Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Beleidsartikel 3 Langdurige zorg en ondersteuning

1. Algemene doelstelling

Een stelsel voor maatschappelijke ondersteuning en langdurige zorg dat ieder mens in staat stelt om zijn leven zo lang mogelijk zelf in te vullen en – wanneer dit nodig is – om thuis of in een instelling kwalitatief goede ondersteuning en zorg te krijgen. Daarbij worden ondersteuning en zorg aangeboden aansluitend op informele vormen van hulp. De complexiteit van de zorgvraag, de kwetsbaarheid van de burger en de mogelijkheden van zijn informele netwerk staan centraal. Er wordt gestreefd naar welbevinden en een afname van de afhankelijkheid van ondersteuning en zorg. Dit alles tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.

In dit begrotingsartikel zijn de begrotingsuitgaven voor de langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning opgenomen.

De premie-uitgaven en -ontvangsten op het terrein van de langdurige zorg en ondersteuning komen aan bod in het hoofdstuk Financieel Beeld Zorg (FBZ).

2. Rol en verantwoordelijkheid Minister

De Minister is verantwoordelijk voor een goed en efficiënt werkend systeem van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning in Nederland. Mensen die zorg en ondersteuning nodig hebben, dienen dit zoveel mogelijk thuis of in een instelling op maat en van een goede kwaliteit te krijgen.

Gemeenten dragen zorg voor de ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het budget voor de Wmo 2015 wordt via de integratie-uitkering Sociaal domein aan gemeenten uitgekeerd. Daarnaast ontvangen gemeenten ook budget met betrekking op de Wmo 2015 via de integratie-uitkering Wmo/huishoudelijke verzorging, de decentralisatie-uitkeringen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en HHT (huishoudelijke hulp toelage), en de algemene uitkering van het gemeentefonds.

Voor mensen met een blijvende behoefte aan permanent toezicht en die 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, is zorg vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) beschikbaar. Zorgkantoren sluiten namens Wlz-uitvoerders overeenkomsten met zorgaanbieders voor het leveren van verzekerde zorg. Het kan onder andere gaan om verblijf in een instelling, persoonlijke verzorging en verpleging en/of geneeskundige zorg in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.

Voorts is de Minister verantwoordelijk voor:

Stimuleren:

  • De Minister stimuleert vernieuwing in de langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning en jaagt deze aan. Vernieuwing wordt hoofdzakelijk door burgers, cliëntenorganisaties, gemeenten, zorg- en welzijnsaanbieders en zorgverzekeraars vormgegeven.

  • De Minister stimuleert de ontwikkeling en brede verspreiding van kennis, waaronder goede voorbeelden en innovaties op het gebied van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning en initiatieven om de kwaliteit en het innoverend vermogen van de zorg en de ondersteuning te versterken.

Financieren:

  • De Minister draagt zorg voor het financieren van de Wlz en de Wmo 2015.

  • De Minister is (mede)financier door onder meer de rijksbijdrage in de kosten van kortingen (BIKK) in de Wlz en door het financieren van partijen die een belangrijke rol vervullen binnen het stelsel, zoals het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE).

Regisseren:

  • De Minister stelt de wettelijke kaders van de Wmo 2015 en de Wlz vast en stuurt voorts door het maken van bestuurlijke afspraken.

  • De Minister is verantwoordelijk voor het monitoren en evalueren van de uitwerking van de Wmo 2015 en de Wlz.

