Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 50: Vreemdelingen

50 Algemene doelstelling

Een gereglementeerde en beheerste toelating tot, verblijf in en vertrek uit Nederland of terugkeer van vreemdelingen, die in nationaal en internationaal opzicht maatschappelijk verantwoord is.

Doelbereiking en maatschappelijke effecten

In 2011 is gewerkt aan het verder stimuleren van de immigratie die een bijdrage levert aan de samenleving en anderzijds is gewerkt aan het beperken van de instroom van migranten die weinig perspectief hebben op een zelfstandig bestaan in Nederland. Met prioriteit is gewerkt aan wet- en regelgeving om de asielprocedure verder te stroomlijnen, het stapelen van procedures tegen te gaan en de terugkeer van uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen te intensiveren. Verder is op nationaal en Europees niveau gewerkt aan mogelijkheden om gezinsmigratie verder te reguleren en gezinsmigratie van kansarme vreemdelingen tegen te gaan. Hiertoe is nationale regelgeving aangepast en is een Europees beïnvloedingstraject opgezet om de Nederlandse standpunten ten aanzien van gezinsmigratie onder de aandacht te brengen van de EU partners en draagvlakte te verkrijgen voor het Nederlandse standpunt.

Budgettaire gevolgen van beleid

50.1 Vreemdelingen

Budgettaire gevolgen van beleid (in € 1 000)

     

Realisatie

Vastgestelde ISB begroting

Verschil

 

2007

2008

2010

2011

2011

2011

Verplichtingen

   

1 052 589

1 274 925

765 573

509 352

             

Uitgaven

1 059 944

1 064 761

1 055 196

902 604

765 573

137 031

50.1 Opvang gedurende beoordeling verblijf

     

809 371

672 090

137 281

50.2 Terugkeer vreemdelingen

     

93 233

93 483

– 250

             

Ontvangsten

 

 

 

8 469

467

8 002

Financiële toelichting

Op het artikel vreemdelingen is meer uitgegeven dan geraamd. Onderstaand volgt een toelichting op artikelonderdeel om dit inzichtelijk te maken.

Verplichtingen

Het verschil is te verklaren door toevoeging van de intensiveringmiddelen uit het Regeerakkoord op het beleidsterrein van immigratie en asiel. De intensiveringen hebben ten doel misbruik zoveel mogelijk in te perken en asielprocedures te versnellen. Tevens heeft een actualisatie plaatsgevonden voor de toerekening van de kosten voor eerstejaars opvang van asielzoekers aan het ODA-budget. Daarnaast is een deel van het verschil te verklaren door de verplichting die jegens het COA voor het jaar 2012 is aangegaan in het begrotingsjaar 2011 (€ 366 mln.).

Uitgaven

Het verschil is te verklaren door uitgave van de bovengenoemde intensiveringmiddelen, ten behoeve van het inperken van misbruik en versnelling van asielprocedures, en de actualisatie van de toerekening aan het ODA-budget.

Ontvangsten

Betreft een saldo van ontvangsten van verschillende ketenpartners ter dekking van de uitgaven voor het BVV systeem (Basis Voorziening Vreemdelingen), ontvangsten in het kader van detacheringen en een vertraagde ontvangst over het jaar 2010 in het verantwoordingsjaar.

Externe factoren

Een groot deel van het vreemdelingenbeleid is ingebed in Europese regelgeving en is daarmee afhankelijk van uitkomsten van onderhandelingsprocessen en rechterlijke uitspraken op dit niveau. Zo is het succes van het vreemdelingenbeleid mede afhankelijk van de mate waarin het Europese migratiebeleid moet worden vertaald naar de Nederlandse praktijk. Voor een effectief beleid is daarom de inzet van Nederland in Europa nodig, met name in de Europese Raad voor Justitie en Binnenlandse Zaken. Ook wordt het vreemdelingenbeleid beïnvloed door internationale factoren, zoals verdragen en de medewerking van derde landen bij de terugname van personen en de situatie in de landen van herkomst.

Realisatie meetbare gegevens

Het is niet mogelijk om aan de hand van enkele indicatoren uitspraken te doen over de maatschappelijke effecten van het vreemdelingenbeleid. Doelstellingen als het beheersen en reglementeren van migratie en maatschappelijk draagvlak voor beleid zijn moeilijk in cijfers uit te drukken. Wel wordt onder de operationele doelstellingen, daar waar mogelijk, inzicht gegeven in de gerealiseerde input, en output van het beleid.

50 Operationele doelstelling 1

Zorgvuldige en tijdige afdoening van aanvragen van verlening van een verblijfsvergunning of van een naturalisatieverzoek

Doelbereiking

In het afgelopen jaar is een groot aantal beleidswijzigingen voorgesteld, geïmplementeerd en geëvalueerd. Met deze activiteiten wordt op het terrein van het vreemdelingenbeleid de optimale omstandigheden gecreëerd om de doelstelling te verwezenlijken. Waar het om geïmplementeerd of geëvalueerd beleid gaat, zijn de resultaten hieronder opgesomd, waar het om nieuw beleid gaat is de te verwachte bijdrage benoemd.

