Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 16 Spoor

Algemene Doelstelling

De kwaliteit van het spoorproduct verbeteren zodat de reiziger en de verlader de trein in toenemende mate als een aantrekkelijke vervoersoptie beschouwen

(Doen) Uitvoeren

Rollen en Verantwoordelijkheden

De Minister is verantwoordelijk voor aanleg en beheer van de spoorweginfrastructuur. Om hier invulling aan te geven wordt ProRail als uitvoerder ingeschakeld. De rol «uitvoeren» heeft betrekking op:

  • Verkenningen en planuitwerkingen;

  • Aanleg van projecten;

  • Beheer waaronder: inframanagement, verkeersleiding en capaciteitsmanagement.

De Minister is ook verantwoordelijk voor het aanbod van reizigersvervoer op het hoofdrailnet. Invulling gebeurt door een concessie te verlenen aan vervoerder NS

Regisseren

De Minister is verantwoordelijk voor de vormgeving en deels ook de uitvoering van het spoorbeleid, waaronder het toezicht op de uitvoering van de wet- en regelgeving. De verantwoordelijkheid van IenM heeft betrekking op de volgende onderdelen:

  • Het uitwerken van de «Lange Termijn Spooragenda». Onderdeel hiervan vormt het vormgeven van het nieuwe sturingsarrangement waarmee IenM in de toekomst haar regierol op het spoor gaat invullen. Dit zal ondermeer zijn weerslag krijgen in de nieuwe beheer- en vervoerconcessie vanaf 2015. Het zorg dragen voor de vormgeving van en implementatie van de internationale regelgeving en het opstellen van regels en kaders voor het vervoer per spoor. Daarbij gaat het onder andere om de capaciteitsverdeling op het spoor. Marktpartijen verrichten het vervoer;

  • Het realiseren van een betrouwbare, duurzame en veilige spoorweginfrastructuur door eisen te stellen aan het hoofdspoorwegnet en de rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van betrokkenen helder te omschrijven in de spoorwegwetgeving;

  • Het aansturen van het beheer van en vervoer over spoor via concessies. Tot 1 januari 2015 heeft ProRail de beheerconcessie voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur. Per 1 januari 2015 wordt een nieuwe beheerconcessie verleend. Het vervoer op het hoofdrailnet is vastgelegd in de vervoerconcessie die is verleend aan de Nederlandse Spoorwegen, die tot 1 januari 2015 loopt. Per 1 januari 2015 wordt tot de verlening van een nieuwe concessie overgegaan. Met ingang van 2015 wordt ook de Hogesnelheidslijn (HSL) onder de hoofdrailnet-concessie gebracht;

  • Het zorgen voor veilige aanleg, beheer en gebruik van lokale spoorwegen (met name tram en metro), het eenduidig regelen van de verantwoordelijkheden en het opheffen van technische belemmeringen door de wet lokaal spoor (in werking vanaf 1 januari 2014).

  • Het opstellen van kaders voor het goederenvervoer per spoor, knooppunten met andere modaliteiten en achterlandverbindingen. Samen met overheden en infrastructuurbeheerders werkt het ministerie aan de drie Europese spoorgoederencorridors (naar Frankrijk, Italië en Polen/Tsjechië) die in ons land beginnen, waarbij de regelgeving zoveel mogelijk wordt afgestemd op de Nederlandse situatie. De corridors naar Frankrijk en naar Italië worden eind 2013 operationeel, de corridor naar Polen/Tsjechië in 2015;

  • De railmap European Railway Traffic Management System (ERTMS), een algemene veiligheidsaanpak, het plan van aanpak voor snelheidsverhoging op het spoor en daaropvolgend de uitvoering ervan.

Tenslotte is de Minister verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van (een deel van) de wet- en regelgeving door de ILT op dit beleidsterrein (zie beleidsartikel 24 Handhaving en toezicht).

Indicatoren en kengetallen

Hieronder zijn de beleidsmatige indicatoren en kengetallen voor Spoor opgenomen. In productartikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds zijn de aan dit beleidsartikel gerelateerde productindicatoren en/of -kengetallen opgenomen.

Indicator: Punctualiteit Hoofdrailnet (HRN)
 

Basiswaarde 2003

2009

2010

2011

2012

2013

Grenswaarde Vervoerplan 20142

Realisatie 20143

Indicator: 3 minuten punctualiteit HRN1

83,1%

86,6%

86,5%

89,6%

88,5%

n.v.t.

n.v.t.

