Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

4.2 Artikel 10 Apparaat Kerndepartement

In dit niet-beleidsartikel wordt ingegaan op de personele en materiële uitgaven en ontvangsten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Tabel 22 Budgettaire gevolgen artikel 10 Apparaat departement (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Verplichtingen

401.090

410.490

371.406

346.482

342.096

343.520

342.607

        

Uitgaven

398.870

414.314

371.732

346.526

342.096

343.520

342.607

        

Personele uitgaven

277.232

305.883

296.101

272.398

267.316

266.456

268.122

waarvan eigen personeel

246.419

282.180

279.561

262.585

257.504

256.644

258.313

waarvan inhuur externen

27.564

20.190

13.148

6.522

6.521

6.521

6.520

waarvan overige personele uitgaven

3.249

3.513

3.392

3.291

3.291

3.291

3.289

Materiële uitgaven

121.638

108.431

75.631

74.128

74.780

77.064

74.485

waarvan ICT

8.847

15.455

10.143

9.429

9.695

10.373

9.616

waarvan bijdrage aan SSO's

60.393

57.072

42.096

41.540

41.667

42.557

42.735

waarvan overige materiële uitgaven

52.398

35.904

23.392

23.159

23.418

24.134

22.134

        

Ontvangsten

17.108

28.233

8.594

8.594

8.594

8.594

8.594

Overige

17.108

28.233

8.594

8.594

8.594

8.594

8.594

Tabel 23 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal apparaatsuitgaven Ministerie van VWS

398.870

414.314

371.732

346.526

342.096

343.520

342.607

        

Personele uitgaven kerndepartement

180.818

198.853

187.719

166.036

164.479

163.607

165.993

waarvan eigen personeel

156.923

177.824

173.404

158.415

156.859

155.987

158.375

waarvan externe inhuur

21.002

18.331

11.738

5.145

5.144

5.144

5.143

waarvan overige personele uitgaven

2.893

2.698

2.577

2.476

2.476

2.476

2.475

        

Materiële uitgaven kerndepartement

94.243

80.991

51.952

51.283

51.935

54.206

51.627

waarvan ICT

4.611

5.927

4.027

3.868

4.134

4.799

4.042

waarvan bijdrage SSO's

57.806

52.747

37.747

37.220

37.347

38.237

38.415

waarvan overige materiële uitgaven

31.826

22.317

10.178

10.195

10.454

11.170

9.170

        

Personele uitgaven inspecties

74.750

83.858

86.890

85.951

85.380

85.392

85.357

waarvan eigen personeel

69.772

81.990

85.022

84.083

83.512

83.524

83.490

waarvan externe inhuur

4.622

1.053

1.053

1.053

1.053

1.053

1.053

waarvan overige personele uitgaven

356

815

815

815

815

815

814

        

Materiële uitgaven inspecties

19.418

20.187

18.687

18.387

18.387

18.388

18.388

waarvan ICT

2.012

7.050

5.550

5.250

5.250

5.251

5.251

waarvan bijdrage SSO's

2.557

3.950

3.950

3.950

3.950

3.950

3.950

waarvan overige materiële uitgaven

14.849

9.187

9.187

9.187

9.187

9.187

9.187

        

Personele uitgaven SCP en raden

21.664

23.172

21.492

20.411

17.457

17.457

16.772

waarvan eigen personeel

19.724

22.366

21.135

20.087

17.133

17.133

16.448

waarvan externe inhuur

1.940

806

357

324

324

324

324

waarvan overige personele uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

        

Materiële uitgaven SCP en raden

7.977

7.253

4.992

4.458

4.458

4.470

4.470

waarvan ICT

2.224

2.478

566

311

311

323

323

waarvan bijdrage SSO's

30

375

399

370

370

370

370

waarvan overige materiële uitgaven

5.723

4.400

4.027

3.777

3.777

3.777

3.777

        
Tabel 24 Totaaloverzicht apparaatsuitgaven agentschappen en zbo's/rwt's (bedragen x € 1.000)
 

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Totaal apparaatskosten Agentschappen

503.321

501.896

591.904

552.538

558.039

568.160

578.586

College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

49.641

49.966

53.880

50.618

49.962

49.962

49.962

Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg

81.502

80.830

89.824

73.820

72.177

72.398

72.624

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu

372.178

371.100

448.200

428.100

435.900

445.800

456.000

        

Totaal apparaatskosten ZBO's en RWT's

371.839

374.748

371.433

367.440

362.021

358.670

357.219

Zorg Onderzoek Nederland/ Medische Wetenschappen (ZonMw)

28.600

32.600

32.600

32.600

32.600

32.600

32.600

Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ)

81.024

81.024

81.024

81.024

81.024

81.024

81.024

Centraal Administratie Kantoor (CAK)

123.336

118.318

117.147

110.014

109.745

109.561

109.524

Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR)

