XV Sociale Zaken en Werkgelegenheid
A ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL
Wetsartikelen 1 tot en met 3
De begrotingsstaat die onderdeel is van de rijksbegroting, wordt op grond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 afzonderlijk bij wet vastgesteld en ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingen aan te brengen in:
De departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden in onderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.A.Vijlbrief
De Minister van Werk en Participatie,A.A.Aartsen
B ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE BEGROTINGSARTIKELEN (SLOTVERSCHILLEN)
1 Leeswijzer
De beleidsmatige mutaties en technische mutaties groter of gelijk aan de ondergrenzen in onderstaande staffel worden op het niveau van de financiële instrumenten (en eventueel artikelonderdeel) toegelicht.
Omvang begrotingsartikel (stand ontwerp-begroting) in € miljoen | Beleidsmatige mutaties (ondergrens in € miljoen) | Technische mutaties (ondergrens in € miljoen) |
|---|---|---|
< 50 | 1 | 2 |
=> 50 en < 200 | 2 | 4 |
=> 200 < 1000 | 5 | 10 |
=> 1000 | 10 | 20 |
2 Beleidsartikelen
2.1 Artikel 1 Arbeidsmarkt
Toelichting
Verplichtingen en Uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen zijn € 38,8 miljoen en de uitgaven € 46,0 miljoen lager dan bij de Najaarsnota 2025 was geraamd. De belangrijkste mutaties betreffen:
– De lagere realisatie van € 6,0 miljoen op het kasbudget van de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden (MDIEU) wordt veroorzaakt door lagere voorschotsverzoeken en vertraging in de beoordelingen van aanvragen. De beoordelingen worden in 2026 voortgezet. De lagere realisatie van € 14,5 miljoen op het verplichtingenbudget van de MDIEU is toe te schrijven aan neerwaartse bijstellingen van subsidietoekenningen.
– De lagere realisatie van € 23,4 miljoen op het kasbudget en € 10,3 miljoen op het verplichtingenbudget van de subsidie Stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in het MKB (SLIM) wordt veroorzaakt doordat de beoordelingen van de aanvragen bij het laatste aanvraagtijdvak vertraging op hebben gelopen. De beoordelingen worden in 2026 voortgezet.
– De lagere realisatie van € 13,1 miljoen op het kasbudget van opdrachten wordt onder andere veroorzaakt door een uitgestelde communicatiecampagne doordat de behandeling en inwerkingtredingsdatum van het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) is vertraagd. Ook was er minder budget nodig voor opdrachten aan RIVM omdat het aantal Tegemoetkoming Stoffengerelateerde Beroepsziekten (TSB) aanvragen lager was dan verwacht.
– De lagere realisatie van € 13,5 miljoen op het verplichtingenbudget van opdrachten wordt onder andere veroorzaakt door een uitgestelde communicatiecampagne, lagere uitvoeringskosten en een contractverlaging met het RIVM.
– De hogere realisatie van € 7,6 miljoen op het verplichtingenbudget van de algemene subsidies wordt voornamelijk veroorzaakt door de aanpassing van de subsidie-afspraken van het Lexces- onderzoeksprogramma.
– De lagere realisatie van € 5,5 miljoen op het verplichtingenbudget van Meer Uren Werkt! wordt onder andere veroorzaakt doordat er minder aanvragen zijn ingediend voor pilotprojecten.
Ontvangsten
De gerealiseerde ontvangsten zijn € 7,3 miljoen hoger dan bij de Najaarsnota was geraamd. Dit valt hoofdzakelijk uiteen in € 1,0 miljoen meer boeteontvangsten en € 6,3 miljoen door terugbetalingen van diverse subsidies, onder andere Stimulans Arbeidsmarktpositie (STAP), SLIM, Sociale Partners samen voor Duurzame Inzetbaarheid (SPDI) en MDIEU.
2.2 Artikel 2 Bijstand, Participatiewet en Toeslagenwet
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen zijn € 15,3 miljoen lager en de uitgaven zijn € 4,0 miljoen lager dan bij de Najaarsnota was geraamd.
