XIII Economische Zaken
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 en 2
De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de rijksbegroting, worden op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in:
1. de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Economische Zaken;
2. de begrotingsstaat inzake de agentschappen van dit ministerie;
De in de begrotingsstaten opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.Herbert
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)
1 Leeswijzer
De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
In sommige gevallen, waar politiek relevant, worden ook posten toegelicht beneden deze ondergrenzen.
2 Beleidsartikelen
Beleidsartikel 1 Goed functionerende economie en markten
Bij Najaarsnota 2025 was er een bedrag van € 531 mln aan verplichtingen geraamd en een bedrag van € 453 mln aan kasuitgaven. Op dit artikel is ten opzichte van de Najaarsnota in 2025 € 15,71 mln minder uitgegeven dan begroot en is voor een bedrag van € 12,67 mln minder aan verplichtingen aangegaan.
Bij Najaarsnota 2025 was er een bedrag van € 27,4 mln aan ontvangsten geraamd. De gerealiseerde ontvangsten zijn in 2025 € 13,5 mln lager dan begroot bij Najaarsnota.
Verplichtingen
Binnen artikel 1 zijn er geen verplichtingenmutaties groter dan € 10 mln.
Uitgaven
Binnen artikel 1 zijn er geen uitgavenmutaties groter dan € 10 mln.
Ontvangsten
Ontvangstenmutaties groter dan € 10 mln:
– De High Trust-ontvangsten vallen € 19,4 mln lager uit dan geraamd. Deze ontvangsten bestaan voornamelijk uit door de ACM ontvangen boetes. Die fluctueren door de jaren heen. Dit komt onder andere door het aantal en de hoogte van door de ACM opgelegde boetes. De ACM is hierin volledig onafhankelijk.
Beleidsartikel 2 Bedrijvenbeleid: innovatie en ondernemerschap voor duurzame welvaartsgroei
Bij de Najaarsnota 2025 bedroegen de geraamde verplichtingen voor dit artikel € 3,3 mld en de geraamde kasuitgaven € 2,0 mld. Ten opzichte van de Najaarsnota in 2025 is € 165,0 mln minder uitgegeven dan begroot en € 0,9 mld minder aan verplichtingen aangegaan.
Bij Najaarsnota 2025 was er een bedrag van € 443,0 mln aan ontvangsten geraamd. De gerealiseerde ontvangsten zijn in 2025 € 26,9 mln hoger uitgevallen dan geraamd.
Verplichtingen
Verplichtingenmutaties groter dan € 20 mln:
– Voor de garantieregeling Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) zijn er in 2025 minder toekenningen gedaan voor garanties dan het plafond toelaat. Dit is een herkenbare trend in de afgelopen jaren. Doordat er minder toekenningen zijn gedaan en minder failliesementen zijn aangevraagd door gebruikers van de regeling, zijn er ook minder schadeclaims uitbetaald. Hierdoor zijn er tevens minder verplichtingen aangegaan. € 467,8 mln aan verplichtingenbudget is daarom afgeboekt.
– De garantieregeling Groeifaciltieit is in 2025 gestopt, waardoor er geen nieuwe verplichtingen zijn aangegaan. € 29,0 mln aan verplichtingenbudget is daarom afgeboekt, resulterend in een afname bij de realisatie van € 85 mln.
– De Garantie Ondernemingsfinanciering (GO) is een garantieregeling gericht op middelgrote en grote leningen. In 2025 zijn minder aanvragen toegekend dan mogelijk, waardoor het verplichtingenbudget niet volledig is benut. Een deel van het verpichtingenbudget komt hierdoor te vervallen. Dit deel bedraagt in totaal € 311,4 mln en is afgeboekt.
– Door vertraging bij het afgeven van een verplichting voor het NGF-project Quantum Delta van ruim € 60 mln is er minder verplichtingenbudget benut dan geraamd.
Uitgaven
Uitgavenmutaties groter dan € 20 mln:
– Voor de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) zijn in 2025 minder uitgaven gerealiseerd dan verwacht. Dit is te verklaren doordat de afgelopen jaren niet alle ruimte voor nieuwe garanties is benut. Hierdoor zijn zowel de uitgaven als de inkomsten lager uitgevallen. Ten opzichte van de Najaarsnota zijn de kasuitgaven met € 25,9 mln naar beneden bijgesteld.
– Door vertraging bij het NGF-project Quantum Delta is er ruim € 20 mln minder kasbudget tot besteding gekomen dan geraamd. Omdat deze middelen onderdeel zijn van de toekenningen voor het NGF-project, worden deze via de specifieke 100% eindejaarsmarge aan het budget van 2026 toegevoegd en kunnen deze alsnog tot besteding komen.
– Voor het NGF-project Photon Delta is er in 2025 door vertraging in de uitbetaling van de kwartaalbetalingen ruim € 20 mln minder budget tot uitbetaling gekomen dan verwacht. Via de specifieke 100% eindejaarsmarge worden deze middelen opnieuw toegevoegd aan de begroting voor 2026, zodat deze middelen alsnog tot besteding kunnen komen.
Ontvangsten
Binnen artikel 2 zijn er geen ontvangstenmutaties groter dan € 20 mln.
Beleidsartikel 3 Toekomstfonds
Bij de Najaarsnota 2025 bedroegen de geraamde verplichtingen voor dit artikel € 374,4 mln en de geraamde kasuitgaven € 321,1 mln. Ten opzichte van de Najaarsnota in 2025 is € 12,7 mln minder uitgegeven dan begroot en € 15,0 mln minder aan verplichtingen aangegaan.
