Base description which applies to whole site
+Toon begrotingsfasen

3.3 Artikel 3 Arbeidsongeschiktheid

De overheid beschermt werknemers tegen de inkomensgevolgen van arbeidsongeschiktheid en stimuleert hen te blijven werken of het werk te hervatten.

De overheid vindt dat werknemers die loon derven als gevolg van arbeidsongeschiktheid verzekerd moeten zijn van een redelijk inkomen. Daarom zijn werknemers verplicht verzekerd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De WIA omvat twee uitkeringsregimes: de Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA) en de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA). De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is bij de introductie van de WIA ingetrokken, maar geldt nog wel voor mensen die vóór 1 januari 2004 door ziekte of gebrek arbeidsongeschikt zijn geworden. Op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) waren ondernemers verplicht verzekerd tegen de inkomensgevolgen van arbeidsongeschiktheid. De WAZ is per 1 augustus 2004 ingetrokken, maar geldt nog wel voor zelfstandigen die op dat moment een uitkering ontvingen.

Als het totale inkomen van de uitkeringsgerechtigde WIA, WAO of WAZ en diens eventuele partner onder het sociaal minimum ligt, kan de uitkeringsgerechtigde een toeslag ontvangen tot het sociaal minimum op grond van de Toeslagenwet (TW), zie beleidsartikel 2.

De overheid stimuleert met behulp van financiële prikkels voor zowel uitkeringsgerechtigden als werkgevers dat uitkeringsgerechtigden aan het werk blijven of (op termijn) weer aan het werk gaan. Daarnaast biedt de overheid gerichte re-integratieondersteuning aan uitkeringsgerechtigden die ondersteuning nodig hebben. De overheid kent daarbij een groot belang toe aan de eigen verantwoordelijkheid en het meewerken aan re-integratie door de uitkeringsgerechtigde.

Aan werknemers in Caribisch Nederland wordt met de Ongevallenverzekering (OV) een inkomensvoorziening geboden in geval van arbeidsongeschiktheid door een bedrijfsongeval.

De Minister stimuleert aan het werk blijven of het werk hervatten met een bijdrage voor re-integratieinspanningen aan UWV. De Minister financiert de inkomensondersteuning met begrotingsgefinancierde uitkeringsregelingen. Bij de premiegefinancierde uitkeringsregelingen regisseert de Minister. Hij is in deze rollen verantwoordelijk voor:

  • de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving;

  • de vaststelling van het niveau van de uitkeringen van de onderscheiden regelingen;

  • de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doeltreffende en doelmatige uitvoering door UWV;

  • de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

Indexatie Ongevallenverzekering Caribisch Nederland

Overeenkomstig het voorstel zoals opgenomen in de Verzamelwet SZW 2022 wordt vanaf 2022 voor gewezen werknemers voorzien in jaarlijkse indexatie (via het dagloon) van het ongevallengeld dat op eigennaam wordt ontvangen. Dit met het oog op het borgen van koopkrachtbehoud.

WIA-criterium voor werknemers met loonkostensubsidie

Invoering van een alternatief criterium is op zijn vroegst mogelijk per 1-1-2023. Hierover is de Tweede Kamer geïnformeerd middels een brief (Kamerstukken II 2020/21, 32 716, nr. 40). Het indienen van het wetsvoorstel is aan een volgend kabinet, vanwege de demissionaire status van het huidige kabinet.

Medisch advies van de bedrijfsarts leidend bij de toets op re-integratieinspanningen

Op 1 oktober 2020 is het wetsvoorstel waarmee het medisch advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de toets op de re-integratieinspanningen door UWV, aangeboden aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2020/21, 35 589, nr. 2). Dit wetsvoorstel is op 2 februari 2021 controversieel verklaard. Als het wetsvoorstel weer in behandeling wordt genomen, is invoering op zijn vroegst mogelijk per 1 juli 2022.

