Base description which applies to whole site
+

Bijlage 1 – Sanctiebeleid en malversaties

In de nota «beheer en toezicht» die in 1998 aan de Tweede Kamer werd voorgelegd (TK 25 860, nr. 1), is toegezegd dat het parlement bij de jaarlijkse rekening van het ministerie van Buitenlandse Zaken geïnformeerd zal worden over de bewezen gevallen van malversatie en de daarbij getroffen sancties respectievelijk de afweging die is gemaakt om geen sanctie te treffen.

Ook is toegezegd tekortkomingen zoals het niet (tijdig) ontvangen van projectrapportages ondanks herhaaldelijk rappel, het niet leveren van prestaties of het anders dan contractueel is overeengekomen besteden van beschikbaar gestelde middelen te melden wanneer er een substantieel belang gemoeid is.

Malversaties

In 2010 zijn in totaal tweeëntwintig gevallen van vermoedens van malversaties gemeld. Vermoedens van malversatie worden altijd onderzocht, in de meeste gevallen door middel van fraude forensisch onderzoek door een accountant. Eind 2010 zijn er nog acht gevallen in onderzoek. Alle onderzoeken naar vermoedens van malversatie uit voorgaande jaren zijn in 2010 afgerond. Hieronder worden de zes bewezen malversaties genoemd uit 2010 en drie malversaties uit 2009.

OLSET-Zuid-Afrika

De plv. directeur van Open Learning Systems Education Trust (OLSET) meldde de ambassade in Pretoria op 20 februari 2009 dat zij vermoedens heeft van inhoudelijke en mogelijk ook financiële onjuistheden in rapportages van de organisatie aan de ambassade. Na een proces van wederhoor heeft de ambassade verdere betaalverzoeken opgeschort en opdracht gegeven voor een audit. De audit toont aan dat de interne organisatie van OLSET gebrekkig is. Een bedrag van ZAR 2 miljoen (EUR 226 250) is niet verantwoord; over een bedrag van ZAR 2,5 miljoen (EUR 282 800) bestaan twijfels. Het contract is formeel beëindigd en het niet verantwoorde bedrag is ingevorderd. OLSET is inmiddels failliet. De ambassade heeft een juridische procedure gestart in Zuid-Afrika. De ambassade heeft de kwestie aanhangig gemaakt bij de Master of the High Court. Betrokkenen worden – zo mogelijk – persoonlijk aansprakelijk gesteld.

Recycling project – Senegal

In april 2009 tekende de ambassade een contract voor een recycling project (EUR 25 000) met de firma Recuplast. De manager en eigenaar van Recuplast gaf aan te handelen namens de vrouwengroep Lague Diome in Dakar. De eerste tranche van EUR 20 000 werd overgemaakt. Later bleek dat de vrouwengroep de manager al ontslagen had toen hij tekende. Ook informeerde hij de ambassade te laat over het mislukken van het project. Hoewel een inhoudelijk en financieel verslag werd ontvangen, konden veel uitgaven niet worden verantwoord. Recuplast is ontbonden. De post heeft juridisch advies ingewonnen en is momenteel in overleg met de curator van Recuplast om te bezien of er nog fondsen zijn die aan de ambassade overgemaakt kunnen worden omdat de vordering nog EUR 15 361 bedraagt.

PSOM project – Kenia

Vermoeden van fraude bij een PSOM project in Kenia. Toegezegde PSOM schenking is EUR 555 121. NL EVD Internationaal heeft fraudeonderzoek uitgevoerd. De contractpartij heeft meerdere verplichtingen uit de gesloten overeenkomst geschonden. Het is gebleken dat ingediende facturen en protocollen of receipt niet overeenkwamen met de werkelijkheid. De contractpartij geeft aan dat (mis)communicatie met de lokale projectpartner de hoofdoorzaak is van de ontstane problemen. De overeenkomst met de contractpartij is ontbonden. Een bedrag van EUR 233 852 is teruggevorderd. Agentschap NL heeft aangifte gedaan tegen de contractpartij wegens vermoeden van oplichting dan wel valsheid in geschrifte dan wel pogingen daartoe. De contractpartij heeft inmiddels het gevorderde bedrag terug betaald aan agentschap NL.

