Base description which applies to whole site

8. Saldibalans per 31 december 2022 en toelichting begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII)

Tabel 17 Saldibalans per 31 december 2022 (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2022

 

31-12-2021

 

Passiva

31-12-2022

 

31-12-2021

          

Intra-comptabele posten

       

1

Uitgaven ten laste van de begroting

3.657.972

 

3.188.323

2

Ontvangsten ten gunste van de begroting

100.925

 

61.998

     

4a

Rekening-courant RHB

3.557.047

 

3.126.325

5

Rekening-courant RHB Begrotingsreserve

117.501

 

119.323

5a

Begrotingsreserves

117.501

 

119.323

Subtotaal intra-comptabel

3.775.473

 

3.307.646

Subtotaal intra-comptabel

3.775.473

 

3.307.646

          

Extra-comptabele posten

       

10

Vorderingen

2.214.631

 

2.000.244

10a

Tegenrekening vorderingen

2.214.631

 

2.000.244

12

Voorschotten

4.179.681

 

3.764.894

12a

Tegenrekening voorschotten

4.179.681

 

3.764.894

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

3.478.544

 

3.283.242

13

Garantieverplichtingen

3.478.544

 

3.283.242

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

7.672.215

 

6.998.721

14

Andere verplichtingen

7.672.215

 

6.998.721

15

Deelnemingen

172.266

 

151.692

15a

Tegenrekening deelnemingen

172.266

 

151.692

Subtotaal extra-comptabel

17.717.337

 

16.198.793

Subtotaal extra-comptabel

17.717.337

 

16.198.793

          

Totaal

21.492.810

 

19.506.439

 

Totaal

21.492.810

 

19.506.439

II Inleiding

1. Algemeen

De saldibalans is een financiële staat waarop de standen van de intra- en extracomptabele rekeningen van de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) worden verantwoord.

Het intra-comptabele deel van de saldibalans geeft inzicht in de kasstromen. Het gaat hier voornamelijk om de uitgaven en ontvangsten van dienstjaar 2022, die nog met het Ministerie van Financiën moeten worden verrekend. Na goedkeuring van de Rijksrekening vindt de verrekening plaats. De tegen- rekening van de uitgaven en ontvangsten is de post «Rijkshoofdboekhouding» (RHB), de rekening-courant tussen de Ministeries van Buitenlandse Zaken en Financiën. Voor de BHOS-begroting wordt deze verrekening periodiek en achteraf gemaakt op basis van interne verrekenstukken. Hierdoor zit er een vertraging tussen het saldo van kasstromen en het saldo van de rekening-courant RHB voor BHOS. Per eindejaar blijft er derhalve een (beperkt) saldo over van nog te verrekenen kasstromen (zie hoofdstuk 4).

Met uitzondering van de RHB Rekening BHOS worden alle liquide middelen verantwoord op de saldibalans van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, begroting Buitenlandse Zaken.

Ook alle uitgaven en ontvangsten buiten begrotingsverband, die met derden zullen worden verrekend en niet ten laste c.q. ten gunste van de begroting zijn gebracht, worden verantwoord onder de intra-comptabele vorderingen en schulden van de BZ balans.

Het extracomptabele deel van de saldibalans geeft enerzijds inzicht in de standen van de uitstaande vorderingen en voorschotten die in het verleden tot kasstromen hebben geleid (ten laste van de begrotingen van BHOS in voorgaande jaren). Anderzijds bevat dit deel van de saldibalans de post openstaande verplichtingen en de garantieverplichtingen. Deze posten geven inzicht in de mogelijke toekomstige kasstromen. Openstaande verplichtingen kunnen leiden tot uitgaven ten laste van begrotingen van volgende jaren. De extracomptabele rekeningen worden met behulp van diverse tegenrekeningen in evenwichtsverband geboekt.

