Base description which applies to whole site

V Buitenlandse Zaken

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 2

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2018 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V);

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

Wetsartikel 3

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2018 wijzigingen aan te brengen in:

  • 1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET BEGROTINGSWETVOORSTEL

Wetsartikel 1

De begrotingsstaten die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begrotingsstaten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken voor het jaar 2017 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten vormen samen de Rijksbegroting voor het jaar 2018. Een toelichting bij de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2018.

Met de vaststelling van dit wetsartikel worden de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2018 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze Memorie van Toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 tot en met 3

De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet 2001 elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2018 wijzigingen aan te brengen in:

de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V);

De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zgn. begrotingstoelichting).

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B. ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)

B. BEGROTINGSTOELICHTING

B) BEGROTINGSTOELICHTING

1. Voorstel van wet

Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de uitgaven op de begrotingsstaat 2018 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 64,9 miljoen te verlagen en de ontvangsten te verhogen met EUR 23,2 miljoen. Een groot deel van de verlaging van de uitgaven wordt veroorzaakt door een lagere Nederlandse bijdrage aan VN-crisisbeheersingsoperaties vanwege aflopende mandaten op een aantal lopende missies en lagere apparaatsuitgaven.

De belangrijkste mutaties worden hierna toegelicht per beleidsartikel.

1. Voorstel van wet

Het onderhavige wetsvoorstel leidt tot een verhoging van de uitgaven op de begroting 2018 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 149,4 miljoen. Daarnaast is er sprake van een toename van de ontvangsten met EUR 502,6 miljoen.

1. LEESWIJZER

Deze leeswijzer gaat in op de opbouw van de beleidsagenda, de beleidsartikelen en de overige onderdelen van de begroting.

Algemeen

Buitenlandse betrekkingen zijn een zaak van het Koninkrijk der Nederlanden: Nederland in Europa en in het Caribisch gebied (de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba), alsmede de Caribische Koninkrijkslanden Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Waar deze begroting spreekt over «Nederland» of «Nederlands» wordt daarmee bedoeld: «(van) het Koninkrijk der Nederlanden», tenzij het gaat om zaken die specifiek het land Nederland betreffen, zoals het EU-lidmaatschap, ontwikkelingssamenwerking, NAVO-lidmaatschap en Nederlandse beleidsuitvoering.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is een Koninkrijksministerie en de Minister is een Koninkrijksminister. Dat betekent dat niet alleen de belangen van Nederland behartigd dienen te worden, maar ook van de Caribische Koninkrijkslanden. Het is dan ook de inzet van Buitenlandse Zaken, inclusief het postennet, om de belangen van alle vier de autonome Koninkrijkslanden op het gebied van buitenlandse betrekkingen zo optimaal mogelijk te incorporeren in het bredere buitenlandbeleid van het Koninkrijk.

Groeiparagraaf

In het apparaatsartikel worden de onroerend goed mutaties die gemoeid zijn met het Huisvestingsfonds op hoofdlijnen toegelicht. De opname van deze verbetering ten opzichte van de begroting 2017 komt voort uit een toezegging van de Minister van Buitenlandse Zaken tijdens het wetgevingsoverleg van 11 juni 2017.

Beleidsagenda

De beleidsagenda bevat de politieke hoofdlijnen van het buitenlandbeleid van de regering. De beleidsagenda wordt afgesloten met een overzichtstabel van de beleidsdoorlichtingen en de belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van de Memorie van Toelichting 2017, inclusief de mutaties uit de eerste suppletoire begroting 2017.

Beleidsartikelen

In de beleidsartikelen staan de volgende onderdelen per begrotingsartikel verder uitgewerkt:

A: Algemene doelstelling

Elk beleidsartikel begint met de algemene doelstelling (titel van het beleidsartikel) met een korte toelichting.

B: Rol en verantwoordelijkheid

De rol en de verantwoordelijkheid van de Minister wordt beschreven aan de hand van de volgende categorieën: stimuleren, financieren, regisseren en uitvoeren.

Volgens het uitgangspunt van verantwoord begroten zijn er alleen kwantitatieve indicatoren bij resultaatverantwoordelijkheid. Een indicator onderbouwt de resultaatverantwoordelijkheid van de Minister op het gebied van de consulaire dienstverlening (beleidsartikel 4). Op de overige beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken heeft de Minister een stimulerende of financierende en in sommige gevallen een regisserende rol. De mogelijkheden voor kwantitatieve effectmeting voor de meeste beleidsterreinen van Buitenlandse Zaken zijn dan ook beperkt. Kenmerkend is de internationale context waarin veel spelers en factoren de doelbereiking beïnvloeden. Vaak is er een gezamenlijke inspanning waarbij het weinig zinvol is (een deel van) de resultaten toe te rekenen aan Nederland, dat een deel van de input heeft verzorgd. Kwaliteitsbewaking van de beleidsuitvoering vindt plaats door middel van periodieke beleidsdoorlichtingen.

C: Beleidswijzigingen

Dit is een overzicht van belangrijke wijzigingen als gevolg van nieuw regeringsbeleid, evaluatie of voortschrijdend inzicht. Daar waar sprake is van beleidswijzigingen die in beleidsnotities zijn verschenen, is verwezen naar de betreffende notitie met het kamerstuk.

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

In het kader van «verantwoord begroten» presenteren departementen de financiële inzet op instrumentniveau. Het aantal activiteiten en het aantal financiële instrumenten van het Ministerie van Buitenlandse Zaken inclusief het postennet is aanzienlijk. In sommige gevallen zijn de instrumenten nog niet bekend, omdat de programma’s na het verschijnen van de begroting starten en dan duidelijk wordt hoe financiering plaatsvindt. Voor het overzicht van de financiële instrumenten is met ingang van het begrotingsjaar 2015 aansluiting gezocht met de interne ramingssystematiek. Hierdoor is het gedurende het jaar beter mogelijk om de mutaties bij de tussentijdse begrotingsmomenten weer te geven.

D2: Budgetflexibiliteit

Per begrotingsartikel is aangegeven welk percentage van de begroting juridisch is vastgelegd. Als onderdeel van verantwoord begroten wordt alleen de juridische verplichting voor het begrotingsjaar opgenomen. Ook wordt toegelicht hoe de juridische verplichting op artikelonderdeel is ingevuld. Aanvullend hierop is, in lijn met de rijkbrede begrotingsvoorschriften, gekozen om toe te lichten hoe de niet-juridisch verplichte middelen naar verwachting zullen worden ingezet. Dit overzicht staat onder hoofdstuk 2.2 van de begrotingstoelichting.

E: Toelichting op de financiële instrumenten

Deze toelichting geeft per artikelonderdeel inzicht in de financiële instrumenten, zoals in de tabel onder D zijn opgenomen.

Overige onderdelen van de begroting

Na de vier beleidsartikelen volgen de drie niet-beleidsartikelenen het verdiepingshoofdstuk. De niet-beleidsartikelen zijn het verplichte artikel 5 «geheim», artikel 6 «nominaal en onvoorzien» waarin de reserveringen voor loon- en prijsindexatie binnen de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) staan opgenomen en artikel 7 «apparaat» waarin een splitsing is aangebracht tussen personele- en materiële uitgaven. Ten slotte volgen vijf bijlagen: het verdiepingshoofdstuk geeft informatie over de budgettaire begrotingsaansluiting tussen de ontwerpbegroting 2017 en die van 2018, de lijst met moties en toezeggingen aan de Kamer, het subsidieoverzicht, de evaluatie- en onderzoekstabel en de lijst met afkortingen.

De relatie met de HGIS-nota

Samen met de departementale begrotingen wordt ook de HGIS-nota aan de Staten-Generaal gepresenteerd. Deze omvat naast de HGIS uitgaven en ontvangsten van Buitenlandse Zaken ook buitenlanduitgaven en ontvangsten van de andere ministeries. Deze bundeling bevordert de samenhang en samenwerking die voor een geïntegreerd en coherent buitenlandbeleid van belang zijn. De nota over de HGIS bevat een overzicht van de belangrijkste programma’s en uitgaven voor het buitenlandbeleid, waaronder een overzicht van de begrotingsontwikkelingen binnen de HGIS en bijlagen die alle buitenlanduitgaven overzichtelijk presenteren, zoals een totaaloverzicht van de buitenlanduitgaven die als officiële ontwikkelingshulp (ODA) kwalificeren. In de HGIS-nota wordt daarnaast op hoofdlijnen inzicht gegeven in de internationale klimaatfinanciering 2018, de internationale inspanningen op migratie in 2018 en de indicatoren en streefwaarden op de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

1. Voorstel van wet

Door middel van het onderhavige wetsvoorstel wordt voorgesteld de uitgaven van de begroting 2018 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 448,5 miljoen te verlagen. Daarnaast is er sprake van een verlaging van de ontvangsten met EUR 76,8 miljoen.

2. Leeswijzer

De voorliggende Slotwet bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de tweede suppletoire begroting 2018 van Buitenlandse Zaken.

Conform de Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet van 2001 dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de financiële instrumenten. Ook is omschreven welke ondergrens gehanteerd moet worden, waarboven een uitgavenmutatie moet worden toegelicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsmatige en technische mutaties. Op verplichtingenniveau worden mutaties groter dan 10% ten opzichte van de vorige stand, op artikelniveau toegelicht.

Toelichting per beleidsartikel

Beleidsartikel 2: Veiligheid en stabiliteit

Uitgavenmutaties:

Het budget van het beleidsartikel veiligheid en stabiliteit (artikel 2.4) is per saldo met EUR 37,7 miljoen afgenomen. Dit wordt met name veroorzaakt doordat het Nederlandse aandeel voor de VN-crisisoperaties niet volledig betaald kon worden. De mandaten voor een aantal lopende missies lopen namelijk maar tot 30 juni 2019 (de einddatum van het financiële jaar van vredesmissies), waardoor geen volledige bevoorschotting kon plaatsvinden. Daarnaast is er ook sprake van een onderuitputting op het Stabiliteitsfonds welke vooral samen hangt met een lagere liquiditeitsbehoefte bij het Law and Order Trustfund for Afghanistan (LOTFA).

Verplichtingenmutaties:

Analoog aan de uitgavenmutaties is het verplichtingenbudget voor veiligheid en stabiliteit afgenomen met EUR 34 miljoen. Dit hangt met name samen met de lagere bijdrage aan de VN crisisbeheersingsoperaties. Ook viel de realisatie van verplichtingen van het stabiliteitsfonds lager uit omdat er minder aanvragen voor projecten op het gebied van stabiliteit zijn gedaan.

Beleidsartikel 4: Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

Uitgavenmutaties:

Het budget voor het inzetten van publieksdiplomatie, buitenlandse bezoeken en kleine programma uitgaven (beleidsartikel 4.4) kent een lagere realisatie van circa EUR 3 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door een lagere realisatie voor Staats- en officiële bezoeken. Daarnaast is minder uitgegeven aan kleine ambassade-activiteiten op het terrein van publieksdiplomatie en voorlichting.

Verplichtingenmutaties:

Analoog aan de lagere realisatie op de uitgaven zijn er ook minder verplichtingen aangegaan. Daarnaast is een aantal verplichtingen die verband houden met activiteiten gericht op buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur doorgeschoven naar 2019.

Ontvangstenmutaties:

De verkoopopbrengsten voor paspoorten en visa (beleidsartikel 4.10 en 4.20) zijn per saldo toegenomen met EUR 6 miljoen. Enerzijds is sprake van afgenomen ontvangsten van het aantal afgegeven paspoorten vanwege de langere geldigheidsduur van het Hier staat tegenover dat de ontvangsten voor het aantal verstrekte visa in 2018 zijn toegenomen. Daarnaast heeft het Ministerie van Justitie en Veiligheid (IND) een vergoeding betaald voor de verstrekte machtigingen voorlopig verblijf (MVV’s) uit voorgaande jaren.

Niet-beleidsartikel 7: Apparaat

Uitgavenmutaties:

De apparaatsuitgaven zijn EUR 19,4 miljoen lager uitgevallen dan bij tweede suppletoire begroting geraamd. Een gedeelte van deze onderuitputting houdt verband met de vertraging die is ontstaan bij de implementatie van de zogenaamde intensiveringsmiddelen postennet en de gestegen uitvoeringskosten ontwikkelingssamenwerking. Tijdens de opstartfase was het nog niet mogelijk om alle voorziene uitgaven volledig te verrichten zoals de opzet van nieuwe posten in het buitenland en het aannemen van nieuw personeel. Daarnaast waren de uitgaven op het terrein van vastgoedinvesteringen, bedrijfsvoering op het postennet en personeel lager.

Verplichtingenmutaties:

Analoog aan de uitgaven zijn ook de verplichtingen gedaald met EUR 19,4 miljoen. Voor de verantwoording van de verplichtingen voor apparaatsuitgaven geldt namelijk de bepaling uit de Comptabiliteitswet waarbij het jaar waarin de kasbetaling is gedaan, kan worden aangemerkt als het begrotingsjaar waarin de met de kasbetaling samenhangende verplichting is aangegaan of is ontstaan (art. 2.14, lid 3), de zgn. k=v methode. In de praktijk betekent dit dat de totale aangegane verplichtingen binnen dit artikel, voor één specifiek jaar overeenkomen met de totale kasuitgaven voor dit jaar.

Ontvangstenmutaties:

De ontvangsten op artikel 7 zijn gestegen met EUR 5,8 miljoen. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat er meer uitgaven voor andere ministeries zijn gedaan, die zijn doorbelast.

2. Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2018 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.

In de toelichting worden de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht, alsook de wijzigingen welke zijn opgetreden in de omvang van de HGIS. Ten slotte volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.

Conform de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het financiële instrument. Ook is omschreven welke ondergrens gehanteerd moet worden, waarboven een uitgavenmutatie moet worden toegelicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsmatige en technische mutaties. Op verplichtingenniveau worden mutaties groter dan 10% ten opzichte van de vorige stand, op artikelniveau toegelicht.

2. BELEIDSAGENDA 2018

Gezien de demissionaire status van het huidige kabinet treft u een begroting op hoofdlijnen aan. Wanneer een nieuw kabinet aantreedt, kan dit aanleiding geven tot aanpassingen in de begroting. De voorliggende begroting geeft weer hoe Nederland in 2018 vorm wil geven aan het buitenlandbeleid. Want ondanks de demissionaire status van dit kabinet moet Nederland dagelijks inspelen op internationale ontwikkelingen. Deze hebben hoe dan ook (grote) invloed op ons land. Voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken staat ook in 2018 centraal, dat de gezamenlijke inspanningen onder de begroting Buitenlandse Zaken en de begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bijdragen aan een sterke positie van Nederland in een veilige en welvarende wereld.

«2018: Voor Nederland, wereldwijd – actieve diplomatie voor een veilige, welvarende en toekomstbestendige wereld»

Wereldwijd bepaalt een aantal grote trends de agenda in 2018. Dat vraagt om een duidelijke plaatsbepaling van het beleid voor buitenlandse zaken (BZ) en voor buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking (BHOS). Het betreft niet alleen de economische en geopolitieke verschuiving oostwaarts, maar ook onzekerheid over de opstelling van de VS op vele terreinen, het assertieve gedrag van landen als Rusland, Iran en Noord-Korea, evenals de dreiging van het internationale terrorisme, de vluchtelingen- en migratiecrisis en de gevolgen van klimaatverandering.

Ook op Europees vlak zijn er verschuivingen. Na een periode waarin solidariteit tussen lidstaten op de proef is gesteld door gebeurtenissen met grote consequenties (de economische crisis, de migratiecrisis en het Britse besluit tot een vertrek uit de Unie), zoekt de Europese Unie naar een vernieuwende, toekomstbestendige samenwerking. Europa moet zijn koers herijken. Die kans moeten we niet laten lopen, want juist de komende jaren hebben we de Europese Unie hard nodig voor veiligheid en welvaart, zowel binnen de Europese Unie als daarbuiten. We hebben nieuw draagvlak nodig om de sterke positie van de Europese Unie te behouden.

Nederland heeft veel te bieden. We zijn de 6e Europese economie, 7e donor op het gebied van ontwikkelingssamenwerking, 2e exporteur van landbouwproducten en actief contribuant aan vredesmissies en de G20. We worden in het buitenland gezien en gehoord. Het Nederlandse lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad in 2018 is daarvan het resultaat. Dit biedt een kans de Nederlandse stem nog steviger te laten klinken. De Nederlandse inzet is gebaat bij de synergie tussen de instrumenten van Buitenlandse Zaken, Ontwikkelingssamenwerking en Handel.

Ontwikkelingssamenwerking gericht op de allerarmsten blijft nodig. Om hun positie te verbeteren, en om daarmee conflicten en irreguliere migratie bij de bron aan te pakken. Werken aan ontwikkeling gaat om het scheppen van rechten en kansen voor mensen. Zodat ze op eigen benen kunnen staan en zich kunnen ontplooien. Delen van de welvaart leidt tot een veiliger wereld. Daar draagt ook de Nederlandse private sector aan bij.

Behoud van de welvaart en welzijn vraagt om een actieve inzet van de overheid. Een zo open en eerlijk mogelijk wereldhandelssysteem is voorwaarde voor het succes van een sterk op exportgerichte economie als de Nederlandse. Multilaterale samenwerking is een voorwaarde voor het verwezenlijken van andere, grotendeels overlappende doelen: bevordering van inclusieve economische groei wereldwijd, bevordering van universele waarden, de rechtsstaat en naleving van de mensenrechten. In 2018 zet Nederland de uitvoering voort van het in 2017 vastgestelde nationale plan van aanpak voor de Sustainable Development Goals (SDGs).

Op al deze vlakken werken we in het begrotingsjaar 2018 aan een veiligere, welvarende, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld, voor Nederland wereldwijd.

Een wereld in verandering

Nederland en Europa bevinden zich in een wereld die sterk in verandering is. Ons land is er de laatste decennia in veel opzichten op vooruit gegaan en welvarender geworden. Nederland behoort tot de wereldtop op veel terreinen: persvrijheid, innovatie, concurrentiekracht, het sociale vangnet, de internet-dichtheid, het maatschappelijk engagement. Verworvenheden die Nederlanders tot de gelukkigste mensen van de wereld maken. We hebben dus ook veel te verliezen. Veranderingen in het geopolitieke krachtenspel zorgen naast kansen ook voor dreigingen en onzekerheden die Nederland en Nederlanders steeds directer raken.

Het veranderende geopolitieke krachtenveld wordt mede veroorzaakt door het schuivende economische krachtenveld, met name richting het Verre Oosten. Waar de landen van de EU vijf jaar geleden nog 20% van de wereldeconomie vertegenwoordigden, is dat naar verwachting over vijf jaar nog slechts 15%. En ook met de Brexit neemt het strategisch gewicht van Europa af. De VS richt zich mede hierdoor in toenemende mate ook op andere spelers dan de EU. Verder zien we hoe sommige Europese buren zich steeds assertiever en soms agressiever opstellen, zoals met de Russische annexatie van het Krim-schiereiland, de toenemende concentratie van macht in één hand in Turkije en de Iraanse inmenging in Syrië, Libanon en Irak. Het conflict in Jemen en de dreiging van piraterij in de Hoorn van Afrika zetten bovendien een voor Nederland essentiële vaarroute voor handel tussen Europa, de Golfstaten en Azië onder druk.

Op veiligheidsgebied is de wereld onzekerder geworden, en beduidend minder overzichtelijk. Waar de dreiging nog geen 30 jaar geleden enorm was, was deze tijdens de Koude Oorlog eenduidig gedefinieerd. Tegenwoordig hebben we te maken met zogenaamde hybride dreigingen, waar het verschil tussen conflict en vrede schimmiger is geworden. Een complexe veelvormige en steeds veranderende dreiging, zoals cyberaanvallen en terrorisme. Daarbij moet op vele schaakborden tegelijk worden gespeeld met zowel statelijke als niet-statelijke actoren, zoals ISIS.

Naast het schuivende geopolitieke krachtenveld, speelt de instabiliteit aan de Europese zuidflank een belangrijke rol bij de toegenomen uitdagingen waarvoor Nederland zich geplaatst ziet. Deze landen hebben een grotendeels jonge bevolking met weinig kansen op de arbeidsmarkt, van wie een deel vatbaar is voor radicalisering. De sociaaleconomische spanningen en de grote ideologische, religieuze en etnische tegenstellingen in de regio hebben bijgedragen aan conflicten en de opkomst van terroristische organisaties. Een direct gevolg van deze instabiliteit, maar ook van demografische druk vanuit sub-Sahara Afrika, Afghanistan, Pakistan en Bangladesh, is de fors toegenomen irreguliere migratie richting Europa. Deze migratiedruk zal op korte termijn niet minder worden en vereist onze voortdurende aandacht.

Instabiliteit is er ook aan de grenzen van de Koninkrijksdelen op het Westelijk Halfrond. De sociaaleconomische en politieke spanningen in Venezuela kunnen grote gevolgen hebben voor Curaçao, Aruba en Bonaire. Nederland blijft daarom nauw optrekken met relevante spelers zoals de Organisatie van Amerikaanse Staten.

De beschreven trends vormen mogelijke risico’s voor Nederland en Nederlanders, waarvoor we oplossingen moeten vinden, binnen onze grenzen en bilateraal in samenwerking met andere landen. Dit vereist een tevens effectief buitenlands beleid gericht op verdediging, innovatie en modernisering van de belangrijke internationale instituties die we na de Tweede Wereldoorlog hebben opgebouwd. De risico's van protectionisme boven eerlijke handel, van conflict in plaats van diplomatieke oplossingen, en van opruiende internationale retoriek boven samenwerking vormen bedreigingen die Nederland met een actief buitenlands beleid het hoofd moet bieden. Tegelijkertijd biedt de vermindering van armoede en de opkomst van een steeds grotere middenklasse wereldwijd, mede dankzij het succes van de Millennium Ontwikkelingsdoelen, kansen voor welvaartsgroei. Juist voor een open en op exportgerichte economie zoals de Nederlandse.

Alleen door een actieve rol te spelen in het internationale speelveld, als Nederland maar ook als EU, kunnen we de belangen van ons land en zijn inwoners veiligstellen en waar mogelijk uitbouwen. Voorop daarbij staat ons streven naar onze veiligheid en welvaart in een rechtvaardige en toekomstbestendige wereld.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken speelt hierin een cruciale rol. Juist in de huidige context is actieve diplomatieke inzet van een modern postennet van belang. Nederland kan zich daarmee versterkt positioneren in de relatie met onder andere opkomende economieën en belangrijke partners, en ter ondersteuning van actief lidmaatschap van de EU, NAVO en VN. Het postennet komt op voor Nederlanders wereldwijd, waarbij BZ als moderne dienst actief in dialoog blijft met de Nederlandse samenleving om zorgen en belangen te kennen en noodzakelijke compromissen uit te leggen. Het doel: veiligheid, welvaart en rechtvaardigheid. Het uitgangspunt blijft, nu en in de toekomst: «Voor Nederland, wereldwijd».

Buitenland is binnenland

De nauwe verwevenheid tussen binnenlandse en buitenlandse ontwikkelingen is voor iedereen zichtbaar. Dat is vaak verrijkend: nooit gingen zoveel Nederlanders in het verre buitenland met vakantie, bekeken internationale tv, belden goedkoop met familie elders, waren wereldwijd in contact via sociale media, maakten gebruik van Erasmus-beurzen, grepen handels- en investeringskansen met het gemak van internationaal bankieren, en genoten van de diversiteit aan producten en diensten die in Nederland beschikbaar kwam. Nooit ook waren er zoveel internationale bedrijven in ons land actief en studeerden zoveel buitenlandse studenten aan onze universiteiten. Globalisering is meer dan ooit een gegeven en velen plukken er de vruchten van.

Velen, maar niet iedereen. De winst wordt breed gedeeld, maar de kosten kunnen geconcentreerd terecht komen. Zo worden sommige werknemers direct geraakt door verplaatsen van hun baan naar een ander land, binnen of buiten de EU. Ook moeten sommigen concurreren met buitenlandse vakgenoten, waarbij niet altijd voor iedereen dezelfde spelregels gelden. Dat levert soms een ongelijke strijd op en kan zorgen voor onzekerheid over de eigen toekomst Ook de komst van vluchtelingen naar de eigen woonplaats kan voor sommige Nederlanders bijdragen aan onzekerheid over zaken als veiligheid of bijvoorbeeld de beschikbaarheid van betaalbare woonruimte voor iedereen.

Klimaatverandering is een ander typisch voorbeeld van de verwevenheid van binnen- en buitenland. Een succesvolle energietransitie in Nederland, hoe noodzakelijk ook, betekent niet dat de opwarming van de aarde binnen de grenzen van het Parijse klimaatakkoord blijft; dit vergt een internationale aanpak, waarop Nederland geïntegreerd buitenlands beleid voert.

Ongewenste buitenlandse inmenging in sociaal-maatschappelijke sfeer in Nederland neemt de laatste jaren toe. Tevens zien we de import naar Nederland van de onrust en sociaal-politieke tegenstellingen in andere landen, zoals Turkije of Eritrea. In bepaalde gevallen van steun vanuit het buitenland aan sociale en religieuze instellingen in Nederland staat het gedachtengoed haaks op de basiswaarden van onze vrije democratische rechtsstaat. Ook de recente terroristische aanslagen zo dicht bij huis hebben hun impact gehad. Deze ontwikkelingen hebben een effect op onze veiligheid en op ons veiligheidsgevoel. Als grenzen worden overtreden, treedt Nederland doortastend op.

De neiging om ons terug te trekken met gelijkgezinden, zowel binnen onze eigen samenleving als in internationaal verband, is een logische reactie. Toch zijn niet eilandjes, maar bruggen de oplossing. We moeten gezamenlijke uitdagingen actief tegemoet treden en samen tot een effectieve aanpak te komen – binnenlands en buitenlands. Alleen op die manier kunnen we onze veiligheid, welvaart en rechtvaardigheid optimaal behouden en vergroten.

De EU moet gezamenlijk koers bepalen

Voor een effectieve aanpak van gezamenlijke uitdagingen heeft Europese samenwerking veel te bieden. Dat is des te noodzakelijker nu de positie van de VS verandert en onvoorspelbaarder is geworden en de ring van instabiliteit om de EU de keuze tussen exporteren van stabiliteit of importeren van instabiliteit urgenter dan ooit maakt. De EU zal de komende jaren echter wel tegenstellingen moeten overbruggen en haar koers moeten herijken. Recente en komende verkiezingen in lidstaten als Frankrijk, Duitsland en Italië zijn bepalend voor de politieke verhoudingen. Vooral een goed functionerende Frans-Duitse as is daarbij een aanjager voor Europees succes op tal van terreinen. De onderhandelingen over Brexit zijn dit voorjaar gestart en een aantal sleuteldossiers blijft onverminderd op de agenda, zoals een goede gezamenlijke omgang met de aanhoudende migratiestromen. Ook de formele onderhandelingen over de EU-begroting, het Meerjarig Financieel Kader 2021–2027, zullen naar verwachting in de tweede helft van 2018 starten. Met deze ontwikkelingen hangen fundamentele keuzes samen over de toekomst van onze Unie. Deze zullen worden besproken binnen discussies over de toekomst van Europa in onder meer de Raad en de Europese Raad.

Nederland kan, zal en moet op al deze dossiers een actieve rol spelen om zowel directe materiële belangen als duurzame Europese samenwerking zeker te stellen. Nederland blijft daarbij over de gehele linie inzetten op een Unie die werkt voor de veiligheid en welvaart van burgers. Geen federalisme, niet terug naar enkel de nationale staat, maar effectieve Europese samenwerking gericht op hoofdzaken, toegevoegde waarde, en met breed publiek draagvlak. De EU moet daarbij wel voldoende slagkracht kunnen tonen, desnoods door met kleinere kopgroepen van lidstaten het voortouw te nemen. Het gaat om een Europa dat beter presteert en beschermt.

Concreet zet Nederland zich bijvoorbeeld blijvend in op het versterken van de interne markt, een belangrijke motor van economische groei in de Unie en ons land. Het kabinet is daarbij ook groot voorstander van een eerlijkere interne markt, die sociale standaarden zoals gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats respecteert. Lidstaten kunnen ook van elkaar leren als het gaat om effectief sociaal- en arbeidsmarktbeleid. Tegelijk zijn het doorvoeren van structurele economische hervormingen en gezond begrotingsbeleid cruciaal voor gezonde, competitieve en schokbestendige Europese economieën. Buitenlandse Zaken zet zich bovendien in voor een toekomstgericht Meerjarig Financieel Kader. Een moderne EU-meerjarenbegroting is immers essentieel voor een Europa dat resultaten moet leveren op strategische prioriteiten. Het moet wat dat betreft efficiënter, doelgerichter, eerlijker, transparanter en meer gericht op het leveren van toegevoegde waarde. Het Meerjarig Financieel Kader moet bovendien financieel houdbaar zijn.

Met het vertrek van het VK verliest Nederland binnen de Unie een belangrijke handelspartner, een gelijkgezinde lidstaat en een bondgenoot in het Europees extern beleid. Daarom is het wenselijk om ook in de toekomst een nauwe relatie met het VK te onderhouden, niet alleen op het gebied van handel, maar ook wat betreft veiligheid, zowel binnen als buiten de Unie. Nederland en de overige lidstaten hechten eraan dat de Brexit-onderhandeling in opeenvolgende fases plaatsvindt. In de eerste fase wordt over de uittreding onderhandeld. Nederland zet hierbij in op snelle duidelijkheid voor burgers over hun rechten, waarbij het belangrijk is dat Nederlanders in het VK hun recht op wonen en werken behouden. Ook wil Nederland onzekerheid voor bedrijven zo veel mogelijk wegnemen. Uiteraard moet het VK de aangegane financiële verplichtingen nakomen en dient de verdere financiële afwikkeling goed geregeld te worden. De uittreding door het VK dient ordelijk te verlopen waarbij onzekerheid en het risico op disrupties zoveel mogelijk beperkt moet worden. Deze Nederlandse inzet is in het onderhandelingsmandaat van de Commissie opgenomen. Pas als in deze eerste fase voldoende voortgang is geboekt, volgen voorbereidende besprekingen over de toekomstige relatie. Er dienen ook afspraken te worden gemaakt over de hervestiging van de Europese agentschappen. Nederland heeft zich kandidaat gesteld als vestigingsplaats voor het Europees medicijnagentschap (EMA).

Ook buiten haar grenzen moet de EU een vuist kunnen maken en een open hand kunnen bieden en zo haar strategische positie versterken. Hiervoor is een Europa nodig, dat flink investeert in veiligheid en defensie, een effectief gezamenlijk buitenlands beleid en een gezamenlijk asielbeleid. Met de in juni 2016 gepresenteerde EU Global Strategy on Foreign and Security Policy (EUGS) heeft de Hoge Vertegenwoordiger een gedeelde visie uiteengezet die de basis vormt voor gemeenschappelijke actie voor een sterker Europa dat burgers beschermt. Eén van de prioriteiten van de EUGS is het versterken van de Europese veiligheid en defensie. Waar de NAVO de hoeksteen blijft voor onze collectieve verdediging, moet de EU tegelijkertijd beter toegerust, opgeleid en georganiseerd zijn om externe dreigingen adequaat het hoofd te bieden. Dat betekent ook dat de EU in voorkomende gevallen in staat moet zijn om autonoom op te treden. Ook omdat onze trans-Atlantische partners dat van Europa verlangen. Dat vraagt om sterkere samenwerking tussen de EU en de NAVO. Een sterk Europees defensiebeleid is in het belang van de NAVO.

Grenzen en migratie

De EU moet rekening blijven houden met aanhoudende migratiedruk en de (soms) humanitair schrijnende gevolgen daarvan. Dit vraagt ook om Europese oplossingen, waarbij Nederland en de EU zich dichtbij en ver weg inzetten om verdrinkingen te voorkomen en irreguliere migratie tegen te gaan. We kiezen daarbij voor een ketenbenadering met een geïntegreerde inzet langs de gehele migratieroute binnen de kaders van het internationale recht en het Vreemdelingenverdrag. De UNHCR heeft daar een belangrijke rol bij te spelen. Daarbij gaat het onder andere om het aanpakken van de grondoorzaken van migratie, mogelijk maken van menswaardige opvang in de regio, verstoren van mensensmokkelnetwerken, werken aan de verbetering van de omstandigheden in de regio, een effectief terugkeerbeleid, robuust beheerde buitengrenzen en een Europees asielsysteem dat crisisbestendig en humaan is.

Er zal veel aandacht zijn voor het bevorderen van terugkeer van mensen die geen recht hebben op verblijf in de EU. Bij voorkeur via positieve maatregelen en partnerschappen waar beide partijen baat bij hebben, ook al zijn negatieve maatregelen niet uitgesloten. De herziening van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel zal veel inspanning vergen. Het vraagt om overeenstemming op het hoogste niveau over lastige vraagstukken, zoals de verplichte herverdeling van asielzoekers en invulling van de begrippen «effectiviteit en solidariteit» op een manier die concrete en bindende resultaten verzekert. Ook de uitvoering van de afspraken met Turkije blijft in 2018 aandacht vragen, net als de ondersteuning van lidstaten aan de buitengrenzen die het meest met instroom te kampen hebben zoals Griekenland en Italië.

De meeste irreguliere migratie verloopt momenteel via de Centraal-Mediterrane route. Om deze effectief aan te kunnen pakken is onder meer stabiliteit en een goed functionerende centrale overheid in Libië van groot belang. Dit is een zaak van de lange adem, waarbij Nederland de VN-inspanningen actief blijft ondersteunen om te komen tot een politieke oplossing. Tegelijkertijd is training en opbouw van de Libische kustwacht belangrijk. Hiermee kan zij in toenemende mate mensensmokkel bestrijden en migranten in nood redden. Ook is het van belang dat de situatie van migranten in bijvoorbeeld opvangcentra in Libië sterk wordt verbeterd volgens de daartoe bestaande internationale standaarden. Om irreguliere migratie en de aanpak van mensensmokkel via de Centraal-Mediterrane route terug te dringen werken zowel de EU als individuele lidstaten samen met Noord-Afrika en de Sahel. Nederland blijft regionale samenwerking tussen landen in de Sahel steunen, onder andere op het gebied van informatiedeling op veiligheidsgebied, civiele controle op de strijdkrachten, migrantensmokkel, faciliteren van justitiële samenwerking en begeleiden van politiescholen bij het integreren van modules over migrantensmokkel in curricula. Bovendien heeft Nederland recent besloten om op korte termijn in Niger, het belangrijkste transitland, een diplomatieke «antenne» te vestigen. Een Nederlandse diplomaat die permanent ter plaatse zal zijn. Het lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad biedt Nederland de mogelijkheid ook mondiaal aandacht te vragen voor deze uitdagingen.