KESSP – Kenia

Vermoeden van fraude met Fast Track Initiative (FTI) gelden bij KESSP (Kenya Education Sector Support Program). Betalingen zijn stopgezet door het FTI. Nederland is geen directe financier van het Kenya Education Sector Support Programme maar draagt bij aan het FTI. Ook de Wereldbank en UNICEF zijn hierdoor geraakt en vorderen fondsen terug. De Keniaanse overheid draagt het meeste bij aan het KESSP. Een forensische audit over 2007 en 2008 is uitgevoerd. Op basis van de huidige gegevens zal FTI USD 16 743 579 terug gaan vorderen. De Keniaanse overheid zal de bevindingen van de audit publiek maken en heeft de zaak gemeld bij de Keniaanse Anti-Corruptie Commissie. Ook zullen verregaande verbeteringen in de financiële managementsystemen van het ministerie van Onderwijs worden doorgevoerd.

GFATM – Mali

Eind 2009 werd fraude geconstateerd door het Global Fund bij het Ministry of Health in Mali. De voorlopige resultaten van het onderzoek van de Algemene Inspecteur van het GFATM tonen aan dat er sprake is van fraude en vermoed wordt dat het grootschalige fraude betreft met dit fonds. Er zijn geen Nederlandse bilaterale middelen bij betrokken maar Nederland levert een algemene bijdrage aan het fonds. Besloten werd om de betaling van EUR 4 miljoen aan sectorsteun aan het Ministry of Health uit te stellen totdat meer duidelijkheid was verkregen over de aard en omvang van de fraude. De fraude betreft fondsen die op een volledig separate manier door het Global Fund bij de Malinese overheid in beheer zijn gegeven. Deze unit valt buiten de reguliere interne financiële controle en audit van het ministerie. De externe auditor heeft bij de controle van de jaarrekening 2009 over de fondsen van sectorale budgetsteun geen fraude of malversaties geconstateerd. De sectorsteun voor Mali is in november 2010 overgemaakt.

One Europe Foundation – Moldavië

Een Matra project in Moldavië is voortijdig stopgezet vanwege ernstige vermoedens van fraude door een lokale uitvoerder. De Nederlandse subsidieaanvrager «one Europe Foundation» heeft het ministerie hierover geïnformeerd. Uit het rapport van de Moldavische auditor bleek dat de lokale uitvoerder niet alle fondsen op correcte wijze had aangewend en dat een handtekening was vervalst. Het is One Europe Foundation niet gelukt de niet-verantwoorde fondsen van EUR 24 139 terug te krijgen. Terugbetaling zou leiden tot het faillissement van One Europe Foundation. Eventuele juridische stappen in Moldavië zouden niet tot daadwerkelijk resultaat leiden. Op advies van de interne hoorcommissie van het ministerie is het door de lokale uitvoerder onrechtmatig bestede bedrag van EUR 24 139 kwijt gescholden.

ECOWAS-Nigeria

Een betaalstop was opgelegd aan ECOWAS omdat niet afdoende gereageerd werd op een terugvordering van EUR 603 623. Uit een door ECOWAS ingesteld intern onderzoek is nu gebleken dat het geld ontvreemd is door de toenmalige resrep ECOWAS in Abidjan. Dit heeft President Gbeho van ECOWAS medegedeeld aan de ambassadeur in Abuja. Gbeho wil het bedrag uit de algemene middelen terugstorten. Een schriftelijke bevestiging van ECOWAS dat het geld overgemaakt zal worden, is ontvangen. Een intern fraudeonderzoek is nog gaande. Er is een betaal- en committeringsstop ingesteld voor ECOWAS totdat het bedrag is ontvangen.

