Base description which applies to whole site

Artikel 3: Wetgeving en controle Tweede Kamer

A. Algemene doelstelling

Als volksvertegenwoordiging heeft de Tweede Kamer twee hoofdtaken: het controleren van de regering en (mede)wetgeving. Deze taken vloeien voort uit de grondwetsartikelen 50 (vertegenwoordiging van het gehele Nederlandse volk), 65 tot en met 72 (werkwijze), 81 tot en met 87 (wetgeving), 105 (begrotingen), 137 en 138 (Grondwetgeving) en enkele andere grondwet- en wetsartikelen.

De ambtelijke diensten

De ambtelijke organisatie van de Tweede Kamer heeft als missie het ondersteunen van het constitutioneel proces. De ambtelijke organisatie wil dit verder versterken door middel van het bieden van een politiek neutrale, adequate en innovatieve ondersteuning van de Kamerleden en de fractie organisatie in alle facetten van het werk als volksvertegenwoordiger. De politieke prioriteit, zoals door de Kamer bepaald, is daarbij leidend voor de ambtelijke organisatie.

In onderstaand overzicht zijn in meerjarig perspectief (2011 – 2014) de uitgaven per artikelonderdeel binnen dit artikel als totaal en als gemiddelde per Kamerzetel opgenomen.

Tabel 3.1
Gemiddelde uitgaven per Kamerzetel
 

2011

2012

2013

2014

– apparaatskosten

66.862

69.926

64.281

61.760

– kennis en onderzoek

677

281

927

719

– publicatie officiële documenten

3.042

3.689

2.432

1.768

– fractiekosten

27.959

25.597

27.077

25.730

– uitzending leden

176

334

186

333

– enquêtes

1.085

673

526

2.215

totaal artikel 3

99.801

100.501

95.429

92.524

gemiddeld per zetel

665

670

636

617

B. Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal. De Colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenaamde beheersafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.3

C Beleidsconclusies

Aandachtspunten 2014

Als aandachtspunten voor het jaar 2014 koos het presidium de volgende ontwerpen:

  • 1. Onderzoek naar inzetten van nieuwe technologie ten behoeve van het parlementaire werk, waaronder onderzoek naar de mogelijkheid van het inzetten van elektronisch stemmen;

  • 2. Verdere uitvoering inspanningsverplichting;

  • 3. NATO-Assemblee (2014);

  • 4. 200 jaar Staten-Generaal (2015).

Ad 1. Onderzoek naar inzetten van nieuwe technologie ten behoeve van het parlementaire werk, waaronder onderzoek naar de mogelijkheid van het inzetten van elektronisch stemmen

Na besluitvorming in het presidium over de Digitale Agenda zijn in juli de benodigde budgetten in 2014 toegekend m.u.v. het budget voor aanleg van 4G/LTE omdat de activiteiten nog niet volledig uitgewerkt waren. Een deel van de uitvoering van de projecten is vertraagd in 2014 en zal in 2015 opgeleverd worden.

Ad 2. Verdere uitvoering inspanningsverplichting

De Kamer kent en erkent de druk op de overheidsfinanciën. Het is ook om die reden dat de Kamer op verzoek van het kabinet Rutte I een inspanningsverplichting heeft aanvaard op de door de Kamer te beïnvloeden onderdelen van de Raming. Ook in 2014 heeft dit effecten gehad. De vergaderdrukte is de afgelopen vijf jaar sterk gestegen. Dit bij een gelijktijdige daling van de begroting. Het aantal activiteiten door en voor Kamerleden is de laatste jaren aanzienlijk gestegen. Dit is zichtbaar binnen en buiten de vergaderzalen. Daarnaast komen er steeds meer bezoekers naar de Tweede Kamer. Dit leidt tot een groter beroep op diensten binnen de organisatie. Vooruitlopend op een takendiscussie is in 2014 een inventarisatie opgesteld van de door de diensten geleverde producten. Deze takendiscussie zal in 2015 worden voortgezet. Daarnaast heeft een «Stuurgroep Inspanningsverplichting» een afsluitend rapport opgesteld waarbij aanbevelingen worden gedaan om de efficiency te vergroten.

Ad 3. NATO-Assemblee

In 2014 was Nederland gastheer voor de jaarvergadering van de NATO Assemblee. De jaarlijkse sessie van de Assemblee is van 21 tot en met 24 november in Den Haag gehouden. Assembleeleden uit alle NATO-lidstaten zijn naar Nederland gekomen voor overleg. De Staten-Generaal heeft als gastheer een groot deel van de kosten voor hun rekening genomen.

Ad 4. 200 jaar Staten-Generaal (2015)

In 2015 bestaan de Staten-Generaal in de huidige vorm 200 jaar. Om dat te vieren is de Tweede Kamer een aantal feestelijke en inhoudelijke activiteiten over hoe het parlement werkt, welke impact het kan hebben op het dagelijkse leven en het waardevolle van ons democratisch stelsel, aan het voorbereiden. Kennis en begrip van en voor de geschiedenis van het parlement, van markante gebeurtenissen uit de recente geschiedenis, van het huidige reilen en zeilen én een uitgebreide blik op de toekomst dragen bij aan het draagvlak van onze democratie en geven glans aan het tweehonderdjarig bestaan. Een centrale plaats wordt ingenomen door een herdenkingsboek over de geschiedenis van de Tweede Kamer. Het boek bevindt zich in de afrondende fase en zal in 2015 worden aangeboden.

D. Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 3 Wetgeving/controle Tweede Kamer

Budgettaire gevolgen van beleid (bedragen x € 1.000)
   

2010

2011

2012

2013

Realisatie 2014

Oorspronkelijk vastgestelde begroting 2014

Verschil 2014

Verplichtingen:

101.236

104.889

98.521

97.690

99.047

93.051

5.996

                 

Uitgaven:

99.306

99.801

100.501

95.429

92.524

93.051

– 527

                 

3.1

Apparaat Tweede Kamer

67.408

66.862

69.926

64.281

61.759

64.628

– 2.869

                 

3.2

Onderzoeksbudget

814

677

281

927

719

2.485

– 1.766

                 

3.3

Drukwerk

3.814

3.042

3.689

2.432

1.768

2.160

– 392

                 

3.4

Fractiekosten

27.040

27.959

25.597

27.077

25.730

23.344

2.386

                 

3.5

Uitzending leden

230

176

334

186

333

434

– 101

                 

3.6

Parlementaire enquetes

0

1.085

673

526

2.215

0

2.215

                 

Ontvangsten:

3.336

4.740

6.749

4.766

4.385

4.966

– 581

In de motie-Roemer worden de uitgaven binnen het Rijk aan niet-formatief personeel begrensd op 10% van de gezamenlijke uitgaven op alle artikelen voor formatief en niet-formatief personeel (motie-Roemer, 32 360, nr. 5). In 2014 is € 4,1 mln. uitgegeven aan de inhuur van niet-formatief personeel (exclusief detacheringen, deze worden volgens de definitie van de Roemernorm bij formatief personeel gerekend). De totale uitgaven zijn binnen de 10%-norm van de motie-Roemer gebleven, het percentage bedraagt 9,8%.

Naast artikel 3.1 «Apparaat» is er ook sprake van formatief personeel, ambtelijke detacheringen en externe inhuur op artikelen 3.2 «Kennis en onderzoek» en op artikel 3.6 «Parlementaire enquêtes». De «Roemernorm» is binnen de Tweede Kamer berekend over de som van bovengenoemde drie artikelen (en niet op basis van de nadere specificatie van de apparaatskosten, artikel 3.1).

E. Toelichting artikelonderdeel
3.1 Apparaat

Het begrotingsartikel 3.1 van de Tweede Kamer bevat alleen apparaatsuitgaven. In onderstaande tabel zijn de apparaatsuitgaven gespecificeerd.

Specificatie apparaatsuitgaven
(bedragen x € 1.000)

Apparaat

2014

Personeel

40.581

Eigen personeel

35.126

Externe inhuur

4.465

Overig personeel

990

Materieel

21.178

Overig materieel

21.178

Totaal apparaat

61.759

De onderuitputting op artikel 3.1 Apparaat heeft zich voorgedaan op het onderdeel materieel en externe inhuur. De materiële uitgaven kennen een driedeling, te weten:

  • Reguliere uitgaven (exploitatie en beheer);

  • Vervangingsinvesteringen (aanschaffingen);

  • Projecten.

De onderuitputting op materieel doet zich voor het grootste deel voor op de onderdelen vervangingen en projecten. Een aantal projecten diende verder uitgewerkt te worden dan eerder was verondersteld. Dit heeft geleid tot de onderuitputting op het onderdeel projecten, zowel bij materieel alsmede bij externe (expertise) inhuur. Ook is hierdoor de uitvoering van een aantal vervangingsplannen (technische installaties, ict-apparatuur) onder druk komen te staan.

3.2 Kennis en onderzoek

Het achterblijven van de uitgaven op het artikelonderdeel «Kennis en onderzoek» wordt voor een deel verklaard door het overgaan van een parlementair onderzoek in een parlementaire enquête (Fyra), waardoor de verantwoording op een ander artikel plaatsvindt.

3.3 Publicatie officiële documenten

Een «herijkte» overeenkomst met de SDU voor de publicatie van officiële documenten heeft een voor de Tweede Kamer voordeliger contract opgeleverd.

3.4 Fractiekosten

Op 22 januari 2014 is de nieuwe Regeling financiële ondersteuning fracties met terugwerkende kracht tot 1 januari 2014 vastgesteld door de Tweede Kamer. Nieuw in deze regeling is dat de bevoorschotting is gebaseerd op 100% van de financiële bijdrage in plaats van de tot en met 2013 gebruikelijke 90%. Daaraan is gekoppeld dat de fracties een eventueel batig saldo (financiële bijdrage -/- gerealiseerde uitgaven) aan het einde van het jaar onderbrengen in een egalisatiereserve die zij zelf aanhouden. Voorheen werd dat batig saldo als garantieverplichting opgenomen op de saldibalans van de Tweede Kamer.

3.5 Uitzending leden

De uitgaven op dit artikelonderdeel zijn afhankelijk van de reisbehoefte van de vaste Kamercommissies. Hiervan is vooraf geen inschatting te maken.

3.6 Parlementaire enquêtes

De twee in 2014 lopende parlementaire enquêtes (woningcorporaties en Fyra) waren ten tijde van het opstellen van de (ontwerp)begroting hoofdstuk IIA voor 2014 nog niet bekend. Bij gelegenheid van de 1e suppletoire begroting 2014 is hiervoor een voorziening getroffen.

3

Comptabiliteitswet 2001, artikel 19.

Licence