Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

ART. NR. 11 STUDIEFINANCIERING

Budgettaire gevolgen van beleid

Budgettaire gevolgen van beleid, Beleidsartikel 11 (Eerste suppletoire begroting) (Bedragen x € 1.000)

Ontwerpbegroting 2019 (1)

Mutaties via NvW, moties en amendementen (2)

Vastgestelde begroting 2019 (3)=(1+2)

Mutaties 1e suppletoire begroting 2019 (4)

Stand 1e suppletoire begroting 2019 (5)=(3+4)

Mutatie 2020

Mutatie 2021

Mutatie 2022

Mutatie 2023

Verplichtingen

5.602.726

‒ 19.500

5.583.226

‒ 35.531

5.547.695

‒ 184.119

‒ 126.084

‒ 102.623

‒ 88.714

Uitgaven

5.602.726

‒ 19.500

5.583.226

‒ 35.531

5.547.695

‒ 184.119

‒ 126.084

‒ 102.623

‒ 88.714

Waarvan juridisch verplicht

100%

100%

100%

Inkomensoverdrachten

2.220.767

‒ 19.500

2.201.267

‒ 29.786

2.171.481

‒ 159.506

‒ 100.546

‒ 67.000

‒ 48.527

Basisbeurs

380.511

0

380.511

‒ 88.633

291.878

‒ 112.675

‒ 127.268

‒ 135.961

‒ 145.286

-

Gift ( R)

1.085.819

1.085.819

‒ 1.211

1.084.608

‒ 15.937

‒ 16.774

‒ 17.639

‒ 19.045

-

Prestatiebeurs (NR)

‒ 705.308

‒ 705.308

‒ 87.422

‒ 792.730

‒ 96.738

‒ 110.494

‒ 118.322

‒ 126.241

Aanvullende beurs

834.064

0

834.064

‒ 23.565

810.499

‒ 45.024

‒ 52.284

‒ 50.849

‒ 49.942

-

Gift ( R)

661.126

661.126

3.456

664.582

‒ 6.592

‒ 6.689

‒ 2.748

46

-

Prestatiebeurs (NR)

172.938

172.938

‒ 27.021

145.917

‒ 38.432

‒ 45.595

‒ 48.101

‒ 49.988

Reisvoorziening

977.121

‒ 19.500

957.621

‒ 25.419

932.202

‒ 117.783

‒ 71.876

‒ 70.571

‒ 79.146

-

Gift ( R)

741.716

741.716

‒ 8.633

733.083

‒ 2.985

‒ 2.627

3.434

7.105

-

Prestatiebeurs (NR)

150.076

150.076

‒ 31.630

118.446

‒ 41.062

‒ 47.271

‒ 55.886

‒ 62.265

-

Bijdrage studerenden aan OV-contract ( R)

‒ 866.639

‒ 866.639

‒ 10.084

‒ 876.723

‒ 12.458

‒ 12.769

‒ 16.362

‒ 19.765

-

Kosten contract OV-bedrijven ( R)

951.968

‒ 19.500

932.468

24.928

957.396

‒ 61.278

‒ 9.209

‒ 1.757

‒ 4.221

Overige uitgaven

29.071

0

29.071

107.831

136.902

115.976

150.882

190.381

225.847

-

Overige uitgaven relevant ( R)

90.082

90.082

8.069

98.151

‒ 15.199

‒ 15.699

‒ 15.599

‒ 15.399

-

Caribisch Nederland ( R)

3.860

3.860

‒ 650

3.210

‒ 849

‒ 1.058

‒ 1.278

‒ 1.509

-

Overige uitgaven niet-relevant (NR)

‒ 64.871

‒ 64.871

100.412

35.541

132.024

167.639

207.258

242.755

Leningen

3.284.173

0

3.284.173

‒ 29.744

3.254.429

‒ 41.930

‒ 44.393

‒ 54.950

‒ 60.646

-

Rentedragende lening (NR)

2.900.819

2.900.819

‒ 9.753

2.891.066

‒ 25.205

‒ 31.359

‒ 41.304

‒ 46.715

-

Collegegeldkrediet (NR)

383.354

383.354

‒ 19.991

363.363

‒ 16.725

‒ 13.034

‒ 13.646

‒ 13.931

Bijdrage aan agentschappen

97.786

0

97.786

23.999

121.785

17.317

18.855

19.327

20.459

-

Dienst Uitvoering Onderwijs ( R)

97.786

97.786

23.999

121.785

17.317

18.855

19.327

20.459

Ontvangsten

893.224

0

893.224

‒ 7.976

885.248

‒ 12.408

‒ 10.085

‒ 10.115

‒ 3.438

-

Ontvangen rente en relevant hoofdsom ( R)

91.550

91.550

‒ 2.623

88.927

‒ 5.996

‒ 3.433

‒ 1.110

5.045

-

Kortlopende vorderingen ( R)

81.045

81.045

‒ 26.949

54.096

‒ 31.549

‒ 36.149

‒ 39.749

‒ 42.269

-

Terugontvangen hoofdsom (NR)

720.629

720.629

21.596

742.225

25.137

29.497

30.744

33.786

In de kolom "Mutaties 1e suppletoire begroting 2019" worden de mutaties ten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2019» weergegeven. Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.