PSOM project – Suriname

In 2007 kreeg het bedrijf Qualogy Holding een PSOM bijdrage van EUR 745 000 om een ICT business en consultancy op te zetten in Suriname. Tijdens de looptijd van het project bleek dat er niet de afgesproken hardware in het project was geplaatst. De EVD zette de betalingen stop en heeft een terugvordering ingesteld van EUR 346 756 en heeft in november aangifte gedaan. Tevens heeft de FIOD een inval gedaan bij het bedrijf in verband met belastingfraude.

Anticorruptie inzet PNPM programma – Indonesië

Nederland steunt via het PNPM Support Facility, dat door de Wereldbank wordt beheerd, een programma dat zich richt op het verbeteren van het fiduciary systeem van de Indonesische overheid, en geeft daarbij veel aandacht aan (de opsporing en aanpak van) mogelijke fraude. Dat het programma daarbij op mogelijk misbruik van fondsen stuit is een doelstelling van het programma. Op basis van de voorlopige gegevens concludeert het ministerie dat het Nederlandse financiële belang beperkt is. Een bedrag van USD 10 308 is tot nu toe toewijsbaar aan de Nederlandse bijdrage.

Opgelegde sancties

In totaal zijn eenentwintig sancties opgelegd aan contractpartijen in 2010. Sancties worden opgelegd indien contractueel overeengekomen rapportages ondanks herhaaldelijk rappel niet zijn ontvangen, prestaties niet geleverd zijn of de beschikbare middelen anders zijn gebruikt dan contractueel is overeengekomen. Sancties kunnen permanent of tijdelijk van aard zijn. Tijdelijke sancties kunnen bestaan uit het aanhouden van betalingen of het tijdelijk uitsluiten van organisaties tot aan de verplichtingen is voldaan. Permanente sancties bestaan uit het terugvorderen van voorschotten en eventuele juridische stappen tegen een organisatie.

In overeenstemming met de afspraak met de Tweede Kamer (TK 31 444 V, nr 6 10) worden sancties toegelicht, indien er sprake is van één of meerdere van onderstaande punten:

  • 1. uitsluiting van een organisatie;

  • 2. meerdere meldingen ten aanzien van een organisatie;

  • 3. vorderingen van € 500 000,- of meer.

Aan de stichting EULEC is in 2005 een subsidie toegekend voor een Matra-project in Turkije. Het project is op verzoek van EULEC in 2007 voortijdig beeindigd aangezien de samenwerking met de Turkse partner in de praktijk niet tot stand kwam. Door deze voortijdige beëindiging ontstond een vordering op de stichting. Van deze vordering kon na een gerechtelijke procedure slechts een deel terugbetaald worden. Deze deelbetaling bleek het maximaal haalbare waardoor het overige deel van de vordering moest worden kwijtgescholden. Derhalve zijn de bestuursleden van de stichting uitgesloten van toekomstige financiering op persoonlijke titel of via een nieuwe organisatie.

De organisatie Southern African Development Community in Botswana voldeed voor de activiteit «Hycos», met als doelstelling het opzetten van een database voor hydro-meteorologische gegevens, niet aan de laatste rapportageverplichtingen. Voor het nog openstaande voorschot van circa € 650 000,– is een vordering ingesteld.

Ontheffing sanctiebeleid

In 2010 is in totaal 27 keer een verzoek gedaan voor tijdelijke ontheffing van het opleggen van een sanctie. In 25 gevallen heeft de departementsleiding daarmee ingestemd. Indien een contractpartij niet tijdig een gevraagde rapportage inlevert is het ministerie verplicht na het versturen van 2 rappellen een sanctie op te leggen. Het kan echter voorkomen dat de organisatie met redenen omkleed aangeeft de deadline niet te kunnen halen maar aannemelijk kan maken dat binnen afzienbare termijn dit wel te kunnen. In een dergelijk geval kan tijdelijke ontheffing verleend worden voor het opleggen van een sanctie. Hiervoor is een besluit van de ambtelijke leiding van de betreffende directoraten-generaal nodig. Nadat het rapport is ontvangen kan de activiteit regulier afgewikkeld worden. Als duidelijk is dat de contractpartij toch in gebreke blijft wordt alsnog een sanctie opgelegd.