Tabel 42 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 3 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

690

15.487

17.714

3.286

784

796

804

        

Uitgaven

690

15.487

17.714

3.286

784

796

804

        

Inkomensoverdrachten

       

Ongevallenverzekering (Caribisch Nederland)

690

716

739

761

784

796

804

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       

Uitvoering individuele plaatsing & steun

0

5.251

8.250

0

0

0

0

Scholingsexperiment WGA

0

9.520

8.725

2.525

0

0

0

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Budgetflexibiliteit

De uitgaven op artikel 3 Arbeidsongeschiktheid zijn voor 4,2% juridisch verplicht voor het jaar 2022. Per financieel instrument wordt de budgetflexibiliteit onderstaand toegelicht.

Inkomensoverdrachten

De inkomensoverdrachten zijn gebaseerd op wet- en regelgeving en derhalve voor 100% juridisch verplicht. Het betreft uitkeringslasten van de Ongevallenverzekering Caribisch Nederland.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdrage aan ZBO’s en RWT’s zijn 0% juridisch verplicht. Het betreft budget voor een scholingsexperiment voor WGA-gerechtigden en individuele plaatsing en steun.

Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd

Tabel 43 Premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 3 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Verplichtingen

10.459.318

10.744.922

11.190.558

11.731.981

12.245.641

12.708.684

13.128.652

        

Uitgaven

10.459.318

10.744.922

11.190.558

11.731.981

12.245.641

12.708.684

13.128.652

        

Inkomensoverdrachten

       

WAO

3.677.536

3.397.887

3.122.569

2.920.193

2.674.196

2.430.050

2.187.228

IVA

3.174.480

3.464.926

3.730.676

4.017.832

4.297.014

4.536.242

4.745.128

WGA

3.091.141

3.337.484

3.497.460

3.671.598

3.838.053

3.989.467

4.114.253

WAZ

102.447

89.795

82.469

74.180

64.923

55.987

48.475

WGA eigenrisicodragers

330.000

343.977

366.880

392.686

418.185

436.257

454.329

WAO nominaal

0

0

75.799

135.562

188.245

231.798

264.227

IVA nominaal

0

0

90.706

186.739

302.815

433.153

573.806

WGA nominaal

0

0

86.032

179.911

288.351

407.231

533.402

WAZ nominaal

0

0

1.997

3.437

4.562

5.332

5.847

WGA eigenrisicodragers nominaal

0

0

9.108

19.386

31.634

44.817

59.265

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       

Re-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW/WW

83.714

110.763

123.257

124.119

128.778

126.584

127.747

Scholingsexperiment WGA

0

90

680

680

0

0

0

Re-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW/WW nominaal

0

0

2.925

5.658

8.885

11.766

14.945

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Inkomensoverdrachten
Ongevallenverzekering (Caribisch Nederland)

Werknemers in de private sector van Caribisch Nederland die door een bedrijfsongeval geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn geraakt, krijgen op basis van de Ongevallenverzekering een uitkering (ongevallengeld). De uitkering is gekoppeld aan het laatstverdiende loon van de werknemer.

Budgettaire ontwikkelingen

Als gevolg van demografische ontwikkelingen stijgen de uitgaven voor de Ongevallenverzekering in 2022 en latere jaren in lichte mate.

Beleidsrelevante kerncijfers

Tabel 44 Kerncijfers Ongevallenverzekering (Caribisch Nederland)
 

Realisatie 20201

Raming 2021

Raming 2022

Volume uitkeringen Ongevallenverzekering (x 1.000, ultimo)

0,1

0,1

0,1

1

RCN-unit SZW.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar ten minste 35% arbeidsongeschikt zijn recht op een uitkering, mits aan de voorwaarden daarvoor voldaan is. In de WIA staat werk voorop. Het accent ligt op wat mensen wel kunnen. Tegelijkertijd is er sprake van inkomensbescherming. De WIA bestaat uit twee uitkeringsregimes. De IVA verstrekt een loondervingsuitkering aan werknemers die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn. Wie nog gedeeltelijk kan werken of bij wie herstel op termijn nog mogelijk is, krijgt een uitkering op basis van de WGA. De WIA wordt uitgevoerd door UWV. Werkgevers kunnen daarbij eigenrisicodrager worden voor de WGA-lasten van hun (ex-)werknemers. Dit betekent dat ze een lagere premie aan UWV betalen, omdat zij het gros van de verplichtingen van UWV met betrekking tot re-integratie en uitkeringsbetaling overnemen.