Toelichting instrumenten (algemeen):

DUO start dit jaar met een meer persoonsgerichte manier van het innen van schulden. Dat gaat DUO doen door zelf proactief contact te zoeken met studenten en oud-studenten die een substantiële betalingsachterstand hebben of dreigen te krijgen. Medewerkers van DUO zoeken samen met de student en oud-student naar een oplossing voor de ontstane problemen en kunnen een betalingsregeling op maat voorstellen. DUO heeft in 2018 succesvol geëxperimenteerd met persoonsgericht innen. Studenten en oud-studenten die op deze manier zijn geholpen gaven aan weer vat op hun situatie te hebben gekregen. Door betalingsregelingen te treffen zijn minder studenten en oud-studenten met betalingsachterstanden overgedragen aan de deurwaarder. DUO zet personeel in om debiteuren persoonlijk te benaderen. Deze kosten worden terugverdiend door de meeropbrengsten van deze aanpak, hiermee is deze maatregel budgetneutraal.

Het onderscheid relevant en niet-relevant is in onderstaande toelichting als uitgangspunt genomen. Relevant betekent relevant voor het begrotingstekort/EMU-saldo. De relevante uitgaven worden hoofdzakelijk gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend en door de omzetting van uitgekeerde prestatiebeurs in gift (na behalen van het diploma binnen 10 jaar). Onder de niet-relevante uitgaven vallen vooral de betalingen van prestatiebeurzen (zolang die nog niet omgezet zijn in een gift) en verstrekte rentedragende leningen.

De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangen rente op verstrekte studieleningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijk aflossingen op de hoofdsom van rentedragende leningen.

Een noemenswaardige wijziging ten opzichte van de begroting is de omzetting van prestatiebeurs naar lening. Dit vond voorheen plaats op de post Overige Uitgaven (NR). Vòòr PVS werden debiteuren overgedragen naar het innen systeem. Nu er sprake is van een geïntegreerd systeem worden debiteuren niet meer overgedragen naar een ander systeem. Hierdoor vindt de omzetting van prestatiebeurs naar lening op de niet-relevante posten van de basisbeurs, aanvullende beurs en de reisvoorziening plaats.

Toelichting mutaties:

Uitgaven

Toelichting per instrument:

Inkomensoverdrachten

De uitgaven worden met €29,8 miljoen verlaagd. Dit wordt verklaard door:

  • De basisbeurs wordt per saldo met € 88,6 miljoen verlaagd. Dit bestaat uit enerzijds een verlaging van de relevante uitgaven met € 1,2 miljoen en anderzijds een verlaging van de niet-relevante uitgaven met € 87,4 miljoen.

    • Relevante uitgaven: dit betreft met name de bijstelling op de omzettingen. In het mbo zijn de omzettingen € 15,3 miljoen lager dan geraamd, in het hbo € 2,5 miljoen hoger en in het wo € 6,2 miljoen hoger dan geraamd. Daarnaast zijn de uitgaven aan basisbeurs gift in het mbo € 5,5 miljoen hoger, als gevolg van de realisatiegegevens.

    • De niet-relevante uitgaven: de omzetting naar lening is met € 78,4 miljoen verlaagd als gevolg van de gewijzigde boekingsgang (zie algemene toelichting artikel 11). De toekenningen in het mbo zijn verlaagd met € 9,9 miljoen. Dit komt door lagere aantallen als gevolg van de lagere referentieraming en door lagere realisatiegegevens.

  • De aanvullende beurs wordt per saldo met € 23,6 miljoen verlaagd. Dit bestaat uit een ophoging van de relevante uitgaven met € 3,5 miljoen en een verlaging van de niet-relevante uitgaven met € 27,0 miljoen.

    • De relevante uitgaven: dit betreft voornamelijk de bijstelling op de omzettingen in het mbo (€ 7,8 miljoen naar beneden bijgesteld). Daarnaast zijn de uitgaven aan aanvullende beurs gift in het mbo hoger (€ 4,9 miljoen). In het hbo zijn de uitgaven hoger dan geraamd. Allereerst door hogere omzettingen (€ 3,9 miljoen), maar ook door hogere uitgaven aan aanvullende beurs in gift (€ 1,8 miljoen; de eerste 5 maanden is de aanvullende beurs in het hoger onderwijs gift).

    • De niet-relevante uitgaven: de omzetting naar lening is met € 25,0 miljoen verlaagd. Dit betreft een wijziging in boekingsgang (zie algemene toelichting artikel 11). Verder zijn er lagere toekenningen in het mbo (€ 5,3 miljoen) als gevolg van zowel lagere realisatiegegevens als lagere aantallen in de referentieraming.

