Base description which applies to whole site

VI Justitie en Veiligheid

A. ALGEMEEN

1. Gerealiseerde uitgaven en ontvangsten

Gerealiseerde uitgaven verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 18.872

Gerealiseerde ontvangsten verdeeld over beleidsartikelen en niet-beleidsartikelen (x €1 mln.). Totaal € 1.862

2. Aanbieding van het jaarverslag en verzoek tot dechargeverlening

AAN de voorzitters van de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Hierbij bied ik, mede namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, het departementale jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) over het jaar 2025 aan.

Onder verwijzing naar de artikelen 2.37 en 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verzoek ik de beide Kamers der Staten-Generaal de Minister van Justitie en Veiligheid decharge te verlenen over het in het jaar 2025 gevoerde financiële beheer.

Voor de oordeelsvorming van de Staten-Generaal over dit verzoek tot dechargeverlening stelt de Algemene Rekenkamer als externe controleur op grond van artikel 7.14 van de Comptabiliteitswet 2016 een rapport op. Dit rapport wordt op grond van artikel 7.15 van de Comptabiliteitswet 2016 door de Algemene Rekenkamer aan de Staten-Generaal aangeboden. Het rapport bevat de bevindingen en het oordeel van de Algemene Rekenkamer over:

  • 1. het gevoerde begrotingsbeheer, financieel beheer, materiële bedrijfsvoering en de daartoe bijgehouden administraties van het Rijk;

  • 2. de centrale administratie van de schatkist van het Rijk van het Ministerie van Financiën;

  • 3. de financiële verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 4. de totstandkoming van de niet-financiele verantwoordingsinformatie in de jaarverslagen;

  • 5. de financiële verantwoordingsinformatie in het Financieel jaarverslag van het Rijk.

Bij het besluit tot dechargeverlening worden verder de volgende, wettelijk voorgeschreven, stukken betrokken:

  • 1. het Financieel jaarverslag van het Rijk over 2025;

  • 2. het voorstel van de slotwet dat met het onderhavige jaarverslag samenhangt;

  • 3. het rapport van de Algemene Rekenkamer over het onderzoek van de centrale administratie van de schatkist van het Rijk en van het Financieel jaarverslag van het Rijk;

  • 4. de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer over de in het Financieel jaarverslag van het Rijk opgenomen rekening van uitgaven en ontvangsten over 2025, alsmede over de saldibalans over 2025 (de verklaring van goedkeuring, bedoeld in artikel 7.14, tweede lid, van de Comptabiliteitswet 2016).

Het besluit tot dechargeverlening kan niet worden genomen, voordat de betrokken Slotwet is aangenomen en voordat de verklaring van goedkeuring van de Algemene Rekenkamer is ontvangen.

De Minister van Justitie en Veiligheid,

D.M. van Weel

Dechargeverlening door de Tweede Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal dat de Tweede Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Tweede Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, ter behandeling doorgezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

Dechargeverlening door de Eerste Kamer

Onder verwijzing naar artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 verklaart de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal dat de Eerste Kamer aan het hiervoor gedane verzoek tot dechargeverlening tegemoet is gekomen door een daartoe strekkend besluit, genomen in de vergadering van

De Voorzitter van de Eerste Kamer,

Handtekening:

Datum:

Op grond van artikel 2.40 van de Comptabiliteitswet 2016 wordt dit originele exemplaar van het onderhavige jaarverslag, na ondertekening van de hierboven opgenomen verklaring, doorgezonden aan de Minister van Financiën.

3. Leeswijzer

In het departementaal jaarverslag 2025 legt de Minister van Justitie en Veiligheid (JenV), mede namens de staatssecretaris van JenV, verantwoording af over het gevoerde beleid, de bereikte resultaten van dit beleid en de kosten van het beleid in 2025. In dit departementaal jaarverslag wordt tevens verantwoord over het gevoerde beheer over het jaar 2025.

Van begroting tot verantwoording

Schematisch wordt in de figuur in een tijdlijn aangegeven dat de ontwerpbegroting voor aanvang van het kalenderjaar wordt ingediend en dat de verantwoording in het kalenderjaar na het begrotingsjaar plaatsvindt. Dit staat boven de tijdlijn. Onder de tijdlijn staan (gedurende het kalenderjaar) drie supploire begrotingen: eerste supp, prinsjesdag supp en tweede supp. Gelijk met het jaarverslag staat onder de tijdlijn de slotwet.

Het Jaarverslag geeft een overzicht van de uitvoering van het voorgenomen beleid en daaraan gerelateerde financiële middelen en is een spiegel van de vastgestelde begroting 2025. In de loop van het jaar 2025 is drie keer een reguliere suppletoire begrotingswet gemaakt: in de maand mei de eerste suppletoire begrotingswet, in de maand september de september suppletoire begrotingswet en in de maand december de tweede suppletoire begrotingswet.Een aantal van de financiële mutaties in het jaarverslag zijn dus al in een eerder stadium in deze suppletoire begrotingswetten voorgelegd aan de Staten Generaal. Samen met het Departementaal Jaarverslag wordt tevens de Slotwet aan de Tweede Kamer aangeboden. Hierin worden de wijzigingen ten opzichte van de tweede suppletoire begrotingswet uiteengezet.

Opzet van het jaarverslag

Het jaarverslag van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Het Ministerie) bestaat uit vier onderdelen, zijnde Algemeen (A), Beleidsverslag (B), Jaarrekening (C) en Bijlagen (D).

Algemeen

Het onderdeel algemeen omvat het verzoek tot dechargeverlening en deze leeswijzer.

Beleidsverslag

Het beleidsverslag is opgebouwd uit vijf onderdelen.

In de paragraaf beleidsprioriteiten staat met name een uiteenzetting op hoofdlijnen van de bereikte resultaten van het gevoerde beleid met daarbij een overzicht van de prestatie-indicatoren uit de Veiligheidsagenda 2023-2026. Vanwege de politieke actualiteit wordt in het beleidsverslag ook een overzicht opgenomen waarbij de totale onderuitputting wordt gepresenteerd en daarbij de grootste en belangrijkste meevallende realisaties bij de uitgaven (onderuitputting) worden toegelicht. Bij de beleidsprioriteiten is ook het focusonderwerp opgenomen. Dit jaar betreft het Focusonderwerp: Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld’.

De beleidsartikelen verantwoorden meer in detail in hoeverre de doelstellingen van Justitie en Veiligheid zijn behaald. Tevens is hier de financiële toelichting te vinden op opmerkelijke verschillen tussen realisatie en begroting. Voor het toelichten van de mutaties op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) wordt gebruik gemaakt van de staffel uit de Rijksbegrotingsvoorschriften (RBV) 2026. Dit is dezelfde staffel die wordt toegepast voor het toelichten van de mutaties in de suppletoire begrotingen. De toelichting op mutaties die in eerdere begrotingsstukken (waaronder suppletoire begrotingen) aan de Tweede Kamer zijn gemeld, zijn in de financiële toelichting op hoofdlijnen opgenomen. In de beleidsartikelen wordt bij ieder artikel een algemene doelstelling en de rol en verantwoordelijkheid van de Minister alsmede de beleidsconclusies beschreven.

De niet-beleidsartikelen verantwoorden de financiële afwikkeling van de apparaatsuitgaven van het kerndepartement, de nog te verdelen posten en een artikel voor geheime uitgaven.

In de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt verslag gedaan van opmerkelijke zaken in de bedrijfsvoering.

Tot slot bevat dit onderdeel in afwijking van de Rijksbegrotingsvoorschriften ook een hoofdstuk over de Raad voor de rechtspraak. Dit is in overeenstemming met de wijze waarop dit in de vastgestelde begroting 2025 is opgenomen.

Jaarrekening

De jaarrekening is opgebouwd uit de samenvattende verantwoordingsstaat voor het departement en de agentschappen, de jaarverantwoording van de agentschappen, de saldibalans met de bij dit onderdeel behorende financiële toelichting en de rapportage over de topinkomens. De verslaggevingsregels en waarderingsgrondslagen die van toepassing zijn op de in dit jaarverslag opgenomen financiële overzichten zijn ontleend aan de Comptabiliteitswet 2016 en de daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de RBV2026 en de Regeling agentschappen 2024. Voor de departementale begrotingsadministratie wordt het verplichtingen-kasstelsel toegepast en voor de agentschappen het baten-lastenstelsel.De resultatenrekening van een aantal agentschappen kent een afwijkende lastencategorie, namelijk de post «(materiële) programmakosten». Onder deze post zijn de kosten opgenomen die samenhangen met de primaire taken van de agentschappen. De betreffende kosten worden niet als apparaatskosten gekwalificeerd.Op 1 januari 2025 is de nieuwe Regeling Agentschappen 2024 in werking getreden. De belangrijkste inhoudelijke wijziging die doorwerkt is dat omzet op een andere manier wordt gedefinieerd (als baten in plaats van omzet, en naar soort baten in plaats van bron van herkomst). Deze herindeling komt voor het eerst terug in de begroting 2026. Bij het jaarverslag 2025 is in de agentschapsparagraaf wel een tabel opgenomen met de huidige omzetcategoriën, uiteengezet in de nieuwe specificatie van baten.Op basis van artikel 3 van de RBV 2026 heeft het ministerie van Financien toestemming gegeven om voor de verantwoording over het boekjaar 2025 in de resultatenrekening het onderscheid naar kosten uitbesteed werk en andere externe kosten achterwege te laten.

Bijlagen

Het jaarverslag bevat vijf bijlagen.

Specifieke aandachtspunten

Ministerie van Asiel en Migratie

Met ingang van het begrotingsjaar 2025 is er binnen de rijksbegroting een apart begrotingsstuk opgenomen voor het Ministerie van Asiel en Migratie (hoofdstuk 20, in romeinse cijfers wordt dit aangegeven met XX). Een gevolg hiervan is dat beleidsartikel 37 en een deel van de uitgaven van artikel 91 (apparaat bestuursdepartement) in 2025 geen onderdeel meer uitmaken van het jaarverslag van JenV.

Raad voor de rechtspraak

In de Wet op de rechterlijke organisatie is de verantwoordelijkheid voor de bedrijfsvoering toegekend aan de gerechten en aan de Raad voor de rechtspraak. De Raad kent een bekostigingssystematiek die gebaseerd is op outputfinanciering. Door JenV is gekozen voor een bijdrageconstructie. Deze bijdrage is bij het beleidsartikel 32 opgenomen. Voor de Raad is in het jaarverslag zoals gebruikelijk een apart hoofdstuk opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten wordt gegeven.

B. BELEIDSVERSLAG

4. Beleidsprioriteiten

4.1 Beleidsverslag

Inleiding

Het jaar 2025 was een roerig jaar. Het Kabinet Schoof viel als gevolg van onenigheid over het asiel- en migratiebeleid. De zichtbare tegenstellingen tussen verschillende groepen in de samenleving hielden ons bezig, evenals de publieke veiligheid en het geweld tegen hulpverleners. Ook de spanningen in de wereld droegen bij aan onrust in de samenleving: denk aan Gaza, Oekraïne en de veranderende toon en verhoudingen binnen de NAVO. Extreem geweld tegen vrouwen nam toe. Criminaliteit wordt steeds complexer door de versmelting van online en offline. We hadden te maken met cyberaanvallen en cybercriminaliteit. Het gevangeniswezen kampte met capaciteitsproblemen en personeelstekorten. Daarnaast ging onze aandacht uit naar crisisbeheersing en de zelfredzaamheid van de bevolking. Ondertussen stond de democratische rechtsstaat onder druk door negatieve effecten van digitalisering, zoals desinformatie en de afhankelijkheid van machtige Big Tech bedrijven. In dit verslag blikken we terug en geven we aan wat we bereikt en gedaan hebben naar aanleiding van de voornemens uit de Beleidsagenda 2025.

Het ervaren van onzekerheid/onveiligheid heeft effect op de brede welvaart. Daarbij zijn efficiënte, verantwoordelijke en transparante instituties een essentieel element voor toename en behoud van die welvaart. In 2025 ervoeren meer Nederlanders (15 jaar en ouder) dat zij zich weleens onveilig voelden (37%); dat is iets meer dan in 2023 (35%) en 2021 (33%). Het aantal inwoners dat slachtoffer werd van traditionele criminaliteit, zoals inbraak of diefstal, en vernielingen bleef in 2025 vrijwel gelijk aan 2023, wel werden er meer Nederlanders slachtoffer van online criminaliteit (Veiligheidsmonitor 2025). Daarbij komt dat het vertrouwen in instituties al enige tijd onder druk staat. Echter, in EU-perspectief was dat in Nederland de afgelopen jaren relatief hoog: tussen 2018 en 2025 had rond de 60% van de bevolking van 15+ heel veel of tamelijk veel vertrouwen in de instituties. Meer specifiek kijkend naar politie en de rechters zien wij dat het vertrouwen van de bevolking van 15+ in beide instanties rond de 78% bedroeg en dat de middellange termijntrend tussen 2018 en 2025 opwaarts is geweest.

2.1.1 Nationale veiligheid en weerbaarheid

Onze nationale veiligheid staat onder druk. Nederland staat voor de meest complexe veiligheidsopgave sinds de Koude Oorlog. Daarom zijn nu adequate voorbereidingen en versterking van de weerbaarheid nodig, ook van burgers en bedrijven. Daarbij blijft de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden koersbepalend. In 2025 raakten verschillende ontwikkelingen de nationale veiligheid. Hieronder lichten we de belangrijkste daarvan toe.

Stelselherziening bewaken en beveiligen

Het ministerie, de politie, Defensie en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten zetten het fundament neer van het stelsel Beveiligen van Personen. We volgden de adviezen van de commissie Bos en de Onderzoeksraad op: de opbouw van een centrale dreigingsanalysefunctie, een robuuste landelijke coördinatie op de inzet van politie en Defensie en gerichte versterkingen binnen de keten bewaken en beveiligen.

Inwerkingtreding Cyberbeveiligingswet en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten

Sinds 18 oktober 2024 gelden twee Europese richtlijnen om de weerbaarheid van de vitale infrastructuur te versterken: de NIS2-richtlijn en de CER-richtlijn. Om deze richtlijnen te implementeren dienden we in 2025 de voorstellen in voor de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). De schriftelijke ronde in de Tweede Kamer (TK) is inmiddels afgerond. De TK boden we de onderliggende algemene maatregelen van bestuur (amvb’s) aan, evenals het Cyberbeveiligingsbesluit en het Besluit weerbaarheid kritieke entiteiten. Nadat de Kamer de gelegenheid had gekregen daarop te reageren, stuurden we deze amvb’s naar de Afdeling advisering van de Raad van State.

NAVO-top 2025

Van 24 tot en met 26 juni vond in het World Forum in Den Haag de NAVO-top plaats. Daarvoor richtten we een projectorganisatie in, waarin ministeries, uitvoeringsorganisaties en lokale overheden samenwerkten. JenV coördineerde de veiligheidsmaatregelen. Mede daardoor verliep de NAVO-top ongestoord. We beperkten daarbij zoveel mogelijk de overlast voor burgers en het maatschappelijk en economisch leven.

Maatschappelijke weerbaarheid

Om conflicten te voorkomen en tegenslag te kunnen opvangen werkten we ook in 2025 aan een weerbare samenleving. Op 6 december 2024 hebben wij uw Kamer geïnformeerd over de weerbaarheidsopgave van Nederland. Daarover zijn in 2025 twee voortgangsbrieven naar uw Kamer verstuurd. Er is een gefaseerde aanpak ontwikkeld, waarbij inde eerste fase de aandacht uitgaat naar planvorming voor een crisis- en conflictscenario, het voorbereiden van maatregelen en bewustwording.Op 1 november startte de meerjarige publiekscampagne ‘Denk vooruit’. Het doel is om Nederlanders te activeren zich voor te bereiden, zodat zij zich 72 uur thuis kunnen redden als dagelijkse voorzieningen uitvallen. Met Veiligheidsregio’s en gemeenten startten we pilots om een landelijk netwerk aan noodsteunpunten stapsgewijs te ontwikkelen. Tijdens een ramp of crisis kunnen mensen bij die punten terecht voor informatie. We onderzoeken nog of deze punten ook aanvullende ondersteuning kunnen bieden aan mensen in crisissituaties.We faciliteerden de dialoog met partijen die een vitale rol spelen in de Nederlandse infrastructuur en het bedrijfsleven. De bewustwordingscampagne en de inrichting van een centrale loketfunctie voor bedrijven benadrukken het belang van samenwerking. Ook in crisistijd moeten producten en diensten zoveel mogelijk worden geleverd. Op het hoogste niveau was er op 27 november een geopolitiek weerbaarheidsberaad.

Versterken crisisbeheersing en brandweerzorg

We zetten ons in voor een robuuste en toekomstbestendige inrichting van de crisisbeheersing en brandweerzorg in Europees en Caribisch Nederland. Om de samenwerking tussen regio’s, crisispartners en het Rijk bij de aanpak van interregionale, bovenregionale en landelijke crises te versterken, werkten we aan een herziening van de Wet veiligheidsregio’s en de Veiligheidswet BES. De internetconsultatie van de eerste tranche van dit wetsvoorstel vond plaats in 2025.Op 17 juli deelden we de eerste voortgangsrapportage over de Landelijke Agenda Crisisbeheersing met de TK1. Hierin beschrijven we de voortgang op voorbereiding en paraatheid, weerbaarheid en professionaliteit - de drie pijlers van de Landelijke Agenda.

Moderniseren staatsnoodrecht

De Raad van State (RvS) gaf een dictum op het wetsvoorstel van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden. We werkten aan het rapport waarin we ingaan op het commentaar van de RvS. De Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag en de Wet verplaatsing bevolking ondergingen diverse ambtelijke toetsingen. We werkten de bevindingen verder uit voordat deze in een wetsvoorstel worden opgenomen. Daarnaast vond interdepartementale afstemming plaats op onderwerpen als nadeelcompensatie, positie van de rijksheren en de vereisten voor inwerkingstelling.We versterkten het instrumentarium voor de aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme, onder andere met de Wet verwerking persoonsgegevens persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten. Om online extremisme en terrorisme tegen te gaan, is de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) aangewezen als bevoegde autoriteit. De ATKM beschikt sinds oktober 2025 over een online meldpunt waar internetgebruikers terroristisch materiaal kunnen melden. Mede naar aanleiding van een motie van de leden Boswijk (CDA) en Van Dijk (SGP) verstevigden we de coördinatie en regie op casuïstiek omtrent terrorismeveroordeelden met een hoog risicoprofiel die vrijkomen. We bevorderden samenwerking en informatiedeling over betrokkenen. Zo kunnen we maatregelen nemen om risico’s te verkleinen.

2.1.2 Brede aanpak ondermijnende criminaliteit

De schadelijke effecten van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit zijn groot. In 2025 zetten we op lokaal, regionaal en (inter)nationaal niveau de samenhangende aanpak voort langs de sporen van voorkomen, doorbreken, bestraffen en beschermen. De focus ligt op het versterken van een weerbare samenleving, het verstevigen van de internationale aanpak en het tegengaan van corruptie.

Voorkomen

Het is essentieel dat zware criminelen geen voet aan de grond krijgen bij jongeren, ondernemers en publieke instanties. Preventie met Gezag (PmG) is een belangrijk onderdeel van de aanpak. Samen met gemeenten intensiveerden we onze inzet op preventie, waar nodig in combinatie met repressie, om te voorkomen dat de georganiseerde criminaliteit jongeren inzet en jongeren hierin doorgroeien. De 27 gefinancierde gemeenten dienden hun hernieuwde plannen in voor juni 2026-2029. Centraal in die plannen staat het vergroten van de impact door een stevige, lokaal gerichte aanpak die zich richt op crimogene factoren en het voorkomen van doorgroeien van jongeren in de criminaliteit. .

Een weerbare samenleving is nodig om de georganiseerde misdaad terug te dringen en wijken veiliger te maken. De koepelcampagne ‘Houd misdaad uit je buurt’ zette hierop in. Effectmetingen laten zien dat de campagne positieve effecten heeft op het herkennen van signalen en het vergroten van de actiebereidheid van burgers. We voerden een doelgroepgerichte campagne uit over de negatieve gevolgen van drugsgebruik voor de gezondheid, de maatschappij en het milieu.

Met de wijziging van de Opiumwet per 1 juli 2025 zijn drie stofgroepen verboden, waaronder middelen die de opsporingsdiensten het meest aantreffen. De wet voorziet in de mogelijkheid om nieuwe stofgroepen te verbieden. In april 2025 is de experimenteerfase van het Experiment gesloten coffeeshopketen van start gegaan.

Versterking van de publiek-private samenwerking beschermt onze logistieke knooppunten tegen crimineel misbruik. De Autoriteit Persoonsgegevens keurde in juli het Gatekeeper-protocol goed dat in mainport Rotterdam is ontwikkeld. Aangesloten bedrijven kunnen onder strenge voorwaarden incidenten met medewerkers melden, waarna andere deelnemende bedrijven kunnen worden geïnformeerd. Vervolgens kan de betreffende medewerker de toegang worden ontzegd tot de hoog-risico-locatie.

Om corruptie tegen te gaan presenteerden we een nieuwe anti-corruptieaanpak. We maken de bedrijfsvoeringsprocessen en -systemen van de Rijksoverheid weerbaarder.

Doorbreken

Criminele netwerken en hun verdienmodellen worden op allerlei manieren verstoord. Gezamenlijk doen we dit door o.a. beslagleggingen, controles en toezicht. We maakten afspraken met partnerlanden in Latijns-Amerika en spanden ons in om Nederland zo onaantrekkelijk mogelijk te maken voor de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Onze douane gaf een training aan douane- en politieambtenaren uit Ecuador. De politie van Colombia zegde na gesprekken met de Zeehavenpolitie en het bedrijfsleven toe om onderdelen van onze publiek-private samenwerking in hun havens te implementeren. Omdat West-Afrika zich ontwikkelt tot centraal knooppunt van cocaïne richting Europa is deze regio een belangrijk aandachtsgebied in onze internationale strategie. Om de aanpak meer op de politieke agenda te zetten, organiseerden we een ministeriële conferentie in Accra (Ghana).

De aanpak van criminele geldstromen richt zich op het voorkomen van witwassen, verstoren van crimineel betalingsverkeer, afpakken van crimineel vermogen, maatschappelijk herbestemmen en internationale samenwerking. De Eerste kamer nam het verbod op contante betalingen aan voor goederen vanaf € 3.000, zodat witwassen moeilijker wordt.

Inzichten uit de National Risk Assessments zijn de basis voor de nieuwe aanpak van witwassen. Hierover informeerde we de TK in mei. Hoofddoelen hiervan zijn het verlagen van lasten voor bonafide ondernemers en burgers en het verhogen van barrières voor criminelen, zodat geld uit illegale activiteiten niet in de legale economie terechtkomt. In juli brachten we de implementatiewetgeving in consultatie voor zowel nieuwe Europese anti-witwasregelgeving als de EU Confiscatierichtlijn. Verder nam de TK de Wet Ondermijning II aan met o.a. de mogelijkheid van een Financial Intelligence Unit (FIU)-spoedbevriezing, die het wegsluizen van crimineel vermogen kan voorkomen. De wet bevat de mogelijkheid om conservatoir beslag te leggen op vermogen, ten behoeve van het verhalen van de kosten van bijvoorbeeld de ontmanteling van een drugslab. Door de verruiming van de hoofdelijke aansprakelijkheid in het geval van meerdere daders, kunnen de in het voorbeeld genoemde kosten op meerdere personen verhaald worden. Hierdoor worden kostenverhaal en ontnemingsmaatregelen effectiever. We versterkten de samenwerking met landen waar crimineel vermogen naartoe wordt gesluisd. En samen met de minister van Justitie van de Verenigde Arabische Emiraten legden we wederzijdse werkbezoeken af.

Bestraffen

Naast vergroting van de pakkans, is een krachtig en effectief strafrecht belangrijk om georganiseerde criminaliteit tegen te gaan. De aanpak is gericht op het vervolgen van individuen en het ontmantelen van complete netwerken. We werkten aan verschillende wetstrajecten en rondden de consultatie af van het conceptwetsvoorstel Verbreding Kroongetuigeregeling. Het Wetsvoorstel Strafmaatverhoging harddrugsdelicten maakten we gereed voor plenaire behandeling waardoor het Openbaar Ministerie (OM) en de politie meer mogelijkheden hebben om, naast de kopstukken, verklaringen af te nemen van criminelen die hiërarchisch lager in het netwerk staan. Daarnaast stemden beide Kamers in met de wet Ondermijning II, die o.a. verborgen ruimten in voertuigen strafbaar stelt.

Op 1 november werden de nieuwe maatregelen van kracht uit de gewijzigde Penitentiaire beginselenwet. Het gaat om aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie. Deze maatregelen gelden voor gedetineerden in de Afdelingen voor Intensief Toezicht (AIT) en de Extra Beveiligde Inrichting (EBI). Het betekent minimale communicatie en maximaal toezicht om de samenleving, gevangenispersoneel en advocaten beter te beschermen. Daarnaast nam DJI verstevigende fysieke, organisatorische en elektronische maatregelen om dreigingen van buiten tegen te gaan. Op 28 maart namen we de zittingszaal in de penitentiaire instelling (PI) Vught in gebruik. Dit beperkt het aantal vervoerbewegingen met EBI-gedetineerden. Voor meer gegevensdeling richtten we een internationaal netwerk tussen gevangenissen op.

Beschermen

Personen die vanuit de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit ernstig worden bedreigd worden intensief bewaakt en beveiligd binnen het Stelsel bewaken en beveiligen (zie hiervoor paragraaf 2.1.1.)

2.1.3 Politie, criminaliteitsbestrijding en tenuitvoerlegging

Nieuw stelsel beroepsgerelateerde gezondheidsklachten

Op 1 april trad het nieuwe stelsel beroepsgerelateerde klachten in werking. Dit stelsel is onderdeel van het bredere programma Specifieke Aandacht en Zorg (SpAZ), gericht op het verbeteren van preventie, zorg en re-integratie van medewerkers met gezondheidsklachten. We evalueren periodiek of het stelsel werkt. Daarvoor werden we het eens met de politie en de politievakorganisaties over kengetallen. Ook bereikten we overeenstemming met de politievakorganisaties over de beleidsregels voor het afdoen van lopende restschadeclaims. Zodra deze in werking treden, krijgen medewerkers met beroepsgerelateerde gezondheidsklachten 3 maanden de tijd om te kiezen voor het oude of het nieuwe stelsel.

Politiesamenwerking koninkrijk

Het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN) besteedde in 2025 in alle geledingen veel aandacht aan wat integer werken is. Dit leidde tot het sanctioneren van niet-integer handelen in enkele gevallen. KPCN zette daarnaast grote stappen met het project versterking ICT/IV. Ook startte de korpsbeheerder een verkenning van mogelijkheden om het beheer van KPCN te verbeteren. De korpsleiding en de korpsbeheerder van het Brandweerkorps Caribisch Nederland verbeterden de bedrijfsvoering en hebben stappen gezet om te komen tot nieuwe huisvesting op Sint-Eustatius en de aanschaf van groot materieel.

Het college van korpschefs herzag en moderniseerde zijn reglement en werkte aan verdere professionalisering. Het college versterkte de kwaliteit en de ontwikkeling van leiderschap, o.a. door het organiseren van onderwijs- en trainingsactiviteiten, zoals War Rooms. Daarin werkte het Interinsulair Informatie Coördinatie Platform (IICP) van de vier Caribische politiekorpsen samen met de Informatie-Coördinatie Cariben van de Nederlandse Politie, het Recherche Samenwerkingsteam, de KMar en de Kustwacht Caribisch gebied. Zij bundelden en analyseerden informatie over criminele netwerken die in meerdere landen actief zijn en zoomden daarbij in op vuurwapencriminaliteit. Dit resulteerde in gezamenlijke intelligenceproducten die de samenwerking bij informatiegestuurd werken verdiept.

Doorontwikkeling meldkamerdomein

We voltooiden het landelijk netwerk van 10 meldkamers. Daarmee borgen we de continuïteit van de 112-keten en meldkamervoorzieningen. In opdracht van het Strategisch Meldkamer Beraad formeerden we een beleidsadviesgroep. Deze groep stelt een strategische beleidsagenda op waarin de individuele en gezamenlijke transitie vorm krijgt en die richting geeft aan vraagarticulatie aan de Landelijke Meldkamer Samenwerking.

Optimalisatie en vernieuwing missiekritische communicatie

In 2025 zetten we verder in op de betrouwbaarheid, beschikbaarheid en veiligheid van C2000, het digitale communicatiesysteem voor hulpdiensten. We werkten aan een robuuster radiobediensysteem, de aanpak van storende zonnepanelen en van gebieden met verminderde dekking. We namen aanvullende beveiligingsmaatregelen en we sloten nieuwe C2000-contracten af die vanaf 2027 ingaan. Hierdoor voorkomen we een gat tussen C2000 en zijn opvolger en borgen we dat C2000 tot na 2030 werkt. Binnen het programma VMX finaliseerden we de visies op het stelsel, voorziening en verwerving. We startten zes sporen voor de verdere uitwerking. De sturing op de programmaorganisatie VMX gaat per 2026 over van de kwartiermaker VMX naar de staande organisatie.

Criminaliteitsbestrijding en tenuitvoerlegging

Aanpak van mensenhandel en mensensmokkel

We voerden het Actieplan van het programma Samen tegen mensenhandel verder uit. We lanceerden o.a. een gezamenlijke koepelcampagne (‘Sluit mensenhandel uit’), zetten fieldlabs op voor een betere aanpak van klanten van slachtoffers van mensenhandel en onderzochten de huidige inrichting van het opvanglandschap. Verder zetten we een spiegelgroep op van acht ervaringsdeskundigen mensenhandel. Ook stuurden we de Implementatiewet herziene Europese richtlijn mensenhandel naar de TK. Deze bevat strengere regels en introduceert nieuwe vormen van mensenhandel: uitbuiting van draagmoederschap, gedwongen huwelijken en illegale adoptie. Ook werkten we samen met het Ministerie van SZW aan het moderniseren van artikel 273f van het WvSr. Modernisering is nodig om het wetsartikel te vereenvoudigen en de strafrechtelijke aansprakelijkheid uit te breiden - vooral bij ernstige misstanden in de arbeidssfeer en het profiteren van mensenhandel. De TK nam het wetsvoorstel aan.

Aanpak van seksuele misdrijven

We versterkten de aanpak van seksuele misdrijven. Die aanpak had al een impuls gekregen met de inwerkingtreding van de Wet seksuele misdrijven (WSM) en de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderpornografisch materiaal in juli 2024. Sindsdien is gestart met een gemeentelijke pilot om ervaring op te doen met de handhaving van de nieuwe strafbaarstelling van seksuele intimidatie in het openbaar. In 2025 breidden we deze pilot uit en verlengden de looptijd tot juli 2026. Ook zorgden we voor aanvullende media-inzet hierover. We volgden de voortgang rondom WSM samen met betrokken organisaties en verzamelden data voor een evaluatie. Op grond van de Wet bestuursrechtelijke aanpak online kinderporno grafisch materiaal vaardigde de ATKM het eerste verwijderingsbevel uit.Met de sekswerkbranche, het CCV, de VNG en gemeenten is gesproken over verbeteringen in (gemeentelijk) beleid om de positie van sekswerkers te versterken. Ook is gewerkt aan de verhoging van de minimumleeftijd voor prostitutie naar 21 jaar.

Aanpak van antisemitisme

We pakten de maatregelen op van de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024-2030. JenV is daarvan het coördinerend ministerie. De strategie bestaat uit drie pijlers:

  • 1. Beschermen, monitoren en opvolgen,

  • 2. Onderwijs en preventie

  • 3. Herdenken en vieren.

We informeerden de Kamer met een voortgangsbrief, opgesteld met de Nationaal Coördinator Antisemitisme Bestrijding en de betrokken ministeries.Onder onze verantwoordelijkheid boog de Taskforce Bestrijding Antisemitisme zich over de veiligheid van Joodse studenten op hogescholen en universiteiten, het weren van antisemitische sprekers in het hoger onderwijs en veiligheidsconsequenties van de sit-ins op de NS-stations. Ook voerden we een eenmalige regeling uit voor het Veiligheidsfonds voor Joodse Instellingen en evenementen. De aanvragen voor beveiligers en aanpassingen aan gebouwen liepen op tot een bedrag dat hoger lag dan de beschikbare middelen van € 1,3 mln. Scholen ontvingen daarnaast ruim € 1,1 mln. Vanaf 2025 maken we jaarlijks € 0,3 mln vrij voor het ondersteunen van slachtoffers van antisemitisme.

Cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit

Cybercrime en online fraude blijven veelvoorkomend en moeilijk op te sporen. We bereidden de implementatie voor van de E-evidence verordening voor efficiëntere Europese bewijsuitwisseling. Voor preventie zetten we de publiekscampagnes ‘Laat je niet interneppen’ en ‘Dubbel beveiligd is dubbel zo veilig’ op. De City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime, met projecten voor ondernemers en burgers over cyberweerbaarheid, rondden we af en borgden we voor de doelgroepen jeugd, senioren en het MKB. Ook voerden we een pilot uit onder de werktitel ‘Anti Phishing Schild’, waarbij we samen met publiek-private organisaties technische maatregelen nemen om mensen te beschermen tegen malafide internetlinks. Bovendien verkenden we maatregelen tegen ’bad hosting’. Voor de integrale aanpak van online fraude voerden we het Actieplan 2025 uit.

Een versterkte strafrechtketen

In juli is ingebroken in de ICT-systemen van het OM. Het OM sloot hierop alle systemen af van het internet. Dit had een groot effect op de gehele strafrechtketen. Samen met anderen zorgde het OM ervoor dat het primair proces zo goed als mogelijk kon doorgaan. Eind september waren alle systemen in de keten weer online. We stelden in december een externe onderzoekscommissie in om dergelijke incidenten in de toekomst te voorkomen. De commissie zal naar verwachting in het voorjaaar van 2026 rapporteren.

Slachtoffers, verdachten en de samenleving zijn gebaat bij een strafrechtketen die strafzaken tijdig en zorgvuldig behandelt. Ondanks uitdagingen, zoals aanhoudende personeelskrapte, verbeterde de keten de doorlooptijden en werkte de voorraden deels weg. Ook versterkte de keten de coördinatie en verbeterde het inzicht in de prestaties. De ketenorganisaties en het departement hebben een verbeterplan strafrechtketen opgesteld, Hierover is de Tweede Kamer bij brief van 16 december 20252geïnformeerd.

Op 1 april 2025 stemde de TK in met de twee vaststellingswetten voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering en de Raad van State adviseerde over het wetsvoorstel voor de eerste aanvullingswet. Ook startten we de voorbereidingen voor de tweede aanvullingswet en gingen de eerste 12 algemene maatregelen van bestuur in consultatie. Streefdatum voor inwerkingtreding van het nieuwe wetboek is 1 april 2029. De implementatie ervan vergt aanpassingen in informatievoorziening, het herzien van werkprocessen en het opleiden van professionals. De keten trof in 2025 hiervoor voorbereidingen.

Verbeteringen in de tenuitvoerlegging

Met de ketenpartners zetten we in op een snelle, zekere en persoonsgerichte strafuitvoering. Het wetsvoorstel Strafbaarstelling zelfbevrijding en onttrekking aan elektronisch toezicht ging in consultatie. Om de veiligheid van reclasseringswerkers te bevorderen ontwikkelde de reclassering werkwijzen voor activiteiten met een hoger veiligheidsrisico, zoals meldplichtgesprekken op het politiebureau. Ook startten we een onderzoek om de slagingskans van taakstraffen te vergroten. Bij overmacht of onevenredig hardvochtige effecten kan het CJIB sinds 1 juni 2025 ophogingen bij boetes kwijtschelden in het kader van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). Dit draagt bij aan een meer persoonsgerichte aanpak.

Handhavingscapaciteit

Het afgelopen jaar is door het ministerie van JenV samen met de partners uit het werkveld gewerkt aan een diepgaande beschouwing van het boa bestel. Dit heeft geleid tot de ontwikkelrichting in de kamerbrief van 2 oktober jl. «De buitengewoon opsporingsambtenaar – een professionele partner met een eigenstandige taak in de publieke ruimte». Daarnaast hebben de ministeries van IenW en JenV in 2025 gewerkt aan de toegang tot het rijbewijzenregister voor boa’s.

Tekorten aan DJI-capaciteit

Sinds eind 2023 heeft het gevangeniswezen een capaciteitstekort, o.a. door personeelstekort, langere detenties en meer tbs-passanten en jongvolwassenen in het gevangeniswezen. Daarnaast is het vastgoed verouderd. Boven op de noodmaatregelen uit 20243, pasten we het eerder heenzenden van gedetineerden toe met een maximum van veertien dagen. We breidden de capaciteit uit. Zo is het aantal plekken op de Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) voor mannen in 2025 met 96 toegenomen tot 381. Daarnaast zijn tijdelijke extra plekken die bedoeld zijn voor vreemdelingenbewaring, ingezet voor het gevangeniswezen in Justitieel Complex Schiphol. Ook wijzigden we regelgeving zodat DJI zelfmelders met straffen tot 6 weken kan oproepen en plaatsen in een sober detentieconcept. Daarnaast zorgden we voor ruim 100 extra meer-persoonscellen. We analyseerden de oorzaken van de capaciteitsproblematiek en mogelijke oplossingen. Deze deelden we op 19 december met de TK. Binnen het programma nieuwe detentie- en behandelconcepten wordt gewerkt aan nieuwe concepten die een bijdrage moeten leveren aan een structurele oplossing voor de capaciteit.

2.1.4 Herstel van vertrouwen in onze rechtsstaat

Toegang tot het recht voor iedereen

De toegang tot het recht versterken we langs drie pijlers:

  • 1. informatie

  • 2. advies en ondersteuning

  • 3. beslissing door een neutrale instantie.

In 2025 kwam de webpagina ‘hulp bij een juridisch probleem’ online en de Rechtspraak werkte aan verbeteringen, zoals in de familie- en jeugdrechtspraak, vereenvoudiging van het burgerlijk procesrecht en videoconferenties. Alternatieve vormen van geschilbeslechting versterkten we. Voor 2025 reserveerden we extra middelen om de toegang tot het recht te versterken en beoordeelden we met professionals hoe deze het beste in te zetten. Op basis daarvan kreeg een aantal projecten subsidie. Deze lichtten we kort toe in de voortgangsbijlage van 11 december4.

We beëindigden het programma om het stelsel voor gesubsidieerde bijstand te vernieuwen (start 2018). De afgelopen jaren is veel bereikt. We versterkten de eerstelijns rechtshulp en verbeterden de website van het Juridisch Loket. Het Loket verbreedde zijn dienstverlening en helpt steeds meer rechtzoekenden, waaronder arbeidsmigranten. Er is een stichting opgericht die rechtzoekenden op Caribisch Nederland helpt bij juridische vraagstukken en problemen met gelijke behandeling. Het besef dat we rechtzoekenden alleen goed kunnen helpen als we aansluiten bij het sociaal domein, is inmiddels gemeengoed. De verbindingen die we legden met o.a. de VNG, Divosa, gemeenten, sociaal raadslieden, sociale wijkteams, bibliotheken en lokale initiatieven droegen daaraan bij. We verbeterden de vergoedingen voor rechtsbijstandverleners, conform de aanbevelingen van commissie-Van der Meer II en in vervolg op de in 2022 vrijgemaakte extra middelen. Samen met de Nederlandse orde van advocaten (NOvA), de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland (VSAN) en de Raad voor Rechtsbijstand maakten we plannen om het dalend aanbod van sociaal advocaten te stoppen.

Toezicht advocatuur

We werkten aan een nieuw, toekomstbestendig toezichtmodel voor de advocatuur. Er komt één landelijk toezichthouder: de onafhankelijke toezichthouder advocatuur (OTA). We werkten hierbij samen met de NOvA. In opdracht van de NOvA onderzocht bureau Pro Facto de kaders en inrichtingsmodaliteiten voor het klacht- en tuchtrecht en het toezicht op de advocatuur. Pro Facto publiceerde het onderzoek in september, gevolgd door een advies van de NOvA aan de staatssecretaris van JenV. We stuurden 18 december de TK een beleidsreactie.

Recht doen aan slachtoffers

We voerden de Meerjarenagenda Slachtofferbeleid 2022-2025 verder uit. Per 1 januari 2025 trad het ‘beperkt spreekrecht tbs verlengingszitting, plaatsing in een inrichting voor jeugdigen’ in werking - het laatste onderdeel van de Wet uitbreiding slachtofferrechten. Per 1 juli trad het Besluit ‘bescherming slachtoffergegevens in processtukken’ in werking. Dit besluit regelt dat persoonsgegevens van slachtoffers onvermeld blijven in processtukken, tenzij deze noodzakelijk zijn voor de rechter. Op dezelfde datum zetten we een formele stap in de taakoverdracht van het OM naar de minister voor het informeren en raadplegen van slachtoffers in de fase van de tenuitvoerlegging door het CJIB. Om het schadeverhaal voor slachtoffers te verbeteren, brachten we eind 2025 een wetsvoorstel in consultatie om de kring van gerechtigden bij affectieschade uit te breiden naar broers en zussen. Ditzelfde geldt voor een concept amvb om het aantal geweldsdelicten uit te breiden dat valt onder de ongemaximeerde voorschotregeling. Om de hulp aan slachtoffers van seksueel geweld beter te organiseren startten we in het najaar een praktijktest voor betere samenwerking tussen betrokken organisaties (politie, OM, Slachtofferhulp Nederland, Centrum Seksueel Geweld en Perspectief Herstelbemiddeling). Ook hebben we een nieuw herkenbaar hulppunt opgericht (‘Onder controle’) voor hulp en doorverwijzing van slachtoffers van onveiligheid en dwingende controle in (gesloten) groeperingen. Tot slot stelden we de nieuwe Meerjarenagenda (MJA) 2025-2028 vast. We versterken slachtofferrechten zoals o.a. opgenomen in het nieuwe WvSv en herziene EU-richtlijnen.

Een sterke ‘digitale rechtsstaat’

We investeren in een sterke digitale rechtsstaat. Niet alleen door verdere digitalisering van dienstverlening, werkprocessen en zaakstromen in de verschillende ketens, maar ook door de aanpak te versterken van cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit èn een visie te ontwikkelen op toekomstbestendige digitalisering.

De juridische beroepen, de rechterlijke macht, organisaties in de strafrechtketen en vele andere organisaties boekten vooruitgang in digitalisering van hun dienstverlening, werkprocessen en zaakstromen. Professionele partijen kunnen in steeds meer zaakstromen digitaal stukken uitwisselen met gerechtelijke instanties. De pilot voor Online (Supported) Dispute Resolution ‘voorRecht’ boden we bij 3 rechtbanken aan: Noord-Holland, Oost-Brabant en Amsterdam. Op het platform ‘voorrecht-rechtspraak.nl’ vinden rechtzoekenden informatie over hoe de rechter omgaat met vergelijkbare gevallen en tips over het weer in contact komen met de andere partij(en). Naast het juridisch ondersteunen van verenigingen van eigenaars, doen we dat nu ook bij bouw- en erfgrensgeschillen. Lukt het niet om er met de wederpartij uit te komen, dan is persoonlijke begeleiding beschikbaar, bijvoorbeeld mediation. De driejarige pilotfase sloten we af. Het project voor Recht-Rechtspraak zetten we voort onder de verantwoordelijkheid van de Rechtspraak.

We werkten aan de voorbereiding van de nieuwe Europese Digitale Justitie @2030 strategie en de nieuwe Juridische opleiding strategie, die zijn gericht op het versnellen van de digitalisering van de rechtsstelsel en het versterken van de concurrentiepositie van Europa. We bereidden voor beide strategieën een kabinetsreactie voor. Daarnaast werkten we verder aan de implementatie van Europese verordeningen en richtlijnen voor digitalisering van het justitiedomein. In september rondden we de implementatie van de Bewijsverkrijging5- en Betekeningsverordening6 af met het in gebruik nemen van de aansluiting van de Rechtspraak en gerechtsdeurwaarders op e-Codex. De implementatie lukte dankzij de goede samenwerking tussen de Rechtspraak, de gerechts-deurwaarders, ICTU, Justid en het ministerie. Deze aanpak pasten we ook toe bij de implementatie van Verordening (EU) 2023/2844 over de digitalisering van de justitiële samenwerking en de toegang tot de rechter (e-Justice). De implementatie hiervan is complex omdat er sprake is van veel betrokken organisaties en (juridische, technische, organisatorische) disciplines. We richtten een programma in voor succesvolle implementatie dat kennisdeling omvatte, coördinatie en afstemming van werkzaamheden en raakvlakken borgde met andere digitaliseringsprojecten. Digitalisering en technologieën als Artificial Intelligence (AI) leiden tot nieuw gebruik van bestaande digitale voorzieningen en vragen soms om het herijken van beleidskaders. Op 2 september bood het WODC zijn onderzoek aan de TK aan naar openbaarheid van registers, met aanbevelingen om registers toekomstbestendig te gebruiken. We bereidden een kabinetsreactie voor. Voor het naleven van de AI-verordening stelden we een implementatieplan op. Op basis daarvan stelden we experts beschikbaar aan de JenV-uitvoering en boden we opleidingen aan voor het verhogen van het kennisniveau over AI en de AI-verordening. Ook stelden we incidentele financiële middelen beschikbaar aan uitvoeringsorganisaties voor projecten gericht op naleving. Eind 2025 publiceerden we volgens planning alle hoog risico AI-systemen en impactvolle algoritmen in het algoritmeregister.

Gegevensbescherming

Gegevensbescherming en privacy zijn belangrijke pijlers van onze democratische rechtsstaat. Daarom zetten we het afgelopen jaar o.a. in op een versterkte positie van de functionaris voor gegevensbescherming. Op 15 mei lanceerden we het Nederlands Register voor Functionarissen voor Gegevensbescherming (NRFG). Met dit landelijk register is voor iedereen duidelijk wie als functionaris voor gegevensbescherming waar werkzaam is en over welke kennis en ervaring hij of zij beschikt. We hebben het NRFG ondergebracht in een onafhankelijke private stichting.

We startten met de ontwikkeling van rijksbrede richtlijnen voor online monitoring. De Autoriteit Persoonsgegevens constateerde dat in wetsvoorstellen steeds meer bepalingen staan waarin vormen van online monitoring worden gecreëerd of gefaciliteerd. Overheidsinstanties hebben behoefte aan helderheid onder welke juridische voorwaarden zij online monitoring kunnen inzetten. We voerden de eerste gesprekken met departementen voor een goed beeld van de behoefte en om de reikwijdte van de richtlijnen te kunnen bepalen.

De rechtsontwikkeling op het gebied van gegevensbescherming is omvangrijk. Het voorstel voor de Digitale Omnibus is daarvoor illustratief en heeft blijvend onze aandacht. De Wet en het Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden (WGS/BGS) traden 1 maart in werking. De invoeringstoets is in gang gezet. Europa bereikte een akkoord over de Procedureverordening AVG. Om de AI-verordening uit te voeren ontwikkelden we een arrangement voor het toezicht op het gebruik van AI door de rechtspraak.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is geëvalueerd. Hierop volgde een beleidsreactie. Ook reageerden we op ruim 10 voorstellen van de AP tot wijziging van de Uitvoeringswet AVG. Het WODC vroegen we onderzoek te doen naar certificering en gedragscodes onder de AVG.

Mede naar aanleiding van het Verantwoordingsonderzoek 2024 van de Algemene Rekenkamer, richtten we een verbetertraject in voor de aanpak van foutieve tenaamstellingen in onherroepelijke strafvonnissen. We ontwikkelden een toetsings- en handelingskader en brachten in kaart hoe we fouten in de identiteitsvaststelling in de strafrechtketen kunnen voorkomen. Daarbij gaven we prioriteit aan situaties waarin mogelijk onschuldige burgers nadelige gevolgen hebben ondervonden of waar het risico bestaat dat daders ongestraft blijven. Daarnaast voerde de Auditdienst Rijk een evaluatieonderzoek uit naar oorzaken en leerpunten.

Ten slotte startten we een traject van inwonersparticipatie over de inzet van gezichtsherkenning door de politie. De uitkomsten hiervan betrekken we bij toekomstig beleid en eventuele regulering van gezichtsherkenning.

Goede wetgeving

Met alle departementen werkten we aan het versterken van structurele aandacht voor de kwaliteit van wetgeving. In de Agenda Wetgevingskwaliteit (36600-VI-151) en in de kabinetsreactie op het WODC-onderzoek ‘Evaluatie Beleidskompas’ (29362, nr. 372) kondigden we hiervoor maatregelen aan en startten we met de uitvoering.

Ondernemen, insolventie en financiering

We startten de consultatie over een wetsvoorstel dat het vestigen van pandrechten vereenvoudigt. Daarnaast troffen we voorbereidingen om de Wet transparantie turboliquidatie te verlengen en deze een definitieve status te geven. De EU-onderhandelingen over een richtlijn tot harmonisatie van het insolventierecht zijn afgerond en de implementatie kan starten. Daarnaast gaven we een expertgroep de opdracht een voorontwerp te maken van een wetsvoorstel over internationale insolventie.

Auteursrecht

In 2025 nam de Eerste Kamer de Wet versterking auteurscontractenrecht aan die per 1 januari 2026 in werking is getreden.

2.1.5 Preventie

Aanpak jeugdcriminaliteit

Naast preventie speelt repressie een rol in de aanpak van jeugdcriminaliteit. Centraal hierbij stond het uitwerken van de drie opdrachten uit het regeerprogramma. We onderzochten hoe het jeugdstrafrecht aan te scherpen door de maximale straffen voor ernstige misdrijven te verhogen - in elk geval voor 14- en 15-jarigen. Daarnaast onderzochten we welke extra mogelijkheden er zijn om ouders aan te spreken op hun verantwoordelijkheid als hun kind delicten pleegt. We informeerden de TK over de uitkomsten hiervan. Verder onderzochten we hoe een uitgebreide motiveringsplicht7in de wet te verankeren. Ook besloten we een justitiële jeugdrichting (JJI) te heropenen op de locatie Harreveld, zo mogelijk aangevuld met een voorziening voor jeugdhulp in strafrechtelijk kader.

Aanpak van geweld

Bij het terugdringen van gewelddadige vermogensdelicten en geweldsdelicten in het (semi)publieke domein kregen aanslagen met explosieven prioriteit. Het Offensief tegen Explosies publiceerde hiervoor een Actieplan en leverde eerste producten zoals het Landelijk Handelingskader voor gemeenten. Om jongeren weerbaar te maken tegen de verleidingen van de criminaliteit werden workshops gegeven op scholen en sportclubs. Ook zetten we in op een persoonsgerichte aanpak ter voorkoming van (herhaald) daderschap door bijvoorbeeld het programma Alleen Jij Bepaalt Wie Je Bent, de inzet van meer IPTA-mentoren voor de Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid en re-integratie-officieren. We werkten aan nieuwe maatregelen tegen online geweld en geweld tegen werknemers in de private sector, in het bijzonder de detailhandel en horeca, zoals geschetst in de brief aan de TK van 19 december8. We rondden de algehele evaluatie af van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers9. Bovendien maakten we het wetsvoorstel klaar om de Alcoholmeter te introduceren als middel om toezicht te houden op het alcoholverbod10.

Mensen met verward en/of onbegrepen gedrag

Ook in 2025 had de politie veel werk door incidenten en meldingen van mensen met verward en/of onbegrepen gedrag. Daarom is onder regie van BZK met vier ministeries en veldpartijen een interdepartementale aanpak opgezet. Naast de aanbevelingen uit de parlementaire verkenning over dit gedrag stelden we 4 thema’s vast waar de voortgang vastloopt: woningen en passende zorgplekken, gegevensuitwisseling, landelijke regie versus lokale autonomie en structurele financiering. Deze thema’s deelden we met de TK. Specifiek voor Justitie en Veiligheid rondde de politie een inventarisatie af langs alle eenheden. Zij identificeerde een aantal rode draden. Denk hierbij aan het beoordelen van acute regionale meldingen door een zorgprofessional, de beschikbaarheid van zorgprofessionals 24/7 en centrale regievoering op de zorgmeldingen. Passend bij de werkagenda ‘aansluiting forensische en reguliere zorg’ namen we maatregelen en informeerden de TK hierover.

Kansspelen

Op 14 februari publiceerden we een nieuwe visie op kansspelen. Het kansspelbeleid richt zich op het beschermen van mensen tegen gokschade, het tegengaan van kansspelgerelateerde criminaliteit en het tegengaan van illegaal aanbod en deelname aan illegale kansspelen. We kondigden een wetswijziging aan voor kansspelen op afstand en stelden hoofdlijnen op voor wijzigingen. Met stakeholders werkten we aan een meerjarenagenda voor gokschadepreventie. Samen met andere betrokkenen startte de Kansspelautoriteit een Alliantie om illegaal online aanbod tegen te gaan. Daarnaast stuurden we 15 september de Harbersbrief naar de TK met de inhoud en planning van de in 2026 uit te voeren Periodieke rapportage voor kansspelen. We hebben de onderzoeksopdracht hiervoor uitgezet.

2.1.6 Jeugd: betere bescherming

In 2025 is samen met alle partners gewerkt aan een aangepaste veranderstrategie voor het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, passend binnen de bestaande financiële kaders. Hierbij hielden we de focus op de 4 pijlers van het Toekomstscenario: eenvoudig, gezinsgericht, rechtsbeschermend & transparant en lerend.

Het wetsvoorstel ‘Wet ter versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming’ lag begin 2025 in consultatie. Hierop reageerden 64 burgers en 26 organisaties of samenwerkingsverbanden. Het wetsvoorstel wordt nu voorbereid om nog dit voorjaar ter advisering voor te leggen aan de Raad van State.

Adoptie

We gingen verder met het afbouwtraject van interlandelijke adoptie. Belangrijk onderdeel hiervan was het opstellen van nieuwe wetgeving voor de juridische basis hiervan. Voor consultatie begin 2026 rondden we de voorbereiding van dit wetsvoorstel af. Dit voorstel bevat ook een regeling voor de voordracht van personen voor binnenlandse adoptie na afstand. Eind 2025 eindigde de adoptierelatie met een aantal herkomstlanden definitief. Het gaat om de landen: China, Verenigde Staten, Burkina Faso, Haïti, Colombia, Peru, Slowakije en Tsjechië. Voor de laatste keer en voor een periode van 5 jaar verlengden we de vergunningen van de 3 huidige vergunninghouders voor bemiddeling. Na 2030 is adoptie van buitenlandse kinderen niet meer mogelijk11.

2.1.7. Naturalisatie en inburgering

Met de Wet inburgering 2021 (WI 2021) zetten we in op een lerend en adaptief stelsel voor inburgering. Samen met de ketenpartners stelde het ministerie van SZW een uitgebreid Monitoring- en Evaluatieplan op. Eind 2025 rondde SZW het onderzoek af naar de betaalbaarheid van de Wet inburgering 2021. Dit onderzoek is onderdeel van de bestuurlijke afspraken die het ministerie van SZW en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) eerder maakten. Het brengt de kosten van gemeenten in beeld voor uitvoering van de WI 2021 en gaf aan dat de verstrekte middelen niet kostendekkend zijn. Dat laatste blijkt niet het geval.

Samen met het onderzoek naar de betaalbaarheid leverde SZW eind december ook de tussenevaluatie van de WI 2021 op. Deze synthese van alle deelonderzoeken die in het kader van het Monitoring- en Evaluatieplan zijn uitgevoerd geeft eerste inzichten in de werking, doeltreffendheid en doelmatigheid van de WI 2021. Een van de conclusies is dat inburgeraars onder de WI 2021 een hoger taalniveau behalen dan onder de WI 2013.

Per 19 juni verschoof de politieke verantwoordelijkheid voor inburgering van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid naar de Staatssecretaris van Participatie en Integratie.

2.1.8 Invulling rijksbrede taakstellingen

Bij de nadere verdeling van de budgetkortingen12 als gevolg van het terugdraaien groei apparaat Rijksoverheid13 kozen JenV en AenM voor een aanpak langs 3 lijnen om de gezamenlijke apparaatstaakstelling van € 111 mln te verdelen:

  • 50% (€ 55 mln.) direct bij het bestuursdepartement; € 4 mln. betreft AenM;

  • € 32 miljoen op externe inhuur; € 7 mln. daarvan heeft betrekking op AenM;

  • € 24 mln. efficiencykorting op de uitvoeringsorganisaties; AenM: € 1,8 mln.

Bij JenV is de taakstelling vooral belegd bij het bestuursdepartement. Dit betekent dat bepaalde (beleids)taken geprioriteerd moeten worden, door efficiënter te werken en door externe inhuur terug te dringen. Het laatste droeg bij aan het kabinetsdoel om de externe inhuur terug te brengen naar de Roemernorm.

Buiten het bestuursdepartement kent het ministerie van JenV een groot aantal organisaties, waarvan een deel in budgettaire omvang aanzienlijk is. Hierdoor is het totale apparaatsbudget van de organisaties hoog. We boekten bij de organisaties een bezuiniging van ongeveer 0,2% van het totale apparaatsbudget. De (beleids-)taken van de organisaties blijven onveranderd. Organisaties zijn zelf verantwoordelijk voor hun eigen efficiencyslag van 0,2%. Verhoudingsgewijs wordt de uitvoering zoveel mogelijk gespaard; de grootste slag ligt bij het bestuursdepartement.

De subsidietaakstelling hebben we binnen de JenV-begroting naar rato verdeeld over de subsidie-instrumenten op de beleidsartikelen 31 tot en met 38.

In het Hoofdlijnenakkoord namen we op dat we specifieke uitkeringen overhevelen naar het Gemeente- of Provinciefonds met een budgetkorting van 10% die ingaat in 2026. Voor de nadere uitwerking van de overheveling vanuit de JenV-begroting verwijzen we naar de Kamerbrief uitkomst omzetting specifieke uitkeringen.

In 2025 stelden we voor de onvolkomenheden van de Rekenkamer en de bevindingen van de ADR (verbeter)plannen op en namen we de uitvoering ter hand. In de bedrijfsvoeringsparagraaf is informatie opgenomen over de voortgang daarvan.

1

Kamerstukken II, 2024-2025, 29 517, nr. 272

2

Kamerstukken II, 2025-2026, 29 279, nr. 1005

3

Zelfmeldstop, arrestantenmaatregel, uitbreidingen op de BBA

4

Voortgang aanpak versterking toegang tot het recht - Rechtsstaat en Rechtsorde’, Brief van 11 december 2025, 2025D51533

5

De Bewijsverkrijgingsverordening heeft als doel vereenvoudiging van de grensoverschrijdende bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken. Het gaat o.a. om het horen van getuigen of deskundigen in een andere lidstaat dan waar de procedure plaatsvindt (rechtstreeks of door een instantie in die andere lidstaat).

6

De Betekeningsverordening heeft als doel de grensoverschrijdende betekening en kennisgeving van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke en handelszaken te vereenvoudigen.

7

Die plicht geldt wanneer rechters het adolescentenstrafrecht bij meerderjarigen toepassen als er sprake is van ernstige misdrijven.

8

Kamerstukken II, 2025-2026, 28 584, nr. 816

9

Kamerstukken II, 2024-2025, 28 684, nr. 772

10

Kamerstukken II, 2024-2025, 36 585, nr. 6

11

Met uitzondering van een tijdelijke mogelijkheid van adoptie van biologische (half-)broertjes en zusjes.

12

De taakstelling begint in 2026 met een oploop naar 2029 en is structureel € 98 miljoen voor JenV en € 12,8 miljoen.

13

Het betreft de kerndepartementen, externe inhuur Roemernorm en communicatie.

4.2 Veiligheidsagenda

In de Veiligheidsagenda 2023-2026 staan de landelijke beleidsdoelstellingen voor de taakuitvoering van de politie. Deze worden vastgesteld door de minister van JenV, die daarvoor advies vraagt aan de politie, het OM en de regioburgemeesters. De landelijke beleidsdoelstellingen worden elke vier jaar vastgelegd in de Veiligheidsagenda en bestaan uit een mix van kwalitatieve en kwantitatieve afspraken.

Tabel 1 Veiligheidsagenda

Beleidsafspraken

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Norm 2025

Realisatie 2025

Realisatie ´25 tov norm ´25

      

Ondermijning en georganiseerde criminaliteit

     

Aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden

1.800

1.748

1.530

1.778

116%

      

Criminele geldstromen

     

Waarde beslag (* € 1 mln.)

228,6

234,7

210,0

192,2

92%

      

Mensenhandel

     

Aantal OM-verdachten van mensenhandel

210

196

220

212

96%

Aantal eenheidsoverstijgende onderzoeken

17

14

>17

12

80%

      

Cybercrime

     

Aantal cybercrime regulier

336

351

400

370

93%

- Waarvan criminele samenwerkingsverbanden

50

61

80

57

 

- Waarvan alternatieve of aanvullende interventies

36

22

100

44

 

Aantal fenomeenonderzoeken

36

46

43

29

67%

- Waarvan alternatieve of aanvullende interventies

14

18

22

4

 

Aantal high tech crime onderzoeken

17

20

20

20

100%

      

Gedigitaliseerde criminaliteit

     

Aantal gedigitaliseerde criminaliteit regulier

3.302

6.617

2.700

5.144

191%

- Waarvan alternatieve of aanvullende interventies

1.425

4.649

675

3.328

 

Aantal fenomeenonderzoeken

4

12

5

5

100%

      

Online seksueel kindermisbruik

     

Inzet gericht op misbruiker / vervaardiger

116

86

130

89

68%

Inzet gericht op keyplayers (/netwerken)

68

24

20

39

195%

Inzet gericht op bezitters / verspreiders

444

524

 

395

 

Totale inzet

628

634

600

523

87%

Toelichting

In het algemeen wordt opgemerkt dat er in 2025 grote inzet van de politie is gevraagd rondom de NAVO-top in juni. Deze inzet heeft in enkele gevallen tot vertraging geleid in opsporingsonderzoeken. We zien dit effect (beperkt) terug in de resultaten voor bijvoorbeeld beslag, cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit.

Aanpak ondermijning en georganiseerde criminaliteit

Het aantal aangepakte csv (crimineel samenwerkingsverband)-onderzoeken in 2025 lag met 1.778 ruim (16%) boven de afgesproken norm van 1.530 aangepakte CSV’s. Hiervan waren er 736 onderzoeken drugsgerelateerd en aan 102 onderzoeken is het label wapens en explosieven meegegeven.

Aanpak criminele geldstromen

Met de aanpak van criminele geldstromen wordt beoogd te voorkomen dat met criminele activiteiten verdiend geld in het legale circuit komt of blijft circuleren binnen het illegale circuit. Het bedrijfsproces en het verdienmodel van criminelen moet worden gefrustreerd en verstoord. Het ontnemen (of ‘afpakken’) van het met criminaliteit verdiende vermogen is één van de instrumenten die door politie en OM kan worden ingezet.Er is in 2025 voor € 192,2 mln. beslag gelegd (€ 234,7 mln. in 2024). Hiermee is het beoogde bedrag aan waarde beslag van € 210 mln. voor 92 % gerealiseerd. De politie ziet een aantal ontwikkelingen dat bijdraagt aan dit achterblijvende resultaat, zoals bijvoorbeeld de verschuiving van contant geld naar cryptovaluta, wat beslag op dit moment nog bemoeilijkt.

Bestrijden van mensenhandel

Op het thema mensenhandel streeft de politie samen met ketenpartners naar het voorkomen van slachtoffer- en daderschap, het beschermen van slachtoffers en het straffen van daders.Er is weer een voorzichtige groei te zien op het aantal verdachten van mensenhandel ingezonden bij het OM. Het resultaat in 2025 ligt met 212 verdachten nagenoeg op het niveau van 2023 en is daarmee de afgesproken norm dicht genaderd. Verder zijn 12 eenheidsoverstijgende strafrechtelijke onderzoeken in de tactische fase afgerond, iets minder dan de afgesproken norm van 17 onderzoeken. De achterblijvende resultaten brengen niet alle inspanningen van de politie op de brede aanpak van mensenhandel in beeld. De politie zet zoveel mogelijk in op de opsporing van verdachten ex 273f Sr, maar daarnaast worden er binnen alle eenheden ook verdachten aangedragen voor strafbare feiten zoals mensensmokkel en seksuele handelingen met een minderjarige prostituee. Deze inspanningen dragen ook bij aan de brede aanpak van mensenhandel, maar tellen niet zichtbaar mee in het resultaat voor de Veiligheidsagenda.

Aanpak cybercriminaliteit

Voor de aanpak van cybercrime is de doelstelling onderverdeeld in het aantal verdachten in reguliere onderzoeken uitgevoerd op regionaalniveau, fenomeenonderzoeken die gericht zijn op de brede bestrijding van eenheidsoverstijgende cybercrime fenomenen en dadergroepen en onderzoeken van het Team High Tech Crime.Voor cybercrime regulier bestendigen de resultaten zich op het niveau van 2024, maar blijft de gewenste groei naar 400 verdachten in 2025 met een realisatie van 370 uit. In 12% van de reguliere cybercrimezaken was in 2025 sprake van een alternatieve of aanvullende interventie. Daarnaast is 15% van de reguliere cybercrimezaken uit een onderzoek naar een crimineel samenwerkingsverband voortgekomen. In 2025 zijn verder 29 fenomeenonderzoeken en 20 high tech crime onderzoeken afgerond. Met betrekking tot de achterblijvende resultaten geldt dat we al langere tijd zien dat cybercrime onderzoeken steeds omvangrijker worden, waarbij de technische complexiteit toeneemt en dit in de praktijk leidt tot langere doorlooptijden. Deze verschuiving in complexiteit is terug te zien in zowel de reguliere onderzoeken, als de onderzoeken gericht op fenomenen en hightechcrime. Aanvullend neemt in de fenomeen- en hightech onderzoeken de afhankelijkheid van internationale samenwerking voor het behalen van de operationele doelstellingen verder toe, waardoor afstemming met buitenlandse partners en rechtshulptrajecten vaker nodig zijn en meer tijd en capaciteit vragen. Verder zorgden onderzoeken naar impactvolle hacks in 2025 voor (urgente) omstandigheden met een brede impact op de reguliere opsporingsprocessen. Dit leidde, in overleg met het gezag, tot een noodzakelijke verschuiving in prioriteit en andere keuzes ten aanzien van de capaciteitsinzet binnen de cybercrimeteams.

Aanpak gedigitaliseerde criminaliteit

Criminelen verleggen steeds vaker hun werkterrein van de fysieke naar de digitale wereld. Gedigitaliseerde criminaliteit betreft in beginsel zeer veel typen delicten en doet zich in steeds nieuwe vormen voor.Voor gedigitaliseerde criminaliteit regulier werd de afgesproken norm van 2.700 in 2025 reeds vroeg in het jaar bereikt. Met 5.144 verdachten ligt de realisatie ruim boven de doelstelling. In 65% van de reguliere onderzoeken was in 2025 sprake van een alternatieve of aanvullende interventie. Daarnaast zijn er in 2025 5 fenomeenonderzoeken afgerond, waarmee aan de doelstelling is voldaan.

Bestrijden van online seksueel kindermisbruik

De teams bestrijding kinderpornografie en transnationaal seksueel kindermisbruik werken met man en macht aan de bestrijding van online seksueel kindermisbruik.In 2025 is het resultaat voor het aantal misbruikers en vervaardigers met 89 verdachten nagenoeg gelijk ten opzichte van het resultaat in 2024 en blijft daarmee achter op de afgesproken norm (130). Dat is anders voor de inzet gericht op keyplayers waar in 2025 met 39 verdachten (ten opzichte van een norm van 20) een verdere stap voorwaarts is gezet. De afgesproken norm voor de totale inzet is in 2025 met 523 verdachten voor 87% gerealiseerd. Deze resultaten moeten bezien worden tegen de achtergrond van een toenemende complexiteit en omvang van zaken als gevolg van technologische ontwikkelingen, zoals end-to-end encryptie en Artificial Intelligence, en nog steeds stijgende hoeveelheid data en beeldmateriaal. Bovendien kan een enkele dader met behulp van technologische middelen steeds meer slachtoffers maken. Deze ontwikkelingen vragen meer tijd per zaak en de aanwending van nieuwe vaardigheden en middelen door politiemedewerkers. Daarnaast was er in 2025 sprake van een onderbezetting van de teams ter bestrijding van kinderpornografie en kindersekstoerisme wat het resultaat ook in negatieve zin heeft beïnvloed.

Voor een uitgebreidere toelichting op de voortgang op de afspraken en thema’s uit de Veiligheidsagenda wordt verwezen naar het jaarverslag van politie over het jaar 2025.

4.3 Realisatie periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen

Tabel 2 Realisatie periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen

BD/PR

Thema

Artikel(en)

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Kamerstuk

BD

Politie

31

 

X

      

BD

Bekostiging Politie

31.2

  

X

    

Link

 

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en ICT Politie

31.3

        

BD

Beheer multisystemen

  

X

     

Link

BD

Internationale samenwerkingsoperaties

  

X

     

Link

BD

Rechtspleging en Rechtsbijstand

32

   

X

   

Link

 

Apparaatskosten Hoge Raad

32.1

        

BD

Rechtshandhaving en vervolging

33

  

X

    

Link

 

Apparaatskosten OM

33.1

        
 

Bestuur, informatie en technologie

33.2

        
 

Opsporing en vervolging

33.3

        
 

Straffen en Beschermen

34

        

BD

Raad voor de Kinderbescherming

34.1

  

X

    

Link

BD

Preventieve maatregelen

34.2

  

X

    

Link

BD

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

34.3

       

Link

BD

Slachtofferzorg

34.4

  

X

    

Link

BD

Uitvoering jeugdbescherming en Voogdij amv's

34.5

  

X

    

Link

 

Contraterrorisme en nationale veiligheidsbeleid

36

        

BD

Onderzoeksraad voor de Veiligheid

36.3

 

X

     

Link

PR

Nationale Veiligheid: Contraterrorisme

36.2

      

X

 

In het kader van de operatie Inzicht in Kwalliteit is de systematiek van beleidsdoorlichtingen omgevormd tot een Strategische Evaluatie Agenda (SEA). In navolging daarvan wordt in het jaarverslag het gebruikelijke overzicht van gerealiseerde beleidsdoorlichtingen (geleidelijk aan) vervangen door een overzicht van gerealiseerde periodieke rapportages.