Instabiliteit en veiligheid: brede invulling veiligheidsinzet

Interne en externe veiligheid zijn sterk met elkaar verweven. Om de veiligheid van Nederlanders in ons land en wereldwijd zoveel mogelijk te garanderen, moeten we sterk op onze externe veiligheid inzetten. Instabiliteit in de ring rond Europa, terrorisme, cyberaanvallen, maar ook bijvoorbeeld klimaatrampen, blijven een bron van veiligheidsrisico’s. De verwachting is dat deze dreigingen niet op korte termijn zullen afnemen. Langdurige inzet om deze dreigingen te adresseren is daarom onvermijdelijk, zowel militair als via diplomatie en ontwikkelingssamenwerking. Hiertoe coördineert het Ministerie van Buitenlandse Zaken het tot stand komen van een nieuwe internationale veiligheidsstrategie. Nederland moet het bondgenootschappelijk grondgebied met militaire middelen kunnen verdedigen. De NAVO blijft de hoeksteen van onze collectieve verdediging.

Tegelijkertijd werkt Nederland in Europees verband, en op basis van de EU Global Strategy, aan de versterking van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB). De Europese Raad en de Raad Buitenlandse Zaken stelden in 2017 de ambitie vast dat Europa, in het licht van de verslechterde veiligheidssituatie in de regio’s rond de EU, meer eigen verantwoordelijkheid moet nemen op dit gebied. Dit geldt zowel voor de snelheid en effectiviteit van militaire en civiele EU missies als voor betere samenwerking bij de ontwikkeling en aanschaf van defensiecapaciteiten.

Naar verwachting zal eind 2017 of begin 2018 een Permanent Gestructureerde Samenwerking (PESCO) op gebied van veiligheid en defensie worden opgestart, waarbij een groep EU lidstaten die daartoe bereid en in staat is intensiever gaat samenwerken op defensiegebied. Nederland is daar voorstander van en is voornemens om hieraan deel te nemen. In 2018 zal naar verwachting ook het Europese Defensiefonds worden opgericht, waarbij EU middelen ingezet zullen worden voor de gezamenlijke ontwikkeling van defensiecapaciteiten. Nederland zet zich in voor een goede toegang voor het MKB tot dit fonds. De EU en de NAVO zijn complementair aan elkaar en een sterker GVDB draagt bij aan een sterker Europees aandeel binnen de NAVO.

Tegelijkertijd is het Nederlandse veiligheidsbelang nadrukkelijk gediend met een actieve geïntegreerde Nederlandse bijdrage aan internationale missies en coalities ter bevordering van de internationale rechtsorde, zoals bijvoorbeeld aan de VN-missie in Mali, MINUSMA, de internationale coalitie in de strijd tegen ISIS en de missie in Afghanistan. Nederland zet zich internationaal in voor verbetering van en participatie in VN-vredesoperaties in Afrika en andere regio’s.

Een strikt wapenexportbeleid is cruciaal om te zorgen dat wapens niet misbruikt worden bij schendingen van humanitair oorlogsrecht of mensenrechten. Ook blijft Nederland stevig inzetten op non-proliferatie en wapenbeheersing, gericht op het voorkomen van de verspreiding van kernwapens en chemische en biologische wapens en het verminderen van het huidige aantal van deze wapens. Gegeven de huidige instabiliteit is het risico van de inzet van massavernietigingswapens – door staten of door terroristen – nog altijd aanwezig.

In OVSE kader blijft Nederland pleiten voor modernisering van het Weens Document, een essentieel set instrumenten op het gebied van wapenbeheersing en vertrouwenwekkende maatregelen.

Voor onze veiligheid is meer nodig dan alleen militaire middelen. Veiligheid is alleen duurzaam als we het breed invullen door een geïntegreerde benadering. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken speelt ook hierin een centrale rol. Door aandacht te hebben voor zaken als conflictpreventie en -bemiddeling, deradicalisering, en early warning en early action, kunnen we opkomende conflicten tijdig signaleren en voorkomen. In landen als Ethiopië en Democratische Republiek Congo heeft Nederland actief bijgedragen aan het voorkomen van geweld en conflict. Hiernaast heeft veiligheid ook te maken met uitdagingen op het gebied van het milieu en klimaatverandering (bijvoorbeeld migratie als gevolg van droogte of kusterosie; conflict over toegang tot schaarse waterbronnen) waarbij Nederland met het Planetary Security Initiative ook in 2018 een leidende rol zal spelen. Ook neemt Nederland verantwoordelijkheid in het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelen wereldwijd en in eigen land. Sommigen daarvan hebben een duidelijke invloed op onze veiligheid: het bevorderen van goede gezondheid door het tegengaan van internationale gezondheidsdreigingen zoals ebola, het ondersteunen van toegang tot water zoals door grensoverschrijdend waterbeheer, het bevorderen van voedselzekerheid, en het streven naar open vreedzame samenlevingen en gerechtigheid voor iedereen. Deze brede inzet op het gebied van veiligheid vraagt om grondige inzet en een lange adem. Nederland trekt daarin zoveel mogelijk op met gelijkgezinden, de VN en de EU.

Het Russische optreden aan de oostflank van Europa, met de illegale annexatie van het Krim-schiereiland en de destabilisatie van het oosten van Oekraïne, vormt onverminderd een aantasting van de veiligheidsordening en het respect voor internationaal recht op ons eigen continent. Daarmee is het voor Nederland een uitdaging van de eerste orde. Om deze uitdaging het hoofd te bieden zet Nederland in op een beleid waarbij enerzijds dialoog met Russische beleidsmakers en maatschappelijke actoren en de uitgestoken hand (bijv. afspraken om militaire ongelukken te voorkomen, samenwerking via de OVSE) centraal staan, maar anderzijds ook Europese sancties en de afschrikwekkende werking van defensieve NAVO-maatregelen belangrijke instrumenten zijn. Nederland geeft zich tegelijkertijd rekenschap van het gegeven dat samenwerking met Rusland van groot belang is op gebieden als terrorismebestrijding, energievraagstukken, Syrië en non-proliferatie (zoals in de crisis met Noord-Korea blijkt). Ook de samenwerking van Nederland met de landen van het EU Oostelijk Partnerschap is gericht op het bevorderen van de lange-termijn stabiliteit van de regio, waarvoor economische en maatschappelijke hervormingen cruciaal zijn.

Rechtsorde onder druk

Respect voor de rechtsstaat, internationaal recht en multilaterale samenwerking zijn van belang voor onze veiligheid en welvaart en voor de bevordering van een rechtvaardige en toekomstbestendige wereld. Deze zaken staan onder druk, wereldwijd, maar ook binnen Europa.

Nederland richt zich – ook binnen de EU – op waarborgen en bevorderen van sterke nationale rechtsstaten. De rechtsstaat is van essentieel belang voor de bescherming van democratie en fundamentele rechten. Naast een intrinsieke waarde heeft deze ook een functionele waarde: de Europese rechtsorde valt of staat met handhaving van afgesproken regels en wederzijds vertrouwen in het functioneren van nationale rechtsstaten, bijvoorbeeld op het terrein van de interne markt en justitiële en politiesamenwerking. De Europese waardengemeenschap heeft voortdurend aandacht nodig. Dit vereist Nederlandse inzet, zowel op Europees niveau als bilateraal. Nederland blijft zich bovendien inzetten voor specifieke aandacht voor versterking van de rechtsstaat in het uitbreidings- en nabuurschapsbeleid van de Europese Unie. In dit verband is Nederland in toenemende mate bezorgd over de rechtsstaat en de achteruitgang van de mensenrechtensituatie in Turkije.

Ook in de rest van de wereld zet Nederland zich hard in voor universele waarden en mensenrechten. De verspreiding van desinformatie ondermijnt een eerlijke dialoog over schendingen van mensenrechten en humanitair oorlogsrecht. Dit zien we bijvoorbeeld bij de verschrikkelijke misdaden begaan in het conflict in Syrië. We moeten in binnen- en buitenland blijven staan voor universele waarden. Ook omdat onze belangen (voorspelbaarheid, eerlijk speelveld, verantwoording) hiermee worden gediend. Dat dwingt respect af, ook als de tegenpartij er anders over denkt. Nederland blijft in deze context een voorvechter van mensenrechten, een hoeksteen van het Nederlandse buitenlands beleid. Ons land bevindt zich daarmee structureel in de mondiale voorhoede, in het bijzonder als het gaat om de rechten van lesbiennes, homo’s, biseksuelen, transgenders en interseksen (LHBTI), vrouwenrechten, mensenrechtenverdedigers, en mensenrechten en bedrijfsleven. Nederland maakt zich hard voor politieke en sociale mensenrechten door steun aan het maatschappelijk middenveld wereldwijd en dialoog met andere landen. Dat gebeurt onder meer in multilaterale fora zoals de VN-Mensenrechtenraad, inclusief het « Universal Periodic Review» , waar landen elkaar aanspreken op de mensenrechtensituatie en de democratische ruimte, en aanbevelingen doen om deze te verbeteren.

Nederland blijft bovendien samen met gelijkgestemden het humanitair oorlogsrecht verdedigen, ook als dat steeds minder wordt gerespecteerd in landen als Syrië, Jemen en Zuid-Soedan. Nederland zal landen ter verantwoording roepen die het internationaal oorlogsrecht schenden. Landen die aanvallen richten op burgers of gebruik maken van gifgas. Nederland, maar ook de EU, moet zich hiervoor blijven inspannen en zal dat ook doen. Dat maakt ook deel uit van de Nederlandse inzet in de VN-Veiligheidsraad. Net zoals we de grondwaarde van het ICC hoog willen houden: «geen vrede zonder gerechtigheid».

Syrië/Irak

Speciale aandacht verdient het slepende conflict in Syrië en de regionale instabiliteit die hiermee samenhangt. Dit conflict is de grootste humanitaire catastrofe van de laatste 20 jaar en een belangrijke oorzaak van grensoverschrijdend terrorisme en aanhoudende vluchtelingen- en migratiestromen naar buurlanden en richting Europa. Wat in 2011 begon als een serie demonstraties en lokale opstanden tegen het Ba’ath-regime van Bashir al-Assad is sindsdien uitgegroeid tot een complex strijdtoneel, waarbij de burgeroorlog en de strijd tegen ISIS steeds meer verweven raken. Hoewel het regime, daarin gesteund door Rusland, Iran en diverse sji’itische milities zoals Hezbollah, sinds eind 2016 militair terrein heeft gewonnen, is vooralsnog geen zicht op een einde aan de strijd, laat staan op stabilisatie en een houdbare politieke uitkomst. Ook de goede vorderingen in het terugdrijven van ISIS in Syrië kunnen niet duurzaam verankerd worden als er geen uitzicht is op een politieke oplossing voor de Syrische burgeroorlog. Het vinden van een weg naar een politieke uitkomst wordt echter nog steeds ernstig belemmerd doordat alle betrokken partijen, zowel binnen Syrië als daarbuiten, sterk tegengestelde belangen en agenda’s nastreven. Eind 2016 is, parallel aan het Genève-proces, het Astana-proces van start gegaan. Dit primair op veiligheid gerichte overleg tussen Rusland, Turkije en Iran heeft gezorgd voor verminderd geweld in sommige delen van Syrië, alhoewel afspraken over staakt-het-vuren veelvuldig gebroken worden en humanitaire toegang buitengewoon slecht blijft. De vredesonderhandelingen in Genève dienen centraal te blijven staan en actief te worden ondersteund.

Ook in Syrië hanteert Nederland een geïntegreerde benadering in zijn inzet, gericht op het mitigeren van vluchtelingenstromen door steun voor opvang in de regio, belangrijke bijdragen aan humanitaire hulp om de grootste humanitaire noden te ledigen, steun aan gematigde krachten zoals de Vrije Syrische Politie en burgerhulpverleners zoals de Witte Helmen, en inspanningen gericht op stabilisatie om nieuwe machtsvacua en invloed van extremisten tegen te gaan. Daarnaast is Nederland in internationale fora, zoals International Syria Support Group, en via de EU en VN (en straks in de VN-Veiligheidsraad), actief om staakt-het-vuren dichterbij te brengen en om de conflictpartijen aan de onderhandelingstafel te krijgen. Er is geen alternatief voor een politieke oplossing, waarbij VN-Veiligheidsraadresolutie 2254 voor Nederland het uitgangspunt blijft. In deze onderhandelingen stimuleert Nederland de deelname van Syrische vrouwen die verschillende conflictpartijen vertegenwoordigen, en het verenigen van lokale vrouwenorganisaties. Ook tegengaan van straffeloosheid is een prioriteit voor Nederland. Nederland steunt in dit kader organisaties die bewijsmateriaal van oorlogsmisdaden en ernstige mensenrechtenschendingen verzamelen. Nederland heeft als eerste VN-lidstaat geld en expertise bijgedragen aan de in oprichting zijnde bewijzenbank van de VN.

Van vergelijkbare invloed, maar van een andere orde, is de situatie in Irak. Die telt eveneens meerdere uitdagingen, maar bevindt zich in een fase waarin wel sprake is van voorzichtige vooruitgang met stabilisatie. Voornaamste opdracht in Irak, naast het definitief verslaan van ISIS, is behoud en bestendiging van deze precaire vooruitgang. Nederland zet in op vier terreinen in Irak: veiligheid, verzoening, stabilisatie en transparantie. Deze vier beleidsprioriteiten dienen ter bevordering van het herstel van vertrouwen in de Iraakse overheid, in medeburgers en in een veilige en voorspoedige toekomst in Irak. Speciale aandacht gaat uit naar vrouwen door het implementeren van het Nationale Actieplan 1325 van de Iraakse overheid en het bieden van psychosociale hulp aan vrouwen die slachtoffer zijn geworden van (seksueel) geweld.

Militair levert Nederland een aanzienlijke bijdrage aan de strijd tegen ISIS en Irak, met o.a. trainingen van Iraakse troepen en Koerdische Pershmerga. Nederland draagt tevens bij aan humanitaire ontmijningsactiviteiten via de VN (UNMAS) en NGO partners. Van groot belang is dat de militaire strijd tegen ISIS gepaard gaat met politieke planning voor de fase daarna. Nederland dringt er in Irak en internationale fora op aan dat dit een Iraaks geleid proces dient te zijn. Voor Nederland staat de eenheid van Irak voorop. In dit verband geldt dat alle stappen die de Koerdische autoriteiten (willen) zetten richting meer autonomie of zelfs onafhankelijkheid alleen aanvaardbaar zijn als deze uitkomst zijn van constructieve overeenstemming met de centrale regering in Bagdad.

Zetel VN-Veiligheidsraad: strategische kansen voor Nederland

Het lidmaatschap van het Koninkrijk in de VN-Veiligheidsraad in 2018 biedt een uitgelezen kans om internationale besluitvorming over kwesties van vrede en veiligheid te beïnvloeden, handhaving van internationaal recht te bevorderen, en daarbij de Koninkrijksbelangen te behartigen. Het Koninkrijk zal als verkozen lid zijn profiel als betrouwbare en actieve bruggenbouwer in het internationale speelveld bevestigen, op het hoogste mondiale niveau. Onze inzet vloeit voort uit breed gedragen beginselen en prioriteiten van het Nederlands buitenlands beleid. De politieke actualiteit is leidend en zal in belangrijke mate de verhoudingen en de positionering in de VNVR bepalen. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken is in dialoog met relevante spelers en zal in het najaar de Kamer informeren over de speerpunten van de inzet. Daarbij gaat het Koninkrijk voor een «Europese invulling» van onze zetel, en op termijn wil Nederland zich inzetten voor een Europese zetel. Tegelijkertijd heeft de samenwerking tussen Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland in de campagne voor een VNVR-zetel zijn vruchten afgeworpen, onder het motto dat we zowel Europees als Caribisch zijn. We zullen in 2018 dan ook met z’n vieren «in de stoel» zitten.

Cyber- en internetbeleid: Nederland in voorhoede

Als er iets geen grenzen kent, is het de nieuwste dreiging in cyberspace. Onze westerse maatschappijen zijn kwetsbaar voor cyberaanvallen – dat geldt zeker voor Nederland. Een toenemende dreiging gaat dan ook uit van cyberaanvallen, zoals we zagen bij de «hacks» van de digitale systemen van politieke partijen ten behoeve van politieke beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar ook bij wereldwijde verspreiding van virussen als WannaCry. Steeds meer staten ontwikkelen (militaire) cybercapaciteiten, terwijl duidelijke gedragsregels ontbreken. Dat draagt bij aan onduidelijkheid, onvoorspelbaarheid en onoverzichtelijkheid en komt de stabiliteit niet ten goede. Gezien het grensoverschrijdende karakter van het cyberdomein vergt deze problematiek per definitie een internationale aanpak. Nederland bevindt zich in de internationale voorhoede bij het vormgeven van een normatief kader voor een veilig, vrij en open cyber domein. Hierbij maakt Nederland zich onder meer sterk om de toepasbaarheid van het internationaal recht binnen het digitale domein te verduidelijken. Naast versterking van onze invloed in de VN, EU en NAVO op dit terrein, blijft het Ministerie van Buitenlandse Zaken investeren in nieuwe coalities met staten, private partijen en het maatschappelijk middenveld. Hierbij zal Nederland kansen die digitalisering aan onze economie en samenleving biedt volop blijven benutten, en tegelijk dreigingen het hoofd bieden en fundamentele rechten en waarden beschermen. Nederland zet zich internationaal in voor een open, vrij en veilig internet, met een adequate bescherming van de internetvrijheid en mensenrechten online. In deze sterk digitaliserende wereld moeten mensen kunnen vertrouwen op bescherming tegen inbreuken op hun digitale rechten.

Multilateralisme en coalities

Naast het vormen van coalities, blijft het stelsel van multilaterale instellingen van levensbelang om veiligheid, welvaart en rechtvaardigheid wereldwijd te bevorderen. De VN en andere multilaterale instellingen dragen bij aan vrede en veiligheid, zijn voorvechters van internationale normen en waarden bieden capaciteitsopbouw en ontwikkelingssamenwerking wereldwijd. Met de nieuwe SGVN, António Guterres, moeten we blijven inzetten op hervormingen om de legitimiteit en effectiviteit van de VN te bevorderen.

Het verschuivende geopolitieke krachtenveld vraagt om een proactieve en strategische Nederlandse houding in het internationale speelveld, waarbij noodzakelijke coalities en multilateralisme centraal moeten staan. Dankzij coalities en multilateralisme hebben wij reeds successen kunnen boeken de laatste jaren. Het akkoord over het Iraanse nucleaire programma, de totstandkoming van de duurzame ontwikkelingsdoelen, het klimaatakkoord van Parijs, de sterkere sancties tegen Noord-Korea, de succesvolle bestrijding van ISIS, zijn allemaal voorbeelden van het nut en de noodzaak van gezamenlijk internationaal optreden, waar ook de hand moet worden uitgestoken naar minder gelijkgezinde landen.

Het vervolgen en berechten van degenen die verantwoordelijk waren voor het neerhalen van vlucht MH17 blijft een topprioriteit van het kabinet, conform VNVR-resolutie 2166. Nederland blijft zich hiervoor inspannen, in nauw verband met de landen die deel uitmaken van het «Joint Investigation Team».

Binnen de EU, in het licht van Brexit en andere reeds geschetste uitdagingen, zullen ook vaak nieuwe coalities moeten worden gesmeed. Daarbij zijn goede relaties met Duitsland en Frankrijk essentieel en blijft Nederland optrekken met gelijkgezinde lidstaten, waaronder in Benelux-verband. We moeten er echter ook voor waken om tegenstellingen niet te vergroten door onze partners enkel binnen Noordwest-Europa te zoeken. We moeten bruggen slaan tussen Noord en Zuid en tussen Oost en West, om ook voor de toekomst Europese samenwerking – inclusief mondiale daadkracht – zeker te stellen.

Mondiale strategische partners

Hoewel de VS de afgelopen jaren aan relatieve (economische) macht heeft ingeboet blijft de VS een belangrijke partner voor Nederland, ook in multilateraal verband. Een intensieve relatie met dit land is en blijft voor ons van groot belang. Dat geldt uiteraard op het terrein van de defensie- en veiligheidspolitiek en de NAVO. Maar ook op bilateraal economisch terrein zijn de belangen aanzienlijk: de VS is een van de grootste handels- en investeringspartners van het Koninkrijk meer dan 640.000 banen in Nederland hangen hiermee samen.

De onderlinge betrokkenheid is geen automatisme zoals in de afgelopen maanden bleek. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor multilaterale kwesties als het klimaat. De regering betreurt dat de VS zich heeft teruggetrokken uit het klimaatakkoord van Parijs; het blijft echter belangrijk de VS te betrekken bij de inspanningen om klimaatverandering tegen te gaan. Het Amerikaanse bedrijfsleven en sub-nationale overheden (zoals Californië) spelen hierbij een belangrijke constructieve rol.

Op de belangrijkste buitenlandpolitieke vraagstukken van deze tijd, waaronder het Midden-Oosten Vredesproces, non-proliferatie van kernwapens en terrorismebestrijding, blijft samenwerking en actieve dialoog tussen Europa en de VS essentieel. De VS verwacht in toenemende mate dat Europa meer verantwoordelijkheid draagt voor de eigen veiligheid. Dit versterkt de noodzaak om Europa strategisch te versterken. Een sterk Europa is in het belang van een sterke trans-Atlantische samenwerking.

Het stijgende geostrategische gewicht van Azië vraagt om een verhoogde inzet van Nederland en de EU op politiek en economisch vlak om in deze regio actief partners te betrekken op dossiers waar gemeenschappelijke belangen zijn. China is als regionale grootmacht en tweede economie in de wereld in toenemende mate medebepalend voor de stabiliteit in belangrijke regio’s, zoals het Koreaans Schiereiland, de Zuid-Chinese Zee, en de Indische Oceaan. Met zijn Belt and Road Initiative reikt China’s geopolitieke én economische invloed van Centraal-Azië tot in het Caribisch gebied. Voor Nederland betekent dit de noodzaak voor brede betrekkingen met China, langs bilaterale band, maar ook via de EU en VN gericht op samenwerking in het multilaterale stelsel. Tegelijkertijd geldt dat wordt vastgehouden aan het belang van de rechtstaat en respecteren van mensenrechten, en zet Nederland erop in om via een hechte en stevige EU-positie het economisch verkeer open en eerlijk te houden. Op het gebied van klimaatverandering laten China, maar ook de andere regionale grootmacht India, een sterker geluid horen. Dit biedt mogelijkheden voor Nederland en EU om samen op te trekken.

India kijkt nu meer dan ooit naar landen in Europa en zeker ook naar Nederland om internationaal mee samen te werken. Zo liggen er kansen vanuit gedeelde waarden zoals democratie en rechtstaat voor samenwerking op het gebied van het bevorderen van een vrij en veilig internet. Ook met Indonesië en andere landen in de ASEAN, het verband van tien Zuid-Oost Aziatische landen, die gezamenlijk de grootste groeimarkt voor Nederlandse bedrijven vormen, zal meer worden ingezet op het gezamenlijk optrekken bij de bestrijding van terrorisme, bevordering van eerlijke handel en vreedzame internationale geschillenbeslechting. Met gelijkgezinde landen als Japan, Zuid-Korea, Australië en Nieuw-Zeeland, zal Nederland bilateraal als ook in EU-verband zich blijven inzetten voor een mondiale ordening gebaseerd op effectief multilateralisme, een open wereldeconomie en respect voor mensenrechten en internationaal recht.

Consulair blijft Buitenlandse Zaken moderniseren

Nederlanders gingen in 2016 17,9 miljoen keer op vakantie in het buitenland en 4,7 miljoen keer zakelijk op reis. De reisadviezen van Buitenlandse Zaken werden daarbij 210.000 keer per maand geraadpleegd. De posten gaven 611.248 visa af aan buitenlanders om naar Nederland af te reizen en er werden 124.128 Nederlandse reisdocumenten aangevraagd. Circa 2000 Nederlanders zijn gedetineerd in het buitenland. Nederlanders en buitenlanders kunnen 24 uur per dag, 7 dagen per week wereldwijd terecht bij het 24/7 BZ Contactcenter. Circa 700.000 Nederlanders en buitenlanders hebben in 2016 via het 24/7 Contactcenter van Buitenlandse Zaken informatie ontvangen omtrent een verscheidenheid aan consulaire hulpvragen, aanvragen van documenten en andere consulaire verzoeken. Circa 5,2 miljoen klanten bezochten de consulaire informatie op de websites van het Ministerie en de posten. Kortom, consulaire dienstverlening is een kerntaak van Buitenlandse Zaken. Nederlanders kunnen in crises en noodsituaties altijd en overal blijven rekenen op hulp, waarbij we een gepast beroep doen op de eigen verantwoordelijkheid. Buitenlandse Zaken concentreert zich op die taken waar het met zijn postennet, kennis en diplomatieke vaardigheden toegevoegde waarde heeft.

De afgelopen jaren heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken fors geïnvesteerd in de consulaire dienstverlening in het buitenland. Met een nieuwe opzet van de reisadviezen en de verbeterde 24/7 reis-app kunnen reizigers zich nog beter voorbereiden. Met deze app en via internet kunnen Nederlanders zich nu ook makkelijker bij Buitenlandse Zaken registeren als ze naar het buitenland gaan en blijven ze beter op de hoogte van actuele veiligheidsrisico’s. Er wordt hard gewerkt aan verdere digitalisering voor een nog betere en snellere dienstverlening. Daar waar aanvragers nog persoonlijk moeten verschijnen, werkt het Ministerie ook samen met private partijen die als loket dienen. Dat gebeurt ook op plekken waar geen Nederlandse vertegenwoordigingen zijn, waardoor de aanvrager minder ver hoeft te reizen. In het VK loopt op dit moment een pilot waarbij Nederlanders die hun reisdocument willen vernieuwen daarvoor niet meer naar de ambassade hoeven. Buitenlandse Zaken werkt aan een vernieuwde methode voor de beoordeling van visumaanvragen. Dat zal gebeuren in gecentraliseerde back offices waar de aanvragen digitaal binnenkomen. Op basis van informatie van ketenpartners en kennis van onze ambassades creëert Buitenlandse Zaken daarop klantsegmentatie en biedt in lijn daarmee een fast track behandeling voor aanvragen vanuit de hoek van de economische diplomatie en bonafide aanvragers, en een intensive track voor hoog-risico aanvragers.

BZ werkt intensief samen met de partners in de reisbranche, verzekeringswereld en het bedrijfsleven. Het doel is om met deze partners deze producten, diensten en boodschappen op het terrein van veiligheid en reisvoorbereiding verder onder de aandacht van de Nederlander te brengen. Door internationaal en in de EU samen te werken kunnen we de dienstverlening verder verbeteren. Denk aan crisisvoorbereiding, respons ter plaatse én consulaire bijstand aan kwetsbare Nederlanders. Ook treedt de richtlijn niet-vertegenwoordigde EU-burgers in werking, waarvan het doel is de praktische samenwerking tussen vertegenwoordigingen van lidstaten in derde landen te verbeteren en de Europese samenwerking op consulair gebied te versterken.

Internationaal cultuurbeleid

Cultuur overschrijdt grenzen en kan mensen over de hele wereld verbinden, ongeacht hun herkomst, hun politieke of hun religieuze overtuiging. Internationaal cultuurbeleid en culturele diplomatie zijn in deze tijden van internationale spanning dan ook een belangrijk element in de dialoog met de wereld om ons heen. Naast haar intrinsieke waarde, heeft het delen van cultuur een belangrijke toegevoegde waarde in de betrekkingen met landen waarmee de bilaterale relatie complex of gespannen is.

Internationaal cultuurbeleid en culturele diplomatie fungeren ook als verbindende schakels tussen de politieke, economische en maatschappelijke onderwerpen waar het buitenlandbeleid zich op richt. Cultuur is een onmisbaar onderdeel van staatsbezoeken, handelsmissies en Holland Branding, maar is ook ondersteunend aan mensenrechtenbeleid, vrede en veiligheid, en aan rechtsstaatontwikkeling. Positieve beeldvorming geeft een impuls aan internationale en bilaterale samenwerking en het stimuleert de export. Goede culturele betrekkingen kweken goodwill, openen deuren, en zorgen bovendien voor vertrouwen.

Het nieuwe, vierjarige beleidskader voor internationaal cultuurbeleid waarmee in 2017 van start is gegaan, wordt in 2018 voortgezet. Daarbij wordt een tweesporenbenadering gehanteerd. Aan de ene kant wordt de Nederlandse cultuursector gestimuleerd, aan de andere kant wordt internationaal cultuurbeleid ingezet als instrument van buitenlandbeleid. Daarmee worden de culturele betrekkingen met landen waarmee de culturele relatie sterk is, onderhouden. Voor het eerst wordt het internationaal cultuurbeleid ook ingezet om een bijdrage te leveren aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld, te beginnen in een selecte groep landen in de ring van instabiliteit rondom de EU. In samenwerking met de culturele instellingen vormt het postennet de spil in de uitvoering van het cultuurbeleid, met beschikking over een uniek netwerk met zowel statelijke als private en maatschappelijke partijen.

Gastland voor internationale organisaties

Nederland heeft zich sinds de jaren ’90 ontwikkeld tot een belangrijk gastland van internationale organisaties. Den Haag, als stad van Vrede en Recht, behoort met Brussel, Geneve en Wenen tot de internationale top van vestigingsplaatsen. Inmiddels zijn er 39 Internationale organisaties in Nederland gevestigd. De regering ziet het gastlandschap voor internationale organisaties met een mandaat op het gebied van Vrede en Recht als een belangrijke manier om invulling te geven aan artikel 90 van de Grondwet (bevordering internationale rechtsorde). De aanwezigheid van internationale organisaties is ook economisch van groot belang. Om concurrerend te kunnen blijven ten opzichte van andere landen moet Nederland het ondersteunend beleid op het gebied van het vestigingsklimaat voortzetten. Bij het acquisitieproces zelf is BZ als coördinator voor gastlandzaken de spin in het web van nationale expertise, het nationale overheidsnetwerk en de internationale lobby.

Departement en postennet

Buitenlandse Zaken is Rijksbreed verantwoordelijk voor de coördinatie van het buitenlands- en EU-beleid, en heeft een postennet dat paraat staat voor dienstverlening aan burgers en bedrijven, op een zo effectief en kosten-efficiënt mogelijke manier. Het departement is het kenniscentrum in Den Haag, geworteld in de maatschappij, waarvan alle departementen profiteren.

Buitenlandse Zaken behartigt met deze middelen de belangen van Nederlandse burgers en bedrijven in de EU, de NAVO en de VN, maar ook binnen bilaterale contacten en via een constante dialoog met het maatschappelijk middenveld in binnen- en buitenland. De verscheidenheid van die inzet weerspiegelt de rijkheid van de Nederlandse samenleving en zijn belangen, variërend van LHBTI-rechten, begeleiden van militaire missies, hulp aan landgenoten in nood, tot het ondersteunen van bedrijven op moeilijke markten en ontwikkelingssamenwerking.

Buitenlandse Zaken moet daarbij mee kunnen bewegen met de trends in Nederland en de wereld. Het werk van ambassades en consulaten is de afgelopen jaren steeds omvangrijker en complexer geworden. De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) onderschrijft dit ook. Vier jaar geleden is een omvangrijk hervormingsprogramma ingezet binnen scherpe budgettaire kaders. Zo wordt de consulaire en economische dienstverlening ingrijpend hervormd en worden mensen en middelen flexibeler ingezet zodat voortdurende veranderingen en uitdagingen beter het hoofd geboden kunnen worden. We bezien steeds welke presentie waar nodig is en moeten binnen de scherpe kaders van de apparaatsbudgetten duidelijke keuzes maken tussen prioriteiten en posterioriteiten.

BELANGRIJKSTE BELEIDSMATIGE MUTATIES

Hieronder treft u een toelichting aan op de belangrijkste mutaties vanaf 2017 en verder ten opzichte van de Memorie van Toelichting 2017. Een aantal mutaties is eerder toegelicht in de eerste suppletoire begroting 2017.

Belangrijkste beleidsmatige mutaties ten opzichte van vorig jaar

Bedragen x EUR 1.000

2017

2018

2019

2020

2021

Stand ontwerpbegroting 2017

8.879.536

9.869.316

9.748.088

9.936.587

10.192.622

1 Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

4.431

900

0

0

0

2 Veiligheid en stabiliteit

25.142

2.650

2.700

2.708

2.708

3 Europese samenwerking

– 472.774

– 332.355

601.869

607.452

223.495

4 Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

2.690

1.330

1.280

1.272

1.360

5 Geheim

6 Nominaal en onvoorzien

– 35.215

– 17.039

– 19.260

– 11.871

– 4.393

7 Apparaat

35.978

9.613

14.213

12.013

12.013

Stand ontwerpbegroting 2018

8.439.788

9.534.415

10.348.890

10.548.161

10.427.805

Toelichting:

Beleidsartikel 1:

Het budget voor versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten is verhoogd als bijdrage aan de Carnegiestichting voor het Vredespaleis. De extra uitgaven houden verband met een onderzoek naar de omvang van aanwezigheid van asbest en het nemen van beveiligingsmaatregelen.

Beleidsartikel 2:

Het budget voor veiligheid en stabiliteit stijgt in 2017 omdat het kabinet heeft besloten om extra middelen in te zetten op het terrein van veiligheid, stabiliteit, migratiesamenwerking en opvang in de regio. Daarnaast is bij Voorjaarsnota de politiek overeengekomen verdeling van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) technisch overgeheveld naar de begroting van Buitenlandse Zaken. De middelen worden ingezet voor activiteiten op het gebied van veiligheidssectorhervorming, vredesopbouw, rechtsstaatontwikkeling, capaciteitsopbouw en de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is (BSB). Omdat de BSB wordt uitgevoerd door het Ministerie van Defensie worden deze middelen overgeheveld naar de begroting van Defensie.

Beleidsartikel 3:

Met name door grote vertragingen in de uitvoering van het cohesiebeleid is er in 2016 forse onderuitputting opgetreden bij de Europese begroting en ook voor 2017 en 2018 wordt grote onderuitputting verwacht. Dit resulteert in lagere Nederlandse afdrachten in de periode 2016–2018, maar tot hogere afdrachten in 2019 en 2020 wanneer deze vertragingen worden ingelopen. De verwachte vertraging voor 2018 heeft invloed op de wijze waarop voor dit jaar de Nederlandse EU-afdrachten worden geraamd. Normaliter wordt in de Nederlandse begroting uitgegaan van het betalingenplafond dat voor dat jaar is afgesproken bij het opstellen van het MFK. Echter, voor 2018 geldt dat het Commissievoorstel voor de EU-begroting een betalingenniveau voorstelt dat 9,1 miljard euro onder het betalingenplafond (inclusief speciale instrumenten) van het MFK ligt als gevolg van de hierboven genoemde vertragingen. Daarom wordt in deze begroting niet uitgegaan van het MFK-betalingenplafond, maar van een uitgavenplafond dat 7 miljard lager ligt. Daarmee resteert voldoende marge tussen de verwachte uitgaven in 2018 en het uitgavenplafond waarmee wordt gerekend in de Nederlandse afdrachtenraming. Overige ramingsbijstellingen betreffen onder andere de effecten van de nieuwe Spring Forecast/ACOR raming van de Commissie op de verschillende grondslagen voor de afdrachten.

