VI Justitie en Veiligheid
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 2
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in:
1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Justitie en Veiligheid;
2. de begrotingsstaten inzake de agentschappen van dit ministerie.
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)
1. Leeswijzer
2. Beleidsartikelen
31 Politie
32 Rechtspleging en rechtsbijstand
33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding
34 Straffen en Beschermen
36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid
38 Inburgering
3. Niet beleidsartikelen
91 Apparaat kerndepartement
92 Nog Onverdeeld
93 Geheim
1 Leeswijzer
De slotwetmutaties die groter zijn dan € 5,0 mln. worden toegelicht. In de regel zijn uitgavenmutaties en verplichtingenmutaties aan elkaar gelijk. De toelichtingen gelden daarom voor zowel de uitgaven- als de verplichtingenmutaties. Wanneer dit niet het geval is, wordt voor de verplichtingmutaties een aparte toelichting opgenomen indien sprake is van een opmerkelijk verschil met de uitgavenmutaties.
2 Beleidsartikelen
Artikel 31 Politie
Op dit artikel is ten opzichte van de tweede suppletoire begroting in 2025 € 6,9 mln. minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 6,1 mln. minder aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 0,5 mln. lager dan begroot bij de tweede suppletoire begroting.
Toelichting
Uitgaven
– Een aantal bijdragen is in 2025 niet meer tot betaling gekomen. Het betreft bijdragen in het kader van de handhaving van het lachgasverbod in de opiumwet, de aanpak van drugscriminaliteit, BOA-middelen en middelen voor Meldpunt 144. Dit betreft een meevaller van € 8,7 mln.
– De loon- en prijsbijstelling van € 6,1 mln. over de middelen die bij de Nota van Wijziging aan de begroting zijn toegevoegd, wordt overgeheveld van artikel 92 naar artikel 31.
– Het restant van het saldo betreft een aantal kleine mutaties.
Artikel 32 Rechtspleging en rechtsbijstand
Op dit artikel is ten opzichte van de tweede suppletoire begroting in 2025 € 14,2 mln. minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 36,3 mln. meer aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 1 mln. lager dan begroot bij tweede suppletoire begroting.
Toelichting
Uitgaven
– Op het onderdeel rechtsbijstand is sprake van een meevaller van € 6,3 mln., doordat minder toevoegingen op het terrein van asiel en civiel zijn afgegeven dan geraamd.
– Het resterende saldo bestaat uit diverse kleinere mutaties, waaronder een meevaller van 2,8 mln. voor de verbetering van de toegang tot het recht, die als gevolg van vertraging niet tot besteding is gekomen.
Verplichtingen
De hogere verplichting wordt grotendeels verklaard door onderstaande posten:
– Voor de organisaties Raad voor Rechtsbijstand, BFT, SGC, Juridisch Loket en Autoriteit Persoonsgegevens geldt dat de verplichting voor 2026 in 2025 wordt aangegaan. Omdat deze organisaties in 2026 een hoger budget hebben dan in 2025, onder andere als gevolg van loon- en prijsbijstelling, is de verplichtingenruimte in 2025 onvoldoende om de verplichting voor 2026 aan te gaan. Om die reden is de verplichtingenruimte in 2025 voor deze organisaties in totaal opgehoogd met € 31,7 mln. ten behoeve van 2026.
– De verplichting voor de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen is € 7,9 mln. hoger, doordat de subsidie voor 2026 al in 2025 is vastgelegd.
Artikel 33 Veiligheid en criminaliteitsbestrijding
Op dit artikel is ten opzichte van de tweede suppletoire begroting in 2025 € 8,5 mln. meer uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 33,7 mln. minder aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 201,3 mln. hoger dan begroot bij tweede suppletoire begroting.
Toelichting
Uitgaven
– Het budget voor het Openbaar Ministerie is opgehoogd met € 11,3 mln. met name door de noodzakelijke versterking van de bedrijfsvoering en de Informatievoorziening.
– Het resterende saldo bestaat uit diverse kleinere mutaties, waaronder een tegenvaller van 4,8 mln. op de uitgaven aan schadeloosstellingen.
Verplichtingen
– Het verplichtingenbudget op het onderdeel Aanpak Ondermijning is verlaagd met € 74 mln. Dit wordt grotendeels verklaard door de verplichting ten behoeve van de SPUK Preventie met Gezag 2026-2029. Bij de raming van het verplichtingenbudget is ervan uitgegaan dat de volledige verplichting van € 258 mln. in 2025 zou worden aangegaan, omdat gemeenten vanaf september hun aanvragen konden indienen en toen nog niet bekend was hoeveel btw zij zouden ramen. Uiteindelijk hebben enkele gemeenten hun aanvraag pas in december ingediend waardoor de beschikking voor hen niet in 2025 is verstuurd maar in 2026. Daarnaast valt de verplichting lager door de raming van de btw in de plannen. Deze btw wordt overgemaakt aan het BTW- compensatiefonds en vormt geen verplichting binnen de JenV- begroting.