Voor 2025 stond er één Periodieke Rapportage op de planning van evaluaties en onderzoeken van de Strategische Evaluatie Agenda, namelijk voor het beleidsthema Nationale Veiligheid: Contraterrorisme. De Tweede Kamer is in 2024, conform de Regeling Periodiek Evaluatieonderzoek, geïnformeerd over de planning en onderzoeksopzet van deze Periodieke Rapportage. De Periodieke Rapportage is inmiddels afgerond, maar nog niet naar de Kamer verzonden met een Kabinetsreactie. Daarmee wordt gewacht tot het nieuwe kabinet is geïnstalleerd.

Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht Ingepland en uitgevoerd onderzoek op rijksfinancien.nl.

Voor de realisatie van andere onderzoeken, zie «Bijlage 2».

4.4 Risicoregelingen

Tabel 3 Overzicht verstrekte garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitstaande garanties

Verleend

Vervallen

Uitstaande garanties

Garantie- plafond

Totaal plafond

Totaal stand risicovoorziening

  

2024

2025

2025

2025

2025

 

2025

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

15.515

6.626

5.731

16.410

nvt

nvt

nvt

34

Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's1

16.020

0

877

15.143

nvt

nvt

nvt

34

Garantieregeling forensische zorg

0

0

0

0

nvt

300.000

24.000

 

Totaal

31.535

6.626

6.608

31.553

nvt

300.000

24.000

1

cijfers op basis van voorlopige verantwoording

Tabel 4 Overzicht uitgaven en ontvangsten garanties (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Uitgaven 2024

Ontvangsten 2024

Saldo 2024

Uitgaven 2025

Ontvangsten 2025

Saldo 2025

33

Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS1

2.216

0

2.216

2.523

0

2.523

34

Garantieregeling forensische zorg

0

0

0

0

0

0

1

bij de uitgaven betreft het de opdrachten tot betaling

33. Garantiestelling Faillissementscuratoren dienst JUSTIS

De garantstellingsregeling faillissementscuratoren (GSR) is voor faillissementen waarin sprake lijkt te zijn van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar in de boedel onvoldoende middelen aanwezig zijn om onderzoek te doen of een procedure te starten en zo onrechtmatig aan de boedel onttrokken gelden en goederen terug te halen.

34. Garantstelling Hypothecaire leningen aan JJI's

Het feitelijk risico van de verleende garanties aan particuliere jeugdinrichtingen betreft borgstellingen ten behoeve van het restantbedrag van leningen die particuliere inrichtingen zijn aangegaan ter financiering van de gebouwen. Zonder garantie verlening was het niet mogelijk tegen gunstige condities dergelijke leningen bij externe financiers af te sluiten. Omdat DJI de kapitaalslasten van de betreffende leningen bovennormatief vergoedt aan de inrichtingen was het uit efficiency-overwegingen van belang dat de leningen tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage konden worden afgesloten.

34. Garantieregeling forensische zorg

Om tbs-klinieken te stimuleren om capaciteit uit te breiden, is een garantieregeling ingericht. De garantieregeling voor Forensisch Psychiatrische Centra (FPC’s) is bedoeld voor leningen die particuliere FPC’s nodig hebben om capaciteit uit te breiden, dan wel in stand te houden. Door als overheid garant te staan voor een deel van de lening, kunnen deze centra naar verwachting tegen een lagere rente een lening afsluiten voor de beoogde uitbreiding.Voor de garantieregelig wordt een risicovoorziening aangehouden op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën.

Tabel 5 Overzicht rekening-courant limieten en gebruik leenfaciliteit (bedragen x € 1.000)1

Art.

Omschrijving

Saldo uitstaande leningen

Aangegane Leningen

Aflossing uitstaande leningen

Saldo uitstaande leningen

Rekening courant limiet

  

2024

2025

2025

2025

2025

 

externe partijen

     

31

Nationale Politie

2.242.321

677.251

394.182

2.525.391

250.000

31

Politie Academie

0

0

0

0

250

32

Autoriteit Persoonsgegevens

0

0

0

0

1.000

32

Bureau Financieel Toezicht

0

0

0

0

500

32

Juridische Loket

0

1.300

0

1.300

0

34

Kansspelautoriteit

370

0

370

0

8.000

34

Particuliere JJI's

69.167

10.000

3.333

75.834

0

 

Subtotaal externe partijen

2.311.858

688.551

397.885

2.602.525

259.750

       
 

interne partijen

     
 

Agentschap CJIB

8.663

3.275

2.878

9.060

500

 

Agentschap DJI

0

0

0

0

500

 

Agentschap JIO

40.422

12.000

14.666

37.755

500

 

Agentschap Justid

5.953

1.700

2.281

5.372

500

 

Agentschap Justis

0

0

0

0

500

 

Agentschap NFI

20.536

7.632

3.911

24.256

500

 

Raad voor de rechtspraak

55.617

23.778

21.812

57.584

0

 

Gemeenschappelijke Hof

78

0

42

36

0

 

Subtotaal interne partijen

131.269

48.385

45.590

134.063

3.000

       
 

Totaal

2.443.127

736.936

443.475

2.736.588

262.750

1

Met ingang van het jaar 2025 zijn de rekening-courant limieten en gebruik leenfaciliteit met betrekking tot COA, NIDOS en de IND opgenomen in het overzicht bij het Ministerie van Asiel en Migratie

Leenfaciliteit

Deze organisaties hebben toegang tot het geïntegreerd middelenbeheer bij de Rijkshoofdboekhouding (RHB) van het Ministerie van Financiën (MvF). Voor de financiering van investeringen kunnen ze een beroep doen op de leenfaciliteit van het MvF. In deze garantstelling is bepaald dat wanneer er niet aan de verplichtingen wordt voldaan die uit de overeenkomst van geldlening voortvloeien, het MvF deze verplichting ten laste zal brengen van het Ministerie van JenV.

Rekening-courant limiet

De betreffende organisaties hebben bij de RHB een rekening-courant faciliteit, waarbij JenV garant staat voor de aanzuivering van een mogelijk debetsaldo wanneer de betrokken organisaties daarbij in gebreke blijven. Overeenkomstig de regeling agentschappen 2024 bedraagt het rekening-courantkrediet bij de schatkist van het Rijk voor een agentschap per 31 december maximaal € 500.000.

4.5 Openbaarheidsparagraaf

De inwerkingtreding van de Wet open overheid (Woo) was in 2022 een belangrijke stap naar een open en transparantere overheid. De Woo bestaat uit drie hoofdonderdelen: openbaarmaking op verzoek, openbaarmaking uit eigen beweging (actieve openbaarmaking) en het op orde brengen van de informatiehuishouding. Deze onderdelen dragen ieder op een eigen manier bij aan het inzichtelijk maken van de werkzaamheden van JenV/AenM. Bij openbaarmaking op verzoek worden overheidsdocumenten openbaar gemaakt op basis van verzoeken van burgers. Openbaarmaking uit eigen beweging houdt in dat het ministerie proactief en anticiperend informatie openbaar maakt - ook als daar (nog) niet om is gevraagd.

Om dit te kunnen doen, is een adequate en toegankelijke informatievoorziening nodig; en die leunt op zijn beurt op een gezonde informatiehuishouding. Het aandacht schenken aan de uitvoering van de Woo is ook één van de verplichtingen. In deze paragraaf is toegelicht hoe JenV/AenM hier invulling aan geeft.

Openbaarmaking

De behandeling van Woo-verzoeken binnen het bestuursdepartement van JenV/AenM is gecentraliseerd bij de directie Openbaarmaking die zorgt voor kwalitatief hoogwaardige afhandeling van de Woo-verzoeken. Sinds het voorjaar van 2025 zijn openbaarmakingsbeleid en de ondersteunende systematiek die nodig is voor professionele, grondige en gedegen openbaarmakingswerkzaamheden belegd bij deze directie. De directie adviseert daarnaast de taakorganisaties van JenV/AenM over openbaarmaking.

Advisering over technische kanten van publicatie en over de informatiehuishouding ligt bij de directie Informatievoorziening en Inkoop. In samenwerking met andere onderdelen van het bestuursdepartement geeft de directie Openbaarmaking invulling aan actieve openbaarmaking van informatie. Het gaat hier om zowel de verplichte informatiecategorieën, als de inspanningsverplichting die toeziet op openbaarmaking uit eigen beweging. Naast de uitvoering van actieve openbaarmaking op het bestuursdepartement, wordt er gewerkt aan beleidskaders voor actieve openbaarmaking. In 2025 is verder gewerkt aan een JenV/AenM-brede visie op de inspanningsverplichting.

De afhandeling van Woo-verzoeken, de vormgeving van actieve openbaarmaking en de ondersteuning van de parlementaire enquête Corona - ook ondergebracht bij de directie Openbaarmaking - worden uitgevoerd met de huidige capaciteit op het bestuursdepartement. Met de toenemende vraag vanuit politiek en samenleving om (actieve) openbaarmaking, is de beschikbare capaciteit een groeiend aandachtspunt. Parallel blijft het belangrijk om te kijken naar efficiëntiemogelijkheden, bijvoorbeeld door te investeren in digitale hulpmiddelen en AI-toepassingen.

JenV/AenM zet hiermee in op een adequate uitvoering van de Woo èn op bevordering van de transparantie van de organisaties in het JenV/AenM-domein. Tenslotte participeert JenV/AenM vanuit haar Woo-deskundigheid in de interdepartementale evaluatie van de Woo.

Verbetering informatiehuishouding

Het JenV-programma Open op Orde startte in 2021 met als scope het JenV/AenM-brede concern - de Politie en Rechtspraak hebben op basis van hun rechtstatelijke positie een eigen programma - en de opdracht om gestructureerd te werken aan een verbetering van de informatiehuishouding (hierna: IHH). Met ondersteuning vanuit het programma op generieke uitdagingen en investeringen bij veel van de individuele JenV/AenM-organisaties is de afgelopen jaren vooruitgang geboekt. Het gemiddelde volwassenheidsniveau stijgt gestaag en in consistente stapjes: van een 2,3 in 2023, via een 2,4 in 2024 naar een 2,5 in 2025. Daarbij moet opgemerkt dat de stap van niveau 2 naar 3 de meest veelomvattende stap is. Het streefgetal van volwassenheidsniveau 3 (op een schaal van 4) eind 2026 komt langzaam in zicht; in 2025 scoorden vier JenV/AenM-organisaties gemiddeld al een 3 of hoger.

Het programma werkt aan een meerjarig portfolio dat is opgebouwd langs de vier rijksbrede actielijnen ‘Professionals’, ‘Volume en aard van informatie’, ‘Systemen’ en ‘Sturing en naleving’. Daarnaast zijn er vanuit de toenmalige Regeringscommissaris Informatiehuishouding prioriteiten meegegeven aan alle departementen en heeft JenV/AenM ook haar eigen prioriteiten bepaald. Het Open op Orde-programma helpt de organisaties met de uitvoering en invoering hiervan.

Actielijn 1 Professionals

Formatie

De structurele capaciteit voor IHH-professionals bij verschillende JenV/AenM-organisaties is ook in 2025 - met financiële ondersteuning vanuit het programma - zowel kwalitatief als kwantitatief versterkt en bedraagt inmiddels zo’n 40 fte. Met de uitkomsten van het formatieonderzoek dat eind 2024 werd opgeleverd (en inzicht gaf in de personele tekorten op IHH-gebied) is een aantal organisaties individueel aan de slag gegaan. Tegen de achtergrond van de taakstelling(en) leidde dit in een aantal gevallen tot formatieve uitbreiding. Bij het merendeel is gezocht naar mogelijkheden voor meer efficiency; ook intensivering van de samenwerking tussen de onderdelen droeg bij aan de verhoging van de volwassenheid. Twee taakorganisaties kregen vanuit het programma ook hulp bij het opstellen van een Strategische personeelsplanning gericht op IHH, voor 2026 staan er vier op de planning.

Ontwikkeling medewerkers

In 2025 heeft JenV/AenM fors meer gebruik gemaakt van het opleidingsaanbod van het ‘Leerhuis voor Informatiehuishouding’ dan in voorgaande jaren14; het ministerie staat inmiddels in de top3 qua gebruik van e-learnings en trainingen. In samenwerking met het Leerhuis is halverwege 2025 ook gestart met een ontwikkelplan om alle medewerkers van JenV bewust(er) om te laten gaan met overheidsinformatie. In 2026 wordt dit verder uitgewerkt en geïmplementeerd voor zowel nieuwe als zittende medewerkers.  Parallel droeg het programma intensief bij aan de verfijning van het KWIV - het kwaliteitsraamwerk voor IV-functies - met verdieping voor informatiehuishouding en gegevensmanagementfuncties. Zo vond mapping plaats tussen IHH-functies en functies die vallen onder Gegevensmanagement en de KWIV-profielen. Het resultaat is dat zo’n 80% van de functies aan een KWIV-profiel kan worden gekoppeld; die koppeling gebeurt in de eerste helft van 2026. In het verlengde hiervan wordt de gesprekscyclus tussen manager en medewerker verrijkt met de beschikbare i-Leerkaarten. Hiermee kunnen medewerkers zich gericht verder doorontwikkelen op informatiehuishouding en/of gegevensmanagement. Tenslotte startte in september de tweede lichting van het Traineeship Gegevensmanagement. De externe professionals die - met financiële ondersteuning vanuit het programma - de eerste en deels ook tweede lichting begeleidden, zijn vrijwel volledig vervangen door eigen mensen.

Actielijn 2 Volume en aard van de informatie

Papier

Voor het wegwerken van papieren achterstanden heeft het programma meerjarig middelen gereserveerd om onder andere de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te continueren bij de scanstraten van de Justitiële Informatiedienst. In 2025 werd in Zutphen en op locatie vooral papier weggewerkt van de Raad voor de Kinderbescherming, de dienst Justis en het Nederlands Forensisch Instituut.

Digitaal

Voor het wegwerken van de digitale achterstanden (in eerste instantie vooral gericht op netwerkschijven) is de afgelopen jaren een aparte taskforce opgezet. Met eigen analysetooling zijn de digitale achterstanden bij inmiddels negen taakorganisaties in kaart gebracht. De technische randvoorwaarden zijn ingeregeld, net als de concernbrede beveiligings- en privacytoets.De in 2024 opgestarte aanbesteding voor de aanschaf van software die met kunstmatige intelligentie documenten herkent, is afgerond. De eerste proef met de zogenaamde ‘DigiVaris’ was succesvol, waarna de software is uitgerold bij het kerndepartement en twee taakorganisaties. Met de DigiVaris worden grote documentcollecties geautomatiseerd voorzien van de juiste metadata om ze vervolgens - met een complete set aan metadata - in het daarvoor bestemde DMS- of RMA-systeem te plaatsen. Daarmee zijn stukken sneller en makkelijker te vinden en kunnen ze - volgens het principe van Archiving by Design - automatisch gearchiveerd, overgedragen aan het Nationaal Archief, vernietigd of zelfs gepubliceerd worden in het kader van de Woo.Om ervoor te zorgen dat dit werk ook na beëindiging van het programma (eind 2026) doorgaat, is eind 2025 gestart met de overdracht van binnen het programma opgebouwde expertise naar de staande organisatie, naar het zogeheten ‘Document Expertisecentrum’.

Vastgesteld (uitvoerend) gegevensbeleid en gegevensboekhouding

In 2025 is - onder de vlag van het CDO Office van JenV/AenM - het uitvoerend gegevensbeleid verder doorontwikkeld, gevalideerd en vastgesteld. Met dit gegevensbeleid maken we met en tussen alle JenV/AenM-organisaties afspraken over onder andere de betekenis van gegevens, de kwaliteit van gegevens, met wie we de gegevens delen en waarom. Naast het al vastgestelde gegevensdelingsbeleid zijn ook het gegevenskwaliteitsbeleid en gegevenstyperingsbeleid vastgesteld en voorzien van handreikingen zodat de organisaties er zelf mee aan de slag kunnen.Volgens het proces van beleidsontwikkeling zijn de beleidsstukken vervolgens omgezet naar geïntegreerde metamodellen. Deze metamodellen zijn op hun beurt de basis voor een integrale gegevensboekhouding. De doorontwikkeling van deze gegevensboekhouding is in 2025 verder versneld, ook door de finaleplaats bij de ‘Beste Overheidsinnovatie van het Jaar’15. Tenslotte is het proces gestart om het gegevensdelings- en gegevenskwaliteitsbeleid van JenV/AenM rijksbreed te laten vaststellen.  

Kleine JenV/AenM-organisaties

Het programma ondersteunde het afgelopen jaar zes grote en kleinere JenV/AenM-organisaties bij het in kaart brengen van hun processen, uittekenen van informatiestromen, identificeren van informatieproducten en inventariseren van relevante metadata. Dit geheel aan beleid, processen, informatiestromen, informatieproducten en metadata-afspraken zorgt ervoor dat informatie beheersbaar en vindbaar bewaard kan worden.Het komende jaar werkt het programma samen met het CDO Office om de werelden van documenten en gegevens (nog) dichter bij elkaar te brengen.

Actielijn 3 Informatiesystemen

Publicatieplatform

JenV/AenM is nog in afwachting van de gemeenschappelijke Woo-voorziening: het publicatieplatform voor actieve openbaarmaking dat gemaakt wordt in opdracht van het rijksbrede programma Open op Orde. Omdat de oplevering hiervan wederom is vertraagd, inventariseert JenV/AenM andere mogelijkheden om actief openbaar te kunnen maken.Parallel gingen in 2025 de quick scans bij de taakorganisaties voor aansluiting op zo’n platform door; voor de zomer van 2026 moeten de laatste quick scans zijn afgerond. Met een quick scan kan het programma gericht adviseren over het te volgen aansluitscenario.

Archivering van ‘nieuwe’ media

De oplevering van rijksbrede archiefsystemen voor e-mail, chat en sociale media duren ook langer dan oorspronkelijk gedacht. Omdat dit al was voorzien, is er rekening mee gehouden in de begroting en kon JenV/AenM onderbesteding op deze actielijn voorkomen. Om het ministerie op de komst van deze systemen voor te bereiden, zijn bij 15 JenV/AenM-organisaties quick scans uitgevoerd.Voor de archivering van hun websites staan de taakorganisaties zelf aan de lat; zij kunnen hiervoor gebruik maken van de rijksbrede raamovereenkomst. De kosten hiervan worden nog tot en met de looptijd van de raamovereenkomst betaald vanuit het programma Open op Orde. De kwaliteitscontrole op die website-archivering is het afgelopen jaar belegd in de staande organisatie - bij het IHH Office.

Actielijn 4 Sturing en naleving

De al lopende activiteiten op deze actielijn zijn vanuit het programma nagenoeg niet veranderd ten opzichte van vorig jaar. JenV/AenM-organisaties kunnen een beroep doen op het programma bij het versterken van de sturing op hun informatiehuishouding en het verder organiseren van de rapportage en verantwoording daarover. Het begeleiden van de volwassenheidsmetingen is - via de overdracht van de liaisonrol - overgedragen aan het IHH Office; daarmee is ook deze activiteit na afloop van het programma geborgd in de staande organisatie.

Tenslotte kreeg het eerder opgestelde ‘Transitieplan Open op Orde’ een ‘Addendum 2026’. In het addendum staan afspraken over de verdeling en overdracht van structurele werkzaamheden en bijbehorende middelen vanaf 2027. Daarmee worden aan de ene kant de onder de vlag van het programma bereikte resultaten geborgd, en kan anderzijds de volwassenheid van de informatiehuishouding ook na afloop van het programma eind 2026 blijven groeien.

Financiën

Het toegewezen budget over boekjaar 2025 bedroeg € 11,349 mln., opgebouwd uit de vastgestelde structurele reeks van € 9,.9 mln. en de toegekende additionele middelen van € 1,449 mln. Met de honorering van € 1 mln. eindejaarsmarge uit 2024 kwam het totaal beschikbare budget voor 2025 uit op € 12,349 mln. De verdeling van het beschikbare budget over 2025 over de verschillende actielijnen was als volgt:

Tabel 6 Financieel overzicht openbaarheidsparagraaf (bedragen * € 1.000)
 

Verdeling 2025

Overloop 2024

Totaal 2025

Realisatie 2025

Saldo 2025

1. Professionals

4.550

0

4.550

5.280

‒ 730

2. Volume en aard informatie

3.858

1.000

4.858

4.119

739

3. Informatiesystemen

1.980

0

1.980

1.842

138

4. Sturing en naleving

961

0

961

1.107

‒ 146

Totaal

11.349

1.000

12.349

12.348

1

Alle middelen zijn aangewend en voor het laatste jaar van het programma wordt geen beroep meer gedaan op de eindejaarsmarge van 2025. Omwille van de efficiency is overloop 2024 niet nader onderverdeeld over de actielijnen waardoor er in 2025 op het oog significante verschillen ontstonden tussen budget en realisatie. Gedurende het boekjaar is gestuurd op de exploitatie van het totaalbedrag, met als eindresultaat een saldo van € 522, omgerekend 0,004% onderbesteding.

4.6 Voortgang van de maatregelen ihkv het rapport ongekend onrecht

JenV/AenM is actief en breed aan de slag met de maatregelen in het kader van POK (Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag) en WaU (Werk aan Uitvoering). Binnen JenV/AenM zijn de maatregelen omgevormd naar een JenV/AenM-breed werkprogramma waarmee de verbeteringen onder alle JenV-onderdelen worden aangejaagd, ondersteund en geïmplementeerd.

De thema’s van de JenV/AenM-brede Werkagenda zijn:

  • 1. Goede en passende dienstverlening met oog voor persoonlijke omstandigheden van burgers.

  • 2. Doelmatige en uitvoerbare beleid, wet- en regelgeving.

  • 3. Een goede feedbackloop om signalen uit de praktijk sneller en beter op te pakken.

Onderstaand overzicht geeft de voortgang aan op verschillende onderdelen vanuit de maatregelen op het rapport Ongekend Onrecht.

Responsieve dienstverlening – terugkoppeling enkele jaarlijks en ingebedde maatregelen vanuit JenV/AenM

  • De JenV/AenM-onderdelen leveren jaarlijks een stand van de uitvoering op en nemen deel aan de staat van de uitvoering.

  • Via de Werkagenda ondersteunt JenV/AenM de ontwikkeling van klantonderzoek en stimuleert de participatie van doelgroep(en), zoals burgers t.b.v. beter beleid en betere dienstverlening

  • Ook wordt veel aandacht besteed aan hardvochtigheden en casuïstiek.

Zowel om binnen de organisaties meer gesprek te hebben over casuïstiek en maatwerk als het daadwerkelijk doorbreken en oplossen van knelpunten en hardvochtigheden.

  • JenV/AenM neemt actief en permanent deel aan het PMM (Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek).

  • Ook sluit de JenV/AenM-brede Werkagenda aan bij de aanpak OHA van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Responsieve overheid en discriminatie - terugkoppeling enkele belangrijke maatregelen vanuit JenV/AenM

  • Interdepartementaal is JenV/AenM trekker van de (door)ontwikkeling van het Beleidskompas.

  • Binnen JenV/AenM wordt vanuit de Werkagenda de implementatie van het beleidskompas gecoördineerd en ondersteund, bij beleidsdirecties maar ook steeds meer bij uitvoeringsorganisaties

  • Er zijn flinke stappen gezet op het betrekken van burgers, bedrijven en andere stakeholders bij het ontwikkelen van beleid en wetgeving.

Alsmede nauwere betrokkenheid van de uitvoering.

  • In 2025 zijn er een aantal trajecten geweest als voorbeeld van burgerparticipatie bij beleidsontwikkeling.

  • Ook is binnen JenV/AenM geïnvesteerd in de gedragsexpertise en daarmee ook meer aandacht voor de doenvermogentoets.

Belangrijke ontwikkelingen in 2025

  • Kwaliteit van beleid op de agenda van de beleids-DG’s. Dat is onder meer te zien in het instellen van een nieuwe stuurgroep Verbeteren Beleidskwaliteit, die bestaat uit de portefeuillehouders

  • Met als doel beter beleid te ontwikkelen hebben bijna 400 beleidsambtenaren opleidingen gevolgd over opgavegerichte beleidsontwikkeling en Beleidskompas.

  • Ook voor leidinggevenden is van JenV/AenM zijn er opleidingen verzorgd over Beleidskompas en opgavegerichte beleidsontwikkeling.

  • In 2025 is begonnen met een verbetertraject t.a.v. de uitvoeringstoetsen bij JenV/AenM op verzoek van de stuurgroep.

  • JenV heeft ook aandacht voor de knelpunten in de Staat van de Uitvoering als het gaat om gegevensdeling, krapte op de arbeidsmarkt en complexiteit.

    • Oprichting Taskforce gegevensdeling

    • Ondersteunen en leren van experimenten om oplossingen te zoeken voor krapte op de arbeidsmarkt

    • Inventarisatie en discussie over complexiteit.

  • Verbeterde en eenduidige procesinrichting van de uit- en invoeringstoets

  • Interdepartementaal is JenV/AenM aanjager van de jaarlijkse uitvoering van motie Talsma.

  • In de bestuurlijke driehoek is aandacht voor het inrichten en verbeteren van de samenwerking, knelpunten in standen van de uitvoering en de lange termijnstrategie.

  • De JenV/AenM Brede Werkagenda betaalt en ondersteunt de inzet van gedragsexperts in beleids-DG’s. In 2025 is bij meerdere DG’s ondersteuning geweest vanuit de experts bij o.a. beleidsontwikkeling. Er is een tussenevaluatie geweest met een positieve uitkomst.

  • De JenV/AenM-brede Werkagenda heeft in 2025 geïnvesteerd in uitbreiding en borging van kennis om burgers en specifieke doelgroepen beter te betrekken bij de ontwikkeling en evaluatie van beleid en dienstverlening. Hier zijn in 2025 meerdere projecten ondersteund.

Meer informatie is te vinden op de site van de JenV-brede Werkagenda.

4.7 Onderuitputting 2025

Onderuitputting

In onderstaand overzicht wordt onder de onderuitputting gepresenteerd. De grootste en/of belangrijkste meevallende realisaties bij de uitgaven worden apart toegelicht. Daarnaast is er een saldopost overige uitgaven en een post met meerontvangsten opgenomen. Dit laatste is het bedrag wat per saldo meer is ontvangen aan de ontvangstenkant van de begroting.In deze tabel is het zogenaamde specifieke beeld gepresenteerd. Dit zijn de posten bedoeld die ten grondslag liggen aan de berekening van de de eindejaarsmarge.

Tabel 7 Grootste posten met onderuitputting (bedragen * € 1 mln)

post

bedrag

percentage1

Rechtsbijstand

‒ 64,552

‒ 0,39%

COA

‒ 26,628

‒ 0,16%

Aanpak Ondermijning

‒ 25,818

‒ 0,15%

Nog onverdeeld

‒ 22,350

‒ 0,13%

Programma Nieuwe Missie Kritische Communicatiesysteem

‒ 16,385

‒ 0,10%

overig Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

‒ 14,553

‒ 0,09%

intra- en extramurale sanctie uitvoering

‒ 11,507

‒ 0,07%

Aanpak criminaliteitsfenomenen

‒ 8,745

‒ 0,05%

Jeugdbescherming en jeugdsancties

‒ 6,292

‒ 0,04%

Saldo overige onderuitputting en overschrijding uitgaven

45,558

0,27%

Meerontvangsten

‒ 115,217

‒ 0,69%

Totaal

‒ 266,489

‒ 1,59%

1

als percentage van de vastgestelde netto begroting (uitgaven minus ontvangsten)

RechtsbijstandOp het onderdeel toevoegingen rechtsbijstand zijn er met name op het terrein van asiel en civiel minder toevoegingen afgegeven dan eerder is geraamd.

COAHet aantal statushouders dat deelneemt aan de voorinburgering bij het COA lager is dan verwacht. Een deel van de meevaller is gebruikt om de tegenvaller bij de bijdrage aan DUO op te vangen, die is ontstaan door oplopende kosten bij de uitvoering van de taken van DUO, zoals het handhaven van de inburgeringsplicht, het verstrekken van leningen en het organiseren van examens. Daarnaast zijn er kleinere tegenvallers bij de overige subsidies inburgering (meer aanvragen) en de opdrachten.

Aanpak OndermijningEen meevaller wordt voornamelijk veroorzaakt door niet bestede middelen van ketenpartners, niet volledig verstrekte loon en -prijsbijstelling, en vertraging bij meerdere projecten (o.a. vertraging in wetgevingstrajecten, lagere kosten op Non-Conviction Based Confiscation, vertraging in de bouw van het Beslag Informatie Systeem en vertraging in de uitbreiding van de taken van het Strategisch Kenniscentrum.

Nog onverdeeldVrijval op nog te verdelen posten.

Overig Nationale veiligheid en terrorismebestrijdingDe meevaller is met name een gevolg van het feit dat voor de NAVO-top minder middelen zijn uitgegeven dan vooraf geraamd.

Programma Nieuwe Missie Kritische CommunicatiesysteemDe vertraging bij het project VMX voor een nieuw communicatiesysteem voor hulpdiensten heeft geleid tot een onderuitputting.

Intra- en extramurale sanctie uitvoering

Voornaamste oorzaak van de onderuitputting ligt in vertraging in wetstrajecten. Daarbij heeft de uitvoering een beperkt absorptie-vermogen waardoor niet alle middelen besteed konden worden conform planning.

Aanpak criminaliteitsfenomenen

Voornaamste oorzaak van de onderuitputting ligt in het beperkte absorptie-vermogen van de uitvoering waardoor niet alle middelen besteed konden worden conform planning. De succesvolle trajecten zijn daarom deels met bestaande middelen verlengd.

Jeugbescherming en jeugdsancties

Op het instrument subsidies is in totaal € 3,6 mln minder uitgegeven dan beschikbaar. Dit houdt met name verband met vertraging en lagere kosten van projecten en subsidieaanvragen op het gebied van rechtsbescherming, huiselijk geweld en kindermishandeling, uithuisplaatsingen kinderopvang-toeslag (UHP KOT), jeugdcriminaliteit en familierecht. Een aspect hiervan is dat doordat subsidietoekenningen veelal eind 2025 plaatsvonden, hiervoor in 2025 slechts een beperkt percentage voorschot is uitbetaald.Bij het instrument bijdragen aan mede-overheden is de voornaamste oorzaak van de onderuitputting het beperkte absorptievermogen van de uitvoering waardoor niet alle middelen besteed konden worden conform planning.

4.8 Focusonderwerp: Risico’s voor de goede inning en besteding van belasting- en premiegeld

De selectie van de risico’s heeft plaatsgevonden aan de hand van de jaarplannen van de JenV-organisaties voor 2026, de rode draden die hieruit naar voren zijn gekomen en incidenten die in 2025 hebben plaatsgevonden. De risico’s doen zich voor bij het bereiken van alle doelstellingen van JenV, doordat overal kwetsbaarheden zijn en onze organisaties intensief met elkaar zijn verbonden in de justitiële ketens. Onderstaande risico’s zijn niet de enige die zich voordoen binnen het JenV-domein, maar hebben ofwel een grote impact op de keten, ofwel zijn op vele organisaties en beleidsterreinen van toepassing.

ICT kwetsbaarheden

De ICT-inbreuk bij het OM heeft niet alleen de kwetsbaarheid van overheidsorganisaties laten zien, maar ook de afhankelijkheid van ICT om werkprocessen doorgang te laten vinden16. Door de inbreuk was het OM noodgedwongen lang afgeschermd van het internet en daardoor ook van systemen waarmee gecommuniceerd wordt met advocaten en rechtbanken. Processen zijn hierdoor vertraagd en wachtlijsten zijn opgelopen. Bij het OM konden sommige bedrijfsvoeringsprocessen wel doorgang vinden in de periode dat het OM afgesloten was van het internet, door deze elders bij JenV uit te voeren. Een externe commissie onderzoekt het incident en wat er moet gebeuren om een dergelijk incident te voorkomen17.Het sharen van ICT en ICT-dienstverlening maakt organisaties ook kwetsbaar bij een inbreuk bij een andere organisatie. Om deze kwetsbaarheid te mitigeren wordt door ICT-dienstverleners compartimentering toegepast. Afhankelijk van het type inbreuk bestaat het risico van uitval van systemen of beschadigde of corrupte data. Dit risico doet zich voor bij alle beleidsdoelen op de JenV-begroting. Andere risico’s op dit terrein zijn hacks waarbij personeelsgegevens worden gestolen, data wordt gegijzeld, gecorrumpeerd of gestolen. Niet alleen door tijdige installatie van patches maar ook bewustzijn bij medewerkers wordt ingezet op het beperken van de kans.

Legacy

Veel organisaties hebben verouderde systemen voor informatievoorziening. Ook reguliere kantoorautomatisering moet consequent worden onderhouden. Dit vraagt vaak specialistische kennis. Vanwege krappe arbeidsmarkt is het een uitdaging deze specifieke functies in te vullen. Om minder afhankelijk te zijn van externe inhuur, wordt ingezet op verambtelijking. Dit leidt tot een verschuiving van externe inhuur naar ambtenaren die in dienst zijn en tot verlaging van de kosten. Het risico van de krappe arbeidsmarkt is dat noodzakelijke vernieuwing van IV-systemen vertraagt en leidt tot uitval van systemen.

Compexiteit regelgeving

Een aantal organisaties geeft aan dat de uitvoering complexer en in sommige gevallen meer belastend wordt. Eén van de oorzaken daarvan is EU-regelgeving. Er zijn diverse EU-verordeningen waar wij ons aan te houden hebben, zoals de Implementatiewet voorkoming witwassen en terrorismefinanciering en de EU-richtlijn Huiselijk geweld. Vaak wordt al in een vroeg stadium commitment gevraagd door middel van BNC-fiches om tot EU-regelgeving over te gaan. Veelal blijkt pas als implementatie in de Nederlandse regelgeving aan de orde is, welke financiële en personele capaciteit dit vraagt. Uitvoering wordt in het algemeen complexer door aanvullende regelgeving. Voorbeelden hiervan zijn regelgeving op het gebied van AI en digitalisering, gegevensbescherming en cyberweerbaarheid (zoals de AI-verordening, Prüm-II en NIS2). Het risico hierbij is dat dit leidt tot oplopende doorloop- en wachttijden waardoor burgers langer moeten wachten op een besluit. 

16

Kamerstukken II, 2024-2025, 26 643, nr. 1390

17

Kamerstukken II, 2024-2025, 26 643, nr. 1455

5. Beleidsartikelen

5.1 Artikel 31: Politie

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze zijn opgenomen in onderdeel C.8 (Departementale Verantwoordingsstaat). Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk (tabel Budgettaire gevolgen van beleid).

Een veilige samenleving met behulp van een goed functionerende politieorganisatie.

De Minister heeft een financierende en regisserende rol ten aanzien van de politie en de politieacademie. Hierbij zijn drie verantwoordelijkheden te onderscheiden:

  • De eerste verantwoordelijkheid betreft de inrichting, werking en ontwik­keling van het politiebestel en van het opleidingsstelsel voor de politie;

  • De tweede verantwoordelijkheid betreft de bevoegdheden en het beheer ten aanzien van de politie. Onder deze beheersverantwoordelijkheid van de Minister18 valt het vaststellen van de begroting, de meerjarenraming, de jaarrekening, het beheersplan, het jaarverslag en de operationele sterkte. De korpschef is belast met de leiding en het beheer van de politie. De korpschef opereert binnen de kaders die de Minister stelt en legt verantwoording af aan de Minister. Die verantwoording betreft tevens de mensen en middelen die de korpschef om niet ter beschikking stelt aan de Politieacademie. De Minister kan de korpschef te allen tijde over alle beheeraangelegenheden algemene en bijzondere aanwijzingen geven;

  • Tot slot stelt de Minister vanuit haar beleidsverantwoordelijkheid, gehoord het College van procureurs-generaal en de regioburgemeesters, ten minste eens in de vier jaar de landelijke beleidsdoelstellingen van de politie vast.

De Minister heeft ten aanzien van het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland) een financierende en regisserende rol. De beheersverantwoordelijkheid voor het politie- en brandweerkorps Bonaire, Sint Eustatius en Saba, berust bij haar.19

Doorontwikkeling politiefunctie

In 2025 zijn opties uitgewerkt voor de politie voor meer focus op haar kerntaak. In dat kader is onder meer de beschouwing naar wat de taak van de boa binnen de politiefunctie in de maatschappij zou moeten zijn afgerond. Met een uitvoerings- en implementatieagenda zal de komende jaren richting worden gegeven aan de verdere professionalisering en versterking van het boa-stelsel. Ook is gestart met het uitwerken van vraagstukken voor het stelsel van de Wet wapens en munitie, wat voor de politie nu nog deel uitmaakt van de korpscheftaken. In 2025 is voor samenwerking tussen politie en publiek-private partijen een visie opgesteld, welke in het komende jaar door politie gebruikt zal worden om het onderwerp verder te brengen. Resultaten van het WODC onderzoek naar publiek private samenwerking zijn hierin betrokken en zijn daarnaast meegenomen in het plan voor het versterken van de aanpak winkeldiefstal middels publiek private samenwerking. Dit plan is vastgesteld in het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing van november 2025. Met de gezagen zijn in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) meermaals gesprekken gevoerd over meer fundamentele keuzes waar de politie voor staat. De uitkomsten van deze gesprekken worden door de politie meegenomen in het ontwikkelen van een nieuwe organisatievisie voor de periode 2027-2035 om ook in de toekomst op een legitieme, effectieve en efficiënte manier uitvoering te (blijven) geven aan de politietaak.

Het nieuwe stelsel voor beroepsgerelateerde gezondheidsklachten

Op 1 april trad het nieuwe stelsel beroepsgerelateerde klachten in werking. Dit stelsel is onderdeel van het bredere programma Specifieke Aandacht en Zorg (SpAZ), gericht op het verbeteren van preventie, zorg en re-integratie van medewerkers met gezondheidsklachten. We evalueren periodiek of het stelsel werkt. Daarvoor werden we het eens met de politie en de politievakorganisaties over kengetallen. Ook bereikten we overeenstemming met de politievakorganisaties over de beleidsregels voor het afdoen van lopende restschadeclaims. Zodra deze in werking treden, krijgen medewerkers met beroepsgerelateerde gezondheidsklachten 3 maanden de tijd om te kiezen voor het oude of het nieuwe stelsel.

Doorontwikkeling meldkamerdomein

We voltooiden het landelijk netwerk van 10 meldkamers. Daarmee borgen we de continuïteit van de 112-keten en meldkamervoorzieningen. In opdracht van het Strategisch Meldkamer Beraad formeerden we een beleidsadviesgroep. Deze groep stelt een strategische beleidsagenda op waarin de individuele en gezamenlijke transitie vorm krijgt en die richting geeft aan vraagarticulatie aan de Landelijke Meldkamer Samenwerking.

Optimalisatie en vernieuwing missiekritische communicatie

In 2025 zetten we verder in op de betrouwbaarheid, beschikbaarheid en veiligheid van C2000, het digitale communicatiesysteem voor hulpdiensten. We werkten aan een robuuster radiobediensysteem, de aanpak van storende zonnepanelen en van gebieden met verminderde dekking. We namen aanvullende beveiligingsmaatregelen en we sloten nieuwe C2000-contracten af die vanaf 2027 ingaan. Hierdoor voorkomen we een gat tussen C2000 en zijn opvolger en borgen we dat C2000 tot na 2030 werkt. Binnen het programma VMX finaliseerden we de visies op het stelsel, voorziening en verwerving. We startten zes sporen voor de verdere uitwerking. De sturing op de programmaorganisatie VMX gaat per 2026 over van de kwartiermaker VMX naar de beleidsdirectie DGP&V/VCM.

Tabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 31 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

6.611.531

7.337.941

7.529.285

8.258.772

8.924.143

8.329.055

595.088

         
 

Uitgaven

6.635.958

7.360.357

7.560.436

8.318.627

8.931.202

8.390.660

540.542

         

31.2

Bekostiging politie

6.398.025

7.122.736

7.309.086

8.050.998

8.634.769

8.080.098

554.671

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

6.365.434

7.090.529

7.277.940

8.017.810

8.598.798

8.044.495

554.303

 

Politie

6.362.359

7.087.318

7.274.593

8.014.578

8.596.285

8.040.964

555.321

 

Politieacademie

3.075

3.211

3.347

3.232

2.513

3.531

‒ 1.018

 

Bijdrage aan medeoverheden

24.630

28.919

31.146

33.188

35.971

35.603

368

 

Brandweer- en politiekorps (BES)

24.630

28.919

31.146

33.188

35.971

35.603

368

 

Opdrachten

7.961

3.288

0

0

0

0

0

 

Taptolken

7.961

3.288

0

0

0

0

0

31.3

Kwaliteit, arbeidsvoorwaarden en beheer meldkamers

237.933

237.621

251.350

267.629

296.433

310.562

‒ 14.129

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

217.380

219.656

230.388

241.597

270.617

290.306

‒ 19.689

 

Internationale Samenwerkingsoperaties

9.704

11.122

26.208

27.076

27.777

27.016

761

 

Beheer meldkamers

206.757

207.594

203.207

213.170

241.344

244.267

‒ 2.923

 

Programma Nieuwe Missie Kritische Communicatiesysteem

0

0

0

0

0

18.000

‒ 18.000

 

Overige Bijdrage aan ZBO's/RWT's

919

940

973

1.351

1.496

1.023

473

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.154

1.525

1.058

1.245

977

976

1

 

Bijdrage in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

1.154

1.525

1.058

1.245

977

976

1

 

Subsidies (regelingen)

9.116

6.700

10.118

14.969

13.733

7.432

6.301

 

Opsporing

2.300

2.362

2.677

2.726

2.817

2.710

107

 

Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie

3.473

2.673

3.173

3.424

3.355

3.965

‒ 610

 

Overige Subsidies

3.343

1.665

4.268

8.819

7.561

757

6.804

 

Opdrachten

10.283

9.740

9.786

9.818

11.106

11.848

‒ 742

 

Providers

8.318

8.124

7.860

7.903

7.937

9.191

‒ 1.254

 

Overige Opdrachten

1.965

1.616

1.926

1.915

3.169

2.657

512

         
 

Ontvangsten

63.418

21.243

39.066

61.862

39.387

6.500

32.887

         

Verplichtingen

Het verschil tussen de realisatie en budget bij de verplichtingen is nagenoeg gelijk aan het verschil bij de uitgaven, alwaar het verschil nader uiteen wordt gezet. Daarnaast is er een verschil van € 54 mln. tussen de begroting en de realisatie, dit wordt veroorzaakt door een verplichtingencorrectie voor het vervroegd aflossen van de vordering op de RVU.

Uitgaven

31.2. Bekostiging Politie

Bijdrage aan ZBO's en RWT's

Politie

De politie levert een belangrijke bijdrage aan het handhaven en vergroten van de veiligheid in Nederland. De politie ontvangt daartoe bijdragen van de Minister. De algemene bijdrage wordt als lumpsumbudget ter beschikking gesteld aan de politie voor haar wettelijke taken. Het beleid is erop gericht dat de politie zoveel mogelijk flexibiliteit wordt gegeven om afgesproken doelen te realiseren. De algemene bijdrage bedroeg in 2025 € 7,4 mld.

Naast de algemene bijdrage zijn bijzondere bijdragen aan de politie verstrekt. Deze bijdragen dienen mede ter bekostiging van: investeringen in Politieacademie (€ 274 mln.), Basisvoorziening IV (€ 137 mln.), DSI (€ 86 mln.), Recherche Samenwerkings Teams (RST) (€ 40 mln.) en versterking landelijke eenheid (€ 32 mln.) of doelen op specifieke beleidsdoelen zoals BOTOC Bewaken en Beveiligen (€ 175 mln.) en BOTOC-NSOC (€ 34 mln.). Daarnaast ontving de politite ondermijningsmiddelen voor onder andere interceptie (€ 19 mln.), AI/datascience/realtime intelligence (€ 47 mln.) en versterken forensische opsporing (€ 21 mln.). Ook ontving de politie in 2025 € 52 mln. voor NAVO-top.

Het verschil van € 555 mln. tussen begroting en realisatie betreft voornamelijk de volgende posten:

  • Loon- en prijsbijstelling (€ 331 mln.)

  • Incidentele arbeidsvoorwaardenmiddelen (€ 95,1 mln.)

  • Versterken stelsel bewaken en beveiligen (€ 35,6 mln.)

  • NAVO-top (€ 20,5 mln.)

  • Vangnetregeling gezond en veilig werken (€ 16 mln.)

  • Forensische opsporing ondermijning (€ 17,5 mln.)

  • RST ondermijningsgelden (€ 14,4 mln.)

  • Overheveling I&R budgetten naar DISA (€ -16,8 mln.)

  • Bijdrage organisaties aan duurzaam digitaal stelsel (€ -3,2 mln.)

Verder betreft het diverse «kleinere posten» zoals Financial Intelligence Unit (€ 6,9 mln.), mainport politie (€ 6,5 mln.), uitvoering implementatie nWvSv (€ 5,5 mln.) en innovatie politie (€ 4 mln.).

Daarnaast voert de politie een aantal taken uit die onder de verantwoordelijkheid vallen van het departement. Zo voert de landelijke meldkamerorganisatie (LMS) van de politie het beheer over C2000, het communicatienetwerk van de hulpdiensten. Tevens verzorgt de politie de uitzending van politiefunctionarissen naar crisisgebieden. Deze taken worden apart begroot en verantwoord onder artikelonderdeel 31.3.

Tabel 9 Besteding van de bijdragen
 

Realisatie

Begroting

Realisatie

 

2025

2025

2024

Personeel

6.523

6.188

5.982

Rente

‒ 52

‒ 6

‒ 34

Huisvesting

464

452

473

Vervoer

268

240

257

Informatievoorziening

854

668

803

Overige operationele en beheerskosten

625

595

633

totaal besteding

8.682

8.137

8.114

Bron: concept jaarverantwoording politie 2025

De politie voert een batenlastenstelsel. De personeelskosten voor de politie bedroegen in 2025 circa € 6,5 mld (2024: € 6,0 mld). Het overgrote deel zijn reguliere salariskosten van het operationele en niet-operationele personeel. De materiële kosten bedroegen in 2025 circa € 1,6 mld (2024: € 1,5 mld). Hiervan zijn de grootste posten huisvesting, vervoer, beheer en verbindingen en automatisering. De hogere realisatie wordt voornamelijk verklaard door tegenvallende (meer dan begrote) kosten op gebied van personele voorzieningen en informatievoorziening.

Tabel 10 Kengetal lasten en operationele sterkte politie
  

Realisatie

Begroting

Realisatie

  

2025

2025

2024

Lasten (in %)

    

Personeel / totale lasten

 

75,1%

76,0%

73,7%

Opleiding / totale lasten

 

1,1%

1,3%

1,3%

Verbinding en automatisering / totale lasten

 

9,8%

8,2%

9,9%

Huisvesting / totale lasten

 

5,3%

5,6%

5,8%

     

Bezetting (fte)

Ultimo

Gemiddelde

Gemiddelde

Ultimo

 

Realisatie

Realisatie

Begroting

Realisatie

 

2025

2025

2025

2024

Operationele bezetting

53.363

52.482

50.946

51.610

Waarvan aspiranten

4.883

4.844

4.935

4.883

Niet-operationele bezetting

13.295

13.493

12.681

13.278

Bron: concept jaarverantwoording politie 2025

De operationele bezetting (incl. aspiranten) bedroeg ultimo 2025 53.363 fte, waarvan 4.883 fte aspiranten. De gemiddelde operationele bezetting (incl. aspiranten) was in 2025 1.536 fte hoger dan door de Politie begroot en ultimo 2025 1.753 fte hoger dan ultimo 2024. De bezetting van de operationele sterkte (OS) (het aantal fte dat ook daadwerkelijk in dienst is) is in 2024 meer toegenomen dan de formatie. Deze stijging is onder andere het gevolg van hogere instroom en een omzetting van operationele begeleiders van NOS naar OS. Vooral de vakgebieden Intake & Service, Meldkamer, Beveiliging en Operationeel Specialismen laten een hogere instroom zien dan begroot.

De politie heeft vanaf 2019 een levensfase-uren regeling (verlofsparen) die in de jaarverantwoording als mogelijk risico op de bezetting wordt genoemd. Het financiële effect is conform het Besluit Financieel Beheer Politie (gedeeltelijk) in de «niet in de balans opgenomen verplichtingen» verantwoord ter hoogte van € 895 mln. (2024: € 769 mln).

De definitieve Jaarverantwoording politie 2025 wordt als separate bijlage met het departementaal jaarverslag 2025 Justitie en Veiligheid meegezonden naar de Tweede Kamer.

Politieacademie

De Politieacademie is verantwoordelijk voor het verzorgen van het politieonderwijs, de uitvoering van wetenschappelijk onderzoek en de invulling van de kennisfunctie. Het budget van de Politieacademie betreft de personele kosten van de leiding en de kosten voor extern onderzoek. Het overige personeel en de middelen zijn ondergebracht bij de politie.

Bijdrage medeoverheden

BES brandweer en politiekorps

De Minister is korpsbeheerder van het Brandweerkorps Caribisch Nederland (BKCN) en het Korps Politie Caribisch Nederland (KPCN). Ter bekostiging van de personele en materiële uitgaven van deze korpsen wordt een bijdrage verstrekt.

31.3 Kwaliteit, Arbeidsvoorwaarden en ICT politie

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Internationale samenwerkingsoperaties

In opdracht van de Minister voert de politie activiteiten uit in het kader van internationale politiesamenwerking en de uitzending van politiefunctionarissen naar internationale (civiele) missies en operaties. De politie en de Koninklijke Marechaussee (KMar) maken waar mogelijk gebruik van elkaars faciliteiten. Politie en KMar hebben een gezamenlijk liaisonnetwerk. De KMar levert een eigenstandige bijdrage aan de internationale politiesamenwerking en draagt vanuit Defensie bij aan uitzendingen. In 2025 is de politiesamenwerking met de andere landen binnen het koninkrijk versterkt en wordt hiermee voorzien in de ICT voorzieningen voor de rechtshandhavingsketen in het Caribisch deel van het Koninkrijk. Ook zijn in 2025 diverse (bilaterale) internationale samenwerkingsprojecten uitgevoerd.

Beheer meldkamers

De politie voert het beheer voor de verschillende multisystemen van de meldkamerorganisatie, waaronder C2000 en het geïntegreerd meldkamersysteem (GMS). Gebruikers van deze systemen zijn met name politie, brandweer, ambulance, Koninklijke Marechaussee en de douane. De politie voert dit beheer uit binnen de governance van het multi-domein. Dit brengt met zich mee dat er steeds meer vanuit een multidisciplinaire invalshoek integrale afwegingen plaatsvinden over het beschikbare budget. Om de systemen te laten voldoen aan de vereisten vanuit wet- en regelgeving en technologische ontwikkelingen, vindt op de systemen continue doorontwikkeling plaats.

Programma Nieuwe Missie Kritische Communicatiesysteem

Het C2000-systeem is aan vervanging toe. Hiervoor wordt een nieuw missiekritisch communicatiesysteem ontwikkeld. Het verschil van € 18 mln. tussen begroting en realisatie betreft voornamelijk de afboeking met najaarsnota van € 15,7 mln., in verband met vertraging bij het programma Nieuwe Missie Kritische Communicatiesysteem.

Bijdrage aan medeoverheden

Bijdragen in het kader van de kwaliteit van de politiezorg

Dit budget wordt gebruikt voor de ondersteuning van de regioburgemeesters in hun rol als overleg- en adviesorgaan voor de Minister in het kader van de Politiewet 2012.

Subsidies

Opsporing

Deze subsidie wordt verstrekt aan de onafhankelijke Stichting Meld Misdaad Anoniem voor de exploitatie van de meldlijn Meld Misdaad Anoniem, zodat burgers anoniem een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van criminaliteit in Nederland.

Stichting Arbeidsmarkt en opleidingsfonds Politie (SAOP)

De Stichting Arbeidsmarkt en Opleidingsfonds Politie, het A&O fonds voor de sector politie, subsidieert, adviseert en registreert scholings-, arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsprojecten. Het primaire doel van de SAOP is het bevorderen van het goed functioneren van de arbeidsmarkt van de politie en het stimuleren van opleidingsactiviteiten. Dit doet de SAOP met behulp van een subsidie die zij op basis van arbeidsvoorwaardelijke afspraken ontvangt van de Minister.

Overige subsidies

Het verschil betreft voornamelijk de subsidie voor GGD GHOR voor de versterking forensische geneeskunde (€ 6,4 mln.). De financiering loopt via het instrument subsidies, de middelen zijn met de Voorjaarsnota overgeboekt van het instrument Bijdrage ZBO/RWT's.

Opdrachten

Providers

Op grond van hoofdstuk 13 van de Telecommunicatiewet zijn telecomaanbieders verplicht om hun netwerken en diensten aftapbaar te maken en mee te werken aan aftappen en gegevensverstrekkingen over hun klanten. De Staat vergoedt bepaalde kosten die aanbieders in dit verband maken.

Ontvangsten

Het verschil in ontvangsten is grotendeels het gevolg van herverdeling van de bestaande financiering van de politie om deze beter te laten aansluiten op de doelstellingen. Hiertoe zijn er een aantal bijzondere bijdragen teruggevorderd. Voor een deel zijn deze middelen opnieuw toegekend aan de Politie.

18

Vastgelegd in de Politiewet 2012

19

Veiligheidswet BES (Stb. 2010, 362)

5.2 Artikel 32: Rechtspleging en rechtsbijstand

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze zijn opgenomen in onderdeel C.8 (Departementale Verantwoordingsstaat). Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk (tabel Budgettaire gevolgen van beleid).

Een doeltreffend en doelmatig rechtsbestel.

Als stelselverantwoordelijke schept de Staatssecretaris optimale voorwaarden voor het in stand houden en verbeteren van een goed en toegankelijk rechtsbestel. De Staatssecretaris heeft:

  • Een financierende rol voor de rechtspraak en houdt toezicht op het beheer en is de werkgever voor de rechterlijke macht;

  • Een financierende rol voor de Raad voor Rechtsbijstand, het Bureau Financieel Toezicht en het Register beëdigde tolken en vertalers.20 Hij is verantwoordelijk voor het wettelijk kader waar binnen tolken, vertalers, advocaten, notarissen en andere zelfstandige professionals binnen het justitiële domein opereren;

  • Een stimulerende rol voor alternatieve geschillenbeslechting en schuldsanering. Ten aanzien van de schuldsanering is hij verantwoordelijk voor het wettelijke traject van de schuldsaneringsregeling, de faillissementsrechters en de bewindvoerders.21

Met de onderstaande verrichte inspanningen is in 2025 verder gewerkt aan een doeltreffender en doelmatiger rechtsbestel.

Versterking toegang tot het recht

De toegang tot het recht wordt langs drie pijlers versterkt: informatie, advies en ondersteuning en de mogelijkheid van een beslissing door een neutrale instantie. Hiervoor is in 2025 € 3,4 mln. beschikbaar gesteld. In 2025 zijn diverse initiatieven van betrokken partijen bij de opgave die bijdragen versterking langs deze drie pijlers beoordeeld en gehonoreerd met een subsidie uit de incidentele middelen die voor de opgave beschikbaar zijn.

Stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand

In 2025 is de stelselvernieuwing rechtsbijstand gecontinueerd. De vernieuwing van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand is primair gericht op het beter helpen van rechtzoekenden in een vroeg stadium en daartoe is het verbreden en versterken van de eerste lijn gecontinueerd.

Er zijn extra middelen voor het Juridisch Loket toegevoegd aan artikel 32.2 Hiermee kunnen de beschikbaarheid en de doorontwikkeling van de dienstverlening, alsmede de ontwikkeling van de signalerende functie (grotendeels) worden geborgd. Aandachtspunt is de ingeboekte generieke taakstelling op subsidies. Hierdoor is er ondanks deze extra investering sprake van een (oplopend) financieringstekort bij het Juridisch Loket.

De inspanningen om de sociale advocatuur te versterken zijn voortgezet. De korte termijn maatregelen op het gebied van de beroepsopleiding en onderwijs en ook de vergoedingen uit het plan van aanpak sociale advocatuur als toegelicht in de brief aan de Kamer van 20 april 2023 zijn in gang gezet. Voor de middellange en lange termijn is samen met NOvA, de VSAN en de Raad voor Rechtsbijstand een visietraject gestart met als doel om (jonge) advocaten te laten toetreden en te behouden voor het stelsel, zoals ook aan de Kamer is meegedeeld in de brieven van 27 maart22 en 26 juni 202523, alsmede de Kamerbrief over voortgang aanpak versterking toegang tot het recht24.

In 2024 is ten behoeve van het terugdringen van onnodige procedures in het bestuursrecht en het stimuleren van behoorlijk, burgergericht procedeergedrag een Actieplan met beide Kamers gedeeld. De uitvoering van dit actieplan vormt het sluitstuk van het deelprogramma Burgergerichte overheid dat begin 2025 met een conferentie is afgerond. Als laatste onderdeel wordt nog gewerkt aan een afwegingskader voor overheden over het al dan niet instellen van hoger beroep. Het afwegingskader helpt overheden om een belangenafweging te maken tussen de individuele belangen van de betrokken burger(s) en algemene belangen zoals rechtseenheid en rechtszekerheid.

Het Kenniscentrum doet in samenwerking met het CBS onderzoek naar de kwetsbaarheid van de lagere middeninkomens in de toegang tot rechtsbijstand. In de eerste fase is onderzocht welke inkomensgroepen relatief vaak van positie wisselen tussen wel- en niet Wrb-gerechtigd zijn, waardoor zij een onzeker recht op rechtsbijstand kunnen hebben. De tweede fase van het onderzoek gaat dieper in op de verschillende kenmerken van de groepen die in de eerste fase zijn onderzocht. Denk hierbij aan kenmerken als leeftijd, gezinssamenstelling, of de belangrijkste inkomensbron. Dit onderzoek is in 2025 in de afrondende fase beland. Het rapport en een beleidsreactie hierop wordt in het voorjaar van 2026 verwacht.

De Commissie Evaluatie puntentoekenning gesubsidieerde rechtsbijstand II (commissie-Van der Meer II) heeft onderzoek gedaan naar de gemiddelde tijdsbesteding van advocaten, mediators en bijzonder curatoren aan toevoegingszaken en of deze nog overeenkomt met de forfaitaire vergoedingen die zij hiervoor ontvangen. De Kamer is hierover geïnformeerd in de eerder genoemde brieven van 27 maart en 26 juni 2025. Het is beoogd om de daarin genoemde overgenomen aanbevelingen – die zien op de puntenaantallen, het basisbedrag, de toeslagen en de reiskostenvergoeding voor mediators – per 1 februari 2026 in werking te laten treden.

Tevens is in 2025 de borging en implementatie van het programma stelselvernieuwing rechtsbijstand ter hand genomen. De eerste fase van de beleidsvoorbereidingen ten behoeve van een wetsvoorstel ter aanpassing van de Wet op de rechtsbijstand voor die onderdelen van de stelselvernieuwing die wetgeving behoeven zijn eind 2025 afgerond, ter onderbouwing van het wetsvoorstel dat in 2026 beoogd is om in consultatie te gaan.

Wet kwaliteit incassodienstverlening

Op 1 april 2024 is de Wet kwaliteit incassodienstverlening (Wki) samen met onderliggende regelgeving in werking getreden. Voor het eerst is hiermee de incassobranche gereguleerd. Bedrijven die binnen de reikwijdte van de Wki vallen dienen zich te houden aan kwaliteitseisen en er geldt een registratieplicht. In 2025 is een uitvoeringstoets uitgevoerd, welke begin 2026 wordt gevalideerd bij de geïnterviewde partijen waarna een beleidsreactie naar de Tweede Kamer wordt verzonden. Het uitgangspunt is dat de kosten van de Wki volledig worden doorbelast aan de geregistreerde partijen. Echter door een lager aantal inschrijvingen dan verondersteld is er in 2025 een negatief resultaat behaald. De uitgaven bedroegen in 2025 € 4,05 mln.

Tabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 32 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

1.698.457

2.032.061

2.168.152

2.373.012

2.487.663

2.343.055

144.608

         
 

Uitgaven

1.723.369

1.911.568

2.096.196

2.320.130

2.437.117

2.343.055

94.062

         
 

Apparaatsuitgaven

34.476

37.568

38.277

41.878

45.431

38.320

7.111

         

32.1

Apparaat Hoge Raad

34.476

37.568

38.277

41.878

45.431

38.320

7.111

 

Personele uitgaven

30.287

30.410

33.895

37.311

39.974

34.421

5.553

 

Eigen personeel

27.513

29.092

31.642

34.513

37.868

33.701

4.167

 

Externe inhuur

2.774

1.318

2.253

2.798

2.106

720

1.386

 

Materiële uitgaven

4.189

7.158

4.382

4.567

5.457

3.899

1.558

 

ICT

2.236

4.275

2.203

1.989

2.635

1.203

1.432

 

SSO's

353

445

297

513

485

616

‒ 131

 

Overig materieel

1.600

2.438

1.882

2.065

2.337

2.080

257

         
 

Programmauitgaven

1.688.893

1.874.000

2.057.919

2.278.252

2.391.686

2.304.735

86.951

         

32.2

Adequate toegang tot het rechtsbestel

482.315

588.893

666.790

704.321

703.043

730.362

‒ 27.319

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

34.956

36.923

40.229

42.664

44.808

43.061

1.747

 

Raad voor Rechtsbijstand

26.810

28.388

30.607

32.152

34.094

32.591

1.503

 

Bureau Financieel Toezicht

8.146

8.535

9.622

10.512

10.714

10.470

244

 

Bijdrage aan medeoverheden

32

821

205

0

0

0

0

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

32

821

205

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

35.530

19.988

34.052

59.848

59.395

45.731

13.664

 

Stichting de Geschillencommissie

544

562

617

616

1.204

1.251

‒ 47

 

Juridisch Loket

34.850

19.239

33.393

59.107

56.640

39.639

17.001

 

Overige Subsidies

136

187

42

125

1.551

4.841

‒ 3.290

 

Opdrachten

411.797

531.161

592.304

601.809

598.840

641.570

‒ 42.730

 

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

4.965

4.600

3.598

7.289

7.456

11.289

‒ 3.833

 

Toevoegingen rechtsbijstand

404.999

524.903

586.870

592.458

588.970

626.681

‒ 37.711

 

Mediation in Strafrecht

1.339

1.475

1.473

2.062

1.899

1.945

‒ 46

 

Overige Opdrachten

494

183

363

0

515

1.655

‒ 1.140

32.3

Optimale randvoorwaarden doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

1.206.578

1.285.107

1.391.129

1.573.931

1.688.643

1.574.373

114.270

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

42.231

47.584

55.708

67.531

79.616

69.691

9.925

 

Autoriteit Persoonsgegevens

26.257

29.020

36.361

45.538

56.834

49.001

7.833

 

College voor de Rechten van de Mens

8.303

10.233

10.506

11.921

12.700

11.171

1.529

 

Nationaal Register Gerechtelijke Deskundigen

1.969

2.012

2.088

2.338

2.461

2.285

176

 

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak

5.127

5.127

5.421

6.199

6.057

5.689

368

 

Overige Bijdrage aan ZBO's/RWT's

575

1.192

1.332

1.535

1.564

1.545

19

 

Bijdrage aan medeoverheden

1.161.916

1.229.945

1.326.753

1.494.275

1.591.662

1.476.146

115.516

 

Bijdragen Rechtspleging

0

0

0

0

0

49

‒ 49

 

Caribisch Nederland (BES)

0

0

0

13.955

18.173

6.853

11.320

 

Raad voor de rechtspraak

1.161.916

1.229.945

1.326.134

1.480.084

1.572.713

1.465.102

107.611

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

0

0

619

236

776

4.142

‒ 3.366

 

Subsidies (regelingen)

2.145

7.555

8.648

10.830

12.218

10.765

1.453

 

Rechtspleging

482

557

614

638

666

640

26

 

Wetgeving

1.129

1.185

1.172

1.172

1.184

1.416

‒ 232

 

Perspectief herstelbemiddeling

0

0

0

118

2.849

2.403

446

 

Overige Subsidies

534

5.813

6.862

8.902

7.519

6.306

1.213

 

Opdrachten

286

23

20

1.295

5.147

17.771

‒ 12.624

 

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

121

23

15

488

80

15.059

‒ 14.979

 

Caribisch Nederland (BES)

165

0

5

807

529

401

128

 

Overige Opdrachten

0

0

0

0

4.538

2.311

2.227

         
 

Ontvangsten

168.746

169.808

249.600

209.560

256.572

170.448

86.124

Verplichtingen

Het verschil van € 144,6 mln tussen de realisatie en budget bij de verplichtingen wordt voor € 94 mln. toegelicht bij de uitgaven. Het resterende verschil van € 50,6 mln. bestaat, naast een groot aantal kleinere verschillen, uit extra aangegane verplichtingen voor de AP (€ 4 mln.) het Juridisch loket (€ 25 mln) en STAB (€ 6 mln.)

Uitgaven

32.1 Apparaatsuitgaven Hoge Raad

Hoge Raad (HR)

De Hoge Raad der Nederlanden is het hoogste rechtscollege in het Koninkrijk op het gebied van het civiele-, straf- en fiscale recht. De Hoge Raad bevordert de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling. Ook kan hij rechtsbescherming bieden in de individuele zaken die aan hem worden voorgelegd. Hij doet dit door te beslissen op cassatieberoepen, die worden ingesteld om de raad te laten beoordelen of het gerechtshof – en in voorkomende gevallen de rechtbank – in zijn uitspraak het recht juist heeft toegepast en of de gegeven motivering deugdelijk is. Aan deze taken wordt tevens invulling gegeven door te beslissen op prejudiciële vragen in het civiele en fiscale recht en op vorderingen van de procureur-generaal bij de Hoge Raad tot cassatie in het belang der wet. De Hoge Raad en de procureur-generaal hebben daarnaast nog enkele bij wet opgedragen bijzondere taken. De begroting van de Hoge Raad is gedurende het jaar verhoogd met circa € 7,1 mln. De grootste mutaties betreffen de toegekende middelen voor toekomstvaste IV, implementatiekosten nieuwe Wetboek van Strafvordering en de toegekende loon- en prijsbijstelling.

In het jaarverslag van de Hoge Raad, dat wordt gepubliceerd op dewebsite van de Hoge Raad, wordt gedetailleerd ingegaan op de ontwikkelingen binnen de Hoge Raad in 2025. Tevens bevat het jaarverslag van de Hoge Raad informatie over de instroom en productie van de civiele kamer, de strafkamer en de fiscale kamer van de Hoge Raad, de Financiën, de jaarrekening en de controleverklaring.

32.2 Adequate toegang tot het rechtsbestel

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven. De RvR is belast met de uitvoering van de Wet op de rechtsbijstand, die ervoor zorgt dat on- en mindervermogenden verzekerd zijn van toegang tot het rechtsbestel.

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

Het BFT is een onafhankelijke integrale toezichthouder op het werk van notarissen, gerechtsdeurwaarders en enkele beroepsgroepen die diensten verrichten die vallen onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), zoals accountants en administratiekantoren. Het BFT heeft derhalve een inhoudelijke opdracht om een bijdrage te leveren aan een rechtstaat die rechtszekerheid biedt en een maatschappij met een integer werkend financieel-economisch stelsel. In 2025 ontving het BFT € 10,5 mln. middels een subsidie van het ministerie van JenV. De subsidie aan het BFT wordt deels opgebracht door de beroepsgroep van gerechtsdeurwaarders en notarissen.

Subsidies

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken (SGC)

De SGC levert als één van de vijf erkende geschilleninstanties in Nederland een bijdrage aan laagdrempelige buitengerechtelijke geschilbeslechting in consumentenzaken en de versterking van de toegang tot het recht. De SGC heeft belangrijke stappen gezet voor de start van een nieuwe Toetsingscommissie (beoogde startdatum begin 2026) die onafhankelijk en deskundig algemene voorwaarden van een branche toetst op juridische aspecten. Dit jaar verschenen ook een tweetal rapporten (SEO en PwC) over het functioneren van SGC, die overwegend positief zijn. Verder heeft de SGC in november 2025 een succesvol congres georganiseerd over ADR25 waarin veel verschillende stakeholders samenkwamen, informatie uitwisselden en van elkaar leerden. Het aantal behandelde zaken is op hetzelfde niveau als vorig jaar (tussen de 13.000 en 14.000 zaken). In 2025 ontving de SGC een subsidie van € 1,2 mln.

Stichting Het Juridisch Loket (hJL)

Het betreft hier de financiering voor apparaatsuitgaven van hJL. hJL verleent eerstelijns rechtshulp binnen het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Er is een kleine daling waargenomen in het aantal contacten met recht-zoekenden, maar door meer oplossingsgericht te werken loopt de gemiddelde behandeltijd per klant op. Dit jaar is onder andere een bijdrage van het ministerie van SZW van € 3,3 mln. voor kosten van arbeidsmigranten verwerkt. Vanuit Toevoegingen is € 10,3 mln. aan het kader toegevoegd om de correctie voor Jaarplan Juridisch loket te accorderen.

Opdrachten

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

Het bureau WSNP van de Raad voor Rechtsbijstand coördineert de uitvoering van de WSNP en reguleert de kwaliteit van de bewindvoering, onder andere door het register WSNP en een helpdesk. Via het bureau WSNP wordt een bijdrage verstrekt aan de (aldaar geregistreerde) bewindvoerder die een schuldsaneringsprocedure naar behoren afwikkelt. Insolventierechters houden toezicht op de goede afwikkeling van de lopende schuldsaneringen. Tot en met november zijn er 2287 mensen toegelaten tot de Wsnp.

Toevoegingen Raad voor Rechtsbijstand

De Raad voor Rechtsbijstand verstrekt subsidie door middel van een toevoeging aan een advocaat of mediator voor de verlening van rechtsbij-stand aan rechtzoekenden met een laag inkomen en vermogen. De door de cliënt te betalen eigen bijdrage wordt verrekend met de kosten vande rechtsbijstand. De financiering van de Raad voor Rechtsbijstand uit het rechtsbijstandsbudget vindt plaats aan de hand van het aantal afgegeven toevoegingen over de periode 1 september tot en met 31 augustus.