2. Waarderingsgrondslagen

Uitgaven, ontvangsten, verplichtingen en mutaties op balansrekeningen in vreemde valuta worden gedurende het jaar met behulp van een vaste verrekenkoers (de corporate rate) omgerekend naar EUR. De corporate rate 2022 van de USD was per 1 januari 2022 vastgesteld op 1 USD = 0,85 EUR en is gedurende het jaar nog 4 keer bijgesteld (1 april 0,91 ‒ 1 augustus 0,986 ‒ 1 oktober 1,047 en 4 december 0,95). Voor 2023 is deze 0,95 EUR.

Alle ODA-ontvangsten (zowel op de BHOS als de BZ begroting) worden verantwoord op het artikel 5.21 ‘Ontvangsten OS’ van de BHOS begroting. Non-ODA ontvangsten worden waar van toepassing verantwoord op resp. artikel 2.4 «Restituties programma’s» op de BZ begroting dan wel op artikel 5.23 ‘Diverse ontvangsten non-ODA’ op de BHOS begroting.

Extracomptabele vorderingen zijn de per balansdatum bestaande rechten om geldmiddelen te ontvangen van een wederpartij die niet tot het Rijk behoort.De extracomptabele balansrekeningen voor vorderingen, voorschotten, deelnemingen en openstaande verplichtingen worden per 31 december gewaardeerd tegen de corporate rate van het volgende boekjaar. De herwaardering die hieruit voortvloeit is verwerkt in de kas- en verplichtingen- stroom van het afgelopen jaar. Revolverende fondsen worden in de saldibalans gepresenteerd als een geconditioneerde vordering tegen nominale waarde.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is een belangrijke uitvoerder van het BHOS-beleid. RVO is onderdeel van de Rijksoverheid en daarom neemt het ministerie de gegevens van RVO over wat betreft de verplichtingen-, vorderingen- en voorschottenstand. Met ingang van 1 oktober 2021 is de uitvoering van de regelingen DGGF, DTIF en DRIVE overgedragen door RVO aan Invest International Public Programmes B.V. Invest International Public Programmes B.V. is een staatsdeelneming met een wettelijke taak. Voor de vastlegging van de verplichtingen-, vorderingen- en voorschottenstand gelden dezelfde regels als RVO. Een uitzondering is gemaakt voor de revolverende fondsen DGGF en DTIF.

De deelnemingen zijn gewaardeerd op basis van het gestorte kapitaal.

De overige in de saldibalans en de toelichting opgenomen bedragen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

III Toelichting op de saldibalans per 31 december 2022

1 Uitgaven ten lasten van de begroting

Tabel 18 Uitgaven ten laste van de begroting (debet 3.657.972 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2022

31 december 2021

   

Uitgaven ten laste van de begroting

3.657.972

3.188.323

Onder deze post zijn de gerealiseerde uitgaven op de begroting van BHOS in het jaar 2022 opgenomen. Splitsing van de uitgaven heeft plaatsgevonden o.b.v. de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk. Na goedkeuring van de slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.

2 Ontvangsten ten gunste van de begroting

Tabel 19 Ontvangsten ten gunste van de begroting (credit 100.925 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2022

31 december 2021

   

Ontvangsten ten gunste van de begroting

100.925

61.998

Onder deze post zijn de gerealiseerde ontvangsten in het jaar 2022 opgenomen. Splitsing van de ontvangsten heeft plaatsgevonden o.b.v. de verdeling van de budgeteenheden per hoofdstuk. Na goedkeuring van de slotwet door de Staten-Generaal wordt dit bedrag vereffend met het Ministerie van Financiën.

4a Rekening-courant RHB

Omdat de administratie en de liquide middelen stroom voor beide begrotingen via één administratief systeem verlopen is er voor gekozen alle lopende rekeningen op te nemen op de balans van BZ en het saldo van de uitgaven m.b.t. BHOS achteraf middels een intern verrekenstuk tussen de RHB rekeningen van BZ en BHOS te verrekenen.