Wie komt er voor in aanmerking?

Werknemers die op of na 29 december 2005, na een wachttijd van twee jaar, 35% of meer arbeidsongeschikt zijn als gevolg van ziekte.

Hoe hoog is de IVA-uitkering en wat is de duur?

Iemand die ten minste 80% arbeidsongeschikt is en niet meer kan herstellen of een geringe kans op herstel heeft, komt op basis van de IVA in aanmerking voor een uitkering van 75% van het laatstverdiende loon, met een maximum van 75% van het maximumdagloon. Het maximumdagloon bedraagt per 1 juli 2021 € 225,57, dat is afgerond € 4.906,15 per maand. De IVA-uitkering bedraagt maximaal € 3.679,61 bruto per maand (inclusief vakantiegeld). Daarnaast ontvangen IVA-gerechtigden jaarlijks een tegemoetkoming (in 2021 netto € 183,61) mits zij op 1 juli van het kalenderjaar recht hebben op een IVA-uitkering. Deze tegemoetkoming arbeidsongeschikten is bedoeld om een arbeidsongeschikte tegemoet te komen in de kosten die hij/zij moet maken door zijn/haar handicap. Het recht op uitkering wordt beëindigd bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Hoe hoog is de WGA-uitkering en wat is de duur?

  • Iemand die ten minste 35% arbeidsongeschikt is komt in aanmerking voor een uitkering op basis van de WGA. De eerste twee maanden bedraagt de uitkering 75%, daarna 70% van het loonverlies (oude maandloon minus eventueel inkomen). Het totale inkomen neemt toe naarmate de betrokkene meer werkt.

  • Indien het loonverlies meer dan 35% maar minder dan 80% bedraagt, is er sprake van gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid. Afhankelijk van het arbeidsverleden heeft de gedeeltelijk arbeidsgeschikte minimaal 3 tot maximaal 24 maanden recht op een loongerelateerde uitkering. De maximale duur is vanaf 2016 stapsgewijs – met een maand per kwartaal – teruggebracht van 38 naar 24 maanden per 1 april 2019.

  • De gedeeltelijk arbeidsgeschikte wordt geacht te gaan of te blijven werken. Om dit te stimuleren wordt de uitkering na de loongerelateerde fase afhankelijk van het verdiende inkomen. Is dat inkomen ten minste 50% van de resterende verdiencapaciteit, dan wordt het loon aangevuld met 70% van het loonverlies. Als de betrokkene na afloop van de loongerelateerde uitkering geen werk heeft of minder verdient dan 50% van de resterende verdiencapaciteit, dan wordt een uitkering verstrekt die gerelateerd is aan het arbeidsongeschiktheidspercentage en het wettelijk minimumloon.

  • Indien het loonverlies ten minste 80% bedraagt en herstel op termijn nog mogelijk is, is er sprake van volledige arbeidsongeschiktheid. De volledig arbeidsongeschikte houdt ook na de loongerelateerde fase recht op een uitkering van 70% van het loonverlies.

  • WGA-gerechtigden die op 1 juli van het kalenderjaar recht hebben op een WGA-uitkering ontvangen evenals IVA-gerechtigden een tegemoetkoming arbeidsongeschikten van (in 2021) netto € 183,61.

  • Evenals bij de IVA-uitkering geldt ook bij de WGA-uitkering het maximumdagloon.

  • Het recht op uitkering kan doorlopen tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

Budgettaire ontwikkelingen

In 2022 stijgen de uitkeringslasten WIA (IVA en WGA) inclusief de lasten voor eigenrisicodragers met circa € 450 miljoen ten opzichte van 2021. De WIA is een nog ingroeiende regeling die nog niet het structurele niveau heeft bereikt. Naarmate het WIA-bestand meer ingroeit, zal er ook meer doorstroom plaatsvinden van de WGA naar de IVA omdat het WGA-bestand groeit. Hierdoor stijgen de IVA-uitgaven relatief harder dan de WGA-uitgaven.