Naast de financiering van de Raad voor Rechtsbijstand worden ook de uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken ten laste van dit budget gebracht. De gerealiseerde uitgaven op het onderdeel toevoe-gingen rechtsbijstand waren circa € 37,7 mln. lager dan begroot. Dit wordt met name verklaard door lagere uitgaven aan toevoegingen in civiele zaken, in reguliere strafzaken, en overige uitgaven, waarvoor al met najaarsnota verrekening heeft plaatsgevonden.

Tabel 12 Productiegegevens Raad voor Rechtsbijstand
 

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Prognose 2025

Verschil

Strafzaken (ambtshalve)

     

Aantal afgegeven toevoegingen

48.294

51.311

50.569

47.428

3.141

Uitgaven (mln.)

€ 109,9

€ 120,9

€ 117,2

€ 111,8

€ 5,4

Strafzaken (regulier)

     

Aantal afgegeven toevoegingen

71.503

72.270

73.181

77.437

‒ 4.256

Uitgaven (mln.)

€ 69,1

€ 71,7

€ 75,4

€ 76,7

‒ € 1,3

Civiele zaken

     

Aantal afgegeven toevoegingen

160.308

161.079

159.560

177.394

‒ 17.834

Uitgaven (mln.)

€ 172,2

€ 181,9

€ 193,0

€ 199,7

‒ € 6,7

Bestuur

     

Aantal afgegeven toevoegingen

55.009

57.775

55.934

41.729

14.205

Uitgaven (mln.)

€ 47,7

€ 53,1

€ 56,0

€ 37,9

€ 18,1

Piketdiensten

     

Aantal piketdeclaraties

108.365

105.454

105.697

108.343

‒ 2.646

Uitgaven (mln.)

€ 44,3

€ 51,9

€ 55,0

€ 51,4

€ 3,6

Lichte adviestoevoeging

     

Aantal afgegeven toevoegingen

11.643

11.982

13.406

11.777

1.629

Uitgaven (mln.)

€ 2,6

€ 3,1

€ 4,1

€ 3,4

€ 0,7

Asiel

     

Aantal afgegeven toevoegingen

42.465

40.881

36.318

54.252

‒ 17.934

Uitgaven (mln.)

€ 83,4

€ 83,1

€ 71,4

€ 88,5

‒ € 17,1

Het Juridisch Loket

     

Aantal klantencontacten

720.000

880.690

873.906

720.000

153.906

Uitgaven (mln.)

€ 33,4

€ 59,1

€ 60,5

€ 32,6

€ 27,9

Overige1

     

Uitgaven (mln.)

€ 50,7

€ 23,4

€ 10,8

€ 26,9

‒ € 16,1

Uitvoeringslasten Rechtsbijstand

     

Raad voor Rechtsbijstand (mln.)

€ 28,2

€ 29,8

€ 31,1

€ 30,0

€ 1,1

      

Totaal uitgaven (x € 1 mln.)2

€ 641,6

€ 678,0

€ 674,5

€ 658,8

€ 15,7

Bronnen: Raad voor Rechtsbijstand en Prognosemodel Justitiële Ketens 2025

1

Overige: Rogatoire commissie, inning en restitutie, investeringen / implementatiekosten maatregelen

2

Het artikelonderdeel 32.2 met betrekking tot rechtsbijstand van de begroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid bestaat uit meerdere uitgaven. Naast de uitgaven aan het stelsel voor gesubsidieerde rechtsbijstand hebben de uitgaven betrekking op onder andere het Register beëdigde tolken en vertalers (Rbtv) en uitgaven aan gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken. In deze tabel zijn deze uitgaven aan Rbtv en gerechtsdeurwaarders voor toevoegingszaken buiten beschouwing gelaten.

Toelichting

Het totaal aantal afgegeven toevoegingen (inclusief lichte adviestoevoegingen) lag in 2025 lager dan in 2024. Achter dit totaalbeeld zit een duidelijke verschuiving tussen rechtsgebieden: bij civiele zaken en asielzaken was sprake van een neerwaartse ontwikkeling, terwijl juist in reguliere strafzaken en bij lichte adviestoevoegingen een stijging zichtbaar was. Ambtshalve strafzaken lieten eveneens een toename zien ten opzichte van de raming.

De meest opvallende afwijking ten opzichte van de begrotingsprognose betreft de bestuursrechtelijke zaken: daar lag het volume beduidend hoger dan verwacht. Dit contrasteert met civiele zaken en asielzaken, waar de instroom juist achterbleef bij de raming. Piketdiensten kwamen in 2025 iets hoger uit dan in 2024, maar bleven onder de begrotingsverwachting.

De totale uitgaven lagen in 2025 iets lager dan in 2024, maar hoger dan geraamd. Dit wordt verklaard door hogere uitgaven dan voorzien bij met name bestuurszaken, het Juridisch Loket, piketdiensten en ambtshalve strafzaken, terwijl lagere uitgaven bij asielzaken, civiele zaken en overige posten dit gedeeltelijk compenseerden. Bij het Juridisch Loket was sprake van een lichte daling van het aantal klantencontacten ten opzichte van 2024, maar het niveau bleef duidelijk hoger dan in de begroting was verondersteld.

32.3 Optimale randvoorwaarden voor een doelmatig en doeltreffend rechtsbestel

Bijdrage aan Raad voor de rechtspraak (Rvdr)

In de begroting van Justitie en Veiligheid is een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het betreffende jaar wordt gegeven.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, dat separaat wordt uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak en aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt gedetailleerd ingegaan op de ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2025. Tevens bevat het jaarverslag van de Raad informatie over de instroom en productie en de Financiën, inclusief de managementparagraaf, de jaarrekening en de controleverklaring.

Tabel 13 Instroomontwikkeling rechtspraak
 

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Prognose 2025

Instroom totaal aantal (x 1.000)

1.394

1.467

1.468

1.578

Jaarlijkse mutatie

0%

5%

0%

 
Tabel 14 Financiële bijdrage Raad voor de rechtspraak
 

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Prognose 2025

Bijdrage ( x € 1.000)1

1.326.581

1.480.077

1.572.713

1.465.102

1

Dit is inclusief een bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak voor onder andere kosten van tuchtrechtspraak

Er is circa € 108 mln. meer uitgegeven aan de rechtspraak dan in de begroting 2025 was geraamd. Dit wordt met name verklaard door compensatie voor loon- en prijsontwikkeling (loon- en prijsbijstelling). Om de rechtspraak te versterken zijn middelen beschikbaar gesteld voor institutionele vernieuwing en voor investeringen in familie- en jeugdrechtspraak. Daarnaast waren er onder meer aanvullingen op het budget op het terrein van asiel en uitvoering implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.

Tabel 15 Productiegegevens rechtspraak
 

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Prognose 2025

Productie totaal aantal (x € 1.000)

1.395

1.441

1.452

1.436

Jaarlijkse mutatie

2%

3%

1%

 

Toelichting

In 2025 stroomden er ongeveer 1,47 mln. zaken in bij de gerechten. Het aantal afgehandelde zaken was ongeveer 1,45 mln. Het aantal ingekomen zaken lag ongeveer op hetzelfde niveau als in 2024. Het aantal afgehandelde zaken nam licht toe.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Kamer wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2025.

Bijdragen aan medeoverheden

BES Caribisch deel van het Koninkrijk

Een goede inrichting van de Rechtspraak en het OM blijft onverminderd van belang om de rechtstaat in het Caribisch deel van het Koninkrijk goed te laten functioneren. 

Vanuit Europees Nederland wordt gestimuleerd dat het aantal rechters zowel kwantitatief als kwalitatief op goed niveau blijft. Ook zal er zorg voor worden gedragen dat de staande magistratuur van het OM BES op sterkte blijft. De Raad voor de Rechtshandhaving wordt zodanig geëquipeerd dat er een goede bijdrage is gedaan voor het doen van voldoende en gekwalificeerde onderzoeken. Ten aanzien van de kosteloze rechtsbijstand zijn het afgelopen jaar belangrijke stappen gezet om in een juridisch loket te voorzien.

In totaal is er in 2025 € 18,1 mln. gerealiseerd op het BES-dossier, waarvan € 8,6 mln. is ontvangen van BZK voor het ondermijningsdossier. De organisaties die hieruit worden bekostigd op de BES-eilanden zijn in eerdere jaren op een te laag niveau gefinancierd. Hierdoor is de stabiliteit van het rechtsbestel sterk onder druk komen te staan. Het ministerie van JenV heeft een stelselverantwoordelijkheid voor de rechtspraak op de BES-eilanden. Daarom zijn de bijdragen in recente jaren meer gestegen dan het budget. Op lange termijn moet bezien worden welke alternatieve financieringsbronnen dit structurele tekort kunnen dekken.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Autoriteit persoonsgegevens (AP)

De AP is de onafhankelijke toezichthouder in Nederland die de bescherming van persoonsgegevens bevordert en bewaakt. De taken en bevoegdheden van de AP staan in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG), de Uitvoeringswet AVG (UAVG), de Wet politiegegevens (Wpg) en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg). Daarnaast heeft de AP ook andere taken en bevoegdheden vanuit (Europese) wetgeving en is de AP sinds 2023 coördinerend toezichthouder op algoritmes en AI die risico’s met zich meebrengen voor fundamentele waarden en grondrechten. Als onafhankelijke toezichthouder heeft de AP de vrijheid om te bepalen hoe zij de middelen over haar verschillende taken verdeelt. De extra middelen voor 2025 hebben betrekking op het toezicht op de digitaledienstenverordening (DSA) en andere dataverordeningen.

College voor de Rechten van de Mens

Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) is het nationale mensenrechteninstituut van Nederland. Als onafhankelijk toezichthouder belicht, beschermt en bevordert het College de mensenrechten in Europees en Caribisch Nederland. Daartoe voert het College de taken uit die door de Wet College voor de Rechten van de Mens zijn opgedragen. Het College doet onderzoek, adviseert de regering en het parlement, rapporteert aan internationale comités, geeft voorlichting, bevordert mensenrechteneducatie en oordeelt in individuele gevallen over discriminatie. Het College is tevens toezichthouder voor het VN-verdrag handicap. Het rapporteert jaarlijks over de manier waarop dat verdrag in Nederland wordt uitgevoerd en nageleefd.

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD)

Het NRGD waarborgt en bevordert de kwaliteit van de inbreng van deskundigen in de rechtsgang. Zij doen dit door het normeren van deskundigheidsgebieden en het toetsen en registreren van deskundigen (bv. een psycholoog of DNA-deskundige). Het NRGD is onafhankelijk en heeft een wettelijke basis (Wet deskundigen in strafzaken).

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB)

De StAB adviseert, door middel van deskundigenberichten, op verzoek van de Raad van State en de rechtbanken over geschillen op het terrein van de fysieke leefomgeving zoals milieu, ruimtelijke ordening, bouw en schade. De StAB heeft een wettelijke basis (Wet milieubeheer en Wet ruimtelijke ordening) en is onafhankelijk.

Subsidies

Subsidie Rechtspleging

De subsidie wordt aan de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) verstrekt voor de activiteiten die de NVvR in de hoedanigheid van beroepsvereniging uitvoert. Onderdeel daarvan is fungeren als spreekbuis voor de beroepsgroepen van rechters en officieren van justitie en gevraagd en ongevraagd adviseren bij wetgeving die deze beroepsgroepen raken.

Subsidie Wetgeving (DWJZ)

De subsidie wetgeving betreft een bijdrage aan de Stichting Recht en Overheid en aan het Nederlands Juristencomité. Deze subsidie is bedoeld voor de bescherming van de mensenrechten.

Opdrachten

Opdrachten en onderzoeken rechtspleging

Het vastgestelde budget uit de begroting 2025 betreft een reservering van de Regeerprogramma-gelden voor hoofdstuk 7 en hoofdstuk 8, waaronder de institutionele vernieuwing van de Rechtspraak. Met het aangaan van de prijsafspraken 2025-2028 met de Raad voor de Rechtspraak is dit budget gemuteerd naar het budget voor de Raad. Om deze reden was het bedrag in de vastgestelde begroting relatief hoog, maar zijn er vrijwel geen uitgaven gerealiseerd.

Ontvangsten

Tabel 16 Ontvangsten artikel 32 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

         

Art.

Ontvangsten

168.746

169.808

249.600

209.560

256.572

170.448

86.124

         
 

Bureau Financieel Toezicht (BFT)

0

5.920

1.640

10.536

6.399

5.981

418

 

Autoriteit Persoonsgegevens

5.213

5.523

868

73

120

5.000

‒ 4.880

 

Raad voor de rechtspraak

0

2.666

1.584

4.692

3.110

2.666

444

 

Griffierechten

145.307

146.203

152.463

167.375

173.470

152.051

21.419

 

Overige ontvangsten

18.226

9.496

93.045

26.884

73.473

4.750

68.723

Bureau Financieel Toezicht

Er is sprake van een meevaller voor het Bureau Financieel Toezicht van € 0,4 mln.

Autoriteit Persoonsgegevens

Voor de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) staat een verwachte ontvangst van € 5 mln. Het bedrag heeft betrekking op te verwachte opgelegde boetes door de AP. De € 5 mln. is een inschatting, omdat de geïnde boetes bij de AP zeer variabel zijn. De hoogte van deze boetes zijn niet te voorspellen en zo lang deze boetes niet zijn betaald/geïnd, worden deze niet opgenomen in de begroting van JenV. Na het opleggen van een boete heeft de overtreder de mogelijkheid om in bezwaar te gaan. Dit traject kan maanden tot jaren duren. Pas na een uitspraak van de rechter moet de overtreder betalen en kan het boetebedrag opgenomen worden. De AP heeft in 2025 € 0,353 mln. via het CJIB geïnd.

Griffie

Het ministerie van JenV ontvangt griffierechten van burgers, overheden, bedrijven en andere rechtspersonen die civiele of bestuursrechtelijke procedures starten. De griffierechten-ontvangsten waren in 2025 circa € 21,3 mln. hoger dan geraamd. Dit komt omdat de instroom aan zaken waarbij sprake is van een te betalen griffierecht hoger was dan geraamd bij het opstellen van de begroting 2025.

Per 1 juli 2025 is de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025 in werking getreden. Met deze wet zijn een aantal wijzigingen aangebracht ten aanzien van de griffierechten, waaronder het wijzigen van de griffierechten voor verzoeken tot (afwijzing van) homologatie van een onderhands akkoord (artikel 19a, derde lid, Wet griffierechten burgerlijke zaken) naar de laagste categorie griffierechten (verzoeken van onbepaalde waarde) en het in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verankeren van de mogelijkheid voor de bestuursrechter om vrijstelling te verlenen van de griffierechten bij betalingsonmacht.

Ontvangsten overig

De overige ontvangsten hangen met name samen met een overschrijding van de liquiditeitsnorm bij de Raad voor Rechtsbijstand (verhouding tussen kortlopende bezittingen en kortlopende schulden) ultimo 2025 en de daaruit volgende terugbetaling aan JenV.

20

Zie: Wet op de rechtsbijstand, Wet op het notarisambt, Wet beëdigde tolken en vertalers

21

Zie: Wet op de schuldsanering natuurlijke personen

22

23

24

25

ADR staat voor , wat verwijst naar manieren om geschillen op te lossen zonder een rechtszaak.

5.3 Artikel 33: Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze zijn opgenomen in onderdeel C.8 (Departementale Verantwoordingsstaat). Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk (tabel Budgettaire gevolgen van beleid).

Een veiligere samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Opsporing en vervolging

De Minister is politiek verantwoordelijk voor het landelijke opsporings- en vervolgingsbeleid. Het Openbaar Ministerie (OM) is belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en voert het gezag over de opsporing door politie en bijzondere opsporingsdiensten, beslist over de vervolging van strafbare feiten en kan bepaalde strafbare feiten zelfstandig afdoen zonder tussenkomst van de rechter. Daarnaast is het onder meer belast met het toezicht op de naleving van alle in het kader van strafrechtstoepassing opgelegde (vrijheidsbeperkende) voorwaarden, maatregelen en gedragsaanwijzingen.

Veiligheid en lokaal bestuur

Op het gebied van veiligheid en lokaal bestuur heeft de Minister een kaderstellende en ondersteunende rol. Hij is belast met het ontwikkelen van visie, beleid, wet- en regelgeving en samenwerkingsvormen op het terrein van de bestuurlijke aanpak van onveiligheid, ondermijning en criminaliteit.

Inspanningen zijn er op gericht het lokaal bestuur en het bedrijfsleven zo effectief en efficiënt mogelijk in staat te stellen de veiligheid te vergroten en weerbaar te maken tegen onveiligheid en criminaliteit. Dit wordt onder meer bewerkstelligd door de (wettelijke) toerusting van de burgemeester ten aanzien van zijn openbare orde taak en het aanpakken van criminaliteit tegen en via het bedrijfsleven. Te denken valt aan het bewaken van de bestuurlijke integriteit (Bibob) en de inzet van de Regionale Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s) en Platforms Veilig Ondernemen (PVO’s). JenV faciliteert en ondersteunt de aanpak van de meest voorkomende vormen van overlast en openbare orde problemen, zoals de jaarwisseling en voetbalevenementen. Dit wordt ingevuld samen met het lokale bestuur, onder andere via structureel overleg met de VNG , gemeenten en brancheorganisaties.

Vervolging en berechting van verdachten van het neerhalen van vlucht MH17

De Minister is verantwoordelijk voor het strafrechtelijke vervolgings- en berechtigingsmechanisme en financiert daarvoor onder andere het OM, de rechtspraak en de politie.

Er vindt nauwe samenwerking plaats met het Ministerie van Buitenlandse Zaken onder meer in het kader van de nog lopende internationale procedures. 

Met de onderstaande activiteiten is in 2025 is verder gewerkt aan een veiligere samenleving door een doelmatige en effectieve rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding en door versterking van de bestuurlijke aanpak van criminaliteit door de decentrale overheden.

Sekswerk

Met betrekking tot het sekswerkbeleid is in 2025 onder meer subsidie toegekend aan de Sekswerk Alliantie Destigmatisering (SWAD) ten behoeve van het bewustmaken van instellingen van het (effect van) stigma op sekswerk en de opbouw van een sterke, geëmancipeerde sekswerkbeweging. Activiteiten die hieraan zijn verbonden zijn onder meer het (door)ontwikkelen en geven van trainingen en het organiseren van bijeenkomsten, exposities en klankbordgroepen.

Ook is subsidie toegekend aan Ugly Mugs en het Sekswerk Meld- en Adviespunt (SMAP). Ugly Mugs draagt bij aan de veiligheid en gezondheid van sekswerkers door een platform te bieden waar sekswerkers meldingen van geweld kunnen doen en waarschuwingen kunnen ontvangen over gevaarlijke klanten. Ook ondersteunt Ugly Mugs sekswerkers bij het doen van aangifte. Het Sekswerk Meld- en Adviespunt ondersteunt sekswerkers bij het indienen van klachten en hulpvragen, vooral in relatie tot problemen met (overheids)instanties. Dit platform bevordert een betere toegang tot overheidsdiensten en draagt bij aan het verbeteren van de sociale en juridische positie van sekswerkers.

In 2025 zijn voor de implementatie van het wetsvoorstel Regulering sekswerk (Wrs) en het wetsvoorstel Gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts) nog geen kosten gemaakt, omdat deze wetten nog niet zijn behandeld in de Tweede Kamer.

Sekswerkers die de seksbranche willen verlaten kunnen ondersteuning krijgen van een uitstapprogramma. Het budget wordt middels de Decentralisatie Uitkering Uitstapprogramma’s voor Prostituees (DUUP) aan achttien centrumgemeenten uitgekeerd. In november 2025 heeft het WODC een onderzoek opgeleverd waarmee inzicht is verkregen in de ondersteuning bij een duurzame verandering van werk en de factoren die daarop van invloed zijn. Het onderzoek biedt een helder en genuanceerd beeld van de voornaamste aandachtspunten en geeft goed inzicht in de ondersteuningsbehoeften bij werkverandering van sekswerkers.

Experiment gesloten coffeeshopketen

Op 7 april 2025 startte de experimenteerfase van het Experiment Gesloten Coffeeshopketen, die in beginsel vier jaar duurt. Vanaf deze periode verkopen de coffeeshops van de deelnemende gemeenten uitsluitend gereguleerde producten. Ten aanzien van de hasjiesj geldt dit per 1 september 2025 omdat de teelt daarvan nog onvoldoende op gang was gekomen.

In 2025 zijn middelen ingezet voor toezicht- en handhaving van de gesloten keten door de deelnemende gemeenten, de Inspectie van Justitie en Veiligheid en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, maar ook de verdere ontwikkeling en het onderhoud van het track en trace-systeem , wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van het experiment en de periodieke Bibob-onderzoeken naar de deelnemende telers.

Seksuele misdrijven

In 2025 is ervaring opgedaan met de Wet seksuele misdrijven (Wsm) die per 1 juli 2024 in werking is getreden. Voor de uitvoering van deze wet is een structureel bedrag van € 20 mln. vanaf 2024 beschikbaar, onder andere om de verwachte toename in het aantal meldingen en aangiften te opvangen. In 2025 zijn er verder voorbereidingen getroffen voor de (proces)evaluatie van deze wet.

Mensenhandel

In juni 2024 is het versterkt Actieplan Samen tegen mensenhandel naar de Tweede Kamer gestuurd. Om het Actieplan naar aanleiding van meerdere moties te versterken, is binnen de begroting van JenV financiële ruimte gecreëerd. Met ingang van 2025 is voor de daaropvolgende vier jaar € 0,5 mln. aaarlijks extra beschikbaar. Het Actieplan is inhoudelijk versterkt door extra acties op de volgende onderwerpen: minderjarige slachtoffers, aanpak daders, aanpak klanten, opvang, regionale samenwerking en meldingsbereidheid slachtoffers arbeidsuitbuiting.

Cybercrime

Om cybercrime te voorkomen hebben in 2025 bewustwordingscampagnes plaatsgevonden om veiliger gedrag van personen online te stimuleren. Het betreft een campagne over social engineering en een campagne over het gebruik van tweefactorauthenticatie. Daarnaast is een pilot uitgevoerd onder de werktitel «Anti Phishing Schild», waarbij in publiek-private samenwerking technische maatregelen zijn genomen om mensen te beschermen tegen malafide internetlinks. Ook steeg de kwantitatieve ambitie voor het aantal cybercrimeonderzoeken in de Veiligheidsagenda licht (van 350 naar 400). De resultaten hiervan komen terug in de jaarverantwoording van de politie over de Veiligheidsagenda 2025.

In 2025 is de City Deal Lokale Weerbaarheid Cybercrime met een focus op de doelgroepen jeugd, senioren en mkb en de aanpak online aangejaagde ordeverstoringen succesvol afgerond en geborgd.

Indicatoren Unit Landelijke Interceptie

Zoals toegezegd bij brief van 13 november 2007 en daaropvolgend bij brief van 27 mei 2008 worden de jaarlijkse tapstatistieken opgenomen in het Jaarverslag van het Ministerie van JenV.26

Tabel 17 Indicatoren Unit Landelijke Interceptie
 

2021

2022

2023

2024

2025

Aantal nummers waarvoor een bevel tot aftappen is gegeven

28.174

31.801

28.453

22.590

22.397

Aantal aanvragen op historische gegevens1

54.131

57.253

50.856

43.220

53.206

1

Zoals verkeersgegevens en identificerende gegevens. Het gaat bij deze nummers niet alleen over telefoonnummers, maar ook over IP-adressen en emailadressen. Bron: interne administratie van de Eenheid Landelijke Expertise en Operaties.

Binnendringen in geautomatiseerd werk

Tabel 18 Binnendringen in geautomatiseerd werk
 

2021

2022

2023

2024

2025

Opsporingsonderzoeken

24

26

40

49

56

Aantal keren gebruik commerciële binnendringsoftware

16

22

36

27

31

Aantal softwarelicenties1

13

16

27

-

-

1

Per 1 januari 2024 houdt het OM - in navolging van de brief van 7 december - het aantal softwarelicenties niet meer bij. Bron: interne administratie van het Openbaar Ministerie en de politie.

Zoals is toegezegd in de Nadere Memorie van antwoord aan de Eerste Kamer bij de behandeling van de wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de verbetering en versterking van de opsporing en vervolging van computercriminaliteit (computercriminaliteit III), wordt jaarlijks gerapporteerd over hoe vaak van de bevoegdheid van het onderzoek in een geautomatiseerd werk gebruik is gemaakt en of bij deze inzet gebruik gemaakt is van commerciële binnendringsoftware. Bij het samenstellen van bovenstaande cijfers, zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

• Er wordt gesproken over een inzet in een opsporingsonderzoek (zaak), als er ten minste één bevel door de officier is afgegeven in dat onderzoek. Ongeacht of daarna is aangevangen met binnendringen, het binnendringen niet (volledig) is gelukt of het niet is gelukt (alle) onderzoekshandelingen te verrichten. Ongeacht het aantal geautomatiseerde werken / verdachten in een opsporingsonderzoek.

• Opsporingsonderzoeken tellen mee in het jaar waarin de aanvangsdatum van het eerste bevel valt. Een bevel dat wordt gegeven op 30/12/2024 en een ingangsperiode heeft voor de uitvoering van de bevoegdheid per 7/1/2025 telt mee voor 2025. Als een zaak in meer dan 1 jaar loopt, tellen we hem alleen mee in het eerste jaar. Een nieuw geautomatiseerd werk of een nieuwe verdachte in een zaak tellen we in beginsel niet als nieuwe inzet.

• Zaken waarin gewerkt is voor andere landen in het Koninkrijk tellen niet mee evenals zaken waarin sprake is geweest van een uitgaand rechtshulpverzoek en de uitvoering door een ander dan Digital Intrusion Team (DIGIT) is gedaan.

• Er wordt gesproken van gebruik van commerciële binnendringsoftware indien daarvan in een opsporingsonderzoek daadwerkelijke gebruik is gemaakt.

Tabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

1.011.841

1.208.481

1.278.413

1.408.823

1.856.767

1.529.696

327.071

         
 

Uitgaven

927.614

1.072.928

1.264.222

1.403.110

1.486.856

1.555.696

‒ 68.840

         
 

Apparaatsuitgaven

621.331

671.324

750.707

868.909

936.977

851.280

85.697

         

33.1

Apparaat Openbaar Ministerie

621.331

671.324

750.707

868.909

936.977

851.280

85.697

 

Personele uitgaven

493.565

533.293

598.190

688.922

746.965

678.475

68.490

 

Eigen personeel

442.346

476.064

538.690

617.180

677.821

609.397

68.424

 

Externe inhuur

49.274

55.327

57.519

70.051

67.591

67.374

217

 

Overig personeel

1.945

1.902

1.981

1.691

1.553

1.704

‒ 151

 

Materiële uitgaven

127.766

138.031

152.517

179.987

190.012

172.805

17.207

 

ICT

33.924

40.091

39.879

49.072

43.627

36.394

7.233

 

SSO's

37.487

40.135

43.258

49.308

67.363

53.442

13.921

 

Overig materieel

56.355

57.805

69.380

81.607

79.022

82.969

‒ 3.947

         
 

Programmauitgaven

306.283

401.604

513.515

534.201

549.879

704.416

‒ 154.537

         

33.2

Bestuur, informatie en technologie

16.030

31.478

49.386

61.554

88.869

98.151

‒ 9.282

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

2

0

0

0

 

Overige Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

2

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

9.494

16.449

28.374

33.051

63.194

69.341

‒ 6.147

 

Regionale Informatie en Expertise Centra

8.183

13.409

27.530

31.275

62.898

60.382

2.516

 

Landelijk Informatie en Expertise Centrum

0

0

0

0

0

3.734

‒ 3.734

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

1.311

3.040

844

1.776

296

5.225

‒ 4.929

 

Subsidies (regelingen)

6.536

14.529

20.840

25.269

23.541

18.196

5.345

 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

4.470

4.116

3.400

5.577

4.679

3.913

766

 

Platform Veilig Ondernemen

405

0

0

0

11.951

0

11.951

 

Veiligheid Kleine Bedrijven (VKB)

8

0

0

0

0

0

0

 

Overige Subsidies

1.653

10.413

17.440

19.692

6.911

14.283

‒ 7.372

 

Opdrachten

0

500

172

3.232

2.134

10.614

‒ 8.480

 

Overige Opdrachten

0

500

172

3.232

2.134

10.614

‒ 8.480

33.3

Opsporing en vervolging

274.604

360.487

458.968

470.709

458.722

603.679

‒ 144.957

 

Bijdrage aan agentschappen

79.511

132.600

163.299

185.996

189.396

158.842

30.554

 

NFI

79.511

94.361

103.343

119.039

121.322

102.051

19.271

 

Justid

0

38.239

32.924

37.453

37.296

27.806

9.490

 

Justis

0

0

27.032

29.504

30.778

28.985

1.793

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

2.424

5.455

7.452

6.789

663

 

Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM)

0

0

2.424

5.455

7.452

6.789

663

 

Bijdrage aan medeoverheden

84.004

101.148

151.092

113.763

86.534

274.775

‒ 188.241

 

Caribisch Nederland (BES)

6.800

6.553

12.076

715

0

0

0

 

FIU.Nederland

0

0

210

3

0

8.074

‒ 8.074

 

Aanpak ondermijning

74.666

91.200

132.348

109.684

81.763

230.497

‒ 148.734

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

2.538

3.395

6.458

3.361

4.771

36.204

‒ 31.433

 

Subsidies (regelingen)

5.462

7.833

6.814

8.554

9.078

7.725

1.353

 

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

0

596

0

0

88

585

‒ 497

 

Offlimits

0

0

0

605

0

0

0

 

Overige Subsidies

5.462

7.237

6.814

7.949

8.990

7.140

1.850

 

Opdrachten

103.570

117.745

133.318

154.754

163.565

153.294

10.271

 

Schadeloosstellingen

27.755

39.588

39.305

36.955

40.793

13.235

27.558

 

Keten Informatie Management

3.457

291

0

0

0

0

0

 

Onrechtmatige Detentie

7.651

9.077

10.426

8.873

6.987

7.174

‒ 187

 

Caribisch Nederland (BES)

463

416

383

0

0

0

0

 

Gerechtskosten

32.966

30.203

35.069

39.136

41.938

41.675

263

 

Restituties ontvangsten voorgaande jaren

979

821

285

228

768

0

768

 

Verkeershandhaving OM

15.819

19.037

21.236

39.945

41.531

44.555

‒ 3.024

 

Afpakken

0

0

0

0

0

690

‒ 690

 

Bewaring, verkoop en vernietiging ibg voorwerpen

13.996

14.133

16.686

17.610

19.003

15.213

3.790

 

Overige Opdrachten

484

4.179

9.928

12.007

12.545

30.752

‒ 18.207

 

Garanties

2.057

1.161

2.021

2.187

2.697

2.254

443

 

Faillissementscuratoren

2.057

1.161

2.021

2.187

2.697

2.254

443

33.4

Vervolging en berechting MH17-verdachten

15.649

9.639

5.161

1.938

2.288

2.586

‒ 298

 

Opdrachten

15.649

9.639

5.161

1.938

2.288

2.586

‒ 298

 

Vervolging en berechting MH17-verdachten

15.649

9.639

5.161

1.938

2.288

2.586

‒ 298

         
 

Ontvangsten

1.405.039

908.117

991.701

1.058.513

1.265.346

1.323.742

‒ 58.396

Verplichtingen

Het verschil van € 285 mln. wordt voor een bedrag van ‒ € 69 mln. bij de uitgaven toegelicht. Het overige verschil van € 354 mln. wordt, naats een groot kleiner verschillen op de instrumenten, veroorzaakt door de meerjarige verplichting voor de SPUK Preventie met Gezag (€ 258 mln) en de aangegane verplichting voor de RIECs (€ 180 mln.).

33.1 Apparaatsuitgaven Openbaar Ministerie

Openbaar Ministerie (OM)

Het OM is de enige instantie in Nederland die een verdachte voor de strafrechter kan brengen, afgezien van de bijzondere procedure die geldt voor ambtsdelicten van Kamerleden en bewindspersonen. Samen met de Rechtspraak is het OM onderdeel van de rechterlijke macht. Het OM zorgt ervoor dat strafbare feiten worden opgespoord en vervolgd. Daarvoor wordt samengewerkt met politie en andere opsporingsdiensten. Het OM is een landelijke organisatie verdeeld over tien arrondissementen. Deze zijn gelijk aan de tien regionale eenheden van de politie. Daarnaast richt het Landelijk Parket zich op de bestrijding van (internationaal) georganiseerde misdaad, bestrijdt het Functioneel Parket criminaliteit op het gebied van milieu, economie en fraude en worden alle beroepen tegen verkeersboetes en eenvoudige misdrijfzaken door het Parket Centrale Verwerking OM (CVOM) behandeld. De zaken waarin hoger beroep wordt aangetekend komen bij een van de vier vestigingen van het ressortsparket. Dit budget is bestemd voor de financiering van de apparaatsuitgaven van het OM.

Er is sprake van een realisatie die per saldo € 86 mln. hoger is dan bij de begroting was geraamd.

De grootste mutaties worden hieronder toegelicht:

  • Toekenning van circa € 41 mln. aan loon- en prijsbijstelling;

  • Verschuiving van € 10 mln. in verband met de kosten die voortkomen uit de CAO rechterlijke macht; deze middelen waren reeds beschikbaar gesteld via de loonbestelling 2024, maar zijn bij Voorjaarsnota doorgeschoven naar 2025, omdat de kosten pas vanaf 2025 worden gerealiseerd;

  • Circa € 7,6 mln. is beschikbaar gesteld voor de implementatie van het nieuwe wetboek van strafvordering;

  • Voor de aanpak van de georganiseerde, ondermijnende criminaliteit is voor het jaar 2025 een aanvullend bedrag van € 6,8 mln. beschikbaar gesteld aan het OM voor de versterking van de forensische opsporing;

  • Een bijdrage van per saldo € 2 mln. voor het Beslag Informatie Systeem (BIS);

  • Een bijdrage van circa € 2 mln. voor de aanpak van corruptie;

  • Een bijdrage van circa € 1,4 mln. voor het stelsel van bewaken en beveiligen;

  • Ten slotte was er sprake van een overschrijding van circa € 14 mln. op het apparaatsbudget. Deze overschrijding is met name veroorzaakt door hogere kosten op het terrein van IV en extra kosten door het beveiligingsincident medio 2025;

  • Het restant betreft het saldo van diverse mutaties.

Het OM heeft de hieronder genoemde productie gerealiseerd.

Tabel 20 Productiegegevens Openbaar Ministerie
 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Begroting 2025

Verschil

Uitstroom WAHV beroep- en appèlzaken

390.792

412.381

517.719

653.191

578.903

581.917

71.274

        

Uitstroom overtredingszaken

155.227

138.820

166.060

189.603

176.487

163.086

26.517

        

Uitstroom misdrijfzaken

181.971

186.312

194.821

214.172

200.494

198.449

15.723

Eenvoudige misdrijfzaken

26.294

38.231

46.599

66.650

58.253

36.811

29.839

Interventie/ZSM zaken

121.742

115.155

113.365

113.825

108.556

125.602

‒ 11.777

Onderzoekszaken

23.879

23.220

24.281

23.938

23.922

25.355

‒ 1.417

Ondermijningszaken

10.056

9.706

10.576

9.759

9.763

10.680

‒ 921

        

Uitstroom appèlzaken

26.326

23.496

20.033

20.463

19.401

24.109

‒ 3.646

In het jaarbericht van het OM zal meer gedetailleerd worden ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen het OM in 2025.

33.2 Bestuur, Informatie en Technologie

Bijdragen medeoverheden

Regionale Informatie en Expertise Centra / Landelijk Informatie en Expertise Centrum (RIEC's/LIEC)

Voor een structurele, integrale en regionale aanpak van georganiseerde ondermijnende crimina­liteit zijn er 10 RIEC's en is er een LIEC opgericht. De RIEC’s ontwikkelen en ondersteunen regionaal bestuurlijke interventies en combineren die zo mogelijk met een fiscale en strafrechtelijke aanpak. Binnen de RIEC’s wordt samengewerkt tussen gemeenten, politie, OM, Belastingdienst en andere partners. Tot vorig jaar ontvingen deze RIEC’s een jaarlijkse bijdrage op basis van een jaarplan. Om de administratieve last te verminderen en een meerjarige aanpak te bevorderen, is sinds 2025 overgegaan op een bijdrage gebaseerd op een plan voor de komende 4 jaar (dus t/m 2028).  JenV heeft de RIEC’s voorts eenmalig gefinancierd ten behoeve van het kunnen voldoen aan de eisen die de Wet Gegevensdeling door Samenwerkingsverbanden stelt.

Tot slot is ook in 2025 verder gewerkt aan een nieuw IV-systeem dat het verouderde moet vervangen. Dit systeem helpt bij het analyseren van incidenten en het delen van kennis over ondermijning, met een focus op samenwerking tussen de verschillende centra. JenV financiert een groot deel van dit systeem. De concrete resultaten van de RIEC’s en het LIEC worden de Kamer altijd vóór het zomerreces aangeboden in een separaat jaarverslag.

Overige bijdragen aan medeoverheden

In 2025 zijn een aantal budgetten overgeboekt naar andere medeoverheden. Het resterende overschot is een saldo van mee- en tegenvallers onder andere veroorzaakt doordat de geraamde kosten voor RIEC Caribisch Nederland, EURIEC, WRS en het experiment gesloten coffeeshopketen dit jaar lager zijn uitgevallen dan oorspronkelijk geraamd. Voor BOA's, preventie en Bestuurlijke aanpak Cariben meer is besteed aan subsidies en minder aan mede-overheden dan oorspronkelijk geraamd.

Subsidies

Het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Het CCV heeft een subsidie ontvangen en daarmee kennis en instrumenten ontwikkeld op het terrein van criminaliteitspreventie en veiligheid, gericht op integrale aanpak door samenwerking tussen zowel publieke als private organisaties. Via onder andere bijeenkomsten, publicaties, instrumenten en de website heeft het CCV professionals op het gebied van criminaliteitspre­ventie en veiligheid in 2025 ondersteund, op geleide van de plannen die in de jaarprogrammering van het CCV waren opgenomen.

Platform Veilig Ondernemen

De tien regionale Platforms Veilig Ondernemen en het landelijke Platform Veilig Ondernemen-Nederland hebben in 2025 subsidie ontvangen voor het weerbaar maken van (mkb) ondernemers tegen criminaliteit. De voornaamste vormen van criminaliteit daarbij zijn cybercriminaliteit, georganiseerde ondermijnende criminaliteit en gebiedsgerichte (vermogens)criminaliteit. De PVO’s organiseren tal van activiteiten om ondernemers bewust te maken en concreet handelingsperspectief te bieden, zodat criminaliteit zo veel mogelijk voorkomen wordt.

De subsidie Platform Veilig Ondernemen was onderdeel van overige subsidies. Gezien de omvang van deze subsidie is besloten deze subsidie apart zichtbaar te maken. In 2025 is ook het budget overgeheveld.

Overige subsidies

In 2025 is de uitvoering van het Actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026 vervolgd, waarin de aanpak van cybercriminaliteit, georganiseerde ondermijnende criminaliteit en gebiedsgerichte (vermogens)criminaliteit met onder andere brancheorganisaties centraal staat. Met behulp van de beschikbare middelen zijn verschillende aanpakken ter voorkoming van criminaliteit uitgevoerd, waarmee ondernemers als onderdeel van de integrale aanpak gestimuleerd worden preventieve maatregelen te treffen. De financiële middelen zijn onder andere benut voor onderzoek en monitoring, de ontwikkeling van producten (zoals barrièremodellen en webdossiers), campagnes, vertrouwenspersonen georganiseerde criminaliteit in diverse sectoren en de financiering van regionale aanpakken (zoals vakantieparken en bedrijventerreinen). Ook is in 2025 een externe tussenevaluatie uitgevoerd waaruit een positief beeld volgde ten aanzien van de uitvoering en governance.

Overige opdrachten

In 2025 zijn een aantal budgetten herverdeelt over de verschillende begrotingsinstrumenten. Het resterende overschot is een saldo van mee- en tegenvallers, maar wordt voornamelijk veroorzaakt door, vertraging bij de invoering van de Wet Gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts), de Wet regulering sekswerk (Wrs). Besluitvorming over deze wetten wordt doorgeschoven naar nieuw kabinet. Implementatie van de wetten zal in 2026 nog niet plaatsvinden. Ook de gerealiseerde uitgaven ten aanzien van de digitale meldplicht zitten in dit saldo.

33.3 Opsporing en vervolging

Bijdragen agentschappen

Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI draagt bij aan het bestrijden van criminaliteit door een effectief en doelmatig instrumentarium van opsporing en vervolging door middel van het leveren van kwalitatief hoogstaand forensisch onderzoek aan de partners in de strafrechtketen. De drie kernproducten daarbij zijn het uitvoeren van onderzoek op overwegend technisch, medisch-biologisch, digitaal en natuurwetenschappelijk terrein, het doen van onderzoek naar nieuwe methoden en technieken en het overdragen van kennis op het gebied van forensisch en wetenschappelijk onderzoek. Ten opzichte van de begroting 2024 is een bedrag van € 19,5 mln. toegevoegd. Een bedrag van € 7,0 mln. daarvan is bestemd voor de aanpak ondermijning met als einddoel een duurzaam, robuust, hybride forensisch stelsel voor een breed spectrum aan forensisch onderzoek. Daarmee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de versterking van de bestrijding van georganiseerde ondermijnende criminaliteit door uitbreiding van en door nieuwe specifieke capaciteit in producten en diensten. Daarnaast is voor het traject Justicelink een bedrag van € 3,8 mln. toegevoegd. De laatste grote post betreft de jaarlijkse loon- en prijsbijstelling, die een toevoeging van € 6,9 mln. betekende. Het resterende bedrag (€ 1,4 mln.) bestaat uit een aantal kleinere posten die voor het merendeel te maken hebben met IV-uitgaven.

De Justitiële Informatiedienst (Justid)

De Justitiële Informatiedienst voorziet belanghebbenden van cruciale informatie uit het domein van Justitie, Veiligheid, Asiel en Migratie. Daardoor draagt de Justitiële Informatiedienst bij aan een veilige en rechtvaardige samenleving. Als publieke dienstverlener is de Justitiële Informatiedienst dé autoriteit in het domein van Justitie, Veiligheid, Asiel en Migratie op het gebied van doelmatige dataverwerking, gericht op cruciale informatie en een passende informatiepositie van gebruikers.

Er zijn extra middelen in 2025 aan het budget van Justid toegevoegd voor onder andere de loon en prijsbijstelling, programma IB 2 en experiment gesloten coffeeshopketen.

Dienst Justis

Screeningsautoriteit Justis screent om inzicht te krijgen in de betrouwbaarheid van personen en organisaties. Justis doet dit in het belang van het functioneren van de rechtsstaat en de veiligheid in en van de samenleving. De uitvoeringskosten en de ontvangen leges van de producten van Justis worden op het begrotingsartikel van de betreffende opdrachtgever verantwoord. Voor de uitvoeringskosten ontvangt Justis een kostendekkende bijdrage van de opdrachtgever. Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van de Dienst Justis.

Bijdragen aan medeoverheden

Financial Intelligence Unit Nederland (FIU-Nederland)

In het kader van het voorkomen en opsporen van witwassen, de onderliggende basisdelicten en terrorismefinanciering ontvangt de FIU-Nederland op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) meldingen over ongebruikelijke transacties van meldingsplichtige instellingen zoals banken, geldtransactiekantoren en notarissen. FIU-Nederland analyseert de ongebruikelijke transacties en kan besluiten deze verdacht te verklaren en alsdan te verstrekken aan diverse (bijzondere) opsporingsdiensten en inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Tabel 21 Kengetallen FIU-Nederland1
 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Begroting 2025

Verschil

Aantal FIU-verzoeken

904

773

824

860

887

1.200

‒ 313

Aantal Eigen onderzoeksdossiers2

5.096

2.693

2.993

2.994

2.336

1.500

836

1

Dit betreffen voorlopige cijfers. De definitieve cijfers over 2025 worden gepubliceerd in het Jaaroverzicht 2025 van FIU-Nederland. De jaaroverzichten van de FIU-Nederland zijn beschikbaar via de website van

2

Dossiers op basis van eigen onderzoek of naar aanleiding van een FIU-verzoek kunnen meerdere verdachte transacties bevatten.

In 2025 is het beschikbare budget, behoudens loon- en prijsontwikkeling, overgeboekt naar de politie, waar de uitgaven plaatsvinden. Hierdoor is het verschil tussen het budget en de realisatie € 8 mln.

Aanpak ondermijning

Voor de aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit was in 2025 € 852 mln. beschikbaar. Dit bedrag is beschikbaar gesteld in meerdere tranches op basis van besluitvorming in de periode 2017 tot en met 2025. De onderverdeling van het bedrag naar de hoofdlijnen van de aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit is nader toegelicht in de Rapportage aanpak georganiseerde, ondermijnende criminaliteit, juni 2025.

De totale begroting (van € 852 mln.) en realisatie is niet zichtbaar in tabel Budgettaire gevolgen van beleid artikel 33, omdat deze middelen eerder voor een groot deel budgettair beschikbaar zijn gesteld aan partners. Deze partners, waaronder de politie, het Openbaar Ministerie, de Rechtspraak, het gevangeniswezen, Defensie, de KMar, de Belastingdienst/FIOD en de douane, verantwoorden zich hierover via de reguliere rapportagelijnen, waardoor deze realisatie zichtbaar is bij de partners.

Bij de Ontwerpbegroting 2025 stond er € 230 mln. geraamd op artikel 33 Aanpak ondermijning. De realisatie van DG Ondermijning op artikel 33 van € 81,8 mln. betreft met name middelen die via een bijdrage zijn verstrekt aan gemeenten en Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s). Voor preventie is € 49,6 mln. aan gemeenten en betrokken organisaties verstrekt. Voor de logistieke knooppunten is € 16 mln. beschikbaar gesteld aan gemeenten en tenslotte is € 9,1 mln. aan de 10 RIEC’s verstrekt voor de regionale versterkingsprojecten. De resterende € 7,1 mln. is besteed aan projecten als het UBO register en uitgaven voor aanpak criminele geldstromen voor onder andere het Financial Intelligence Center.

Het verschil van € 148,7 mln. tussen begroting en realisatie op artikel 33 is als volgt te verklaren:

  • 1. € 82 mln. is niet uitgegeven, waarvan:

    • 1. € 30 mln. bij de eerste suppletoire begroting is ingezet ter dekking van problematiek op de JenV-begroting

    • 2. € 25 mln. bij suppletoire begroting september is ingezet middels een kasschuif naar 2028 tot en met 2030 voor dekking van JJI Harreveld

    • 3. € 27 mln. bij tweede suppletoire begroting is geretourneerd

  • 4. € 30,5 mln. betreft een kasschuif bij eerste suppletoire begroting naar 2027 en 2028 voor het Beslag Informatiesysteem, de implementatie van een confiscatierichtlijn door de komst van een Europese richtlijn en voor de incidentele kosten als gevolg van de wetswijziging Nieuwe psychoactieve stoffen (NPS).

  • 5. € 71,3 mln. is verstrekt aan partners over de volle breedte van de ondermijningsaanpak, waarvan € 31,6 mln. voor forensische opsporing.

  • 6. ‒ € 43,9 mln. is retour ontvangen van partners, waarvan € 27,4 mln. bij suppletoire begroting september vanuit de bijzondere bijdrage ondermijning politie

  • 7. € 8,8 mln. betreft een interne herschikking binnen het budget ondermijning naar artikel 91 bij 2e suppletoire begroting

De onderbesteding wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door de arbeidsmarktproblematiek, maar ook vertraagde wetgeving speelt een rol.

Overige opsporing en vervolgingDit betreft onder andere bijdragen voor de bestrijding van online fraude, cybercrime, online content, digitale opsporing, aanpak zeden(zaken) en internationale- en Europese arrestatiebevelen.

Opdrachten

Schadeloosstellingen

Het betreft de budgetten voor schadeloosstellingen buiten de strafrechtelijke keten, zoals vergoedingen vanwege onrechtmatige vreemdelingenbewaring en in het geval van bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (BOPZ). Daarnaast kunnen ook vergoedingen worden verstrekt voor bijvoorbeeld juridische bijstand of schadevergoedingen voor gemaakte proceskosten. De uitgaven voor schadeloosstellingen in de loop van een jaar zijn niet voorspelbaar. Het gaat onder meer om toewijzingen door de rechter aan burgers wanneer zij door overheidshandelen schade hebben geleden. Dat zijn posten van zeer uiteenlopende omvang. Het aantal noch de omvang van de posten heeft een vast patroon.

Keten Informatie Voorziening (KIV)

Keteninformatievoorziening heeft als doel de ondersteuning van de informatie-uitwisseling in de strafrechtketen. In dit kader worden bijvoorbeeld keten­ voorzieningen in opdracht van het ministerie van JenV beheerd en (door)ontwikkeld bij de Justid en wordt een bijdrage geleverd aan de totstand­koming van de architectuur voor IV in de strafrechtketen. Daarnaast wordt er ook beleidsmatig gekeken naar de kaders voor informatie-uitwis­seling en de uitvoerbaarheid daarvan.

Onrechtmatige Detentie

Ten laste van dit budget worden de vergoedingen verantwoord aan ex-justitiabelen waarvan is vastgesteld dat recht is ontstaan op een vergoeding. Over het algemeen worden deze vergoedingen vastgesteld door de rechter.

Gerechtskosten OM

Ten laste van dit budget worden de uitgaven gebracht die betrekking hebben op deskundigen en tolken en vertalers, die een bijdrage leveren aan het strafproces en worden bekostigd in overeenstemming met het Besluit tarieven in strafzaken. Deze kosten waren in 2025 ongeveer cf de begroting.

Verkeershandhaving Openbaar Ministerie

Het OM voert het programma verkeershandhaving uit. Uit dit budget worden de uitgaven voor dit programma gedaan, niet zijnde bijdragen aan ZBO of agentschap, bijvoorbeeld trajectcontrolesystemen en digitale flitspalen. De uitgaven zijn circa € 3 mln. lager uitgevallen dan oorspronkelijk was geraamd. Dit komt grotendeels doordat de uitrol van focusflitspalen later plaats vindt dan gepland.

Afpakken

Het afpakken van crimineel vermogen is een prioriteit van het kabinet en het stuurt met het ketenprogramma afpakken dan ook op ambitieuze doelstellingen. Het Openbaar Ministerie zet in het kader van de strafrechtelijke vervolging onder meer in op ontnemingsvorderingen van wederrechtelijk verkregen voordeel, verbeurdverklaringen en ontnemingen als onderdeel van een transactie. De beschikbare gestelde middelen in de eerdere begrotingen zijn de afgelopen jaren via budgetoverhevelingen uitgezet naar organisaties die actief zijn op het terrein van afpakken zoals het FIOD en het Openbaar Ministerie.

Bewaring, verkoop en vernietiging in beslag genomen goederen

De Minister van Financiën is volgens de Comptabiliteitswet verantwoordelijk voor het beheer van het overtollige materieel bij het Rijk. Domeinen Roerende Zaken (DRZ) is belast met de bewaring, verkoop en vernietiging van strafrechtelijk in beslag genomen voorwerpen en bekommert zich daarnaast over overtollige rijksgoederen. Deze kosten vielen in 2025 hoger uit (€ 3,8 mln.) dan begroot. Dit heeft deels te maken met prijsstijgingen bij de DRZ en deels met de opslag en vernietiging van in beslag genomen vuurwerk.

Overige opdrachten

Deze middelen betreffen voornamelijk de middelen voor de vernieuwing van het Wetboek van Strafvordering. Voor het uitvoeren van noodzakelijke implementatiewerkzaamheden is in 2025 €23,8 mln. aan de organisaties in de strafrechtketen uitgekeerd.

Garanties

Faillissementscuratoren

De garantstellingsregeling curatoren (GSR) voorziet erin dat curatoren in faillissementen bij ontoereikendheid van de boedel de Minister een garantiestelling kunnen vragen. Met de GSR krijgen curatoren toegang voor een afgesproken bedrag tot een rekening-courant ter dekking van de kosten van een rechtsvordering tegen (malafide) bestuurders van de rechtspersoon in geval van vermoedelijk «kennelijk onbehoorlijk bestuur», zoals aansprakelijkstelling. De garantstelling stelt curatoren in faillissementen ook in staat om een procedure te beginnen om activa weer terug te halen voor de boedel om de benadeling van de crediteuren zoveel mogelijk te beperken. Met de behaalde  boedelopbrengsten worden door de curator de gemaakte kosten terugbetaald.  

Ontvangsten

Tabel 22 Ontvangsten artikel 33 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

         

Art.

Ontvangsten

1.405.039

908.117

991.701

1.058.513

1.265.346

1.323.742

‒ 58.396

         
 

Openbaar Ministerie

8.543

9.058

8.018

10.261

9.547

10.000

‒ 453

 

Afpakken

300.537

106.198

107.222

111.914

184.910

384.360

‒ 199.450

 

Boeten en Transacties

1.085.775

781.636

873.909

929.866

1.045.706

921.750

123.956

 

Overige ontvangsten

11.026

11.225

2.552

6.472

25.183

7.632

17.551

Afpakken

In 2025 is in totaal een afpakbedrag ontvangen van bijna € 185 mln. Ten opzichte van de ontwerpbegroting is de realisatie € 200 mln. lager uitgevallen, vanwege het uitblijven van voldoende grote afpakopbrengsten/schikkingen.

Boeten en Transacties (B&T)

De realisatie van de boeteraming ligt hoger dan geraamd. Dit is mede een gevolg van twee incidentele ontvangsten bij de transacties. De mee- en tegenvallers bij de Boeten en Transacties vloeien naar de algemene middelen van de Rijksbegroting.

De meevaller bij de overige ontvangsten is met name een gevolg van de teruggave van de niet bestede middelen (ad € 12 mln.) aan het departement door de Regionale Informatie en Expertise Centra en mainports wegens arbeidsmarktproblematiek. Daarnaast zijn er diverse kleinere ontvangsten op verschillende overige instrumenten.

26

Kamerstukken II 2007-2008, 30517, nr. 6

5.4 Artikel 34: Straffen en beschermen

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze zijn opgenomen in onderdeel C.8 (Departementale Verantwoordingsstaat). Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk (tabel Budgettaire gevolgen van beleid).

Voorkomen dat burgers (opnieuw) dader of slachtoffer worden van criminaliteit, volwassenen en kinderen beschermen die vanwege de kwetsbare positie waarin zij verkeren bedreigd of verleid worden door (herhaalde) criminaliteit of die bedreigd worden in hun ontwikkeling en bewerkstelligen dat met een straf genoegdoening wordt geboden aan het slachtoffer en aan de samenleving als geheel.

Dit doen wij door het borgen van de veiligheid door de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties, het bevorderen van het nemen van preventieve maatregelen door burgers en bedrijven, het versterken van de positie van slachtoffers, het beschermen van jeugdigen die in hun ontwikkeling worden bedreigd in de opvoed- en leefsituatie en het realiseren van een effectieve aanpak van jeugdcriminaliteit en geweld in huiselijke kring.

De Minister heeft een regisserende rol ten aanzien van de brede aanpak van ondermijning. Het programma Preventie met Gezag maakt daar onderdeel van uit. Het Landelijk kwaliteitskader effectieve jeugdinterventies is voor de inzet van de middelen Preventie met Gezag niet vrijblijvend. De Minister heeft een samenwerkingsrelatie met de gemeenten, brancheorganisaties en andere publieke en private partners, bijvoorbeeld met de politie, het OM en uit het onderwijs en de zorg, betreffende de aanpak van High Impact Crimes (HIC). Sturing geschiedt door middel van regelgeving en kaderstelling.

De Staatssecretaris heeft verantwoordelijkheden ten aanzien van preventie, slachtofferzorg en jeugdbescherming.

Met betrekking tot preventie:

  • draagt de Staatssecretaris stelselverantwoorde­lijkheid voor het kansspelbeleid, met als doel dat Nederlandse burgers op een veilige en verantwoorde manier kunnen deelnemen aan kansspelen;

  • stimuleert de Staatssecretaris preventie door het beschikbaar stellen van integriteitsinstrumenten;

  • is hij verantwoordelijk voor de landelijke aanpak van jeugdcriminaliteit, met bijzondere aandacht voor de preventie van daderschap en herhaald daderschap, samen met de betrokken ketenpartners zoals de (jeugd)reclassering en de Raad voor de Kinderbescherming. Vanuit die rol is hij medeverantwoordelijk voor het programma Preventie met Gezag.

Met betrekking tot slachtofferbeleid draagt de Staatssecretaris beleidsverantwoordelijkheid voor de zorg – in brede zin – aan slachtoffers en nabestaanden die getroffen zijn door een strafbaar feit en is verantwoordelijk voor de uitvoering van het slachtofferbeleid. Ook heeft hij een financierende rol op het gebied van slachtofferzorg.

Ten aanzien van Jeugdbescherming27heeft de Staatssecretaris:

  • een regisserende rol en daarmee stelselverantwoordelijkheid voor jeugdbescherming en –reclassering (de uitvoering en financiering zijn per 1 januari 2015 gedecentraliseerd naar de gemeenten);

  • een uitvoerende rol bij de taken die belegd zijn bij de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK);

  • verantwoordelijkheid voor het stelsel op het gebied van interlandelijke adoptie en heeft daarbinnen, als Centrale Autoriteit, tevens een uitvoerende rol.

Daarbij heeft de Staatssecretaris:

  • een uitvoerende rol bij de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende straffen en maatregelen door de DJI, de Justitiële Jeugdinrichtingen (JJI) van DJI en van geldelijke sancties door het CJIB;

  • een regisserende rol bij de forensische zorg. Hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de juiste, kwalitatief hoogwaardige zorg, waar nodig in combinatie met afdoende beveiliging;

  • een regisserende rol bij toezicht in strafrechtelijk kader, advisering aan het OM en de rechter over justitiabelen en taakstraffen. Regie en opleggen van financiële sancties. De uitvoering is opgedragen aan drie erkende reclasseringsorganisaties. De taken van de reclasseringsorganisaties dragen bij aan het terugdringen van recidive.

Voorkomen

In 2025 hebben in totaal 4.585 eerste- en tweedejaars jongeren aan de effectieve gedragsinterventie Alleen Jij Bepaalt Wie Je Bent (AJB) deelgenomen. Gedurende het jaar zijn op verschillende momenten groepen gestart met de interventie. Hierdoor liep de uitvoering door het hele jaar kalenderjaar heen. In het Caribische deel van het Koninkrijk (op de eilanden Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten) gaat het om 180 jongeren die in 2025 aan AJB hebben deelgenomen. Aan AJB is € 6,3 mln. besteed.

Op basis van de door Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid-mentoren (IPTA) gedane registraties blijkt dat er vanuit IPTA in 2025 430 jongeren zijn bereikt, waarvan 174 trajecten zijn afgesloten. Uit registraties gedaan door de RIO’s blijkt dat er in 2025 424 personen hebben deelgenomen waarvan 101 zijn afgesloten in 2025. Aan RIO en IPTA is in totaal € 7,3 mln. besteed door het Rijk.

Hierbij is het goed te vermelden dat uit onderzoek uit 2015 naar AJB is gebleken dat voor elke geïnvesteerde euro een maatschappelijke waarde van tussen € 19,- en € 32,- gerealiseerd wordt. Voor IPTA en RIO zijn in 2022 (nog) beperkte kwalitatieve berekeningen gedaan, waarbij de baten financieel hoger waren dan de kosten, nog los van de betere toekomst die jongeren in het vooruitzicht kunnen hebben.

Genoegdoening

Het wetsvoorstel tot wijziging van de penitentiaire beginselenwet met aanvullende maatregelen voor de georganiseerde misdaad is aangenomen en in werking getreden. In november is de Afdeling Intensief Toezicht (AIT) in Sittard geopend.  Verder heeft de tweede internationale conferentie over voortgezet crimineel handelen in detentie (VCHD) plaatsgevonden.

In het beleidsverslag is dieper ingegaan op de tekorten aan DJI-capaciteit.

Beschermen

In 2025 is gewerkt aan een nieuwe veranderstrategie voor het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming.

Het wetsvoorstel ter versterking van de rechtsbescherming in de jeugdbescherming is aangepast omdat de financiële dekking voor het voorstel ontoereikend is gebleken.

In het beleidsverslag is verder ingegaan op de resultaten onder het onderdeel beschermen.

Tabel 23 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 34 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

3.530.972

3.653.603

3.991.249

4.221.711

4.484.022

4.323.825

160.197

         
 

Uitgaven

3.285.813

3.606.160

3.905.720

4.182.608

4.485.246

4.307.606

177.640

         
 

Apparaatsuitgaven

195.211

217.419

233.210

253.302

266.290

251.399

14.891

         

34.1

Apparaat Raad voor de Kinderbescherming

195.211

217.419

233.210

253.302

266.290

251.399

14.891

 

Personele uitgaven

152.818

169.780

179.619

196.919

205.669

202.704

2.965

 

Eigen personeel

148.712

162.158

171.186

187.343

198.077

196.199

1.878

 

Externe inhuur

3.408

6.739

7.419

8.611

6.894

4.976

1.918

 

Overig personeel

698

883

1.014

965

698

1.529

‒ 831

 

Materiële uitgaven

42.393

47.639

53.591

56.383

60.621

48.695

11.926

 

ICT

17.837

20.784

23.514

25.802

27.525

20.875

6.650

 

SSO's

16.323

14.487

18.731

18.888

20.252

17.999

2.253

 

Overig materieel

8.233

12.368

11.346

11.693

12.844

9.821

3.023

         
 

Programmauitgaven

3.090.602

3.388.741

3.672.510

3.929.306

4.218.956

4.056.207

162.749

         

34.2

Preventieve maatregelen

14.121

16.812

48.797

72.153

80.341

84.466

‒ 4.125

 

Bijdrage aan agentschappen

4.810

6.166

31.518

36.346

33.824

30.212

3.612

 

Dienst Justis

4.810

6.166

31.518

36.346

33.824

30.212

3.612

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

1.656

0

0

0

0

0

0

 

Integriteit en kansspelen

1.656

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

2.363

4.646

11.213

24.225

30.965

44.199

‒ 13.234

 

Aanpak criminaliteitsfenomenen

0

4.589

11.182

24.225

30.965

44.083

‒ 13.118

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

2.363

57

31

0

0

116

‒ 116

 

Subsidies (regelingen)

3.811

4.859

4.893

10.513

12.301

6.131

6.170

 

Integriteit en kansspelen

690

0

0

0

0

0

0

 

Aanpak criminaliteitsfenomenen

937

4.445

3.997

9.262

10.991

4.826

6.165

 

Overige Subsidies

2.184

414

896

1.251

1.310

1.305

5

 

Opdrachten

1.481

1.141

1.173

1.069

3.251

3.924

‒ 673

 

Integriteit en kansspelen

299

0

0

0

0

0

0

 

Aanpak criminaliteitsfenomenen

203

672

893

360

1.012

1.602

‒ 590

 

Overige Opdrachten

979

469

280

709

2.239

2.322

‒ 83

34.3

Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

2.767.273

3.020.796

3.185.436

3.457.681

3.721.614

3.538.401

183.213

 

Bijdrage aan agentschappen

2.478.833

2.715.502

2.864.475

3.123.085

3.351.130

3.159.203

191.927

 

DJI - gevangeniswezen

1.248.279

1.373.659

1.418.685

1.571.944

1.682.950

1.632.877

50.073

 

DJI - Forensische zorg

1.079.684

1.174.876

1.253.199

1.335.592

1.440.929

1.333.354

107.575

 

CJIB

150.870

166.967

192.591

215.549

227.251

192.972

34.279

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

263.229

275.197

292.913

305.555

320.079

312.595

7.484

 

Reclassering Nederland

160.436

167.669

180.885

188.426

196.727

185.328

11.399

 

Leger des Heils

23.861

25.258

26.647

27.881

29.479

29.242

237

 

Stichting Verslavingsreclassering GGZ

78.826

82.270

85.381

89.248

93.873

98.025

‒ 4.152

 

Overige Bijdrage aan ZBO's/RWT's

106

0

0

0

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

4.837

5.608

8.947

4.715

0

3.176

‒ 3.176

 

Intra- en extramurale sanctie uitvoering

2.444

5.538

8.947

4.715

0

3.176

‒ 3.176

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

2.393

70

0

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

10.604

10.305

9.919

6.252

5.584

10.099

‒ 4.515

 

Vrijwilligerswerk gedetineerden

4.088

0

0

0

0

0

0

 

Terugdringen recidive

507

0

0

0

0

0

0

 

Intra- en extramurale sanctie uitvoering

2.036

8.329

7.601

3.825

2.939

8.073

‒ 5.134

 

Stichting Reclassering Caribisch Nederland (BES)

1.684

1.976

2.140

2.406

2.645

2.026

619

 

Overige Subsidies

2.289

0

178

21

0

0

0

 

Opdrachten

9.770

14.184

9.182

18.074

20.821

53.328

‒ 32.507

 

Intra- en extramurale sanctie uitvoering

1.629

13.974

9.142

18.074

20.821

53.328

‒ 32.507

 

Uitvoeringskosten ketenregie tenuitvoerlegging

2.001

0

0

0

0

0

0

 

Terugdringen recidive

882

0

0

0

0

0

0

 

Overige Opdrachten

5.258

210

40

0

0

0

0

 

Storting/onttrekking begrotingsreserve

0

0

0

0

24.000

0

24.000

 

Garantieregeling Forensische Zorg

0

0

0

0

24.000

0

24.000

34.4

Slachtofferzorg

93.606

111.740

158.242

101.139

102.056

117.156

‒ 15.100

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

51.088

55.227

66.934

72.756

76.521

72.868

3.653

 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

9.995

13.740

17.237

14.744

14.702

12.171

2.531

 

Slachtofferhulp Nederland

41.093

41.487

49.697

58.012

61.819

60.697

1.122

 

Bijdrage aan medeoverheden

225

11

0

0

0

0

0

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

225

11

0

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

1.988

1.804

274

745

488

0

488

 

Perspectief herstelbemiddeling

1.744

0

197

0

0

0

0

 

Overige Subsidies

244

1.804

77

745

488

0

488

 

Opdrachten

40.305

54.698

91.034

27.638

25.047

44.288

‒ 19.241

 

Slachtofferzorg

1.490

455

115

599

688

13.875

‒ 13.187

 

Schadefonds Geweldsmisdrijven

38.551

53.996

90.529

26.546

23.643

28.013

‒ 4.370

 

Voorschotregelingen schadevergoedingsregelingen

264

247

390

493

716

2.400

‒ 1.684

34.5

Veiligheid jeugd

215.602

239.393

280.035

298.333

314.945

316.184

‒ 1.239

 

Bijdrage aan agentschappen

176.995

187.479

203.581

233.925

253.798

227.523

26.275

 

DJI - jeugd

176.995

187.479

203.581

233.925

253.798

227.523

26.275

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

16.278

13.749

17.313

17.316

18.483

17.335

1.148

 

LBIO

3.381

2.929

4.619

3.708

4.266

3.827

439

 

Halt

12.897

10.820

12.694

13.608

14.217

13.508

709

 

Bijdrage aan medeoverheden

9.594

1.615

5.242

4.338

3.054

5.029

‒ 1.975

 

Jeugdbescherming en jeugdsancties

0

126

2.662

2.349

913

3.449

‒ 2.536

 

Veiligheid sociaal domein

275

0

0

0

0

0

0

 

Voogdijraad Caribisch Nederland (BES)

1.142

1.489

1.497

1.989

2.141

1.580

561

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

8.177

0

1.083

0

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

7.612

31.667

47.498

35.147

30.352

38.063

‒ 7.711

 

Jeugdbescherming en jeugdsancties

1.619

27.185

39.999

32.348

30.352

38.063

‒ 7.711

 

Jeugdaangelegenheden

922

0

0

0

0

0

0

 

Veiligheid sociaal domein

405

0

0

0

0

0

0

 

Overige Subsidies

4.666

4.482

7.499

2.799

0

0

0

 

Opdrachten

5.123

4.883

6.401

7.607

9.258

28.234

‒ 18.976

 

Risicojeugd en jeugdgroepen

567

0

0

0

0

0

0

 

Projecten jeugd straf

43

0

0

0

0

0

0

 

Taakstraffen/erkende gedragsinterventies

2.802

3.112

3.783

4.069

4.941

4.599

342

 

Jeugdbescherming en jeugdsancties

569

1.771

2.613

3.538

4.317

23.635

‒ 19.318

 

Overige Opdrachten

1.142

0

5

0

0

0

0

         
 

Ontvangsten

101.062

105.133

226.328

240.372

167.407

139.803

27.604

Verplichtingen

Het verschil van € 160 mln. wordt voor een bedrag van € 178 mln. bij de uitgaven toegelicht. Het overige verschil van -/- € 18 mln. wordt veroorzaakt doordat er minder meerjarige verplichtingen zijn aangegaan.

34.1 Apparaatsuitgaven Raad voor de Kinderbescherming

De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) heeft de taak om kinderen te beschermen indien de ontwikkeling van het kind in gevaar komt. De RvdK heeft een taak op terrein van bescherming, gezag en omgang, straf en adoptie. De meerjarige productie van de Raad voor de Kinderbescherming is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 24 Productiegegevens Raad voor de Kinderbescherming
 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Raming 2025

Verschil 2025

Bescherming Regulier

18.654

18.070

17.983

17.174

12.434

17.864

5.430

Bescherming Toetsing

3.976

3.240

2.973

2.684

6.932

5.875

‒ 1.057

Gezag en Omgangsonderzoek

4.835

4.165

4.114

3.840

3.592

5.171

1.579

Adoptie gerel. activiteiten

1.934

1.784

1.684

1.950

2.172

1.895

‒ 277

Strafonderzoek LIJ

5.686

5.329

5.391

5.745

6.264

6.378

114

Strafonderzoek + aanvulling

2.657

2.697

3.167

3.442

3.468

3.172

‒ 296

Actualisatie Straf

889

543

438

580

493

1.018

525

Strafonderzoek GBM

38

30

18

23

31

56

25

Onderzoek schoolverzuim

1.234

1.339

1.574

1.720

1.560

1.777

217

Coördinatie taakstraffen

4.861

5.495

6.628

6.161

6.289

6.125

‒ 164

Bron: Datawarehouse RvdK Toelichting bij de tabel: In 2024 is er een herschikking geweest tussen de producten Bescherming en Toetsende Taak. N.a.v. deze herschikking zijn de namen van de producten bescherming en toetsende taak ook gewijzigd in respectievelijk Bescherming Regulier en bescherming toetsing. Bij het opstellen van de ramingcijfers voor de begroting 2025 was deze wijziging nog niet verwerkt. Inmiddels zijn de realisatiecijfers 2025 verwerkt volgens de nieuwe systematiek. Dit leidt tot een optische grote afwijking op deze 2 producten.