3. Beleidsconclusies

De in de begroting opgenomen beleidswijzigingen op terrein van het nationaal programma palliatieve zorg, kwaliteitsverbetering intramurale ouderenzorg, mantelzorg, geweld in huiselijke kringen en de ratificatie van het VN-verdrag Handicap, zijn grotendeels uitgevoerd volgens plan. Aanvullend kunnen de volgende conclusies over het gevoerde beleid worden getrokken:

Afronding transitie langdurige zorg

De transitie langdurige zorg is afgerond en daarmee staat goede zorg voor de burger steeds meer centraal. Na de eerste implementatieperiode is de aandacht in 2016 verlegd naar de nadere uitwerking van specifieke onderwerpen. Het gaat hierbij onder meer om zorgverlening aan de Wlz-indiceerbaren, de voorbereiding voor de overdracht van eerstelijns verblijf naar de Zorgverzekeringswet per 2017 en het uitbreiden van het modulair pakket thuis met huishoudelijke hulp. Ook daar staat de kwaliteit van zorg, door de ogen van de cliënt, centraal. Door middel van de Voortgangsrapportages Wlz is de Tweede Kamer periodiek geïnformeerd over de voortgang van onder meer deze onderwerpen met betrekking tot de Wlz. De laatste voortgangsrapportage is verschenen op 2 september 2016 (TK 34 104, nr. 138).

Geconstateerd kan worden dat in 2016 op hoofdlijnen de gestelde doelen zijn bereikt. Wel zijn verschillende niet voorziene aandachtpunten naar voren zijn gekomen, zoals het hoger dan voorziene gebruik van de subsidieregeling eerstelijns verblijf (Stcrt 2016, 51483). Steeds weer wordt daarbij geprobeerd de systemen aan te passen aan de mensen. In het genoemde voorbeeld wordt dit bereikt door de budgettaire kaders voor eerstelijns verblijf te verhogen.

Waardigheid en Trots

In 2016 is verder uitvoering gegeven aan het plan Waardigheid en Trots «Liefdevolle zorg voor onze ouderen». Omtrent de voortgang van het plan heeft de Tweede Kamer twee voortgangsrapportages ontvangen in 2016, waarvan de laatste op 4 juli 2016 is verzonden (TK 31 765, nr. 215). In 2016 heeft de nadruk gelegen op de uitvoering van het programma. Inmiddels is een onomkeerbare beweging in gang gezet. In het veld vindt vernieuwing vanuit de praktijk plaats. Ook is de lat voor alle instellingen verhoogd door de afronding van het kwaliteitskader (welke op 13 januari 2017 is vastgesteld), de personeelsnorm en de afspraken over transparantie van veiligheidsindicatoren. De IGZ heeft het eindrapportage «toezicht op de 150 verpleegzorginstellingen» waar een risico op onverantwoorde zorg bestond afgerond. Op 31 oktober 2016 is de Kamer (TK 31 765, nr. 245) nader geïnformeerd met een nieuwe geactualiseerde lijst. Belangrijkste conclusie is dat het toezicht bij 111 van 150 zorgaanbieders is afgesloten en dat 8 instellingen onder intensief toezicht blijven staan.

Transitieagenda Langer zelfstandig wonen: een helder handelingskader voor alle partijen

De transitie naar een betere aansluiting van het huidige aanbod en de vraag om langer zelfstandig te wonen met nieuwe zorgarrangementen, zal meerdere jaren beslaan. Daarbij is het noodzakelijk dat alle partijen vanuit eenzelfde perspectief naar de samen te verrichten opdracht kijken. Zoals aangekondigd in de Voortgangsrapportage Transitieagenda Langer zelfstandig wonen van 1 juli 2015 (TK 32 847, nr. 182) is in 2016 in alle regio’s of gemeenten het overleg gestart om afspraken te maken tussen gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders over het aantal geschikte woningen en de te leveren zorg en ondersteuning om mensen langer thuis te kunnen laten wonen. Ook is afgesproken dat burgers goed worden geïnformeerd over de mogelijkheden om langer thuis te wonen en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Met de transitie-agenda kunnen alle partijen op volle kracht vooruit.