Beleidsrelevante kerncijfers

De kerncijfers WIA zijn gecombineerd met de kerncijfers WAO in tabel 45.

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)

De WAO is per 29 december 2005 vervangen door de WIA. De WAO blijft gelden voor werknemers die op 1 januari 2004 een WAO-uitkering ontvingen. De WAO verstrekt uitkeringen tot aan de AOW-gerechtigde leeftijd. Daarom zullen er nog decennia lang mensen zijn die een beroep blijven doen op de WAO. De WAO wordt uitgevoerd door UWV.

Wie komt er voor in aanmerking?

De werknemer die op 1 januari 2004 al een WAO-uitkering ontving, behoudt deze zolang aan de uitkeringsvoorwaarden wordt voldaan:

  • Hij is 15% of meer arbeidsongeschikt;

  • Hij heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

De WAO blijft ook gelden voor werknemers die hun eerste ziektedag hadden vóór 1 januari 2004 of van wie het recht op WAO-uitkering is geëindigd, indien zij binnen vijf jaar (opnieuw) arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak. Hierdoor worden alleen nog nieuwe WAO-uitkeringen toegekend bij herleving van een oud recht.

Hoe hoog is de WAO-uitkering?

De WAO-uitkering bestaat uit twee fasen.

  • In de eerste fase ontvangt een WAO-gerechtigde een loondervingsuit-kering die gerelateerd is aan het arbeidsongeschiktheidspercentage en het dagloon. De uitkering bedraagt maximaal 75% van het maximumdagloon. Dat is per 1 juli 2021 maximaal € 3.679,61 bruto per maand (inclusief vakantiegeld). De duur van de loondervingsuitkering is afhankelijk van de leeftijd op de ingangsdatum van de WAO-uitkering.

  • In de tweede fase ontvangt de WAO-gerechtigde een vervolguitkering die gerelateerd is aan het arbeidsongeschiktheidspercentage en het vervolgdagloon. De hoogte van het vervolgdagloon is onder andere afhankelijk van de leeftijd die iemand heeft op de ingangsdatum van de WAO-uitkering. De vervolguitkering kan in principe doorlopen tot de AOW-gerechtigde leeftijd.

  • WAO-gerechtigden die op 1 juli van het kalenderjaar recht hebben op een WAO-uitkering en ten minste 35% arbeidsongeschikt zijn ontvangen daarnaast een tegemoetkoming arbeidsongeschikten van (in 2021) netto € 183,61.

Budgettaire ontwikkelingen

Er is alleen nog instroom in de WAO door herleving van uitkeringen. Er worden dan ook nauwelijks nog nieuwe WAO-uitkeringen toegekend. Tegelijkertijd worden er in 2022 naar verwachting bijna 15.000 uitkeringen beëindigd. De uitkeringslasten WAO dalen in 2022 met ongeveer € 275 miljoen. Het WAO-bestand en de uitkeringslasten nemen de komende jaren af, met name door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van het zittend bestand.

Beleidsrelevante kerncijfers

De instroom in de WGA neemt in 2022 af vergeleken met 2020 en 2021. Dit wordt veroorzaakt door administratieve effecten als gevolg van Covid-19. In 2020 en 2021 is een fysiek spreekuur niet altijd mogelijk geweest in verband met de coronamaatregelen. UWV heeft de sociaal-medische beoordelingen zoveel mogelijk uitgevoerd, maar waar dat niet kon werd de beoordeling uitgesteld tot een fysiek spreekuur mogelijk was. Hierdoor werden relatief veel voorschotten verstrekt. Deze worden geregistreerd als instroom in de WGA. Bij een deel van deze voorschotten blijkt na de beoordeling geen recht op WIA te bestaan. Hierdoor komt de instroom hoger uit dan wanneer iedereen wel binnen de wettelijke termijn beoordeeld zou zijn. Ook de uitstroom komt hierdoor hoger te liggen.