In 2025 heeft de RvdK via suppletoire begrotingen aanvullende middelen ontvangen (€ 14,9 mln.), waaronder loon- en prijsbijstelling. De stijgende personele kosten als gevolg van de CAO Rijk 2024 zijn hiermee opgevangen. De uitgaven voor externe inhuur vielen € 1,9 mln. hoger uit dan geraamd als gevolg van stijgende inhuurtarieven en meer inzet van specialistische expertise. Het is de RvdK wel gelukt de uitgaven voor externe inhuur te laten dalen t.o.v. de voorgaande jaren.De materiele uitgaven waren € 11,9 mln. hoger dan begroot, met name als gevolg van prijsontwikkelingen en gestegen doorbelaste uitgaven van diverse ondersteunende diensten (SSO’s, JIO). Deze gestegen uitgaven zijn gedekt door de loon- en prijsbijstelling.

34.2 Preventieve maatregelen

Bijdrage aan agentschappen

Dienst Justis

De uitvoeringskosten en de ontvangen leges worden vanaf 2023 separaat verantwoord op dit begrotingsartikel. Voor de uitvoeringskosten ontvangt Justis een kostendekkende bijdrage van de opdrachtgever. Het verschil van € 3,6 mln. ontstaat met name door het toekennen van budget aan Justis voor het uitvoeren van de regeling kostenloze naamswijziging voor nazaten van tot slaaf gemaakten en Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGg) (€ 1 mln.), het toekennen van loon- en prijsbijstelling (€ 1,4 mln.) en een hogere bijdrage als gevolg van hogere verwachte productie van met name VOG's.

Een uitgebreidere toelichting is te vinden in de agentschapsparagraaf van de Dienst Justis.

Bijdrage aan medeoverheden

Aanpak criminaliteitsfenomenen

Er wordt ingezet op het voorkomen van jeugdcriminaliteit. Dit wordt vorm gegeven door in te zetten op een domeinoverstijgende en gebiedsgerichte preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit o.a. met een integrale aanpak met inzet van kansrijke en bewezen effectieve interventies en door versterking van justitiële functies in en ten behoeve van de wijk. Een geselecteerd aantal gemeenten zet zich in om deze aanpak neer te zetten in hun meest kwetsbare wijken. Met de aanvullende aanpak kan de brede aanpak meer flexibel, ook in andere gebieden en gemeenten worden ingezet. Samenwerken met private en publieke partners staat hierbij centraal. Het verschil van € 13,1 mln. wordt voornamelijk verklaard door ramingsbijstellingen, herschikkingen en onderuitputting veroorzaakt door vertraging in uitvoering van projecten waardoor subsidies vooral verlengd zijn en niet opnieuw zijn aangevraagd.

Subsidies (regelingen)

Aanpak criminaliteitsfenomenen

Het verschil van € 6,2 mln. wordt vooral verklaard door herschikkingen vanuit ruimte op andere (sub) artikelen in te zetten. Hiervoor worden subsidies aan samenwerkingspartners toegekend.

34.3 Tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties

Bijdragen agentschappen

Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

DJI levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuit­ voerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan hun zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen. Het Ministerie geeft een bijdrage voor:

  • Gevangeniswezen regulier;

  • Forensische Zorg.

Tabel 25 Productiegegevens DJI volwassenen
 

Realisatie

Raming

Productie 2025

Aantal

Dagprijs in €

Aantal

Dagprijs in €

Strafrechtelijke sanctiecapaciteit (direct inzetbaar)

9.810

474

9.798

435

FPC-capaciteit

1.683

860

1.843

781

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage van ca. € 50 mln. bij het gevangeniswezen is het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op middelen ten behoeve van loon- en prijsbijstelling (€ 61,1 mln.), een technische kasschuif waarmee middelen naar het jaar van verwachte uitputting worden gebracht (-/- € 16 mln.) en een afrekening ten aanzien van meer gerealiseerde capaciteitsplekken extramurale capaciteit in 2024 (ca. € 2 mln.) In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen verder toegelicht.

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage van ca. € 107,6 mln. bij forensische zorg is eveneens het saldo van verschillende mutaties, waarvan de belangrijkste betrekking hebben op loon- en prijsbijstelling (ca € 67 mln.), capacitaire ontwikkelingen (PMJ, € 36,6 mln.) en een mutatie ten behoeve van overhead- en coördinatiekosten levensloopaanpak (ca. € 1,9 mln.).

In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen verder toegelicht.

Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB)

Het CJIB is het inning- en incassogezicht van de overheid en vervult een centrale rol bij de afhandeling van strafrechtelijke beslissingen. Daarnaast coördineert en informeert het CJIB binnen de executieketen. Hiermee levert het CJIB een belangrijke bijdrage aan het gezag van de overheid. In de agentschapsparagraaf van het CJIB is nadere informatie, zoals de productie gegevens, opgenomen.

De bijdrage aan CJIB is ten opzichte van de begroting bij suppletoire begrotingswetten verhoogd met € 34,3 mln. Dit betreft met name de verhoging vanwege loon- en prijsbijstelling (€ 8,3 mln.). Daarnaast waren er verhogingen vanwege uitvoering wet S&B en Informeren & Raadplegen Slachtoffers (€ 7,2 mln.), uitvoering projecten duurzaam digitaal stelsel (€ 3,2 mln.), hogere proceskosten (€ 7,6 mln.) en diverse kleinere posten.

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Reclasseringsorganisaties

In Europees Nederland zijn drie erkende reclasseringsorganisaties (3RO) actief: Reclassering Nederland (RN), de Stichting Verslavingsreclassering (SVG) en het Leger des Heils Jeugd bescherming en Reclassering (LJ&R). In de praktijk werken de drie organisaties nauw met elkaar samen, met elk hun eigen aandachtsgebied:

  • De SVG richt zich vooral op cliënten met verslavingsproblematiek;

  • Het Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering heeft als doelgroep met name de dak- en thuisloze cliënten binnen de reclassering;

  • Reclassering Nederland kent geen specifieke doelgroep, maar bedient alle andere cliënten.

De reclasseringsorganisaties kennen vier hoofdproductgroepen: adviezen, toezicht, werkstraffen en elektronische monitoring. De geraamde productie voor 2025 van de vier productgroepen van de drie reclasseringsorganisaties is weergegeven in onderstaande tabel.

Tabel 26 Productiegegevens1 Reclasseringsorganisaties
 

Realisatie aantal

Realisatie prijs (€)

Raming aantal

Raming prijs (€)

Adviezen

47.910

€ 1.394,15

50.999

€ 1.330,55

Toezichten*

5.901.296

€ 29,45

5.900.000

€ 28,11

Electronische monitoring*

258.902

€ 27,41

262.000

€ 26,16

Werkstraffen

31.830

€ 1.376,27

29.500

€ 1.313,49

Bron: IRIS-informatiesysteem van de 3RO, voorlopige cijfers d.d. januari 2026.

1

(*) Bij toezichten en electronische monitoring betreffen het aantallen dagen. In het nieuwe kostprijsmodel gelden voor toezichten en werkstraffen iets andere prijzen voor LJ&R en SVG dan voor RN; in de tabel zijn de kostprijzen voor RN weergegeven.

De hogere prijs per eenheid product is het gevolg van de toegepaste compensatie voor de loon- en prijsbijstelling.

De meeruitgaven op de artikelen voor de 3RO van € 7,5 mln. bestaan onder meer uit de vergoeding voor de uitgekeerde loon- en prijsbijstelling (€ 13,9 mln.) en vanuit de ondermijningsaanpak toevoeging van middelen voor reclasseren in de PI (€ 4,5 mln.). Daarnaast waren er minder uitgaven als gevolg van een kasschuif van € 9 mln. naar 2026 voor vervanging van het primair processysteem.

Opdrachten

Intra- en extramurale sanctie uitvoering

Onder dit artikel vallen opdrachten op het terrein van forensische zorg, intra- en extramurale sanctie uitvoering, verbetering van tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen en terugdringen van recidive. In totaal waren de uitgaven op dit artikel € 32,5 mln. lager dan bij het opstellen van de begroting is geraamd. Hiervan is € 20,2 mln. overgeboekt en uitgegeven door de uitvoeringsorganisaties en ketenpartners binnen deze beleidsterreinen. Zo voert het CJIB werkzaamheden uit voor de uitvoering van de WetSenB en de implementatie van het informeren en raadplegen van slachtoffers. Ook zijn bijdragen gedaan aan DJI en gemeenten voor projecten voor (ex-) gedetineerden.Voor € 14,6 mln. hebben er herschikkingen binnen de begroting van J&V plaatsgevonden als gevolg van ramingsbijstellingen en onderuitputting door vertraging in de totstandkoming van wet- en regelgeving. Het overige verschil wordt verklaard door toekenning van loon- en prijsontwikkeling.

Storting/onttrekking begrotingsreserve

Garantieregeling forensische zorg

Om tbs-klinieken te stimuleren om capaciteit uit te breiden, wordt een garantieregeling ingericht. De garantieregeling voor Forensisch Psychiatrische Centra (FPC’s) is bedoeld voor leningen die particuliere FPC’s nodig hebben om capaciteit uit te breiden, dan wel in stand te houden. Door als overheid garant te staan voor een deel van de lening, kunnen deze centra naar verwachting tegen een lagere rente een lening afsluiten voor de beoogde uitbreiding.Voor de garantieregelig wordt een begrotingsreserve op een afzonderlijke rekening-courant bij het Ministerie van Financiën aangehouden. In 2025 is hiervoor een bedrag van € 24 mln. beschikbaar gesteld en deze is gestort in de begrotingsreserve.

34.4 Slachtofferzorg

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

De commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven krijgt jaarlijks een bijdrage vanuit het Ministerie voor de bureaukosten.

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

Slachtofferhulp Nederland biedt gratis juridische, praktische en emotionele ondersteuning aan slachtoffers, getuigen of nabestaanden na een misdrijf, verkeersongeluk of calamiteit.

Opdrachten

Slachtofferzorg

Middelen van het opdrachtenartikel worden verstrekt aan (inter)nationale organisaties en medeoverheden ten behoeve van slachtofferzorg. Het gaat hierbij om de volgende thema’s:

  • 1. praktische uitvoering slachtofferrechten

  • 2. bescherming van slachtoffers

  • 3. informeren van slachtoffers

  • 4. herstel door erkenning van leed

Het verschil van € 13,2 mln. betreft een toekenning aan DJI voor het onderdeel verschijningsplicht verdachten als gevolg van de Wet Uitbreiding Slachtofferrechten (€ 3 mln.). Voor het programma Informeren en Raadplegen van Slachtoffers in de tenuitvoer­leggingsfase is er een bedrag van € 3 mln. toegekend aan onder meer het CJIB. Voor € 10,2 mln. is er een andere bestemming binnen de begroting gevonden voor actuele problematiek.

Tegemoetkomingen Schadefonds Geweldsmisdrijven

Onder deze post zijn de financiële uitkeringen verantwoord voor slachtoffers die een opzettelijk geweldsmisdrijf hebben meegemaakt en hierdoor ernstig psychisch of fysiek letsel hebben opgelopen, nabestaanden van slachtoffers van een geweldsmisdrijf of dood door schulddelict en naasten van slacht­ offers die door een geweldsmisdrijf ernstige en blijvende lichamelijk of psychisch letsel hebben opgelopen en deze schade niet op andere wijze vergoed krijgen. Deze tegemoetkomingen zijn verstrekt via het Schadefonds Geweldsmisdrijven.

Voorschotregeling en schadevergoedingsmaatregel

Indien de rechter een schadevergoedingsmaatregel oplegt is de voorschot­ regeling van toepassing op zowel misdrijven als overtredingen. De voorschotregeling houdt in dat als de dader binnen acht maanden na onherroepelijk worden van een vonnis niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting jegens het slachtoffer heeft voldaan, de Staat het resterende bedrag uitkeert aan het slachtoffer. Het voorschot is gemaximeerd tot € 5.000,-- maar ongemaximeerd voor slachtoffers van een gewelds- of zedenmisdrijf. De Staat zet vervolgens de inning op de dader voort. Als blijkt dat de vordering op de dader oninbaar is, komt het restant voor rekening van JenV.

34.5 Veiligheid Jeugd

Bijdragen Agentschappen

DJI-Jeugd

DJI zorgt voor de tenuitvoerlegging van straffen en vrijheidsbenemende maatregelen die na een beslissing van een rechter zijn opgelegd. Voor jeugdigen vindt deze tenuitvoerlegging plaats in een justitiële jeugdin­ richting (JJI) of een Kleinschalige voorziening justitiële jeugd (KVJJ).

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde bijdrage (€ 26,3 mln.) wordt voornamelijk verklaard door loon- en prijsbijstelling (ca. € 10 mln.) en een terugontvangen bijdrage van het Ministerie van OCW (ca. € 6,8 mln.). Dit laatste in verband met de sluiting van aan Justitiële Jeugdinrichtingen verbonden scholen, als gevolg van de reductie van de direct inzetbare capaciteit. Hiernaast wordt de bijdrage met ca € 9,5 mln. verhoogd i.v.m. toegenomen capaciteitsbehoefte.In de agentschapsparagraaf van DJI worden de capacitaire en financiële gevolgen verder toegelicht.

Tabel 27 Productiegegevens DJI jeugd
 

Realisatie

Raming

Productie 2025

Aantal

Dagprijs in €

Aantal

Dagprijs in €

Capaciteit justitiële jeugdinrichtingen (direct inzetbaar)

596

1002

616

1014

Bijdragen ZBO’s en RWT’s

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdrage (LBIO)

Het LBIO verricht in opdracht van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wettelijke taken op het gebied van onderhoudsbijdragen (inning kinder- en partneralimentatie en inning inter­nationale alimentatie).

Tabel 28 Productiegegevens LBIO

Productiegegevens LBIO

    
 

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Aantallen producten

    

Alimentatie

23.004

21.931

21.394

20.668

Internationale alimentatie

4.000

3.954

3.841

4.097

Kosten per geïnde euro (€)

    

Alimentatie

0,11

0,11

0,12

0,13

Internationale alimentatie

0,2

0,21

0,21

0,24

Bron: concept jaarverslag LBIO (TRESA automatiseringssysteem van softwareleverancier SAP)

De productie van het LBIO is geheel afhankelijk van de instroom die op het LBIO afkomt. Er is sprake van een licht dalende trend.

Bijdrage medeoverheden

BES Voogdijraad

De BES Voogdijraad heeft civielrechtelijke en strafrechtelijke taken (onderzoeks- en adviestaken en rekestrerende taken en coördinatie bij strafzaken) die zij uitvoert in Caribisch Nederland, namelijk op Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Subsidies

Jeugdbescherming en jeugdsancties

Op het gebied van rechtsbescherming en jeugdreclassering is respectievelijk € 1,8 mln. en € 3 mln. minder uitgegeven dan begroot in verband met de tijd benodigd voor beleids- en methodiekontwikkeling op deze terreinen. Voor UHP KOT, het programma voor gedupeerden van de toeslagenaffaire waarvan kinderen uit huis zijn geplaatst, was in de begroting nog geen rekening gehouden met een bijdrage van het Ministerie van Financiën. In verband hiermee is € 2,4 mln. meer uitgegeven dan begroot. Het saldo betreft daarnaast een aantal kleine verschillen tussen begroting en realisatie en een herverdeling van de budgetten binnen het artikelonderdeel 34.5.

Opdrachten

Jeugdbescherming en jeugdsancties

Er is € 5,1 mln. overgeheveld naar de Raad voor de Rechtspraak en de Raad voor Rechtsbijstand voor de uitvoering van de regeling kosteloze rechtsbijstand bij jeugdbescherming. Bij amendement was voor de aanpak van femicide artikel 34 in 2025 met € 10 mln. verhoogd. Vanwege benodigde tijd voor beleidsontwikkeling is hiervan € 8,7 mln. verschoven naar 2027 t/m 2029. De bijdrage aan de Raad voor de Kinderbescherming is met € 1,8 mln. verhoogd ten behoeve van versterking van casusregie op het terrein van jeugdstrafrecht en de bijdrage aan de Voogdijraad Caribisch Nederland is met € 0,6 mln. verhoogd ter verbetering van de taakuitvoering en bedrijfsvoering. Er is minder uitgegeven aan opdrachten ten opzichte van de begroting op het gebied van familierecht, onder andere door vertraging van de wetstrajecten rondom draagmoederschap en omgang grootouders. Het saldo betreft daarnaast een aantal kleine verschillen tussen begroting en realisatie en een herverdeling van de budgetten binnen het artikelonderdeel 34.5.

Ontvangsten

Tabel 29 Ontvangsten artikel 34 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

         

Art.

Ontvangsten

101.062

105.133

226.328

240.372

167.407

139.803

27.604

         
 

Leges Dienst Justis

0

0

35.215

64.707

53.356

46.739

6.617

 

Verhaal administratiekosten CJIB

69.389

69.494

72.646

68.420

63.567

84.562

‒ 20.995

 

Overige ontvangsten

31.673

35.639

118.467

107.245

50.484

8.502

41.982

De belangrijkste structurele ontvangsten op dit artikel betreffen de ontvangen administratiekostenvergoedingen (voornamelijk op verkeersboetes). Met ingang van 2023 worden ook de ontvangen leges van de producten van de Dienst Justis op dit begrotingsartikel verantwoord. Dit zijn met name ontvangen leges n.a.v. aangevraagde en verstrekte Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG).

Het verschil tussen de oorspronkelijke begroting en de realisatie van per saldo € 27,6 mln. is voornamelijk het gevolg van hogere legesopbrengsten van Justis van € 6,6 mln., lagere verhaal van administratiekosten vanuit het CJIB door minder sterke stijging in aantallen boetes van € 21 mln. en incidentele ontvangsten n.a.v. lagere vaststellingen van bijdragen over 2024 (€ 24,5 mln. van DJI, € 7,4 mln. van Justis) en terugvorderingen van niet uitgegeven projectbijdragen bij de reclasseringsorganisaties en het CJIB van in totaal € 7,3 mln.

27

De wettelijke grondslag voor de verantwoordelijkheden van de Staatssecretaris Rechtsbe­scherming op het terrein van jeugdbescherming is de jeugdwet, artikel 77 Wetboek van Strafrecht en artikel 553 Wetboek van Strafvordering. De wettelijke grondslag voor de verantwoordelijkheden van de Staatssecretaris Rechtsbescherming op het terrein van adoptie is opgenomen in de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka)

5.5 Artikel 36: Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze zijn opgenomen in onderdeel C.8 (Departementale Verantwoordingsstaat). Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk (tabel Budgettaire gevolgen van beleid).

Bijdragen aan een veilig en stabiel Nederland door het voorkomen en beperken van maatschappelijke ontwrichting door dreigingen te onderkennen, de weerbaarheid van burgers, bedrijfsleven en overheidsorganen te verhogen en de bescherming van vitale belangen te versterken.

De Minister heeft een regisserende rol op het gebied van nationale veiligheid en crisisbeheersing, terrorismebestrijding en cybersecurity.28 De Minister coördineert de totstandkoming van de rijksbrede analyse op het gebied van nationale veiligheid en de strategische aanpak die daarop volgt. Bij Koninklijk Besluit is vastgelegd dat de Minister van Justitie en Veiligheid doorzettingsmacht heeft wanneer het gaat om het voorkomen van terroristische misdrijven. 29

De Minister is stelselverantwoordelijk voor de brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing. De Minister verstrekt aan de veiligheidsregio’s een bijdrage, de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, voor hun taken op dat gebied. Ook verstrekt de Minister een bijdrage aan het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) om de veiligheidsregio’s bij hun taakuitvoering te ondersteunen. De openbare lichamen ontvangen jaarlijks een bijzondere uitkering als bijdrage in de kosten van de organisatie van rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de brandweerzorg op grond van het Kostenbesluit Veiligheidswet BES.

Op basis van onder andere de Politiewet heeft de Minister de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de leden van het Koninklijk Huis en is daarmee verantwoordelijk voor een adequate en proportionele uitvoering van de beveiliging rondom de leden van het Koninklijk Huis en hun woon- en werkverblijven. De Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Defensie zorgen voor de uitvoering daarvan in personele zin. Deze ministers hebben middelen voor deze beveiligingstaken op de begroting staan, ongeacht of deze uitgaven voor beveiliging betrekking hebben op leden van het kabinet, van de Kamers der Staten-Generaal of het Koninklijk Huis. Vanwege veiligheidsrisico’s worden deze uitgaven niet nader toegerekend, omdat daar informatie over de beveiliging aan zou kunnen worden ontleend naar de te beveiligen objecten en personen.

De maatschappelijke effecten van het beleid ter bescherming van de nationale veiligheid (onder andere crisis- en cybersecuritybeleid en terrorismebestrijding) laten zich door het grote aantal activiteiten en instrumenten, de afhankelijkheid van derden bij de realisatie van de doelstellingen en met name de onvoorspelbaarheid van gebeurtenissen die de nationale veiligheid bedreigen, niet (altijd) in prestatie-indicatoren of kengetallen uitdrukken. Kwalitatieve indicatoren zijn te vinden in de voortgangsrapportages met betrekking tot contraterrorisme en -extremisme, cybersecurity en nationale veiligheid die aan de Tweede Kamer worden aangeboden30.

Onze nationale veiligheid staat onder druk. Dreigingen zijn urgenter en complexer dan ooit. Nederland staat voor de meest unieke en complexe veiligheidsopgave sinds de Koude Oorlog. Geopolitieke competitie, spanningen en conflicten, maken dat vrede en veiligheid in Europa niet meer vanzelfsprekend zijn. Maar ook pandemieën en natuurrampen kunnen leiden tot ontwrichting van onze samenleving. De stabiliteit van de democratische rechtsorde wordt bedreigd door verschillende (niet-)statelijke actoren. Ook onder uitzonderlijke omstandigheden moeten onze samenleving en economie blijven functioneren. Daarom zijn nu adequate voorbereidingen en versterking van de weerbaarheid in brede zin nodig - ook van burgers en bedrijven. Het kabinet blijft hier sterk op inzetten. Daarbij blijft de Veiligheidsstrategie voor het Koninkrijk der Nederlanden koersbepalend.

In 2025 waren er ontwikkelingen op meerdere onderdelen die raken aan nationale veiligheid. Hieronder worden de belangrijkste beleidsontwikkelingen toegelicht, waarbij de NCTV in 2025 eveneens haar operationele taken heeft voortgezet.

Stelselherziening bewaken en beveiligen

De druk vanuit verschillende vormen van dreiging hebben ook in 2025 hun weerslag gehad op de samenleving en op het taakveld bewaken en beveiligen. Naast het veilig houden van personen, objecten en diensten is een mijlpaal het veilige verloop van de NAVO-top 2025 geweest. Het fundament van het stelsel Beveiligen van Personen is in 2025 door het ministerie, politie, Defensie en inlichtingendiensten neergezet. Met de NCTV als gezag, de opbouw van een centrale dreigingsanalysefunctie, robuuste landelijke coördinatie op de inzet van politie en Defensie en gerichte versterkingen binnen de bewaken en beveiligen keten zijn de adviezen van de commissie Bos en de Onderzoeksraad voor de Veiligheid nauwgezet opgevolgd.

Inwerkingtreding Cyberbeveilingswet (Cbw) en Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke)

Sinds 18 oktober 2024 gelden twee Europese richtlijnen om de weerbaarheid van de vitale infrastructuur te versterken: de zogeheten NIS2-richtlijn (over cyberbeveiliging) en de zogeheten CER-richtlijn (over de weerbaarheid van kritieke entiteiten). Deze richtlijnen moeten door alle lidstaten van de Europese Unie worden geïmplementeerd in nationale wetgeving. In juni 2025 zijn de wetsvoorstellen voor de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke) ter implementatie van deze richtlijnen ingediend bij de Tweede Kamer. De schriftelijke ronde in de Tweede Kamer is inmiddels afgerond De onderliggende algemene maatregelen van bestuur (amvb’s), te weten het Cyberbeveiligingsbesluit en het Besluit weerbaarheid kritieke entiteiten, zijn in dezelfde periode van de indiening van de bovenliggende wetsvoorstellen onverplicht aangeboden aan de Tweede Kamer. Deze amvb’s zijn vervolgens, nadat de Tweede Kamer in de gelegenheid is geweest om daarop te reageren, in december 2025 naar de Afdeling advisering van de Raad van State gestuurd voor advies.

NAVO-top 2025

De organisatie van de NAVO-top in 2025 was toegewezen aan Nederland. De top vond plaats van 24 tot en met 26 juni 2025 in het World Forum in Den Haag. Hiertoe is een interdepartementale projectorganisatie ingericht, waarin nauw is samengewerkt tussen betrokken ministeries, uitvoeringsorganisaties en lokale overheden. JenV was verantwoordelijk voor de coördinatie van de veiligheidsmaatregelen. In aanloop naar en tijdens de top zijn veiligheidsmaatregelen getroffen, waardoor de NAVO-top ongestoord, veilig, waardig en gastvrij kon verlopen. Daarbij is de overlast voor burgers en het maatschappelijk en economisch leven zoveel mogelijk beperkt. De veiligheidsorganisatie rondom de NAVO-top 2025 is succesvol verlopen.

Maatschappelijke weerbaarheid

Weerbaarheid begint bij een goede voorbereiding. Klaar staan voor alle mogelijke soorten crises, of het nou om een pandemie gaat, een grote overstroming of een militair conflict. Dat maakt ons schokbestendig en schrikt af. Daarom werken we aan een weerbare samenleving en een parate krijgsmacht - om conflicten te voorkomen maar ook tegenslag op te kunnen vangen. Mocht de nood aan de man komen, dan moeten we kunnen beschermen wat ons dierbaar is. Dit is niet alleen nodig tegen sabotage, desinformatie, spionage of een militair conflict, maar ook tegen andere crises of rampen zoals een overstroming of langdurige stroomuitval.

Maar dat kan de overheid niet alleen. En ook niet alles kan meteen en tegelijkertijd, daar heeft ons land helaas de mensen én de middelen niet voor. Het is dus kiezen en prioriteren. Er gebeurt al een hoop. Om te beginnen is er de afgelopen tijd flink geïnvesteerd in de krijgsmacht. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij het Ministerie van Defensie. Maar ook de samenleving moet beter klappen op kunnen vangen en daarvoor staat het ministerie van Justitie en Veiligheid als coördinerend departement aan de lat. We trekken op met de verantwoordelijke vakdepartementen. Om de samenleving in beweging te krijgen en de maatschappelijke weerbaarheid te verhogen, is op 1 november 2025 de meerjarige publiekscampagne Denk vooruit gestart. Het doel van de campagne is om Nederlanders te activeren zich voor te bereiden, zodat zij zich 72 uur thuis kunnen redden als dagelijkse voorzieningen uitvallen, zoals stroom. In 2025 is daarnaast gestart we met pilots voor het stapsgewijs ontwikkelen van een landelijk netwerk aan noodsteunpunten, samen met Veiligheidsregio’s en gemeenten. Mensen kunnen bij die noodsteunpunten terecht voor informatie tijdens een ramp of een crisis. Op die manier is bij uitval van communicatiemogelijkheden informatie beschikbaar is. Daarbij wordt onderzoek of deze punten – naast informatie – ook aanvullende ondersteuning kunnen bieden aan mensen in crisissituaties. De overheid kan het niet alleen. Ook in crisistijd moeten producten en diensten zoveel mogelijk geleverd blijven worden. Dat vraagt om een bijdrage van vitale partijen en het bedrijfsleven, daarover blijven we in gesprek met elkaar. Het kabinet faciliteert deze dialoog actief, mede door de bewustwordingscampagne en de centrale loketfunctie die wordt ingericht voor bedrijven. Op het hoogste niveau is op 27 november 2025 bijeengekomen in het geopolitieke weerbaarheidsberaad.

Versterken crisisbeheersing en brandweerzorg

We zetten ons in voor een robuuste en toekomstbestendige inrichting van de crisisbeheersing en brandweerzorg in Europees en Caribisch Nederland. Om de samenwerking tussen regio’s, crisispartners en het Rijk bij de aanpak van interregionale, bovenregionale en landelijke crises verder te versterken werken we aan een herziening van de Wet veiligheidsregio’s en de Veiligheidswet BES. De openbare internetconsultatie van de eerste tranche van dit wetsvoorstel heeft in 2025 plaatsgevonden. Daarnaast deelden we op 17 juli 2025 de eerste voortgangsrapportage over de Landelijke Agenda Crisisbeheersing met de Tweede Kamer . In deze brief stonden we stil bij de voortgang op het gebied van voorbereiding en paraatheid, weerbaarheid en professionaliteit; de drie pijlers van de Landelijke Agenda. Ook heeft in 2025 de inrichting van de organisatie van KCR2 als centrum voor operationele informatie- en crisiscoördinatie verder vorm gekregen. In aanvulling op bovenstaande onderwerpen uit de beleidsagenda is het instrumentarium gericht op de aanpak van radicalisering, extremisme en terrorisme versterkt. Met de komst van de Wet verwerking persoonsgegevens persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten is de wettelijke basis voor de persoonsgerichte aanpak bestendigd. Op het gebied van het tegengaan van online extremisme en terrorisme is de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) in Nederland aangewezen als bevoegde autoriteit en detecteert en beoordeelt online terroristisch materiaal. De ATKM beschikt sinds oktober 2025 over een online meldpunt waar internetgebruikers terroristisch materiaal kunnen melden. Tot slot is, vanuit de coördinerende rol van de NCTV en mede naar aanleiding van een motie van de leden Boswijk (CDA) en Van Dijk (SGP), de coördinatie en regie verstevigd op casuïstiek omtrent terrorismeveroordeelden met een hoog risicoprofiel die vrijkomen. Dit gebeurt door samenwerking en informatiedeling te bevorderen om zo een beter en completer beeld te hebben van betrokkenen om passende maatregelen te kunnen treffen en de risico’s voor de samenleving zo klein mogelijk te maken.

Tabel 30 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 36 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

444.240

448.939

363.100

408.694

419.000

626.810

‒ 207.810

         
 

Uitgaven

412.629

398.568

360.886

371.002

412.471

623.098

‒ 210.627

         

36.2

Nationale veiligheid en terrorismebestrijding

397.035

381.107

345.456

354.687

395.191

605.963

‒ 210.772

 

Bijdrage aan agentschappen

3.688

2.085

7.562

2.153

2.256

2.289

‒ 33

 

Overige Bijdrage aan agentschappen

3.688

2.085

7.562

2.153

2.256

2.289

‒ 33

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

62.542

35.067

45.139

49.240

61.040

41.941

19.099

 

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

62.542

35.067

45.139

49.240

61.040

41.941

19.099

 

Bijdrage aan medeoverheden

265.643

239.301

246.473

266.027

297.072

485.080

‒ 188.008

 

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding

176.495

182.673

232.989

252.847

276.281

278.074

‒ 1.793

 

COVID-19

78.248

41.871

0

0

0

0

0

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

10.900

14.757

13.484

13.180

20.791

207.006

‒ 186.215

 

Subsidies (regelingen)

7.976

7.247

7.987

9.234

11.844

5.009

6.835

 

Nederlands Rode Kruis

1.272

1.458

1.320

1.606

4.456

1.520

2.936

 

Korpora

1.746

760

890

635

635

635

0

 

Overige Subsidies

4.958

5.029

5.777

6.993

6.753

2.854

3.899

 

Opdrachten

57.186

97.407

38.295

28.033

22.979

71.644

‒ 48.665

 

Crisiscommunicatie

3.148

4.182

4.136

5.244

3.968

5.299

‒ 1.331

 

NCSC

9.102

7.513

7.856

11.952

1.427

46.529

‒ 45.102

 

Covid-19

31.617

6.991

233

152

24

0

24

 

Regeling tegemoetkoming schade 2021

6.697

72.069

15.467

4.661

932

10.900

‒ 9.968

 

Overige Opdrachten

6.622

6.652

10.603

6.024

16.628

8.916

7.712

36.3

Onderzoeksraad Voor Veiligheid

15.594

17.461

15.430

16.315

17.280

17.135

145

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

15.594

17.461

15.430

16.315

17.280

17.135

145

 

Onderzoeksraad Voor Veiligheid

15.594

17.461

15.430

16.315

17.280

17.135

145

         
 

Ontvangsten

33.161

6.933

42.707

35.216

8.494

2.000

6.494

         

Verplichtingen

Het verschil tussen de realisatie en budget bij de verplichtingen is nagenoeg gelijk aan het verschil bij de uitgaven, alwaar het verschil nader uiteen wordt gezet.

Uitgaven

36.2 Nationale Veiligheid en terrorismebestrijdingda

Bijdrage Agentschappen

Overige bijdragen agentschappen

Bij suppletoire begrotingen zijn de middelen voor de bijdrage aan het Rijksopleidingsinstituut naar dit artikel overgeboekt van uit de middelen overige Bijdrage aan medeoverheden.

Bijdrage ZBO/RWT's

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

Het verschil wordt mede veroorzaakt door de middelen voor het instellen van een hoogwaardig en gegarandeerd informatie-, actie- en coördinatiepunt voor Rijk, Regio’s en partners (KCR2). De financiering (€ 7,3 mln.) aan KCR2 wordt via het NIPV ter beschikking gesteld. De middelen zijn overgeboekt vanuit de bijdragen aan medeoverheden (BDUR). Daarnaast zijn er met de Voorjaarsnota extra middelen toegevoegd voor de uitgaven Urban Search and Rescue ( € 4,4 mln.) en onderhoud en beheerskosten van het landelijke waarschuwings- en alarmeringssysteem (€ 3,5 mln.).

Bijdragen aan medeoverheden

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR)

De BDuR is een lumpsumbijdrage die wordt verstrekt aan de 25 veiligheidsregio’s voor de uitvoering van wettelijke taken. Dit betreft onder andere de volgende hoofdtaken (zie ook artikel 10 van de Wet Veiligheidsregio’s):

  • de bestrijding van branden en het organiseren van rampenbestrijding en crisisbeheersing;

  • het instellen en in stand houden van de brandweer en de geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen.

Naast deze rijksbijdrage, die ongeveer 15 procent van de inkomsten van de veiligheidsregio’s behelst, ontvangen de veiligheidsregio’s een bijdrage van de gemeenten. De verdeling van de BDuR over de veiligheidsregio’s in een vast en een variabel deel vindt plaats conform het verdeelsysteem dat te vinden is in bijlage 2 van het Besluit veiligheidsregio’s. In overeenstemming met artikel 8.1 van het Besluit veiligheidsregio’s worden de bijdragen bekend gemaakt in een brief die wordt verstuurd aan de veiligheidsregio’s.

Overige Bijdragen Medeoverheden

Naast de realisatie van € 20,8 mln. is bij suppletoire begrotingen een bedrag van € 101,8 mln. herschikt naar andere artikel onderdelen binnen JenV en naar andere ministeries. Een bedrag van € 57,1 mln. is bij tweede suppletoire begrotingswet als meevaller afgeboekt. € 27,3 mln. is niet tot uitputting gekomen. Dit komt voornamelijk door geoormerkte bedragen die niet tot besteding zijn gekomen, zoals circa € 10 mln. voor de NAVO top en € 13 mln. voor de Oekraïne accountability.

Subsidies

Nederlands Rode Kruis

Jaarlijks ontvangt het Nederlandse Rode Kruis een subsidie van JenV ten behoeve van de ondersteuning van de grootschalige geneeskundige hulpverlening en de tracing (het opsporen van familieleden met wie het contact is verloren als gevolg van een situatie waarin humanitaire actie vereist is). Deze subsidie wordt toegekend op grond van artikel 8 van het Besluit Rode Kruis.31

Stichting Korpora

Stichting Korpora ontvangt subsidie om een landelijk expositiecentrum op het terrein van veiligheid te beheren. Deze begrotingsvermelding vormt de wettelijke grondslag voor de hier bedoelde subsidieverlening als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, onder c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.

Overige subsidies

Financiering van activiteiten op het gebied van veiligheid is gedaan middels subsidies in plaats van een bijdrage medeoverheden. Onder andere subsidies voor kennisopbouw op gebied van bewaken en beveiligen, het verhogen van het securitylevel en het versterken van de weerbaarheid van journalisten. Bij suppletoire wet zijn de middelen overgeboekt.

Opdrachten

Crisiscommunicatie

NL-Alert is het landelijk alarmeringssysteem voor het alarmeren en informeren van de bevolking bij rampen, crises en andere ernstige incidenten. De veiligheidsregio's alarmeren en informeren met dit systeem mensen over een acute crisis per mobiele telefoon (cell broadcast), apps, digitale vertrekborden en reclamezuilen, en andere kanalen. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid is verantwoordelijk voor het beheer en de doorontwikkeling van NL-Alert.

Onder de post ‘Crisiscommunicatie’ valt tevens de bekostiging van het beheer en de doorontwikkeling van de Noodcommunicatievoorziening (NCV), waarvoor het Ministerie van Justitie en Veiligheid eveneens verantwoordelijk is. Het NCV is een telecommunicatienetwerk dat specifiek bedoeld is voor gebruik door overheid en hulpdiensten tijdens een ramp of crisis als het reguliere openbare telefoonnet overbelast raakt of uitvalt.

Regeling tegemoetkoming schade 2021

Op grond van de Wet tegemoetkoming schade bij rampen (Wts) kunnen de door de overstromingen in juli 2021 getroffen inwoners en organisaties in Limburg worden bijstaan. Om gedupeerden deels tegemoet te komen bij schade die niet redelijkerwijs verzekerbaar, niet verhaalbaar en niet vermijdbaar is, is onder de Wts de Regeling tegemoetkoming schade 2021 opgesteld. Omdat er minder tegemoetkoming is uitgekeerd dan verwacht is met de Najaarsnota het budget naar beneden bijgesteld.

Overige OpdrachtenOp 1 november 2025 is de publiekscampagne Denk Vooruit gestart. Hiervoor zijn bij suppletoire wet extra middelen toegevoegd.

NCSC

Bij suppletoire begroting zijn de beschikbare middelen voor het NCSC overgeboekt naar de programmamiddelen en apparaatsmiddelen van het NCSC voor het uitvoeren van de opdrachten.

36.3 Onderzoeksraad voor de Veiligheid

Bijdragen ZBO/RWT’s

Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OvV)

De OvV verricht op grond van de rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid onafhankelijk onderzoek en stelt op basis daarvan aanbevelingen op voor het structureel vergroten van de veiligheid. De OvV fungeert als onafhankelijk onderzoeksorgaan, dat op eigen gezag kan besluiten tot het doen van onderzoek naar de oorzaak van (ernstige) ongevallen en rampen of een dreiging daartoe. De onderzoeken die zijn gedaan in 2024 zijn te vinden op www.onderzoeksraad.nl.

Ontvangsten

De extra ontvangsten op dit artikel zijn met name een gevolg van de afrekening van voorschotten in het kader van Coronagerelateerde maatregelen: Tijdelijke ondersteuning toezicht en handhaving (SPUK A7) en Naleving controle coronatoegangsbewijzen (SPUK A13). Tevens zijn er middelen ontvangen ten behoeve van de kennisopbouw via TNO.

28

De verantwoordelijkheid van de Minister is gebaseerd op de Wet veiligheidsregio’s (verantwoordelijkheid voor het stelsel van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening in de regio (GHOR), rampenbestrijding en crisisbeheersing), de Politiewet 2012 (bewaken en beveiligen), de Luchtvaartwet (beveiliging burgerluchtvaart) en het Koninklijk Besluit van 14 december 2005 (terrorismebestrijding).

29

Besluit van 14 december 2005, houdende tijdelijke herindeling van ministeriële taken in geval van een terroristische dreiging met een urgent karakter, Stb. 2005, nr. 662.

30

Voor de meest recente versies wordt verwezen naar respectievelijk de Rapportage Integrale Aanpak Terrorisme (Kamerstukken II, 2021/2022, 29754, nr. 645) en het Cybersecuritybeeld Nederland 2020 (Kamerstukken II, 2021/2022, 26643, nr. 891)

5.6 Artikel 37: Migratie

Met de introductie van een nieuw begrotingshoofdstuk in de rijksbegroting voor Asiel en Migratie (XX) worden de middelen op het gebied van de toegang, toelating en opvang vreemdelingen alsmede de middelen op het gebied van terugkeer vanaf 2025 niet meer verantwoord op het begrotingshoofdstuk van Justitie en Veiligheid (VI).

Omwille van de meerjarige vergelijking van de cijfers in de rijksbegroting is onderstaand de tabel budgettaire gevolgen van beleid tot en met het verslagjaar 2024 opgenomen.

Tabel 31 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 37 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

1.468.265

3.451.582

7.370.474

8.220.175

0

0

0

         
 

Uitgaven

1.442.621

3.328.706

7.170.330

8.164.981

0

0

0

         

37.2

Toegang, toelating en opvang vreemdelingen

1.419.914

3.307.038

7.144.147

8.132.514

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

565.549

600.235

851.024

889.951

0

0

0

 

IND

492.398

527.679

774.066

805.163

0

0

0

 

DJI - Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

73.151

72.556

76.958

84.788

0

0

0

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

809.991

1.688.558

2.799.262

4.267.806

0

0

0

 

COA

744.188

1.576.971

2.549.415

3.932.169

0

0

0

 

NIDOS - opvang

65.803

111.587

249.847

335.637

0

0

0

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

953.838

3.250.206

2.683.113

0

0

0

 

Nationaal Programma Oekraïense Ontheemden

0

935.090

3.221.133

2.639.400

0

0

0

 

Samenwerkingsverbanden asielketen

0

0

10.978

2.863

0

0

0

 

Overige Bijdrage aan medeoverheden

0

18.748

18.095

40.850

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

32.198

42.433

73.613

60.423

0

0

0

 

Vluchtingenwerk Nederland

10.113

14.264

18.621

20.804

0

0

0

 

Nationaal Programma Oekraïense Ontheemden

0

26.922

36.367

23.405

0

0

0

 

Internationale Organisatie voor Migratie (IOM)

0

0

2.632

2.506

0

0

0

 

Overige Subsidies

22.085

1.247

15.993

13.708

0

0

0

 

Opdrachten

12.176

21.974

170.042

231.221

0

0

0

 

Programma Ketenvoorzieningen

4.824

7.288

9.269

9.456

0

0

0

 

Versterking vreemdelingenketen

7.352

264

13.064

23.499

0

0

0

 

Nationaal Programma Oekraïense Ontheemden

0

14.422

147.709

198.221

0

0

0

 

Samenwerkingsverbanden asielketen

0

0

0

45

0

0

0

37.3

Terugkeer en bewaring vreemdelingen

22.707

21.668

26.183

32.467

0

0

0

 

Bijdrage aan agentschappen

9.308

8.124

7.582

9.836

0

0

0

 

DJI - Dienst vervoer en ondersteuning

9.308

8.124

7.582

9.836

0

0

0

 

Subsidies (regelingen)

7.633

6.333

7.303

10.486

0

0

0

 

REAN-regeling

5.461

4.931

4.931

6.545

0

0

0

 

Overige Subsidies

2.172

1.402

2.372

3.941

0

0

0

 

Opdrachten

5.766

7.211

11.298

12.145

0

0

0

 

Vreemdelingen vertrek

5.766

7.211

11.298

12.145

0

0

0

         
 

Ontvangsten

179.212

142.161

46.681

231.560

0

0

0

         

5.7 Artikel 38: Inburgering

Deze afbeelding bestaat uit een circel met daarin een onderscheid naar de uitgaven op dit artikel en de overige uitgaven op de JenV-begroting. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals deze zijn opgenomen in onderdeel C.8 (Departementale Verantwoordingsstaat). Naast de circel is een staaf opgenomen waarbij de uitgaven op dit artikel nader zijn verdeeld naar de artikelonderdelen. Dit is gebaseerd op de uitgaven zoals zijn opgenomen bij onderdeel D van dit hoofdstuk (tabel Budgettaire gevolgen van beleid).

Iedereen doet mee, het liefst via betaald werk. Dat is het maatschappelijk doel van de Wet inburgering (2021). De overheid faciliteert daarbij dat nieuwkomers snel de Nederlandse taal machtig zijn op het hoogst haalbare niveau en kennis hebben van de Nederlandse samenleving, normen en waarden.

De Staatssecretaris van JenV financiert gemeenten voor het invullen van de regierol bij inburgering, het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voor het programma Voorbereiding op de Inburgering, en een leenstelsel voor inburgeringsplichtige gezins- en overige migranten.

De Staatssecretaris is in deze rollen verantwoordelijk voor de vormgeving, het onderhoud en de werking van het inburgerings­ stelsel.

Voor personen die vóór 1 januari 2022 inburgeringsplichtig werden (Wet inburgering 2013), ligt de uitvoering van het inburgeringsstelsel (onder meer examens en leenstelsel) bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). en de uitvoering van de voorinburgering bij het COA. Voor personen die vanaf 1 januari 2022 inburgeringsplichtig zijn geworden (Wet inburgering 2021) hebben gemeenten de regierol over de uitvoering van inburgering. DUO is ook in het huidige stelsel een belangrijke ketenpartner en is verantwoordelijk voor onder andere het vaststellen van de inburgeringsplicht, het vaststellen van de inburgeringstermijnen, de verlenging daarvan, het laten afnemen van examens en de handhaving van de inburgeringsplicht aan het einde van het inburgeringstraject. Het COA biedt in opdracht van Staatssecretaris van JenV voorinburgering aan in nauw contact met gemeenten. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is eigenaar van DUO en de Minister van Asiel en Migratie is eigenaar van COA. Vanuit deze rol zijn laatstgenoemde ministers verantwoordelijk voor de kwaliteit en continuïteit van de uitvoering en daaronder valt de dienstverlening van DUO respectievelijk COA aan de Staatssecretaris van JenV. Gemeenten krijgen middelen voor uitvoeringskosten via het Gemeentefonds en middelen voor inburgeringsvoorzieningen via een specifieke uitkering.

Met de val van het Kabinet Schoof, is vanaf 19 juni 2025 Inburgering weer overgegaan naar het ministerie van SZW onder verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris van Participatie en Integratie.

Eind 2025 is het onderzoek naar de betaalbaarheid van de Wet inburgering 2021 (Wi2021) afgerond. Dit onderzoek is onderdeel van de bestuurlijke afspraken die het Ministerie van SZW en de VNG eerder hebben gemaakt en brengt de kosten in beeld van gemeenten bij de uitvoering van de Wi2021 en in hoeverre de verstrekte middelen voldoende zijn om deze kosten te dekken. Uit het rapport komt een tekort op de uitvoeringskosten voor gemeenten naar voren voor het uitvoeren van hun wettelijke taken voor de Wi2021.

Samen met het onderzoek naar de betaalbaarheid is ook de tussenevaluatie van de Wi2021 eind december 2025 opgeleverd. Dit is een synthese van alle deelonderzoeken die in het kader van het Monitoring- en Evaluatie Plan Wi2021 zijn uitgevoerd en geeft eerste inzichten in de werking, doeltreffendheid en doelmatigheid van de Wi2021. Uit de conclusies van het onderzoek blijkt dat inburgeraars onder de Wi2021 een hoger taalniveau behalen dan onder de Wi2013.

Tabel 32 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 38 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

494.527

519.611

‒ 25.084

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

494.527

520.611

‒ 26.084

         

38.2

Inburgering

0

0

0

0

494.527

520.611

‒ 26.084

 

Bijdrage aan agentschappen

0

0

0

0

31.222

29.738

1.484

 

DUO

0

0

0

0

31.222

29.738

1.484

 

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

0

0

0

0

33.000

57.950

‒ 24.950

 

COA

0

0

0

0

33.000

57.950

‒ 24.950

 

Bijdrage aan medeoverheden

0

0

0

0

384.346

376.599

7.747

 

Maatschappelijke begeleiding

0

0

0

0

0

142

‒ 142

 

Inburgeringsvoorziening

0

0

0

0

364.702

361.200

3.502

 

Onderwijsroute

0

0

0

0

19.644

15.257

4.387

 

Subsidies (regelingen)

0

0

0

0

14.188

14.062

126

 

Vroege integratie

0

0

0

0

10.494

12.711

‒ 2.217

 

Overige

0

0

0

0

3.694

1.351

2.343

 

Opdrachten

0

0

0

0

5.247

13.250

‒ 8.003

 

Inburgering en integratie

0

0

0

0

5.247

13.250

‒ 8.003

 

Leningen

0

0

0

0

26.524

29.012

‒ 2.488

 

DUO

0

0

0

0

26.524

29.012

‒ 2.488

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

103.080

41.012

62.068

         

Verplichtingen

Het verschil tussen de realisatie en budget bij de verplichtingen is nagenoeg gelijk aan het verschil bij de uitgaven, alwaar het verschil nader uiteen wordt gezet.

Uitgaven

Bijdrage aan agentschappen

DUOAls onderdeel van de inburgeringsketen voert de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) op grond van de Wi2013 en Wi2021 een aantal taken uit. Voorbeelden hiervan zijn het handhaven van de inburgeringsplicht, het verstrekken van leningen en het organiseren van examens. Ten opzichte van de begroting is de bijdrage van J&V aan de bedrijfsvoering van DUO € 1,5 mln. hoger uitgevallen dan aanvankelijk begroot. De inkomsten van DUO uit examengelden waren hoger dan begroot.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

COAAan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) wordt jaarlijks een bijdrage voor de voorinburgering van asielmigranten in de AZC's. De uitgave zijn € 25 mln. lager uitgevallen omdat gedurende het jaar 2025 is gebleken dat COA niet in staat was in deze mate het aantal trajecten op te schalen door diverse problemen in de uitvoering zoals tekort aan locaties als ook het ontbreken van goede faciliteiten daarbinnen.

Bijdrage aan mede overheden

InburgeringsvoorzieningDe SPUK voor inburgeringsvoorzieningen wordt aan gemeenten verstrekt ter financiering van voorzieningen die bijdragen aan het behalen van de inburgeringsplicht. De raming van dit budget is gebaseerd op de Meerjaren Productie Prognose van het Ministerie van JenV en een inschatting van het aantal gezins- en overige migranten op basis van realisaties. De SPUK onderwijsroute is bedoeld als tijdelijke aanvulling op de reguliere SPUK.

Gemeenten inburgeringsvoorzieningenVoor de specifieke uitkering inburgeringsvoorziening is € 3,5 mln. meer realiseerd dan begroot, wat te maken heeft met de herziening van de voorlopige uitkering over het jaar 2024.

onderwijsrouteVoor de specifieke uitkering onderwijsroute is € 5 mln. meer uitgegeven dan begroot, wat te maken heeft met de herziening van de voorlopige uitkering over het jaar 2024.

Subsidies

Vroege integratieDe subsidies hebben betrekking op Vroege integratieen Participatie aan COA voor de jaarlijkse activiteiten in het kader van de vroege integratie en participatie van status- houders en kansrijke asielzoekers (VRIP) en op een aantal incidentele subsidies gericht op ondersteuning aan gemeenten in het kader van de uitvoering van de WI 2021. Het budget is nagenoeg uitgegeven.

Opdrachten

Inburgering en integratieUit het reguliere budget worden aanbestedingen bekostigd op het terrein van inburgering. Voorbeelden zijn ontwikkeling, onderhoud en vernieuwing van inburgeringsexamens, monitoring en evaluaties. Een deel van het budget is uitgegeven via een overboeking van € 5 mln. budget naar het gemeentefonds voor onder andere ELIP en IV plateau 2. Daarnaast is er ongeveer € 5 mln. uitgegeven aan diverse opdrachten Inburgering zoals uitvoering van examens buitenland door het ministerie van Buitenlandse Zaken, diverse onderzoeken in het kader van het monitoring en evaluatie programma rondom de Wet Inburgering 2021 en uitgave van het zelfstudiepakket naar Nederland. Bij de slotewet is een meevaller beboekt van € 2,9 mln als gevolg van een aantal trajecten bij inburgering die zijn vertraagd.

Tabel 33 Kerncijfers inburgering (x 1.000 personen)
 

Realisatie2021

Realisatie2022

Realisatie2023

Realisatie2024

Realisatie2025

Begroting2025

Verschil 2025

Inburgeringsplichtige nieuwkomers die een kennisgeving van DUO ontvangen1

26

28

37

37

34

35,5

‒ 1,5

waarvan Wi2013

26

6

0,5

0,3

0,18

0

0,18

waarvan Wi2021

n.v.t.

22

36

36

33

35,5

‒ 2,5

Asielgerechtigde nieuwkomers die deelnemen aan de voorbereiding op inburgering in de opvang van COA2

8

8,7

7,9

8,6

7,8

  

Inburgeraars die een inburgeringsdiploma of inburgeringscertificaat behalen3

24

12

12

16

13

  

Afgesloten Plannen Inburgering en Participatie (PIP)4

n.v.t.

9

27

30

31

  

Asielgerechtigde nieuwkomers die deelnemen aan de maatschappelijke begeleiding door gemeenten5

15

6

9

0,1

0,04

  
1

Bron: DUO, informatiesysteem Inburgering.

2

Bron: COA, voortgangsrapportages.

3

Dit kan zowel op A2 niveau zijn als op niveau Staatsexamen B1 of B2. De cijfers zijn exclusief vrijwillige inburgeraars. Onder de Wi2021 kan aan de inburgeringsplicht voldaan worden door het behalen van het inburgeringsexamen, maar ook door het behalen van een inburgeringscertificaat na afronding van de Z-route.

4

Bron: DUO, informatiesysteem Inburgering. Dit gaat alleen over de Wi2021

5

Bron: DUO, informatiesysteem Inburgering. Dit betreft enkel de Wi2013. Voor de Wi2021 wordt een andere financieringssystematiek gehanteerd

Leningen

DUODit betreft de verstrekte sociale leningen op grond van de Wi2013 en Wi2021. De raming was onzeker door een gebrek aan ervaringsgegevens over het gebruik van de lening door gezinsmigranten onder de Wi2021.

Ontvangsten

De ontvangsten voor de leningen zijn € 4 mln. hoger uitgevallen als gevolg van hogere examenbaten. Daarnaast was er een ontvangst van € 7,6 mln. als gevolg van de lagere vaststelling van de bijdrage Voorinburgering aan COA over 2024. Daarnaast hebben gemeenten meer geld terugbetaald dan in de begroting was opgenomen voor de specifieke uitkeringen Inburgeringsvoorzieningen en Onderwijsroute van respectievelijk € 40,7 mln. en € 8,9 mln. als gevolg van de definitieve toekenningen 2024 en de vaststellingen 2023.

6. Niet-beleidsartikelen

6.1 Artikel 91: Apparaat kerndepartement

Figuur 1

Tabel 34 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 91 (bedragen x € 1.000)1
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

564.553

591.609

663.080

714.501

639.918

616.168

23.750

         
 

Uitgaven

551.437

547.264

605.664

718.618

621.548

611.217

10.331

         

91.1

Apparaatsuitgaven kerndepartement

551.437

547.264

605.664

718.618

621.548

611.217

10.331

 

Personele uitgaven

391.320

386.032

442.284

523.856

436.930

409.343

27.587

 

Eigen personeel

324.819

323.479

367.273

421.852

347.714

374.504

‒ 26.790

 

Externe inhuur

66.501

62.553

75.011

101.604

78.220

33.605

44.615

 

Overig personeel

0

0

0

400

10.996

1.234

9.762

 

Materiële uitgaven

160.117

161.232

163.380

194.762

184.618

201.874

‒ 17.256

 

ICT

35.970

35.634

30.435

42.780

41.404

37.667

3.737

 

SSO's

97.462

79.942

97.643

105.918

104.295

108.048

‒ 3.753

 

Overig materieel

26.685

45.656

35.302

46.064

38.919

56.159

‒ 17.240

         
 

Ontvangsten

42.161

9.613

17.889

15.802

21.766

4.185

17.581

         
1

In de jaarekening 2023 stond ten onrechte bij eigen personeel een realisatie van 368.273 en bij ICT 29.435

Toelichting uitgaven

Op de apparaatsuitgaven is € 10,3 mln. meer uitgegeven ten opzichte van de vastgestelde begroting. Hiervan was € 30,7 mln. opgenomen in de eerste suppletoire begroting, tweede suppletoire begroting en suppletoire begroting September. De slotwet bevat een mutatie van € -20,3 mln. Dit artikel bestaat uit ruim 30 grotere en kleinere diensten/budgethouders. In de loop van het uitvoeringsjaar vinden er vele kleine mutaties en enkele grotere mutaties plaats. De belangrijkste mutaties zijn:

  • Met ingang van de begroting 2025 heeft het onderdeel Asiel en Migratie een eigen begrotingshoofdstuk (XX). Het budget apparaatsuitgaven Asiel en Migratie stond nog op de begroting van Justitie en Veiligheid en wordt nu bij de eerste suppletoire begroting meerjarig overgeboekt naar de begroting van Asiel en Migratie. Het betreft € 121 mln. in 2025.

  • De NCTV verstrekt € 45,5 mln. aan het NCSC voor het uitvoeren van diverse taken ter voorkoming of beperking van de uitval van de beschikbaarheid of het verlies van integriteit van de systemen van rijksoverheidsorganisaties en vitale aanbieders en ter verdere versterking van de digitale weerbaarheid van de Nederlandse samenleving. Dit krachtens de Wet beveiliging netwerk- en informatiesystemen.

  • Voor het Justicelink project heeft een aanpassing plaats gevonden in de planning van fase 0 o.a. door een latere start. Als gevolg hiervan schuiven de planning en begroting van de overige fasen op. Dit heeft gevolgen voor het kasritme. Hiervoor wordt circa € 7 mln. doorgeschoven naar 2028.

  • Via de eindejaarsmarge worden de gelden, ad € 8,6 mln., voor Justicelink die bestemd zijn voor NFI overgeheveld naar 2025.

  • Een bijdrage van € 5,4 mln. aan het ministerie van Financiën ten behoeve van de inkoopcategorie Vakkennis & Persoonlijke Ontwikkeling (VP&O) die rijksbrede overeenkomsten afsluit met als doel het ontsluiten van relevante vakkennis en informatie die overheidsfunctionarissen nodig hebben om hun publieke taak goed te kunnen uitvoeren.

  • In het kader van het programma informatiebeveiliging 2.0 wordt totaal € 5,5 mln. overgeheveld naar de taakorganisaties.

  • Een meerjarige neerwaartse ramingsbijstelling op het HGIS-budget Europol en Eurojust van € 6,3 mln.

  • De toekenning van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025-2030, waarvan € 9,3 mln. in 2025 op dit artikelonderdeel valt.

  • Voor de voorbereiding en uitvoering van sectorale Computer Security Incident Response Team (CSIRT)-taken zijn door de ministeries BZK (€ 0,6 mln.), LVVN (€ 0,9 mln.), EZ (€ 4,3 mln.) en IenW (€ 3,4 mln.) middelen gereserveerd. Deze middelen, totaal € 9,2 mln., worden met deze mutaties overgeboekt naar JenV voor de daadwerkelijke uitvoering van de sectorale CSIRT-taken op basis van de Network and Information Security (NIS2)-richtlijn.

  • Vanuit de JenV-begroting wordt € 5 mln. van artikel 92 naar artikel 91 overgeheveld. Het betreft extra middelen die beschikbaar worden gesteld voor de versterkte inzet van de publiekscampagne en communicatie naar burgers door de NCTV in 2025.

  • Een interne herschikking van € 6,9 mln. in 2025 van artikel 36 naar artikel 91 apparaatsuitgaven ten behoeve van het rapport Bewaken en Beveiligen.

  • Een tegenvaller van € 25,1 mln. op de apparaatsuitgaven, veroorzaakt door de invulling van de taakstelling.

  • Een interne herschikking binnen het budget ondermijning van € 9,6 mln. op basis van de prognose.

  • Een herallocatie van € 7,9 mln. voor de uitvoeringskosten van programma’s die door de Strafrechtketen worden gerealiseerd. Het budget staat op het beleidsbudget en wordt overgeheveld naar apparaatsuitgaven voor onder andere de uitvoering ketenvoorzieningen, ketencoördinatoren, huisvestingskosten Huis van de Strafrechtketen en voor het project programman Modernisering Identiteitsbehandeling en Vindbaarheid (PMIV).

  • De onderuitputting bij de slotwet wordt voornamelijk verklaard door vertraging aanname eigen personeel en minder externe inhuur.

  • Het restant saldo betreft vele kleine mutaties.

Toelichting ontvangsten

Op de apparaatsontvangsten is € 13,7 mln. meer gerealiseerd dan begroot. Het budget ontvangst voor het Diensten Centrum is verhoogd met € 6,1 mln. Het restant saldo bestaat uit diverse kleine posten

Tabel 35 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven/kosten inclusief agentschappen en Zelfstandige Bestuursorganen/Rechtspersonen met een wettelijke taak (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Vastgestelde Begroting 2025

Verschil

Totaal apparaatsuitgaven ministerie (GVKA)

2.466.861

2.621.447

2.856.303

3.262.826

3.329.856

3.102.105

227.751

Kerndepartement

551.437

547.264

605.664

718.618

621.548

611.217

10.331

waarvan Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ)

5.113

5.421

6.005

6.887

7.331

7.354

‒ 23

waarvan Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen

1.914

2.126

2.011

2.297

2.138

2.206

‒ 68

waarvan Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV)

38.718

43.191

44.626

58.845

63.699

45.466

18.233

waarvan Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC)

18.880

26.132

37.344

58.048

77.050

18.026

59.024

waarvan Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding (NCAB)

123

337

593

1.211

2.158

1.237

921

waarvan Adviescollege Verloftoetsing tbs (AVT)

1.260

1.224

1.341

1.539

1.640

1.313

327

waarvan Inspectie JenV

10.495

12.487

13.811

17.099

18.440

15.036

3.404

waarvan Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC)

12.009

12.429

13.475

16.738

14.908

14.247

661

Openbaar Ministerie

621.331

671.324

750.707

868.909

936.977

851.280

85.697

Raad voor de rechtspraak

1.064.406

1.147.872

1.228.445

1.380.119

1.459.610

1.349.889

109.721

Raad voor de Kinderbescherming

195.211

217.419

233.210

253.302

266.290

251.399

14.891

Hoge Raad

34.476

37.568

38.277

41.878

45.431

38.320

7.111

        

Totaal apparaatskosten Agentschappen (BLS)1

1.718.520

1.965.281

2.201.755

2.496.165

2.660.114

2.332.790

327.324

Dienst Justitiële Inrichtingen

1.455.673

1.482.837

1.644.425

1.853.521

1.981.823

1.752.009

229.814

Centraal Justitieel Incasso Bureau

148.792

153.858

185.030

229.214

240.504

198.145

42.359

Nederlands Forensisch Instituut

63.653

70.955

83.068

90.751

98.742

82.995

15.747

Dienst Justis

50.402

51.665

56.801

64.226

72.348

62.926

9.422

Justitiële Informatiedienst

 

67.927

82.726

87.615

92.132

77.070

15.062

Justitiële ICT organisatie

 

138.039

149.705

170.838

174.565

159.645

14.920

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's2

6.852.051

7.574.396

7.814.307

8.594.958

9.224.386

8.626.467

597.919

Nationale Politie

6.362.359

7.087.318

7.274.593

8.014.578

8.596.285

8.040.964

555.321

Politieacademie

3.075

3.211

3.347

3.232

2.513

3.531

‒ 1.018

Raad voor rechtsbijstand

26.810

28.388

30.607

32.152

34.094

32.591

1.503

Bureau Financieel Toezicht

8.146

8.535

9.622

10.512

10.714

10.470

244

Autoriteit Persoonsgegevens

26.257

29.020

36.361

45.538

56.834

49.001

7.833

College voor de Rechten van de Mens

8.303

10.233

10.506

11.921

12.700

11.171

1.529

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

1.127

1.192

1.332

1.534

1.565

1.545

20

College gerechtelijk deskundigen

1.969

2.012

2.088

2.338

2.461

2.285

176

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak

5.127

5.127

5.421

6.199

6.057

5.689

368

Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal

0

2.424

2.424

5.455

7.452

6.789

663

Raad voor de rechtshandhaving

253

235

277

317

308

557

‒ 249

Reclasseringsorganisaties (cluster):

       

– Stichting Reclassering Nederland

160.436

167.669

180.885

188.426

196.727

185.328

11.399

– Leger des Heils, Jeugdbescherming en Reclassering

23.861

25.258

26.647

27.881

29.479

29.242

237

– Stichting Verslavingsreclassering GGZ

78.826

82.270

85.381

89.248

93.873

98.025

‒ 4.152

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven

9.995

13.740

17.237

14.744

14.702

12.171

2.531

Slachtofferhulp Nederland

41.093

41.487

49.697

58.012

61.819

60.697

1.122

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

3.381

2.929

4.619

3.708

4.266

3.827

439

Stichting HALT

12.897

10.820

12.694

13.608

14.217

13.508

709

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid

62.542

35.067

45.139

49.240

61.040

41.941

19.099

Onderzoeksraad voor veiligheid

15.594

17.461

15.430

16.315

17.280

17.135

145

Particuliere Jeugdinrichtingen (cluster)3

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Notarissen (cluster)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Kansspelautoriteit (Ksa)

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Het Keurmerkinstituut BV

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

1

vóór 2022 maakten de apparaatskosten van Justid en JIO onderdeel uit van de apparaatskosten van de opdrachtgevers (resp. kerndepartement en DJI)

2

Voor ZBO's/RWT's is een onderscheid tussen apparaat en programma lastig te maken omdat het onderscheid niet altijd in de jaarrekening naar voren komt.

3

Bij DJI geldt dat het volledige subsidiebedrag aan particuliere JJI's als programmakosten worden begroot en verantwoord, dus apparaat is 0%.

6.2 Artikel 92: Nog onverdeeld

Tabel 36 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 92 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

0

0

0

0

0

50.366

‒ 50.366

         
 

Uitgaven

0

0

0

0

0

50.366

‒ 50.366

         

92.1

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

50.366

‒ 50.366

 

Nog te verdelen

0

0

0

0

0

50.366

‒ 50.366

 

Nog onverdeeld

0

0

0

0

0

50.366

‒ 50.366

         
 

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

         

Toelichting

Artikel 92 is een doorverdeelartikel en alle relevante mutaties zijn bij de betreffende artikelen toegelicht.

6.3 Artikel 93: Geheim

Tabel 37 Budgettaire gevolgen van niet-beleid artikel 93 (bedragen x € 1.000)
  

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

  

2021

2022

2023

2024

2025

2025

2025

Art.

Verplichtingen

3.259

3.090

3.075

4.362

2.945

3.557

‒ 612

         
 

Uitgaven

3.259

3.090

3.075

4.362

2.945

3.557

‒ 612

         

93.1

Geheim

3.259

3.090

3.075

4.362

2.945

3.557

‒ 612

 

Geheim

3.259

3.090

3.075

4.362

2.945

3.557

‒ 612

 

Geheim

3.259

3.090

3.075

4.362

2.945

3.557

‒ 612

         
 

Ontvangsten

28

53

649

125

108

0

108

         

7. Bedrijfsvoeringsparagraaf

Inleiding

In de Bedrijfsvoeringsparagraaf (BVP) van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) wordt verslag gedaan van de relevante aandachtspunten op het gebied van de bedrijfsvoering, waaronder de beheersbaarheid van de bedrijfsprocessen, onvolkomenheden, bevindingen, onrechtmatigheden, tekortkomingen en de risico’s die zich hebben voorgedaan.

Zoals in het beleidsverslag is beschreven was 2025 een roerig jaar. In het licht van de vele gebeurtenissen heeft JenV de kwaliteit van de bedrijfsvoering en het financieel en materieel beheer op orde weten te houden en verder gewerkt aan de bevindingen en onvolkomenheden van de Algemene Rekenkamer (AR) en de Auditdienst Rijk (ADR). Voor de negen onvolkomenheden van de AR en de drie bevindingen van de ADR zijn verbetertrajecten in 2025 gestart en/of voortgezet. De voortgang hiervan is meerdere keren aan de Brede Bestuursraad (BBR) en het Audit Committee (AC) gerapporteerd.

De voortgang en verbetering van de onvolkomenheden en bevindingen zoals opgenomen in de tabel hieronder over het jaar 2024 worden in paragraaf 1 toegelicht.

Tabel 38 onvolkomenheden en bevindingen

Onvolkomenheden AR over 2024

1. Afpakketen (openstaand recht)

2. Coördinatie prestaties in de strafrechtketen

3. Uitvoeringstoetsen

4. Slachtofferrechten: naleving wettelijke informatieplichten door het OM

5. Onduidelijkheid over herstel foutieve tenaamstellingen van veroordeelden

6. Mogelijk onrechtmatig handelen bij foutieve tenaamstellingen van veroordeelden

7. IT-beheer DJI

8. Prestatieverklaringen JIO

9. Accreditaties IT-systemen en opvolging verbeterpunten beveiligingstesten

 

Bevindingen ADR over 2024

1. Factuurverwerking en inkoopbeheer DJI

2. Prestatieonderbouwing agentschappen zonder controleverklaring

3. Informatiebeveiliging

Paragraaf 1 - Uitzonderingsrapportage voor de volgende vier verplichte onderwerpen

De tekortkomingen en risico’s in de bedrijfsvoering in 2025 inclusief de genomen (verbeter)maatregelen om deze risico's te beheersen zijn hierna beschreven. De elementen van de bedrijfsvoering die op orde zijn, zijn niet opgenomen.

1a. Rechtmatigheid

Voor de bepaling van de fouten en onzekerheden is de Rijksbrede normering toegepast.

Toelichting

Overschrijding tolerantie op artikelniveau

Er heeft zich geen overschrijding van de tolerantiegrenzen voorgedaan op de begrotingsartikelen.

