagen is de agendering van evaluaties opgebouwd langs de strategische doelstellingen: presteren in het heden, anticiperen op de toekomst en rechtdoen aan het verleden. Bij het subthema Presteren in het heden en anticiperen op de toekomst vindt elke vijf jaar een periodieke rapportage plaats, met als doel inzicht te bieden in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (Awir), en uitvoering en dienstverlening over de afgelopen vijf jaar.  De periodieke rapportage wordt voorafgegaan door een ex-durante evaluatie, verschillende monitors (waaronder niet-gebruik en de toeslagenmonitor) en andere, meer operationele onderzoeken om nieuwe beleidsideeën te toetsen of beleid te verbeteren.

Inzichtbehoefte

De agendering op dit subthema ligt in lijn met het streven om de dienstverlening aan alle toeslaggerechtigden te optimaliseren, om meer in de actualiteit te werken en zo betere resultaten te behalen op de drie burgerbeloften: ‘wij staan voor u klaar’, ‘u weet waar u aan toe bent’ en ‘u krijgt waar u recht op heeft’.

Met de onderzoekscyclus wordt tevens invulling gegeven aan de wettelijke verplichting om vijfjaarlijks verslag uit te brengen over de doeltreffendheid van de Algemene Wet Inkomensafhankelijke Regelingen (Awir) en de effecten van de wet in de praktijk. Deze cyclus is in 2022 opgestart, volgend op de ontvlechting en de oprichting van Dienst Toeslagen als zelfstandig onderdeel van het ministerie van Financiën.

b. Recht doen aan het verleden

Opbouw

Het subthema Recht doen aan het verleden gaat over de hersteloperatie van de toeslagenaffaire. Het doel van de hersteloperatie is gedupeerden erkenning en financieel herstel bieden voor het onrecht dat hen is aangedaan bij de uitvoering van de toeslagenregelingen. Naast de regelingen voor gedupeerde aanvragers zijn er regelingen voor andere groepen die geraakt zijn door de problemen met de kinderopvangtoeslag of andere toeslagen. De hersteloperatie richt zich niet alleen op financieel herstel, maar ook op emotioneel en maatschappelijk herstel.

De periodieke rapportage zal naar verwachting in 2028 naar de Kamer worden gezonden. In de loop van 2026 en 2027 zal de Kamer door middel van tussenrapportages worden geïnformeerd over de resultaten van afzonderlijke deelonderzoeken.

Inzichtbehoefte

De periodieke rapportage beoogt inzicht te geven in de doeltreffendheid en doelmatigheid van het financieel herstel van gedupeerden van de toeslagenaffaire. Hierbij worden verschillende perspectieven betrokken. Dit zijn onder andere de rechtsbescherming, de wetssystematiek in relatie tot de uitvoering van de wet, de organisatorische aspecten, het burgerperspectief en de te trekken lessen uit de hersteloperatie. Hiermee wordt enerzijds beoogd de wet te evalueren en anderzijds leerlessen te formuleren ten aanzien van het effectief bieden van herstel en de wijze waarop dit geregeld en georganiseerd kan worden.

De evaluatie van de hersteloperatie wordt uitgevoerd door Mozaïek, een consortium van vier onderzoeksbureaus, dat is geselecteerd in een Europese Aanbesteding. Het consortium stelt ook de periodieke rapportage op.

Tabel 72 Uitwerking thema 7: Douane

Uitwerking thema 7: Douane

    

a. Productiviteit en doelmatigheid

Titel onderzoek

Type onderzoek

Afronding

Status

Artikel

Periodieke rapportage Douane

Periodieke rapportage

2026

Lopend

9

 

Inzicht vergroten in:- De beleidseffecten die opdrachtgevers willen bereiken door middel van de inzet van Douane activiteiten en resultaten.- De wijze waarop Douane activiteiten en resultaten (in theorie en praktijk) bijdragen aan het bereiken van deze outcome, en hoe deze resultaten, relaties en outcome inzichtelijk en meetbaar kunnen worden gemaakt.- De wijze waarop ambities van Douane en opdrachtgevers ten aanzien van resultaten en outcome zich vertalen in het handhavingsplan Douane.- De manier waarop keuzes in het Handhavingsplan consequenties kunnen hebben voor individuele opdrachtgevers en hoe hier in gezamenlijkheid over kan worden gesproken en besloten (sturen op effecten).- De wijze waarop Douane als opdrachtnemer over deze resultaten, relaties en outcome zou moeten rapporteren.- De mate van haalbaarheid van deze wijze van rapporteren en de inspanning die nodig is om het gewenste niveau van rapporteren te realiseren.