Niet- beleidsartikel 6:

Dit is het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van BNI- en BBP-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2016, het verwerken van de loon- en prijs- en koersbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen conform de claims die zijn verwerkt naar aanleiding van de HGIS-besluitvorming. Hierin is onder andere extra budget opgenomen voor de financiering van uitgaven voor gastlandbeleid (BZ en VWS), Brexit gerelateerde uitgaven (EZ, BZ en VWS) en uitgaven voor het vervolgonderzoek 1945–1949 Nederlands-Indië (BZ).

Niet-beleidsartikel 7:

De apparaatsuitgaven laten meerjarig een stijging zien. Deze stijging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat vanuit de HGIS middelen zijn toegevoegd ter dekking van de gestegen loonkosten. Het betreft de jaarlijkse aanpassing van de salarissen en gestegen pensioenkosten. Tevens worden personele- en materiele uitgaven, die in buitenlandse valuta (met name USD) worden verricht, vanuit de HGIS-onvoorzien gecompenseerd voor de gestegen wisselkoers. Daarnaast nemen de personeelsuitgaven toe omdat vanuit de HGIS middelen zijn toegevoegd ter dekking van extra kosten voor personeel (op het departement en Europese posten) om de Nederlandse belangen bij de scheidingsprocedure van de Unie met het Verenigd Koninkrijk voldoende te kunnen waarborgen. Ten slotte stijgt het budget in 2017 vanwege de toevoeging van middelen uit 2014 voor investeringen in het postennet (huisvesting) vanuit het huisvestingfonds.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven in 2018

In onderstaand overzicht wordt, conform de wens van de Tweede Kamer, per subartikel aangegeven welk deel van de geraamde uitgaven juridisch – en niet juridisch verplicht is en wat in grote lijnen de bestemming is van de niet-juridisch verplichte uitgaven. In de toelichting op de beleidsartikelen (hoofdstuk 3, onderdeel D2) wordt nader ingegaan op de juridisch verplichte uitgaven.

Overzicht niet-juridisch verplichte uitgaven en bestemmingen x EUR 1 miljoen

Subartikelnummer

naam sub artikel

Geraamde uitgaven

juridisch verplichte uitgaven

niet-juridisch verplichte uitgaven

bestemming van de niet-juridisch verplichte uitgaven

1.1

Goed functionerende internationale instellingen

56,0

55,5 (99%)

0,5 (1%)

• Programma’s internationaal recht

1.2

Mensenrechten

53,8

26,3 (49%)

27,5 (51%)

• Jaarlijkse bijdrage OHCHR,

• Centrale en decentrale mensenrechtenprogramma’s

2.1

Bondgenootschappelijke veiligheid

11,0

8,3 (76%)

2,7 (24%)

• POBB

• Veiligheidsfonds

2.2

Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme

9,3

1,6 (17%)

7,7 (83%)

• Contraterrorisme activiteiten

• Secretariaat Global Forum on Cyber Expertise

2.3

Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing

10,8

10,9 (100%)

-

 

2.4

Veiligheid, stabiliteit en rechtsorde, OVSE

7,2

7,2 (100%)

-

 

2.4

Veiligheid, stabiliteit en rechtsorde, VN contributie voor crisisbeheersingsoperaties

99,8

99,8 (100%)

-

 

2.4

Veiligheid, stabiliteit en rechtsorde, stabiliteitsfonds, training voor buitenlandse diplomaten

2,5

2,5 (100%)

-

 

2.4

Veiligheid, stabiliteit en rechtsorde, stabiliteitsfonds

88,4

74,3 (84%)

10,6 (16%)

• Programma’s op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling uit het Stabiliteitsfonds

2.5

Transitie in prioritaire landen, Matra

7,8

5,8 (74%)

2,0 (26%)

• Matra programma’s

2.5

Transitie in prioritaire landen, Shiraka

12,4

9,3 (75%)

3,1 (25%)

• Shiraka programma’s

3.1

Afdracht Europese Unie

8.181,4

8.181,4 (100%)

-

 

3.2

Europees Ontwikkelingsfonds

192,7

192,7 (100%)

-

 

3.3

Een hechtere Europese waardegemeenschap

9,7

9,7 (100%)

-

 

3.4

Versterkte positie Nederland in de Unie van 28

5,3

4,3 (81%)

1,0 (19%)

• Onderzoeksprogramma’s gerelateerd aan gevolgen Brexit

4.1

Consulaire dienstverlening t.b.v. Nederlandsers in het buitenland

13,6

8,4 (61%)

5,3 (39%)

• Kosten voor reisdocumenten

• Investeringen in consulaire informatiesystemen

4.2

Consulaire dientverlening voor vreemdelingen

6,2

5,0 (81%)

1,2 (19%)

• Kosten voor visumverlening

• Investeringen in consulaire informatiesystemen

4.3

Nederlandse cultuur

7,9

3,5 (45%)

4,4 (55%)

• Landenprogramma’s ten behoeve van het internationaal cultuurbeleid.

4.4

Publieksdiplomatie

12,5

7,2 (58%)

5,3 (42%)

• Uitgaven ten behoeve van publieksdiplomatie op de posten en BZ.

• Uitgaven voor de Bezoekersprogramma’s

• Strategische beleidscommunicatie

4.4

Kosten voor de staats- en werkbezoeken (inkomend en uitgaand), bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven voor CD en IO’s

3,0

1,0 (33%)

2,0 (67%)

• Inkomende en uitgaande Staats- en werkbezoeken

• Uitgaven ten behoeven van het Corps Diplomatique en Internationale Organisaties in Nederland

4.4

Programma ondersteuning buitenlands beleid

4,1

1,4 (35%)

2,7 (65%)

• Verbetering van bilaterale betrekkingen

• Bevordering van multilaterale samenwerking mensenrechten, democratisering en goed bestuur en internationale juridische en justitiële samenwerking.

4.5

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland

2,8

2,6 (93%)

0,2 (7%)

• Logistieke ondersteuning van de in Nederland gevestigde internationale organisaties.

Totaal

 

8.798,5

8.718,8 (99%)

79,7 (1%)

 
Meerjarenplanning beleidsdoorlichtingen1 2

Art

Naam Artikel/beleidsdoelstelling

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Geheel

   

realisatie

planning

artikel?

1

Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

           

Ja

1.1

Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak3

             

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

               

2

Veiligheid en stabiliteit

             

Nee

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

     

       

2.2

Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit

     

       

2.3

Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing, bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens en het voeren van een transparant en verantwoord wapenexportbeleid

 

           

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband3

             

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden4

 

           

3

Europese samenwerking

         

 

Ja

3.1

Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht, veiligheid, welvaart en duurzame economische groei biedt5

               

3.2

Een effectief, efficiënt en coherent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio's, inclusief ontwikkelingslanden

 

           

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap5

               

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie van 285

               

4

Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

     

     

Ja

4.1

Op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het buitenland6

               

4.2

Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren6

               

4.3

Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

             

4.4

Het inzetten van Publieksdiplomatie door het Postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen

 

           

4.5

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland6

               
1

De begroting van BZ is in 2013 opgesplitst in de begroting van BZ (Hfst. 5) en BHOS (Hfst. 17). Er zijn toen nieuwe beleidsartikelen en beleidsdoelstellingen geformuleerd. Beleidsdoorlichtingen van voor dat jaar zijn in deze tabel met terugwerkende kracht over de nieuwe beleidsdoelstellingen verdeeld.

2

Bij BZ en BHOS is het wel de wens om beleidsdoorlichtingen van één beleidsartikel uit te voeren maar inhoudelijk is dat nog niet mogelijk gebleken. Beleidsdoorlichtingen vinden in de meeste gevallen plaats op één niveau lager namelijk van de beleidsdoelstellingen. Voor artikel 2 en 3 en is dit nu wel voorzien.

3

Dit is een gecombineerde beleidsdoorlichting van beleidsdoelstelling 1.1 en 2.4.

4

Wordt meegenomen in beleidsdoorlichting 3.2.

5

Deze beleidsdoorlichting wordt vervangen door een effectevaluatie en wordt onderdeel van de beleidsdoorlichting voor het hele artikel 3.

6

De gecombineerde beleidsdoorlichting van beleidsdoelstelling 4.1 en 4.2 en die voor 4.5 zijn omgezet in een beleidsdoorlichting voor het gehele artikel in 2019. De beleidsdoelstellingen worden geëvalueerd in 2017 (4.5) en 2018 (4.1 en 4.2). De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd in juli 2017.

2. Leeswijzer

De voorliggende suppletoire begroting bevat de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2018 van hoofdstuk V van de begroting van het Rijk.

In de toelichting worden de belangrijkste mutaties op de begroting van Buitenlandse Zaken toegelicht, alsook de wijzigingen welke zijn opgetreden in de omvang van de HGIS. Ten slotte volgt per artikel de nieuwe stand en een toelichting op de opmerkelijke verschillen.

Conform de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften en de Comptabiliteitswet dienen de opmerkelijke verschillen tussen de oorspronkelijke en huidige raming te worden toegelicht. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het financiële instrument. Ook is omschreven welke ondergrens gehanteerd moet worden, waarboven een uitgavenmutatie moet worden toegelicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beleidsmatige en technische mutaties. Op verplichtingenniveau worden mutaties groter dan 10% ten opzichte van de vorige stand, op artikelniveau toegelicht.

3. BELEIDSARTIKELEN

3. Wijzigingen in de omvang van de HGIS

In deze paragraaf wordt geschetst welke wijzigingen zijn opgetreden in de omvang van de HGIS sinds de Voorjaarsnota 2018. Zoals uit de hierna volgende tabellen blijkt, nemen de uitgaven toe met EUR 3,2 miljoen en de ontvangsten toe met EUR 14,3 miljoen.

Wijzigingen in HGIS uitgaven vanaf Voorjaarsnota 2018 (bedragen x EUR 1 miljoen)

Uitgaven

Totaal

Wv. ODA

Stand uitgaven VJN 2018

6.145,8

4.620,9

Totaal mutaties

3,2

36,3

Stand uitgaven NJN 2018

6.149,0

4.657,2

*De HGIS Standen zijn inclusief EU- en asieltoerekening

De toename van de uitgaven is het gevolg van meerdere mutaties. In de hierna volgende tabel zijn deze nader uitgesplitst.

Oorzaken uitgavenmutatie HGIS vanaf Voorjaarsnota 2018 (bedragen x EUR 1 miljoen)1
 

Totaal

Wv. ODA

Bijstellingen BNI (ODA) en prijscomponent BBP (non-ODA)

– 11,3

– 13,7

Overboekingen van en naar de HGIS

51,6

50,0

Desalderingen op ontvangsten

14,6

 

Intertemporele kasschuif

   

Verwachte onderuitputting

– 51,8

 

TOTAAL

3,2

36,3

1

In de tabel komen afrondingsverschillen voor

Toelichting uitgaven:

  • Op basis van wijzigingen, zoals deze zijn opgenomen in de Macro Economische Verkenning voor het Bruto Nationaal Inkomen (ODA) en de prijscomponent van het Bruto Binnenlands Product, is de omvang van de HGIS bijgesteld. Het ODA budget wordt hierdoor met EUR 13,7 miljoen verlaagd en het non-ODA budget verhoogd met EUR 2,4 miljoen.

  • Er vindt een aantal overboekingen van en naar de HGIS plaats. Per saldo neemt het HGIS budget hierdoor toe met EUR 51,6 miljoen. De belangrijkste mutatie (EUR 50 miljoen) betreft de toevoeging aan de BHOS-begroting van middelen voor de Nederlandse bijdrage aan de EU Facility for Refugees in Turkey II (FRIT II), waarvan twee derde wordt gefinancierd uit de EU-begroting en één derde middels bilaterale bijdragen van lidstaten. Daarnaast betreft het een aantal overhevelingen vanuit o.a. Veiligheid en Justitie voor activiteiten op het terrein van cybersecurity en VN programma’s die via Buitenlandse Zaken worden gefinancierd.

  • Een deel van de meerontvangsten op de begrotingen van Buitenlandse Zaken, Defensie en Buitenlandse zaken en Ontwikkelingssamenwerking wordt ingezet om de uitgaven van het HGIS-kader te verhogen. Het gaat om hogere ontvangsten vanuit de VN voor vredesmissies waaraan Nederland een bijdrage levert, extra ontvangsten bij Buitenlandse Zaken doordat restituties op enkele stabiliteitsprogramma’s hebben plaatsgevonden en extra ontvangsten op leningen bij Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Deze middelen zijn binnen de resprectievelijke begrotingen ingezet.

  • Binnen de HGIS verwacht een aantal departementen lagere uitgaven dan geraamd. De belangrijkste mutaties zijn opgenomen op de begrotingen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, Justitie en Veiligheid en Buitenlandse Zaken.

Voor een verdere toelichting op de diverse mutaties wordt verwezen naar de begrotingsartikelen op de respectievelijke suppletoire begrotingen.

Wijzigingen in HGIS ontvangsten vanaf Voorjaarsnota 2018 (bedragen x EUR 1 miljoen)1

Ontvangsten

Totaal

Wv. ODA

Stand ontvangsten VJN 2018

194,8

33,7

Totaal mutaties

14,3

 

Stand ontvangsten NJN 2018

209,2

33,7

1

In de tabel komen afrondingsverschillen voor

Toelichting ontvangsten:

De ontvangsten binnen de HGIS nemen toe met EUR 14,3 miljoen. Deze toename kent een aantal oorzaken.

  • Op de begroting van Defensie worden extra ontvangsten verwacht van EUR 10,6 vanuit de VN voor vredesmissies waaraan Nederland een bijdrage levert. Deze middelen worden binnen het Budget Internationale Veiligheid (artikel 1) ingezet.

  • Op de begroting van Buitenlandse Zaken worden per saldo EUR 0,5 miljoen extra ontvangsten verwacht doordat restituties plaatsvinden op enkele stabiliteitsprogramma’s die aan het eind van de looptijd nog onbestede middelen hebben en extra consulaire ontvangsten voor visa. Tevens zijn er extra ontvangsten vanwege ontstane koerseffecten op betalingen in buitenlandse valuta en lagere ontvangsten doordat minder onroerend goed is verkocht dan eerder geraamd. Het saldo van deze middelen wordt binnen de BZ begroting alternatief ingezet.

  • Voor internationale financiele instellingen bij Financien daalt de raming met EUR 0,25 miljoen.

  • Ten slotte zijn er extra ontvangsten van EUR 3,5 miljoen op de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor aflossingen van leningen.

3. Voorgenomen wijziging van de indeling van de begroting 2019

Nederland heeft een internationaal toonaangevende positie als gastland van veel internationale organisaties en internationale hoven en tribunalen. Als gastland heeft Nederland de verantwoordelijkheid de in Nederland gevestigde instellingen te ondersteunen opdat deze onafhankelijk, veilig en efficiënt kunnen functioneren. De huidige inzet wordt verantwoord op beleidsartikel 4.5; Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen; Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland. Beleidsmatig gezien past dit onderdeel beter binnen het artikel «Versterkte internationale rechtsorde» (artikel 1). Daarom is het voornemen om dit onderdeel met ingang van de ontwerpbegroting 2019 te verplaatsen. Daarbij wordt een apart artikelonderdeel toegevoegd: Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland. Deze wijziging heeft verder geen budgettaire consequenties.

Artikel 1: Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

A: Algemene doelstelling

Het bevorderen van een goed functionerende internationale rechtsorde, met een blijvende inzet op mensenrechten, als integraal onderdeel van het buitenlandbeleid.

Een sterke rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten maken de wereld stabieler, veiliger, vrijer en welvarender. Dit vereist goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak en voortdurende inzet tegen straffeloosheid. Deze rechtsorde is onlosmakelijk verbonden met universele mensenrechten. De bevordering van mensenrechten is een kernelement van het Nederlands buitenlandbeleid.

B: Rol en verantwoordelijkheid

De regering zet zich concreet in voor de volgende prioritaire thema’s: mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders, gelijke rechten voor vrouwen, vrijheid van meningsuiting (off- en online), de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, ernstigste schendingen (waaronder doodstraf en marteling), mensenrechten en ontwikkeling, en mensenrechten en bedrijfsleven.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

  • Van een effectief stelsel van internationale organisaties, inclusief financiële bijdrage, om een stabiele internationale omgeving te scheppen en de internationale rechtsorde te versterken.

  • Van een betere mensenrechtensituatie mede door het financieren en uitvoeren van projecten via bilaterale en multilaterale kanalen ter bevordering van prioritaire mensenrechtenthema’s.

Regisseren

  • Interdepartementale coördinatie ten behoeve van een coherente en consistente Nederlandse inzet in internationale organisaties ter bevordering van de internationale rechtsorde en mensenrechten.

Financieren

  • Bijdragen ten behoeve van goed functionerende internationale instellingen.

  • Bijdragen ter bescherming en bevordering van mensenrechten.

C: Beleidswijzigingen

  • De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft het Koninkrijk op 2 juni jl. formeel verkozen als niet-permanent lid van de VN-Veiligheidsraad. Dat betekent een extra inzet om deze belangrijke verantwoordelijkheid zo goed mogelijk ten uitvoer te brengen en optimaal gebruik te maken van de kansen die het lidmaatschap biedt, zoals ook omschreven in de beleidsagenda.

  • Eind 2017 loopt ons lidmaatschap van de VN Mensenrechtenraad af. Hoewel de Nederlandse inzet op de voor ons prioritaire onderwerpen als Jemen, mensenrechtenverdedigers, vrouwenrechten en LGBTi niet zal wijzigen, neemt met het eindigen van het lidmaatschap onze invloed in de Mensenrechtenraad af. Nederland zal campagne voeren voor een nieuwe zetel in de Mensenrechtenraad voor de periode 2020–2022.

  • In het kader van de strijd tegen straffeloosheid zet Nederland in op brede ondersteuning van de bewijzenbank van de VN voor de ernstigste misdaden in Syrië, het International, Impartial and Independent Mechanism (IIIM).

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 1 Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

Bedragen in EUR 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

120.747

95.680

91.005

90.905

90.005

90.005

90.005

Uitgaven:

             

Programma-uitgaven totaal

110.812

114.680

109.805

108.905

109.005

109.005

109.005

 

waarvan juridisch verplicht

   

74%

       

1.1

Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

54.569

60.066

56.035

55.135

55.135

55.135

55.135

 

Subsidies

             
   

Internationaal recht

5.932

10.135

6.635

6.135

6.135

6.135

6.135

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

Internationaal recht

1.316

           
   

Verenigde Naties

34.696

39.525

39.525

39.525

39.525

39.525

39.525

   

OESO

6.821

6.206

6.175

6.175

6.175

6.175

6.175

   

Campagne VN veiligheidsraad

2.363

500

         
   

VNVR projectkosten

 

400

400

       
   

Internationaal Strafhof

3.441

3.300

3.300

3.300

3.300

3.300

3.300

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

56.243

54.614

53.770

53.770

53.870

53.870

53.870

 

Subsidies

             
   

Bevordering van het vrije woord

10.700

2.800

         
   

Landenprogramma's mensenrechten

16.863

24.615

26.120

26.120

26.120

26.120

26.120

 

bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

Landenprogramma's mensenrechten

20.903

19.705

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

   

Centrale mensenrechtenprogramma's

7.776

7.494

7.650

7.650

7.750

7.750

7.750

D2: Budgetflexibiliteit

De uitgaven voor het onderdeel goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak zijn nagenoeg volledig vastgelegd. De bijdragen aan internationale organisaties (verdragscontributies) zijn juridisch verplicht. Subsidies aan initiatieven in het kader van internationaal recht zijn voor ruim 99% juridisch verplicht. Voor het resterende deel worden in 2018 verplichtingen aangegaan. De centrale mensenrechtenprogramma’s van het onderdeel bescherming en bevordering van mensenrechten kennen een juridisch verplicht percentage van 49%. De hieruit te financieren jaarlijkse bijdrage aan de Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) wordt begin 2018 juridisch vastgelegd. De landenprogramma’s mensenrechten zijn voor 51% reeds juridisch vastgelegd en voor de overige 49% worden in 2017 verplichtingen aangegaan. De bijdrage aan RNW Media (als onderdeel van de subsidie landenprogramma’s mensenrechten) is tot 2020 vastgelegd.

E: Toelichting op de financiële instrumenten

1.1 Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

  • Verplichte bijdragen (verdragscontributies) aan de VN waarin de afdrachten aan (het restmechanisme van) het Joegoslavië- en het Rwanda-tribunaal zijn inbegrepen alsmede de bijdragen aan de OESO en het Internationaal Strafhof (ICC).

  • Subsidie aan de Carnegiestichting ten behoeve van de bedrijfsvoering van de Carnegiestichting, het onderhoud van het Vredespaleis en het op peil houden van de bibliotheek.

  • Jaarlijkse huurbijdrage aan het Permanente Hof van Arbitrage.

  • Bijdragen voor diverse initiatieven, op het gebied van draagvlakversterking voor het Internationaal Strafhof en andere internationale gerechtshoven en tribunalen, op het gebied van Responsibility to Protect, een bijdrage aan het Trustfund for Victims van het ICC en andere kleinschalige initiatieven ter bevordering van de ontwikkeling van de internationale rechtsorde.

  • Bijdragen aan activiteiten in het kader van het lidmaatschap van de VNVR, zoals logistieke middelen bij actuele crises, activiteiten op het terrein van publiekdiplomatie en draagvlak; beleidsondersteunende bijdragen aan gespecialiseerde NGO’s.

1.2 Bescherming en bevordering van mensenrechten

  • Inzet van het mensenrechtenfonds ter ondersteuning van de prioriteiten uit de mensenrechtenbrief «Respect en recht voor ieder mens». De daarin genoemde prioriteiten zijn: inzet ten behoeve van mensenrechtenverdedigers, gelijke rechten voor LHBTI, gelijke rechten voor vrouwen. Nederland besteedt ook aandacht aan ernstige mensenrechtenschendingen (doodstraf, foltering), vrijheid van meningsuiting en internetvrijheid, vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, mensenrechten en ontwikkeling en mensenrechten en bedrijfsleven (inclusief kinderarbeid). Er is een verdeling in centrale en decentrale middelen. Centrale middelen zijn bestemd voor projecten die in meer dan één land worden uitgevoerd. De middelen worden ingezet voor prioritaire thema’s op basis van de ernst van de mensenrechtensituatie en de effectiviteit van de inzet.

  • Bijdragen aan internationale organisaties ten behoeve van verdere bescherming en bevordering van mensenrechten, met name de jaarlijkse bijdrage aan de Office of the High Commissioner for Human Rights (OHCHR) van de VN waarbij specifiek wordt ingezet op de ondersteuning van de speciale procedures en verdragscomités.

  • Subsidie aan onder andere RNW Media voor de verkondiging van het vrije woord in het buitenland en als onderdeel van de subsidie mensenrechten.

Artikel 2: Veiligheid en stabiliteit

A: Algemene doelstelling

Het bevorderen van de Nederlandse en internationale veiligheid en stabiliteit door doelgerichte bilaterale en multilaterale samenwerking en het bevorderen van democratische transitie in prioritaire gebieden, vooral in de ring rond Europa.

Veiligheid is geen vanzelfsprekendheid. De internationale omgeving verandert snel en ingrijpend. Wat er in de wereld om ons heen gebeurt, heeft direct gevolgen voor onze eigen veiligheid en voor onze welvaart. Veel van de grensoverschrijdende dreigingen waaraan Nederland bloot staat, zijn van een dusdanige omvang en complexiteit dat een geïntegreerde aanpak en samenwerking in internationaal verband geboden is. Voorbeelden zijn de proliferatie van massavernietigingswapens, terrorisme en gewelddadig extremisme, vluchtelingenstromen, piraterij, grensoverschrijdende criminaliteit en cyberdreigingen.

B: Rol en verantwoordelijkheid

De basis voor de inzet van het kabinet op internationaal veiligheidsbeleid ligt besloten in de Internationale Veiligheidsstrategie en de Beleidsbrief Internationale Veiligheid. Het bevorderen van de internationale rechtsorde, de bescherming van onze economische veiligheid en de verdediging van onze grenzen en die van bondgenoten staan daarin centraal. Daartoe is de samenhangende inzet nodig van defensie, diplomatie, economie en ontwikkelingssamenwerking. Dit onderwerp strekt zich dus uit naar andere begrotingen, zoals Defensie, Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking, Veiligheid en Justitie, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Economische Zaken. Uitgangspunt is onze veiligheidsbelangen te behartigen door gezamenlijke inzet en samenwerking met andere landen, internationale en maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven.

De Minister van Buitenlandse Zaken is verantwoordelijk voor:

Stimuleren

Bevorderen en bewaken van de coherentie en consistentie van de Nederlandse inzet in bilateraal en multilateraal verband gericht op grotere veiligheid en duurzame stabiliteit, onder andere door:

  • Nederlandse bijdragen in het kader van de EU, de VN, de NAVO en de OVSE;

  • Deelname aan ad hoc coalities zoals het Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI) en de Friends of the CTBT (Alomvattend Kernstopverdrag);

  • Een katalyserende en initiërende rol te spelen op het gebied van internationaal cyberbeleid door middel van een efficiënte overdracht van de Global Conference on Cyber Space aan India;

  • Het Nederlandse co-voorzitterschap van het Global Counter Terrorist Forum en actieve rol binnen de Global Coalition to Counter/Defeat ISIS;

  • Grote inzet op fysieke veiligheid van burgers via het Nederlandse humanitair ontmijnen en cluster munitie programma;

  • De veiligheidsbehoeftes van de bevolking centraal te stellen o.a. door conflictpreventie-benadering (early warning/early action), en het benadrukken van accountability en good governance via Security Sector Reform (SSR) programma’s; en

  • Deelname aan crisisbeheersingsoperaties in multilateraal verband.

Regisseren

  • Artikel 100-procedures ter voorbereiding van besluitvorming betreffende wereldwijde inzet van de krijgsmacht in crisisbeheersingsoperaties conform het Toetsingskader 2014, in nauwe afstemming met de Ministers van Defensie, de Minister voor Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Veiligheid & Justitie.

  • De toepassing van terrorismesancties/Sanctieregeling 2007 als onderdeel van het sanctiebeleid, uitgevoerd in overeenstemming met de Ministers van Financiën en Veiligheid & Justitie.

  • In het kader van een zorgvuldig en transparant wapenexportbeleid draagt de Minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijkheid voor de buitenlandpolitieke toetsing van Nederlandse vergunningaanvragen voor wapenexporten. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking is eindverantwoordelijk voor het afgeven van de wapenexportvergunningen.

Financieren

  • Bijdragen aan goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid, waaronder aan de NAVO.

  • Bijdragen ter bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit, waaronder aan het International Centre for Counter-Terrorism, het Global Counter Terrorism Forum, en de Regionale Veiligheidscoördinatoren binnen het BZ-postennet.

  • Bijdragen ter bevordering van ontwapening en wapenbeheersing en bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens, waaronder aan het IAEA en de OPCW.

  • Bijdragen ter bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband vanuit het Budget Internationale Veiligheid, in samenspraak met de Minister van Defensie en de Minister voor BHOS, waaronder bijdragen aan crisisbeheersingsoperaties van de VN, de EU, de NAVO en de OVSE en flankerende activiteiten gefinancierd uit het Stabiliteitsfonds.

  • Bijdragen ter bevordering van transitie in prioritaire gebieden, met name in de ring rond Europa via het in 2016 ingestelde Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP). Het NFRP bestaat uit het Matra programma gericht op (Zuid)Oost-Europa en het Shiraka-programma, gericht op de Arabische regio. Ook vanuit het Stabiliteitsfonds worden programma’s in een aantal landen in deze regio’s gefinancierd.

  • Bijdragen aan conflictpreventie via uitvoering Early Warning/Early Action beleid, mede gefinancierd vanuit het Stabiliteitsfonds.

  • Bijdragen aan normstelling en internationaal recht, bevordering van mensenrechten en capaciteitsopbouw in cyber space.

  • Bijdrage aan de fysieke veiligheid van mensen via meerjarig humanitair ontmijnen en cluster munitie programma.

  • Bijdragen aan Security Sector Reform (SSR) programma’s ter bevordering van effectiviteit, legitimiteit, oversight en accountability van veiligheidsactoren vanuit het Stabiliteitsfonds.

  • Bijdragen aan (NGO/ATT) programma’s, die regulering en transparantie van de internationale wapenhandel bevorderen.

C: Beleidswijzigingen

  • Nederland zal zich in het kader van het Global Counter Terrorism Forum inzetten om inzicht te krijgen in aspecten van een potentiële connectie tussen georganiseerde misdaad en terrorisme en hoe deze tegen te gaan.

  • Nederland zal een actievere inzet van de NAVO op terrorismebestrijding ondersteunen en bijdragen aan optimale inzet van de NAVO die complementair is aan andere terrorismebestrijdingsfora.

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit

Bedragen in EUR 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

294.824

261.167

232.949

230.049

228.199

228.199

228.199

Uitgaven:

             

Programma-uitgaven totaal

318.845

275.740

249.370

248.778

247.795

247.795

247.795

 

waarvan juridisch verplicht

   

88%

       

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

16.919

17.329

11.015

11.015

11.015

11.015

11.015

 

Subsidies

             
   

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

1.721

2.750

1.750

1.750

1.750

1.750

1.750

   

Atlantische Commissie

500

500

500

500

500

500

500

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

NAVO

11.725

10.014

7.200

7.200

7.200

7.200

7.200

   

Veiligheidsfonds

1.077

3.000

500

500

500

500

500

   

WEU

522

565

565

565

565

565

565

   

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

1.374

           
   

Overige

 

500

500

500

500

500

500

2.2

Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit

7.694

8.835

9.265

7.151

4.751

4.751

4.751

 

Subsidies

             
   

Anti-terrorisme instituut

425

765

665

551

551

551

551

   

Contra-terrorisme

5.751

           
 

Opdrachten

             
   

Global Forum on Cyber Expertise

297

400

400

400

     
   

Cyber security

 

500

500

500

500

500

500

   

Overige

 

500

500

500

500

500

500

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

Contra-terrorisme

1.220

6.670

7.200

5.200

3.200

3.200

3.200

2.3

Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing, bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens en het voeren van een transparant en verantwoord wapenexportbeleid

12.343

11.493

10.855

10.794

10.794

10.794

10.794

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

IAEA

5.811

7.960

7.317

7.317

7.317

7.317

7.317

   

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

4.897

1.613

1.618

1.557

1.557

1.557

1.557

   

CTBTO

1.635

1.920

1.920

1.920

1.920

1.920

1.920

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

259.698

211.455

197.978

199.305

198.913

198.913

198.913

 

Subsidies

             
   

Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds)

36.771

31.000

31.000

31.000

31.000

31.000

31.000

   

Nederland Helsinki Comité

28

28

28

28

28

28

28

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

OVSE

5.625

7.195

7.195

7.195

7.195

7.195

7.195

   

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

137.282

99.849

99.849

99.849

99.849

99.849

99.849

   

Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds)

77.964

67.646

51.900

51.900

51.900

51.900

51.900

   

Training buitenlandse diplomaten

1.050

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

2.500

   

Overige

 

3.237

5.506

6.833

6.441

6.441

6.441

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

22.191

26.628

20.257

20.513

22.322

22.322

22.322

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties/Subsidies

             
   

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «MATRA»

11.207

12.222

7.822

7.822

7.822

7.822

7.822

   

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka»

10.984

14.406

12.435

12.691

14.500

14.500

14.500

Ontvangsten

2.760

1.212

1.227

1.242

1.242

1.242

1.242

2.10

Doorberekening Defensie diversen

182

212

227

242

242

242

242

2.40

Restituties programma's

2.578

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

1.000

D2: Budgetflexibiliteit

Binnen het artikelonderdeel goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid is ruim 75% juridisch verplicht. Het betreft de uitgaven voor de NAVO, Atlantische Commissie en verplichtingen richting de inmiddels opgeheven West-Europese Unie (WEU). Het Programma Ondersteunig Buitenlands Beleid (POBB) is voor 2018 voor circa een kwart juridisch verplicht. Binnen de Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van criminaliteit is het budget voor Contra-terrorisme voor het merendeel nog niet juridisch verplicht. Het artikelonderdeel Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing, bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens en het voeren van een transparant en verantwoord wapenexportbeleid is volledig juridisch verplicht. Het betreft verdragsrechtelijke contributies. Binnen het artikelonderdeel Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband is het Stabiliteitsfonds voor ruim 50% juridisch vastgelegd. Wel zijn er daarnaast thema reserveringen (CVE, conflictpreventie, uitzending civiele experts), politieke toezeggingen en prioriteiten (inzet in in Syrie, Afghanistan en Colombia) waardoor het stabiliteitsfonds nauwelijks financiële ruimte heeft. De verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies) zijn juridisch verplicht. Op het artikelonderdeel Bevordering van transitie in prioritaire gebieden zijn de voorziene uitgaven voor het Matra en het Shiraka programma nagenoeg juridisch verplicht.

E: Toelichting op de financiële instrumenten

2.1. Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

  • Jaarlijkse verplichte bijdrage aan de NAVO.

  • Jaarlijkse bijdrage aan het EU-Satellietcentrum ten behoeve van de financiële verplichtingen (uitkering pensioengelden ex-WEU personeel) van de in juli 2011 opgeheven WEU.

  • Jaarlijkse subsidie aan de Atlantische Commissie, ter ondersteuning van het maatschappelijk debat over de nationale en bondgenootschappelijke veiligheid.

  • Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) en Veiligheidsfonds, voor kleinschalige activiteiten met een katalyserende werking die het Nederlandse veiligheidsbeleid ondersteunen.

2.2. Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en vormen van internationale criminaliteit

  • Jaarlijkse bijdrage aan het in Den Haag gevestigde onafhankelijke International Centre for Counter-Terrorism (ICCT).

  • Uit het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB, verantwoording onder 2.1) en uit het Stabiliteitsfonds (verantwoording onder 2.4) en middelen die voortkomen uit het besluit tot versterking van de inspanningen op het gebied van contraterrorisme worden activiteiten gefinancierd. De projecten en programma’s op dit artikelonderdeel zijn gericht op de versterking van capaciteit in voor Nederland prioritaire regio’s om gewelddadig extremisme en radicalisering te voorkomen en te bestrijden, evenals op de versterking van capaciteit in derde landen voor de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit, in het bijzonder internationale drugs- en mensenhandel. In dit kader wordt onder meer een financiële bijdrage geleverd aan het Instituut van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.

  • Capaciteitsopbouw op het gebied van cyber security, cyber crime, data protectie en e-governance door middel van financiering van Nederlandse initiatieven onder het Global Forum on Cyber Expertise.

2.3. Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing, bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens en het voeren van een transparant en verantwoord wapenexportbeleid

  • Jaarlijkse bijdragen aan het IAEA, de OPCW en de CTBTO.

  • Ondersteuning van kleinschalige initiatieven gericht op uitvoering van het Biologische en Toxische Wapens Verdrag (BTWC), Non-Proliferatie Verdrag (NPV) en de Ottawa Conventie.