Overschrijding tolerantie op agentschapsniveau

De tolerantiegrens voor de samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen is overschreden. De agentschappen die bijdragen aan de overschrijding van de tolerantiegrens op agentschapsniveau zijn Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB), Justitiële ICT Organisatie (JIO), Justitiële informatiedienst (Justid), Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Justis) en het Nederlands Forensisch Instituut (NFI). De belangrijkste fouten en onzekerheden van de agentschappen worden onderstaand toegelicht.

Tabel 39 Overzicht overschrijdingen rapporteringstoleranties fouten en onzekerheden (bedragen x € 1.000)

Rapporteringstolerantie

Verantwoord bedrag (omvangsbasis)

Rapporterings-tolerantie voor fouten en onzekerheden

Bedrag aan fouten

Bedrag aan onzekerheden

Bedrag aan fouten en onzekerheden

Percentage aan fouten en onzeker- heden t.o.v. verantwoord bedrag = (6)/(2)*100%

(1)

(2)

(3)

(4)

(5)

(6)

(7)

Samenvattende staat baten-lastenagentschappen

4.365.929

87.319

105.767

89.713

195.480

4,5%

Toelichting

DJI

De fouten en onzekerheden bij het agentschap DJI van € 137,1 mln. worden onder andere veroorzaakt door:

  • Het niet kunnen aantonen van de prestatieverklaringen en de juistheid van de tarieven uit de factuurcontrole (€ 38,9 mln.);

  • Onrechtmatige inkopen (€ 52,9 mln.), waarvan een deel is geïmporteerd (€ 32,8 mln.);

  • Onrechtmatigheden bij het vaststellen van subsidies (€ 31,6 mln.),

  • Diverse overige onrechtmatigheden (€ 13,7mln.).

CJIB

Bij het CJIB is er in totaal € 16 mln. aan inkooponrechtmatigheden.

JIO

De fouten en onzekerheden bij het agentschap JIO van € 20,6 mln. worden met name veroorzaakt door onrechtmatige inkopen en het onjuist toepassen van de geldende Aanbestedingsregelgeving.

Justid

De fouten en onzekerheden bij het agentschap Justid van € 4,4 mln. worden veroorzaakt door:

  • Onrechtmatige inkopen en het onjuist toepassen van de geldende Aanbestedingsregelgeving (€ 1,9 mln.) en;

  • Het niet kunnen aantonen van de deugdelijkheid van de prestatieverklaringen en onvoldoende factuurcontrole (€ 2,5 mln.).

Justis

De fouten en onzekerheden voor een bedrag van € 11,0 mln. bij het agentschap Justis worden veroorzaakt door:

  • Inkooponrechtmatigheden (€ 3,5 mln.) en;

  • Het niet kunnen aantonen van de deugdelijkheid van de prestatieverklaringen en onvoldoende factuurcontrole (€ 7,5 mln.).

NFI

De fouten en onzekerheden bij het agentschap NFI voor € 6,4 mln. worden met name veroorzaakt door inkooponrechtmatigheden (€ 5,9 mln.) als gevolg van verlopen (raam-) overeenkomsten en een onrechtmatige overbruggingsovereenkomst en het niet kunnen aantonen van de deugdelijkheid van de prestatieverklaringen en onvoldoende factuurcontrole (€ 0,5 mln.).

1b. Totstandkoming niet-financiële verantwoordingsinformatie

De niet-financiële verantwoordingsinformatie voldoet aan de norm van betrouwbare totstandkoming. Daarnaast geldt dat deze niet strijdig is met de financiële begrotingsinformatie (artikel 3.9 van de Comptabiliteitswet 2016).

1c. Begrotingsbeheer, financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering

In deze paragraaf wordt ingegaan op voortgang bij de door de ADR en AR geconstateerde bevindingen en onvolkomenheden. Daarnaast zijn er andere belangrijke risico’s en ontwikkelingen opgenomen. Ten slotte is er een toelichting over de inkooponrechtmatigheden vanuit overbruggingscontracten.

Afpakketen (openstaand recht)           

De Wet Uitvoeringsketen Strafrechtelijke Beslissingen (wet USB) bepaalt dat ontnemingsmaatregelen binnen 14 dagen bij het CJIB moeten worden aangeleverd zodra deze dubbel onherroepelijk zijn.

Het toetspunt van de AR om de onvolkomenheid als opgelost te kunnen beschouwen, blijft een tijdige overdracht richting 100% binnen de wettelijke norm. De minister van JenV heeft afgelopen jaar aangeven dat een streefnorm van 75% acceptabel is. Het streven is om aan het einde van het jaar aan deze norm te voldoen. In het jaar 2025 bedraagt het percentage van tijdig ingestroomde ontnemingszaken 63%.

In verband met de inbreuk op het OM‐netwerk en het offline gaan van diverse systemen, waaronder GPS/NIAS/PHOENIX is de norm van 75% tijdige instroom niet behaald in 2025. Het streven is om volgend jaar (december 2026) de norm van tijdige instroom van 75% te behalen.

Coördinatie prestaties in de strafrechtketen

Slachtoffers, verdachten en de samenleving zijn gebaat bij een strafrechtketen die strafzaken zorgvuldig, efficiënt en effectief behandelt. De organisaties in de strafrechtketen werken daar hard aan en zetten zich al langere tijd gezamenlijk in voor het verbeteren van de prestaties.

In dat kader is de afgelopen periode intensief en met volle inzet (samen)gewerkt aan het tot stand brengen van een verbeterplan voor de prestaties in de strafrechtketen, mede naar aanleiding van het rapport van de AR en de door de Tweede Kamer uitgevoerde parlementaire verkenning. Dit verbeterplan bestaat uit twee onderdelen. Ten eerste is er de meerjarenagenda strafrechtketen, met maatregelen van individuele ketenpartners en maatregelen op de koppelvlakken tussen die ketenpartners. Ten tweede zijn er verschillende maatregelen genomen die gericht zijn op het versterken van de coördinatie, regievoering en verbetering van het inzicht in de prestaties van de strafrechtketen. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd in de brieven verstuurd op 5 juni en 16 december. Naar aanleiding van de tijdens de begrotingsbehandeling aangenomen motie Mutluer c.s. (Kamerstukken II, 36 800 VI, nr 86) wordt bezien welke verdere verbeteringen nodig en mogelijk zijn. In juni 2026 wordt de volgende voortgangsbrief over de strafrechtketen aan de Tweede Kamer aangeboden, tezamen met de Factsheet Strafrechtketenmonitor.

Ondanks grote uitdagingen zoals de toegenomen complexiteit van strafzaken, een sterke toename van gedigitaliseerde criminaliteit, aanhoudende personeelskrapte en inspanningen in het kader van de voorbereidingen voor de implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, is het de keten gelukt om een eerste positieve trend in te zetten voor de verbetering van de prestaties. De organisaties in de keten zetten die aanpak gezamenlijk met het departement onverminderd voort en stellen zich daarbij het doel om de doorlooptijden te verkorten.

Uitvoeringstoetsen

Nieuwe wet- en regelgeving kan substantiële gevolgen hebben voor uitvoeringsorganisaties, zoals de Politie of het CJIB. Daarom worden zij gevraagd een uitvoeringstoets te maken. In deze toetsen spreken uitvoeringsorganisaties zich uit over de uitvoerbaarheid van nieuwe wet- en regelgeving. De AR constateert dat er uitvoeringstoetsen ontbreken of onvolledig zijn. De AR verwacht dat de minister van JenV in het vervolg uitvoeringsorganisaties tijdig om een uitvoeringstoets vraagt en erop toeziet dat deze volledig zijn.

Het verbeterteam uitvoeringstoetsen is inmiddels samengesteld uit een medewerkers van beleidsdirecties, uitvoeringsorganisaties, Directie Eigenaarsadvisering (DEA), Directie Financieel Economische Zaken (DFEZ) en Directie Wetgeving en Juridische Zaken (DWJZ). Er is een verbeterplan opgesteld waarbij een snel spoor is uitgevoerd. Inmiddels worden verbeteracties ingezet op basis van een grondige analyse van de oorzaken van de afwijkingen en verbetervoorstellen. De adviezen van de AR en de voornemens van de staatssecretaris en minister zullen in deze maatregelen worden meegenomen.

Naast het verbeterplan is er een werkinstructie toegevoegd in die ervoor zorgt dat er bij elk wetsvoorstel een uitvoeringstoets komt. Indien dit niet is gebeurd, zal duidelijk worden gemaakt waarom er is besloten om geen uitvoeringstoets te doen.

Slachtofferrechten: naleving wettelijke informatieplichten door het OM

Het slachtoffer dat informatie wenst te verkrijgen, moet worden geïnformeerd over de zittingsdatum, aard van de tenlastelegging en vrijlating van de verdachte. Daarnaast heeft het slachtoffer recht op een afschrift van de OM‐strafbeschikking.

Er is geen wettelijke termijn waarbinnen de officier van justitie op een verzoek om inzage behoort te reageren. Het OM hanteert zes weken als een redelijke reactietermijn. Dat laat onverlet dat gestreefd wordt naar een reactie binnen zes weken.

De naleving van de wettelijke informatieplichten door het OM ten aanzien van de slachtofferrechten dient te worden verbeterd. Het gaat om de volgende geconstateerde tekortkomingen:

  • Niet altijd wordt de (juiste) zittingsdatum aan een slachtoffer gemeld;

  • Het slachtoffer wordt niet geïnformeerd over de aard van de tenlastelegging;

  • Er valt soms niet te achterhalen of een slachtoffer mondeling en schriftelijk is geïnformeerd over vrijlating van de verdachte uit voorlopige hechtenis;

  • Het slachtoffer heeft wettelijk recht op een afschrift van de OM-strafbeschikking. Niet altijd wordt een afschrift verstrekt;

  • Uit GPS valt niet altijd duidelijk op te maken of en hoe het OM heeft gereageerd op een verzoek om inzage in processtukken.

Inmiddels worden de brieven automatisch gegenereerd na het uitsturen van de dagvaarding. Bij de slachtofferbrief wordt de tenlastelegging en een afschrift van de OM-strafbeschikking automatisch als bijlage gegenereerd. Een aanvulling op de werkinstructie is in de maak en het streven is deze in kwartaal 1 2026 gereed te hebben. De proceskring ziet erop toe dat het proces goed verloopt, door knelpunten in het proces aan te kaarten en te bespreken.

In december 2025 heeft de Audit Groep van het OM een audit uitgevoerd op dezelfde verbeterpunten als de Algemene Rekenkamer en hieruit blijken verbeteringen gerealiseerd te zijn. Een aantal andere verbeterpunten kan worden gerealiseerd door het aanpassen van de werkinstructie. Dit ligt in lijn met het OM-verbeterplan.

Onduidelijkheid over herstel foutieve tenaamstellingen van veroordeelden

De AR constateerde in 2025 dat het voor de Matching Autoriteit (MA) van Justid onduidelijk is hoe zij bij de registratie om moet gaan met onherroepelijke vonnissen waarbij er aanwijzingen zijn dat de tenaamstelling onjuist is. Dit speelt al jarenlang, de eerste signalen dateren uit 2005. Justid vroeg sinds 2012 het ministerie van Justitie en Veiligheid om een toetsings- en handelingskader dat duidelijkheid geeft over wat Justid in die gevallen moet doen. Een eerste versie van een toepassings- en handelingskader is eind 2025 opgesteld en met de MA beproefd. Het wordt in maart 2026 formeel vastgesteld. 

De MA van Justid is gestart met de toetsing en afhandeling van de in het verleden geconstateerde en nieuw zaken. Zaken waarin wordt onderkend dat onschuldige burgers mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben ondervonden of waarschijnlijke daders ongestraft zijn gebleven krijgen prioriteit. Daarbij worden met ketenpartners afspraken gemaakt hoe zaken worden overgedragen en door de strafrechtketen worden opgepakt.

In de meeste zaken waarin sprake is van een mogelijke onjuiste tenaamstelling zijn aanpassingen in de registratie en (definitieve) correctie van nadelige gevolgen pas mogelijk na een corrigerende rechterlijke uitspraak. In maart wordt een startnotitie opgesteld en een wetswijzigingstraject gestart om hiertoe een aanvullende eenvoudige en laagdrempelige rechterlijke procedure te realiseren. Justid levert in maart 2026 een haalbaarheidsonderzoek op dat duidelijk moet maken of en hoe zaken waarin deze problematiek speelde kunnen worden achterhaald. Ook wordt gekeken hoe moet worden omgegaan met het automatisch verwerken van persoonsgegevens om te voorkomen dat hier onherroepelijke vonnissen worden gekoppeld aan andere identiteitsgegevens.

Parallel wordt in maart 2026 een extern onderzoek afgerond dat verbetermaatregelen moet opleveren voor de identiteitsvaststelling in de strafrechtketen, waardoor in de toekomst de kans op foutieve tenaamstellingen in vonnissen wordt verkleind.

Mogelijk onrechtmatig handelen bij foutieve tenaamstellingen van veroordeelden

In 2025 is gestart met de uitvoering van het plan van aanpak van het project Tenaamstelling vonnissen naar aanleiding van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer. Vanuit dit plan draagt Justid actief bij aan het opstellen van het Toetsing- en Handelingskader. Naar aanleiding van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer heeft de Auditdienst Rijk in de afgelopen maanden van 2025 nader onderzoek gedaan naar de vraag: Waarom is de geconstateerde problematiek aangaande de tenaamstelling van onherroepelijke vonnissen onvoldoende opgepakt? Het rapport is 19 december 2025 openbaar gemaakt en naar de Tweede Kamer gezonden.

In het rapport staan brede aanbevelingen die verder gaan dan de Matching Autoriteit (MA). Het plan van aanpak kent een doorlooptijd tot en met september 2026. De Directoraat Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving (DGRR) werkt samen met Justid om te komen tot het Toetsing- en Handelingskader.

IT-beheer DJI

Bij de DJI heeft zowel de ADR als de AR in 2024  tekortkomingen in het applicatiebeheer van twee belangrijke ICT-systemen geconstateerd. Deze bevindingen zagen toe op het wijzigingsbeheer, wachtwoordbeheer, beveiliging van componenten, data-fixes en gebruikersbeheer.

DJI heeft in 2025, in samenwerking met JIO, diverse verbeterslagen doorgevoerd om de over 2024 gedane bevindingen op te lossen. Dit heeft voor 2025 geresulteerd in een positieve ontwikkeling, zo blijkt onder meer uit de controle van de ADR.

Ondanks betreffende bevindingen van de ADR zijn er voor 2026 nog een aantal bevindingen op te lossen. Deze hebben de benodigde aandacht.

De ADR heeft in 2025, op basis van het geactualiseerde kader Basis IT Control (BIC), ook onderzoek gedaan naar het applicatiebeheer van het Jeugdvolgsysteem (JVS). Vanuit de controle van de ADR blijkt dat voor JVS het authenticatiebeheer nog niet helemaal op orde is. De opzet is niet volledig beschreven, interne controle is niet zichtbaar uitgevoerd en de wachtwoordlengte voldoet nog niet aan de interne procedure. Voor autorisatiebeheer moeten de rollen in de autorisatiematrix nog verder worden verduidelijkt, met name voor de externe medewerkers. Er resteren nog enkele aandachtspunten op het gebied van beveiliging van componenten en wijzigingsbeheer, de DJI zal in 2026 continueren om deze aandachtpunten te verbeteren.

Prestatieverklaringen JIO

De AR heeft de JIO een onvolkomenheid op (het ontbreken van) prestatieverklaringen toegekend, mede naar aanleiding van de bevinding van de ADR over de prestatieonderbouwing van de agentschappen zonder controleverklaring. JIO heeft meerder acties ondernomen om de kwaliteit van de prestatieverklaringen te verbeteren. Zo is er een verbeterplan opgesteld voor de prestatieverklaringen, er worden trainingen gegeven over kwalitatief prestatieverklaren en er wordt strikt gemonitord.

Accreditaties IT-systemen en opvolging verbeterpunten beveiligingstesten

De digitale dreiging tegen Nederland is groot en divers. Er wordt gebruik gemaakt van de nieuwste technieken om cyberaanvallen op te zetten en uit te voeren. Deze technieken worden steeds aangepast. Beveiligingsmaatregelen die vandaag voldoende zijn, bieden morgen mogelijk geen bescherming meer. Een goede informatiebeveiliging is daarom van groot belang. De AR constateert dat er meer actie nodig is bij de uitvoering van informatiebeveiligingsmaatregelen en heeft in totaal drie bevindingen bij het onderwerp informatiebeveiliging (IB).

Er is een actieplan opgesteld door DI&I om opvolging te geven aan de bevindingen over Accreditatie en Red teaming. meer informatie over dit actieplan is te vinden bij het onderwerp ‘Informatiebeveiliging’.

In het bij te stellen accreditatiebeleid zullen de afwijkingen van het interdepartementale accreditatiebeleid worden aangegeven en onderbouwd ten behoeve van vervolg acties.

JenV onderneemt actie om de capaciteitsproblemen te verhelpen. Dit wordt gedaan door de BVA structureel uit te breiden met aanvullende kennis en ervaring om de capaciteit op de accreditatietaak te versterken.

Factuurverwerking DJI

DJI heeft in 2025 de handreiking Prestatieverklaren geactualiseerd en uitgebracht binnen de eigen organisatie. Ook is voor meerdere stromen een handelingsperspectief meegegeven.

Vanuit het Financieel Dashboard van DJI blijkt dat het uploaden van prestatiedocumenten in 2025, op basis van het aantal, licht verbeterd is. In november 2025 werd bij 54% van de financiële facturen een bestand met de titel ‘prestatiedocument’ geüpload en bij 71% van de ontvangstboekingen. Het aantal in de financiële administratie vastgelegde prestatieverklaringen ligt weliswaar iets hoger dan in 2024, maar is nog niet op het gewenste niveau.

Daarnaast is de kwaliteit van de prestatieverklaring soms nog steeds onvoldoende. DFEZ zal in samenspraak met DJI bekijken op welke wijze verbeteringen kunnen worden doorgevoerd, bijvoorbeeld door de inzet van het dashboard PV of de controle bij de A en B ondertekenaars van het Financieel Dienstencentrum (FDC).

Vanuit onder meer de steekproefcontrole van de ADR blijkt echter dat de geleverde prestatie niet altijd zichtbaar volgt vanuit het in Leonardo geüploade prestatiedocument.

DJI zal in 2026, op basis van het Financieel Dashboard, de prestatieverklaarders in de eerste lijn bewustmaken van hun verantwoordelijkheid ten aanzien van de prestatieverklaring op het gebied van vastlegging en onderbouwing van voldoende kwaliteit. Waar nodig zullen aanvullende verbeteracties ingezet worden.

Inkoopbeheer DJI

Bij DJI is de omvang van onrechtmatige inkopen nog steeds een belangrijk aandachtspunt. Het IUC heeft in 2025 een verbeterplan opgesteld en maatregelen getroffen om de interne beheersing verder te verbeteren en het kennisniveau van medewerkers te verhogen. Dit heeft voor 2025 geresulteerd in een positieve ontwikkeling, dit blijkt tevens uit de controle van de ADR.

Ondanks deze ontwikkeling zijn er voor 2026 nog een aantal aspecten te verbeteren. Mede hiervoor heeft het IUC een nieuw inkoopsysteem in gebruik genomen. De inrichting van de contractenmodule zal het IUC naar verwachting helpen in de ondersteuning van het inkoopproces en de analyse op de naleving van de aanbestedingsregels. Tenslotte dient het tegenlezen door een tweede medewerker, conform de interne procedure, nog verder geoptimaliseerd te worden evenals de volledigheid van de inkoopdossiers. Hier zal vanuit het IUC in 2026 de nodige aandacht op worden gevestigd.

De omvang van de rechtmatigheidsbevindingen in 2025 van DJI als gevolg van het niet naleven van de aanbestedingsregels is € 52,9 mln. op basis van de aangegane verplichtingen (2024: € 70,5 mln.). Hiervan betreft € 32,8 mln. geïmporteerde door Rijksbrede onrechtmatig verlengde overeenkomsten. Vanuit JenV is met name aandacht noodzakelijk voor de EASP mantel.

Prestatieonderbouwingen agentschappen zonder controleverklaring 

De agentschappen zonder controleverklaring (Justid/Justis/NFI/JIO) hebben net als voorgaande jaar zich wederom ingespannen om de prestatieverklaringen te verbeteren in 2025 door bijvoorbeeld:

  • Gebruik te maken van het Prestatieverklaringen dashboard dat DFEZ heeft ontwikkeld en beschikbaar heeft gesteld aan alle onderdelen van JenV;

  • Trainingen te geven aan medewerkers;

  • Actief te monitoren en de onderliggende documenten op te vragen bij de prestatieverklaarders om deze met terugwerkende kracht toe te voegen in het systeem Leonardo.

In het jaar 2026 zullen de verbetermaatregelen worden voortgezet. Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) is tevens een agentschap zonder controleverklaring, zij heeft de prestatieonderbouwing op orde.

Informatiebeveiliging

Deze bevinding van de ADR betreft het opvolgen van red team beveiligingsonderzoeken, het accrediteren van informatiesystemen en het tijdig en volledig delen van informatie door de organisaties onder andere over de invoering van de Cyberbeveiligingswet.

De AR constateert dat er meer actie nodig is bij de uitvoering van informatiebeveiligingsmaatregelen en heeft in totaal drie bevindingen bij het onderwerp informatiebeveiliging (IB). Daarnaast constateert de ADR dat niet alle ministeries, waaronder JenV, voldoende aandacht hebben voor de naleving van het interdepartementale accreditatiebeleid, waarbij het tijdig accrediteren van hoog risico-systemen met een meerjarige planning nog niet is voorzien.

In 2025 zijn hiertoe meerdere acties in gang gezet, dan wel maatregelen getroffen, zoals  bijstelling van het beleid voor incidentmanagement, de invoering van de Cyberbeveiligingswet verder voorbereid en de invoering van concrete maatregelen voortgezet. Het gaat om maatregelen zoals het bevorderen van bewustzijn van personeel over hoe om te gaan met informatie, beheer van toegangsrechten, uitvoering van red teaming onderzoeken en gebruik van een Governance, Risk en Compliance tool (GRC-tool). De invoering van deze maatregelen door de organisaties van JenV vordert, maar de effecten daarvan moeten nog blijken.

Daarnaast is er een actieplan opgesteld waarin een samenwerking van de afdeling I-Control en Security (ICS) en het bureau Beveiligingsautoriteit (BVA) wordt opgezet. De opvolging van de bevindingen over IB in de driehoeks-gesprekken en Voortgang NIS2-implementatie maakt deel uit van het reguliere proces. De opvolging van de bevindingen over het Programma IB 2.0 zijn opgenomen in de veranderaanpak voor het programma en worden geconcretiseerd in het op te stellen Transitieplan.

Inkoop

Verschillende rijksbrede categorieën hebben te maken met juridische procedures waardoor gunning van aanbesteding niet kan plaatsvinden. Om de bedrijfsvoering te continueren worden er overbruggingsovereenkomsten gesloten met de gecontracteerde leveranciers. Deze overbruggingen zijn noodzakelijk maar in de verantwoording onrechtmatig. Verschillende categorieën hebben in 2025 een overbrugging moeten aangaan voor verschillende leveringen en diensten. Het betreft de categorieën ICT-Werkomgeving Rijk (IWR, ministerie Economische Zaken), IMOA (ministerie IenW), standaard software Europese Softwareaanbesteding (EAS, ministerie JenV/AenM), communicatie (ministerie Algemene Zaken), ICT professionals (ministerie EZ) en laboratorium (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

Overbrugging categorie Software Rijk

Op 31 juli 2025 is de raamovereenkomst (EASP-2020) verlopen. Tijdens de voorbereiding van een nieuwe aanbestedingen voor software (EAS-2025) is tot tweemaal toe (medio 2024 en medio 2025) een kort geding aangespannen. Op last van de rechter zijn beide aanbestedingen ingetrokken. JenV onderzoekt op dit moment op welke wijze de aanbestedingsstrategie kan worden herzien.

De continuïteit voor inkoop van standaard software is tussentijds geborgd door verlenging van de contracten met de huidige softwareleveranciers. Daarnaast wordt, in samenwerking met o.a. Miniserie van Defensie een pilot met het Dynamisch Aankoopsysteem Systeem (DAS) uitgevoerd, om te onderzoeken of het DAS als alternatief voor de aanbestedingen standaard software kan worden ingezet.

Overbrugging IMOA

Het ministerie van IenW heeft een aantal rijks-aanbestedingen onder haar verantwoordelijkheid waarvoor overbruggingsovereenkomsten zijn afgesloten. Begin 2020 zijn overbruggingen afgesloten voor IMOA.  Het betreft financiële adviesdiensten en  strategisch- en tactische interim-management. Tevens is in juli 2025 een overbruggingsovereenkomst aangegaan voor juridische capaciteit bestuursrecht.

In februari 2025 is het kort geding gewonnen door het ministerie van IenW waarna de financiële adviesdiensten (onderdeel IMOA) definitief gegund zijn. Het nieuwe contract voor de betreffende diensten is ingegaan op 1 maart 2025.

Overbrugging IWR

Het ministerie van EZ heeft voor de Rijksaanbesteding IWR in 2025 een overbrugging afgesloten voor werkplek omgeving, laptops, beeldschermen en (netwerk)printers. JenV maakt gebruik van deze rijks-aanbestedingen en is gedurende de overbrugging verplicht in te kopen onder de IWR-contracten. JenV verantwoordt deze inkopen als geïmporteerde onrechtmatigheid.

Openbaar Ministerie IT contracten

Het OM heeft een aantal IT-contracten in 2025 onrechtmatig moeten verlengen. De onrechtmatige verlenging van 2025 is onderdeel van de jaarverantwoording 2025.

1d. Misbruik en Oneigenlijk gebruik

Er hebben zich bij het ministerie van JenV in 2025 geen bijzonderheden voorgedaan op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik.

1e. Overige aspecten van de bedrijfsvoering

In dit onderdeel van de bedrijfsvoeringsparagraaf wordt ingegaan op de overige belangrijke tekortkomingen, risico’s en ontwikkelingen in de bedrijfsvoering die geen betrekking hebben op het financieel beheer en de materiële bedrijfsvoering.

Bureau Beveiligingsautoriteit (BVA)

In 2025 heeft het Bureau BVA gewerkt aan de verdere professionalisering van hun functie door processen te optimaliseren en uniformeren. Daarnaast is er gewerkt aan de uitbreiding en herinrichting van het Bureau. Het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC) is verder ingericht en heeft vanwege geopolitieke ontwikkelingen voor JenV de coördinerende rol om de weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen te versterken. Dit doet zij via het departementale programma weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen. Verder is er een nieuwe invulling gegeven aan de functie van Functionaris Gegevensbescherming (FG) voor zowel JenV en AenM als Passagiersinformatie Nederland (Pi-NL). De FG heeft onder andere een toetsingskader Data Protection Impact Assessment (DPIA) opgesteld, een flexibele schil ingericht ten behoeve van de continuïteit, en organisatiebreed een uitvraag gedaan om inzicht te verkrijgen in AVG-naleving. Ook is de kaderstellende en toezichthoudende rol in integrale beveiliging versterkt door toezichtkaders en accreditatiebeleid in concept te actualiseren, evenals de accreditatie van gerubriceerde netwerken. Tevens lag de focus op de implementatie van de nieuwe Wet Veiligheidsonderzoeken (Wvo), de invoering van de Algemene Beveiligingseisen voor Rijksoverheidsopdrachten (ABRO) en het actualiseren van de Security Risk Assessment (SRA).

Duurzaamheid

Als Ministerie van JenV werken wij dagelijks aan een veiligere en rechtvaardige samenleving. Er zijn verschillende thema's die impact op de stabiliteit van onze samenleving hebben en ons werk dagelijks beïnvloeden. Eén van deze thema's betreft klimaatverandering. De opwarming van de aarde behoort inmiddels wereldwijd tot de top drie van veiligheidsrisico’s. De impact van klimaatverandering op onze samenleving zal de komende decennia nog verder toenemen. Daarom is het van belang dat we als JenV ons werk duurzaam doen. Van het reduceren van de CO2-uitstoot en het verminderen van grondstoffengebruik tot het beschermen van mensenrechten en het voorkomen van klimaatmigratie.

Naast het hoofddoel van 55% CO₂-reductie in 2030, werken we als Rijksoverheidsorganisatie aan de volgende thematische subdoelen:

  • In 2030: 100% hernieuwbaar elektriciteitsverbruik in (rijks)gebouwen

  • In 2030: ‒ 30% gasverbruik van kantoren (t.o.v. 2019)

  • Vanaf 2019: Gemiddeld 2% energiebesparing per jaar voor alle gebouwen

  • In 2030: gemiddeld 50% CO2-reductie op zakelijke mobiliteit (t.o.v. 2019).

  • In 2028: 100% zero-emissie wagenpark (< 3.500 kg)

  • In 2030: 50% minder primair grondstoffengebruik; in 2050 volledig circulair

  • Vanaf 2023: Maximaal 35% restafval en 30% minder afval

  • In 2030: catering bestaande uit minimaal 60% plantaardige eiwitten

Duurzaam Inkopen (MVOI)

Een ander belangrijk middel om de verduurzaming van JenV te bevorderen, is de deelname aan het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen (MVOI). JenV heeft een actieplan opgesteld waarin wordt beschreven hoe de inkoopkracht kan worden ingezet om doelen op het gebied van klimaat, milieu, circulariteit, social return (SROI), Internationale Sociale Voorwaarden (ISV) en diversiteit & inclusie te halen. Dit actieplan is ook van toepassing op AenM. De afgelopen jaren is gestart met de implementatie van het MVOI-beleid binnen JenV en AenM. Hiervoor heeft JenV in 2024 MVOI-coördinatoren aangesteld. Zij ondersteunen en adviseren inkopers en categoriemanagers over de mogelijkheden om samen met leveranciers de MVOI-doelen te realiseren. In het jaarverslag 2025 is een eerste stap gezet om de voortgang van MVOI inzichtelijk te maken. Dit jaarverslag bouwt hierop voort.

Toename MVOI in Aanbestedingen

De toepassing van MVOI-thema’s binnen gegunde aanbestedingen is in 2025 toegenomen ten opzichte van 2024. Dit geldt voor alle zes de MVOI-thema’s. De grootste stijging is te zien bij het thema klimaat (35%), gevolgd door milieu (15%), social return (13%) en circulariteit (7%). De thema’s internationale sociale voorwaarden (ISV) en diversiteit & inclusie kennen een marginale toename van 1%. Diagram 1 geeft een schematisch overzicht van de toepassing van MVOI-thema’s bij Europese aanbestedingen tussen 2022 en 2025 voor JenV en AenM

Figuur 2

Het staafdiagram grafiek geeft in zes categorien het percentage van de categorie waarop MVOI is toegepast. De categorien zijn: Milieu, klimaat, circulair, ISV, diversiteit en social return

Grafiek 1: percentage MVOI-thema’s toegepast bij Europese aanbestedingen in 2022 2025

Inkoop Uitzendkrachten

CO2-uitstoot woon-werkverkeer uitzendkrachten

De categorie Uitzendkrachten en Arbeidsparticipanten verzorgt raamovereenkomsten op basis waarvan het Rijk uitzendkrachten en arbeidsparticipanten kan inhuren. In 2025 heeft de categorie onderzoek gedaan naar de CO2-uitstoot. Dit onderzoek heeft inzicht gegeven in de uitstoot over de periode 2020-2024. De CO2-uitstoot van uitzendkrachten wordt veroorzaakt door reiskilometers. Van alle afgelegde kilometers wordt 40% met de auto afgelegd, wat verantwoordelijk is voor 90% van de totale uitstoot. Voor het jaar 2024 is er meer specifieke data beschikbaar gesteld door een aantal uitzendbureaus voor het in kaart brengen van de reisbewegingen. Hierdoor valt de uitstoot voor dit jaar iets hoger uit dan de jaren daarvoor. Er is een dalende trend gezien in het aantal gewerkte uren door uitzendkrachten wat uiteindelijk resulteert in een daling van de CO2-uitstoot.  Met name bij de ministeries EZK en JenV is het aantal door uitzendkrachten gewerkte uren afgenomen.

Figuur 3

Deze lijngrafiek geeft de CO2uitstoot weer van uitzendkrachten gedurende de periode 2020 tot en met 2024, per vervoerstype: auto, OV, fiets en totaal

Grafiek:  CO2-uitstoot Uitzendkrachten 2020 / 2024 per vervoerstype

Inkoop Tolk en Vertaaldiensten

SROI 

De categorie Tolk- en Vertaaldiensten stuurt in aanbestedingen actief op SROI, Diversiteit en Inclusie en CO2-reductie. In 2025 zijn er 53 raamovereenkomsten actief, verdeeld over negen opdrachtnemers. Bij vijf van de negen opdrachtnemers is een SROI-verplichting opgenomen in de contracten. De categorie hanteert de Bouwblokkenmethode om de resultaten die opdrachtnemers bereiken op het gebied van SROI inzichtelijk en vergelijkbaar te maken. Binnen deze methode telt elke inspanning van een opdrachtnemer om mensen uit de doelgroepen te ondersteunen op weg naar de arbeidsmarkt als SROI-activiteit. Dit kan variëren van betaald werk, (meeloop)stages en werkervaringsplekken tot het bieden van opleidingsmogelijkheden of andere vormen van begeleiding. In 2025 hebben zes mensen via SROI een vast dienstverband gekregen bij opdrachtnemers.

Diversiteit & Inclusie

In 2025 zijn 4 opdrachtnemers aan de slag gegaan met het Plan van Aanpak Charter Diversiteit.

CO2-uitstoot

In 2025 zijn alle raamovereenkomsten voor tolkdiensten voor de tweede keer op uniforme wijze en over een volledig jaar gemeten. Daarbij zijn ook het aantal reiskilometers en de daaraan gekoppelde (berekening van) CO2-uitstoot van tolkdiensten op locatie op een gestandaardiseerde manier in kaart gebracht. De totale CO2-uitstoot in 2025 is uitgekomen op 3.639 ton CO2 en betreft uitsluitend tolkdiensten die op locatie zijn uitgevoerd. De categorie blijft zich in 2026 richten op het terugdringen van de reiskilometers en de CO2-uitstoot van de vele diensten die op locatie worden uitgevoerd.

Inkoop Standaard Software

De categorie Standaard Software zal dit jaar voor de inkoop van software een nieuwe aanbesteding voor EAP-2025 (nl. de EAP-2026) publiceren. In deze aanbesteding wordt MVOI geïntegreerd.

Onderzocht wordt nog op welke wijze dat zal gebeuren. Naar verwachting zal de scope voor MVOI niet veel afwijken als de MVOI-scope die voor EAP-2024 en EAP-2025 was opgenomen. EAP-2026 zal criteria op het gebied van ISV, klimaat, circulariteit en SROI bevatten. Daarnaast worden leveranciers gevraagd om inzicht te geven in energie-efficiëntie en CO2-uitstoot van hun softwareproducten.

Om de naleving en monitoring van deze eisen te waarborgen, melden leveranciers zich aan bij EcoVadis. Dit platform beoordeelt de duurzaamheidsambities van bedrijven op het gebied van mens en milieu en draagt bij aan meer bewustwording binnen de sector.

Inkoop Beveiliging & BHV

Binnen de categorie Beveiliging en BHV wordt actief invulling gegeven aan SROI. Bij aanbestedingen wordt SROI standaard als wens uitgevraagd en bij nieuwe overeenkomsten als eis opgenomen. Daarnaast wordt actief gestuurd op de naleving van de afspraken met leveranciers.

Inkoop Gerechtsdeurwaardes

De categorie Gerechtsdeurwaarders organiseert in de eerste helft van 2026 een marktconsultatie om haar duurzaamheidsambities, die zijn afgeleid van hetgeen het ministerie van JenV als thema’s heeft aangegeven, samen te verkennen met de markt. De uitkomsten van de consultatie vormen de basis voor concrete stappen in de implementatie van MVOI in de toekomstige afspraken met de gerechtsdeurwaarders.

Huisvesting

Huisvesting is binnen JenV onlosmakelijk verbonden met het primair proces. Organisaties hebben te maken met veranderende behoeftestellingen door groei, nieuwe opdrachten of wet- en regelgeving. De uitvoerbaarheid hiervan staat echter onder druk door stikstof, netcongestie, stijgende kosten en capaciteitsproblemen bij leveranciers. Druk op de uitvoerbaarheid van huisvesting en stijgende kosten leiden tot een potentieel risico op de uitvoerbaarheid in de opdracht van de organisatie. Om risico’s te mitigeren is het belangrijk dat bij nieuwe beleidsontwikkelingen of bij nieuwe wet- en regelgeving de impact op huisvesting en/of kosten in een vroeg stadium worden meegenomen – zowel binnen als buiten het departement. Voorts wordt het voorspellend vermogen op huisvesting vergroot door het opstellen van langjarige visies en meerjarenplannen.                                                 

Informatiebeveiliging en informatievoorziening

Informatievoorziening (IV)

Bij de IV spelen vier kernpunten een cruciale rol. De uitvoerbaarheid van beleid bepaalt of de ingezette informatievoorziening praktisch toepasbaar is voor uitvoerende organisaties. Ten tweede is het absorptievermogen van organisaties van belang: de mate waarin nieuwe informatie, inzichten en technologieën kunnen worden opgenomen en benut. Ten derde vormt beperkte capaciteit, als gevolg van arbeidsmarktkrapte en tekorten aan specialistische kennis een beperkende factor voor (door)ontwikkeling. Tot slot is een stabiele en voldoende financiering essentieel om investeringen, onderhoud en innovatie op lange termijn te waarborgen.

Volwassenheid IV landschap

Jaarlijks wordt geïnventariseerd hoe de kritieke systemen in het kader van applicatie lifecyclemanagement (LCM) ervoor staan. Er is een nulmeting uitgevoerd op basis van het Rijksbrede LCM-convenant. in 2025 scoorde JenV en AenM gemiddeld een 2.8. De meting geeft inzicht in het volwassenheidsniveau van het JenV en AenM IV-landschap op een schaal van 1 (Initieel) tot 5 (Optimaal). De meting laat zien dat het volwassenheidsniveau van het JenV en AenM IV-landschap tussen «herhaalbaar» en «gedefinieerd» ligt.

Gegevens en algoritmes

Naast het reeds in 2024 vastgestelde gegevensdelingsbeleid, is in 2025 het gegevenskwaliteitsbeleid en het gegevenstyperingsbeleid in nauwe samenwerking met de organisaties in het JenV en AenM domein tot stand gekomen, gevalideerd, vastgesteld, gepubliceerd en voorzien van de nodige handreikingen en metamodellen. Het beleid t.a.v. gegevensdeling en gegevenskwaliteit is door CIO-Rijk opgepakt om Rijksbreed vast te stellen. Het CDO-Office heeft bovendien 12 wetten geanalyseerd en voorzien van impact op de vier beleidsterreinen van gegevensbeleid, deze zijn ook gepubliceerd.

De gegevensboekhouding is een directe afgeleide van het vastgestelde gegevensbeleid en een cruciale voorziening om de gegevenshuishouding naar een hoger plan te trekken en een randvoorwaarde om datagedreven te kunnen samenwerken. Dit heeft in 2025 een grote vlucht genomen, mede door de finaleplek in de overheidsinnovatie awards.

Het Traineeship Gegevensmanagement zorgt voor het benodigde vakmanschap. In 2025 is er een tweede lichting opgestart. Het merendeel van de trainees zijn afgenomen door organisaties in het JenV en AenM domein, dit keer aangevuld door beleidsdirecties en een enkele organisatie buiten het JenV en AenM domein (o.a FIOD, Douane). Deze trainees zijn randvoorwaardelijk voor de implementatie van het voorgenoemde gegevensbeleid. Ook is er een handreiking organisatie-inrichting gegevensmanagement ontwikkeld en gepubliceerd, het proces om e.e.a. op te nemen in het functiegebouw rijk is in 2025 ook opgestart.

Het algoritmeregister voor JenV en AenM is – conform afspraak met de Tweede Kamer – up to date. JenV en AenM hebben als eerste ministerie alle hoog risico AI-systemen en impactvolle algoritmen gepubliceerd in het algoritmeregister. Daarnaast hebben JenV-organisaties op eigen initiatief overige algoritmen gepubliceerd. Dit project – onder leiding van de directie AI en in samenwerking met de CDO Office en Raad – is daarmee tot een succesvol eind gekomen en overgedragen aan de lijn, de JenV CDO office.

Tenslotte heeft de JenV CDO office in 2025 het voortouw genomen op Wendbare Wetsuitvoering door samenwerkingsarrangementen te organiseren op het gebied van de leer-community, de doen-community en de bestuurlijke randvoorwaarden in te vullen.

Incidenten/Datalekken

Rijksbrede voorziening samenwerkingsruimte (SWF)

In juli 2025 is, in verband met onderzoek naar een kwetsbaarheid, de toegang tot de Rijksbrede voorziening samenwerkingsruimte (SWF) enkele dagen geblokkeerd geweest. Het onderzoek heeft geen inbreuk aangetoond in de SWF. Vervolgens heeft BZK/CIO Rijk de departementen een overzicht van SWF-eigenaren verstrekt, teneinde te kunnen bepalen of een SWF wordt gebruikt voor een primair proces met burgers of andere natuurlijke personen en om de waarschijnlijkheid en de ernst van eventuele schade voor betrokkene te bepalen, als gevolg van de tijdelijke niet beschikbaarheid van de persoonsgegevens. Hoewel een SWF is bedoeld voor ondersteuning van met name  beleidsaangelegenheden, en niet voor afhandeling van individuele casuïstiek, is vanwege het grote aantal SWF’s uit zorgvuldigheid een voorlopige melding bij de AP gedaan. Tegelijkertijd is onderzoek gestart naar het gebruik van de SWF. Na een week bleek op basis van de reeds ontvangen reacties dat er geen signalen waren dat SWF’s worden gebruikt voor het primaire proces. Om die reden is de voorlopige melding ingetrokken.

Metadata

In april 2025 heeft het ministerie van BZK een melding gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens van een datalek bij alle departementen. Het betrof het lekken van persoonsgegevens in metadata bij het extern delen of openbaar publiceren van digitale documenten. Het DCC JenV en AenM verzorgde de coördinatie van het onderzoek naar de impact van het datalek, welk onderzoek gericht was op de JenV-onderdelen, uitvoeringsorganisaties, ketenpartners en andere organisaties binnen het veiligheidsdomein. De afhandeling van het datalek met metadata heeft geresulteerd in maatregelen gericht op voorkomen dat metadata  van medewerkers zich verder verspreidde door middel van gepubliceerde en nog te publiceren informatiedragers. Dit heeft onder meer geresulteerd in tijdelijk verwijderen en schonen van informatie op openbare websites (zoals open overheid, rijksoverheid en overheid.nl) en van  de websites van de Eerste en de Tweede Kamer. Organisatieonderdelen zijn verplicht mitigerende maatregelen te nemen t.a.v. gepubliceerde informatiedragers met metadata én hun informatiedragers voortaan te publiceren conform de een vastgestelde nieuwe werkwijze. 

Datalekken en de evaluatie ervan, onderstrepen het belang van verantwoorde omgang met persoonsgegevens, bieden handelingsperspectief voor het beperken van risico’s voor betrokkenen en inzicht in optimale sturing en communicatie bij soortgelijke incidenten.

Beveiligingsincident Leonardo

Begin oktober was er een informatiebeveiligingsincident op het Oracle e-Business Suite (Oracle EBS) domein. Een actor heeft gebruik gemaakt van een zero day exploit binnen een specifiek element van Oracle EBS. Er zijn direct maatregelen getroffen om de kwetsbaarheid op te lossen en er is onderzoek uitgevoerd in samenspraak met Oracle. Ook is forensisch onderzoek uitgevoerd waaruit is gebleken dat er geen indicatie is van misbruik of verdere exploitatie van de kwetsbaarheid. De getroffen maatregelen zijn door de CISO JenV beoordeeld en akkoord bevonden.

Openbaar Ministerie ICT inbreuk

De tweede helft van het jaar bij de OM-organisatie kenmerkte zich door verstoring en onrust. Het OM heeft medio juli uit voorzorg de interne systemen losgekoppeld van het internet. Het OM is daarmee offline gegaan. Begin augustus werd bekend gemaakt dat het OM weer stapsgewijs online ging.

De ICT-inbreuk heeft veel impact gehad op de activiteiten, prestaties en medewerkers van het OM. De verwerkingsachterstanden die hierdoor zijn ontstaan zijn, met uitzondering van de verkeerszaken, in het derde tertaal grotendeels ingelopen. Hierdoor is de impact op de productie beperkt. De ICT-inbreuk heeft wel een negatief effect op de doorlooptijden.

De ICT-inbreuk heeft ook onrust binnen de OM- organisatie veroorzaakt. Dit leidde onder andere tot een actiecomité. Het College heeft in het derde tertaal veel geïnvesteerd in het communiceren en toelichten van bestuurlijke keuzes naar de medewerkers, medezeggenschap, NVVR en het departement, waarbij een realistisch perspectief is gedeeld over de te nemen maatregelen en het (financieel) effect van verbetermaatregelen op korte en lange termijn. 

De ICT-inbreuk bevestigt de urgentie voor investeringen in IV en digitale weerbaarheid. In het derde tertaal is de IV-meerjarenstrategie geactualiseerd en uitgewerkt, resulterend in een I-visie, I-strategie en I-plan. Deze plannen en de daarop gebaseerde meerjarenbegroting zijn in bestuurlijke deep-dives besproken met JenV.

Beveiligingsincidenten DJI

DJI is getroffen door een hack bij ICT-leverancier Ivanti. Er zijn e-mailadressen, telefoonnummers en (beveiligings)certificaten gelekt van gebruikers van zakelijke mobiele telefoons, tablets en laptops. Eerder bleek dat de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad voor de rechtspraak ook te maken hadden met een datalek door de hack bij Ivanti. Op dit moment loopt het onderzoek naar de oorzaak en impact van dit cyberincident. Daarbij wordt zorgvuldig gekeken naar welke gegevens mogelijk zijn geraakt. De medewerkers van DJI zijn geïnformeerd over hoe zij alert kunnen blijven en waar zij eventuele signalen of bijzonderheden kunnen melden. Het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) houdt de situatie rond dit cyberincident nauwlettend in de gaten.

Daarnaast zijn er in totaal negen datalekken bij DJI gemeld aan de AP in 2025. Dit betrof eenmalige datalekken zoals onder andere het versturen van een brief naar de verkeerde persoon, verkeerd geconfigureerde Outlook-rechten waardoor DJI-medewerkers de agenda’s met medische zorg in potentie konden inzien en bijzondere persoonsgegevens van een gedetineerde die met circa 100 medewerkers gedeeld zijn.

Krapte op de arbeidsmarkt

In 2025 was de krapte op de arbeidsmarkt wederom een vraagstuk waarvan binnen JenV de gevolgen gevoeld zijn. Inzicht in de ontwikkeling van de capaciteit is helpend in de wijze van aanpak in dit vraagstuk. Een aantal JenV-organisaties en -onderdelen zijn bezig met het opstellen van een actueel Strategisch Personeel Plan of Strategisch Organisatie Plan. Een aantal onderdelen hebben deze plannen al opgesteld.

Er zijn verschillende acties ondernomen om de gevolgen van de krapte op de arbeidsmarkt te beperken, zo is er onder andere ingezet op arbeidsmarktcommunicatie, werving & selectie, loopbaanontwikkeling, leren en ontwikkelen en inzetbaarheid. Daarnaast is er aandacht voor ontwikkeling en op efficiëntere uitvoering van werkzaamheden. Daarbij is het verzuim relatief hoog, de inzet op preventie en voorkomen van verzuim vragen hierom continu aandacht.

Personeelsbeheer

De focus voor het personeelsbeheer ligt op het voorkomen van onjuistheden. Eerder zijn hiervoor trainingen gegeven en is er een e-learning ontwikkeld. Daarnaast zal er ingezet worden op het monitoren van onjuistheden. Aan de hand van de bevindingen kunnen gerichte acties worden uitgezet.

1f. Materiële risico’s op fraude en corruptie 

De gezamenlijke analyse van de fraude- en corruptierisico’s voor de ministeries van JenV en AenM is begin 2025 opgesteld, om gericht inzicht te krijgen in de kwetsbaarheden binnen de bedrijfsvoering en de onderliggende processen. Uit de opgehaalde informatie blijkt dat binnen de organisatie al diverse beheersmaatregelen zijn getroffen, zoals het instellen van gedragscodes, (meld)procedures en interne controles. Daarnaast wordt er een strenge functiescheiding gehanteerd en afgedwongen, zowel in de (geautomatiseerde) processen als in de taakverdeling tussen functionarissen.

Het is van belang om aandacht blijven te besteden aan de fraude- en corruptierisico’s, deze tijdig te melden en lering te trekken uit de incidenten.

Belangrijke resultaten

Binnen JenV en AenM zijn diverse ontwikkelingen onderkend die het risico op fraude en corruptie kunnen vergroten. Uit het onderzoek komen de volgende zes belangrijke trends en risico’s naar voren:

  • 1. Intensivering van cybersecurity;

  • 2. Hybride werken;

  • 3. Schuldenproblematiek onder medewerkers;

  • 4. Ondermijning van de rechtsstaat;

  • 5. Opkomst van kunstmatige intelligentie;

  • 6. Integriteit en bewustwording.

Voor wat betreft het personeelsbeheer is er in de reguliere gesprekscyclus aandacht voor integriteitsaspecten, waaronder het bespreken van persoonlijke of tegenstrijdige belangen.

Daarnaast is in de werkprocessen transparantie ingebouwd, zoals het gebruik van het systeem DigiJust, interne controles via de financiële bedrijfsvoering, het werken met meervoudig samengestelde accountteams en het driehoeksoverleg binnen de governance van taakorganisaties. Deze elementen zijn zodanig ingericht dat oneigenlijk gebruik van middelen of bevoegdheden in beginsel aan het licht zou moeten komen.

Op basis van de resultaten van de risicoanalyse is intern extra aandacht gevraagd voor de hoog gekwalificeerde risico’s. Dit zijn de  frauderisico’s met betrekking tot de waardebonnen, verwerking van uren (declaratie) en personeelsdeclaraties. Afhankelijk van de uitkomsten van de risicoanalyse worden de beheersmaatregelen op de desbetreffende processen geactualiseerd en/of aangepast waarbij de inzet is om ook te leren van de situaties waarin het is misgegaan.

Fraude en corruptie awareness bijeenkomst

Naar aanleiding van de fraude,- en corruptierisicoanalyse en aangescherpte accountantsvereisten heeft DFEZ  in december wederom een awareness sessie over fraude- en corruptierisico’s georganiseerd. Het doel van de bijeenkomst was ook het vergroten van de bewustwording en het versterken van het integer handelen binnen JenV. De sessie maakte duidelijk dat fraude voorkomen vraagt om alertheid, het gesprek aangaan en samenwerken. Empathie en zorg voor elkaar zijn belangrijk, maar moeten hand in hand gaan met duidelijke normen en daadkrachtig optreden wanneer grenzen worden overschreden.

Paragraaf 2 - Rijksbrede bedrijfsvoeringsonderwerpen

Subsidiebeheer

De ADR schreef in haar interim-auditrapport 2025 over het nieuwe systeem Subsidieportaal, dat met ingang van 1 januari 2025 in gebruik is genomen. De ADR constateerde dat de beveiliging van het Subsidieportaal snel beter moet en dat het subsidieproces hiaten bevat.

Naar aanleiding van het interim rapport zijn er binnen het departement gerichte stappen gezet om het proces beter te beheersen en te versterken. De handelingsperspectieven uit het interim rapport zijn daarbij als leidraad genomen voor de inrichting en borging van het proces. Er zijn belangrijke verbeteringen doorgevoerd in het beperken van beheerrechten en de regie op autorisatiebeheer. Een groot deel van de voorgestelde handelingsperspectieven zijn inmiddels uitgevoerd. Deze acties hebben geleid tot een meer beheerst proces, waarmee het merendeel van de bevindingen uit het interim rapport is geadresseerd.

Het proces voor het boeken van verplichtingen via het Subsidieportaal vereist verdere uitwerking; daarbij moet de controle op verplichtingen nadrukkelijk worden geborgd door het Subsidieportaal. Daarnaast wordt ingezet op het spoedig afronden van een controleprotocol voor accountants van subsidie-ontvangende instellingen.

Grote ICT projecten

Vanuit het CIO office JenV /AenM wordt toegezien op naleving van de Rijksbrede afspraken over de beheeraspecten van de grote ICT activiteiten. Deze betreffen het opstellen van de CIO oordelen, adviesaanvragen bij het Adviescollege ICT-toetsing en de informatieverstrekking over de grote ICT activiteiten op het Rijks ICT Dashboard. Hierover wordt gerapporteerd aan de CIO Raad/CIO JenV/AenM. In 2025 zijn drie CIO oordelen besproken en zijn er eind 2025 nog drie onderhanden. De CIO oordelen hebben vooral betrekking op de initiatiefasen. Op verzoek van de Eerste Kamer is een adviesaanvraag ingediend bij het Adviescollege ICT , en gehonoreerd, voor de implementatieaspecten van het nieuwe Wetboek van Strafvordering.

In 2025 is verder gewerkt aan het verbeteren van de beheersing van de grote ICT activiteiten door het organiseren van kennissessies over de stand van zaken en advies bij de initiatiefase. Daarnaast is gewerkt aan het beheerinstrumentarium, versterking vakmanschap en bevordering van het lerend vermogen.

Gebruik open standaarden en open source software

Het ministerie van JenV conformeert zich, net zoals in voorgaande jaren, aan het overheidsbeleid om bij de ontwikkeling van ICT zoveel mogelijk gebruik te maken van open source standaarden en software, het ‘Open, tenzij-beleid’. Gezien de geopolitieke ontwikkelingen is het de verwachting dat het belang van de inzet van open standaarden en open source software verder toeneemt. Het ministerie van JenV zal inzetten op de verdere inzet van open source standaarden en open source software. JenV stelt dan ook eisen aan de inzet van open source bij ICT projecten en in aanbestedingen vanuit kaders en architectuur.  

Betaalgedrag

Overheden zijn wettelijk verplicht hun rekeningen binnen 30 dagen te betalen. Het doel is om 95% van de betalingen binnen 30 dagen af te ronden. Het betaalgedrag is bij JenV ultimo 2025 93,7%. JenV heeft in 2025 de betaalnorm niet gehaald. Het incident bij het OM is hier bijvoorbeeld een oorzaak van. In overleg met de betrokken organisaties zullen acties worden uitgevoerd om de betaalnorm weer te kunnen realiseren.

Paragraaf 3 - Belangrijke ontwikkelingen en verbeteringen in de bedrijfsvoering

In 2025 was de implementatie van het nieuwe begrotingshoofdstuk voor Asiel en Migratie en de invlechting van inburgering een belangrijke ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat deze inrichting beheerst is verlopen maar dit heeft er toe geleid dat het programma Cloud Ready tijdelijk is getemporiseerd. Om goed zicht te krijgen op de mogelijke handelingsperspectieven is eind 2025 gestart met het actualiseren van de roadmap van het oracle EBS applicatielandschap (financiële administratie en operationele inkoop). Mede aan de hand van deze roadmap zal de meerjarenplanning worden geactualiseerd waarbij rekening zal worden gehouden met het nieuwe cloudkader van het Rijk en zal nauw samen worden gewerkt met het programma Toekomst Financiële Administratie van het ministerie van Financiën.

Teruggave beleidsterrein Inburgering naar Sociale Zaken en Werkgelegenheid

In 2024 is door het kabinet Schoof besloten dat de directie Samenleving en Integratie van SZW, waar Inburgering deel van uit maakt, qua politieke verantwoordelijkheid over ging naar J&V. Vanaf januari 2025 is de financiële administratie en het betalingsverkeer succesvol uitgevoerd door JenV. Medio 2025 is de verantwoordelijkheid weer teruggebracht naar SZW. Per 1 januari 2026 is de administratie weer overgeheveld naar SZW.

Audit Committee

De toegevoegde waarde en het belang van een Audit Committee (AC) met externe leden wordt onverminderd groot geacht. Wel is in het kader van efficiëntie, kostenbesparing en doelmatigheid (ook vanwege de taakstelling) is gekeken naar de huidige samenstelling en werkwijze van het AC van JenV en AenM. Uit de analyse blijkt dat de frequentie en samenstelling op onderdelen kan worden versoberd zonder dat dit ten koste gaat van de kwaliteit en het toezicht. Er is besloten om het aantal externe AC-leden te verminderen naar vier leden i.p.v. vijf. De frequentie van de vergaderingen en overige bijeenkomsten wordt bijgesteld. Vanaf 2026 vinden er jaarlijks maximaal vier vergaderingen plaats en één werkbezoek. Het symposium voor de AC’s van JenV en AenM wordt één keer per drie jaar gehouden i.p.v. jaarlijks.

Risico Inhuur Schijnzelfstandige (RIS voorheen DBA)

JenV heeft in 2025 grote stappen gezet om het aantal opdrachtnemers waarbij schijnzelfstandigheid werd vermoed terug te dringen. Hiertoe is de in 2024 verspreide checklist ter controle van schijnzelfstandigheid toegepast waarbij moest worden getoetst of inhuuropdrachten geschikt waren voor opdrachtnemers. Dit heeft een aanzienlijke reductie in het aantal potentiële schijnzelfstandigen opgeleverd. Vanaf 1 januari 2026 wil JenV volledig compliant zijn. Om zowel bestuursrechtelijke als mogelijk strafrechtelijke sancties te voorkomen is de lijn vanuit JenV om bij potentiële schijnzelfstandigen tijdig en op correcte wijze af te dragen vanuit de werkgever, afscheid te nemen van de opdrachtnemer of te verambtelijken.

8. Raad voor de rechtspraak

Naast de toelichting op beleidsartikel 32, waarin de beleidsdoelstelling van de Minister van Justitie en Veiligheid ten aanzien van het rechtsbestel wordt toegelicht, is in de begroting van Justitie en Veiligheid een apart hoofdstuk Raad voor de rechtspraak opgenomen, waarin de feitelijke vertaling van de aan de rechterlijke organisatie ter beschikking gestelde bijdrage in concrete beleidsdoelstellingen en prestaties van de Raad en de gerechten voor het betreffende jaar wordt gegeven.

Bijdrage

Hieronder is de realisatie van deze ter beschikking gestelde bijdrage weergegeven.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, separaat uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt gedetailleerd ingegaan op de ontwikkelingen binnen de rechtspraak in 2025. Tevens bevat het jaarverslag van de Raad informatie over de instroom en productie en de Financiën, inclusief de managementparagraaf, de jaarrekening en de controleverklaring.

Tabel 40 Bijdrage aan de Raad voor de rechtspraak (bedragen x € 1.000)
 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Prognose 2025

       

Productiegerelateerde bijdrage

647.854

664.450

672.252

757.762

823.653

757.553

Bijdrage vaste kosten

451.278

504.780

582.352

639.726

667.779

631.882

       

Bijdrage voor gerechtskosten

2.442

2.743

3.014

2.7561

2.850

3.204

       

Bijdrage voor overige uitgaven

      

Bijzondere kamers rechtspraak

13.057

13.459

13.775

20.426

18.371

16.202

College van Beroep v/h bedrijfsleven

10.080

10.390

12.557

14.297

13.326

12.302

Megazaken

21.094

23.843

32.426

33.642

35.133

33.272

       

Bijdrage Niet-BFR 2005 taken

      

Tuchtrecht

3.387

3.491

3.659

3.571

3.656

3.571

Cie. van toezicht

6.007

6.191

6.489

7.255

7.534

7.056

Overige

53

54

57

268

411

61

Totaal

1.155.252

1.229.401

1.326.581

1.479.703

1.572.713

1.465.102

Aanzuivering negatief vermogen 2019

      

Vermogensstorting 2019

      

Vermogensstorting 2020 en 2021 (a.g.v. Covid-19)

4.164

     

Aanzuivering negatief vermogen 2020

1.784

     

Totaal via rekening-courant JenV

1.161.200

     
1

De bijdrage voor gerechtskosten in 2024 is aangepast in € 2,756 mln. op basis van de definitieve jaarrekening 2024 van de Rechtspraak.

De bekostiging van de Rechtspraak wordt gebaseerd op een productiegerelateerde bijdrage, naast een lumpsum bijdrage voor de vaste kosten.

Er is in 2025 voor de kosten in de aanloop- en opstartfase van het Netherlands Commercial Court (NCC) een vordering op het Ministerie opgenomen op de balans door de Rechtspraak. Het Ministerie zal deze vordering betalen uit de toekomstige ontvangsten van de griffierechten van de NCC-zaken.

Productie

In totaal kwamen er in 2025 ongeveer 1,47 mln. zaken binnen bij de gerechten. Het aantal ingekomen zaken lag ongeveer op hetzelfde niveau als in 2024.

Het aantal afgehandelde zaken was in 2025 ongeveer 1,45 mln. Dit was iets hoger dan in 2024. Er was een sterke groei van het aantal afgehandelde zaken bij vreemdelingenzaken bij de rechtbanken. Ook bij kantonzaken was er sprake van een toename. Het aantal afgehandelde belastingzaken bij de rechtbanken en hoven, was weliswaar iets lager dan in 2024, maar was nog steeds hoog. Het aantal afgehandelde zaken bij de CRvB is gedaald ten opzichte van 2024. Bij de andere zaakscategorieën lag het aantal afgehandelde zaken rond het niveau van 2024.

In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt meer gedetailleerd ingegaan op de diverse ontwikkelingen binnen de Rechtspraak in 2025.

Tabel 41 Productie
 

Realisatie 2021

Realisatie 2022

Realisatie 2023

Realisatie 2024

Realisatie 2025

Prognose 2025

       

Totaal

1.423.968

1.370.166

1.394.784

1.440.770

1.451.930

1.436.440

       

Gerechtshoven

      

Handel

6.606

6.452

5.908

6.054

6.099

6.004

Familie

5.274

5.074

4.472

4.008

3.813

4.042

Straf

28.802

26.368

26.290

26.205

25.084

32.182

Belasting

4.831

6.234

8.065

9.659

6.572

8.684

       

Rechtbanken

      

Handel

55.376

51.605

54.304

58.781

59.342

54.640

Familie

181.101

174.705

147.863

129.774

128.884

148.639

Straf

167.007

153.060

161.463

162.568

159.744

168.188

Bestuur (excl. VK)

32.903

33.920

37.629

39.666

40.962

38.896

Bestuur (VK)

27.808

27.771

39.656

49.361

58.447

53.050

Kanton

877.252

851.168

875.246

909.822

923.874

888.676

Belasting

31.404

28.737

29.508

41.139

35.896

29.465

       

Bijzondere colleges

      

Centrale Raad van beroep

5.604

5.072

4.380

3.733

3.213

3.973

Doorlooptijden

Hieronder is de realisatie van doorlooptijden te zien van door de Rechtspraak afgedane zaken. De doorlooptijd is gedefinieerd als de totale tijd in dagen die verstrijkt tussen het instromen en het uitstromen van een zaak bij een gerechtelijke instantie. De Rechtspraak heeft per zaakstroom (maximum)normen ontwikkeld voor doorlooptijden, dit worden «de standaarden» genoemd. Voor nagenoeg alle zaken is zo’n standaard opgesteld. Het behalen van de doorlooptijden doet de Rechtspraak niet alleen, hierin werkt de Rechtspraak samen met andere procespartijen.

In tabel 42 wordt het percentage zaken weergegeven dat in 2025 is uitgestroomd binnen de genormeerde doorlooptijd. De tabel rapporteert over de doorlooptijden per rechtsgebied32, met nadere specificatie voor een tweetal zaakstroomgroepen onder bestuur. De mate waarin de genormeerde doorlooptijd wordt behaald, verschilt sterk per soort gerecht en per rechtsgebied. In het jaarverslag van de Rechtspraak, uitgebracht door de Raad voor de rechtspraak, dat tevens aan de Staten-Generaal wordt aangeboden, wordt uitgebreider stilgestaan bij de doorlooptijden binnen de Rechtspraak.

Tabel 42 Percentage zaken dat is uitgestroomd binnen de genormeerde doorlooptijd 2025
 

% Standaard gehaald in 2025

Bestuur

 

Rechtbanken

37%

waarvan belastingzaken

19%

waarvan vreemdelingenkamer

59%

Gerechtshoven (belastingzaken)

18%

CBb

9%

CRvB

3%

  

Familie- en jeugdrecht

 

Rechtbanken

69%

Gerechtshoven

49%

  

Handel, inclusief kanton

 

Rechtbanken

72%

Gerechtshoven

28%

  

Strafrecht

 

Rechtbanken

33%

Gerechtshoven

23%

  

Toezicht

 

Rechtbanken

64%

32

Voor de interne sturing worden tientallen zaakstromen onderscheiden. Ten behoeve van de leesbaarheid worden in dit jaarverslag de cijfers geaggregeerd op het niveau van rechtsgebied.

C. JAARREKENING

9. Departementale verantwoordingsstaat

Tabel 43 Departementale verantwoordingstaat 2025 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) (bedragen x € 1.000)

Art.

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

  

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

Verplichtingen

Uitgaven

Ontvangsten

 

Totaal

18.342.143

18.405.866

1.687.690

19.308.985

18.871.912

1.862.160

966.842

466.046

174.470

           
 

Beleidsartikelen

         

31

Politie

8.329.055

8.390.660

6.500

8.924.143

8.931.202

39.387

595.088

540.542

32.887

32

Rechtspleging en rechtsbijstand

2.343.055

2.343.055

170.448

2.487.663

2.437.117

256.572

144.608

94.062

86.124

33

Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

1.529.696

1.555.696

1.323.742

1.856.767

1.486.856

1.265.346

327.071

‒ 68.840

‒ 58.396

34

Straffen en beschermen

4.323.825

4.307.606

139.803

4.484.022

4.485.246

167.407

160.197

177.640

27.604

36

Contraterrorisme en nationaal veiligheidsbeleid

626.810

623.098

2.000

419.000

412.471

8.494

‒ 207.810

‒ 210.627

6.494

38

Inburgering

519.611

520.611

41.012

494.527

494.527

103.080

‒ 25.084

‒ 26.084

62.068

           
 

Niet-beleidsartikelen

         

91

Apparaat kerndepartement

616.168

611.217

4.185

639.918

621.548

21.766

23.750

10.331

17.581

92

Nog onverdeeld

50.366

50.366

0

0

0

0

‒ 50.366

‒ 50.366

0

93

Geheim

3.557

3.557

0

2.945

2.945

108

‒ 612

‒ 612

108

10. Samenvattende verantwoordingsstaat agentschappen

Tabel 44 Samenvattende verantwoordingsstaat 2025 inzake baten-lastenagentschap van het Ministerie van JenV (VI) (bedragen x € 1.000)
 

(1)

(2)

(3)=(2)-(1)

(4)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie en vastgestelde begroting

Realisatie 2024

     

Dienst Justitiële Instellingen

    
     

Totale baten

3.412.961

3.610.510

197.549

3.377.940

Totale lasten

3.412.961

3.670.919

257.958

3.391.200

Saldo van baten en lasten

0

‒ 60.409

‒ 60.409

‒ 13.260

     

Totale kapitaalontvangsten

1.000

41.157

40.157

47.527

Totale kapitaaluitgaven

12.000

35.357

23.357

12.283

     

Centraal Justitieel Incasso Bureau

    
     

Totale baten

237.198

241.579

4.381

227.496

Totale lasten

237.198

254.865

17.667

239.628

Saldo van baten en lasten

0

‒ 13.286

‒ 13.286

‒ 12.132

     

Totale kapitaalontvangsten

2.520

17.457

14.937

18.392

Totale kapitaaluitgaven

6.017

6.066

49

6.048

     

Nederlands Forensisch Instituut

    
     

Totale baten

127.519

143.862

16.343

138.382

Totale lasten

127.519

142.256

14.737

136.223

Saldo van baten en lasten

0

1.606

1.606

2.159

     

Totale kapitaalontvangsten

13.051

7.647

‒ 5.404

10.425

Totale kapitaaluitgaven

13.051

11.604

‒ 1.447

17.116

     

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening

    
     

Totale baten

64.817

74.718

9.901

71.533

Totale lasten

64.817

72.918

8.101

64.226

Saldo van baten en lasten

0

1.800

1.800

7.307

     

Totale kapitaalontvangsten

0

0

0

642

Totale kapitaaluitgaven

0

‒ 7.609

‒ 7.609

3.884

     

Justitiële Informatiedienst

    
     

Totale baten

82.345

94.714

12.369

90.311

Totale lasten

82.345

94.664

12.319

90.787

Saldo van baten en lasten

0

50

50

‒ 476

     

Totale kapitaalontvangsten

4.075

1.700

‒ 2.375

2.036

Totale kapitaaluitgaven

7.690

4.419

‒ 3.271

3.959

     

Justitiële ICT Organisatie

    
     

Totale baten

190.905

200.546

9.641

188.227

Totale lasten

190.905

189.156

‒ 1.749

186.329

Saldo van baten en lasten

0

11.390

11.390

1.898

     

Totale kapitaalontvangsten

31.844

12.000

‒ 19.844

9.850

Totale kapitaaluitgaven

50.735

37.493

‒ 13.242

22.666

11. Jaarverantwoording agentschappen per 31 december 2025

11.1 Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)

De Dienst Justitiële Inrichtingen levert een bijdrage aan de veiligheid van de samenleving door de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen en vrijheidsbenemende maatregelen en door de aan onze zorg toevertrouwde personen de kans te bieden een maatschappelijk aanvaardbaar bestaan op te bouwen.

Met instemming van het ministerie van Financiën mag DJI in tegenspraak met de RBV 2026 de post kosten uitbesteed werk en andere externe kosten weglaten in tabel 3.33.

StelselwijzigingIn 2025 is de inrichting van de balans aangepast in overeenstemming met de RBV, dit gaat om de uitsplitsing van de materiële vaste activa, voorraad, overige vorderingen en overige schulden. De definitie van bijdrage SSO is gewijzigd van een limitatieve lijst naar een meer ruimere definitie: Shared Service Organisaties (SSO's) zijn organisaties binnen een ministerie die bedrijfsvoeringsdiensten leveren die door meerdere departementen worden gebruikt. De vergelijkende cijfers zijn hierop aangepast.

