Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Artikel 1 Raad van State

Als adviseur voor wetgever en bestuur en als hoogste algemene bestuursrechter bijdragen aan behoud en versterking van de democratische rechtsstaat en daarbinnen aan de eenheid, legitimiteit en kwaliteit van het openbaar bestuur in brede zin, alsmede aan de rechtsbescherming van de burger.

De Grondwet en de Wet op de Raad van State vormen het wettelijk kader, waarbinnen de Raad van State zijn taken verricht. Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden vormt de grondslag voor zijn werkzaamheden als Raad van State van het Koninkrijk.

De Afdeling advisering van de Raad van State is belast met het onafhankelijk toezicht op de naleving van de (Europese) begrotingsregels, als bedoeld in het Verdrag inzake Stabiliteit, Coördinatie en Bestuur (VSCB) en artikel 5 van Verordening (EU) 473/2013.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is verantwoordelijk voor het beheer van de begroting van de Staten-Generaal en van de begroting van de overige Hoge Colleges van Staat, de Kabinetten van de Gouverneurs en de Kiesraad. De colleges voeren zelf het beheer over hun begroting of hun begrotingsdeel. Over de inhoud van dit beheer bestaan afspraken (de zogenoemde beheerafspraken) tussen de Minister en de colleges, waarin recht gedaan wordt aan hun staatsrechtelijke positie.1

De afdeling advisering

De taak van de afdeling advisering is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen adviesaanvragen. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid zijn daarbij belangrijke kernbegrippen.

In de onderstaande tabel zijn de realisaties voor de jaren 2016–2019 weergegeven. Voor het jaar 2019 is een vergelijking gemaakt tussen de vastgestelde begroting 2019 en de realisatie.

Tabel 1 Instroom en afhandeling adviesaanvragen (in aantallen)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2016

2017

2018

2019

2019

Instroom

447

416

410

427

450

Afhandeling

430

442

392

420

450

De aantallen instroom en afhandeling voor het jaar 2019 zijn in lijn met de trend uit de voorgaande jaren. De in de vastgestelde begroting opgenomen aantallen voor instroom en afhandeling zijn, mede door de afhankelijkheid van externe factoren, indicatief.

De afdeling bestuursrechtspraak

Taak van de afdeling bestuursrechtspraak is het op de meest doelmatige en kwalitatief goede wijze afdoen van binnengekomen zaken. Tijdigheid, kenbaarheid en voorspelbaarheid en bruikbare rechtsvorming zijn daarbij belangrijke aspecten.

De afdeling bestuursrechtspraak bestaat uit drie kamers: de Ruimtelijke-ordeningskamer, de Algemene kamer en de Vreemdelingenkamer.

In de onderstaande tabel is de realisatie van de afhandeling van zaken door de afdeling bestuursrechtspraak weergegeven. De gemiddelde doorlooptijden van alle afdoeningen (hoofdzaken en Voorlopige Voorzieningen) zijn weergegeven.

Tabel 2 Doorlooptijd in weken
 

Norm doorlooptijd

Realisatie 2019 gemiddelde doorlooptijd

Realisatie 2018 gemiddelde doorlooptijd

Ruimtelijke ordeningskamer

52

48

31

Algemene kamer

40

34

38

Vreemdelingenkamer

23

11

9

Tabel 3 Instroom en afhandeling van zaken van de afdeling bestuursrechtspraak (Hoofdzaken en Voorlopige Voorzieningen)
 

Afgedaan

Vastgestelde begroting

Ingekomen

 

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Ruimtelijke ordeningskamer

1.409

1.327

1.107

1.315

1.500

1.019

Algemene kamer

3.688

3.161

3.295

3.405

3.800

3.106

Vreemdelingenkamer

5.853

6.402

8.216

8.829

7.210

8.368

Totaal bestuursrechtspraak

10.950

10.890

12.618

13.549

12.510

12.493

De in de vastgestelde begroting 2019 opgenomen instroomverwachtingen van de Ruimtelijke-ordeningskamer en de Algemene kamer zijn gebaseerd op ervaringsgegevens en een verondersteld ongewijzigd beleid bij de wetgever en de bestuursorganen. De veronderstellingen van de instroom en de uitstroom van hoger beroepen van vreemdelingen wordt doorgaans in de maand november voorafgaand aan het uitvoeringsjaar in het overleg van de partners in de vreemdelingenketen vastgesteld. De verwerking van de budgettaire gevolgen van deze actualisatie vindt plaats bij gelegenheid van de Voorjaarsnota en in de suppletoire begrotingen.