De asielprocedure

Instrumenten

Op 1 juli 2010 is de verbeterde asielprocedure in werking getreden. Conform toezegging is na de zomer van 2011 aan de Tweede en Eerste Kamer verslag gedaan over de eerste bevindingen na één jaar verbeterde asielprocedure (Kamerstukken II, 2010–2011, 19 637, nr. 1460).

De belangrijkste wijzigingen die zijn doorgevoerd in de verbeterde asielprocedure zijn:

  • het verplaatsen van de rust- en voorbereidingstermijn naar de voorkant van de asielprocedure in plaats van na de AC-fase (de eerste aanvraag bij een aanmeldcentrum);

  • het gedurende de rust- en voorbereidingstermijn bieden van een medisch advies;

  • het verruimen van de zogeheten 48-uursprocedure (circa vijf à zes werkdagen) tot 8 dagen in de algemene asielprocedure;

  • het in principe in alle gevallen afnemen van het nader gehoor in de algemene asielprocedure in plaats van in de toenmalige OC (Onderzoek- en Opvangcentrum)-fase;

  • het gedurende de vertrektermijn bieden van opvang aan asielzoekers die na afwijzing van hun asielverzoek in de algemene asielprocedure tegen deze beslissing in beroep gaan;

  • het zoveel mogelijk meenemen van bijzondere aspecten, zoals medische omstandigheden en slachtofferschap van mensenhandel, in de asielprocedure dan wel het zoveel mogelijk parallel laten lopen van aparte procedures met de asielprocedure;

  • het verruimen van de toepassing van artikel 83 Vreemdelingenwet (Vw) (ex nunc-toets in beroep), waardoor rechters bij toetsing nieuwe feiten en omstandigheden mogen meewegen in hun oordeel;

  • het begeleiden bij terugkeer van ex-asielzoekers na afloop van de vertrektermijn gedurende een periode van in principe twaalf weken, vanuit een vrijheidsbeperkende locatie.

Het belangrijkste resultaat van de nieuwe asielprocedure is de stijging van het aantal asielaanvragen dat wordt afgedaan in de algemene asielprocedure naar 56% in 2011. Dit betekent dat een veel groter deel van de asielzoekers snel (ongeveer twee maanden na de eerste aanmelding) duidelijkheid heeft over hun perspectief op verblijf in Nederland.

Daarnaast geldt voor die zaken waarin beroep wordt aangetekend (tegen een afwijzing in de algemene asielprocedure) dat de rechter over het algemeen binnen de vertrektermijn van achtentwintig dagen uitspraak doet in de bodemzaak dan wel aanleiding ziet om een voorlopige voorziening te treffen, zodat opvang wordt gecontinueerd tot het moment van de uitspraak.

Een ander belangrijk resultaat is dat het in de nieuwe asielprocedure is gelukt om in principe in alle gevallen continuïteit van de rechtsbijstand te realiseren. Verder wordt in de rust- en voorbereidingstermijn door Vluchtelingenwerk Nederland aan vrijwel iedere asielzoeker voorlichting gegeven over de asielprocedure en vindt er een eerste gesprek plaats met de advocaat. De asielzoeker gaat hierdoor beter voorbereid de asielprocedure in. Tevens lijkt op basis van een analyse van de beschikbare gegevens in circa negentig procent van de gevallen het nader gehoor ook in de algemene asielprocedure te zijn afgenomen.

Programma Stroomlijning Toelatingsprocedures

In het Programma Stroomlijning Toelatingsprocedures wordt invulling gegeven aan de maatregelen van het Kabinet die erop gericht zijn toelatingsprocedures verder te stroomlijnen en doorlooptijden te bekorten. Hierdoor wordt procedure-stapelen tegengegaan en worden prikkels weggenomen die de (uitgeprocedeerde) vreemdeling ertoe kunnen aanzetten het verblijf in Nederland te verlengen. In 2011 is hiertoe het beleidskader uitgewerkt en zijn de gevolgen van de maatregelen voor de uitvoering onderzocht. Daarbij zijn tevens de financiële consequenties in beeld gebracht die bijdragen aan de besparingsreeksen uit het Regeerakkoord.

Het wetsvoorstel «herschikking asielgronden», voortvloeiend uit het Programma, is versneld uitgevoerd en op 16 september 2011 goedgekeurd door de Ministerraad. Dit wetsvoorstel ligt nu voor bij de Raad van State.