Tabel 45 Verantwoording van agentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil realisatie en vastgestelde begroting(3) = (2) - (1)

Realisatie t-1 (4)

     

Baten

    

Omzet

3.397.961

3.574.775

176.814

3.348.103

- Omzet moederdepartement

3.222.619

3.337.780

115.161

3.250.051

- Omzet overige departementen

92.842

153.065

60.223

17.099

- Omzet derden

82.500

83.931

1.431

80.953

Rentebaten

15.000

17.204

2.204

24.874

Vrijval voorzieningen

0

1.304

1.304

2.858

Bijzondere baten

0

17.227

17.227

2.105

Totaal baten

3.412.961

3.610.510

197.549

3.377.940

     

Lasten

    

Apparaatkosten

1.911.230

1.981.823

70.593

1.853.521

-Personele kosten

1.649.230

1.680.871

31.641

1.583.730

waarvan eigen personeel

1.394.230

1.535.605

141.375

1.418.671

waarvan inhuur externen

130.000

138.812

8.812

158.767

waarvan overige personele kosten

125.000

6.455

‒ 118.545

6.292

-Materiële kosten

262.000

300.952

38.952

269.792

waarvan apparaat ICT

155.000

166.969

11.969

152.117

waarvan bijdrage aan SSO's

32.000

67.562

35.562

58.444

waarvan overige materiële kosten

75.000

66.421

‒ 8.579

59.231

Materiële programma kosten

1.454.031

1.593.099

139.068

1.481.298

Rentelasten

0

42

42

0

Afschrijvingskosten

9.200

10.559

1.359

9.061

-Materieel

9.000

10.456

1.456

9.006

waarvan apparaat ICT

787

832

45

320

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

8.213

9.624

1.411

8.686

-Immaterieel

200

103

‒ 97

55

Overige lasten

38.500

85.395

46.895

47.319

waarvan dotaties voorzieningen

38.500

77.518

39.018

45.594

waarvan bijzondere lasten

0

7.877

7.877

1.725

Totaal lasten

3.412.961

3.670.919

257.958

3.391.200

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

‒ 60.408

‒ 60.408

‒ 13.260

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

‒ 60.408

‒ 60.408

‒ 13.260

Tabel 46 Voorgestelde resultaatbestemming (bedragen x € 1.000)

Voorgestelde resultaatbestemming

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

Realisatie t-1

Toevoeging/ onttrekking:

    

- Exploitatiereserve

0

60.408

‒ 60.408

13.260

Saldo van baten en lasten

0

‒ 60.408

60.408

‒ 13.260

Het negatieve exploitatieresultaat van € 60,5 mln. wordt onder meer veroorzaakt door de toevoeging van de bijdrage voor de bedrijfsvoering aan het eigen vermogen, alsmede door eenmalige lasten. Deze lasten houden onder andere verband met de plaatsing van een hekwerk bij de Pompekliniek, de kraptetoeslag, een reservering voor de te verwachten naheffing BTW en de kosten te betalen aan het RVB voor gerealiseerde werkzaamheden inzake een verbouwing bij Veldzicht.

Ten opzichte van de begroting realiseert DJI meer lasten en baten dan oorspronkelijk begroot. In zijn algemeenheid leidt de prijsbijstelling tot een aanpassing van de tarieven per 1 augustus 2025 en derhalve een hogere omzet dan begroot. De omzet derden in 2025 is nagenoeg gelijk aan de omzet van 2024. De bijzondere baten bestaan met name uit de verkoop van panden vanuit het masterplan 2013 door het RVB ter waarde van € 7,2 mln. Daarnaast wijkt de begroting af van de realisatie doordat kosten en opbrengsten binnen andere categorieën geboekt worden dan oorspronkelijk begroot. Dit geldt bijvoorbeeld voor de personele kosten en de kosten SSO’s. Dit komt door een andere invulling van de regelgeving tussen het jaar van verantwoorden en het jaar van begroten. Er is ten opzichte van de begroting een beperkte toename externe inhuur te zien, echter ten opzichte van de realisatie 2024 is deze fors gedaald. Dit wordt onder andere verklaard doordat DJI minder beveiligingspersoneel en financiële ondersteuning voor het FDC heeft ingehuurd. De personele kosten eigen personeel zijn gestegen doordat meer personeel in dienst is getreden en de loonstijging 2024 die nu een geheel jaar doorwerkt.

Baten
Tabel 47 Overzicht bijdrage moederdepartement (bedragen x € 1 mln.)

Omschrijving

2025

  

waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

 

Waarvan PxQ

3.261,0

  

waarvan overige bijdragen van het moederdepartement

 

Bijdrage Caribisch Nederland

20,7

Capaciteit voor vreemdelingen met ernstig psychiatrische problematiek (COA en bestuursrechtelijk)

11,3

Aanpak voortgezet crimineel handelen in detentie

6,6

Overige niet bij p*q inbegrepen

6,9

  

Totaal bijdrage

3.307

Voor Gevangeniswezen, Vreemdelingenbewaring en Penitentiar Psychiatrische Centra is met het departement overeengekomen dat de financiering in 2025 plaatsvindt tegen een vaste capaciteit van 11.000 plaatsen.

Lasten

Apparaatskosten

c. Materiële programmakosten

Tabel 48 Materiële programmakosten (bedragen x € 1.000)

Materiële programma kosten

2025

2024

Financiering particuliere instellingen Jeugd

86.862

83.308

Inkoop forensische zorg

1.012.663

952.737

Subsidies en overige bijdragen

5.982

4.879

Gebruikersvergoeding RVB programma

152.455

126.552

Overige huisvestingskosten programma

128.650

117.883

Kosten justitieel ingeslotenen programma kosten

135.329

126.725

Materiële kosten arbeid justitiabelen

37.687

36.114

Kosten arrestanten politiebureau's

2.780

3.470

Overige huisvestingskosten programma

30.692

29.630

Totaal

1.593.099

1.481.298

De kosten Forensische zorg zijn gestegen door een aanpassing van de tarieven 2025 vanwege inflatie en CAO correctie. De stijging van de huisvestingskosten en de gebruikersvergoeding wordt veroorzaakt door aanvullende onderhoudskosten en diverse verbouwingen die binnen inrichtingen hebben plaatsgevonden.

Tabel 49 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Activa

  

Vaste Activa

52.539

43.187

Immateriële activa

271

53

Materiële vaste activa

52.268

43.134

- Waarvan grond en gebouwen

227

159

- Waarvan machines en installaties

13.450

40.559

- Waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

6.036

0

- Waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

32.555

2.416

Financiële Vaste Activa

15.331

16.003

Voorraden

25.985

22.007

- Waarvan grond-en hulpstoffen

555

620

- waarvan onderhanden werk

206

163

- waarvan gereed product en handelsgoederen

25.224

21.224

Vorderingen

126.651

161.739

- Waarvan debiteuren

15.291

36.570

- Waarvan overige vorderingen

682

673

- Waarvan overlopende activa

110.679

124.496

Liquide middelen

642.222

643.585

Totaal Activa

862.728

886.521

   

Passiva

  

Eigen vermogen

131.460

172.111

- Exploitatiereserve

191.868

185.371

- Onverdeeld resultaat

‒ 60.408

‒ 13.260

Voorzieningen

103.377

71.610

Kortlopende schulden

627.891

642.800

- Crediteuren

46.729

52.342

- Belastingen en premies sociale lasten

838

903

- Overige schulden

6.420

6.321

- Overlopende passiva

573.904

583.234

Totaal Passiva

862.728

886.521

Toelichting op de debetzijde van de balans
Tabel 50 Financiële vaste activa (bedragen x € 1.000)
 

Stand01-01-2025

Nog te ontvangen kortlopend

Stand31-12-2025

Lening derden

16.003

‒ 672

15.331

Totaal

16.003

‒ 672

15.331

In afwijking van de Regeling Agentschappen (art. 17) zijn in het verleden verstrekte leningen aan 2 stichtingen (particuliere zorginstellingen) opgenomen in de balans van 2023. De leningen zijn vanaf 1999 t/m 2005 aanvankelijk verstrekt als bouwsubsidie aan de Pompestichting (Pro persona) en aan de Rooyse Wissel. Vervolgens zijn deze omgezet in een lening. Het zijn verschillende leningen met uiteenlopende looptijden voor bouwprojecten van deze zorginstellingen. Jaarlijks wordt de rente en aflossing in rekening gebracht bij de desbetreffende organisaties.

Tabel 51 Overige vorderingen (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Overige vorderingen derden

10

0

Financiële vaste activa (aflossingsdeel 2026) derden

672

673

Totaal

682

673

Tabel 52 Overlopende activa (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Voorschotten

886

880

Vooruitbetaalde bedragen

47.165

51.009

Overlopende activa

62.627

72.607

Totaal

110.679

124.496

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Overlopende activa van moederdepartement

26.424

45.467

Overlopende activa van andere ministeries

52.664

38.888

Overlopende activa van derden (buiten het Rijk)

31.591

40.141

Totaal

110.679

124.496

Tabel 53 Specificatie overige vorderingen en overlopende activa(bedragen x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Debiteuren

18.332

44.042

-/- Voorziening dubieuze debiteuren

‒ 3.041

‒ 7.472

Totaal

15.291

36.570

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Debiteuren moederdepartement

2.139

20.151

Debiteuren andere ministeries

4.406

1.192

Debiteuren derden

11.787

22.699

Totaal

18.332

44.042

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Voorziening dubieuze debiteuren derden

‒ 3.041

‒ 7.472

Totaal

‒ 3.041

‒ 7.472

Toelichting op de creditzijde van de balans
Tabel 54 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x € 1.000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2025

3.574.775

131.460

4%

2024

3.348.103

172.111

5%

2023

2.984.256

138.134

5%

Tabel 55 Eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
 

Exploitatiereserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2025

185.371

‒ 13.260

172.111

Onverdeeld resultaat 2024 (+/-)

‒ 13.260

13.260

0

Toevoeging door moederdepartement (+)

41.048

0

41.048

Storting aan moederdepartement (-/-)

‒ 21.290

0

‒ 21.290

Onverdeeld resultaat 2025 (+/-)

 

‒ 60.408

‒ 60.408

Stand 31-12-2025

191.868

‒ 60.408

131.460

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeelde resultaat uit het verslagjaar.

Op grond van de gemiddelde omzet over de jaren 2023, 2024 en 2025 bedraagt de maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 165,1 mln. De berekening van het maximale eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar (artikel 11 lid 4 van de Regeling agentschappen).

De toevoeging door het moederdepartement bestaat uit mutaties in het eigen vermogen voor bijdragen in de bedrijfsvoering (€ 41,0 mln.).

Het exploitatieresultaat 2025 bedraagt € 60,4 mln. negatief en is verantwoord als onverdeeld resultaat 2025. Dit zal in 2026 ten laste van de exploitatiereserve worden gebracht.

De storting aan het moederdepartement betreft de overschrijding van de toegestane norm van 5% van de omzet over de afgelopen 3 jaar.

Voorzieningen

Tabel 56 Voorzieningen (bedragen x € 1.000)
 

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2025

in 2025

in 2025

in 2025

31-12-2025

Voorziening SBF

50.621

0

35.561

‒ 33.775

52.407

Reorganisatievoorziening

5.977

‒ 576

1.269

‒ 1.559

5.111

Voorziening van Werk naar Werk

1.264

‒ 41

5

‒ 605

623

Voorziening doorlopende salariskosten

435

‒ 107

244

‒ 301

271

Voorziening RVU

2.816

‒ 4

2.025

‒ 1.664

3.173

Voorziening Hekwerk Pompestichting

0

0

11.050

0

11.050

Voorziening zorgkosten in detentie

10.121

‒ 570

1.195

‒ 6.257

4.489

Voorziening frictiekosten st. Mondriaan

0

0

2.100

0

2.100

Voorziening naheffing BTW controle

0

0

22.893

0

22.893

Voorziening passanten TBS

376

‒ 5

1.176

‒ 286

1.261

Totaal

71.610

‒ 1.304

77.518

‒ 44.448

103.377

De voorzieningen zijn in 2025 in totaliteit met circa € 32 mln. gestegen. Er zijn drie nieuwe voorzieningen toegevoegd. Voorziening hekwerk Pompestichting (€ 11 mln.). De perimeterbeveiliging van de zwaar beveiligde instelling voor forensische psychiatrie wordt vergoed aan de Pompestichting. Voorziening frictiekosten ouderenzorg Stichting Mondriaan (€ 2,1 mln.). Bij de stichting Mondriaan (forensisch psychiatrische afdelingen) worden extra plaatsen specifiek voor ouderen gerealiseerd. Het betreft een wijziging in de capaciteit en deze reorganisatie zal in 2026 worden afgerond. De stichting mag dit bedrag maximaal declareren. Tenslotte is vanwege issues met de belastingdienst een voorziening getroffen voor de af te wikkelen issues betreffende de BTW ad € 22,9 mln. De voorziening Passanten in TBS betreft de vergoedingen aan TBS gestelden die langer dan vier maanden in een GW (Gevangenswezen) inrichting verblijven omdat er geen plek is in een TBS kliniek. De verwachting is dat de voorziening resp. het aantal passanten de komende jaren niet zal afnemen. De voorziening RVU is beëindigd per 31 december, maar de uitbetalingen vinden nog plaats tot en met 2028. De instroom van medewerkers die gebruik maken van de SBF regeling vanuit de CAO Rijk veroorzaakt een stijging in de voorziening SBF, maar ook de verhoging van de fiscale boete van 52% naar 57,7% is hier debet aan. Een vrijval is vanwege onzekerheid omtrent de berekening van de afdracht aan de belastingdienst niet verantwoord. De voorzieningen die verband houden met de VWNW regeling (VWNW en doorlopende salariskosten ) en de reorganisaties in het Masterplan in 2013 t/m 2015 zijn dalende. De voorziening zorgkosten betreft de claim van zorgverzekeraars voor ten onrechte betaalde zorg voor gedetineerden. De jaarschijf 2024 is toegevoegd, maar de oude jaarschijven zijn bijna afgewikkeld.

Crediteuren

Tabel 57 Crediteuren (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Crediteuren

44.470

49.389

Betalingen onderweg

2.259

2.953

Totaal

46.729

52.342

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Crediteuren moederdepartement

10.703

9.859

Crediteuren andere ministeries

8.761

9.195

Crediteuren derden

25.006

30.335

Totaal

44.470

49.389

Overlopende passiva

Tabel 58 Overlopende passiva (bedragen x € 1.000)

Overlopende passiva

31-12-2025

31-12-2024

Vooruitontvangen projectbijdragen

67.693

74.138

Terug te betalen bijdragen

40.188

6.497

Vooruitontvangen bedragen

5.261

4.349

Nog te betalen

253.661

326.208

Niet opgenomen vakantiedagen

207.102

172.042

Totaal

573.904

583.234

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Overlopende passiva aan moederdepartement

129.198

98.936

Overlopende passiva aan andere ministeries

59.244

51.008

Overlopende passiva aan derden (buiten het Rijk)

385.462

433.290

Totaal

573.904

583.234

Tabel 59 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgesteldebegroting (1)

Realisatie (2)

Verschil(3) = (2) - (1)

Rekening Courant RHB 1 januari 2025 + depositorekeningen

587.816

643.585

55.769

Totaal ontvangsten operationele kasstroom(+)

3.397.961

3.554.161

156.200

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 3.412.961

‒ 3.561.324

‒ 148.363

Totaal operationele kasstroom

‒ 15.000

‒ 7.162

7.838

Totaal investeringen (-/-)

‒ 12.000

‒ 14.067

‒ 2.067

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+)

1.000

109

‒ 891

Totaal investeringskasstroom

‒ 11.000

‒ 13.958

‒ 2.958

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

‒ 21.290

‒ 21.290

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

41.048

41.048

Aflossing op leningen (-/-)

0

0

0

Beroep op leenfaciliteit (+/+)

0

0

0

Totaal financieringskasstroom

0

19.758

19.758

Rekening-courant RHB 31 december 2025 + stand depositorekeningen

561.816

642.222

80.406

  • De stijging van de investeringen wordt o.a. veroorzaakt door aanschaffing van beveiligingssystemen;

  • De boekwaarde van de desinvesteringen heeft betrekking op desinvesteringen in 2025 van vrijwel volledig afgeschreven activa;

  • De stortingen in het eigen vermogen – bijdragen van het moederdepartement ten behoeve van de bedrijfsvoering - zijn als omzet begroot.

Tabel 60 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
  

Realisatie

Begroting

 

2024

2025

2025

Saldo batan en lasten als % totalebaten

‒ 0,4%

‒ 1,7%

0,0%

    

Direct inzetbare intramurale sanctiecapaciteit

   

– strafrechtelijke sanctiecapaciteit

9.719

9.810

9.798

– capaciteit ten behoeve van internationale tribunalen

96

96

96

Gemiddelde prijs per plaats per dag

435

474

435

Omzet (x € 1 mln.)

1.544

1.696

1.555

    

Reservecapaciteit intramurale sanctiecapaciteit GW/VB

520

520

520

Gemiddelde prijs per plaats per dag

38

63

121

Omzet (x € 1 mln.)

7

12

23

    

In stand te houden intramurale sanctiecapaciteit GW/VB

990

1.051

990

Extramurale sanctiecapaciteit (penitentiair programma met of zonder elektronisch toezicht)

153

16

75

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

32

164

156

Omzet (x € 1 mln.)

2

1

4

    

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg (PPC’s)

727

727

734

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

767

769

735

Omzet (x € 1 mln.)

203

204

197

    

Forensische zorg

   

- TBS-capaciteit

1.665

1.683

1.843

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

811

860

781

Omzet (x € 1 mln.)

493

529

525

    

Intramurale inkoopplaatsen forensische zorg

   

- Klinische behandelplaatsen forensische zorg

906

922

791

- Klinische behandelplaatsen voor gedetineerden

8

4

15

Gem. prijs per plaats per dag (x € 1)

771

811

751

- Beschermd wonen capaciteit

1.922

2.029

1.906

Gem. prijs per plaats per dag (x € 1)

253

250

250

- Omzet (x € 1 mln.)

434

459

395

    

- Inkoop ambulante forensische zorg (x € 1 mln.)

159

162

174

    

Vreemdelingenbewaring en uitzetcentra

   

- Operationele capaciteit

489

494

468

- Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

486

447

474

Omzet (x € 1 mln.)

87

81

81

    

Direct inzetbare jeugdcapaciteit

   

– Rijksjeugdinrichtingen

280

320

338

– particuliere jeugdinrichtingen

270

276

278

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

984

1.002

1.014

Omzet (x € 1 mln.)

197

218

228

    

Reservecapaciteit jeugd

89

103

83

Gemiddelde prijs per plaats per dag (x € 1)

70

156

163

Omzet (x € 1 mln.)

2

6

5

    

In stand te houden jeugdplaatsen

36

36

36

Ten aanzien van de gerealiseerde kostprijzen doen zich ten opzichte van de begroting verschillende effecten voor. In algemene zin stijgen de kosten als gevolg van loon en prijsindexatie ten opzichte van de begroting 2025. Vanwege de personele onderbezetting vielen de totale personeelskosten lager uit. Dit zorgt voor een dalend effect in de kostprijzen.

11.2 Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB)

Het CJIB is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid die alleen voor of in opdracht van de overheid werkt, met aangewezen taken binnen de justitieketen voor het ten uitvoerleggen en coördineren van opgelegde (Europese) financiële straffen, sancties, transacties, strafbeschikkingen, maatregelen en confiscatiebeslissingen.

Tabel 61 Verantwoording van agentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting

Realisatie

 

Realisatie 2024

 

(1)

(2)

(3 = 2 - 1)

 

Baten

    

Omzet

234.698

238.561

3.863

223.768

-Waarvan Omzet moederdepartement

222.750

209.264

‒ 13.486

201.775

-Waarvan Omzet overige departementen

3.475

20.819

17.344

13.854

-Waarvan Omzet derden

8.473

8.478

5

8.139

Rentebaten

2.500

2.442

‒ 58

3.728

Vrijval voorzieningen

0

576

576

0

Bijzondere baten

0

0

0

0

Totaal baten

237.198

241.579

4.381

227.496

     

Lasten

    

Apparaatkosten

224.910

240.504

15.594

229.214

-Personele kosten

187.372

196.344

8.972

187.248

Waarvan eigen personeel

138.018

130.522

‒ 7.496

112.213

Waarvan inhuur externen

14.913

57.966

43.053

65.833

Waarvan overige personele kosten

34.441

7.856

‒ 26.585

9.202

-Materiële kosten

37.538

44.160

6.622

41.966

Waarvan apparaat ICT

16.400

17.003

603

17.990

Waarvan bijdrage aan SSO's

7.300

8.853

1.553

8.039

Waarvan overige materiële kosten

13.838

18.304

4.466

15.937

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

9.159

10.902

1.743

7.613

Rentelasten

116

173

57

152

Afschrijvingskosten

3.014

3.286

273

2.586

-Materieel

3.013

3.147

134

2.586

Waarvan apparaat ICT

2.837

2.969

132

2.391

Waarvan overige materiële afschrijvingskosten

176

178

2

195

-Immaterieel

0

139

139

0

-Overige lasten

0

0

0

63

Waarvan dotaties voorzieningen

0

0

0

63

Waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

237.198

254.865

17.667

239.628

     

Saldo van baten en lasten

0

‒ 13.286

‒ 13.286

‒ 12.132

Tabel 62 Voorgestelde resultaatsbestemming (bedragen x € 1.000)

Voorgesteld het resultaat als volgt te verdelen

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

Realisatie 2024

 

(1)

(2)

(3 = 2 - 1)

 

Toevoeging/onttrekking:

    

- POK/WAU reserve

0

‒ 15.862

‒ 15.862

‒ 11.624

- Exploitatiereserve

0

2.576

2.576

‒ 508

Totaal

0

‒ 13.286

‒ 13.286

‒ 12.132

Baten

Omzet moederdepartement

Tabel 63 Onderbouwing omzet moederdepartement

Product

Vaste kosten

Variabel deel

Aantal

Omzet

 

(x € 1.000)

kostprijs

 

(x € 1.000)

Vrijheidsstraffen

7.313

€ 90,79

31.002

10.128

Taakstraffen

2.767

€ 32,57

45.236

4.240

Voorlopige Hechtenis

4.122

€ 82,02

18.366

5.628

Schadevergoedingsmaatregelen

9.396

€ 425,35

11.836

14.430

Ontnemingsmaatregelen

8.739

€ 3.553,69

1.003

12.303

Jeugdreclassering

2.096

€ 67,16

5.109

2.439

Voorwaardelijke Invrijheidstelling

2.869

€ 491,38

1.330

3.523

Toezicht

2.850

€ 49,87

13.026

3.500

Geldboetes

93.353

€ 2,35

7.623.273

111.277

Transacties

1.989

€ 86,22

1.138

2.087

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

   

169.555

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

   

39.709

Omzet moederdepartement

   

209.264

De overige ontvangsten/bijdragen betreft inputfinanciering (€ 10,2 mln.), projectfinanciering (€ 21,0 mln.) en overige financiering (€ 8,5 mln.). De projectfinanciering is onder meer verstrekt voor projecten in het kader van Crimininele geldstromen (€ 2,5 mln.), Wet S&B (€ 7,2 mln.) en Executie (€ 3,7 mln.).

Omzet overige departementen

Tabel 64 Onderbouwing omzet overige departementen (bedragen x € 1.000)

Opdrachtgever

Aantal

Departement

Omzet

Bestuurlijke boetes:

   

-Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA)

7.341

LVVN

248

-Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)

1.841

IenW

171

-Nederlandse Arbeidsinspectie (NLA)

2.111

SZW

83

-Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

323

OCW

4

-Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)

193

VWS

5

-Rijksinspectie Digitale infrastructuur (RDI)

109

EZ

7

-Belastingdienst

1.405

Fin

94

-Douane

n.v.t.

Fin

7

Clustering rijksincasso:

   

-Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO)

68.965

OCW

2.040

-Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO)

3.098

EZ

83

Overig:

   

-Diplomaten

n.v.t.

BZK

354

-Dienst Huurcommissie (DHC)

7.959

VRO

242

-Tijdelijke tolheffing (TTH)

n.v.t.

IenW

8.271

-Overige ontvangsten/bijdragen

n.v.t.

Diversen

9.210

Totaal

  

20.819

De overige ontvangsten/bijdragen betreft projectfinanciering. Dit betreft onder meer bijdragen voor projecten in het kader van het Programma CRI (€ 3,9 mln.), Vorderingoverzicht Rijk (€ 2,3 mln.) en Tijdelijke Tolheffing (€ 1,4 mln.).

Omzet derden

De omzet derden betreft met name de vergoeding die het CJIB namens het Ministerie van VWS ontvangt inzake wanbetalers en onverzekerden.

Lasten

Personele kosten

Tabel 65 Onderbouwing Personele kosten (bedragen x € 1.000)
   

Realisatie

Begroting

 

2023

2024

2025

2025

Formatie:

    

- ambtelijk

1.279

1.437

1.591

1.522

- niet ambtelijk

76

98

130

213

Totale formatie

1.355

1.535

1.721

1.735

     

Kosten:

    

Eigen personeel

93.064

112.213

130.522

138.018

Externe inhuur

49.620

65.833

57.966

14.913

Overige personeelskosten

6.907

9.202

7.856

34.441

Totale personeelskosten

149.591

187.248

196.344

187.372

niet ambtelijk: dit betreft de externe inhuur op formatieplaats, waaronder uitzendkrachten.

Externe inhuur / Overige personeelskosten

In de ontwerpbegroting zijn de automatiseringsdeskundigen die werken aan extern gefinancierde projecten verantwoord onder overige personele kosten, terwijl zij qua realisatie verantwoord worden als externe inhuur.

Per saldo is ca. € 13,0 mln. meer uitgegeven aan externe inhuur, wat met name hogere inhuur van automatiseringsdeskundigen betreft die werken aan extern gefinacierde projecten dan begroot in de ontwerpbegroting. Daarnaast is de schuld niet opgenomen vakantiedagen toegenomen met € 3,8 mln.

Materiële kosten

De materiële kosten zijn hoger dan begroot als gevolg van de hoge inflatie en de groei van de organisatie.

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

De kosten zijn hoger dan begroot, doordat het aantal zaken dat doorstroomt naar de deurwaarder hoger is dan begroot.

Tabel 66 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Activa

  

Vaste Activa

7.628

7.726

Immateriële activa

269

303

Materiële vaste activa

7.359

7.423

- waarvan grond en gebouwen

49

68

- waarvan machines en installaties

0

0

- waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

7.310

7.355

- waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

0

0

- waarvan niet aan de bedrijfsvoering dienstbaar

0

0

Vlottende Activa

105.805

111.792

Voorraden

0

0

Onderhanden projecten

549

408

Vordering

10.465

12.908

- waarvan debiteuren

473

318

- waarvan overige vorderingen

3.230

4.972

- waarvan overlopende activa

6.762

7.618

Liquide middelen

94.791

98.476

Totaal activa

113.433

119.518

   

Passiva

  

Eigen vermogen

31.758

30.862

- POK/WAU reserve

36.794

34.236

- Exploitatiereserve

8.250

8.758

- Onverdeeld resultaat

‒ 13.286

‒ 12.132

Voorzieningen

959

1.782

Langlopende schulden

5.476

5.785

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

5.476

5.785

Kortlopende schulden

75.240

81.089

- Crediteuren

2.624

1.145

- Belastingen en premies sociale lasten

10

39

- Kortlopende deel leningen bij het Ministerie van Financiën

3.584

2.878

- Overige schulden

19.614

15.766

- Onderhanden projecten

19.074

37.612

- Overlopende passiva

30.334

23.649

Totaal Passiva

113.433

119.518

Toelichting op de debetzijde van de balans

Activa

In onderstaand overzicht is voor de posten Debiteuren, Overige vorderingen en overlopende activa en Liquide Middelen aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2025 vorderingen betreft tussen het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere Ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 67 Vlottende activa (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

Totaal

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

 

Onderhanden projecten

398

151

 

549

Debiteuren

343

12

118

473

Overige vorderingen

63

3.165

2

3.230

Overlopende activa

1.111

0

5.651

6.762

Liquide middelen

94.791

0

0

94.791

Totaal

96.706

3.328

5.771

105.805

Toelichting op de creditzijde van de balans

Passiva

In onderstaand overzicht is voor de posten Crediteuren, Overige verplichtingen en overlopende passiva aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2025 schulden betreft tussen: het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere Ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 68 Kortlopende schulden (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

Totaal

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

 

Crediteuren

0

1.854

770

2.624

Belastingen en premies sociale lasten

0

10

0

10

Kortlopend deel leningen Ministerie van Financiën

0

3.584

0

3.584

Overige schulden

0

0

19.614

19.614

Onderhanden projecten

12.828

6.246

0

19.074

Overlopende passiva

7.631

7.401

15.302

30.334

Totaal

20.459

19.095

35.686

75.240

In onderstaand overzicht is het verloop van de voorzieningen nader toegelicht.

Tabel 69 Voorzieningen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2025

in 2025

in 2025

in 2025

31-12-2025

Reorganisatievoorziening

696

‒ 139

0

‒ 35

522

RVU-voorziening

1.086

‒ 435

0

‒ 214

437

Totaal

1.782

‒ 574

0

‒ 249

959

In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot het plafond van 5% van de gemiddelde omzet in de afgelopen drie jaar opgenomen.

Tabel 70 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
 

2023

2024

2025

Omzet

193.640

223.768

238.561

Plafond eigen vermogen

8.740

9.873

10.933

Eigen vermogen

10.019

8.250

10.826

Eigen vermogen als percentage van de omzet

5,73%

4,18%

4,95%

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve, POK/WAU reserve en het onverdeelde resultaat uit het verslagjaar.

Het ministerie van Financiën heeft besloten in te stemmen met het inrichten van een bestemmingsreserve voor de POK / WAU gelden. Daarmee is een uitzondering verleend op de bepalingen in de Regeling Agentschappen over verslaggeving (artikel 27 vierde lid onder a) en omvang (artikel 27 vierde lid onder c) van het eigen vermogen.

Artikel 27 lid 4c bepaalt dat het eigen vermogen is gebonden aan een maximum van 5% van de gemiddelde omzet van de afgelopen drie jaar. De uitzondering op dit artikel sluit de bestemmingsreserve uit van het maximum eigen vermogen.

Van het onverdeelde resultaat zal een bedrag van € 15,9 mln. worden onttrokken aan de POK/WAU reserve. Het restant van € 2,6 mln. zal worden toegevoegd aan de exploitatiereserve, waardoor het eigen vermogen na resultaatbestemming € 10,8 mln. bedraagt.

Tabel 71 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil begroting

 

(1)

(2)

(3) = (2) - (1)

Rekening courant RHB 1 januari +  depositorekeningen

86.163

98.476

12.313

Totaal ontvangste operationele kasstroom (+)

237.198

255.117

17.919

Totaal uitgaven operationele kastroom (-/-)

‒ 234.184

‒ 270.193

‒ 36.009

Totaal operationele kasstroom

3.014

‒ 15.076

‒ 18.090

Totaal investeringen (-/-)

‒ 2.520

‒ 3.188

‒ 668

Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

Totaal investeringskasstroom

‒ 2.520

‒ 3.188

‒ 668

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

Eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

14.182

14.182

Aflossing op leningen (-/-)

‒ 2.810

‒ 2.878

‒ 68

Beroep op leenfaciliteit (+)

1.860

3.275

1.415

Totaal financieringskasstroom

‒ 950

14.579

15.529

Rekening courant RHB 31 december + stand  depositorekeningen (=1+2+3+4)

85.707

94.791

9.084

Tabel 72 Investeringen (bedragen x € 1.000)

Activum

Afschrijvingstermijn

Bedrag

Immateriële vaste activa

  

- Software

3-5 jaar

105

Overige materiele vaste activa

  

- Hardware

3-5 jaar

3.083

Totaal

 

3.188

Operationele kasstroom

Het verschil met de begroting wordt verklaard door het exploitatieresultaat (-/- € 13,3 mln.), mutatie van de voorzieningen (€ 0,8 mln.), hogere afschrijvingskosten (€ 0,2 mln.) en veranderingen in het werkkapitaal (-/- € 5,8 mln.).

Investeringskasstroom

De investeringen zijn € 0,7 mln. hoger uitgevallen dan begroot.

Financieringskasstroom

Het verschil met de begroting wordt verklaard door een vermogensstorting inzake POK/WAU (€ 14,2 mln.) en een hoger beroep op de leenfaciliteit (€ 1,4 mln.).

Tabel 73 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
    

Realisatie

Begroting

Verschil 

 

2022

2023

2024

2025

2025

 

CJIB-totaal:

      

FTE-totaal (ambtelijk)

1.210

1.278

1.437

1.591

1.522

69

       

Saldo van baten en lasten in %

‒ 2,7

6,9

‒ 5,3

‒ 5,5

0,0

‒ 5,5

       

Geldboetes

      

Aantal

7.575.378

7.884.692

7.378.118

6.752.810

9.396.923

‒ 2.644.113

Kostprijs

9,00

9,00

9,00

9,00

9,00

0,00

Omzet (p*q)

68.178.398

70.962.226

66.403.064

60.775.287

84.572.304

‒ 23.797.018

% geïnde zaken binnen 1 jaar

91,3

90,0

89,6

88,6

91,6

‒ 3,0

       

Transacties

      

Aantal

2.325

1.253

1.314

1.138

2.145

‒ 1.007

Kostprijs

1.194,49

3.262,97

4.883,66

4.408,85

1.013,33

3.395,52

Omzet (p*q)

2.777.179

4.088.503

6.417.129

5.017.271

2.173.513

2.843.758

% geïnde zaken binnen 1 jaar

63,4

53,8

53,8

64,6

55,0

9,6

       

Vrijheidsstraffen

      

Aantal

32.293

32.912

28.920

31.002

33.402

‒ 2.400

Kostprijs

251,45

344,47

476,99

472,54

309,73

162,81

Omzet (p*q)

8.120.086

11.337.319

13.794.537

14.649.542

10.345.493

4.304.050

       

Taakstraffen

      

Aantal

39.255

38.587

38.705

45.236

31.376

13.860

Kostprijs

136,86

194,12

238,62

257,85

120,75

137,10

Omzet (p*q)

5.372.335

7.490.668

9.235.815

11.664.227

3.788.598

7.875.629

       

Voorlopige hechtenis

      

Aantal

 

20.919

20.686

18.366

16.164

2.202

Kostprijs

 

404,27

508,83

503,95

337,04

166,91

Omzet (p*q)

 

8.457.003

10.525.728

9.255.503

5.447.766

3.807.737

       

Schadevergoedingsmaatregelen

      

Aantal

10.465

11.687

12.226

11.836

12.259

‒ 423

Kostprijs

728,97

956,82

973,53

1.241,92

1.191,75

50,17

Omzet (p*q)

7.628.615

11.182.504

11.902.236

14.699.829

14.610.083

89.746

% afgedane zaken binnen 10 jaar

80,7

81,0

79,5

83,8

80,0

3,8

       

Ontnemingsmaatregelen

      

Aantal

1.251

1.152

1.144

1.003

1.103

‒ 100

Kostprijs

5.996,64

8.079,33

9.350,20

12.047,95

11.474,33

573,62

Omzet (p*q)

7.501.800

9.307.383

10.691.957

12.084.093

12.658.985

‒ 574.893

% afgedane B-zaken binnen 10 jaar

66,3

63,1

63,9

72,9

72,0

0,9

       

voorwaardelijke invrijheidstelling

      

Aantal

1.335

996

1.420

1.330

1.332

‒ 2

Kostprijs

2.680,06

5.887,56

5.537,88

5.214,18

2.645,95

2.568,23

Omzet

3.577.882

5.864.014

7.863.791

6.934.860

3.523.542

3.411.317

       

Routeren Toezicht

      

Aantal

13.219

13.381

13.501

13.026

12.949

77

Kostprijs

265,99

495,51

587,19

476,81

270,02

206,79

Omzet

3.516.149

6.630.367

7.927.608

6.210.989

3.496.551

2.714.439

       

Jeugdreclassering

      

Aantal

4.696

4.493

4.502

5.109

4.838

271

Kostprijs

538,29

1.025,97

1.519,01

1.090,70

500,38

590,32

Omzet

2.527.796

4.609.677

6.838.601

5.572.409

2.420.705

3.151.704

       

Bestuurlijke boetes

      

Aantal

19.305

16.660

17.096

13.026

15.842

‒ 2.816

Tarief

19,74

23,87

24,45

27,84

46,61

‒ 18,77

Omzet (p*q)

381.075

397.687

418.000

362.584

738.375

‒ 375.791

       

Overheidsincasso

      

Omzet

8.528.201

9.366.989

9.510.585

10.456.949

11.214.448

‒ 757.499

       

Omzet-diversen/input

      

Omzet

58.562.000

52.372.000

65.967.000

83.895.456

80.755.000

3.140.456

       

Totaal

156.853.000

176.672.000

202.066.000

241.579.000

235.745.000

5.834.000

Door het fors gestegen loon- en prijsniveau zijn de kosten voor alle producten hoger uitgekomen dan begroot.

11.3 Nederlands Forensisch Instituut (NFI)

Het NFI draagt bij aan het artikelonderdeel 33.2 «Het bestrijden van criminaliteit door een effectief en doelmatig instrumentarium van opsporing en vervolging» door middel van het leveren van kwalitatief hoogstaand forensisch onderzoek aan de partners in de strafrechtketen. De drie kernproducten daarbij zijn het uitvoeren van onderzoek op overwegend technisch, medisch-biologisch en natuurwetenschappelijk terrein, het doen van onderzoek naar nieuwe methoden en technieken en het overdragen van kennis op het gebied van forensisch en wetenschappelijk onderzoek.

Tabel 74 Verantwoording van agentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Oorspronkelijk vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3 = 2 - 1)

Realisatie 2024

     

Baten

    

Omzet

127.234

142.354

15.120

136.589

Waarvan omzet moederdepartement

116.202

127.967

11.765

122.424

Waarvan omzet overige departementen

2.400

4.660

2.260

4.207

Waarvan omzet derden

8.632

9.728

1.096

9.958

Rentebaten

260

951

691

1.421

Vrijval voorzieningen

0

488

488

368

Bijzondere baten

25

69

44

4

Totaal baten

127.519

143.862

16.343

138.382

     

Lasten

    

Apparaatkosten

98.155

98.742

587

90.751

-Personele kosten

91.865

89.119

‒ 2.746

82.838

Waarvan eigen personeel

79.378

73.926

‒ 5.452

65.371

Waarvan inhuur externen

10.015

11.772

1.757

13.604

Waarvan overige personele kosten

2.472

3.421

949

3.863

-Materiële kosten

6.290

9.623

3.333

7.913

Waarvan apparaat ICT

2.042

5.588

3.546

4.274

Waarvan bijdrage aan SSO's

653

512

‒ 141

462

Waarvan overige materiële kosten

3.595

3.523

‒ 72

3.177

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

21.007

37.770

16.763

40.711

Rentelasten

0

397

397

177

Afschrijvingskosten

8.257

4.497

‒ 3.760

3.771

-Materieel

8.257

4.497

‒ 3.760

3.771

Waarvan Grond en gebouwen

0

62

62

62

Waarvan Machines en installaties

1.971

167

‒ 1.804

160

Waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

6.286

4.268

‒ 2.018

3.549

-immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

100

850

750

813

Waarvan Dotaties voorzieningen

0

544

544

500

Waarvan Bijzondere lasten

100

306

206

313

Totaal lasten

127.519

142.256

14.737

136.223

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

1.606

1.606

2.159

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

1.606

1.606

2.159

Het saldo van baten en lasten bedraagt €1,6 mln. positief.

Baten

De baten vallen € 16,3 mln. hoger uit dan oorspronkelijk begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere omzet moederdepartement van € 11,8 mln. In 2023 en 2024 zijn een groot aantal claims toegekend door het ministerie van JenV.

Een gedeelte van deze claims is meegenomen in de overlopende posten naar 2025 en hebben betrekking op projectmatige werkzaamheden. Gedurende het jaar 2025 is een groot deel van deze omzet gerealiseerd.

Daarnaast is een hogere omzet overige departementen gerealiseerd ten opzichte van begroot van € 2,3 mln. voornamelijk als gevolg van meer omzet op Hansken licenties, doordat het Hansken platform door meer organisaties wordt gebruikt.

Andere belangrijke factoren voor meer baten ten opzichte van de begroting zijn een hogere omzet op onderzoekprojecten (omzet derden: € 1,1 mln.), hogere rentebaten (€ 0,7 mln.) en vrijval van personele voorzieningen (€ 0,5 mln.).

In vergelijking met voorgaand jaar vallen de totale baten in 2025 € 5,5 mln. hoger uit, voornamelijk als gevolg van de toegenomen omzet moederdepartement zoals hiervoor toegelicht.

De bijzondere baten bestaan uit een vrijval van niet gedeclareerde afspraken voortkomend uit afgesloten vaststellingsovereenkomsten.

Tabel 75 Toelichting bij omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)

Omzet moederdepartement

127.967

Waarvan Direct gerelateerd aan geleverde producten / diensten

 

Producten en diensten

79.632

Research & development

36.185

Kennisdeling / opleiding

8.242

OneStopShop

365

Wegenverkeerswet (WVW/WMG)

3.543

In 2025 bedroeg de totale outputfinanciering € 124,2 mln. (87% van de totale omzet), de inputfinanciering bedroeg € 18,1 mln.

Lasten

Ten opzichte van de begroting realiseert het NFI € 14,7 mln. hogere lasten. De oorzaak hiervan is voornamelijk een hogere last op de kosten uitbesteed werk en andere externe kosten van € 16,8 mln. en kan worden toegeschreven aan de ingezette intensivering van ontwikkeling in de IV-vernieuwing.

Per saldo is er een lichte overuitputting op de apparaatskosten van € 0,6 mln. Dit valt uiteen in een lagere last voor personele kosten van € 2,7 mln. en een hogere last voor materiële kosten van € 3,3 mln.

De lasten voor inzet eigen personeel valt € 5,5 mln. lager uit dan begroot en is net als vorig jaar het gevolg van het niet (volledig) kunnen invullen van vacatures. Een tegenhanger hiervan is dat de externe inhuur € 1,8 mln. hoger uitvalt dan begroot, met name door de inzet van IT-deskundigen voor IV-vernieuwing, omdat vanwege de krappere arbeidsmarkt verambtelijking lastig is, maar vernieuwing van de IV-componenten wel noodzakelijk wordt geacht.

De overige personeelskosten kent een overrealisatie van € 0,9 mln. onder meer door een toename van het aantal IKB-uren in combinatie met de gewijzigde berekening financiële verlofuren vanaf boekjaar 2024, waarmee bij het opstellen van de begroting 2025 geen rekening was gehouden.

De hogere materiële kosten voor apparaat ICT van € 3,5 mln. ten opzichte van de begrote kosten, zijn evenals de hogere kosten voor uitbesteed werk en andere externe kosten toe te rekenen aan de gerealiseerde kosten voor IV-vernieuwingen.

De materiële kosten voor bijdrage aan SSO's valt € 0,1 mln. lager uit dan begroot met name door afgenomen kosten huisvesting.

De rentelasten zijn niet begroot en bedraagt € 0,4 mln. over 2025. In 2025 is de leenfaciliteit die het NFI heeft bij het ministerie van Financiën verder verhoogd als gevolg van de gedane investeringen, ook is het rentepercentage hoger dan ten tijde van het opstellen van de begroting 2025.

De afschrijvingslasten zijn € 3,8 mln. lager dan begroot, doordat investeringen later dan gepland worden gerealiseerd, waardoor activering onder de materiële vaste activa en afschrijvingen hierop vertraagd zijn.

Op de overige lasten is een overuitputting van € 0,8 mln. gerealiseerd, veroorzaakt van dotaties aan voorzieningen vanwege VSO's en RVU's dat niet was begroot (€ 0,5 mln.) en vanwege hogere bijzondere lasten voor transitievergoedingen (€ 0,2 mln.) dat lager was begroot.

De totale lasten vallen in 2025 € 6,0 mln. hoger uit dan in 2024. De oorzaak hiervan is tweeledig. Enerzijds de toegenomen apparaatskosten met € 8,0 mln., waarvan € 6,3 mln. is toe te rekenen aan de personele kosten als gevolg toegenomen personele bezetting en € 1,7 mln. door toegenomen kosten voor IV-vernieuwingen.

Anderzijds zijn de kosten uitbesteed werk en andere externe kosten € 2,9 mln. lager dan in 2024 onder andere door een afname van kosten voor uitbesteed onderzoek voor One Stop Shop (OSS) dat per 1 januari 2025 is overgedragen aan het OM en NP.

Andere factoren voor de toegenomen lasten ten opzichte van voorgaand jaar zijn hogere afschrijvingskosten (€ 0,7 mln.) als gevolg van gedane investeringen en hogere overige lasten (€ 0,04 mln.) voornamelijk door dotaties aan VSO's en RVU's.

De bijzondere lasten bestaan uit reserveringen vanuit vaststellingsovereenkomsten, bv transitievergoedingen, advocaatkosten en loopbaanbegeleiding.

Personele kosten

De ambtelijke bezetting van het NFI bedraagt per eind 2025 693 fte (2024: 637 fte). De externe inhuur (exclusief uitzendkrachten) per eind 2025 is 46 fte (2024: 55 fte).

Per ultimo december 2025 is de totale bezetting 28 fte lager dan begroot, waar dit een jaar eerder nog 41 fte lager dan begroot uitviel. Hoewel de werving ten behoeve van de verambtelijking deels succesvol is, blijven er hardnekkige knelpunten bij het invullen van specifieke functies voornamelijk bij IT-gerelateerde expertise.

De gemiddelde loonsom per fte bedraagt € 106,7K (exclusief externe inhuur). De gemiddelde loonsom is, in vergelijking met 2024, gestegen met 3,9%, met name als gevolg van de jaarlijkse tredeverhogingen binnen de salarisschalen van medewerkers.

Tabel 76 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Activa

  

Immateriële activa

0

0

Materiële vaste activa

22.147

18.972

Waarvan grond en gebouwen

163

225

Waarvan installaties en inventarissen

880

977

Waarvan overige materiële vaste activa

21.104

17.770

Vlottende Activa

35.547

42.528

Vordering

7.869

10.311

- Debiteuren

1.028

1.512

- Overige vorderingen

1.752

2.357

- Overlopende activa

5.089

6.442

Liquide middelen

27.678

32.217

Totaal Activa

57.694

61.500

   

Passiva

  

Eigen vermogen

4.744

3.138

- Exploitatiereserve

3.138

979

- Onverdeeld resultaat

1.606

2.159

Voorzieningen

680

969

Langlopende schulden

19.039

16.261

- Leningen bij het Ministerie van Financiën

19.039

16.261

Kortlopende schulden

33.231

41.132

- Crediteuren

2.201

4.364

- Belastingen en premies sociale lasten

150

66

- Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

5.218

4.275

- Overige schulden

13.238

10.756

- Overlopende passiva

12.424

21.671

Totaal Passiva

57.694

61.500

Activa

In onderstaand overzicht is voor de posten debiteuren, overige vorderingen en overlopende activa aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2025 vorderingen betreft tussen het agentschap en het moederdepartement, het agentschap en andere ministeries (inclusief agentschappen) en het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 77 Debiteuren, overige vorderingen, overige activa (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Debiteuren

0

328

700

1.028

Overige vorderingen

780

186

787

1.752

Overlopende activa

0

951

4.138

5.089

Liquide middelen

0

27.678

0

27.678

Totaal

780

29.143

5.625

35.547

Passiva

In onderstaand overzicht is voor de posten crediteuren, overige schulden en overlopende passiva aangegeven welk deel van de stand per 31 december 2025 schulden betreft tussen: het agentschap en het moederdepartement; het agentschap en andere ministeries (inclusief agentschappen); het agentschap en derden (buiten het Rijk).

Tabel 78 Crediteuren en kortlopende schulden (bedragen x € 1.000)
 

Moeder-

Andere

Derden

 

departement

Ministeries

(buiten het rijk)

Totaal

Crediteuren

10

249

1.942

2.201

Overige schulden

0

0

13.238

13.238

Overlopende passiva

6.170

1.952

4.302

12.424

Totaal

6.180

2.201

19.482

27.863

Tabel 79 Voorzieningen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Dotatie

Vrijval

Onttrekking

Stand per

1-1-2025

in 2025

in 2025

in 2025

31-12-2025

Vaststellingsovereenkomst en wachtgelden

721

495

488

212

516

Regeling voor Vervroegde Uittreding

213

35

0

84

164

Substantieel Bezwarende Functie

36

13

0

49

0

Totaal

969

544

488

345

680

Tabel 80 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

2023

Omzet

142.354

136.589

120.663

Plafond eigen vermogen

6.660

6.074

5.326

Eigen vermogen

4.744

3.138

979

Eigen vermogen als percentage van omzet

3%

1%

1%

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeelde resultaat uit het verslagjaar. De Regeling agentschappen 2024 (artikel 11, lid 3) schrijft voor dat het eigen vermogen van een agentschap niet groter mag zijn dan 5% van de gemiddelde jaaromzet van de afgelopen drie jaar. Het maximale eigen vermogen wordt per 31-12-2025 niet overschreden.

Onverdeeld resultaat

Het onverdeelde saldo van baten en lasten over 2025 bedraagt €1,6 mln positief. Het positieve saldo zal toegevoegd worden aan de exploitatiereserve, waardoor het eigen vermogen na resultaatbestemming € 4,7 mln bedraagt.

Tabel 81 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil realisatie envastgestelde begroting

  

(1)

(2)

3 = (2) - (1)

1

Rekening Courant RHB 1 januari + stand depositorekeningen

27.998

32.212

4.214

 

Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

127.519

139.137

11.618

 

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 119.261

‒ 139.715

‒ 20.454

2

Totaal operationele kasstroom

8.257

‒ 577

‒ 8.834

 

Totaal investeringen (-/-)

‒ 5.000

‒ 7.693

‒ 2.693

 

Totaal boekwaarden desinvesteringen (+)

0

15

15

3

Totaal investeringskasstroom

‒ 5.000

‒ 7.678

‒ 2.678

 

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

Aflossing op leningen (-/-)

‒ 8.051

‒ 3.911

4.140

 

Beroep op leenfaciliteit (+)

5.000

7.632

2.632

4

Totaal financieringskasstroom

‒ 3.051

3.721

6.772

5

Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

28.204

27.678

‒ 526

Operationele kasstroomHet verschil tussen de realisatie en de vastgestelde begroting kan met name verklaard worden door niet begrote ontvangsten op diversen projecten, zoals Hansken en Justicelink.

InvesteringskasstroomIn 2025 zijn meer investeringen gedaan dan begroot, met name in laboratoriumapparatuur en ICT middelen.

FinancieringskasstroomIn 2025 zijn de investeringen hoger dan begroot door intensivering en vernieuwing van met name laboratoriumapparatuur en ICT middelen en daarmee de afgeroepen leningen. De aflossing op leningen is lager dan begroot doordat de investeringen de afgelopen jaren lager waren.

Tabel 82 Investeringen (bedragen x € 1.000)

Activum

Afschrijvingstermijn

Bedrag

Machines en installaties

10 jaar

70

Andere vaste bedrijfsmiddelen

3-10 jaar

7.623

Grond en gebouwen

30 à 50 jaar

0

Totaal

 

7.693

Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025

Tabel 83 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 20251
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

 

2022

2023

2024

2025

2025

Kerntaak 1 zaaksonderzoek – per productgroep

     

Medisch onderzoek - productie (st.)

911

927

954

786

975

- productie-uren

35.837

37.396

36.231

36.063

24.500

      

Toxicologie - productie (st.)

1.753

1.116

1.002

982

1.120

- uitbestede productie

17.776

21.776

28.312

12.700

- productie-uren

17.872

15.550

18.970

18.031

15.500

      

Verdovende middelen - productie (st.)

16.198

19.363

20.712

22.167

18.120

- declarabele uren

3.466

3.141

3.781

3.600

- productie-uren

20.892

17.277

19.964

22.305

23.500

      

DNA-typering - productie (st.)

40.306

37.083

35.689

33.221

40.100

- productie-uren

80.747

82.000

78.246

82.416

96.900

      

Explosieven - productie (st.)

14

12

15

19

20

- declarabele uren

3.709

4.223

4.923

5.397

3.800

- productie-uren

5.625

5.090

5.050

6.172

7.000

      

Schotrestenonderzoek - productie (st.)

12

4

9

2

12

- declarabele uren

3.454

2.705

2.910

2.935

4.100

- productie-uren

4.304

4.153

2.952

2.951

4.500

      

Wapens en werktuigen - productie (st.)

684

569

652

595

620

- productie-uren

11.289

12.334

11.851

11.489

13.000

      

Digitale technologie - productie-uren

29.196

26.976

18.530

17.835

41.000

      

Big Data Analyse - productie-uren

10.206

6.881

10.445

9.855

9.500

      

Biometrie - productie (st.)

738

731

673

724

760

- declarabele uren

2.536

3.100

3.590

2.651

3.675

- productie-uren

14.552

14.548

11.878

12.641

17.500

      

Hansken - productie-uren

61.440

57.457

57.736

70.053

53.900

      

DNA Databank - productie-uren

6.890

7.349

7.384

6.925

7.300

      

Overige producten - productie (st.)

975

1.075

1.156

993

1.000

- declarabele uren

2.500

52

3.774

4.043

2.700

- productie-uren

82.192

77.206

98.664

82.056

92.000

      

Totaal aantal productieve uren K1

381.040

364.214

377.898

378.789

406.100

      

Aantal productieve uren NFI

     

Kerntaak 1 zaaksonderzoek

381.040

364.214

377.898

378.789

406.100

Kerntaak 2 research

115.521

123.014

147.226

172.124

166.000

Kerntaak 3 onderwijs en kennis

26.440

29.125

32.211

39.206

28.700

      

Uren, omzet en uurtarief NFI

     

Productie-uren

523.001

516.353

557.335

590.118

600.800

Totale omzet (x € 1.000) *

107.172

120.663

136.589

142.354

127.518

Indicatief uurtarief (€)

187

216

229

235

209

      

Generieke indicatoren

     

Saldo van baten en lasten (% van baten)

0,69%

‒ 0,02%

1,58%

1,13%

0,00%

Aantal fte (inclusief extern personeel)

643

666

701

738

766

% op tijd

82%

94%

96%

96%

95%

1

Tekst NFI

Voor vrijwel alle productgroepen van zaaksonderzoek (K1) geldt dat de productie-aantallen lager zijn uitgevallen dan begroot. Verdovende middelen is hierop een uitzondering, daar is een hoger productie-aantal gerealiseerd ten opzichte van de begrote aantallen.

Een afwijking tussen de realisatie en begrote productie kan verschillende oorzaken hebben. Een lagere productie hangt mede samen met een lagere personele bezetting dan begroot. Daarnaast er sprake zijn van een verschuiving in de vraag naar productgroepen.

De afwijkingen tussen de begrote en gerealiseerde productie-uren variëren per productgroep. Op totaalniveau werkt het NFI met een gemiddeld lagere bezetting dan oorspronkelijk gepland en de instroom bij enkele deskundigheidsgebieden blijft achter.

Binnen de productie van zaaksonderzoek (K1) wordt onderscheid gemaakt tussen stuksproducten en urenproducten.

Dit vertaalt zich vervolgens naar het aantal productie-uren, waarbij voor stuksproducten vaste normtijden gelden.

Daarnaast hanteert het NFI declarabele uren, waarin alleen uren zijn begrepen die rechtstreeks aan een product gerelateerd zijn.

De begrote productie is mede gebaseerd op de Service Level Agreement die met ketenpartners is gesloten.

Naast het zaaksonderzoek (K1) verricht het NFI ook research (K2) en onderwijs en kennisdeling (K3). De gemaakte uren voor deze twee kerntaken zijn ook weergegeven in de tabel onder 'Aantal productieve uren NFI'.

De realisatie op de K2-uren is hoger dan begroot als gevolg van de beschikbaarstelling van aanvullende middelen. Daarnaast is actief gestuurd op het versterken van de inzet op K2-uren, in lijn met de Strategische Kennis- en Innovatieagenda 2025-2030 van het NFI.

De realisatie van de K3-uren is, naast de activiteiten op kennisuitwisseling met de keten, ook hoger doordat meer tijd is besteed aan voorlichting van de ketenpartners en overige klanten, werkbezoeken en rondleidingen van verschillende delegaties.

De productie-uren in de tabel onder «Uren, omzet en uurtarief NFI» is een optelling van de productie-uren K1, K2 en K3.

De totale omzet, in deze tabel (gemarkeerd met een *), wordt berekend door het totaal aantal declarabele uren te vermenigvuldigen met het uurtarief.

Hierbij wordt vervolgens de aparte vergoeding die het NFI ontvangt voor uitbesteding van werk aan particuliere laboratoriums (WVW en WMG) opgeteld.

Met ingang van 1-1-2025 is de One Stop Shop (OSS) overgedragen aan het Openbaar Ministerie (OM) en Nationale Politie (NP).

Dit verklaart de afwijking in het indicatief uurtarief wanneer de in de tabel vermelde totale omzet zou worden gedeeld door de productie-uren (uurtarief zou dan hoger uitvallen).

Als gevolg van een positief saldo van baten en lasten van € 1,6 mln. over 2025 valt het percentage saldo van baten en lasten afgezet tegen de totale baten met 1,13% positief uit.

Tot slot, het NFI is met de NP en het OM een prestatienorm van 95% leverbetrouwbaarheid overeengekomen. Over 2025 komt de leverbetrouwbaarheid (% op tijd) uit op 96,1% en ligt daarmee boven de gestelde norm.

11.4 Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening (Dienst Justis)

Justis speelt als de screeningsautoriteit van Nederland een belangrijke rol in het Nederlandse veiligheidsdomein. Met het screenen van de betrouwbaarheid van personen en organisaties draagt Justis bij aan de veiligheid van de samenleving.

In Nederland neemt de druk voor meer veiligheid in de samenleving alleen maar toe. Dit komt door verschillende mondiale ontwikkelingen zoals digitalisering, de geopolitieke situatie, cybercriminaliteit en verharding van de samenleving. Zo is digitalisering een belangrijke aanjager en een bron geworden voor nieuwe vormen van criminaliteit. Denk hierbij aan internationale digitale criminaliteit en ontwikkelingen op het gebied van spionage of fraude mogelijk gemaakt door het gebruik van artificial intelligence (AI).

Justis is de afgelopen vijf jaar gegroeid en zal door de verwachte toenemende vraag naar screeningsdiensten de komende vijf jaar verder groeien. De vraag komt vanuit opdrachtgevers binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid, de thuisbasis van Justis, als daarbuiten. Naast de omvang verandert ook de aard van de vraag op twee aspecten: van eenmalige naar periodieke of continue screening en van generieke screening naar meer maatwerk.

Tabel 84 Verantwoording van agentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3 = 2 - 1)

Realisatie 2024

     

Baten

    

Omzet

64.817

73.366

8.549

69.893

waarvan omzet moederdepartement

59.424

66.358

6.934

63.836

waarvan omzet overige departementen

4.490

5.932

1.442

5.082

waarvan omzet derden

903

1.076

173

975

Rentebaten

 

945

945

1.640

Vrijval voorzieningen

  

0

 

Bijzondere baten

 

407

407

0

Totaal baten

64.817

74.718

9.901

71.533

     

Lasten

    

Apparaatskosten

64.817

72.348

7.531

64.226

-Personele kosten

36.975

46.401

9.426

40.409

Waarvan eigen personeel

31.807

34.874

3.067

30.912

Waarvan inhuur externen

5.168

12.085

6.917

9.497

Waarvan overige personele kosten

0

‒ 558

‒ 558

0

-Materiële kosten

27.842

25.947

‒ 1.895

23.817

Waarvan apparaat ICT

1.032

799

‒ 233

564

Waarvan bijdrage aan SSO's

7.960

8.314

354

6.854

Waarvan overige materiële kosten

18.850

16.834

‒ 2.016

16.399

Kosten uitbesteed werk en andere kosten

0

0

0

0

Rentelasten

0

0

0

0

Afschrijvingskosten

0

0

0

0

-Materieel

0

0

0

0

Waarvan apparaat ICT

0

0

0

0

Waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

0

0

0

-Immaterieel

0

0

0

0

Overige lasten

0

570

570

0

Waarvan dotaties voorzieningen

0

570

570

 

Waarvan bijzondere lasten

0

0

0

0

Totaal lasten

64.817

72.918

8.101

64.226

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

1.800

1.800

7.307

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

1.800

1.800

7.307

Tabel 85 Voorgestelde resultaatbestemming (bedragen x €1.000)

Voorgesteld het resultaat als volgt te verdelen

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

Realisatie t-1

     

Toevoeging/onttrekking:

    

-POK/WAU

0

0

0

0

-Exploitatiereserve

0

0

0

0

-Afdracht aan moederdepartement

0

1.800

1.800

7.307

     

Saldo van baten en lasten

0

1.800

1.800

7.307

Baten
Tabel 86 Omzet moederdepartement (bedragen x €1.000)

Omzet moederdepartement

2025

2024

Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten/diensten

  

- VOG NP

22.852

26.673

- VOG RP

705

830

- Gratie

1.268

1.185

- Naamswijziging

3.471

3.727

- VOG-P

1.305

764

- Toekomstvaste IV, Wet Open Overheid

797

1.769

Totaal DGSenB

30.398

34.948

- BIBOB

5.464

11.435

- Risicomeldingen

8.356

7.828

- Netwerktekening

1.273

1.583

- Garantstellingsregeling curatoren

1.829

1.472

- WPBR Ondernemingen

1.172

1.028

- WPBR leidingevenden

744

589

- Wet Wapens en Munitie Ontheffingen

769

613

- Wet Wapens en Munitie Administratieve Beroepen

1.722

1.680

- BOA

2.792

3.055

- BOD

212

174

- Screenen incassodienstverlening

1.838

1.058

Totaal DGRR

26.171

30.515

Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

9.789

‒ 1.627

Totaal

66.358

63.836

Tabel 87 Omzet overige departementen (bedragen x €1.000)

Omzet overige departementen

2025

2024

Verdeeld naar productgroep:

  

- Ministerie van I&W

231

225

- DUO

275

265

- Ministerie van EZ

 

0

- Ministerie van VWS

4.891

4.073

- Ministerie van OCW

1.038

187

- Ministerie van SZW

 

443

Financieringresultaat EZ VWS

‒ 503

‒ 111

Totaal

5.932

5.082

Tabel 88 Omzet derden (bedragen x €1.000)

Omzet derden

2025

2024

Verdeeld naar productgroep:

  

- GVA

1.076

975

- Naamswijziging

0

0

- WPBR

0

0

- BIBOB

0

0

- WWM

0

0

- Sancties

0

0

   

Totaal

1.076

975

Tabel 89 Bijzondere baten (bedragen x €1.000)

Bijzondere baten

2025

2024

Vrijval

407

0

Correctie werkvoorraden V&T

0

0

Totaal baten

407

0

Omzet moederdepartement

De omzet moederdepartement komt grotendeels uit de JenV begroting.

De begrote bijdrage was € 59,4 mln. Dit is gedurende het jaar 2025 verhoogd tot € 66,4 mln. De ophoging wordt onder andere veroorzaakt door de LPO (€ 2,4 mln.), alsmede de bijdrage voor de regeling kostenloze naamswijziging en Wet Introductie Gecombineerde Geslachtsnaam (€ 1,7 mln.).

Vanwege hogere productie dan begroot zal Justis in 2026 € 1,3 mln ontvangen van de opdrachtgevers. Hiervan wordt € 0,8 mln. veroorzaakt door een hogere productie van de VOG. Verder wordt € 0,5 mln. veroorzaakt door een hogere productie van WPBR en BOA. Overige producten vallen tegen elkaar weg. Deze € 1,3 mln. is opgenomen in de baten.

Verder vallen onder de moederbijdrage onder andere de bijdrage voor Toekomstvaste IV (€ 500K).

Omzet overige departementen

In 2025 heeft Justis voor het ministerie van OCW de EAUT Kennisveiligheid uitgevoerd (€ 1,0 mln).

In 2025 is er voor DUO Continu Screenen Kinder Opvang (CS KO) uitgevoerd (€ 388K). Het aantal abonnementen was 311.335. Ten opzichte van het begrote aantal van 290.000 is het verschil 21.335. Dit heeft een financiële impact van € 19K.

Voor IW (Continu Screenen TAXI) is de realisatie in aantallen 62.494 tov het begrote aantal van 57.000. De eindrekening komt hiermee uit op € 332K.

De gratis VOGs is in 2025 uitgekomen op € 4,9 mln. Het aantal is uitgekomen op 302.291 ipv 225.000. Dit leidt tot € 944K additionele baten.

Omzet derden

De omzet derden bestaat uit omzet die noch uit het moederdepartement, noch uit overige departementen komt. Dit betreft het product Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA), baten zijn in lijn met 2024.

Rentebaten

In 2025 heeft Justis € 0,9 mln. aan rentebaten ten opzichte van € 1,6 mln. in 2024. Dit heeft te maken met snellere afschrijving van leges door de opdrachtgevers.

Bijzondere baten

In 2025 zijn er bijzondere baten ter waarde van € 407K. Dit betreft meerdere kleinere incidentele boekingen waaronder de afrekening van de DFA SSC-ICT 2024 (€ 208K).

Input versus outputfinanciering

In 2025 bedroeg de totale outputfinanciering € 71,3 mln., de inputfinanciering bedroeg 2,1 mln. In 2024 bedroeg de totale outputfinanciering € 68,0 mln., de inputfinanciering bedroeg 1,9 mln.

Lasten
Tabel 90 Personele kosten (bedragen x €1000)

Personele kosten

2025

2024

Waarvan eigen personeel

34.874

30.912

Waarvan externe inhuur

12.085

9.497

Waarvan overige personele kosten

‒ 558

0

Totaal

46.401

40.409

Tabel 91 Materiële kosten (bedragen x €1000)

Materiële kosten

2025

2024

Waarvan apparaat ICT

799

564

Waarvan bijdrage aan SSO's

8.314

6.854

Waarvan overige materiele kosten

16.834

16.399

Totaal

25.947

23.817

Personele kosten

De gerealiseerde personele kosten zijn ten opzichte van 2024 met € 6 mln. gestegen. Overige personele kosten betreft een nieuwe grootboekrekening waarop UWV uitkeringen worden geboekt.

De stijging van kosten eigen personeel wordt veroorzaakt door de loonontwikkeling en wordt aan de andere kant beperkt door de nog onvervulde vacatures, bij een formatie van 423 FTE was de ambtelijke bezetting in 2025 gemiddeld 382 FTE. Deze onvervulde vacatures dragen ook bij aan de hogere lasten voor externe inhuur (78 FTE).

Materiële kosten

De hogere realisatie 2025 op «bijdrage aan SSO's» ten opzichte van 2024 wordt grotendeels veroorzaakt door de stijging van kosten voor ICT (€ 0,9 mln) en verder door hogere kosten voor P&O services (€ 0,5 mln). Kostenstijgingen apparaat ICT en overige materiële kosten wordt veroorzaakt door een gestegen prijspeil.

Saldo van baten en lasten

Het positieve exploitatieresultaat ad € 1,8 mln. is de resultante van nieuwe dienstverlening (€ 3,5 mln), de loon- en prijsontwikkeling (€ 2,4 mln), hogere bestaande productie (€ 1,6 mln), additionele projecten (€ 1,0 mln), rentebaten (€ 0,9 mln) en overige baten (€ 0,5 mln), gecombineerd met een significante stijging van de lasten met name bij externe inhuur (€ 6,9 mln) en eigen personeel (€ 2,5 mln), terwijl materiële kosten daalden ten opzichte van rijksbgroting (-€ 1,9 mln), overige lasten bedroegen € 0,6 mln.

Tabel 92 Balans per 31 december 2025 (bedragen x €1000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Activa

  

Vaste Activa

0

0

Immateriële vaste activa

0

0

Materiële vaste activa

0

0

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

0

0

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

0

0

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

0

0

waarvan niet aan de bedrijfsvoering dienstbaar

0

0

Vlottende Activa

17.660

24.659

Voorraden

0

0

waarvan grond- en hulpstoffen

0

0

Waarvan onderhanden werk

0

0

Waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

Waarvan vooruitbetaald op voorraaden

0

0

Vorderingen

17.660

24.659

Waarvan debiteuren

704

421

Waarvan overige vorderingen

0

0

Waarvan overlopende activa

2.695

3.032

Liquide middelen

14.261

21.206

Totaal Activa

17.660

24.659

   

Passiva

  

Eigen vermogen

5.498

10.665

   

Exploitatiereserve

3.698

3.358

Onverdeeld resultaat

1.800

7.307

Voorzieningen

0

0

Langlopende schulden

0

0

Leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Kortlopende schulden

12.162

13.994

Crediteuren

2.486

2.953

Belastingen en premies sociale lasten

0

0

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

0

0

Overige schulden

1.345

992

Overlopende passiva

8.331

10.049

Totaal Passiva

17.660

24.659

Conform model 3.33 uit de RBV is de rubricering van de balansposten inclusief vergelijkende cijfers materiële vaste activa, voorraden, vorderingen (waarvan: debiteuren, overige vorderingen en overlopende activa), overige schulden en de overlopende passiva gewijzigd. Hierdoor is ten opzichte van de agentschapsparagraaf 2024 de rubriek Overige schulden en overlopende passiva uitgesplitst. Verder leidt dit niet tot verschillen.

Toelichting op de debetzijde van de balans

Activa

De afname van liquide middelen ten opzichte van 2024 wordt veroorzaakt door een snellere incassering door de opdrachtgevers van de leges. Dit heeft ook impact op de overige schulden en overlopende passiva.

Van de post «Debiteuren» heeft € 326K betrekking op andere ministeries en € 377K betrekking op derden.

Van de post «Overige vorderingen en overlopende activa» heeft € 1,4 mln. betrekking op moederdepartement, € 1,2 mln. betrekking op overige departementen en € 44K betrekking op derden.