Vermindering van de administratieve lasten

Het afgelopen jaar is er een slag gemaakt in het terugdringen van de administratieve lasten. Het Experiment Regelarme Instellingen (ERAI) is geëvalueerd. Mede naar aanleiding van dit experiment zijn vereenvoudigingen in regelgeving doorgevoerd bijvoorbeeld op het terrein van de zorginkoop in de Wlz door zorgkantoren, het AZR berichtenverkeer en DigiMV. In het eindrapport zijn meer voorbeelden gegeven.

Pgb trekkingsrechten; van stabilisatie en verbetering naar vernieuwing

Met de inwerkingtreding van de Wlz, de Wmo 2015 en de Jeugdwet is ook het trekkingsrecht persoonsgebonden budget (pgb) ingevoerd. Dit betekent dat het budget niet langer aan de budgethouder zelf wordt verstrekt, maar dat de betalingen (na controle) rechtstreeks aan de zorgverlener worden gedaan. Deze beleidswijziging diende ertoe om fouten en fraude met het pgb terug te dringen en om de budgethouder in zijn administratieve taken te ondersteunen. In 2016 is ketenbreed gewerkt aan het verder stabiliseren en verbeteren van het systeem van trekkingsrechten (TK 25 657, nr. 235).

Over de voortgang binnen het systeem van trekkingsrechten is de Kamer regelmatig geïnformeerd. De laatste voortgangsrapportage in 2016 is op 2 november aan de Tweede Kamer verzonden (TK 25 657, nr. 273). In deze voortgangsrapportages is te lezen dat de betalingen gedurende 2016 stabiel waren. Bovendien zijn vanaf november 2016 de totale set reguliere controles weer uitgevoerd, wat bijdraagt aan de controledoelstelling van het trekkingsrecht (TK 25 657, nr. 261). Tevens zijn structurele verbeteringen voor het systeem van trekkingsrechten ingezet, waarbij het op nieuwe wijze ontwikkelen van een portaal, vergaand standaardiseren en digitaliseren, taken en verantwoordelijkheden voor de verstrekker beter borgen en het doen van noodzakelijke investeringen bij de SVB voorop staan (TK 25 657, nr. 249). Over de totstandkoming van dit portaal is de Kamer op 16 december 2016 geïnformeerd. Met deze maatregelen is de richting ingezet voor verdere verbetering van het trekkingsrecht pgb naar een toekomst en verdere verbetering voor de budgethouder.

4. Tabel budgettaire gevolgen van beleid
Begrotingsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Oorspronkelijk vastgestelde begroting

Verschil

 

2012

2013

2014

2015

2016

2016

2016

Verplichtingen

5.638.535

4.085.519

4.479.923

7.052.568

3.783.240

3.643.306

139.934

               

Uitgaven

5.633.924

4.055.646

4.560.102

3.604.436

3.708.112

3.644.801

63.311

               

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

 

188.010

188.367

113.809

88.651

88.899

– 248

               

Subsidies

 

25.465

34.667

31.381

26.176

22.629

3.547

waarvan onder andere:

             

Movisie

 

8.106

8.198

8.204

7.313

7.198

115

Transitie en transformatie

 

0

0

3.971

827

1.135

– 308

Wmo-werkplaatsen

 

0

0

2.685

2.346

2.600

– 254

Ondersteuning vrijwilligers

 

0

0

0

1.692

1.400

292

Mezzo

 

3.159

3.200

3.262

3.038

3.200

– 162

Siriz (opvang specifieke groepen)

 

0

0

1.518

1.566

1.517

49

Mantelzorg en vrijwilligersbeleid

 

0

0

0

3.311

0

3.311

               

Inkomensoverdrachten

 

87.285

87.555

20.867

0

0

0

Mantelzorg ondersteuning

 

87.285

87.555

20.867

0

0

0

               

Opdrachten

 

59.431

63.376

60.329

62.475

66.270

– 3.795

waarvan onder andere:

             

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer

 

55.458

59.648

55.645

57.736

60.654

– 2.918

Evaluatie Wmo 2015

       

0

980

– 980

Categorale opvang slachtoffers mensenhandel

       