Doelmatigheid van investeringen in scan, detectie en algoritmiek

Ex-durante evaluatie

2027

Te starten

9

 

Het doel is om inzicht te vergroten in de doelmatigheid van de investeringen in scan, detectie en algoritmiek.

Productiviteit en doelmatigheid van het toezichtsmodel

Ex-durante evaluatie

2028

Te starten

9

 

Het doel is om inzicht te krijgen in:- De doelmatigheid van het toezichtsmodel- Welke verschuivingen tussen toezichtsvormen en tussen instrumenten het meest opleveren.

Bijdrage aan aanpak georganiseerde ondermijnende criminaliteit

Ex-post evaluatie

2029

Te starten

9

 

Het doel is om inzicht te krijgen in welke mate de inzet van de douane ten behoeve van de aanpak van georganiseerde criminaliteit werkt zoals bedoeld? En hoe doeltreffend de inzet van de douane tot nu toe is geweest in deze opgave?

Thema 7: Douane

Dit SEA-thema is gekoppeld aan begrotingsartikel 9.

a. Productiviteit en doelmatigheid

Opbouw en inzichtbehoefte

De agendering van dit thema ligt in lijn met de focus op het verhogen van de productiviteit. Evaluaties hebben als doel inzicht te krijgen in de doelmatigheid van (grote) investeringen, om productiviteit (verder) te kunnen onderbouwen en te leren van geleverde bijdragen aan een ketenaanpak. 

De periodieke rapportage van 2026 vormt het sluitstuk van het subthema Effectgericht sturen. Na deze periodieke rapportage zal het nieuwe subthema Productiviteit en doelmatigheid starten, waarvan de inzichtbehoefte nog nader moet worden uitgewerkt.

Bijlage 5: Lijst van afkortingen

Tabel 73 Lijst van afkortingen

A

 

ABC-doelen

Afdracht, Beschermen en Concurrentiepositie

ACM

Autoriteit Consumenten en Markt

ACP

Afrikaanse, Caribische en Pacifische landen

ADR

Auditdienst Rijk

ADSB

Atradius Dutch State Business

AFM

Autoriteit Financiële Markten

AIIB

Asian Infrastructure Investment Bank

ANBI

Algemeen Nut Beoogde Instelling

ASB

Assurantiebelasting

Awb

Algemene wet bestuursrecht

Awir

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

Awr

Algemene wet inzake rijksbelastingen

  

B

 

BAK

Bezwaarschriftenadviescommissie Kinderopvangtoeslag

bbp

Bruto Binnenlands Product

BCF

Btw-compensatiefonds

BerB

Bedrijfseconomische resultaatbepaling

BES

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BNG

BNGBank Nederlandse Gemeenten

bni

Bruto Nationaal Inkomen

BoP

Betalingsbalanssteun

BPM

Belasting voor Personenauto's en Motorfietsen

Btw

Belasting over de toegevoegde waarde

  

C

 

CAF

Combiteam Aanpak Facilitators

CAF11

Combiteam Aanpak Facilitators ‒ 11e onderzoek

CAP

Centrale Administratieve Processen

CBAM

Carbon Border Adjustment Mechanism

CBS

Centraal Bureau voor de Statistiek

CDFD

College Deskundigheid Financiële Dienstverlening

CEA

Commissie Eindtermen Accountantsopleiding

CET-1

Common Equity Tier 1

CJIB

Centraal Justitieel Incassobureau

cMEV

concept Macro Economische Verkenningen

COP26

26th Conference of the Parties to the UN Framework Convention on Climate Change

COVRA

Centrale Organisatie Voor Radioactief Afval

CP

Commercial Paper

CPB

Centraal Planbureau

CW

Comptabiliteitswet

  

D

 

DAC

Directive on Administrative Cooperation

DG

Directoraat-Generaal

DGS

Depositogarantiestelsel

DNB

De Nederlandsche Bank

DRZ

Domeinen Roerende Zaken

DSL

Dutch State Loan

DTC

Dutch Treasury Certificate

DUO

Dienst Uitvoering Onderwijs

  

E

 