Toelichting op de creditzijde van de balans
Tabel 93 Ontwikkeling eigen vermogen (bedragen x €1000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2025

73.366

5.498

7%

2024

69.893

10.665

15%

2023

60.108

6.600

11%

Tabel 94 Eigen vermogen (bedragen x €1000)
 

Exploitatie-reserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2025

3.358

7.307

10.665

Onverdeeld resultaat 2024 (+/-)

7.307

‒ 7.307

0

Toevoeging door moederdepartement (+)

642

0

642

Storting aan moederdepartement (-/-)

‒ 7.609

0

‒ 7.609

Onverdeeld resultaat 2025 (+/-)

0

1.800

1.800

Stand 31-12-2025

3.698

1.800

5.498

Eigen vermogen

Op grond van de gemiddelde omzet over de jaren 2023, 2024 en 2025 bedraagt de maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 3,4 mln. De berekening van het maximale eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar (artikel 11 lid 3 van de Regeling agentschappen).

De stand van de exploitatiereserve ultimo 2025 komt daarmee op een bedrag van € 3,7 mln. positief. Het maximum van het eigen vermogen is gesteld op € 3,4 mln. Daarom wordt voorgesteld om € 0,3 mln. uit het eigen vermogen te halen.

Het onverdeelde resultaat 2025 bedraagt € 1,8 mln. positief.

In totaal wordt € 2,1 mln. overgeboekt naar de moeder, waaronder onverdeeld resultaat alsmede dat deel van de exploitatiereserve dat boven de maximumwaarde uitkomt.

CrediteurenVan de post ‘Crediteuren‘ heeft € 1,2 mln. betrekking op het moederdepartement, € 0,5 mln. betrekking op overige departementen en € 0,8 mln. betrekking op derden.

Kortlopende schuldenVan de post ‘Overige schulden en overlopende passiva‘ heeft € 2,6 mln. betrekking op het moederdepartement, € 0,9 mln. betrekking op overige departementen en € 6,1 mln. betrekking op derden.

Tabel 95 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting

Realisatie

Verschil

 

(1)

(2)

(3) = (2) - (1)

1.Rekening Courant RHB 1 januari

32.257

21.205

‒ 11.052

Totaal ontvangsten operationele kasstroom/+)

64.817

123.043

58.226

Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 64.817

‒ 137.596

‒ 72.779

2.Totaal operationele kasstroom

0

‒ 14.553

‒ 14.553

Totaal investeringen (-/-)

0

0

0

Totaal boekwaarden desinvesteringen /+)

0

0

0

3.Totaal investeringskasstroom

0

0

0

Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

7.609

7.609

Eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

Aflossing op leningen (-/-)

0

0

0

Beroep op leenfaciliteit (+)

0

0

0

4.Totaal financieringskasstroom

0

7.609

7.609

5.Rekening-courant RHB 31 december

32.257

14.261

‒ 17.996

Tabel 96 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

Verschil

 

2022

2023

2024

2025

2025

 

Risicomeldingen

      

Tarief

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Volume

1.100

1.100

2.521

2.153

2.350

‒ 197

Omzet (x €1.000)1

 

Doorlooptijd

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

n.t.b.

 
       

Netwerktekeningen

      

Tarief

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Volume

750

800

935

803

800

3

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % verstrekking A binnen 3 dagen

83%

85%

73%

81%

75%

 

Doorlooptijd: % verstrekking B binnen 4 weken

100%

97%

99%

94%

75%

 

Doorlooptijd: % verstrekking C binnen 4 maanden

100%

100%

99%

95%

95%

 
       

Garantstellingsregeling curatoren

      

Tarief

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Volume

526

700

1121

1205

1000

205

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % positieve beslissing binnen 8 weken

87%

93%

95%

91%

95%

 

Doorlooptijd: % negatieve beslissing binnen 8 weken

95%

83%

100%

100%

95%

 
       

BIBOB

      

Tarief

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

€ 700,00

 

Volume

291

230

223

212

230

‒ 18

Omzet* (x €1.000)

€ 158

€ 133

€ 153

€ 148

€ 161

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken

62%

39%

33%

15%

60%

 

Doorlooptijd: % binnen 12 weken

85%

79%

79%

51%

95%

 
       

Gratie

      

Tarief

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Volume

977

863

1.002

1.014

1.000

14

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % binnen 6 maanden

66%

72%

60%

77%

90%

 
       

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG NP)

      

Tarief (via gemeenten)

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

€ 41,35

 

Tarief (elektronisch)

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

€ 33,85

 

Volume

1.329.722

1.310.157

1.347.531

1.415.393

1.300.000

115.393

Omzet* (x €1.000)

€ 45.011

€ 44.531

€ 45.807

€ 47.911

€ 44.185

 

Doorlooptijd met onderzoek: % binnen 4 weken

99%

99%

97%

95%

98%

 

Doorlooptijd: % binnen 8 weken na VTA

70%

47%

27%

13%

90%

 
       
       

Verklaring omtrent het Gedrag (VOG RP)

      

Tarief

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

€ 207,00

 

Volume

7.411

6.529

8.003

7.895

9.000

‒ 1.105

Omzet* (x €1.000)

€ 1.534

€ 1.352

€ 1.657

€ 1.634

€ 1.863

 

Doorlooptijd met onderzoek: % binnen 8 weken

100%

100%

100%

100%

98%

 

Doorlooptijd: % binnen 12 weken na VTA

100%

83%

0%

53%

95%

 
       

VOG-P

      

Tarief

n.v.t.

n.v.t.

€ 70,00

€ 70,00

€ 70,00

 

Volume

n.v.t.

n.v.t.

22.398,00

21.062

22.000

‒ 938

Omzet overige departementen (x €1.000)

n.v.t.

n.v.t.

€ 1.568,00

€ 1.474

€ 1.540

 
       

VOG-VWS

      

Volume

217.737

225.730

239.587

302.291

225.000

77.291

Omzet overige departementen (x €1.000)

€ 3.436

€ 3.551

€ 4.073

€ 5.139

€ 3.825

 
       

Gedragsverklaring aanbesteden

      

Tarief

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

€ 75,00

 

Volume

10.506

11.629

12.451

13.747

11.500

2.247

Omzet* (x €1.000)

€ 788

€ 912

€ 975

€ 1.031

€ 863

 

Doorlooptijd met onderzoek: % binnen 8 weken

100%

100%

100%

100%

95%

 

Doorlooptijd: % binnen 16 weken na VTA

97%

71%

52%

44%

95%

 
       

Naamswijziging

      

Tarief

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

€ 835,00

 

Volume

3.429

3.882

3.626

3.805

3.650

155

Omzet* (x €1.000)

€ 1.835

€ 2.185

€ 2.004

€ 2.157

€ 3.048

 

Doorlooptijd: % binnen 20 weken

65%

85%

97%

98%

98%

 
       

Wet Wapens en Munitie beroepen

      

Tarief

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Volume

300

100

116

147

150

‒ 3

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % binnen 26 weken

90%

60%

80%

92%

95%

 
       

Wet Wapens en Munitie ontheffingen

      

Tarief

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

€ 80,00

 

Volume

267

296

402

349

360

‒ 11

Omzet* (x €1.000)

€ 20

€ 23

€ 30

€ 28

€ 29

 

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

89%

84%

85%

94%

95%

 
       

BOA (Buitengewone opsporingsambtenaren)

      

Tarief

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Volume

8.589

10.151

8.022

8.400

10.500

‒ 2.100

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % verzoek art. 142 binnen 16 w.

99%

97%

99%

98%

95%

 
       

BOD (Bijzondere opsporingsdienst)

      

Tarief

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Volume

528

622

773

742

350

392

Omzet* (x €1.000)

 

Doorlooptijd: % BOD binnen 8 weken

100%

100%

100%

100%

95%

 
       

WPBR ondernemingen

      

Tarief

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

 

Volume

1.030

859

1.493

2.087

1.000

1.087

Omzet* (x €1.000)

€ 618

€ 499

€ 563

€ 1.252

€ 600

 

Doorlooptijd: % binnen 13 weken

85%

59%

85%

67%

95%

 
       

WPBR leidinggevenden

      

Tarief

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

€ 92,00

 

Volume

861

1.222

1.471

1.764

1.100

664

Omzet* (x €1.000)

€ 79

€ 112

€ 130

€ 162

€ 101

 
       

Continue screening

      

Volume

310.256

334.127

356.048

373.829

347.000

26.829

Omzet overige departementen (x €1.000)

€ 504

€ 668

€ 490

€ 720

€ 687

 
       

Screenen incassodienstverlening ondernemingen

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

€ 2200,1800,7400

€ 2200,1800,7400

€ 2200,1800,7400

 

Volume

n.v.t

n.v.t

0

490

n.t.b.

 

Omzet* (x €1.000)

n.v.t

n.v.t

€ 226

€ 2.225

n.t.b.

 

Doorlooptijd

n.v.t

n.v.t

99%

96%

n.t.b.

 
       

Screenen incassodienstverlening zeggenschapshebbende

      

Tarief

n.v.t

n.v.t

€ 600,00

€ 600,00

€ 600,00

 

Volume

n.v.t

n.v.t

38

418

n.t.b.

 

Omzet* (x €1.000)

n.v.t

n.v.t

€ 25

€ 251

n.t.b.

 

Doorlooptijd

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.t.b.

 

Dienst Justis - totaal

      

FTE- totaal (intern personeel)

314

328

347

382

347

 

Saldo baten en lasten in % van totale baten

0%

8%

10%

2%

0%

 
1

omzet is tariefinkomsten van het aantaal betaalde producten

11.5 Justitiële Informatiedienst (Justid)

De Justitiële Informatiedienst draagt bij aan een veilige en rechtvaardige samenleving. Dit doet Justid door belanghebbenden te voorzien van cruciale informatie uit het domein van Justitie, Veiligheid, Asiel en Migratie.

Tabel 97 Verantwoording van Justitiële Informatiedienst voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3 = 2 - 1)

Realisatie t-1

     

Baten

    

- Omzet

82.345

94.421

12.076

90.311

waarvan omzet moederdepartement

72.835

86.468

13.633

81.992

waarvan omzet overige departementen

3.777

3.695

‒ 82

3.846

waarvan omzet derden

5.733

4.258

‒ 1.475

4.474

Rentebaten

0

155

155

0

Vrijval voorzieningen

0

47

47

0

Bijzondere baten

0

91

91

0

Totaal baten

82.345

94.714

12.369

90.311

     

Lasten

    

Apparaatskosten

80.197

92.132

11.935

87.615

-Personele kosten

58.960

67.479

8.519

66.070

waarvan eigen personeel

45.130

52.835

7.705

46.585

waarvan inhuur externen

11.288

11.197

‒ 91

15.551

waarvan overige personele kosten

2.542

3.446

904

3.934

-Materiële kosten

21.237

24.654

3.417

21.545

Waarvan apparaat ICT

11.627

14.801

3.174

14.019

Waarvan bijdrage aan SSO's

0

4.345

4.345

4.033

Waarvan overige materiële kosten

9.610

5.508

‒ 4.102

3.493

Kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

0

0

0

0

Rentelasten

0

121

121

347

Afschrijvingskosten

2.148

2.196

48

2.495

-Materieel

2.148

1.958

‒ 190

2.114

waarvan apparaat ICT

2.148

1.939

‒ 209

2.114

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

19

19

0

-Immaterieel

0

238

238

381

Overige lasten

0

215

215

330

waarvan dotaties voorzieningen

0

28

28

330

waarvan bijzondere lasten

0

186

186

0

Totaal lasten

82.345

94.664

12.319

90.787

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening

0

50

50

‒ 476

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

50

50

‒ 476

Tabel 98 Voorgestelde resultaatbestemming (bedragen x €1.000)

Voorgestelde resultaatbestemming

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3 = 2 - 1)

Realisatie t-1

Toevoeging/ onttrekking:

    

- Pok/Wau*

0

0

0

0

- Exploitatiereserve

0

50

50

‒ 476

Saldo van baten en lasten

0

50

50

‒ 476

Baten

De baten komen voort uit dienstverlening tegen vastgestelde tarieven op basis van het kostprijsmodel, welke Justid in 2021 heeft ontwikkeld. De totale opbrengsten zijn ca € 12,4 miljoen hoger dan begroot. Dit is met name gerealiseerd door de indexatie voor loon- en prijsbijstelling op de beheeropdrachten, die niet was begroot.

Omzet

De gerealiseerde omzet moederdepartement in 2025 bedraagt € 86,5 miljoen en is als volgt opgebouwd:

Tabel 99 Omzet moederdepartement (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

- Waarvan direct gerelateerd aan geleverde producten

86.468

81.992

Departement JenV

77.007

73.366

Openbaar Ministerie

3.415

2.924

Overige onderdelen (binnen J&V)

6.045

5.702

- Waarvan overige ontvangsten/bijdragen van het moederdepartement

0

0

   

Subtotaal:

86.468

81.992

- Waarvan omzet gecorrigeerd voor leges

0

0

- Waarvan omzet gecorrigeerd voor diversen

0

0

Totaal omzet moederdepartement

86.468

81.992

Naast omzet moederdepartement heeft Justid voor € 3,7 miljoen diensten verleend aan overige departementen en voor € 4,2 miljoen aan derden. Totale omzet van Justid komt daarmee uit op € 94,4 miljoen. De omzet derden is lager dan begroot doordat minder projecten zijn uitgevoerd bij derden.

Tabel 100 Specificatie bekostiging omzet (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

- Baten als tegenprestatie voor de levering van producten en/of diensten

385

302

waarvan e-Handtekening

385

302

waarvan PKI certificaten

  

waarvan Telecomproviders

  

- Baten als tegenprestatie voor levering van input

94.036

90.009

waarvan bijdrage aan beheeropdrachten

67.427

63.662

waarvan bijdrage aan projecten

24.706

23.835

waarvan bijdrage aan overig

1.903

2.512

Totaal

94.421

90.311

Bijzondere batenIn 2025 zijn onder de bijzondere baten twee eenmalige posten opgenomen. Dit betreft een winstdeling van Datacentrum Noord ter hoogte van € 79.660 en een korting op de aanschaf van nieuwe scanners van € 12.000.

Lasten

Apparaatskosten

De apparaatskosten zijn onderverdeeld in 2 categorieën.

- personele kosten,

- materiële kosten.

Personele kosten

De personele lasten zijn hoger dan begroot. De inzet in fte’s was lager, echter vallen de kosten hoger uit door de gemaakte cao-afspraken. Daarnaast is er sprake van een hoge reservering voor verlofuren. De kosten van externen zijn lager dan begroot.

De vaste ambtelijke bezetting van Justid bedraagt ultimo 2025 528 fte, in vergelijking met ultimo 2024 een stijging van 19,6 fte. Het gemiddelde aantal fte’s ambtelijk personeel over 2025 bedraagt 522 fte. De bijbehorende gemiddelde loonsom per fte bedraagt € 101.408. Voor deze berekening is uitsluitend de loonsom meegenomen en niet de overige personele kosten. De overige personele kosten omvatten onder andere de reservering IKB-uren van € 1,5 miljoen, die niet is begroot.

Tabel 101 Personele kosten (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Waarvan eigen personeel

52.835

46.585

Waarvan externe inhuur

11.197

15.551

Waarvan overige personele kosten

3.446

3.934

Totaal

67.479

66.070

Materiële kosten

De materiële kosten bestaan uit apparaat ICT, bijdrage SSO’s en overige materiële kosten. De totale materiële kosten zijn ca. € 3,4 miljoen hoger dan begroot. Dit komt met name door hogere automatisering, licentiekosten en abonnementskosten, waarbij Justid een verschuiving ziet van investeringen naar licenties en subscripties (abonnementen). Daarnaast zijn extra kosten gemaakt door de noodzakelijke uitbreiding van storage om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen.

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten zijn als volgt opgebouwd:

Tabel 102 Afschrijvingkosten (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Materiele vaste activa

1.958

2.114

waarvan apparaat ICT

1.939

2.092

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

19

22

Immaterieel vaste activa

238

381

Totaal

2.196

2.495

Overige lasten

De overige lasten bestaat hoofdzakelijk uit het afboeken van een oninbare debiteur.

Tabel 103 Balans per 31 december 2025 (bedragen x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Activa

  

Vaste activa

5.141

5.206

Immateriële activa

457

220

Materiële vaste activa

4.684

4.987

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

55

72

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

4.629

4.915

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

 

0

waarvan niet aan de bedrijfsvoering dienstbaar

0

0

   

Vlottende activa

25.856

24.079

Voorraden

0

0

waarvan grond- en hulpstoffen

0

0

waarvan onderhanden werk

0

0

waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

waarvan vooruitbetaald op voorraden

0

0

Vorderingen

11.913

8.854

waarvan debiteuren

3.031

1.234

waarvan overige vorderingen

0

0

waarvan overlopende activa

8.882

7.620

Liquide middelen

13.942

15.225

Totaal Activa

30.997

29.285

   

Passiva

  

Eigen vermogen

3.152

2.427

Bestemmingsfonds(en)

0

0

Pok/Wau reserve

0

0

Exploitatiereserve

3.102

2.902

Onverdeeld resultaat

50

‒ 476

Voorzieningen

227

486

Langlopende schulden

3.784

3.700

Leningen bij het Ministerie van Financiën

3.784

3.700

Kortlopende schulden

23.835

22.672

Crediteuren

1.650

1.215

Belastingen en premies sociale lasten

54

25

Kortlopend deel leningen bij het Ministerie van Financiën

1.588

2.253

Overige schulden

37

291

Overlopende passiva

20.506

18.889

Totaal Passiva

30.997

29.285

   

Stelselwijzigingen

Rijksbegrotingsvoorschriften 2026Door toepassing van Rijksbegrotingsvoorschriften 2026 is er sprake van een stelselwijziging in de indeling van de presentatie in de balans en staat van baten en lasten. Specifiek gaat het om:

  • Uitsplitsing van ‘overige vorderingen’ in ‘overige vorderingen’ en ‘overlopende activa’;

  • Uitsplitsing van ‘overige schulden’ in ‘overige schulden’ en ‘overlopende passiva’;

  • Toevoeging van de post ‘kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten’ aan de staat van baten en lasten.

De uitsplitsing van overige vorderingen en overige schulden heeft plaatsgevonden conform de richtlijnen. De vergelijkende cijfers van het voorafgaande boekjaar zijn hierop aangepast. Het effect op het vermogen en resultaat is nihil.

Justid maakt gebruik van de door DFEZ aangevraagde vrijstelling voor gebruik van de post ‘kosten van uitbesteed werk en andere externe kosten’.

SSO'sMet ingang van boekjaar 2025 presenteert Justid de huisvestingskosten ten behoeve van Rijksvastgoed en Ontwikkelingsbedrijf, conform richtlijnen, als SSO. De vergelijkende cijfers van het voorafgaande boekjaar zijn hierop aangepast. Het effect op het vermogen en resultaat is nihil.

Toelichting op de debetzijde van de balans

De post debiteuren betreft de vorderingen met betrekking tot beheer opdrachten en projecten.

Tabel 104 Debiteuren (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Debiteuren

3.031

1.377

-/- Voorziening dubieuze debiteuren

0

‒ 143

Totaal

3.031

1.234

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Debiteuren moederdepartement

238

708

Debiteuren andere ministeries

28

263

Debiteuren derden

2.765

263

Totaal

3.031

1.234

Onder overlopende activa worden alle bedragen opgenomen die nog moeten worden ontvangen/gefactureerd voor zover dit geen debiteuren zijn zoals hiervoor bij het onderdeel debiteuren zijn verantwoord.

Tabel 105 Overlopende activa (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Vooruitbetaalde bedragen

8.176

6.806

Overige overlopende activa

706

814

Totaal

8.882

7.620

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Overlopende activa van moederdepartement

448

523

Overlopende activa van andere ministeries

206

183

Overlopende activa van derden (buiten het Rijk)

8.228

6.914

Totaal

8.882

7.620

Toelichting op de creditzijde van de balans

Eigen vermogen

Onderstaand is een overzicht opgenomen van het Eigen Vermogen per 31 december 2025:

Tabel 106 Overzicht Eigen Vermogen (bedragen x € 1.000)
 

Exploitatiereserve

POK/WAU reserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2025

2.902

0

‒ 476

2.426

Onverdeeld resultaat 2024 (+/-)

‒ 476

0

476

0

Toevoeging door moederdepartement 2025 (+)

676

0

0

676

Storting aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

0

Onverdeeld resultaat 2025 (+/-)

0

0

50

50

Stand 31-12-2025

3.102

0

50

3.152

Het eigen vermogen bestaat uit de exploitatiereserve en het onverdeelde resultaat uit het verslagjaar. Dit is inclusief afschrijvingskosten betrekking hebbende op de openingsbalans. De vergoeding vanuit JenV voor de afschrijving op overgenomen activa (afwikkeling openingsbalans) van € 0,7 miljoen is verwerkt in het eigen vermogen als directe vermogensmutatie, conform rijksbegrotingvoorschriften 2026.

De berekening van het maximale eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar (artikel 11 lid 3 van de Regeling agentschappen). In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot de gemiddelde omzet in de afgelopen drie jaar opgenomen. Op basis van de vermelde bedragen bedraagt het maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 4,5 miljoen.

Tabel 107 Ontwikkeling Eigen Vermogen (bedragen x € 1.000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2025

94.421

3.152

3%

2024

90.311

2.426

3%

2023

82.271

1.786

2%

    

Onverdeeld resultaat

Het onverdeelde saldo van baten en lasten over 2025 bedraagt € 50k positief. Het positieve resultaat zal worden toegevoegd aan het Eigen Vermogen.

Voorzieningen

Voorzieningen zijn overeenkomstig BW 2, Titel 9 opgenomen. In onderstaande tabel is van de gevormde voorziening de vrijval, dotatie en onttrekking vermeld. De voorzieningen zijn als volgt opgebouwd:

Tabel 108 Voorzieningen (bedragen x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2025

in 2025

in 2025

in 2025

31-12-2025

Vaststellingsovereenkomst herplaatsing

0

0

0

0

0

Reorganisatie voorziening (VSO)

139

0

0

‒ 128

11

Voorziening RVU

347

‒ 47

28

‒ 112

216

Totaal

486

‒ 47

28

‒ 240

227

Reorganisatievoorzieningen:

Het saldo van de reorganisatie voorzieningen bestaat uit het saldo van meerdere vaststellingsovereenkomsten.

Voorziening voor Regeling Vervroegde Uittreding:

Het saldo van de voorziening RVU bestaat uit acht lopende regelingen die respectievelijk aflopen in 2026, 2027 en 2028.

Crediteuren en overige schulden

Tabel 109 Crediteuren (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Crediteuren

1.650

1.215

Totaal

1.650

1.215

   
   

Openstaande crediteuren per jaar

31-12-2025

31-12-2024

2025

1.650

0

2024

0

1.215

Totaal

1.650

1.215

   

Nadere specificatie

  

Crediteuren moederdepartement

58

181

Crediteuren andere ministeries

377

374

Crediteuren derden

1.215

660

Totaal

1.650

1.215

De post crediteuren betreft verplichtingen aan leveranciers, die door middel van een factuur in rekening worden gebracht. Het saldo van deze post heeft betrekking op de op 31 december 2025 nog te betalen facturen.

Tabel 110 Overige schulden (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Overige schulden

37

291

Totaal

37

291

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Overige schulden aan moederdepartement

0

0

Overige schulden aan andere ministeries

37

291

Overige schulden aan derden (buiten het Rijk)

0

0

Totaal

37

291

Tabel 111 Overlopende passiva (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Niet opgenomen vakantiedagen

1.480

1.569

Opgebouwde IKB rechten

6.822

5.204

Vooruitontvangen projectgelden

8.744

7.661

Overige overlopende passiva

3.461

4.455

Totaal

20.506

18.890

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Overlopende passiva aan moederdepartement

9.505

8.959

Overlopende passiva aan andere ministeries

366

938

Overlopende passiva aan derden (buiten het Rijk)

10.635

8.993

Totaal

20.506

18.890

Tabel 112 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) -(1)

1.

Rekening Courant RHB 1 januari + stand depositorekeningen

7.462

15.225

7.763

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom(+)

82.345

70.688

‒ 11.657

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 80.197

‒ 69.252

10.945

2.

Totaal operationele kasstroom

2.148

1.436

‒ 712

 

totaal investeringen (-/-)

‒ 4.075

‒ 2.138

1.937

 

totaal boekwaarden desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 4.075

‒ 2.138

1.937

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door het moederdepartement (+)

0

0

0

 

aflossing op leningen (-/-)

‒ 3.615

‒ 2.281

1.334

 

beroep op leenfaciliteit (+)

4.075

1.700

‒ 2.375

4.

Totaal financieringskasstroom

460

‒ 581

‒ 1.041

5.

Rekening-courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

5.995

13.942

7.947

Algemeen

De realisatiecijfers van het kasstroomoverzicht zijn opgesteld volgens de directe methode.

Investeringen

De investeringen hebben voor het grootste gedeelte betrekking op software/ licenties en hardware. Het bedrag aan gerealiseerde investeringen is minder dan hetgeen voor 2025 is begroot.

Aflossing op lening

De aflossing op de leningen is € 2,3 miljoen, waarvan € 0,7 miljoen betrekking heeft op de lening die is opgenomen op de openingsbalans en € 1,6 miljoen op leningen die zijn aangegaan in 2022, 2023 en 2024.

Beroep op leenfaciliteit

In 2025 is er een beroep gedaan op de leenfaciliteit van € 1,7 miljoen voor investeringen.

Tabel 113 Doelmatigheidsindicatoren
 

realisatie

begroting

Omschrijving generiek deel

2025

2025

   

Kostprijzen per product (groep) (* € 1.000)

94.589

82.345

Tarieven/uur in €

112,50

98,20

Omzet per productgroep (pxq) (* € 1.000)

94.421

82.345

FTE-totaal (excl. externe inhuur)

521,7

538,0

Saldo van baten en lasten (%)

0,1%

0,0%

Tabel 114 Verklarende indicatoren
 

realisatie

begroting

Verklarende indicatoren

2025

2025

   

Percentage overhead

24,0%

22,0%

Verhouding directe en indirecte kosten

nnb

nnb

Productiviteit

74,0%

67,0%

Ziekteverzuim

5,7%

5,5%

% Externe inhuur (t.o.v. intern personeel)

16,5%

20,0%

Toelichting doelmatigheidsindicatoren:

Ter verbetering van de doelmatigheid wordt een nieuw kostprijsmodel ontwikkeld. Het huidige model met 78 afzonderlijke beheerposten leidt tot versnippering van kosteninformatie en beperkte sturingsmogelijkheden. In het nieuwe model worden deze posten geclusterd naar 16 beheersdiensten. Deze vereenvoudiging vergroot de transparantie, verbetert de vergelijkbaarheid van kosten en maakt gerichtere sturing op efficiëntie mogelijk.

De overhead van Justid is toegenomen. Het ziekteverzuim binnen Justid is 5,7% in 2025, een lichte stijging van 0,7% t.o.v. 5% in 2024. Het voortschrijdend gemiddelde percentage inhuur in 2025 is afgenomen en ligt nu op 16,5%. Ten opzichte van 2024 is een daling zichtbaar van 23,6% naar 16,5%. Interne processen zijn aangescherpt voor het vergroten van de grip hierop en tevens heeft er verambtelijking plaatsgevonden.

Overzicht kwaliteitsindicatoren per 31 december 2025

Tabel 115 Klanttevredenheid

Onderwerp

Uitkomst

Algehele tevredenheid

Gemiddeld 7,4

Beeldvorming

Klantgerichtheid 7,5

 

Deskundig 85%

 

Betrouwbaar 82%

 

Diensten Justid 7,5

Toelichting:

In 2025 heeft er geen Klanttevredenheidsonderzoek (KTO) plaatsgevonden. Het laatste Klanttevredenheidsonderzoek (KTO) is gehouden in februari maart 2023. De belangrijkste resultaten zijn hierboven opgenomen. De volgende punten worden het best gewaardeerd (7+); klantgerichtheid, diensten die Justid levert en de systemen. Daarnaast heeft Justid de volgende verbeterpunten; het beter in beeld krijgen van de behoeften van klanten en het sneller inspelen op deze behoeften. Justid wordt gezien als professioneel, deskundig en betrouwbaar en mag flexibeler, toekomstgerichter en proactiever zijn.

Bereikbaarheid/beschikbaarheid

Justid levert haar diensten op basis van het document basisniveau dienstverlening (BND); dit document beschrijft de minimale service levels voor bereikbaarheid/beschikbaarheid van de dienstverlening en zegt iets over de combinatie van ingezette systemen en informatie die wordt verstrekt. Ingeval zich een verstoring voordoet met een hoge impact en urgentie, is er sprake van een zogenaamd prio 1 incident, dat binnen een afgesproken hersteltijd opgelost moet zijn. Optioneel worden met afnemers in meer specifieke Dienstenniveau Overeenkomsten (DNO’s) afwijkende service levels afgesproken. Afnemers waarmee DNO’s zijn afgesproken hebben 4x per jaar een rapportage ontvangen waarin ondermeer de bereikbaarheid/beschikbaarheid en eventuele prio 1 incidenten zijn vermeld en toegelicht.

11.6 Justitiële ICT Organisatie (JIO)

De Justitiële ICT Organisatie (JIO) is de ICT-dienstverlener voor het gehele ministerie van Justitie en Veiligheid, werkzaam voor onder meer de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Raad voor de Kinderbescherming, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Dienst Terugkeer en Vertrek, Reclassering Nederland en de Dienst Justis. De Justitiële ICT Organisatie staat voor veilige, betrouwbare en vernieuwende ICT en investeert in kennis en expertise van medewerkers en een moderne infrastructuur.

Tabel 116 Verantwoording van agentschap voor het jaar 2025 (bedragen x € 1.000)
 

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie t-1 (4)

     

Baten

    

- Omzet

190.905

200.070

9.165

187.828

waarvan omzet moederdepartement

186.103

179.765

‒ 6.338

171.137

waarvan omzet overige departementen

4.802

17.010

12.208

13.852

waarvan omzet derden

0

3.295

3.295

2.839

Rentebaten

0

377

377

363

Vrijval voorzieningen

0

0

0

0

Bijzondere baten

0

99

99

36

Totaal baten

190.905

200.546

9.641

188.227

     

Lasten

    

Apparaatskosten

171.164

174.565

3.401

170.838

- Personele kosten

97.947

98.146

199

100.028

waarvan eigen personeel

62.723

61.498

‒ 1.225

55.941

waarvan inhuur externen

32.661

33.484

823

40.263

waarvan overige personele kosten

2.563

3.164

601

3.824

- Materiële kosten

73.217

76.419

3.202

70.810

waarvan apparaat ICT

57.914

65.103

7.189

58.378

waarvan bijdrage aan SSO's

400

4.319

3.919

3.112

waarvan overige materiële kosten

14.903

6.997

‒ 7.906

9.320

Rentelasten

850

804

‒ 46

688

Afschrijvingskosten

18.891

13.312

‒ 5.579

14.377

- Materieel

17.058

12.149

‒ 4.909

12.835

waarvan apparaat ICT

17.058

12.022

‒ 5.036

12.713

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

0

127

127

122

- Immaterieel

1.833

1.163

‒ 670

1.542

Overige lasten

0

475

475

426

waarvan dotaties voorzieningen

0

261

261

358

waarvan bijzondere lasten

0

214

214

68

Totaal lasten

190.905

189.156

‒ 1.749

186.329

     

Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitvoering

0

11.390

11.390

1.898

Agentschapsdeel Vpb-lasten

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

0

11.390

11.390

1.898

     

Voorgestelde resultaatbestemming

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie (2)

Verschil (3) = (2) - (1)

Realisatie t-1 (4)

Toevoeging/onttrekking:

    

- Pok/Wau*

0

0

0

0

- Exploitatiereserve

0

11.390

11.390

1.898

Saldo van baten en lasten

0

11.390

11.390

1.898

Baten

OmzetDe Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) zijn sinds 2025 geen onderdeel meer van het ministerie van Justitie en Veiligheid (moederdepartement), maar onderdeel van het ministerie van Asiel en Migratie. De 2024 presentatie is aangepast voor deze wijziging.

Tabel 117 Omzet (x € 1.000)

Omzet

2025

2024

waarvan omzet moederdepartement

179.765

171.137

waarvan omzet overige departementen

17.010

13.852

waarvan omzet derden

3.295

2.839

Totaal

200.070

187.828

Omzet per productgroep (Baten naar output categorieën)

De omzet uit werkplekdiensten (algemene diensten) en beheer (specifieke diensten) is toegenomen door een toename van de klantvraag en hogere tarieven.De omzet uit projecten (expertise diensten) is hoger dan begroot door toegenomen vraag vanuit opdrachtgevers. Onder omzet overig heeft JIO € 3,9 mln. aan gefactureerde omzet gecrediteerd voor niet afgenomen 2025 dienstverlening. Onder omzet overig is € 1,3 mln. omzet verantwoord voor geleverde IB2.0 diensten aan afnemers.

Tabel 118 Omzet per productgroep (x € 1.000)

Omzet per productgroep

2025

2024

Algemene diensten (pxq)

94.582

84.869

Specifieke diensten (fixed price)

75.021

70.481

Expertise diensten (nacalculatie)

33.046

30.808

Overig

‒ 2.579

1.670

Totaal

200.070

187.828

Omzet moederdepartementDe omzet moederdepartement wordt behaald bij opdrachtgevers binnen het ministerie van Justitie en Veiligheid. De omzet moederdepartement is in 2025 toegenomen door een toenemende klantvraag en hogere tarieven.

JIO ontvangt geen bijdragen van het moederdepartement om het agentschap te ondersteunen als gevolg van het maximeren van doorberekende tarieven.

Tabel 119 Omzet moederdepartement (x € 1.000)

Omzet moederdepartement

2025

2024

Bestuursdepartement / Moederdepartement

7.410

7.956

Raad voor de Kinderbescherming

16.078

15.646

Schadefonds Geweldsmisdrijven

107

81

Openbaar Ministerie

1.780

1.525

CJIB

437

874

DJI

142.258

132.296

Nederlands Forensisch Instituut

56

357

Dienst Justis

11.142

12.053

Justid

497

349

Totaal

179.765

171.137

Omzet overige departementenDe omzet overige departementen wordt behaald bij opdrachtgevers van andere ministeries. In 2025 is de omzet overige departementen toegenomen door een toegenomen klantvraag (o.a. dienstverlening voor inrichting Rijkskantoren) en hogere tarieven.

Tabel 120 Omzet overige departementen (x € 1.000)

Omzet overige departementen

2025

2024

Ministerie van Algemene Zaken

32

0

Ministerie van Asiel en Migratie

11.668

10.043

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

1.563

538

Ministerie van Buitenlandse Zaken

20

0

Ministerie van Defensie

14

0

Ministerie van Economische Zaken

679

832

Ministerie van Financiën

204

41

Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

750

714

Ministerie van Klimaat en Groene Groei

0

0

Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

270

0

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

1.056

1.347

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

63

87

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

197

250

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

494

0

Totaal

17.010

13.852

Omzet derden

De omzet derden wordt voornamelijk behaald bij ZBO's verbonden aan het ministerie van Justitie en Veiligheid. Voor deze organisaties is met name een stijging te zien in omzet uit projecten.

Tabel 121 Omzet derden (x € 1.000)

Omzet derden

2025

2024

ZBO

2.879

2.490

Overige instanties

416

349

Totaal

3.295

2.839

RentebatenDe rentebaten zijn behaald op het in 2025 aangehouden werkkapitaal op de rekening courant.

Bijzondere batenIn 2025 heeft JIO € 99K aan ongebudgetteerde bijzondere baten behaald uit een positieve eindafrekening over 2024 vanuit het J&V bestuursdepartement.

Lasten

Apparaatskosten

Personele kosten

Eigen Personeel

De inzet op werving was onverminderd hoog in 2025 en heeft geleid tot de succesvolle invulling van vele vacatures. Per jaareinde 2025 was de ambtelijke bezetting 621 fte, een toename van 29 fte. De 2024 CAO verhoging heeft over geheel 2025 effect gehad. In 2025 is de verambtelijking van zzp'ers doorgezet.

Externe inhuur

In 2025 is er minder externe inzet op projecten gepleegd. In 2025 is de verambtelijking van zzp'ers doorgezet.

Overige personele kostenDe toevoeging aan de verlofvoorziening (incl. IKB) was lager in 2025 doordat er geen CAO verhging heeft plaatsgevonden in 2025.

Tabel 122 Personele kosten (x € 1.000)

Personele kosten

2025

2024

waarvan eigen personeel

61.498

55.941

waarvan externe inhuur

33.484

40.263

waarvan overige personele kosten

3.164

3.824

Totaal

98.146

100.028

Materiële kosten

De apparaat ICT kosten zijn in 2025 toegenomen met € 6,7 mln. Licentiekosten zijn toegenomen door prijsverhogingen, veranderende klantvraag en volumegroei. In 2025 heeft JIO onvoorziene kosten gehad voor de 2024 eindafrekening van de datacenter diensten.

De bijdrage aan SSO's is toegenomen door hogere huur en inhuur van expertise via het Rijk.

De overige materiële kosten zijn in 2025 afgenomen door een verbeterd rijksbreed contract voor telefonie.

Tabel 123 Materiële kosten (x € 1.000)

Materiële kosten

2025

2024

waarvan apparaat ICT

65.103

58.378

waarvan bijdrage aan SSO's

4.319

3.112

waarvan overige materiële kosten

6.997

9.320

Totaal

76.419

70.810

Rentelasten

De rentelasten zijn toegenomen in 2025 door een hogere rente op recente aangegane leningen ten op zichte van de bestaande leningenmix.

Tabel 124 Rentelasten (x € 1.000)

Rentelasten

2025

2024

 

804

688

Totaal

804

688

Afschrijvingskosten

De afschrijvingskosten op materiële vaste activa zijn afgenomen ten opzichte van 2024. Het merendeel van de activeringen in 2025 hebben plaatsgevonden in het laatste tertaal, wat heeft geleid tot lagere afschrijvingen.

De afschrijvingskosten op immateriële vaste activa zijn afgenomen ten opzichte van 2024. ICT diensten worden minder in eigen beheer uitgevoerd (met bijbehorende investeringen) en vaker als SaaS dienst afgenomen.

Tabel 125 Afschrijvingskosten (x € 1.000)

Afschrijvingskosten

2025

2024

Materieel vaste activa

12.149

12.835

waarvan apparaat ICT

12.022

12.713

waarvan overige materiële afschrijvingskosten

127

122

Immaterieel vaste activa

1.163

1.542

Totaal

13.312

14.377

Overige Lasten

De dotaties aan de voorzieningen worden toegelicht onder de paragraaf Voorzieningen.

De bijzondere lasten bestaan uit boekverliezen bij buiten gebruikstelling van vaste activa.

Tabel 126 Overige lasten (x € 1.000)

Overige lasten

2025

2024

waarvan dotaties voorzieningen

261

358

waarvan bijzondere lasten

214

68

Totaal

475

426

Saldo van baten en lasten

Over 2025 is een positief exploitatieresultaat van € 11,4 mln. gerealiseerd.

Tabel 127 Balans per 31 december 2025 (x € 1.000)
 

31-12-2025

31-12-2024

Activa

  

Vaste activa

44.954

28.946

Immateriële vaste activa

1.873

2.187

Materiële vaste activa

43.081

26.759

waarvan grond en gebouwen

0

0

waarvan machines en installaties

276

320

waarvan andere vaste bedrijfsmiddelen

42.805

26.439

waarvan vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

0

0

waarvan niet aan de bedrijfsvoering dienstbaar

0

0

Vlottende activa

59.939

66.941

Voorraden

0

0

waarvan grond- en hulpstoffen

0

0

waarvan onderhanden werk

0

0

waarvan gereed product en handelsgoederen

0

0

waarvan vooruitbetaald op voorraden

0

0

Vorderingen

50.184

48.328

waarvan debiteuren

13.094

14.398

waarvan overige vorderingen

1

0

waarvan overlopende activa

37.089

33.930

Liquide middelen

9.755

18.613

Totaal Activa

104.893

95.887

   

Passiva

  

Eigen vermogen

14.708

3.318

Bestemmingsfonds(en)

0

0

Pok/Wau reserve

0

0

Exploitatiereserve

3.318

1.420

Onverdeeld resultaat

11.390

1.898

Voorzieningen

438

346

Langlopende schulden

22.919

27.132

Leningen bij het ministerie van Financiën

22.919

27.132

Kortlopende schulden

66.828

65.091

Crediteuren

9.550

4.606

Belastingen en premies sociale lasten

1.078

182

Kortlopend deel leningen bij het ministerie van Financiën

14.836

13.289

Overige schulden

1.240

433

Overlopende passiva

40.124

46.581

Totaal Passiva

104.893

95.887

StelselwijzigingIn de jaarrekening over 2024 is voor bepaalde presentaties van de balans nog gebruik gemaakt van het RBV 2024 model, conform de mogelijkheid in de RBV 2025. In de jaarrekening over 2025 is voor desbetreffende presentaties sprake van een stelselwijziging in de indeling en groepering. De vergelijkende cijfers van het voorafgaande boekjaar zijn hierop aangepast. Er is geen effect op het vermogen en resultaat.

Stelselwijzigingen balans:Materiële vaste activa: De activa klasse «installaties en inventarissen» is geherclassificeerd naar de activa klassen «machines en installaties» en "andere vaste bedrijfsmiddelen".

Overige vorderingen en overlopende activa: In de RBV 2026 is overige vorderingen en overlopende activa onderverdeeld in twee afzonderlijke categorieën. Personele voorschotten worden verantwoord onder overige vorderingen. De overige posten zijn verantwoord onder overlopende activa.

Overige schulden en overlopende passiva: In de RBV 2026 is overige schulden en overlopende passiva onderverdeeld in twee afzonderlijke categorieën. Nog te verwerken bankposten worden verantwoord onder overige schulden. De overige posten zijn verantwoord onder overlopende passiva.

Toelichting op de debetzijde van de balans

DebiteurenDe opdrachtgevers bestaan uit partijen binnen de Rijksoverheid. De daling van het debiteurensaldo is met name het gevolg van stringenter debiteurenbeheer.

De enige openstaande debiteur uit 2024 is begin 2026 alsnog betaald. Om deze reden is er geen voorziening voor dubieuze debiteuren opgenomen.

Tabel 128 Debiteuren (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Debiteuren

13.094

14.412

-/- Voorziening dubieuze debiteuren

0

‒ 15

Totaal

13.094

14.398

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Debiteuren moederdepartement

11.993

14.023

Debiteuren andere ministeries

703

261

Debiteuren derden

397

114

Totaal

13.093

14.398

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Voorziening dubieuze debiteuren moederdepartement

0

0

Voorziening dubieuze debiteuren andere ministeries

0

‒ 15

Voorziening dubieuze debiteuren derden

0

0

Totaal

0

‒ 15

   

De post dubieuze debiteuren is als volgt opgebouwd:

 

Stand 01-01-2025

15

 

+ Dotatie

0

 

Totaal

15

 

-/- Onttrekking

0

 

-/- Vrijval

‒ 15

 

Stand 31-12-2025

0

 
   

Ouderdom debiteuren per jaar

31-12-2025

31-12-2024

2025

13.057

0

2024

36

14.397

2023

0

1

2022

0

14

Overige vorderingen

De overige vorderingen bestaan uit voorschotten aan werknemers voor reis- en verblijfkosten.

Tabel 129 Overige vorderingen (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Overige voorschotten

1

0

Totaal

1

0

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Overige vorderingen van moederdepartement

0

0

Overige vorderingen van andere ministeries

0

0

Overige vorderingen van derden (buiten het Rijk)

1

0

Totaal

1

0

   

Ouderdom overige vorderingen per jaar

31-12-2025

31-12-2024

2025

1

0

2024

0

0

Totaal

1

0

Overlopende activaDe vooruitbetaalde bedragen bestaan voornamelijk uit abonnements- en onderhoudskosten die meerjarig worden gecontracteerd om te profiteren van kortingen en prijsstabiliteit. De vooruitbetaalde bedragen zijn gestegen door het langdurig verlengen van softwarecontracten tegen hogere kosten.

De nog te vorderen bedragen bestaan uit geleverde diensten, waarvan per 31-12-2025 nog geen factuur is verstuurd. In 2025 is het saldo voor nog te factureren projectopbrengsten afgenomen door betere project control.

Tabel 130 Overlopende activa (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Vooruitbetaalde bedragen

31.556

25.809

Nog te vorderen

5.039

7.153

Overige overlopende activa

494

968

Totaal

37.089

33.930

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Overlopende activa van moederdepartement

4.363

7.338

Overlopende activa van andere ministeries

1.656

697

Overlopende activa van derden (buiten het Rijk)

31.070

25.895

Totaal

37.089

33.930

   

Ouderdom overlopende activa per jaar

31-12-2025

31-12-2024

2025

37.088

0

2024

1

33.930

Totaal

37.089

33.930

Toelichting op de creditzijde van de balans

Eigen vermogenHet eigen vermogen bestaat uit het onverdeelde resultaat over het verslagjaar en de exploitatiereserve van het voorgaande verslagjaar.

Op grond van de gemiddelde omzet over de jaren 2023, 2024 en 2025 bedraagt de maximaal toegestane stand van het eigen vermogen € 9,2 mln. De berekening van het maximale eigen vermogen is gebonden aan een maximumomvang van 5% van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie jaar (artikel 27 lid 4 c van de Regeling agentschappen).

In onderstaand overzicht is de ontwikkeling van het eigen vermogen in relatie tot de gemiddelde omzet in de afgelopen drie jaar opgenomen.

Tabel 131 Ontwikkeling eigen vermogen (x € 1.000)

Jaar

Omzet

Eigen vermogen

%

2023

163.308

1.420

1%

2024

187.828

3.318

2%

2025

200.070

14.708

7%

Gemiddelde omzet laatste 3 jaar tegen 5% EV-plafond

 

9.187

 

Onderstaand is een overzicht opgenomen van het Eigen Vermogen:

Tabel 132 Eigen vermogen (x € 1.000)
 

Bestemmingsfonds(en)

Pok / Wau reserve

Exploitatiereserve

Onverdeeld resultaat

Totaal

Stand 01-01-2025

0

0

1.420

1.898

3.318

Onverdeeld resultaat 2024 (+/-)

0

0

1.898

‒ 1.898

0

Toevoeging door moederdepartement 2025 (+)

0

0

0

0

0

Storting aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

0

0

Onverdeeld resultaat 2025 (+/-)

0

0

0

11.390

11.390

Stand 31-12-2025

0

0

3.318

11.390

14.708

Na het toevoegen van € 5,9 mln. aan de exploitatiereserve resteert van het exploitatieresultaat 2025 nog € 5,5 mln. Laatstgenoemd bedrag zal terugvloeien naar het moederdepartement.

Onverdeeld resultaatHet onverdeelde saldo van baten en lasten over 2025 bedraagt € 11,4 mln., waarbij € 5,9 mln. aan de exploitatiereserve zal worden toegevoegd.

Voorzieningen

Voorzieningen zijn overeenkomstig BW 2, titel 9 opgenomen. In onderstaande tabel is van de gevormde voorziening de vrijval, dotatie en onttrekking vermeld. Onder de voorzieningen zijn verplichtingen/afspraken in het kader van Van Werk Naar Werk, vaststellingsovereenkomsten en RVU opgenomen.

Van de voorzieningen is een bedrag van € 0,2 mln. als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken, waarvan geen enkele voorziening als langer dan 5 jaar kan worden aangemerkt.

Tabel 133 Voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving voorziening

Stand per

Vrijval

Dotatie

Onttrekking

Stand per

 

1-1-2025

in 2025

in 2025

in 2025

31-12-2025

Voorziening vaststellingsovereenkomsten

5

0

0

‒ 5

0

Voorziening van Werk naar Werk

3

0

0

‒ 3

0

Voorziening RVU

338

0

261

‒ 161

438

Totaal

346

0

261

‒ 169

438

Crediteuren

De post crediteuren betreft verplichtingen aan leveranciers, die door middel van een factuur in rekening worden gebracht. Het saldo van deze post heeft betrekking op de (per balansdatum) nog te betalen facturen. De schulden bij het Rijk worden apart opgenomen. Gedurende 2025 is het crediteurensaldo toegenomen met € 4,9 mln. door hogere materiële lasten ingekocht bij derden in 2025. Alle schulden hebben een looptijd van korter dan 1 jaar.

Tabel 134 Crediteuren (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Crediteuren

9.550

4.606

Betalingen onderweg

0

0

Totaal

9.550

4.606

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Crediteuren moederdepartement

0

1.352

Crediteuren andere ministeries

54

53

Crediteuren derden

9.496

3.201

Totaal

9.550

4.606

   

Openstaande crediteuren per jaar

31-12-2025

31-12-2024

2025

9.550

0

2024

0

4.606

Totaal

9.550

4.606

Belastingen en premies sociale lasten

BelastingenDe aangifte BTW 4e kwartaal 2025 bedraagt € 1,1 mln.

Tabel 135 Belastingen en premies sociale lasten (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Belastingen

1.078

182

Premies sociale lasten

0

0

Totaal

1.078

182

Overige schulden en overlopende passiva

Overige schuldenDe toename van de overige schulden in 2025 betreffen nog te verwerken bankposten, die verwerkt zijn begin 2026.

Tabel 136 Overige schulden (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Overige schulden

1.240

433

Totaal

1.240

433

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Overige schulden aan moederdepartement

0

0

Overige schulden aan andere ministeries

0

0

Overige schulden aan derden (buiten het Rijk)

1.240

433

Totaal

1.240

433

Overlopende passivaDe nog te betalen kosten bestaan uit geleverde prestaties, waarvan de factuur wordt verwacht in 2026. Het openstaande saldo voor door DJI geleverde diensten is in 2025 afgenomen.

De verlofvoorziening (incl. IKB) is toegenomen met € 1,8 mln. door een toename in fte en door een toename van het aantal IKB-uren.

De vooruitontvangen bedragen bestaan voornamelijk uit een voorschot van Dienst Justitiële Inrichtingen voor de JIO dienstverlening. Eind 2025 heeft JIO € 8,4 mln. van dit voorschot terugbetaald.

Tabel 137 Overlopende passiva (x € 1.000)

Omschrijving

31-12-2025

31-12-2024

Nog te betalen kosten

5.844

8.238

Opgebouwde IKB rechten

8.067

6.615

Niet opgenomen vakantiedagen

2.215

1.868

Vooruitontvangen bedragen

23.998

29.860

Totaal

40.124

46.581

   

Nadere specificatie

31-12-2025

31-12-2024

Overlopende passiva aan moederdepartement

24.993

23.415

Overlopende passiva aan andere ministeries

353

221

Overlopende passiva aan derden (buiten het Rijk)

14.778

22.945

Totaal

40.124

46.581

   

Ouderdom overlopende passiva per jaar

31-12-2025

31-12-2024

2025

31.186

0

2024

2.784

40.362

2023

1.971

2.036

2022

4.183

4.183

Totaal

40.124

46.581

Tabel 138 Kasstroomoverzicht over het jaar 2025 (x € 1.000)
  

Vastgestelde begroting (1)

Realisatie(2)

Verschil (3) = (2) - (1)

1.

Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen

18.613

18.613

0

 

totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)

190.905

198.285

7.380

 

totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)

‒ 172.014

‒ 181.650

‒ 9.636

2.

Totaal operationele kasstroom

18.891

16.635

‒ 2.256

 

totaal investeringen (-/-)

‒ 31.844

‒ 22.827

9.017

 

totaal boekwaarde desinvesteringen (+)

0

0

0

3.

Totaal investeringskasstroom

‒ 31.844

‒ 22.827

9.017

 

eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)

0

0

0

 

eenmalige storting door moederdepartement (+)

0

0

0

 

aflossingen op leningen (-/-)

‒ 18.891

‒ 14.666

4.225

 

beroep op leenfaciliteit (+)

31.844

12.000

‒ 19.844

4.

Totaal financieringskasstroom

12.953

‒ 2.666

‒ 15.619

5.

Rekening courant RHB 31 december + stand depositorekeningen (=1+2+3+4)

18.613

9.755

‒ 8.858

  • De ontvangsten zijn € 7,4 mln. hoger dan begroot. De stijging is het gevolg van hogere opbrengsten in 2025 dan begroot.

  • De uitgaven zijn € 9,6 mln. hoger dan begroot door hogere uitgaven aan ICT apparaatskosten.

  • In 2025 is geïnvesteerd in datacenter hardware en end user devices. Het life cycle management van end user devices is in 2025 wat trager verlopen dan begroot.

  • In 2025 hebben geen desinvesteringen plaatsgevonden met opbrengst (conform begroting).

  • In 2025 is € 4,2 mln. minder afgelost op leningen dan begroot. In 2024 en 2025 is minder geïnvesteerd, waardoor er ook minder is geleend dan voorzien in de begroting over 2025.

  • Het beroep op de leenfaciliteit is € 19,8 mln. lager dan begroot. In 2025 is minder geïnvesteerd dan begroot en zijn meer investeringen gefinancierd vanuit bestaande middelen.

Toelichting

De gehanteerde doelmatigheidsinidcatoren zijn gelijk aan de indicatoren in de begroting.

OpdrachtgeverstevredenheidDe opdrachtgeverstevredenheid van JIO is in 2025 verder gedaald. Dit is besproken met de opdrachtgevers en samen wordt er gewerkt aan verbetering.

Tabel 139 Overzicht doelmatigheidsindicatoren per 31 december 2025
 

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Realisatie

Vastgestelde begroting

2022

2023

2024

2025

2025

Overhead

     

Omzet (bedragen x € 1 mln.)

155

163

188

200

191

Kosten overhead (bedragen x € 1 mln.)

22

24

30

35

38

Omzet per productgroep (bedragen x € 1 mln.)

     

Algemene diensten (pxq)

65

70

85

95

87

Specifieke diensten (fixed price)

63

67

71

75

80

Expertise diensten (nacalculatie)

27

26

31

33

24

Overig

0

0

2

‒ 3

0

Totale omzet

155

163

188

200

191

Kwaliteitsindicatoren

     

Opdrachtgeverstevredenheid

0

5,5

5,5

5,0

7,5

12. Saldibalans

De saldibalans per 31 december 2025 geeft de financiële posten weer die bij de afsluiting van de begrotingsboekhouding aan het einde van 2025 bestonden en meegenomen worden naar volgende begrotingsjaren. Per 1-1-2025 is een deel van de administratie overgedragen naar het ministerie van Asiel en Migratie, wat invloed heeft gehad op de verantwoording in de financiële overzichten.

Tabel 140 Saldibalans per 31 december 2025 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (bedragen x € 1.000)

Activa

31-12-2025

31-12-2024

 

Passiva

31-12-2025

31-12-2024

Intra-comptabele posten

  

Intra-comptabele posten

  

01

Uitgaven ten laste van de begroting

18.871.908

25.483.433

02

Ontvangsten ten gunste van de begroting

1.862.155

1.853.005

03

Liquide middelen

73

90

    

04

Rekening Courant RHB

  

04a

Rekening Courant RHB

16.088.170

22.768.909

05

Rekening Courant RHB Begrotingsreserve

24.000

9.132

05a

Begrotingsreserves

24.000

9.132

06

Vorderingen buiten begrotingsverband

146.473

138.285

07

Schulden buiten begrotingsverband

1.068.129

999.894

        

Subtotaal intra-comptabel

19.042.454

25.630.940

Subtotaal intra-comptabel

19.042.454

25.630.940

        

Extra-comptabele posten

  

Extra-comptabele posten

  

09

Openstaande Rechten

26.657

21.739

09a

Tegenrekening openstaande rechten

26.657

21.739

10

Vorderingen

2.163.220

1.863.069

10a

Tegenrekening vorderingen

2.163.220

1.863.069

11a

Tegenrekening schulden

  

11

Schulden

  

12

Voorschotten

5.035.691

10.214.182

12a

Tegenrekening voorschotten

5.035.691

10.214.182

13a

Tegenrekening garantieverplichtingen

2.893.828

3.360.905

13

Garantieverplichtingen

2.893.828

3.360.905

14a

Tegenrekening andere verplichtingen

2.482.134

2.534.419

14

Andere verplichtingen

2.482.134

2.534.419

        

Subtotaal extra-comptabel

12.601.530

17.994.314

Subtotaal extra-comptabel

12.601.530

17.994.314

        

Overall Totaal

31.643.984

43.625.254

Overall Totaal

31.643.984

43.625.254

Hieronder worden de onderdelen van de saldibalans nader toegelicht. De cijfers die tussen haken achter de tabeltitels staan, verwijzen naar de desbetreffende post op de saldibalans.

Tabel 141 Begrotingsuitgaven (1) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Uitgaven ten laste van de begroting 2025

18.871.908

 

Uitgaven ten laste van de begroting 2024

 

25.483.433

Totaal

18.871.908

25.483.433

Tabel 142 Begrotingsontvangsten (2) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2025

1.862.155

 

Ontvangsten ten gunste van de begroting 2024

 

1.853.005

Totaal

1.862.155

1.853.005

Onder de post uitgaven en ontvangsten ten laste van de begroting zijn de gerealiseerde begrotingsuitgaven en -ontvangsten van het jaar 2025 opgenomen waarvoor de Rijksrekening nog niet door de Staten-Generaal is goedgekeurd. De toelichtingen op de uitgaven en ontvangen vinden plaats in het jaarverslag onder de beleidsartikelen en niet beleidsartikelen.

Tabel 143 Liquide middelen (3) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Kas

73

90

Saldo liquide middelen

73

90

De post liquide middelen is opgebouwd uit de contante gelden die aanwezig zijn in de kluizen van de kasbeheerders. Het saldo per 31/12/2025 bestaat voornamelijk uit de kassen bij de Griffie.

Tabel 144 Rekening-courant Rijkshoofdboekhouding (4 en 4a) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Rekening-courant RHB

16.088.170

22.768.909

Totaal

16.088.170

22.768.909

Het saldo van deze post geeft de financiële verhouding met de schatkist van het Rijk geadministreerd weer.

Tabel 145 Begrotingsreserve (5 en 5a) (bedragen x € 1.000)

Tabel 11.6 Begrotingsreserve (5 en 5a) (x € 1.000)

     
      

Naam begrotingsreserve

Saldo 31-12-2024

Toevoeging

Onttrekking

Saldo 31-12-2025

Artikel

Asielreserve

9.132

0

9.132

37

Garantieregeling Forensische Zorg

24.000

 

24.000

34

De asielreserve is per 2025 naar Ministerie van Asiel en Migratie overgeheveld. De garantieregeling Forensische Zorg is per 2025 is als begrotingsreserve in werking getreden. Voor onderbouwing en nadere toelichting wordt verwezen naar de toelichting op artikel 34, instrument Storting/onttrekking begrotingsreserve.

Tabel 146 Vorderingen buiten begrotingsverband (6) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Terwee

140.185

121.785

Door te belasten uitgaven

1.188

1.201

Salaris- en studievoorschotten

5.100

4.954

Eu subsidies

10.345

Totaal

146.473

138.285

Terwee

Wet Terwee maakt het voor slachtoffers van een misdrijf mogelijk om zich met een vordering tot schadevergoeding te voegen in het strafproces om op die manier een schadevergoeding te krijgen tegen de dader in plaats van een civiele vordering te starten. De stijging ten opzichte van 2025 wordt veroorzaakt door de invoering van de USB wetgeving. Hierbij wordt het voorschot niet meer afgedaan nadat vervangende hechtenis/gijzeling is toegepast bij schadevergoedingsmaatregelen. Gevolg is dat het voorschot niet ten laste van de begroting wordt geboekt, maar dat het voorschot open blijft staan totdat de dader is overleden of nadat de nieuwe expiratietermijn is verstreken. Hierdoor zal het bedrag aan voorschot de komende jaren gaan stijgen en vormt daarmee een risico door mogelijke oninbaarheid.

Door te belasten uitgaven

De saldi van de vergelijkende jaren zijn nagenoeg gelijk.

Salaris- en studievoorschotten

Op deze rekeningen worden naast de centrale studievoorschotten JenV breed ook de salarisvoorschotten verantwoord die door de decentrale diensten zijn verstrekt. Het verstrekte voorschot wordt vervolgens op het salaris van de medewerker ingehouden. De lichte stijging wordt veroorzaakt doordat er meer studievoorschotten zijn verstrekt dan afgerekend.

Tabel 147 Schulden buiten begrotingsverband (7) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Afdracht sociale lasten

212.677

199.431

Door te belasten agentschappen en RvdR via RHB MvF

76.396

69.090

Geïnde bedragen voor bestuursorganen door CJIB

23.599

14.702

Af te wikkelen proceskosten

260

94

Strafrechtelijk beslag OM

265.251

264.528

Conservatoir beslag OM

342.412

335.613

Diversen OM

121.044

91.515

EU subsidies

4.043

Gedeponeerde geldsommen

8.052

6.972

Overig

14.395

17.948

Totaal

1.068.129

999.894

Afdracht sociale lasten

Dit betreft de afdrachten aan de belastingdienst, UWV en Loyalis over de maand december 2025 welke voldaan zijn in januari 2026. De post is ten opzichte van 2025 gestegen door de CAO stijging die in 2025 is gehanteerd.

Door te belasten agentschappen/Raad voor de rechtspraak (via RHB MvF)

Deze financiële rekeningen worden gebruikt om maandelijks de diverse uitgaven met de agentschappen en de Raad voor de rechtspraak af te rekenen met een rijksbetaalstuk door tussenkomst van de RHB. De stijging is gerelateerd aan de CAO stijging.

Geïnde bedragen voor bestuursorganen door CJIB

Het saldo betreft voornamelijk ontvangen betalingen op vorderingen die het CJIB voor bestuursorganen onder andere Centraal AdministratieKantoor (CAK) en Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid incasseert en nog moeten worden doorgestort. Deze post is behoorlijk gestegen in vergelijking met 2025.

Af te wikkelen proceskosten Griffie

Deze rekening geeft het saldo weer van de proceskosten die nog met partijen moet worden afgerekend.

Strafrechtelijk- en Conservatoir beslag OM

Het creditsaldo op deze rekeningen wordt gevormd door de gelden waarop beslag is gelegd. Onder inbeslagneming verstaan het onder zich nemen of gaan houden van een voorwerp ten behoeve van de strafvordering De beslaglegging op gelden is in vergelijking met 2025 nagenoeg gelijk gebleven.

Diversen OM

Bedragen die in het kader van het «vrijlaten op borgtocht» van een verdachte zijn ontvangen, worden op deze rekening verantwoord. Verschil is grotendeels veroorzaakt door de profijtrente over de laatste drie kwartalen van 2025.

EU subsidies

De subsidies zijn gestegen ten opzichte van vorig jaar. De schuld EU subsidies ad € 4,0 mln betreft feitelijk een saldering van € 6,8 mln aan vooruitontvangen bedragen met betrekking tot diverse EU projecten en vorderingen voor andere EU projecten van € 2,8 mln. De grootste EU subsidie is Cyclotron, behorende bij NCTV.

Gedeponeerde geldsommen

Betreft ontvangsten van partijen in rechtszaken waarvan de rechter een deskundigenonderzoek heeft gelast. De kosten van het deskundigenonderzoek worden hiermee gefinancierd.

Overig

Deze post is vrijwel stabiel ten opzichte van 2025.

Tabel 148 Openstaande Rechten (9 en 9a) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Ontnemingsmaatregelen

11.252

7.541

Schikkingen en transacties

0

0

Profijtrente

15.405

14.198

Totaal

26.657

21.739

In 2025 bestaat het saldo openstaand recht uit ontnemingsmaatregelen en profijtrente.

De profijtrente is nagenoeg stabiel gebleven ten opzichte van 2024.

Tabel 149 Vorderingen (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Vorderingen binnen begrotingsverband

2.163.220

1.863.069

Totaal

2.163.220

1.863.069

De belangrijkste mutaties in de vorderingen ten opzichte van het voorgaande jaar worden veroorzaakt door het Bestuursdepartement en het CJIB.

Bij CJIB is het saldo van de vorderingen met 174 mln toegenomen. Dit komt door prijsstijgingen t.o.v. 2024. In de tabel vorderingen ingedeeld naar aard zijn de stijgingen per aard terug te zien.  

Bij het Bestuursdepartement is de stijging gerelateerd aan de invlechting van Inburgering vanuit SZW. DUO voert de administratie uit voor de directie Samenleving en Integratie ten behoeve van de Wet Inburgering. Het openstaande bedrag van €  145,5 miljoen bestaat voor € 143,8 miljoen uit leningen en € 1,7 miljoen uit openstaande aflossingstermijnen. De vorderingen bij DUO betreffen de openstaande aflossingstermijnen welke aan de leningen onttrokken zijn. Leningen zijn bedoeld voor migranten met de plicht tot inburgering. Asielmigranten die met succes en tijdig hun inburgering afronden hoeven de lening niet terug te betalen. In praktijk betekent dit dat het grootste deel van de vorderingen niet hoeft te worden geïnd.

Tabel 150 Vorderingen ingedeeld naar aard (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

Salarisvorderingen op ex-personeel

1.170

977

Sancties in het kader van Wahv

959.194

837.923

Strafrechtelijke boetes

74.696

65.593

OM-afdoeningen

97.492

87.806

Ontnemingsmaatregelen

845.357

811.488

Vorderingen en leningen DUO

145.564

Overige debiteuren

39.747

59.282

Totaal

2.163.220

1.863.069

De tabel met vorderingen, ingedeeld naar aard, geeft weer waaruit de vorderingen uit wettelijke rechten zijn opgebouwd.

Tabel 151 De vorderingen zijn als volgt te specificeren (bedragen x € 1.000):
 

Bedrag

Direct opeisbare vorderingen

2.016.482

Op termijn opeisbare vorderingen

2.906

Geconditioneerde vorderingen

143.832

Totaal

2.163.220

Tabel 152 Vorderingen ingedeeld naar categorie (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)
 

2025

2024

1. Vorderingen uit wettelijke rechten

2.123.473

1.803.787

2. Vorderingen uit eerder gedane voorwaardelijk uitgaven

0

0

3. Vorderingen uit verkoop of uit dienstverlening

0

0

4. Andere vorderingen

39.747

59.282

Totaal

2.163.220

1.863.069

De tabel met vorderingen, uitgesplitst naar categorie, bestaat bijna geheel uit vorderingen uit wettelijke rechten en deels uit andere vorderingen. De andere vorderingen bestaan uit salarisvorderingen op ex-personeel en overige debiteuren.

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de openstaande vorderingen, uitgesplitst per ontstaanjaar.

Tabel 153 Vorderingen ingedeeld naar ouderdom (10 en 10a) (bedragen x € 1.000)

Ontstaansjaar

2025

2024

2021 en voorgaand

808.833

881.699

2022

201.249

212.384

2023

237.867

249.315

2024

338.941

519.671

2025

576.330

Totaal

2.163.220

1.863.069

Tabel 154 Voorschotten (12 en 12a) (bedragen x €1.000)
 

2025

2024

Voorschotten

5.035.691

10.214.182

Totaal voorschotten

5.035.691

10.214.182

Tabel 155 Verloopstaat voorschotten (12 en 12a) (bedragen x €1.000)

Verloop

Saldo

Eindstand 31.12.2024

10.214.182

Conversie naar A&M

6.570.738

Invlechting Inburgering 01.01.2025

774.487

Uitgekeerde voorschotten 2025

3.681.180

Afgerekende voorschotten 2025

3.063.420

Eindstand 31.12.2025

5.035.691

De invlechting onder inburgering a € 774,5 mln bestaat uit € 703,8 mln van de conversie SZW. € 71,1 mln is extracomptabel is bijgehouden door SZW m.b.t. de reserveringsregeling van 2022, inburgeringswet en onderwijsroute.

In de eindstand 31.12.2025 is extracomptabel de reserveringsregeling 2023 van € 178,2 opgenomen voor dezelfde regelingen

Tabel 156 Voorschotten ingedeeld naar ouderdom (12 en 12a) (bedragen x €1.000)

Artikel

2020 en eerder

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal

31 Politie

159

1.013

1.233

3.152

412.136

1.478.538

1.896.231

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

150

 

73

388

60.836

773.621

835.070

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

5.815

8.279

59.888

136.025

138.728

180.629

529.364

34 Straffen en beschermen

939

6.500

16.374

29.387

56.076

475.672

584.948

36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

410

280

1.104

11.223

16.022

50.224

79.263

38 Inburgering

   

178.206

309.722

461.048

948.976

91 Apparaat kerndepartement

1

  

120

280

2.323

2.724

93 Geheim

2.053

 

2.053

Subtotaal

9.527

16.072

78.672

358.501

993.800

3.422.055

4.878.629

        

Voorschotten buiten begrotingsverband

1.089

1.089

Voorschotten agentschappen

155.973

155.973

        

Eindtotaal

9.527

16.072

78.672

358.501

993.800

3.579.117

5.035.691

In afwijking van het voorgaande jaar is het ouderdomsoverzicht van voorschotten in het huidige verslagjaar op artikelniveau opgesteld, teneinde een verbeterd inzicht in de ouderdom per artikel te verschaffen.

Tabel 157 Garantieverplichtingen (13 en 13a) (bedragen x € 1.000)

Garantieverplichtingen per artikel

Stand per 31-12-2024

Aangegaan in 2025

Vrijval in 2025

Negatieve bijstelling 2025

Tot betaling gekomen in 2025

Stand per 31-12-2025

31 Politie

2.492.571

677.251

394.181

 

2.775.641

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

1.500

1.300

2.800

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

15.515

6.626

5.731

16.410

34 Straffen en Beschermen

93.557

10.000

4.580

98.977

36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

37 Migratie

757.762

757.762

 

38 Inburgering

91 Apparaat kerndepartement

93 Geheim

       

Subtotaal

3.360.905

695.177

1.162.254

2.893.828

       

Verplichtingen buiten begrotingsverband

       

Eindtotaal

3.360.905

695.177

1.162.254

2.893.828

Bij artikel 37 zijn de garantieverplichtingen over gegaan naar ministerie Asiel en Migratie.

