Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.2.3 Artikel 3 Beheer, onderhoud en vervanging

Op dit artikel worden de producten op het gebied van instandhouding verantwoord. Dit betreft het watermanagement, het regulier beheer en onderhoud en vervanging en renovatie. Doel hierbij is het duurzaam op orde houden van het watersysteem tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten, zodat Nederland droge voeten heeft.

Dit artikel is gerelateerd aan beleidsartikel 11 Integraal Waterbeleid op de Begroting hoofdstuk XII.

Budgettaire gevolgen van de uitvoering artikel 3 (bedragen x € 1.000)
     

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 
 

2015

2016

2017

2018

2019

2019

2019

 

Verplichtingen

266.646

187.652

141.712

173.942

179.822

148.802

31.020

1

Uitgaven

156.952

210.854

179.456

207.793

194.722

180.288

14.434

 

3.01 Watermanagement

7.764

7.047

7.162

7.294

7.411

7.191

220

 

3.01.01 Watermanagement

7.764

7.047

7.162

7.294

7.411

7.191

220

 

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

7.764

7.047

7.162

7.294

7.411

7.191

220

 

3.02 Beheer onderhoud en vervanging

149.188

203.807

172.294

200.499

187.311

173.097

14.214

 

3.02.01 Waterveiligheid

118.938

145.706

111.354

141.412

135.784

118.171

17.613

2

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

118.938

145.706

111.354

141.412

135.784

118.171

17.613

 

3.02.02 Zoetwatervoorziening

17.446

20.900

15.731

20.219

27.744

18.065

9.679

3

- Waarvan bijdrage aan agentschap RWS

17.446

20.900

15.731

20.219

27.744

18.065

9.679

 

3.02.03 Vervanging

12.804

37.201

45.209

38.868

23.783

36.861

‒ 13.078

4

3.09 Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

 

Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de verschillen (de mutaties) tussen de begroting en de realisatie, zie voor de gehanteerde norm de toelichting ‘normering jaarverslag’ zoals opgenomen in de leeswijzer.

  • Het saldo op de verplichtingen hangt nauw samen met de kasmutaties zoals toegelicht bij ad 2) en 3). Daarnaast is meer verplicht op groot variabel onderhoud Stuwen in de Lek (€ 7,9 miljoen) onder andere door claim afhandeling van incidenten.

  • De belangrijkste oorzaken voor de hogere realisatie zijn:

    • Doorloop in 2019 van incidentele kosten voor droogtemaatregelen (€ 5,1 miljoen) Het betreft extra maatregelen om de zoutindringing te monitoren en te beperken, pompcapaciteit om water toe te voeren.

    • Hogere kosten bij het uitvoeren van Beveiligd werken (€ 4 miljoen) doordat er bij een aantal objecten meer moet worden beveiligd dan eerder werd verondersteld.

    • Invoering van verbeterde areaalbeheersystemen (€ 2,7 miljoen).

    • Herstart van het project voor het besturingssysteem van de Maeslantkering (€ 2,4 miljoen). Het betreft onder andere kosten voor no-regret maatregelen om tot tussentijdse faalkansverbetering te komen.

    • Daarnaast was sprake van € 2,5 miljoen prijsbijstelling 2019.

    • Tot slot resteert een saldo van hogere en lagere uitgaven op verschillende projecten (+ € 0,9 mlijoen).

  • De hogere realisatie is met name veroorzaakt door een technische correctie bij de conversie van Aanleg/Onderhoud naar DBFM. Daarbij is het budget voor Beheer en Onderhoud Waterkwaliteit verlaagd voor betonschade en steenbekleding IJsselmeerzijde. In 2019 is dit stukje van de conversie gecorrigeerd en is dit budget van Geïntegreerde Contractvormen teruggebracht naar artikel 3 Beheer en Onderhoud Waterkwaliteit.

  • De lagere realisatie is onder andere veroorzaakt doordat:

    • In 2019 de betaling van de vizierschuifwissel bij Hagenstein Zuid niet meer gerealiseerd kon worden, doordat de factuur niet op tijd is ontvangen (project Stuwen in de Lek, ‒ € 5 miljoen).

    • Een meevaller voor het project Stroomlijnen (- € 4,4 miljoen), omdat de kosten van maatregelen lager zijn dan gepland en er minder risico’s zijn opgetreden.