  • Bijdrage aan activiteiten onder auspiciën van het G8 Global Partnership op het gebied van het tegengaan van proliferatie van radiologische en nucleaire bronnen en bio-security.

2.4 Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

  • Verbetering van de inzet van civiele expertise door modernisering van de civiele missiepool.

  • Verdragscontributies aan de VN-crisisbeheersingsoperaties (vredesmissies).

  • Bijdragen uit het Stabiliteitsfonds voor de inzet op het snijvlak van vrede, veiligheid en ontwikkeling. Het fonds kan o.a. worden ingezet om activiteiten te financieren op gebied van oude en nieuwe dreigingen, zoals aanpak van wapen- en drugssmokkel en grensoverschrijdende criminaliteit, ontmijning en piraterijbestrijding. Daarnaast worden een aantal lopende activiteiten uit het fonds gefinancierd, zoals ontmijningsactiviteiten, training voor Afrikaanse peacekeepers (ACOTA), en bijdragen aan de VN op specifieke thema’s.

  • Bijdragen ten behoeve van de trainingen van buitenlandse diplomaten in Nederland.

2.5 Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

  • Het Nederlands Fonds voor Regionale Parterschappen (NFRP) wordt gebruikt om organisaties en mensen te ondersteunen bij het verbeteren en versterken van democratische processen, institutionele capaciteit en de rechtsstaat. Het NFRP bestaat uit het Matra programma (Matra: maatschappelijke transformatie) gericht op het Oostelijk Partnerschap en Pre-accessie regio (de Westelijke Balkan en Turkije) en het Shiraka-programma, gericht op de Arabische regio, elk met eigen beleidsaccenten.

Artikel 3: Europese samenwerking

A: Algemene doelstelling

De algemene doelstelling is een effectieve Europese samenwerking om de Europese Unie en haar lidstaten zo vreedzaam, welvarend en sterk mogelijk de toekomst in te loodsen. Europa is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Een actieve opstelling van Nederland in het Europese besluitvormingsproces is dan ook in het directe belang van Nederlandse burgers en bedrijven. Door consequent en constructief optreden kan Nederland zijn invloed binnen de Europese Unie vergroten. Zo kan Nederland mede vorm geven aan ontwikkelingen in Europa die direct van invloed zijn op onze economische, sociale en politieke toekomst.

B: Rol en verantwoordelijkheid

Binnen de Europese Unie wordt gewerkt aan economische groei, werkgelegenheid, gezonde overheidsfinanciën van de lidstaten en toekomstbestendige Europese samenwerking gericht op hoofdzaken en toegevoegde waarde. Daarnaast zullen het uittredingsproces van het Verenigd Koninkrijk, de Europese migratieproblematiek en de (aanloop naar) onderhandelingen over een nieuw meerjarig financieel kader de aandacht vragen. Tot slot zet Nederland zich in voor effectief extern beleid, inclusief een versterkt gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid.

De Staat van de Unie bevat de geïntegreerde visie van de regering op de Europese samenwerking en de rol van Nederland daarbij.

De Minister is verantwoordelijk voor:

Regisseren

  • Het bevorderen en bewaken van de coherentie en de consistentie van het Nederlandse Europabeleid, inclusief de voorbereiding van de Europese Raad en horizontale dossiers.

  • Het interdepartementaal afstemmen van de Nederlandse inzet in de verschillende, afzonderlijke Raadsformaties.

  • Het vormgeven van het Europese externe beleid ten opzichte van derde landen, inclusief uitbreiding van de EU, uittreding uit de EU, regio’s en ontwikkelingslanden.

  • De gedachtenvorming over de institutionele structuur van de EU.

  • Het onderhouden en intensiveren van de bilaterale relaties met andere Europese landen en het bevorderen van een Europese waardengemeenschap.

Financieren

  • Nederlandse afdrachten aan de Europese begroting en aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF).

  • Bijdragen aan een hechtere Europese waardengemeenschap middels een bijdrage aan de Raad van Europa.

  • Bijdragen ter versterking van de Nederlandse positie in de Unie van 28, waaronder aan de Benelux.

C: Beleidswijzigingen

Nederland zal een actieve rol spelen in de verschillende discussies en onderhandelingen die bepalend zijn voor de toekomst van de EU, inclusief de start van besprekingen rond een nieuw meerjarig financieel kader en de Brexit-onderhandelingen (zie beleidsagenda).

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 3 Europese samenwerking

Bedragen in EUR 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

8.670.611

7.101.874

8.186.402

9.044.213

9.174.433

9.070.509

9.305.789

Uitgaven:

             

Programma-uitgaven totaal

8.862.286

7.283.975

8.389.205

9.217.842

9.377.236

9.244.138

9.508.592

 

waarvan juridisch verplicht

   

100%

       

3.1

Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht, veiligheid, welvaart en duurzame economische groei biedt

8.650.044

7.076.549

8.181.423

9.010.560

9.170.454

9.037.356

9.301.810

                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

BNI-afdracht

4.791.655

3.479.210

4.202.573

4.949.206

5.025.358

4.809.229

4.983.920

   

BTW-afdracht

893.211

546.243

545.600

559.439

573.142

584.735

612.229

   

Invoerrechten

2.965.178

3.051.096

3.433.250

3.501.915

3.571.954

3.643.392

3.705.661

3.2

Een effectief, efficient en cohorent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio's, inclusief ontwikkelingslanden

174.600

192.479

192.735

192.735

192.735

192.735

192.735

                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

Europees Ontwikkelingsfonds

174.600

192.479

192.735

192.735

192.735

192.735

192.735

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

9.734

9.720

9.720

9.720

9.720

9.720

9.720

                   
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

Raad van Europa

9.734

9.720

9.720

9.720

9.720

9.720

9.720

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie van 28

27.908

5.227

5.327

4.827

4.327

4.327

4.327

 

Subsidies/Opdrachten

             
   

EU-voorzitterschap

23.654

400

         
   

programmatische ondersteuning

 

500

1.000

500

     
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

Benelux bijdrage

3.907

3.979

3.979

3.979

3.979

3.979

3.979

   

EIPA

348

348

348

348

348

348

348

Ontvangsten

1.135.998

3.764.413

686.901

700.633

714.640

728.928

741.382

3.10

Diverse ontvangsten EU

1.135.721

3.764.163

686.651

700.383

714.390

728.678

741.132

   

invoerrechten

694.232

610.219

686.651

700.383

714.390

728.678

741.132

   

Overige ontvangsten EU

441.489

3.153.944

         

3.30

Restitutie Raad van Europa

277

250

250

250

250

250

250

D2: Budgetflexibiliteit

De uitgaven op dit artikel zijn geheel juridisch verplicht. De belangrijkste uitgaven betreffen de afdracht aan de EU en de Nederlandse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) en bijdragen aan de Benelux en Raad van Europa.

E: Toelichting op de financiële instrumenten

3.1 Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht, veiligheid, welvaart en duurzame economische groei biedt

De EU-begroting wordt grotendeels gefinancierd door middel van afdrachten van lidstaten (90–95%). Daarnaast ontvangt de EU overige inkomsten, zoals bijdragen van derden, rente- en boete-inkomsten. De afdrachten van de lidstaten in de vorm van de douanerechten, de BTW-afdracht en de BNI-afdracht zijn vastgelegd in het Eigen Middelenbesluit (EMB). In het EMB zijn ook de kortingen op de afdrachten opgenomen en de zogenoemde perceptiekostenvergoeding – dit is de vergoeding voor de kosten die lidstaten maken voor het innen van de douanerechten. De Nederlandse douanerechten, BTW-afdrachten en BNI-afdrachten zijn opgenomen op artikel 3.1, de perceptiekostenvergoeding op artikel 3.10.

Het uitgangspunt voor de vaststelling van de raming voor de Nederlandse afdrachten is de omvang het uitgavenplafond uit het Meerjarig Financieel Kader. Dit plafond maximeert de uitgaven uit hoofde van de EU-begroting en daarmee de afdrachten van de lidstaten.1 De omvang van de Nederlandse afdrachten komt vervolgens als volgt tot stand:

  • Alle douanerechten die door de EU-landen worden geheven op producten die afkomstig zijn van landen buiten de EU, worden afgedragen aan de EU. Dit gebeurt twee maanden na inning door de Nederlandse douane, en na aftrek van de vergoeding voor de inningskosten. De Europese Commissie (Eurostat) maakt op basis van de eerder ontvangen douanerechten een raming voor het komend jaar voor lidstaten (extrapolatie op basis van historische gegevens).

  • De BTW-afdracht bedraagt een vast percentage van de geharmoniseerde btw-grondslag.2 De geharmoniseerde grondslag voor het komend jaar wordt geraamd en vastgesteld door de Europese Commissie (Eurostat). Nederland krijgt een korting op de BTW-afdracht en betaalt 0,15% over de geharmoniseerde grondslag (in plaats van de reguliere 0,30%). De bijdrage aan de korting voor Verenigd Koninkrijk wordt opgeteld bij de BTW-afdracht.

  • De BNI-afdracht is het sluitstuk van de financiering van de EU-begroting. Het deel van de Europese uitgaven dat niet gefinancierd kan worden door de overige inkomsten, douanerechten en de BTW-afdracht wordt gefinancierd door BNI-afdrachten van de lidstaten. De totale BNI-afdracht van de lidstaten wordt bepaald door de genoemde inkomsten in mindering te brengen op het betalingenplafond. Het aandeel van een lidstaat hierin wordt vervolgens bepaald op basis van het eigen BNI ten opzichte van het Europese BNI. Dit zogeheten relatieve BNI-aandeel in de totale BNI-afdracht komt tot stand door het tarief van 0,67% in 2018 (totale BNI afdracht/Europees BNI) te vermenigvuldigen met het Nederlands BNI. Nederland ontvangt een jaarlijkse korting op de BNI-afdracht van 695 miljoen euro (in prijzen 2011); voor 2018 komt dat op 744 mln. Deze korting wordt gedurende het jaar met de maandelijkse BNI-afdracht verrekend.

Onderbouwing Nederlandse afdracht 2018 (miljoen euro)

Omschrijving

Grondslag

Tarief

2018

Artikel 3.1

   

8.181,4

 

Douanerechten

3.433,3

100,00%

3.433,3

 

BTW-afdracht

   

545,6

   

waarvan bruto BTW-afdracht

313.332,5

0,30%

940,0

   

waarvan korting BTW-afdracht

313.332,5

– 0,15%

– 470,0

   

waarvan bijdrage korting VK

75,6

 

BNI-afdracht

   

4.202,6

   

waarvan bruto BNI-afdracht

735.465,0

0,67%

4946,7

   

waarvan korting BNI-afdracht

– 744,2

Artikel 3.10

   

686,7

 

Perceptiekostenvergoeding

3.433,3

20%

686,7

 

Overige inkomsten

De onderstaande drie overzichtstabellen tonen de cijfers over de EU-afdrachten, ontvangsten en de netto betalingsposities over 2015. De cijfers over 2016 zullen pas eind september door de Commissie worden gepubliceerd en zijn daarom nog niet in deze begroting meegenomen.

Netto betalingspositie Nederland 2015 (in miljoenen euro)

AFDRACHTEN1

 

Douanerechten/landbouwheffingen

2.919,6

BTW-middel

857,1

BNI-middel

4.902,1

Perceptiekostenvergoeding

– 731,7

TOTAAL afdrachten

7.947,1

1

De productheffing op suiker is opgenomen bij de douanerechten. 2017 is het laatste jaar dat de suikerheffing geheven wordt, daarna vervalt deze. De bijdrage aan de korting voor het Verenigd Koninkrijk is opgenomen bij de BTW-middelen.

ONTVANGSTEN

 

1a Concurrentiekracht

962,5

1b Cohesie/structuurfondsen

196,4

2 Landbouw en natuurbehoud

915,3

3 JBZ en burgerschap

186,6

4 Extern beleid

0,0

5 Administratieve uitgaven

98,4

TOTAAL ontvangsten

2.359,2

NETTO AFDRACHTEN

5.587,9

Bron: Europese Commissie (Financial Report 2015)

Netto betalingsposities (% Bruto Nationaal Inkomen, alleen negatieve posities zijn weergegeven)

DEFINITIE EUROPESE COMMISSIE 2015

 

NEDERLAND1

– 0,54

Zweden

– 0,48

Duitsland

– 0,46

VK

– 0,46

België

– 0,33

Denemarken

– 0,29

Luxemburg

– 0,27

Oostenrijk

– 0,25

Frankrijk

– 0,25

Finland

– 0,23

Italië

– 0,16

Cyprus

– 0,13

1

Het beeld van de netto betalingspositie van Nederland over 2015 is vertekend daar de korting op de Nederlandse afdrachten, in afwachting van ratificatie van het Eigen Middelenbesluit, nog niet is verwerkt. Ook het effect van de aanpassing van de perceptiekostenvergoeding van 25 naar 20% is niet meegenomen in de gerealiseerde netto betalingspositie voor 2015.

3.2 Een effectief, efficiënt en coherent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio’s, inclusief ontwikkelingslanden

  • Bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF). Dit fonds is het voornaamste middel waarmee de Europese Unie de ontwikkelingssamenwerking met de ACS1-landen en de overzeese gebieden uitvoert. Het budget en programma van het EOF is voor een periode van zeven jaar vastgesteld. Het grootste deel van het EOF is bestemd voor de financiering van de steun aan nationale, regionale en lokale projecten en programma’s gericht op de economische en sociale ontwikkeling van die gebieden.

3.3 Een hechtere Europese waardegemeenschap

  • Raad van Europa: Nederland beschouwt de Raad van Europa als een belangrijke hoeder van mensenrechten, democratie en rechtsstaat in heel Europa. Ook wil Nederland bijdragen aan verdergaande hervorming van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en aan een zorgvuldig voorbereide toetreding van de EU tot het EVRM. De Nederlandse Permanente Vertegenwoordiging in Straatsburg speelt daarbij een centrale rol door goede betrekkingen en, indien opportuun, regelmatig overleg met het secretariaat van de Raad van Europa, permanente vertegenwoordigingen van andere lidstaten en met de Nederlandse delegatie in de Parlementaire Assemblee (PACE) van de Raad van Europa.

3.4 Versterkte Nederlandse positie in de Unie van 28

  • Jaarlijkse bijdrage aan de Benelux. Het Benelux-verdrag dient twee doelen: het vervullen van een voortrekkersrol binnen de Europese Unie en grensoverschrijdende samenwerking, vooral op het gebied van economie, duurzame ontwikkeling en justitie/binnenlandse zaken. Daarnaast werkt Nederland in Benelux-verband ook samen op buitenlandspolitiek terrein.

  • Subsidie aan European Institute for Public Administration (EIPA). Het EIPA heeft als doel het ontwikkelen van de capaciteiten van ambtenaren in het omgaan met EU-aangelegenheden.

  • Brexit-programma’s gericht op geschillenbeslechting, monitoring en toezicht, en hoe om te gaan met verschillen in regelgeving («dynamische equivalentie’). Daarnaast mogelijke studies op gebied van geschillenbeslechting in een nieuwe relatie EU-VK en /of regelgeving, in algemene zin of in bepaalde sectoren.

3.10 Ontvangsten

  • De ontvangsten onder dit beleidsartikel betreffen de zogenaamde perceptiekostenvergoeding die Nederland ontvangt voor de kosten die gemaakt worden bij de inning van de douanerechten. Deze ontvangsten zijn begrotingstechnisch niet gekoppeld aan de begroting van de Nederlandse Douane.

1

De Europese Commissie baseert de afdrachten van de lidstaten op de omvang van de EU-begroting. In de raming van de Nederlandse afdrachten is normaliter het uitgavenplafond van het Meerjarig Financieel Kader het uitgangspunt. De EU-begroting moet ingepast worden onder dit plafond. Door de raming van de Nederlandse afdrachten op de het plafond te baseren, wordt rust in het begrotingsproces gecreëerd. Echter, omdat de Europese begroting in 2018 10,1 miljard euro lager is vastgesteld dan het uitgavenplafond van het MFK is er (net als in 2017) voor gekozen om voor de raming uit te gaan van Europese uitgaven die 7 miljard euro lager liggen dan het uitgavenplafond. Na aftrek resteert een marge van 3,1 miljard euro in betalingen bovenop de omvang van de EU-begroting 2018. Deze marge biedt ruimte voor zowel eventuele begrotingsaanpassingen in 2018 als voor de onderhandelingen tussen de Raad en Europees Parlement later dit jaar; op basis van voorgaande onderhandelingen mag worden verwacht dat het Europees Parlement zal inzetten op hogere vastleggingen en betalingen.

2

Omdat de btw-tarieven en grondslagen verschillen tussen afzonderlijke lidstaten wordt een geharmoniseerde grondslag vastgesteld, waarover de lidstaten een gelijkwaardige afdracht betalen.

Artikel 4: Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

A: Algemene Doelstelling

Het verlenen van excellente consulaire diensten aan Nederlanders in nood in het buitenland, evenals het verstrekken van reisdocumenten aan Nederlanders in het buitenland. Daarnaast levert het Kabinet een bijdrage aan een gereguleerd personenverkeer door de Nederlandse inbreng in het Europese visumbeleid en is, naast het opstellen van ambtsberichten, verantwoordelijk voor de visumverlening kort verblijf.

Het versterken van de Nederlandse cultuursector door internationale uitwisseling en presentatie; meer ruimte voor cultuur in een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld en verbindingen leggen met economische diplomatie en andere prioriteiten van het buitenlands beleid, zoals het mensenrechtenbeleid.

Nederland heeft een internationaal toonaagevende positie als gastland van vele internationale organisaties en internationale hoven en tribunalen. Als gastland heeft Nederland de verantwoordelijkheid de in Nederland gevestigde instellingen te ondersteunen opdat deze onafhankelijk, veilig en efficiënt kunnen functioneren.

B: Rol en verantwoordelijkheid

De Minister is verantwoordelijk voor de volgende zaken:

Consulaire dienstverlening

Uitvoeren

  • Visumbeleid kort verblijf van het Koninkrijk der Nederlanden;

  • Afgifte van machtigingen voorlopig verblijf (MVV’s) op de posten;

  • Afname van inburgeringsexamens buitenland;

  • Orange Carpet-beleid, ter bevordering van het Nederlandse bedrijfsleven;

  • Bijstand aan Nederlanders in nood in het buitenland;

  • Begeleiding van Nederlanders die in het buitenland gedetineerd zijn;

  • Uitbrengen van reisadviezen;

  • Crisisrespons;

  • Afgifte van Nederlandse reisdocumenten in het buitenland en van diplomatieke en dienstpaspoorten;

  • Afgifte van consulaire verklaringen en legalisaties;

  • Opstellen van Individuele ambtsberichten (IAB’s) en Algemene ambtsberichten (AAB’s) op verzoek van het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Indicator als uitvoeringsverantwoordelijke:

Visumbeleid kort verblijf van het Koninkrijk der Nederlanden

Indicator

Realisatie 01.01.16 t/m 31.12.16

Streefwaarde 2016

Streefwaarde 2017

Streefwarde 2018

Streefwaarde 2019

Percentage visumaanvragen kort verblijf dat binnen 15 dagen wordt afgehandeld

89%

85%

85%

85%

85%

Bron: Ministerie van Buitenlandse Zaken

De norm voor de doorlooptijd van visumaanvragen (Schengen) bedraagt 15 dagen conform de EU Visumcode (in werking getreden per 5.4.2010). Deze periode kan in bijzondere gevallen worden verlengd tot 60 dagen. Het percentage visumaanvragen dat binnen 15 dagen is afgehandeld komt in 2016 uit op 89%. Dit is boven de streefwaarde, zie tabel.

NB: De doorlooptijd is het aantal dagen dat zit tussen het indienen van een ontvankelijke visumaanvraag tot aan het moment van bekendmaken of uitreiken van de beslissing op de aanvraag.

Regisseren

  • Europees visum- en migratiebeleid en Caraïbisch visumbeleid;

  • Bilaterale dimensie van visum- en migratiebeleid.

Nederlandse cultuur en publieksdiplomatie

De uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid (ICB) is een gedeelde verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. De inzet op het gebied van Publieksdiplomatie valt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Buitenlandse Zaken.

Stimuleren

  • Promotie van Nederlandse kunst en cultuur in het buitenland en identificatie van internationale kansen en ontwikkelingen voor de Nederlandse culturele sector en creatieve industrie.

  • Buitenlandse bezoekersprogramma’s.

  • Het inzetten van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen.

Regisseren

  • Beleidsvorming en uitvoering van het Internationaal Cultuurbeleid.

  • Afstemming met culturele fondsen en ondersteunende instellingen over internationale activiteiten.

  • Ondersteuning van het buitenlandpolitieke- en economische beleid door publieksdiplomatie en cultuur in te zetten, bijvoorbeeld als instrument in de dialoog over mensenrechten.

Financieren

  • Van een sterke cultuursector die in kwaliteit groeit door internationale uitwisseling en duurzame samenwerking en die in het buitenland wordt gezien en gewaardeerd.

  • Meer ruimte voor een bijdrage van cultuur aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld.

  • Cultuur wordt effectief ingezet binnen de moderne diplomatie.

Aantrekkelijk vestigingsklimaat internationale organisaties

Stimuleren

  • Bijdragen aan vorming van nationaal beleid dat bijdraagt aan een goed vestigingsklimaat (voorwaardescheppend beleid).

  • Nauwe samenwerking met stakeholders op het gebied van vestigingsklimaat binnen overheid.

Financieren

  • Ondersteunen van de in Nederland gevestigde internationale organisaties zodat zij onafhankelijk, efficiënt en effectief kunnen opereren.

  • Incidentele ondersteuning van internationale organisaties bij vestiging in Nederland (huisvesting).

  • Incidentele ondersteuning van activiteiten die de zichtbaarheid van Nederland als gastland versterken.

Regisseren

  • Waarborgen van gecoördineerde beleidsinzet en communicatie richting internationale organisaties in Nederland.

  • Werving van internationale organisaties met economisch en/of politiek belang voor Nederland.

  • Toezicht houden op de uitvoering van zetelverdragen en afspraken met internationale organisaties.

C: Beleidswijzigingen

  • Zoals opgenomen in het beleidskader internationaal cultuurbeleid 2017–2020 wordt voor de versterking van de Nederlandse cultuursector gekozen voor 8 focuslanden (voorheen 15) waarbij de meest betrokken partijen (diplomatieke posten, fondsen, DutchCulture, anderen) samen optrekken op basis van een meerjarige strategie.

  • Nieuwe doelstelling om met cultuur een bijdrage te leveren aan een veilige, rechtvaardige en toekomstbestendige wereld gericht op zeven landen in de ring rondom Europa en bundeling van middelen om hier op geintegreerde wijze invulling te geven. De afgeronde beleidsdoorlichting Publieksdiplomatie leidt niet tot een wijziging van beleid. Er worden verbeteringen doorgevoerd in uitvoering.

D1: Budgettaire gevolgen van beleid

Beleidsartikel 4 Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

Bedragen in EUR 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

76.990

45.230

42.472

48.422

42.372

41.372

47.372

Uitgaven:

             

Programma-uitgaven totaal

69.776

51.231

50.093

49.456

49.448

49.536

49.536

 

waarvan juridisch verplicht

   

58%

       

4.1

Op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het buitenland

13.378

13.645

13.645

13.645

13.645

13.645

13.645

 

Subsidies

             
   

Gedetineerdenbegeleiding

2.073

1.900

1.900

1.900

1.900

1.900

1.900

 

Opdrachten

             
   

Consulaire bijstand

245

259

259

259

259

259

259

   

Gedetineerdenbegeleiding

 

200

200

200

200

200

200

   

Reisdocumenten en verkiezingen

3.932

4.320

4.320

4.320

4.320

4.320

4.320

   

Consulaire opleidingen

147

400

400

400

400

400

400

   

Consulaire informatiesystemen

6.981

6.566

6.566

6.566

6.566

5.000

5.000

   

Overige

         

1.566

1.566

4.2

Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren

7.659

6.304

6.199

6.199

6.199

6.199

6.199

 

Opdrachten

             
   

Visumverlening

1.080

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

1.100

   

Ambtsberichtenonderzoek

20

150

150

150

150

150

150

   

Legalisatie en verificatie

67

80

80

80

80

80

80

   

Consulaire informatiesystemen

5.653

4.111

4.006

4.006

4.006

4.006

4.006

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

Asiel en migratie

841

863

863

863

863

863

863

4.3

Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

7.154

7.876

7.856

7.856

7.856

8.944

8.944

 

Subsidies

             
   

Internationaal Cultuurbeleid

6.039

7.836

7.856

7.856

7.856

8.944

8.944

   

Erfgoed

1.116

40

         

4.4

Het inzetten van Publieksdiplomatie door het Postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen

18.999

19.401

19.606

19.606

19.648

18.648

18.648

 

Subsidies

             
   

Instituut Clingendael

2.797

800

800

800

800

800

800

   

Programma ondersteuning buitenlands beleid

3.628

4.658

4.124

4.124

4.058

3.058

3.058

   

overige subsidies

281

40

         
 

Opdrachten

             
   

Onderzoeksprogramma's

 

1.620

1.620

1.620

1.620

1.620

1.620

   

Bezoeken hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven Corps Diplomatique en internationale Organisaties

2.861

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

3.000

   

waarvan in- en uitgaande Staatsbezoeken

1.779

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

2.000

   

Adviesraad Internationale vraagstukken

407

525

525

525

525

525

525

   

Internationale manifestaties en diverse bijdragen

131

180

         
   

landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's

3.105

           
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's

4.429

8.028

9.017

9.017

9.125

9.125

9.125

   

Europese bewustwording

312

550

520

520

520

520

520

4.5

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland

22.586

4.005

2.787

2.150

2.100

2.100

2.100

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

             
   

Speciaal Tribunaal Libanon

1.918

1.900

320

       
   

Internationaal Strafhof

19.833

1.135

1.200

1.150

1.100

1.100

1.100

   

Nederland Gastland

835

970

1.267

1.000

1.000

1.000

1.000

Ontvangsten

52.618

42.090

42.090

42.090

42.090

42.090

42.090

4.10

Consulaire dienstverlening aan Nederlanders

19.790

18.300

18.300

14.300

14.300

14.300

14.300

4.20

Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

32.034

23.000

23.000

27.000

27.000

27.000

27.000

4.40

Doorberekening Defensie diversen

794

790

790

790

790

790

790

D2: Budgetflexibiliteit

De uitgaven ten behoeve van het op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het buitenland zijn voor wat betreft de subsidies volledig juridisch verplicht. Voor de consulaire informatiesystemen zijn de verplichtingen nog niet juridisch vastgelegd maar worden gedurende het jaar ingevuld. Daarnaast worden uitgaven gedaan om de inkoop van de te verstrekken reisdocumenten te financieren. De geplande uitgaven ten behoeve van het samen met (keten-)partners reguleren van het personenverkeer zijn nog niet juridisch verplicht en worden aan de hand van de afgifte van visa bepaald. Hiervoor worden aan het begin van het begrotingsjaar verplichtingen aangegaan. Binnen het artikelonderdeel grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur zijn de uitgaven voor de landenprogramma’s nog niet juridisch verplicht. Deze verplichtingen worden in het begrotingsjaar zelf aangegaan. Voor het onderdeel het inzetten van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen zijn ramingen opgenomen die nog niet juridisch vastliggen. Het gaat dan om activiteiten op het gebied van voorlichting, landenprogramma’s, bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven voor het Corps Diplomatique en internationale organisaties. Het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) is voor 30% juridisch verplicht en wordt gedurende het jaar verder ingevuld. De subsidie voor Clingendael is geheel juridisch vastgelegd. Ten slotte is voor het onderdeel gastlandbeleid ruim 90% van het geraamde budget juridisch verplicht. Dit betreft specifiek de uitgaven voor het Internationaal Strafhof en het Speciaal Tribunaal Libanon.

E: Artikelonderdelen

4.1 Op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het buitenland

  • Verlenen van financiële- en niet financiële consulaire bijstand aan Nederlanders in nood en/of schrijnende gevallen;

  • (Stille) diplomatie met oog op eerlijke rechtsgang voor Nederlandse gedetineerden;

  • Verstrekken van reisadviezen;

  • Bijstaan van Nederlanders in geval van crises; als dat noodzakelijk en mogelijk is, organiseren, waar mogelijk met partnerlanden, van evacuaties;

  • Verstrekken van reisdocumenten en opmaken van consulaire akten en verklaringen;

  • Adviseren en ondersteunen van Nederlandse gedetineerden door gedifferentieerde bezoekfrequentie, in bepaalde landen maandelijkse giften aan gedetineerden, en subsidies ten behoeve van resocialisatie, extra zorg en juridisch advies;

  • Consulaire informatiesystemen om de primaire consulaire processen te kunnen afhandelen;

  • Organiseren van opleidingen gericht op optimalisatie van consulaire werkprocessen.

4.2 Samen met (keten)partners het personenverkeer reguleren

  • Verstrekken van visa kort verblijf;

  • Inname van aanvragen voor MVV’s;

  • Afnemen van inburgeringsexamens;

  • Verrichten van legalisaties en uitvoeren van verificatieonderzoeken;

  • Consulaire informatiesystemen om de primaire consulaire processen te kunnen afhandelen;

  • Op verzoek van het Ministerie van Veiligheid en Justitie worden algemene en individuele ambtsberichten opgesteld, waarop door V&J mede het toelatings- en terugkeerbeleid wordt gebaseerd;

  • Diplomatie voor het bemiddelen bij terugkeer van vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf;

  • Samenwerking met instanties in en buiten Nederland, de EU en internationale organisaties;

  • In het kader van versterkte Europese samenwerking maken van afspraken over wederzijdse visumvertegenwoordiging.

4.3 Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

  • Subsidieverlening via de posten en aan DutchCulture voor internationale culturele activiteiten.

  • Ondersteuning van initiatieven in zeven landen in de ring rondom Europa die de lokale cultuursector versterken, cultuurparticipatie vergroten, de leefomgeving in steden verbeteren en behoud van lokaal cultureel erfgoed verduurzamen.

4.4 Het inzetten van publieksdiplomatie door het postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen

  • Via strategische beleidscommunicatie richt Buitenlandse Zaken zich op die doelgroepen die van belang zijn bij het ontwikkelen, bereiken en uitdragen van beleidsdoelstellingen op het terrein van buitenlandbeleid. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor de media en via persoonlijke contacten als bijeenkomsten. Daarnaast worden online kanalen ingezet, zoals Facebook en twitter.

  • Bijdrage aan publieksdiplomatie, waarmee Nederlandse ambassades activiteiten op het gebied strategische beleidscommunicatie, beeldvorming over Nederland en internationaal cultuurbeleid kunnen ondersteunen of opstarten;

  • Subsidie ten behoeve van Instituut Clingendael;

  • Vanuit het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid (POBB) worden eenmalige katalyserende activiteiten gefinancierd ter ondersteuning van de doelstellingen van het Nederlandse buitenlandbeleid;

  • Ondersteuning van de diplomatieke missies, internationale organisaties en hoven en tribunalen in Nederland. Dit omvat o.m. het faciliteren van ambassades, hoven en tribunalen en internationale organisaties en hun medewerkers, maar ook het toepassen, interpreteren, handhaven en implementeren van de Weense verdragen en zetelovereenkomsten en de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.

  • Voor uitgaven ten behoeve van uitgaande staatsbezoeken, officiële bezoeken en werkbezoeken van het Koninklijk Huis, inkomende bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders, Corps Diplomatique en Internationale Organisaties wordt EUR 2 mln. geraamd.

4.5 Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland

  • Ondersteunen en stimuleren van voorwaardescheppend nationaal beleid (adequaat aanbod van internationaal onderwijs, passende huisvesting van internationale organisaties, heldere en uitvoerbare fiscale regelingen etc.).

  • Ondersteuning bij het profileren van Den Haag als wereldwijd centrum van kennis op het gebied van vrede en recht;

  • Rijksbrede coordinatie van gastlandzaken tav internationale organisaties, mede via de Rjkswerkgroep Internationale Organisaties.

  • Ondersteuning van de in Nederland gevestigde internationale organisaties opdat deze onafhankelijk, veilig en efficiënt kunnen functioneren. Dit omvat het faciliteren van internationale organisaties en hun medewerkers, maar ook het toepassen, interpreteren, handhaven en implementeren van de Weense verdragen en zetelovereenkomsten en de toepasselijke Nederlandse wet- en regelgeving.

Ontvangsten

De ontvangsten onder dit artikel bestaan hoofdzakelijk uit leges voor de afgifte van reisdocumenten, visa en de legalisatie van documenten.

4. Wijzigingen in de omvang van de HGIS

In deze paragraaf wordt geschetst welke wijzigingen zijn opgetreden in de omvang van de HGIS sinds de HGIS-nota 2018. Zoals uit de hiernavolgende tabel blijkt, neemt de HGIS voor 2018 toe met EUR 503,9 miljoen.

Omvang van de HGIS (bedragen x EUR 1 miljoen)

MJN 2018

VJN 2018

Mutatie

HGIS-uitgaven

5.601,9

6.145,8

543,9

HGIS-ontvangsten

154,8

194,8

40,0

Omvang HGIS (uitgaven min ontvangsten)

5.447,1

5.954,1

503,9

De belangrijkste reden voor de verhoging is de toevoeging van extra middelen voor Buitenlands beleid, zoals in het regeerakkoord is verwoord. Daarnaast is de eindejaarsmarge uit 2017 toegevoegd en kent het ODA-budget een stijging als gevolg van de koppeling aan de ontwikkeling van het Bruto Nationaal Inkomen (BNI). In de hiernavolgende tabellen is een aantal categorieën opgenomen die per onderdeel beknopt worden toegelicht. Een meer uitgebreide toelichting is daarnaast ook in bijlage 2 (verticale toelichting) van de Voorjaarsnota 2018 opgenomen en op de respectievelijke departementale begrotingen weergegeven.

HGIS-uitgaven (bedragen x EUR 1 miljoen)

Totaal

Stand HGIS-nota 2018

5.601,9

1. Aanpassing BNI/BBP-raming

67,6

2. Eindejaarsmarge

110,7

3. Overboekingen van/naar HGIS

329,6

4. Desalderingen

36,0

Totaal mutaties Voorjaarsnota 2018

543,9

Stand Voorjaarsnota 2018

6.145,8

HGIS-ontvangsten (bedragen x EUR 1 miljoen)

Totaal

Stand HGIS-nota 2018

154,8

Totaal mutaties Voorjaarsnota 2018

40,0

Stand Voorjaarsnota 2018

194,8

Toelichting uitgavenmutaties:

De omvang van de HGIS neemt per saldo toe met EUR 504 miljoen ten opzichte van de stand die in de HGIS nota 2018 is gepresenteerd. Dit kent de navolgende oorzaken:

  • 1. Op basis van wijzigingen in de CPB-ramingen voor het BNI (ODA) en de prijscomponent van het BBP (non-ODA) is de omvang van de HGIS per saldo gestegen met EUR 67,6 miljoen. Deze middelen worden met name binnen de BHOS-begroting ingezet. In de eerste suppletoire begroting wordt hierop verder ingegaan.