Met betrekking tot de Afrikaanse Unie is het afgelopen jaar wederom ontheffing van sanctie verleend. De Afrikaanse Unie is verplicht een audit uit te laten voeren voor de Nederlandse bijdrage aan diverse vredesmissies o.m. in Darfur. Het gaat om een zestal AMIS ( African Union Mission in Sudan) activiteiten. De donoren hebben, na lang wachten, besloten een gezamenlijke audit uit te laten voeren. Het concept accountantsrapport is halverwege 2010 voor commentaar aan de AU aangeboden. Inmiddels hebben de donoren een eind concept van het rapport ontvangen waarin geen onrechtmatigheden worden genoemd. Het wachten is nu op een afsluitende sessie tussen de AU, de donoren en de accountant om het rapport een definitieve status te kunnen geven.

Aan het ministerie van Financiën en Economische Zaken in Tanzania werd met betrekking tot het Rural Water Supply en Sanitation Programme tijdelijke ontheffing van een sanctie verleend. Het ministerie voldeed niet tijdig aan de rapportageverplichting tot het leveren van een afsluitend accountantsrapport. Onder dreiging van terugvordering van het openstaande voorschot stemt het ministerie uiteindelijk in met de accountantscontrole waarbij de Ambassade de contractering van de accountant voor haar rekening neemt. Bij afloop van de ontheffingstermijn is het concept accountantsrapport met goedkeurende verklaring ontvangen. Dit rapport bevatte echter onjuistheden. De definitieve verbeterde versie van de rapportage is begin december voor reactie en ondertekening naar de verschillende districtskantoren ressorterend onder het ministerie gestuurd. Begin 2011 zal naar verwachting het definitieve accountantsrapport worden ontvangen.

Verzocht werd om een ontheffing van een sanctie ten behoeve van het Surinaamse ministerie van Planning en Ontwikkelingssamenwerking (PLOS) rond de rapportageverplichtingen met betrekking tot de verdragsmiddelen. Gezien de politieke situatie en de verkiezingen leek het risico te groot dat PLOS niet binnen afzienbare termijn aan haar verplichtingen tot het leveren van rapportages en accountantsrapporten kon voldoen. Het verzoek tot ontheffing werd derhalve afgewezen. Gezien het bijzondere karakter van de verdragsmiddelen en het mogelijk negatieve effect van sanctiemaatregelen voor Nederlandse ondernemingen die door de Surinaamse overheid gecontracteerd zijn werd gekozen voor een «sanctiemaatregel» in de vorm van een Note Verbale. Deze maatregel heeft het beoogde effect gehad.

Verzocht werd om een tijdelijke ontheffing van een sanctie aan het Ministerie van Public Health & Population in Yemen. Rond het «maternal en newborns health programme» kon de accountant niet komen tot een oordeel. Deze conclusie was niet acceptabel voor de Ambassade en begin 2010 werd de accountant opnieuw aan het werk gezet. Bij een volgende versie halverwege 2010 bleek dat het ministerie conflicterende informatie had gegeven waardoor de accountant weer aanvullende werkzaamheden moest verrichten. Ontheffing werd aangevraagd tot eind november 2010. Echter omdat er op dat moment geen duidelijk zicht was op verbetering van de kwaliteit van de rapportage werd het verzoek afgewezen en werd een invorderingsprocedure opgestart. Dit had tot gevolg dat binnen de gegeven deadline de problemen tussen de accountant en het ministerie werden opgelost en het ontbrekende accountantsrapport werd ontvangen.

Licence