Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

Beleidsartikel 3 Toekomstfonds

Bedragen x € 1.000
 

(1)

Stand vastgestelde begroting 2017

(2)

Mutaties 1e

suppletoire begroting 2017

(3)

Mutaties 2e suppletoire begroting 2017

(4)=(1)+(2)+(3)

Totaal geraamd

(5)

Realisatie

(6)=(5)–(4)

Slotverschillen

(+ of –)

VERPLICHTINGEN

94.489

178.471

9.694

282.654

198.306

– 84.348

UITGAVEN

145.118

75.415

9.134

229.667

130.373

– 99.294

             

Leningen

138.530

69.331

8.665

216.526

122.593

– 93.933

I Startups/MKB-FINANCIERING

           

Volledig revolverend

           

Dutch Venture Initiative/Fund of Funds

32.600

3.401

 

36.001

13.500

– 22.501

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

 

17.322

2.000

19.322

15.001

– 4.321

Co-investment venture capital instrument/EIF

 

10.000

 

10.000

10.000

 

Smart Industry

       

337

337

             

Gedeeltelijk revolverend

           

Innovatiekrediet

51.358

3.161

336

54.855

44.802

– 10.053

Risicokapitaal (seed capital)

20.263

28.073

3.407

51.743

18.461

– 33.282

Vroege fasefinanciering

11.309

1.174

– 95

12.388

11.676

– 712

Start ups/MKB

23.000

– 23.000

177

177

 

– 177

NL-Californië Duurzaam E-mobility fund

 

1.000

 

1.000

 

– 1.000

             

II INVESTERINGEN IN FUNDAMENTEEL EN TOEGEPAST ONDERZOEK

Met vermogensbehoud

           

Fundamenteel en toegepast onderzoek

 

25.700

2.840

28.540

8.816

– 19.724

Onco Research

 

2.500

 

2.500

 

– 2.500

             

III Staatsobligaties Toekomstfonds

           
             

Subsidies

 

5.700

– 45

5.655

224

– 5.431

IV Reëel rendement voor onderzoek

           

V Overige subsidies

           

Smart Industry

 

4.900

– 45

4.855

168

– 4.687

Haalbaarheidsstudies TO2 innovatieve starters

 

800

 

800

56

– 744

             

Bijdragen aan agentschappen

6.588

384

514

7.486

7.554

68

Bijdrage Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

6.588

384

514

7.486

7.554

68

             

ONTVANGSTEN

36.388

2.001

8.340

46.729

52.632

5.903

MKB-FINANCIERING BESTAAND INSTRUMENTARIUM

           

Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

3.000

2.000

5.500

10.500

10.500

 

Fund of Funds (DVI I/Business Angels)

100

1

 

101

 

– 101

Innovatiekredieten

25.288

   

25.288

26.812

1.524

Seed capital

8.000

   

8.000

12.413

4.413

Vroege fase financiering

       

67

67

             

MKB-FINANCIERING INCIDENTELE MIDDELEN

           

Ontvangsten DVI II

           
             

Ontvangsten fundamenteel en toegepast onderzoek

           

Fundamenteel en toegepast onderzoek

   

2.840

2.840

2.840

 
             

Renteontvangsten Toekomstfonds

           

Toelichting op de verplichtingen

Er is een onderuitputting op de verplichtingen van artikel 3 van € 84,3 mln. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn:

  • Smart Industry (– 11,3 mln): Vanwege onderuitputting bij de regeling Smart Industry Fieldlabs is circa € 11,3 mln niet benut. Voor het leningendeel betreft dit circa € 7,6 mln en voor het subsidiedeel circa € 3,7 mln. De reden voor de tegenvallende belangstelling lag vermoedelijk in de voorwaarde dat de leningen uit het Toekomstfonds moeten worden terugbetaald en om die reden veelal de voorkeur werd gegeven aan regionale regelingen waarbij dit niet het geval is.

  • Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (– € 2 mln): In 2017 is € 2 mln aan beleidsartikel 3 van de EZ-begroting toegevoegd voor het Investeringsprogramma Zeeland in Stroomversnelling. De uitwerking van het Zeeuwse Innovatiefonds, waarin EZK zal participeren, wordt in 2018 afgerond. De € 2 mln bleef daarom in 2017 onbenut en zal via de eindejaarsmarge van het Toekomstfonds opnieuw in 2018 beschikbaar worden gesteld.

  • Seed-regeling (– € 17,3 mln): De middelen die beschikbaar zijn gesteld voor de reguliere Seed-regeling zijn geheel gecommiteerd (€ 24 mln). Ook de middelen die voor de E-health tender (€ 12,77 mln) beschikbaar zijn gesteld in 2017 zijn helemaal gerealiseerd. De lagere realisatie in het jaar 2017 is grotendeels te verklaren met een lagere benutting van de middelen, die in 2017 toegevoegd zijn aan het Seed-budget voor de Seed business angels. Hiervoor zijn de eerste twee fondsen gecommitteerd voor in totaal € 0,8 mln. Een bedrag van € 9,2 mln bleef onbenut omdat de regeling halverwege het jaar is gestart. Daarnaast is bij Najaarsnota 2017 vanuit beleidsartikel 6 (Concurrerende, duurzame, veilige agro-, visserij- en voedselketens) een bedrag van € 3 mln toegevoegd aan het Seed-budget behoeve van het AgriFoodfonds binnen de Seed-regeling.

  • Vroege fase financiering (– € 1,9 mln): Voor een aantal ingediende aanvragen in 2017 werd de beschikking verstrekt in 2018. Deze beschikkingen komen daardoor ten laste van het budget 2018.

  • NL Californië Duurzaam E-mobility fund (– € 10 mln): Het aantrekken van private financiering voor dit NL-California E-mobility fund en in het bijzonder voor deze technostarters neemt meer tijd in beslag. Het animo en de initiatieven binnen het internationale bedrijfsleven nemen wel toe en de verwachting is dat in 2018 een fonds zal starten.

  • Start ups/MKB (– € 12,2 mln): Een deel van deze middelen voor Start ups is bij Voorjaarsnota ingezet in het kader van de uitwerking van diverse initiatieven binnen het Toekomstfonds waaronder de regeling Seed Business angels. De resterende middelen zullen de komende jaren binnen het Toekomstfonds worden ingezet.

  • Fundamenteel en toegepast onderzoek (– € 16,8 mln): Bij de tweede tender voldeden drie projecten niet aan de criteria van de regeling. Deze projecten werden derhalve afgewezen. Eén project is door de aanvragers zelf teruggetrokken. Dat heeft ertoe bijgedragen dat er minder projecten zijn gehonoreerd dan verwacht. Aangezien sprake is van een fondsconstructie blijven deze middelen beschikbaar binnen het Toekomstfonds. Daarnaast werkt het Ministerie van EZK met het Ministerie van OCW aan een bestedingsplan voor Thematische Technology Transfer (TTT). Het streven is om dit in 2018 af te ronden. De hiervoor beschikbare middelen (€ 10,5 mln) blijven binnen het fonds beschikbaar.

  • Oncode (– € 12,5 mln): Voor Onco Research is een bedrag van € 12,5 mln in het Toekomstfonds gereserveerd voor verschillende valorisatieactiviteiten. Definitieve besluitvorming over de inzet van deze middelen volgt in 2018.

Voor alle onderschrijdingen geldt dat de niet in 2017 benutte middelen beschikbaar blijven binnen het fonds vanwege de fondsconstructie van dit begrotingsartikel.

Toelichting op de uitgaven

Leningen

I Startups/MKB-Financiering

Volledig revolverend

  • DVI (– € 22,5 mln): De omvang en het moment van de uitgaven in het kader van het Dutch Venture Initiative worden bepaald door de investeringen en terugontvangsten van de fondsen bij hun portfolio-bedrijven. Deze investeringen en ontvangsten fluctueren in aantal en omvang. Vooraf zijn deze fluctuaties niet precies te ramen, waardoor er in 2017 een onderuitputting is ontstaan. Zoals gebruikelijk is er een constante toename van de investeringen (qua aantal ondernemingen waarin wordt geïnvesteerd en de totale omvang van de investeringen).

  • Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (– € 4,3 mln): In 2017 is € 30 mln van de opbrengst aandelen verkoop LIOF aan de begroting toegevoegd vanuit 2016. Van deze middelen is € 15 mln geherinvesteerd in Innovation Quarter, € 6,2 mln is ingezet voor de ophoging van het Innovatiekrediet en € 6,5 mln is ingezet voor de financiering van het Co-investeringsvehicle met het EIF. De resterende nog niet benutte middelen (€ 2,3 mln) worden via de fondsconstructie meegenomen naar 2018. Daarnaast was € 2 mln beschikbaar ten behoeve van het Investeringsprogramma Zeeland in Stroomversnelling, dit budget wordt via de fondsconstructie meegenomen naar 2018 (zie ook toelichting onder de verplichtingen)

Gedeeltelijk revolverend

  • Innovatiekrediet (– € 10,1 mln) De kasuitgaven op het Innovatiekrediet fluctueren jaarlijks door individuele uitbetalingsafspraken van RVO.nl met bedrijven op basis van mijlpalen. Bij het niet-realiseren van een mijlpaal wordt een betaling opgeschort. Ook is een aantal verwachte voorschotbetalingen voor toekenningen in het vierde kwartaal van 2017 doorgeschoven naar 2018, omdat nog niet aan de voorwaarden was voldaan.

  • Seed-regeling (– € 33,3 mln): De in 2017 niet benutte kas is grotendeels te verklaren uit het feit dat bij de eerste suppletoire begroting 2017 de niet benutte ruimte in het Toekomstfonds in 2016 en de ontvangstenmeevaller in het kader van de Seed-regeling in 2016 is toegevoegd aan de begroting van 2017. Verder hebben de startersfondsen minder participaties gedaan dan was ingeschat. Dat leidt ook tot lagere kasuitgaven.

II Investeringen in Fundamenteel en toegepast onderzoek (met vermogensbehoud)

  • Fundamenteel en toegepast onderzoek (– € 19,7 mln): De kasbetalingen zijn lager uitgevallen door vertraging in de bevoorschotting bij projecten van zowel de eerste als tweede tender. Aangezien sprake is van een fondsconstructie blijven deze middelen beschikbaar binnen het Toekomstfonds. Daarnaast werkt het Ministerie van EZK met het Ministerie van OCW aan een bestedingsplan voor Thematische Technology Transfer (TTT). Het streven is om dit in 2018 af te ronden. De hiervoor beschikbare middelen (€ 10,5 mln) blijven binnen het fonds beschikbaar.

  • Oncode (– € 2,5 mln) Voor Onco Research is een bedrag van € 12,5 mln uit het Toekomstfonds gereserveerd voor verschillende valorisatieactiviteiten. Hierover volgt in 2018 nog besluitvorming door de Staatssecretaris van EZK.

Subsidies

Smart Industry (– € 4,7): Door de onderuitputting bij de regeling Smart Industry Fieldlabs waren de uitgaven voor deze regeling beperkt (zie toelichting onder de verplichtingen). Ten behoeve van de uitfinanciering van de aangegane verplichtingen wordt een deel van het overgebleven budget langjarig gespreid.

Voor alle onderschrijdingen geldt dat de niet in 2017 benutte middelen beschikbaar blijven binnen het fonds vanwege de fondsconstructie van dit begrotingsartikel.

Toelichting op de ontvangsten

Seed capital (€ 4,4 mln): De geraamde terugontvangsten Seed zijn gebaseerd op een inschatting. Het is moeilijk vooraf in te schatten wanneer de terugontvangsten precies plaats zullen vinden. Dit hangt af van het tijdstip dat participaties van het startersfonds worden verkocht. Dit jaar is het bedrag hoger uitgevallen door enkele verkopen.

Licence