    • De aanbesteding bij het RINK project Krabbegatsluis is uitgesteld, omdat eerst onderzocht wordt of de uitvoering met een ander project gecombineerd kan worden (- € 1 miljoen).

    • Hogere en lagere uitgaven bij diverse projecten (- € 2,7 miljoen).

3.01 Watermanagement

Motivering

Met Watermanagement streefde IenW naar:

  • Het goed voorbereid zijn op crisissituaties door te zorgen voor een robuuste informatievoorziening;

  • Het reguleren van de hoeveelheid water in het hoofdwatersysteem onder normale omstandigheden en bij zowel (extreem) hoogwater als laagwater;

  • Een duurzaam watersysteem, met zowel een goede chemische als ecologische kwaliteit, dat voorziet in de beschikbaarheid van voldoende water van goede kwaliteit voor de gebruiker.

Producten

Binnen het watermanagement zijn de volgende activiteiten uitgevoerd:

  • Monitoring waterstanden, waterkwaliteit en informatievoorziening;

  • Crisisbeheersing en -preventie;

  • Regulering gebruik door vergunningverlening en handhaving;

  • Het nakomen van bestuurlijke afspraken waterverdeling en gebruik (onder andere in waterakkoorden);

  • Regulering waterverdeling (operationele modellen actualiseren en toepassen, bediening (stormvloed)keringen, stuwen, gemalen en spuien).

De activiteiten die door RWS centraal worden uitgevoerd, worden gefinancierd uit de budgetten voor netwerkgebonden kosten. Deze staan op artikel 5.

De doelstellingen voor het waterkwantiteitsbeheer van de Rijkswateren zijn:

  • Het op orde brengen en houden van de samenhang tussen het regionaal- en het hoofdwatersysteem, zodat zowel wateroverlast als watertekort wordt bestreden;

  • Het kunnen beschikken over voldoende water in de Rijkswateren, zodat kan worden voldaan aan de behoeften die voortvloeien uit de gebruiksfuncties.

Daarnaast is zorg gedragen voor een adequate informatievoorziening over de reguliere waterkwantiteit en waterkwaliteit. Dit houdt de vergaring en beschikbaarstelling in van interne en externe informatie over het watersysteem. Het gaat daarbij om de dagelijkse informatie voor de verschillende gebruikers (waaronder scheepvaart, drinkwaterbedrijven, zwemwaterkwaliteit/provincies en recreatie) en om berichtgeving bij uitzonderlijke situaties over hoog- en laagwater, naderende stormvloeden, verontreinigingen en ijsvorming.

Meetbare gegevens

Omvang Areaal

Areaaleenheid

2017

2018

Begroting

2019

Realisatie

2019

Watermanagement

km2 water

90.191

90.192

90.193

90.191

Bron: Rijkswaterstaat, 2019

Toelichting

Realisatie 2019 is iets lager dan de begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de verbreding van de Houtribdijk, die onvoorzien was in de begroting.

Indicatoren

 

2018

Streefwaarde 2019

Realisatie 2019

Watermanagement

RWS verstrekt informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit bij maatschappelijk vitale processen.

99%

95%

99%

 

Waterhuishouding op orde in alle peilgereguleerde gebieden

100%

100%

75%

Bron: Rijkswaterstaat, 2019

Toelichting

De indicatoren voor de uitvoering van de RWS-taken op het gebied van watermanagement zijn geënt op het leveren van snelle en betrouwbare informatie en op het handhaven van de afgesproken peilen, voldoende wateraanvoer en bestrijden verzilting.

De eerste indicator betreft de informatievoorziening voor maatschappelijk vitale processen ten tijde van hoogwater, laagwater, ijsgang of calamiteuze lozingen. RWS verstrekt dan informatie binnen afgesproken termijn en van voldoende kwaliteit over ijsberichtgeving, berichtgeving over hoogwater, laagwater, stormvloed en berichten over verontreinigingen. De informatievoorziening voldeed in 2019 aan de norm.

Voor de tweede indicator is in het kader van de prestatieafspraken (2018–2021) tussen het ministerie en Rijkswaterstaat gekozen voor een indicator «Waterhuishouding op orde» die beter aansluit bij de beleidsdoelstellingen voor de waterhuishouding van het Hoofdwatersysteem. De streefwaarde voor ‘Waterhuishouding op orde’ is gesteld op 100%, die gerealiseerd wordt als alle vier onderliggende indicatoren hebben voldaan aan de prestatieafspraak. De totale PIN scoort lager dan 100% zodra overlast ontstaat door het onvoldoende realiseren van afspraken die zijn vastgelegd in Waterakkoorden en Peilbesluiten.