89,70%

Indicator: 5 minuten punctualiteit HRN1

 

92,8%

92,5%

94,7%

94,2%

93,6%

93,0%

94,9%

                 

Reizigerspunctualiteit

     

91,5%

91,5%

90,0%

90,5%

92,3%

Klantoordeel op tijd rijden (% dat een 7 of hoger geeft)

     

51,0%

48,9%

46,8%

53,0%

49,9%

Bron: NS/Jaarverantwoording over de vervoerconcessie 2014

Toelichting:

Ad 1) Met het oog op de internationale vergelijkbaarheid is er sinds 2013 geen prestatie-afspraak meer op basis van de norm van 3 minuten, maar op basis van de norm van 5 minuten. De 3 minuten punctualiteit wordt nog wel gemeten, maar niet meer voorzien van een grenswaarde.

Ad 2) Vooraf gemaakte prestatie-afspraken.

Ad 3) Daadwerkelijk geleverde prestaties; als deze lager zijn dan de grenswaarden, wordt er een boete opgelegd.27

Indicator Spoorveiligheid (naar risicodrager)
     

Beoordelingsjaar 20141)

2013

2012

verbetering in 2013 t.o.v. 2012?

Nr.

Risico-drager

Omschrijving indicator

NRV

MWA 2014

MWA 20132)

MWA 2012

1.1

Reiziger

FWSI onder reizigers / jaar / mld reizigerstreinkm’s

6,57

....

4,22

6,57

ja

1.2

Reiziger

FWSI onder reizigers / jaar / mld reizigerskm’s

0,05

....

0,03

0,05

ja

2

Personeel

FWSI onder spoorpersoneel / jaar / mld treinkm’s

2,25

....

3,37

2,25

neen

3.1

Overweggebruiker

FWSI onder overweggebruikers / jaar / mld treinkm's

97,05

....

85,22

97,05

ja

3.2

Overweggebruiker

FWSI onder overweggebruikers / jaar / ((mld treinkm’s*aantal overwegen)/ lijnkm’s)

108,7

....

100,3

108,7

ja

4

Onbevoegden

FWSI onder onbevoegden op het spoor / jaar / mld treinkm’s

7,99

....

7,92

7,99

ja

5

Anderen

FWSI onder «anderen (derden)» / jaar / mld treinkm's

7,21

....

5,74

7,21

ja

6

Overall

Totaal FWSI / jaar / mld treinkm’s

129

....

110

129

ja

Bron: ILT Jaarverslag 2013 van de Nationale Veiligheidsinstantie Spoor (NSA), Kamerstukken II, 2014/15, 29 893, nr. 178

Gebruikte afkortingen in de tabel:

FWSI = Fatalities and Weighted Serious Injuries (het aantal doden en gewogen zwaargewonden)

NRV = National Reference Value, de in Europees kader vastgestelde referentiewaarde per lidstaat voor de betreffende indicator

MWA = Moving Weighted Average (voortschrijdend gewogen gemiddelde)

Toelichting:

Ad 1) De gegevens voor kolom «MWA 2014» waren nog niet beschikbaar ten tijde van het drukken van dit jaarverslag. De gegevens komen uiterlijk september 2015 beschikbaar en zullen dan separaat aan de Tweede Kamer worden verzonden.

Ad 2) Hierboven staan de indicatoren voor railveiligheid. Dit betreft de ontwikkeling van de verschillende veiligheidsdoelstellingen voor de diverse risicodragers conform de Europese systematiek, zoals die ook wordt toegepast in de 3e kadernota railveiligheid. Risicodragers zijn actoren met verschillende rollen die binnen het spoorsysteem veiligheidsrisico’s lopen. In bovenstaande tabel is voor de belangrijkste acht railveiligheidsindicatoren aangegeven wat de stand van zaken eind 2013 en eind 2012 was op basis van meerjarige voortschrijdende gewogen gemiddelden («Moving Weighted Average»). Voor de ontwikkelingen rondom deze railveiligheidsindicatoren geldt het beleid van de 3e kadernota railveiligheid, namelijk dat we de railveiligheid op alle fronten, dus bij elk van deze acht veiligheidsindicatoren, continu willen verbeteren. Zoals in bovenstaande tabel te zien, is dat in 2013 bij 7 van de 8 gelukt, maar bij 1 niet.