  • 2. De eindejaarsmarge, die over 2017 is aangevraagd, is in 2018 toegevoegd aan de HGIS en verdeeld over met name de begrotingen van Buitenlandse Zaken, Veiligheid en Justitie, Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

  • 3. Er vinden meerdere overboekingen van en naar de HGIS plaats. Per saldo kent de HGIS daardoor een toename van ca. EUR 330 miljoen. Enerzijds stijgt het budget omdat middelen zijn toegevoegd die in het Regeerakkoord zijn opgenomen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en die gericht zijn op de bestrijding van de grondoorzaken van armoede, migratie, terreur en klimaatverandering. Daarnaast is de versterking van het postennet opgenomen in het Regeerakkoord. Hier staat tegenover dat het budget wordt verlaagd door overheveling vanuit het Budget Internationale Veiligheid naar de begroting van Defensie. Het gaat hierbij om Defensie-uitgaven voor activiteiten gekoppeld aan missies en operaties die geen onderdeel van de HGIS zijn.

  • 4. Per saldo stijgen de ontvangsten binnen de HGIS. Dit wordt veroorzaakt doordat de ontvangstenramingen voor consulaire dienstverlening en apparaat op de begroting van Buitenlandse Zaken zijn verhoogd. Daarnaast zijn er enkele mutaties op de begroting van BHOS.

Ook is er binnen de HGIS budget vrijgemaakt voor een aantal uitvoeringsknelpunten en nieuwe initiatieven die met name liggen op het terrein van het gastlandbeleid, water en circulaire economie en de Expo 2020 in Dubai. In de eerste suppletoire begroting van VWS (EMA), Defensie (NCIA), Buitenlandse Zaken (Vredespaleis en Libanon Tribunaal) wordt de extra inzet op gastlandbeleid toegelicht, op de begroting van IenW wordt extra inzet voor water en circulaire economie toegelicht en in de BHOS-begroting de extra uitgaven voor de Dubai Expo in 2020.

Toelichting ontvangstenmutaties:

De ontvangsten stijgen met EUR 40 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een bijstelling van de geraamde ontvangsten voor consulaire dienstverlening en apparaatsontvangsten op de begroting van Buitenlandse Zaken. De hogere consulaire ontvangsten hebben te maken met een toename van het aantal visumaanvragen. Daarnaast wordt ook de raming op de apparaatsontvangsten naar boven bijgesteld. Dit mede gebaseerd op de realisatiecijfers van de afgelopen jaren. Tenslotte stijgen de ontvangsten door een bijstelling van ontvangsten op de BHOS-begroting en op de begroting van Financiën voor de Internationale Financiële instellingen.

4. Overzicht belangrijkste mutaties 2018

Buitenlandse Zaken (V):

Uitgaven

In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen dat leidt tot een verlaging van de geraamde uitgaven 2018 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 448,5 miljoen. De belangrijkste reden hiervoor is een verlaging van de afdracht aan de Europese Unie.

De meest in het oog springende mutaties ten opzichte van de eerste suppletoire begroting worden in de volgende tabel weergegeven. Het betreft alleen mutaties die te maken hebben met beleidsmatige wijzigingen:

Bedragen x EUR 1 miljoen

Artikel

 

Mutatie

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

3,0

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

– 19,6

3.1

Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht, veiligheid, welvaart en duurzame economische groei biedt

– 413,1

3.2

Een effectief, efficient en coherent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio's, inclusief ontwikkelingslanden

– 15,2

4.2

Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren

5,0

7.1

Niet-beleidsartikel Apparaat

– 4,8

Toelichting:

Artikel 1.2:

Conform de afspraak in het Regeerakkoord neemt het budget voor mensenrechten meerjarig toe. De ophoging van de middelen met EUR 3 mln in 2018 voor mensenrechten betreft een intensivering die onder meer extra inzet mogelijk maakt gericht op verschillende activiteiten gerelateerd aan bescherming van journalisten, vrijheid van religie- en levensovertuiging en gelijke rechten voor LHBTI’s.

Artikel 2.4:

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband wordt per saldo verlaagd. Dit wordt onder meer veroorzaakt door een lagere liquiditeitsbehoefte bij het Law Order Trustfund for Afghanistan (EUR 12 miljoen) project van het Stabiliteitsfonds en een lagere verdragscontributie aan de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa). Ook worden middelen overgeheveld om intensiveringen op andere artikelonderdelen mogelijk te maken, onder meer in het kader van de VNVR (versterking sanctie-regime Noord-Korea) en het mensenrechtenbeleid en de OPCW (Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens). Binnen het artikel is voorts een deel van de middelen toegewezen aan een nieuw instrument «Regionale Stabiliteit» ten behoeve van extra inzet op het gebied van vrede, veiligheid en stabiliteit in de Caribische regio en ter ondersteuning van de vredesopbouw in Colombia.

Artikel 3.1:

De mutaties op dit artikel zijn voornamelijk het gevolg van het effect van de Spring Forecast 2018, waarbij de Nederlandse afdrachten op artikel 3.1 in 2018 met EUR 336 miljoen verlaagd zijn als gevolg van een verlaging van de invoerrechtenafdrachten. De BNI-afdracht neemt als gevolg van de Spring Forecast toe, maar dat effect treedt pas in 2019 op omdat de 6e aanvullende begroting (DAB 6) van 2018 niet meer tijdig zal worden goedgekeurd om betaling in 2018 mogelijk te maken, zoals nader toegelicht in de Verticale Toelichting bij de Miljoenennota 2019. Ook kreeg Nederland 26 miljoen terug uit het surplus over 2017. Daarnaast heeft de Europese Commissie op basis van realisaties in het lopende jaar na de Spring Forecast de raming van de invoerrechten nogmaals neerwaarts aangepast. Dit leidt voor Nederland tot een verlaging van EUR 51 miljoen. De totale verlaging komt als gevolg van een lagere BNI-, BTW- en invoerrechtenafdracht voor dit jaar op EUR 413 miljoen. De verlagingen van de invoerrechtenraming leiden ook tot een verlaging van de perceptiekostenvergoeding die Nederland ontvangt voor het innen van de invoerrechten voor de EU en die vaststaat op 20% van het bedrag aan invoerrechten dat Nederland heft. Inclusief deze verlaging van de perceptiekostenvergoeding gaat het per saldo om een verlaging van de Nederlandse afdracht van 336 mln.

Artikel 3.2:

De afdrachten aan het 11e EOF (Europees Ontwikkelingsfonds) zijn voor 2018 naar beneden bijgesteld. Voor Nederland betekent dit in 2018 een verlaging van EUR 15 miljoen. De neerwaartse bijstelling komt onder meer doordat er minder verplichtingen zijn aangegaan dan de Commissie had begroot.

Artikel 4.2:

Het budget voor «de regulering van het personenverkeer samen met (keten) partners» neemt toe met EUR 5 miljoen. De uitgaven voor ICT voorzieningen op het artikelonderdeel vreemdelingenverkeer zijn verhoogd omdat het digitaliseringstraject voor visumaanvragen sneller verloopt dan voorzien.

Artikel 7.1:

De uitgaven voor het apparaat nemen af met EUR 4,8 miljoen. Het afgelopen voorjaar zijn intensiveringsmiddelen voor versterking van het postennet en uitvoeringskosten ontwikkelingssamenwerking aan het apparaatsbudget toegevoegd als uitvloeisel van de afspraken uit het regeerakkoord. Tijdens de opstartfase is het nog niet mogelijk om alle voorziene uitgaven volledig te verrichten.

De mutaties worden bij onderdeel 5, toelichting per beleidsartikel, nader toegelicht.

Ontvangsten:

Het onderhavige wetsvoorstel leidt tot een verlaging van de geraamde ontvangsten 2018 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 76,8 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door gewijzigde EU-afdrachten en de perceptiekostenvergoeding voor het heffen van de invoerrechten. De bij artikel 3.1 toegelichte aanpassingen van de raming van de invoerrechten leiden derhalve ook tot aanpassing van de raming van de perceptiekostenvergoeding.

Bedragen x EUR 1 miljoen

Artikel

 

Mutatie

3.10

Diverse ontvangsten EU

– 77,3

4. NIET-BELEIDSARTIKELEN

Artikel 5: Geheim

Niet-beleidsartikel 5 Geheim

Bedragen in EUR 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

0

0

0

0

0

0

0

               

Uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

Op dit artikel worden geheime uitgaven verantwoord.

Artikel 6: Nominaal en Onvoorzien

Niet-beleidsartikel 6 Nominaal en onvoorzien

Bedragen in EUR 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

0

– 1.057

68.329

64.824

109.494

121.830

148.415

Uitgaven:

             

Uitgaven totaal

0

– 1.057

68.329

64.824

109.494

121.830

148.415

6.1

Nominaal en onvoorzien

0

– 1.057

68.329

64.824

109.494

121.830

148.415

Op dit artikel worden uitgaven verantwoord die samenhangen met de HGIS-indexering en HGIS-besluitvorming bij Voorjaarsnota.

Artikel 7: Apparaat

A: Personele en materiële uitgaven

Dit artikel betreft de apparaatsuitgaven van zowel het postennetwerk in het buitenland als het departement in Den Haag, exclusief de personele uitgaven voor de politieke leiding en attachés van andere ministeries. Het omvat de verplichtingen voor en uitgaven aan het ambtelijk personeel, de overige personele uitgaven en het materieel.

Personeel:

De personele uitgaven vallen uiteen in de volgende categorieën: (1) Uitgaven voor het ambtelijk personeel; Dit betreft de algemene ambtelijke leiding van het departement (met uitzondering van de secretaris-generaal, plaatsvervangend secretaris-generaal en directeuren-generaal3), de beleidsdirecties en de ondersteunende diensten. (2) Uitgaven voor het uitgezonden personeel op de ambassades (zoals salaris, vergoedingen en dienstreizen). (3) Uitgaven voor het lokaal aangenomen personeel op de ambassades.

Materieel:

De materiële uitgaven hebben betrekking op de uitgaven voor de exploitatie van en investeringen in het departement in Den Haag en de vertegenwoordigingen in het buitenland. Hieronder vallen onder andere de verplichtingen en uitgaven voor (1) huisvesting zoals huur van kanselarijen, residenties, personeelswoningen en het kantoor in Den Haag, klein onderhoud en bouwkundige projecten, (2) beveiligingsmaatregelen, (3) ICT uitgaven zoals automatisering en communicatiemiddelen en (4) bedrijfsvoeringsuitgaven. Specifiek wordt van de materiële uitgaven aangegeven welk deel hiervan betrekking heeft op ICT uitgaven en hoeveel van de uitgaven via een Rijksbrede shared service organisatie (SSO) worden verricht.

Budgettaire gevolgen:

Niet-beleidsartikel 7 Apparaat

Bedragen in EUR 1.000

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Verplichtingen

753.500

714.784

681.801

675.628

672.221

672.221

672.367

Uitgaven

744.579

715.219

667.613

659.085

655.183

655.501

655.647

7.1.1

Personeel

477.859

468.960

460.242

455.662

452.226

452.830

452.917

 

waarvan eigen personeel

465.921

460.960

452.242

448.162

444.726

445.830

445.917

 

waarvan Inhuur extern

11.938

8.000

8.000

7.500

7.500

7.000

7.000

 

waarvan overige personele uitgaven

             

7.1.2

Materieel

266.720

246.259

207.371

203.423

202.957

202.671

202.730

 

waarvan ICT

44.758

40.000

40.000

35.000

35.000

35.000

35.000

 

waarvan bijdragen aan SSO's

74.017

55.000

55.000

55.000

50.000

50.000

50.000

 

waarvan overige materieel

147.945

151.259

112.371

113.423

117.957

117.671

117.730

7.2

Koersverschillen

0

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Ontvangsten

48.102

21.450

21.450

21.450

21.450

21.450

21.450

7.10

Diverse ontvangsten

44.267

21.450

21.450

21.450

21.450

21.450

21.450

7.11

Koersverschillen

3.835

pm

pm

pm

pm

pm

pm

B: Totaaloverzicht apparaatsuitgaven en -kosten Buitenlandse Zaken

Totaaloverzicht apparaatsuitgaven Ministerie van Buitenlandse Zaken (bedragen x EUR 1.000)
 

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

departement (uitgaven)

744.579

715.219

667.613

659.085

655.183

655.501

655.647

Buitenlandse Zaken heeft geen baten-lastendienst of ZBO.

C: Verdeling apparaatsuitgaven naar beleid

De Minister van Financiën heeft de Kamer, in het kader van «verantwoord begroten», toegezegd de apparaatsuitgaven indicatief te verdelen over de beleidsartikelen. Omdat de apparaatsuitgaven niet specifiek toe te rekenen zijn naar beleidsartikelen kiest Buitenlandse Zaken ervoor een splitsing aan te geven naar uitgaven op het kerndepartement en op de posten. Van de totale apparaatskosten van EUR 668 miljoen in 2018 kan ca. EUR 216 miljoen toe worden gerekend aan het kerndepartement. Bij de verdeling van de kosten hieronder is het aantal fte’s per directoraat generaal als uitgangspunt genomen. Het restant (EUR 452 miljoen) zijn uitgaven die toegerekend kunnen worden aan het postennetwerk. Verder is op basis van een inventarisatie van de thematische invulling van de personele inzet in het postennetwerk een schatting gegeven van de kosten op een aantal terreinen. Deze terreinen zijn: economische diplomatie, cultuur, politiek, ontwikkelingssamenwerking, management, consulair en beheer. In onderstaande overzichten is de verdeling schematisch opgenomen.

D: Taakstelling Buitenlandse Zaken (generiek en postennet)

In het regeerakkoord is afgesproken op de rijksoverheid een oplopende taakstelling op het apparaat vanaf 2016 op te nemen. Voor Buitenlandse Zaken is dit EUR 60 miljoen en daarnaast structureel EUR 40 miljoen voor het HGIS-postennet. Naar aanleiding van de motie Sjoerdsma is de taakstelling op het HGIS-postennet gehalveerd. Langs de lijnen van de Kamerbrief «Voor Nederland, Wereldwijd» is invulling gegeven aan de bezuinigingen en investeringen. Bij de behandeling van de begroting 2015 is de motie Van Ojik aangenomen. Hierin wordt de regering verzocht extra financiële middelen in te zetten voor de versterking van diplomatieke capaciteit ter bevordering van de internationale rechtsorde en vrede en veiligheid, en de economische positie van Nederland. In de Kamerbrief over de Nederlandse diplomatie is uiteengezet hoe Buitenlandse Zaken de komende jaren de slagkracht gaat versterken. De versterking vindt daar plaats waar het nodig is om de Nederlandse belangen te dienen. Dit gebeurt door inzet op de thema’s veiligheid en stabiliteit, migratie, Europese samenwerking en versterking van de economische positie van Nederland. Op deze terreinen wordt het diplomatieke netwerk, dat bestaat uit personele capaciteit op posten, bij internationale organisaties en in Den Haag, versterkt. Nederland is daarmee beter in staat om zijn rol te spelen, verantwoordelijkheid te nemen en de eigen belangen te behartigen.

Het totaal van de taakstelling is hieronder weergegeven.

(x EUR mln)

2015

2016

2017

2018

structureel

Taakstelling Rutte II BZ

0

22,3

49,7

60,8

60,8

Taakstelling Rutte II HGIS Postennet

40

40

40

40

40

Motie Sjoerdsma HGIS postennet

– 20

– 20

– 20

– 20

– 20

Motie Van Ojik intensivering

– 8

– 8

– 16

– 20

– 20

Totaal

12

34,3

53,7

60,8

60,8

In de begroting 2018 zijn bovengenoemde bedragen verwerkt op het budget voor apparaatsuitgaven. Het grootste deel van de taakstelling is inmiddels gerealiseerd. De taakstelling op huisvesting is nog in uitvoering (zie volgende paragraaf).

E: Actuele ontwikkelingen

Bundeling ondersteunende diensten door taakspecialisatie

In 2010 heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken besloten om consulaire, financiële en bedrijfsvoeringstaken, die op de verschillende posten werden uitgevoerd en waarvan het niet noodzakelijk was deze ter plekke uit te voeren, onder te brengen in Regionale Service Organisaties. Deze regionalisering van werkzaamheden vond plaats tussen 2010 en 2014 en heeft bijgedragen aan een kwaliteitsverbetering en het realiseren van de taakstelling waar het Ministerie voor stond. Daarnaast is in 2016 de financiële dienstverlening op het departement gebundeld in de Financiële Service Organisatie (FSO).

Het Ministerie streeft ernaar in de periode vanaf 2018 de kwaliteit, doelmatigheid en continuïteit van de wereldwijde consulaire diensten en bedrijfsvoering verder te verbeteren.

In dit kader heeft het Ministerie van Buitenlandse Zaken besloten om de taken van de huidige zeven Regionale Service Organisaties in 2018 en 2019 over te hevelen naar Den Haag. De financiële dienstverlening voor de posten zal worden belegd bij de recent opgerichte Financiële Service Organisatie (FSO). De niet-financiële bedrijfsvoering bij de interdepartementale Shared Service Organisatie 3W. Ten slotte wordt voor de consulaire backofficetaken de Consulaire Service Organisatie (CSO) opgericht. Doelstelling is een optimale, doelmatige en klantgerichte ondersteuning van het postennet.

Digitalisering

In 2018 werkt Buitenlandse Zaken verder aan de modernisering van de diplomatie. Een belangrijk onderdeel binnen de modernisering is de vernieuwing van IT-processen en diensten ten behoeve van de primaire processen. De departementale Informatiestrategie voor de periode 2016 – 2019 kent de volgende hoofdthema’s: excellente dienstverlening aan burgers en bedrijven, een slagvaardige diplomatie die wereldwijd digitaal en mobiel kan werken en een verdergaande toepassing van data en fact-based evidence in haar processen.

Dit betekent een omvangrijk verandertraject, dat voorziet in een geheel nieuwe architectuur en de inzet van moderne technologieën voor de digitale ondersteuning van de rijksbrede Nederlandse diplomatie in het buitenland. In 2018 moeten de eerste resultaten hiervan zichtbaar zijn. Daarbij zal BZ steeds meer gebruik gaan maken van internationaal beschikbare clouddiensten. Dit is bijvoorbeeld van groot belang voor een moderne consulaire dienstverlening (zie hiertoe tevens beleidsartikel 4). Belangrijk daarin is ook de manier waarop met data en informatie binnen Buitenlandse Zaken wordt omgegaan, de rode lijn hierin is «open tenzij».

In 2018 worden samen met het Ministerie van Financiën stappen gezet ter verdere ontwikkeling van de digitale begroting en wordt steeds meer informatie over projecten en resultaten voor ontwikkelingssamenwerking ontsloten via Openaid.nl. Tegelijkertijd wil BZ de digitale weerbaarheid van de organisatie vergroten vanwege de toegenomen cyberdreiging, in het bijzonder spionage en de aangescherpte privacyregelgeving (zie hiervoor ook beleidsartikel 2). Voorts investeert BZ in 2018 in verdere modernisering van ICT-expertise op en voor het postennet.

Tot slot zal digitale archivering worden gestimuleerd door meer te werken aan bewustwording en het gebruikersgemak te vergroten door koppeling van het archiefsysteem Sophia aan andere systemen.

Vernieuwing personeelsbeleid

In het kader van de modernisering diplomatie is een nieuw personeelsbeleid vanaf 2015 van kracht. Doelstelling is te investeren in kwaliteit, flexibiliteit en diversiteit van het personeel door een meer transparant en strategisch personeelsbeleid. In 2018 zal worden geïnvesteerd in de verdere verdieping van de Strategische Personeelsplanning, de P-Schouw en de Gesprekscyclus. Daarnaast is ten behoeve van de kwaliteit van de internationale functie binnen het rijk de Academie voor Internationale Betrekkingen (AIB) opgericht. De Academie biedt een flink aantal nieuwe en vernieuwde programma’s aan waar in toenemende mate Rijksbreed wordt deelgenomen. Begin 2018 zullen besluiten over doorontwikkeling van de Academie worden genomen. In 2017 en 2018 zal de Auditdienst Rijk een meting uitvoeren naar de effecten van de ingezette veranderingen, van daaruit wordt de focus steeds verder aangescherpt.

Meerjarenplan huisvesting

Doel van het huisvestingsbeleid van Buitenlandse zaken is om ambassadekantoren waar mogelijk functioneel en doelmatig in te richten conform Het Nieuwe Werken (HNW) en ter ondersteuning van de modernisering van diplomatie. Panden worden afgestoten, aangeschaft of verbouwd conform een op functionaliteit gericht rationaliseringsplan in de komende tien jaar en rekening houdend met de duurzaamheidsdoelstellingen die voortvloeien uit het Parijs Akkoord. Hiermee wordt tevens een structurele bezuiniging ingevuld van EUR 20 miljoen op de huisvestingsuitgaven in het buitenland.

Ten einde de gewenste efficiëntieslag te kunnen maken is in 2013 een middelenafspraak overeengekomen tussen Buitenlandse Zaken en Financiën (het «Huisvestingsfonds»). Daarbij is afgesproken dat ontvangsten uit de verkoop van onroerend goed in het buitenland in latere jaren kunnen worden ingezet voor investeringen die samenhangen met de voorgenomen besparingen op de huisvesting in het buitenland.

Zoals toegezegd tijdens het Wetgevingsoverleg over het jaarverslag van Buitenlandse Zaken van 12 juni 2017 is hieronder een overzicht opgenomen van de onroerend goed mutaties die gemoeid zijn met de middelenafspraak. Verder is in het overzicht een raming opgenomen van de verwachte opbrengsten en investeringen in 2018. Het onderstaande overzicht is, zoals aan de Kamer toegezegd, op hoofdlijnen om de onderhandelingspositie bij aankoop en verkoop niet te schaden. De uiteindelijke opbrengsten van verkoop zijn onder meer afhankelijk van de vastgoedmarkt in de betreffende landen. Op 1 januari 2017 was het saldo voor investeringen EUR 24,7 miljoen.

Overzicht mutaties middelenafspraak huisvesting begroting Buitenlandse Zaken
 

opbrengst verkoop onroerend goed

toelichting

investering onroerend goed

toelichting

2013

EUR 14,4 mln

Verkopen van panden in Managua, Dakar, Abidjan, Lusaka, Jakarta, Guatemala-Stad, Kaapstad, Kaboel en Harare.

nvt

nvt

2014

EUR 13,3 mln

Verkopen van panden in Kaapstad, Kaboel, La Paz, Londen, Boedapest en Brussel.

nvt

nvt

2015

EUR 3,8 mln

Verkopen van panden in La Paz, Kopenhagen en Pretoria.

nvt

nvt

2016

EUR 7,4 mln

Verkopen van panden in Harare, Boedapest en Parijs

– EUR 14,4 mln

Investering in vastgoed (verbouwing/ aanschaf) in onder andere Zagreb, Seoul. San Jose (EUR 9 mln). Plus overige investeringen in apparaat (EUR 5,4 mln).

2017

EUR 12,8 mln

Geraamde verkopen van panden (of delen van panden) in Bogota, Harare, Khartoum, Port of Spain, Rabat, Santiago de Chile, Rio de Janeiro, San Jose.

– EUR 13,2 mln

Geraamde investeringen in vastgoed (verbouwing/ aanschaf) in o.a. Tunis, Santiago de Chile, Kiev, Lima.

2018

EUR 21,0 mln

Geraamde verkopen van panden.

– EUR 25,0 mln

Geraamde investeringen in vastgoed in onder meer Seoul, Ankara, Peking, Londen.

3

Deze uitgaven staan opgenomen op de begroting van het Ministerie van Binnelandse Zaken

5. Overzicht belangrijkste suppletoire mutaties 2018

Uitgaven:

In dit wetsvoorstel is een aantal begrotingswijzigingen opgenomen die leiden tot een verhoging van de geraamde uitgaven 2018 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 149,4 miljoen.

De meest in het oog springende mutaties die het gevolg zijn van de prioriteiten uit het Regeerakkoord Rutte III worden hieronder weergegeven:

Artikel

Omschrijving

Mutatie in EUR x 1 miljoen

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

5,4

2.2

Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit (cyber en contraterrorisme)

5,7

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden (MATRA en Shiraka; NFRP)

8,0

7.1 (apparaat)

Postennet

10,0

Het betreft de budgetten voor:

  • Het Mensenrechtenfonds.

  • Contraterrorisme en cybersecurity (deel van de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie).

  • Regionale fondsen Matra en Shiraka (maatschappelijke transitie in de «ring van instabiliteit»)

  • Postennet, waaronder One-stop shop (24/7 loket voor Nederlanders in het buitenland). Het postennet wordt naar aanleiding van het AIV-advies «De vertegenwoordiging van Nederland in de wereld» uitgebreid en versterkt. Voor het diplomatieke netwerk is extra geld beschikbaar, oplopend tot EUR 40 miljoen structureel. De eerste tranche van middelen (EUR 10 miljoen) krijgt weerslag in deze eerste suppletoire begroting en wordt toegevoegd aan het apparaatsartikel. In de Postennetbrief, die medio 2018 aan de Kamer zal worden gestuurd, wordt een beleidsmatige toelichting op de inzet van deze middelen gegeven.

De mutaties worden bij onderdeel 6, toelichting per beleidsartikel, nader toegelicht.

Daarnaast is een aantal reguliere mutaties opgenomen waarvan de in omvang grootste hieronder zijn weergegeven en kort zijn toegelicht. In onderdeel 6, toelichting per beleidsartikel zijn de mutaties verder verduidelijkt:

Artikel

Omschrijving

Mutatie in EUR x 1 miljoen

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

27,1

3.2

Een effectief, efficiënt en coherent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio's, inclusief ontwikkelingslanden (Europees Ontwikkelingsfonds)

36,7

6.1

HGIS nominaal

– 68,0

7.1 (apparaat)

Personeel en materieel

116,0

Artikel 2.4:

Bij de Voorjaarsnota wordt de politiek overeengekomen verdeling van het Budget Internationale Veiligheid (BIV) technisch overgeheveld naar de begroting van BZ. Daarnaast neemt het budget voor 2018 toe doordat geplande betalingen uit 2017 zijn doorgeschoven naar 2018. Via de HGIS-eindejaarsmarge zijn deze middelen toegevoegd aan de BZ-begroting.

Artikel 3.2:

De Nederlandse bijdrage aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) is geraamd op 936 mln. Omdat er in de afgelopen jaren minder is afgedragen aan het fonds wordt de bijdrage voor de komende jaren opgehoogd om aan de totale verplichting voor het EOF te voldoen. De totale omvang van de Nederlandse bijdrage blijft ongewijzigd. Dit wordt binnen de begroting van BHOS gedekt.

Artikel 6.1:

Dit is het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van BNI- en BBP-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2017, het verwerken van de loon- en prijs- en koersbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen conform de HGIS besluitvorming. Binnen de HGIS is budget vrijgemaakt voor een aantal uitvoeringsknelpunten en nieuwe initiatieven die met name liggen op het terrein van het gastlandbeleid, water en circulaire economie en de Expo 2020 in Dubai.

Artikel 7.1:

Naast de hierboven benoemde effecten van het Regeerakkoord op de apparaatsbegroting, neemt het budget ook toe als gevolg van extra uitvoeringskosten die verband houden met een structurele intensivering van het OS-budget. Bovendien wordt het personeels- en materieelbudget aangepast als gevolg van loon- en prijsontwikkelingen wereldwijd. De materiele uitgaven stijgen onder meer als gevolg van extra kosten die gemaakt worden voor ICT, huisvesting en beveiliging en doordat een deel van de geplande uitgaven uit 2017 is doorgeschoven naar 2018. Ten slotte wordt het huisvestingsbudget verhoogd. Als onderdeel van de middelenafspraak huisvesting wordt vanuit 2017 een bedrag toegevoegd aan het apparaatsbudget.

Ontvangsten:

Het onderhavige wetsvoorstel leidt tot een verhoging van de geraamde ontvangsten 2018 van Buitenlandse Zaken (V) met EUR 502,6 miljoen. Dit wordt met name veroorzaakt door EU-ontvangsten als gevolg van een begrotingswijziging EU over 2017 en een bijstelling van de geraamde ontvangsten voor consulaire dienstverlening en de apparaatsontvangsten op de begroting van Buitenlandse Zaken. Daarnaast is de verwachting dat dit jaar onroerend goed verkocht zal worden. De opbrengsten hiervan worden ingezet om de huisvestingsportefeuille te rationaliseren. De ontvangsten worden per artikel nader toegelicht in paragraaf 6.

Artikel

Omschrijving

Mutatie

3.10

Diverse ontvangsten EU

463,8

4.20

Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

11,7

7.10

Diverse ontvangsten

23,5

5. Toelichting per beleidsartikel

Beleidsartikel 1

Beleidsartikel 1 Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

Stand ontwerp begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

Bedragen in EUR 1.000

   

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 

2018

(1)

2018

(2)

2018

2018

2018

(4)=(2+3)

Verplichtingen

91.005

103.514

– 100

17.333

120.747

               

Uitgaven:

         
               

Programma-uitgaven totaal

109.805

120.914

– 100

861

121.675

   

waarvan juridisch verplicht

 

97%

   

100%

               

1.1

Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

56.035

61.712

– 100

– 2.139

59.473

               
 

Subsidies

         
   

Internationaal recht

6.635

13.385

– 100

– 2.484

10.801

               
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

Verenigde Naties

39.525

36.275

0

– 3.408

32.867

   

OESO

6.175

6.175

0

423

6.598

   

VNVR projectkosten

400

2.577

0

3.000

5.577

   

Internationaal Strafhof

3.300

3.300

0

330

3.630

               

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

53.770

59.202

0

3.000

62.202

               
 

Subsidies

         
               
   

Landenprogramma's mensenrechten

26.120

28.564

1.488

750

30.802

               
 

Opdrachten

         
   

Landenprogramma's mensenrechten

   

1.500

0

1.500

Red

             
 

bijdragen (inter) nationale organisaties

         
   

Landenprogramma's mensenrechten

20.000

22.988

– 2.988

750

20.750

   

Centrale mensenrechtenprogramma's

7.650

7.650

0

1.500

9.150

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor artikel 1 «Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten» neemt toe met EUR 17,2 miljoen. Voor een aantal activiteiten zijn meerjarige verplichtingen vastgelegd op het terrein van goed functionerende internationale rechtsorde voor onder andere VN organisaties. De toename van het verplichtingenbudget is gekoppeld aan de stijging van het kasbudget voor verschillende mensenrechten-activiteiten, onder andere gerelateerd aan bescherming van journalisten, vrijheid van religie en levensovertuiging en gelijke rechten voor LHBTI’s, in lijn met de afspraken uit het regeerakkoord.

Uitgaven

Artikel 1.1

Per saldo is sprake van een verlaging van EUR 2,1 mln. Een deel van de geraamde uitgaven voor de alternatieve huisvesting van het Internationaal Gerechtshof en het Permanent Hof van Arbitrage wordt doorgeschoven naar 2019 via de eindejaarsmarge. Hierdoor daalt het budget voor internationaal recht met EUR 2,4 miljoen. Ook daalt de bijdrage aan de Verenigde Naties, met name vanwege de koersontwikkeling van de USD. Hier staat tegenover dat de uitgaven die verband houden met het Nederlands lidmaatschap van de VN Veiligheidsraad toenemen, vanwege een extra bijdrage aan de capaciteitsopbouw in het kader van het sanctieregime Noord-Korea. Ten slotte een aantal kleinere bijstellingen vanwege hogere bijdragen aan de OESO en het Internationaal Strafhof.

Artikel 1.2

Conform de afspraak in het Regeerakkoord en toezeggingen aan de Tweede Kamer (motie 34 775-V, nr. 26 Sjoerdsma c.s. en motie 34 775-V, nr. 29 Voordewind c.s), neemt het budget voor Mensenrechten meerjarig toe. De ophoging van de middelen met EUR 3 mln in 2018 voor mensenrechten betreft een intensivering die onder meer extra inzet mogelijk maakt gericht op verschillende activiteiten gerelateerd aan bescherming van journalisten, vrijheid van religie- en levensovertuiging en gelijke rechten voor LHBTI’s.

Beleidsartikel 2

Beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit

Stand ontwerp begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

Bedragen in EUR 1.000

   

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 

2018

(1)

2018

(2)

2018

2018

2018

(4)=(2+3)

Verplichtingen

232.949

273.849

800

– 6.887

267.762

               

Uitgaven:

         
               

Programma-uitgaven totaal

249.370

292.536

0

– 16.583

275.953

   

waarvan juridisch verplicht

 

90%

   

100%

               

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

11.015

13.215

0

– 506

12.709

               
 

Subsidies

         
   

Programma ondersteuning buitenlands beleid

1.750

2.750

– 750

– 250

1.750

   

Atlantische Commissie

500

500

0

0

500

   

Veiligheidsfonds

0

0

100

0

100

               
 

Opdrachten

         
   

Programma ondersteuning buitenlands beleid

0

0

500

– 500

0

               
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
   

NAVO

7.200

7.200

0

0

7.200

   

Veiligheidsfonds

500

1.700

– 700

700

1.700

   

WEU

565

565

0

44

609

   

Programma ondersteuning buitenlands beleid

0

0

250

0

250

   

Overige

500

500

 

– 500

0

               
 

Bijdragen aan ander begrotingshoofdstuk

         
   

Veiligheidsfonds

0

0

600

0

600

               

2.2

Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit

9.265

15.018

0

3.559

18.577

 

Subsidies

         
   

Contra-terrorisme

0

0

1.953

0

1.953

   

Anti-terrorisme instituut

665

1.118

– 453

754

1.419

               
 

Opdrachten

         
   

Contra-terrorisme

0

0

1.000

0

1.000

   

Cyber security

500

3.300

0

0

3.300

   

Global Forum on Cyber Expertise

400

400

0

– 80

320

   

Overige

500

500

0

– 31

469

               
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
   

Contra-terrorisme

7.200

9.700

– 2.500

2.916

10.116

               

2.3

Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing, bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens en het voeren van een transparant en verantwoord wapenexportbeleid

10.855

10.955

0

0

10.955

               
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
   

IAEA

7.317

7.317

0

0

7.317

   

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

1.618

1.718

0

0

1.718

   

CTBTO

1.920

1.920

0

0

1.920

               

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

197.978

225.062

0

– 19.665

205.397

               
 

Subsidies

         
   

Landenprogramma's veiligheid voor mensen (stabiliteitsfonds)

31.000

38.350

0

0

38.350

   

Nederland Helsinki Comité

28

28

0

0

28

               
 

Opdrachten

         
   

Landenprogramma's veiligheid voor mensen (stabiliteitsfonds)

0

0

15.000

0

15.000

               
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

         
   

Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds)

51.900

59.250

– 15.000

– 14.300

29.950

   

OVSE

7.195

7.195

0

– 1.800

5.395

   

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

99.849

106.349

0

0

106.349

   

Training buitenlandse diplomaten

2.500

2.500

0

0

2.500

   

Regionale stabiliteit

0

0

0

5.600

5.600

   

Overige

5.506

11.390

0

– 9.165

2.225

               

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

20.257

28.286

0

29

28.315

               
 

Subsidies

         
   

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «MATRA»

7.822

11.822

0

551

12.373

 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka»

12.435

16.464

0

– 522

15.942

               

Ontvangsten

1.227

1.227

0

2.000

3.227

               

2.10

Doorberekening Defensie diversen

227

227

0

0

227

2.40

Restituties programma's

1.000

1.000

0

2.000

3.000

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor veiligheid en stabilteit neemt per saldo af met EUR 6,8 miljoen in vergelijking met de eerste suppletoire begroting. Deze daling wordt in belangrijke mate veroorzaakt doordat de verplichting van het Stabiliteitsfonds daalt, in lijn met de uitgaven die lager zijn dan geraamd.

