Base description which applies to whole site

3.11 Artikel 11 Uitvoering

De overheid voorziet de uitvoeringsorganisaties van financiële middelen voor een rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering van socialezekerheidsregelingen, binnen de kaders die de overheid stelt.

De uitvoering van de socialezekerheidswetten vindt mede plaats door ZBO’s en RWT’s. De Minister van SZW bepaalt de kaders waarbinnen de uitvoering tot stand komt en stelt uitvoeringsbudget ter beschikking aan Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) inclusief het Bureau Keteninformatisering Werk en Inkomen (BKWI), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en het Inlichtingenbureau (IB). Zij maakt daarbij prestatieafspraken en stuurt op rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering. Hiertoe is een planning- en controlcyclus ingericht tussen de uitvoeringsorganen en het ministerie.

De Minister is verantwoordelijk voor het doen uitvoeren van de sociale‐ zekerheidswetgeving door de uitvoeringsorganen en draagt zorg voor:

  • de vormgeving, het onderhoud en de werking van het stelsel van wet- en regelgeving (wet SUWI) waarbinnen de uitvoeringsorganen opereren;

  • de vormgeving van het stelsel van socialezekerheidswetten die UWV en de SVB uitvoeren;

  • de vaststelling van de budgetten die aan UWV, de SVB en het IB beschikbaar worden gesteld met daarbij passende prestatieafspraken;

  • de sturing van en het toezicht op de rechtmatige, doelmatige, doeltreffende en klantgerichte uitvoering door UWV, de SVB en het IB en de verantwoording daarover;

  • de vaststelling van de omvang van de middelen die aan de Landelijke Cliëntenraad (LCR) beschikbaar worden gesteld.

  • de organisatie van de eigen uitvoering binnen het verband van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN).

Prestatie-indicatoren UWV en SVB

In onderstaande tabellen zijn indicatoren voor UWV en de SVB weergegeven die de doelmatigheid, rechtmatigheid en klantgerichtheid van de uitvoering weergeven.

Herijkingen KPI-sets UWV en SVB

Bij zowel UWV als de SVB vinden er, in gezamenlijkheid met SZW, trajecten plaats om de KPI-sets voor de externe verantwoording te herijken. Bij de SVB is voor het jaarplan 2022 al een eerste herijking gedaan. Bij UWV worden de bestaande KPI's aangevuld met sturingsafspraken die invulling geven aan de publieke waarden die UWV wil realiseren. De resultaten zullen gaan landen in het jaarplan voor 2023. Deze trajecten zullen ook de komende jaren aandacht blijven vergen.

Tabel 105 Indicatoren uitvoering UWV
 

Realisatie 20211

Streefwaarde 20222

Streefwaarde 20233

Doelmatigheid: Percentage realisatie uitvoeringskosten binnen budget

95

100

100

Rechtmatigheid: Percentage rechtmatigheid

99,24

99

99

Klantgerichtheid: Cijfer klanttevredenheid uitkeringsgerechtigden

7,5

7

7

1

Bron: UWV, jaarverslag 2021.

2

Bron: UWV, jaarplan 2022.

3

Deze streefcijfers worden opgenomen in het jaarplan 2023 van UWV.

4

In dit cijfer is niet de rechtmatigheid van de NOW-subsidieverstrekking meegenomen. In het jaarverslag van het UWV wordt dit nader toegelicht.

Tabel 106 Indicatoren uitvoering SVB
 

Realisatie 20211

Streefwaarde 20222

Streefwaarde 20233

Doelmatigheid: Reële efficiëntiegroei

‒ 3,0

4

4

Rechtmatigheid: Percentage rechtmatigheid

100

99

99

Klantgerichtheid: Cijfer klanten

5

8

8

1

Bron: SVB, Jaarverslag 2021.

2

Bron: SVB, jaarplan 2022.

3

Deze streefcijfers worden opgenomen in het jaarplan 2023 van de SVB.

4

Norm was 1,5% efficiency-groei (kostenbesparing los van volume- en beleidswijzigingen) voor de grote wetten. Er wordt gewerkt aan een nieuwe indicator voor doelmatigheid. Voorlopig is afgesproken dat de SVB nog wel rapporteert over efficiency, maar er is geen norm afgesproken.

5

Het klanttevredenheidsonderzoek vindt tweejaarlijks plaats.