Dit komt met name doordat er bij het opdrachtenbudget € 19,5 miljoen minder is verplicht en € 2,2 miljoen minder is uitgegeven dan bij de Najaarsnota werd verwacht. In 2024 heeft er een overheveling van het opdrachtenbudget naar het subsidiebudget van artikel 2 plaatsgevonden waarbij per abuis de verplichtingenruimte voor 2025 niet is meegeboekt. Dit is voor het subsidiebudget hersteld met de Slotwet. Dit verklaart waarom de verplichtingen bij opdrachten lager zijn uitgevallen dan begroot.
Ontvangsten
De gerealiseerde ontvangsten van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) zijn € 11,1 miljoen hoger dan bij de Najaarsnota was geraamd vanwege een correctieboeking van € 8,7 miljoen hogere ontvangsten van de Tozo in 2023.
2.3 Artikel 4 Jonggehandicapten
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen en de uitgaven zijn € 9,9 miljoen lager dan bij de Najaarsnota was geraamd.
Ontvangsten
Vanwege de eindafrekening van het re-integratiebudget UWV 2024 zijn er terugontvangsten. UWV ontvangt middelen vanuit het Europees Sociaal Fonds (ESF) voor re-integratiedienstverlening. Deze middelen zijn meegenomen in de eindafrekening 2024 en zorgen voor een terugontvangst in 2025 die € 3,7 miljoen hoger is dan verwacht.
2.4 Artikel 5 Werkloosheid
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen zijn € 7,8 miljoen lager en de uitgaven € 0,1 miljoen hoger dan bij de Najaarsnota was geraamd. Hieronder lichten we de grootste verplichtingenmutaties toe.
– Voor de subsidies praktijkleren is een meerjarige verplichting aangegaan voor de periode 2025 t/m 2028 voor een bedrag van € 12,4 miljoen bij de publicatie van de subsidieregeling. Omdat de jaren 2027 en 2028 nog niet zijn beschikt aan de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), is eind 2025 de verplichting voor de jaren 2027 en 2028 verlaagd naar 0, wat zorgt voor een mutatie op de verplichtingen van ‒ € 5,6 miljoen.
– Voor de coördinatie crisisdienstverlening zijn de totale verplichtingen € 2,4 miljoen lager uitgevallen, omdat in 2025 geen nieuwe verplichtingen zijn aangegaan aangezien deze reeds in 2023 en 2024 waren aangegaan.
2.5 Artikel 6 Ziekte en verlofregelingen
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen en de uitgaven zijn € 3,8 miljoen hoger dan bij de Najaarsnota was geraamd.
De uitkeringslasten voor de Ziekteverzekering BES zijn € 2,6 miljoen hoger uitgevallen dan bij de Najaarsnota geraamd. Dit komt onder andere door een hogere gemiddelde uitkering als gevolg van de stijging van het minimumloon die ook doorwerkt naar hogere loonschalen. Het resterende verschil (€ 1,2 miljoen) kan worden verklaard doordat de ZV-uitkeringen van november en december 2024 in 2025 zijn verwerkt.
2.6 Artikel 7 Kinderopvang
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen zijn € 51,4 miljoen en de uitgaven € 53,1 miljoen lager dan bij de Najaarsnota was geraamd.
De uitgaven en verplichtingen aan kinderopvangtoeslag zijn € 46,2 miljoen lager uitgekomen dan bij Najaarsnota was verwacht. De voorschotten in de laatste maanden van 2025 kwamen € 37,2 miljoen lager uit, met name doordat het gebruik van kinderopvang iets lager uitkwam. Daarnaast waren er in de laatste maanden van 2025 iets minder nabetalingen uitgekeerd (€ 5,2 miljoen). Het resterende verschil van € 3,7 miljoen wordt verklaard door overige factoren.
Daarnaast zijn de uitgaven aan subsidieregelingen lager uitgevallen. Ook is er minder uitgegeven aan opdrachten en onderzoek en vallen de kosten voor DUO (met betrekking tot het Personenregister Kinderopvang en Landelijk Register Kinderopvang) lager uit.
2.7 Artikel 8 Oudedagsvoorziening
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen en uitgaven zijn € 3,1 miljoen lager dan bij de Najaarsnota was geraamd.
De uitgaven en verplichtingen aan de Algemene Ouderdomsverzekering Caribisch Nederland (AOV) zijn € 2,9 miljoen lager uitgekomen dan bij Najaarsnota was verwacht. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de koersdaling van de dollar.