Uitgaven

Artikel 2.2

Het budget voor «bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit» neemt toe met EUR 3,5 miljoen. Het betreft een overheveling van de JenV begroting voor de Nederlandse bijdrage aan het Passenger Name Record Project, dat voortkomt uit de VNVR resolutie 2178 (2014).

Artikel 2.4

Het budget voor de de bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband neemt af met EUR 19,6 miljoen. Dit kent een aantal oorzaken. Het budget voor het Stabiliteitsfonds daalt met EUR 14,3 miljoen. Dit is met name het gevolg van een lagere liquiditeitsbehoefte van het UNDP Law Order Trustfund for Afghanistan (LOTFA), waardoor de Nederlandse bijdrage daaraan EUR 12 miljoen lager uitvalt. Daarnaast is de verdragscontributie van de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) voor 2018 verlaagd. Het budget «overige» wordt verlaagd om intensiveringen op andere artikelonderdelen mogelijk te maken, onder meer activiteiten in het kader van het lidmaatschap van de VNVR, mensenrechtenbeleid en bestrijding chemische wapens in vorm van steun aan de OPCW.

Ook is een deel van de middelen toegewezen aan het nieuwe instrument «Regionale Stabiliteit» ten behoeve van extra inzet op het gebied van vrede, veiligheid en stabiliteit in de Caribische regio en ter ondersteuning van de vredesopbouw in Colombia, conform Regeerakkoord, GBVS-nota en memorie van toelichting bij de BZ-begroting 2019, die het belang van stabiliteit in Latijns-Amerika en de Caribische regio voor het Koninkrijk onderstrepen. Tevens is in GBVS expliciet de wenselijkheid opgenomen ten aanzien van de stabiliteit in Colombia. Ook vermeldt het Regeerakkoord het belang van samenwerking met internationale organisaties in de Caribische regio.

Ontvangsten

De extra ontvangsten houden met name verband met terugbetalingen op aflopende projecten in het kader van stabiliteitsprogramma’s, waarbij niet alle middelen werden besteed.

Beleidsartikel 3

Beleidsartikel 3 Europese samenwerking

Stand ontwerp begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

Bedragen in EUR 1.000

   

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 

2018

(1)

2018

(2)

2018

2018

2018

(4)=(2+3)

Verplichtingen

8.186.402

8.174.873

– 362.107

– 50.897

7.761.869

               

Uitgaven:

         
               

Programma-uitgaven totaal

8.389.205

8.414.410

– 362.107

– 67.325

7.984.978

   

waarvan juridisch verplicht

 

100%

   

100%

               

3.1

Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht, veiligheid, welvaart en duurzame economische groei biedt

8.181.423

8.169.394

– 362.107

– 50.965

7.756.322

               
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

BNI-afdracht

4.202.573

4.188.765

– 25.967

0

4.162.798

   

BTW-afdracht

545.600

547.379

– 480

0

546.899

   

Invoerrechten

3.433.250

3.433.250

– 335.660

– 50.965

3.046.625

               

3.2

Een effectief, efficient en coherent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio's, inclusief ontwikkelingslanden

192.735

229.469

0

– 15.217

214.252

               
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

Europees Ontwikkelingsfonds

192.735

229.469

0

– 15.217

214.252

               

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

9.720

9.720

0

246

9.966

               
 

Bijdragen (internationale organisaties

         
   

Raad van Europa

9.720

9.720

0

246

9.966

               

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie van 28

5.327

5.827

0

– 1.389

4.438

               
 

Opdrachten

         
   

programmatische ondersteuning

1.000

1.500

0

– 1.500

0

   

EU-voorzitterschap

0

0

0

67

67

               
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

Benelux bijdrage

3.979

3.979

0

– 26

3.953

   

EIPA

348

348

0

70

418

               

Ontvangsten

686.901

1.150.704

– 67.132

– 10.185

1.073.387

               

3.10

Diverse ontvangsten EU

686.651

1.150.454

– 67.132

– 10.193

1.073.129

   

Invoerrechten

686.651

686.651

– 67.132

– 10.193

609.326

   

Overige ontvangsten EU

0

463.803

0

0

463.803

               

3.30

Restitutie Raad van Europa

250

250

0

8

258

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor 2018 voor het artikel Europese samenwerking neemt af met EUR 413 miljoen. De mutaties op de verplichtingen houden verband met de mutaties zoals onder de uitgaven is toegelicht.

Uitgaven

Artikel 3.1

Mutaties Miljoenennota:

Door het surplus over 2017 is de raming van de Europese afdrachten voor 2018 neerwaarts bijgesteld. Het surplus over 2017 wordt in mindering gebracht op de BNI-middelen die de lidstaten moeten opbrengen. Het Europese surplus over 2017 bedroeg EUR 556 miljoen, voor Nederland leidt dit tot een EUR 26 miljoen incidentele lagere BNI-afdracht in 2018.

Het effect voor de Spring Forecast 2018 voor de Nederlandse afdrachten op art. 3.1 is een verlaging van de invoerrechtenafdracht in 2018 met EUR 336 miljoen. De BNI-afdracht neemt als gevolg van de Spring Forecast toe, maar dat effect treedt pas in 2019 op omdat de 6e aanvullende begroting (DAB 6) van 2018 niet meer tijdig zal worden goedgekeurd om betaling in 2018 mogelijk te maken, zoals nader toegelicht in de Verticale Toelichting bij de Miljoenennota 2019.

Mutaties 2e suppletoire:

Na de Spring Forecast heeft de Europese Commissie op basis van realisaties in het lopende jaar de raming van de invoerrechten verder neerwaarts aangepast. Voor Nederland leidt dat tot een verlaging van de raming van de invoerrechtenafdracht met EUR 51 miljoen.

Omdat voor de 28 EU-lidstaten samen de invoerrechtenafdracht per saldo neerwaarts is aangepast, leidt deze ook tot een verhoging van de BNI-afdracht van de lidstaten. Deze wordt door de Commissie meegenomen in de 6e aanvullende begroting (DAB 6) van 2018. Omdat deze DAB 6 echter naar verwachting pas eind 2018 wordt aangenomen en daardoor pas in 2019 tot betalingen leidt, verschuift het BNI-effect naar 2019.

Artikel 3.2

De afdrachten aan het 11e EOF (Europees Ontwikkelingsfonds) zijn voor 2018 naar beneden bijgesteld. Voor Nederland betekent dit een verlaging van EUR 15 miljoen voor dit jaar. De neerwaartse bijstelling komt onder meer doordat er minder verplichtingen zijn aangegaan dan de Commissie had begroot.

Ontvangsten

Artikel 3.10

De perceptiekostenvergoeding voor het heffen van de invoerrechten bedraagt een vast percentage (20%) van de invoerrechtenheffing. De bij 3.1 toegelichte aanpassingen van de raming van de invoerrechten leiden derhalve ook tot aanpassing van de raming van de perceptiekostenvergoeding.

Beleidsartikel 4

Beleidsartikel 4 Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

Stand ontwerp begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

Bedragen in EUR 1.000

   

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 

2018

(1)

2018

(2)

2018

2018

2018

(4)=(2+3)

Verplichtingen

42.472

65.298

788

6.430

72.516

               

Uitgaven:

         
               

Programma-uitgaven totaal

50.093

62.050

788

3.432

66.270

   

waarvan juridisch verplicht

 

60%

   

100%

               

4.1

Op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het buitenland

13.645

17.762

– 12

– 3.520

14.230

               
 

Subsidies

         
   

Gedetineerdenbegeleiding

1.900

1.917

0

0

1.917

               
 

Opdrachten

         
   

Consulaire bijstand

259

1.659

0

– 800

859

   

Gedetineerdenbegeleiding

200

200

0

0

200

   

Reisdocumenten en verkiezingen

4.320

4.620

0

– 20

4.600

   

Consulaire opleidingen

400

400

0

0

400

   

Consulaire informatiesystemen

6.566

8.966

– 12

– 2.700

6.254

               

4.2

Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren

6.199

9.829

0

5.020

14.849

               
 

Opdrachten

         
   

Visumverlening

1.100

1.100

0

1.400

2.500

   

Ambtsberichtenonderzoek

150

150

0

– 100

50

   

Legalisatie en verificatie

80

80

0

0

80

   

Consulaire informatiesystemen

4.006

7.636

0

3.500

11.136

               
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

Asiel en migratie

863

863

0

220

1.083

               

4.3

Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

7.856

7.856

0

– 387

7.469

               
 

Subsidies

         
   

Internationaal Cultuurbeleid

7.856

7.856

0

– 387

7.469

               

4.4

Het inzetten van Publieksdiplomatie door het Postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen

19.606

20.336

800

1.884

23.020

               
 

Subsidies

         
   

Instituut Clingendael

800

800

800

0

1.600

   

Programma ondersteuning buitenlands beleid

4.124

4.624

– 66

647

5.205

               
 

Opdrachten

         
   

Onderzoeksprogramma's

1.620

1.620

0

0

1.620

   

Bezoeken hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven Corps Diplomatique en internationale Organisaties

3.000

3.000

0

0

3.000

   

waarvan in- en uitgaande Staatsbezoeken

2.000

2.000

0

0

2.000

   

Adviesraad Internationale vraagstukken

525

525

0

0

525

   

Internationale manifestaties en diverse bijdragen

0

30

66

624

720

   

landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's

   

2.500

 

2.500

               
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's

9.017

9.217

– 2.500

613

7.330

   

Europese bewustwording

520

520

0

0

520

               

4.5

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland

2.787

6.267

0

435

6.702

               
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

         
   

Speciaal Tribunaal Libanon

320

2.220

0

– 301

1.919

   

Internationaal Strafhof

1.200

1.200

0

13

1.213

   

Nederland Gastland

1.267

2.367

0

1.203

3.570

   

Overig

 

480

 

– 480

0

               

Ontvangsten

42.090

57.390

0

1.500

58.890

               

4.10

Consulaire dienstverlening aan Nederlanders

18.300

22.000

0

0

22.000

               

4.20

Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

23.000

34.500

0

1.500

36.000

               

4.40

Doorberekening Defensie diversen

790

890

0

0

890

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget neemt met EUR 7,2 miljoen toe en is het saldo van een aantal mutaties. Het betreft onder andere additionele uitgaven voor de reclamecampagne «Nederlanders op reis».

Het verplichtingenbudget voor het artikelonderdeel vreemdelingenverkeer valt hoger uit omdat het digitaliseringstraject voor visumaanvragen voorspoediger loopt dan voorzien. Daarnaast stijgt het verplichtingenbudget voor publieksdiplomatie met EUR 1,4 miljoen. Dit houdt gelijke tred met de toename van de kasuitgaven die verband houden met een bijdrage aan het Fullbright studiebeurzen programma van de State Department van de Verenigde Staten. Daarnaast is het verbonden met de overheveling van de defensiebijdrage voor het Progress Programma ten aanzien van kennisbehoefte van de beleidsgebieden van Buitenlandse Zaken en Defensie. Als laatste wordt er dit jaar een driejarige verplichting aangegaan met de organisatie het Vlaams-Nederlands Huis deBuren voor de periode 2019–2021, die als doel heeft de cultuur van de Lage Landen te promoten.

Uitgaven

De programmauitgaven nemen per saldo met EUR 4,2 miljoen toe. Dit saldo is het resultaat van een aantal mutaties.

Artikel 4.1

Het budget voor consulaire dienstverlening neemt per saldo af met EUR 3,1 miljoen. Enerzijds betreft dit een toename als gevolg van de verlenging van de reclamecampagne «Nederlanders op reis». Hier staat tegenover dat de geraamde uitgaven voor de «Forced Marriage Unit» (amendement Ten Broeke) lager uitvallen dan geraamd omdat de vraag naar bijstand gering is. Daarnaast wordt een deel van het budget voor consulaire informatie voorziening overgeheveld naar het beleidsartikel vreemdelingenverkeer (4.2), specifiek gericht op ICT voorzieningen.

Artikel 4.2

Het budget voor de «regulering van het personenverkeer samen met (keten) partners» neemt toe met EUR 5 miljoen. De ICT voorzieningen voor het artikelonderdeel vreemdelingenverkeer kennen een hogere uitgave omdat de implementatie van het digitaliseringstraject voor visumaanvragen sneller verloopt dan voorzien.

Artikel 4.4

Het budget voor de inzet van publieksdiplomatie neemt toe met EUR 2,6 miljoen. Deze mutatie betreft enerzijds een ophoging van het instrument Diverse Bijdragen voor een bijdrage aan het Fullbright programma van het State Department van de Verenigde Staten, een programma gericht op het geven van beurzen voor studie en onderzoek aan universiteiten in Nederland en de Verenigde Staten. Daarnaast neemt het budget toe als gevolg van een overheveling van de Defensie bijdrage voor het zogenaamde Progress Programma ten aanzien van kennisbehoefte van de beleidsgebieden van Buitenlandse Zaken en Defensie.

Ontvangsten

Artikel 4.20

Het aantal verleende visa valt in 2018 nog hoger uit dan verwacht, zodat de inkomsten met EUR 1,5 miljoen toenemen. De toename van het aantal visa wordt mede veroorzaakt door de uitbreiding van de externe serviceverleners wereldwijd.

Beleidsartikel 5

Niet-beleidsartikel 5 Geheim

Stand ontwerp begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

Bedragen in EUR 1.000

   

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 

2018

(1)

2018

(2)

2018

2018

2018

(4)=(2+3)

Verplichtingen

0

0

0

0

0

           

Uitgaven

0

0

0

0

0

Verplichting en uitgaven

Geen mutaties

Niet-beleidsartikel 6

Niet-beleidsartikel 6 Nominaal en onvoorzien

Stand ontwerp begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

Bedragen in EUR 1.000

   

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

   

2018

(1)

2018

(2)

2018

2018

2018

(4)=(2+3)

Verplichtingen

72.011

3.984

2.210

– 4.898

1.296

             

Uitgaven:

         
             

Uitgaven totaal

72.011

3.984

2.210

– 4.898

1.296

             

6.1

Nominaal en onvoorzien

72.011

3.984

2.210

– 4.898

1.296

Verplichting en uitgaven

Binnen dit artikel wordt de nominale reeks van de HGIS weergegeven. De per saldo verlaging op dit artikel met EUR 2,7 miljoen (+ EUR 2,2 miljoen bij Miljoenennota en – EUR 4,9 miljoen bij 2e suppletoire begroting) wordt veroorzaakt doordat middelen niet werden ingezet voor loon- en prijsbijstelling, onvoorziene uitgaven of effecten van de bijstelling van het HGIS budget als gevolg van de ontwikkeling van het Bruto Binnenlands Product. Deze vrijvallende middelen worden via de eindejaarsmarge meegenomen naar komend jaar. Een bedrag van EUR 1,3 miljoen wordt nog aangehouden voor eventuele onverwachte tegenvallers binnen de HGIS in de rest van het jaar.

Niet-Beleidsartikel 7

Niet-beleidsartikel 7 Apparaat

Stand ontwerp begroting

Stand 1e suppletoire begroting

Mutaties 2e suppletoire begroting (3)

Stand 2e suppletoire begroting

Bedragen in EUR 1.000

   

Mutaties Miljoenennota

Overige mutaties 2e suppletoire begroting

 

2018

(1)

2018

(2)

2018

2018

2018

(4)=(2+3)

Verplichtingen

681.801

750.943

39.457

– 1.536

788.864

             

Uitgaven

667.613

793.655

– 443

– 4.348

788.864

             

7.1.1

Personeel

460.242

506.242

44

– 4.032

502.254

 

Eigen personeel

452.242

495.742

44

– 4.517

491.269

 

Inhuur extern

8.000

10.500

0

485

10.985

 

overige personeel

0

0

0

0

0

             

7.1.2

Materieel

207.371

287.413

– 487

– 316

286.610

 

waarvan ICT

40.000

50.000

0

– 1.727

48.273

 

waarvan bijdragen aan SSO's

55.000

64.739

– 848

– 1.063

62.828

 

waarvan overige materieel

112.371

172.674

361

2.474

175.509

             

7.2

Koersverschillen

pm

pm

0

0

0

             
             

Ontvangsten

21.450

44.950

0

– 3.000

41.950

             

7.10

Diverse ontvangsten

21.450

44.950

0

– 10.000

34.950

             

7.11

Koersverschillen

pm

pm

0

7.000

7.000

Verplichtingen

Het verplichtingenbudget voor 2018 neemt per saldo toe met EUR 37,9 miljoen als gevolg van een technische bijstelling. In de rijksoverheid worden normaliter de apparaatskosten op basis van k=v (kas is gelijk aan verplichting) begroot en verantwoord. De technische specificaties in het nieuwe interne administratiesysteem van BZ leidden er echter toe dat bij het aangaan van meerjarige verplichtingen (zoals huurcontracten in het buitenland) er verschillen ontstaan tussen de uitgaven- en verplichtingentotalen. De verplichtingenstand wordt met deze bijstelling gelijk geschakeld aan de geraamde uitgaven. Dit is conform de geldende bepaling in de comptabiliteitswet (art. 2.14, lid 3).

Uitgaven

De uitgaven nemen af met EUR 4,8 miljoen ten opzichte van de eerste suppletoire begroting. Het afgelopen voorjaar zijn middelen voor intensivering postennet en uitvoeringskosten ontwikkelingssamenwerking aan het apparaatsbudget toegevoegd als uitvloeisel van de afspraken uit het regeerakkoord. Tijdens de opstartfase is het nog niet mogelijk om alle voorziene uitgaven volledig te verrichten zoals de opzet van nieuwe posten in het buitenland en het aannemen van nieuwe personeel.

Ontvangsten

Artikel 7.10 en 7.11

De ontvangsten nemen per saldo af met EUR 3 miljoen. Enerzijds onstaat dit doordat de geraamde ontvangsten voor vastgoed afnemen. Vanwege een aantal externe factoren (zoals lokale marktontwikkeling) wordt in 2018 minder verkocht dan eerder geraamd. De raming is hiervoor met EUR 10 miljoen bijgesteld. Hier staat tegenover dat vanwege de ontwikkeling van de wisselkoers van de USD, koerseffecten ontstaan. Het ministerie werkt met een vooraf vastgestelde wisselkoers ten opzichte van buitenlandse valuta (de zgenaamde corporate rate). Deze koers wordt samen met de presentatie van de begroting vastgesteld en voor het hele jaar gehanteerd. Omdat bij betalingen in buitenlandse valuta gedurende het jaar een verschil ontstaat als gevolg van de werkelijk geldende koers, ontstaat een saldo. Voor 2018 wordt rekening gehouden met een meevaller van EUR 7 miljoen.

5. BIJLAGEN

BIJLAGE 1: VERDIEPINGSBIJLAGE

In het verdiepingshoofdstuk wordt informatie gegeven over de budgettaire aansluiting tussen de Ontwerpbegroting 2017 en de begroting 2018. De mutaties t/m de eerste suppletoire begroting 2017 zijn eerder al bij de eerste suppletoire begroting 2017 toegelicht.

Artikel 1 Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten (uitgaven)

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

110.249

108.905

108.905

109.005

109.005

 

mutatie nota van wijziging 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2017

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

 

4.431

900

0

0

0

 

nieuwe mutaties

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2018

110.812

114.680

109.805

108.905

109.005

109.005

109.005

Artikel 2 Veiligheid en stabiliteit (uitgaven)

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

250.598

246.720

246.078

245.087

245.087

 

mutatie nota van wijziging 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2017

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

 

25.142

2.650

2.700

2.708

2.708

 

nieuwe mutaties

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2018

318.845

275.740

249.370

248.778

247.795

247.795

247.795

Artikel 2 Veiligheid en stabiliteit (ontvangsten)

Opbouw ontvangsten (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

1.212

1.227

1.242

1.242

1.242

 

mutatie nota van wijziging 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2017

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

 

0

0

0

0

0

 

nieuwe mutaties

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2018

2.760

1.212

1.227

1.242

1.242

1.242

1.242

Artikel 3 Europese samenwerking (uitgaven)

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

7.756.749

8.721.560

8.615.973

8.769.784

9.020.643

 

mutatie nota van wijziging 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2017

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

 

– 87.102

335.486

– 25.469

– 26.362

– 26.362

 

nieuwe mutaties

 

– 385.672

– 667.841

627.338

633.814

249.857

 

Stand ontwerpbegroting 2018

8.862.286

7.283.975

8.389.205

9.217.842

9.377.236

9.244.138

9.508.592

Toelichting uitgaven artikel 3

Met name door grote vertragingen in de uitvoering van het cohesiebeleid treedt er in de jaren 2016, 2017 en 2018 forse onderuitputting op. Door middel van een technische aanpassing van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) worden deze middelen naar latere jaren geschoven. De meevallers in de afdrachten in 2017 en 2018 leiden daardoor tot tegenvallers in 2019 en 2020. Daarnaast is in deze schuif ook het effect van de begroting 2018 opgenomen. De marge van EUR 9,1 miljard die in het Commissievoorstel voor de EU-begroting 2018 is opgenomen zal naar alle waarschijnlijkheid niet tot betalingen leiden in 2018. Overige ramingsbijstellingen betreffen onder andere de effecten van de nieuwe Spring Forecast/ACOR raming van de Commissie op de verschillende grondslagen voor de afdrachten.

Artikel 3 Europese samenwerking (ontvangsten)

Opbouw ontvangsten (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

641.003

653.820

666.894

680.229

700.631

 

mutatie nota van wijziging 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2017

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

 

3.154.041

97

97

96

96

 

nieuwe mutaties

 

– 30.631

32.984

33.642

34.315

28.201

 

Stand ontwerpbegroting 2018

1.135.998

3.764.413

686.901

700.633

714.640

728.928

741.382

Toelichting ontvangsten artikel 3

De ontvangsten zijn bijgesteld als gevolg van de effecten van de nieuwe Spring Forecast/ACOR raming van de Commissie.

Artikel 4 Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen (uitgaven)

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

48.541

48.763

48.176

48.176

48.176

 

mutatie nota van wijziging 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2017

 

2.500

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

 

150

1.330

1.280

1.272

1.360

 

nieuwe mutaties

 

40

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2018

69.776

51.231

50.093

49.456

49.448

49.536

49.536

Artikel 4 Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen (ontvangsten)

Opbouw ontvangsten (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

42.090

42.090

42.090

42.090

42.090

 

mutatie nota van wijziging 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2017

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

 

0

0

0

0

0

 

nieuwe mutaties

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2018

52.618

42.090

42.090

42.090

42.090

42.090

42.090

Artikel 5 Geheim

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie nota van wijziging 2017

             

mutatie amendement 2017

             

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

             

nieuwe mutaties

             

Stand ontwerpbegroting 2018

0

0

0

0

0

0

0

Artikel 6 Nominaal en onvoorzien

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

34.158

85.368

84.084

121.365

126.223

 

mutatie nota van wijziging 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2017

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

 

– 34.105

– 18.906

– 15.563

– 12.198

– 5.503

 

nieuwe mutaties

 

– 1.110

1.867

– 3.697

327

1.110

 

Stand ontwerpbegroting 2018

0

– 1.057

68.329

64.824

109.494

121.830

148.415

Toelichting artikel 6

De mutaties zijn het gevolg van de bijstelling van de raming van het Bruto Binnenlands Product (BBP) zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenningen van het Centraal Planbureau. Hierdoor stijgt het beschikbare budget voor 2017 en 2018. De verlaging voor 2019 en verder is het gevolg van het verwerken van de bijdrage aan de World Expo 2020 die is toegevoegd aan de begroting van Buitenlandse handel en Ontwikkelingssamenwerking.

Artikel 7 Apparaat (uitgaven)

Opbouw uitgaven (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2016

 

679.241

658.000

644.872

643.170

643.488

 

mutatie nota van wijziging 2016

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2016

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2016

 

36.499

10.455

15.055

13.055

13.055

 

nieuwe mutaties

 

– 521

– 842

– 842

– 1.042

– 1.042

 

Stand ontwerpbegroting 2017

744.579

715.219

667.613

659.085

655.183

655.501

655.647

Artikel 7 Apparaat (ontvangsten)

Opbouw ontvangsten (EUR 1.000)

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Stand ontwerpbegroting 2017

 

21.450

21.450

21.450

21.450

21.450

 

mutatie nota van wijziging 2017

 

0

0

0

0

0

 

mutatie amendement 2017

 

0

0

0

0

0

 

Mutatie 1e suppletoire begroting 2017

 

0

0

0

0

0

 

nieuwe mutaties

 

0

0

0

0

0

 

Stand ontwerpbegroting 2018

48.102

21.450

21.450

21.450

21.450

21.450

21.450

BIJLAGE 2: MOTIES EN TOEZEGGINGEN IN HET VERGADERJAAR 2016/2017

Moties

Datum

Omschrijving

Herkomst

Stand van zaken

24-05-2017

Motie 676, nr. 271, motie-Karabulut over een restrictief wapenexportbeleid richting Saudi-Arabië

VAO NAVO d.d. 23-05-2017

Aan voldaan per brief

DVB-083, verzonden op 15 juni 2017

24-01-2017

Motie 34 550 V, nr. 64, motie-Van Nispen/Sjoerdsma over maatregelen om misdrijven en overtredingen van buitenlandse diplomaten niet onbestraft te laten

VAO Diplomatieke immuniteit d.d. 19-01-2017

In behandeling

       

02-11-2016

Motie EK 34 550, D, motie-De Graaf (D66) c.s. over een Europeanisering van door EU-landen bezette zetels in de Veiligheidsraad

APB 2016 EK d.d. 01-11-2016

In behandeling

30-11-2016

Gewijzigde motie 32 735, nr. 162, motie-Knops over veroordelen van arrestaties van democratisch gekozen parlementariërs

Notaoverleg Mensenrechten d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief DIE-42665 verzonden op 27 januari 2017

30-11-2016

Gewijzigde motie 34 550-V, nr. 37, motie-Kuzu over bescherming van mensenrechtenverdedigers van het Internationaal Strafhof

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief DMM-834137 verzonden op 16 januari 2017

30-03-2017

Motie 21 501-02, nr. 1735, motie-Ten Broeke c.s. over zich binnen de Europese Unie inspannen voor een restrictief wapenexportbeleid ten aanzien van Saoedi-Arabië

VAO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 30-03-2017

Aan voldaan per brief DIE-593543 verzonden op 25 april 2017

       

30-03-2017

Motie 21 501-02, nr. 1736, motie-Ten Broeke over het verificatie- en inspectiemechanisme inzake wapens voor voedsel en hulpgoederen

VAO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 30-03-2017

Aan voldaan per brief DIE-692215 verzonden op 31 mei 2017

02-02-2017

Motie 21 501-20, nr. 1184, motie-Van Bommel over een onafhankelijk onderzoek naar gedwongen verdwijningen en martelingen in Egyptische gevangenissen

Debat over de informele Europese Top d.d. 3 februari 2017 d.d. 02-02-2017

Aan voldaan per brief DAM-161–3 verzonden op 23 februari 2017

21-04-2017

Motie 21 501-20, nr. 1209, motie-Voordewind over het juridische kader voor het reguleren van politieke activiteiten van vreemdelingen en vertegenwoordigers van buitenlandse mogendheden in Nederland

Debat over de Europese Top d.d. 29 april 2017 en over de uitkomst van het referendum in Turkije d.d. 19-04-2017

In behandeling

       

09-12-2016

Motie 21 501-02, nr. 1705, motie-Omtzigt over onderzoeken of EU-gelden direct of indirect gebruikt zijn voor marteling

VSO Raad Algemene Zaken d.d. 08-12-2016

Mondeling aan voldaan tijdens AO RAZ d.d. 18 januari 2017

23-03-2017

Motie 21 501-02, nr. 1729, motie-Omtzigt c.s. over een collectief verzoek om openbaarmaking van de rapporten van het CPT over bezoeken aan Turkse gevangenissen

VSO over de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de Europese Raad op 24 en 25 maart 2017 d.d. 23-03-2017

Aan voldaan per brief DIE- 632992 verzonden op 04 mei 2017

       

23-03-2017

Motie 21 501-02, nr. 1730, motie-Omtzigt c.s. over een gemeenschappelijke lijn over de ruimte die niet-lidstaat Turkije heeft voor het ontplooien van politieke activiteiten in de EU

VSO over de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de Europese Raad op 24 en 25 maart 2017 d.d. 23-03-2017

Aan voldaan per brief DIE-554889 verzonden op 15 april 2017

       

23-03-2017

Motie 21 501-02, nr. 1731, motie-Karabulut c.s. over zich in EU-verband inspannen voor vrijlating van gekozen parlementariërs in Turkije

VSO over de geannoteerde agenda van de informele bijeenkomst van de Europese Raad op 24 en 25 maart 2017 d.d. 23-03-2017

Aan voldaan per brief DIE-593542 verzonden op 25 april 2017

15-09-2016

Motie 21 501-20, nr. 1144, motie-Omtzigt over voor elke vergadering de uitnodigingsbrief, de relevante stukken en de kabinetsinzet naar de Kamer

Debat over de Informele Europese Top Bratislava van 16 september 2016 d.d. 14-10-2016

In behandeling

02-02-2017

Motie 21 501-20, nr. 1189, motie-Voordewind c.s. over alleen instemmen met een overeenkomst over vluchtelingen tussen de EU en Libië indien de rechten van vluchtelingen en een humane opvang gegarandeerd zijn

Debat Informele Europese Top d.d. 3 en 4 februari d.d. 02-02-2017

In behandeling

21-04-2017

Motie 21 501-20, nr. 1204, motie-Omtzigt over de verplichtingen die de EU is aangegaan namens Nederland

Debat over de Europese Top d.d. 29 april 2017 en over de uitkomst van het referendum in Turkije d.d. 19-04-2017

Aan voldaan per brief DIE-632992 verzonden op 04 mei 2017

21-04-2017

Motie 21 501-20, nr. 1205, motie-Omtzigt c.s. over de status van Turkije als kandidaat-lidstaat van de EU

Debat over de Europese Top d.d. 29 april 2017 en over de uitkomst van het referendum in Turkije d.d. 19-04-2017

Aan voldaan per brief DIE-632992 verzonden 04 mei 2017

21-04-2017

Motie 21 501-20, nr. 1207, motie-Van Ojik/Van den Hul over de financiering van ngo's voor mensenrechten na stopzetten van de pre-accessiesteun

Debat over de Europese Top d.d. 29 april 2017 en over de uitkomst van het referendum in Turkije d.d. 19-04-2017

Aan voldaan per brief DIE-632991 verzonden op 04 mei 2017

       

21-04-2017

Motie 21 501-20, nr. 1214, motie-Maeijer over het Europees Parlement met 73 Britse zetels verkleinen na Brexit

Debat over de Europese Top d.d. 29 april 2017 en over de uitkomst van het referendum in Turkije d.d. 19-04-2017

In behandeling

       

21-04-2017

Motie 21 501-20, nr. 1217, motie-Van Rooijen over in EU-verband bepleiten om pre-accessiesteun per direct op te schorten

Debat over de Europese Top d.d. 29 april 2017 en over de uitkomst van het referendum in Turkije d.d. 19-04-2017

Aan voldaan per brief DIE-593543 verzonden op 25 april 2017

21-04-2017

Motie 21 501-20, nr. 1218, motie-Van Rooijen over een beperkter Europees Parlement en een kleinere Europese Commissie

Debat over de Europese Top d.d. 29 april 2017 en over de uitkomst van het referendum in Turkije d.d. 19-04-2017

In behandeling

21-04-2017

Motie 21 501-20, nr. 1222, motie-Leijten/Van den Hul over bindende afspraken tussen VK en EU om belastingontwijking te voorkomen

Debat over de Europese Top d.d. 29 april 2017 en over de uitkomst van het referendum in Turkije d.d. 19-04-2017

In behandeling

16-05-2017

Motie 21 501-20, nr. 1227, motie- Voordewind/Leijten over geen Turks referendum op Ned. bodem over herinvoering van de doodstraf in Turkije

Debat over de uitkomsten van de Europese top van 29 april 2017 d.d. 09-05-2017

In behandeling

16-05-2017

Motie 21 501-20, nr. 1229 motie-Anne Mulder c.s. over een advies over coalitievorming met andere landen na de brexit

Debat over de uitkomsten van de Europese top van 29 april 2017 d.d. 09-05-2017

In behandeling

30-11-2016

Motie 32 735, nr. 163, motie-Knops over veroordelen van het optreden van Turkse veiligheidstroepen in het zuidoosten van Turkije

Notaoverleg Mensenrechten d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief DEU-593543 verzonden op 25 april 2017

30-11-2016

Motie 32 735, nr. 165, motie-Van Bommel over meer structurele steun aan de Internationale Commissie voor Vermiste Personen

Notaoverleg Mensenrechten d.d. 16-11-2016

In behandeling

23-09-2016

Motie 32 824, nr. 151, motie-Pechtold c.s. over veroordeling van de handelwijze van de Turkse regering na de couppoging

Debat nasleep van de legercoup in Turkije d.d. 13-09-2016

Aan voldaan per brief BZ-88383 d.d. 11 oktober 2016

30-09-2016

Motie 32 824, nr. 155, motie-van Haersma Buma c.s. over voorkomen dat gebedshuizen in Nederland worden gefinancierd door de Turkse overheid

Debat nasleep van de legercoup in Turkije d.d. 13-09-2016

Aan voldaan per brief DIE-13 verzonden op 19 april 2017

30-09-2016

Motie 32 824, nr. 158, motie-Roemer/Segers over opschorten van de pre-accessiesteun aan Turkije

Debat nasleep van de legercoup in Turkije d.d. 13-09-2016

Aan voldaan per brief DIE-88383 verzonden op 24 oktober 2016

16-05-2017

Motie 34 235, nr. 10, motie-Van der Staaij over bevorderen van een betere toepassing van de waarborgfunctie van de mensenrechten

Debat over Protocol nr. 16 Verdrag tot bescherming van de mens en de fundamentele vrijheden d.d. 10-05-2017

In behandeling

16-05-2017

Motie 34 235, nr. 11, motie-Ozutok over de mogelijke implicaties van prejudicële EHRM-adviezen

Debat over Protocol nr. 16 Verdrag tot bescherming van de mens en de fundamentele vrijheden d.d. 10-05-2017

In behandeling

24-01-2017

Motie 34 550 V, nr. 63, motie-De Roon c.s. over diplomatieke kentekens voor slechts één jaar verstrekken

VAO Diplomatieke immuniteit d.d. 19-01-2017

In behandeling

23-09-2016

Motie 34 550, nr. 13, motie-Pechtold c.s. over een antwoord formuleren op de uitkomst van het referendum over het Associatieakkoord met Oekraïne

APB TK d.d. 22-09-2016

Aan voldaan per brief DIE-1110 verzonden op 11 oktober 2016

30-11-2016

Motie 34 550-V, nr. 23, motie-Knops over het CPT-rapport betrekken bij de voortgangsrapportage over Turkije

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

In behandeling

30-11-2016

Motie 34 550-V, nr. 24, motie-Servaes c.s. over het facultatief protocol bij het ESC-verdrag

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

In behandeling

30-11-2016

Motie 34 550-V, nr. 25, motie-Servaes/Kerstens over het WK voetbal in Qatar en de situatie van arbeidsmigranten

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief BSG-13 verzonden op 25 april 2017

30-11-2016

Motie 34 550-V, nr. 31, motie-Sjoerdsma over het aanstellen van een speciale havenambassadeur

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

In behandeling

30-11-2016

Motie 34 550-V, nr. 32, motie-Voordewind c.s. over een rapport over het gebruik van de term genocide door politici

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief DJZ-257959 verzonden op 21 maart 2017

30-11-2016

Motie 34 550-V, nr. 38, motie-Kuzu over de positie van de Rohingya's

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief BSG-13 verzonden op 25 april 2017

14-02-2017

Motie 34 648, nr. 6 motie-Verhoeven over haast maken met een Gemeenschappelijk Europees Asielsysteem

Staat van de Europese Unie Sta Debat Staat van de Unie 2017 d.d. 10-02-2017

Aan voldaan per brief DIE-803358 verzonden op 27 juni 2017

Toezeggingen

Datum

Omschrijving

Herkomst

Stand van zaken

26-10-2016

De Kamer ontvangt het schematisch overzicht van de wet- en regelgeving inzake de doorvoer van militaire goederen op schrift.