Werk aan Uitvoering

Het kabinet zet het programma Werk aan Uitvoering voort. Dit is een overheidsbreed programma ter verbetering van de publieke dienstverlening, met als doel beter aan te sluiten op de verwachtingen en behoeften van burgers en ondernemers. In het coalitieakkoord zijn hiervoor middelen gereserveerd. Voor UWV en SVB komt hiervan € 46 miljoen per jaar beschikbaar tot 2030 (met aanloop in 2023/2024 en afbouw in 2030/31). Deze middelen worden ingezet voor de digitale agenda en dienstverlening en het versterken van het vakmanschap van medewerkers. Naar aanleiding van de parlementaire ondervragingscommissie naar de kinderopvangtoeslag is eerder structureel € 150 miljoen beschikbaar gesteld voor de verbetering van de dienstverlening en informatiehuishouding bij UWV en SVB. Deze middelen worden ook gebruikt om concrete knelpunten op te lossen, bijvoorbeeld voor mensen die werken naast een uitkering en te maken hebben met een ingewikkelde verrekeningssystematiek.

Dienstverlening SVB

De SVB is in nauwe samenwerking met UWV gestart met een pilot omtrent een ‘doenvermogenstoets’ om zo bij voorgenomen wet- en regelgeving en relevante beleidsvoornemens rekening te houden met het doenvermogen van burgers. Daarnaast is de SVB in gezamenlijkheid met SZW bezig om het onbewust niet-gebruik van de AIO te verminderen. Hiertoe wordt een pilot voorbereid waarbij gebruik wordt gemaakt van inkomensgegevens van UWV. Ook loopt in 2023 bij de SVB de «Operatie Gezonde Dienstverlening» door. Hiermee worden extra medewerkers opgeleid om de tijdigheid te verbeteren en passende dienstverlening te organiseren.

Sociaal-medische beoordelingen

Als gevolg van de mismatch tussen vraag naar en aanbod van sociaal-medische boordelingen, lopen de achterstanden bij de (her)beoordelingen al enige jaren op. Het kabinet wil de mismatch verminderen en komen tot structurele verbeteringen in het stelsel. Dit betreft enerzijds acties van UWV om de uitvoering te verbeteren en anderzijds het tijdelijk toestaan om bepaalde sociaal-medische beoordelingen vereenvoudigd of niet uit te voeren. Voor de lange termijn wil het kabinet een integrale verkenning van het stelsel laten doen door een onafhankelijke onderzoekscommissie. Dit is nodig om te komen tot een houdbaar stelsel, waar de mismatch is opgelost en ruimte is voor nieuwe beleidsinitiatieven, bijvoorbeeld voor het wegnemen van meer fundamentele hardheden.

WW-dienstverlening

In mei 2022 is de effectmeting naar de inzet van persoonlijke dienstverlening aan WW-gerechtigden afgerond. Naar aanleiding van deze effectmeting wordt bezien hoe deze inzichten in de komende jaren kunnen worden meegenomen in de doorontwikkeling van de WW-dienstverlening.

WGA-dienstverlening

UWV en SZW werken aan de doorontwikkeling van de WGA-dienstverlening en hiervoor loopt een onderzoeksprogramma over de periode 2017-2025. UWV heeft de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in het versterken en verbeteren van de WGA-dienstverlening en geeft conform afspraak uitvoering aan de basale dienstverlening. Hierover is recent een Kamerbrief verstuurd.4 De midterm review en de tussenrapportage van de effectevaluatie laten zien dat UWV goed op weg is om in 2025 bij afronding van de effectevaluatie inzicht te kunnen verschaffen in de doelmatigheid en doeltreffendheid van de WGA-dienstverlening.

Handhaving UWV/SVB

Wij zijn voornemens het handhavingsbeleid te herijken om zowel bij fouten als bij moedwillig misbruik passend te kunnen reageren. Hiervoor zal een conceptwets­ontwerp en bijbehorend uitvoeringstoetsverzoek worden voorgelegd aan de SVB en UWV. De versterkte focus op dienstverlening komt ook tot uiting middels het Team Preventie waarin onder meer UWV, SVB en VNG participeren. Daarnaast worden de wetten die UWV uitvoert extern doorgelicht op misbruikrisico’s. Voor de WW is dit - op het internationale aspect na - reeds gedaan. Het proces voor de WIA, ZW en overige wetten loopt en zal in 2023 voortgezet worden.