Drie van de vier onderliggende indicatoren, namelijk ‘Peilhandhaving Kanalen en meren’, ‘Hoogwaterbeheersing Kanalen’ en ‘Verziltingsbestrijding’ scoren 100%, de vierde onderliggende indicator ‘Wateraanvoer bij droogte’ scoort onder de norm:

  • Voor Regulier Peil beheren is bij stuwcomplex Driel is er sprake geweest van onderschrijdingen. Dat heeft niet geleid tot overlast of klachten.

  • Voor Hoogwaterbeheersing Kanalen geldt dat de infrastructuur voor het afvoeren van overtollig water tijdig beschikbaar was bij alle 59 voorspellingen van neerslag van meer dan 30 millimeter.

  • Op het Amsterdam Rijnkanaal was de waterinlaat bij de Irenesluizen vanwege werkzaamheden enige tijd gesloten, waardoor sprake was van zoutindringing door de schutten en schepen vanuit IJmuiden. Door extra water in te laten is de zoutindringing teruggedrongen. Op het IJsselmeer zijn met het Landelijk Meetnet Water van RWS normale verziltingswaarden gemeten, het PWN Drinkwaterbedrijf meet hier hogere waarden. In 2020 wordt gewerkt aan één gezamenlijk meetpunt zodat dit soort verschillen in de meetwaarden in de toekomst niet meer voorkomen.

  • Bij Eefde is de capaciteit van het gemaal lager dan afgesproken wanneer het peil op de IJssel beneden de 3 meter NAP komt. Hierdoor is in 2019 de prestatie-afspraak voor ‘wateraanvoer bij droogte’ niet gehaald. Door inzet van een tijdelijke pomp installatie is overlast voorkomen. Gezocht wordt naar een structurele oplossing.

3.02 Beheer, onderhoud en vervanging

Motivering

Het beheer en onderhoud omvat waterveiligheid (bescherming tegen overstromen door hoogwater) en de zoetwatervoorziening. Het is gericht op het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als voor de zoetwatervoorziening wordt vervuld.

Uitgesteld en achterstallig onderhoud

Conform toezegging aan de Tweede Kamer wordt in het jaarverslag aangeven wat de omvang van het uitgesteld en (eventueel) achterstallig onderhoud aan het einde van het jaar was. Voor het Hoofdwatersysteem beliep het uitgesteld onderhoud per 31 december 2019 € 106 miljoen, daarvan was € 8 miljoen achterstallig. Ten opzichte van 2018 is het uitgestelde onderhoud en het achterstallig onderhoud niet gewijzigd.

 

2016

2017

2018

2019

 

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Volume uitgesteld onderhoud

Waarvan achterstallig

Hoofdwatersysteem

37

0

80

7

106

8

106

8

Voor een overzicht van het uitgesteld en achterstallig onderhoud op alle RWS-netwerken, wordt u verwezen naar de bijlage 1 'Instandhouding netwerken Rijkswaterstaat' bij dit Jaarverslag.

Waterveiligheid

Binnen waterveiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen:

  • Kustlijnhandhaving (conform de herziene basiskustlijn 2017);

  • Beheer en Onderhoud (BenO) Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen (conform de Waterwet);

  • Beheer en Onderhoud uiterwaarden.

RWS heeft de wettelijke zorg voor de primaire waterkeringen en de stormvloedkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk, en voor de handhaving van de basiskustlijn (het Nationaal Waterplan 2016–2021). De handhaving van de basiskustlijn gaat afslag van strand en duinen tegen (veiligheid) en houdt Nederland (het strand) op zijn plaats. Het zijn voornamelijk de waterschappen die de primaire waterkeringen (dijken en duinen) beheren, ook die langs de Nederlandse kustlijn. Het weergegeven areaal betreft alleen het areaal dat in beheer is bij RWS.

Ad 1. Kustlijnhandhaving

Het handhaven van de kustlijn wordt gerealiseerd door het suppleren van zand op het strand of in de vooroever (onder water). Het Nederlandse kustsysteem kent een continu tekort aan zand mede als gevolg van de zeespiegelstijging. Vanaf 2001 wordt ook extra zand in het kustfundament gesuppleerd om de zandverliezen (deels) te compenseren. Daarnaast zijn lokale maatregelen zoals onderhoud van dammen en strandhoofden van belang, om structurele kusterosie te bestrijden.