1.654

1.847

1.240

1.204

996

1.231

1.074

Centrale Commissie voor Mensgebonden Onderzoek (CCMO), inclusief Medisch Ethische Commissies (METC’s)

7.105

4.532

4.278

4.278

4.278

4.278

4.278

Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)

60.752

62.046

64.627

63.127

63.127

63.127

63.107

Zorginstituut Nederland (ZiNL)

63.768

68.791

60.904

65.580

60.638

57.236

56.001

College Sanering Zorginstellingen (CSZ)

2.200

2.200

1.900

1.900

1.900

1.900

1.898

College Ter Beoordeling van Geneesmiddelen

656

713

724

724

724

724

724

Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS)

2.744

2.677

6.989

6.989

6.989

6.989

6.989

4.2.1 Toelichting apparaatsuitgaven kerndepartement

Personele- en materiële uitgaven kerndepartement

Op dit artikel worden de verplichtingen, uitgaven en ontvangsten voor personeel, inhuur externen en materieel geraamd die nodig zijn voor het functioneren van het kerdepartement.

De personele uitgaven kerndepartement bestaan uit alle personeelsuitgaven inclusief de inhuur van externen voor zowel primaire als ondersteunende processen. De materiële uitgaven hebben betrekking op activiteiten en middelen ter ondersteuning van het primaire proces. Dit omvat onder andere uitgaven aan ICT, bijdragen aan shared service organisaties (SSO's) en overige materiële kosten, zoals huisvestingskosten.

De uitgaven voor externe inhuur zijn op voorhand moeilijk te ramen. Daarnaast kan het budget (en de realisatie) voor externe inhuur in de loop van het begrotingsjaar wijzigen, ook door tussentijdse interne herschikking van budgetten binnen het apparaatsbudget (bijvoorbeeld van budget voor eigen personeel naar budget voor de inhuur van externen). Tot slot zullen de materiële uitgaven in 2021 hoger uitvallen dan nu in de begroting staat vermeld, doordat een aantal technische mutaties lopende het jaar wordt verwerkt. Het betreft kosten voor bijvoorbeeld ICT-dienstverlening en huisvesting, waarvan de facturen centraal worden betaald aan de desbetreffende shared service organisaties binnen het Rijk en pas lopende het jaar in rekening worden gebracht aan de dienstonderdelen van VWS. In de suppletoire begrotingen zullen deze mutaties worden gemeld en zo nodig toegelicht.

Tabel 25 Apparaatsuitgaven kernministerie 2021 onderverdeeld naar Directoraat-Generaal (Bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2021

Directoraat-generaal Volksgezondheid

27.441

Directoraat-generaal Curatieve zorg

25.906

Directoraat-generaal Langdurige zorg

33.366

Totaal beleid

86.713

Secretaris-generaal / (plaatsvervangend) secretaris-generaal

152.958

Totaal apparaatsuitgaven kerndepartement

239.671

4.2.2 Toelichting apparaatsuitgaven inspecties, SCP en raden

Personele- en materiële uitgaven inspecties, SCP en raden

Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd

We kunnen in Nederland vertrouwen op goede gezondheidszorg en jeugdhulp. Voor iedereen, altijd en overal. Dat willen we graag zo houden, ook voor volgende generaties. Daarom waakt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) over de gezondheidszorg en jeugdhulpverlening in Nederland en de internationale markt voor geneesmiddelen en medische hulpmiddelen. De IGJ houdt onafhankelijk toezicht op dit brede veld, handelt vanuit het publieke belang en streeft naar toezicht met effect.

Zorg is mensenwerk. De inspectie onderzoekt of zorgaanbieders voldoende afstemmen op de behoeften van de patiënt of cliënt. Daarnaast bekijkt de inspectie of de samenwerking tussen zorgaanbieders onderling goed verloopt. Vragen die hierbij worden gesteld zijn: begrijpt iedereen zijn rol in het zorgnetwerk met respect voor die van anderen? Op deze manier dragen zorgaanbieders actief bij aan het bevorderen van kwaliteit van leven. De inspectie kijkt daarbij of de zorg aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de patiënt en de cliënt, zowel voor volwassenen als voor jongeren. Een ander punt waar de IGJ goed op let, is de samenhang in de zorg rondom een persoon of gezin. Ook let de inspectie erop dat zorgaanbieders en fabrikanten van genees- en hulpmiddelen zich aan de wettelijke regels en normen houden en goede kwaliteit leveren.

Bestuurders en professionals uit de gezondheidszorg en jeugdhulp zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit van de zorg die zij bieden. De IGJ vraagt hen klachten en calamiteiten goed te onderzoeken. De inspectie verwacht dat zij leren van wat er goed en niet goed gaat in de zorg, opdat zij hun zorgaanbod kunnen verbeteren. Ziet de IGJ noodzakelijke verbeteringen niet, dan grijpt zij in.