EB

Energiebelasting

EBA

Europese Banken Autoriteit

EBRD

European Bank for Reconstruction and Development

EC

Europese Commissie

ECA

Export Credit Agency

ECB

Europese Centrale Bank

Ecofinraad

Raad voor Economische en Financiële Zaken van de EU

EFSF

European Financial Stability Facility

EFSM

European Financial Stabilisation Mechanism

EGF

Europees garantiefonds

EIA

Energie-Investeringsaftrek

EIB

Europese Investeringsbank

EIF

European Investement Fund

EKV

Exportkredietverzekering

EMB

Eigenmiddelenbesluit

EMU

Economische en Monetaire Unie

ERM

Europees wisselkoersmechanisme

ESA-2010

Europese Systeem van Nationale en Regionale Rekeningen

ESM

European Stability Mechanism

EU

Europese Unie

  

F

 

FD

Fiscaal Dienstverlening

FEC

Financieel Expertise Centrum

FIOD

Financiële Inlichtingen- en Opsporingsdienst

FMO

Nederlandse Financieringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden

FSV

Fraude Signalering Voorziening

fte

Fulltime-equivalent

  

G

 

GLF

Greek Loan Facility

GO

Grote Ondernemingen

  

H

 

HIR

Herinvesteringsreserve

  

I

 

IACK

Inkomensafhankelijke combinatiekorting

IASB

International Accounting Standards Board

IB

Integrale Beoordeling/Inkomstenbelasting

IBRD

International Bank for Reconstruction and Development

IBTD

Inspectie Belastingen, Toeslagen en Douane

IBR

International Bank for Reconstruction and Development

ICT

Informatie- en Communicatietechnologie

IDA

International Development Association

IFI

Internationale Financiële Instellingen

IFRS

International Financial Reporting Standards

IH

Inkomensheffing

IHH

informatiehuishouding

IMF

Internationaal Monetair Fonds

IV

Informatievoorziening

  

J

 
  

K

 

KLM

Koninklijke Luchtvaart Maatschappij

KEW

Kapitaalverzekering Eigen Woning

KNM

Koninklijke Nederlandse Munt

Kpi

Kritische prestatie-indicator

KYC

Know Your Customer

  

L

 

LH

Loonheffing

  

M

 

MEV

Macro Economische Verkenning

MFB

Macro-financiële bijstand

MFK

Meerjarig Financieel Kader

MIA

Milieu-investeringsaftrek

MIF

Multilateral Interchange Fee

MIGA

Multilateral Investment Guarantee Agency

MKB

Midden- en Kleinbedrijf

mld

Miljard

mln

Miljoen

MNE

multinational enterprise

MNSP

Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen

MOB

Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer

MRB

Motorrijtuigenbelasting

MVO

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

  

N

 

NBM

Nederlands Bureau der Motorrijtuigverzekeraars

NCSC

Nationaal Cyber Security Centrum

nDWU

nieuwe Douanewetboek van de Unie

NFKo

Nieuwe Financiering Kinderopvang

NGEU

NextGenerationEU

NHT

Nederlandse Herverzekeringsmaatschappij voor Terrorismeschaden

NIO

Nederlandse Investeringsbank voor Ontwikkelingslanden

NLFI

Nederlandse Staat der Participaties

NWB

Nederlandse Waterschapsbank

  

O

 

OB

Omzetbelasting

OCT

Overzeese landen en gebieden

OESO

Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OGS

Opzet of Grove Schuld

OVB

Overdrachtsbelasting

  

P

 

PSD

Payment Services Directive

  

R

 

RBV

Rijksbegrotingsvoorschriften

RPE

Regeling Periodieke Evaluatie

RRB

Renterisicobedrag

RST

Resilience and Sustainability Trust

RWT

Rechtspersoon met een Wettelijke Taak

RVO

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

  

S

 

SAFE

Security Action for Europe

SEA

Strategische Evaluatie Agenda

SG

Secretaris-Generaal

SRH

SNS REAAL Holding

SSO

Shared Service Organisatie

SPUK

Specifieke Uitkering

SURE

Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency

SZW

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

  

T

 

TEM

Traditionele Eigen Middelen

U

 

UBO

Ultimate Beneficial Owners

UCN

Ultra Centrifuge Nederland

UHT

Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen

ULCM

Ukraine Loan Cooperation Mechanism

USD

Amerikaanse dollar

  

V

 

ViDA

VAT in the Digital Age (Europese Richtlijn)

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Vpb

Vennootschapsbelasting

VWS

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

  
  

W

 

WAKO

Wet Aansprakelijkheid Kernongevallen

WBSO

Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk

Wet Hof

Wet houdbare overheidsfinanciën

Wft

Wet op het financieel toezicht

WOK

Wet op de Kansspelen

Woo

Wet Open Overheid

WOZ

Waardering Onroerende Zaken

  

Z

 

ZBO

Zelfstandig Bestuursorgaan

Licence