Tabel 20 Rekening-courant (credit 3.557.047 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2022

31 december 2021

   

Rekening-courant RHB BHOS

3.558.461

3.126.336

Te verrekenen tussen BuZa en BHOS

‒ 1.414

‒ 11

Totaal

3.557.047

3.126.325

Op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is de financiële verhouding met het Ministerie van Financiën weergegeven. Het verschuldigde saldo op de rekening-courant met de Rijkshoofdboekhouding is in overeen- stemming met de opgave van de RHB. Door de splitsing van de balans tussen BHOS en BZ is er een te verrekenen bedrag tussen de twee balansen noodzakelijk om evenwicht te creëren. Het te verrekenen bedrag ontstaat doordat er ná de verrekening van de maand december nog correcties plaatsvinden en invloed hebben op de verhouding BZ en BHOS. De verrekening van dit bedrag zal bij de RHB plaatsvinden met verrekenstukken in het komende jaar.

5 Rekening-courant RHB (begrotingsreserve)

Tabel 21 Rekening-courant RHB (begrotingsreserve) (debet 117.501 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2022

31 december 2021

   

Begrotingsreserve DGGF

47.114

52.097

Begrotingsreserve FOM

29.022

30.640

Begrotingsreserve DRIVE

18.368

12.500

Begrotingsreserve DTIF

22.997

24.086

Totaal

117.501

119.323

5a Begrotingsreserve

Tabel 22 Begrotingsreserve (credit 117.501 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

31 december 2021

Toevoegingen 2022

Onttrekkingen 2022

Saldo 31 december 2022

Verwijzing naar Begrotingsartikel

Begrotingsreserve DGGF

52.097

5.746

10.729

47.114

1.3

Begrotingsreserve FOM

30.640

0

1.618

29.022

1.2

Begrotingsreserve DRIVE

12.500

5.868

0

18.368

1.3

Begrotingsreserve DTIF

24.086

6.149

7.238

22.997

1.2

Totaal

119.323

17.763

19.585

117.501

 

In 2016 is besloten het Fonds Opkomende Markten (FOM) voor nieuw af te geven garanties stop te zetten ten gunste van het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF). Ter dekking van eventuele schades dient tegen hefboom 1:2 de helft van het uitstaande bedrag aan garanties te worden aangehouden in de begrotingsreserve. In 2022 zijn geen provisies ontvangen. Er is een schade uitgekeerd van EUR 1,618 miljoen. 

In 2016 zijn middelen aan de begrotingsreserve onttrokken die niet beschikbaar dienden te blijven om de lopende FOM garanties af te dekken. Deze middelen zijn toegevoegd aan de begroting om de uitgaven op het instrument DTIF tot en met 2021 te dekken. In 2022 is geen aanvullend bedrag aan de begrotingsreserve onttrokken ter dekking van de aangegane garantieverplichtingen DTIF.

De uitstaande FOM garanties nemen echter sneller af dan verwacht. Rekening houdend met de hefboom 1:2 is de begrotingsreserve per ultimo 2022 ondanks de eerdere onttrekkingen hoger dan de nog uitstaande FOM garanties. In 2016 zijn in het FOM toetsingskader risicoregelingen opgenomen dat deze resterende middelen in de FOM begrotingsreserve ook worden aangehouden voor het DTIF.

Ter dekking van eventuele schades uit het Dutch Good Growth Fund (DGGF) onderdeel 1 (RVO) dient tegen hefboom 1:2 de helft van het uitstaande bedrag aan garanties aangehouden te worden in de begrotingsreserve. Ter dekking van eventuele schades uit het DGGF onderdeel 3 (Atradius DSB) dient tegen hefboom 1:1 voor de wisselfinancieringen en tegen hefboom 1:3 voor de garanties een begrotingsreserve te worden aangehouden.

In 2022 zijn door RVO en Atradius DSB ontvangen premies van EUR 5,746 miljoen toegevoegd aan de begrotingsreserve. Schade-uitkeringen (wisselfinancieringen) door Atradius DSB van EUR 10,729 miljoen zijn onttrokken aan de begrotingsreserve.