– Het verplichtingenbudget van het Openbaar Ministerie is per saldo opgehoogd met € 41,6 mln. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door correctieboekingen naar aanleiding van de accountantscontrole, waarbij is vastgesteld dat met een aantal organisaties verplichtingen zijn aangegaan die niet waren vastgelegd in de verplichtingenadministratie.
OntvangstenDe verhoging van het ontvangstenbudget wordt grotendeels veroorzaakt door onderstaande mutaties:
– De afpakontvangsten zijn bij tweede suppletoire begroting fors neerwaarts bijgesteld, vanwege het op dat moment ontbreken van zicht op één of meerdere grote schikkingen. In december is een grote buitengerechtelijke afdoening van € 81 mln. tot stand gekomen, waardoor de realisatie per saldo € 76,5 mln. hoger is dan ten tijde van de tweede suppletoire begroting werd verwacht. Daarnaast is € 14,3 mln. aan vrijval van inbeslaggenomen gelden, de profijtrente en vrijval van verkoopkosten van de Dienst Roerende Zaken verwerkt.
– De boeteontvangsten zijn op basis van de realisatie verlaagd met € 13,1 mln.
– Er is sprake van een ontvangst van € 115,2 mln. voortvloeiend uit strafbeschikkingen wegens dividendbelastingontduiking.
– De bijdrage aan medeoverheden (overige ontvangsten) is opgehoogd met € 7,4 mln. Dit betreft een teruggave van het CJIB van € 4,1 mln. vanwege onderbesteding op het programma criminele geldstromen. Daarnaast is in december een teruggave van € 3,6 mln. van de Regionale Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) ontvangen, die pas in januari werd verwacht. Verder is er € 0,8 mln. ontvangen van de Kamer van Koophandel als afrekening van in voorgaande jaren verstrekte voorschotten UBO.
Artikel 34 Straffen en Beschermen
Op dit artikel is ten opzichte van de tweede suppletoire begroting in 2025 € 1,1 mln. minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 87,2 mln. minder aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 15,5 mln. hoger dan begroot bij tweede suppletoire begroting.
Toelichting
Verplichtingen
– Door de overgang van de methodiek SPUKS naar decentralisatie- uitkeringen worden minder verplichtingen aangegaan. Decentralisatie- uitkeringen worden budgettair verwerkt in jaar 2026 en niet als subsidieverplichting in 2025 aangegaan. Dit leidt tot een neerwaartse bijstelling van de verplichtingen met € 40,2 mln.
– Op het onderdeel Preventieve maatregelen is in 2025 een meerjarige opdracht verstrekt tot en met 2027 voor de implementatie van de AI- verordening. Hiervoor wordt in 2025 € 5 mln. aan verplichtingen aangegaan.
– De toegekende jaarbijdrage voor 2026 aan de Stichting Verslavingsreclassering GGZ is € 5,7 mln. lager uitgevallen dan eerder was ingeschat.
– Op het onderdeel Intra- en extramurale sanctie uitvoering zijn in 2025 minder (meerjarige) subsidies vastgelegd dan begroot, omdat in eerdere jaren al meerjarige verplichtingen zijn aangegaan.
– De toegekende jaarbijdrage voor 2026 aan de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven is € 8,7 mln. lager uitgevallen dan ten tijde van het vaststellen van het budget was geraamd.
– Op het onderdeel Veiligheid en Jeugd zijn in 2025 minder (meerjarige) subsidies vastgelegd dan begroot, omdat er minder aanvragen zijn binnen gekomen. De verplichtingenruimte wordt daarom met € 6,7 mln. verlaagd.
Ontvangsten
– Er zijn meer aanvragen ingediend voor Verklaringen Omtrent het Gedrag (VOG) en Naamwijzigingen, waardoor meer leges zijn ontvangen. Dit resulteert in een meevaller van € 5,2 mln.
– Het resterende saldo betreft een aantal kleinere mutaties, zoals de teruggave van meerjarige projectgelden die in 2025 niet tot besteding zijn gekomen. Dit leidt tot een meevaller van € 3,3 mln.