Europese harmonisatie

Nederland is een belangrijke pleitbezorger van Europese harmonisatie van het asielbeleid. In 2011 is onderhandeld over de herziening van de Kwalificatierichtlijn, de Procedurerichtlijn, de Opvangrichtlijn en de Dublinverordening om te komen tot een Europees asielstelsel. Tijdens de Europese Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie van 24 november 2011 is de herziening van de Kwalificatierichtlijn goedgekeurd. De Nederlandse inzet is dat een vreemdeling die binnen de Europese Unie internationale bescherming vraagt in alle lidstaten op eenzelfde uitkomst kan rekenen. Harmonisatie is ook belangrijk, omdat daarmee de verschillen tussen de lidstaten, die van invloed kunnen zijn op de richting van de asielzoekersstromen binnen de EU, worden weggenomen en dus asielshoppen wordt voorkomen. Lidstaten zouden een zekere mate van procedurele autonomie moeten behouden, zolang wordt voldaan aan gezamenlijk vastgestelde procedurele waarborgen.

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s)

In maart 2011 is beleid ingevoerd om vreemdelingenbewaring van alleenstaande minderjarige vreemdelingen sterk te beperken. Zij kunnen alleen nog in bewaring worden gesteld indien er sprake is van één of meer van onderstaande omstandigheden:

  • betrokkene is verdacht van of veroordeeld wegens een misdrijf;

  • het daadwerkelijke vertrek van betrokkene kan binnen veertien dagen worden gerealiseerd;

  • betrokkene is eerder met onbekende bestemming vertrokken uit de opvang of heeft zich niet gehouden aan een opgelegde meldplicht of vrijheidsbeperkende maatregel;

  • aan betrokkene is de toegang geweigerd aan de buitengrens, en de minderjarigheid is nog niet vastgesteld.

In mei 2011 is tijdens een algemeen overleg met de Tweede Kamer gesproken over de aangekondigde herijking van het amv beleid. In de loop van 2011 is deze herijking verder uitgewerkt. Hierbij zijn relevante (keten)partners betrokken. Vooralsnog is de beschermde opvang voor amv’s voor een periode van drie jaar verlengd. Met het COA vindt overleg plaats over de benodigde aanpassingen naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen uit het WODC-rapport betreffende de evaluatie van de beschermde opvang.

Opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers bij aanvragen op medische gronden

Sinds 1 januari 2010 kunnen uitgeprocedeerde asielzoekers onder bepaalde voorwaarden opvang krijgen gedurende hun aanvraag op medische gronden. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de motie Spekman (Kamerstukken II, 30 846, nr. 16). In februari 2011 heeft de minister voor Immigratie en Asiel de Tweede Kamer geïnformeerd dat de werkwijze die in 2010 voor een testfase van één jaar werd uitgevoerd, in 2011 wordt opgenomen in de reguliere werkprocessen van de uitvoeringsorganisaties (Kamerstukken II, 30 846, nr. 17).

Uitplaatsing statushouders uit de centrale opvang

In 2011 is intensief gewerkt aan het verkorten van de doorlooptijden van verblijf in de opvang van vergunninghouders en het terugdringen van de achterstanden in de huisvestingsopdracht bij gemeenten. Het aantal vergunninghouders in de opvang is daardoor afgenomen van ongeveer 5000 naar ongeveer 3000.

Gedurende de eerste helft van 2011 is de Taskforce Thuisgeven actief geweest die een advies aan de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Immigratie en Asiel heeft afgegeven over de mogelijke versnelling van het huisvestingsproces. Een projectteam heeft zich sinds medio 2011 gericht op het realiseren van quick-wins ter verbetering van het proces en het uitvoeren van een pilot op de door de Taskforce voorgestelde versnelde werkwijze. De resultaten van de pilot komen begin 2012 beschikbaar.

De reguliere procedure

De leges voor reguliere vergunningen zijn per 1 juli 2011 verhoogd om daarmee een grotere mate van kostendekkendheid te bereiken en de opbrengsten voor de begroting van 2011 met € 9 mln. te verhogen. Tevens is een nieuw legesstelsel in ontwikkeling dat ingevoerd kan worden zodra het Modern Migratiebeleid van kracht wordt.

Arbeids- en kennismigratie

Op 19 juni 2011 is de EU richtlijn betreffende de voorwaarden voor toelating en verblijf van hooggekwalificeerde arbeidsmigranten (de zogenoemde Blauwe Kaartrichtlijn) geïmplementeerd. Op 13 december 2011 heeft het Europese parlement ingestemd met de Richtlijn single permit, waardoor arbeiders uit derde landen met één procedure werk en verblijf kunnen regelen.

Om oneigenlijk gebruik van de nationale kennismigrantenregeling te voorkomen, is in de regelgeving opgenomen dat de IND een aanvraag tot een verblijfsvergunning kan weigeren, indien het opgegeven salaris niet marktconform is voor de desbetreffende functie.