Bij Najaarsnota 2025 was er een bedrag van € 60,2 mln aan ontvangsten geraamd. De gerealiseerde ontvangsten zijn in € 26,1 mln hoger uitgevallen dan geraamd.
Verplichtingen
Verplichtingenmutaties groter dan € 10 mln:
– Voor het Innovatiekrediet is in 2025 minder verplicht dan begroot. Dit komt door de onvoorspelbaarheid van het moment waarop een polis wordt afgegeven. Hierdoor kunnen verplichtingen soms over de jaargrens heen schuiven, wat in bepaalde jaren tot onderuitputting leidt. Ten opzichte van geraamd bij de Najaarsnota is er in totaal € 11,3 minder verplicht.
– In 2025 zijn 3 aanvragen voor het regionale luik van de Vroegefasefinanciering (VFF) voor Limburg (€ 5 mln), Noord-Holland (€ 2,5 mln), en Friesland (€ 3 mln) niet meer beschikt voor het einde van het jaar. Ook zijn er voor € 2,2 mln minder aan aanvragen binnen gekomen dan rekening mee gehouden op het nationale luik van de VFF. De realisatie op het verplichtingenbudget is daarom € 12,7 mln lager dan geraamd bij de Najaarsnota.
Uitgaven
Uitgavenmutaties groter dan € 10 mln:
– Voor het Innovatiekrediet is in 2025 minder uitgegeven dan geraamd. Dit komt door het vraaggestuurde karakter van de regeling. Omdat er in 2025 minder vraag was, zijn de uitgaven lager uitgevallen dan geraamd. Deze onderuitputting bedraagt in totaal € 14,5 mln.
Ontvangsten
Ontvangstenmutaties groter dan € 10 mln:
– € 18 mln aan Corona Overbrugingsleningen (COL) is eerder afgelost dan geraamd, wat resulteert in een hogere realisatie bij de ontvangsten.
Beleidsartikel 4 Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering
Vanaf begrotingsjaar 2025 zijn de budgetten overgeheveld naar het Ministerie van Klimaat en Groene Groei. De budgetten vanaf 2025 staan op artikel 31 van de begroting van KGG en worden daar toegelicht.
Beleidsartikel 5 Een veilig Groningen met perspectief
Vanaf begrotingsjaar 2025 zijn de meeste budgetten overgeheveld naar het Ministerie van Binnenlandse Zaken. De budgetten vanaf 2025 staan op artikel 15 van de begroting van BZK en worden daar toegelicht. Enkele budgetten gerelateerd aan mijnbouwactiviteiten zijn ovbergeheveld naar artikel 31 van de begroting van KGG en worden daar toegelicht.
3 Niet-Beleidsartikelen
Artikel 40 Apparaat
Toelichting op de verplichtingen en uitgaven
Bij Najaarsnota 2025 was er een bedrag van € 564,6 mln aan verplichtingen en kasuitgaven geraamd. Op artikel 40 is ten opzichte van de Najaarsnota 2025 op totaalniveau ongeveer € 9,4 mln minder uitgegeven en verplicht dan begroot.
Bij Najaarsnota 2025 was er een bedrag van € 56,2 mln aan ontvangsten geraamd. De gerealiseerde ontvangsten zijn in 2024 € 1,4 mln hoger dan begroot bij Najaarsnota.
Personele uitgaven
Er is in 2025 € 10,2 mln minder uitgegeven dan geraamd op het totaal van personele uitgaven. Het betreft:
– Eigen personeel: de realisatie laat een onderuitputting zien ten opzichte van de begroting van circa € 1,8 mln. Dit komt onder andere door de terughoudendheid met het invullen van vacatureruimte door de apparaatstaakstelling.
– Inhuur externen: de uitgaven voor externe inhuur zijn circa € 1,9 mln hoger dan begroot. Dit heeft te maken met het niet kunnen invullen van vacatures en uitval van medewerkers waardoor inhuur nodig wordt geacht.
– Overige personele uitgaven: de overige personele uitgaven zijn € 10,3 mln lager dan begroot. Dit komt mede doordat een deel van de begroting van de diensten onjuist is begroot onder overige personele uitgaven. Op dit deel van de begroting zijn vrijwel geen kosten geboekt. Hier wordt aan gewerkt om dit in de toekomst te voorkomen.
Materiële uitgaven
Er is in 2025 € 0,8 mln meer uitgegeven dan geraamd op het totaal van materiële uitgaven. Dit verschil wordt met name verklaard door:
– Bijdrage aan SSO's: op het gebied van bijdrage aan SSO's is € 17,9 mln minder gerealiseerd dan begroot. Dit komt onder andere doordat doorbelastingen van ICT-kosten naar concernonderdelen als negatieve kosten zijn geboekt onder bijdrage aan SSO’s, terwijl deze onder SSO DICTU geboekt hadden moeten worden. Hierdoor is een grote onderuitputting ontstaan op de bijdrage aan SSO’s.
– Bijdrage DICTU: er is een overuitputting van ongeveer € 18,7 mln op DICTU. Doorbelastingen van kosten naar concernonderdelen zijn als negatieve kosten geboekt onder bijdrage aan SSO’s, terwijl deze onder SSO DICTU geboekt hadden moeten worden. Hierdoor is een grote overuitputting ontstaan op de bijdrage aan DICTU.
In 2025 zijn de ontvangsten € 1,4 mln hoger dan geraamd. Dit heeft te maken met diverse ontvangsten op het kerndepartement (personeel en materieel).
Artikel 41 Nog onverdeeld
Toelichting
Op artikel 41 Nog onverdeeld worden geen uitgaven gedaan. Bij de 2e suppletoire begroting 2025 is de loon- en prijsbijstelling toebedeeld aan de relevante artikelen.