1.629

1.700

– 71

Aanpak Laaggeletterdheid

       

456

2000

– 1.544

               

Garanties

 

12.720

0

0

0

0

0

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

 

3.109

2.769

1.232

0

0

0

               

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

 

3.867.635

4.371.735

3.490.627

3.619.461

3.555.902

63.559

               

Subsidies

 

182.391

229.472

79.651

81.685

82.613

– 928

waarvan onder andere:

             

Compensatieregeling pgb-trekkingsrechten

 

0

11.671

0

0

18.000

– 18.000

Vilans

 

5.253

5.315

5.158

4.754

4.686

68

Centrum Consultatie en Expertise (CCE)

 

11.110

10.767

11.194

11.501

11.142

359

InVoorZorg! (IVZ)

 

19.414

30.205

22.541

5.598

9.642

– 4.044

Joodse en Indische instellingen

 

0

0

2.593

2.504

2.504

0

Subsidieregeling palliatieve zorg

 

19.589

19.035

15.514

15.504

15.551

– 47

Subsidies netwerken palliatieve zorg

 

0

0

3.478

3.520

3.480

40

Kwaliteitsverbetering palliatieve zorg

 

1.470

1.942

2.171

2.532

2.416

116

Waardigheid en trots

       

18.014

0

18.014

Kwaliteitsagenda gehandicaptenzorg

       

0

0

0

Dementie

       

2.460

3.000

– 540

Transitie HLZ

 

0

6.055

6.336

3.133

4.722

– 1.589

Bureau mentorschap

       

551

513

38

               

Bekostiging

 

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.365.700

16.500

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

 

3.679.200

4.136.300

3.250.000

3.382.200

3.365.700

16.500

               

Inkomensoverdrachten

 

0

0

0

135

0

135

               

Opdrachten

 

3.832

3.260

4.188

3.696

12.859

– 9.163

waarvan onder andere:

             

Informatievoorziening zorg en ondersteuning

 

2.725

1.441

599

86

1.670

– 1.584

Transitie HLZ

 

0

485

1.481

139

2.350

– 2.211

               

Bijdragen aan agentschappen

 

2.212

2.703

2.735

2.824

2.600

224

CIBG: Opdrachtgeverschap

 

2.212

2.703

2.735

2.824

2.600

224

               

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

 

0

0

154.053

148.921

92.130

56.791

waarvan onder andere:

             

Uitvoeringskosten SVB pgb-trekkingsrechten

 

0

0

76.241

77.558

23.400

54.158

Centrum Indicatiestelling Zorg

 

0

0

77.811

71.363

68.707

2.656

               

Ontvangsten

7.320

7.723

9.404

2.755

31.887

3.441

28.446

Bovenstaande informatie is bedoeld voor de Staten-Generaal. Aan dit overzicht kunnen geen rechten worden ontleend.

Als gevolg van afronding kan de som van de delen afwijken van het totaal.

5. Toelichting op de instrumenten

1. Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (> 65 jaar) en de algemene bevolking in 2014 (percentages)

Kengetal: De participatie van mensen met een lichamelijke beperking, lichte of matige verstandelijke beperking, ouderen (> 65 jaar) en de algemene bevolking in 2014 (percentages)

Bovenstaand kengetal is afkomstig uit de Participatiemonitor 2015 van het NIVEL (met gegevens tot en met 2014). Het belangrijkste doel van de Participatiemonitor is het beschrijven van ontwikkelingen in de wijze en mate van maatschappelijke participatie van mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, ouderen (65+) en de algemene bevolking in Nederland. Daarnaast is de monitor ook bedoeld om beter zicht te krijgen op factoren die de participatie kunnen bevorderen dan wel belemmeren en op het verband tussen participatie en kwaliteit van leven.

De Participatiemonitor wordt om de twee jaar uitgebracht.