Op EU-niveau wordt onderhandeld over een voorstel voor een richtlijn betreffende de voorwaarden voor toelating en verblijf van intra corporate transferees en een voorstel voor een richtlijn betreffende de voorwaarden voor toelating en verblijf van seizoenwerkers.

Met betrekking tot de pilot circulaire migratie is de conclusie getrokken dat deze niet voldoende van de grond is gekomen. Deze is daarom door de Minister van Buitenlandse Zaken per 1 september 2011 beëindigd.

Gezinsmigratie

Ter uitwerking van het Regeerakkoord heeft het kabinet maatregelen gepresenteerd die gericht zijn op het bevorderen van integratie en emancipatie, de bestrijding van fraude en misbruik in de toelatingsprocedure en het voorkomen van kansarme migratie. Hierbij is de inzet in Europa bij de verdere harmonisatie van het gezinsmigratiebeleid (Kamerstukken II, 32 175, nr. 1) van essentieel belang. De wijziging van het Vreemdelingenbesluit ter aanscherping van de voorwaarden voor gezinsmigratie is nagenoeg gereed voor publicatie. In het kader van voorkoming van fraude en misbruik worden liaisonmedewerkers op diplomatieke posten ingezet. Deze liaisonfunctionarissen kunnen ingezet worden om op verschillende posten medewerkers te trainen in het voorkomen en herkennen van fraude, bijvoorbeeld bij huwelijksmigratie of gezinsmigratie in het kader van nareis.

Staatkundige Hervorming Nederlandse Antillen en Aruba

In het Regeerakkoord is vastgelegd dat het Kabinet met een voorstel komt voor een Rijkswet personenverkeer. In 2011 heeft Nederland samen met Aruba en Sint Maarten op ambtelijk niveau werkzaamheden verricht ten behoeve van de nadere uitwerking van het vraagstuk inter-landelijk verkeer van personen in het Koninkrijk. Op 14 december 2011 hebben de landen afgesproken dat deze werkzaamheden in 2012 worden voortgezet en dat de kaders en randvoorwaarden medio 2012 zijn opgesteld.

Toezicht en handhaving

In 2011 heeft de IND zijn inspanningen op het gebied van handhaving verder geïntensiveerd. Daarnaast is een start gemaakt met themagerichte en doelgroepgerichte interventies. Themagerichte interventies zijn gericht op de bescherming van specifieke rechtsbelangen, zoals openbare orde, publieke middelen en de arbeidsmarkt. De doelgroepgerichte interventies zijn bestuursrechtelijke maatregelen gericht op risicogroepen, waarbij onder andere op basis van signalen van ketenpartners een verhoogd risico op fraude of misbruik bestaat.

Ook is in 2011 een start gemaakt met de trajectcontroles in het reguliere proces, waarbij in substantiële aantallen systematisch gecontroleerd is of nog steeds aan de voorwaarden van de verblijfsvergunning werd voldaan. Waar mogelijk is hier gebruik gemaakt van (geautomatiseerde) koppelingen van relevante gegevensbestanden van keten- of netwerkpartners.

De ketensamenwerking is tevens verder geïntensiveerd, onder andere in het kader van de voorbereidingen op de invoering van het Modern Migratiebeleid. Zo zijn de afspraken met de keten- of netwerkpartners op beleids- en operationeel niveau, maar vooral ook op het gebied van de (geautomatiseerde) gegevensuitwisseling (ten behoeve van de trajectcontroles), vernieuwd of versterkt. Het gaat dan bijvoorbeeld om afspraken met de Belastingdienst, het UWV en de Arbeidsinspectie.

Tot slot zijn ook de voorbereidingen voor de invoering van het Modern Migratiebeleid in 2011 voortgezet. In het kader van dit beleid zal de IND toezicht houden op de naleving van de informatie-, administratie- en zorgplichten van (erkende) referenten.

Naturalisatie

Op 1 januari 2011 is voor naturalisatieverzoekers, die woonachtig zijn in het niet-Europees deel van Nederland, de naturalisatietoets uitgebreid met een examen Nederlands. Hiermee is gewaarborgd dat ook deze verzoekers om naturalisatie de Nederlandse taal beheersen. Met ingang van 1 januari 2012 is de naturalisatieprocedure efficiënter ingericht door het onderzoek naar justitiële antecedenten in het Europees deel van Nederland te concentreren bij de IND. Het onderzoek naar de justitiële antecedenten werd voorheen tweemaal gedaan in de naturalisatieprocedure: eerst bij de gemeente waar het verzoek werd ingediend en daarna nog eens bij de IND bij het voorbereiden van de beslissing.