De totaalstand van de garantieverplichtingen DGGF bedraagt per ultimo 2022 EUR 94,989 miljoen. De begrotingsreserve is hoger dan op basis van de uistaande garanties minimaal vereist is. In 2023 wordt bezien of een mutatie in de begrotingsreserve noodzakelijk is.

Voor het Development Related Infrastructure Investment Vehicle (DRIVE) is in 2015 een begrotingsreserve gecreëerd. Ter dekking van eventuele schades dient tegen een hefboom van 1:4 een kwart van het uitstaande bedrag aan garanties te worden aangehouden in de begrotingsreserve. In 2022 is de verstrekte garantie omgezet in een polis. Hiervoor is een premie ontvangen van EUR 5,868 miljoen. Het saldo in de reserve van EUR 18,368 miljoen betreft de bodemstorting uit 2015 en de storting van 2022. De afgegeven garantie is in 2022 geherwaardeerd tot EUR 43,773 miljoen. In 2023 wordt bezien of een mutatie in de begrotingsreserve noodzakelijk is.

Voor het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) is in 2016 een begrotingsreserve gecreëerd. Ter dekking van eventuele schades uit het DTIF onderdeel 1 (RVO) dient tegen hefboom 1:4 een kwart van het uitstaande bedrag aan garanties in de begrotingsreserve te worden aangehouden.

Ter dekking van eventuele schades uit het DTIF onderdeel 2 (Atradius DSB) dient tegen hefboom 1:1 voor de verstrekte wisselfinancieringen een begrotingsreserve te worden aangehouden. 

De begrotingsreserve bevat een bodemstorting van EUR 5,0 miljoen. In 2022 zijn door RVO en Atradius DSB ontvangen premies en aflossingen van wisselfinancieringen van EUR 6,149 miljoen toegevoegd aan de begrotingsreserve. Schade-uitkeringen (wisselfinancieringen) door Atradius DSB van EUR 7,238 miljoen zijn onttrokken aan de begrotingsreserve.

10 Vorderingen

Dit betreffen vorderingen die reeds ten laste van de begroting zijn gebracht en extracomptabel worden bewaakt. Deze vorderingen hebben vaak een langdurig karakter.

Tabel 23 Vorderingen (debet 2.214.631 x EUR 1.000)

Specificatie EUR x 1.000

31 december 2022

31 december 2021

Te ontvangen aflossingen op begrotingsleningen (NIO)

78.338

84.701

Massif fonds

334.375

334.375

Building Prospects (BP) (voorheen IDF en voorheen MOL fonds)

414.516

394.516

DGGF Fonds

431.138

366.795

NIO achtergestelde lening

53.000

61.000

Verrichte garantiebetalingen NIO

34.917

40.907

Diverse extra-comptabele vorderingen

868.347

717.950

Totaal

2.214.631

2.000.244

De extracomptabele vorderingen met betrekking tot het Massif fonds en het Building Prospects (BP) (voorheen IDF en voorheen MOL fonds) staan uit bij de FMO en betreffen revolverende fondsen. De betaalde Massif-fondsen en BP-fondsen staan respectievelijk per 31 december 2026 en 31 december 2028 ter beschikking van de minister en zijn als geconditioneerde vordering opgenomen op de balans.

Uit informatie van de FMO blijkt dat het aandeel van BHOS voor wat betreft het Massif fonds per 31 december 2022 is vastgesteld op EUR 493,2 miljoen. De door BHOS totaal ingebrachte fondsen tot en met 31 december 2022 bedroegen EUR 334,375 miljoen.

De asset waarde van het BP bedraagt per 31 december 2022 EUR 355,4 miljoen. De door BHOS totaal ingebrachte fondsen tot en met 31 december 2022 bedroegen EUR 414,516 miljoen.

De genoemde asset waarden zijn voorlopige cijfers zoals bekend bij het opstellen van de saldibalans. De definitieve cijfers blijken uit de jaarrekening 2022 van FMO.