Verhoging uitvoeringskosten RCN-unit SZW

Het uitvoeringsbudget voor de Rijksdienst Caribisch Nederland SZW wordt structureel verhoogd met € 0,8 miljoen om de kosten te kunnen dekken voor de toegenomen taken en volumes. Daarnaast is er voor de jaren 2022 tot en met 2025 additioneel budget vrijgemaakt (waarvan € 3,6 miljoen in 2023) ten behoeve van de ontwikkeling van de ICT-applicaties voor de uitvoering van de socialezekerheidsregelingen. Dit draagt bij aan het verbeteren van het financieel beheer.

Tabel 107 Budgettaire gevolgen van beleid artikel 11 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

654.624

697.737

657.751

625.080

615.365

612.106

612.825

        

Uitgaven

654.624

697.737

657.751

625.080

615.365

612.106

612.825

        

Opdrachten

       

Handhaving smal

0

2.152

3.106

2.967

2.811

2.970

3.320

Bekostiging

       

Uitvoeringskosten CN

0

9.232

10.018

10.137

9.437

7.237

7.237

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       

Uitvoeringskosten UWV

487.173

498.166

450.257

410.455

405.207

402.513

401.778

Uitvoeringskosten SVB

149.116

172.510

179.875

187.026

183.415

184.891

185.995

Uitvoeringskosten IB

17.500

14.837

13.655

13.655

13.655

13.655

13.655

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

       

Landelijk Clientenraad

835

840

840

840

840

840

840

        

Ontvangsten

88.058

81.872

0

0

0

0

0

        

Ontvangsten

       

Algemeen

88.058

81.872

0

0

0

0

0

Geschatte budgetflexibiliteit

Tabel 108 Geschatte budgetflexibiliteit artikel 11 (%)
 

2023

juridisch verplicht

96

bestuurlijk gebonden

3

beleidsmatig gereserveerd

1

nog niet ingevuld / vrij te besteden

0

De uitgaven op artikel 11 Uitvoering zijn voor 96% juridisch verplicht voor het jaar 2023. Per financieel instrument wordt dit onderstaand toegelicht.

Opdrachten

De uitgaven onder handhaving smal zijn voor 7,4% juridisch verplicht voor het jaar 2023. Het betreft de aanbesteding van het onderzoek kennis der verplichtingen. Voor de overige 92,6% zijn de uitgaven aan handhaving smal voor 2023 beleidsmatig gereserveerd. In 2023 worden er vanuit dit budget dus uitgaven voorzien waar nog een verplichting voor moet worden aangegaan.

Bekostiging

Het budget voor bekostiging is voor 70% juridisch verplicht en voor 30% bestuurlijk gebonden. Het betreft het uitvoeringsbudget voor de RCN-unit SZW en gereserveerde middelen voor ICT-ontwikkeling.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De bijdragen aan ZBO’s zijn voor 96% verplicht, 3% bestuurlijk gebonden en 1% beleidsmatig gereserveerd. Deze budgetten worden bij de goedkeuring van de jaarplannen vastgesteld.

Bijdrage aan (inter)nationale organisaties

De bijdrage aan nationale organisaties is 100% juridisch verplicht. Het betreft een bijdrage aan de LCR. Het budget wordt bij goedkeuring van het jaarplan vastgesteld.

Budgettaire gevolgen van beleid premiegefinancierd

Tabel 109 Premiegefinancierde uitgaven en ontvangsten artikel 11 (bedragen x € 1.000)

Omschrijving

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

Verplichtingen

1.845.340

1.992.315

2.225.584

2.295.554

2.387.482

2.496.223

2.610.916

        

Uitgaven

1.845.340

1.992.315

2.225.584

2.295.554

2.387.482

2.496.223

2.610.916

        

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

       

Uitvoeringskosten UWV

1.670.751

1.838.951

1.970.787

1.965.148

1.975.434

1.999.249

2.027.173

Uitvoeringskosten SVB

174.589

153.364

153.999

158.283

158.095

159.209

158.681

Uitvoeringskosten UWV nominaal

0

0

93.452

159.281

235.167

312.942

394.354

Uitvoeringskosten SVB nominaal

0

0

7.346

12.842

18.786

24.823

30.708

        

Ontvangsten

0

0

0

0

0

0

0

Opdrachten

Handhaving smal

Het handhavingsbudget smal betreft beleidsondersteunend budget dat wordt ingezet voor de ontwikkeling van beleid met betrekking tot handhaving in de sociale zekerheid. Hieronder valt onder andere het laten uitvoeren van beleidsinhoudelijk onderzoek. Handhaving van de plichten in de materiewetten wordt bekostigd via de uitvoeringskosten aan de uitvoeringsorganisaties en wordt per materiewet verantwoord. Het handhavingsbudget smal is daarmee geen indicatie van de totale inzet die wordt gepleegd op handhaving in de sociale zekerheid.