De IGJ maakt haar bevindingen, oordelen en maatregelen openbaar naar de eisen van de wet. Deze informatie helpt bestuurders en professionals bij het leren en verbeteren van de zorg. Aansluitend is ook de openheid over de uitgangspunten van het toezicht en de werkwijze van de IGJ zelf één van haar prioriteiten. Alle belanghebbenden moeten immers van de IGJ weten wat ze van haar mogen verwachten. De IGJ treedt in contact met burgers en zorgverleners over wat zij belangrijk vinden in de zorg en analyseert meldingen die bij haar binnenkomen.

Naast het toezicht op de verschillende sectoren heeft de inspectie specifiek aandacht voor netwerkzorg thuis. Samenwerking tussen zorg- en hulpverleners in de netwerken rondom de cliënt vindt nog niet vanzelfsprekend plaats en daarnaast zijn taken en verantwoordelijkheden aan het verschuiven. Omdat bij het toezicht op netwerkzorg thuis ook de ondersteuning die vanuit de gemeente wordt geboden een belangrijke rol speelt, werkt de inspectie samen met de gemeenten in hun rol als Wmo-toezichthouder.

Sociaal en Cultureel PlanbureauHet Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) volgt, verklaart en verkent hoe het met de inwoners van Nederland gaat op sociaal en cultureel gebied. Dat behelst onder meer de monitoring van de leefsituatie en kwaliteit van leven, de evaluatie van overheidsbeleid op daarvoor relevante terreinen en verkenningen ten behoeve van toekomstig beleid. Het SCP valt formeel onder het Ministerie van VWS. Het werkprogramma van het SCP wordt gepubliceerd op de website van het bureau.

Het SCP is opgericht in 1973. De «Aanwijzingen voor de Planbureaus» uit 2012 bepalen hoe de drie planbureaus werken. Het SCP heeft de volgende taken:

  • wetenschappelijke verkenningen verrichten met het doel te komen tot een samenhangende beschrijving van de situatie van het sociaal en cultureel welzijn in Nederland en van de op dit gebied te verwachten ontwikkelingen;

  • bijdragen aan een verantwoorde keuze van beleidsdoelen en het aangeven van voor- en nadelen van de verschillende wegen om deze doelen te bereiken;

  • informatie verwerven met betrekking tot de uitvoering van interdepartementaal beleid op het gebied van sociaal en cultureel welzijn, om de evaluatie van deze uitvoering mogelijk te maken.

Het SCP draagt bij aan goed geïnformeerd overheidsbeleid en een betere samenleving met wetenschappelijke kennis over het leven van burgers in Nederland. Het onderzoek voldoet altijd aan de kenmerken: wetenschappelijk, beleidsrelevant en gericht op de leefsituatie van de mensen die het beleid betreft.

Het SCP verricht zijn onderzoek vanuit twee strategische perspectieven: ‘de veranderende verzorgingsstaat’ en ‘processen van insluiting en uitsluiting’. De perspectieven vormen samen de ‘bril’ waardoor richting de samenleving wordt gekeken. Actuele maatschappelijke vraagstukken en de perspectieven geven richting aan het onderzoek van het SCP en zorgen ervoor dat het inhoudelijk de waan van de dag overstijgt.

Het SCP werkt met een meerjarenplan voor een periode van vijf jaar dat gericht is op relevante maatschappelijke vraagstukken. Een periode van vijf jaar biedt het SCP daarbij voldoende tijd om langer lopende onderzoekslijnen te garanderen.

Voor de periode 2021 tot en met 2025 ambieert het SCP de volgende onderzoeksprogramma’s:

1. Beleidsvisies, burgervisies en gedragingen

Wat zijn de visies van de overheid en burgers op het belang, het eigenaarschap en de verantwoordelijkheidsverdeling van een aantal maatschappelijke opgaven (zoals duurzaamheid, gezond leven, zorg verlenen aan naasten)?

2. De diverse bevolking van Nederland. Samenleven nu en in de toekomst

Hoe geven we vorm aan samen leven in verscheidenheid? Wat vraagt dit van de overheid, van de inrichting van instituties, en van (groepen) burgers zelf waar het gaat om onderlinge betrokkenheid bij elkaar, sociale samenhang en solidariteit?

3. Lokaal. Het sociaal domein en de kracht van de lokale verzorgingsstaat

Hoe kunnen overheid en samenleving ervoor zorgen dat de kwetsbare groepen binnen het Sociaal Domein de hulp, ondersteuning en kansen krijgen die ze nodig hebben?

4. Participatie, talentontwikkeling en kansengelijkheid

Hoe kunnen, willen en mogen (groepen) mensen op zinvolle en volwaardige wijze participeren, en hoe is dat te bevorderen, nu en in de toekomst?