1. Prognose instroom IND (autonome ontwikkeling)

Realisatie meetbare gegevens

50.2 Instroom vreemdelingenketen
         

Begroting 

Realisatie 

 
 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

verschil

1. Asielinstroom

             

Asielinstroom

9 700

15 300

16 163

15 148

17 000

14 631

– 2 369

Overige procedure asiel

7 000

3 800

6 475

8 566

6 198

9 133

2 935

Regulier (asielgerelateerd)

5 500

1 600

1 659

1 154

3 975

1 195

– 2 780

Totale instroom

22 200

20 700

24 297

24 868

27 173

24 959

– 2 214

               

2. Regulier

             

Instroom:

             

Machtiging tot voorlopig verblijf (MVV)

             

– gezinsvorming en -hereniging

20 800

26 900

29 000

33 200

28 300

28 914

614

– overig

19 400

22 500

21 700

20 400

21 000

20 808

– 192

Verblijfsvergunningen regulier (VVR)

             

– eerste aanleg gezinsvorming en -hereniging.

19 600

22 500

21 700

20 900

22 900

22 400

– 500

– eerste aanleg overig

35 400

38 500

36 100

35 100

37 200

36 533

– 667

– vervolg

129 300

95 800

95 700

74 600

98 100

77 613

– 20 487

– overig

48 500

19 200

17 400

22 800

60 100

73 114

13 014

Visa

14 600

8 000

5 000

3 400

5 700

2 419

– 3 281

Totale instroom

287 600

233 500

226 600

210 400

273 300

261 801

– 11 499

               

3. Naturalisatie

             

Instroom:

             

– verzoeken

27 100

24 500

25 150

26 276

26 500

26 300

– 200

– fraudeonderzoek

 

150

200

125

200

100

– 100

Totale instroom

27 100

24 650

25 350

26 401

26 700

26 400

– 300

Bron: IND

Asiel

De asielinstroom is iets lager dan in 2010. Ten opzichte van 2009 vertoont de asielinstroom een licht dalende trend. In de begroting van 2012 werd de asielinstroom dan ook verlaagd naar 15 000. Het hogere aantal «overige asielprocedures» heeft voor een groot deel betrekking op de Griekse Dublinzaken die in de nationale procedure zijn ingestroomd. Verder zijn meer asiel-verlengingsaanvragen ingediend dan geraamd. De reguliere (asielgerelateerde) instroom is aanzienlijk lager dan geraamd. Het lagere aantal wordt deels verklaard, doordat het verlenen van de reguliere asielgerelateerde vergunning in eerste aanleg (VVR 1a) niet meer wordt geregistreerd als apart product. De gerealiseerde instroom heeft alleen nog betrekking op de verlenging of herbeoordeling van deze vergunningen.

Regulier

De totale verwachte instroom regulier valt voor 2011 lager uit dan geraamd. De instroom van de VVR-overig valt voor 2011 hoger uit dan is begroot door het grote aantal VVR- omwisselingen. Deze omwisselingen hebben betrekking op de vijfjaarlijkse vernieuwing van de verblijfsdocumenten. Deze zijn destijds voor de overdracht van de taken van de Vreemdelingenpolitie massaal verlengd door de VP. In de begroting is verder uitgegaan van een instroom van 98 100 VVR- vervolgprocedures. Dit bleek een te hoge inschatting; eind 2010 is dit in de meerjarige productieprognose (MPP) al bijgesteld naar 74 200. De lagere instroom visa wordt veroorzaakt doordat de diplomatieke posten steeds meer zelfstandig beslissen.

Naturalisatie

De instroomrealisatie is nagenoeg gelijk aan de begroting.

2. Streefwaarden doorlooptijden
50.3 % Vreemdelingenzaken waarop binnen de gestelde wettelijke termijn is besloten
         

Realisatie

Begroting

Verschil

 

2007

2008

2009

2010

2011

2011

2011

Asiel

51

65

73

82

88

80

8

Regulier

81

88

93

95

88

100

– 12

Naturalisatie

85

84

95

96

87

100

– 13

Bron: IND

Asiel

De streefwaarde van 80% is ruimschoots gehaald.

Regulier

De streefwaarde van 100% voor regulier is in 2011 niet gerealiseerd. Dit is mede het gevolg van de vertraagde invoering van INDiGO. Ook is de termijn die voor bezwaar geldt in de praktijk lastig te realiseren.

Naturalisatie

De tijdigheid van de productie is naar 87% gedaald. Deze daling wordt mede verklaard, doordat een deel van de terugmeldingen van de ceremonie van de gemeenten na de wettelijke termijn retour wordt ontvangen.

3. Streefwaarden kwaliteit procedures
50.4 Standhouding beslissingen in %
 

2007

2008

2009

2010

Realisatie 2011

Begroting 2011

Verschil 2011

Asiel

81

82

78

77

77

85

– 8

Regulier

78

81

82

82

79

80

– 1

Bron: IND

Asiel

Het aandeel instandhoudingen beroep is lager dan begroot. Een hoog aantal gegrondverklaringen met betrekking tot de Dublin Griekenland zaken in met name de maanden februari, maart en april heeft het percentage instandhouding beslissingen ongunstig beïnvloed. In de daarop volgende maanden is het aandeel Dublin Griekenland te verwaarlozen.