Bekostiging

Uitvoeringskosten CN

De RCN-unit SZW is een bij de Rijksdienst Caribisch Nederland gepositioneerd onderdeel van het departement dat namens de minister is belast met uitkeringsverstrekking, vergunningverlening en arbeidsinspectie in Caribisch Nederland. Het uitvoeringsbudget voor de Rijksdienst Caribisch Nederland SZW vanaf 2023 ligt hoger om de kosten te kunnen dekken voor de toegenomen taken en volumes. Vanaf 2025 worden lagere kosten voorzien, vanwege de afronding van het ICT-ontwikkelingstraject.

Bijdrage aan ZBO's/RWT's

De Minister van SZW stelt de financiële kaders vast voor het UWV, de SVB en het Inlichtingenbureau, waarbinnen deze organisaties hun jaarplannen dienen op te stellen. Deze financiële kaders hebben alleen betrekking op de uitvoering van SZW-taken door genoemde ZBO’s. In de jaarplannen nemen het UWV en de SVB een verdeling van de uitvoeringskosten naar wet en/of fonds op. De Minister stuurt in eerste aanleg op het totaalbudget per organisatie. Uitgangspunt daarbij is dat de organisaties zelfstandig de uitvoering organiseren en over de realisatie via het jaarverslag verantwoording afleggen aan de Minister van SZW.

Budgettaire ontwikkelingen

De uitvoeringskosten van UWV en de SVB wijzigen gedurende de jaren als gevolg van beleidswijzigingen en volumeontwikkelingen in de onderscheiden wetten en regelingen.

Per saldo stijgen de uitvoeringskosten (begrotings- en premiegefinancierd) van UWV in 2023 met circa € 84 miljoen. Deze toename is grotendeels het gevolg van de bijgestelde volumeontwikkelingen op de WW, ZW en WIA (WGA en IVA). Daarnaast wordt de dienstverlening versterkt in het kader van Werk aan Uitvoering en de parlementaire ondervragingscommissie naar de kinderopvangtoeslag.

Per saldo stijgen de uitvoeringskosten (begrotings- en premiegefinancierd) van de SVB in 2023 met circa € 8 miljoen ten opzichte van 2022. De stijging vloeit grotendeels voort uit het versterken van de dienstverlening in het kader van Werk aan Uitvoering en de parlementaire ondervragingscommissie naar de kinderopvangtoeslag.

In de tabellen 110 en 111 zijn de uitvoeringskosten van UWV en de SVB toegedeeld aan de onderscheiden wetten en regelingen. Dit is een ex-ante raming op basis waarvan de bekostiging van ZBO’s plaatsvindt. De toedeling is extracomptabel. Hier is de loon- en prijsbijstelling nog niet aan toebedeeld.

Tabel 110 Extracomptabel overzicht begrotingsgefinancierde en premiegefinancierde uitvoeringskosten UWV (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

        

UWV (incl. BKWI)

2.157.924

2.337.117

2.421.044

2.375.603

2.380.641

2.401.762

2.428.951

        