2.8 Artikel 10 Tegemoetkoming ouders
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen en uitgaven zijn € 18,7 miljoen lager dan bij de Najaarsnota was geraamd. Dit hangt vrijwel geheel samen met lagere uitgaven aan de Wet op het Kindgebonden Budget (WKB). Onderliggend speelt hierin voor de WKB vooral mee dat de nabetalingen over toeslagjaar 2023 circa € 36 miljoen lager uitvallen dan eerder geraamd, terwijl de nabetalingen over toeslagjaar 2024 juist € 15 miljoen hoger uitvallen dan eerder geraamd. Per saldo leidt dit tezamen met de overige bijstellingen tot lagere uitgaven.
Ontvangsten
De gerealiseerde ontvangsten zijn € 31,1 miljoen lager dan bij Najaarsnota was geraamd. De lagere ontvangsten houden grotendeels verband met het feit dat Dienst Toeslagen de afgelopen jaren bij het vaststellen van de voorschotten gemiddeld genomen (bewust) van een hogere loonstijging voor de WKB-gerechtigden is uitgegaan en daarmee succesvol de budgettaire omvang van de terugvorderingen heeft verkleind. Immers, door de lagere bevoorschotting in 2025 neemt de kans op terugvorderingen af. Daarnaast heeft een gedeelte van de ouders, doordat Dienst Toeslagen van een hogere loonontwikkeling is uitgegaan, een substantieel lagere terugvordering gekregen dan anders het geval was geweest.
Bij Najaarsnota was het de verwachting dat de achterstanden in de ontvangsten de laatste maanden van het jaar (gedeeltelijk) zouden worden ingelopen, omdat het tempo van definitief toekennen over eerdere toeslagjaren enigszins achterliep bij voorgaande jaren. Echter is uit de realisatiecijfers gebleken dat de ontvangsten in 2025 definitief lager uitvallen.
2.9 Artikel 13 Integratie en maatschappelijke samenhang
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen zijn € 1,8 miljoen en de uitgaven € 2,1 miljoen lager dan bij de Najaarsnota was geraamd.
Er zijn op dit budget voor 2025 meerjarige verplichtingen aangegaan voor € 6,6 miljoen. Het gaat om opdrachten voor de volgende onderzoeken:
– Een rapportage van het SCP over Samenleven in Meervoud (€ 1,5 miljoen);
– Een opdracht aan het CBS voor «Actualisatie verkenning bevolking 2050» (€ 1,8 miljoen);
– Een tienjarig onderzoek naar de bevolkingssamenstelling in 2050 door het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) (€ 3,3 miljoen).
De laatste twee onderzoeken vloeien voort uit het advies van de Staatscommissie Demografie. Aangezien dit brede onderzoeken zijn die in cohorten lopen, zijn de meerjarige verplichtingen hoger dan het verplichtingbudget dat voor 2025 beschikbaar was. Er is voldoende kasbudget voor deze opdrachten. Deze mutatie is gemeld in de Veegbrief.
De aangegane verplichtingen zijn lager door een correctieboeking van € 8,8 miljoen in verband met het onterecht ophogen van eerder aangegane verplichtingen door budgetoverboekingen.
3 Niet-Beleidsartikelen
3.1 Artikel 96 Apparaatsuitgaven kerndepartement
Toelichting
Verplichtingen en uitgaven
De gerealiseerde verplichtingen zijn € 3,6 miljoen lager en de uitgaven zijn € 15,3 miljoen lager dan bij de Najaarsnota was geraamd.
– Bij de post eigen personeel zijn er € 7,0 miljoen lagere verplichtingen en € 8,3 miljoen lagere uitgaven. De onderuitputting doet zich voor op verschillende personeelsbudgetten. Er zijn lagere salarisuitgaven door een lagere bezetting dan voorzien vooruitlopend op de invulling van de taakstelling op fte in 2026 en lagere uitgaven voor opleidingen omdat de ontwikkeling is vertraagd.
– Daarnaast zijn er minder uitgaven (€ 2,9 miljoen) aan ontwikkeling en aanschaf van ICT-systemen. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door het goedkoper uitvallen van de uitgaven die voorzien waren voor de vervanging van het ICT-systeem binnen het domein voor opsporing.