5. Representatie en vertrouwen

Hoe is het gesteld met de daadwerkelijke en gevoelde invloed van de Nederlandse bevolking op besluitvorming, het vertrouwen in instituties en sociaal vertrouwen? En wat zijn de gevolgen hiervan voor individuen en samenleving?

6. Schaarste, welvaart en welbevinden

Hoe gaat het met de kwaliteit van leven (welvaart en welbevinden) in Nederland nu, maar ook van toekomstige generaties en van mensen elders in de wereld? Ook de mate van (on)gelijkheid tussen groepen burgers staat centraal.

7. Nederland internationaal

Hoe verweven is Nederland met het buitenland, wat zijn de toekomstverwachtingen daaromtrent, en wat zijn de gevolgen van die verwevenheid voor Nederland en de burgers in Nederland?

De maatschappelijke vraagstukken waar het SCP onderzoek naar doet, beperken zich zelden tot één specifiek beleidsterrein. Burgers bevinden zich immers in veel domeinen tegelijkertijd. Door dit als uitgangspunt van onderzoek te nemen, kan het SCP de effecten van overheidsbeleid voor burgers onderzoeken. Het SCP werkt daarbij zoveel mogelijk vanuit verschillende invalshoeken en disciplines. Waar nodig en mogelijk voert het SCP integrale en interdisciplinaire onderzoeken uit. Daarvoor gebruikt het SCP (innovatieve) onderzoeksmethoden die helpen met het verkennen, verdiepen en verklaren van maatschappelijke vraagstukken. Tevens werken wij aan een uitgebreide basisdata-infrastructuur.

Als onafhankelijk planbureau kiest het SCP zelf welke onderzoeken het uitvoert. Op basis van het meerjarenplan en door te anticiperen op relevante maatschappelijke ontwikkelingen ontwikkelt het SCP ieder jaar een jaarplan voor het volgende jaar. Daarbij bouwt het SCP voldoende flexibiliteit in om in te kunnen spelen op de actualiteit en om nieuwe kennisvragen te kunnen beantwoorden.

Raad voor Volksgezondheid en Samenleving

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) is een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering en de beide kamers der Staten-Generaal. De RVS heeft tot taak strategische adviezen te geven over het te voeren beleid. De vraagstukken waarover de RVS adviseert zijn per definitie domeinoverstijgend. Vanuit zijn onafhankelijke positie en opdracht laat de RVS zijn licht schijnen over toekomstige strategische beleidsvraagstukken voor zorg, volksgezondheid, welzijn en samenleving. Hierbij beziet de RVS de mogelijkheid om dit in samenwerking met andere kennisinstellingen te doen. De RVS werkt aan een sterkere verbinding met VWS alsmede met andere departementen, zoals OCW, BZK, SZW en JenV. De RVS werkt in zijn adviezen zoveel mogelijk in interactie met het veld. Dit doet de RVS bovendien door naast schriftelijke adviezen op andere dan gebruikelijke manieren vraagstukken te agenderen, bijvoorbeeld met films, animaties, online activiteiten, veldraadplegingen, etc.

De RVS werkt met een meerjarige agenda. Begin 2020 heeft de RVS haar werkagenda gepresenteerd voor de komende vier jaar. Dit past bij de brede opdracht aan de RVS en biedt ruimte om gedurende het jaar een vraag of probleem te agenderen. Dit kan leiden tot zowel gevraagde als ongevraagde adviezen.

Het Centrum voor Ethiek en Gezondheid (CEG) is een samenwerkings-verband van de Gezondheidsraad en de RVS. Het CEG publiceert over nieuwe ontwikkelingen op het snijvlak van ethiek, gezondheid en beleid. Het CEG brengt jaarlijks signalementen uit over ethische thema’s en geeft uitvoering aan de publieksfunctie, onder meer via de website (kennisbron over ethische thema's) en diverse publieksbijeenkomsten, waaronder de jaarlijkse Els Borst lezing.

Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad is een onafhankelijk wetenschappelijke adviesraad die als taak heeft de regering en het parlement te adviseren door de actuele stand van de wetenschap aan te reiken voor gezondheidsbeleid. Vanuit verschillende disciplines werkt de raad aan hoogwaardige adviezen op het gebied van: optimale gezondheidszorg, preventie, gezonde voeding, gezonde leefomgeving, gezonde arbeidsomstandigheden en innovatie & kennisinfrastructuur. De raad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit. De vraagstukken die onderwerp zijn van advies worden in belangrijke mate ingebracht vanuit diverse departementen en worden jaarlijks opgenomen in het werkprogramma. In september stelt de Minister van VWS het werkprogramma voor het komende jaar vast. Het werkprogramma en de actuele stand van zaken worden gepubliceerd op de website van de Gezondheidsraad.

Licence