De uitstroomkans WAO en WIA daalt in 2022. Dit komt omdat in 2022 de AOW-leeftijd weer stijgt, waardoor er minder uitstroom door pensionering zal zijn dan in 2020 en 2021 waar de AOW-leeftijd bevroren was.

Tabel 45 Kerncijfers IVA, WGA en WAO
 

Realisatie 20201

Raming 2021

Raming 2022

IVA, WGA en WAO

   

Bestand in uitkeringen (x 1.000, ultimo)

564

565

574

 

waarvan IVA

137

147

157

 

waarvan WGA

213

223

236

 

waarvan WAO

215

196

181

Bestand als percentage van de verzekerde populatie (%)

7,5

7,5

7,6

    

Instroom in uitkeringen (x 1.000)

50,2

49,3

48,0

 

waarvan IVA

11,6

12,0

12,9

 

waarvan WGA

38,0

36,7

34,6

 

waarvan WAO

0,6

0,6

0,5

Instroomkans (%)

0,7

0,6

0,6

    

Uitstroom uit uitkeringen (x 1.000)

49,1

48,0

39,0

 

waarvan IVA

12,9

13,9

12,6

 

waarvan WGA

13,7

14,5

11,7

 

waarvan WAO

22,5

19,6

14,7

Doorstroom van WGA naar IVA (x 1.000)

11,1

11,5

10,5

Uitstroomkans WAO + WIA (%)

8,0

7,8

6,4

    

WGA

   

Aandeel werkend WGA (%, ultimo)

20

2

2

Aandeel werkende WGA'ers met resterende verdiencapaciteit (%, ultimo)

47

2

2

1

UWV, jaarverslag.

2

Dit aandeel wordt niet geraamd.

Handhaving

Sinds 2019 worden door middel van een extern onderzoek de misbruikrisico’s van regelingen die UWV uitvoert in kaart gebracht. Dit heeft inmiddels plaatsgevonden voor de WW. Eind 2021 wordt naar verwachting het onderzoek naar de ZW en de WIA afgerond. Hierna volgen onderzoeken naar de Toeslagenwet (TW), WAZO en WAO. Ook voor de Wajong zullen de misbruikrisico's in kaart worden gebracht. De kengetallen op het gebied van handhaving in voorgaande jaren tonen een stabiel beeld.

Tabel 46 Kerncijfers IVA, WGA en WAO (fraude en handhaving)
  

Realisatie 2018

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Preventie1

Gepercipieerde detectiekans (%)

74

71

2

Kennis van de verplichtingen (%)

88

90

2

Opsporing3

Aantal onderzochte fraudesignalen (x 1.000)

4,2

4,6

3,4

Aantal geconstateerde overtredingen met financiële benadeling (x 1.000)4

1,2

1,7

1,1

Totaal benadelingsbedrag

7,2

7

6,2

Sanctionering3

Aantal waarschuwingen (x 1.000)

1,4

1,8

1,2

Aantal boetes (x 1.000)

0,8

1

0,7

Totaal boetebedrag (x € 1 mln.)

1

1,1

0,9

  

Ontstaansjaar vordering

  

2018

2019

2020

Terugvordering3

Incassoratio fraudevorderingen (boete + benadelingsbedrag) ultimo 2020 (%)

48

40

23

1

Ipsos «Kennis der verplichtingen en detectiekans». Kerncijfers preventie hebben alleen betrekking op WGA en WAO. De IVA is bij het onderzoek «Kennis der verplichtingen en detectiekans» buiten beschouwing gebleven.

2

Door een gewijzigde onderzoeksopzet is het cijfer over 2020 niet beschikbaar. Vanaf 2021 is dit cijfer weer beschikbaar uit het onderzoek "Kennis der verplichtingen".

3

UWV, Jaarverslag.

4

Cijfers betreffen alle overtredingen van de inlichtingenplicht met financiële benadeling.

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)

De WAZ is een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de inkomensgevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid. De WAZ is op 1 augustus 2004 ingetrokken. Sindsdien kunnen ondernemers zelf bepalen of zij de inkomensrisico’s al dan niet willen afdekken, bijvoorbeeld via een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering. De WAZ blijft gelden voor zelfstandigen die op 1 augustus 2004 een uitkering ontvingen. De WAZ wordt uitgevoerd door UWV.