Subsidies

Mantelzorg en vrijwilligersbeleid

Het betreft hier uitgaven op het gebied van informele zorg waaronder diverse (project)subsidies gericht op ondersteuning en versterking van de positie van vrijwilligers en mantelzorgers (€ 3,3 miljoen). In de tweede suppletoire wet zijn hiervoor middelen beschikbaar gesteld.

Opdrachten

Bovenregionaal gehandicaptenvervoer (BRV)

Mensen met een mobiliteitsbeperking konden ook in 2016 gebruikmaken van het bovenregionaal sociaalrecreatief vervoer (ook bekend als Valys) per (deel)taxi. De totale uitgaven bedroegen € 57,7 miljoen in 2016. Dit is minder dan begroot (€ 2,9 miljoen).

Over het geheel genomen geven de pashouders het reizen met het BRV een hoog waarderingscijfer (zie onderstaande tabel).

Valys indexcijfers

Bron & toelichting

Bron & toelichting

Bron: Tevredenheidsonderzoek Valys, november 2016, Jes marketing en onderzoek.

pkb = persoonlijk kilometer budget

Het BRV is vraagafhankelijk vervoer, dit betekent dat factoren zoals de toegankelijkheid van het

lokale openbaar vervoer, het weer of de gezondheid van de pashouders invloed kunnen hebben

op het aantal verreden kilometers.

Evaluatie Wmo 2015

Het budget voor de evaluatie van de Wmo 2015 (€ 1 miljoen) is samen met het budget dat per eerste suppletoire wet is overgeboekt van andere artikelonderdelen (€ 2,1 miljoen) per tweede suppletoire wet overgeboekt naar het Sociaal Cultureel Planbureau voor het evaluatieonderzoek van de Hervorming van de Langdurige Zorg (HLZ) en de Wmo 2015.

Aanpak Laaggeletterdheid

Voor de aanpak laaggeletterdheid is bij tweede suppletoire wet € 1,6 miljoen overgeboekt naar OCW voor het actieprogramma «Tel mee met taal».

2. Zorgdragen voor langdurige zorg tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten

In de eerste suppletoire wet is reeds gemeld dat in het kader van Verantwoord Begroten er een technische herschikking heeft plaatsgevonden tussen de instrumenten subsidies en opdrachten.

Subsidies

Compensatieregeling pgb-trekkingsrechten

In de tweede suppletoire wet is reeds gemeld dat de uitvoering van de compensatieregeling trekkingsrechten in het eerste kwartaal 2017 van start zal gaan. De middelen blijven beschikbaar voor de uitvoering van de compensatieregeling in 2017.

InVoorZorg!

Zorgaanbieders, cliëntenorganisaties, gemeenten en zorgverzekeraars, en zorgkantoren zijn als gevolg van de hervorming van de langdurige zorg in andere verhoudingen tot elkaar komen te staan. Het programma «InVoorZorg!» heeft zorgorganisaties geholpen hun werkprocessen in te richten met het oog op de toekomst. Niet alle middelen die in 2016 beschikbaar waren zijn tot besteding gekomen. Een deel van de middelen (€ 2,3 miljoen) is getemporiseerd. In de eerste suppletoire wet is dit reeds gemeld.

Waardigheid en trots

In totaal is een bedrag van € 185 miljoen in 2016 oplopend tot € 210 miljoen structureel vanaf 2020 beschikbaar gesteld voor Waardigheid en Trots. In de begroting 2016 is dit gehele bedrag gereserveerd binnen het Budgettair Kader Zorg omdat de nadere verdeling tussen het Budgettair Kader Zorg en de begroting nog niet was gemaakt. Bij de eerste suppletoire wet is structureel € 17,5 miljoen overgeboekt naar de begroting voor uitgaven in het kader van Waardigheid en Trots door middel van opdrachten en subsidies. Aan subsidies is uiteindelijk € 18 miljoen uitgeven voor onder andere de ondersteuning van 150 verpleeghuizen die projecten uitvoeren om de kwaliteit te verbeteren en aan het publiceren van cliëntervaringen op Zorgkaart-Nederland.