50.5 Kwaliteit vreemdelingenprocedure (streefwaarden % klachten als indicator)

Doelstelling

Indicator

Realisatie 2011

Streefwaarde 2011 en verder

Verschil

Asielprocedure

Klachten

1,5

< 2

– 0,5

Reguliere procedure

Klachten

1,2

< 2

– 0,8

Procedure naturalisatie

Klachten

0,1

< 0,5%

– 0,4

Bron: IND

4. Opvang

50.6 Kerngegevens opvang

2007

2008

2009

2010

Realisatie 2011

Begroting 2011

Verschil 2011

Instroom

8 977

14 623

15 343

15 624

13 762

16 600

– 2 838

Uitstroom

10 308

16 148

13 726

16 640

18 640

16 600

2 040

TNV-capaciteit1

707

2 064

2 231

656

Gemiddelde bezetting

23 114

19 704

20 914

21 641

18 723

19 400

– 677

Gemiddelde kosten per opvanggerechtigde (x € 1)

20 760

23 980

24 280

22 425

24 410

20 550

3 860

Bron: COA

1

Tijdelijke noodvoorziening (TNV) bestaat niet meer

Instroom

In begroting 2011 is rekening gehouden met een instroom van 16 600 vreemdelingen. De totale instroom is met 13 762 lager dan geraamd.

Uitstroom

In begroting 2011 is rekening gehouden met een uitstroom van 16 600. De totale uitstroom is met 18 640 hoger dan geraamd. De hogere uitstroom is te danken aan het stringenter voeren van beleid. Met de invoering van de verbeterde asielprocedure is beoogd een snellere en zorgvuldigere afhandeling van asielaanvragen te bewerkstelligen evenals een afname van het aantal herhaalde aanvragen. Ook zijn maatregelen ingevoerd om te bewerkstelligen dat zo min mogelijk (ex-) asielzoekers met rechtmatig verblijf op straat terecht komen en om een effectief terugkeerbeleid verder te ondersteunen. Daarnaast wordt door een maximale inspanning binnen de vreemdelingenketen versneld de achterstand in het huisvesten van statushouders weggewerkt.

Bezetting opvang

Het aantal asielzoekers dat door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers in 2011 wordt opgevangen, schommelt tussen de 18 000 en 19 000.

Gemiddelde kosten per bezette opvangplaats

De kosten per opvanggerechtigde waren in 2011 hoger dan begroot, onder andere als gevolg van krimpkosten en een lagere bezetting dan geraamd. De kosten per opvanggerechtigde waren in 2011 hoger dan in 2010 vanwege onder andere loon- en prijseffecten en hogere krimpkosten in 2011.

50 Operationele doelstelling 2

Een effectieve en zorgvuldige uitvoering van het vreemdelingentoezicht, grenstoezicht en terugkeerbeleid, opdat een vreemdeling die niet of niet meer rechtmatig in Nederland verblijft, Nederland zelfstandig of gedwongen verlaat.

Doelbereiking

Vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven zijn maatschappelijk en sociaal-economisch bijzonder kwetsbaar. Bovendien vormen zij een belasting voor (gemeentelijke) overheden. Het terugkeerbeleid is gericht op het vertrek van vreemdelingen die niet rechtmatig in Nederland verblijven. Zij dienen terug te keren naar het land van herkomst of te vertrekken naar een ander geschikt land. Illegaal verblijf van vreemdelingen in Nederland moet zo veel mogelijk voorkomen worden, onder meer door een effectief en goed georganiseerd grenstoezicht.

Effectievere terugkeer

Instrumenten

Op 1 juli 2011 is de kamerbrief «Terugkeer in het vreemdelingenbeleid» gepubliceerd. Hierin worden nieuwe en enkele relevante bestaande maatregelen uiteengezet. Tevens is voor terugkeer relevant de kamerbrief «Internationale Migratie en Ontwikkeling» (Kamerstukken II, 30 573, nr. 74).

Strategische benadering landen van herkomst met het oog op terugkeer

In eerdergenoemde kamerbrieven is vastgelegd dat de inzet op het terrein van migratie en ontwikkeling (M&O) ondersteunend zal zijn aan het terugkeerbeleid. Meer dan voorheen zal het budget voor M&O ingezet kunnen worden in landen die prioritair zijn voor terugkeer. Tevens wordt in de brieven het principe van conditionaliteit – het stellen van voorwaarden – geïntroduceerd. Voor de belangrijkste landen werd een begin gemaakt met de ontwikkeling van een strategie waardoor de medewerking aan terugkeer kan worden bevorderd.