Ad 2. Beheer en Onderhoud Rijkswaterkeringen en stormvloedkeringen

Rijkswaterkeringen

RWS beheert en onderhoudt 198 kilometer primaire waterkeringen. Er wordt vast onderhoud uitgevoerd, bijvoorbeeld het maaien van dijken. Daarnaast wordt variabel onderhoud gepleegd. Dat betekent dat de waterkeringen periodiek worden geïnspecteerd en dat zo nodig tekortkomingen worden verholpen.

Primaire waterkeringen zijn waterkeringen die onder de Waterwet vallen omdat ze bescherming bieden tegen het buitenwater. Het gaat met name om enkele zeedijken op de Waddeneilanden, de Afsluitdijk, de Houtribdijk, de dijk van Marken en dammen in Zeeland en Zuid-Holland. In 2011 is de derde landelijke toetsing van primaire waterkeringen afgerond. Keringen die bij deze inspectie zijn afgekeurd worden meegenomen in het kader van het HWBP. Naast deze primaire waterkeringen beheert en onderhoudt RWS ook 646 kilometer niet-primaire waterkeringen (dijken en duinen) meestal aangeduid als regionale keringen. Deze hoeven geen bescherming te bieden tegen het buitenwater. De normen voor deze regionale keringen in beheer bij het Rijk zijn in 2015 door de Minister vastgesteld na afstemming met de provincies.

Stormvloedkeringen

Om ons land tegen de zee te beveiligen is een aantal stormvloedkeringen aangelegd, die bij hoogwater gesloten kunnen worden. Deze stormvloedkeringen zijn ook primaire waterkeringen die vallen onder de Waterwet. Het Rijk heeft zes stormvloedkeringen in beheer: de Oosterscheldekering, de Maeslantkering, de Hartelkering, de Hollandsche IJsselkering, de stormvloedkering Ramspol en de Haringvlietsluizen.

Het onderhoud aan de keringen betreft voornamelijk het conserveren van schuiven en overige constructiedelen, het onderhoud aan werktuigbouwkundige en elektronische onderdelen en het onderhoud aan het besturingssysteem. Naast deze onderhoudsactiviteiten vindt de bediening van deze objecten plaats en worden periodiek inspecties uitgevoerd.

Ad 3. Beheer en Onderhoud uiterwaarden

Het Rijk beheert 5.351 hectare aan uiterwaarden. Het beheer en onderhoud is gericht op het op orde houden van de vegetatie in de uiterwaarden teneinde hoogwater effectief te kunnen afvoeren. Dit betreft een reguliere Beheer en Onderhoud taak die losstaat van de inhaalslag Programma Stroomlijn die verantwoord wordt onder onderdeel 3.02.03 Vervanging.

Zoetwatervoorziening

Onder dit programma vallen alle activiteiten die noodzakelijk zijn om het hoofdwatersysteem zodanig te onderhouden dat de beoogde functies voor waterverdeling volgens de vigerende regelgeving en waterakkoorden kunnen worden vervuld. De beoogde functies voor waterverdeling zijn opgenomen in het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren (BPRW). Dit betreft onder meer het beheer en onderhoud voor:

  • Waterverdeling en peilbeheer;

  • Stuwende en spuiende kunstwerken;

  • Natuurvriendelijke oevers, implementatie Kader Richtlijn Water (KRW), implementatie Waterwet en Natura 2000.

Onder zoetwatervoorziening valt ook de uitwerking van respectievelijk «Anders omgaan met water; Waterbeleid voor de 21e eeuw (WB21) en de maatregelen in het kader van Natura-2000. Natura-2000 streeft naar het beschermen van gezonde watersystemen die een duurzaam gebruik mogelijk maken. Uitgaven voor de KRW in het hoofdwatersysteem worden verantwoord op artikel 7 Waterkwaliteit.

Binnen het Deltaprogramma Zoetwater worden de functies voor waterverdeling onder de loep genomen via de uitwerking van het instrument waterbeschikbaarheid. De functies voor waterverdeling en de daaraan gekoppelde activiteiten worden in beeld gebracht en waar mogelijk geoptimaliseerd. Waar relevant zullen resultaten hiervan hun doorwerking krijgen in volgende begrotingen. Het generen van indicatoren om de waterbeschikbaarheid voor de gebruiksfuncties inzichtelijk te maken is onderdeel van het plan van aanpak voor uitwerking van de waterbeschikbaarheid.