Artikel 36 Contraterrorisme en Nationaal Veiligheidsbeleid
Op dit artikel is ten opzichte van de tweede suppletoire begroting in 2025 € 32,6 mln. minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 31,3 mln. minder aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 0,8 mln. hoger dan begroot bij tweede suppletoire begroting.
Toelichting
UitgavenDe verlaging van het budgettaire kader wordt onder andere veroorzaakt door onderstaande posten:
– € 17,8 mln. aan grotendeels niet-bestede geoormerkte middelen (betreft o.a. NAVO-middelen en Passenger Name Records (PNR) -middelen).
– De middelen van ICC Oek zijn in 2025 niet volledig besteed. Bovendien wordt de factuur over 2025 pas begin 2026 ontvangen, waardoor de kosten in 2026 vallen. Dit levert een meevaller op van € 13,1 mln.
– Een administratieve overboeking van € 7 mln. aan weerbaarheidsmiddelen van artikel 91 naar artikel 36, omdat deze vanuit de programmamiddelen wordt uitgegeven.
– Het restant saldo bevat een aantal kleinere mutaties, zoals € 3,2 mln. voor bewaken en beveiligen, die niet tot besteding zijn gekomen.
Artikel 38 Inburgering
Op dit artikel is ten opzichte van de tweede suppletoire begroting in 2025 € 13,0 mln. minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 12,0 mln. minder aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 30,9 mln. hoger dan begroot bij tweede suppletoire begroting.
Toelichting
UitgavenDe verlaging wordt onder andere veroorzaakt doordat de opdracht aan DUO is verlaagd vanwege lager dan verwachte loonkosten en lagere materiële kosten bij de uitvoering van de opdracht door DUO. Dit resulteert in een meevaller van € 5,1 mln. Het resterende saldo bestaat uit een aantal kleinere posten, zoals een desaldering van € 4,2 mln. op de specifieke uitkering van de onderwijsroute. Daarnaast zijn er minder leningen verstrekt door DUO voor inburgering vanwege minder aanvragen.
OntvangstenDe verhoging van het ontvangstenbudget wordt onder andere veroorzaakt door de volgende mutaties:
– Eindafrekening 2024 van de activiteiten van COA voor inburgering: door de vele noodopvang lukt het niet alle trajecten tijdig te starten. Dit betreft een ontvangst van € 7,6 mln.
– Minder inburgeringstrajecten gestart door gemeenten in de jaren voor 2025: hierdoor hebben gemeenten meer terugbetaald dan eerder verwacht, wat leidt tot een meevaller van € 9,6 mln.
– Overige kleinere mutaties: het resterende saldo omvat onder andere een meevaller van € 4,7 mln bij de onderwijsroute, doordat minder trajecten zijn gestart en gemeenten daardoor meer hebben terugbetaald. Daarnaast is er een desaldering van € 4,2 mln. op de specifieke uitkering van de onderwijsroute. Verder zijn meer leningen terugbetaald dan verwacht, wat leidt tot een extra ontvangst van € 4 mln.
3 Niet-Beleidsartikelen
Artikel 91 Apparaat kerndepartement
Op dit artikel is ten opzichte van de tweede suppletoire begroting in 2025 € 20,3 mln. minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 0,3 mln. meer aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 7,5 mln. hoger dan begroot bij tweede suppletoire begroting.
Toelichting
Uitgaven, Verplichtingen en Ontvangsten
Het apparaatsbudget van het kerndepartement bestaat uit 66 verschillende budgethouders. Het saldo op dit budget omvat een groot aantal kleine mutaties. De grootste mutatie betreft een verlaging van het apparaatsbudget van € 7 mln. met betrekking tot de weerbaarheidsmiddelen. Deze middelen zijn overgeheveld naar het programmabudget op artikel 36.
Artikel 92 Nog onverdeeld
Toelichting
Artikel 92 is een doorverdeelartikel; alle relevante mutaties zijn toegelicht bij de betreffende beleidsartikelen. Dit betekent dat bepaalde budgettaire toevoegingen en taakstellingen in eerste instantie op artikel 92 worden verwerkt en later worden doorverdeeld naar de desbetreffende artikelen. Op artikel 92 worden geen uitgaven en ontvangsten gedaan, deze vinden uitsluitend plaats op de overige artikelen.
Artikel 93 Geheim
Op dit artikel is ten opzichte van de tweede suppletoire begroting in 2025 € 0,7 mln. minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 0,7 mln. minder aan verplichtingen aangegaan. De ontvangsten zijn € 0,1 mln. hoger dan begroot bij tweede suppletoire begroting.
Toelichting
Op dit artikel hebben zich geen wijzigingen voorgedaan die een toelichting behoeven.