Wie komt er voor in aanmerking?

De zelfstandige die op 1 augustus 2004 al een WAZ-uitkering ontving, behoudt deze zolang aan de uitkeringsvoorwaarden wordt voldaan:

  • Hij is 25% of meer arbeidsongeschikt;

  • Hij heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

Hoe hoog is de WAZ-uitkering?

De hoogte van de WAZ-uitkering hangt af van de mate van arbeidsongeschiktheid en het feitelijk gederfde inkomen per dag, mits dat niet hoger is dan het wettelijk minimumloon (de maximale grondslag). De uitkering voor volledig arbeidsongeschikten is 75% van de grondslag en bedraagt per 1 juli 2021 maximaal € 1.275,75 bruto per maand (exclusief vakantiegeld). Heeft de betrokkene voortdurend oppas en verzorging nodig, dan kan de uitkering worden verhoogd tot maximaal 100% van de grondslag. WAZ-gerechtigden die op 1 juli van het kalenderjaar recht hebben op een WAZ-uitkering en ten minste 35% arbeidsongeschikt zijn ontvangen daarnaast een tegemoetkoming arbeidsongeschikten van (in 2021) netto € 183,61.

Budgettaire ontwikkelingen

De toegang voor zelfstandigen tot de WAZ is per 1 augustus 2004 beëindigd. In de WAZ is nog slechts in beperkte mate sprake van nieuwe instroom, die bestaat uit herleving van uitkeringen. Het WAZ-bestand en de uitkeringslasten nemen de komende jaren af, met name door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd van het zittend bestand. In 2022 bedraagt de afname van de uitkeringslasten circa € 7 miljoen.

Beleidsrelevante kerncijfers

Doordat de WAZ een afgesloten regeling is neemt het aantal uitkeringen jaarlijks af.

Tabel 47 Kerncijfers WAZ
 

Realisatie 20201

Raming 2021

Raming 2022

Bestand in aantal uitkeringen (x 1.000, ultimo)

8,4

7,3

6,6

1

UWV, jaarverslag.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

Individuele plaatsing & steun

UWV heeft met een subsidieregeling onderzocht of Individuele Plaatsing en Steun (IPS) een aanvulling kan zijn op de bestaande re-integratie instrumenten. IPS blijkt een waardevol re-integratie instrument voor mensen met ernstige psychische aandoeningen (EPA). IPS is voor de EPA-groep effectiever dan reguliere re-integratie. Vanaf 1 januari 2022 koopt UWV vanuit het re-integratiebudget daarom ook IPS in voor haar klanten met EPA.

Tegelijkertijd heeft er een subsidieregeling gelopen waarbij UWV subsidie kan verstrekken voor IPS aan zowel gemeente- als UWV-klanten met Common Mental Disorders (CMD). Het onderscheid tussen CMD en EPA zit hem in de ernst en de duur van de klachten. Aan deze subsidieregeling is ook onderzoek gekoppeld om te kijken of deze aanpak voor mensen met CMD waardevol is.

Het kabinet heeft in totaal € 18 miljoen beschikbaar gesteld voor een tijdelijke impuls van IPS-trajecten in 2021 en 2022. Hiermee kunnen er meer trajecten gestart worden voor zowel de EPA- als de CMD-groepen en voor zowel gemeente- als UWV-klanten. Wajongers (begrotingsartikel 4) vallen hier ook onder. In tabel 42 is het bedrag te zien dat voor de gemeentelijke doelgroep beschikbaar is gesteld.

Scholingsexperiment voor WGA-gerechtigden

In overleg met de sociale partners en UWV heeft het kabinet besloten extra te investeren in scholing van mensen met een WGA-uitkering (Kamerstukken II 2020/21, 29 544, nr. 1035). De komende twee jaar gaat UWV vaker scholing aanbieden. Daarnaast gaat UWV experimenteren met nieuwe vormen van scholing. Voor mensen met taalproblemen start UWV pilots met op werk gerichte taaltrainingen. Verder gaat UWV in 2022 en 2023 experimenteren met de inzet van leerwerkcombinaties onder intensieve begeleiding voor de WGA-uitkeringsgerechtigden. Deze twee pilots voor nieuwe vormen van scholing worden bekostigd vanuit het premiegefinancierde gedeelte van het Scholingsexperiment WGA.