Meetbare gegevens

Areaalgegevens
 

Eenheid

2017

2018

Begrote omvang 2019

Omvang gerealiseerd 2019

Budget 2019

x € 1 mln.

Gerealiseerd begrotingsbedrag 2019

x € 1 mln.

Kustlijn

km

293

293

293

293

38,0

42,9

Stormvloedkeringen

stuks

5

6

6

6

46,0

57,3

Dammen, dijken en duinen, uiterwaarden w.o.:

     

34,0

35,5

– Dijken, dammen en duinen, primaire waterkeringen 

km

189

198

189

198

  

– Niet primaire waterkeringen/duinen 

km

643

646

637

646

  

– Uiterwaarden in beheer Rijk 

ha

5.178

5.007

5.206

5.351

  

Totaal

     

118,0

135,7

Bron: Rijkswaterstaat, 2019

Toelichting

De lengte van de primaire waterkeringen is 9 km hoger dan begroot. Zoals reeds toegelicht in het Jaarverslag 2018 is dit het gevolg van het doorvoeren van de nieuwe legger op Vlieland en Terschelling in 2018, hetgeen onvoorzien was in de begroting. In 2019 zijn er geen wijzigingen.

De lengte van de niet primaire waterkeringen is ook 9 km hoger dan begroot. Dit volgt uit een verfijndere meetmethode die vanaf 2018 toegepast kan worden (+ 3 kilometer). Tevens werd in de begroting 2019 verwacht dat in 2018 de lengte van de niet-primaire keringen 6 km af zou nemen door de overdracht van regionale keringen bij de gekanaliseerde Dieze naar het waterschap De Dommel. Deze overdracht heeft nog niet plaatsgevonden (+6 kilometer) en wordt nu in 2020 verwacht. In 2019 zijn er geen wijzigingen.

Zoals voorzien in de begroting is de herinrichting van de Heesseltsche uiterwaarden in 2019 voltooid. Daarnaast is een aantal veranderingen op de IJssel met terugwerkende kracht verwerkt. Deze verbeteringen hebben tot een toename geleid aan uiterwaarden in beheer van het Rijk die onvoorzien was in de begroting.

Indicatoren Beheer en Onderhoud Waterveiligheid
 

Indicator

Eenheid

Realisatie 2018

Streefwaarde 2019

Realisatie 2019

BenO Waterveiligheid

De basiskustlijn is voldoende op zijn plaats gebleven (minstens 90% van de meetlocaties ligt zeewaarts van de Basiskustlijn).

%

92%

90%

92%

Stormvloedkeringen

De zes stormvloedkeringen zijn tijdens het stormseizoen steeds beschikbaar om hoogwater te keren en voldoen aan de veiligheidsnormen uit de Waterwet. De Indicator is het percentage van het aantal stormvloedkeringen dat voldoet aan de afgesproken faalkanseis of het beschermingsniveau.

%

40%1

100%

83%

Bron: Rijkswaterstaat, 2019

1

score 2018 op basis van 5 stormvloedkeringen. In 2019 hebben de Haringvlietsluizen met ingang van het kierbesluit de status van stormvloedkering gekregen.

Toelichting

  • De eerste indicator geeft aan of de basiskustlijn niet verder landinwaarts is verschoven dan in 1990 is afgesproken (en in 2001 is herijkt). Kleine verschuivingen zijn normaal en toegestaan, en worden door middel van het programma voor kustsuppletie gecorrigeerd.

  • De tweede indicator is erop gericht dat de vijf (t/m 2018) of zes (vanaf 2019) stormvloedkeringen te allen tijde (in het stormseizoen) voldoen aan de afgesproken eis voor de faalkans (faalkanseis). Deze eisen gaan over de kans dat de kering bij een sluitvraag niet gesloten kan worden. De kansen worden uitgedrukt in aantal sluitvragen: bij hoeveel sluitvragen mag een kering één keer falen. Realisatie op deze indicator is 83% (vijf van de zes keringen voldoen aan de afgesproken faalkanseis). Voor de Maeslantkering is in 2019 geen faalkans is afgegeven, zie nadere toelichting hieronder.