Terug- en overnamebeleid

In 2011 is het EU-overnamebeleid herzien. Nederland heeft de aanbevelingen over de in te zetten stimulansen richting potentiële terug- en overnamelanden gesteund en heeft zich er bovendien voor ingezet dat ook sancties mogelijk worden indien een land langdurig niet mee zou werken aan terugkeer. De JBZ-Raad van 9 juni 2011 heeft besloten dat stimulansen kunnen worden ingezet om landen te bewegen mee te werken aan terugkeer. Dit kunnen zowel elementen zijn uit de «Global Approach to Migration» als andere vormen (niet-migratie gerelateerde) van samenwerking met het desbetreffende land. Dit betreft maatwerk. Ook kan conditionaliteit worden toegepast indien landen niet meewerken aan terug- en overname. Tot slot zullen in de toekomst ook onderhandelingen over terug- en overnameovereenkomsten worden geïnitieerd met herkomstlanden, waar tot op heden voornamelijk onderhandelingen werden gevoerd met buurlanden van de Europese Unie.

Met de herziening van het Beneluxbeleid voor terug- en overname is in 2011 een aanvang gemaakt. Deze herziening zal in 2012 worden afgerond. In 2011 is de EU-overnameovereenkomst met Georgie inwerking getreden. Tevens werd een bilateraal uitvoeringsprotocol met de Russische Federatie getekend. Dit protocol trad in werking op 1 november 2011. Tot slot werd in mei een Benelux-terug- en overnameovereenkomst getekend met Kosovo.

Implementatie terugkeerrichtlijn

De Europese terugkeerrichtlijn (nr. 2008/115/EG) is door de Eerste Kamer aanvaard en is op 31 december 2011 inwerking getreden. In de terugkeerrichtlijn zijn duidelijke en transparante gemeenschappelijke (minimum) normen vastgesteld voor terugkeer, uitzetting, het gebruik van dwangmaatregelen, vreemdelingenbewaring en het opleggen van een inreisverbod aan niet-rechtmatige verblijvenden, met de volledige inachtneming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkenen. In 2011 is bij de toepassing van genoemde instrumenten en maatregelen steeds conform de terugkeerrichtlijn gehandeld.

Beter grenstoezicht

In 2011 zijn de onderhandelingen over de herziene Frontexverordening afgerond. Met de herziening van de Frontexverordening is het mandaat van dit agentschap uitgebreid. Door deze wijziging zal Frontex sneller en effectiever kunnen reageren indien dit gewenst is. Verder heeft de Europese Commissie voorstellen gepresenteerd die bijdragen aan een verbeterd en effectiever grenstoezicht, zoals de technische wijziging van de Schengengrenscode, het voorstel over het Schengenevaluatiemechanisme, de noodremprocedure, en de mededeling over «slimme grenzen». Deze voorstellen sluiten aan bij de Nederlandse ambities op dit terrein voor de komende jaren, namelijk het creëren van een effectief en efficiënt grenstoezichtproces dat ten goede komt aan de mobiliteit van bonafide reizigers, illegale immigratie tegengaat en maximaal bijdraagt aan de veiligheid van Nederland en het Schengengebied.

Programmadirectie Identiteitsmanagement en Immigratie

Op basis van het regeerakkoord is begin 2011 de programmadirectie ingericht om invulling te gegeven aan drie intensiveringen op het gebied van het vreemdelingenbeleid.

In 2011 zijn de voorbereidingen getroffen om in de periode 2012–2014 een snelle, slimme en betere grenspassage te realiseren. Dit kan door beter gebruik van passagiersgegegevens en het introduceren van een self service grenspassage. De implementatie van biometrische gegevens op het vreemdelingendocument in mei 2011 en de succesvolle uitrol van de eerste regio voor het Europese visumsysteem maken het mogelijk om de komende jaren stappen te maken in het kader van de bestrijding van illegale migratie. Tevens is gestart met de voorbereidingen om de komende jaren de keteninformatisering in de Vreemdelingenketen op een hoger niveau te krijgen.

Effectieve bestrijding illegaliteit

In de brief van 8 juli 2011 (Kamerstukken II, 2010–2011, 19 637, nr. 1435) is, mede in reactie op het rapport van het WODC met betrekking tot de illegalenschatting 2009, nader ingegaan op de maatregelen die worden getroffen in het kader van de aanpak van illegaal verblijf. Deze maatregelen maken deel uit van een integraal en samenhangend pakket van voorstellen op het gebied van immigratie en asiel, zoals neergelegd in het Regeerakkoord. Uitgangspunten daarbij zijn dat Nederland staat voor een streng en rechtvaardig beleid, dat tevens duidelijk en consequent is. Illegale migratie en illegaal verblijf worden nadrukkelijker ontmoedigd. In dat kader wordt illegaal verblijf strafbaar gesteld. Het wetsvoorstel waarin de strafbaarstelling van illegaal verblijf is uitgewerkt, is bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter consultatie ingediend. Naar verwachting kan begin 2012 het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer worden ingediend.