Voor het Dutch Good Growth Fund (DGGF) zijn leningen verstrekt aan Invest International B.V. en PwC/TJ, gericht op het midden- en kleinbedrijf voor investeringen in ontwikkelingslanden. Aan Invest International B.V. is een lening verstrekt van EUR 136,166 miljoen. Aan PwC/TJ is een lening verstrekt van EUR 294,971 miljoen.

De begrotingsleningen zijn door de NIO in het verleden afgesloten met OS-landen. De laatste lening is in 2001 verstrekt. De laatste aflossing staat voor 2040 gepland.

Tabel 24 Mate van opeisbaarheid en ouderdom vorderingen (x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

Totaal

2022

2021

2020

2019 en ouder

      

Op termijn opeisbaar aflossing begrotingsleningen

78.338

0

0

0

78.338

Op termijn opeisbaar begrotingslening

53.000

0

0

0

53.000

Op termijn opeisbaar overige vorderingen

0

0

0

0

0

Totaal op termijn opeisbare vorderingen

131.338

0

0

0

131.338

Direct opeisbaar garantiebetalingen

34.917

0

3.254

2.784

28.879

Direct opeisbaar overige vorderingen

35.358

33.445

203

550

1.160

Totaal direct opeisbare vorderingen

70.275

33.445

3.457

3.334

30.039

Geconditioneerde vorderingen

2.013.018

    

Totaal

2.214.631

    
Tabel 25 Diverse extra comptabele vorderingen (x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december2022

 

31 december2021

TCX Currency Exchange Fund

 

60.356

 

59.266

IFC-GAFSP

 

92.071

 

82.379

AEF Fund

 

170.140

 

161.280

Lening PIDG

 

160.100

 

118.375

DTIF

 

44.231

 

44.231

AFAWA Guarantee Program

 

38.000

 

34.000

DFCD

 

135.000

 

82.000

AGRI3 Fund

 

26.173

 

15.598

Aceli Africa

 

2.138

 

0

Te ontvangen boete rente (NIO)

 

11.878

 

11.005

Buiteninvordering gestelde vorderingen

 

101

 

251

Overige

 

128.159

 

109.565

Totaal

 

868.347

 

717.950

Extracomptabele vorderingen waarop in 2022 belangrijke wijzigingen hebben plaats gevonden, worden toegelicht.

De vordering op het Access to Energy Fund (AEF Fund) is in 2006 in de vorm van een subsidie verstrekt. De vordering staat uit bij de FMO en betreft een deels revolverend fonds. Het programma heeft als doel om armoede te verminderen door de toegang tot energiediensten te verbeteren. Uit informatie van de FMO blijkt dat het aandeel van BHOS voor wat betreft het AEF Fund per 31 december 2022 is vastgesteld op EUR 183,719 miljoen. De door BHOS totaal ingebrachte fondsen tot en met 31 december 2022 bedroegen EUR 170,140 miljoen.

De vordering op IFC-GAFSP is in 2012 op basis van een arrangement verstrekt aan International Finance Corporation (IFC) en het Private Sector Window ten bate van investment activities is voor 100% revolveerbaar. Het programma heeft als doel het verbeteren van de voedselzekerheid in ontwikkelingslanden, door het bevorderen van de toegang tot financiële diensten voor boeren, producentenorganisaties en het MKB. De door BHOS totaal ingebrachte fondsen tot en met 31 december 2022 bedroegen USD 96,9 miljoen.

Voor de Private Infrastructure Development Group (PIDG) is een lening verstrekt voor het realiseren van infrastructurele projecten in lage inkomenslanden en fragiele staten. In 2022 is een extra lening verstrekt van USD 30,5 miljoen. 