AO Wapenexport beleid d.d. 25-10-2016

Aan voldaan

per brief DVB NW-740 verzonden op 21 november 2016

26-10-2016

De Kamer ontvangt nadere achtergrondinformatie met betrekking tot de historische overzichten die zijn gebruikt om te achterhalen of door Nederland geleverd (overtollig) militair materieel is ingezet in de strijd in Jemen

AO Wapenexport beleid d.d. 25-10-2016

Aan voldaan per brief DVB NW-740 verzonden op 21 november 2016

26-10-2016

De Kamer ontvangt op korte termijn een brief over de Nederlandse inzet met betrekking tot de VN-resolutie inzake kernontwapening

AO Wapenexport beleid d.d. 25-10-2016

Aan voldaan per brief DVB NW-709 verzonden op 27 oktober 2016

22-03-2017

Nederland zal de hervormingen in Montenegro blijven monitoren en bij bilaterale contacten aan de orde stellen

Plenair debat (EK) Goedkeuring Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag inzake de toetreding van Montenegro d.d. 21-03-2017

Aan voldaan per brief DVB VD-067 verzonden op 19 mei 2017

22-02-2017

Het kabinet zal de rapporten over de implementatie van de EU OEK Associatieovereenkomst die jaarlijks in de EU – OEK Associatieraad worden besproken met de Kamer delen

Plenair debat Regeling inwerkingtreding van de goedkeuring Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie met Oekraïne d.d. 21-02-2017

In behandeling

14-09-2016

De Kamer ontvangt een brief t.a.v. het EU – OEK verdrag, voorafgaand aan de ER van oktober

Debat over de Informele Europese Top Bratislava van 16 september 2016 d.d. 14-10-2016

Aan voldaan per brief DIE- 0710 verzonden op 07 oktober 2016

30-11-2016

De Kamer ontvangt voorafgaand aan de stemmingen van 8-12-2016 informatie over de dekking van het amendement-Servaes (34 550-V, nr. 17)

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief FEZ-14954 verzonden op 05 dec. 2016

18-11-2016

De Kamer ontvangt een Kamerbrief over gelden die de EU in Turkije spendeert in het kader van pre-accesie en de EU-Turkije Verklaring van 18 maart jl.

AO RAZ d.d. 10-10-2016

Aan voldaan per brief DIE-13283 verzonden op 2 december 2016

14-10-2016

De Minister zal de Anti-ISIS coalitie blijven oproepen tot een lange termijn stabilisatie strategie voor Irak

AO Nederlandse inzet in strijd tegen ISIS d.d. 28-09-2016

Aan voldaan per brief DVB-021 verzonden op 04 april 2017

10-02-2017

De Minister zal zich met de Minister voor BuHa-OS verstaan over het duurzaamheidshoofdstuk en hoe de walvisvangst daarin aan bod komt

Plenair debat Staat van de Unie d.d. 09-02-2017

Aan voldaan per brief IMH-16243 verzonden op 10 april 2017

30-11-2016

De Minister zal de Kamer een voorstel doen voor intensivering van de inzet van BZ voor slachtoffers van huwelijksdwang

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief DCV-13 verzonden op 12 juni 2017

18-11-2016

Begin december ontvangt de Kamer de reactie van het kabinet op onderzoek van dhr. Limpach over de oorlog in voormalig Nederlands-Indië

Notaoverleg mensenrechtenbeleid d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief DAO-15021 verzonden op 02 december 2016

05-01-2017

De ministers van BZ en voor BuHa-OS zullen in de volgende voortgangsrapportage de Nldse inzet op het gebied van migratie in Mali op coherente wijze uiteenzetten, inclusief de Nldse bilaterale inspanningen bij het tegengaan van documentfraude

AO verlenging MINUSMA Mali d.d. 22-12-2016

Aan voldaan per brief DVB-17 verzonden op 11 mei 2017

14-10-2016

De Minister zal extra aandacht besteden aan hoe ICC te betrekken bij vervolging oorlogsmisdaden in Syrië

Debat over de Europese Top van 20 en 21 oktober 2016 d.d. 12-10-2016

Aan voldaan per brief DIE-695597 verzonden op 24 oktober 2016

23-01-2017

De Minister stemt in met het organiseren van een besloten overleg na 7 februari met de commissie over informatievoorziening over de onderhandelingen met de EU27 en het VK over de Brexit.

AO RAZ d.d. 18-01-2017

Besloten overleg vond plaats op 10 april 2017

30-11-2016

De Minister komt uiterlijk in december terug op de ratificatie van het Facultatief Protocol bij het VN-Verdrag voor Economische, Sociale en Culturele Rechten

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief DJZ-909424 verzonden op 29 december 2016

30-11-2016

De Minister zal de Kamer inlichten over de inzet van Nederland voor de besprekingen over het verdrag voor het verbod op nucleaire wapens

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief DVB-046 verzonden op 24 maart 2017

13-09-2016

De Minister zal een brief naar de Tweede Kamer versturen met betrekking tot de Gülenlijsten

Plenair debat nasleep legercoup Turkije d.d. 13-09-2016

Aan voldaan per brief DEU-23916 verzonden op 23 september 2016

20-01-2017

De Minister zal dinsdag in Malta de EU-toetreding tot het Europees Verdrag van de rechten van de Mens aan de orde stellen en de Kamer informeren over de voortgang die tijdens het Maltees Voorzitterschap is geboekt

AO Europese rechtsstaat en mensenrechten d.d. 19-01-2017

In behandeling

30-11-2016

De Minister zal in EU-kader bezien of er een EU-eenheid gevonden kan worden om een formeel signaal aan Turkije te geven dat de toetredingsonderhandeling de facto stilliggen

AO EU uitbreiding d.d. 30-11-2016

Aan voldaan per brief DIE-907355 verzonden op 13 januari 2017

11-11-2016

De Minister zal tijdens de RAZ/RBZ pleiten voor openbaarmaking van het CPT rapport over Turkije

AO RAZ d.d. 10-11-2016

Aan voldaan per brief DIE-13283 verzonden op 2 december 2016

30-11-2016

De Minister onderzoekt of paspoortaanvragen op een verantwoorde manier overgenomen kunnen worden door externe dienstverlening

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

In behandeling

07-10-2016

De Minister zal de Kamer informeren over de voortgang van het door Turkije vrijgeven van rapport van de EU Comité voor CPT van RvE over bezoek aan gevangenissen en politiebureaus in Turkije.

AO RAZ d.d. 05-10-2016

Aan voldaan per brief DIE-732183 verzonden op 7 november 2016

20-01-2017

De Minister zal proberen activiteiten van de Europese Commissie richting Polen in de Raad aan de orde te stellen als de reactie van de Europese Commissie daartoe aanleiding geeft in februari.

AO Europese rechtsstaat en mensenrechten d.d. 19-01-2017

Aan voldaan per brief DIE-665019 verzonden op 15 mei 2017

20-01-2017

De Minister zal bij de Europese Commissie aandringen op hulp bij het versterken van nationale instituties volgende week in Malta en daarover de Kamer informeren in het verslag van de Raad Algemene Zaken.

AO Europese rechtsstaat en mensenrechten d.d. 19-01-2017

Aan voldaan per brief DIE-42665 verzonden op 27 januari 2017

30-11-2016

De Minister zal nagaan of de ambassade van Qatar in Nederland een moskee in het buitenland financiert

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief MinSZW-0000260822 verzonden op 5 december 2016

15-06-2017

Begin volgend jaar zal er een rapportage van de IOB over de evaluatie van de hele consulaire keten en consulaire dienstverlening komen

Wetgevingsoverleg Jaarverslag BuZa 2016 d.d. 12-16-2017

In behandeling

       

05-01-2017

De Kamer wordt per brief geïnformeerd over het Duitse politieke besluit na bespreking in de Bondsdag

AO MINUSMA d.d. 22-12-2016

Aan voldaan per brief DVB-16011 verzonden op 14 februari 2017

15-12-2016

Wanneer het nieuwe systeem van notificaties begin 2018 gereed is zal op basis daarvan een een naming en shaming lijst tot stand worden gebracht

AO Diplomatieke immuniteit d.d. 14-12-2016

In behandeling

15-06-2017

In de aanstaande rapportage over het gedetineerdenbeleid zal informatie komen over de allocatie van middelen, zowel kwalitatief als kwantitatief

Wetgevingsoverleg Jaarverslag BuZa 2016 d.d. 12 juni 2017

Aan voldaan per brief DCV-3902017 verzonden op 10 augustus 2017

18-05-2017

Kamer informeren over de missie van ECHO in Venezuela op humanitair terrein

AO actuele situatie in Venezuela d.d. 17-05-2017

Aan voldaan per brief DWH-13 verzonden op 5 juli 2017

15-12-2016

Kamer informeren over situatie andere landen m.b.t boeteproblematiek

AO Diplomatieke immuniteit d.d. 14-12-2016

Aan voldaan per brief DPG-13 verzonden op 18 januari 2017

15-12-2016

Kamer informeren over situatie andere landen m.b.t particuliere bedienden

AO Diplomatieke immuniteit d.d. 14-12-2016

Aan voldaan per brief DPG-15317 verzonden op 14 februari 2017

18-05-2017

Kamer informeren over terugkoppeling van Venezuela briefing in VNVR

AO Actuele situatie in Venezuela d.d. 17-05-2017

Aan voldaan per brief DWH-13 verzonden op 5 juli 2017

15-12-2016

Kamer informeren over uitkomst gesprek met VP EOB

AO Diplomatieke immuniteit d.d. 14-12-2016

Aan voldaan per brief DPG-15307 verzonden op 23 februari 2017

15-06-2017

De Kamer wordt na de zomer geïnformeerd over de evaluatie van de pilot in Edinburgh over de documentenverstrekking

Wetgevingsoverleg Jaarverslag BuZa 2016 d.d. 12-06-2017

In behandeling

18-05-2017

De Kamer wordt geïnformeerd over wat NL en de EU kunnen doen aan de humanitaire situatie in Venezuela, na bespreking met de Minister voor BuHa-OS

AO Actuele situatie in Venezuela d.d. 17-05-2017

Aan voldaan per brief DWH-13 verzonden op 5 juli 2017

15-12-2016

Wetsvoorstel notificaties zal naar de Kamer worden gestuurd en Kamer zal worden geïnformeerd over de mogelijkheden tot aanhouden diplomaten bij NLse grens

AO Diplomatieke immuniteit d.d. 14-12-2016

In behandeling

18-11-2016

De Minister zegt toe dat er in de loop van december informatie naar de Kamer komt over de stand van zaken rond de VN klachtrechtprotocollen.

Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief DJZ-909424 verzonden op 29 december 2016

22-02-2017

De Kamer informeren over gesprek met Turkse TZ en uitkomst overleg met gelijkgezinde EU-lidstaten over de kwestie van intrekking van Turkse paspoorten

Vragenuur Sjoerdsma (D66) over het bericht dat Turkije paspoorten intrekt van Turken van wie vermoed wordt dat ze banden hebben met de Gülenbeweging d.d. 21-02-2017

Aan voldaan per brief DIE-632992 verzonden op 4 mei 2017

18-11-2016

De Kamer ontvangt (zo mogelijk vóór de begrotingsbehandeling) een afschrift van antwoord van de Minister van BZ op brief Humanistisch Verbond over financiering projecten t.b.v. ongelovigen

Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief DMM-13292 verzonden op 25 november 2016

18-11-2016

De Kamer ontvangt een verslag van het komend bezoek van de mensenrechtenambassadeur aan Pakistan

Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 16-11-2016

In behandeling

18-11-2016

De Kamer ontvangt jaarlijks bij de mensenrechtenrapportage een overzicht hoeveel geld wordt uitgegeven aan bevordering MR

Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 16-11-2016

In behandeling

18-11-2016

De Kamer ontvangt vóór de begrotingsbehandeling de antwoorden op de feitelijke vragen van de commissie n.a.v. de motie-Van der Staaij over BDS

Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief DAM-673527 verzonden op 22 november 2016

18-11-2016

Op basis van de uitkomsten van de evaluatie receptorproject China besluit de Minister over verdere financiering van dit project

Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 16-11-2016

In behandeling

16-12-2016

De Minister zal ambtelijk bij de EZ navragen wanneer 1VP Timmermans de Kamer een brief zal sturen over de vraag in hoeverre EU-geld terecht is gekomen bij gevangenissen in Turkije

Plenair debat Europese Raad van 15 december 2016 d.d. 14-10-2016

Aan voldaan per brief DIE-907355 verzonden op 13 januari 2017

16-12-2016

De Kamer in GA RAZ van januari informeren welke contacten er nog met Turkije plaatsvinden nu de toetredingsonderhandelingen de facto stilliggen

Plenair debat Europese Raad van 15 december 2016 d.d. 14-10-2016

Aan voldaan per brief DIE-907355 verzonden op 13 januari 2017

13-10-2016

De Minister zal in het verslag van de RBZ 17–10 extra aandacht besteden aan hoe ICC te betrekken bij vervolging oorlogsmisdaden in Syrië

Plenair debat over de Europese Top van 20 en 21 oktober 2016 d.d. 13-10-2016

Aan voldaan per brief DIE-695597 verzonden op 24 oktober 2016

13-10-2016

De Minister zal met Commissie spreken om zeker te stellen dat die bij toetsing van de 72 criteria voor visumliberalisatie voor Turkije ook steeds kijkt naar de criteria die door CIE reeds eerder als voldaan werden aangemerkt

Plenair debat over de Europese Top van 20 en 21 oktober 2016 13-10-2016

Aan voldaan per brief DIE-695663 verzonden op 24 oktober 2016

07-10-2016

De Minister zal aan de Kamer terugkoppelen over reis naar Myanmar

AO RBZ d.d. 5-10-2016

Aan voldaan per brief DAO-88383 verzonden op 24 november 2016

10-02-2017

De Minister-President zegt toe dat de Minister van BZ een Kamerbrief zal sturen waarin wordt ingegaan op bestaande onderzoeken naar de effectiviteit van het Nederlandse optreden in de EU.

Plenair debat Staat van de Unie d.d. 09-02-2017

Aan voldaan per brief DIE-6903–33 verzonden op 10 maart 2017

18-11-2016

De Minister gaat na wat Nederland kan doen tegen kinderseks op de Filippijnen, o.a. via de liaison officer op de ambassade

Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief van V&J ref. nr. 2017930 verzonden op 16 januari 2017

18-11-2016

De Minister informeert de Kamer over de uitkomsten van het overleg over vergroting draagvlak voor ICC

Notaoverleg Mensenrechtenbeleid d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief DMM-834137 verzonden op 16 januari 2017

07-06-2017

De Minister informeert de Kamer over het vervolg van de besprekingen over de invoertarieven van de Westelijke Sahara

AO RBZ d.d. 10-05-2017

Aan voldaan per brief DIE-766555 verzonden op 16 juni 2017

18-05-2017

De Minister neemt contact op met MinVenJ om na te vragen of Maduro mogelijk onder reikwijdte initiatiefwet valt, die het onthouden van humanitaire hulp strafbaar stelt

AO Actuele situatie in Venezuela d.d. 17-05-2017

Aan voldaan per brief DWH-13 verzonden op 5 juli 2017

24-11-2016

De Minister overlegt met MinEZ en MinI&M over het voorstel een havenambassadeur aan te wijzen

Begrotingsbehandeling BuZa voor het jaar 2017

Aan voldaan per brief DIO-814875 verzonden op 28 november 2016

15-06-2017

De Minister zal de Minister-President verzoeken om in het debat over de Europese top volgende week een terugkoppeling te geven van zijn onderhoud met de Franse president Macron

AO RAZ d.d. 14–06- 2017

Mondeling aan voldaan in plenair debat over Europese top van 22 en 23 juni op 21 juni 2017

16-11-2016

De Minister zal bekijken op welke wijze de contacten van de Kamer met de Permanente Vertegenwoordiging in Brussel op een meer reguliere basis kunnen plaatsvinden.

AO EU-informatievoorziening d.d. 16–11- 2016

Aan voldaan per brief DIE-23122016 verzonden op 23 december 2016

15-06-2017

De Minister zal in de begroting en het jaarverslag informatie opnemen over de mutaties van het huisvestingsfonds; dat betreft zowel onttrekkingen als de bijdragen

Wetgevingsoverleg Jaarverslag BuZa 2016 d.d. 12-06-2017

In behandeling

16-11-2016

De Minister zal met zijn Europese collega's bespreken of het mogelijk is dat limité documenten eerder openbaar worden gemaakt

AO EU-informatievoorziening d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief DIE-66 verzonden op 28 april 2017

16-11-2016

De Minister zal voorstel doen om het mogelijk te maken dat experts vertrouwelijk EU-documenten kunnen inzien

AO EU-informatievoorziening d.d. 16-11-2016

Aan voldaan per brief DIE-2312 verzonden op 23 december 2016

01-12-2016

De Minister zegt toe een overzicht van de geldstromen naar Turkije voor aanstaande maandag [5 december 2016] aan de Kamer toe te zenden

AO EU-uitbreiding d.d. 30-11-2016

Aan voldaan per brief DIE-13283 verzonden op 2 december 2016

23-05-2017

De Minister zegt toe te rapporteren over de wijze waarop het Associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne ook expliciet wordt benut om de positie van joodse, christelijke en andere minderheden in Oekraïne te versterken.

Plenair debat (EK) Regeling inwerkingtreding goedkeuring Associatieovereenkomst EU en EG voor Atoomenergie met Oekraïne d.d. 23-05-2017

In behandeling

15-06-2017

De Minister zegt toe om de kabinetsappreciatie van het discussiepaper van de Europese Commissie over de toekomstscenario’s voor de Europese defensie aan de Kamer toe te zenden

AO RAZ d.d. 14-06-2017

Aan voldaan per brief van DEF met kenmerk BS2017019003 verzonden op 16 juni 2017

15-06-2017

De Minister zegt toe om een kopie van het Nederlandse bid-book voor een nieuwe vestigingslocatie voor het Europese Geneesmiddelenagentschap aan de Kamer toe te zenden

AO RAZ d.d. 14-06-2017

Aan voldaan per brief van VWS met kenmerk 1175025–166081-GMT verzonden op 11 juli 2017

01-12-2016

De Minister zegt toe om eenheid in de EU te zoeken om een formeel signaal aan Turkije af te geven, waarover uiterlijk op 13 december 2016 aan de Kamer wordt gerapporteerd

AO EU-uitbreiding d.d. 30-11-2016

Aan voldaan per brief DIE-866202 verzonden op 13 december 2016

15-06-2017

De Minister zegt toe om het krantenbericht over migranten die in vliegtuigen vanuit Griekenland met valse papieren naar andere lidstaten reizen door te geleiden naar de beide bewindspersonen van V&J

AO RAZ d.d. 14–06- 2017

Verzoek is doorgeleid.

BIJLAGE 3: OVERZICHT SUBSIDIES BUITENLANDSE ZAKEN

Bedragen x 1.000 Euro

Bedragen zijn gebaseerd op de kasramingen per individuele verplichting geregistreerd in het managementinformatiesysteem per 1 juni 2017. De toerekening van de geregistreerde subsidieverplichtingen aan de relevante subsidieregelingen is handmatig tot stand gekomen. Het managementinformatiesysteem registreert geen subsidieregelingen waardoor de koppeling van individuele susbsidies aan de van toepassing zijnde subsidieregeling vanuit het managementinformatiesysteem niet mogelijk is. Er wordt een voorbehoud gemaakt omtrent de juistheid en volledigheid van de gegevens opgenomen in onderstaand subsidieoverzicht.

Begrotingsartikel

Naam subsidieregeling

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Laatste evaluatie (jaartal + hyperlink vindplaats)

Volgende evaluatie (jaartal)

Einddatum subsidie (regeling jaartal)

1.1.

Subsidieregeling BZ 2006

5.920

5.683

4.439

9

0

0

0

2017

2022

2022

1.2.

Mensenrechtenfonds 2012- 2015

621

401

0

0

0

0

0

2014

2020

2015

1.2.

Mensenrechtenfonds Kleine Activiteiten 2014

4.411

4.815

958

0

0

0

0

2014

2020

2014

1.2.

Mensenrechtenfonds Kleine Activiteiten 2015/2016

1.746

1.421

443

76

20

0

0

2014

2020

2016

1.2.

Subsidieregeling BZ 2006

19.783

15.899

9.595

8.630

6.247

1.787

0

2017

2022

2022

2.1.

Subsidieregeling BZ 2006

2.225

2.068

1.448

560

25

0

0

2017

2022

2022

2.2.

Subsidieregeling BZ 2006

6.050

3.571

1.237

699

14

0

0

2017

2022

2022

2.3.

Subsidieregeling BZ 2006

105

65

55

55

0

0

0

2017

2022

2022

2.4.

Mine Action en Clustermunitie 2016–2020

15.999

11.008

7.589

3.312

0

868

0

 

2018

2020

2.4.

Humanitair ontmijnen en clustermunitie

2.717

2.603

0

0

0

0

0

 

2018

2016

2.4.

Subsidieregeling BZ 2006

18.130

12.279

4.944

3.960

775

131

0

2017

2022

2022

2.5.

Subsidieregeling BZ 2006

3.607

1.355

339

168

0

0

0

2017

2022

2022

3.4.

Subsidieregeling BZ 2006

348

278

70

0

0

0

0

2017

2022

2022

4.1.

Gedetineerdenbegeleiding 2015–2016

1.372

1.589

1.318

452

193

0

0

 

2019 Beleids doorlichting Consulaire belangen behartiging

2016

4.3.

Subsidieregeling BZ 2006

2.851

2.475

1.259

1.034

827

207

0

2017

2022

2022

4.4.

Subsidieregeling BZ 2006

5.431

2.710

1.941

1.142

1.053

238

198

2017

2022

2022

 

Totaal

91.319

68.222

35.635

20.097

9.154

3.231

198

     

BIJLAGE 4: EVALUATIE- EN ONDERZOEKSTABEL

Bijlage evaluatie en overig onderzoek1 2 3

1

Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten

Doelstelling

Titel

Start

Afronding

1a

beleidsdoorlichtingen

       
   

1.1

Bevordering Internationale Rechtsorde4

2013

2016

1b

Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

       

3

Overig onderzoek

       
1

De begroting van BZ is in 2013 opgesplitst in de begroting van BZ (Hfst. 5) en BHOS (Hfst. 17). Er zijn toen nieuwe beleidsartikelen en beleidsdoelstellingen geformuleerd.

2

Bij BZ en BHOS is het wel de wens om beleidsdoorlichtingen van één beleidsartikel uit te voeren maar inhoudelijk is dat nog niet mogelijk gebleken. Beleidsdoorlichtingen vinden in de meeste gevallen plaats op één niveau lager namelijk van de beleidsdoelstellingen. Voor artikel 3 (Europese Samenwerking) is dit nu wel voorzien in 2021. De laatste beleidsdoorlichting op beleidsdoelstellingsniveau (3.2) van artikel 3 wordt momenteel uitgevoerd en zal in 2017 worden opgeleverd.

4

Dit is een gecombineerde beleidsdoorlichting van beleidsdoelstelling 1.1 en 2.4.

2

Veiligheid en stabiliteit

Doelstelling

Titel

Start

Afronding

1a

beleidsdoorlichtingen

       
   

2.1

NL inzet via EU en NAVO

 

2019

   

2.2

Bestrijding International Terrorisme

 

2019

   

2.3

Ontwapening, wapenbeheersing en wapenexportbeleid

 

2017

   

2.4

Bevordering Internationale Rechtsorde1

2013

2016

   

2.5

Gecombineerd met 3.2

 

2017

1b

Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

       
   

2.1

GVDB/EVDB

 

2018

   

2.2

Subsidie: International Centre for Counter-Terrorism

 

2017

   

2.4

Stabiliteitsfonds

 

2017

   

2.5

Shiraka (opvolger Matra Zuid)

 

2020

3

Overig onderzoek

       
     

Budget Internationale Veiligheid2

2016

2017

1

Dit is een gecombineerde beleidsdoorlichting van beleidsdoelstelling 1.1 en 2.4.

2

Dit is een beleidsdoorlichting van het Ministerie van Defensie in samenwerking met het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

3

Europese samenwerking

Doelstelling

Titel

Start

Afronding

1a

beleidsdoorlichtingen

       
   

3

Beleidsdoorlichting van de Europese samenwerking

 

2021

   

3.2

Nabuurschapbeleid

2014

2017

1b

Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

       
   

3.1

Lissabonverdrag

 

2018

   

3.3

Raad van Europa

 

2020

   

3.4

Verdragsmatige Benelux samenwerking

 

2018

3

Overig onderzoek

       

4

Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen

Doelstelling

Titel

Start

Afronding

1a

beleidsdoorlichtingen

       
   

4

Beleidsdoorlichting Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen1

 

2019

   

4.3

NL cultuur in het buitenland

2014

2016

   

4.4

Publieksdiplomatie

2013

2016

1b

Ander ex-post onderzoek naar doeltreffendheid en doelmatigheid

       
   

4.1

Gedetineerdenbegeleiding (2012–2014)

 

2017

   

4.1

Consulaire dienstverlening (met 4.2)1

 

2018

   

4.2

Zie 4.1 hierboven1

 

2018

   

4.5

NL Gastland1

 

2017

3

Overig onderzoek

       
1

De gecombineerde beleidsdoorlichting van beleidsdoelstelling 4.1 en 4.2 en die voor 4.5 zijn omgezet in een beleidsdoorlichting voor het gehele artikel in 2019. De beleidsdoelstellingen worden geëvalueerd in 2017 (4.5) en 2018 (4.1 en 4.2). De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd in juli 2017.

LIJST VAN AFKORTINGEN

AAB

Algemene Ambtsbericht

ACS

Association of Caribbean States

ACOTA

Africa Contingency Operations Training & Assistance

AIB

Academie Internationale Betrekkingen

AIV

Adviesraad Internationale Vraagstukken

ASEAN

Association of Southeast Asian Nations, Associatie van Zuidoost-Aziatische Naties

BBP

Bruto Binnenlands Product

BHOS

Ministerie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

BIV

Budget Internationale Veiligheid

BNI

Bruto Nationaal Inkomen

Brexit

Verenigd Koninkrijk stapt uit de EU

BSB

Brigade Speciale Beveiligingsopdrachten

BTWC

Biologisch en Toxische Wapens Verdrag (155)

BUZA

Ministerie van Buitenlandse Zaken

CD

Corps Diplomatique

CPB

Centraal Planbureau

CPT

European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment

CSO

Consulaire Service Organisatie

CTBTO

Comprehensive Test Ban Treaty Organization (Alomvattend Kernstopverdrag (138))

CVE

Common Vulnerabilities and Exposures (cyber security)

ECHO

Humanitarian Aid department of the European Commission

EHRM

Europees Hof voor de Rechten van de Mens

EIPA

European Institute of Public Administration

EM

Eigen middelen besluit

EOF

Europees Ontwikkelings Fonds

ESC-verdrag

Economische, sociale en culturele rechten verdrag

EU

Europese Unie

EUGS

EU global Strategy on Foreign and Security Policy

EUROSTAT

DG van EU (statistieken)

EVDB

Europees Veiligheids- en Defensiebeleid

EVRM

Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens

EZ

Ministerie van Economische Zaken

FSO

Financiële service organisatie

GVDB

Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid

G20

Groep van Twintig

HGIS

Homogene Groep Internationale Samenwerking

HNW

Het Nieuwe Werken

IAB

Individuele Ambtsberichten

IAEA

International Atomic and Energy Agency

ICB

Internationaal Cultuurbeleid

ICC

International Criminal Court

ICCT

International Centre for Counter-Terrorism

IIIM

International, Impartial and Independent Mechanism

IO’s

Internationale Organisaties

ISIS

Islamitic State of Iraq and Syria

LHBTI

Lesbiennes, Homo’s, Bi- en Transseksuelen en Interseksuelen

MATRA

Maatschappelijke Transformatie

MFK

Meerjarig Financieel Kader

MINUSMA

United Nations Multidimensional Integrated Stabilization Mission in Mali

MVV

Machtiging tot Voorlopig Verblijf

NAVO

Noord-Atlantische Verdrags Organisatie

NCIA

NAVO communicatie- en informatieagentschap

NFRP

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen

NGO

Non-Gouvernementele Organisatie

NPDI

Non-proliferation and Disarment Initiative

NPV

Non-Proliferatie Verdrag (189)

ODA

Official Development Assistance (officiële ontwikkelingshulp)

OESO

Organisatie Economische Samenwerking en Ontwikkeling

OHCHR

Hoge commissaris voor de Rechten van de Mens

OS

Ontwikkelingssamenwerking

OVSE

Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa

OPCW

Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons

PACE

Parliamentary Assembly of the Council of Europe

POBB

Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid

RAZ

Raad Algemene Zaken

RBZ

Raad Buitenlandse Zaken

RNW

Radio Nederland Wereldomroep

RvE

Raad van Europa

SDGs

Sustainable Development Goals (duurzame ontwikkelingsdoelen)

SGVN

Secretaris Generaal van de Verenigde Naties

Shiraka

Partnerschappen voor ondersteuning democratische transitie in de Arabische regio

SSO

Shared Service Organisatie

SSR

Security Sector Reform

UNMAS

United Nations Mine Action Services

VAO Raad

Verslag Algemeen Overleg Raad

VK

Verenigd Koninkrijk

VN

Verenigde Naties

VNVR

Veiligheidsraad van de Verenigde Naties

VS

Verenigde Staten

WEU

West-Europese Unie

ZBO

Zelfstandig Bestuursorgaan

6. Toelichting per beleidsartikel

Beleidsartikel 1

Beleidsartikel 1 Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

     

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

91.005

0

91.005

12.509

103.514

10.632

8.832

4.832

4.832

                       

Uitgaven:

                 
                       

Programma-uitgaven totaal

109.805

0

109.805

11.109

120.914

10.632

8.632

4.632

4.632

   

waarvan juridisch verplicht

       

97%

       
                       

1.1

Goed functionerende internationale instellingen met een breed draagvlak

56.035

 

56.035

5.677

61.712

1.000

– 1.000

– 5.000

– 5.000

                       
 

Subsidies

                 
   

Internationaal recht

6.635

 

6.635

6.750

13.385

6.000

4.000

   
                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Verenigde Naties

39.525

 

39.525

– 3.250

36.275

– 5.000

– 5.000

– 5.000

– 5.000

   

OESO

6.175

 

6.175

0

6.175

       
   

VNVR projectkosten

400

 

400

2.177

2.577

       
   

Internationaal Strafhof

3.300

 

3.300

0

3.300

       
                       

1.2

Bescherming en bevordering van mensenrechten

53.770

0

53.770

5.432

59.202

9.632

9.632

9.632

9.632

                       
 

Subsidies

                 
   

Bevordering van het vrije woord

0

 

0

0

0

       
   

Landenprogramma's mensenrechten

26.120

 

26.120

2.444

28.564

4.334

4.334

4.334

4.334

                       
 

bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

Landenprogramma's mensenrechten

20.000

 

20.000

2.988

22.988

5.298

5.298

5.298

5.298

   

Centrale mensenrechtenprogramma's

7.650

 

7.650

0

7.650

       

Verplichtingen:

Het verplichtingenbudget voor artikel 1; Versterkte internationale rechtsorde en eerbiediging van mensenrechten» neemt toe als gevolg van een nieuwe meerjarige afspraak met de Carnegiestichting (de eigenaar van het «Vredespaleis») die in 2018 wordt afgesloten. Daarnaast neemt het budget voor mensenrechten toe in lijn met het regeerakkoord, waarin gevraagd wordt om een ophoging van het Mensenrechtenfonds binnen de bestaande begroting.

Uitgaven:

Artikel 1.1:

Als onderdeel van het gastlandbeleid heeft Nederland een verantwoordelijkheid voor de huisvesting van het Internationaal Gerechtshof en het Permanent Hof van Arbitrage. Beide organisaties zijn gehuisvest in het Vredespaleis. In verband met grootschalig onderhoud zullen de hoven alternatief worden gehuisvest. Hiertoe is het budget voor «Goed functionerende internationale instellingen», het onderdeel internationaal recht, voor de periode 2018–2020 verhoogd. Deze middelen worden vanuit de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) toegevoegd aan de BZ-begroting. Daarnaast is het bij de invulling van het tijdelijke lidmaatschap van Nederland van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties van belang dat Nederland beschikt over slagkracht en flexibiliteit om in te kunnen spelen op kansen en behoeftes. Hiertoe wordt het budget voor het initiëren van nieuwe projecten verhoogd met ruim EUR 2 miljoen. Ten slotte is het meerjarig kasritme voor de bijdragen aan de Verenigde Naties is aangepast. Dit wordt binnen het beleidsartikel gebruikt ter dekking van de extra inzet op mensenrechten, conform het regeerakkoord (zie ook de toelichting bij artikel 1.2) en de verhoging van het budget voor Internationaal recht ten behoeve van de bewijzenbank Syrië (de VN-databank voor bewijsmateriaal van ernstige misdaden die in de afgelopen jaren in Syrië zijn gepleegd).