Het verblijfsrecht van vreemdelingen kan worden beëindigd als zij onherroepelijk zijn veroordeeld voor een misdrijf. Op basis van een beoordeling van de hoogte van de opgelegde straf in relatie tot de verblijfsduur in Nederland volgt een beslissing om wel of niet tot verblijfsbeëindiging over te gaan.

Dit is uitgewerkt in artikel 3.86 van het Vreemdlingenbesluit (glijdende schaal). Het Kabinet heeft besloten om de glijdende schaal aan te scherpen. Het aangescherpte beleid is in februari 2012 naar de Tweede Kamer gezonden (Kamerstukken II, 2011–2012, 19 637, nr. 1494).

De Koninklijke Marechaussee en de Vreemdelingenpolitie zijn in februari 2011 geïnstureerd om vaker het verblijfsrecht van criminele EU-burgers te beëindigen en hen vaker tot ongewenst vreemdeling te verklaren op basis van de Europese richtsnoeren op dit terrein. Voorts blijft de inzet van Nederland om in Europees verband actief steun te verwerven bij de Commissie en andere lidstaten om het openbare ordecriterium van de Richtlijn vrij verkeer van personen (RL 2004/38) te verruimen. Nederland heeft in 2011 geïntervenieerd bij het Hof van Justitie om te pleiten voor een ruimere uitleg van het openbare orde begrip voor EU-burgers en hun familieleden.

In 2011 is de Taskforce VRIS (Vreemdelingen in de Strafrechtketen) verlengd tot december 2012. De Taskforce heeft als doel «het realiseren van een doeltreffende, integrale aanpak van criminele vreemdelingen en criminele illegalen door een optimale verbinding tussen de strafrechtketen en de vreemdelingenketen om specifieke, voor vreemdelingen in de strafrechtketen geldende maatregelen te kunnen toepassen, dan wel in voorkomende gevallen uitzetting van vreemdelingen te waarborgen».

Zelfstandige terugkeer

De maatregelen voor zelfstandige terugkeer zijn uitgewerkt in beleidsregels die in het najaar van 2011 openbaar zijn gemaakt. Met deze beleidsregels worden de ondersteuningsmogelijkheden uitgebreid voor uitgeprocedeerde asielzoekers die vrijwillig willen terugkeren naar het land van herkomst. Naast de bestaande financiële ondersteuning via de herintegratieregeling terugkeer (HRT) kunnen uitgeprocedeerde asielzoekers ook in aanmerking komen voor ondersteuning in natura. Organisaties uit het maatschappelijk middenveld kunnen projecten indienen voor ondersteuning in natura. De financiële ondersteuning wordt in ieder geval tot het najaar van 2012 geboden door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). De middelen voor deze ondersteuning komen uit het budget voor Migratie en Ontwikkeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Vreemdelingenbewaring

Mede naar aanleiding van een motie van het lid Gesthuizen (SP) is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om meer gebruik te maken van minder restrictieve en goedkopere alternatieven voor vreemdelingenbewaring. De Tweede Kamer is via genoemde kamerbrief «Terugkeer in het vreemdelingenbeleid» over de uitkomst van het onderzoek geïnformeerd. Er worden kleinschalige pilots ingericht om de effectiviteit van een aantal alternatieven voor bewaring te onderzoeken. De Kamer is op 22 december 2011 bij brief nader geïnformeerd over de te starten pilots en de uitwerking daarvan (Kamerstukken II, 19 637, nr. 1483).

Realisatie meetbare gegevens

50.7 Kengetallen terugkeer (% van uitgeprocedeerden)
 

2007

2008

2009

2010

Realisatie 2011

Begroting 2011

Verschil 2011

Zelfstandig vertrek

7

12

14

16

20

15

5

Gedwongen vertrek

38

34

33

35

32

35

– 3

Niet aantoonbaar vertrek

55

54

53

49

48

50

– 2

Totaal

100

100

100

100

100

100

 

Bron: KMI

50.1 Overzicht onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van beleid

50.8 beleidsdoorlichting

Onderwerp

A Start

B. Afgerond

Vindplaats

 

Zorgvuldige en tijdige afdoening van aanvragen van verlening van een verblijfsvergunning of van een naturalisatieverzoek

A. 2013

B. 2014/2015

n.n.b.

 

Evaluatie Perspectiefprojecten

B. Afgerond

www.wodc.nl

 

Evaluatie Vreemdelingentoezicht

A. Voorgenomen

www.wodc.nl

 

Evaluatie regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (pardonregeling)

B. Afgerond

www.wodc.nl

       
 

Effectiviteit van het vreemdelingenbeleid

A. 2014

B. 2015/2016

n.n.b.

Licence