De vordering op het Dutch Fund for Climate Development (DFCD) is in 2019 in de vorm van een subsidie verstrekt. De vordering staat uit bij de FMO en betreft een deels revolverend fonds. Het programma vloeit voort uit de opdracht zoals gedefinieerd in het regeerakkoord en heeft als doel om klimaatrelevante projecten in ontwikkelingslanden te financieren ten behoeve van een klimaatbestendige economische groei. Uit informatie van de FMO blijkt dat het aandeel van BHOS voor wat betreft het DFCD per 31 december 2021 is vastgesteld op EUR 71,878 miljoen. Betreft de cijfers ultimo 2021, de recente gegevens per eind boekjaar 2022 zijn nog niet beschikbaar. De door BHOS totaal ingebrachte fondsen tot en met 31 december 2022 bedroegen EUR 135 miljoen.

De vordering op het AGRI3 Fund is in 2020 in de vorm van een subsidie verstrekt. De vordering staat uit bij Stichting Title Holder AGRI3 en betreft een revolverend fonds. Het programma heeft tot doel banken, andere financiële instellingen en landbouwbedrijven te stimuleren zakenmodellen te ontwikkelen met bosbescherming, herbebossing en implementatie van innovatie landbouwoplossingen terwijl de levensstandaard van lokale boeren wordt verbeterd. De door BHOS totaal ingebrachte fondsen tot en met 31 december 2022 bedroegen USD 27,55 miljoen.

Aceli Africa richt zich op het wegnemen van barrières tot financiering van Afrikaanse Agri-SME's. De vordering op Aceli Africa is als subsidie verstrekt en heeft tot doel het risico van krediteverstrekkers voor het verstrekken van leningen aan agri-SME's te verlagen door een deel van het mogelijke verlies te garanderen (first loss portfolio garantie). In 2022 is een eerste betaling overgemaakt van USD 2,25 miljoen.

12 Voorschotten

Dit betreffen nog openstaande voorschotten, waarvan de uitgaven reeds ten laste van de begroting zijn gebracht. Afwikkeling vindt plaats op basis van ontvangen verantwoordingen.

Tabel 26 Voorschotten (debet 4.179.681 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december 2022

31 december 2021

Voorschotten

 

3.910.562

3.428.619

Voorschotten RVO

 

269.119

336.275

Totaal

 

4.179.681

3.764.894

Tabel 27 Ouderdomsanalyse voorschotten (x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december 2022

31 december 2021

Verstrekt in 2011 en ouder

 

6.644

30.913

Verstrekt in 2012

 

19.000

17.516

Verstrekt in 2013

 

26.948

25.179

Verstrekt in 2014

 

19.000

18.321

Verstrekt in 2015

 

26.819

27.611

Verstrekt in 2016

 

18.053

21.666

Verstrekt in 2017

 

38.610

155.359

Verstrekt in 2018

 

131.872

187.787

Verstrekt in 2019

 

261.674

534.404

Verstrekt in 2020

 

501.686

1.062.912

Verstrekt in 2021

 

1.267.562

1.683.226

Verstrekt in 2022

 

1.861.813

0

Totaal

 

4.179.681

3.764.894

Tabel 28 Opbouw openstaande voorschotten (exclusief voorschotten RVO) (x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december 2022

31 december 2021

Openingsbalans

 

3.428.619

3.316.853

Bij: Verstrekte voorschotten

 

1.775.272

1.675.332

Af: Verantwoorde voorschotten

 

1.455.024

1.572.243

Bij: Herwaardering naar nieuwe corporate rate

 

161.695

8.677

Eindbalans

 

3.910.562

3.428.619

13 Garantieverplichtingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd:

Tabel 29 Garantieverplichtingen (credit 3.478.544 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december 2022

31 december 2021

Asian Development Bank (AsDB)

 

1.355.025

1.251.588

Inter-American Development Bank (IADB)

 

309.358

276.794

African Development Bank (AfDB)

 

1.575.039

1.454.807

Fonds Opkomende Markten (FOM)

 

3.188

6.681

Dutch Good Growth Fund (DGGF)

 

94.989

142.930

Dutch Trade Investment Fund (DTIF)

 

16.251

15.948

Development Relevant Infrastructure Investment Vehicle (DRIVE)

 

43.773

43.357

NIO

 

80.921

91.137

Totaal

 

3.478.544

3.283.242

De garantieverplichtingen die uitstaan bij de regionale ontwikkelingsbanken Asian Development Bank (AsDB), Inter-American Development Bank (IADB) en African Development Bank (AfDB) betreffen het niet-volgestorte aandelenkapitaal. Slechts indien de banken in ernstige problemen komen kan om storting (vol- of bijstorting) van het garantiekapitaal worden gevraagd. De waardetoename in EUR bij de AfDB, de AsDB en de IADB wordt veroorzaakt door koersontwikkelingen (in valuta SDR resp. USD).