Faalkans van de zes stormvloedkeringen in beheer bij Rijkswaterstaat

Stormvloedkeringen

Faal- of overschrijdingskans

Streefwaarde 2019

Realisatie 2019

Norm waterwet

Maeslantkering 1

faalkans bij sluiten

1:100

Niet kwantitatief aantoonbaar

1:100

Hartelkering

faalkans bij sluiten

1:10

1:15

1:10

Hollandsche IJsselkering

faalkans bij sluiten

1:188

1:200

1:200

Ramspolkering

faalkans bij sluiten

1:100

1:268

1:100

Oosterscheldekering

Beschermingsniveau in jaren

1:10.000

1:10.000

1:10.000

Haringvlietsluizen

Beschermingsniveau in jaren

1:1.000

1:1.000

1:1.000

Bron: Rijkswaterstaat, 2019

1

Bij de Maeslantkering werd in 2014 duidelijk dat de betrouwbaarheid van de besturingssoftware, die in 2013 is vervangen, niet kwantitatief kan worden aangetoond. Uiterlijk vóór het stormseizoen van 2021/2022 beschikt de Maeslantkering weer over een besturingssysteem waarvan de betrouwbaarheid aantoonbaar is. Tot dat moment wordt door middel van beheersmaatregelen het betrouwbaar functioneren van de Maeslantkering gewaarborgd. Deze aanpak is getoetst en wordt onderschreven door de onafhankelijke Adviescommissie Stormvloedkeringen. De onderhoudsmaatregelen, die een belangrijke bijdrage leveren aan de betrouwbaarheid van het sluitproces van de Maeslantkering, worden volgens planning uitgevoerd. De veiligheid is daarmee niet in het geding.

Toelichting

De faalkanseisen voor de stormvloedkeringen worden op basis van de normering van de achterliggende waterkeringen vastgesteld. Bepalend daarvoor zijn de beschermingsniveaus van de achterliggende dijkringen, ook wel aangeduid als het «achterland». Gegeven de veiligheidseis aan het achterland, en de hoogte en sterkte van de waterkerende objecten die het achterland beschermen kan afgeleid worden welke aanvullende veiligheid, in termen van waterstandsverlaging, de keringen moeten borgen. Deze waterhuishoudkundige samenhang resulteert uiteindelijk in verschillende faalkanseisen per kering.

  • Voor stormvloedkeringen met maximaal twee kerende deuren of balgen, kan het effect op de waterveiligheid van het achterland direct worden door vertaald naar de prestatie-eis. Dit geldt voor de Ramspol kering, de Maeslantkering, de Hartelkering en de Hollandsche IJsselkering. De Maeslantkering mag bijvoorbeeld bij honderd sluitvragen één keer falen (1:100).

  • De methodiek van faalkansberekening is bij de Oosterscheldekering en Haringvlietsluizen afwijkend van de andere stormvloedkeringen vanwege de constructie met 62 resp. 17 schuiven. Bij deze keringen is het van belang dat de combinatie wordt gemaakt van de verschillende faalscenario’s (partieel falen) en het gecombineerde effect daarvan op de waterveiligheid van het achterland. De kans wordt uitgedrukt in jaren (Bijvoorbeeld 1: 10.000 jaar).

Per 1 januari 2017 is in het kader van de nieuwe Waterwet de nieuwe veiligheidsnormering ingevoerd. Deze normering gaat uit van een overstromingsrisico-benadering, waarbij niet alleen wordt gekeken naar de kans op een overstroming, maar ook naar de gevolgen ervan. Met deze nieuwe normering krijgt iedereen in Nederland dezelfde bescherming («basisbescherming») tegen overstromingen. Dit moet uiterlijk 2050 zijn gerealiseerd.

Jaarlijkse hoeveelheden zandsuppleties en percentages raaien waarin de basiskustlijn is overschreden

Bron: Rijkswaterstaat, 2019

Toelichting

Het suppletieprogramma Kustlijnzorg wordt opgesteld volgens het uitvoeringskader. In 2019 is een nieuwe rekenregel ingevoerd voor de bepaling van de benodigde hoeveelheid suppletiezand langs de Nederlandse kust en in de getijdenbekkens, waardoor beter rekening gehouden wordt met regionale effecten van volumeverlies door bodemdaling. De basiskustlijn mag bij maximaal 10% van de kustraaien overschreden zijn. Suppleties voor het onderhouden van de basiskustlijn hebben prioriteit boven suppleties voor het meegroeien van het kustfundament met de zeespiegel. De geel/blauwe balken in bovenstaande figuur geven de over de afgelopen jaren gerealiseerde suppleties weer.