Begrotingsgefinancierd

487.173

498.166

450.257

410.455

405.207

402.513

401.778

IOW

2.580

2.576

2.312

2.196

2.229

1.354

884

Wajong

189.080

199.558

161.430

157.429

152.530

150.715

150.469

Re-integratie Wajong1

95.777

102.652

103.145

103.660

103.890

103.905

103.923

Basisdienstverlening

91.932

88.157

93.946

87.656

87.711

87.722

87.714

Beoordeling gemeentelijke doelgroep

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

20.000

Wsw indicatiestelling

1.329

1.385

1.106

1.072

1.037

1.007

978

Scholingsbudget WW

5.500

900

900

900

900

900

900

NOW 1

20.600

7.700

5.000

0

0

0

0

NOW 2

10.000

3.900

5.000

0

0

0

0

NOW 3

16.000

19.400

5.000

0

0

0

0

NOW 4

4.000

1.400

5.000

0

0

0

0

NOW 5

0

5.700

5.000

0

0

0

0

NOW 6

0

2.000

3.900

0

0

0

0

TOFA

2.591

100

0

0

0

0

0

MCKW

337

291

209

132

0

0

0

Uitvoering kassierstaak

3.300

3.300

1.400

500

0

0

0

Centrale uitvoering landelijke ondersteuning

3.000

3.100

0

0

0

0

0

Skills en mogelijkheden

1.498

938

0

0

0

0

0

Inzet doelgroep banenafspraak

3.100

4.000

0

0

0

0

0

STAP

0

15.700

21.500

21.500

21.500

21.500

21.500

BKWI

16.550

15.410

15.410

15.410

15.410

15.410

15.410

        

Premiegefinancierd

1.670.751

1.838.951

1.970.787

1.965.148

1.975.434

1.999.249

2.027.173

WW

622.234

816.830

825.893

840.845

860.070

873.710

890.751

ZW

391.344

352.215

383.148

370.149

373.677

375.916

378.401

WAZO

12.874

8.147

8.147

8.147

8.147

8.147

8.147

WAO

72.036

55.609

53.628

51.962

49.483

47.662

45.587

Re-integratie WAZ/WAO/WIA/ZW1

131.981

134.372

137.847

141.164

144.210

146.680

148.733

WGA

382.235

390.820

436.453

424.099

410.790

415.710

421.945

IVA

75.563

78.201

123.129

126.389

126.818

129.316

131.612

WAZ

2.944

2.756

2.541

2.392

2.239

2.108

1.998

Toevoeging aan bestemmingsfonds/egalisatiereserve

‒ 20.460

      

Bron: SZW-administratie.

1

Dit zijn uitvoeringskosten. Re-integratie in de vorm van voorzieningen en/of trajecten staan weergegeven op beleidsartikel 3. De uitvoeringskosten re-integratie hebben betrekking op de werkzaamheden die UWV verricht ten behoeve van de inkoop van externe re-integratiediensten en de re-integratiedienstverlening voor werkzoekenden in de WIA, WAO en Wajong die UWV zelf aanbiedt.

Tabel 111 Extracomptabel overzicht begrotingsgefinancierde en premiegefinancierde uitvoeringskosten SVB (bedragen x € 1.000)
 

2021

2022

2023

2024

2025

2026

2027

        

SVB

323.705

325.874

333.874

345.309

341.510

344.100

344.676

        

Begrotingsgefinancierd

149.116

172.510

179.875

187.026

183.415

184.891

185.995

AKW

101.565

119.888

123.344

133.274

128.752

129.002

128.760

TAS

2.349

1.635

1.562

1.535

1.533

1.533

1.533

TSB1

 

3.015

7.872

4.000

4.000

4.000

4.000

KOT/WKB

9.081

7.347

10.034

10.034

10.034

10.034

10.034

AIO

33.600

38.625

35.079

36.215

37.146

38.398

39.853

Bijstand buitenland

224

224

224

223

224

223

223

OBR

489

0

0

0

0

0

 

Remigratiewet

1.808

1.776

1.760

1.745

1.726

1.701

1.592

        

Premiegefinancierd

174.589

153.364

153.999

158.283

158.095

159.209

158.681

AOW

165.055

144.579

143.396

147.574

147.452

148.713

148.261

Anw

9.534

8.785

10.603

10.709

10.643

10.496

10.420

Bron: SZW-administratie.

1

incl. middelen ISBG

Bijdrage aan (inter-)nationale organisaties

De Landelijke Cliëntenraad (LCR) is een overlegorgaan ingesteld bij Wet SUWI, waarin landelijke cliëntenorganisaties, vertegenwoordigers van gemeentelijke cliëntenraden en vertegenwoordigers van de centrale cliëntenraden van de SVB en UWV zitting hebben. De LCR heeft tot taak periodiek te overleggen met UWV, de SVB, de gemeenten en de Minister van SZW over onderwerpen op het terrein van werk en inkomen. De Minister van SZW stelt de financiële kaders vast voor de LCR, waarbinnen de LCR een jaarplan dient op te stellen.

4

Midterm review effectiviteit activerende dienstverlening aan mensen in de WIA

Licence