De garantieverplichting in het kader van het Fonds Opkomende Markten (FOM) betreft een garantie aan de FMO voor financieringen aan lokale dochterondernemingen of joint-ventures van Nederlandse bedrijven. De openstaande garanties zijn gedaald van EUR 6,681 miljoen naar EUR 3,188 miljoen, omdat in 2016 is besloten om het FOM voor nieuw af te geven garanties stop te zetten.

De garantieverplichting in het kader van het Dutch Good Growth Fund (DGGF) heeft betrekking op ontwikkelingsrelevante en risicodragende investeringen en exporttransacties. De daling van EUR 47,941 miljoen naar EUR 94,989 miljoen komt met name door een daling van afgegeven garanties door Atradius DSB. Verstrekte dekkingsadviezen zijn niet opgenomen als garantieverplichting.

Fondsbeheerder PwC/TJ is in 2019 in de gelegenheid gesteld om voor maximaal EUR 100 miljoen boven het beschikbare investeringsbudget aan contracten/committeringen aan te gaan met intermediaire fondsen in de vorm van een garantie van BHOS. Door een verhoging van het investeringsbudget is in 2022 het totaal aan aangegane committeringen binnen de verstrekte opdracht gebleven. De garantieverplichting is per ultimo 2022 vastgesteld op EUR 0,0.

De garantieverplichting in het kader van het Dutch Trade and Investment Fund (DTIF) betreft een garantie voor risicodragende investeringen en exporttransacties. De stijging van EUR 0,303 miljoen naar EUR 16,251 miljoen komt met name door verstrekte wisselfinancieringen door Atradius DSB.

De garantieverplichting in het kader van het Development Relevant Infrastructure Investment Vehicle (DRIVE) heeft betrekking op investeringen in publieke infrastructuurprojecten die bijdragen aan een goed ondernemingsklimaat en de ontwikkeling van de private sector in lage- en middeninkomenslanden. Het garantieplafond voor DRIVE is vastgesteld op EUR 55 miljoen per jaar. In 2019 is door Atradius DSB een garantie afgegeven van EUR 49,293 miljoen. Deze garantie is in 2022 geherwaardeerd tot een bedrag van EUR 43,773 miljoen.

Voor deze laatste vier regelingen is een begrotingsreserve gevormd.

8 Andere verplichtingen

Tabel 30 Andere verplichtingen (credit 7.672.215 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december2022

31 december2021

Openingsbalans

 

6.998.721

7.672.359

Bij: Aangegane verplichtingen

 

4.300.267

2.478.733

Af: Tot betaling gekomen verplichtingen

 

3.626.773

3.152.371

Eindbalans

 

7.672.215

6.998.721

Af te dragen vennootschapsbelasting

Op basis van de oordelen van de Belastingdienst en de door het ministerie ingenomen standpunten is in 2022 de aangifte vennootschapsbelasting over 2020 ingediend. Voor 2021 bereidt het ministerie haar aangifte voor. Voor deze aangifte moet voor een aantal financieringen opnieuw worden getoetst of deze vallen onder de reikwijdte van de vennootschapsbelasting. Dit gezien de negatieve resultaten afgelopen jaren. In 2021 zijn daarnaast financieringen vanuit de RVO overgegaan naar Invest International. Hiervoor moet eveneens opnieuw de belastingplicht worden getoetst. Zoals in eerdere jaren is wederom sprake van een verrekenbaar verlies met de Belastingdienst. De aangiften over 2016 t/m 2019 zijn nu definitief vastgesteld door de Belastingdienst. Het bedrag van de door het ministerie te verrekenen bronbelasting over deze jaren is in 2022 naar beneden bijgesteld. Voor 2021 en 2022 is begroot dat de fiscale winsten lager liggen dan de verrekenbare verliezen. Per saldo is er meer betaald aan de Belastingdienst dan de belastingschuld bedraagt over de periode 2016 t/m 2022. Om deze reden is geen saldo als af te dragen vennootschapsbelasting opgenomen in de saldibalans bij BHOS.