Kengetal aantal treinbewegingen per week op A15-tracé van Betuwelijn
 

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Betuweroute¹

220

400

450

460

440

500

Oldenzaal grens²

80

70

60

60

70

60

Zevenaar grens²

340

380

480

490

490

540

Venlo grens²

230

250

230

220

240

190

Maastricht grens²

30

30

20

20

30

30

Roosendaal grens²

120

120

120

110

110

110

Bron: ProRail Operatie, VL/PAB en ProRail Vervoer en Dienstregeling, PV/POV.

Toelichting:

Ad 1) De treinbewegingen in bovenstaande tabel zijn afgerond op tientallen en inclusief losse locomotieven. Het aantal hiervan verschilt per jaar, maar is ongeveer 5% van de treinbewegingen op het A15-trace van de Betuwe-route.

Over de redenen voor de stijging van 13,6% het volgende (kwartaalrapportage ProRail over het 4e kwartaal 2014):

«De positieve trend van de ontwikkeling van de volumes op de Betuweroute heeft te maken met:

  • herstellende marktomstandigheden;

  • de concurrentiepositie van het railgoederenvervoer ten opzichte van andere modaliteiten en havens;

  • het toenemende marktaandeel van de Betuweroute

  • minder grote buitendienststellingen».

Ad 2) De treinbewegingen in bovenstaande tabel zijn afgerond op tientallen.

Kengetal sociale veiligheid NS
 

2008

2009

2010

2011

2012

2013

2014

Klantoordeel veiligheid reizigers (1)

77,5%

78,0%

78,3%

79,1%

78,3%

79,5%

80,2%

Bron: Nederlandse Spoorwegen

Toelichting:

Ad 1) In het Vervoerplan28 van NS wordt voor sociale veiligheid, net als voor diverse andere zorggebieden, het klantoordeel gebruikt. Het klantoordeel veiligheid geeft een percentage en niet een cijfer. Het klantoordeel is het gewogen gemiddelde van de klantoordelen overdag en ’s avonds in de trein en overdag en ’s avonds op stations.

Beleidsconclusies

Het op dit artikel uitgevoerde beleid en de bijbehorende resultaten waren het afgelopen jaar conform de verwachtingen zoals vermeld in de begroting. Er zijn geen grote afwijkingen of een noodzaak tot bijstelling aan het licht gekomen.

In 2014 kwam 92% van de reizigers op tijd aan. Dit is een stijging ten opzichte van 2013 (90%) en ruim boven de grenswaarde uit het vervoerplan 2014. Toch blijkt uit het klantoordeel op tijd rijden dat reizigers ontevreden waren over de stiptheid van treinen.

Budgettaire gevolgen van beleid

Overzicht van de budgettaire gevolgen van beleid (x € 1.000)

16

Spoor

   

Realisatie

Begroting

Verschil

 
   

2012

2013

2014

2014

2014

 

Verplichtingen

 

10.051

8.453

5.348

3.105

1)   

Uitgaven

 

60.350

39.471

24.424

15.047

 

16.01

Spoor

 

60.350

39.471

24.424

15.047

 

16.01.01

Opdrachten

 

17.651

16.687

2.888

13.799

2)

16.01.02

Subsidies

 

42.493

22.710

21.365

1.345

 
 

– Subsidies Bijzondere Spoordiensten

 

32.491

12.805

12.189

616

 
 

– Subsidie bodemsanering NS percelen

 

9.076

9.076

9.076

0

 
 

– Overige subsidies

 

926

829

100

729

3)

16.01.03

Bijdrage aan agentschappen

 

137

74

74

0

 
 

– waarvan bijdrage aan KNMI

 

74

74

74

0

 
 

– waarvan bijdrage aan RWS

 

63

0

0

0

 

16.01.05

Bijdragen aan internationale organisaties

 

69

0

97

– 97

4)

 

Ontvangsten

0

149

0

149

5)

Verplichtingen (ad 1)

Toelichting op de financiële instrumenten

De hogere verplichtingen worden met name veroorzaakt door hogere uitgaven (€ 2,5 miljoen) voor extra ondersteuning parlementaire enquête Fyra, nieuwe concessies en de Lange Termijn Spoor Agenda en door een éénmalige subsidie (€ 0,8 miljoen) voor de OV-begeleiderskaart.