Kwaliteitsagenda gehandicaptenzorg

Bij de ontwikkeling van het kwaliteitsplan voor de gehandicaptensector is ervoor gekozen om eerst samen met betrokken partijen na te gaan welke aanpak goed past bij de gehandicaptensector. Dit heeft geleid tot een gezamenlijke kwaliteitsagenda «Samen werken aan een betere gehandicaptenzorg» die op 1 juli 2016 aan de Kamer is gestuurd. Vanwege de latere start zijn de bij begroting 2017 (TK 34 550-XVI, nr. 1) aangekondigde beschikbare subsidiemiddelen 2016 niet besteed (€ 1,6 miljoen). Inmiddels is samen met veldpartijen hard gewerkt aan een meerjarenplan inclusief begroting voor de komende periode.

Transitie HLZ (subsidies en opdrachten)

De middelen zijn ingezet ter ondersteuning van de regio’s voor onder meer het aanstellen van ambassadeurs, monitoring, communicatie en onderzoek. Een bedrag van € 1,4 miljoen is binnen artikel 3 overgeheveld naar Participatie en zelfredzaamheid van mensen met beperkingen. Circa € 2,4 miljoen is door een temporisering van de uitgaven niet tot besteding gekomen.

Bekostiging

Bijdrage in de kosten van kortingen (BIKK)

De BIKK is een rijksbijdrage die is ingesteld om de lagere premieopbrengst van de Wlz als gevolg van de grondslagverkleining van de Wlz bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel in 2001 te compenseren (circa € 3,3 miljard). De uitgavenraming voor de BIKK is bij de eerste en tweede suppletoire wet bijgesteld op basis van de ramingen van het Centraal Planbureau.

Opdrachten

Informatievoorziening zorg en ondersteuning

Per 1 januari 2016 zijn diverse producten en projecten afgerond en/of overgedragen aan (uitvoerings)organisaties, waaronder het CAK en het Zorginstituut (in totaal € 0,6 miljoen). Een bedrag van circa € 1 miljoen is niet tot besteding gekomen in 2016.

Bijdragen aan ZBO’s/RWT’s

Uitvoeringskosten SVB pgb trekkingsrechten

De SVB heeft in 2016 € 77,6 miljoen ontvangen voor de uitvoering van trekkingsrechten pgb. De afwijking ten opzichte van de oorspronkelijke begroting komt doordat de bijdrage van gemeenten aan de SVB-begroting is verwerkt in de eerste suppletoire wet. Daarnaast zijn extra middelen beschikbaar gesteld in de tweede suppletoire wet.

CIZ

Het CIZ verzorgt de indicatiestelling in het kader van de Wlz. Daarnaast verricht het CIZ werkzaamheden in het kader van de artikelen 11 en 12 van het Besluit uitvoering kinderbijslag van het Ministerie van SZW. Voor deze taken is het kader bij eerste suppletoire wet met € 2,6 miljoen opgehoogd. Deze middelen zijn nodig om het CIZ de advisering ten behoeve van de bepaling van de zorgintensiteit van kinderen te laten uitvoeren. Deze mutatie betreft de overboeking van de middelen van de begroting van SZW naar VWS omdat de financiering van het CIZ via de VWS-begroting plaatsvindt.

Ontvangsten

De initiële ontvangstenraming wordt met € 28,4 miljoen overschreden door enkele substantiële incidentele in de tweede suppletoire wet gemelde ontvangsten. Deze bestaan onder meer uit € 12,7 miljoen vaststelling mantelzorgcompliment 2014, € 10,8 miljoen extra ontvangsten CIZ (lagere operationele kosten en een vrijval uit de voorzieningen), verkoop VWS-aandeel Zonnehuizen (€ 2,5 miljoen) en terugontvangst subsidies zorgkantoren 2013 en 2014 (€ 3 miljoen).

Licence