In 2019 was het totaal aantal ingekomen zaken in lijn met het in de vastgestelde begroting 2019 genoemde aantal. Het aantal afgedane zaken in de Ruimtelijke-ordeningskamer was hoger dan het aantal ingekomen zaken, zodat de aantallen onderhanden werk geslonken zijn. Hetzelfde was het geval bij de Algemene kamer.

De afdeling bestuursrechtspraak is na de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de rechtbanken de laatste schakel in de vreemdelingenketen. De instroom van zaken binnen de Vreemdelingenkamer is grotendeels de uitkomst van de instroom, doorstroom en uitstroom bij de genoemde ketenpartners. In 2019 was de instroom van zaken hoger dan het in de ontwerpbegroting vermelde aantal. Doordat het aantal afgedane zaken hoger was dan de instroom is ook binnen de Vreemdelingenkamer het onderhanden werk afgenomen.

Tabel 4 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 1 Raad van State (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

Verplichtingen

59.570

58.906

54.691

63.633

67.900

59.844

8.056

        

Uitgaven

59.502

57.616

56.173

60.428

65.394

59.844

5.550

1.1 Advisering

0

7.375

7.519

5.193

6.084

6.080

4

1.2 Bestuursrechtspraak

0

50.241

24.832

28.598

31.475

31.805

‒ 330

1.4 Raad van State gemeenschappelijke diensten

59.502

0

23.822

26.637

27.835

21.959

5.876

        

Ontvangsten

2.017

1.725

1.899

1.704

1.557

1.950

‒ 393

Tabel 5 Specificatie apparaatsuitgaven artikel 1
 

2019

Totaal apparaat

65.394

waarvan personeel

 

Eigen personeel

50.454

Externe inhuur

3.979

Overig personeel

2.521

  

waarvan materieel

8.440

1.1 Advisering

Bij gelegenheid van de tweede suppletoire begroting 2019 is de raming van het artikelonderdeel advisering verhoogd. Deze verhoging betrof de toevoeging van het bedrag voor de loon- en prijscompensatie en toevoeging van begrotingsgelden uit hoofde van de taken- en middelenanalyse.

Binnen het artikelonderdeel zijn de gerealiseerde personele uitgaven voor het jaar 2019 hoger dan die in het jaar daarvoor. In 2019 is een relatief hoog aantal lastig te vervullen vacatures (ambtelijke capaciteit) met succes vervuld. Daarnaast zijn gedurende geheel 2019 ten behoeve van de nieuwe taak uit hoofde van de Klimaatwet (Kamerstukken II, 34534) voorbereidings- en uitvoeringskosten gemaakt.

1.2 Bestuursrechtspraak

Bij gelegenheid van de eerste suppletoire begroting 2019 is de uitgavenraming van het artikelonderdeel Bestuursrechtspraak verhoogd. Deze verhoging was het gevolg van een opwaartse bijstelling van de instroom- en productieraming in het Hoger Beroep Vreemdelingen. Bij gelegenheid van de tweede suppletoire begroting 2019 is het bedrag van de loon- en prijscompensatie aan de raming toegevoegd.

De ambtelijke capaciteit die beschikbaar is voor de bestuursrechtspraak is, in vergelijking met het jaar 2018, licht gestegen. De aan bestuursrechtspraak toe te rekenen personele uitgaven zijn navenant gestegen.

1.4 Gemeenschappelijke diensten

Bij gelegenheid van de eerste suppletoire begroting 2019 is de uitgavenraming van het artikel onderdeel gemeenschappelijke diensten met € 2,4 mln. verhoogd. Deze toevoeging betrof een deel van de middelen uit hoofde van de taken- en middelenanalyse. Bij gelegenheid van de tweede suppletoire begroting 2019 is het bedrag van de loon- en prijscompensatie aan de raming toegevoegd.

De in 2019 gerealiseerde uitgaven zijn als gevolg van een aantal projecten op het vlak van de bedrijfsvoering en als gevolg van gestegen inhuur van externe capaciteit op het vlak van IT-ontwikkeling en beheer hoger dan de realisatie 2018.

De beschikbare begrotingsgelden voor het programma digitaal procederen zijn in 2019 vrijwel volledig besteed.

Ontvangsten

De ontvangsten uit hoofde van de griffierechten vallen lager uit dan begroot. Dit is in hoofdzaak het gevolg van jurisprudentie inzake «betalingsonmacht» die onder voorwaarden on- en minvermogenden vrijstelling van het tarief van griffierechten verleent.

1

Comptabiliteitswet 2016, artikel 4.4 lid 4

Licence