16.01 Spoor
16.01.01 Opdrachten (ad 2)

Dit betreft voornamelijk (lopende) opdrachten voor de pilot ERTMS op het traject Amsterdam-Utrecht, activiteiten ter ondersteuning van de Railmap ERTMS, adviezen ter ondersteuning van het programma Overwegen, de nieuwe beheer- en vervoerconcessie, de Lange Termijn Spoor Agenda en de parlementaire enquête Fyra. Daarnaast maakt de jaarlijkse vergoeding aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) onderdeel uit van deze middelen, welke een vergoeding is voor haar werk op het gebied van spoor (onder andere de Vervoerkamer). De Vervoerkamer reguleert vooral de relatie tussen de beheerders en de gebruikers van het spoor.

De hogere realisatie wordt met name veroorzaakt door reeds verplichte uitgaven (€ 11,3 miljoen) voor de ERTMS pilot Amsterdam-Utrecht (deel NS) welke worden begroot op het Infrastructuurfonds en verantwoord op Hoofdstuk XII en door hogere uitgaven (€ 2,5 miljoen) voor extra ondersteuning parlementaire enquête Fyra, nieuwe concessies en de Lange Termijn Spoor Agenda.

16.01.02 Subsidies (ad 3)

De hogere uitgaven worden veroorzaakt door een éénmalige subsidie (€ 0,8 miljoen) voor de OV-begeleiderskaart. De volgende subsidies zijn in 2014 verstrekt:

  • Subsidies bijzondere spoordiensten: betreffen subsidies voor lijnen die na de gunning van het hoofdrailnet in 2005 aan het hoofdrailnet zijn toegevoegd. Betreft daarnaast een jaarlijkse bijdrage voor de Complete Lijn Uitschakeling (waarbij bijvoorbeeld bij een incident een tracé als geheel wordt uitgeschakeld) en de inzet van de 25kV Spanningtester (CLU+) op de Betuweroute en HSL in het kader van de daartoe gesloten overeenkomst met de betrokken Veiligheidsregio’s.

  • Subsidie bodemsanering NS-percelen: sinds 1996 dragen het Ministerie van IenM (en haar voorganger) en de Nederlandse Spoorwegen jaarlijks geld aan de Stichting Bodemsanering Nederlandse Spoorwegen (SBNS) voor de landelijke aanpak van bodemverontreiniging in NS-percelen.

  • Overige subsidies: Deze uitgaven hebben voornamelijk betrekking op een eenmalige subsidie aan NS voor de OV-begeleiderskaart, alsmede een subsidie voor Rover.

16.01.05 Bijdragen aan internationale organisaties (ad 4)

Er zijn geen uitgaven gedaan aan internationale organisaties. Het begrote budget betrof een betaling aan de Organisation pour les Transports Internationaux Ferroviaires (OTIF) die voor 2014 was geraamd maar door vertraging in 2015 tot betaling zal komen.

Ontvangsten (ad 5)

De ontvangsten betreffen een incidentele meevaller als gevolg van de lagere vaststelling van de subsidie in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling upgrade ERTMS.

Extracomptabele verwijzingen

Extracomptabele verwijziging naar artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)
   

2014

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds

2.123.255

Andere ontvangsten van artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds

117.966

Totale uitgaven op artikel 13 Spoorwegen van het Infrastructuurfonds

2.241.221

waarvan

   

13.02

Beheer, onderhoud en vervanging

1.304.521

13.03

Aanleg

784.844

13.04

GIV/PPS

135.279

13.07

Rente en aflossing

16.577

13.08

Investeringsruimte

 
Extracomptabele verwijziging naar artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL en 17.07 ERTMS van het Infrastructuurfonds (x € 1.000)
   

2014

Bijdrage uit artikel 26 van Hoofdstuk XII aan artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL en 17.07 ERTMS van het Infrastructuurfonds

4.547

Andere ontvangsten van artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL en 17.07 ERTMS van het Infrastructuurfonds

751

Totale uitgaven op artikel 17.02 Betuweroute, 17.03 HSL en 17.07 ERTMS van het Infrastructuurfonds

5.298

waarvan

 

17.02

Betuweroute

1.709

17.03

HSL

751

17.07

ERTMS

2.838

Licence