Tabel 158 Andere verplichtingen (14 en 14a) (bedragen x € 1.000)

Openstaande verplichtingen

2025

2024

Andere verplichtingen

2.482.134

2.534.419

Totaal

2.482.134

2.534.419

Tabel 159 Verloopstaat verplichtingen (14 en 14a) (bedragen x € 1.000)

Andere verplichtingen per artikel

Stand per 31-12-2024

Aangegaan in 2025

Conversie

Negatieve bijstelling 2025

Tot betaling gekomen in 2025

Stand per 31-12-2025

31 Politie

32.665

8.924.143

 

885

8.931.202

24.721

32 Rechtspleging en rechtsbijstand

733.485

2.487.662

 

2.437.116

784.030

33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

287.797

1.856.766

 

16.154

1.486.856

641.554

34 Straffen en Beschermen

507.718

4.484.022

 

9.030

4.485.246

497.464

36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

351.458

419.000

 

4.258

412.470

353.730

37 Migratie

440.911

 

‒ 440.911

0

38 Inburgering

494.527

  

494.527

0

91 Apparaat kerndepartement

179.306

639.918

 

17.510

621.547

180.167

93 Geheim

0

2.945

 

0

2.945

       

Subtotaal

2.533.340

19.308.983

‒ 440.911

47.837

18.871.908

2.481.665

       

Verplichtingen buiten begrotingsverband

1.079

625

 

0

1.236

468

       

Eindtotaal

2.534.419

19.309.608

‒ 440.911

47.837

18.873.144

2.482.134

De kolom negatieve bijstelling 2025 heeft betrekking op verplichtingen uit voorgaande begrotingsjaren.

In de conversie is € 442,5 mln overgeheven naar AenM waarvan € 440,9 mln. verantwoord is onder conversie en € 1,5 mln. op art 91 als negatieve bijstelling is verwerkt.

De negatieve bijstellingen op verplichtingen die in het huidige verslaggevingsjaar zijn aangegaan zijn verrekend met de stand per jaareinde. Ten opzichte van het voorgaande verantwoordingsjaar zijn de openstaande verplichtingen afgenomen met € 100 mln.

De meest belangrijke wijzigingen in de verplichtingen ten opzichte van het voorgaande verantwoordingsjaar zijn:

  • Artikel 31: De verplichtingen bij de telecomproviders zijn afgenomen met € 8 mln.

  • Artikel 33: De verplichtingen voor de RIEC regelingen zijn toegenomen met € 182mln., net zoals de gemeentelijke regelingen voor preventie met gezag met € 191 mln.

  • Een afname bij artikel 91 door minder externe inhuur en IT contracten.

Tabel 160 Niet Uit De Balans Blijkende Bestuurlijke Verplichtingen (x € 1 mln.)

Omschrijving

(Inschatting)Bedrag

Raad voor Rechtsbijstand vordering

356,3

Inburgering

294,4

Claim OM

122

Raad voor de Rechtspraak vakantiegelden

21,1

Schikkingen en transacties OM

0,3

De Raad voor Rechtsbijstand had ultimo 2024 een vordering van € 356,3 mln. op het Ministerie van Justitie en Veiligheid die samenhangt met haar verplichting in haar balans voor het deel van de afgegeven toevoegingen dat nog niet is vastgesteld. (Bron: Raad voor Rechtsbijstand jaarrekening). Het cijfer ultimo 2025 is nog niet beschikbaar.

Voor de verplichtingen 2026 is besloten om de openstaande verplichtingen met betrekking tot Inburgering te plaatsen onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen (Nubbv) voor een bedrag van €294,4 mln. Per 1/1/2025 is de overdracht geweest van de  financiële verantwoording van Inburgering vanuit SZW naar J&V, te weten op artikel 38. Per 1/1/2026 wordt de verantwoording van Inburgering in het Jaarverslag van SZW opgenomen.

De Raad voor de Rechtspraak heeft sinds het boekjaar 2005 een vordering op het Ministerie inzake de financiering van de te betalen vakantiegelden en sociale lasten. Bij het inwerking treden van het baten lasten stelsel per 1 januari 2005 is overeengekomen dat ter financiering van deze verplichting op de openingsbalans van de Rvdr een separate vordering wordt opgenomen en er door het Ministerie van JenV geen aflossing op deze vordering zal plaatsvinden. Het betreft hier louter een boekhoudkundige vordering. De vordering bedraagt € 21,1 mln.

Schikkingen en transacties van het Openbaar Ministerie worden sinds 2014 verantwoord op het moment van ontvangst van het kasbericht. Mocht in de toekomst blijken dat, zowel in het kader van artikel 12-procedure het OM over zal moeten gaan tot vervolging en dat de transactie of schikking terugbetaald moet worden, ofwel naar de mening van het OM voldoende vastgesteld dat in rechten afdwingbare rechten van derden voortgaan, dan zal het OM het betreffende bedrag onverschuldigd terugbetalen. Op 31 december 2025 bedraagt het maximale risico van terugbetalen van schikkingen en transacties een bedrag van € 0,305 miljoen. Er zijn dit tertaal geen hoge transacties gepubliceerd.

Niet uit de balans blijkende Juridische Verplichtingen

In de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025 zijn er drie rechtszaken/claims waarin het ministerie van Justitie en Veiligheid de gedaagde is van boven de €25 mln.

  • Het BD is gedaagd voor een rechtzaak van € 84mln.

  • Het OM is gedaagd in 2 zaken. Dit betreffen een zaak van € 80 mln. en een zaak van € 42 mln.

13. WNT-Verantwoording 2025 Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI)

De Wet normering topinkomens (WNT) bepaalt dat de bezoldiging en eventuele ontslaguitkeringen van topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen in de publieke en semi-publieke sector op naamsniveau vermeld moeten worden in het financieel jaarverslag. Deze publicatieplicht geldt tevens voor topfunctionarissen die bij een WNT-instelling geen - al dan niet fictieve - dienstbetrekking hebben of hadden. Daarnaast moeten van niet-topfunctionarissen de bezoldiging (zonder naamsvermelding) gepubliceerd worden indien deze het wettelijk bezoldigingsmaximum te boven gaan. Echter, niet-topfunctionarissen zonder dienstverband vallen buiten de reikwijdte van de wet.

Voor JenV heeft de publicatieplicht betrekking op onderstaande functionarissen. De bezoldigingsgegevens van de leden van de Top Management Groep zijn opgenomen in het jaarverslag van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het algemeen bezoldigingsmaximum bedraagt in 2025 € 246.000.

Tabel 161 Bezoldiging topfunctionarissen

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Functie(s) (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum aanvang functievervulling in 2025 (+ tussen haakjesa gegevens van 2024)

Datum einde functievervulling in 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender-mnd; >12 kalender-mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)1

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (+ tussen haakjes bedrag 2024)

Motivering en bedrag (indien overschrijding)2

Nationaal Rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen

Mevr. prof. dr. mr. C.R.J.J. Rijken

Directeur

  

1,000 (1)

Nee

194.034 (189.401)

23.209 (23.323)

217.243 (212.724)

246.000 (233.000)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. Mr. M.F.M. de Groot

Directeur

  

1,000 (1)

Nee

142.022 (137.728)

23.032 (21.732)

165.054 (159.460)

246.000 (233.000)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. mr. A.J.J.G. Schijns

Voorzitter

  

0,133 (0,10)

Nee

19.844 (14.771)

0 (0)

19.844 (14.771)

32.718 (22.681)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. mr. F.W. de Nerée tot Babberich

commissielid

  

0,126 (0,07)

Nee

17.239 (9.597)

0 (0)

17.239 (9.597)

30.996 (16.961)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

J.J.M. van Rij

commissielid

  

0,130 (0,08)

Nee

16.891 (10.093)

0 (0)

16.891 (10.093)

31.980 (17.553)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. S. Dijkstra PhD

commissielid

  

0,118 (0,07)

Nee

15.327 (10.093)

0 (0)

15.327 (10.093)

29.028 (17.454)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. mr. A.I. van Strien

commissielid

  

0,250 (0,14)

Nee

39.153 (20.233)

0 (0)

39.153 (20.233)

61.500 (31.536)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. mr. O.P.G. Vos

commissielid

 

1-4-2025

0,295 (0,16)

Nee

10.420 (23.963)

0 (0)

10.420 (23.963)

18.093 (38.281)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. mr.drs. E.A.M. Govers

commissielid

  

0,163 (0,09)

Nee

20.952 (11.553)

0 (0)

20.952 (11.553)

40.098 (21.300)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. mr.S. de Lint

commissielid

  

0,143 (0,03)

Nee

18.436 (4.555)

0 (0)

18.436 (4.555)

35.178 (5.149)

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. prof. dr. G.E. Smid

commissielid

1-9-2025

 

0,092

Nee

4.304

0

4.304

7.565

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Dhr. mr. D.R. Glass

commissielid

1-4-2025

 

0,129

Nee

12.869

0

12.869

23.909

 

Schadefonds geweldsmisdrijven

Mevr. mr. P. Aarten

commissielid

1-4-2025

 

0,130

Nee

12.894

0

12.894

24.095

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. drs. W.J. de Jonge

Directeur

  

1,000 (1)

Nee

134.761 (130.780)

21.917 (19.684)

156.678 (150.464)

246.000 (233.000)

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. prof. Dr. R.A. Lawson

Voorzitter

1-9-2025

 

1,000

Nee

53.204

7.711

60.916

82.225

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. prof. mr. N.J. Schrijver

Interim voorzitter

 

1-9-2025

0,889

Nee

113.885 (74.804)

0 (0)

113.885 (74.804)

145.596 (91.106)

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. Mr. P. Spoon

Onder voorzitter

1-9-2025

 

1,000

Nee

44477

7675

52152

82225

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. prof. dr. B. Böhler

Collegelid

 

1-4-2025

0,400 (0,5)

Nee

16.031 (65.553)

2.199 (9.835)

18.230 (75.388)

24.263 (116.373)

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. mr. dr. H.J.T.M. Swaanenburg - van Roosmalen

Collegelid

 

1-5-2025

0,889 (0,89)

Nee

54.052 (114.055)

6.544 (17.473)

60.595 (131.528)

71.899 (207.111)

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. C.L. Bruinsma

Collegelid

  

0,333 (0,33)

Nee

45.534 (24.455)

7.214 (3.808)

52.748 (28.263)

81.918 (45.412)

 

College voor de rechten van de Mens

Dhr. mr. A. Pahladsingh

Collegelid

1-6-2025

 

1,000

Nee

71.399

12.534

83.933

144.230

 

College voor de rechten van de Mens

Mevr. Mr. K. Naganathar

Collegelid

5-5-2025

 

0,974

Nee

78.894

13.722

92.616

158.204

 

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Dhr. mr. drs. M.M.A. Smithuis

Directeur

  

1,000 (1)

Nee

130.507 (126.670)

21.917 (19.684)

152. 424 (146.354)

246.000 (233.000)

 

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Dhr. mr. drs. H. van den Heuvel

Voorzitter

  

0,200 (0,2)

> 12 maanden

39.494 (37.415)

0 (0)

39.494 (37.415)

49.200 (65.040)

 

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Dhr. dr. R.F. Ferdinand

Collegelid

  

0,1

Nee

10.494

0 (0)

10.494

23.300

Correctie 2024: Een tweede betaling via een ander leveranciersnummer is vorig jaar niet onderkend en wordt hierbij gecorrigeerd. De correctie leidt niet tot een onverschuldigde betaling.

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Dhr. dr. R.F. Ferdinand

Collegelid

  

0,100 (0,1)

Nee

10.946 (10.494)

0 (0)

10.946 (10.494)

24.600 (23.300)

 

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Dhr. Prof. dr. J. de Keijser

Collegelid

  

0,100 (0,1)

> 12 maanden

19.866 (6.075)

0 (0)

19.866 (6.075)

24.600 (23.300)

 

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Dhr J.W. van Manen

Collegelid

 

13-5-2025

0,100 (0,1)

Nee

5.518 (12.698)

0 (0)

5.518 (12.698)

8.894 (23.300)

 

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Mevr. C.J. de Poot

Collegelid

  

0,100 (0,1)

Nee

13.244 (12.698)

0 (0)

13.244 (12.698)

24.600 (23.300)

 

Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

Dhr. mr. G.T. Hofstee

Collegelid

  

0,100 (0,1)

Nee

13.244 (12.698)

0 (0)

13.244 (12.698)

24.600 (23.300)

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Mevr. B. Tertaas-Roodveldt

Collegelid

  

0,100 (0,1)

Nee

13.244 (12.698)

0 (0)

13.244 (12.698)

24.600 (23.300)

 

Nederlands Register Gerechtelijk deskundigen

Dhr. A.M.B. van Loenhout MA

Collegelid

1-5-2025

 

0,100

Nee

8.829

0

8.829

16.512

 

College van Toezicht Auteurs-rechten

Mevr. mr. W.E. Hoge

Directeur

  

1,000 (1)

Nee

144.695 (152.381)

0 (0)

144.695 (152.381)

246.000 (233.000)

 

College van Toezicht Auteurs-rechten

Dhr. drs. A.J. Koppejan

Voorzitter

  

0,400 (0,4)

Nee

67.140 (65.065)

0 (0)

67.140 (65.065)

98.400 (93.200)

 

College van Toezicht Auteurs-rechten

Dhr. prof. dr. S.J. van Gompel

Collegelid

1-7-2025

 

0,200

Nee

16.820

0

16.820

24.802

 

College van Toezicht Auteurs-rechten

Dhr. mr. M.R. de Zwaan

Collegelid

 

30-6-2025

0,300 (0,3)

Nee

25.125 (48.799)

0 (0)

25.125 (48.799)

36.395 (69.900)

 

College van Toezicht Auteurs-rechten

Mevr. dr. L.M.N. Kroon

Collegelid

  

0,200 (0,2)

Nee

33.570 (11.326)

0

33.570 (11.326)

49.200 (15.533)

 

Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Matriaal

Mevr. A.M.V. Gerkens

Voorzitter

  

1,000 (1)

Nee

158.894 (153.956)

23.085 (23.209)

181.979 (177.164)

246.000 (233.000)

 

Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Matriaal

Dhr. B. Smits

Bestuurslid

  

1,000 (1)

Nee

164.299 (162.704)

23.077 (23.063)

187.377 (185.767)

246.000 (233.000)

 

Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Matriaal

Dhr. drs. ing. F.G.J. ter Bekke

Bestuurslid

  

1,000 (1)

Nee

150.179 (145.201)

23.029 (21.498)

173.208 (166.699)

246.000 (233.000)

 
1

Topfunctionarissen met een bezoldiging van €1.800 of minder zijn gemarkeerd met **

2

Wanneer op een topfunctionaris een vordering is ingesteld vanwege een onverschuldigde betaling is dit gemarkeerd in deze kolom met *

Tabel 162 Bezoldiging topfunctionarissen die hun werkzaamheden als topfunctionaris hebben neergelegd, maar die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar worden aangemerkt als topfunctionaris

Naam instelling

Naam topfunctionaris

Huidige functie functionaris

Datum aanvang functievervulling 2025 (+ tussen haakjes gegevens van 2024)

Datum einde functievervulling in 2025 (+tussen haakjes gegevens van 2024)

Dienstverband in fte (+ tussen haakjes omvang in 2024)

Op externe inhuur-basis (nee; <= 12 kalender-mnd; >12 kalender-mnd)

Beloning plus onkostenvergoedingen (belast) (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Voorzieningen t.b.v. beloningen betaalbaar op termijn (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Totale bezoldiging in 2025 (+ tussen haakjes bedrag in 2024)

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (+ tussen haakjes bedrag 2024)

Motivering en bedrag (indien overschrijding)

Aangemerkt als topfunctionaris tot uiterlijk (datum)

Functie als topfunctionaris (+ indien van toepassing bij welk ander organisatieonderdeel van de Staat)

Ministerie van Justitie en Veiligheid

Mevr. drs. J.D.C. Geel

Strategisch adviseur

  

1,000 (1)

nee

168.404 (14.004)

23.134 (1.943)

191.538 (15.948)

246.000 (19.735)

 

1-12-2028

Voorzitter CRM

D. BIJLAGEN

Bijlage 1: Toezichtsrelaties ZBO's en RWT's

Tabel 163 Bijlage toezichtrelaties Zelfstandige Bestuursorganen en Rechtspersonen met een Wettelijke Taak (bedragen x € 1.000)1

Naam organisatie

Begrote bijdrage moeder- departement

Gerealiseerde bijdrage moeder- departement

Begrote bijdrage overige departementen

Gerealiseerde bijdrage overige departementen

Bijzonder- heden

Politie

8.040.964

8.596.285

5.559

5.600

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Politieacademie (PA)

3.531

2.513

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Raad voor Rechtsbijstand (RvR)

659.272

623.064

8.058

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Bureau Financieel Toezicht (Bft)

10.470

10.714

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Autoriteit persoonsgegevens (AP)

49.001

56.834

351

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

College voor de Rechten van de mens (CRM)

11.171

12.700

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

College van toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten

1.545

1.565

0

0

Ja

Per 2021 wordt 50% van de kosten betaald door CBO's en OBO's. Dit zijn de collectieve beheersorganisaties (totaal: 21) en onafhankelijke beheersorganisaties (aantal: 2).

 

College gerechtelijk deskundigen (NRGD)

2.285

2.461

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor milieu en Ruimtelijke Ordening

5.689

6.057

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

     

Raad voor de rechtshandhaving

557

308

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal

6.789

7.452

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

     

Reclasseringsorganisaties (cluster):

     

- Stichting Reclassering Nederland (SRN);

185.328

196.727

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

- Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering;

29.242

29.479

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

- Stichting Verslavingszorg GGZ

98.025

93.873

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM)

40.184

38.345

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Slachtofferhulp Nederland (SHN)

60.697

61.819

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO)

3.827

4.266

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Stichting HALT

13.508

14.217

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV)

41.941

61.040

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Onderzoeksraad voor veiligheid (OVV)

17.135

17.280

0

0

nee

Toelichting bijzonderheden

 

Gerechtsdeurwaarders (cluster)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Notarissen (cluster)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Kansspelautoriteit (Ksa)

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 

Het Keurmerkinstituut BV

n.v.t

n.v.t

n.v.t

n.v.t

 
1

De bijdragen van de overige departementen is opgesteld aan de hand van de door de overige ministeries geplaatste gegevens d.d 12-03-2026 in de samenwerkingsruimte

Bijlage 2: Afgerond evaluatie- en overig onderzoek

Onderstaande tabellen zijn een uitwerking van Strategische Evaluatie Agenda en de Uitwerking Strategische Evaluatie Agenda uit de begroting voor 2025.

Voor het meest recente overzicht van de programmering van periodieke rapportages / beleidsdoorlichtingen, zie het overzicht Ingepland en uitgevoerd onderzoek op rijksfinancien.nl.

Tabel 164 Artikel 31 - Politie

Titel onderzoek

Type onderzoek

Status

Begrotings- artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Thema Kritische communicatie en veiligheidsprocessen

    

Subthema Systeembeheer

    

Audit op het geactualiseerde C2000 gelieerdenbeleid

Ex durante

Afgerond 2025

31.3

Link naar onderzoek

     

Thema Beleid gericht op de continuïteit van de politieorganisatie

    

Subthema Politiepersoneel

    

Nul-meting huidige inrichting van operationeel leiderschap in teams van de politie

Ex ante

Vervallen wegens deprioritering

31.2

 

Subthema Internationaal

    

Onderzoek werking internationale informatieuitwisseling

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

31.2

Link naar onderzoek

Internationale verkenning bevoegdheden online gegevensvergaring politie bij (dreiging van) openbare ordeverstoringen

Ex ante

Afgerond 2025

31.2

Link naar onderzoek

Internationale verkenning bevoegdheden bewaken en beveiligen (deel 1 en 2)

Ex ante

Deel 1 en 2 samengevoegd, publicatie voorjaar 2026

31.2

Link naar onderzoek

Subthema Politie en samenleving

    

Empirisch vervolgonderzoek naar publiek-private samenwerking in relatie tot de politiefunctie

Ex durante

Afgerond 2025

31.2

Link naar onderzoek

Empirisch vervolgonderzoek vormgeving diversiteit en inclusie binnen de politie in de praktijk

Ex durante

Afgerond 2025

31.2

Link naar onderzoek

Vervolgonderzoek etnisch profileren politie n.a.v. uitkomsten systematische review afgerond in 2023

Ex durante

Vervallen wegens deprioritering

31.2

 
     

Thema Politiestelsel (wetten)

    

Subthema Bevoegdheden

    

Evaluatie van de Eenduidige landelijke afspraken (ELA)

Ex post

Afgerond 2025

31.2

Link naar onderzoek

Tabel 165 Artikel 32 - Rechtspleging en rechtsbijstand

Titel onderzoek

Type onderzoek

Status

Begrotings- artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Thema Rechtsbestel

    

Subthema Toegang tot het recht

    

Evaluatie kwaliteitseis Doenvermogen

Ex durante

Afgerond 2025

32.2

Link naar onderzoek

Evaluatie Stichting Geschillencommissies Consumentenzaken (SGC)

Ex post

Afgerond 2025

32

Link naar onderzoek

Evaluatie Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA)

Ex post

Afgerond 2025

32

Link naar onderzoek

Tussenevaluatie functioneren van Netherlands Commercial Court, in eerste aanleg en in hoger beroep

Ex durante

Afgerond 2025

32

Link naar onderzoek

Evaluatie Mediation als geschiloplossingsmethode

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

32

Link naar onderzoek

Geschilbeslechtsingsdelta burgers

Ex post

Lopend; afronding in 2026

32

Link naar onderzoek

Aanvullend onderzoek (niet gepland op de SEA 2025)

    

Financieringsstructuren gerechtsdeurwaarder

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

32

Link naar onderzoek

Subthema Strafrechtelijk bestel

    

Evaluatiekader Verschijningsplicht voor inhoudelijke zittingen

Ex durante

Afgerond 2025

32

Link naar onderzoek

Evaluatie Registerfunctie Rechtspraak

Ex ante

Afgerond 2025

32

Link naar onderzoek

Vergelijkend onderzoek in aantal EU-landen naar het juridisch kader m.b.t. vertrouwelijke communicatie, geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht

Ex ante

Afgerond 2025

32

Link naar onderzoek

Klassenjustitie

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

 

Link naar onderzoek

Staat van het notariaat deel II

Ex durante

Afgerond 2026; publicatie voorjaar 2026

 

Link naar onderzoek

Tabel 166 Artikel 33 - Veiligheid en criminaliteitsbestrijding

Titel onderzoek

Type onderzoek

Status

Begrotings- artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Thema Rechtshandhaving en criminaliteitsbestrijding

    

Subthema Bijzonder strafrecht

    

Straffen in het milieudomein

Ex post

Afgerond 2025; publicatie voorjaar 2026

33.3

Link naar onderzoek

Illegale handel in geneesmiddelen

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

33.3

Link naar onderzoek

National Risk Assessment voor corruptie

Ex durante

Afgerond 2025; publicatie voorjaar 2026

33.3

Link naar onderzoek

Cumulatieve oververtegenwoordiging groepen met een migratieachtergrond in de strafrechtsketen (COMS)

Ex durante

Afgerond 2025

33.3

Link naar onderzoek

Maatschappelijke kosten van drie hypothetische criminele carrières van adolescenten

Ex ante

Afgerond 2025

33.3

Link naar onderzoek

Subthema Verkeershandhaving

    

Evaluatie Wet administatieve afhandeling verkeersdelicten (Wahv)

Ex post

Afgerond 2025

33.3

Link naar onderzoek

Subthema Mensenhandel

    

Voorbereiding evaluatie invoering modernisering art. 273f Wetboek van Strafrecht

Ex ante

Uitgesteld, wet is nog niet in werking getreden

33.3

 

Plan van aanpak t.b.v. de monitoring van de effecten van de wetgeving Seksuele Misdrijven

Ex ante

Afgerond 2025

33.3

Link naar onderzoek

Subthema Cybercrime

    

Evaluatie Wet computercriminaliteit III deel 2

Ex post

Afgerond 2026

33.3

Link naar onderzoek

Subthema Veilige publieke taak

    

Evaluatie van de Eenduidige Landelijke afspraken (ELA)

Ex post

Afgerond 2025

33.3

Link naar onderzoek

Subthema FINEC

    

Monitor Financieel-economische Misdrijven (FINEC)

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

33.3

Link naar onderzoek

Gebruik van interventies in de aanpak van financieel-economische criminaliteit

Ex durante

Afgerond 2025; publicatie voorjaar 2026

33.3

Link naar onderzoek

Aanvullend onderzoek (niet gepland op de SEA 2025)

    

Evaluatie tijdelijke wet turboliquidatie rechtspersonen

Ex post

Afgerond 2025

33.3

Link naar onderzoek

Subthema Zeden

    

Profielen daders transnationaal seksueel kindermisbruik en risicotaxatie

Ex durante

Afgerond 2025

33.3

Link naar onderzoek

     

Thema Veiligheid en lokaal bestuur

    

Subthema Veilig ondernemen

    

Tussenevaluatie actieprogramma Veilig Ondernemen

Ex durante

Afgerond 2025

33.2

Rapport is niet openbaar

Aanvullend onderzoek (niet gepland op de SEA 2025)

    

Fenomeenanalyse winkeldiefstal

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

33.2

Link naar onderzoek

Subthema Bestuurlijke aanpak

    

Landelijk Bureau Bibob

Ex durante

Onderdeel Wetsevaluatie 1e en 2e tranche Bibob

33.2

 

Wetsevaluatie eerste en tweede tranche Bibob

Ex post

Afgerond 2025

33.2

Link naar onderzoek

Subthema Coffeeshopbeleid

    

Aanvullend onderzoek (niet gepland op de SEA 2025)

    

Coffeeshops in Nederland 2024

Ex durante

Afgerond 2025.

33.2

Link naar onderzoek

Subthema Burgemeestersbevoegdheden

    

Onderzoek naar (de gevolgen van de toepassing van artikel 13b Opiumwet

Ex durante

Deel A en B lopend; publicatie voorjaar 2026

33.2

Link naar onderzoek

Aanvullend onderzoek (niet gepland op de SEA 2025)

    

Versteviging handelingsperspectief en bestendigheid van het wettelijk kader van het demonstratierecht

Ex durante

Afgerond 2025

33.2

Link naar onderzoek

Internationaal vergelijkend onderzoek (aanpak) online aangejaagde openbare-ordeverstoringen

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

33.2

Link naar onderzoek

Subthema Sekwerkbeleid en gemeentelijke aanpak mensenhandel

    

Evaluatie financiële regeling DUUP (Decentralisatie uitkering uitstapprogramma’s prostituees)

Ex post

Afgerond 2025

33.2

Link naar onderzoek

Aanvullend onderzoek (niet gepland op de SEA 2025)

    

Landelijke aansturing en coördinatie van mensenhandel

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

33.2

Link naar onderzoek

Subthema Lokale veiligheidsfenomenen

    

Evaluatie experiment digitale meldplicht

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

33.2

Link naar onderzoek

Economische vuurwerkcriminaliteit

Ex ante

Afgerond 2025

33.2

Link naar onderzoek

     

Overig onderzoek

    

Evaluatie Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV)

Ex durante

Afgerond 2025

33.2

Link naar onderzoek

Tabel 167 Artikel 34 - Straffen en beschermen

Titel onderzoek

Type onderzoek

Status

Begrotings- artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Thema Genoegdoening aan slachtoffers en samenleving

    

Subthema Rechten, hulp en schadevergoeding aan slachtoffers

    

Vooronderzoek (nulmeting) verschijningsplicht

Ex ante

Afgerond 2025

34.4

Link naar onderzoek

Vooronderzoek (nulmeting) spreekrecht TBS/PIJ

Ex ante

Afgerond 2026

34.4

Link naar onderzoek

Nulmeting algemene maatregel van bestuur (AMvB) privacy slachtoffers in strafprocesdossier

Ex ante

Afgerond 2026

34.4

Link naar onderzoek

Omgang met seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen religieuze gemeenschappen

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.4

Link naar onderzoek

Evaluatie erkenningsmaatregelen op basis van het rapport van commissie De Winter

Ex post

Afgerond 2025

34.4

Link naar onderzoek

Evaluatie van Schadefonds Geweldsmisdrijven (SGM) ihkv kaderwet Zelfstandig bestuursorgaan (ZBO)

Ex post

Afgerond 2025

34.4

Link naar onderzoek

Evaluatie erkenningsmaatregelen voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg

Ex durante

Afgerond 2025

34.4

Link naar onderzoek

Onderzoek behoefte aan erkenning en ondersteuning van slachtoffers van de gijzeling in Bovensmilde

Ex ante

Afgerond 2025

34.4

Link naar onderzoek

Procesevaluatie WUS

Ex durante

Afgerond 2025

34.4

Link naar onderzoek

Uittreding uit gesloten gemeenschappen met een religieus karakter; terminologie en randvoorwaarden voor hulpverlening

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.4

 

Onderzoek naar kennisname van processtukken

Ex durante

Lopend; afronding in 2027

34.4

Link naar onderzoek

Aanvullend onderzoek (niet gepland op SEA 2025)

    

Zitting achter gesloten deuren

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.4

Link naar onderzoek

Normeren en standaardiseren van schadebedragen (Rotterdamse schaal)

Ex ante

Afgerond 2025

34.4

Link naar onderzoek

Subthema Strafrechtelijke sancties

    

Wensen en belangen van slachtoffers en daders (Wet Langdurig Toezicht)

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.4

Link naar onderzoek

Onderzoek WLT en terroristen (3125G)

Ex post

Nog niet gestart; programmering 2026

34.4

 

Toepassingen WLT 2017 tot en met 2022: monitoring en verdiepende vragen (3125H)

Ex durante

Monitor afgerond, verdiepende vragen vervallen

34.4

Link naar onderzoek

Recidivemeting tijdens v.i. (3125I)

Ex post

Lopend; afronding in 2026

34.3

 

Recividemeting na v.i. (3125J)

Ex post

Lopend; afronding in 2026

34.3

 

Monitor Gedragsbeïnvloedende en Vrijheidsbeperkende Maatregel (GVM) 2022 (3125L)

Ex durante

Afgerond 2024

34.4

Link naar onderzoek

Eindevaluatie Aanpak weigerende observandi (3255D)

Ex post

Afgerond 2024

34.4

Link naar onderzoek

Evaluatie termijnbetaling WAHV

Ex post

Afgerond 2025

34.3

Link naar onderzoek

Onderzoek effecten lang straffen

Ex post

Afgerond 2025

34.3

Link naar onderzoek

Gegevensdeling gemeenten met buitenlandse autoriteiten

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.3

Link naar onderzoek

Strafrechtelijke aanpak van psychisch geweld bij begin van deskundigheidsbevordering

Ex ante

Afgerond 2025

34.3

Link naar onderzoek

Evaluatie ID kaarten proces

Ex durante

Afgerond 2025

34.3

Link naar onderzoek

Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS)

Ex post

Lopend; afronding in 2026

34.3

Link naar onderzoek

Evaluatie Orthodoxe Zendende Instantie (ZI)

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.3

 

Evaluatiekader maatregelen Voortgezet Crimineel Handelen in Detentie (VCHD)

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.3

Link naar onderzoek

Eindevaluatie Wet Langdurig Toezicht

Ex post

Nog niet gestart; programmering 2026/2027

34.4

 

Evaluatie wetswijzigingen in voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel (WLT)

Ex post

Afgerond 2025

34.4

Link naar onderzoek

Doelgroep preventieve detentie

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.4

 
     

Thema Voorkomen van (herhaald) crimineel gedrag

    

Subthema Forensische Zorg

    

Evaluatie ketensamenwerking gemaximeerde tbs

Ex durante

Deel A programmering 2026; Deel B afronding 2026

34.2

Link naar onderzoek

Monitor Wet forensische zorg (Wfz)

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.3

Link naar onderzoek

Doelbereikingsevaluatie Wfz

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.3

Link naar onderzoek

Justitiabelen in de Maatschappelijke Opvang van gemeente Rotterdam

Ex durante

Lopend; afronding in 2026/2027

34.5

 

Middelengebruik in de forensische zorg

Ex durante/ex post

Vervallen wegens deprioritering

34.3

 

Aanvullend onderzoek (niet gepland op de SEA 2025)

    

Patiëntreis preventie tbs

Ex post

Lopend; afronding in 2026

34.3

Link naar onderzoek

Subthema Screenen

    

Onderzoek naar het toevoegen van politiegegevens bij de VOG-screening voor het werken met minderjarigen

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.2

Link naar onderzoek

Recidive in relatie tot specifieke risicogebieden binnen het beoordelingsstelsel van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

Ex durante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Subthema Kansspelen

    

Kansspelreclame

Ex durante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Dataverzameling en -deling in verband met onderzoek naar kansspelen

Ex ante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Verdiepend onderzoek naar problematisch gokken

Ex durante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Alles uit de kast - Verkenning beleidsopties voor kansspelautomaten

Ex durante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Risicoclassificatie kansspelen

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.2

Link naar onderzoek

Aanvullend onderzoek (niet gepland op de SEA 2025)

    

Ontwerp draagkrachttoets online kansspelen

Ex ante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Deelname aan kansspelen in Nederland: meting 2025

Ex durante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Ervaringen met speellimieten bij online kansspelen - meting 2025

Ex durante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Perspectief van Nederlanders op kansspelen 2025

Ex durante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Risico's witwassen en terrorismefianciering bij kansspelen

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.2

Link naar onderzoek

De dynamiek van online kansspelen

Ex ante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Bingo

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.2

Link naar onderzoek

In de kaarten gekeken - Scenarioverkenningen voor het landgebonden casinoaanbod

Ex ante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Subthema Aanpak criminaliteitsfenomenen

    

Cumulatieve oververtegenwoordiging in strafrechtsketen van personen met een migratieachtergrond

Ex ante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Aard en omvang online geweld

Ex ante

Afgerond 2025

34.2

Link naar onderzoek

Subthema Aanpak jeugdcriminaliteit

    

Complexiteit reclasseringstoezicht

Ex durante

Lopend; afronding in 2027

34.5

Link naar onderzoek

Procesevaluatie implementatie JRIV (Jeugdreclassering in Verbinding: tussentijdse rapportage)

Ex durante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Volume ontwikkeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Deel A

Ex durante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Volume ontwikkeling jeugdbescherming en jeugdreclassering Deel B (eindrapportage)

Ex post

Lopend; publicatie voorjaar 2026

34.5

Link naar onderzoek

Aanpassing screeningslijsten

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.5

Link naar onderzoek

Kleinschalige voorzieningen justitiele jeugd (KVJJ)

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.5

Link naar onderzoek

Strafrechtketen monitor/doorlooptijden

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.5

Link naar onderzoek

Recidive monitor (recidieve metingen onder verschillenen groepen veroordeelden)

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

34.5

Link naar onderzoek

Herziening WODC-methodiek recidive meten

Ex durante

Afgerond 2025

 

Link naar onderzoek

Doelgroeponderzoek JJI's

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.5

 

Monitor zelfgeraporteerde jeugddelinquentie 2025

Ex durante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

     

Thema Beschermen van kinderen

    

Subthema Jeugdbescherming

    

Impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling (3e meting)

Ex durante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Omvang en diversiteit doelgroep(en) meerouderschap en meerpersoonsgezag

Ex ante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Analyse bij gevallen van (poging tot) moord en doodslag na huiselijk geweld en/of kindermishandeling

Ex durante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Beleidsinformatie veilig thuis

Ex durante

Doorlopend

34.5

Link naar onderzoek

Onderzoeksprogramma huiselijk geweld en kindermishandeling

Ex durante

Doorlopend

34.5

Link naar onderzoek

Jeugdmonitor

Ex durante

Doorlopend

34.5

Link naar onderzoek

GI monitor (Gecertificeerde Instellingen (GI’s))

Ex durante

Doorlopend; 2e halfjaarlijkse monitor 2025 afgerond

34.5

Link naar onderzoek

Subthema Veranderende gezinsverbanden

    

Aanvullend onderzoek (per abuis niet opgenomen op de SEA 2025)

    

Kindvriendelijke juridische procedures bij scheiding

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.5

 

Steunfiguren voor minderjarigen bij gerechtelijke procedures in familie- en jeugdbeschermingsrecht

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.5

 

Werking nieuwe scheidingsaanpak

Ex ante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Evaluatie digiplein Uitelkaarmetkinderen.nl

Ex post

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Aanpak gemeenten bij scheidingen

Ex ante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Scheiden zonder rechter

Ex ante

Lopend; afronding in 2026

34.5

Link naar onderzoek

Waar geweld uit beeld raakt

Ex ante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Toepassing Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind ( IRVK) in de Nederlandse rechtspraak

Ex post

Afgerond 2025. Publicatie juni 2026

34.5

 

Doelgroepen voor meerouderschap en meerpersoonsgezag

Ex ante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Uitvoeringstoets meerouderschap en meerpersoonsgezag

Ex ante

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Subthema Adoptie en Identiteit

    

Aanvullend onderzoek (per abuis niet opgenomen op de SEA 2025)

    

Binnenlandse afstand en adoptie (commissie de Winter)

Ex post

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Evaluatie aanbod INEA; expertisecentrum voor interlandelijk geadopteerden

Ex post

Lopend; afronding in 2026

34.5

 

Tussenevaluatie subsidieregeling belangenorganisaties voor interlandelijk geadopteerden

Ex post

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Doorlichting besluit geslachtsnaamwijziging

Ex post

Afgerond 2025

34.5

Link naar onderzoek

Tabel 168 Artikel 36 - Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid

Titel onderzoek

Type onderzoek

Status

Begrotings- artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Thema Nationale Veiligheid

    

Subthema Contraterrorisme

    

Evaluatie van de Wet precursoren explosieven

Ex post

Vervallen, onvoldoende relevantie t.o.v. laatste evaluatie in 2021

36.2

Link naar onderzoek

Anti-institutioneel extremisme in NL en handelingsperspectieven ter vergroting maatschappelijke weerbaarheid

Ex ante

Afgerond 2025

36.2

Link naar onderzoek

Interventies bij radicalisering

Ex post

Afgerond 2025

36.2

Link naar onderzoek

     

Subthema Cybersecurity

    

Meetinstrument digitale weerbaarheid organisaties

Ex ante

Afgerond 2025

36.2

Link naar onderzoek

Tussentijdse evaluatie van de Nederlandse Cybersecurity Strategie

Ex durante

Lopend; afronding in 2026

36.2

Link naar onderzoek

Tabel 169 Artikel 38 - Inburgering

Titel onderzoek

Type onderzoek

Status

Begrotings- artikel(en)

Vindplaats onderzoek

Thema Inburgering

    

Subthema Wet Inburgering 2021

    

Statistiek Wet inburgering

Ex durante

Doorlopend

38.2

Link naar onderzoek

Betaalbaarheid inburgeringsstelsel

Ex durante

Afgerond 2025

38.2

Link naar onderzoek

Tussenevaluatie Wi2021

Ex durante

Afgerond 2025

38.2

Link naar onderzoek

Bijlage 3: Inhuur externen

Tabel 170 Exerne inhuur (bedragen x € 1.000)

omschrijving

Bedrag

Beleidsgevoelig

36.515

1. Interim management

7.761

2. Organisatie- en formatieadvies

16.596

3. Beleidsadvies

3.634

4. Communicatieadvisering

8.524

  

Beleidsondersteunend

205.060

5. Juridisch advies

5.967

6. Advisering opdrachtgevers automatisering

195.996

7. Accountancy, financiën en administratieve organisatie

3.097

  

Ondersteuning bedrijfsvoering

181.365

8. Uitzendkrachten

181.365

  

Totaal externe inhuur

422.940

  

Totaal Uitgaven Personeel Ambtelijk + externe inhuur

3.640.039

  

percentage externe inhuur

11,6%

Het overzicht betreft de inkoop van tijdelijk personeel bij het bestuursde-partement, het OM, de Raad voor de Kinderbescherming en de Hoge Raad (uitgaven), alsmede de agentschappen (kosten) van dit Ministerie. Tevens zijn de betreffende kosten van de ZBO's zonder rechtspersoonlijkheid meegenomen (NRGD, SGM, CRM en ATKM). In het jaar 2025 gaf het Ministerie € 422,9 mln. uit aan externe inhuur. De uitgaven voor ambtelijk personeel inclusief externe inhuur bedroegen € 3,640 mrd.

De belangrijkste oorzaak voor de overschrijding van de norm:

  • CJIB

    Het CJIB heeft een omvangrijke extern gefinancierde ICT-portfolio. Hiervoor wordt voor een aanzienlijk deel externe expertise/capaciteit ingehuurd (gezien kortcyclische karakter van deze portfolio projecten en wisselend benodigde expertise van specifieke competenties).

  • De Justitiële ICT Organisatie (JIO)JIO werkt met een flexibele schil van externe inhuur, om zodoende schommelingen in de vraag op te kunnen vangen en de dienstverlening naar opdrachtgevers te kunnen garanderen. Daarnaast kost het werven van vast personeel in de schaarste op de ICT arbeidsmarkt veel tijd en wordt in periode van werving extern personeel ingezet. Ook wordt er voor schaarse en zeer gespecialiseerde ICT-kennis gebruik gemaakt van externe inhuur.

  • De Directie Inkoop en Informatisering (DIenI) zijn twee grote programma’s ondergebracht en de directie kent veel eenmalig projectwerk. Programma’s en projecten hebben een dusdanige omvang dat er ook extra ondersteuning nodig is in de bedrijfsvoering.

  • Het NCSC

    Door enerzijds de arbeidsmarktkrapte en anderzijds de moeilijk te vervullen vacatures is er sprake van vertraging van instroom van nieuwe vaste medewerkers (de voorziene personele groei). Ook heeft NCSC nog geen goedgekeurd O&F rapport waardoor het werven van vaste medewerkers nog veel restricties kent. Om de uitvoering van de wettelijke taken uit te kunnen blijven voeren is er noodgedwongen voor gekozen om extern in te huren.

  • JustIDDe overschrijding van de norm is een gevolg van het feit dat Justid voor tijdelijke projecten altijd een mix aanhoudt van intern personeel en extern personeel. Dit vanwege het tijdelijke karakter van de projecten en de benodigde expertise bij de verschillende projecten. Voor projecten is geen sprake van structurele financiering.

  • Justis

    Bij de dienst justis is de overschrijding met name een gevolg van inhuur op specialistische functies die moeilijk ambtelijk in te vullen zijn (zoals IV, compliance functies als privacy officer, CISO, ISO, controllers, informatiehuishouding) en tijdelijke projecten (in opdracht en extern gefinancierd). Daarnaast worden externen (overwegend uitzendkrachten)  met name ingehuurd als flexibele schil voor de fluctuerende productieaantallen.

  • NFI

    In 2025 heeft het NFI waar mogelijk externe inhuur vervangen door interne medewerkers. De belangrijkste redenen voor overschrijding van de norm zijn de inzet op tijdelijk verkregen middelen voor project JusticeLink. Daarnaast is in 2025 verder gewerkt aan IV-vernieuwing. In verband met de tijdelijkheid van een deel van deze werkzaamheden én de krapte op de arbeidsmarkt is ook hier extern ingehuurd om de noodzakelijke voortgang en continuïteit van deze vernieuwing te kunnen borgen. Tot slot is bij Hansken voor ingehuurd. De inhuur bij Hansken wordt deels bekostigd door de buitenlandse community leden. Hoewel hier in 2025 een groot deel van de externe inhuur is verambtelijkt, blijft een deel externe inzet noodzakelijk.

Bijlage 4: Overzicht van in 2025 tot stand gekomen wetten

Tabel 171 Overzicht van in 2025 tot stand gekomen wetten1

Titel

Type

Staatsblad

Datum publicatie

Inwerkingtreding

Besluit tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid,van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de bijlagen bij het Besluit OM-afdoening in verband met onder meer de jaarlijkse indexering van de tarieven

Besluit

Stb. 2025, 1

7-Jan-25

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2025.

Besluit houdende tijdelijke regels ten behoeve van een experimentmet een procedure bij de regelrechter (Tijdelijk besluit experiment regelrechter)

Besluit

Stb. 2025, 13

24-Jan-25

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld en vervalt drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van Tijdelijk besluit experiment regelrechter

IWT-KB

Stb. 2025, 14

24-Jan-25

Het Tijdelijk besluit experiment regelrechter treedt in werking met ingang van 1 maart 2025.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet van 20 november 2024 tot wijziging van de Opiumwet 1960 BES in verband met de invoering van de bevoegdheid voor het lokaal gezag van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot de oplegging van een last onder bestuursdwang ten aanzien vandrugspanden (Stb. 2024, 377)

IWT-KB

Stb. 2025, 18

29-Jan-25

De Wet van 20 november 2024 tot wijziging van de Opiumwet 1960 BES in verband met de invoering van de bevoegdheid voor het lokaal gezag van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba tot de oplegging van een last onder bestuursdwang ten aanzien van drugspanden (Stb. 2024, 377) treedt in werking met ingang van 1 april 2025.

Wet houdende regels omtrent gegevensverwerking in depersoonsgerichte aanpak van radicalisering en terroristische activiteiten

Wet

Stb. 2025, 25

4-Feb-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Wet tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie vanJustitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2024 (wijziging samenhangende met de Najaarsnota)

Wet

Stb. 2025, 27

4-Feb-25

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 december 2024.

Besluit houdende regels ter bescherming van slachtoffergegevens inprocesstukken (Besluit bescherming slachtoffergegevens in processtukken)

Besluit

Stb. 2025, 29

6-Feb-25

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Besluit tot wijziging van het Besluit van 29 november 1996 teruitvoering van artikel 1065 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek (Stb. 1996, 587)

Besluit

Stb. 2025, 43

25-Feb-25

Dit besluit treedt in werking op 1 maart 2025.

Wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie vanJustitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2025

Wet

Stb. 2025, 46

27-Feb-25

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari van het onder_x0002_havige begrotingsjaar. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven op of na deze datum van 1 januari, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van datStaatsblad en werkt zij terug tot en met 1 januari.

Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met deverhoging van het strafmaximum voor deelneming aan een terroristischeorganisatie die tot oogmerk heeft het plegen van de meesternstige terroristische misdrijven (aanscherping artikel 140a Sr)

Wet

Stb. 2025, 71

19-Maa-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Wet tot wijziging van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek in verband methet opheffen van bedingen in het handelsverkeer die ertoe strekken vervreemding dan wel verpanding van geldvorderingen op naam tegen te gaan (Wet opheffing verpandingsverboden)

Wet

Stb. 2025, 72

19-Maa-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wetvan 20 november 2024 tot wijziging van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES in verband met het toekennen van preferentie aan de vorderingen ter zake van de verschuldigde uitkeringen tot voorziening in de kosten van levensonderhoud van minderjarige kinderen en jong meerderjarigen (Stb. 2024, 376)

IWT-KB

Stb. 2025, 73

20-Maa-25

De Wet van 20 november 2024 tot wijziging van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES in verband met het toekennen van preferentie aan de vorderingen ter zake van de verschuldigde uitkeringen tot voorziening in de kosten vanlevensonderhoud van minderjarige kinderen en jong meerderjarigen (Stb. 2024, 376) treedt in werking met ingang van 1 juli 2025.

Wet houdende Voorstel van wet van de leden Timmermans en Bikkertot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de invoering van het discriminatoir aspect als strafverzwaringsgrond

Wet

Stb. 2025, 74

17-Apr-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wetvan 15 april 2025, tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de invoering van het discriminatoir aspect als strafverzwaringsgrond (Stb. 2025, 74)

IWT-KB

Stb. 2025, 75

17-Apr-25

De Wet van 15 april 2025 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met deinvoering van het discriminatoir aspect als strafverzwaringsgrond (Stb. 2025, 74) treedt in werking met ingang van 1 juli 2025

Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek vanStrafrecht BES, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek vanStrafvordering BES in verband met de uitbreiding van de strafbaarheidvoor schadetoebrengende gedragingen ten behoeve van een buitenlandse mogendheid (uitbreiding strafbaarheid spionageactiviteiten)

Wet

Stb. 2025, 76

26-Maa-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Besluit tot uitvoering van de Wet gegevensverwerking persoonsgerichteaanpak radicalisering en terroristische activiteiten en tot vaststellingvan het tijdstip van inwerkingtreding van die wet (Besluitgegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten)

Besluit

Stb. 2025, 78

27-Maa-25

De wet en dit besluit treden in werking met ingang van 1 juli 2025.

Besluit tot wijziging van het Besluit inhoud bestuursverslag in verbandmet de reparatie van enkele technische onvolkomenheden

Besluit

Stb. 2025, 80

27-Maa-25

1. Dit besluit, met uitzondering van artikel I, onderdeel A, treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt ten aanzien van artikel I, onderdeel B, terug tot en met 1 januari 2024.2. Artikel I, onderdeel A, treedt in werking met ingang van 1 januari 2030. Het onderdeel is van toepassing op bestuursverslagen die zijn opgesteld over boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2029.3. Artikel I, onderdeel B, is van toepassing op bestuursverslagen die zijn opgesteld over boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2023.4. Artikel 3d, derde lid, van het Besluit inhoud bestuursverslag is van toepassing op bestuursverslagen die zijn opgesteld over het boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2029.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wetopheffing verpandingsverboden

IWT-KB

Stb. 2025, 92

9-Apr-25

De Wet opheffing verpandingsverboden treedt in werking met ingang van 1 juli 2025.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wetvan 21 maart 2025 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafrecht BES, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafvordering BES in verband met de uitbreiding van de strafbaarheid voor schadetoebrengende gedragingen ten behoeve van een buitenlandse mogendheid (uitbreiding strafbaarheid spionageactiviteiten) (Stb. 2025, 76)

IWT-KB

Stb. 2025, 100

18-Apr-25

De Wet van 21 maart 2025 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafrecht BES, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafvordering BES in verband met de uitbreiding van de strafbaarheid voor schadetoebrengende gedragingen ten behoeve van een buitenlandse mogendheid (uitbreiding strafbaarheid spionageactivi_x0002_teiten) (Stb. 2025, 76) treedt in werking met ingang van 15 mei 2025

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wetvan 6 maart 2025 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de verhoging van het strafmaximum voor deelneming aan een terroristische organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van de meest ernstige terroristische misdrijven (aanscherping artikel 140a Sr)(Stb. 2025, 71)

IWT-KB

Stb. 2025, 112

30-Apr-25

De Wet van 6 maart 2025 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de verhoging van het strafmaximum voor deelneming aan een terroristische organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van de meest ernstige terroristische misdrijven (aanscherping artikel 140a Sr) treedt in werking met ingang van 1 juli 2025.

Wet tot wijziging van enkele wetten op het gebied van Justitie enVeiligheid en op het gebied van Asiel en Migratie in verband met aanpassingen van overwegend technische aard (Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025)

Wet

Stb. 2025, 124

14-Mei-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met uitzondering van artikel XLVII, onderdeel F, dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.

wijziging van de Politiewet 2012 in verband met een delegatiegrondslagvoor een algemene maatregel van bestuur over de bewapening en uitrusting van buitengewoonopsporingsambtenaren

Wet

Stb. 2025, 141

22-Mei-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Besluit houdende regeling van technische, personele en organisatorischemaatregelen en nadere regels omtrent gegevensbeschermingsaudits ter uitvoering van de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid en wijziging van het Besluit politiegegevens, alsmede tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid (Besluit coördinatieterrorismebestrijding en nationale veiligheid)

Besluit

Stb. 2025, 148

3-Jun-25

De wet en dit besluit treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetStaatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Besluit houdende wijziging van het Besluit opsporing terroristischemisdrijven

Besluit

Stb. 2025, 149

3-Jun-25

1. Artikel I van dit besluit treedt in werking met ingang van 16 juni 2025.2. Artikel II van dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2025.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding vanVerzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025 (Stb. 2025, 124)

IWT-KB

Stb. 2025, 155

12-Jun-25

De Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025 treedt in werking met ingang van 1 juli 2025, met uitzondering van artikel XLVII, onderdeel F.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van de gedeeltelijkeinwerkingtreding van de Wet uitbreiding slachtofferrechten en van de inwerkingtreding van het Besluit bescherming slachtoffergegevens in processtukken

IWT-KB

Stb. 2025, 162

18-Jun-25

Met ingang van 1 juli 2025 treden in werking, in de hieronder aange_x0002_geven volgorde:1. Artikel I, onderdeel Da, van de Wet uitbreiding slachtofferrechten;2. het Besluit bescherming slachtoffergegevens in processtukken.

Wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 teneinde te voorzien ineen grondslag voor het gebruik van biometrie bij automatische grenscontrole

Wet

Stb. 2025, 175

8-Jul-25

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsbladwaarin zij wordt geplaatst.

Wet tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband metaanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdensdetentie

Wet

Stb. 2025, 197

21-Jul-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Wet tot wijziging van het voorstel van wet houdende wijziging van dePenitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelentegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie

Wet

Stb. 2025, 198

21-Jul-25

Deze wet treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 14 juli 2025 houdende wijzigingvan de Penitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie (Stb. 197) in werking treedt.

Wet tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitieen Veiligheid (VI) voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met deVoorjaarsnota)

Wet

Stb. 2025, 201

6-Aug-25

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2025.

Besluit houdende wijziging van de Penitentiaire maatregel en het Besluitpolitiegegevens in verband met aanvullende maatregelen tegengeorganiseerde criminaliteit tijdens detentie

Besluit

Stb. 2025, 205

9-Sep-25

Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de wet van 14 juli 2025 houdende wijzigingvan de Penitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie (Stb. 2025, 197) in werking treedt.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wetvan 14 juli 2025 tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met aanvullende maatregelen tegen georganiseerde criminaliteit tijdens detentie (Stb. 2025, 197)

IWT-KB

Stb. 2025, 206

16-Sep-25

De Wet van 14 juli 2025 tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband metaanvullende maatregelen tegen georganiseerde crimina_x0002_liteit tijdens detentie treedt in werkingmet ingang van 1 november 2025

Besluit tot uitstel van het verval van de voorzieningen in de Tijdelijkewet transparantie turboliquidatie

Klein KB

Stb. 2025, 215

4-Sep-25

De inwerkingtreding van artikel V van de Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie wordt uitgesteld tot 15 november 2027.

Besluit houdende regels voor de openbaar te maken gegevens in gevalvan openbaarmaking van boetebesluiten van de Autoriteit OnlineTerroristisch en Kinderpornografisch Materiaal, wijziging van het Besluit politiegegevens met het oog op het introduceren van een grondslagvoor gegevensdeling door de politie, alsmede vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 13 en 16 van de Uitvoeringswet verordening terroristische online-inhoud (Uitvoeringsbesluit verordeningterroristische online-inhoud)

Besluit

Stb. 2025, 216

4-Sep-25

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van met ingang van de dagna de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.2. De artikelen 13 en 16 van de wet treden in werking met ingang van dedag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordtgeplaatst

Besluit houdende Wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie,Besluit bezoldiging politie en het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie in verband met de formalisering van de afspraak over anders roosteren uit het arbeidsvoorwaardenakkoord sector Politie 2022–2024, de afspraak over een overbruggingsregeling voor vervroegd uittreden uit het onderhandelaarsakkoord sector Politie van 9 oktober 2024, alsmede enkele andere wijzigingen van ondergeschikte aard (Verzamelbesluit rechtspositie politie 2025)

Besluit

Stb. 2025, 243

22-Sep-25

1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetStaatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van artikel I, onderdelen D en F en artikel II, onderdelen E, G, en H, die in werking treden met ingang van 1 november 2025.2. Artikel II, onderdelen J, K, L en M en artikel III, onderdeel A, werken terug tot en met 1 april 2025.3. Artikel II, onderdeel Q, tweede lid, werkt terug tot en met 8 januari 2025.4. Artikel II, onderdeel Q, eerste lid, werkt terug tot en met 15 augustus 2024.5. Artikel II, onderdeel B, werkt terug tot en met 1 januari 2024.6. Artikel II, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 augustus 2022.

Wet houdende jaarverslag en slotwet van het Ministerie van Justitie enVeiligheid (VI) 2024

wet

Stb. 2025, 258

6-Okt-25

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsbladwaarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 31 december van het onderhavigebegrotingsjaar.

Wet tot wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitieen Veiligheid voor het jaar 2025 (wijziging samenhangende met deMiljoenennota)

Wet

Stb. 2025, 332

6-Nov-25

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 16 september 2025

Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek vanStrafvordering en enige andere wetten in verband met verdere versterking van de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit (versterking strafrechtelijke aanpak ondermijnende criminaliteit II)

Wet

Stb. 2025, 333

10-Nov-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Wet tot wijziging van deAuteurswet, de Wet op de naburige rechten ende Wet auteurscontractenrecht in verband metde verdere versterking van de positie van demaker en de uitvoerende kunstenaar bijovereenkomsten betreffende het auteursrechten het naburig recht (Wet versterkingauteurscontractenrecht)

Wet

Stb. 2025, 352

26-Nov-25

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Besluit houdende wijziging van enkele besluiten op het terrein van Justitie en Veiligheid en op het terrein van Asiel en Migratie in verband met aanpassingen van overwegend technische aard (Verzamelbesluit Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2026)

Besluit

Stb. 2025, 356

14-Nov-25

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Besluit houdende wijziging van de Vergoedingenregeling Commissie vandeskundigen notariaat en de Vergoedingenregeling Commissie vandeskundigen gerechtsdeurwaarders

Besluit

Stb. 2025, 368

18-Nov-25

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 juli 2025.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wetversterking auteurscontractenrecht

IWT-KB

Stb. 2025, 392

26-Nov-25

De Wet versterking auteurscontractenrecht treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Besluit tot wijziging van het Besluit bestuurlijke boete overlast in deopenbare ruimte in verband met actualisering van feitomschrijvingen en indexering van boetebedragen 2026

Besluit

Stb. 2025, 400

1-Dec-25

1. Artikel I, onder 1, treedt in werking met ingang van 1 april 2026.2. Artikel I, onder 2, treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Besluit tot wijziging van de bedragen van de categorieën, bedoeld inartikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht 2026

Besluit

Stb. 2025, 401

1-Dec-25

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Besluit tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en debijlagen bij het Besluit OM-afdoening in verband met onder meer de jaarlijkse indexering van de tarieven

Besluit

Stb. 2025, 413

9-Dec-25

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

Besluit tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wetvan 29 oktober 2025 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht enhet Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met verdere versterking van de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit (Stb. 2025, 333)

IWT-KB

Stb. 2025, 414

9-Dec-25

1. De wet van 29 oktober 2025 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met verdere versterking van de strafrechtelijke aanpak van ondermijnende criminaliteit (Stb. 2025, 333). treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met uitzondering van artikel IV, onderdeel Aa, artikel V,onderdelen A, B, C en D en artikel VI, onderdeel B.2. Artikel IV, onderdeel Aa, artikel V, onderdelen A, B, C en D en artikel VI, onderdeel B, treden in werking met ingang van 1 juli 2026.

Besluit tot wijziging van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 enhet Besluit toevoeging mediation in verband met de aanpassing van enkele vergoedingen voor rechtsbijstandverleners en mediators en de uitbreiding van de bevoorschotting

Besluit

Stb. 2025, 415

9-Dec-25

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 februari 2026.

Besluit tot wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 inverband met de verhoging van de vergoedingen en declareerbare uren voor Pro Justitia rapporteurs en de jaarlijkse indexering van de vergoedingen voor Pro Justitia rapporteurs en van het minimumtarief voor tolken 2026

Besluit

Stb. 2025, 417

9-Dec-25

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026, met uitzondering van artikel II, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2027

Besluit tot wijziging van het Besluit van 15 december 2022 totvaststelling wettelijke rente (aanpassing wettelijke rente)

Besluit

Stb. 2025, 438

18-Dec-25

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2026.

1

muv de begrotingswetten

Bijlage 5: Uitgaven Nederlandse Cybersecurity Strategie (NLCS)

Overeenkomstig een toezegging aan de Tweede Kamer bij het wetgevingsoverleg van de Vaste Kamercommissie Digitale Zaken over de slotwet 2022 en het verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer 2022 wordt in het departementaal jaarverslag een aparte verantwoording opgenomen van de uitgaven die worden gedaan in het kader van de Nederlandse Cybersecuritystrategie (NLCS).

Dit is het tweede jaar waarbij de uitputting van deze middelen als bijlage aan het jaarverslag worden toegevoegd.

De Nederlandse Cybersecuritystrategie 2022-2028 verbindt de inzet van het kabinet op het gebied van digitale veiligheid. Hierdoor zijn we als Nederland in staat om op een veilige wijze de economische en maatschappelijke kansen van digitalisering te verzilveren en tegelijkertijd onze veiligheid en publieke waarden te beschermen. De strategie omvat doelen en acties langs vier pijlers:

  • Pijler I: Digitale weerbaarheid van de overheid, bedrijven en maatschappelijke organisaties,

  • Pijler II: Veilige en innovatieve digitale producten en diensten,

  • Pijler III: Tegengaan van digitale dreigingen van staten en criminelen,

  • Pijler IV: Cybersecurity-arbeidsmarkt, onderwijs en de digitale weerbaarheid van burgers.

De Nederlandse Cybersecuritystrategie is tot stand gekomen met een brede betrokkenheid van publieke, private en maatschappelijke organisaties, onder coördinatie van de NCTV. Het Cybersecurity Beeld Nederland 2022 (CSBN) vormt het uitgangspunt voor de pijlers en doelstellingen van de Nederlandse Cybersecuritystrategie.

Onderstaand totaaloverzicht geeft een indicatie overzicht van de uitputting van de middelen van de Nederlandse Cybersecurity Strategie op Rijksoverheidniveau. Het overzicht is tot stand gekomen op basis van de opgave van desbetreffend departement waar de realisatie verantwoord wordt als onderdeel van de begrotingsartikelen. De inhoudelijke verantwoording vindt plaats door middel van de voortgangrapportages. In verband met vertrouwelijk karakter worden de bestedingen van Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten niet in de tabel weergegeven.

Tabel 172 Uitgaven NLCS (bedragen * € 1.000)

nr.

Hoofdstuk Rijksbegroting

Bijdrage 2025

Realisatie 2025

V

Buitenlandse Zaken

500

500

VI

Justitie en Veiligheid

29.500

29.500

VII

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

27.200

11.350

 

Waarvan Algemene Inlichtingen en Veiligheidsdienst

15.900

 

VIII

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

2.700

2.700

X

Defensie

14.200

 
 

Waarvan Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst

14.200

 

XII

Infrastructuur en Waterstaat

2.300

2.300

XIII

Economische Zaken en Klimaat

13.500

13.500

XVI

Volksgezondheid, Welzijn en Sport

2.716

2.853

Lijst met afkortingen

Tabel 173 Lijst met voorkomende afkortingen

afkorting

betekenis

3RO

Drie Reclasseringsorganisaties

AAS

Amsterdam Airport Schiphol

ABD

Algemene Bestuursdienst

AC

Audit Committee

ADR

Accountantsdienst Rijk

AenM

Ministerie van Asiel en Migratie

AI

artificiële intelligentie

AIT

Afdelingen voor Intensief Toezicht

AIVD

Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

ALCM

Applicatie lifecyclemanagement

AMvB

Algemene Maatregel van Bestuur

AP

Autoriteit persoonsgegevens

AR

Algemene Rekenkamer

ATKM

Autoriteit Online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal

AVG

Algemene Verordening Gegevensbescherming

BBA

Beperkt Beveiligde Afdeling

BDUR

Brede doelUitkering Rampenbestrijding

BES-eilanden

Bonaire, Sint Eustatius en Saba

BFT

Bureau Financieel Toezicht

BGS

Besluit gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden

BIBOB

Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

BKCN

Brandweerkorps Caribisch Nederland

BOTOC

Breed Offensief Tegen georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit

BVA

Bureau Beveiligingsautoriteit

BZK

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

CAO

Collectieve Arbeidsovereenkomst

Cbw

Cyberbeveiligingswet

CCV

Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid

CDO

Chief Digital Officer

CER

Richtlijn Veerkrachtige kritieke entiteiten

CJIB

Centraal Justitieel Incasso Bureau

CN

Caribisch Nederland

COA

Centraal Orgaan opvang asielzoekers

Comensha

Coördinatiecentrum Mensenhandel

CRM

College voor de Rechten van de mens

CSV

Criminele Samenwerkings Verbanden

CVOM

Centrale Verwerking Openbaar Ministerie

DAS

Dynamisch Aankoopsysteem

DBA

Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties

DCC

Departementaal Coördinatiecentrum

DFEZ

Directie Financieel-Economische Zaken

DG

Directoraat-Generaal

DJI

Dienst Justitiële Inrichtingen

DJWZ

Directie Wetgeving en Juridische Zaken

DPIA

Data Protection Impact Assessment

DSI

Dienst Speciale Interventies

DV&O

Dienst Vervoer en Ondersteuning

EBI

Extra Beveiligde Inrichting

EK

Eerste Kamer der Staten-Generaal

EU

Europese Unie

EZK

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

FIU

Financial Intelligence Unit

FJR

Financieel Jaarverslag Rijk

Fte

fulltime-equivalent

GDD

gemeenschappelijke digitale diensten

Gdw

Gerechtsdeurwaarderswet

GMS

geïntegreerd meldkamersysteem

GPS

Geïntegreerd Processysteem Strafrecht

GSR

Garantiestelling Faillissementscuratoren

GW

Gevangeniswezen

HALT

Het Alternatief

HGIS

Homogene Groep Internationale Samenwerking

hJL

Stichting Het Juridisch Loket

HR

Hoge Raad

IenW

Ministerie voor Infrastructuur en Waterstaat

IHH

Informatiehuishouding

IICP

Interinsulair Informatie Coördinatie Platform

IJenV

Inspectie Justitie en Veiligheid

IND

Immigratie- en Naturalisatiedienst

IOM

International Organization for Migration

IPTA

Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid

IV

Informatievoorziening

JC

Justitieel Complex

JenV

Justitie en Veilighied

JIO

Justitiële ICT organsatie

JIT

Joint Investigation Team

JJI

Justitiële Jeugdinrichting

Justid

Justitiële Informatiedienst

Justis

Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit, Screening

KCR

Knooppunt Coördinatie Regio’s Rijk

Kmar

Koninklijke Marechaussee

KPCN

Kors Politie Caribisch Nederland

Ksa

Kansspelautoriteit

KVJJ

Kleinschalige voorziening justitiële jeugd

KWIV

Kwaliteitsraamwerk Informatievoorziening

LBIO

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

LEBZ

Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken

LIEC

Landelijk Informatie en Expertise Centrum

LMS

landelijke meldkamer samenwerking

LPO

Loon- en prijsbijstelling

MJA

Meerjarenagenda

MvF

Ministerie van Financiën

MVOI

Manifest Maatschappelijk Verantwoord Opdrachtgeven en Inkopen

NAVO

Noord-Atlantische Verdragsorganisatie

NCSC

Nationaal Cyber Security Centrum

NCTV

Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid

NCV

Noodcommunicatievoorziening

NFI

Nederlands Forensisch Instituut

NIPV

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid

NIS2

Richtlijn Netwerk- en informatiebeveiliging

NLCS

Nederlandse Cybersecurity Strategie

NOOVA

Nieuwe Openbare Orde en VeiligheidsArchitectuur

NPS

Wetsvoorstel nieuwe psychoactieve stoffen

NRFG

Nederlands Register voor Functionarissen voor Gegevensbescherming

NRGD

Nederlands Regeister Gerechtelijk Deskundigen

NRS

National Risk Assessment

NSOC

Nationale Samenwerking tegen Ondermijnende Criminaliteit

NVvR

Nederlandse Vereninging voor Rechtspraak

OBO

Onafhankelijke Beheersorganisatie

OCW

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

OM

Openbaar Ministerie

OPF

Output Financiering

OS

Operationele sterkte

OTA

onafhankelijke toezichthouder advocatuur

OVV

Onderzoeksraad voor veiligheid

PA

Politieacademie

PI

penitentiaire inrichting

PIJ

Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen

PmG

Preventie met Gezag

PMJ

Prognosemodel Justitiële Ketens

PMM

Professionals voor Maatwerk Multiproblematiek

POK

Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag

PTSS

Posttraumatische stressstornis

PVO

Platforms Veilig ondernemen

RBV

Rijksbegrotingsvoorschriften

RHB

Rijkshoofdboekhouding

RIEC

Regionale Informatie en Expertise Centre

RST

Recherche Samenwerkings Teams

RvdK

Raad voor de Kinderbescherming

Rvdr

Raad voor de rechtspraak

RvR

Raad voor Rechtsbijstand

RvS

Raad van State

RWT

Rechtspersoon met een Wettelijke Taak

SaaS-dienst

Software as a Service-dienstverlening

SAOP

Stichting Arbeidsmarkt en opleidingsfonds Politie

SBF

Substantieel Bezwaremde Functies

SEA

Strategische Evaluatie Agenda

SenB

Straffen en Beschermen

SGC

Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken

SGM

Schadefonds Geweldsmisdrijven

SHN

Slachtofferhulp Nederland

SPUK

Specifieke uitkering

SRCN

Stichting Reclassering Caribisch Nederland

SRN

Stichting Reclassering Nederland

SROI

Social Return On Investment

SSO

Shared Service Organisatie

STAB

Stichting Advisering Bestuursrechtspraak

Stb

Staatsblad

Stcrt

Staatscourant

SWAD

Sekswerkalliantie Destigmatisering

SZW

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

TBS

Terbeschikkingstelling

TK

Tweede Kamer der Staten-Generaal

UAVG

Uitvoeringswet AVG

UHP KOT

uithuisplaatsingen kinderopvangtoeslagaffaire

VMX

Vernieuwing Missiekritische Communicatie

VNG

Vereniging Nederlandse Gemeenten

VOG

Verklaring Ontrend Gedrag

VRO

Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening

VSAN

Vereniging Sociale Advocatuur Nederland

VWNW

van werk naar werk

VWS

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

WAS

Waarschuwings- en Alarmeringssysteem

WAU

Werk Aan Uitvoering

WI 2021

Wet inburgering 2021

Wjsg

Wet justitieéle en strafvorderlijke gegevens

WMG

Wet Middelenonderzoek bij Geweldsplegers

WNT

Wet Normering Topinkomens

Wob

Wet openbaarheid van bestuur

WODC

Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatie Centrum

Woo

Wet open overheid

WPBR

Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Wpg

Wet politiegegevens

WSM

Wet seksuele misdrijven

WSNP

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

WTS

Wet tegemoetkoming schade bij rampen

WvSv

Wetboek van Strafvordering

WVW

Wegenverkeerswet

Wwft

Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Wwke

Wet weerbaarheid kritieke entiteiten

ZBO

Zelfstandig Bestuursorgaan

ZM

Zittende Magistratuur

ZSM

Zorgvuldig, Snel en op Maat

Licence