9 Deelnemingen

De post deelnemingen bestaat uit aandelen in internationale instellingen. Voor het niet volgestorte deel (callable capital) is een garantieverplichting verstrekt die onder 13. Garantieverplichtingen is opgenomen.

De laatste kolom van het overzicht vermeldt de voting power ultimo 2022. Naast de omvang van de deelneming in aandelen kan dit percentage ook beïnvloed zijn door bijvoorbeeld de omvang van de middelenaanvullingen.

Tabel 31 Deelnemingen (debet 172.266 x EUR 1.000)

Specificatie x 1.000 EUR

 

31 december 2022

31 december 2021

Voting power

Asian Development Bank

 

71.330

65.884

1,113

African Development Bank

 

75.477

63.238

0,876

Inter-American Development Bank

 

13.901

12.438

0,200

Inter-American Investment Corporation

 

11.139

9.713

0,660

Instex Deelneming

 

419

419

4,210

Totaal

 

172.266

151.692

 

De waarde van de deelneming in de African Development Bank (AfDB) is in 2022 met een bedrag van EUR 6,478 miljoen toegenomen door een aanvullende kapitaalstorting in valuta SDR, en als gevolg van koerswijziging toegenomen met EUR 5,761 miljoen.

De waarde van de deelneming in de Inter-American Investment Corporation (IIC) is in 2022 met een bedrag van EUR 0,284 miljoen toegenomen door een aanvullende kapitaaluitbreiding (vanuit reserve IDB, in valuta USD) en met een bedrag van EUR1,142 miljoen toegenomen als gevolg van koerswijziging.

De waarde van de deelnemingen in de Asian Development Bank (AsDB) en de Inter-American Development Bank (IDB) is toegenomen als gevolg van koerswijziging.

Nederland zet zich samen met Europese bondgenoten in voor behoud van Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA) ten aanzien van Iran. Onder andere door begin 2020 formeel toe te treden als aandeelhouder van INSTEX. Doel van de Nederlandse deelname aan dit special purpose vehicle is om bij te dragen aan het faciliteren van het betalingsverkeer tussen Europese en Iraanse bedrijven. Nederland heeft in 2020 voor een bedrag van EUR 0,419 miljoen aan aandelenkapitaal gekocht van INSTEX.

Niet uit de saldibalans blijkende bestuurlijke verplichtingen

Verdragsmiddelen Suriname

Het restant van de verplichting uit hoofde van de Verdragsmiddelen Suriname Schenkingen bedraagt per 31 december 2022 EUR 17,1 miljoen.

Partnerschap «Prospects»

In 2019 startte Nederland met een nieuwe aanpak voor vluchtelingenopvang lastens art 4.2 van de BHOS-begroting: het partnerschap «Prospects». Het partnerschap wil de opvang en bescherming van vluchtelingen in en rondom conflictgebieden verbeteren en bestaat uit het Ministerie van Buitenlandse Zaken, International Finance Corporation (IFC), International Labour Organisation (ILO), United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR), United Nations Children’s Fund (UNICEF) en Wereldbank. Onder dit partnerschap is aan de partners via een opportunity fund een bedrag van circa USD 90 miljoen in het vooruitzicht gesteld voor de periode 2019–2023 voor mogelijke nieuwe projecten. Per 31 december 2022 is hiervan circa USD 6,2 miljoen nog niet aangesproken.

Licence