Artikel 1.2:

Conform de afspraak in het Regeerakkoord, neemt het budget voor Mensenrechten meerjarig toe. Daarnaast is bij de behandeling van de BZ-begroting 2018 een tweetal moties ingediend (motie 34 775 V nr. 26 Sjoerdsma c.s. en motie 34 775 V nr. 29 Voordewind c.s.) waarin wordt gevraagd middelen vrij te maken binnen het Mensenrechtenfonds voor Nederlandse en buitenlandse journalisten in nood en voor extra inzet op godsdienstvrijheid. Deze uitvoering wordt binnen het verhoogde budget opgenomen.

Beleidsartikel 2

Beleidsartikel 2 Veiligheid en stabiliteit Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

     

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

232.949

0

232.949

40.900

273.849

12.700

14.600

15.000

15.000

Uitgaven:

                 
                       

Programma-uitgaven totaal

249.370

0

249.370

43.166

292.536

10.522

8.568

9.968

9.968

   

waarvan juridisch verplicht

       

90%

       
                       

2.1

Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid

11.015

 

11.015

2.200

13.215

0

0

0

0

                       
 

Subsidies

                 
   

Programma ondersteuning buitenlands beleid

1.750

 

1.750

1.000

2.750

       
   

Atlantische Commissie

500

 

500

0

500

       
                       
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

NAVO

7.200

 

7.200

0

7.200

       
   

Veiligheidsfonds

500

 

500

1.200

1.700

       
   

WEU

565

 

565

0

565

       
   

Overige

500

 

500

0

500

       
                       

2.2

Bestrijding en terugdringing van internationaal terrorisme en andere vormen van internationale criminaliteit

9.265

 

9.265

5.753

15.018

5.700

7.600

8.000

8.000

 

Subsidies

                 
   

Anti-terrorisme instituut

665

 

665

453

1 118

       
                       
 

Opdrachten

                 
   

Global Forum on Cyber Expertise

400

 

400

0

400

       
   

Cyber security

500

 

500

2.800

3.300

4.200

3.500

3.900

3.900

   

Overige

500

 

500

0

500

       
                       
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

Contra-terrorisme

7.200

 

7.200

2.500

9.700

1.500

4.100

4.100

4.100

                       

2.3

Bevordering van ontwapening en wapenbeheersing, bestrijding van proliferatie van massavernietigingswapens en het voeren van een transparant en verantwoord wapenexportbeleid

10.855

 

10.855

100

10.955

0

0

0

0

                       
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

IAEA

7.317

 

7.317

0

7.317

       
   

OPCW en andere ontwapeningsorganisaties

1.618

 

1.618

100

1.718

       
   

CTBTO

1.920

 

1.920

0

1.920

       
                       

2.4

Bevordering van veiligheid, stabiliteit en rechtsorde in internationaal verband

197.978

 

197.978

27.084

225.062

– 2.178

– 6.032

– 5.032

– 5.032

                       
 

Subsidies

                 
   

Landenprogramma's veiligheid voor mensen (stabiliteitsfonds)

31.000

 

31.000

7.350

38.350

– 1.500

– 2.500

– 2.500

– 2.500

   

Nederland Helsinki Comité

28

 

28

0

28

       
                       
 

Bijdragen (inter) nationale organisaties

                 
   

OVSE

7.195

 

7.195

0

7.195

       
   

VN-contributie voor crisisbeheersingsoperaties

99.849

 

99.849

6.500

106.349

       
   

Landenprogramma's veiligheid voor mensen (Stabiliteitsfonds)

51.900

 

51.900

7.350

59.250

– 678

– 3.532

– 2.532

– 2.532

   

Training buitenlandse diplomaten

2.500

 

2.500

0

2.500

       
   

Overige

5.506

 

5.506

5.884

11.390

       
                       

2.5

Bevordering van transitie in prioritaire gebieden

20.257

 

20.257

8.029

28.286

7.000

7.000

7.000

7.000

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties/Subsidies

                 
   

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «MATRA»

7.822

 

7.822

4.000

11.822

4.000

4.000

4.000

4.000

   

Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP); «Shiraka»

12.435

 

12.435

4.029

16 464

3.000

3.000

3.000

3.000

                       

Ontvangsten

1.227

 

1.227

0

1.227

0

0

0

0

                       

2.10

Doorberekening Defensie diversen

227

 

227

0

227

       

2.40

Restituties programma's

1.000

 

1.000

0

1.000

       

Verplichtingen:

Het regeerakkoord heeft een ambitieuze cybersecurity-agenda. Verdere versterking van de internationale aanpak maakt hiervan deel uit. Hiervoor zijn extra middelen voorzien voor Buitenlandse Zaken. Daarnaast wordt binnen de begroting van Buitenlandse Zaken budget vrijgemaakt om aanvullend in te zetten op cyberveiligheid. Deze middelen worden met name ingezet voor het bevorderen van een normatief internationaal kader voor cyberactiviteiten en versterking van de cyberkennis van medewerkers. Ten slotte wijzigt het verplichtingenbudget voor het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP). Dit richt zich op rechtsstaatsontwikkeling, goed bestuur en democratisering in de landen in de ring van instabiliteit. Het betreft de programma’s voor Oost-Europa (Matra) en Noordelijk Afrika en Midden-Oosten (Shiraka). In lijn met het regeerakkoord en de motie Ten Broeke c.s. wordt het NFRP-budget structureel verhoogd. Binnen de BZ-begroting worden hiervoor middelen vrijgemaakt.

Uitgaven:

Artikel 2.1:

Het budget voor «Goede internationale samenwerking ter bevordering van de eigen en bondgenootschappelijke veiligheid» wordt in 2018 incidenteel verhoogd ten behoeve van extra inzet op het veiligheidsfonds en het Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid/Veiligheidsbeleid (POBB/VB). Hiermee wordt ingespeeld op kleinschalige initiatieven die bijdragen aan de uitvoering en ontwikkeling van beleid op het gebied van vrede en veiligheid. De middelen zijn vanuit de eindejaarsmarge toegevoegd.

Artikel 2.2:

Het budget voor Bestrijding en terugdringing internationaal terrorisme wordt structureel verhoogd. Het betreft een voortzetting van de inzet op het terrein van contraterrorisme-capaciteitsopbouw en gerichte preventie onder andere via (1) grootschaliger projecten en (2) intensivering van de politieke dialoog met andere landen en donoren. Deze extra inzet wordt binnen de BZ-begroting opgevangen. Daarnaast wordt binnen de BZ-begroting budget vrijgemaakt om in te zetten op cybersecurity. Deze middelen worden onder meer ingezet voor het bevorderen van een normatief internationaal kader voor cyberactiviteiten en versterking van de kennispositie van de medewerkers op het gebied van cyber. Ten slotte neemt het budget voor 2018 toe als gevolg van uitgestelde betalingen uit 2017 op het terrein van cybersecurity, contra-terrorisme en de bijdrage aan het antiterrorisme instituut. Deze middelen worden via de HGIS-eindejaarsmarge toegevoegd aan de BZ-begroting 2018.

Artikel 2.4:

Bij de Voorjaarsnota wordt jaarlijks het Budget Internationale Veiligheid (BIV) technisch overgeheveld naar de begroting van BZ. Deze middelen worden ingezet voor activiteiten op het gebied van vrede, conflictpreventie, veiligheid en stabiliteit en de beveiliging van diplomaten en ambassades in gebieden waar dat noodzakelijk is. Ook is de bijdrage voor VN crisisoperaties in 2018 bijgesteld. Daarnaast neemt het budget voor 2018 toe doordat geplande betalingen uit 2017 zijn doorgeschoven naar 2018. Via de HGIS-eindejaarsmarge zijn deze middelen toegevoegd aan de BZ-begroting.

Artikel 2.5:

Het Nederlands Fonds voor Regionale Partnerschappen (NFRP) richt zich op rechtsstaatsontwikkeling, goed bestuur en democratisering in de landen in de ring van instabiliteit. Het betreft de programma’s voor Oost-Europa (Matra) en Noordelijk Afrika en Midden-Oosten (Shiraka). In lijn met het Regeerakkoord en de motie Ten Broeke c.s. wordt het NFRP-budget structureel verhoogd met in totaal EUR 7 miljoen per jaar. Binnen de BZ-begroting worden hiervoor middelen vrijgemaakt. Voor 2018 is het budget iets hoger omdat enkele betalingen uit 2017 zijn doorgeschoven naar dit begrotingsjaar via de HGIS-eindejaarsmarge.

Beleidsartikel 3

Beleidsartikel 3 Europese samenwerking Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

     

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

8.186.402

0

8.186.402

– 11.529

8.174.873

177.812

189.988

– 10.646

0

                       

Uitgaven:

                 
                       

Programma-uitgaven totaal

8.389.205

0

8.389.205

25.205

8.414.410

229.078

231.534

45.250

0

   

waarvan juridisch verplicht

       

100%

       
                       

3.1

Een democratische, slagvaardige en transparante Europese Unie die haar burgers vrijheid, recht, veiligheid, welvaart en duurzame economische groei biedt

8.181.423

0

8.181.423

– 12.029

8.169.394

187.532

189.988

– 912

0

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

BNI-afdracht

4.202.573

 

4.202.573

– 13.808

4.188.765

187.466

190.882

   
   

BTW-afdracht

545.600

 

545.600

1.779

547.379

66

– 894

– 912

 
   

Invoerrechten

3.433.250

 

3.433.250

0

3.433.250

       
                       

3.2

Een effectief, efficiënt en coherent optreden van de Unie ten opzichte van derde landen en regio's, inclusief ontwikkelingslanden

192.735

0

192.735

36.734

229.469

41.546

41.546

46.162

0

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Europees Ontwikkelingsfonds

192.735

 

192.735

36.734

229.469

41.546

41.546

46.162

 
                       

3.3

Een hechtere Europese waardengemeenschap

9.720

0

9.720

0

9.720

0

0

0

0

                       
 

Bijdragen (internationale organisaties

                 
   

Raad van Europa

9.720

 

9.720

0

9.720

       
                       

3.4

Versterkte Nederlandse positie in de Unie van 28

5.327

0

5.327

500

5.827

0

0

0

0

                       
 

Subsidies/Opdrachten

                 
   

EU-voorzitterschap

0

 

0

0

0

       
   

programmatische ondersteuning

1.000

 

1.000

500

1.500

       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Benelux bijdrage

3.979

 

3.979

0

3.979

       
   

EIPA

348

 

348

0

348

       
                       

Ontvangsten

686.901

0

686.901

463.803

1.150.704

0

0

0

0

                       

3.10

Diverse ontvangsten EU

686.651

0

686.651

463.803

1.150.454

0

0

0

0

   

Invoerrechten

686.651

 

686.651

0

686.651

       
   

Overige ontvangsten EU

0

 

0

463.803

463.803

       
                       

3.30

Restitutie Raad van Europa

250

0

250

0

250

0

0

0

0

Verplichtingen en uitgaven:

Artikel 3.1:

Het budget voor de afdrachten aan de Europese Unie kent een aantal mutaties. In onderstaande tabel zijn deze geclusterd opgenomen. Hieronder is de toelichting op elk van deze bijstelling opgenomen.

Artikel 3.1

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1. Begrotingsakkoord 2018: overige inkomsten EU begroting

– 13.808

0.066

0

0

0

0

2. DAB 6: effect op BTW afdracht 2018 via UK rebate

1.779

0

0

0

0

0

3. DAB 6 2017: Effect vertragingen

0

187.466

189.988

– 0.912

0

0

1. Begrotingsakkoord 2018: overige inkomsten EU-begroting:

Bij de aanname van de Europese begroting 2018 is de Europese begrotingspost «overige inkomsten EU-begroting» iets hoger vastgesteld dan Nederland bij Miljoenennota 2018 had geraamd. Deze opwaartse bijstelling van overige Europese inkomsten voor de EU-begroting betekent automatisch dat de lidstaten iets minder hoeven af te dragen. Voor Nederland leidt dit tot een EUR 14 miljoen lagere afdracht in 2018.

2. DAB 6: effect op BTW-afdracht 2018 via «UK rebate» (VK-correctie):

Het gaat hier om een beperkte aanpassing van de raming van de Nederlandse bijdrage aan de Britse korting, die in de BTW-afdracht verwerkt is. Deze aanpassing is een uitvloeisel van de aanname van de zesde aanvullende begroting van de EU voor 2017 (DAB 6).

3. DAB 6 2017: Effect vertragingen en hogere overige ontvangsten EU:

De zesde aanvullende begroting over 2017 werd in 2017 goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement, maar deze goedkeuring kwam te laat om nog budgettair in 2017 verwerkt te worden. Doordat het budgettaire effect over de jaargrens verschoof, is deze ook verschoven van een verlaging van de BNI-afdracht in 2017 naar een overige ontvangst onder Artikel 3.10 van de begroting van Buitenlandse Zaken in 2018. Het verwerken van de effecten van de zesde aanvullende begroting 2017 (Draft Amending Budget DAB) van de EU leidt tot een tegenvaller in latere jaren bij de BNI-afdracht. Daarnaast zijn er hogere boete-ontvangsten van de EU in 2017 die automatisch leiden tot een lagere afdracht voor de lidstaten.

Artikel 3.2:

Het budget voor een effectief, efficiënt en coherent optreden van de Unie neemt toe. Dit wordt veroorzaakt doordat de afdracht aan het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) stijgt. Jaarlijks, in oktober, bepaalt de Europese Commissie de afdrachten van de lidstaten aan dit fonds. De afspraak is dat Nederland over de periode 2014–2020 in totaal EUR 1,45 miljard (volgens de verdeelsleutel van 4,77%) betaalt. De jaarlijkse afdracht komt tot stand in onderhandeling met de lidstaten. De verhoging van het budget wordt binnen het ODA-plafond opgevangen. Dit wordt verrekend op de begroting van BHOS.

Ontvangsten:

Artikel 3.10:

De ontvangsten nemen per saldo toe. In onderstaande tabel is opgenomen uit welke onderdelen deze wijziging bestaat:

Art 3.10

2018

2019

2020

2021

2022

2023

1. DAB 6 2017: Effect Spring Forecast 2017

– 64.543

0

0

0

0

0

2. DAB 6 2017: Effect vertragingen en hogere overige ontvangsten EU

464.425

0

0

0

0

0

3. Nacalculatie 2017

63.921

0

0

0

0

0

1. DAB 6 2017: Spring forecast (Economische Voorjaarsprognose) 2017:

De Economische Voorjaarsprognose over 2017 is in de zesde aanvullende begroting (DAB 6) 2017 gepresenteerd door de Europese Commissie. Omdat deze DAB te laat in 2017 is aangenomen konden de effecten niet meer in 2017 door de Europese Commissie in de afdrachten verwerkt worden. De Voorjaarsprognose over 2017 zou, wanneer deze in 2017 zou zijn verwerkt tot een EUR 65 miljoen hogere BTW- en BNI-afdracht in 2017 hebben geleid. Echter doordat de budgettaire verwerking naar 2018 is geschoven, leidt dit tot een tegenvaller van circa EUR 65 miljoen op de overige ontvangsten in 2018 op artikel 3.10.

2. DAB 6 2017: Effect vertragingen en hogere overige ontvangsten EU:

De zesde aanvullende begroting over 2017 werd in 2017 goedgekeurd door de Raad en het Europees Parlement, maar deze goedkeuring kwam te laat om nog budgettair in 2017 verwerkt te worden. Doordat het budgettaire effect over de jaargrens verschoof, is deze ook verschoven van een verlaging van de BNI-afdracht in 2017 naar een overige ontvangst onder Artikel 3.10 van de begroting van Buitenlandse Zaken in 2018. Het verwerken van de effecten van de zesde aanvullende begroting 2017 (Draft Amending Budget DAB) van de EU leidt tot een meevaller in 2018 bij de overige ontvangsten. De meevaller wordt met name veroorzaakt door vertraging in de uitvoering van cohesiebeleid die naar verwachting later wordt ingehaald. De vertragingen bij het opstarten van nieuwe cohesie programma’s zijn al langer bekend en zorgden in 2016 ook voor een neerwaartse bijstelling. Er is op dit moment geen specifieke informatie beschikbaar over wanneer deze uitgaven precies zullen plaatsvinden, daarom wordt vooralsnog ervan uitgegaan dat ze gelijkelijk verdeeld worden over 2019 en 2020 (de laatste twee jaren van het huidige MFK), enkel gecorrigeerd voor inflatie. Dat leidt in die jaren tot een hogere BNI-afdracht onder Artikel 3.1. DAB 6 2017 is nader toegelicht in de brief van 25 oktober 20171.

3. Nacalculatie 2017:

In januari 2018 heeft de Europese Commissie de effecten van de nacalculatie uit 2017 gepresenteerd. Voor Nederland leidt deze nacalculatie tot een teruggave van EUR 64 miljoen, te ontvangen onder Artikel 3.10 «overige ontvangsten», die dit jaar zal worden ontvangen. Deze nacalculatie over 2017 is nader toegelicht in de kamerbrief van 13 februari 20182

Beleidsartikel 4

Beleidsartikel 4 Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

     

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

42.472

0

42.472

22.826

65.298

6.260

5.110

2.098

2.098

                       

Uitgaven:

                 
                       

Programma-uitgaven totaal

50.093

0

50.093

11 957

62.050

5.050

3.900

600

600

   

waarvan juridisch verplicht

       

60%

       
                       

4.1

Op basis van eigen verantwoordelijkheid consulaire dienstverlening bieden aan Nederlanders in het buitenland

13.645

0

13.645

4.117

17.762

300

300

300

300

                       
 

Subsidies

                 
   

Gedetineerdenbegeleiding

1.900

 

1.900

17

1.917

       
                       
 

Opdrachten

                 
   

Consulaire bijstand

259

 

259

1.400

1.659

       
   

Gedetineerdenbegeleiding

200

 

200

0

200

       
   

Reisdocumenten en verkiezingen

4.320

 

4.320

300

4.620

       
   

Consulaire opleidingen

400

 

400

0

400

       
   

Consulaire informatiesystemen

6.566

 

6.566

2.400

8.966

300

300

300

300

                       

4.2

Samen met (keten) partners het personenverkeer reguleren

6.199

 

6.199

3.630

9.829

2.850

1.700

300

300

                       
 

Opdrachten

                 
   

Visumverlening

1.100

 

1.100

0

1.100

       
   

Ambtsberichtenonderzoek

150

 

150

0

150

       
   

Legalisatie en verificatie

80

 

80

0

80

       
   

Consulaire informatiesystemen

4.006

 

4.006

3.630

7.636

2.850

1.700

300

300

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Asiel en migratie

863

 

863

0

863

       
                       

4.3

Grotere buitenlandse bekendheid met de Nederlandse cultuur

7.856

0

7.856

0

7.856

0

0

0

0

                       
 

Subsidies

                 
   

Internationaal Cultuurbeleid

7.856

0

7.856

0

7.856

       
                       

4.4

Het inzetten van Publieksdiplomatie door het Postennetwerk en BZ om het beeld van Nederland in het buitenland te versterken en op een positief realistische manier uit te dragen

19.606

0

19.606

730

20.336

0

0

0

0

                       
 

Subsidies

                 
   

Instituut Clingendael

800

 

800

0

800

       
   

Programma ondersteuning buitenlands beleid

4.124

 

4.124

500

4.624

       
   

Overige subsidies

0

 

0

0

0

       
                       
 

Opdrachten

                 
   

Onderzoeksprogramma's

1.620

 

1.620

0

1.620

       
   

Bezoeken hoogwaardigheidsbekleders en uitgaven Corps Diplomatique en internationale Organisaties

3.000

 

3.000

0

3.000

       
   

waarvan in- en uitgaande Staatsbezoeken

2.000

 

2.000

0

2.000

       
   

Adviesraad Internationale vraagstukken

525

 

525

0

525

       
   

Internationale manifestaties en diverse bijdragen

0

 

0

30

30

       
                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Landenprogramma's algemene voorlichting en kleine programma's

9.017

 

9.017

200

9.217

       
   

Europese bewustwording

520

 

520

0

520

       
                       

4.5

Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland

2.787

 

2.787

3.480

6.267

1.900

1.900

0

0

                       
 

Bijdragen (inter)nationale organisaties

                 
   

Speciaal Tribunaal Libanon

320

 

320

1 900

2.220

1.900

1.900

   
   

Internationaal Strafhof

1.200

 

1.200

0

1.200

       
   

Nederland Gastland

1.267

 

1.267

1.100

2.367

       
   

Overig

     

480

480

       
                       

Ontvangsten

42.090

 

42.090

15.300

57.390

5.800

6.300

6.300

6.300

                       

4.10

Consulaire dienstverlening aan Nederlanders

18.300

 

18.300

3.700

22.000

– 4.800

– 4.800

– 4.800

– 4.800

                       

4.20

Consulaire dienstverlening aan vreemdelingen

23.000

 

23.000

11.500

34.500

10.500

11.000

11.000

11.000

                       

4.40

Doorberekening Defensie diversen

790

 

790

100

890

100

100

100

100

Verplichtingen:

Het verplichtingenbudget voor het artikel «Consulaire belangenbehartiging en het internationaal uitdragen van Nederlandse waarden en belangen» neemt toe op het gebied van consulaire informatiesystemen en extra verplichtingen die gerelateerd zijn aan de toename van het aantal af te geven visa. Dit moderniseringstraject is gestart in 2017 en zal conform planning in 2020 worden afgerond. De nieuwe ramingen komen overeen met de geplande uitgaven. Daarnaast neemt het verplichtingenbudget toe omdat het Speciaal Tribunaal Libanon (STL) Nederland formeel heeft verzocht om ook na 2017 te mogen blijven zitten in het pand waar ze nu zitten. Onderdeel van deze overeenkomst is dat Nederland, als gastland, de huur voor haar rekening neemt. De verlenging van het mandaat is voor een periode van 3 jaar voor de periode 2018–2020.

Uitgaven:

Artikel 4.1:

Het budget voor consulaire informatiesystemen neemt toe als gevolg van de inzet in het streven naar een optimale consulaire dienstverlening. De modernisering van de consulaire diplomatie (back-office, digitalisering, vernieuwing) zal vanaf 2019 geleidelijk effect hebben. Dit traject loopt van 2017–2020. Een deel van deze extra uitgaven betreft middelen die in 2017 zijn doorgeschoven naar 2018. Dit geldt ook voor de extra inzet op de bijdrage aan de Forced Mariage Unit (in lijn met de uitvoering van het amendement Ten Broeke3). Ten slotte is vanuit de HGIS het budget gecompenseerd voor prijsontwikkelingen.

Artikel 4.2:

De toename van het uitgavenbudget bestaat uit een aantal mutaties: Een deel van de geraamde uitgaven voor consulaire informatiesystemen uit 2017 is doorgeschoven naar 2018. Daarnaast is budget gecompenseerd voor prijsontwikkelingen. Ten slotte nemen de uitgaven toe omdat meer visa worden vertrekt dan eerder geraamd. Dit is ook zichtbaar bij de bijstelling van de ontvangsten. Hierdoor moeten ook meer kosten gemaakt worden zoals voor de te verstrekken documenten en inzet van personeel. Om de groei de visumaanvragen van de afgelopen en de aankomende periode op te vangen is extra capaciteit nodig, met name om alle beslissingen tijdig, kwalitatief goed en binnen de Europese termijnen te laten plaatsvinden. Kwalitatief juiste en tijdige beslissingen dragen direct bij aan het Nederlandse belang, zowel op het gebied van economie als veiligheid. Een deel van de extra kosten wordt ook binnen het apparaatsbudget opgenomen.

Artikel 4.5:

Het budget voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor internationale organisaties in Nederland neemt toe. Dit wordt onder meer veroorzaakt doordat het Speciaal Tribunaal Libanon (STL) Nederland formeel heeft verzocht om ook na 2017 te mogen blijven zitten in het huidige pand. Onderdeel van deze overeenkomst is dat Nederland, als gastland, de huur voor haar rekening neemt. De verlenging van het mandaat is voor een periode van 3 jaar (2018–2020). De middelen zijn via de HGIS aan de BZ-begroting toegevoegd. Daarnaast worden extra kosten gemaakt voor de huisvesting van de Kosovo rechtbank. Ten aanzien van de huisvesting van deze rechtbank is afgesproken dat de ministeries van BZ en JenV garant staan voor een aantal financiële uitvoeringsrisico’s in de eerste 5 jaar. Hiervoor wordt een reservering opgenomen en deze middelen zijn vanuit de HGIS toegevoegd aan de BZ-begroting.

N.B.: Nederland heeft een internationaal toonaangevende positie als gastland van veel internationale organisaties en internationale hoven en tribunalen. Als gastland is Nederland verantwoordelijk voor het ondersteunen van de in Nederland gevestigde instellingen opdat deze onafhankelijk, veilig en efficiënt kunnen functioneren. Beleidsmatig past dit onderdeel beter binnen het artikel «Versterkte internationale rechtsorde» (artikel 1). Subartikel 4.5 zal met ingang van begroting 2019 worden verplaatst naar subartikel 1.3. Dit zal in de Ontwerpbegroting 2019 tot uiting komen.

Ontvangsten:

Artikel 4.10:

De inkomsten op de afgifte van Nederlandse reisdocumenten zullen ten gevolge van de 10-jaars geldigheid van het paspoort in de periode 2019–2023 teruglopen tot ongeveer 1/3 van de aanvragen ten opzichte van het jaar 2017. De overige consulaire opbrengsten, zoals legalisaties, inburgeringsexamens en verklaringen, zullen op hetzelfde niveau blijven.

Artikel 4.20:

De consulaire dienstverlening aan vreemdelingen (met name afgifte voor visa) is sinds 2014 toegenomen, met name in grote visumlanden als China en India. De raming wordt daarom opwaarts bijgesteld. De inkomsten uit visumopbrengsten zullen ongeveer gelijke tred houden met de groei van het aantal aanvragen.

Beleidsartikel 5

Niet-beleidsartikel 5 Geheim Bedragen in EUR 1.000
 

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

 

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

0

 

0

 

0

       
                   

Uitgaven

0

 

0

 

0

       

Verplichtingen en uitgaven:

Geen toelichting

Beleidsartikel 6

Niet-beleidsartikel 6 Nominaal en onvoorzien Bedragen in EUR 1.000
   

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

   

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

68.329

0

72.011

– 68.027

3.984

– 55.485

– 69.528

– 55.153

– 61.053

                     

Uitgaven:

                 
                     

Uitgaven totaal

68.329

3.682

72.011

– 68.027

3.984

– 55.485

– 69.528

– 55.153

– 61.053

                     

6.1

Nominaal en onvoorzien

68.329

3.682

72.011

– 68.027

3.984

– 55.485

– 69.528

– 55.153

– 61.053

Uitgaven en verplichtingen:

Artikel 6.1:

Het budget voor Nominaal en onvoorzien heeft betrekking op de HGIS en neemt structureel af. De reeks is met name bedoeld om jaarlijks de loon- en prijsbijstelling te kunnen uitkeren en incidentele initiatieven of tegenvallers mee te dekken. De mutatie betreft het saldo van bijstellingen op grond van aanpassing van BNI- en bbp-ramingen door het CPB, verwerking van de HGIS-eindejaarsmarge 2017, het verwerken van de loon- en prijs- en koersbijstellingen binnen de HGIS en overboekingen naar diverse begrotingen conform de HGIS-besluitvorming. Binnen de HGIS is budget vrijgemaakt voor een aantal uitvoeringsknelpunten en nieuwe initiatieven die met name liggen op het terrein van het gastlandbeleid, water en circulaire economie en de Expo 2020 in Dubai. In de eerste suppletoire begroting van VWS (EMA), Defensie (NCIA), Buitenlandse Zaken (Vredespaleis en Libanon Tribunaal) wordt de extra inzet op gastlandbeleid toegelicht, op de begroting van IenW wordt extra inzet voor water en circulaire economie toegelicht en in de BHOS-begroting de extra uitgaven voor de Dubai Expo in 2020.

Niet-Beleidsartikel 7

Niet-beleidsartikel 7 Apparaat Bedragen in EUR 1.000
 

Stand ontwerp begroting 2018

Mutaties via nota van wijziging 2018

Vastgestelde begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2018

Stand 1e suppletoire begroting 2018

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019

Mutaties 1e suppletoire begroting 2020

Mutaties 1e suppletoire begroting 2021

Mutaties 1e suppletoire begroting 2022

   

(1)

(2)

(3)=(1+2)

(4)

(5)=(3+4)

       

Verplichtingen

681.801

 

681.801

69.142

750.943

78.815

78.425

88.190

87.940

                     

Uitgaven

667.613

 

667.613

126.042

793.655

82.322

88.425

98.190

97.940

                     

7.1.1

Personeel

460.242

 

460.242

46.000

506.242

55.000

61.000

71.000

71.000

 

Eigen personeel

452.242

 

452.242

43.500

495.742

52.500

58.500

68.500

68.500

 

Inhuur extern

8.000

 

8.000

2.500

10.500

2.500

2.500

2.500

2.500

 

overige personeel

0

 

0

 

0

       
                     

7.1.2

Materieel

207.371

 

207.371

80.042

287.413

27.322

27.425

27.190

26.940

 

waarvan ICT

40.000

 

40.000

10.000

50.000

10.000

10.000

10.000

10.000

 

waarvan bijdragen aan SSO's

55.000

 

55.000

9.739

64.739

9.739

9.741

9.741

9.741

 

waarvan overige materieel

112.371

 

112.371

60.303

172.674

7.583

7.684

7.449

7.199

                     

7.2

Koersverschillen

pm

 

pm

 

pm

       
                     
                     

Ontvangsten

21.450

 

21.450

23.500

44.950

5.000

5.000

5.000

5.000

                     

7.10

Diverse ontvangsten

21.450

 

21.450

23.500

44.950

5.000

5.000

5.000

5.000

                     

7.11

Koersverschillen

pm

 

pm

 

pm

pm

pm

pm

pm

Verplichtingen:

Het verplichtingenbudget wordt in lijn gebracht met het uitgavenkader als gevolg van de hieronder geschetste mutaties.

Uitgaven:

Het apparaatsbudget bestaan uit personele en materiële uitgaven en beiden laten een stijging zien. De stijging kent een aantal oorzaken:

Algemeen:

  • Als onderdeel van de afspraken uit het regeerakkoord zal het postennet worden versterkt en uitgebreid. Voor het diplomatieke netwerk is extra geld beschikbaar, oplopend tot EUR 40 miljoen structureel. De versterking en uitbreiding zal op verschillende manieren vorm krijgen. Er zullen mogelijk nieuwe posten worden geopend en bestaande posten worden versterkt, met name in de ring van instabiliteit. Een deel wordt besteed aan de versterking van het wereldwijde ICT-netwerk. Tevens zal met de middelen de realisatie van de one stop shop worden gefinancierd. Uw Kamer wordt medio 2018 in de Postennetbrief geïnformeerd over de concrete invulling.

  • Met de structurele OS-intensivering van EUR 400 miljoen per jaar en de aanvullende maatregelen zijn ook extra uitvoeringskosten gemoeid, zowel op het departement als op de posten. Voor een doelmatige besteding van de intensiveringsmiddelen zal daarom centraal (op het ministerie) en decentraal (op de posten) adequate beleids- en beheercapaciteit worden ingezet. De toename van de uitgaven betreft voorziene uitvoeringskosten voor maatregelen uit het Regeerakkoord die binnen de ruimte van de BHOS-begroting worden gefinancierd (zoals voortzetting van IMVO-convenanten) en die toegevoegd worden aan het apparaatsartikel van de begroting van Buitenlandse Zaken. Dit betreft naast directe personeelskosten ook indirecte kosten. Deze indirecte uitvoeringskosten hebben met name betrekking op de staffuncties (o.a. financieel, personeel, bedrijfsvoering, juridisch en strategisch) en ICT.

Personeel:

  • Als gevolg van de loonontwikkeling wereldwijd worden de salarissen en hieraan gerelateerde uitgaven bijgesteld. Hiervoor zijn extra middelen toegevoegd vanuit de HGIS.

Materieel:

  • BZ wordt in haar rol en internationale verantwoordelijkheid binnen de Rijksdienst geconfronteerd met een toegenomen behoefte aan digitale voorzieningen en een steeds onveiliger wordende wereld. Dit uit zich in een toename van digitale producten en (samenwerkings-)diensten in het postennet tezamen met een sterk toegenomen dreigingsprofiel op het vlak van cyberspionage en cybercriminaliteit. Om de positie van Nederland ook in deze internationale context te borgen zijn extra investeringen in de digitale voorzieningen noodzakelijk. Daarnaast zetten ook andere exogene factoren (onder meer rijksbrede achterstanden bij het digitaliseren van de papieren archieven en de verhuizing naar de Rijnstraat 8 en andere locaties) druk op de apparaatsbegroting. Als gevolg hiervan moeten extra investeringen worden gedaan in ICT-voorzieningen in het buitenland, huisvesting buitenland en beveiliging op de posten.

  • Daarnaast neemt het budget toe als gevolg van de inzet van de eindejaarsmarge op reguliere apparaatsuitgaven voor bedrijfsvoering, personeelskosten, huisvesting buitenland, ICT en facilitaire kosten. Deze middelen zijn vanuit 2017 doorgeschoven naar 2018 en 2019. Dit geldt ook voor de inzet van prijscompensatie vanuit de HGIS.

  • Via de eindejaarsmarge wordt een bedrag van EUR 11,4 miljoen toegevoegd aan het apparaatsbudget ten behoeve van investeringen in huisvesting buitenland. Daarnaast is de verwachting dat dit jaar voor ca. EUR 18,5 miljoen aan onroerend goed verkocht zal worden. Deze middelen worden ook ingezet om de huisvestingsportefeuille te rationaliseren. Doel van het huisvestingsbeleid van Buitenlandse Zaken is om ambassadekantoren waar mogelijk functioneel en doelmatig in te richten conform Het Nieuwe Werken (HNW) en ter ondersteuning van de modernisering van diplomatie. Panden worden afgestoten, aangeschaft of verbouwd conform een op functionaliteit gericht rationaliseringsplan in de komende tien jaar en rekening houdend met de duurzaamheidsdoelstellingen die voortvloeien uit het Parijs Akkoord.

Ontvangsten:

  • De raming op de apparaatsontvangsten wordt naar boven bijgesteld. Dit is mede gebaseerd op de realisatie van de afgelopen jaren. Deze ontvangsten zijn echter niet altijd even goed te voorspellen. Het betreft ontvangsten die verband houden met verkoop van roerende zaken (zoals inventaris, dienstauto’s) bijdragen die BZ ontvangt doordat sprake is van verrekening van huur van panden die gedeeld worden met andere landen en doorbelastingen van personeelskosten aan andere ministeries. In het geval er sprake is van verkopen van onroerende zaken wordt dit via de middelenafspraak huisvesting verwerkt.

  • Daarnaast wordt naar verwachting EUR 18,5 miljoen aan inkomsten gegenereerd afkomstig uit de verkoop van vastgoed in het buitenland. In lijn met de middelenafspraak huisvesting worden dit ingezet om de huisvestingsportefeuille te moderniseren en rationaliseren.

Licence