  • De reisvoorziening wordt per saldo met € 25,4 miljoen verlaagd.

    • De reisvoorziening gift (R) is met 8,6 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit komst grotendeels door lagere omzettingen in zowel het mbo (€ 19,6 miljoen lager) als het ho (€3,6 miljoen lager). Als gevolg van hogere realisatie gegevens zijn de toekenningen gift met € 12,9 miljoen naar boven bijgesteld.

    • De prestatiebeurs (NR) is met € 31,6 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft deels de omzetting naar lening die is verlaagd. Dit betreft een wijziging in boekingsgang (algemene toelichting artikel 11). Daarnaast zijn de toekenningen prestatiebeurs omlaag bijgesteld.

    • De bijdrage studerenden aan het ov-contract (R) is met € 10,1 miljoen naar beneden bijgesteld. Dit betreft een tegenboeking waarmee voorkomen wordt dat de waarde van de ov-kaart dubbel geboekt wordt (enerzijds door toekenning aan de student, anderzijds door de betaling aan de ov-bedrijven). Doordat het een tegenboeking betreft, betekent deze negatieve mutatie dus eigenlijk een hoger bedrag aan toekenningen. Deze toename komt vooral door hogere gift toekenningen in zowel het mbo als het ho.

    • Het budget kosten contract ov-bedrijven is daarnaast met € 24,9 miljoen opgehoogd. Er vindt dit jaar een kasschuif plaats van 2020 naar 2019 ter waarde van € 50,0 miljoen (ter optimalisering van de kasritmes van de staat over de jaren heen). Tot slot worden de uitgaven verlaagd met € 25,1 miljoen door een lager aandeel ho-studenten dat de reisvoorziening activeert in de realisatie (waarschijnlijk als gevolg van een hoger aandeel internationale studenten). Ook is er een afname van boete-opbrengsten als gevolg van nieuwe maatregelen.

  • De overige uitgaven worden per saldo met € 107,8 miljoen verhoogd.

    • Relevante overige uitgaven: de relevante overige uitgaven zijn met € 8,1 miljoen omhoog bijgesteld. Dit betreffen met name technische bijstellingen. Hieronder vallen onder andere kwijtscheldingen (na verloop van de 15-jaarstermijn bijvoorbeeld) die hoger uitvallen dan verwacht. Door het investeringsvoorstel persoonsgericht innen zullen er minder kwijtscheldingen zijn (- € 2,9 miljoen).

    • Niet-relevante overige uitgaven: de niet-relevante overige uitgaven zijn met € 100,4 miljoen omhoog bijgesteld vanwege een wijziging in de boekingsgang (zie algemene toelichting artikel 11).

    • Caribisch Nederland: de uitgaven zijn met € 0,7 miljoen naar beneden bijgesteld.

Leningen

Er wordt per saldo naar verwachting € 29,7 miljoen minder uitgegeven aan leningen dan geraamd:

  • De uitgaven aan de rentedragende lening (NR) zijn verlaagd met € 9,8 miljoen. Dit is met name het gevolg van lagere gerealiseerde leningen.

  • De uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 20,0 miljoen. Deze bijstelling komt door lagere realisatiegegevens.

Bijdrage aan agentschappen

Het budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs wordt per saldo met € 24,0 miljoen verhoogd. Dit wordt voor een deel veroorzaakt door de herverdeling van de DUO-budgetten over de artikelen (verhoging € 6,0 miljoen). Daarnaast is het budget verhoogd vanwege de DUO problematiek (€ 14,6 miljoen). Ook is door het investeringsvoorstel persoonsgericht innen het budget verhoogd (€ 3,1 miljoen).

Ontvangsten

Het ontvangstenbudget wordt met € 8,0 miljoen verlaagd.

  • Ontvangen rente en relevante hoofdsom: deze post is met € 2,7 miljoen verlaagd. Dit betreft deels de lagere rente ontvangsten als gevolg van de lage rente (- € 3,8 miljoen). Daarnaast zijn er door het investeringsvoorstel persoonsgericht innen meer renteontvangsten en relevante ontvangsten op de hoofdsom (€ 1,2 miljoen).

  • Kortlopende vorderingen: deze post is met € 26,9 miljoen verlaagd. Vanwege het nieuwe PVS systeem zal er een stuk minder achterstallig lager recht (ALR) zijn. Ook zijn ontvangsten op het ov naar beneden bijgesteld, als gevolg van de maatregelen om het aantal ov-boetes terug te dringen.

  • Terugontvangen hoofdsom (niet relevant): deze post is met €21,6 miljoen naar boven bijgesteld. Hiervan is € 19,5 miljoen het gevolg van hogere realisaties in 2018. Daarnaast zijn er op deze post € 2,1 miljoen meer ontvangsten door het investeringsvoorstel persoonsgericht innen.

Licence