Suppleren voor kustlijnzorg

Om de basiskustlijn en het kustfundament te kunnen handhaven, wordt een zandsuppletieprogramma opgesteld en worden meerjarige contracten afgesloten. Het suppletieprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd aan de hand van de laatste kustmetingen. De inhoud en omvang van dit programma kan jaarlijks variëren naargelang de specifieke behoefte en budgettaire mogelijkheden. Om te bereiken dat voor het beschikbare budget de maximale hoeveelheid zand wordt gesuppleerd, is vanaf 2012 een nieuwe marktbenadering gekozen met meerjarige contracten. Binnen het contract hebben de aannemers de vrijheid om de suppletiewerkzaamheden over meerdere jaren te spreiden.

 

Realisatie

Prognose

 

2019

2020

Handhaven basiskustlijn en kustfundament (in mln. m3)

11,2

11,8

Bron: Rijkswaterstaat, 2019

Areaal zoetwatervoorziening
 

Eenheid

Omvang begroot 2019

Omvang gerealiseerd 2019

Totaal budget 2019x € 1 mln.

Gerealiseerd budget 2019x € 1 mln.

Binnenwateren

km2

3.052

3.049

  

Kunstwerken (spui-, uitwaterings-kolken, stuwen en gemalen)1

stuks

105

116

  

Budget

mln. euro

  

18,1

27,7

Bron: Rijkswaterstaat, 2019

1

Het betreft de totale oppervlakte van alle door RWS beheerde wateren (onder meer rivieren, kanalen en IJsselmeer), exclusief de Noordzee, water in Caribisch Nederland, de Waddenzee en de Westerschelde.

Toelichting

De realisatie van de omvang binnenwateren 2019 is iets lager dan de begroting. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de verbreding van de Houtribdijk, die onvoorzien was in de begroting.

Het aantal kunstwerken (spui-, uitwateringskolken, stuwen en gemalen) is hoger dan verwacht bij de begroting. De oorzaak hiervan is tweeledig. Ten eerste is in 2019 het aantal kunstwerken (spui-, uitwateringskolken, stuwen en gemalen) met drie toegenomen door de registratie van een gemaal en spuimiddel bij Sluis II en een spuimiddel bij Sluis IV. Dit was onvoorzien in de begroting 2019. Ten tweede was in 2018, zoals toegelicht in het jaarverslag 2018, het aantal spuikolken van de Rammegors en de Flakkeese spuisluizen hoger dan voorzien.

Vervanging

Motivering

Het zodanig in conditie houden van het hoofdwatersysteem dat de primaire functie voor zowel waterveiligheid als zoetwatervoorziening vervuld kan worden.

Producten

De waterveiligheid en beschikbaarheid moet in stand worden gehouden tegen de achtergrond van een beperkte technische levensduur van kunstwerken. Het einde van de levensduur kan ontstaan door de ouderdom van het kunstwerk of door intensiever gebruik dan bij het ontwerp is voorzien. Door de intensieve aanleg in de eerste helft en met name ook vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw, valt te verwachten dat deze problematiek geleidelijk zal toenemen. De projecten zijn opgenomen in het MIRT Overzicht.

Vervangingen en renovaties van kunstwerken worden ondergebracht binnen het programma Vervanging en Renovatie. De scope van het programma omvat alle kunstwerken waar zich binnen de duur van het programma een levensduurproblematiek voordoet met mogelijke ernstige gevolgen voor de veiligheid en beschikbaarheid. De projecten in het programma verlengen de levensduur van de kunstwerken zodat de veiligheid en de beschikbaarheid van de bestaande infrastructuur in stand wordt gehouden.

Het budget dat op dit artikelonderdeel in de huidige begrotingsperiode is opgenomen, is bestemd voor de werkzaamheden ten behoeve van de stuwen Nederrijn/Lek.

Vervanging waterprojecten

Water

Project

Gereed Begroting 2019

Gereed Jaarverslag 2019

Nederrijn/Lek

Renovatie stuwensemble in Nederrijn en Lek

2021

2021

Bron: Rijkswaterstaat, 2019

Licence