Re-integratie WIA/WAO/WAZ/ZW/WW

Voor de re-integratie van uitkeringsgerechtigden in de WIA, WAO, WAZ, ZW en WW zet UWV middelen in om hen zo nodig te begeleiden op weg naar werk en te ondersteunen zodra zij werk hebben. UWV zet deze middelen in voor de inkoop van trajecten en diensten gericht op het vinden van werk. Daarnaast koopt UWV voorzieningen (waaronder jobcoaching en vervoersvoorzieningen) in voor het ondersteunen van werkenden met een structurele functionele beperking.

UWV beschikt vanaf 2015 over een geïntegreerd taakstellend re-integratiebudget voor de inzet van trajecten en van voorzieningen voor de re-integratieondersteuning van gedeeltelijk arbeidsgeschikten (inclusief Wajongers). Dit budget wordt jaarlijks aan UWV beschikbaar gesteld en door UWV verantwoord via de reguliere rapportages. Het begrotingsgefinancierde gedeelte van het re-integratiebudget wordt verantwoord in beleidsartikel 4.

Budgettaire ontwikkelingen

Voor het premiegefinancierde gedeelte van het re-integratiebudget is in 2022 € 123 miljoen beschikbaar.

Extracomptabel overzicht re-integratiebudget

In tabel 48 is het totale budget dat voor UWV beschikbaar is voor de inkoop van re-integratietrajecten en werkvoorzieningen te zien, voor zowel WIA/WAO/WAZ/ZW/WW als Wajong. Aandachtspunt is dat een deel van het begrotingsgefinancierde budget gericht is op de subsidieregeling voor scholing en re-integratie van personen met arbeidsbeperkingen en ernstige scholingsbelemmeringen (ESB-regeling). Het overige begrotingsgefinancierde deel is samen met het premiegefinancierde deel beschikbaar voor inkoop van trajecten en diensten.

Tabel 48 Extracomptabel overzicht totaal re-integratiebudget (bedragen x € 1.000)
 

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Premiegefinancierd (WIA/WAO/WAZ/ZW/WW)

83.714

110.763

123.257

124.119

128.778

126.584

127.747

Begrotingsgefinancierd (Wajong)

86.000

93.913

83.116

84.362

84.539

79.744

76.864

 

waarvan ESB

13.000

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

Totaal beschikbaar budget voor inkoop

156.714

190.676

192.373

194.481

199.317

192.328

190.611

Naast de in dit begrotingsartikel genoemde instrumenten, zijn er fiscale regelingen die betrekking hebben op dit beleidsterrein. De Minister van Financiën is hoofdverantwoordelijk voor de wetgeving en uitvoering van deze regelingen en voor de budgettaire middelen. In onderstaande tabel is ter informatie het budgettaire belang van deze regelingen vermeld. De cijfers zijn ontleend aan de corresponderende bijlage ‘Fiscale regelingen’ in de Miljoenennota. Naast de fiscale regelingen die in onderstaande tabel zijn opgenomen, heeft ook de Startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid betrekking op dit beleidsartikel. Voor een beschrijving van de regelingen, de doelstelling, de ramingsgrond, een verwijzing naar de laatst uitgevoerde evaluatie en het beoogde jaar van afronding van de volgende evaluatie, wordt verwezen naar de bijlage bij de Miljoenennota ‘Toelichting op de fiscale regelingen’.

Tabel 49 Fiscale regelingen 2020-2022, budgettair belang op transactiebasis in lopende prijzen (x € miljoen)
 

2020

2021

2022

Arbeidsongeschiktheidsverzekering premieaftrek

545

564

578

Arbeidsongeschiktheidsverzekering belaste uitkering

‒ 405

‒ 418

‒ 429

Licence